05-09 Bijlage 8 - Concept Beleidsbegroting 2024
Tekst van het document
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. • Een inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. • Een inventarisatie van de benodigde weerstandscapaciteit. Onlangs is de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen herzien voor de periode 2023-2026. De hierin opgenomen kaders worden gebruikt om de risico’s in te schatten en om het weerstandsvermogen te bepalen. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in het volgende verhoudingsgetal: Ratio weerstandvermogen=
beschikbare weerstandcapaciteit (vrij beschikbare reserves) benodigde weerstandcapaciteit (uitkomst risicoanalyse)
Gemeenten verwachten dat de VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Om die reden is een zekere buffer aan te raden. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld. Zoals bekend heeft de VRG bij de jaarrekening 2019 een voorziening moeten treffen van ruim € 15 miljoen inzake de kosten van de Regeling FLO-overgangsrecht. Dit had een grote impact op de algemene reserve van de VRG, die daardoor € 12,5 miljoen negatief werd. Op grond van de gemeenschappelijke regeling vangen de deelnemende gemeenten eventuele tekorten op in de gemeenschappelijke regeling. Na overleg met de gemeenten en de toezichthouder Provincie Groningen is een herstelplan voor het negatief eigen vermogen overeengekomen. Op 2 oktober 2020 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met het 5-jaars scenario. Binnen de termijn van deze MJB (2021-2024) inclusief het jaar 2020 zal door jaarlijkse extra gemeentelijke bijdragen het negatief eigen vermogen aangezuiverd worden zodat een positief saldo van de algemene reserve ontstaat in 2024.
Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de VRG beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Onderstaand overzicht geeft een beeld van het verwachte meerjarige verloop van de algemene reserves waarover de VRG beschikt. In de geprognosticeerde stand is met de volgende mutaties rekening gehouden: • Verwachte resultaatbestemming 2022 • Verwachte begrote mutaties in de reserves 23
Algemene reserve (in €)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Stand per 1-1
-6.960.834
-2.898.421
18.444
1.875.058
1.875.058
1.875.058
Aanvulling door gemeenten
2.600.000
2.600.000
2.600.000
Jaarlijkse bijdrage FLO
1.050.000
1.050.000
pm
pm
pm
pm
-41.680
-40.334
pm
pm
pm
-691.455
-703.052
18.444
1.875.058
1.875.058
1.875.058
1.875.058
WG-lasten (WIA-ZVWetc.) Aanvullende dotatie
-697.587
Rekeningresultaat
1.110.000
Stand per 31-12
2.898.421
De algemene reserve van de VRG wordt tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Door de getroffen voorziening bij de jaarrekening 2019 is de algemene reserve tot en met 2022 negatief. Niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden de bestemmings- en egalisatiereserves gerekend: • Materieel VRG. Deze is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwater systemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. • Onderzoek stedelijk gebied. De reserve is bestemd voor de onderzoekskosten herlocatie huisvesting VRG in het stedelijk gebied. • Kapitaallasten. Deze is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. • Tweede loopbaanbeleid. De reserve is bestemd voor kosten voor opleiding- en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten inzake het tweede loopbaanbeleid. • ICT. Deze reserve is bestemd voor ICT-projecten.
Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s voor uitvoering van de veiligheidsregio-taken worden conform vastgesteld beleid gemonitord in het kader van de P&C-cyclus. Zoals in de kaderbrief benoemd zal met name de vastgoed ontwikkeling voor de rest van de regio in de toekomst naar verwachting tot een forse financiële opgave leiden. Dit hebben we als risico toegevoegd. Niet alle risico’s zijn op dit moment te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM post opgenomen en worden zodra dit mogelijk is, nader uitgewerkt en gekwantificeerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in incidentele en structurele risico’s, waarbij structurele risico’s voor 2 jaar worden voorzien. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico’s, die de VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties:
Risico
Actueel vanaf
Bedrag
Klasse
I/S*
Risicobedrag
Paraatheid vrijwilligers
2019
300.000
30%
S
180.000
Onderhoud huisvesting
2023
550.000
50%
S
550.000
Programma aardbevingen
2024
275.000
10%
S
55.000
Verzekeringen
2019
250.000
10%
S
50.000
Omgevingswet
2023
50.000
50%
S
50.000
FLO
2023
2.000.000
50%
I
1.000.000
Totaal
1.885.000
Risicobedrag (*0,9)
1.696.500 24
De volgende risico’s zijn op dit moment nog niet goed te kwantificeren. Deze risico’s zijn daarom als p.m. opgenomen.
Risico
Actueel vanaf
Bedrag
Klasse
I/S*
Risicobedrag
Wet op de Veiligheidsregio's
2019
PM
30%
S
PM
Taakdifferentiatie/WNRA
2019
PM
30%
S
PM
Corona, asiel- en vluchtelingencrisis
2021
PM
30%
I
PM
BON
2021
PM
50%
S
PM
Cyber- en informatiebeveiliging
2021
PM
30%
S
PM
Cybercriminaliteit
2022
PM
30%
S
PM
Huisvesting stedelijk gebied
2023
PM
50%
S
PM
Beoordeling weerstandsvermogen VRG voert tweemaal per jaar een inventarisatie uit naar alle strategische risico’s. Het risicobedrag wordt bepaald aan de hand van: • de geschatte financiële omvang van het risico; • de waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk voordoet • het effect van bijsturingsmaatregelen. Structurele risico’s worden voor 2 jaar voorzien. Binnen deze twee jaar moet door middel van bijsturing en/of aanpassing van het beleid het risico geminimaliseerd worden dan wel opgevangen worden binnen de begroting. Omdat de kans klein is dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, corrigeren we het totale risicobedrag met een waarschijnlijkheidsfactor van 90%. Bovenstaand overzicht laat zien dat de benodigde weerstandscapaciteit € 1,7 miljoen bedraagt. Op dit moment is er geen weerstandsvermogen beschikbaar doordat sprake is van een negatieve algemene reserve. Dit betekent dat indien deze risico’s zich voordoen, de VRG zich moet beroepen op de deelnemende gemeenten. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is het uitgangspunt gehanteerd dat de VRG zelf weerstandscapaciteit opbouwt om potentiële financiële calamiteiten op te kunnen vangen. Hierbij wordt uitgegaan van een ratio tussen de 1,0 en 1,4 (verhouding beschikbaar en benodigd weerstandsvermogen). Hier kan de komende jaren niet aan worden voldaan.
Voorzieningen Primo 2024 zijn naar verwachting de volgende voorzieningen getroffen, waarvan hieronder weergegeven is welke afloop in 2024 te verwachten valt:
Voorziening (*1.000)
1-1-2024
Vrijval / aanwending
Dotatie
31-12-2024
Personeel gerelateerd
93
-93
-
-
1.201
-357
293
1.137
Voorziening FLO-overgangsrecht
12.540
-1.256
703
11.987
Totaal
13.834
-1.706
996
13.124
Groot onderhoud kazernes
25
Personeel gerelateerd, afloop naar 0 Deze voorziening bestaat uit twee elementen: • Voorziening eigen risico WW De VRG is eigenrisicodrager WW. De WW-uitkering van medewerkers waarvan afscheid wordt genomen, ook na een tijdelijk dienstverband, komen voor eigen rekening. Voor de oud-medewerkers waarbij een verband bestaat tussen de WW-uitkering en de regionalisering is voor de toekomstige verplichting een voorziening getroffen. Deze voorziening loopt gestaag af, ook gezien de huidige arbeidsmarkt. • Voorziening AOW-hiaat Dit betreft een voorziening voor de compensatie van het AOW-hiaat van oud-medewerkers. Ze zijn voor hun 65-jarige leeftijd op basis van de FLO-regeling vervroegd met pensioen gegaan. De verhoging van de AOWleeftijd bezorgt hun een financieel nadeel dat zij niet kunnen compenseren door langer door te werken. In verband met het nieuwe pensioenakkoord zal de AOW-leeftijd minder snel stijgen dan waar rekening mee is gehouden ten tijde van het vormen van de voorziening. Deze voorziening loopt af in 2024.
Groot onderhoud kazernes, € 1.137 duizend Eind 2019 is voor alle kazernes een koop- danwel huurovereenkomst getekend. De VRG is zelfstandig bevoegd om het onderhoud uit te laten voeren. Op basis van het meerjarenonderhoudsplan is de voorziening gevormd. Hiermee vlakken we de schommelingen af die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren zullen vertonen in de exploitatie.
Voorziening FLO-overgangsrecht, € 12,0 miljoen In de jaarrekening 2019 heeft de VRG een voorziening moeten treffen van € 15,2 miljoen voor de toekomstige FLOkosten. In 2020 is met de gemeenten een aanvullende deelnemersbijdrage van € 2,6 miljoen per jaar overeengekomen om de ontstane negatieve reserve in 5 jaar op te lossen. Door deze bijdrage en de € 1,05 miljoen begrepen in de reguliere bijdrage 2020-2023 zal jaarlijks een dotatie aan de algemene reserve plaatsvinden ter hoogte van dit bedrag verrekend met de geprognosticeerde jaarlijkse dotatie aan de FLO- voorziening.
Geactualiseerd beeld jaarrekening 2022 De FLO-kosten zijn bij de jaarrekening 2022 opnieuw herrekend door een externe adviseur. In 2022 is een lichte stijging van de FLO kosten te zien. De oorzaak hiervan is dat per 1 oktober 2022 de werkgeversbijdrage voor het netto FLO-spaartegoed gewijzigd is en een stijging van de kosten veroorzaakt. De stand die per einde 2022 benodigd is voor de resterende looptijd is licht gedaald als gevolg van een daling van de loonbelasting in 2023. Omdat de regeling een 75% netto garantie betreft, is de prognose dat vanaf 2023 minder benodigd is. De dotatie in 2022, die bepaald wordt door de aanwending 2022 en de prognose vanaf 2023, is nagenoeg gelijk aan de ingeschatte € 0,7 mln. Per jaar. Conclusie is dat de actualisatie past binnen de gemaakte afspraken en daarnaast is eind 2024 meer ruimte over voor aanvullingen na 2024. De actualisatie leidt tot onderstaand beeld van de voorziening:
Omschrijving
Stand voorziening FLOovergangsrecht
Stand 31-12-2019
2021
2022
2023
2024
Totaal/ Stand
15.195.365
15.502.658
13.629.263
13.161.488
12.540.092
15.195.365
FLO-kosten
-1.757.000
-2.430.162
-1.165.362
-1.312.852
-1.256.511
-7.921.887
Aanvullende dotatie
2.064.293
556.767
697.587
691.455
703.052
4.713.154
15.502.658
13.629.263
13.161.488
12.540.092
11.986.633
11.986.633
Stand per einde jaar
15.195.365
2020
15.195.365
26
Kengetallen: Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2026
Begroot 2027
Netto schuldquote *
30,7%
43,2%
48,1%
55,8%
56,7%
58,6%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen *
30,7%
43,2%
48,1%
55,8%
56,7%
58,6%
Solvabiliteitsratio *
5,2%
12,9%
17,4%
16,7%
16,3%
15,8%
Structurele exploitatieruimte
0,6%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Kengetallen
Begroot 2025
* De kengetallen 2022 zijn gebaseerd op de balans na verwachte resultaatbestemming 2022. De ratio’s voor 2023 e.v. zijn berekend op het verwachte verloop van de balansposities.
Netto schuldquote De netto schuldquote stijgt aankomende jaren doordat meer langlopende financiering wordt aangetrokken voor de vervangingsinvesteringen materieel en voor de nieuwbouw van kazernes. Solvabiliteitsratio Door de vorming van de voorziening FLO in 2019 was het eigen vermogen sterk negatief geworden. Als gevolg hiervan was de solvabiliteitsratio ook negatief. Deze is vanaf 2022 weer positief en zal verder stijgen. Structurele exploitatie ruimte Er is sprake van een evenwichtige begroting waarbij de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Grondexploitatie Alle gronden worden ingezet voor eigen gebruik, er is dus geen sprake van grondexploitatie met andere doeleinden dan de primaire taak van de VRG uitoefenen.
27
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Vastgoed Het onderhoud van de gebouwen wordt binnen de VRG georganiseerd door het team Facilitaire Zaken. Naast het bouwkundig onderhoud van de gebouwen wordt ook het schoonmaakonderhoud georganiseerd. Bij het uit te voeren onderhoud wordt o.a. rekening gehouden met duurzaamheid en het inkoop- en aanbestedingsbeleid. De nota onderhoud gebouwen is in 2017 opgesteld. Hierin is de stand van het onderhoud van de gebouwen voor het heden en de toekomst bekeken en is aan de hand daarvan een visie geformuleerd. Voor de nota zijn alle objecten geïnspecteerd door een extern bedrijf. Dit vormt de basis voor het meerjarenonderhoudsplan, waarin alle onderhoudskosten zijn meegenomen voor de komende 10 jaar. Voor de onderhoudskosten is een egalisatievoorziening gevormd zodat er gelijkmatige spreiding van de kosten over de jaren plaatsvindt. Het MJOP wordt jaarlijks herijkt. De financiële verantwoording van het onderhoud van de gebouwen zal op verschillende momenten plaatsvinden. De rapportages worden opgenomen in de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’ in de tussentijdse rapportages en de jaarrekening.
Materieel De VRG is verantwoordelijk voor het onderhouden van het materieel. Op basis van het Organisatieplan 2022-2025 (voorheen Regionaal Dekkingsplan) is gewerkt aan een visie voor invulling van het benodigde materieel en bezetting. Op basis van een brede inventarisatie van risico’s en ontwikkelingen die in het kader van incidentbestrijding op ons afkomen, is een prioritering en aanpak bepaald om te komen tot een toekomstbestendige inzet met de juiste middelen. Dit project vormt ook een berekende grondslag voor de toekomstige kapitaallasten.
3.4 Financiering Beleid financieringsrisico’s Het financieringsbeleid is erop gericht dat de VRG in beginsel haar investeringen financiert uit eigen middelen. Indien de middelen ontoereikend zijn, worden de financieringsrisico’s eerst zoveel mogelijk afgedekt door kortlopende financiering/ kasgeldleningen (tot de kasgeldlimiet) omdat de meerjareninvesteringsbegroting qua bedragen en timing met onzekerheden gepaard gaat. Indien blijkt dat de financieringsbehoefte structureel van aard is, wordt deze afgedekt met langer lopende vastrentende leningen. Het type, de omvang en looptijd van deze leningen zijn afgestemd op de spreiding in de leningportefeuille en de aflossing is gepland binnen de kaders voor de renterisiconorm en de kasgeldlimiet, zoals vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden. Het beleid is defensief en risicomijdend en erop gericht om de financieringsrisico's zo goed als mogelijk te beheersen. Bij de financiering worden geen zekerheden verstrekt en worden geen afgeleide financiële instrumenten ingezet.
Leningenportefeuille en liquiditeit Conform het investeringsoverzicht in bijlage III is voor de periode 2023-2027 een totaal investeringsbedrag geraamd van € 39,7 miljoen. Rekening houdend met vrijkomende cashflow uit afschrijvingen, herfinanciering en andere cashflowmutaties betekent dit een totaal aanvullende kapitaalbehoefte van € 15,7 miljoen over de periode 2023-2027. Daarnaast zal de VRG een voorbereidingskrediet van ongeveer € 5 miljoen voor de ontwerpfase van het project huisvesting stedelijk gebied moeten afsluiten. Daarmee neemt de totale omvang van de langlopende leningen toe van € 11,8 miljoen primo 2023 tot circa € 32,5 miljoen ultimo 2027. Op basis van de op dit moment gehanteerde rente binnen de bandbreedte 1,0-3,0% is voldoende dekking beschikbaar voor de benodigde financiering.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is gesteld op 8,2% van het beleidsbegrotingstotaal, dit is voor 2024 een bedrag van € 4,8 miljoen. Zoals bovenstaand is aangegeven kan in 2024 tijdelijk kortlopend worden geleend tot maximaal deze grens, alvorens de financiering langlopend wordt vastgelegd.
Renterisiconorm 28
Op grond van de wet Fido dient de beleidsbegroting inzicht te verschaffen in de renterisiconorm voor de komende 4 jaar van de organisatie. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van het beleidsbegrotingstotaal en bedraagt in 2024 € 11,8 miljoen. In de huidige leningportefeuille is bij planning van het aflossingsschema rekening gehouden met deze limiet. Af te sluiten nieuwe financieringen worden zodanig gepland, dat de renterisiconorm niet wordt overschreden. Renterisico norm
2023
2024
2025
2026
Begrotingstotaal
56.074
59.044
60.821
63.003
5.082
Voorgeschreven percentage
20,00%
20,00%
20,00%
20,00%
20,00%
Renterisico norm
1.215
1.809
2.164
12.601
13.016
Renteherzieningen
-
-
-
-
-
Aflossingen
-443
-443
-443
-323
-323
Renterisico
-443
-443
-443
-323
-323
Renterisico norm
11.215
11.809
12.164
12.601
13.016
Renterisico
-443
-443
-443
-323
-323
1 0.772
11.366
11.721
12.278
12.693
Ruimte onder de renterisico norm
2027
Er wordt gestreefd naar een flexibele leningenportefeuille, waarvan het aflossingspatroon is afgestemd op de resterende looptijd van de onderliggende activa. Daarmee zal het renterisico in de eerste paar jaar minimaal zijn. Uit het overzicht blijkt dat het risico bij herfinanciering van de huidige portefeuille vooralsnog ruim binnen de renterisiconorm blijft.
Schatkistbankieren Bij schatkistbankieren dienen decentrale overheden, alsook de VRG, hun tegoeden aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Bij verplicht schatkistbankieren is het niet meer mogelijk beleggingen en deposito’s zelfstandig aan te gaan buiten het drempelbedrag. Het drempelbedrag is per 1 juli 2021 gelijk aan 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1 miljoen. Het drempelbedrag voor de VRG voor 2024 is € 1,2 miljoen.
29
3.5 Bedrijfsvoering Veiligheidsregio Groningen is continu bezig om haar bedrijfsvoering verder te optimaliseren. Dit doet zij zo ‘lean en mean’ als mogelijk. Aanzetten hiertoe zijn gegeven, zoals zorgen voor informatieveiligheid en het streven naar BIO+ status. Tevens zet de VRG in tot een betere projectorganisatie, waar sector brede thematiek wordt opgepakt en uitgewerkt in projectstructuur met duidelijke proces flow. De kwaliteitsslagen die door de VRG worden uitgerold op de verschillende bedrijfsvoeringaspecten, zodat bedrijfsvoering en communicatie kunnen bijdragen aan de vitale processen crisisbeheersing en brandweerzorg en de continuïteit hiervan kan borgen voor de bedrijfsvoeringsfuncties.
3.5.1 Personeels- en organisatieontwikkeling Strategische HR-agenda In 2024 wordt gewerkt op basis van een strategische HR-agenda waarin doelen en prioriteiten op gebied van HR zijn bepaald op basis van de in 2022 vastgestelde HR-visie. Naast de onderwerpen van de landelijke tafels, krijgen deze onderwerpen de komende jaren in ieder geval aandacht: leiderschap, professionalisering recruitment, strategisch personeelsbeleid / strategische personeelsplanning, mobiliteit, cultuur, hybride werken, diversiteit en inclusiviteit, veerkracht en vitaliteit, nevenactiviteiten, functiehuis en managementinformatie.
(Persoonlijk) leiderschap Een strategisch HR-thema dat specifiek wordt uitgelicht is het (persoonlijk) leiderschap. In 2022 is een start gemaakt met de gewenste leiderschapsontwikkeling, waarbij is begonnen bij het strategisch niveau. Dit wordt in 2023 en 2024 doorgezet naar de tactische en operationele laag. Ter ondersteuning van het (persoonlijk) leiderschap is eind 2022 een meervoudig onderhandse aanbesteding doorlopen waarin de inkoop van een instrument voor persoonlijkheidsprofielen is aanbesteed. Dit moet voor de komende jaren een gezamenlijk fundament bieden voor het investeren in persoonlijk leiderschap.
3.5.2 Informatiemanagement Landelijke ontwikkelingen, waaronder de versterking van Crisisbeheersing en Brandweerzorg, dwingt de VRG ertoe om de informatievoorziening te versterken en toekomstbestendig te maken. Dit doet ze onder meer door aan te sluiten bij ontwikkelingen in het kader van het Veiligheid Informatie Centrum (VIC), het landelijk informatieknooppunt KCR, het nieuwe Landelijke Meldkamersysteem (LMS) en NOOVA. Verder is het nodig om samenwerking en het uitwisselen van informatie met netwerkpartners te faciliteren. Dit betekent dat er de nodige inspanningen op het terrein van informatiemanagement moeten plaatsvinden om te komen tot een gezamenlijke digitale infrastructuur regionaal, bovenregionaal en landelijk. Hiervoor zijn landelijk extra gelden (BDuR) beschikbaar gesteld, die onder meer ingezet zullen worden middels een lopend programma “Grip op Informatievoorziening”. Dit programma heeft tot doel de eigen infrastructuur op orde te brengen en tevens te zorgen dat aangesloten kan worden op landelijke voorzieningen, waaronder de KCR2. Een robuuste, toekomstbestendige, maar vooral ook veilige informatievoorziening is nodig om er voor te zorgen dat de VRG en alle crisispartners in alle fasen van een crisis en de voorbereiding daarop kunnen beschikken over de juiste informatie op het juiste moment.
Informatie is cruciaal voor de door de VRG uit te voeren bedrijfsprocessen, waaronder brandweerzorg, risico- en crisisbeheersing. Het samenwerken en het netcentrisch werken met netwerkpartners en andere veiligheidsregio’s, bovenregionaal, in landelijke netwerken en met het rijk wordt steeds belangrijker. Daarvoor is nodig de informatiehuishouding van de VRG aan te laten sluiten op de verschillende landelijke voorzieningen. Dit vraagt nog nodige inspanning. Een toekomstbestendige informatievoorziening vraagt om uitbreiding van de formatie voor Informatiemanagement en IT. Op dit moment wordt uitgegaan van een uitbreiding van structureel 4 – 6 fte op jaarbasis om de landelijke en eigen opgaves waar te kunnen maken. Ook zullen investeringen in specifieke ITexpertisegebieden nodig zijn die nu niet of minder aanwezig zijn, zoals dataspecialisten. De kosten hiervan zullen vooral gefinancierd worden vanuit de BDuR-gelden. 30
Naast het op een passend beveiligingsniveau brengen van de verschillende VRG-systemen en dit vast te leggen in procedures die periodiek worden getoetst (audits), is er ook volop aandacht voor het voorlichten en trainen van medewerkers om het risicobewustzijn bij de verschillende gebruikersgroepen te verhogen.
3.5.3 Duurzaamheid De VRG wil dat duurzaamheid breder gedragen moet worden als de organisatie toekomstbestendig wil zijn. Zoals de energiecrisis laat zien, verduurzaming moet meegenomen worden in primaire processen van de organisatie. De VRG heeft zowel wettelijke als morele verplichtingen om vast te stellen hoe zij omgaat met het onderwerp duurzaamheid en wat haar ambitieniveau is op de langere termijn. Daarom start in 2023 het Programma Duurzaamheid voor het ontwikkelen van een lange termijnvisie en plan van aanpak. Het doel is om in 2024 de eerste projecten uit te voeren die een focus hebben op het verduurzamen van de organisatie. De scope van de projecten zal in samenhang zijn met de visie en worden in 2024 opgenomen in de jaarplannen van de desbetreffende teams of sectoren.
3.6 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de VRG zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als de VRG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de VRG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen.
Stichting BON De bestuurlijke deelname, samen met de veiligheidsregio’s Friesland en Groningen, in de Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON), benadert de definitie van een verbonden partij. Er is echter volgens de statuten geen sprake van een financieel belang in de stichting. De stichting is aandeelhouder in de BON B.V. De BON B.V. heeft een 100%-deelneming in Oefencentrum Noord B.V. en Brandweeropleidingen Noord B.V.
31
4 Overzicht van baten en lasten Onderstaand is de ontwikkeling van baten en lasten inclusief meerjarenraming tot en met het jaar 2027 weergegeven. Ook de (concept) jaarrekening van boekjaar 2022 (na voorgestelde resultaatsbestemming) alsmede de actuele beleidsbegroting 2023 zijn opgenomen in het overzicht.
4.1
Overzicht baten en lasten per totaal en per programma 2022 Concept JR
2023 Bel. begroting
2023 Act. begroting
2024 Begroting
2025 Begroting
2026 Begroting
2027 Begroting
Gemeentelijke bijdrage regulier
43.323
44.372
46.706
49.582
51.188
52.683
54.221
Gem. bijdrage FLO cf MJB 20202023
1.050
1.050
1.050
0
0
0
0
Extra gem. bijdrage negatief EV
2.600
2.600
2.600
2.600
0
0
0
Rijksbijdrage Overige baten
9.570 936
7.238 470
8.779 449
9.369 430
10.122 430
10.668 430
10.903 430
Totale baten
57.479
55.730
59.584
61.981
61.740
63.781
65.554
Personele lasten
35.467
36.478
40.197
41.974
43.178
44.891
46.336
Materiele lasten
16.910
16.325
15.877
17.070
17.643
18.112
18.746
0
-138
0
0
0
0
0
Totale lasten
52.377
52.665
56.074
59.044
60.821
63.003
65.082
Resultaat voor reserve mutaties
5.102
3.065
3.510
2.937
918
778
473
Reserve mutaties
-5.102
-3.065
-3.510
-2.937
-918
-778
-473
0
0
0
0
0
0
0
VRG (*1.000)
Taakstellende bezuiniging *
Resultaat na reserve mutaties
Brandweerzorg (* € 1.000)
2022 2023 Bel. 2023 Act. 2024 2025 2026 2027 Concept JR begroting begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Gemeentelijke bijdrage regulier
40.943
41.949
44.158
46.950
48.471
49.886
51.343
Gem. bijdrage FLO cf MJB 20202023
1.050
1.050
1.050
0
0
0
0
Extra gem. bijdrage negatief EV
2.600
2.600
2.600
2.600
0
0
0
Rijksbijdrage
5.476
5.400
5.461
5.640
5.823
5.994
6.169
Overige baten
628
440
406
400
400
400
400
Totale baten
50.697
51.439
53.675
55.590
54.694
56.280
57.912
Personele lasten Materiele lasten Taakstellende bezuiniging
31.638 14.518 0
32.954 15.595 -138
35.092 15.073 0
36.382 16.271 0
36.936 16.839 0
38.195 17.307 0
39.497 17.942 0
Totale lasten
46.156
48.411
50.165
52.653
53.775
55.502
57.439
Resultaat voor reserve mutaties
4.541
3.028
3.510
2.937
919
778
473
Reserve mutaties
-4.541
-3.028
-3.510
-2.937
-919
-778
-473
0
0
0
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0 32
Rampenbestrijding en crisisbeheersing (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage
2022 2023 Bel. 2023 Act. 2024 2025 2026 2027 Concept JR begroting begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 676
688
723
747
771
794
817
Rijksbijdrage
2.685
522
1.988
2.354
2.880
3.214
3.231
Overige baten
308
30
43
30
30
30
30
Totale baten
3.669
1.240
2.754
3.131
3.681
4.038
4.078
Personele lasten
1.527
890
2.371
2.754
3.297
3.649
3.683
Materiele lasten
2.032
313
383
377
384
389
395
Totale lasten
3.559
1.203
2.754
3.131
3.681
4.038
4.078
Resultaat voor reserve mutaties
110
37
0
0
0
0
0
Reserve mutaties
-110
-37
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
GKG (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage
2022 Concept JR
2023 Bel. 2023 Act. 2024 2025 2026 2027 begroting begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
1.236
1.259
1.324
1.368
1.412
1.453
1.496
Rijksbijdrage
79
0
0
0
0
0
0
Overige baten
0
0
0
0
0
0
0
Totale baten
1.315
1.259
1.324
1.368
1.412
1.453
1.496
Personele lasten
972
1.149
1.192
1.237
1.284
1.327
1.375
Materiele lasten
104
110
132
131
128
126
121
Totale lasten
1.076
1.259
1.324
1.368
1.412
1.453
1.496
Resultaat voor reserve mutaties
239
0
0
0
0
0
0
Reserve mutaties
-239
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
GHOR (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage
2022 2023 Bel. 2023 Act. 2024 2025 2026 2027 Concept JR begroting begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 468
476
501
517
534
550
566
1.330
1.316
1.330
1.374
1.419
1.460
1.503
Overige baten
0
0
0
0
0
0
0
Totale baten
1.798
1.792
1.831
1.891
1.953
2.010
2.069
Personele lasten
1.330
1.486
1.542
1.601
1.661
1.720
1.780
Materiele lasten
256
306
289
290
292
290
289
Totale lasten
1.586
1.792
1.831
1.891
1.953
2.010
2.069
Resultaat voor reserve mutaties
212
0
0
0
0
0
0
Reserve mutaties
-212
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
33
4.2 Geprognosticeerde balans In het onderstaand overzicht is de geprognosticeerde balans (per 31-12 van enig jaar) opgenomen. Activa (x € 1.000)
2022
2023
2024
Materiele vaste activa
34.269
44.830
50.582
Vorderingen
907
907
Liquide middelen
296
Totaal activa
Passiva (x € 1.000)
2025
2026
2027
55.172
56.385
58.090
907
907
907
907
296
296
296
296
296
35.472
46.033
51.785
56.375
57.588
59.293
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Eigen vermogen
1.740
5.250
7.670
8.074
8.074
8.074
Voorzieningen
14.869
13.834
13.124
12.624
12.124
11.624
Langlopende schulden
11.790
19.876
23.918
28.604
30.317
32.522
Vlottende passiva
7.073
7.073
7.073
7.073
7.073
7.073
35.472
46.033
51.785
56.375
57.588
59.293
Totaal passiva
In de voorspelde balans is rekening gehouden met de geplande investeringen voor 2023-2027 en een stabiel werkkapitaal. Ook zijn de geplande mutaties in reserves en voorzieningen, zoals in de eerdere paragrafen genoemd, verwerkt. De behoefte aan langlopende financiering is bepaald op basis van het meerjaren investeringsplan, de vastgelegde financieringsstructuur en cashflowmutaties. De rentelast voor deze financiering is gedekt in de begroting 2024. Bovenstaande balans is de basis voor de berekende financiële kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen.
34
4.3 Toelichting meerjarenraming Algemeen Deze begroting inclusief meerjarenraming is opgesteld aan de hand van de uitgangspunten in de kaderbrief 2024-2027. Zoals uit deze kaderbrief bleek, spelen er meerdere landelijke en regionale ontwikkelingen die nog omkleed zijn met grote (financiële) onzekerheden. Zoals vorig jaar reeds geschetst is de ‘’0’’ lijn nog steeds het uitgangspunt, maar niet in alle gevallen meer realistisch en haalbaar. In de beleidsbegroting 2023 is een eerste financiële stap gezet op het gebied van huisvesting en informatieveiligheid wat heeft geleid tot totale structurele uitzetting van de begroting met € 250.000 vanaf 2023. Voor huisvesting staan we de komende jaren voor een grote opgave. In de beleidsbegroting 2024 zetten we daarom een volgende financiële stap met betrekking tot het Strategisch Huisvestingsplan. De komende jaren zullen ook op andere ontwikkelingen extra stappen gezet moeten worden, maar de meeste hiervan zijn momenteel te onzeker om al bedragen aan te koppelen. Bij nieuwe ontwikkelingen sluiten we aan bij de gemaakte financiële afspraken (hygiëneregels). Dit betekent het volgende: • • • • • •
Er wordt onderscheid gemaakt tussen autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen en niet-autonome (beïnvloedbare) ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen leiden in principe tot uitzetting van de begroting; Niet autonome ontwikkelingen worden voorgelegd aan het bestuur inclusief risico’s, financieel effect en dekking. We geven invulling aan wettelijke taken vanuit een realistisch perspectief; Onze landelijke inzet is om financiële effecten van nieuwe ontwikkelingen te verkleinen; We kijken expliciet naar financieringsmogelijkheden door derden.
Herijking gemeentefonds Met ingang van 2023 is sprake van een nieuwe volledige en integrale herverdeling van de algemene uitkering in het gemeentefonds. Binnen het taakgebied Orde en Veiligheid (O&V) wordt onderscheid gemaakt tussen het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (B&R) en Overige Orde en Veiligheid (OOV). De nieuwe verdeling voor het clusteronderdeel B&R sluit aan bij actuele kostenpatronen, bevat minder verdeelmaatstaven en aangepaste gewichten per maatstaf. Veiligheidsregio Groningen heeft de verdeelsleutel op basis van het objectieve budget voor clusteronderdeel B&R in het gemeentefonds (taakgebied O&V) ) opnieuw laten doorrekenen door Cebeon. Cebeon heeft in geadviseerd rekening te houden met herverdeeleffecten, aftopping en ingroeipad. De effecten op de gemeentelijke bijdragen zijn doorgerekend in de actualisatie begroting 2023 en deze vormen ook de basis van de doorrekening van het meerjarenbeeld met betrekking tot de gemeentelijke bijdrage van deze begroting (bijlage IV).
Taakstelling Om een sluitende meerjarenbegroting te presenteren moet de VRG steeds weer scherpe keuzes maken in haar eigen beleid en prioriteiten moeten stellen. De VRG heeft de structurele taakstelling inmiddels weten op te lossen en presenteert in deze begroting 2024 geen taakstelling meer.
35
Financiële ontwikkelingen beleidsbegroting 2024 Autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen die leiden tot uitzetting van de begroting: •
•
Versterkingsmiddelen BDuR Voor veiligheidsregio’s zijn versterkingsmiddelen oplopend tot 83 miljoen euro structureel beschikbaar gesteld voor de verhoging van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) van het Rijk. Deze versterkingsmiddelen zijn bedoeld voor het versterken van Crisisbeheersing en Informatievoorziening. De toekenning voor 2023 is definitief en dit betekent voor de VRG een structurele extra bijdrage van € 1,4 miljoen in 2023 oplopend tot € 2,6 miljoen in 2026 en verder. Wij zetten deze middelen zo efficiënt mogelijk in voor de opgaven waar we voor staan. De opgaven en taken hebben daarmee geen effect op de gemeentelijke bijdrage. Indexering 2024 Indexering van de (meerjaren) begroting zal plaatsvinden op basis van loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de financiële verordening. De beleidsbegroting 2024 is geïndexeerd met 3,3% (€ 1.576 duizend) en deze is als volgt berekend:
Looncomponent 2024 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers *
3,90% Weging
Totale indexatie looncomponent in 2024
3,90%
60
2,34%
Materieelcomponent (IMOC) 2024 Prijs overheidsconsumptie, netto materieel *
2,40% Weging
Totale indexatie materieelcomponent in 2024
2,40%
* Gebaseerd op tabel 4.2.2 septembercirculaire 2022 Gemeentefonds
40
0,96%
Totaal
3,30%
De meerjarige indexatie is volgens dezelfde systematiek gebaseerd op onderstaande tabel uit de septembercirculaire 2022 van het Gemeentefonds:
36
Niet-autonome (beïnvloedbare) ontwikkelingen die leiden tot inkrimping van de begroting: •
Vervallen van FLO-bijdrage begrepen in MJB 2020-2023 Onderdeel van het herstelplan m.b.t. het oplossen van de negatieve algemene reserve, was het laten doorlopen van de bijdrage FLO die reeds in de vastgestelde MJB 2020-2023 was begrepen. In 2024 vervalt deze bijdrage (€ 1.050 duizend) en dit bedrag wordt in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage (zie bijlage IV, tabel toelichting mutatie bijdrage VRG). Tussen de VRG en de gemeenten dienen in 2024 nog nadere afspraken gemaakt te worden over de resterende FLO-kosten voor 2025 en verder.
Niet-autonome (beïnvloedbare) ontwikkelingen die leiden tot uitzetting van de begroting: •
•
Strategisch huisvestingsplan De besluitvorming met betrekking tot een te kiezen scenario in het Strategisch huisvestingsplan kent hetzelfde tijdspad als de begroting 2024. In deze begroting is dan ook de verwachte gemiddelde kostenstijging over de komende 10 jaar van scenaria 2A) meegenomen als structurele uitzetting (€ 1,3 miljoen). Dit was ook reeds opgenomen in de kaderbrief 2024 welke in het AB van 8 december 2022 is vastgesteld. Het niet benutte gedeelte van deze uitzetting wordt in de eerste jaren gedoteerd aan de bestemmingsreserve huisvesting, waarna deze kan vrijvallen op het moment dat de kosten werkelijk gemaakt worden. Hiermee zorgen we voor een geleidelijke verdeling van toekomstig oplopende kosten voor huisvesting. Scenario 2A is als stelpost doorgerekend in alle van toepassing zijnde tabellen, finetuning vindt plaats na definitieve besluitvorming op het scenario. Eventuele wijzigingen worden in de volgende begroting meegenomen. Huisvesting stedelijk gebied Voor huisvesting stedelijk gebied is vanaf de begroting 2023 reeds € 100.000 per jaar toegevoegd aan de begroting ter dekking van rentekosten voorbereidingskrediet. Na bestuurlijke besluitvorming in het eerste kwartaal 2023 met betrekking tot het afsluiten van de PvE fase en opstarten van de ontwerpfase wordt het benodigde voorbereidingskrediet, mogelijk in gedeelten, aangetrokken.
De eerder gevormde bestemmingsreserve huisvesting stedelijk gebied staat nog op de balans voor € 329 duizend. Voorgesteld wordt om deze gelden ook in 2023 en verder te blijven alloceren ten behoeve van voorbereidingskosten huisvesting. Met het vaststellen van het huisvestingsbeleid wordt de bestemmingsreserve huisvesting stedelijk gebied verbreed naar een bestemmingsreserve huisvesting.
De hierboven geschetste financiële ontwikkelingen zijn verwerkt in alle tabellen in deze begroting.
37
4.4 EMU-saldo Centraal Bureau voor de Statistiek
www.cbs.nl/kredo
Algemene gegevens: Overheidslaag: Berichtgevernaam: Berichtgevernummer: Jaar: Naam contactpersoon: Telefoon: E-mail: Bestandsnaam:
Omschrijving
Vragenlijst Berekening EMU-saldo Gemeenschappelijke Regeling EMU (0823)
Gemeenschappelijke Regeling EMU 0823 2023 Stephan Hoekman 0881624669 finbeleid@vrgroningen.nl EMU230050823.XLS
2022 x € 1000,-
2023 x € 1000,-
2024 x € 1000,-
Volgens realisatie tot en met sept. 2022, aangevuld met raming resterende periode
Volgens begroting 2023
Volgens meerjarenraming in begroting 2024
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
1.741
3.065
1.808
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
5.123
8.895
6.536
3.
Mutatie voorzieningen
-513
-500
-500
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa -3.895
-6.330
-5.228
Berekend EMU-saldo
Ruimte voor uw toelichting
38
5
Bijlagen
39
5.1
Taakvelden
Begroting 2024
VRG totaal
Taakveld (* € 1.000)
Baten
Brandweer Lasten
Saldo
Baten
Gemeentelijke kolom
Crisisbeheersing Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
GHOR
Lasten Saldo Baten
Lasten Saldo
0. Bestuur en ondersteuning 0.1 Bestuur
1.181
-1.181
1.181
-1.181
0.4 Overhead
180
11.767
-11.586
180
11.747
-11.567
0.5 Treasury
15
189
-174
15
189
-174
0.8 Overige baten en lasten
518
6
512
492
6
486
2.937
-2.937
2.937
-2.937
41.563
19.705
35.192
19.711
785
-785
785
-785
3.553
-3.553
55.590
-
0.10 Mutaties reserves
20 26
-20 26
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten 1. Veiligheid 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
61.268
54.903
3.105
3.112
-7
1.368
1.368
3.131
3.131
-
1.368
1.368
1.891
1.891
1.891
1.891
2. Verkeer, vervoer en waterstaat 2.1 Verkeer en vervoer
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 8.3 Wonen en bouwen Totaal
61.981
3.553
-3.553
61.981
-
55.590
-
-
Conform het BBV is hieronder een overzicht opgenomen met het verdelingsprincipe op basis waarvan de taakvelden over de programma's zijn verdeeld. Taakveld 0.1 Bestuur
Betreft kosten voor (ondersteuning) bestuur en accountantskosten.
0.4 Overhead
O.b.v. Notitie Overhead - juli 2016 Commissie BBV. Ondersteunende taken niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product behoren tot overhead. Dit zijn Planning en Control, Financiën, HRM, OR, Inkoop, Communicatie, Juridische zaken, Informatievoorziening en Automatisering, Facilitaire zaken, post/document verwerking en Huisvesting.
0.5 Treasury
Activiteiten ten aanzien van financiering en betalingsverkeer zoals rentebaten en rentelasten.
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
Geen sprake van vennootschapsbelasting binnen de Veiligheidsregio Groningen.
0.10 Mutaties reserves
Alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
Na resultaatbestemming is hier het jaarresultaat zichtbaar.
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
Alle reguliere taken van de brandweer en taken in verband met het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen, inclusief GHOR en Bevolkingszorg.
2.1 Verkeer en vervoer
Betreft bluswatervoorziening.
8.3 Wonen en bouwen
Advies, toetsing en handhaving van brandveiligheid.
41
5.2 Risico’s uit paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing De in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen risico’s zijn in 2022 geïnventariseerd en geactualiseerd. Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen worden risico’s met een incidenteel karakter inclusief een hoge kans van optreden meegenomen. Paraatheid vrijwilligers
Omschrijving
Risico Kans
Paraatheid is van groot belang voor een snelle en doeltreffende uitvoering van de brandweerzorg, en is in algemene zin een continu aandachtspunt. Om de paraatheid op een zo hoog mogelijk niveau te houden dan wel te krijgen, wordt er continu naar mogelijkheden gezocht ter verbetering. Deze verbeteringen worden gezocht op het gebied van personeel (boeien en binden van vrijwilligers, piketten), materieel en procedures, kazernes en organisatievormen. Door het uitrukken met afwijkende voertuigbezettingen te faciliteren (met onder meer slimme pagers en opleiding en oefenen) en te zorgen voor een netwerk van elkaar ondersteunende posten, worden zowel een snelle eerste uitruk als de benodigde slagkracht georganiseerd. 300.000 Hoog Omgevingswet
Omschrijving
Risico Kans
De inwerkingtreding van de Omgevingswet is vooralsnog voorzien op 1 juli 2023. De stelselherziening Omgevingswet brengt een intensieve taakverandering voor veiligheidsregio’s met zich mee op het gebied van risicobeheersing. Uit het Cebeon onderzoek volgt dat de Omgevingswet extra kosten met zich meebrengt voor veiligheidsregio’s die door het Rijk niet zijn voorzien. Zoals benoemd is de verwachting is dat deze nieuwe taken per saldo een extra inzet van minimaal 2,3 fte vragen van de VRG. Financiële vertaling wordt nog verwacht en de VRG is van mening dat extra taken door het Rijk gefinancierd moeten worden. 50.000 Middel Programma aardbevingen
Omschrijving
Risico Kans
Door het ontbreken van structurele dekking voor het programma aardbevingen is het opbouwen, maar vooral ook het borgen van adequate kennis binnen onze formatie een uitdaging. Door de provincie Groningen is voor 2023 een bijdrage toegezegd; Risico is dat voor de lange termijn geen dekking is voor deze werkzaamheden. 275.000 Middel Verzekeringen
Omschrijving Risico Kans
Met betrekking tot verzekeringen wordt landelijk gekeken of we eigen risicodrager kunnen worden. De verwachting is dat dit minder kosten met zich mee gaat brengen. Tot die tijd dragen wij zelf de kosten als de hardheidsclausule wordt toegepast. 250.000 Middel FLO
Omschrijving
Risico Kans
Er is in 2018 een nieuw landelijk FLO-akkoord gesloten tussen werkgevers en vakbonden. Dit geldt voor de beroepsmedewerkers van de brandweer die al voor 2006 een repressieve functie vervulden. Dit heeft geleid tot het vormen van een voorziening bij de jaarrekening 2019 van 15,2 mln. Het FLO-akkoord bevat een aantal onderdelen waar nog landelijke besluitvorming over moet plaatsvinden. Naar verwachting zullen de kosten voor FLO nog stijgen en niet beperkt blijven tot de gevormde voorziening in 2019. Met de gemeenten zijn financiële afspraken gemaakt over de verrekening van de FLO kosten tot en met 2024. De mogelijk relatief hoge cao-loonstijging in 2023 heeft ook impact op de FLO. De totale FLO-kosten zullen jaarlijks herrekend worden door een externe adviseur en de voorziening zal daarmee ook jaarlijks geactualiseerd worden. 2.000.000 Hoog Wet op de Veiligheidsregio's
Omschrijving
Risico Kans
Uit de evaluatie van de Wet op de Veiligheidsregio's is geconcludeerd dat de veiligheidsregio’s goed functioneren als het gaat om regionale branden, incidenten en crises. Maar omdat crises ingewikkelder worden en regionale grenzen overschrijden, is meer samenwerking nodig; tussen veiligheidsregio’s met crisispartners en met het Rijk. Daarom moet er, met behulp van een taskforce, een nieuwe wet komen die daarvoor zorgt. Ook binnen de VRG zien we nieuwe risico's, zoals cyber en klimaatverandering. De financiële effecten zijn op dit moment nog niet te overzien. PM Middel Taakdifferentiatie/WNRA Om de rechtspositie van de Nederlandse brandweervrijwilligers te laten voldoen aan de Europese deeltijdrichtlijn (gelijke werkzaamheden mogen niet ongelijk worden beloond) heeft een landelijke denktank naar mogelijkheden gekeken om het onderscheid tussen brandweervrijwilligers en beroepsbrandweer te vergroten. Daarbij werd in eerste instantie vooral gedacht aan taakdifferentiatie.
Omschrijving
Risico Kans
Uit nader juridisch onderzoek blijkt dat behoud van vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland in de kern mogelijk is binnen de huidige Europese wet- en regelgeving. Het is goed verdedigbaar dat taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht onder de voorwaarden dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid en het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps wordt verscherpt. Daarom wordt ingezet op het aanbrengen van onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte opkomst. Dat betekent dat er een einde komt aan kazernering en consignatie door vrijwilligers. Landelijk is de voorbereiding gestart om dit onderscheid aan te brengen. Implementatie zal naar verwachting in 2023 of 2024 gaan plaatsvinden. De extra kosten hiervoor zijn per Veiligheidsregio in kaart gebracht. PM Hoog
BON
43
Omschrijving
Risico Kans
De gevolgen van de coronacrisis en andere ontwikkelingen hebben grote druk op de huidige bedrijfsvoering van de BON Holding BV gelegd. Om te komen tot een toekomstbestendige BON is een aantal belangrijke, ingrijpende doch noodzakelijke opties uitgewerkt om de financiële situatie van de BON te verbeteren. De komende jaren wordt gestuurd op een efficiëntere bedrijfsvoering en een toekomstbestendige governance structuur. PM Hoog Onderhoud huisvesting
Omschrijving
De locaties en de bezetting van de huidige kazernes zijn vaak nog gebaseerd op de oude structuur van de gemeentelijke brandweren, maar passen niet altijd meer bij de huidige omgeving. Met de komst van de visie op de brandweerzorg 2030 en de strategische huisvestingsplannen is inzichtelijk gemaakt welke kazernes wanneer ver(nieuw)bouwd worden. Voor de bestaande brandweerkazernes nemen de onderhoudskosten toe. Daarnaast voldoen niet alle kazernes aan de arbo-eisen en in sommige situaties niet praktisch op te lossen. Daarom zullen we geforceerd soms tijdelijk acute voorzieningen moeten treffen. Met de huidige markt en klimaateisen zullen de kosten voor bouw en onderhoud hoger zijn dan initieel bedacht.
Risico Kans
550.000 Hoog
Cyber- en informatiebeveiliging Van de veiligheidsregio’s wordt verwacht dat zij ondersteuning bieden aan vitale organisaties bij (dreigende) verstoring of uitval en de openbare orde en veiligheid in gevaar komen. De veiligheidsregio’s kunnen zelf echter ook worden getroffen door storing en uitval. Omschrijving
De veiligheidsregio’s maken (nog) geen onderdeel uit van de Nederlandse vitale infrastructuur, zoals bijvoorbeeld de politie. Landelijk wordt verkend of de veiligheidsregio’s gekenmerkt kunnen worden als vitale aanbieder. Voor de veiligheidsregio’s betekent dit een verdere investering in de informatiebeveiliging per regio. De organisatorische en financiële gevolgen hiervan worden in kaart gebracht.
Risico
PM
Kans
Middel Cybercriminaliteit
Omschrijving
Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Er zijn verschillende vormen van cybercriminaliteit. Een onoplettende medewerker of een goed uitgevoerde vorm van cybercriminaliteit kan leiden tot problemen op financieel gebied, het verlies van productieve uren of tot grote privacy risico's. De kans hierop neemt toe.
Risico
PM
Kans
Middel
44
Huisvesting stedelijk gebied
Omschrijving
In maart 2022 is het haalbaarheidsonderzoek vastgesteld, waarmee de weg vrij is gemaakt om het Programma van Eisen (PvE) voor de twee in beeld zijnde locaties, het voormalig Arriva-terrein en Winschoterweg, op te stellen. Dit betekent verder onderzoek doen naar gezamenlijke huisvesting met de GGD en afspraken met de gemeente Groningen over de condities waaronder de benodigde locaties beschikbaar kunnen komen. De bestaande (verouderde) kazerne aan de Sontweg wordt voor bepaalde tijd gehuurd van de Gemeente Groningen, waarbij alleen noodzakelijk onderhoud wordt uitgevoerd. De huurkosten zijn op dit moment daarom laag, maar naar de toekomst toe niet reëel. De huisvesting brengt daarom extra kosten met zich mee.
Risico
PM
Kans
Hoog Corona, asiel- en vluchtelingencrisis
Omschrijving
De asiel- en vluchtelingencrisis, maar ook de nasleep van de coronacrisis, hebben een grote impact op de werkzaamheden van de VRG. De VRG werkt in de multidisciplinaire crisisorganisatie intensief samen met ketenpartners, levert een stevige bijdrage aan de risico- en crisiscommunicatie en complexe juridische advisering. De bestaande crisisstructuur is uitgebouwd naar datgene wat nodig is om de uitdagingen het hoofd te bieden; we acteren flexibel op de aard en de duur van deze crises. Voor de meerkosten van deze crises zijn landelijke compensatieregelingen. Zeker is dat de diverse crises impact hebben op onze reguliere bedrijfsvoering. Zo staat de vakbekwaamheid onder druk door het stilleggen van diverse opleidingsactiviteiten en zijn er minder vrijwilligers ingestroomd. We kunnen nog niet overzien wat dit betekent voor de langere termijn.
Risico
PM
Kans
Hoog
45
5.3 Investeringen Onderstaand een overzicht van de voorgenomen investeringen voor 2023 tot en met 2027: Omschrijving
Totale investeringen 2023-2027
2023
2024
2025
2026
2027
Bedrijfsgebouwen (incl. grond)
14.196.000
-
3.549.000
3.549.000
3.549.00
3.549.000
Voertuigen/vaartuigen
22.845.550
7.140.250
6.912.000
2.903.500
2.539.800
3.350.000
1.373.000
880.000
200.000
104.000
108.000
81.000
Inventaris rijdend materieel Materieel/materiaal
10.000
10.000
-
-
-
-
Persoonlijke bescherming middelen/kleding
4.884.300
1.666.000
-
2.929.300
54.000
235.000
ICT
1.656.500
187.500
150.000
350.000
236.000
733.000
44.965.350
9.883.750
10.811.000
9.835.800
6.486.800
7.948.000
90%
90%
90%
90%
80%
8.895.375
9.729.900
8.852.220
5.838.120
6.358.400
Totaal investeringen Realisatie index % Realisatie index in bedragen
39.674.015
Dit investeringsoverzicht is geactualiseerd in november 2022. Het investeringsplan gaat uit van vervanging van bestaand materieel en ICT-voorzieningen. In dit investeringsoverzicht is de gemiddelde investering vanuit het strategisch huisvestingsplan scenario 2A ingerekend vanaf 2023. Bestuurlijke besluitvorming op het strategisch huisvestingsplan loopt parallel aan dit begrotingstraject. Eventuele wijzigingen die daaruit voortvloeien zullen in de eerstvolgende begroting worden verwerkt. Het investeringsoverzicht is exclusief investeringen stedelijk gebied, deze wordt toegevoegd na separate besluitvorming hierover. Er is uitgegaan van actuele prijzen en bekende reguliere indexeringen uit (landelijke) contracten. Voor 2023 is voor het grootste gedeelte een indexatie gehanteerd van 6% (behalve waar andere contract gebonden percentages gelden), de jaren daarna is grotendeels gerekend met een percentage van 3%. Of dit afdoende gaat zijn voor de langere termijn valt nu nog niet te overzien. Gezien de onzekerheid in de planning van sommige investeringen rekenen we met een realisatie index van 90% voor de jaren 2023 t/m 2026 en voor de jaren daarna met een percentage van 80%.
Ontwikkeling kapitaallasten We zien een opwaartse druk op de kapitaallasten. De komende jaren verwachten we dat veel materieel, in het verleden aangeschaft door gemeenten, vervangen moet worden. Dit leidt tot een investeringspiek. Het naijleffect van de coronacrisis zorgt dat deze investeringspiek langer op zich laat wachten. Door de wereldwijde problemen zijn grote problemen ontstaan in de beschikbaarheid van grondstoffen. Er is schaarste in halffabricaten en in productiecapaciteit. Dit zorgt voor enorme prijsstijgingen en veel langere (tot niet af te geven) levertijden. Het in stand houden van het bestaande areaal met het beschikbare budget vereist een strakke sturing. Met de invoering van de egalisatiereserve kapitaallasten hebben we een goede stap in die richting gemaakt, hierdoor creëren we stabiliteit in de begroting en is er geen sprake van mutaties in gemeentelijke bijdragen. Er is geen ruimte voor nieuwe ontwikkelingen die leiden tot uitzetting. We hanteren hiervoor de afspraken die gemaakt met het bestuur in de financiële verordening.
46
5.4 Gemeentelijke bijdrage
Bijdrage 2024 primitief Inwoners dec-22 Inwonerbijdrage 2023-actueel Indexatie/effect aanpassing inwonersaantal / OOV Inwonerbijdrage 2024-primitief Eemsdelta Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Het Hogeland Westerkwartier Groningen Westerwolde Midden Groningen Totaal
GHOR
Crisis beheersing
Gemeentelijke Kolom
Brandweer
3,30%
€ 0,81 € 0,07
€ 1,17 € 0,09
€ 2,14 € 0,17
€ 73,26 € 6,29
45.389 38.521 12.196 31.851 27.466 48.022 64.306 234.950 26.571 60.898 590.170
€ 0,88 39.844 33.815 10.706 27.960 24.110 42.155 56.450 206.245 23.325 53.458 518.067
€ 1,27 57.481 48.783 15.445 40.336 34.783 60.815 81.437 297.541 33.650 77.121 747.393
€ 2,32 105.133 89.225 28.249 73.776 63.619 111.232 148.950 544.209 61.546 141.056 1.366.996
€ 79,55 2.858.376 2.576.497 709.904 1.970.035 1.613.865 4.303.951 4.319.994 22.512.322 1.760.436 4.324.244 46.949.624
Totaal actuele gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio in 2024
Vergelijking begroting 2023 actueel
3.060.834 2.748.320 764.305 2.112.106 1.736.378 4.518.153 4.606.831 23.560.318 1.878.956 4.595.880 49.582.080
2.948.319 2.647.242 736.229 2.034.478 1.672.589 4.351.631 4.437.394 22.691.619 1.809.857 4.426.770 47.756.128
De bijdragen aan de GHOR, crisisbeheersing en de gemeentelijke kolom worden bepaald aan de hand van het aantal inwoners. De bijdrage aan het programma brandweer en is naar een verdeelsleutel op basis van het aandeel voor brandweerzorg in het gemeentefonds.
47
Toelichting VRG mutatie bijdrage 2023 act-2024 prim VRG 2023 actueel
Indexatie VRG
Verandering B&R sleutel
Actualisatie Inwoneraantal
3,30%
Eemsdelta Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Het Hogeland Westerkwartier Groningen Westerwolde Midden Groningen
2.948.319 2.647.242 736.229 2.034.478 1.672.589 4.351.631 4.437.394 22.691.619 1.809.857 4.426.770
97.295 87.359 24.296 67.138 55.195 143.604 146.434 748.823 59.725 146.083
Totaal
47.756.128
1.575.952
-
-
-
Minus standaard bijdrage FLO € 1.050.000
Uitzetting bijdrage conform kaderbrief 2024
-63.926 -57.622 -15.877 -44.059 -36.093 -96.255 -96.614 -503.474 -39.371 -96.709
79.146 71.341 19.657 54.549 44.687 119.173 119.617 623.349 48.745 119.735
3.060.834 2.748.320 764.305 2.112.106 1.736.378 4.518.153 4.606.831 23.560.318 1.878.956 4.595.880
112.515 101.078 28.076 77.628 63.789 166.522 169.437 868.698 69.099 169.109
1.050.000-
1.300.000
49.582.080
1.825.952
VRG 2024 primitief
Mutatie bijdrage 2023 actueel 2024 primitief
In de geactualiseerde begroting 2023 zijn de effecten van veranderingen in de herijking gemeentefonds, de B&R sleutel en inwonersaantal meegenomen op basis van de Cebeon rapportage. Voor de beleidsbegroting 2024 en verder is dezelfde verdeelsleutel gehanteerd als voor de geactualiseerde begroting 2023.
48
Meerjarenbeeld 2025 Inwoners dec-22 Inwonerbijdrage 2024-primitief Indexatie Inwonerbijdrage 2025-primitief Eemsdelta (Delfzijl, Appingedam, Loppersum) Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Het Hogeland (De Marne, Bedum, Winsum, Eemsmond) Westerkwartier (Marum, Grootegast, Zuidhorn, Leek) Groningen (Ten Boer, Haren, Groningen) Westerwolde (Bellingwedde, Vlagtwedde) Midden Groningen (H-S, Menterwolde, Slochteren) Totaal
GHOR
Crisis beheersing
Gemeentelijke Kolom
Brandweer
3,24%
€ 0,88 € 0,03
€ 1,27 € 0,04
€ 2,32 € 0,08
€ 79,55 € 2,58
45.389 38.521 12.196 31.851 27.466 48.022 64.306 234.950 26.571 60.898 590.170
€ 0,91 41.135 34.910 11.053 28.866 24.892 43.521 58.279 212.928 24.080 55.190 534.853
€ 1,31 59.343 50.364 15.945 41.643 35.910 62.786 84.076 307.182 34.740 79.620 771.609
€ 2,39 108.540 92.116 29.165 76.166 65.680 114.836 153.776 561.841 63.540 145.627 1.411.286
€ 82,13 2.950.987 2.659.976 732.905 2.033.864 1.666.155 4.443.399 4.459.961 23.241.721 1.817.474 4.464.349 48.470.792
Totaal gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio in 2025
3.160.005 2.837.366 789.068 2.180.539 1.792.636 4.664.541 4.756.092 24.323.672 1.939.835 4.744.786 51.188.540
Voor de berekening zijn wij uitgegaan van gelijkblijvend inwoneraantal en gelijkblijvende verdeelsleutel. Daarnaast is een algemene indexering van 3,24 % meegenomen.
49
Meerjarenbeeld 2026 Inwoners dec-22 Inwonerbijdrage 2025-primitief Indexatie Inwonerbijdrage 2026-primitief Eemsdelta (Delfzijl, Appingedam, Loppersum) Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Het Hogeland (De Marne, Bedum, Winsum, Eemsmond) Westerkwartier (Marum, Grootegast, Zuidhorn, Leek) Groningen (Ten Boer, Haren, Groningen) Westerwolde (Bellingwedde, Vlagtwedde) Midden Groningen (H-S, Menterwolde, Slochteren) Totaal
GHOR
Crisis beheersing
Gemeentelijke Kolom
Brandweer
2,92%
€ 0,91 € 0,03
€ 1,31 € 0,04
€ 2,39 € 0,07
€ 82,13 € 2,40
45.389 38.521 12.196 31.851 27.466 48.022 64.306 234.950 26.571 60.898 590.170
€ 0,93 42.336 35.930 11.376 29.708 25.618 44.792 59.980 219.145 24.784 56.801 550.470
€ 1,35 61.076 51.834 16.411 42.859 36.959 64.619 86.531 316.151 35.754 81.945 794.140
€ 2,46 111.709 94.806 30.016 78.390 67.598 118.189 158.267 578.247 65.395 149.879 1.452.496
€ 84,53 3.037.156 2.737.647 754.306 2.093.253 1.714.806 4.573.146 4.590.192 23.920.380 1.870.545 4.594.708 49.886.139
Totaal gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio in 2026
3.252.277 2.920.217 812.109 2.244.210 1.844.981 4.800.746 4.894.970 25.033.923 1.996.478 4.883.334 52.683.245
Voor de berekening zijn wij uitgegaan van gelijkblijvend inwoneraantal en gelijkblijvende verdeelsleutel. Daarnaast is een algemene indexering van 2,92 % meegenomen
50
Meerjarenbeeld 2027 Inwoners dec-22 Inwonerbijdrage 2026-primitief Indexatie Inwonerbijdrage 2027-primitief Eemsdelta (Delfzijl, Appingedam, Loppersum) Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Het Hogeland (De Marne, Bedum, Winsum, Eemsmond) Westerkwartier (Marum, Grootegast, Zuidhorn, Leek) Groningen (Ten Boer, Haren, Groningen) Westerwolde (Bellingwedde, Vlagtwedde) Midden Groningen (H-S, Menterwolde, Slochteren) Totaal
GHOR
Crisis beheersing
Gemeentelijke Kolom
Brandweer
2,92%
€ 0,93 € 0,03
€ 1,35 € 0,04
€ 2,46 € 0,07
€ 84,53 € 2,47
45.389 38.521 12.196 31.851 27.466 48.022 64.306 234.950 26.571 60.898 590.170
€ 0,96 43.572 36.979 11.708 30.576 26.366 46.100 61.732 225.544 25.507 58.460 566.544
€ 1,38 62.859 53.348 16.890 44.111 38.038 66.506 89.058 325.383 36.798 84.338 817.328
€ 2,53 114.971 97.574 30.893 80.679 69.572 121.640 162.888 595.132 67.305 154.255 1.494.909
€ 87,00 3.125.841 2.817.586 776.332 2.154.376 1.764.879 4.706.682 4.724.226 24.618.855 1.925.165 4.728.874 51.342.814
Totaal gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio in 2027
3.347.243 3.005.487 835.822 2.309.741 1.898.855 4.940.928 5.037.903 25.764.914 2.054.775 5.025.927 54.221.596
Voor de berekening zijn wij uitgegaan van gelijkblijvend inwoneraantal en gelijkblijvende verdeelsleutel. Daarnaast is een algemene indexering van 2,92 % meegenomen.
51