05-09 Bijlage 8 - Concept Beleidsbegroting 2024
Tekst van het document
Beleidsbegroting 2024 Veiligheidsregio Groningen
Inhoudsopgave Voorwoord
3
1
Inleiding
4
1.1
Landelijke ontwikkelingen
1.2
Regionale ontwikkelingen
7
1.3
Leeswijzer
9
2 Programmaplan
4
10
2.1
De opdracht
10
2.2
Brandweerzorg
11
2.3
Crisisbeheersing
15
2.4
Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)
18
2.5
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)
20
2.6
Overhead
22
3 Paragrafen
23
3.1
Gemeentelijke bijdragen en Lokale heffingen
3.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
23
3.3
Onderhoud kapitaalgoederen
28
3.4
Financiering
28
3.5
Bedrijfsvoering
30
3.6
Verbonden partijen
31
4 Overzicht van baten en lasten
23
32
4.1
Overzicht baten en lasten per totaal en per programma
32
4.2
Geprognosticeerde balans
34
4.3
Toelichting meerjarenraming
35
4.4
EMU-saldo
38
5 Bijlagen
39
5.1
Taakvelden
40
5.2
Risico’s uit paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
42
5.3
Investeringen
46
5.4
Gemeentelijke bijdrage
47
Voorwoord Voor u ligt de beleidsbegroting 2024 van Veiligheidsregio Groningen. Deze begroting is opgesteld in lijn met wat met ons bestuur is afgesproken tijdens de bestuurdersdag van Veiligheidsregio Groningen op 13 oktober 2022 en tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur op 8 december 2022. In de begroting behandelen we de programma’s Brandweerzorg, Crisisbeheersing, Gemeentelijke Kolom Groningen en GHOR. De jaarstukken 2022 hebben inzicht gegeven in de ontwikkelingen die Veiligheidsregio Groningen in 2022 heeft doorgemaakt. De oorlog in Oekraïne bracht een vluchtelingenstroom op gang, ook richting ons land. De veiligheidsregio coördineerde de opvang in onze regio. Voor Groningen een extra opgave boven op de aanhoudende opvangcrisis in de asielketen waarvoor onze crisisorganisatie opschaalde naar GRIP-1 en in de tweede helft van het jaar GRIP4, toen de crisis ook landelijk als zodanig werd gezien. De in de coronacrisis en het aardbevingsdossier opgedane kennis en ervaring, met het principe van de flexibele opschaling, konden we wederom toepassen in de casuïstiek rond het aanmeldcentrum in Ter Apel en de (crisis)noodopvang in Marnewaard en Zuidbroek. Maar ook op het gebied van de maatschappelijke onrust die in 2022 in onze regio zeker niet afnam; denk aan de boerenprotesten. In alle gevallen heeft u gezien dat wij werken vóór en mét de gemeenten.
In de toekomst zullen wij steeds weer de verbinding met de gemeenten en onze netwerkpartners blijven zoeken. We zullen actief investeren in een goede informatiepositie van de nieuwe raadsleden. Een jaar na het aantreden van het kabinet Rutte IV staan we aan de vooravond van ingrijpende wijzigingen in het domein van de veiligheidsregio’s. De grootschalige ontwikkelingen op het gebied van langdurige crises en informatieveiligheid hebben reeds geresulteerd in een structurele ophoging van de landelijke BDUR-gelden voor de veiligheidsregio’s. De impact van de ontwikkelingen op de organisatie en de financiële vertaling ervan zullen in de loop van 2023 zichtbaar worden. Dit geldt specifiek voor de sectoren Crisisbeheersing, Risicobeheersing en Bedrijfsvoering. Uiteraard wordt ingezet op eventuele synergievoordelen voor de sector Brandweerzorg in dit traject. Zeker omdat vanuit de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s door de RCDV wordt gestuurd op de preparatie van de brandweer op landelijke thema’s als industriële en technologische ontwikkelingen, energietransitie en klimaatadaptatie. In 2023 en daarna gaan we verder met de implementatie van onze eigen visie Brandweerzorg. In het najaar van 2022 heeft uw bestuur ingestemd met het organisatieplan en het dekkingsplan die daarmee samenhangen.
Na het doorlopen van het zienswijzentraject met de gemeenteraden is de definitieve vaststelling voorzien in de zomer van 2023. In 2023 wordt ook de visie Crisisbeheersing afgerond. Het daaruit voortvloeiende organisatieplan wordt in 2024 geïmplementeerd. Met betrekking tot de Omgevingswet is het goed nog eens te vermelden dat de geplande invoering van deze wet is voorzien op 1 januari 2024. We spreken hier opnieuw de veronderstelling uit dat de voor de veiligheidsregio’s benodigde middelen dan ook beschikbaar komen. Ondertussen gaat de preparatie op de invoering van de wet door. In 2023 willen wij het strategisch vastgoedbeleid afronden met ons bestuur, een plan voor alle 39 posten inclusief het stedelijk gebied. In het stedelijk gebied zullen we dat combineren met het samenbrengen van de kantoorfuncties van Veiligheidsregio Groningen en de GGD Groningen. Veiligheidsregio Groningen bewijst zich in deze onvoorspelbare tijden als een lenige organisatie. Onze medewerkers zetten zich daar iedere dag voor in. Wij zijn lean georganiseerd, wij zijn flexibel en bewegen gemakkelijk mee, ook in financieel opzicht, steeds weer gebaseerd op solidariteit en commitment van onze tien gemeenten. In deze beleidsbegroting lichten we de inhoudelijke ontwikkelingen en thema’s verder toe.
Ook leest u welke gevolgen die hebben voor de programma’s van de verschillende onderdelen van onze organisatie. Wilma Mansveld Directeur Veiligheidsregio Groningen 3
1
Inleiding
De begroting voor 2024 bestaat uit een algemeen deel met relevante landelijke en regionale ontwikkelingen, inhoudelijke ontwikkelingen per programma en een bijbehorende financiële kaders. De ontwikkelingen die een grote impact op de VRG hebben, worden besproken in het algemene gedeelte en daarnaast worden in de programma’s nog specifieke ontwikkelingen geduid. De hieronder beschreven ontwikkelingen zijn autonome ontwikkelingen.
1.1
Landelijke ontwikkelingen
Evaluatie Wet Veiligheidsregio’s Het Kabinet heeft naar aanleiding van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio de doelstelling geformuleerd om met behoud van het goede, zo spoedig mogelijk, te komen tot een toekomstbestendig, samenhangend stelsel voor Crisisbeheersing en Brandweerzorg. De uitwerking van deze doelstelling is te vinden in de Contourennota. Het doel voor crisisbeheersing is om te komen tot een betere voorbereiding op toekomstige (langdurige) (bovenregionale) crises door het fundament te versterken en te investeren in het netwerk, uitvoeringscapaciteit, platform en de informatiefunctie. In 2023 wordt mede op basis van de uitgangspunten, zoals weergegeven in de contourennota, een nieuwe visie op Crisisbeheersing opgesteld met een bijbehorend organisatieplan. Deze plannen en de daadwerkelijke transitie van Crisisbeheersing worden in 2024 verder vormgegeven. Voor Brandweerzorg zijn diverse landelijke opgaves benoemd waarvoor de Veiligheidsregio’s gedeelde verantwoordelijkheid moeten nemen. De brandweer van de toekomst moet voorbereid zijn op nieuwe (grote) incidenten buiten de eigen veiligheidsregio en hiervoor voldoende capaciteit en slagkracht hebben om kwalitatief hoogwaardige lokale en regionale basisbrandweerzorg te bieden.
Bovenregionale en landelijke opgaven vragen echter wel om landelijke financiering en leiden daardoor niet tot uitzetting van de begroting van de Veiligheidsregio’s. Daarbij wordt ook het informatiemanagement VRG-breed onder de loep genomen. Goede en veilige informatievoorziening is essentieel om alle crisispartners in diverse fases van een crisis te laten beschikken over de juiste informatie.
Toekomstbestendig brandweerstelsel en rechtspositie brandweervrijwilligers Door een uitspraak van het Europese Hof dat gelijke werkzaamheden niet ongelijk beloond mogen worden, leek invoering van verplichte taakdifferentiatie tussen beroepsbrandweermensen en brandweervrijwilligers lang onvermijdelijk. Met grote gevolgen voor het brandweerstelsel, dat voor ruim 80% uit vrijwilligers bestaat. Na juridisch onderzoek is geconcludeerd dat taakdifferentiatie waarschijnlijk niet nodig is, mits duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen verplichte en niet-verplichte opkomst door respectievelijk beroeps en vrijwilligers. De huidige vorm van consignatie en kazernering van vrijwilligers zou dan moeten stoppen. De landelijke ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’ heeft daarom een implementatieplan gemaakt voor het afschaffen van consignatie en kazernering van brandweervrijwilligers. Randvoorwaarde voor de implementatie is dat de minister van Justitie en Veiligheid als stelselverantwoordelijke alle structurele en incidentele kosten die hieruit voortvloeien voor haar rekening neemt. Ook moet er een uitzondering op de Arbeidstijdenwet worden gemaakt. De VRG zal pas concrete stappen zetten als er landelijk overeenstemming is bereikt over hoe de implementatie gaat gebeuren en hoe dit wordt gefinancierd.
Daarnaast staat de VRG voor de uitdaging om het aantoonbaar onverplichte karakter van brandweervrijwilligheid te verenigen met de ambitie om als brandweerorganisatie altijd paraat te zijn.
Werkgeverschap Op het gebied van werkgeverschap is er sprake van samenhangende ontwikkelingen die de komende jaren kaderstellend zijn. Vanuit de werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio’s (WVSV) is het doel om zo dicht mogelijk aangesloten te blijven op de gemeentelijke CAO, en voor de brandweer en crisisbeheersing waar nodig aanvullende arbeidsvoorwaarden overeen te komen met de vakbonden. Dat is ook de insteek voor de onderhandelingen met de vakbonden over de herziening van de arbeidsvoorwaardenregeling 2023. We verwachten voor 2023 een significante loonstijging. Hierbij is het relevant om op te merken dat WVSV (nog) niet te 4
maken heeft met de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgegaan.
Verzekeringen Er zijn gezamenlijk afspraken gemaakt door de veiligheidsregio’s betrevende de verzekeringen. In 2022 is het expertisebureau Risicobeheer opgericht en zijn eerste stappen gezet om te komen tot een landelijke regeling aanspraken na dienstongevallen. In 2023 vindt de aanbesteding voor de ongevallenverzekering plaats en wordt verder gewerkt aan het inrichten van de gezamenlijke verzekeringsfunctie en de oprichting van een waarborgfonds. Insteek is dat vanaf 2024 een landelijke werkwijze wordt gehanteerd. Vanwege inkoopvoordelen verwachten we voor de VRG een lagere premie vanaf 2024.
Tweede loopbaanbeleid De belangrijkste afspraak is het uitoefenen van de functie beroepsmedewerkers voor maximaal 20 jaar. Tussen werkgevers en werknemers zijn op landelijk niveau afspraken gemaakt rondom de bezwaardheid van repressieve brandweerfuncties, specifiek de beroepsbrandweer. Medewerkers kunnen tot er nieuwe afspraken zijn gemaakt over herziening van de arbeidsvoorwaardenregeling onder voorwaarden wel een verzoek indienen tot uitstel van de maximale termijn van het vervullen van de bezwarende functie van 20 jaar. Dit geldt dus ook voor VRGmedewerkers, waarbij het herijkte VRG-beleid deze ruimte ook al bood. De VRG heeft zich voorbereid op toenemende uitstroom in de periode na 2026 conform het beleid van 2006. Hierin is aandacht voor duurzame inzetbaarheid en breed loopbaanbeleid, wetende dat een repressieve functie doorgaans niet tot de pensioengerechtigde leeftijd kan worden uitgevoerd.
Omgevingswet De geplande invoering van de Omgevingswet is voorzien op 1 januari 2024. De consequenties daarvan worden steeds duidelijker en de Omgevingswet brengt een intensieve taakverandering voor veiligheidsregio’s op het gebied van risicobeheersing. De stelselherziening Omgevingswet geeft daarmee een structurele verandering in tijd en kosten die de veiligheidsregio’s besteden aan taken op het gebied van risicobeheersing, benoemd in het Cebeon rapport van 12 maart 2021.
Informatieveiligheid (BIO)/ Cybercrime Het huidig tijdsgewricht vraagt om een adequate aanpak van informatieveiligheid en cybercrime. In 2022 is begonnen met een aanpak gericht op het worden van BIO-compliant (Baseline Informatieveiligheid Overheid) medio 2024. Hiervoor zullen nog de nodige inspanningen moeten worden gepleegd waaronder het realiseren van een Security Operations Center (SOC) en het implementeren van een Computer Emergency Respons Team (CERT). Naar verwachting worden deze voorzieningen landelijk opgepakt en zullen medio 2025 zijn beslag krijgen. In de tussentijd zal de VRG zelf de nodige maatregelen moeten nemen in het kader van informatieveiligheid en cyberweerbaarheid. Daarnaast is het voornemen dat de veiligheidsregio’s deel gaan nemen aan de landelijke Veiligheidsstructuur en aangemerkt worden als vitale organisatie. Vanwege de status 'vitaal' dienen informatieveiligheid en privacy nog strikter te worden ingeregeld, waaronder autorisaties, (bedrijfs)continuïteit en toegangsbeveiliging.
Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2) Informatiemanagement op orde is een belangrijk onderdeel van de doelen uit de contourennota en cruciaal bij het managen van een crisis. KCR2 ondersteunt en versterkt de samenwerking tussen veiligheidsregio’s en Rijkspartners, met name op het vlak van informatiemanagement en coördinatie in bovenregionale crisisbeheersing, in lijn met de uitgangspunten zoals in de contourennota beschreven over bovenregionale samenwerking. Doelstelling van het programma KCR2 is dat eind 2024 alle regio’s via een (inter)regionaal informatieknooppunt zijn aangesloten op het landelijke informatieknooppunt. Deze knooppunten zijn volgens afgesproken standaarden, normen en architectuur ingericht. Naast een technische inrichting is er een 24/7 actieve organisatie nodig die snel opgeschaald kan worden. De veiligheidsregio’s moeten daarvoor bekwame menskracht beschikbaar en getraind hebben. Dit zal in 2024 onderdeel zijn van het hoofdproces vakbekwaamheid.
5
Nieuwe Openbare orde en Veiligheidsarchitectuur (NOOVA) Naar aanleiding van de behoefte aan een toekomstbestendige, robuuste , veilige en missiekritische communicatievoorziening, inclusief alarmering, en de eindigheid van het C2000 netwerk, is er in opdracht van de Minister van Justitie en Veiligheid een programma gestart gericht op de aanschaf en inrichting van een nieuw informatie- en communicatiesysteem voor de hulpdiensten, waaronder de brandweer. Met de vervanging van het huidig systeem worden ook aspecten rondom vernieuwing en verbetering meegenomen opdat hulpverleners hun werk beter en veiliger kunnen doen. Doel is dat hulpverleners altijd en overal met elkaar kunnen communiceren en informatie verzamelen, analyseren en delen. Zowel op straat, onderweg als in de meldkamer. De vervanging van het huidige C2000-systeem wat nu gebruikt wordt is onvermijdelijk en urgent en zal de nodige (technologische) veranderingen met zich meebrengen, waaronder de vervanging van de portofoons, mobilofoons en pagers. Het huidig C2000 is beperkt tot status- en spraakcommunicatie. Bij het nieuwe systeem zullen ook beelden en andere data met elkaar gedeeld kunnen worden. De verwachting is dat dit in de periode 2027 – 2030 zijn beslag zal gaan krijgen. De collectieve kosten komen voor rekening van het rijk.
Wel zullen te zijner tijd pilots en de vervanging van randapparatuur de nodige investeringen van de VRG gaan vragen.
Verbreding van het risicoprofiel Via samenwerking tussen de programma’s GHOR, GKG, CB en BWZ wil de VRG vroegtijdig ontwikkelingen aanduiden die mogelijk een bedreiging vormen voor de stabiliteit en veiligheid van de samenleving. Dit stelt ons in staat om ons voor te bereiden op nieuwe risico’s die onder andere voortkomen uit de gedigitaliseerde samenleving, het veranderende klimaat, technologische ontwikkelingen en de maatschappelijke effecten die deze risico’s kunnen hebben. De inzet op deze, voor risicobeheersing, verbreding van werkzaamheden op bedreigingen is nog niet voorzien in deze beleidsbegroting. Deze volgt uit de verkenning die we in 2023 uitvoeren.
Crisisorganisatie en preparatie De asiel- en vluchtelingencrisis, maar ook de nasleep van de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne, hebben een grote impact op de werkzaamheden van VRG. VRG werkt in de multidisciplinaire crisisorganisatie intensief samen met ketenpartners, levert een stevige bijdrage aan de risico- en crisiscommunicatie en complexe juridische advisering. De bestaande crisisstructuur is uitgebouwd naar datgene wat nodig is om de uitdagingen het hoofd te bieden; we acteren flexibel op de aard en de duur van deze crises. Voor de meerkosten van deze crises zijn landelijke compensatieregelingen. Zeker is dat de diverse crises impact hebben op onze reguliere bedrijfsvoering. Zo staat de vakbekwaamheid onder druk door het stilleggen van diverse opleidingsactiviteiten en zijn er minder vrijwilligers ingestroomd. We kunnen nog niet overzien wat dit betekent voor de langere termijn.
6
1.2
Regionale ontwikkelingen
Brandweer Opleidingen Noord (BON) De drie noordelijke veiligheidsregio’s werken samen op het gebied van opleiden en oefenen ten behoeve van de brandweer. Hiervoor is in het verleden de stichting Brandweeropleidingen Noord (BON) opgericht. De BON verzorgt brandweeronderwijs en realistische trainingen. De huidige (bestuurlijke) constructie en governance van de BON brengt significante beperkingen met zich mee voor een stabiele en toekomstbestendige bedrijfsvoering. De BON heeft last van de onmogelijkheid investeringen zelf te financieren en van de afhankelijkheid van de vraag naar opleidingen van de regio’s. Ook is de vraag gesteld of de huidige constructie en governance met een stichtingsbestuur nog aansluit op de actuele inrichting van en de gewenste verbinding met de veiligheidsregio’s. De drie regionaal commandanten zijn daarom een onderzoek gestart naar de wijze waarop het opleiden van repressief brandweerpersoneel en het faciliteren van realistische trainingen voor de veiligheidsregio’s Drenthe, Fryslân en Groningen in de toekomst het beste vormgegeven kan worden. Het huidige budget is het uitgangspunt voor het onderzoek.
Meldkamer Noord-Nederland De Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) vormt vanaf 2023 een landelijk netwerk van tien meldkamers, die technisch met elkaar zijn verbonden en elkaars taken kunnen overnemen. De Meldkamer Noord Nederland (MNN) is een van deze tien meldkamers en is onlangs deel van de LMS geworden en aangesloten op de technische infrastructuur van de LMS. De LMS beheert voor alle hulpdiensten de meldkamers en doet dit als zelfstandig onderdeel binnen de politieorganisatie met een eigen sturing, budget en medewerkers. Tot de vorming van de LMS kende de MNN op 3Noord niveau een zelfstandig besturingsmodel. De wijziging van een zelfstandig bestuur naar de LMS en de ontwikkeling van crisisbeheersing in het meldkamerdomein zorgt voor herziening van de bestaande convenanten met betrekking tot de meldkamerfuncties. In het nieuwe convenant tussen de drie noordelijke veiligheidsregio’s worden de (beleids-)ontwikkelingen van de afgelopen jaren opgenomen en de daarover reeds gemaakte afspraken geformaliseerd. Dit betreft onder andere de opname van crisisbeheersing binnen de werkprocessen van de meldkamer zoals de (uitbreiding van de) functie Calamiteiten-coördinator (CaCo) waarvan de huidige financiële en mogelijk ook de personele bijdrage zal veranderen per 1 januari 2024.
Naast de CaCo-functie worden nog een aantal andere functies op de meldkamer gefinancierd vanuit de Veiligheidsregio’s. Deze functies, inclusief financiering, zijn onderwerp van gesprek voor het convenant meldkamerfunctie conform artikel 35, lid 3 Wvr. Dit convenant zal in 2023 worden vastgesteld waarna de implementatieperiode in 2024 zal plaatsvinden.
Aardbevingen Ondanks de aangekondigde sluiting van het Groningen gasveld, wordt de regio nog lang geconfronteerd met aardbevingen en de effecten daarvan. Deze effecten; maatschappelijke onrust en effecten op de gezondheid, die de schadeafhandeling en versterkingsoperatie met zich meebrengen, zijn nog steeds aanwezig in onze regio. De VRG heeft een wettelijke adviesrol over de gaswinning en is naar verwachting ook in 2024 nog lid van de regionale kopgroep gaswinning en aardbevingen. De ambitie is om te blijven inzetten voor de veiligheid, gezondheid, weerbaarheid en veerkracht van de inwoners in regio Groningen. Zo worden in 2024 dorps- en buurtbijeenkomsten georganiseerd vanuit de campagne Eerste Hulp Ben Jij met als doel de zelf- en samenredzaamheid van de inwoners te stimuleren. Ook wordt de samenwerking met gemeenten en bedrijven versterkt op het gebied van risico- en crisiscommunicatie. Verder wordt er voortgebouwd op het uitdragen van de handelingsperspectieven voor hulpverleners voor het omgaan met burgerinitiatieven bij rampen en crises die in 2023 ontwikkeld worden en blijft het werken aan het versterken van de mentale veerkracht van onze hulpverleners een speerpunt. In 2023 zal oefening georganiseerd worden met een aardbevingsscenario waarvan de leerpunten in 2024 mogelijk leiden tot herziening van het Incidentbestrijdingsplan Aardbevingen.
Tot slot wordt in 2024 het lesprogramma Aardbevingenwijzer aangeboden aan scholen in het aardbevingsgebied. Veiligheidsregio Groningen financiert deze activiteiten vanuit subsidiegelden van het Nationaal Programma Groningen. Daarnaast worden gesprekken gevoerd over financiering met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Klimaat Ook regio Groningen kan de komende decennia steeds vaker en heftiger geconfronteerd worden met de gevolgen van klimaatverandering. In 2024 wordt er verder gewerkt aan de verdere preparatie op klimaat gerelateerde risico’s als overstromingen, extreem weer, hittestress en droogte. Naast de preparatie van de 7
crisisorganisatie wordt ingezet op klimaatadaptatie door in regionaal verband samen te werken aan de preventie en mitigatie van de mogelijke gevolgen van klimaatverandering. Het bestuur ontvangt advies, er wordt gezorgd voor actuele planvorming, er wordt gewerkt aan vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen en inwoners ontvangen informatie en handelingsperspectieven in het geval van bijvoorbeeld overstromingen en extreem weer.
Energietransitie De VRG wil de energietransitie mede mogelijk maken, maar wel op een veilige manier. Daarom is er aandacht nodig voor de veiligheidsconsequenties van de energietransitie. De VRG doet dit door middel van vroegtijdige advisering en de inbreng van doordachte risicobeheersing bij beleidskeuzes, door het verzamelen en delen kennis en ervaringen. Zowel met de buurregio’s als bij de stakeholders. De stakeholders op het gebied van energietransitie zijn gemeenten, provincie, infraproviders, nutsbedrijven, onderwijsinstellingen, netbeheerders en brancheorganisaties. De VRG denkt als adviseur én kennispartner graag vooraf mee over mogelijke risico’s van nieuwe energiebronnen beheersbaar te houden.
Vastgoed Er wordt gewerkt aan het integraal in beeld krijgen van de totale vastgoedopgave waar de VRG voor staat de komende jaren. Voor de vervanging van de huisvesting aan de Sontweg is in maart 2022 het haalbaarheidsonderzoek vastgesteld. Daarmee werd de weg vrijgemaakt om het Programma van Eisen (PvE) voor de twee in beeld zijnde locaties “Arriva” en Winschoterweg op te gaan stellen. Dit betekende verder onderzoek doen naar gezamenlijke huisvesting met de GGD en afspraken maken met de gemeente Groningen over de condities waaronder de benodigde locaties beschikbaar kunnen komen. Voor de twee locaties zijn in 2022 Programma’s van Eisen ontwikkeld, is de investeringsraming herijkt en zijn de bijbehorende exploitatie effecten verkend. Daarnaast zijn met de gemeente Groningen de condities met betrekking tot de verwerving van de noodzakelijke locaties doorgenomen. Ook zijn procesvoorstellen opgesteld voor de selectie van zowel de ontwerpende partij als het noodzakelijk in te huren project- en bouwmanagement. Naar verwachting zal in de loop van 2023 het resultaat hiervan bestuurlijk kunnen worden voorgelegd, waarna de ontwerpfase een aanvang kan nemen. Daartoe dient een voorbereidingskrediet te worden vastgesteld. Met de (rente)kosten daarvan is vanaf de begroting 2023 reeds rekening gehouden.
Een realisatiebesluit met bijbehorend investeringskrediet is pas in de loop van 2025 te verwachten. De nieuwbouw zal op deze wijze op zijn vroegst rond 2028 in exploitatie komen. Vanaf dat moment dient in de begroting rekening gehouden te worden met de reële kosten van een hedendaagse (brandweer)organisatie. Vanwege de in de huidige huur verdisconteerde beperkte onderhoudshorizon voor de Sontweg is hier momenteel geen sprake van. Dit zal in de toekomst leiden tot een forse financiële opgave. Het uitgangspunt voor de huisvestingstrategie in de regio is een aanpak van 1 kazerne per jaar op het midden kwaliteit niveau (scenario 2A). Zo kan er binnen een verantwoord tijdsbestek niet alleen een zelfbewuste uitstraling van de verschillende kazernes worden bewerkstelligd, maar wordt ook een belangrijke slag gemaakt om het vastgoed naar de toekomst toe op een sober en doelmatige wijze duurzaam, circulair en flexibel te maken. Deze vernieuwingsopgave gaat gepaard met een bijbehorende investeringsvraag die leidt tot een uitzetting van de exploitatielast. Vanuit overwegingen van financiële beheersing wordt ten behoeve hiervan een gemiddelde jaarlijkse uitzetting voorzien voor 10 jaar waarmee een fonds gevormd kan worden van waaruit de aanpak kan worden bekostigd.
Tezamen met de resultaten die volgen uit het nog vast te stellen Programma van Eisen voor de nieuwbouw ter vervanging van de Sontweg zal daarmee in de loop van 2023 een integraal beeld ontstaan van de financiële gevolgen van de aanpak van het totale vastgoed.
8
1.3
Leeswijzer
De Beleidsbegroting De beleidsbegroting bestaat uit twee delen: het programmaplan en de paragrafen. Het programmaplan bestaat uit drie aandachtsgebieden en is onderverdeeld in vier programma’s: 1.
Brandweerzorg
2.
Rampenbestrijding en Crisisbeheersing
3.
Bevolkingszorg
4.
GHOR
In de programmaplannen wordt nader ingegaan op de verschillende ontwikkelingen. Hierbij worden de programma’s GKG en GHOR uitgevoerd als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing. Het tweede deel van de beleidsbegroting bestaat uit de paragrafen. Het doel van de paragrafen is om hier onderwerpen die verspreid in de begroting staan (zoals onderhoud kapitaalgoederen, lokale heffingen en bedrijfsvoering), gebundeld en conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) weer te geven.
De financiële beleidsbegroting Dit hoofdstuk bevat onder meer informatie over de gehanteerde indexatiesystematiek, de baten en lasten per programma, het meerjarenperspectief en het in de begroting opgenomen investeringsplan.
9
2
Programmaplan
2.1
De opdracht
In de Wet veiligheidsregio’s is vastgelegd dat de overheid zich moet inzetten voor het voorkomen en bestrijden van branden, voor rampenbestrijding en crisisbeheersing en voor hulpverlening bij incidenten. Ook andere wet- en regelgeving, zoals het Besluit Risico’s Zware Ongevallen en bestuurlijke afspraken op lokaal en regionaal niveau, ondersteunt dit. De VRG heeft dan ook de expliciete opdracht om samen te werken op regionaal en lokaal niveau. Om op die manier burgers beter te beschermen tegen de risico’s van brand, ongevallen, rampen en crises en ervoor te zorgen dat zij goede hulpverlening en nazorg krijgen wanneer zij betrokken raken bij een incident. De totale reguliere begroting van de VRG 2024 in cijfers: Actuele begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
Gemeentelijke bijdrage regulier
46.706
49.582
2.876
Gem. bijdrage FLO cf MJB 2020-2023
1.050
0
-1.050
Extra gem. bijdrage negatief EV
2.600
2.600
0
Rijksbijdrage
8.779
9.369
590
Overige baten
449
430
-19
Totale baten
59.584
61.981
2.398
Personele lasten
40.197
41.974
1.777
Materiele lasten
15.877
17.070
1.193
0
0
0
56.074
59.044
2.970
Resultaat voor reserve mutaties
3.510
2.937
-573
Reserve mutaties
-3.510
-2.937
573
0
0
0
VRG (* € 1.000)
Taakstellende bezuiniging
Totale lasten
Resultaat na reserve mutaties
De belangrijkste afwijkingen worden per programma toegelicht in de volgende paragrafen.
10
2.2 Brandweerzorg Programma:
Brandweerzorg
Portefeuillehouder:
J. Kuin
Directeur:
W. Mansveld
Commandant:
R. Knoop
Wat willen we in het programma Brandweerzorg in 2024 realiseren? In 2023 stelt het Algemeen Bestuur de Visie Brandweerzorg Groningen 2030 vast evenals het Organisatieplan Brandweerzorg Groningen 2023-2026. In het organisatieplan zijn de principes voor de organisatie van de brandweerzorg voor de komende jaren vastgelegd en is bepaald welke ontwikkelingen verder moeten worden onderzocht en opgepakt. Het organisatieplan geeft daarmee ook input voor het financiële meerjarenperspectief. Het Organisatieplan Brandweerzorg vormt de leidraad voor veel activiteiten binnen het programma Brandweerzorg in 2024. Deze worden langs vier programmalijnen georganiseerd: • risicogerichte preventieve brandweerzorg • solide organisatie van de repressieve brandweerzorg • brandweerzorg in verbinding met de samenleving • duurzame bedrijfsvoering Het grootste deel van de uren en middelen van de brandweer wordt echter ieder jaar ingezet voor de uitvoering van de reguliere taken: ervoor zorgen dat de brandweer vanuit 39 kazernes (2 beroepsbezet en 37 bezet door vrijwilligers) kan uitrukken bij incidenten met brand, hulpverlening, gevaarlijke stoffen en waterongevallen. Hiervoor wordt geïnvesteerd in paraatheid, vakbekwaamheid en in aanschaf en onderhoud van het benodigde materiaal en materieel.
Naast de basisbrandweerzorg en de organisatie van specialismen wordt voorzien in leiding en coördinatie bij grote incidenten (de zogeheten commandovoering). Tot de reguliere taken behoort ook de instandhouding van 5 jeugdbrandweerploegen.
Risicogerichte preventieve brandweerzorg Een verkenning in 2023 van de ontwikkelingen die in het Organisatieplan Brandweerzorg 2023 - 2026 zijn opgenomen, gaat ons beter inzicht geven in wat dit betekent in 2024. Onze inzet is dat we continueren wat we nu doen, maar dat ontwikkelingen (zoals de energietransitie en klimaatontwikkelingen) kunnen vragen om het beleid te herzien. Deze wijzigingen van beleid worden in dat geval voorgelegd, zoals de taakverandering ten gevolge van de Omgevingswet. In 2024 voeren we de volgende taken uit op basis van onze wettelijke taken en werkafspraken met gemeenten: • Advisering op omgevingsveiligheid in visie-, plan- en vergunningprocedures van bevoegde gezagen • Advisering op (brand)veiligheid • Multidisciplinaire advisering bij grotere evenementen • Toezicht op Brzo- en andere risicovolle bedrijven • Toezicht op bouwwerken en evenementen • Activiteiten in het kader van BrandVeilig Leven, samen met diverse partners • Advisering op Integrale Veiligheidsplannen en andere beleidsstukken van gemeenten gebaseerd op cyclische analyse van de andere activiteiten Bij de uitvoering van onze preventieve brandweerzorg taken werken we risicogericht. Op dit vlak is echter ook een voortdurende ontwikkeling noodzakelijk. We hebben goed inzicht in de brandrisico’s, maar de wereld verandert snel.
We willen graag werken op basis van goede informatie en betere inzichten in nieuwe brandrisico’s. Door het brandrisico te ontwikkelen, weten we welke risico’s het grootst zijn en de meeste aandacht verdienen. We gaan in 2024 verder met de samenwerking met gebouwbeheerders en gemeenten voor de brandveiligheid van bijzondere locaties zoals het UMCG. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is vooralsnog voorzien op 1 januari 2024. De stelselherziening Omgevingswet brengt een intensieve taakverandering voor veiligheidsregio’s met zich mee op het gebied van risicobeheersing. Bij deze structurele verandering spelen de volgende factoren een rol: 11
•
•
•
Advies: o verschuiving naar ‘vooroverleg’ als formeel product o advisering over omgevingsvisie, -plan en -programma o advisering over milieubelastende activiteiten Toezicht: o meer toezicht milieubelastende activiteiten o meer risicogericht toezicht o risico privatisering toezicht tijdens bouwproces Bedrijfsbrandweeraanwijzingen
Uit het Cebeon onderzoek volgt dat de Omgevingswet extra kosten met zich meebrengt voor veiligheidsregio’s die door het Rijk niet zijn voorzien. Zoals benoemd is de verwachting dat deze nieuwe taken per saldo een extra inzet van minimaal 2,3 fte vragen van de VRG. Financiële vertaling wordt nog verwacht en de VRG is van mening dat extra taken door het Rijk gefinancierd moeten worden. Mochten gemeenten, via het gemeentefonds, (deels) gecompenseerd worden voor de extra uitvoeringkosten als gevolg van de Omgevingswet, dan worden ook de extra kosten voor de VRG bespreekbaar met ons bestuur gemaakt. In het geval dat er geen of onvoldoende compensatie komt, dan kunnen de nieuwe taken niet (volledig) worden opgepakt of moeten keuzes worden gemaakt in het bestaande takenpakket. Deze ontwikkeling is om die reden nog niet financieel verwerkt in de begroting. De VRG wil zorgdragen voor een zo veilig mogelijke fysieke omgeving door effecten van klimaatverandering zo veel mogelijk te beperken. Dit doen we door andere overheden (gemeenten, waterschappen en provincie) te adviseren over mogelijke maatregelen en plannen om de inwoners veilig te houden. Een en ander gebeurt in afstemming met de buurregio's Fryslân en Drenthe. Oudere inwoners blijven langer thuis wonen. Daardoor ontstaat een grotere groep minder zelfredzame mensen die zelfstandig wonen.
Zonder aanvullend beleid geeft dit extra risico’s en een grotere hulpvraag. Daarom zetten we extra in op Brandveilig Leven en Brandveilig Ondernemen en worden deze risico’s ook meegenomen in het multidisciplinaire risico-communicatieprogramma Eerste Hulp Ben Jezelf met de focus op de risicogroepen senioren, studenten en minder-zelfredzamen. Anticiperen op diverse ontwikkelingen zoals veranderingen in demografie, energietransitie, klimaatopgaven en andere ruimtelijke ingrepen vraagt inzet. Waar die inzet niet past binnen de huidige begroting zullen keuzes voorgelegd worden, zodat uiteindelijk de inzet aan de voorkant van de veiligheidsketen leidt tot een (bestuurlijk) acceptabel restrisico.
Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg
Goede brandweerzorg staat en valt met paraatheid, zowel van de beroepsbrandweermensen als van de brandweervrijwilligers. De paraatheid van een aantal brandweerposten wordt robuust georganiseerd zodat deze een nagenoeg gegarandeerde uitruk met een opkomsttijd van een beperkt aantal minuten zullen hebben. Vanwege het grote belang starten we in 2023 met een programmatische aanpak van de thema’s paraatheid en vrijwilligheid. Waar 2023 grotendeels in het teken zal staan van verkenning, analyse en het definiëren van projecten, willen we in 2024 projecten voortzetten of starten om het vrijwilligerschap aantrekkelijk te houden en de paraatheid verder te versterken. Het verder implementeren van de basisprincipes van brandbestrijding en de invoering van Brandbestrijding als Specialisme (na onderzoek in 2023) dragen bij aan een professionele brandweerorganisatie.
Brandweerzorg in verbinding met de samenleving
Brandweerzorg is niet van de brandweer alleen, omdat deze niet altijd alles overal kan doen. Daarom is iedereen nodig om de risico’s op incidenten te beperken en moeten er ook handelingsperspectieven bekend zijn. Om dit te 12
bereiken, gaat de brandweerorganisatie meer maatschappelijke allianties aan waarmee het eigenaarschap van brandveiligheid verbreed wordt. We blijven in samenwerking met inwoners en bedrijven in de regio Groningen bezig om diezelfde partijen bewuster te maken van de gevaren in hun leefomgeving, huis en bedrijf. In 2024 willen we het initiatief ‘Leefsamen’ (sociale alarmering en opvolging) uitbreiden naar de laatste vier Groninger gemeenten. Daarnaast wordt, in vervolg op de opstartfase in 2023, het lespakket ‘Brandweer op school’ voor het basisonderwijs verder in onze regio uitgerold met een pool van ambassadeurs. Als een van de risicocommunicatiemiddelen gebruiken we ‘Eerste Hulp Ben Jij’ (EHBJ) waarbij we samen optrekken met Ambulancezorg Groningen, Meldkamer Noord-Nederland, GGD Groningen, Stichting Groningen HartVeilig, Enexis en andere multi partners van de VRG. Conform de landelijke systematiek van het dekkingsplan wordt in 2023 een nieuwe beleidscyclus ingericht. In 2024 wordt de eerste jaarlijkse rapportage opgeleverd waarmee we de gemeenteraden beter willen betrekken bij de kwaliteit van de brandweerzorg. We stimuleren gemeenten om een paragraaf brandweerzorg op te nemen in hun Integraal Veiligheidsplan.
Binnen Brandweer Nederland werken we landelijk samen aan strategische thema’s als de toekomstverkenning van het brandweerstelsel, de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s en vrijwilligheid. We maken deel uit van de landelijke vakraden waarin besloten wordt over de aanpak van landelijke samenwerking op vraagstukken die het vakgebied raken en waarin landelijke projecten en programma’s worden aangestuurd. Op 3Noord niveau zetten we de samenwerking met Fryslân en Drenthe voort in zowel risicobeheersing als repressieve brandweerzorg.
Duurzame bedrijfsvoering
Bovenstaande opgaves wil de VRG met lange adem kunnen uitvoeren: de belevingswereld van onze mensen staat centraal, met oog voor fysiek en mentaal welzijn. Dit betekent ook dat we steeds een afweging maken tussen uniforme (landelijke en regionale) processen als dat beter is voor de efficiëntie of professionaliteit van de gehele organisatie en regelruimte creëren als dat beter aansluit op de situatie en behoefte van een brandweerpost. Ook onderzoekt de brandweer hoe materiaal, materieel en vastgoed toekomstbestendig kunnen worden aangeschaft. Met het aanstellen van één of meerdere kennisregisseurs bevorderen we informatiegestuurd werken. Daarnaast geven we uitvoering aan het strategisch personeelsbeleid en de strategische personeelsplanning om te zorgen dat het personeelsbestand nu en in de toekomst op peil blijft. Goed werkgeverschap is van essentieel belang om werknemers te behouden en aan te trekken. Teven komen er strengere energie- en milieueisen aan. De VRG moet onderzoeken welke technieken in de toekomst beschikbaar zijn om ook duurzaam te werk te gaan. Daarom is Programma Duurzaamheid opgestart om een duidelijke visie en plan van aanpak te ontwikkelen die zich bezighoudt met alle aspecten van duurzaamheid, zoals het wagenpark of het gebruik van kantoorruimtes.
2.2.1 In verbinding met de samenleving De VRG blijft in samenwerking met inwoners en bedrijven in de regio Groningen bezig om diezelfde partijen bewuster te maken van de gevaren in hun leefomgeving, huis en bedrijf. Een van de ontwikkelingen is de ambitie om in 2024 het initiatief ‘Leefsamen’, wat als pilot begon in de gemeente Westerwolde i.s.m. woningcorporatie Acantus en Akkedeer (dienstverlener in slimme technologie), uit te breiden naar de laatste vier Groninger gemeenten. Daarnaast wordt, in navolging van de opstartfase in 2023, het lespakket Brandweer op school voor het basisonderwijs verder in onze regio uitgerold met een pool van ambassadeurs.
Eerste Hulp Ben Jij
Als een van de risicocommunicatiemiddelen wordt ‘Eerste Hulp Ben Jij’ (EHBJ) ‘ gebruikt waarbij de VRG samen optrekt met Ambulancezorg Groningen, Meldkamer Noord-Nederland, GGD Groningen, Stichting Groningen HartVeilig, Enexis en andere multi partners van veiligheidsregio Groningen.
Uitzonderlijke locaties
In 2024 gaat de VRG verder met het geven van een optimale plaats aan brandveiligheid door samenwerking met gebouwbeheerders van bijzondere locaties en de gemeente. Een specifiek voorbeeld hiervan is het UMCG. 13
Wat heeft Brandweerzorg hiervoor nodig?
Brandweerzorg (* € 1.000)
Actuele begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
Gemeentelijke bijdrage regulier
44.158
46.950
2.792
Gem. bijdrage FLO cf MJB 2020-2023
1.050
0
-1.050
Extra gem. bijdrage negatief EV
2.600
2.600
0
Rijksbijdrage
5.461
5.640
180
Overige baten
406
400
-6
Totale baten
53.675
55.590
1.916
Personele lasten
35.092
36.382
1.290
Materiele lasten
15.073
16.271
1.198
0
0
0
Totale lasten
50.165
52.653
2.488
Resultaat voor reserve mutaties
3.510
2.937
-573
Reserve mutaties
-3.510
-2.937
573
0
0
0
Taakstellende bezuiniging
Resultaat na reserve mutaties
14
2.3 Crisisbeheersing Programma: Portefeuillehouder: Directeur:
Rampenbestrijding en crisisbeheersing C.Y. Sikkema W. Mansveld
In de hoofdstructuur van de VRG is de sector Crisisbeheersing gepositioneerd naast Brandweerzorg en Risicobeheersing. Binnen de sector wordt invulling gegeven aan de primaire processen op het gebied van crisisbeheersing in samenhang met Geneeskundige Hulpverlening in de Regio en de Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG).
Wat willen we met het programma Crisisbeheersing in 2024 realiseren? Om aan te sluiten op de landelijke en regionale ontwikkelingen is een heldere visie en passend organisatieplan benodigd waarin het proces van informatiegestuurd optreden staat als een huis en de organisatie in staat is om flexibel en passend te reageren op acute en toekomstige situaties om de negatieve gevolgen zo veel mogelijk te beperken. Op basis van de ‘nieuwe’ visie op Crisisbeheersing, de opdracht vanuit de contourennota en het Veiligheidsplan versie 2024-2028, wordt een organisatieplan ten behoeve van de sector Crisisbeheersing en de crisisorganisatie opgesteld. Hierdoor zal het jaar 2024 in het teken staan van de realisatie van Crisisbeheersing naar een robuust, toekomstbestendige flexibele (crisis)organisatie met focus op informatiemanagement en versterking van samenwerking met diverse partners. De sector Crisisbeheersing heeft zich momenteel georganiseerd door middel van 7 hoofdprocessen en werkt integraal met interne, externe ketenpartners en nieuwe partners.
Wat wil het programma Crisisbeheersing realiseren in 2024? Informatiemanagement In 2024 wordt de implementatie van het bijgestelde crisisplan (versie 2024 – 2028) afgerond, waardoor er een robuust regionaal veiligheid informatieknooppunt (VIK) is opgezet die verbonden is met andere regio’s, de meldkamer en het Rijk. Binnen deze informatievoorziening vindt het dynamisch profileren van risico’s plaats. Door forecasting en het kernteam, 24/7 die continu meekijkt, zorgen ze ervoor dat de juiste informatie bij de juiste functionaris op het juiste moment terechtkomt. Zodoende kan er tijdig en passend wordt geacteerd op een dreigende crisis en kunnen de negatieve gevolgen zo veel mogelijk worden beperkt. Daarnaast zal er in 2024 worden gewerkt aan de nieuwe rol van de meldkamerfunctie in relatie tot crisisbeheersing. Deze rol, ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, zal veranderen omdat er een toenemende behoefte is om informatie uit incidenten te duiden zodat het mogelijke effect buiten de directe context van het incident zelf kan worden gebruikt, dus de omgeving, zoals het bestuur.
Deze meldkamerfunctie, met daarin de CaCo als spil, ontwikkelt zich van een reactieve taak om opschaling in gang te zitten en van het meldkamerbeeld te voorzien, naar een 24/7 geborgde bewaker en duider van informatie waardoor sneller en effectiever een crisisrespons kan worden gestart of zelfs voorkomen worden door snel optreden. De meldkamerfunctie crisisbeheersing bewaakt daarnaast in het gouden uur dat alle partijen in de opschaling hetzelfde handelingsperspectief kennen en verzorgt de afstemming over dit optreden in het gouden uur binnen de meldkamer. Daarbij levert de meldkamer niet alleen het meldkamerbeeld, maar draagt de meldkamer ook bij aan de duiding hiervan voor het veiligheidsbeeld en aan de informatievoorziening en crisiscommunicatie in het gouden uur, totdat de opgeschaalde organisatie dit over kan nemen. Eind 2024 zijn duidelijke afspraken over de informatiedeling tussen de veiligheidsregio en de meldkamer en de invulling van de meldkamerfunctie gemaakt en geïmplementeerd.
15
Netwerkmanagement De netwerken binnen risico- en incidentmanagement zijn up-to date. De sector blijft inzetten op het versterken van netwerkmanagement en op de verbinding en samenwerking met bestaande en nieuwe (crisis)partners. Er wordt gewerkt vanuit een netwerkmanagementstrategie met ondersteuning van een gezamenlijke werkwijze en een relatiebeheersysteem.
Kwaliteit In 2023 is een basis gelegd voor de sector crisisbeheersing als onderdeel van de Veiligheidsregio Groningen als lerende organisatie. In 2024 zal dit onderwerp onverdeeld aandacht blijven vragen om een succes te worden. Hiervoor wordt aandacht gevraagd van alle medewerkers voor thema’s als projectmanagement, gezamenlijke werkwijze en structuur om kwaliteit te kunnen borgen in de organisatie. Daarnaast is het kabinet voornemens om op basis van artikel 23 Wvr (huidige wetgeving) de veiligheidsregio’s te verplichten om een kwaliteitszorgsysteem te hanteren.
Vakbekwaamheid: Multidisciplinair opleiden, trainen & oefenen (MOTO) Het kabinet wil samenwerking en uitwisseling tussen veiligheidsregio’s en andere crisispartners verder bevorderen. Daarom komt er een verkenning naar een landelijk gefinancierd programma OTOTEL (Opleiden, Trainen, Oefenen, Testen, Evalueren en Leren) geënt op de landelijke doelstellingen in het kader van de crisisbeheersing en brandweerzorg. VRG sluit aan bij deze ontwikkelingen.
Beheer crisisorganisatie Naar aanleiding van de ‘nieuwe’ visie op Crisisbeheersing en de landelijke ontwikkelingen omtrent de contourennota wordt beoordeeld of de huidige inrichting van de crisisorganisatie voldoende flexibel en toekomstbestendig is om te anticiperen op (dreigende) incidenten en crises. Onderdeel van dit proces is ook het herinrichten van de piketorganisatie.
Planvorming Naast de wettelijke verplichting rondom het actualiseren dan wel herzien van bestaande rampbestrijdingsplannen, wordt in 2024 ook gestart met de voorbereiding van een nieuw plan voor een organisatie waar gebruik wordt gemaakt van radioactieve stoffen met medische toepassing. Daarnaast is het voorstelbaar, naar aanleiding van de huidige energie- en klimaatcrisis, dat er ook andere organisaties/ initiatieven ontstaan in of rondom de regio Groningen waarbij een rampbestrijdingsplan dient te worden opgesteld. In het kader van de landelijke agenda crisisbeheersing, vastgesteld door het kabinet, wordt onder andere aan de veiligheidsregio’s gevraagd hun bijdrage te leveren aan de interregionale en landelijke planvorming die gecoördineerd wordt door de minister van Justitie en Veiligheid. Hierbij blijft de veiligheidsregio eindverantwoordelijk voor het vaststellen van de (inter)regionale plannen en ziet de minister toe op het (totstandkomings)proces. Uit de contourennota blijkt dat bestaande samenwerking tussen veiligheidsregio’s en crisispartners in de buurlanden op het gebied van crisisbeheersing en brandweerzorg hoofdzakelijk operationeel van aard is. Hierbij ontbreekt een systematische gezamenlijke analyse van risico’s, de voorbereiding of aanpak van incidenten of effecten in het grensgebied.
Op basis van deze conclusie zal de minister van Justitie en Veiligheid samen met onder andere VRG en partners nader onderzoeken hoe planvorming, het benoemen van grensliaisons, de verbetering van informatiedeling en de wettelijke borging van grensoverschrijdende samenwerking bij risicobeoordelingen vormgegeven dient te worden. Dit proces zal in 2024 doorlopen.
Beleid In 2024 wordt onder regie van het hoofdproces beleid de implementatie van de uitvoeringsregeling van het crisisplan 2020 – 2023 voltooid. Deze implementatie wordt in samenwerking met de andere hoofdprocessen van de sector Crisisbeheersing en de crisispartners uitgevoerd. In 2024 is het werken met het Kernteam en de Veiligheidsdirectie geborgd en wordt het nieuwe Veiligheidsplan 2024-2028 vastgesteld. Daarnaast wordt in het kader van de intensivering van de samenwerking met Sector Risicobeheersing het proces risicoanalyse verder vormgegeven. De sector Crisisbeheersing zal hierin met de sector Risicobeheersing optrekken om deze afstemming te bewerkstelligen. Ook in 2024 blijft de sector inzetten op een proactieve en informatie gestuurde 16
werkwijze en advisering aan het bestuur over nieuwe risico’s/ontwikkelingen. Hierin wordt de evaluatie van de Wvr nauwgezet gevolgd en wordt er verbinding gelegd tussen landelijke en regionale ontwikkelingen. Daarnaast wordt de preparatie en de uitvoering van de nafase een verplicht onderdeel van zowel landelijke, departementale als regionale beleidsplannen. De nafase omvat meer activiteiten dan de nazorg (in het kader van bevolkingszorg) en maakt reeds een belangrijk onderdeel uit van de crisisrespons. Landelijk wordt gekeken hoe dit in de wet verankerd kan worden. Vervolgens wordt deze ontwikkeling ook binnen het beleid van VRG geïmplementeerd.
Wat heeft Crisisbeheersing hiervoor nodig? De genoemde ontwikkelingen kunnen binnen de onderstaande begroting met de extra BDUR gelden worden uitgevoerd. Kosten rondom de activiteiten op grond van aardbevingen worden gefinancierd vanuit de NCG en Provincie Groningen. De toekomstige activiteiten vanuit/binnen het programma aardbevingen worden afgestemd op de te verkrijgen subsidies. De inzet op deze, voor risicobeheersing, verbreding van werkzaamheden op bedreigingen is nog niet voorzien in deze beleidsbegroting voor 2024. Deze volgt uit de verkenning die we in 2023 uitvoeren.
Rampenbestrijding en crisisbeheersing (* € 1.000)
Actuele begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
723
747
24
Rijksbijdrage
1.988
2.354
366
Overige baten
43
30
-13
Totale baten
2.754
3.131
377
Personele lasten
2.371
2.754
383
Materiele lasten
383
377
-6
Totale lasten
2.754
3.131
377
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
0
Reserve mutaties
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
Gemeentelijke bijdrage
17
2.4 Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) Programma: Portefeuillehouder: Directeur:
Gemeentelijke Kolom Groningen C.Y. Sikkema A. Castelijn en B. Aukema
Wat wil het programma Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) realiseren in 2024? In opdracht van de Gemeentelijke Kolom Groningen wordt voor gemeenten het programma Bevolkingszorg als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing op regionaal niveau integraal uitgevoerd, ter preparatie op en uitvoering van adequate, toekomstgerichte en onderling samenhangende bevolkingszorgprocessen: publieke zorg, omgevingszorg, informatie, ondersteuning en crisiscommunicatie en nafase die beide multidisciplinair worden uitgevoerd. De uitvoering en coördinatie van het programma gebeurt regionaal, lokaal verbonden, doelmatig en integraal.
Informatiemanagement Als onderdeel van crisisbeheersing participeert de GKG in het proces informatiemanagement binnen het risico- en incidentmanagement. Er wordt bijgedragen aan het veiligheidsbeeld en er is een goede en adequate informatievoorziening voor en naar crisisfunctionarissen. Een kolom overstijgende voorziening voor crisisfunctionarissen vervangt de website GKG.
Beheer crisisorganisatie De regionale en gemeentelijke (lokale) crisisorganisatie bevolkingszorg is op orde. Het beheer van de crisisorganisatie bevolkingszorg, waaronder werving en selectie, personeelsbeheer en piketbeheer, dat van oorsprong grotendeels in eigen beheer wordt gedaan wordt waar mogelijk geïntegreerd binnen de sector.
Netwerkmanagement Vanuit de GKG is verbinding en samenwerking met regionale en landelijke partners en samenwerkingsverbanden die specifiek aansluiten bij de bevolkingszorgprocessen. De wijze waarop dit gebeurt is geïntegreerd in de werkwijze van de sector.
Beleid GKG/bevolkingszorg participeert in de doorontwikkeling en implementatie van de werkwijze van crisisbeheersing, en in het bijzonder de doorontwikkeling van bevolkingszorg en het nieuwe Veiligheidsplan VRG.
Vakbekwaamheid: Opleiden, trainen & oefenen (OTO) De GKG draagt integraal bij de vakbekwaamheid op basis van het jaarprogramma 2024. In dit jaarprogramma zijn de monodisciplinaire (bevolkingszorg) en multidisciplinaire activiteiten voor opleiden, trainen en oefenen opgenomen. Uitgangspunt is dat nieuwe crisisfunctionarissen snel vakbekwaam worden en dat zowel crisisfunctionarissen als de teams waarvan zij deel uitmaken vakbekwaam blijven.
Kwaliteit Bevolkingszorg (inclusief crisiscommunicatie) werkt waar mogelijk volgens landelijke kaders en kwaliteitscriteria. In 2024 borgen we de in 2023 vastgestelde landelijke (uniforme) kwaliteitscriteria bevolkingszorg met ruimte voor regionale inkleuring.
Planvorming De GKG draagt bij aan het opstellen en actualiseren van de multidisciplinaire planvorming. Daarnaast wordt de planvorming voor bevolkingszorg actueel gehouden en bijgesteld in lijn van de beoogde doorontwikkeling en landelijke uniformering van de kwaliteit.
18
Wat heeft GKG hiervoor nodig?
Actuele begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
1.324
1.368
44
Rijksbijdrage
0
0
0
Overige baten
0
0
0
Totale baten
1.324
1.368
44
Personele lasten
1.192
1.237
45
Materiele lasten
132
131
-1
Totale lasten
1.324
1.368
44
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
0
Reserve mutaties
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
GKG (*1.000) Gemeentelijke bijdrage
19
2.5 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Programma:
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
Portefeuillehouder:
C.Y. Sikkema
Directeur:
J. Koopman
Wat wil het programma GHOR realiseren in 2024? Onder de verantwoordelijkheid van de DPG worden GHOR-taken uitgevoerd en waar mogelijk zullen deze taken als integraal onderdeel van Crisisbeheersing worden uitgevoerd.
Informatiemanagement Voor een goede informatievoorziening binnen de crisisbeheersing is het van belang een goed IM-koppelvlak tussen zorginstellingen en de GHOR in de veiligheidsregio, bovenregionaal en landelijk, via de GHOR te realiseren en via LCMS-GZ (geneeskundige zorg) in afstemming met de geneeskundige keten. Na de implementatie (2023/2024) dient meteen gestart te worden met de doorontwikkeling van dit systeem. Daarnaast participeert de GHOR, als onderdeel van de sector Crisisbeheersing, in het proces informatiemanagement binnen het risico- en incidentmanagement.
Netwerkmanagement In de beleidsagenda toekomstbestendige acute zorg is aangekondigd dat de minister van VWS gaat verkennen welke aanvullende instrumenten ingezet kunnen worden in de reguliere én crisisfase om samenwerking in de acute zorg te versnellen. Hoe deze instrumenten zich verhouden tot de verantwoordelijkheidsverdeling in het zorgstelsel in relatie tot de taken van de GHOR/DPG en de ROAZ is expliciet onderdeel van deze verkenning. De GHOR zal deze ontwikkeling volgen en hierop anticiperen indien wenselijk. De GHOR is onderdeel van het hoofdproces netwerkmanagement in de sector Crisisbeheersing met het witte netwerk (ROAZ/RONAZ) als aandachtsgebied. Vanuit de contourennota heeft de GHOR ook als opdracht om de GHOR door te ontwikkelen als netwerkorganisatie. Daarom is het ook in 2024 een prioriteit om in dit netwerk te investeren en zoveel mogelijk in 3noord samenwerkingsverband. Daarnaast zal, net zoals in andere programma’s, de verbinding met het rijk en GGD/GHOR Nederland een speerpunt vormen. Ook worden in 2024 de convenanten tussen GHOR en alle zorgpartners herzien.
Kwaliteit Het hoofdproces kwaliteit is voor alle programma’s binnen de sector Crisisbeheersing identiek. Voor het programma GHOR zijn hier geen specifieke focuspunten te benoemen.
Vakbekwaamheid: Opleiden, trainen & oefenen (OTO) Het programma van OTO in 2024 wordt in 2023 bepaald en sluit aan bij de ontwikkelingen in het witte netwerk en bij het multi-programma. In principe blijft onze doelstelling om met OTO jaarlijks alle crisisfunctionarissen te bedienen in opleiding en vakbekwaamheid. Dit geldt voor bijscholing van bestaande functionarissen maar ook voor eventueel opleiding van nieuwe crisisfunctionarissen. Daarnaast is OTO actief betrokken bij de landelijke werkgroep, de zogenaamde snelweg 4, waar de doorontwikkeling van de GHOR-crisisorganisatie onderwerp van gesprek is. Hierbij wordt vanaf 2023 gekeken naar de verschillende voorwaarden, competenties, kwalificaties van crisisfuncties en reguliere ‘koude’ GHOR-rollen.
Beheer crisisorganisatie Naar aanleiding van de ‘nieuwe’ visie op Crisisbeheersing en de landelijke ontwikkelingen omtrent de contourennota zal worden beoordeeld of de huidige inrichting van de crisisorganisatie voldoende flexibel en toekomstbestendig is om te anticiperen op (dreigende) incidenten en crises. Onderdeel van dit proces zal ook het herinrichten van de piketorganisatie zijn. Dit geldt ook voor de crisisorganisatie van Geneeskundige
20
Zorg. Daarnaast zal ook de GHOR zijn bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het Veiligheidsplan 2024-2028. Voor de GHOR zal hier met name de focus liggen op het crisisplan en de daaruit voortvloeiende Uitvoeringsregeling crisisplan.
Planvorming In de jaren 2023 en 2024 wordt de Wet Publieke Gezondheid (WPG) in onderdelen (tranches) aangepast. Deze wijziging houdt in dat een bevoegdheid wordt opgenomen voor de minister van VWS om de GGD-en direct medisch-operationeel aan te sturen in geval van de bestrijding van A-infectieziekten. Deze wijziging (en eventueel andere wijzingen) leiden tot aanpassingen van planvorming omtrent infectieziekten. De GHOR zal in dit kader de ontwikkelingen nauw gezet monitoren. Daarnaast werkt de GHOR integraal mee aan de wettelijke verplichting rondom het actualiseren dan wel herzien van bestaande rampbestrijdingsplannen.
Beleid De kernactiviteiten van de GHOR betreffen risicobeheersing (koude en lauwe fase), crisisbeheersing (warme fase) en informatiemanagement. Onder risicobeheersing vallen de wettelijke taken evenementenadvisering, omgevingswet en (multi)planvorming. In 2024 wordt gewerkt aan de integratie van deze taken met de sector risicobeheersing. Daarnaast zal in 2024 het zorgrisicoprofiel als subonderdeel van het veiligheidsplan verankerd worden in de VRG. In dit zorgrisicoprofiel vertaalt de GHOR de dominante (boven)regionale risico’s in het kader van geneeskundige hulpverlening naar scenario’s/capaciteiten voor de gehele geneeskundige keten.
Wat heeft de GHOR hiervoor nodig? Actuele begroting 2023
Begroting 2024
Verschil
501
517
17
1.330
1.374
44
Overige baten
0
0
0
Totale baten
1.831
1.891
60
Personele lasten
1.542
1.601
59
Materiele lasten
289
290
1
Totale lasten
1.831
1.891
60
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
0
Reserve mutaties
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
GHOR (*€ 1.000) Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage
21
2.6 Overhead Om het bestuur op eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, wordt conform BBV (besluit Beleidsbegroting en Verantwoording) in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. In de programma’s moeten dan de kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, is een definitie van de overhead geïntroduceerd. Deze definitie luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Conform de notitie Overhead BBV (juli 2016) zijn alle kosten beoordeeld op aard (overhead of primair). De overhead komt als volgt tot uitdrukking in het overzicht baten en lasten. De totale overhead conform BBVdefinitie is totaal begroot op 18,97% uitgedrukt in euro’s van de totale lasten van de VRG. Hierbij sluiten we aan bij de systematiek in de jaarrekening 2022. Overzicht baten en lasten (conform artikel 17 BBV): VRG (* € 1.000)
Baten
Lasten
Saldo
Brandweerzorg
49.550
41
9
Crisisbeheersing
747
3.112
-2.365
GKG
1.368
1.368
-0
GHOR
517
1.891
-1.374
9.799
-
9.799
Overhead
-
11.767
-11.767
Heffing VPB
-
-
-
Bedrag onvoorzien
-
-
-
61.981
59.044
2.937
Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma Brandweerzorg
-
2.937
-2.937
Crisisbeheersing
-
-
-
GKG
-
-
-
GHOR
-
-
-
61.981
61.981
-
Resultaat
22
3
Paragrafen
In de beleidsbegroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersingsmaatregelen. Voorgeschreven paragrafen die niet voor de VRG aan de orde zijn, worden niet in de beleidsbegroting opgenomen.
3.1
Gemeentelijke bijdragen en Lokale heffingen
Het belangrijkste doel van de VRG is de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van Brandweerzorg, Rampenbestrijding & Crisisbeheersing. De programma’s GKG en GHOR worden uitgevoerd als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing. In de gemeenschappelijke kosten zijn ook de kosten van GHOR en GKG opgenomen. De voor de uitvoering van de taken van de VRG gemaakte kosten worden, onder aftrek van rijksbijdragen, conform een vooraf overeengekomen verdeelsleutel toegerekend aan de deelnemende gemeenten. Deze verdeelsleutel is een mix van inwonerbijdrage en een verdeelsleutel die samenhangt met het fictief aandeel brandweerzorg in het gemeentefonds. Voor bepaling van het juiste aandeel per gemeente in de bijdrage, zijn de berekeningen gebaseerd artikel 24a van de Gemeenschappelijke Regeling VRG en op het Cebeon rapport d.d. 16 januari 2023. Naast genoemde kostenverrekening komen geen door het veiligheidsbestuur vast te stellen lokale heffingen voor.