CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-03-04 ontwerp bp Veendammer Poort N33 ter inzage TOELICHTING

Gemeenteraad 12 april 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen14.436 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Veendammer Poort N33 ontwerpbestemmingsplan gemeente Veendam 1 maart 2021

Veendammer Poort N33

Inhoudsopgave

TOELICHTING

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Juridische opzet en leeswijzer

3 3 3 4

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk kader 2.1 Bestemmingsplan 2.2 Beleid 2.3 Inpasbaarheid ruimtelijke ontwikkelingen

5 5 8 13

Hoofdstuk 3 Omgevingsaspecten 3.1 Verkeer en parkeren 3.2 Wet geluidhinder 3.3 Wet milieubeheer / Bedrijven en milieuzonering 3.4 Luchtkwaliteit 3.5 Bodemkwaliteit 3.6 Externe veiligheid 3.7 Ecologie 3.8 Archeologie en cultuurhistorie 3.9 Zwerfvuil 3.10 Verwijsmast / licht 3.11 Water 3.12 Duurzaamheid 3.13 Gezondheid 3.14 Milieueffectrapportage

17 17 23 24 24 25 26 30 32 33 33 34 36 36 37

Hoofdstuk 4 Economische uitvoerbaarheid 4.1 Kostenverhaal 4.2 Ladder voor duurzame verstedelijking

38 38 38

Hoofdstuk 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Participatie / inspraak 5.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

40 40 41

2

Veendammer Poort N33

TOELICHTING Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De N33 is verdubbeld en ter hoogte van de aansluiting op de N366 bij Veendam buigt de nieuwe N33 ter wille van de constructie van een geheel nieuwe aansluiting (half klaverblad) uit naar het oosten. Daardoor is tussen het bestaande bedrijventerrein 'De Zwaaikom' en de nieuwe N33 een te ontwikkelen bedrijvenlocatie van 6 hectare ontstaan. Vanwege de ligging aan dit belangrijke verkeersknooppunt krijgt het nieuwe gedeelte bedrijventerrein een extra potentie en een gezichtsbepalende functie. Tevens liggen er kansen om de (hoofd)entree van de plaats Veendam hier goed vorm te geven. Deze hoofdentree sluit rechtstreeks aan op het OV-knooppunt Veendam èn (iets verder weg) op het centrum met het kernwinkelgebied. Gelet op de positieve kenmerken van het terrein (uitstekende zichtbaarheid, uitstekende bereikbaarheid, het is een A1-locatie) en de behoefte van de gemeente Veendam om te komen tot een bedrijventerrein dat onderscheidend is van/in de regio en het areaal van reguliere bedrijventerreinen in de gemeente, wordt gedacht aan een invulling met een (boven)regionale functie. De beoogde invulling daarvan bestaat uit perifere detailhandel en andere grootschalige detailhandel, horeca, leisure en maatschappelijke voorzieningen/doeleinden. McDonald's ziet potentie op deze locatie om bij te dragen aan de ambities van de gemeente Veendam.

De gemeente Veendam is eigenaar van de grond en is enthousiast om McDonald's binnen de gemeentegrenzen te krijgen. Zodoende heeft McDonald's het plan om op deze locatie een wegrestaurant met drive-thru functie te realiseren. De ontwikkeling van deze kavel geeft een eerste invulling aan de open ruimte die is ontstaan na verlegging van de N33.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De projectlocatie heeft betrekking op het zuidelijk gedeelte van een braakliggend perceel van een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein. De projectlocatie bevindt zich ten westen van de N33, ten noorden van de N366 en ten oosten van bedrijventerrein De Zwaaikom in Veendam. Op onderstaande afbeeldingen is de ligging ten opzichte van de omgeving weergegeven en op de ingezoomde luchtfoto de globale begrenzing van de projectlocatie waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft.

3

Veendammer Poort N33

Afbeelding: ligging en begrenzing plangebied (bron: GoogleEarth)

1.3

Juridische opzet en leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, dit gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Op de landelijke website "www.ruimtelijkeplannen.nl" moeten de relevante regels zichtbaar zijn bij het 'aanklikken' van de desbetreffende gronden. De digitale verbeelding waarop de herziening betrekking heeft, geeft weer op welke gronden het bestemmingsplan betrekking heeft. Daarop zijn tevens de van toepassing zijnde bestemming, de bouw- en maatvoeringsaanduidingen en de functieaanduidingen zichtbaar. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit vijf hoofdstukken. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het ruimtelijk kader waarin de uitgangspunten voor het bestemmingsplan zijn beschreven en wat de gevolgen zijn van de wijzigingen die voorzien zijn in het plan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten in relatie tot de wijzigingen van deze herziening. De economische uitvoerbaarheid volgt in hoofdstuk 4 en tot slot behandelt hoofdstuk 5 de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

4

Veendammer Poort N33

Hoofdstuk 2

Ruimtelijk kader

2.1

Bestemmingsplan

2.1.1

Bestemmingsplannen

Ter plaatse van het onderhavige plangebied vervangt het voorliggende bestemmingsplan de volgende drie bestemmingsplannen: a. Het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen' is op 11 juni 2011 door de raad van de gemeente Veendam vastgesteld. b. De beheersverordening 'Buitengebied Veendam' is op 17 juni 2013 door de raad van de gemeente Veendam vastgesteld. c. Het Inpassingsplan 'Agrarische bouwpercelen' is op 31 januari 2018 door Provinciale Staten van de provincie Groningen vastgesteld. ad b: In afwachting van de ontwikkeling van de locatie Veendammer Poort N33 is dit deel steeds buiten planactualisaties gelaten, vandaar dat hier de beheersverordening nog geldt en niet het bestemmingsplan 'Buitengebied'. Op de navolgende afbeeldingen is een weergave van de bestemmingsplannen en het inpassingsplan weergeven. Het onderhavige plangebied is rood omlijnd.

5

Veendammer Poort N33

2.1.2

Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein'

Het plandeel, dat valt binnen het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein' is bestemd voor 'Verkeer'.

6

Veendammer Poort N33

2.1.3

Beheersverordening 'Buitengebied Veendam'

Het plandeel dat valt binnen de beheerserordening 'Buitengebied Veendam' is bestemd voor 'Agrarisch'.

2.1.4

Inpassingsplan 'Agrarische bouwpercelen'

Inpassingsplan 'Agrarische bouwpercelen' heeft betrekking op de bouwmogelijkheden op agrarische bouwpercelen, wat voor onderhavige ontwikkeling niet relevant is.

7

Veendammer Poort N33

2.1.5

Bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied Veendam 2019'

Op 28 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Veendam het bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied Veendam 2019' vastgesteld. Dat veegplan heeft geen betrekking op de gronden van het onderhavige plangebied. Het bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied Veendam 2019' herstelt enkele onvolkomenheden, is geactualiseerd naar aanleiding van wijzigingen in het provinciale beleid en naar aanleiding van de in de tussentijd verleende omgevingsvergunningen.

2.2

Beleid

2.2.1

Rijksbeleid

2.2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 14 juni 2011 heeft het kabinet het ontwerp van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) aan de Tweede Kamer gestuurd met daarbij een ontwerp Algemene maatregel van bestuur (Amvb) Ruimte

8

Veendammer Poort N33 (het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening: Barro). De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Schiphol, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en traden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond Rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.

Het plangebied is geen binnenstedelijke locatie, met de ontwikkeling van het plangebied en de aanleg van de N33 wordt wel aangesloten op het bestaand stedelijk gebied en gaat het daarvan deel uitmaken. Zodoende komt het plangebied wel in aanmerking voor een binnenstedelijke locatie waarbij de in het Barro aangegeven Rijksbelangen niet in het geding zijn. 2.2.1.2 NOVI NOVI staat voor Nationale Omgevingsvisie. Het Ontwerp van de NOVI is in juni 2019 verschenen, zie www.ontwerpnovi.nl. De periode van officiële ter inzage legging liep van 20 augustus 2019 t/m 30 september 2019. Indien ten tijde van vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan de NOVI ook is vastgesteld zal hier rekening mee gehouden moeten worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Het bestemmingsplan is niet in strijd met de NOVI.

2.2.2

Provinciaal beleid

2.2.2.1 Geconsolideerde Omgevingsverordening Op 3 februari 2021 heeft Provinciale Staten van de provincie Groningen besloten de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 op diverse onderdelen aan te passen. Punt J van dat besluit luidt: Kaart 1 Buitengebied wordt gewijzigd als volgt: - Ter plaatse van de aanduiding "Buitengebied - ERAF" vervalt de aanduiding "Buitengebied" Daarmee zijn de gronden van het plangebied komen te vallen binnen het het bestaand stedelijk gebied. Voor bestaand stedelijk gebied zijn in de Omgevingsverordening geen verdere voorschriften gegeven.

9

Veendammer Poort N33

Daarover is in de toelichting beschreven dat de grens van het buitengebied wijzigt ter hoogte van een gebied aan de oostzijde van Veendam. Dit gebeurt op verzoek van de gemeente Veendam. Het verzoek heeft tot doel om de vestiging van nieuwe stedelijke functies in dit gebied mogelijk te maken. Het gebied waarop het verzoek betrekking heeft is ontstaan doordat bij de verdubbeling van de weg N33 ter plaatse van de kruising met de N366 het nieuwe tracé een uitbuiging maakt. Deze uitbuiging was nodig om voor de aansluiting van de N33 op de weg N366 een half klaverblad aan te kunnen leggen. Het gebied is als gevolg hiervan ingeklemd tussen het bedrijventerrein De Zwaaikom, de N366 en de N33. De omvang van het gebied bedraagt 6 hectare. Omdat het gebied ligt ingeklemd tussen de N33 en het bedrijventerrein De Zwaaikom, waardoor het feitelijk deel uitmaakt van het stedelijk weefsel van de plaats Veendam en het gebruik voor agrarische doeleinden niet voor de hand ligt, wordt dit gebied betrokken bij het bestaand stedelijk gebied. Kaart 1 van de Omgevingsverordening is hierop aangepast. De ontwikkeling van het restaurant op deze locatie is daardoor in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

2.2.3

Gemeentelijk beleid

2.2.3.1 Structuurvisie gemeente Veendam De structuurvisie is op 16 februari 2015 vastgesteld door de gemeente Veendam. Centrale thema’s van het beleid in deze structuurvisie zijn, dat: Veendam streeft naar een goed woon- en leefklimaat. Het woonbeleid voor de komende jaren is meer gericht op inbreiding in het centrum en het temporiseren van de uitbreidingslocaties. Daarnaast wordt het beleid zo geformuleerd (o.a. in de nota accommodatie- en voorzieningenbeleid), dat tijdig kan worden geanticipeerd op ontwikkelingen in onderwijs, sport, welzijn, zorg en cultuur. (A) Veendam streeft naar een versterking van de regionale centrumfunctie. Het centrum dient daartoe goed bereikbaar te zijn en een aantrekkelijk winkel- en woongebied te zijn. (B) Veendam streeft naar een sterk bedrijfsleven en wil hiervoor waar mogelijk faciliteren. Hiervoor is een goede zonering van de diverse bedrijvigheid van belang en tevens goede ontsluitingen over weg, rails en water. (C) Veendam streeft naar een behoud en een versterking van de landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve mogelijkheden. Met name het gebied aan de westzijde van Veendam biedt hiervoor 10

Veendammer Poort N33 kansrijk ontwikkelpotentieel (Randvenen, Borgerswold, Langebosch, etc.) (D) In de structuurvisie is de locatie aangewezen als 'bedrijven-industriezone' en 'te verbeteren oostelijke entree'. De provincie heeft bij brief van 25 november 2014 ingestemd met deze aanwijzing.

5. Bedrijven- en industriezone Binnen deze zone kan een veelheid aan werkmilieus worden aangeboden met een bijzondere aantrekkingskracht. Gemikt wordt op het nastreven van een hoogwaardige beeld- en inrichtingskwaliteit en minder op een strakke functionele indeling. Een deel van de bestaande bedrijventerreinen zal hiertoe moeten worden gerevitaliseerd (bijvoorbeeld Meihuizenweg/ Industrieweg, Ommelanderwijk) danwel worden getransformeerd. Het gebied heeft een uitstekende ontsluiting op de hoofdwegenstructuur, een verscheidenheid aan mogelijke werkmilieus en een strategisch voordeel door de aanwezigheid van spoor, weg en water. 8. Verbeteren oostelijke entree De hoofdentree van Veendam ligt bij het centrum en wordt in de komende jaren alleen maar versterkt. In de komende jaren gaat veel veranderen door de uitvoering van het Masterplan centrum Veendam en de verdubbeling van de N33. Het is de eerste indruk die een bezoeker van Veendam krijgt. Het entreegebied vanaf de N33 onderscheidt zich als kansrijk gebied voor een hoogwaardige entree. Het is een schakelgebied tussen de N33 en het knooppunt openbaar vervoer, personenvervoer via het spoor en het centrumgebied. Door een uitbuiging van de verdubbelde N33 ter hoogte van het knooppunt met de N366 is er aansluitend op de bestaande bedrijvenlocatie een locatie van 6 hectare ontstaan.

Hiervoor dient een invulling met een (boven)regionale functie gezocht te worden. Al deze losse projecten vragen een samenhangende benadering waardoor ze ieder voor zich worden ervaren als onderdeel van één ruimtelijk-functioneel gebied. In de beeldkwaliteitsvisie Bedrijvenlocaties A7/N33 wordt voor deze oostelijke entree (stedelijke zichtlocatie Veendammer entree) de opgave meegegeven om dit samenhangende gebied een parkachtige uitstraling te geven, zodat direct bij binnenkomst Veendam als Parkstad wordt ervaren. De beoogde ontwikkeling past binnen de gemeentelijke structuurvisie.

11

Veendammer Poort N33

2.2.3.2 Beleidsnotitie over horeca in Veendam ‘Bruisend beheerst’ Op 30 juni 2014 heeft de gemeenteraad het horecabeleid voor Veendam vastgesteld. In deze beleidsnotitie worden enkel twee deelgebieden onderscheiden: het centrumgebied en het daar buiten gelegen gebied (het buiten-centrumgebied). Het centrumgebied wordt begrensd door: Jakob Bruggemalaan, Lloydsweg, Van Stolbergweg, Julianalaan, Sorghvlietlaan en Buitenwoellaan. Het gebied daarbuiten geldt als buiten-centrumgebied. Het onderhavige plangebied valt in het buiten-centrum gebied.

Afbeelding: bijlage 1 bij beleidsnotitie, Kaart centrumgebied/ buiten-centrumgebied

Voor het buiten-centrumgebied wordt gekozen voor een conserverend-reducerend beleid, wat betekent dat bestaande horeca kan worden voortgezet en bij vrijkomende horeca per geval wordt bezien of tot het wegnemen van de horecafunctie kan worden overgegaan. Het wegnemen van de horecafunctie heeft indien er mede op basis van recente ervaringen kan worden gesproken van een onaanvaardbare spanning op het woon- en leefmilieu te plaatse- daarbij de voorkeur. Uiteraard is hierbij ook het kostenaspect (planschade) een belangrijke beslisfactor. Per geval zal deze beoordeling moeten worden gemaakt. Horeca die een duidelijke toegevoegde waarde heeft voor toerisme en/ of recreatie, kan evenwel in het buiten-centrumgebied op een impuls of ondersteuning rekenen, zij het dat met bijzondere vergunningsvoorschriften (met name ook t.a.v. sluitingstijden) de spanning op het woon- en leefklimaat in dit buitengebied zal worden beperkt. Voorbeelden van toeristisch-recreatief ondersteunende horeca zijn: pensions, hotels, bed-and-breakfasts, maar ook op recreanten gerichte horecavoorzieningen zoals pannenkoekboerderijen, theehuizen, passantencafés et cetera. Indien er sprake is van nieuwe horeca die een aantoonbare meerwaarde heeft voor het toeristisch of recreatief verblijf in de gemeente (bv.

pensions, hotels, restaurants, pannenkoekenboerderij, kleinschalige horeca gericht op passanten) zal in het buiten-centrumgebied daar wel ruimte voor moeten zijn. Deze (nieuwe) categorie vormt daarmee de uitzondering op het in beginsel conserverend-reducerend beleid voor het buiten-centrumgebied. De voorgenomen vestiging van een fastfoodrestaurant nabij de Poort van Veendam (langs de N33) zal worden gekwalificeerd als dag- en vroege nachthoreca waarbij het risico op verstoring van de openbare orde als beperkt of gering wordt ingeschat. De meerwaarde van vestiging kan worden gevonden in het bieden van gelegenheid voor verkeersdeelnemers tot het nuttigen van dranken en spijzen ter plaatse met daarbij de kans op vervolgbezoek aan het centrum van Veendam. Hiermee wordt invulling gegeven aan het meerwaarde-criterium waardoor de uitzonderingsgrond wordt ingevuld. Vanuit het geldende horecabeleid bestaat dan ook reden mee te werken aan het initiatief.

12

Veendammer Poort N33

2.2.3.3 Welstand Volgens de Woningwet dient welstandstoezicht gebaseerd te zijn op door de gemeenteraad vastgesteld beleid: de welstandsnota. Per 7 juni 2004 beschikt de gemeente Veendam over een welstandsbeleidsnota. In de nota staan de welstandseisen omschreven die aan een bouwwerk worden gesteld. Het gaat om welstandscriteria die betrekking kunnen hebben op onder andere de hoofdvorm, het materiaalgebruik, de kleurkeuze en de detaillering van een concreet bouwwerk. Het doel van de nota is het streven naar behoud en zo nodig versterking van de beeldkwaliteit in het algemeen en die van beschermde dorpsgezichten in het bijzonder. Bij de ruimtelijke toetsing van bouwaanvragen in het plangebied zijn twee toetsingsinstrumenten van belang, namelijk de welstandsnota en het bestemmingsplan. Als regel geldt dat de welstandscriteria in de welstandsnota zich bewegen binnen de bebouwingsmogelijkheden die door het bestemmingsplan worden gegeven. De regels in dit bestemmingsplan gaan met name over de maatvoering en de plaatsing van gebouwen en andere bouwwerken. De zaken die niet in dit bestemmingsplan zijn geregeld of niet kunnen worden geregeld, maar vanuit het oogpunt van welstand wel belangrijk zijn, worden via de welstandsnota geregeld. Volgens de Woningwet mogen in de welstandsnota criteria worden opgenomen die betrekking hebben op het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken.

Het is duidelijk dat er een bepaalde overlap tussen het bestemmingsplan en de welstandsnota kan voorkomen. Daarom geldt dat bij strijdigheid tussen de welstandscriteria en de bestemmingsplanregels de laatste leidend zijn. Op basis van ruimtelijke structuur en de daarmee samenhangende overeenkomsten in functionele, stedenbouwkundige en/of architectonische kenmerken vanuit welstandsoptiek is de gemeente in 21 deelgebieden onderverdeeld, waarop aanvullingen zijn gedaan voor diverse ontwikkelingen. Per deelgebied is een samenhangend beoordelingskader opgesteld. het voor het onderhavige plangebied geldende beoordelingskader is niet toegespitst op de ontwikkeling van het gebied tussen de Zwaaikom en de N33. In het kader van de Gebiedsvisie voor deze ontwikkeling wordt een nieuw beeldkwaliteitsplan voorbereid. Dat beeldkwaliteitsplan dient dan als bindend gemeentelijk beleid voor de toekomstige welstandsbeoordeling van bouw- en verbouwplannen en vormt een aanvulling op de vastgestelde welstandsnota. De ontwikkeling van het perceel voor McDonald's loopt vooruit op de Gebiedsvisie en het beeldkwaliteitsplan. Voor dit perceel is een afzonderlijk traject doorlopen waarbij de context vanuit de gebiedsvisie (in de vorm van de daarin verwoorde uitgangspunten en de reeds gedane gebiedsanalyse) als vertrekpunt zijn genomen voor de beoordeling van dit initiatief.

Dit traject is inmiddels afgesloten met een positief advies vanuit welstand voor deze ontwikkeling.

2.3

Inpasbaarheid ruimtelijke ontwikkelingen

2.3.1

Ruimtelijke kwaliteit Veendammer Poort N33

Dit bestemmingsplan ziet op de vestiging van het restaurant op zichzelf. Het is echter een ontwikkeling die de feitelijke start vormt voor het grotere geheel, het gehele terrein in deze oksel van N33 en N366. Dit gebied wordt inmiddels de Veendammer Poort N33 genoemd. De voorliggende ambitie is om hier een nieuwe invulling te geven aan de entree van Veendam. Daar waar voorheen (vóór de verdubbeling van de N33 en het uitbuigen van het tracé alhier) een afrit langs achterzijden van bedrijfspercelen was, wordt nu ingezet op een kwalitatieve entree. Vorm en inhoud wordt hieraan gegeven in een gebiedsvisie. Dit traject is inmiddels gestart.

13

Veendammer Poort N33

De plek als markante locatie langs de N33 (tussen Gieten en A7), het gebied als onderdeel van de stadsrand aan de N33, en het gebied als entree aan de belangrijkste invalsweg van Veendam: deze 3 schaalniveaus zijn vertrekpunt bij het onderzoeken van de ruimtelijke betekenis van de Veendammer Poort N33. Deze analyse helpt bij een goede inbedding van de Veendammer Poort N33 in de bestaande landschappelijke structuren alsmede om het gebied aan te laten sluiten op de beleving langs de N33. Uit de hiervoor beschreven aanvliegroute komt onder andere naar voren dat op deze plek, bezien langs de N33 ter hoogte van de bosschages bij de kruising met de Ommelanderwijk tot voorbij de groene omzoming van het bedrijventerrein 'De Zwaaikom' (ter hoogte van NEDMAG), het meest diffuse beeld bestaat in de beleving van Veendam langs de N33. Een zone waarin opengewerkte achterkanten zichtbaar zijn, weinig consistentie in beeld bestaat en die daarmee weinig representativiteit bezit. Op dit hogere schaalniveau kan gezegd worden dat zowel ten noorden als ten zuiden van deze zone het ruimtelijk beeld veel meer helder en daarmee begrijpelijk is, en dus ook meer kwaliteit in zich heeft. Dit is een van de constateringen die leidt tot een aantal uitgangspunten. In totaliteit gaat het om de volgende ruimtelijke uitgangspunten. 1. Visiegebied ligt tussen bosschages aan de noord- en zuidflank 2.

Schaal van invulling met bebouwing en groen past bij de grote schaal van de omgeving. Geen verkruimeling in beeld en schaal 3. Consistent beeld langs de N33 4. Herkenbaar beeld voor Veendam, ondernemen en bezoeken 5. Representatieve entree passend bij de Parkstad Veendam De McDonald's is voorloper in het geheel. De functies in het grotere gebied zien op leisure & pleasure. En mogelijk op beperkte uitbreiding van aanpalende bedrijvigheid. Functies met een publiekstrekkend karakter, evenals het restaurant. Van volumineuze detailhandel tot aan bioscoop of indoor spelen. Functies die een aanzienlijke parkeercapaciteit met zich meenemen en die zich in bebouwing tonen als relatief grootschalig. Het geheel zal zich richten op de N33 en N366 en tegelijkertijd afstand houden van de zone rondom de rijksweg. Schaal bij schaal, consistent, herkenbaar en representatief. In ruimtelijke zin zal het restaurant afleesbaar zijn als een 'portiersloge' voor het grotere gebied. Verder 14

Veendammer Poort N33 neemt McDonald's haar rol in de maatschappij en draagt onder andere bij door meer dan alleen een puur functionele inrichting van haar perceel te bewerkstelligen. Ze doet dat onder meer door een geschikte groene inpassing in het grotere geheel te verzorgen. Maar ook verder gaande maatregelen in duurzaamheid, zoals gasloos bouwen en protocollen voor zwerfafval. 2.3.2

De ontwikkeling

Het ruimtebeslag van het te realiseren gebouw is in het huidige ontwerp 512 m2 bvo. Uitgangspunt is verder dat alle activiteiten die verband houden met het restaurantbezoek, met inbegrip van de verkeersafwikkeling, op eigen terrein moeten worden afgewerkt. Op het terrein worden 71 parkeerplaatsen aangelegd. Dit betekent dat er een terreinbehoefte is van bijna 5.500 m2 voor de bedrijfsvoering van de McDonald's. In volgende afbeelding is de beoogde terreininrichting van McDonald's weergegeven.

Afbeelding: nieuwe situatie plandeel McDonald's vestiging

Het onderhavige kavel heeft voldoende oppervlakte voor een McDonald's restaurant met brede groene randen, voldoende parkeerplaatsen en een ruim terras. Uitbreiding in de toekomst naar een bruto vloeroppervlak van 620 m2 is op dit perceel nog mogelijk. Voor een McDonald's vestiging is een goede bereikbaarheid en zichtbaarheid vanuit de omgeving van essentieel belang. De locatie is gelegen aan de N33 en N366. De locatie is vanaf die wegen goed zichtbaar en goed bereikbaar voor passerende reizigers. Aan deze vestigingscriteria kan niet worden voldaan binnen een dorpskern, nog afgezien van de vraag of een restaurant met drive-thru daar wenselijk zou zijn. Om zich te kunnen vestigen is McDonald's daarom aangewezen op locaties aan de randen van stedelijk gebied. Daarnaast bevinden zich in de directe omgeving een bedrijventerrein en woongebieden. De locatie is gezien de perceeloppervlakte, bereikbaarheid en ligging ideaal voor een McDonald's vestiging.

15

Veendammer Poort N33

2.3.3

Afweging

De beoogde locatie sluit direct aan op het stedelijk gebied. Door de verlegging van de N33 is een restruimte ontstaan die zich leent voor de uitbreiding van het bedrijventerrein 'de Zwaaikom'. De vestiging van het restaurant van McDonald's is hierin passend. Voor de invulling van het resterende gebied zal door de gemeente eerst een Gebiedsvisie worden opgesteld.

16

Veendammer Poort N33

Hoofdstuk 3

Omgevingsaspecten

In het kader van het te onwtikkelen bestemmingsplan Veendammer Poort N33 moeten diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd worden naar de haalbaarheid van de ontwikkeling van horeca op deze locatie.

3.1

Verkeer en parkeren

Verkeerskundig adviesbureau Goudappel Coffeng heeft onderzoek uitgevoerd naar het verkeers- en parkeereffect voor het restaurant. Zie Bijlage 1 voor de notitie van 23 mei 2020. In de paragrafen 3.1.3 en 3.1.2 wordt op de uitkomsten daarvan ingegaan, nadat eerst in paragraaf 3.1.1 wordt toegelicht hoe het terrein wordt ontsloten en ingericht. 3.1.1

Ontsluiting en inrichting

De eerste industrie vestigde zich in de 19e eeuw in Veendam en Wildervank aan de oostzijde van het Oosterdiep. In aansluiting hierop heeft zich in de loop der jaren de langgerekte bedrijvenzone ontwikkeld. Voor de bereikbaarheid daarvan is niet meer het Oosterdiep, maar de later aangelegde grootschalige infrastructuur (A.G. Wildervanckkanaal (gegraven 1956-1965)), spoorlijn (1910) en de N33 (1962) van doorslaggevend belang. Het gebied tussen de historische linten en de grootschalige infrastructuur was de aangewezen plek voor bedrijvigheid. Eerst de locaties dicht op het stedelijk netwerk van Veendam en Wildervank en later lineair langs de N33 met een aansluiting op het spoor; zo ontstonden de huidige bedrijventerreinen. Op grond van het tracébesluit (vastgesteld 24 mei 2012, gewijzigd 24 september 2014) is de aansluiting Veendam naar het oosten verplaatst en vormgegeven als half klaverblad. Ter hoogte van het plangebied heeft de verdubbelde N33 een gereconstrueerde aansluiting gekregen: in westelijke richting naar het centrum van Veendam (hoofdentree van de plaats) en in oostelijke richting op de (eveneens verdubbelde) N366 richting Pekela’s en Stadskanaal. Ook de N366 (een provinciale weg) is tussen Veendam en Pekela verdubbeld, als onderdeel van de gehele ombouw tot volwaardige stroomweg. De Drieborghweg, de parallelweg aan de noordzijde van de G.

Veenhuizenweg, tussen Ommelanderwijk en De Zwaaikom is in stand gebleven voor langzaam-en landbouwverkeer. Hierlangs wordt aan de zuidzijde een fietspad aangelegd dat aansluit op het fietspad tussen De Zwaaikom en het Lloydsplein. De ontwikkellocatie kan bereikbaar worden gemaakt door aan te sluiten op de westelijke rotonde van de op/afrit van de N33. Dat is hieronder geïllustreerd.

17

Veendammer Poort N33

Vanaf de rotonde wordt de hoofdontsluiting het ontwikkelgebied in geleid, zoals hieronder schematisch weergegeven. Voor deze aansluiting is door de provincie vergunning verleend.

18

Veendammer Poort N33

3.1.2

Parkeren

Autoparkeren De parkeerbehoefte wordt doorgaans berekend aan de hand van kencijfers. CROW parkeerkencijfers van publicatie 381 (‘Toekomstbestendig parkeren’) zijn algemeen erkend en worden vaak toegepast als referentie of uitgangspunt voor gemeentelijke parkeernormen. In de CROW publicatie 381 is echter geen specifiek parkeerkencijfer voor fastfoodrestaurants opgenomen, terwijl er wel een ‘algemeen’ kengetal voor de verkeersgeneratie beschikbaar is. CROW geeft in de publicatie aan dat de parkeervraag van dergelijke functies dermate verschillend is dat sprake is van maatwerk bij het bepalen van de parkeervraag. Er zijn wel parkeerkencijfers voor een ‘restaurant’. Een normaal restaurant is echter niet vergelijkbaar met een fastfood restaurant vanwege een andere doelgroep, verblijfstijd en bezoekfrequentie. Fastfoodrestaurants zijn dermate specifiek, dat voor het bepalen van de parkeerbehoefte moet worden

19

Veendammer Poort N33 uitgegaan van maatwerk; in dit geval specifieke cijfers van McDonald's restaurants. Om de parkeerbehoefte te bepalen is daarom gebruik gemaakt van parkeerbehoeftecijfers zoals aangeleverd door McDonald’s. Het prognosemodel van McDonald’s houdt wel rekening met de omvang, locatie en stedelijkheidsgraad. Voor McDonald’s is het van groot belang dat er voldoende parkeercapaciteit beschikbaar is voor de klanten. Om die reden is een prognosemodel voor restaurants opgesteld. De gemiddelde verblijfstijd bij een fastfood restaurant is, conform ervaringen van CROW (publicatie 272), McDonald’s en Goudappel Coffeng, 20 minuten. Bij een normaal restaurant is dat vele malen hoger. Dit betekent dat een parkeerplaats bij een fastfood restaurant op het drukste moment (weekend tussen 17.00 en 19.00 uur) 3 keer per uur gebruikt kan worden. Werknemers van McDonald’s zijn relatief jong (leerlingen van middelbaar of hoger onderwijs) en komen daarom voor het grootste deel met de (brom-)fiets. Zij veroorzaken daarmee geen (auto-)parkeerbehoefte. In tabel 2.1 is de parkeerbehoefte per moment van de week weergegeven. Tot 10.00 uur is het aantal bezoekers van McDonald’s minimaal (zie figuur 2.1 als voorbeeld het McDonald’s restaurant in Drachten – A7 zuid). Om die reden zijn geen prognosecijfers voor de periode tot 10.00 uur weergegeven.

20

Veendammer Poort N33

De maximale parkeerbehoefte van restaurantbezoekers is 33 parkeerplaatsen. Op eigen terrein zijn 71 parkeerplaatsen beschikbaar. Er is daarmee voldoende parkeercapaciteit beschikbaar. De restcapaciteit kan gebruikt worden voor personeel en enkele gebruikers van de McDrive, die op het parkeerterrein hun hamburger willen opeten. Op de rustige dagen van het restaurant, de werkdagen, is de maximale parkeerbehoefte 15 parkeerplaatsen.

Fietsparkeren Er is geen gemeentelijke norm voor fietsparkeren en het kennisinstituut CROW geeft voor een voorziening als McDonald's geen richtlijn. Voor personeel en een klein deel van de bezoekers zullen niettemin voldoende fietsparkeerplekken worden gerealiseerd. Er wordt nu uitgegaan van 20 fietsparkeerplekken.

3.1.3

Verkeer

Om te bepalen wat de effecten zijn voor de verkeersafwikkeling zijn ritgeneratiecijfers van McDonald’s en landelijk gebruikte kengetallen van het CROW geanalyseerd. In de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ (publicatie 381, 2018) is voor een fastfoodketen zoals de McDonald’s weliswaar een kengetal voor de verkeersgeneratie opgenomen, echter is bij dit kengetal geen rekening gehouden met: een bandbreedte, de ligging binnen of buiten de bebouwde kom en de mate van stedelijkheid. Tevens wordt geen onderscheid gemaakt tussen een gemiddelde weekenddag en gemiddelde werkdag. CROW geeft over de gepresenteerde kencijfers bij een fastfoodrestaurant aan dat alleen globale kencijfers gegeven kunnen worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. Er is niet gerekend met CROW om de volgende redenen: Het is nodig dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen een werk- en weekenddag. Een McDonald's heeft in het weekend substantieel meer verkeer te verwerken dan op werkdagen. Dit is aantoonbaar zichtbaar in de Google Maps druktebeelden bij elk restaurant van McDonald's. McDonald's neemt dergelijke aspecten wel mee in haar parkeer- en verkeersmodel. Het is belangrijk dat de ligging wordt meegenomen (o.a. de stedelijkheid en de ligging ten opzichte van de infrastructuur speelt een rol).

McDonald's kan op basis van vele voorbeelden in het land een veel betere prognose maken dan CROW. Dat is ook van groot belang: als een restaurant van McDonald's te weinig parkeerplaatsen zou hebben, dan heeft dat een direct effect op de omzet van het restaurant. Om die reden wordt aangesloten bij het prognosemodel van McDonald’s. Dit model houdt wel rekening met de omvang, locatie en stedelijkheidsgraad. Het model van McDonald's is gecontroleerd door Goudappel Coffeng en is goed bevonden. In tabel 3.1 is de verkeersgeneratie van het McDonald’s restaurant weergegeven. De verkeersgeneratie geeft weer hoeveel motorvoertuigritten het restaurant genereert. Het drukste moment is op zaterdag en zondag tussen 17 en 19 uur: 98 vertrekkende en 98 aankomende ritten per uur.

21

Veendammer Poort N33

Uit tabel 3.1 blijkt dat tijdens het drukste (avondspits-)uur op de werkdag 46 motorvoertuigen per rijrichting te verwachten zijn. Dit komt neer op maximaal 1 aankomende en 1 vertrekkende auto per minuut. De bezoekers komen uit verschillende richtingen naar het restaurant. Niet al het verkeer van McDonald’s is ‘nieuw’ verkeer. Bezoekers van McDonald’s zitten in de meeste gevallen al op de weg van een herkomst naar een bestemming. Slechts 24% van de bezoekers gaat bewust naar een McDonald’s restaurant vanuit huis. Het onderzoek van Ipsos is gehouden voor drie restaurants, die qua ligging en omvang ongeveer gelijk zijn aan het toekomstige restaurant voor Veendam. De overige bezoekers combineren het met een ander reisdoel (werk/school/winkelen). Het verkeer van/naar de McDonald’s zal via verschillende routes rijden. In figuur 3.1 is dat weergegeven. De verwachting is dat het meeste verkeer van de McDonald’s aankomt en vertrekt van/naar de provinciale wegen. De aanname in deze studie is dat dat in elke richting 25% is. Dit komt neer op 12 aankomende en 12 vertrekkende motorvoertuigen per richting. Als ‘worst case’ is dat opgeteld bij de huidige verkeersintensiteiten. Het is een ‘worst case’ benadering, omdat een groot deel van de bezoekers van McDonald’s al op de weg zit.

22

Veendammer Poort N33

Verkeersafwikkeling In het rapport van Goudappel Coffeng is de verkeersafwikkeling op de rotonde Geert Veenhuizenweg – N366 onderzocht. Uit de berekeningen blijkt dat in de planvariant er sprake is van een (zeer) goede doorstroming op de rotonde Geert Veenhuizenweg - N366. Dit betekent dat er slechts gering tijdsverlies is. Het merendeel van de motorvoertuigen hoeft niet te wachten.

Conclusie Uit de studie van Goudappel Coffeng blijkt dat de komst van de McDonald’s geen negatief effect heeft op de rotonde Geert Veenhuizenweg - N366. Tevens is gebleken, dat op eigen terrein ruim voldoende parkeercapaciteit beschikbaar is voor het restaurant van McDonald’s.

3.2

Wet geluidhinder

In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige bestemming wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in een nieuwe geluidsgevoelige bestemming. Het voorziet evenmin in een nieuwe vestiging van bedrijven die op grond van de Wet geluidhinder een geluidzone kennen. De locatie waar het project wordt gerealiseerd bevindt zich evenmin op een gezoneerd industrieterrein. Het industrieterrein waarvan De Zwaaikom deel uitmaakt loopt tot aan de groenstrook langs het oude tracé van de N33. De beoogde invulling van het gebied en de nu in het bestemmingsplan betrokken planlocatie bestaat uit perifere detailhandel en andere grootschalige detailhandel, horeca, leisure en maatschappelijke voorzieningen/doeleinden. Het betreft geen bedrijvigheid waarvan het in de rede zou liggen om deze te betrekken bij het gezoneerde industrieterrein. Akoestisch onderzoek is daarom niet nodig.

23

Veendammer Poort N33

3.3

Wet milieubeheer / Bedrijven en milieuzonering

Op grond van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor een restaurant een indicatieve afstand tot nabijgelegen woningen van 10 meter voor wat betreft de aspecten geur en geluid, in het geval van een 'rustige woonwijk'. 3.3.1

Geluid

De afstand van de projectlocatie tot de dichtstbijzijnde agrarische bedrijfswoning en bedrijfswoningen op het bedrijventerrein bedraagt meer dan 400 meter en meer dan een kilometer tot de dichtstbijzijnde woonbuurt. Op grond van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor een restaurant een indicatieve afstand tot nabijgelegen woningen van 10 meter voor wat betreft het aspect geluid, in het geval van een 'rustige woonwijk'. Daar wordt dus ruim aan voldaan. Geluid afkomstig van de ontsluitingsroute met betrekking tot wegverkeer aantrekkende bewegingen is uitsluitend aan de orde op het wegvak tussen de N33 en de toegang tot het terrein van het restaurant. Zoals uit paragraaf 3.1.3 blijkt is de toename van het verkeer als gevolg van het restaurant gering: slechts 24% van de bezoekers is 'nieuw' verkeer, de rest van de bezoekers betreft passanten die hier al rijden. De verkeersgeneratie leidt dan ook niet tot een merkbare toename van geluidhinder voor de woonfuncties. Onderzoek naar de geluidseffecten van het restaurant en het verkeer op woningen is niet nodig. 3.3.2

Geur

In principe dienen alle geurgevoelige objecten te worden beschermd tegen geuroverlast. Het restaurant is geen milieugevoelige object. De bedrijven kunnen wel zelf geurhinder veroorzaken. De afzuiging uit het restaurant wordt gefilterd. De afblaas van de luchtbehandelingskast is verticaal en met een dermate snelheid dat deze zeer snel verdunt en er van geur niet of nauwelijks sprake kan zijn. In het kader van de milieumelding zal aangetoond worden dat wordt voldaan aan de desbetreffende bepalingen uit het Activiteitenbesluit. Gezien de afstand tot bestaande (bedrijs)woningen en de aard/omvang van de nieuwe ontwikkeling is er geen aanleiding te veronderstellen dat niet zal kunnen worden voldaan aan het Activiteitenbesluit.

3.4

Luchtkwaliteit

In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer worden normen gesteld aan de luchtkwaliteit wat betreft een zestal stoffen. Voor de normen voor zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood geldt dat overschrijding daarvan in Nederland nauwelijks valt te verwachten. De norm voor stikstofdioxide (NO2) wordt in Nederland met name in de directe omgeving van drukke (snel)wegen overschreden. De norm voor fijn stof (PM10) wordt eveneens op diverse locaties overschreden. In de Wet milieubeheer is een koppeling gelegd met ruimtelijke plannen. Deze koppeling houdt in dat bij het voorbereiden van ruimtelijke plannen, waaronder een bestemmingsplan, de gevolgen voor de luchtkwaliteit moeten worden onderzocht. De gevolgen hangen direct samen met de eventuele verkeersaantrekkende werking van het plan ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Hierbij moet aannemelijk gemaakt worden, dat luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM.

'Niet in betekende mate' is sinds de inwerkingtreding van het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" wordt aangegeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term 'niet in betekende mate'. De bijlage geeft een harde omschrijving van een aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij één ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto, bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen. Voor de bouw van kantoren geldt bij één

24

Veendammer Poort N33 ontsluitingsweg een bedrijfsvloeroppervlak van 100.000 m2 en bij twee ontsluitingswegen geldt een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m2. De vastgestelde grenzen voor woningen en kantoren komen beiden overeen met een maximale concentratietoename van 1,2 microgram/m3. Op basis daarvan kan worden bepaald of een plan dat zowel woningen als kantoren omvat, niet in betekenende mate bijdraagt. De maximale verkeersgeneratie van de McDonald's is 795 mvt per etmaal in het weekend en 317 mvt per werkdagetmaal. De zelfstandige verkeersaantrekkende kracht van het project is echter geringer, omdat slechts 24% van de bezoekers uitsluitend het restaurant als vervoersmotief heeft: de overige bezoekers zijn passanten die al op de weg waren. In de worst-case situatie dat de weekendetmaalintensiteit zou worden ingevoerd in de NIBM-tool en verondersteld zou worden dat deze intensiteit geheel een toevoeging aan het bestaande verkeer zou zijn, dan nog laat het rekenresultaat zien dat ruimschoots aan de grens voor "Niet In Betekenende Mate" van 1,2g/m3 wordt voldaan.

Het voorliggende plan draagt daarom niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit, dat wil zeggen dat het geen bijdrage levert aan een eventuele verslechtering van de luchtkwaliteit in de directe omgeving. Derhalve hoeft er ook geen onderzoek en geen verdere toetsing aan de normen uit de Wet milieubeheer plaats te vinden. Voor de berekening stikstofdepositie zie paragraaf 3.7.

3.5

Bodemkwaliteit

Algemeen De milieuhygiënische bodemkwaliteit mag geen belemmering zijn voor de economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Verder behoort de aanwezige bodemkwaliteit te passen bij het huidig of toekomstig gebruik van de bodem. De bodemkwaliteit mag immers geen onaanvaardbare risico's opleveren voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag door menselijk handelen de bodemkwaliteit niet verslechteren (zorgplicht). De tot ontwikkeling te brengen grond wordt door de gemeente Veendam verworven van Rijkswaterstaat en verkocht aan McDonald's Nederland BV. De grond die door RWS aan de gemeente wordt geleverd is geschikt voor het boogde gebruik, zodat tevens geschikte grond wordt geleverd aan McDonald's Nederland BV. Eventuele verontreiniging wordt door RWS gesaneerd, dit is opgenomen in de koopovereenkomst tussen RWS en gemeente. Onderzoek Ingenieursbureau Enviso heeft op 5 maart 2020 rapport uitgebracht naar aanleiding van het door dit

25

Veendammer Poort N33 bureau uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (zie Bijlage 3). Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van zowel de grond, slib in de watergangen, het grondwater en het bepalen van het eventuele gehalte aan asbest in de grond nabij een, op de locatie aanwezige, verdachte asbesthoudende schuur. Daarnaast is het doel van het verkennend asbestbodemonderzoek het bepalen van het eventuele gehalte aan asbest in de bodem op het perceel waar de afrit van de N33 gesitueerd is geweest. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de hypothese ‘onverdacht’ voor het gehele terrein verworpen worden aangezien er in de grond en het grondwater lichte concentraties aan onderzochte parameters zijn aangetroffen. Echter zijn deze lichte verhogingen van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeven. Ter plaatse van de voormalige afrit van de N33 is analytisch asbest vastgesteld. Het betreft een zeer geringe hoeveelheid welke geen gebruiksbeperkingen geeft. Uit het waterbodemonderzoek is gebleken dat het aanwezige slib in de waterbodem ter plaatse van de aanwezige sloten en de vijver voldoen aan Klasse A en verspreidbaar is op het aangrenzende perceel en in zoet oppervlaktewater. Getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet het slib in de watergangen aan klasse Industrie.

Analytisch is er asbest aangetoond op de onderzoekslocatie nabij de verdachte schuur, waarbij de hergebruiksnorm van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden. Aanbevolen wordt om de asbestverontreiniging in de grond op zeer korte termijn te saneren. Hiertoe kan een BUS-melding worden gedaan. Na goedkeuring dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden door een daarvoor gecertificeerde aannemer (BRL 7000) en onder milieukundige begeleiding van een erkende milieukundig begeleider (BRL 6000). Indien grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het onderliggende bodemonderzoek mogelijk niet. Om definitief vast te stellen of de grond buiten de locatie kan worden hergebruikt, kan het bevoegd gezag (gemeente waar de grond zal worden toegepast) verzoeken om een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit. Conclusie De milieukundige bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

3.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico's voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving, waaronder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Risicobronnen worden opgesplitst in: inrichtingen waar risicovolle activiteiten kunnen plaatsvinden; transportroutes van gevaarlijke stoffen; buisleidingen. Uit de professionele risicokaart blijkt dat binnen en in de directe nabijheid van het plan geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. De planlocatie ligt binnen de zones van transportroutes van gevaarlijke stoffen via de weg (N33 en N366) en een buisleiding. Onderzoek doormiddel van een risicoberekening en een eventuele verantwoording van het risico is daarom nodig voor het aspect externe veiligheid. In

26

Veendammer Poort N33 Bijlage 4 is dat onderzoek opgenomen. 3.6.1

Rijksweg N33

Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten het PR-plafond van 20 m van de N33. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico In zowel de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Hiermee wordt voldaan aan art. 8 lid 2b van het Bevt. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de Veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op art. 7 van het Bevt, dat wil zeggen op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. De Veiligheidsregio Groningen heeft haar advies uitgebracht in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro, waarvoor kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.2. Het advies is verwerkt in paragraaf 3.6.4. Plasbrandaandachtsgebied Er is sprake van een plasbrandaandachtsgebied rond de N33. Het plangebied ligt buiten dit plasbrandaandachtsgebied. 3.6.2

Provinciale weg N366

Plaatsgebonden risico Er is geen sprake van een PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico In zowel de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico gelijk aan 0.18 keer de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico is daarmee hoger dan 10% van de oriëntatiewaarde, maar er is geen sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt niet toe door de ontwikkeling. Hiermee wordt voldaan aan art. 8 lid 2b van het Bevt. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de Veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op art. 7 van het Bevt, dat wil zeggen op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. De Veiligheidsregio Groningen heeft haar advies uitgebracht in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro, waarvoor kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.2. Het advies is verwerkt in paragraaf 3.6.4. Provinciaal basisnet Groningen Het plangebied ligt binnen veiligheidszone 2 rond de N366 van het Provinciaal basisnet Groningen.

Dit betekent dat het bestemmingsplan een nadere verantwoording van het groepsrisico dient te bevatten en inzicht biedt in de manier waarop rekening is gehouden met het advies van de Veiligheidsregio Groningen. De Veiligheidsregio Groningen heeft haar advies uitgebracht in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro, waarvoor kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.2. Het advies is verwerkt in paragraaf 3.6.4. 3.6.3

Hogedruk aardgasleiding

Plaatsgebonden risico

27

Veendammer Poort N33

Het plaatsgebonden risico van aardgasleiding N-524-21 vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door het plan. Dit betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. 3.6.4

Verantwoording groepsrisico

De verantwoordingsplicht draait kort gezegd om de vraag in hoeverre ontstane risico’s, als gevolg van een omgevingsbesluit, kunnen worden geaccepteerd. Indien noodzakelijk kan in de verantwoordingsplicht aangegeven worden welke maatregelen getroffen zijn om de risico’s te beperken en/of de effecten te beheersen. De verantwoordingsplicht dwingt alle betrokken partijen ertoe een goede ruimtelijke afweging te maken waarin de veiligheid voor de maatschappij als geheel voldoende is gewaarborgd. De invulling van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag neemt daarmee de verantwoordelijkheid voor het zogenaamde ‘restrisico’ dat overblijft na eventuele benodigde veiligheidsmaatregelen. Het bevoegd gezag is wettelijk verplicht om de regionale brandweer in de gelegenheid te stellen om advies uit te brengen over de aspecten brandbestrijding en zelfredzaamheid. Het Bevb introduceert een nieuwe onderverdeling van situaties waarin een ‘volledige’ verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording (art. 12, lid 3): 1.

Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10-8). 2. a) als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; of b) als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. b. c. d.

De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. De hoogte van het groepsrisico. De bestrijdbaarheid. De zelfredzaamheid.

Een nadere beschouwing van risico reducerende maatregelen en ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico is in dat geval niet nodig. ad a. personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen Het aantal personen in de toekomstige situatie wordt samengevat in onderstaande tabel.

Tabel: Aantal personen binnen het plangebied in de toekomstige situatie

ad b. hoogte van het groepsrisico Het groepsrisico is zowel in de huidige als de toekomstige situatie kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de ontwikkeling. Onderstaande tabel toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde.

28

Veendammer Poort N33

Tabel: Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)

ad c. en d. Uitwerking bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Scenariobeschrijving Het meest waarschijnlijke en meest voorkomende ongeval is beschadiging van de buisleiding door grondwerkzaamheden. Hierbij kan aardgas uitstromen, maar aangenomen wordt dat door snel en accuraat optreden van alle betrokkenen (o.a. Gasunie, brandweer, omwonenden) de ontstane gaswolk niet tot ontbranding zal komen. Het ergst denkbare scenario is een grote breuk in de aardgastransportleiding die explosief tot ontbranding komt en het ontstaan van een fakkelbrand. Bij dit scenario is tot in de wijde omgeving de explosie merkbaar en kunnen er tot 70 meter (1% letaliteitgrens) personen overlijden. Daarnaast kunnen er tot 40 meter (10 kW/m2 grens) secundaire branden ontstaan door de vrijgekomen hitte. Tot op ongeveer 80 meter (3 kW/m2 grens) bestaat de kans dat mensen eerstegraads brandwonden oplopen. Maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid Het is belangrijk dat de zelfredzaamheid van mensen wordt verhoogd. Bij een incident met gevaarlijke stoffen, is het van belang dat mensen veilig kunnen vluchten. Bij eventuele verbouw of (vervangende) nieuwbouw van objecten binnen het invloedsgebied van de hoge druk aardgastransportleiding is het belangrijk dat mensen veilig kunnen vluchten. Dit betekent dat een vluchtweg wordt geadviseerd, via het terrein aan de afgekeerde zijde van deze risicobron.

Om ervoor te zorgen dat mensen goed voorbereid zijn en weten hoe ze moeten reageren bij een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen met de hoge druk aardgastransportleiding, is het van belang dat zij hier vooraf over worden geïnformeerd. Geadviseerd wordt om de bewoners en gebruikers binnen de invloedsgebieden te informeren over de verschillende risico's en gevaren van het transport van gevaarlijke stoffen met de hoge druk aardgastransportleiding en de wijze van alarmeren en de wenselijke manier van reageren tijdens incidenten (risicocommunicatie). Dergelijke informatie dient op gezette tijden herhaald te worden, zodat het onderwerp onder de aandacht blijft. Maatregelen ten behoeve van de hulpverlening Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende zijn. Voor de bereikbaarheid van bluswatervoorzieningen is door de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) is de 'Handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid' ontwikkeld. Deze wordt door gemeente Veendam gehanteerd en nageleefd. Voor het plangebied blijken de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en de bluswatervoorzieningen voldoende te zijn.

Voor het bestemmingsplan worden voor deze aspecten daarom geen aanvullende maatregelen geadviseerd.

29

Veendammer Poort N33

Tabel: effecten geadviseerde maatregelen

In bovenstaande tabel zijn de maatregelen samengevat die genomen kunnen worden om de risico's te beperken. In de tabel is een inschatting opgenomen van de bijdrage die een maatregel kan leveren aan de risicobeperking van een bepaald scenario. De genoemde maatregelen worden in het kader van externe veiligheid (art. 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen) en art. 10 van de Wet veiligheidsregio's geadviseerd, deze kunnen ook een positief effect hebben op de (brand)veiligheid. Ook is het belangrijk dat in de verdere uitwerking van het plangebied, zoals bouwplannen, ook specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen benodigd zijn. 3.6.5

Advies van de Veiligheidsregio

De Veiligheidsregio Groningen heeft haar advies uitgebracht in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro, waarvoor kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.2. Het advies is verwerkt in voorgaande paragraaf 3.6.4.

3.7

Ecologie

Door bureau Els & Linde is een ecologische quickscan uitgevoerd (zie Bijlage 5). Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. Beschermde soorten Het terrein is mogelijk onderdeel van het jachtgebied van de steenmarter. De bouw van het restaurant zal een deel van het terrein beslaan – naast de weg en ten zuiden van de poel. Er is dus mogelijk een geringe afname van het jachtgebied. Gelet op de omvang van de homerange wordt geen signifiant effect verwacht op de steenmarter. Er is in het vroege voorjaar een watersnip waargenomen. Het perceel – en met name het gebied ten noorden van de poel (en de poel zelf) is potentieel geschikt voor de watersnip. Met de bouw van het restaurant wordt het gebied verkleind. Het restaurant wordt ten zuiden van de poel gebouwd. Dit deel is droger en daarmee niet of minder geschikt als voedselgebied voor de watersnip. Er wordt geen significant effect verwacht. Geadviseerd wordt het gebied ten noorden van de poel te optimaliseren voor de watersnip.

Dat kan door het peil te verhogen tot 10 cm onder maaiveld en extensief te begrazen. Een

30

Veendammer Poort N33 eventueel effect wordt daarmee gecompenseerd. Op dit aspect is inmiddels overigens nader onderzoek uitgevoerd in het kader van het bouwrijp maken van het gebied. Er is mogelijkheid voor algemene broedvogels om zich te vestigen binnen de planlocatie. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. In de sloten kunnen amfibieën zitten. Werkzaamheden aan de sloten moeten daarom buiten de kwetsbare periode worden uitgevoerd. Als de werkzaamheden aan de sloot niet van ondergeschikte aard zijn is het verstandig om te controleren of er amfibieën in de sloten voorkomen of met een ecologisch werkprotocol te werken om zo effecten te voorkomen. Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 14 april 2020 is gebleken dat er geen andere beschermde soorten binnen het perceel worden verwacht. Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren.

In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen. Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ongeveer 12 kilometer van de planlocatie. De werkzaamheden betreft realisatie van een restaurant. Er is een (kleine) kans dat er een signifiante wijziging in de emissie is. Daarom is met Aerius een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden uitgevoerd. Er blijkt geen verhoging van de depositie te komen. Andere aantastingen van kwalifierende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten. Voor de bouw- en de gebruiksfase is een berekening van de toename van stikstofdepositie op beschermde Natura 2000-gebieden noodzakelijk. Hiervoor is door bureau Els & Linde een Aerius-berekening uitgevoerd (zie Bijlage 6, Bijlage 7 en Bijlage 8). De depositie is berekend op de Natura 2000-gebieden: Zuidlaardermeergebied: ca. 12,1 km afstand; Drentsche Aa-gebied: ca 13,8 km afstand; Drouwerszand: ca.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9949852/1