CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-06-02 A&W-rapport 22-442 Natuurwaarden Veendam

Gemeenteraad 6 maart 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 23-0513.142 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Evenals de dassenburcht bevindt de beverburcht zich in een gebied met een hoge recreatiedruk. Om deze reden wordt er gekozen voor een verstoringsafstand van 10 meter.

26

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Werkzaamheden binnen deze verstoringsafstand mogen niet plaatsvinden in het voorplantingsseizoen van Bever (mei tot en met augustus). Het snoeien van enkele bomen binnen deze zone is toegestaan, mits er voldoende dekking aanwezig blijft en er met handgereedschap gewerkt wordt. De velrichting van bomen is van de burcht af. Wissels en ingangen naar de burcht mogen niet belemmerd worden. Takkenhopen mogen niet verwijderd worden omdat dit voedselvoorraden zijn voor de burcht. Broedvogels algemeen De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de periode van het broedseizoen. Indien de werkzaamheden toch moeten plaatsvinden binnen het broedseizoen van vogels, dient rekening te worden gehouden met broedende vogels. In gebruik zijnde nesten van broedvogels worden gemarkeerd4 en bij werkzaamheden ontzien. Er wordt voldoende afstand gehouden tot in gebruik zijnde nesten om verstoring te voorkomen. Hierbij wordt het advies van een deskundige gevraagd om te bepalen tot op welke afstand gewerkt mag worden. Jaarrond beschermde nesten broedvogels Om te voorkomen dat jaarrond beschermde nestplaatsen verloren, worden bommen met de dergelijke nestplaatsen niet gesnoeid. Pas wanneer de nestplaats verlaten is, kunnen snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd. Vlinders In de gemeente Veendam komen de wettelijk beschermde Grote weerschijnvlinder en de Grote vos voor.

Beide soorten gebruiken verschillende wilgensoorten en Iep als waardplant. Werkzaamheden aan bosschages met deze bomensoorten worden bij voorkeur uitgevoerd in de periode mei tot en met september. Dit is wanneer de poppen van de vlinders in de strooisellaag aanwezig zijn en er geen eieren of rupsen meer in bomen zitten. Snoeiwerkzaamheden aan wilgen en iepen dienen gefaseerd uitgevoerd te worden waardoor er maximaal 30% van het oppervlak binnen de gemeente per jaar gesnoeid wordt. Werkzaamheden kunnen tevens worden uitgevoerd in de winterperiode (november tot en met februari). In deze periode bevatten de bomen geen eitjes en rupsen. Grote holle bomen en stapels hout worden door de Grote vos gebruikt om te overwinteren en mogen in de winter niet verwijderd worden. Wanneer dit wel noodzakelijk is dient er voorafgaand aan de werkzaamheden een controle op overwinterende vlinders door een ecoloog te worden uitgevoerd.

4.7

Snoeien solitaire bomen

(voor bomen in beplanting zie 'Snoeien, dunnen en vervangen bosplantsoen') De werkzaamheden betreffen het snoeien, kappen en vervangen van alleenstaande bomen en bomen die onderdeel van een laan vormen. Het betreft beheerobjecten met een beperkte betekenis voor beschermde planten en dieren. Zie ook de verspreidingskaarten in bijlage 2B, 2C en 2F voor beschermde soorten die mogelijk effecten kunnen ondervinden van deze beheerswerkzaamheden.

4 De markering vindt zodanig plaats dat de nesten niet door predatoren kunnen worden herkend

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Periode Soorten Groene glazenmaker Vleermuizen Eekhoorn Das Bever Broedvogels Vlinders

Jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

27

Dec

Geen maatregelen nodig Activiteit uitvoeren onder voorwaarden (zie onder) Activiteit niet uitvoeren

Algemeen zorgvuldig handelen en voorwaarden De ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten’ stelt een aantal algemene maatregelen ten behoeve van zorgvuldig handelen. Voor snoeiwerkzaamheden betreft dit:  

De werkrichting is richting een rustig en natuurlijke locatie waar dieren naar toe kunnen vluchten. Werkzaamheden vinden bij voorkeur overdag plaats om verstoring door licht te voorkomen. Indien er in de avonduren wordt gewerkt, wordt de verlichting afgekeerd van verblijfplaatsen van beschermde soorten of van vogels. Tijdens het werken aan beplanting dient schade aan de bodem zo veel mogelijk te worden voorkomen door bijvoorbeeld de banden spanning van machines laag te houden of te werken met handkracht waar mogelijk.

Daarnaast dienen nog de volgende voorwaarden in acht te worden genomen: Groene glazenmaker Groene glazenmakers stellen ook eisen aan het landschap in de buurt van Krabbenscheervelden. Beschutting door bomen, struwelen en/of rietveldjes lijkt belangrijk te zijn. Wanneer deze landbiotoop niet aanwezig is, ontbreekt de Groene glazenmaker vaak, zelfs wanneer de Krabbenscheervegetatie zelf geschikt lijkt te zijn. Om deze reden wordt aanbevolen om in de buurt van Krabbenscheervelden waar de Groene glazenmaker voorkomt zo veel mogelijk geschikt landbiotoop te behouden. Vleermuizen Bomen met holten, spleten of rottingsgaten geschikt voor vleermuizen worden ontzien. Lanen met een functie als vliegroute worden gefaseerd gedund/gesnoeid in de winterperiode (oktober – februari), zodanig dat de laan als vliegroute in tact blijft. Eekhoorn Bomen met in gebruik zijnde voortplantingsplaatsen en winternesten worden ongemoeid gelaten. Das In het Borgerwold is een dassenburcht aangetroffen (zie bijlage 2F). Kapwerkzaamheden binnen een straal van 5 meter tot de burcht mogen niet plaatsvinden in het voorplantingsseizoen van Das (december – juni). Binnen de verstoringszone van 5 meter blijven bomen en struiken zo veel mogelijk staan. Het verwijderen van enkele bomen binnen deze zone is toegestaan, mits er voldoende dekking aanwezig blijft en er met handgereedschap gewerkt wordt.

De velrichting van bomen is van de burcht af. Wissels en ingangen naar de burcht mogen niet belemmerd worden.

28

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Vanwege de ligging in een gebied met hoge recreatiedruk wordt er niet verwacht dat de dassen verstoord zullen worden van kapwerkzaamheden buiten de verstoringszone. Bever In het westen van het Borgerwold is een burcht van Bever aangetroffen (zie bijlage 2F). Evenals de dassenburcht bevindt de beverburcht zich in een gebied met een hoge recreatiedruk. Om deze reden wordt er gekozen voor een kleinere verstoringsafstand namelijk 10 meter. Werkzaamheden binnen deze verstoringsafstand mogen niet plaatsvinden in het voorplantingsseizoen van Bever (mei tot en met augustus). Het verwijderen van enkele bomen binnen deze zone is toegestaan, mits er voldoende dekking aanwezig blijft en er met handgereedschap gewerkt wordt. De velrichting van bomen is van de burcht af. Wissels en ingangen naar de burcht mogen niet belemmerd worden. Takkenhopen mogen niet verwijderd worden omdat dit voedselvoorraden zijn voor de burcht. Broedvogels algemeen De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de periode van het broedseizoen. Indien de werkzaamheden toch moeten plaatsvinden binnen het broedseizoen van vogels, dient rekening te worden gehouden met broedende vogels. In gebruik zijnde nesten van broedvogels worden gemarkeerd5 en bij werkzaamheden ontzien. Er wordt voldoende afstand gehouden tot in gebruik zijnde nesten om verstoring te voorkomen.

Hierbij wordt het advies van een deskundige gevraagd om te bepalen tot op welke afstand gewerkt mag worden. Jaarrond beschermde nesten broedvogels Om te voorkomen dat jaarrond beschermde nestplaatsen verloren, worden bommen met de dergelijke nestplaatsen niet gesnoeid. Pas wanneer de nestplaats verlaten is, kunnen snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd. Vlinders In de gemeente Veendam komen de wettelijk beschermde Grote weerschijnvlinder en de Grote vos voor. Beide soorten gebruiken verschillende wilgensoorten en Iep als waardplant. Werkzaamheden aan lanen met Iep worden bij voorkeur uitgevoerd in de periode mei tot en met september. Dit is wanneer de poppen van de vlinders in de strooisellaag aanwezig zijn en er geen eieren of rupsen meer in bomen zitten. Snoeiwerkzaamheden aan wilgen en iepen dienen gefaseerd uitgevoerd te worden waardoor er maximaal 30% van het oppervlak binnen de gemeente per jaar gesnoeid wordt. Werkzaamheden kunnen tevens worden uitgevoerd in de winterperiode (november tot en met februari). In deze periode bevatten de bomen geen eitjes en rupsen. Grote holle bomen en stapels hout worden door de Grote vos gebruikt om te overwinteren en mogen in de winter niet verwijderd worden. Wanneer dit wel noodzakelijk is dient er voorafgaand aan de werkzaamheden een controle op overwinterende vlinders door een ecoloog te worden uitgevoerd.

5 De markering vindt zodanig plaats dat de nesten niet door predatoren kunnen worden herkend

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

4.8

29

Schonen en periodiek baggeren van watergangen, vijvers en poelen

Inleiding Het betreft beheergroepen met een vaak grote betekenis voor beschermde en kwetsbare planten en dieren. Indien beschermde soorten of broedvogels aanwezig zijn op de plaats waar werkzaamheden worden uitgevoerd, dienen bij de werkzaamheden onderstaande gedragsregels te worden gevolgd. Zie ook verspreidingskaarten planten, Poelkikker en Groene glazenmaker in bijlage 2B en 2D. Periode Soorten Planten, , Krabbenscheer. Vissen Amfibieën Waterspitsmuis Broedvogels Groene glazenmaker

Jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

Dec

Geen maatregelen nodig, wel algemeen zorgvuldig handelen Activiteit uitvoeren onder voorwaarden (zie onder) Activiteit niet uitvoeren

Algemeen zorgvuldig handelen en voorwaarden De ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten’ stelt een aantal algemene maatregelen ten behoeve van zorgvuldig handelen. Voor werkzaamheden aan wateren en oevers betreft dit: 

  

Bij de locatiekeuze voor het afzetten van schoonsel en bagger wordt er rekening gehouden met leefgebied van soorten op het land. Denk hierbij aan plekken om te zonnen voor Poelkikker en oeverzones voor Waterspitsmuis. Schoonsel en bagger wordt op de kant gedeponeerd en blijft daar minimaal 48 uur liggen zodat amfibieën terug naar het water kunnen vluchten. Er wordt stapvoets gereden en één kant op gewerkt zodat dieren kunnen vluchten. Werkzaamheden vinden bij voorkeur overdag plaats om verstoring door licht te voorkomen. Indien er in de avonduren wordt gewerkt, wordt uitstraling naar de omgeving voorkomen. Bagger- en schoningswerkzaamheden kunnen het beste worden uitgevoerd in de maanden september en oktober.

Naast de bovenstaande maatregelen uit de gedragscode wordt geadviseerd om bij baggerwerkzaamheden een baggerzuiger in te zetten. Dit is vooral van belang op plaatsen waar de Groene glazenmaker voorkomt. Met de baggerzuiger wordt de opwerveling van slib zo veel mogelijk voorkomen en blijven de oevers intact. Dit voorkomt schade aan libellen, vissen, amfibieën en water- en oevervegetaties. Daarnaast wordt, indien er sprake is van aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten, bij het schonen en baggeren van waterlopen nagegaan of de volgende maatregelen genomen kunnen worden: 

het aanvangen van bagger- en schoningswerkzaamheden bij het doodlopende eind van de sloot, waarna toegewerkt wordt naar het open aangetakte einde.

30

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

als de dimensionering van de waterloop het toelaat, kan soms volstaan worden met alleen het middendeel te baggeren en de oeverzones intact te laten. Dit is ecologisch gezien waardevol omdat het leefgebied van beschermde soorten zo min mogelijk wordt aangetast en de doorstroomcapaciteit toch wordt gewaarborgd.  wateren kunnen op een zodanige manier worden geschoond en/of gebaggerd dat minimaal 25% van de bodem ongemoeid blijft. Het schonen en baggeren wordt uitgevoerd in aaneengesloten delen van maximaal 1 km lengte, daarna blijft 150 m voor het volgende te schonen of te baggeren tracé ongemoeid.  Langs watergangen met een botanische doelstelling kan een keuze gemaakt worden voor versneld afvoeren van het maaisel6. Daarnaast dienen nog de volgende voorwaarden in acht te worden genomen: Planten en libellen Krabbenscheervegetaties en de Groene glazenmaker In veel watergangen in de gemeente Veendam, groeit Krabbenscheer (zie verspreidingskaart Krabbenscheer en Groene glazenmaker in bijlage 2B). Deze soort is alleen beschermd als de planten een biotoop vormen van de beschermde Groene glazenmaker. De Groene glazenmaker vliegt van eind juli tot half september, maar vooral in augustus. De eitjes worden afgezet in Krabbenscheer en komen in het voorjaar uit. De tweede overwintering vindt plaats als larve. In de daaropvolgende zomer vindt de gedaantewisseling naar een libel plaats.

Ook de eieren en de larven van de Groene glazenmaker zijn beschermd. Als tijdens het vliegseizoen geen Groene glazenmakers zijn gezien, kunnen er toch eieren of eerstejaars larven tussen de Krabbenscheer aanwezig zijn. Het volledig verwijderen van Krabbenscheervegetaties is alleen toegestaan als vast staat dat de Groene glazenmaker (in welke vorm dan ook) er niet in aanwezig is. Wateren met Groene glazenmaker worden geschoond van september – november en gefaseerd geschoond en/of gebaggerd. Jaarlijks blijft ten minste 50% van de oever- en waterplantenvegetatie ongemoeid 7. Bijzondere en kwetsbare plantensoorten Het schoonsel c.q. de bagger wordt niet gedeponeerd op de oever waar groeiplaatsen van beschermde soorten (bijvoorbeeld orchideeën) aanwezig zijn. In de verspreidingskaart planten in bijlage 2A is aangegeven waar beschermde oeverplanten kunnen worden aangetroffen. Vissen Tijdens het vissenonderzoek zijn er geen beschermde vissensoorten, zoals de Grote modderkruiper aangetroffen. Wel zijn er algemene vissensoorten aanwezig. Ten aanzien van algemene vissensoorten worden de volgende maatregelen genomen:  wateren worden alleen geschoond en gebaggerd bij een watertemperatuur tussen 10°C en 20°C. reden hiervoor is dat de oplosbaarheid van zuurstof in warm water beperkt is, terwijl de activiteit van vissen bij deze temperaturen hoog is.

In warm water treedt daardoor eerder zuurstofgebrek op dan in koud water en zijn de effecten van baggeren op vissen het grootst. Door opwerveling van bodem- en organisch materiaal en biologische omzetting daarvan 6 Deze aanbeveling is afkomstig uit de Gedragscode van de waterschappen. 7 In het

"Herstelplan Groene glazenmaker in Groningen" wordt aangegeven dat er minimaal vier jaar tussen de schoningsbezoeken moet zitten. Dat betekent dat in het eerste jaar de ene helft van de sloot geschoond kan worden, en in het derde jaar de andere helft. Afhankelijk van de groeisnelheid van de Krabbenscheer moet de schoningsfrequentie worden vastgesteld. In de meeste gevallen zal dit eenmaal per vier tot acht zijn.

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

31

wordt bovendien een extra beslag gelegd op de zuurstofhuishouding. Bij zeer lage temperaturen worden vissen zo traag dat ze hun normale vluchtgedrag niet meer vertonen 8.  Wateren worden geschoond en/of gebaggerd in september – november. Bij schonen tussen 1 december en 1 maart wordt de bodem ongemoeid gelaten. Amfibieën Tijdens de werkzaamheden in watergangen met amfibieën moet er rekening gehouden worden met de kwetsbare periodes van de soortgroep. Dit zijn de voortplantingsperiode en de overwinteringsperiode. De voorkeursperiode voor werkzaamheden als baggeren en schonen is in september/oktober. Tijdens deze werkzaamheden dient minimaal 25% van de onderwatervegetatie ongemoeid te worden gelaten. Bagger en schoonsel moet op de oever worden gelegd zodat dieren de mogelijkheid hebben om terug te vluchten richting het water. Broedvogels algemeen De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de periode van het broedseizoen. Indien de werkzaamheden toch moeten plaatsvinden binnen het broedseizoen van vogels, dient rekening te worden gehouden met broedende vogels. In gebruik zijnde nesten van broedvogels worden gemarkeerd9 en bij werkzaamheden ontzien. Er wordt voldoende afstand gehouden tot in gebruik zijnde nesten om verstoring te voorkomen. Hierbij wordt het advies van een deskundige gevraagd om te bepalen tot op welke afstand gewerkt mag worden.

8 de verschillende gedragscodes hanteren verschillende temperatuurgrenzen. In deze rapportage is bij de ondergrens

van 10°C de gedragscode van de Unie van Waterschappen gevolgd, omdat Altenburg & Wymenga de ervaring heeft dat bij lagere temperaturen toch slachtoffers vallen. 9 De markering vindt zodanig plaats dat de nesten niet door predatoren kunnen worden herkend

32

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

5 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 5.1

Beschermde soorten in Veendam

Algemeen Er komen in de gemeente Veendam diverse beschermde soorten voor. Alhoewel de focus voor deze rapportage ligt op soorten beschermd onder artikel 3.10 en 3.5 van de Wet natuurbescherming, zijn ook enkele vrijgestelde soorten en soorten van de Rode Lijst alsook overige bijzondere soorten meegenomen. Voor beschermde niet vrijgestelde soorten geldt dat bij bestendig beheer het hanteren van een goedgekeurde gedragscode verplicht is. Voor vrijgestelde soorten en Rode Lijstsoorten geldt de zorgplicht en dient in principe dus ook met een gedragscode te worden gewerkt. Soorten van het watermilieu Veel beschermde natuurwaarden bevinden zich in het watermilieu. Op veel plaatsen zijn kwelrijke omstandigheden aanwezig waardoor er een leefgebied bestaat voor bijzondere flora en fauna. Het meest in het oog springt de aanwezigheid van vitale Krabbenscheervelden waar op een aantal plaatsen de beschermde Groene glazenmaker vliegt. Waar het in 2016 ging om grote populaties is er in 2022 veel Krabbenscheer verdwenen en zijn er slechts enkele Groene glazenmakers aangetroffen te zuiden van Veendam. De soort is in de afgelopen zes jaar sterk achteruit gegaan in de gemeente Veendam. Reden hiervoor is dat veel krabbenscheervelden de afgelopen jaren zijn verdwenen. Naast de Groene glazenmaker is er ook onderzoek gedaan naar Bever en Grote modderkruiper.

De Bever heeft een burcht in het Borgerwold, de Grote modderkruiper is tijdens het visonderzoek niet aangetroffen. Soorten van bos en bomen Ook opvallend, met name in de gemeenten Veendam, is de aanwezigheid van de vele parken en lanen met dikke oude bomen. In de gemeente Veendam komt een groot aantal soorten vleermuizen voor, waarvan een groot deel verblijfplaatsen in boomholten heeft. De exacte locaties zijn niet bekend. Ook veel vogels zoals de jaarrond beschermde Bosuil en de Steenmarter kunnen gebruik maken van boomholten. Daarnaast is de aanwezigheid van Eekhoorn bijzonder. Naast soorten die in holen voorkomen biedt het bos in Veendam ook leefgebied en schuilplaatsen voor soorten als Egel, Grote weerschijnvlinder, Grote vos, kleine marterachtigen en algemeen voorkomende zoogdieren. Bomen in bossen en bomenlanen bieden tevens nestgelegenheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest zoals Buizerd en Roek. Vanwege de aanwezigheid van een groot aantal kraaiennesten kunnen ook soorten als Ransuil verwacht worden binnen de gemeente. Soorten van schrale bodem Op diverse plaatsen komen schrale situaties voor, waardoor er plantensoorten van de Rode lijst voorkomen, waaronder orchideeën.

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

5.2

33

Versterking van natuurwaarden

Algemene maatregelen De grootste natuurwaarden binnen de gemeente Veendam liggen in het watermilieu en in de schrale milieus. In de parken zijn er zeer goede mogelijkheden om middels een meer extensief gevoerd beheer de natuurwaarden te versterken. Wanneer men minder intensief maait worden er zachtere overgangen gecreëerd langs bosranden. In de bermen in het buitengebied kan men de biodiversiteit versterken door maaisel af te voeren en bermen zo schraal mogelijk te houden. Verder wordt er geadviseerd om oevervegetatie en onderwatervegetatie langer te laten staan en om deze in mindere mate te verwijderen. Daarnaast kan de biodiversiteit op meerdere plaatsen verhoogd worden door harde beschoeiing te verwijderen en hier een natuurlijke oever aan te leggen. Natuurlijke oevers trekken verschillende soortgroepen aan als oeverplanten, libellen en water-/moerasvogels. De botanische diversiteit langs de bermen in het buitengebied kan beduidend worden versterkt door hier slechts één keer per jaar te maaien in het najaar en het maaisel vervolgens af te voeren. Verder kunnen oevervegetaties worden gespaard en kan op een aantal locaties worden overwogen om harde beschoeiingen niet te vervangen en plaatselijk onderwatervegetaties niet jaarlijks te maaien.

Krabbenscheer en Groene glazenmaker In 2016 kwam krabbenscheer en de hieraan gebonden beschermde Groene glazenmaker nog algemeen voor in Veendam. In 2022 ontbraken beide soorten in Veendam, op een enkele plek buiten de bebouwde kom na. Er zijn mogelijk verschillende oorzaken waardoor de Groene glazenmaker nagenoeg verdwenen is uit Veendam. Hierbij kan worden gedacht aan:  Toename van vispredatie  Afname van de waterkwaliteit  Afname van Krabbenscheervelden in de gemeente Over het algemeen heeft de Groene glazenmaker liever een dicht begroeide dan een dun begroeide krabbenscheervegetatie. De soort heeft namelijk voldoende Krabbenscheerplanten nodig waarin de actief jagende larven zich kunnen verschuilen. Echter, de successie van het krabbenscherveld mag niet te lang doorgaan, waardoor de planten te dicht op elkaar komen te staan. In dat geval is er namelijk te weinig ruimte tussen planten voor de vrouwtjes om hun eieren af te zetten en voor larven om uit te sluipen (zie de foto’s 5 t/m 7). Kortom, het is van belang om in het leefgebied van de Groene glazenmaker voldoende areaal geschikt krabbenscheerveld te handhaven. Dit betekent dat krabbenscheervelden actief moeten worden beheerd, om op een gegeven moment het juiste successiestadium te realiseren.

34

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Foto’s 5, 6 en 7: Van links naar rechts 1) een met krabbenscheer te dicht begroeide waterpartij, dergelijke krabbenscheervelden die al te ver in de successie zitten zijn ongeschikt geraakt voor Groene glazenmaker, 2) foto midden: een waterloop met een dichtheid van krabbenscheerplanten die optimaal is voor Groene glazenmaker, 3) foto rechts een te sterk beschaduwde watergang met Krabbenscheer. Door de aanwezigheid van teveel schaduw is de waterloop ongeschikt voor Groene glazenmaker.

Leefgebied voor de Groene glazenmaker kan op de volgende manier worden hersteld en worden behouden:  beheerwerkzaamheden aan de krabbenscheervelden met Groene glazenmaker gefaseerd uitvoeren waarbij altijd 75% van het krabbenscheerveld behouden blijft.  Oude locaties waar eerder Krabbenscheer en Groene glazenmaker aanwezig waren opnieuw voorzien van Krabbenscheer door planten vanuit andere locaties in deze watergangen te plaatsen. Dit kan het beste worden gedaan in de maand juni.  Geen werkzaamheden aan watergangen met Krabbenscheer uitvoeren tijdens de vliegtijd van de Groene glazenmaker (eind juni – september).  Te volle waterpartijen zoals op foto 5 beheren door een deel van het Krabbenscheer te verwijderen.  Krabbenscheervelden zoals op foto 7 minder intensief schonen.

5.3

Aanvullen en actualiseren van gegevens

Vereisten vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming vereist dat gemeenten informatie verzamelen over de binnen de gemeentegrenzen voorkomende (beschermde) soorten, ten behoeve van de planning en uitvoering van het groenbeheer. Onderhavige rapportage doet verslag van een bijna gebiedsdekkend onderzoek naar wettelijk beschermde planten en dieren in de gemeente Veendam, zodat aan deze vereiste is voldaan.

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

35

Verder vereist de Wet natuurbescherming dat de gemeente gebruik maakt van actuele gegevens die niet ouder als drie jaar zijn.

5.4

Beheer van gegevens

Aanbevolen wordt om de nu verzamelde verspreidingsgegevens in te voeren op de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Deze biedt naast de mogelijkheid om te putten uit landelijke databanken met gegevens over (beschermde) natuurwaarden, ook een invoermogelijkheid, waarna de eigen gegevens kunnen worden geraadpleegd. Op die manier worden de gegevens centraal opgeslagen en gecontroleerd, waardoor het niet nodig is om een lokale database te ontwikkelen. Aanbevolen wordt om een licentie aan te schaffen.

5.5

Handelen medewerkers

Benodigde kennis groenmedewerkers Zorg onder de groenmedewerkers voor voldoende kennis van beschermde soorten, het omgaan met een gedragscode en de effecten van werkzaamheden op inheemse flora en fauna. Te denken valt aan de volgende instrumenten:  Een veldgids met beschermde soorten in de gemeente Veendam, voorzien van duidelijke illustraties . Deze gids kan speciaal voor de gemeentelijke groenwerkers worden ontwikkeld. Ook Rode Lijstsoorten kunnen in deze gids worden opgenomen.  Enkele veldexcursies waarbij vindplaatsen van beschermde en bedreigde soorten worden bezocht en waarbij in het veld wordt aangegeven hoe hier in het beheer mee kan worden omgegaan (gefaseerd beheer e.d.).  Een workshop waarin Altenburg & Wymenga groenmedewerkers een introductie geeft over het werken met de gedragscode en deze rapportage. Jaarlijkse check van initiatieven Geadviseerd wordt om door een ter zake kundig medewerk(st)er van de gemeente een jaarlijkse inventarisatie te laten uitvoeren van alle initiatieven die mogelijk of met zekerheid gevolgen kunnen hebben voor beschermde dier- en plantensoorten.

36

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

6 Literatuur Andersen, E., Nilsson, B. & Sahlén, G. Survival possibilities of the dragonfly Aeshna viridis (Insecta, Odonata) in southern Sweden predicted from dispersal possibilities. J Insect Conserv 20, 179–188 (2016). https://doi.org/10.1007/s10841-016-9850-5 Heijden. E. van der 2018. Inventarisatie invasieve en inheemse waterplanten in Veendam. Resultaten veldseizoen 2018. A&W-rapport 2495. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Heijden, E. van der 2016. Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik Gedragscodes groenbeheer in Veendam en Pekela. A&W-rapport 2210, Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Websites NDFF.nl RAVON.nl SOVON.nl Vlinderstichting.nl Zoogdiervereniging.nl

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 1

Beheer objecten

Bijlage 1A: Beheerobject water.

37

38

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 1B: Bos en bosplantsoen.

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 1C: Gras.

39

40

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 1D: Kruidenbermen en Ruigtes.

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 2

Verspreidingskaarten

Bijlage 2A: Waarnemingen Rode lijst soorten en overige bijzondere soorten.

41

42

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 2A: Botanisch waardevolle gebieden.

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 2B: Waarnemingen Groene glazenmaker en Krabbenscheer.

43

44

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 2C: Waarnemingen jaarrond beschermde nestplaatsen en nesten van Zwarte kraai..

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 2D: Locaties van gevangen Poelkikker.

45

46

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 2E: Locaties van genomen eDNA monsters en locaties waar geschept is naar Gestreepte waterroofkever.

A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam

Bijlage 2F: Beversporen, beverburcht en dassenburcht..

47

Adres Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Telefoon 0511 47 47 64 info@altwym.nl

www.altwym.nl

Adres Amsterdam Gebouw Matrix II, Science Park 400/K1.08/1.09 1098 XH Amsterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12445229/1