CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-03-04 ontwerp bp Veendammer Poort N33 ter inzage TOELICHTING

Gemeenteraad 12 april 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen14.436 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

15,4 km afstand, en Lieftingsbroek: ca. 18,1 km afstand De overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand, of zijn niet gevoelig voor de stikstofdepositie. Gebruiksfase Uit de berekening blijkt dat er tijdens de gebruiksfase geen sprake is van een verhoging van de depositie op de verschillende Natura 2000-gebieden. Daarbij is gerekend met hogere verkeersintensiteiten dan daadwerkelijk zullen worden gegenereerd. Bouwfase Voor de bouwfase is berekent wat de depositie op de natuurgebieden is. Op basis van EMMA is het brandstofverbruik van de verschillende machines bepaald. Voor de bouw wordt gebruik gemaakt van Stage IV machines. Uitgangspunt voor de berekening is de bouw van het restaurant binnen een jaar. Uit de berekening volgt dat er tijdens de bouwfase geen verhoogde depositie is op de Natura 2000-gebieden.

31

Veendammer Poort N33

Conclusie Er is geen sprake van verhoging van de depositie. Er is geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op grote afstand van de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.

3.8

Archeologie en cultuurhistorie

Voor het plangebied is op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg onderzocht of er archeologische waarden aanwezig zijn. Hiervoor is de 'Beleidskaart archeologie en cultuurhistorie gemeente Veendam' (Libau, augustus 2018) gebruikt en deze kaart geeft een overzicht van de bekende en te verwachten archeologische waarden en van de cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke terreinen en elementen van de gemeente Veendam. Inde navolgende afbeelding is de planlocatie te zien ter plekke van het rode vlak in de Beleidskaart. ter plaats geldt een lage verwachting.

In het plangebied is geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden nodig op grond van archeologie. Wanneer bij grondwerkzaamheden echter archeologische waarden of resten worden aangetroffen geldt conform artikel 5.10 en artikel 5.11 van de Erfgoedwet 2016 een meldingsplicht. Deze kan bij het bevoegd gezag worden ingediend.

32

Veendammer Poort N33

3.9

Zwerfvuil

Hoewel mogelijk zwerfvuil in de omgeving van een McDonald's restaurant niet wordt veroorzaakt door McDonald's zelf, voelt het lokale McDonald's restaurant zich wel degelijk verantwoordelijk voor het ontstaan daarvan. Het bestrijden van zwerfvuil is voor McDonald's dan ook een prioriteit in de bedrijfsvoering. Het zwerfvuil probleem is niet met een enkele maatregel te voorkomen of op te lossen. McDonald's gebruikt dan ook een pakket van maatregelen. Op eigen terrein plaatst zij ruim voldoende afvalbakken en leegt die regelmatig. Indien het ruimtelijk wordt toegelaten worden ook in de nabijheid van het restaurant, nabij de belangrijkste loop- en rijroutes afvalbakken geplaatst. Daarnaast heeft McDonald's medewerkers die op eigen terrein en in een ruime straal rondom het restaurant het zwerfvuil verwijderen. Aan de omwonenden zal een telefoonnummer beschikbaar worden gesteld, waar zij bij klachten over zwerfvuil naar kunnen bellen. Medewerkers van McDonald's zullen dan zorgen voor verwijdering van dit zwerfvuil. Voor het geval deze maatregelen niet voldoende zijn, dan heeft McDonald's goede ervaringen met een "samenwerkingsverband" met de lokale overheid. In overleg met die overheid wordt dan een aanvullend plan van aanpak overeengekomen, waarbij McDonald's een bijdrage in de kosten daarvan doet. Er is nu reeds afgesproken om een dergelijk convenant te sluiten.

De laatste stap in de aanpak van dit probleem is het stimuleren van handhaving.

3.10

Verwijsmast / licht

Het beschermen van de duisternis en het donkere landschap valt onder de zorgplicht. Het bevoegd gezag kan met de zorgplicht maatregelen of voorzieningen voorschrijven. Dat kan alleen, als de inrichting in een aangewezen gebied ligt. Dat wil zeggen: een gebied waarvoor het bevoegd gezag eisen heeft opgesteld om de duisternis of het donkere landschap te beschermen. De Omgevingsverordening Groningen bepaalt dat de toelichting op een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied inzicht biedt in hoe met de aspecten stilte en duisternis rekening is gehouden. Nu de onderhavige locatie niet in het buitengebied is gelegen, gelden geen eisen om de duisternis of het donkere landschap te beschermen. Voor assimilatiebelichting bij glastuinbouw en voor verlichting van sportterreinen geeft het Activiteitenbesluit voorschriften. Voor verwijsmasten en reclameuitingen kent de wet- en regelgeving geen normen. De 'Richtlijn lichthinder' van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) is een handig hulpmiddel, maar geen norm of wet. Er bestaat voorts geen meet- en onderzoeksverplichting voor de ondernemer. Omdat lichthinder een plaatselijk effect is, is lokaal maatwerk nodig. De lichtbron De lichtbron in de verwijsmast bestaat uit het twee-zijdig georiënteerde logo (de 'M') bovenop de mast. De bovenzijde van de lichtbron bevindt zich op maximaal 25 meter hoogte t.o.v.

maaiveldpeil restaurant. De oriëntatie is op de N33, dus naar de noord- en zuidzijde en niet naar de oost- en westzijde. Vormen van lichthinder Er is een onderscheid te maken naar verschillende vormen van lichthinder: 1. de verlichtingssterkte op de gevel, de lichtsterkte (bijvoorbeeld straat- of terreinverlichting die zo staat afgesteld dat ook midden in de nacht een slaapkamer licht blijft) en 2. de luminantie of helderheid van bijvoorbeeld reclameschermen (bijvoorbeeld een reclameverlichting die zo helder recht in de ogen schijnt dat deze verblindt). Verlichtingssterkte In dit geval bevindt de verwijsmast zich aan de rand van de bebouwde kom, met in de omgeving bedrijventerrein. Er zijn geen woningen in de nabijheid. De meest nabij gelegen woning bevindt zich op bijna 400 meter afstand, aan de oostzijde van de planlocatie. De verlichtingssterkte (lux) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning is op die afstand nihil en voldoet aan het niveau E2 van de 'Richtlijn lichthinder' ook al staat de mast niet in buitenstedelijk/landelijk woongebied, bovendien is de lichtbron niet naar de oostzijde gericht. De dichtsbijzijnde woningen aan de zuidzijde bevinden zich op meer dan 400 meter en aan de noordzijde om meer dan 800 meter afstand. De verlichtingssterkte (lux) op de gevels van die woningen is eveneens nihil.

De omliggende terreinen zijn bedrijfspercelen en akkerland en de mast doorbreekt geen bomenrij, zodat ecologische waarden evenmin in het geding zijn.

33

Veendammer Poort N33

Luminantie Het doel van de verwijsmast is dat weggebruikers op de N33 ruim vóór de afrit op een veilige manier kunnen beslissen om al dan niet de weg te verlaten voor een bezoek aan het restaurant. Om deze beslissing tijdig te kunnen maken moet de mast 300 meter voor de afrit zichtbaar zijn. Zichtbaarheid van de mast vanaf de N33 is dus een vereiste. Door de oriëntatie op de N33 is de verlichting niet gericht op het buitengebied, zodat de zichtbaarheid van de mast vanuit het buitengebied aanmerkelijk geringer is. Vanuit het buitengebied aan de oostzijde maakt de mast bovendien deel uit van het silhouet van de bebouwde kom van Veendam en is het contrast van de verlichting met de omgeving sterk verminderd door de lichtkoepel van de bebouwde kom. Langs de N33 strekt zich een bedrijventerrein uit met een lengte van meer dan 5,5 km uit met bouwhoogtes tot 15 meter en incidenteel 25 meter, waarvan eveneens licht afkomstig is. Ook ten zuidoosten van de planlocatie bevindt zich een kern van woon- en bedrijfsbebouwing, zodat ook vanuit het buitengebied aan de noord- en zuidzijde de mast opgaat in de lichtkoepel van stedelijk gebied en er al sprake is van lichtverstoring waardoor het effect van de helderheid van de nieuwe mast verminderd wordt. De luminantie van de mast is weliswaar hoger dan het niveau E2 van de 'Richtlijn lichthinder' maar is op grond van voorgaande aanvaardbaar.

Verkeerveiligheid Zoals bij elke mast van McDonald's langs Nederlandse rijkswegen en provinciale wegen wordt ook in deze situatie voldaan aan de verkeersveiligheidseisen. Conclusie De verlichtingssterkte van de verwijsmast is aanvaardbaar en van een onaanvaardbare aantasting van de duisternis van het buitengebied en een onaanvaardbare lichthinder door luminantie is geen sprake.

3.11

Water

Algemeen Het plangebied valt onder het beheer van het waterschap Hunze en Aa's, dat zorgdraagt voor de kwaliteit van het oppervlaktewater in het gebied en dat de grotere boezemwateren en sloten beheert, alsmede de waterkeringen, zoals geregeld in de Waterwet. Ook is het waterschap belast met het peilbeheer in het plangebied. Op basis van de Keur van het waterschap Hunze en Aa's is het onder meer verboden zonder watervergunning: a. in de bebouwde kom, binnen uitbreidingsplannen en in glastuinbouwgebieden meer dan 150 m2 verhard oppervlak aan te brengen b. in overig gebied meer dan 1.500 m2 verhard oppervlak aan te brengen voorzover van dat verhard oppervlak neerslag versneld tot afvoer komt op oppervlaktewaterlichamen. In dat geval dient de initiatiefnemer contact op te nemen met Waterschap Hunze en Aa's. Dit om afspraken te maken over de waterhuishouding, bijvoorbeeld over compensatie van verhard oppervlak, maar ook over objecten van het Waterschap zoals hoofdwatergangen die in of langs het plangebied liggen. Ten behoeve van het nieuwe bestemmingsplan Veendammer Poort N33 is door de gemeente ambtelijk overleg gevoerd met Waterschap Hunze en Aa's over de waterhuishouding. Daarop wordt hieronder ingegaan.

Objecten en belangen van Waterschap Hunze en Aa's In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee rekening moet worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen vanuit het aspect water. Ook staat hier de informatie beschreven over de objecten die van toepassing zijn voor het plangebied. De Leidraad Watertoets is te raadplegen op

34

Veendammer Poort N33 https://www.hunzeenaas.nl/zelf-regelen/digitale-watertoets/. Deze digitale watertoets is ingevuld en heeft geleid tot de uitgangspuntennotitie die als Bijlage 9 is toegevoegd. Klimaatadaptie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. De Klimaateffectatlas (http://www.ruimtelijkeadaptatie.nl/nl/klimaateffectatlas) kan worden geraadpleegd om (toekomstige) dreigingen van overstromingen, wateroverlast, droogte en hittestress te beoordelen. Bij de inrichting van het plangebied kan hierop worden geanticipeerd door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. In dit geval wordt - in het grotere gebied van de Veendammer Poort - een groene inrichting gerealiseerd in de ecologische zone en door vijverpartijen. Watercompensatie Van het perceel (ca. 4.400 m2) voor de locatie McDonalds Veendam, zal naar schatting ca. 3.000 m2 worden verhard met dakoppervlak en parkeergelegenheid. Hiervoor dient een compensatie in het te realiseren watersysteem te worden opgenomen van ca.

265 m3 aan ruimte voor water. De gemeente Veendam, als toegezegd, zal hier in voorzien en deze compensatie in de totale ruimtelijke inpassing van het plan Veendammer Poort N33 opnemen en verzorgen. Daarbij zal de aanwezige schouwsloot langs de Drieborghweg blijven bestaan en verder onder profiel worden gebracht voor de afscheiding (wegsloot) als ook de afwatering van de wegsloten langs de Geert Veenhuizenweg. Afvoer De afvoerrichting van hemelwater en grondwater zal liggen evenwijdig aan de N33 richting het noorden, als scheidingsloot tussen N33 en Veendammer Poort. Waterkwaliteit Een afweging zal door de gemeente gemaakt moeten worden met betrekking tot de te verwachten kwaliteit van het afstromend hemelwater van de parkeergelegenheden op het oppervlaktewater. Een verslechtering van de waterkwaliteit lokaal of richting het A.G Wildervankkanaal mag daarvan geen gevolg zijn. Bij voorkeur daarvoor in de groenvoorziening het afstromend water van de parkeergelegenheid via een vertraagde afvoer door bv. buffering in bodemopvang (kratten) en geleidelijke infiltratie in de bodem. Bij hogere piekbuien kan er een overstort op de schouwsloot worden gerealiseerd. Drooglegging De drooglegging (zie kaart) voldoet momenteel niet aan de beoogde functie van het plangebied. Het maaiveld van het plangebied zal voor de laagste delen minimaal 40 tot 60 cm moeten worden opgehoogd.

Vloerpeil gebouw(en) en terreininrichting dienen hier eveneens rekening mee te houden.

35

Veendammer Poort N33

De vereiste drooglegging is 1,20 m t.o.v. het streefpeil en een ontwateringsdiepte van 0,70 m-mv voor bebouwing.

3.12

Duurzaamheid

McDonald's voert zowel op wereldwijd als op landelijk niveau een actief duurzaamheidsbeleid. Dat houdt in dat de inkoop van grondstoffen, logistiek, (ver)bouw en operatie van de restaurants gestuurd worden op vermindering van milieu-impact en verbetering van sociaal-economische impact. Ter versterking van dit wereldwijde en landelijke beleid, wordt er altijd gekeken met de ondernemers en medewerkers hoe men ook lokaal op restaurantniveau duurzaamheid vorm kan geven. McDonald's streeft ernaar om per Drive-restaurant een tweetal parkeerplaatsen te reserveren voor elektrische laadpalen. McDonald's wil een pilot uitvoeren met een watertappunt van of met bijvoorbeeld join the pipe. Gasten kunnen zo gebruik maken van een eigen flesje om gratis water te tappen op het buitenterrein. Deze voorgenomen proef sluit aan bij de beweging die McDonald's maakt in het verminderen en verduurzamen van verpakkingen en het voorkomen en verminderen van zwerfafval.

3.13

Gezondheid

McDonald's kiest ervoor om verantwoorde keuzes voor haar gasten leuk en makkelijk te maken om voor te kiezen. Ze heeft binnen haar duurzaamheidsprogramma Scale for Good daarom ook vijf beloftes gedaan die ze Commitment to Families noemt. Zo biedt ze in het Happy Meal altijd Groente of Fruit aan en maakt ze de verantwoorde keuzes in proteïne, drankjes en sides makkelijker om voor te kiezen door de Cheeseburger, Fristi, Chocomel, Frisdranken, Milk Shakes niet meer actief maar op aanvraag aan te bieden. Bovendien houdt ze zich aan de EU Pledge en reclamecode voor voedingsmiddelen gericht op kinderen en neemt ze zo nodig stappen die verder gaan. Restaurant-eigenaren zijn vrij om bovenop de wettelijke verplichtingen van rookvrije horeca iets extra's te doen. Daarom gaat McDonald's Nederland middelen ontwikkelen waarmee restaurants een rookvrij terras en/of rookvrije entree kunnen aanduiden.

36

Veendammer Poort N33

3.14

Milieueffectrapportage

In het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt in MER-beoordelingsplichtige activiteiten en MER-plichtige activiteiten. Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten waar op grond van het Besluit niet direct een MER-beoordelingsplicht of MER-plicht geldt, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Uit die rechtspraak volgt voorts dat of per saldo aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan, daarbij niet van belang is. (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6907). Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op afwijkend gebruik en ten aanzien van het bouwen worden nieuwe mogelijkheden geboden. Het voornemen is aan te merken als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Er is dan ook aanleiding een (vormvrije) MER-beoordeling uit te voeren. Daartoe is de als Bijlage 11 toegevoegde MER aanmeldnotitie opgesteld en is op 23 februari 2021 het als Bijlage 12 opgenomen MER-beoordelingsbesluit genomen.

37

Veendammer Poort N33

Hoofdstuk 4 4.1

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

Gelet op artikel 6.12, eerste lid, Wro jo. 6.2.1, aanhef en onder b, Bro, dient in beginsel een exploitatieplan te worden vastgesteld vanwege het voorgenomen bouwplan. Het voorliggende bestemmingsplan maakt onderdeel uit van de totale ontwikkeling Veendammerpoort. Alle percelen in het plangebied Veendammerpoort zijn eigendom van de gemeente. McDonald's wil de locatie kopen voor de uitbating van haar restaurant. De kosten die samenhangen met verwezenlijking van dit bestemmingsplan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Daarmee is bovendien een overeenkomst afgesloten waardoor de kosten van eventuele planschade niet voor rekening zijn van de gemeente maar voor de initiatiefnemer.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek is ingevoerd ter vervanging van de voorheen geldende. Het aangepaste artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan (of uitgebreide omgevingsvergunning, red.) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." 4.2.1

Nieuwe stedelijke ontwikkeling

Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO), dan is een plan Ladderplichtig. Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als een: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk voorzieningen’. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgesteld, jurisprudentie geeft meer duidelijkheid. Bij wonen geldt bijvoorbeeld dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij een woningbouwlocatie vanaf 12 woningen. Voor andere stedelijke voorzieningen volgt uit jurisprudentie dat van een nieuwe stedelijke ontwikkeling sprake is bij uitbreiding van 400 m2 tot 500 m2 bvo. Afgaande op omvamg van de in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling is het plan te bestempelen als een stedelijke ontwikkeling. Daarvan is bovendien sprake als een nieuw bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt dan binnen het huidige planologische regime mogelijk is, of als er een functiewijziging van zodanige aard en omvang plaats vindt dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval is sprake van beide.

De beoogde ontwikkeling leidt tot een toename van de bebouwingsmogelijkheden en de bestemming wordt gewijzigd van ‘Verkeer’ en ‘Agrarisch’ naar ‘Horeca’ en ten behoeve daarvan tevens naar de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer' en 'Water'. Het voorliggende nieuwe bestemmingsplan laat een ontwikkeling toe die een nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt. Er is dus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking zal de behoefte aangetoond moeten worden.

38

Veendammer Poort N33

4.2.2

Bestaand stedelijk gebied

Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een motivering vereist waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 Bro geeft als definitie van bestaad stedelijk gebied: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. De locatie van dit bestemmingsplan maakt onderdeel uit van een grotere ontwikkellocatie die is ontstaan als gevolg van de verdubbeling en verlegging van de N33. Het plangebied is nog niet bebouwd, maar maakt wel onderdeel uit van het stedelijk weefsel van Veendam. De planlocatie ligt aan de rand van de kern Veendam en wordt omsloten door de N33, N366 en het bestaande bedrijventerrein Zwaaikom. Hierdoor vormt de planlocatie een logische afhechting van de kern Veendam. Ook in de structuurvisie van de gemeente Veendam is de locatie aangewezen als bedrijven-industriezone. Op het overgrote deel van het plangebied vigeert momenteel bovendien al de stedelijke bestemming 'Verkeer'. Op een klein deel van de planlocatie rust momenteel een 'Agrarisch' bestemming.

Het perceel wordt momenteel niet voor agrarische doeleinden gebruikt: van intensief gebruik voor zuiver agrarische doeleinden (bijvoorbeeld t.b.v. land- en tuinbouw of agrarische veehouderij) is op dit moment geen sprake. De locatie lijkt zich, gezien de omsloten ligging, hier ook niet (meer) voor te lenen. Daarom wordt geconcludeerd dat de locatie als bestaand stedelijk gebied beschouwd kan worden op basis van het feit: dat het overgrote deel van het plangebied al bestemd is met een stedelijke functie; dat de planlocatie nagenoeg volledig fysiek omsloten is door infrastructuur en stedelijke bebouwing; en dat de locatie niet meer functioneel in gebruik, of bruikbaar is voor agrarische doeleinden. Gezien de 'Actualisatie Omgevingsverordening provincie Groningen 2020' (zoals beschreven in 2.2.2.1) is een afweging van alternatieven binnen Bestaand Stedelijk Gebied vanuit de Ladder niet noodzakelijk.

4.2.3

Laddertoets

Op 13 mei 2020 heeft Stec groep in opdracht van McDonald's de rapportage "Laddertoets McDonald's Veendam" opgesteld (zie Bijlage 13). In de rapportage wordt geconstateerd dat het aanbod in de fastservicesector in het verzorgingsgebied relatief beperkt is en er op basis van het huidige inwonertal en de benchmark in het verzorgingsgebied nog uitbreidingsruimte is voor 1.600 tot 1.700 m² fastservice (uitgaande van een gemiddeld verzorgingsniveau). Daarnaast is het omzeteffect van de toevoeging van McDonald’s berekend. Ook de mogelijke ruimtelijke effecten die het plan met zich meebrengt, onder andere mogelijke leegstandseffecten en de effecten op de markt voor horeca, zijn behandeld. Doordat de beoogde McDonald’s op een centrale en goed bereikbare locatie (in oksel van N33 en N366) ligt, komt een deel van de omzet waarschijnlijk niet vanuit inwoners van het verzorgingsgebied, maar vanuit passanten. Een eventueel omzeteffect is daarom naar verwachting lager dan 1% in de totale horecasector en 5% tot 6% in de fastservicesector. De McDonald’s concurreert niet of in beperkte mate met het bestaande fastservice-aanbod in het centrum van Veendam. Consumenten verkiezen een McDonald’s namelijk niet boven de lokale snackbar, maar bezoeken een McDonald’s als aanvulling op hun bestaande horeca bezoeken. McDonald’s creëert zijn eigen vraag.

39

Veendammer Poort N33

Hoofdstuk 5

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1

Participatie / inspraak

5.1.1

Formele procedure

Voor deze herziening wordt de wettelijke 'uniforme openbare voorbereidingsprocedure' gevolgd zoals vastgelegd in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening jo. afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In het kader daarvan wordt het ontwerp van het bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd alvorens over de vaststelling van de herziening door de gemeenteraad wordt besloten. Gedurende de inzagetermijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. 5.1.2

Overleg vooraf

Met ingang van donderdag 22 oktober 2020 tot en met 2 december 2020 (termijn van zes weken) lag het voorontwerp bestemmingsplan voor inspraak ter inzage.Gedurende deze periode van ter inzage ligging kon een schriftelijke reactie worden ingediend bij burgemeester en wethouders. Daarvan is gebruik gemaakt door Trip Advocaten namens Stinoil Holding BV gevestigd aan Demeterlaan 30 te Veendam. Daarop wordt hierna inhoudelijk ingegaan. Opmerkingen: In de reactie zijn opmerkingen gemaakt waaruit blijkt dat deze partij vreest met de komst van het restaurant te worden beperkt in de aan haar vergunde milieuruimte. Gesteld wordt dat het bedrijf ten onrechte niet is betrokken in het uitgevoerde onderzoek maar dat het beoogde restaurant in de risico-invloedssfeer van het bedrijf is gelegen. Gerefereerd wordt aan het Rampenplan RPB 2020 van de Veiligheidsregio en het VR-2019 en de review 2020. Bovendien stelt men dat het voorontwerp bestemmingsplan in strijd is met toekomstige wet- en regelgeving, in het bijzonder de Omgevingswet. Daaruit volgen aandachtsgebieden waarmee rekening gehouden dient te worden. Ook vraagt men aandacht voor de invloed van eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf op de risicobeoordeling.

Beantwoording: Al in 2019 heeft de gemeente de Omgevingsdienst Groningen gevraagd advies uit te brengen ten aanzien van de externe veiligheid in het kader van de voorgenomen ontwikkeling van het gebied. De Omgevingsdienst heeft toen Stinoil Holding BV betrokken in haar inventarisatie en heeft geconstateerd dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 en het invloedsgebied van Stinoil niet tot het plangebied reiken. Geconstateerd werd dat Stinoil geen belemmering vormt voor invulling van de kniklocatie nabij N33 te Veendam met kantoren, bedrijven, industrieterrein, horeca en leisure. Het beoordelingskader voor het aspect Externe veiligheid is de nu geldende wet- en regelgeving. De Omgevingswet is nu niet het geldende wettelijk kader. Wanneer deze nieuwe wet in werking treedt is nog niet duidelijk, maar wel is duidelijk dat de procedure voor het voorliggende bestemmingsplan op grond van het nu geldende recht wordt voortgezet en afgerond. Indien de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking zou treden, dan bepaalt het overgangsrecht dat het nu geldende recht van toepassing blijft. Daarin is geen beleidsvrijheid voor bevoegd gezag.

Conform het huidige EV-beleid dient de invloed van een ruimtelijke ontwikkeling op het groepsrisico van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen in beeld te worden gebracht indien deze ontwikkeling is geprojecteerd binnen het invloedsgebied van die inrichting, transportroute of buisleiding. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de afstand tot waarop 1% van de personen komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij/op/in die risicobron. Voor het identificeren van de voor dit onderzoek relevante risicobronnen hebben wij ons gebaseerd op informatie uit de signaleringskaart EV. Het daarop aangegeven invloedsgebied van Stinoil heeft een straal van 283 m en reikt tot aan de middenberm van de N366, zie afbeelding hieronder. De voorgenomen ontwikkeling ligt daarbuiten. Uit (de tekst onder) figuur 1 in bijlage 2 van de inspraakreactie blijkt dat de dodelijke effecten door warmtestraling tot maximaal 270 m leiden. De voorgenomen ontwikkeling ligt daarbuiten.

40

Veendammer Poort N33

Conclusie: De voorgenomen restaurantvestiging ligt buiten het invloedsgebied van Stinoil. Ook al kan er op grotere afstand ruitbreuk optreden, een berekening van het groepsrisico is niet nodig. Volgens figuur 2 in bijlage 3 van de inspraakreactie ligt de voorgenomen restaurantvestiging binnen het gifwolkaandachtsgebied conform de nieuwe Omgevingswet. Het restaurant ligt niet binnen het brandaandachtsgebied of het explosieaandachtsgebied. De ligging binnen het gifwolkaandachtsgebied wil echter niet zeggen dat de ontwikkeling niet mogelijk is. Bij het toestaan van de ontwikkeling moet gemotiveerd worden of en onder welke voorwaarden de aanwezigen binnen het gifwolkaandachtsgebied voldoende beschermd zijn tegen de effecten van de mogelijke gifwolk. Dit is vergelijkbaar met de verantwoording groepsrisico onder het huidige beleid. Conclusie: De voorgenomen vestiging van McDonald's ligt binnen het toekomstige gifwolkaandachtsgebied van Stinoil. De ontwikkeling heeft geen invloed op de risico’s van Stinoil. Ook in de toekomst is de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering voor mogelijke ontwikkelingen van Stinoil.

5.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het voorontwerp wijzigingsplan is op 19 oktober 2020 toegezonden aan een aantal overleginstanties met het verzoek binnen 8 weken reactie op de stukken te geven. Het verzoek werd verzonden aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Provincie Groningen Veiligheidsregio Groningen Waterschap Hunze en Aa's Rijkswaterstaat Gastransportservices NAM Gasunie Ondernemersvereniging Gezamenlijk aanspreekpunt nutsbedrijven.

Hierna wordt ingegaan op de ingekomen reacties van de provincie en de Veiligheidsregio. Van de overige instanties is geen reactie ontvangen.

Ad 1. Provincie Groningen 41

Veendammer Poort N33

Opmerking 1.1: Bij brief van 25 september 2020 hebben gedeputeerde staten laten weten het verzoek van de gemeente om de grens van het buitengebied te wijzigen te willen inwilligen, door deze grenswijziging mee te nemen in de in voorbereiding zijnde actualisatie Omgevingsverordening provincie Groningen 2020. De provincie wijst erop dat de gemeenteraad het bestemmingsplan pas kan vaststellen nadat Provinciale Staten hebben besloten tot wijziging van de grens van het buitengebied in bovengenoemde actualisatie van de verordening en dit besluit in werking is getreden. Naar verwachting zullen Provinciale Staten deze actualisatie in het eerste kwartaal van 2021 vaststellen. Antwoord 1.1: Provinciale Staten hebben inmiddels op 3 februari 2021 besloten de grens van het buitengebied te wijzigen. Opmerking 1.2: De met het bestemmingsplan mogelijk te maken ontwikkeling vormt een onderdeel van een grotere invulling van het gebied tussen de N33 en het bedrijventerrein De Zwaaikom. Dit gebied is een zichtlocatie bij de entree van de plaats Veendam. Tegen deze achtergrond wordt in de plantoelichting een paragraaf gemist over de beoogde ruimtelijke kwaliteit. De provincie verzoekt hieraan alsnog aandacht te besteden. Antwoord 1.2: Aan het verzoek is tegemoet gekomen door toevoeging van paragraaf 2.3.1, waarnaar kortsheidshalve wordt verwezen.

Opmerking 1.3: De provincie adviseert over externe veiligheid advies in te winnen bij de Veiligheidsregio en de uitkomsten hiervan in de plantoelichting op te nemen. Antwoord 1.3: Gelijktijdig met het overlegverzoek aan de provincie is het plan tevens voor advies aan de Veiligheidsregio voorgelegd. Daarop wordt in deze paragraaf ook ingegaan. Opmerking 1.4: Het gebied tussen de N33 en het bedrijventerrein De Zwaaikom - waarvan het onderhavige plangebied van het bestemmingsplan een onderdeel vormt - zal worden ontsloten op de naastgelegen provinciale weg N366. Het is daarom van belang dat onderzocht wordt wat de gevolgen zijn van de ontwikkeling van dit gebied voor het functioneren van de N366. De provincie verzoekt over de uitkomsten van het verkeersonderzoek te overleggen met betrokken provinciale ambtelijke contactpersonen. Antwoord 1.4: Verkeerskundig adviesbureau Goudappel Coffeng heeft onderzoek uitgevoerd naar het verkeers- en parkeereffect voor het restaurant. De notitie van 23 mei 2020 was bijgevoegd bij hetvoorontwerp bestemmingsplan dat naar de provincie is gezonden. Er is na dit rapport en naar aanleiding van afstemming met de provincie nog een aanvullend rapport opgemaakt door Goudappel Coffeng d.d. 11 december 2020 (zie Bijlage 1). Mede naar aanleiding van dit rapport is door de provincie op 10 februari 2021 vergunning verleend voor aansluiting op de rotonde N366.

Opmerking 1.5: De provincie wijst erop dat, hoewel desbetreffende gronden geen onderdeel van dit bestemmingsplan zijn, de bestaande bosstrook langs het bedrijventerrein De Zwaaikom in het provinciale beleid is aangewezen als 'bos- en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland'. Op een afbeelding in de toelichting staat dat een deel van deze strook zal verdwijnen. Ter bescherming van dergelijke gebieden zijn in artikel 2.47 van de provinciale Omgevingsverordening echter regels gesteld die in acht moeten worden genomen. Antwoord 1.5: Wij veronderstellen dat wordt gedoeld op de afbeelding die is weergegen in paragraaf 3.1.1. Deze afbeelding is opgenomen om schematisch weer te geven hoe vanaf de rotonde de hoofdontsluiting het ontwikkelgebied in wordt geleid. De ontsluiting leidt niet tot het verdwijnen van de bosstrook. De op de afbeelding gesuggereerde ingreep in de bosstrook is in het kader van toekomstige ruimtelijke besluitvorming over desbetreffende gronden nog nader af te wegen en daarbij zullen we de provinciale Omgevingsverordening in acht nemen.

Ad 2. Veiligheidsregio Groningen Opmerking 2.1: In haar reactie heeft de Veiligheidsregio de relevante risicobronnen geïdentificeerd en, om de gemeente te ondersteunen bij de invulling van de verantwoording van het groepsrisico, de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beoordeeld. Antwoord 2.1: Onder dankzegging voor de geboden ondersteuning hebben wij deze input verwerkt in de

42

Veendammer Poort N33 verantwoordingsparagraaf. Opmerking 2.2: Veiligheidsregio Groningen adviseert om het plangebied tweezijdig te ontsluiten. De handleiding 'Bereikbaarheid en bluswatervoorziening regio Groningen B&B' (Veiligheidsregio Groningen, juli 2013) biedt de handvaten om het plangebied tweezijdig te ontsluiten. Antwoord 2.2: Deze reactie heeft betrekking op het hele ontwikkelgebied en wordt in het kader van de Gebiedsvisie voor dat gebied meegewogen. Opmerking 2.3: Veiligheidsregio Groningen adviseert om in het plangebied een adequate bluswatervoorziening te realiseren. De medewerker brandweerzorg vanuit Cluster Zuid Oost helpt graag met een nadere uitwerking van de bluswatervoorziening. Antwoord 2.3: Dit betreft een uitvoeringsaspect dat niet voor het bestemmingsplan, maar wel voor de daadwerkelijke aanleg en inrichting van het gebied van belang is. In de uitwerking van de bluswatervoorziening maken wij graag gebruik van de expertise van de Brandweer. Er is in het bestek voor het bouwrijpmaken al een blusvoorziening opgenomen. Opmerking 2.4: Op basis van de risicobronnen wordt geadviseerd om in geval van een incident van de risicobron af te vluchten. Vanwege het ontbreken van een tweezijdige ontsluiting kan er niet in alle gevallen (voldoende) van de risicobron gevlucht worden.

Veiligheidsregio Groningen adviseert voor de ontvluchting een ontsluiting richting het noorden te realiseren. Antwoord 2.4: Deze reactie heeft betrekking op het hele ontwikkelgebied en wordt in het kader van de Gebiedsvisie voor dat gebied meegewogen. Opmerking 2.5: Veiligheidsregio Groningen adviseert om de toekomstige gebruikers bij een ramp ook op een andere wijze te alarmeren dan met de WAS-sirenes, bijvoorbeeld via calamiteitenzenders, NL-Alert, geluidswagens, social media enz. Antwoord 2.5: Dit advies wordt overgenomen. Waarschuwen via NL-Alert is inmiddels redelijk standaard.

Ad 3. Waterschap Hunze en Aa's Over de waterparagraaf en de digitale watertoets is mondeling overleg gevoerd. Naar aanleiding daarvan zijn enkele kleine aanvullingen/aanpassingen doorgevoerd en is het Waterschap akkoord. Op 22 februari 2021 heeft het Waterschap dit per email bevestigd.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9949852/1