05-06-02 A&W-rapport 22-442 Natuurwaarden Veendam
Tekst van het document
Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
A&W-rapport 21-442
in opdracht van
Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
A&W-rapport 21-442
E. Grendelman E. van der Heijden
Foto Voorplaat Watergang in Veendam, foto: E. Grendelman
E. Grendelman, E. van der Heijden 2022 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes in de gemeente Veendam. A&W-rapport 22-442. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden
Opdrachtgever Gemeente Veendam Raadhuisplein 5 9641 AW Veendam 0598 652222
Uitvoerder Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Telefoon 0511 47 47 64 info@altwym.nl www.altwym.nl
©
Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv. Overname van gegevens uit dit rapport is toegestaan met bronvermelding.
Projectnummer 22-442
Projectleider E. van der Heijden
Status Definitief
Autorisatie Goedgekeurd
Paraaf E. Schut
Datum 7 december 2022
Kwaliteitscontrole
Paraaf
E. van der Heijden
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
Inhoud 1
2
3
4
5
6
Inleiding 1.1 Voorgeschiedenis en vraagstelling 1.2 Afbakening 1.3 Leeswijzer 1.4 Hoe met deze rapportage te werken / stappenplan Werkwijze inventarisatie beschermde natuurwaarden 2.1 Literatuuronderzoek 2.2 Het veldonderzoek Verspreiding wettelijk beschermde soorten 3.1 Inleiding 3.2 Resultaten veldonderzoek Beheer en onderhoud door de gemeente Veendam 4.1 Vertaaltabel gemeentelijk beheer 4.2 Maaien kort gras (gazon) 4.3 Maaien kruidige vegetaties 4.4 Maaien oevervegetaties 4.5 Snoeien van heesters en hagen 4.6 Snoeien en dunnen bosplantsoen 4.7 Snoeien solitaire bomen 4.8 Schonen en periodiek baggeren van watergangen, vijvers en poelen Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 5.1 Beschermde soorten in Veendam 5.2 Versterking van natuurwaarden 5.3 Aanvullen en actualiseren van gegevens 5.4 Beheer van gegevens 5.5 Handelen medewerkers Literatuur
1 1 1 2 2 4 4 4 8 8 8 17 17 19 20 21 23 24 26 29 32 32 33 34 35 35 36
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
1
1 Inleiding 1.1
Voorgeschiedenis en vraagstelling
De gemeente Veendam wil bij het uitvoeren van bestendig beheer zo veel mogelijk rekening houden met de aanwezigheid van door de Wet natuurbescherming beschermde planten- en diersoorten. Op dit moment voert de gemeente Veendam bestendig beheer uit volgens de Gedragscode Beheer Groenvoorzieningen en de Gedragscode Ruimtelijke Ontwikkelingen. Door het bestendig beheer uit te voeren volgens een gedragscode, worden conflicten met de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten zo veel mogelijk vermeden. In 2020 is deze gedragscode hernieuwd naar de ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten – versie 4 december 2020’. De toenmalige Kompanjie heeft in 2016 Altenburg en Wymenga ecologisch onderzoek bv gevraagd te onderzoeken op welke plaatsen binnen de gemeentegrenzen rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van door de Flora- en faunawet beschermde soorten, en op welke wijze er bij (bestendig) beheer rekening met deze soorten dient te worden gehouden (Van der Heijden, 2016). Dit onderzoek is inmiddels gedateerd. Om deze reden heeft de gemeente Veendam aan Altenburg en Wymenga gevraagd een actualisatie van het onderzoek uit te voeren. Concreet beantwoordt dit rapport de volgende vragen: 1. Welke door de Wet natuurbescherming beschermde soorten komen (in potentie) voor binnen het beheergebied van de gemeenten Veendam? 2.
Op welke plaatsen binnen het beheergebied dient bij bestendig beheer rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van door de Wet natuurbescherming beschermde soorten? 3. Op welke plaatsen zijn welke richtlijnen in de ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten’ van toepassing? In onderhavig rapport wordt verslag gedaan van veldonderzoek dat is uitgevoerd in 2022 en antwoord gegeven op de bovenstaande vragen.
1.2
Afbakening
Beschermde soorten Bij beheerwerkzaamheden kunnen door de Wet natuurbescherming beschermde soorten worden geschaad. Gemeenten zijn verplicht om ten behoeve van bestendig beheer onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde soorten binnen hun grondgebied. De Wet natuurbescherming onderscheidt drie beschermingscategorieën, namelijk Europees beschermde soorten onder artikel 3.5, nationaal beschermde soorten onder artikel 3.10 en beschermde vogelsoorten onder artikel 3.1. Voor een aantal algemene soorten die vallen onder artikel 3.10 gelden provinciale vrijstellingen. Voor deze vrijgestelde soorten en voor overige niet beschermde soorten geldt de zogenaamde zorgplicht. In de praktijk houdt dit in dat bij het uitvoeren van werkzaamheden zo veel mogelijk rekening moet worden gehouden met planten en dieren.
2
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
De inventarisatie Voor deze rapportage zijn beschermde natuurwaarden geïnventariseerd door middel van veldonderzoek. De methodieken die hierbij zijn toegepast, worden besproken in hoofdstuk 2. Daarnaast zijn ook literatuur, het inventarisatierapport uit 2016 (Van der Heijden, 2016) en het onderzoek naar invasieve en inheemse waterplanten uit 2018 (Van der Heijden, 2018) gebruikt. Verder is ook de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Het resultaat is een relatief nauwkeurig gebiedsdekkend beeld van beschermde en bijzondere planten en dieren in de gemeente Veendam. Ook is er meer inzicht in de aanwezigheid van kwetsbare natuurwaarden die van belang zijn voor het behoud van de biodiversiteit in de gemeente Veendam. Bestendig beheer Bij de definitie en beschrijving van werkzaamheden en werkwijzen wordt uitgegaan van beheerwerkzaamheden die als bestendig beheer zijn te kwalificeren (zoals ook genoemd in de ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten’). Het gaat om werkzaamheden als maaien, snoeien, schonen van watergangen e.d. Deze werkzaamheden komen in grote lijnen overeen met de werkzaamheden zoals die gehanteerd zijn in het rapport van Van der Heijden (2016).
1.3
Leeswijzer
In onderstaande tabel wordt de inhoud van de hoofdstukken kort beschreven. Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5 Referenties Bijlage 1 A-D Bijlage 2 A-F
1.4
Dit hoofdstuk beschrijft de gehanteerde werkwijze voor het veldonderzoek naar wettelijk beschermde soorten Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de wettelijk beschermde soorten die binnen de gemeente Veendam (kunnen) voorkomen, voor zover bekend op basis van de veldinventarisatie en het literatuuronderzoek Hier zijn de gemeentelijke groenbeheerstaken ondergebracht in acht hoofdcategorieën (paragraaf 4.1). Per hoofdcategorie (paragraaf 4.2 - 4.9) is een zogenaamde natuurkalender opgenomen waarin overzichtelijk is beschreven welke beheersmaatregelen in welke periode kunnen worden uitgevoerd en op welke wijze Conclusies en aanbevelingen Geraadpleegde literatuur Ligging van de beheerobjecten in de gemeente Veendam Verspreidingskaarten natuurwaarden
Hoe met deze rapportage te werken / stappenplan
Deze rapportage heeft als doel om bij het werken met de Gedragscode te voorkomen dat er verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Hiertoe wordt de volgende werkwijze geadviseerd: 1. Bepaal met behulp van de vertaaltabel 4.1 in paragraaf 4.1 welke beheerwerkzaamheden er vallen onder een bepaald beheerobject. 2. Ga vervolgens in tabel 4.2 in paragraaf 4.1 na welke natuurkalenders relevant zijn voor de betreffende beheerwerkzaamheden. De natuurkalenders worden behandeld in de paragrafen 4.2 t/m 4.9.
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
3
3. Ga vervolgens ook in tabel 4.2 na welke beschermde soorten relevant zijn voor de betreffende beheerwerkzaamheden. De verspreiding van de beschermde soorten is aangegeven op kaarten in bijlage 2. Omdat veel soorten en soortgroepen overal kunnen voorkomen in de gemeente Veendam zijn niet van alle soorten en soortgroepen verspreidingskaarten opgenomen. De aanwezigheid van deze soorten en soortgroepen in Veendam is dan beschreven in hoofdstuk 3. 4. Ga naar de betreffende natuurkalender waar tabel 4.2 naar verwijst en lees het inleidende tekstje. Bepaal vervolgens met behulp van de natuurkalender of de gewenste werkzaamheden zonder problemen kunnen plaatsvinden ('groene periode'), moeten worden uitgesteld ('rode periode') of dat gedragsregels uit de gedragscode dienen te worden gevolgd ('gele periode'). 5. Indien er sprake is van een 'gele periode' dient de rest van de paragraaf te worden geraadpleegd om te weten welke gedragsregels van toepassing zijn.
4
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
2 Werkwijze inventarisatie beschermde natuurwaarden 2.1
Literatuuronderzoek
Voorafgaande aan het veldonderzoek is een literatuurstudie uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten binnen de gemeentegrenzen. Hiervoor zijn met name het inventarisatierapport van Van der Heijden (2016) en het inventarisatierapport invasieve waterplanten van Van der Heijden (2018) gebruikt. Ook is de database van de NDFF geraadpleegd. Op basis van de uitkomsten van deze voorverkenning is inzicht verkregen waar binnen de gemeente de hoogste natuurwaarden kunnen worden aangetroffen. Daarnaast kan op grond van algemene informatie, zoals bodemgesteldheid, kwel, hoogteligging en globale kennis van het plangebied tot op zekere hoogte worden beoordeeld of er wettelijk beschermde soorten in het gebied (kunnen) voorkomen en waar deze zich dan ophouden. Met deze informatie is vervolgens bepaald waar binnen de gemeente het veldonderzoek kon worden uitgevoerd.
2.2
Het veldonderzoek
Het veldonderzoek naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten is in het zomerhalfjaar van 2022 uitgevoerd. Het ging hierbij om jaarrond beschermde nestplaatsen, specifieke soorten zoogdieren (Bever), amfibieën (Poelkikker) vissen (Grote modderkruiper), planten en ongewervelden (Groene glazenmaker en Gestreepte waterroofkever). Bij het veldonderzoek heeft de nadruk gelegen op soorten en soortgroepen die voorkomen in de door de gemeenten beheerde gebieden en objecten en die in meer of mindere mate kunnen worden beïnvloed door beheerwerkzaamheden. In tabel 2.1 is aangegeven om welke soortgroepen het gaat en in welke periode het onderzoek is uitgevoerd. De keuze voor het al dan niet uitvoeren van onderzoek naar een bepaalde soortgroep, is gebaseerd op een aantal afwegingen: Soortgroepen die zeer mobiel zijn en vaak wisselen van verblijfplaatsen zoals kleine marterachtigen en Waterspitsmuis zijn niet meegenomen in het onderzoek. De onderzoeksinspanning die nodig is voor deze soorten is zeer groot en daarnaast geven de resultaten enkel een tijdelijk beeld en kunnen er geen vaste verblijfplaatsen in kaart worden gebracht. In deze rapportage wordt er vanuit gegaan dat deze soorten aanwezig zijn binnen de grenzen van de gemeente. Vleermuizen zijn niet meegenomen in dit onderzoek.
De reden hiervoor is dat er geen bomen gekapt mogen worden en er daardoor geen negatieve effecten op vleermuizen veroorzaakt worden door beheer en onderhoud. In deze rapportage wordt er vanuit gegaan dat er vliegroutes, foerageergebied en verblijfplaatsen aanwezig zijn binnen de grenzen van de gemeente. Beschermde insectensoorten met algemene waardplanten zijn niet meegenomen in de veldonderzoeken. Op basis van literatuur onderzoek kan er voldoende gezegd worden over de aanwezigheid van deze soorten binnen de gemeente grenzen. Algemene amfibieën en zoogdieren zijn niet meegenomen aangezien deze soorten bijna overal voorkomen.
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
5
Figuur 2.1 - Lijst met onderzochte soorten en onderzoeksdatum.
Doel veldonderzoek
Te onderzoeken soorten
Datum onderzoek 2022
Libellen
Groene glazenmaker
10 augustus 25 augustus
Kevers
Gestreepte waterroofkever
15 september 11 oktober
Planten Vissen
Planten Rode lijst Grote modderkruiper
7 juni 15 september 11 oktober
Amfibieën
Poelkikker
18 mei 28 juni
Jaarrond beschermde nestplaatsen
Buizerd Roek Blauwe reiger Ransuil Zwarte kraai
31 maart
Zoogdieren
Bever
31 maart 18 mei 7 juni 28 juni 10 augustus 25 augustus 15 september 11 oktober
2.2.1
Libellen
In de maand augustus is er onderzoek uitgevoerd naar de verspreiding van Groene glazenmaker. Deze soort is voor zijn voortplanting afhankelijk van velden met Krabbenscheer. De maand augustus is de periode dat de soort het beste kan worden geïnventariseerd gedurende perioden van warm en zonnig weer. Bij het onderzoek naar Groene glazenmaker zijn alleen sloten met krabbenscheervelden onderzocht. Het gaat dan om velden met een omvang van meer dan 100 m2. Daarnaast zijn ook locaties bezocht waar de soort de afgelopen drie jaar is vastgesteld op basis van NDFF gegevens en het waterplantenonderzoek van Van der Heijden (2018). 2.2.2
Kevers
Tijdens het nemen van watermonsters ten behoeve van de inventarisatie van Grote modderkuiper (zie paragraaf 2.2.4) zijn de betreffende waterlopen met een schepnet afgevist ten behoeve van het onderzoek naar de beschermde Gestreepte waterroofkever. Deze soort gebruikt namelijk hetzelfde type water als de Grote modderkruiper. Het gaat om sloten met helder water met kwelinvloeden, waar een goede onderwatervegetatie tot ontwikkeling is gekomen. De aangetroffen waterkevers zijn vervolgens ter plekke gedetermineerd.
6
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
2.2.3
Planten
In de gemeente Veendam komen geen plantensoorten voor die in het kader van de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben. Wel groeien er plantensoorten die opgenomen zijn in de Rode lijst van kwetsbare en bedreigde plantensoorten. Ook zijn er plantensoorten, bijvoorbeeld Rietorchis en Veenpluis, die indicatief zijn voor biotopen met een hoge soortenrijkdom aan plantensoorten. Ook naar deze soorten is een onderzoek uitgevoerd. Hoewel niet gebiedsdekkend, zijn er wel zo veel mogelijk gebieden bezocht waar bijzondere plantensoorten kunnen worden verwacht. Voor de keuze van de locaties is met name gebruik gemaakt van de inventarisaties uit 2016 (Van der Heijden 2016), gegevens van de NDFF en kennis van het plangebied.
2.2.4
Vissen
De enige onder de Wet natuurbescherming beschermde vissensoort die mogelijk voorkomt in de gemeente Veendam is de Grote modderkruiper. Deze vissensoort leeft in waterlopen die op de overgang van veen- naar zandgronden liggen. Veendam ligt deels binnen een dergelijke overgang waardoor er een mogelijkheid is voor Grote modderkruiper om zich te vestigen in de gemeente. Om deze reden is er een onderzoek naar deze soort uitgevoerd. De aanwezigheid van deze soort kan het beste worden bepaald door middel van de zogenaamde eDNA methode. Met deze methode wordt het karakteristieke erfelijk materiaal dat de dieren afscheiden in een waterloop door middel van een analysetechniek gedetecteerd. De methode heeft een hoge nauwkeurigheid, dat wil zeggen dat in 95% van de gevallen dat de soort aanwezig is, de soort ook daadwerkelijk wordt aangetoond. In de maanden september/oktober zijn er tien watermonsters verzameld in waterlopen met een geschikt biotoop. Dit zijn wateren met voldoende oever- en onderwatervegetatie waarin de soort kan schuilen. Daarnaast moeten de wateren beschikken over diepe en ondiepe delen om zo overwinteringsgebied (diep) en voorplantingsgebied (ondiep) te bevatten. Tevens dient er een sliblaag aanwezig te zijn. Ook de aanwezigheid van kwel is van belang bij het selecteren van geschikte sloten.
De aanwezigheid van kwel in een waterloop is vastgesteld op basis van kwelkaarten die door het Waterschap zijn opgesteld. Na het nemen van de watermonsters zijn ze geanalyseerd in het laboratorium. Soorten als Bittervoorn en Kleine modderkruiper, welke eerder beschermd waren onder de Floraen Faunawet, zijn niet geïnventariseerd, aangezien ze in het kader van de Wet natuurbescherming geen beschermde status meer hebben. 2.2.5
Amfibieën
Het onderzoek naar Poelkikker is uitgevoerd volgende het Kennisdocument Poelkikker van BIJ12 (versie 1.0, juli 2017). Er zijn twee veldbezoeken uitgevoerd waarbij er kikkers zijn gevangen met schepnetten. Deze zijn vervolgens ter plekke gedetermineerd. Ook is er geluisterd naar kooractiviteit. Het onderzoek is gemeente breed uitgevoerd, waarbij met name de voor Poelkikker meest geschikte plekken zijn onderzocht.
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
2.2.6
7
Jaarrond beschermde nestplaatsen
Waarnemingen van jaarrond beschermde nestplaatsen zijn uitgevoerd door systematisch geschikte bosschages in de gemeente te bezoeken en visueel te inspecteren op aanwezigheid van nesten en nestelactiviteiten. De nestplaatsen zijn geïnventariseerd gedurende een waarnemingsronde door twee personen op 31 maart 2022. Eventueel aanwezige nesten zijn dan nog goed waarneembaar omdat er dan nog geen bladeren aan de bomen zitten. Ook zijn in deze periode vaak al de eerste nestelactiviteiten zichtbaar. Sommige vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen kunnen gebruik maken van verschillende nesten en wisselen soms per jaar van nest. Denk daarbij aan soorten als Buizerd, Ransuil en Zwarte kraai. De nesten van Zwarte kraai worden vaak als basis gebruikt voor horsten/nesten van grotere roofvogels en uilen. Daarom zijn nesten van Zwarte kraai ook meegenomen in dit onderzoek. 2.2.7
Zoogdieren
Tijdens alle veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid karakteristieke sporen en burchten van de Bever. De aanwezigheid hiervan is als puntwaarneming vastgelegd.
8
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
3 Verspreiding wettelijk beschermde soorten 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de wettelijk beschermde soorten die in Veendam voorkomen. Daarnaast zijn ook soorten op kaart gezet die opgenomen zijn in de Rode lijst van kwetsbare, gevoelige of bedreigde soorten. Bij het in beeld brengen van natuurwaarden is voornamelijk gebruik gemaakt van de resultaten van het veldonderzoek dat in 2022 is uitgevoerd door A&W. Hiervan wordt in onderstaande paragrafen dan ook verslag van gedaan. Deze waarnemingen zijn indien nodig nog aangevuld met recente waarnemingen uit de NDFF. Hierbij moet wel worden vermeld dat waarnemingen van de NDFF niet op de kaarten in de bijlagen zijn weergegeven, aangezien dit niet is toegestaan.
3.2 3.2.1
Resultaten veldonderzoek Libellen
In 2016 en 2020 (zie van der Heijden 2016, 2020) zijn in Veendam veel waterlopen vastgesteld met krabbenscheervelden, het biotoop van de beschermde Groene glazenmaker. Uit het onderzoek van 2022 komt naar voren dat veel van deze waterlopen geen Krabbenscheer meer bevatten. De ligging van de nog overgebleven krabbenscheervelden binnen de gemeente Veendam is aangegeven in bijlage 2B. Door de achteruitgang van het aantal velden met Krabbenscheer is ook het aantal locaties waar de Groene glazenmaker is aangetroffen sinds 2016 sterk achteruitgegaan. De enige plek waar de soort nog is aangetroffen, is ten zuiden van Veendam in het buitengebied (zie bijlage 2B). Het betrof hier ten tijde van het onderzoek een populatie met ongeveer vijf patrouillerende mannetjes en een paar eierleggende vrouwtjes.
Foto 1: twee mannetjes van Groene glazenmaker die territoriaal gedrag vertonen (A&W).
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
9
Foto 2: Eierleggend vrouwtje van de Groene glazenmaker (A&W).
Overige soorten libellen die zijn aangetroffen tijdens het onderzoek zijn Paardenbijter en Steenrode heidelibel. Dit zijn zeer algemene soorten en deze zijn daarom niet opgenomen in de verspreidingskaart van bijlage 2B. 3.2.2
Kevers
De gemeente Veendam ligt op de grens van de bekende verspreiding van de onder artikel 3.5 beschermde Gestreepte waterroofkever. Deze keversoort leeft vooral in laagveengebieden in voedselarm, onbeschaduwd, stilstaand water. Daarnaast is er voldoende drijvende en ondergedoken vegetatie nodig als schuilplaats voor predatoren. In Bijlage 2E staan de locaties waar er is gevist naar de Gestreepte waterroofkever. Het gaat om de locaties waar ook watermonsters zijn genomen ten behoeve van het eDNA onderzoek naar de aanwezigheid van Grote modderkruiper. Tijdens het onderzoek zijn er geen gestreepte waterroofkevers gevangen. Er is daarom een grote kans dat de soort niet in Veendam voorkomt. Wel zijn er algemeen voorkomende waterroofkevers en bootsmannetjes aangetroffen. Deze algemene soorten vallen onder de zorgplicht. 3.2.3
Vlinders
Binnen de gemeente Veendam komen twee beschermde dagvlindersoorten voor, namelijk de Grote vos en Grote Weerschijnvlinder. De Grote Weerschijnvlinder heeft als waardplant Boswilg en Grauwe wilg. De Grote vos heeft als waardplant Iep en ook diverse wilgensoorten. De kans bestaat dat beide vlinders zich voortplanten in de bosschages in parken en langs oevers van waterlopen in Veendam. Omdat de waardplanten van beide soorten zeer algemeen voorkomen
10
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
kunnen ze zich bijna overal voorplanten Om deze reden zijn er geen verspreidingskaarten van beide soorten opgenomen. 3.2.4
Planten
Beschermde soorten Wet natuurbescherming Tijdens het veldbezoek zijn er geen wettelijk beschermde plantensoorten aangetroffen. Ook de NDFF geeft geen waarnemingen van wettelijk beschermde plantensoorten. Er is daarom een grote kans dat dergelijke soorten niet in Veendam voorkomen. Gebieden met bijzondere botanische waarden Binnen de gemeente Veendam zijn er drie gebieden aanwezig met enige botanische waarden. Deze gebieden zijn het parkeiland ‘Rietgors’, gelegen in de zeilplas, en twee parken die ten oosten van de Borgercompagnie liggen. De ligging van deze gebieden is weergegeven in de kaart in bijlage 2A. Een detailkaart van het gebied ‘Rietgors’ is weergegeven in de kaart in bijlage 2A. Hieronder wordt iets dieper ingegaan op de gebieden. Parkeiland Rietgors Dit deel van Veendam is botanisch het meest waardevol. Het gebied bestaat uit een afwisseling van rietoevers, droge en vochtige, enigszins schrale, kalkrijke graslanden en plekken waar zure voedselarme omstandigheden heersen. De droge en vochtige graslanden worden jaarlijks gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. In deze graslanden groeit een aantal plantensoorten van de Rode lijst (RL) en overige bijzondere plantensoorten. Het gaat om Bevertjes (RL), Gevlekte orchis (RL), Steenanjer (RL), Stijve ogentroost (RL), Grasklokje, Grote tijm, Kleine pimpernel, Rietorchis en Zandblauwtje.
Een deel van de soorten is echter van oorsprong niet wild (www.verspreidingsatlas.nl) (zie kaart in bijlage 2A). Op het Parkeiland zijn er ook stikstofarme plekken waar er zure omstandigheden heersen. Hier worden soorten aangetroffen als Ronde zonnedauw, Moeraswolfsklauw, Koningsvaren en Veenpluis. Deze soorten zijn wel van oorsprong wild. Van deze soorten is Moeraswolfsklauw opgenomen in bijlage V van de Europese Habitatrichtlijn. Langs de rietoevers groeit hier en daar Gewone dotterbloem. Parken Borgercompagnie Noord en Zuid Het gaat hier om twee parken die bestaan uit een afwisseling van bos, graslanden en open water met hier en daar rijk begroeide oevers. De graslanden worden jaarlijks gemaaid, zodat hier en daar de bodem iets is verschraald. Hier groeien de Rode lijst plantensoorten Steenanjer, Stijve ogentroost en Kleine ratelaar. Ook zijn er hier en daar plekken waar zure stikstofarme omstandigheden heersen. Hier is de Rode lijst soort Ronde zonnedauw vastgesteld. In het open water in de parken groeit de Rode lijst waterplant Stomp fonteinkruid. 3.2.5
Vissen
Wettelijk beschermde vissensoorten Verspreid over de gehele gemeente zijn 10 eDNA-monsters genomen voor het onderzoek naar de aanwezigheid van Grote modderkruiper (zie bijlage 2E). In geen van de tien monsters is DNA van de Grote modderkruiper aangetroffen. Ook in 2016 is tijdens aanvullend onderzoek de soort niet gevangen (Van der Heijden 2016). Volgens de Groningse vissenatlas komt de soort wel in de omgeving voor, maar is deze niet bekend van Veendam. Dit geldt ook voor NDFF gegevens. Hoewel Veendam wel geschikt is als leefgebied
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
11
van de soort, is deze hier na vele inspanningen in het verleden niet aangetroffen, zodat we uiteindelijk kunnen concluderen dat de soort hoogstwaarschijnlijk hier ook niet voorkomt. Overige vissensoorten Overige vissensoorten die in Veendam kunnen worden aangetroffen zijn bijvoorbeeld Aal, Baars, Blankvoorn, Brasem, Giebel, Karper, Rietvoorn, Snoek, Rietvoorn, Snoekbaars, Vetje en Zeelt. Deze soorten kunnen overal binnen de gemeente voorkomen. Daarom is er geen aanvullend onderzoek gedaan naar deze soorten en is er geen verspreidingskaart opgenomen. Voor al deze soorten geldt de zorgplicht en moet worden gewerkt volgens een gedragscode (zie hoofdstuk 4). 3.2.6
Amfibieën
Soorten van artikel 3.5 Wnb (Poelkikker) De Poelkikker leeft in voedselarm, schoon en onbeschaduwd water met goed begroeide oeverzones. Tijdens het veldonderzoek zijn dergelijke watergangen binnen Veendam onderzocht op Poelkikker. De soort is tijdens het veldonderzoek een aantal keer aangetroffen in watergangen binnen de bebouwde kom. Om welke locaties het gaat is aangegeven in bijlage 2D. Op grond van verspreidingsgegeven worden er in Veendam geen overige beschermde amfibieën van artikel 3.5 Wnb verwacht, zoals Rugstreeppad en Heikikker. Soorten van artikel 3.10 (vrijgesteld) Er kunnen verspreid over de gehele gemeente overige soorten algemene amfibieën voorkomen die beschermd zijn volgens artikel 3.10, maar provinciaal zijn vrijgesteld van ontheffing bij het overtreden van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten dient te worden gewerkt volgens een gedragscode (zie hoofdstuk 4). Deze soorten komen algemeen wijd verspreid voor in de gemeente en zijn daarom niet apart op een verspreidingskaart aangegeven. Overige niet vrijgestelde amfibieënsoorten van artikel 3.10 komen niet voor in de gemeente Veendam. 3.2.7
Reptielen
Op grond van verspreidingsgegevens worden er in Veendam geen beschermde reptielen verwacht. 3.2.8
Broedvogels
Voor broedvogels wordt er een scheiding gemaakt tussen soorten welke elke jaar terug keren naar hun nest (jaarrond beschermde nesten) en algemene broedvogels welke jaarlijks een nieuw nest bouwen. Buiten de bebouwde kom van Veendam gaat het dan om diverse soorten akkervogels. In de parken en in het bebouwde gebied komen verscheidene algemene vogelsoorten van stad en park tot broeden. Het kan dan ook gaan om holenbroeders in oude bomen. Omdat de meeste broedvogels elk jaar op een andere locatie broeden, is in dit rapport geen verspreidingskaart van broedvogels opgenomen. Jaarrond beschermde nesten De provincie Groningen hanteert het beleid dat nesten van vogels welke jaarlijks terug keren naar het zelfde nest niet weggenomen mogen worden, indien er geen alternatieve nestlocaties
12
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
beschikbaar zijn. Zelf hanteert de provincie geen lijst met jaarrond beschermde nesten maar de lijsten van andere bevoegde gezagen worden wel herkend als hulpmiddel. Op basis van de lijsten van andere bevoegde gezagen en de ecologie van de Nederlandse broedvogels zijn de nesten van Buizerd, Ransuil, Ooievaar, Zwarte Kraai, Blauwe reiger en Roek in kaart gebracht. Hieronder volgt nog een toelichting op de ecologie van de soorten en is aangegeven of ze zijn geïnventariseerd en wat de resultaten zijn wat de resultaten zijn van de inventarisatie Blauwe reiger en Roek zijn kolonie broeders en keren jaarlijks terug naar hun kolonieplaatsen. Buizerd heeft veelal een netwerk van een aantal nesten waartussen de paartjes alterneren. Zwarte kraai komt regelmatig terug naar een oud nest. De nesten van deze soort worden echter vaak gebruikt als neststarter voor grotere standvastige broedvogels, zoals Buizerd, Torenvalk, Boomvalk, Havik en Ransuil. Naast de bovengenoemde soorten zijn er ook vogels welke in de meeste provincies jaarrond beschermd zijn maar bijna uitsluitend in/of aan bebouwing broeden. Dit zijn soorten als Boerenzwaluw, Gierzwaluw, Huiszwaluw, Spreeuw, Huismus en Ringmus. De mussen hebben twee typen verblijfplaatsen: een nestplaats en een rustplaats voor in de winter. Deze rustplaatsen bestaan uit groenblijvende struiken en klimplanten.
Als laatste zijn er nog soorten als Bosuil en Kerkuil welke tot broeden kunnen komen in boomholtes en uilenkasten. De betreffende soorten hebben de volgende broedperiode: Blauwe reiger (1 februari – 30 mei); Boomvalk (1 mei – 15 september); Bosuil ( 1 januari – 10 juli), broedt in bossen, holenbroeder, broedt in dikkere bomen; Buizerd (1 maart – 10 juli ); Havik (1 februari -15 juli), broedt vrijwel nooit in bebouwde kom, maar in bos / bomen in buitengebied; Huismus (10 maart – 20 juni); Kerkuil (1 februari- 10 oktober); Ooievaar (1 april – 30 juni); Ransuil ( 20 februari – 20 juli); Ringmus (20 april – 20 juli); Roek (1 april – 30 juni); Torenvalk (1 maart – 10 juli); Zwarte kraai (1 maart – 30 juni); De resultaten van het onderzoek naar jaarrond beschermde nestplaatsen zijn weergegeven in de verspreidingskaart van Bijlage 2. Tijdens het onderzoek zijn er nesten gevonden van Zwarte kraai, Buizerd, Blauwe reiger en een aantal roekenkolonies met een omvang met 100-200 nesten. De aangetroffen nestplaatsen zijn een momentopname en geven een indicatie van de te verwachten soorten en de omvang/locatie van de populaties. De nesten van de overige hierboven genoemde soorten zijn niet in kaart gebracht omdat ze of niet zijn aangetroffen tijdens het onderzoek of omdat het gebouw bewonende soorten betreft waar geen beheerwerkzaamheden worden uitgevoerd.
Er bestaat overigens een kans dat niet aangetroffen soorten zich de komende jaren alsnog vestigen in de gemeente Veendam.
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
13
Broedvogels algemeen Tijdens werkzaamheden moet rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Er is geen standaardperiode voor het broedseizoen. Van belang is of er een actief broedgeval is. Het broedseizoen van vogels loopt globaal van half maart tot half juli. Het is aan te bevelen om werkzaamheden die broedende vogels kunnen verstoren, zoals snoeien, kappen (holenbroeders) of maaien van ruigte (grondbroeders) in ieder geval buiten deze periode uit te voeren. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan beheerswerkzaamheden die in de maanden februari-september plaatsvinden, gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soorten te (laten) verrichten en de nestplaatsen vervolgens te ontzien. Meer informatie hierover kan worden gevonden in de natuurkalenders in hoofdstuk 4.
Relevante soorten, met daarbij aangegeven de periode van het broedseizoen in de gemeente Veendam kunnen zijn: Boomklever (15 februari – 31 mei), holenbroeder, broedt in dikkere bomen; Boomkruiper (1 februari – 20 juni), holenbroeder, broedt in dikkere bomen; Bosrietzanger (15 mei – 20 juli); Ekster (1 februari – 30 juni); Goudvink (15 april – 20 augustus); Grauwe vliegenvanger (15 mei – 10 augustus); Groene specht ( 1 maart – 31 mei), holenbroeder, broedt in dikkere bomen; Grote bonte specht (1 maart – 30 juni), holenbroeder, broedt in dikkere bomen; Grote lijster (1 maart – 31 mei); Heggenmus (10 maart – 10 juli); Holenduif (1 april – 31 juli), holenbroeder, broedt in dikkere bomen of kunstmatige holten; Houtduif (1 mei – 15 september); Houtsnip (15 maart-20 juli), broedt niet in bebouwde kom, maar in bos; Kauw (1 maart – 10 mei); Kleine bonte specht (1 februari – 20 juni); Kneu (1 mei – 20 juli); Matkop (1 februari – 30 juni); Merel (1 maart – 15 juli); Patrijs (15 februari – 20 juni), broedt niet in bebouwde kom, maar in kruidenrijke zones nabij akkerland; Rietzanger (1 mei – 20 juli); Staartmees (1 maart – 30 juni); Stadsduif (1 februari – 31 juli); Tjiftjaf (15 april – 20 juli); Tuinfluiter (1 mei – 20 juli); Turkse tortel (15 maart- 20 augustus); Vink (20 april – 20 juli); Winterkoning (1 februari -20 juli); Zomertortel ( 1 mei- 20 juli), broedt in bos en struweel in
buitengebied; Zwartkop (20 april – 20 juli);
14
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
3.2.9
Zoogdieren
Soorten Artikel 3.5 Wnb Vleermuizen In Veendam zijn verschillende soorten vleermuizen aangetroffen (NDFF). Het gaat om Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Rosse vleermuis en Laatvlieger. Alle vleermuizen zijn beschermd onder artikel 3.5. Sommige soorten verblijven vooral in gebouwen, zoals de Gewone dwergvleermuis en de Laatvlieger. Deze soorten zijn alleen relevant als het gaat om het aantasten van vliegroutes, zoals het rooien van bomenlanen, hetgeen niet onder bestendig beheer valt. Andere soorten, namelijk Watervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Gewone grootoorvleermuis kunnen verblijven in holten van oude bomen. Deze soorten kunnen daarom geschaad worden door kapwerkzaamheden. Omdat het kappen van bomen met holtes niet valt onder bestendig beheer is er geen aanvullend veldonderzoek uitgevoerd naar de betreffende soorten en zijn de soorten niet op kaart gezet. Bever In het Borgerwold is een burcht van Bever aangetroffen. Daarnaast zijn er in watergangen verbonden aan het Borgerwold meerdere sporen van de soort aangetroffen. De Bever is alleen relevant in het kader van bestendig beheer wanneer er werkzaamheden nabij de burcht worden uitgevoerd. De locatie van de aangetroffen beverburcht is aangegeven in Bijlage 2F. Artikel 3.10 Wnb (niet vrijgestelde soorten) Steenmarter In de gemeente Veendam komt de Steenmarter voor.
Aangezien deze soort vooral in gebouwen verblijft, ondervindt ze geen effecten van bestendig beheer. De soort is daarom niet aan de orde en is daarom ook niet onderzocht en op een verspreidingskaart weergegeven. Hermelijn en Bunzing Met name de parken zijn geschikt als voortplantings- en leefgebied voor kleine marterachtigen. Deze kunnen overal voorkomen en wisselen zeer frequent van verblijfplaats. Om deze redenen zijn ze niet geïnventariseerd en ook niet op kaart gezet. Er moet bij het uitvoeren van bestendig beheer in bosschages wel rekening worden gehouden met deze soortgroep (zie hoofdstuk 4). Haas Haas komt met name voor in de agrarische percelen binnen de gemeente grenzen van Veendam. Omdat er geen beheerswerkzaamheden worden uitgevoerd op dergelijke percelen is er geen onderzoek gedaan naar de aanwezige hazenpopulaties en is de verspreiding van de soort niet op kaart gezet.
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
15
Foto 3: Beverburcht in het Borgerwold.
Eekhoorn Ook de Eekhoorn is in de gemeente Veendam aangetroffen, met name in de bosschages en bossen in Veendam. Omdat de soort regelmatig wisselt van verblijfplaats, en uiterst lastig is te inventariseren, is er geen veldonderzoek uitgevoerd. Wel dient bij bestendig beheer rekening te worden gehouden met de soort (zie hoofdstuk 4). Das In het Borgerwold is een dassenburcht aanwezig. Deze ligt langs een MTB-route en een weg. De locatie van de burcht is gelegen in een deel van het park met een hoge mate van verstoring door recreatie. Ook de Das is nauwelijks relevant ten aanzien van bestendig beheer. Enkel dient er rekening te worden gehouden met de soort wanneer er machines op en rond de burcht worden geplaatst. De locatie van de dassenburcht is aangegeven in Bijlage 2F. Waterspitsmuis In de gemeente Veendam is de Waterspitsmuis (nog) niet aangetroffen. De waterrijke gemeente ligt op het grensgebied van de bekende verspreiding van deze soort. Het is mogelijk dat de soort voorkomt in watergangen binnen de gemeente grenzen, zodat bij het uitvoeren van beheerwerkzaamheden langs oevers wel rekening moet worden gehouden met de soort (zie hoofdstuk 4).
16
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
Foto 4: Dassenburcht in het Borgerwold.
Artikel 3.10 Wnb (vrijgestelde soorten) Overige soorten zoogdieren die binnen Veendam voorkomen zijn Egel, Wezel, Vos, Ree, Konijn en verschillende (spits)muizensoorten. In het kader van de zorgplicht dient bij bestendig beheer wel rekening te worden gehouden met deze soorten (zie hoofdstuk 4).
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
17
4 Beheer en onderhoud door de gemeente Veendam 4.1
Vertaaltabel gemeentelijk beheer
4.1.1
Clustering beheerswerkzaamheden
In tabel 4.1 wordt een lijst gepresenteerd met beheerwerkzaamheden zoals die worden uitgevoerd door de gemeente Veendam. In de tabel is ook aangegeven in welke beheerobjecten de werkzaamheden worden uitgevoerd. De ligging van de beheerobjecten is gepresenteerd in de kaarten van bijlage 1. De lijst met werkzaamheden sluit goed aan bij de beheercategorieën die de 'Gedragscode soortenbescherming voor gemeente’ hanteert. Ten aanzien van baggeren wordt ervan uitgegaan dat het hier gaat om periodiek baggeren dat valt onder bestendig beheer. Tabel 4.1 - lijst met beheerwerkzaamheden in de gemeente Veendam. Aangegeven is in welke beheerobjecten de werkzaamheden worden uitgevoerd. De ligging van de beheerobjecten is gepresenteerd in de kaarten van bijlage 1.
Beheerwerkzaamheden
Beheerobject
Maaien kort gras (gazon, intensief) Maaien kruidachtige vegetaties (extensief);
Gras (zie bijlage 1C) Ruigte, braak, overhoeken (zie bijlage 1D)
Maaien oevervegetaties Snoeien heesters en hagen
Water, waterpartijen, watergangen, oeverbeheer (zie bijlage 1 A) Bos en bosplantsoen (zie bijlage 1 B)
Bosplantsoen dunnen en snoeien Alleenstaande en laanbomen snoeien
Bos en bosplantsoen (zie bijlage 1 B) Bos en bosplantsoen (zie bijlage 1 B)
Watergangen, vijvers en poelen schonen/baggeren/maaien onderwatervegetaties
Water, waterpartijen, watergangen, oeverbeheer (zie bijlage 1 A)
Onderhoudsactiviteiten die te maken hebben met niet-natuurlijke verhardingen, zoals 'gesloten verharding', 'kunstgrasveld' of met straatmeubilair, zoals 'picknickset' of 'speeltoestel', zijn buiten beschouwing gelaten omdat ze niet relevant zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Activiteiten zoals dempen, verbreden en vergraven van wateren, verwijderen van opgaande begroeiing, struweel, bomen, bosplantsoen en dood hout, alsook het baggeren van waterlopen met achterstallig onderhoud, vallen niet onder ‘bestendig beheer en onderhoud’, maar onder ‘ruimtelijke ontwikkeling en inrichting’. Hiervoor gelden andere wettelijke regels. Ze zijn daarom niet meegenomen in de natuurkalenders. 4.1.2
Typen beheerswerkzaamheden en de gedragscode
De 'Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten' geeft per beheerscategorie richtlijnen en aandachtspunten aan voor zorgvuldig handelen. In onderstaande tabel 4.2 is aangegeven welke richtlijn geldt bij de verschillende beheerstaken die de gemeente Veendam uitvoert. Deze gedragscode is echter vrij globaal in de aanwijzingen, vergt veel specialistische kennis van de groenmedewerkers en vergt soms onderzoek dat tot verstoring van beschermde soorten kan leiden. Zo dient er voorafgaand aan werkzaamheden een controle plaats te vinden naar bewoonde nestplaatsen van vogels, terwijl het vinden van nesten zelfs voor zeer gespecialiseerde ornithologen een zeer arbeidsintensieve klus is, die vaak niet lukt en waarbij de kans groot is dat
18
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
het broedsel wordt verstoord. Om die reden is niet alleen verwezen naar de richtlijnen in de 'Gedragscode Soortenbescherming gemeenten', maar wordt tevens gerefereerd aan zogenaamde 'natuurkalenders' die in de paragrafen 4.2 tot 4.8 zijn opgenomen. Voor de natuurkalenders is geput het onderzoek van 2016. Deze zijn aangescherpt op de onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten en recente gegevens uit de NDFF en verspreidingsatlassen.
Tabel 4-2. Activiteiten i.h.k. van bestendig beheer van de gemeente Veendam en welke natuurkalender of richtlijn van de gedragscode hierbij past. Bij de Gedragscode gaat het om de ‘Gedragscode Soortenbescherming voor gemeenten’. De natuurkalenders worden gepresenteerd in de paragrafen 4.2 tot 4.8
Overzicht Beheerswerkzaamheden gemeente Veendam Natuurkalenders / Verspreidingskaart / Gedragscode Maaien kort gras (gazon, intensief) Zie paragraaf 4.2 Natuurkalender: Maaien kort gras en Gazon verspreidingskaart planten in bijlage 2A Sportveld
Maaien kruidachtige vegetaties (extensief) Bermen klepelen (worden geklepeld maaisel blijft liggen) Kruidenberm (wordt gemaaid en afgevoerd) Ruwgras (braakliggende terreinen)
Maaien oevervegetaties (riet, oeverplanten) langs watergangen/vijvers/poelen en sloten Waterpartijen Sloten Snoeien heesters en hagen Blokhaag Botanische rozen Opgaande heesters Perkrozen Vaste planten Bodembedekkende heesters Opgaande bodemheesters
Zie paragraaf 4.3 Maaien kruidige vegetaties en verspreidingskaart planten in bijlage 2A
Zie paragraaf 4.4 Maaien oevervegetaties en verspreidingskaart planten in bijlage 2A
Zie paragraaf 4.5 Snoeien heesters en hagen en verspreidingskaart jaarrond beschermde nestplaatsen in bijlage 2C
Bosplantsoen (struweel, bossingels, bos, hakhout) dunnen en snoeien Bosplantsoen
Alleenstaande en laanbomen (opener dan bosplantsoen) snoeien Boomgroepboom Particuliere boom Knotboom Solitaire boom Straat laanboom Conifeer
Zie paragraaf 4.6 Snoeien, dunnen en vervangen bosplantsoen en verspreidingskaart jaarrond beschermde nestplaatsen in bijlage 2C, verspreidingskaart zoogdieren in bijlage 2F.
Zie paragraaf 4.7 Snoeien van alleenstaande - en laanbomen en verspreidingskaart jaarrond beschermde nestplaatsen in bijlage 2C, verspreidingskaart zoogdieren in bijlage 2F.
19
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
Overzicht Beheerswerkzaamheden gemeente Veendam Natuurkalenders / Verspreidingskaart / Gedragscode Windsingelboom Watergangen, vijvers en poelen schonen / baggeren / maaien onderwatervegetaties Zie paragraaf 4.8 Schonen en baggeren van watergangen, vijvers en poelen en verspreidingskaart planten en Groene glazenmaker in bijlage 2 Maaien oevervegetaties Zie paragraaf 4.4 en verspreidingskaart planten in bijlage 2A.
4.1.3
Natuurkalenders
In onderstaande hoofdstukken worden er per beheertype natuurkalenders weergegeven voor de te verwachten soorten. In de natuurkalenders wordt aangegeven: in welke perioden beheerswerkzaamheden zonder problemen kunnen worden uitgevoerd; in welke periode bijzondere voorwaarden gelden en, in welke perioden de beheersactiviteiten niet kunnen worden uitgevoerd. Indien onder artikel 3.10 of 3.5 beschermde soorten aanwezig zijn op de plaats waar werkzaamheden worden uitgevoerd en verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden dreigen te worden, zijn de werkzaamheden slechts in bepaalde perioden of alleen onder specifieke voorwaarden toegestaan. Indien de werkzaamheden conform de ‘Gedragscode soorten bescherming voor gemeenten’ worden uitgevoerd is geen ontheffing van de Wnb vereist.
4.2
Maaien kort gras (gazon)
Inleiding Kort gras heeft een beperkte betekenis voor beschermde en kwetsbare planten en dieren. Maaien is het gehele jaar door mogelijk zonder maatregelen, indien er niet nabij watergangen wordt gemaaid tijdens regen of vlak na regen en er geen broedende vogels aanwezig zijn in de directe omgeving van de maaiactiviteit. Periode Soorten Amfibieën Broedvogels
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Geen maatregelen nodig, wel zorgvuldig handelen (zie onder)
Algemeen zorgvuldig handelen De ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten’ stelt een aantal algemene maatregelen ten behoeve van zorgvuldig handelen. Voor maaiwerkzaamheden zijn dit: Werk rustig in één richting zodat aanwezige dieren de werklocatie kunnen verlaten en er voldoende dekking en alternatief leefgebied beschikbaar is. Werkzaamheden vinden bij voorkeur overdag plaats om verstoring door licht te voorkomen. Als werkzaamheden ’s nachts worden uitgevoerd, wordt enkel de werklocatie verlicht en zal uitstraling naar de omgeving voorkomen worden.
20
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
4.3
Maaien kruidige vegetaties
Inleiding Kruidige vegetaties kunnen soms een grote betekenis hebben voor natuur. In de gemeente Veendam gaat dit met name om planten, algemene soorten amfibieën, broedvogels, kleine marterachtigen en Egel. Omdat de kwetsbare periodes van deze soorten vaak overlappen met de beheerwerkzaamheden dienen er maatregelen genomen te worden afhankelijk van het aanwezige habitat. Op de verspreidingskaart planten in bijlage 2A zijn locaties aangegeven waar plantensoorten voorkomen die mogelijk effecten ondervinden van maaiactiviteiten. Periode soorten Planten Amfibieën Broedvogels Kleine marters Egel
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Geen maatregelen nodig, wel zorgvuldig handelen (zie onder) Activiteit uitvoeren onder voorwaarden (zie onder) Activiteit niet uitvoeren
Algemeen zorgvuldig handelen en voorwaarden De ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten’ stelt een aantal algemene maatregelen ten behoeve van zorgvuldig handelen. Voor maaiwerkzaamheden zijn dit: Werk rustig in een richting waarop aanwezig dieren de werklocatie kunnen verlaten en er voldoende dekking en alternatief leefgebied beschikbaar is. Werkzaamheden vinden bij voorkeur overdag plaats om verstoring door licht te voorkomen. Als werkzaamheden ’s nachts worden uitgevoerd, wordt enkel de werklocatie verlicht en zal uitstraling naar de omgeving voorkomen worden. Daarnaast dienen nog de volgende voorwaarden in acht te worden genomen: Planten Groeiplaatsen van bijzondere plantensoorten en plantensoorten van de Rode lijst worden na de zaadzetting van betreffende soort(en) gemaaid. Het maaisel wordt na een paar dagen verwijderd om verrijking en verstikking van de bodem tegen te gaan. Plekken met bijzondere plantenwaarden zijn weergegeven in bijlage 2A. Het is belangrijk dat maaisel wordt afgevoerd. In het algemeen geldt dat het voor insecten en de vegetatie gunstig is om het maaisel een paar dagen te laten liggen. Doordat het een tijdje blijft liggen kunnen de zaden rijpen en uit het maaisel vallen. Dit is goed voor de zaadvoorraad in de bodem. Bovendien krijgen dieren die de maaibeurt overleefd hebben de kans een nieuw plekje te zoeken.
Het is echter ook niet goed om het maaisel te lang te laten liggen. De voedingsstoffen uit het maaisel komen namelijk snel weer terecht in de bodem en dit is niet gunstig voor het ontwikkelen of behouden van een schrale vegetatie. Om dit te voorkomen is het beter om het maaisel binnen een week af te voeren. Amfibieën Percelen grenzend aan water worden in de periode maart-september niet bij en niet kort na regenachtig weer gemaaid. In de gemeente Veendam gaat het vooral om soorten als: Gewone
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
21
pad, Meerkikker, Bastaardkikker, Bruine kikker en Kleine watersalamander. In het algemeen kan worden gesteld dat concentraties van amfibieën verwacht kunnen worden op plaatsen met minder intensief gemaaid gras, langs niet-beschoeide oevers en bos of struweel in de omgeving. Broedvogels De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de periode van het broedseizoen. Indien de werkzaamheden toch moeten plaatsvinden binnen het broedseizoen van vogels, dient rekening te worden gehouden met broedende vogels. In gebruik zijnde nesten van broedvogels worden gemarkeerd1 en bij werkzaamheden ontzien. Er wordt voldoende afstand gehouden tot in gebruik zijnde nesten om verstoring te voorkomen. Hierbij wordt het advies van een deskundige gevraagd om te bepalen tot op welke afstand gewerkt mag worden. Kleine marterachtigen Kleine marterachtigen, zoals Bunzing, Wezel en Hermelijn kunnen verblijfplaatsen hebben in oevers en ruigere begroeiingen. Van deze drie soorten kan Wezel gebruik maken van muizenholen waardoor de exacte locatie van verblijf niet tot nauwelijks vindbaar is. Geschikte leefgebied voor verblijven kan behouden worden door maaiwerkzaamheden in ruigere delen gefaseerd uit te voeren. Hierdoor blijft er voldoende beschutting aanwezig voor kleine marterachtigen om te kunnen jagen en schuilen.
Egel Bij werkzaamheden in de winterrust van egels moet er voorkomen worden dat er dieren in winterrust worden gedood door de maaiwerkzaamheden. Egels maken winternesten vaak op de grond tegen bestaande beschutting aan. Beschutting kan aanwezig zijn in de vorm van reliëf (zandheuvels of (droogstaande greppels), braamstruweel en takkenhopen. In de periode november tot en met maart dienen ruigtes met beschutting gespaard te worden tijdens de maaiwerkzaamheden.
4.4
Maaien oevervegetaties
Inleiding Oevervegetaties hebben vaak grote betekenis voor beschermde en bijzondere planten en dieren. Omdat de kwetsbare periodes van deze soorten vaak overlappen met de beheerwerkzaamheden dienen er maatregelen genomen te worden. In de gemeente Veendam is langs veel watergangen harde beschoeiing aangebracht. Hier is meestal geen oevervegetatie aanwezig en kan zonder voorwaarden worden gewerkt, mits broedende watervogels niet worden verstoord. Zie verspreidingskaarten planten en Poelkikker in bijlage 2A en 2D. Periode Soorten Planten Poelkikker Overige soorten amfibieën Waterspitsmuis Broedvogels Libellen
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Geen maatregelen nodig, wel zorgvuldig handelen (zie onder) Activiteit uitvoeren onder voorwaarden (zie onder) Activiteit niet uitvoeren 1 De markering vindt zodanig plaats dat de nesten niet door predatoren kunnen worden herkend
Okt
Nov
Dec
22
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
Algemeen zorgvuldig handelen en voorwaarden De ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten’ stelt een aantal algemene maatregelen ten behoeve van zorgvuldig handelen. Voor maaiwerkzaamheden aan oevers zijn dit: Er wordt stapvoets gereden en één kant op gewerkt zodat dieren kunnen vluchten. Werkzaamheden vinden bij voorkeur overdag plaats om verstoring door licht te voorkomen. Als werkzaamheden ’s nachts worden uitgevoerd, wordt enkel de werklocatie verlicht en zal uitstraling naar de omgeving voorkomen worden. Daarnaast dienen nog de volgende voorwaarden in acht te worden genomen: Planten Groeiplaatsen van orchideeën wordt na de zaadzetting van betreffende soort(en) gemaaid. Het maaisel wordt binnen enkele dagen verwijderd om verrijking en verstikking van de bodem tegen te gaan. Poelkikker Voor maaiwerkzaamheden aan oevers waar Poelkikker is aangetroffen (zie bijlage 2D) geldt dat het buiten de actieve periode van Poelkikker en maximaal één keer per jaar plaatsvindt. Er dient dan minimaal 25% van de vegetatie te worden gehandhaafd en een minimale maaihoogte van 10 cm te worden aangehouden. De voorkeursperiode van deze werkzaamheden is oktober tot februari wanneer de Poelkikkers in winterrust zijn en dan niet kunnen worden uitgemaaid. het maaibeheer is gericht op het behouden van schuilmogelijkheden en plekken om te zonnen.
Overige soorten amfibieën Percelen grenzend aan wateren worden in de periode maart- september niet bij en niet kort na regenachtig weer gemaaid. In de gemeente Veendam gaat het vooral om soorten als: Gewone pad, Meerkikker, Bastaard kikker, Bruine kikker en Kleine watersalamander. In het algemeen kan worden gesteld dat concentraties van amfibieën verwacht kunnen worden op plaatsen met minder intensief gemaaid gras, langs niet-beschoeide oevers en bos of struweel in de omgeving. Waterspitsmuis Bij maaiwerkzaamheden van de oevervegetatie wordt er rekening gehouden met geschikt leefgebied voor Waterspitsmuis. Het gaat hier om onbeschoeide natuurlijke oevers met een rijke oevervegetatie gelegen aan watergangen met rijke watervegetatie. Dergelijke oevers mogen niet gemaaid worden tijdens het voorplantingsseizoen van de Waterspitsmuis (april – augustus). Voor het maaien van deze oevers wordt er bij voorkeur gekozen voor snijden en wordt er een maaihoogte van minimaal 10 centimeter aangehouden. Broedvogels De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de periode van het broedseizoen. Indien de werkzaamheden toch moeten plaatsvinden binnen het broedseizoen van vogels, dient rekening te worden gehouden met broedende vogels. In gebruik zijnde nesten van broedvogels worden gemarkeerd2 en bij werkzaamheden ontzien.
Er wordt voldoende afstand gehouden tot in gebruik zijnde nesten om verstoring te voorkomen. Hierbij wordt het advies van een deskundige gevraagd om te bepalen tot op welke afstand gewerkt mag worden.
2 De markering vindt zodanig plaats dat de nesten niet door predatoren kunnen worden herkend
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
23
Groene glazenmaker Maaiwerkzaamheden aan oeverstroken op locaties waar Groene glazenmaker aanwezig is worden uitgevoerd buiten de vliegtijd van deze soort (juli – half september). Oeverstroken langs wateren met Groene glazenmaker worden gefaseerd gemaaid, zodat minimaal 25% van de oevervegetatie blijft staan om dieren dekking te bieden. Groene glazenmakers stellen ook eisen aan het landschap in de buurt van Krabbenscheervelden. Beschutting door bomen, struwelen en/of rietveldjes lijkt belangrijk te zijn. Wanneer een dergelijk landbiotoop niet aanwezig is, ontbreekt de Groene glazenmaker vaak, zelfs wanneer de Krabbenscheervegetatie zelf geschikt lijkt te zijn.
4.5
Snoeien van heesters en hagen
Inleiding Het betreft beheerobjecten met een beperkte betekenis voor beschermde planten en dieren. Snoeien is het gehele jaar door mogelijk zonder maatregelen, indien geen broedvogels of jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in de directe omgeving van de snoeiactiviteit. Indien er wel broedvogels of jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn op de plaats waar werkzaamheden worden uitgevoerd, dienen bij de werkzaamheden onderstaande gedragsregels te worden gevolgd. Zie verspreidingskaarten jaarrond beschermde nestplaatsen en Groene glazenmaker in bijlage 2C en 2B).
Periode Soorten Broedvogels excl. jaarrond beschermde nesten Jaarrond beschermde nesten vogels Groene glazenmaker
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Geen maatregelen nodig, Activiteit uitvoeren onder voorwaarden (zie onder) Activiteit niet uitvoeren
Algemeen zorgvuldig handelen en voorwaarden De ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten’ stelt een aantal algemene maatregelen ten behoeve van zorgvuldig handelen. Voor snoeiwerkzaamheden betreft dit:
De werkrichting is richting een rustig en natuurlijke locatie waar dieren naar toe kunnen vluchten. Werkzaamheden vinden bij voorkeur overdag plaats om verstoring door licht te voorkomen. Tijdens het werken aan beplanting dient schade aan de bodem zo veel mogelijk te worden voorkomen door bijvoorbeeld de banden spanning van machines laag te houden of te werken met handkracht waar mogelijk.
Daarnaast dienen nog de volgende voorwaarden in acht te worden genomen:
24
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
Vogels De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de periode van het broedseizoen. Indien de werkzaamheden toch moeten plaatsvinden binnen het broedseizoen van vogels, dient rekening te worden gehouden met broedende vogels. In gebruik zijnde nesten van broedvogels worden gemarkeerd3. Er wordt voldoende afstand gehouden tot in gebruik zijnde nesten om verstoring te voorkomen. De maatregel geldt jaarrond, omdat ook rekening moet worden gehouden met jaarrond beschermde nesten. Wat betreft de jaarrond beschermde nesten, moet hier vooral gedacht worden aan de Sperwer, die behalve in bomen, ook in dicht struweel kan worden aangetroffen. In de periode maart – juli worden er geen snoeiactiviteiten uitgevoerd in dicht struweel. In dichte hagen kunnen in de periode maart - juli zangvogels als Merel, Heggenmus en Winterkoning broeden. De nesten van deze soorten zijn moeilijk te ontdekken. Ook al wordt het nest bij de snoeiactiviteiten niet beschadigd, de kans op verstoring en het verlaten van het broedsel is bij deze activiteit reëel. In open struiken, zoals rozenstruiken en kornoeljes, is de kans op nesten van vogels veel kleiner. Groene glazenmaker Groene glazenmakers stellen ook eisen aan het landschap in de buurt van Krabbenscheervelden. Beschutting door bomen, struwelen en/of rietveldjes lijkt belangrijk te zijn.
Wanneer een dergelijk landbiotoop niet aanwezig is, ontbreekt de Groene glazenmaker vaak, zelfs wanneer de Krabbenscheervegetatie zelf geschikt lijkt te zijn. Om deze reden wordt aanbevolen om in de buurt van Krabbenscheervelden waar de Groene glazenmaker voorkomt zo veel mogelijk geschikt landbiotoop te behouden.
4.6
Snoeien en dunnen bosplantsoen
Inleiding De werkzaamheden betreffen het snoeien van struweel, griend, bossingels, bos en hakhout. Ook het verwijderen van takken- en bladerhopen in bosplantsoen valt hieronder. Het betreft een beheergroep met een mogelijk grote betekenis voor kwetsbare en beschermde planten en dieren. Zie ook de verspreidingskaarten in bijlage 2A-F beschermde soorten die mogelijk effecten kunnen ondervinden van deze beheerswerkzaamheden. Periode Soorten Amfibieën Groene glazenmaker Vleermuizen Eekhoorn Das Bever Broedvogels Vlinders
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Geen maatregelen nodig Activiteit uitvoeren onder voorwaarden Activiteit niet uitvoeren 3 De markering vindt zodanig plaats dat de nesten niet door predatoren kunnen worden herkend.
Nov
Dec
A&W-rapport 21-442 Inventarisatie beschermde natuurwaarden en gebruik gedragscodes bestendig beheer in de gemeente Veendam
25
Algemeen zorgvuldig handelen en voorwaarden De ‘Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten’ stelt een aantal algemene maatregelen ten behoeve van zorgvuldig handelen. Voor snoeiwerkzaamheden betreft dit: De werkrichting is richting een rustig en natuurlijke locatie waar dieren naar toe kunnen vluchten. Werkzaamheden vinden bij voorkeur overdag plaats om verstoring door licht te voorkomen. Indien er in de avonduren wordt gewerkt, wordt de verlichting afgekeerd van verblijfplaatsen van beschermde soorten of van vogels Tijdens het werken aan beplanting dient schade aan de bodem zo veel mogelijk te worden voorkomen door bijvoorbeeld de banden spanning van machines laag te houden of te werken met handkracht waar mogelijk. Daarnaast dienen nog de volgende voorwaarden in acht te worden genomen: Amfibieën Bij het uitvoeren van werkzaamheden worden voortplantingswateren en hun oeverstroken ontzien (de voortplanting is van 1 maart – 30 september). Bij het verwijderen van materiaal worden takken- en bladerhopen, die dienst kunnen doen als overwinteringsplaats, ontzien (de overwinteringsperiode is van 1 oktober – 31 maart). Groene glazenmaker Groene glazenmakers stellen ook eisen aan het landschap in de buurt van Krabbenscheervelden. Beschutting door bomen, struwelen en/of rietveldjes lijkt belangrijk te zijn.
Wanneer deze landbiotoop niet aanwezig is, ontbreekt de Groene glazenmaker vaak, zelfs wanneer de Krabbenscheervegetatie zelf geschikt lijkt te zijn. Om deze reden wordt aanbevolen om in de buurt van Krabbenscheervelden waar de Groene glazenmaker voorkomt zo veel mogelijk geschikt landbiotoop te behouden. Vleermuizen Bomen met holten, spleten of rottingsgaten geschikt voor vleermuizen worden ontzien. Eekhoorn Bomen met in gebruik zijnde voortplantingsplaatsen en winternesten worden ongemoeid gelaten. Das In het Borgerwold is een dassenburcht aangetroffen (zie bijlage 2E). Werkzaamheden binnen een straal van 5 meter tot de burcht mogen niet plaatsvinden in het voorplantingsseizoen van Das (december – juni). Binnen de verstoringszone van 5 meter blijven bomen en struiken zo veel mogelijk staan. Het snoeien van bomen en struiken binnen deze zone is toegestaan, mits er voldoende dekking aanwezig blijft en er met handgereedschap gewerkt wordt. Eventuele velrichting van bomen is van de burcht af. Wissels en ingangen naar de burcht mogen niet belemmerd worden. Vanwege de ligging in een gebied met hoge recreatiedruk wordt er niet verwacht dat de dassen verstoord zullen worden door werkzaamheden, mits de werkzaamheden buiten de verstoringszone van 5 meter plaatsvinden Bever In het westen van het Borgerwold is een burcht van Bever aangetroffen (zie verspreidingskaart in bijlage 2F).