CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-03-02 Basisrioleringsplan Veendam

Gemeenteraad 8 maart 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen13.206 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 6 Voorbeeld resultaten locaties verloren berging

Definitief

28

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Hoofdstuk 5 Functioneren huidig systeem 5.1 Uitgangspunten Voor de berekening van het stelsel worden de volgende richtlijnen gehanteerd:  Droogweerafvoer:  Pompovercapaciteit:  Ledigingstijd:

120 l/inwoner/dag (12 uur per dag) 0,7 mm/uur/ha (aangesloten verhard oppervlak) maximaal: 4 x droogweerafvoer (zie norm poc) 15 uur, capaciteit voor het ledigen van het stelsel is variabel (zie Ledigingscapaciteit)

In bijlage 11 is beschreven hoe de norm voor de pompovercapaciteit en de ledigingstijd van een gemengd stelsel is bepaald. Norm pompovercapaciteit Veendam Hoofdgebied Voor de gemeente Veendam geldt dat 0,7 mm/uur/ha (1.187,1 m3/uur) kleiner is dan 4 maal de droogweer afvoer (932,6 m3/uur). De norm is dus 0,7 mm/uur/ha (situatie 1). Het waterschapsgemaal Veendam Zwaaikom (influentgemaal RWZI) heeft een capaciteit van 1850 m3/uur. De aanwezige pompovercapaciteit van het Hoofdgebied bedraagt 1.190,5 m3/uur, oftewel 0,7 mm/uur (bij een aangesloten verhard oppervlak van 169,59 ha). Dit voldoet aan de norm. De details zijn beschreven in de kencijfers in bijlage 3. Ledigingscapaciteit De ledigingstijd voor het hoofdbemalingsgebied van de gemeente Veendam is 12,8 uur, op basis van aanwezige pompcapaciteit en pompovercapaciteit (bijlage 3). 5.2 Watersysteem Oppervlaktewater Van het oppervlaktewatersysteem is een rekenmodel gemaakt. Dit model is gekoppeld aan het rioleringsmodel dat van het rioolstelsel is gemaakt. Deze modellen zijn doorgerekend met het hydraulisch rekenprogramma SOBEK (versie 2.15). Uit de berekening komt naar voren dat op één locatie het oppervlaktewater door de aanwezigheid van een knijpende constructie beperkt afgevoerd kan worden. Dit betreft knelpunt W1 ter plaatse van de AE Kade (zie figuur 7).

Definitief

29

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Figuur 7 Locatie knelpunt oppervlaktewatersysteem

Het water wordt in het gebied vastgehouden door de knijpende werking van de duikers. Door te kleine duikers stijgt het water in de watergang en kan ook het water uit hemelwaterriool dat op deze watergang uitkomt niet voldoende worden afgevoerd. Dit heeft opstuwing in het hemelwaterriool en daardoor ‘water op straat’ tot gevolg. In figuur 8 is een dwarsdoorsnede opgenomen van de betreffende watergangen langs de Hertenkampstraat, via de AE Kade naar de Nassaustraat (tot het Oranjepark).

Figuur 8 Dwarsdoorsnede watergangen knelpunt AE Kade - maximale berekende waterstand (bui 9+13%)

Grondwater In de gemeente zijn geen specifieke grondwater gerelateerde knelpunten bekend.

Definitief

30

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

5.3 Hydraulisch functioneren Van het rioolstelsel is een rioleringsmodel gemaakt. Dit model is doorgerekend met het hydraulisch rekenprogramma SOBEK (versie 2.15). De standaard bui die hiervoor gebruikt wordt betreft bui 9. Deze bui is met 13% verhoogd, om zo de effecten van de klimaatverandering in de berekening mee te nemen. In bijlage 6 zijn de resultaten opgenomen. Een voorbeeld van de resultaten is weergegeven in figuur 7.

Figuur 7 Voorbeeld van resultaten in SOBEK (versie 2.15)

Uit de berekening blijkt dat op diverse locaties water op straat wordt berekend (de oranje en rode bolletjes). Groene bolletjes geven aan dat het maaiveld bijna wordt benaderd, maar er net geen water op straat wordt berekend. In bijlage 6 en in figuur 8 zijn de locaties aangegeven waar volgens de berekening ‘water op straat’ voorkomt. Op deze locaties bestaat een grote kans dat hinder of wateroverlast zich zal voordoen tijdens zware neerslag.

Definitief

31

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Figuur 8 Links: locaties knelpunten in het gemengde stelsel. Rechts: Locaties knelpunten hemelwaterstelsel

Het gaat om de volgende locaties: Gemengde stelsel 1. Hoofdgebied - Sinnigeslaantje 2. Hoofdgebied - Transportweg 3. Hoofdgebied - Goudlaan en omgeving 4. Hoofdgebied - Oude Bos 5. Hoofdgebied - Langeleegte en Korteleegte 6. Hoofdgebied - Aquapark 7. Industrieweg I – DWM-weg 8. Ommelanderwijk – Omgeving Nachtegaalstraat Het merendeel van de knelpunten in het gemengde stelsel komen voor in het hoofdbemalingsgebied. Veel van deze knelpunten ontstaan door de lange weg naar een overstort en/of te kleine buisdiameters richting het gemaal/de overstort. Bij een deel van bovengenoemde knelpuntlocaties blijkt in de praktijk dat het water op straat oppervlakkig afstroomt naar oppervlaktewater en geen overlast veroorzaakt. Dit geldt voor de knelpuntnummers 1, 3, 7 en deels bij knelpunt 5 (deel Langeleegte). Hemelwaterstelsel 1. Hoofdgebied – Stelmakersstraat en omgeving 2. Hoofdgebied – Transportweg 3. Hoofdgebied – Goudlaan en omgeving 4. Golflaan – Otto Eerelmanhof 5. Golflaan – Van Goghlaan 6. Langebosh – Nijlgans De knelpunten in het hemelwaterstel komen voornamelijk door het gebruik van te kleine buisdiameters ten opzichte van het aangesloten verhard oppervlak. In het geval van de omgeving Stelmakersstraat (1) zijn de uitlaten te klein uitgevoerd voor de af te voeren hoeveelheid hemelwater. Dit geldt ook voor de Otto Eerelmanhof (4).

Hier zijn niet alleen de uitlaten te klein, maar is ook de weg naar de uitlaat toe te lang. In de praktijk stroomt het water in deze beide gebieden oppervlakkig af en wordt geen overlast ondervonden. Dit geldt tevens voor de gebieden Goudlaan en omgeving (3), Van Goghlaan (5) en Nijlgans (6). Ook aan de Transportweg (2) wordt het water op straat veroorzaakt door de te lange weg naar de uitlaat toe, maar hier stroomt het water in de praktijk niet oppervlakkig af. Opmerking: Een hydraulische berekening met de standaardbui 9+13% kan worden beschouwd als een worst case scenario. In de praktijk zal het niet overal even hard regenen. Wel is het de verwachting dat door klimaatverandering neerslaggebeurtenissen langer en vooral ook zwaarder worden met een hogere neerslagintensiteit. Vanuit deze optiek is de uitkomst van dit worst case scenario als uitgangspunt gehanteerd voor een robuust stelsel.

Definitief

32

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

5.4 Vuiltechnisch functioneren Uit de kencijfers blijkt dat de diverse gemengde stelsels van gemeente Veendam onvoldoende onderdrempelberging hebben. Dit heeft gevolgen voor de hydraulische afvoercapaciteit, maar ook voor de overstortingsfrequentie en de hier aan gerelateerde vuiluitworp. De overstortingsfrequentie en het overstortvolume is per overstort bepaald, via een gestandaardiseerde reeksberekening (meerjarige tijdreeks De Bilt 1955-1964). De overstortingsfrequentie van de diverse overstorten vanuit het gemengde stelsel varieert sterk; overstort V19-8400 stort minder dan 1 keer per jaar over, terwijl V09-2350 vaker dan 21 keer per jaar overstort. Het overstortvolume hangt samen met de vuiluitworp. De vuiluitworp wordt berekend in kg Chemisch Zuurstofverbruik (CZV) en geeft aan hoeveel organisch materiaal in het afvalwater aanwezig is. Als er teveel organisch materiaal in het afvalwater aanwezig is (hoge CZV) leidt dit tot een hoog zuurstofverbruik in het oppervlaktewater. Hierdoor daalt het zuurstofgehalte (de zuurstofdip) en blijft er te weinig zuurstof over voor aanwezige organismen in het water, met o.a. vissterfte tot gevolg. Ook leidt het overstortende water tot een ander risico: het kan bacterieel verontreinigd zijn en hierdoor risico’s opleveren voor de volksgezondheid.

Aan de hand van het overstortvolume in de huidige situatie is de totale jaarlijkse vuiltuitworp bepaald. Hierbij is rekening gehouden met een lagere vuiluitworp bij overstorten na een randvoorziening (135 gram CZV/m3 tegenover 225 gram CZV/m3 zonder randvoorziening). De totale jaarlijkse vuiluitworp is vergeleken met de vuiluitworp van het referentiestelsel. Deze referentie-emissie bedraagt 50 kg CZV/ha/jaar. Het aantal hectare bestaat uit het verhard oppervlak aangesloten op het gemengde stelsel + het afgekoppelde verhard oppervlak. Voor Veendam komt dit neer op 213,2 + 111,8 = 254,1 ha. De referentie-emissie komt daarmee uit op 12.707 kg CZV/jaar. Vanuit de reeksberekening wordt een jaarlijks overstortvolume van 88.097 m3 berekend. De bijbehorende vuiluitworp komt uit op 18.953 kg CZV/jaar. Dit voldoet niet aan de bovengenoemde emissienorm. In tabel 5 staat de vuiluitworp per bemalingsgebied weergegeven. In deze tabel zijn enkel de bemalingsgebieden met een externe overstort opgenomen. In bijlage 7 zijn de resultaten van de reeksberekening opgenomen. Het overstortvolume en de bijbehorende vuiluitworp is groter dan berekend in het BRP 2006. Dit is deels te verklaren door de grotere hoeveelheid verhard oppervlak dat toegekend is aan het gemengde stelsel.

Daarnaast zijn er een aantal overstortputten bijgekomen (V06-10240 en V09-2350) en zijn een aantal overstortdrempels zowel in hoogte als breedte aangepast ten opzichte van het BRP 2006. Binnen de resultaten, zoals weergegeven in bijlage 7, vallen de overstorten in het bemalingsgebied Ommelanderwijk op. Alle overstorten in dit bemalingsgebied hebben een overstortfrequentie van 20 keer per jaar en een totaal jaarlijks overstortvolume van 23.721 m3/jaar. Hiermee is het bemalingsgebied Ommelanderwijk verantwoordelijk voor 28% van de vuiluitworp. Ook de bemalingsgebieden Zuidwending en Langeleegte hebben een relatief grote vuiluitworp (resp. 11% en 10%).

Definitief

33

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Tabel 5 Gemiddelde jaarlijkse vuiluitworp per bemalingsgebied

Bemalingsgebied (deelgebied)

Overstortvolume* [m3/jaar]

Veendam Hoofdgebied (1) Egypteneinde (8) Zuidwending (16) Ommelanderwijk (17+18) Industrieweg II (25) Onderbemaling Wildervank (27) Oosterdiep Oostzijde (19) Borgercompagnie Noord (37) Onderbemaling Langeleegte (38) Totaal

35.192 3.114 9.245 23.721 1.423 1.567 2.774 2.613 8.447 88.097

Vuiluitworp** [kg CZV/jaar] 7.049 701 2.080 5.337 320 353 624 588 1.901 18.953

* Gemiddelde bij reeksberekening van 10 jaar ** Uitgaande van 135 gram CZV/m³ met randvoorziening en 225 gram CZV/m³ zonder randvoorziening

Op diverse plaatsen is sprake van verloren berging, door het onder tegenschot liggen van de leidingen en verzakkingen van het riool. In deze leidingen kan vuil tot bezinking komen. Bij neerslag kan dit vuil opwoelen en via de overstorten in het oppervlaktewater terecht komen. De pompovercapaciteit bepaalt in samenhang met de onderdrempelberging welke neerslagsituaties zullen leiden tot een overstorting. Vooral voor de regenbuien met een lage intensiteit is de pompovercapaciteit een belangrijke factor. De pompovercapaciteit van het hoofdgebied is met 0,7 mm/uur voldoende.

Definitief

34

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Hoofdstuk 6 Maatregelenplan 6.1 Methode Bij het opstellen van de maatregelen voor de gemeente Veendam is onderstaande methode gevolgd. Hydraulische knelpunten -

Gezamenlijk met de gemeente is nagegaan of een berekend knelpunt ook daadwerkelijk voorkomt; Als een gesignaleerd knelpunt is herkend, dan is nagegaan op welke wijze dit kan worden verholpen. Hierbij heeft het afkoppelen van verharding en het creëren van ruimte voor het hemelwater de voorkeur; Voor niet herkende knelpunten zal de gemeente door het intensiveren van metingen in het rioolstelsel nagaan in hoeverre de berekende resultaten met de werkelijkheid overeenkomt. Gemaalcapaciteit en vuiluitworp

-

Onderzocht is in hoeverre de rioolstelsels voldoen aan de gestelde normen. Onderdrempelberging en pompovercapaciteit zijn hiervoor belangrijke parameters; De resultaten van de meerjarige tijdreeks zijn gebruikt om te onderzoeken welke overstortlocaties de grootste vuiluitworp veroorzaken; Vervolgens is gekeken of maatregelen om de situatie te verbeteren geformuleerd kunnen worden. Op de maatregelenkaarten in bijlage 8 zijn de in paragraaf 6.2, 0 en 6.4 genoemde maatregelen weergegeven.

6.2 Oppervlaktewatersysteem De duiker onder de Eems (in de watergang langs de Sorghvlietlaan) raakt regelmatig verstopt door waterplanten (Krabbescheer), vooral wanneer de stroming in de watergang groot is. Bij hevige neerslag veroorzaakt dit opstuwing in de watergang. Dit is een aandachtspunt voor het beheer en onderhoud van de duiker. De duiker ligt bovendien erg diep (-0,90 m NAP). Bij vervanging wordt geadviseerd te onderzoeken of er een andere vorm en/ of bodemhoogte toegepast kan worden. W1. AE Kade Het hemelwater wordt in de watergangen gestuwd door de knijpende werking van de duikers (te kleine diameters). De duikers KDU-V-05819 en KDU-V-05817 moeten worden vergroot naar respectievelijk Ø500 en Ø1000 mm. De uitvoering zou kunnen worden gecombineerd met het onderhoud aan beschoeiingen in dit gebied.

Definitief

35

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

6.3 Hydraulisch functioneren Gemengde stelsel 1. Hoofdgebied – Sinnigeslaantje Dit knelpunt wordt herkend, maar heeft nog geen overlast veroorzaakt. In de praktijk stroomt het water hier (oppervlakkig) weer weg. Daarnaast liggen de woningen hoger dan het wegdek, waardoor het water niet de woningen instroomt. Ten zuidwesten van het Sinnigeslaantje, op de Middenweg komt ook water op straat voor. De gemeente wil de wateroverlast in Sinnigeslaantje oplossen door een kolk te plaatsen, zodat het overtollige hemelwater oppervlakkig kan afstromen en via de kolk(leiding) kan afvoeren naar het Oude Verlaat. 2. Hoofdgebied – Transportweg Voor het hemelwaterstelsel (VGS) is ombouwen naar gescheiden stelsel geadviseerd (zie Hemelwaterstelsel, maatregel 2). De wateroverlast (water op straat) vanuit het gemengde stelsel wordt in theorie veroorzaakt door uittredend rioolwater (het wegoppervlak zit op het hemelwaterriool aangesloten). Of dit in de praktijk voorkomt, moet blijken na het uitvoeren van de maatregelen in het hemelwaterstelsel. Er zijn geen afvoerproblemen in de aansluitingen op het gemengde stelsel bekend bij de gemeente. Daarom wordt geadviseerd op probleemlocaties de putten te knevelen om te voorkomen dat rioolwater op straat terecht komt en/ of putten losschieten door de hoge druk vanuit het riool. 3.

Hoofdgebied - Goudlaan en omgeving Dit knelpunt wordt herkend, maar valt in de praktijk erg mee. Ook hier stroomt het water oppervlakkig af naar oppervlaktewater. Er zijn hiervoor geen maatregelen geformuleerd. 4. Hoofdgebied - Oude Bos Dit gebied ligt lager dan de omgeving en de afstand naar overstort V06-10240 is te lang. Dit knelpunt blijft staan als aandachtspunt, maar is niet urgent. Er zijn twee afkoppel-varianten doorgerekend: Variant 1: Wegoppervlak afkoppelen (dat deel waar nog geen hwa-riool ligt) en twee terugslagkleppen plaatsen (in de verbindingen V07-5500 – V07-5700 en V07-8300 – V07-8600). Variant 2: Wegoppervlak en de helft van de dakoppervlakken afkoppelen (dat deel waar nog geen hwa-riool ligt) en twee terugslagkleppen plaatsen (in de verbindingen V07-5500 – V075700 en V07-8300 – V07-8600). Variant 1 geeft onvoldoende resultaat. Door de maatregelen van variant 2 wordt de wateroverlast sterk verminderd, maar nog niet volledig opgelost. De oorzaak ligt in hydraulische overbelasting van het hoofdbemalingsgebied, dit kan niet (volledig) worden weggenomen door het plaatsen van terugslagkleppen. De enige oplossing om de wateroverlast hier volledig op te lossen is door er een onderbemalingsgebied met een gescheiden stelsel van te maken. Dit is in de praktijk meestal onrealistisch.

Definitief

36

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

De gemeente heeft aangegeven dat er mogelijkheden zijn voor afvoer naar spoorsloot (eigendom ProRail), als deze weer op diepte wordt gebracht. Geadviseerd wordt zoveel mogelijk af te koppelen in combinatie met (weg)werkzaamheden en daarbij met name op oppervlakkige afvoer te richten. In het rekenmodel is uitgegaan van 100% wegoppervlak (1,08 ha) en 50% van het dakoppervlak (0,6 ha). De gemeente zal moeten afwegen of deze investering doelmatig is in relatie tot de mate van overlast. Maatregel:

Afkoppelen verhard oppervlak i.c.m. werkzaamheden. Terugslagklep plaatsen in V07-5500 – V07-5700 en V07-8300 – V07-8600. Afvoer richting spoorsloot creëren, sloot op profiel brengen (eigendom ProRail).

5. Hoofdgebied - Langeleegte en Korteleegte Het water dat hier op straat wordt berekend (Langeleegte en Ontspanningslaan) stroomt in praktijk oppervlakkig af richting de sloot. De sloot die hier ligt heeft hiervoor voldoende capaciteit. In Korteleegte is geen hydraulisch knelpunt, maar een beheerknelpunt. Doordat er nog weinig hemelwater is aangesloten op het gemengde stelsel, komt het hier zo droog te staan dat slib ophoopt en het afvalwater niet meer weg stroomt. 6. Hoofdgebied – Jan Salwaplein De wateroverlast vanuit het gemengde stelsel komt door de lange afstand naar de overstort en het lage maaiveld ter plaatse. Hier staat tevens een sporthal (Sorghvliethal), welke verlaagd is aangelegd. Bij hevige neerslag komt het (afval)water hier in de gebouwen omhoog. Dit gebied heeft een hoge prioriteit met betrekking tot maatregelen. Twee varianten zijn onderzocht: 1. Terreinverharding 100% afkoppelen en plaatsen van terugslagkleppen om opstuwing vanuit rest gemengde stelsel te voorkomen (dakvlakken niet afgekoppeld); 2. Verhard oppervlak (dakvlakken en terreinverharding) 100% afkoppelen en plaatsen van dwa-pomp. Dichtzetten van de vrijverval-verbindingen met het hoofdbemalingsgebied. Om terugstroom/ stuwing vanuit gemengde stelsel te voorkomen. Variant 1 geeft onvoldoende resultaat. Variant 2 lost de wateroverlast volledig op. Maatregel:

Afkoppelen dakvlakken en terreinverharding sporthal/ Tropiqua en dwapomp plaatsen tussen V06-5700 – V06-5500. Dichtzetten vrijvervalverbindingen met hoofdbemalingsgebied: V06-6400 – V06-6401 en V06-5700 – V06-5500.

Aandachtspunt bij het afkoppelen is dat de diameters van het bestaande hwa-riool te klein zijn. Zonder diametervergroting kan hier niet meer extra verhard oppervlak worden aangesloten. Bij het afkoppelen moet het bestaande hwa-riool worden vergroot of een nieuw hwa-riool worden aangelegd.

Definitief

37

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

7. Industrieweg I – DWM-weg Er zijn in dit gebied op dit moment geen klachten bekend. Dit knelpunt blijft als aandachtspunt staan, maar is niet urgent. 8. Ommelanderwijk – Omgeving Nachtegaalstraat Het afkoppelen van het wegoppervlak en 50% van het dakoppervlak in de Nachtegaalstraat, Roerdompstraat en Zwaluwstraat lost de wateroverlast in het rioolstelsel grotendeels op (figuur 11). Langs het Noorderkwartier zal hemelwater oppervlakkig afstromen naar de berm (het riool ligt hier aan de noordzijde van de weg). In de Nachtegaalstraat stroomt het hemelwater ook oppervlakkig af bij de T-splitsing met de Zwaluwstraat. Alleen ter plaatse van de nevenriolen wordt dan nog een knelpunt berekend. Bij afkoppelwerkzaamheden worden de huisaansluitingen overgezet op het hoofdriool en worden de nevenriolen opgeruimd.

Figuur 11 Omgeving Nachtegaalstraat na afkoppelmaatregel (bui 9+13%).

Hemelwaterstelsel 1. Hoofdgebied – Stelmakersstraat en omgeving Het water op straat ontstaat doordat het hwa-riool te klein is ontworpen. Deze putten zijn niet gekneveld. Dit knelpunt wordt herkend, maar in de praktijk stroomt het water erg snel na de bui weer weg. De wateroverlast in de Zwaardvegerstraat, Koperslagerstraat en Kleermakerstraat kan worden verminderd door het vergroten van de diameters in de strengen vóór de uitmondingen. Maatregel:

diameter van de strengen V23-6345 – V23-6347, V23-6347 – V23-6347A en V23-6347 – V23-1 vergroten naar Ø500 mm.

De wateroverlast kan volledig worden weggenomen door alle hwa-riolen in deze straten te vergroten. (Ø315 mm is voldoende voor bui 9+13%, T=5) Dit wordt dan ook geadviseerd voor de lange termijn (uitvoering in combinatie met wegwerkzaamheden/ herstructurering).

Definitief

38

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

2. Hoofdgebied – Transportweg Het vergroten van de afvoercapaciteit van het hwa-riool door vergroten van diameters en realiseren van dwarsverbindingen heeft onvoldoende effect. Er zal dan nog steeds wateroverlast optreden, vanwege het lage maaiveld en de lange afstand naar de overstorten. Het ombouwen van verbeterd gescheiden stelsel naar een gescheiden stelsel in combinatie met het realiseren van dwarsverbindingen lost de water op straat problemen vanuit het hemelwaterstelsel niet volledig op. Het nevenriool is te klein gedimensioneerd (Ø160 mm) voor het aangesloten verghard oppervlak. Er is dus eveneens vergroting van het nevenriool of een maatregel voor oppervlakkige afstroming nodig (bijvoorbeeld ‘slokop’ met afvoer naar oppervlaktewater). De spoorsloot heeft voldoende capaciteit om het hemelwater af te voeren. Deze maatregel heeft geen effect op de stijghoogte van het gemengde stelsel van het hoofdgebied. Het waterschap heeft gezien de geringe vervuiling/ voertuigbewegingen van dit bedrijventerrein geen bezwaar tegen ombouw naar gescheiden. Deze maatregel levert bovendien een flinke afname van aangesloten verhard oppervlak en dus afvoer van hemelwater naar de zuivering op (injectie VGS in Hoofdbemalingsgebied 39,0 m3/uur). Maatregel:

Dichtzetten verbinding naar gemaal Transportweg (V34-2800P), verwijderen overstortdrempels V02-15700, V34-801, V34-500A en V34-100A. Verbinding maken tussen V02-15225 – V02-15224 en V02-15224 – V02-15600 (Ø700 mm). Nevenriool tussen V02-15250 en V02-15225 vergroten naar Ø500 – Ø600 – Ø700 mm en tussen V02-15215 en V02-15225 naar Ø400 mm of maatregel voor oppervlakkige afstroming: 2x/3x ‘slokop’ ter plaatse van Ambachtsweg, bestaande hwa-overstort V02-15700 en/of Lloydsweg.

3. Hoofdgebied – Goudlaan en omgeving Dit knelpunt wordt herkend, maar valt in de praktijk erg mee. Ook hier stroomt het water oppervlakkig af naar de watergangen. In de Goudlaan en Platinalaan zijn voldoende mogelijkheden voor het realiseren van extra oppervlakkige afvoer via een kolk en uitmonding naar de watergang (zie figuur 12).

Definitief

39

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Figuur 12 Water op straat Goudlaan e.o. (bui 9+13%) en maaiveldhoogte (AHN2)

In de Steenstraat en de Zilverlaan zijn er minder mogelijkheden voor alleen oppervlakkige afvoer, het maaiveld ligt hier nagenoeg vlak. Het vergroten van de laatste strengen vóór de uitmonding V21-6086A neemt de meeste wateroverlast in het bovenstrooms hemelwaterriool weg. Door het realiseren van een extra verbinding tussen het hwa-riool in de Zilverlaan met de watergang langs de Buitenwoellaan, wordt de opstuwing verminderd. Diameterverruiming lost het probleem in de oostzijde van het hwa-riool in de Steenstraat volledig op. Maatregel:

De diameter van de strengen V21-6078 tot V21-6086A verruimen naar Ø500 mm. Verbinding maken tussen V21-6066 (Ø 125 mm) en de watergang en tussen V21-6063 (Ø315 mm) en de watergang langs de Buitenwoellaan. Strengen V21-6060 tot V21-6063 verruimen naar Ø315 mm.

4. Werkman – Omgeving Golflaan Een aantal opties voor het op korte termijn oplossen van de wateroverlast in deze wijk zijn onderzocht. Het vergroten van laatste strengen voor de uitmonding V31-001 lost de wateroverlast onvoldoende op. Het probleem wordt veroorzaakt door de te hoge belasting op alle strengen van het hwa-stelsel (structureel te klein gedimensioneerd voor het aangesloten verhard oppervlak). Het maken van nieuwe verbindingen tussen het hwa-riool en de watergang lost in de Otto Erelmanhof de wateroverlast volledig op. In de Jan van Tooroplaan lost eenzelfde maatregel de wateroverlast niet volledig op, maar wel grotendeels. Maatregelen:

Hwa-riool in putten V31-H20 en V31-H23 koppelen aan watergang noordzijde; Hwa-riool in putten V31-115 en V31-128 koppelen aan watergang zuidzijde.

Voor de lange termijn is de gemeente ook hier van plan de nevenriolen (hwa-riolen met kleine diameters) te vervangen door een hwa-riool dat klimaat-robuust is ontworpen.

Definitief

40

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

5. Buitenwoel – Van Goghlaan Dit knelpunt wordt herkend. De buisdiameters zijn hier te klein voor de hoeveelheid aangesloten verhard oppervlak. Ook de laatste hwa-streng voor de uitmonding knijpt een beetje, hier komen een aantal strengen samen. Zodra het water hier op straat komt te staan stroomt het aan de zuidkant de vijver in. Het riool is hier net aangelegd. Door het vergroten van de bestaande uitmonding van het hwa-riool (V29-5014 – V29-5023) naar Ø500 mm en het creëren van een extra verbinding tussen het hwa-riool en de watergang ter plaatse van put V29-5020 (Ø400 mm) kan de wateroverlast voor een groot deel worden opgelost. Maatregel:

Diameter V29-5014 – V29-5023 vergroten naar Ø500 mm. Verbinding (Ø400 mm) maken tussen put V29-5020 en watergang zuidzijde.

6. Langebosschedijk – Nijlgans Het water dat hier op straat komt te staan stroomt in de praktijk oppervlakkig af. Er zijn geen hydraulische verbetermaatregelen nodig. Als optimalisatiekans (ombouwen naar gescheiden stelsel) wordt voorgesteld om aan de Brilduiker een verbinding te maken tussen put V3328500F en de watergang. Vervolgens kan een afsluiter tussen het hwa-riool en het gemaal geplaatst worden. In theorie zou dit een vermindering van 3,9 m3/uur hemelwater op de zuivering opleveren. 6.4 Vuiltechnisch functioneren De vuiluitworp van de bemalingsgebieden Ommelanderwijk (overstorten V22-9500 en V2524500A), Zuidwending (overstort V25-20700) en Langeleegte (overstort V21-3606) bedragen samen ongeveer de helft (49%) van de vuiluitworp. Het zijn relatief kleine stelsels met weinig onderdrempelberging en lage overstortdrempels. De emissie van deze stelsels kan worden verminderd door verhard oppervlak af te koppelen en de overstortdrempels (onderdrempelberging) te verhogen. Voor Ommelanderwijk wordt geadviseerd om naast de maatregel omgeving Nachtegaalstraat (G8.) extra verhard oppervlak af te koppelen en de drempels van overstorten V22-9500 en V25-24500A te verhogen.

Definitief

41

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Hoofdstuk 7 Conclusies en aanbevelingen 7.1 Conclusies In de huidige situatie voldoet het rioolstelsel van Veendam niet aan de gestelde eisen. Er bestaat een risico voor water op straat in zowel het gemengde stelsel als het hemelwaterstelsel. Daarnaast voldoet het gemengde stelsel niet aan de normering voor de vuiluitworp. Hydraulisch functioneren De meeste knelpunten in het gemengde stelsel komen voor in het hoofdbemalingsgebied. Veel van deze knelpunten ontstaan door de lange weg naar een overstort en/of te kleine buisdiameters richting de overstort. Bij de AE Kade (uitmonding randvoorziening Nassaustraat) wordt het water in de ontvangende watergang opgestuwd door te kleine duikers. Bij een deel van de knelpuntlocaties blijkt in de praktijk dat het water op straat oppervlakkig afstroomt naar oppervlaktewater en geen overlast veroorzaakt. Op enkele locaties in het gemengde stelsel zijn maatregelen nodig om wateroverlast in de toekomst te voorkomen. Hoogste prioriteit voor de gemeente is het knelpunt ter plaatse van de Sorghvliethal (Jan Salwaplein). De knelpunten in de hemelwaterstels komen voornamelijk door het gebruik van te kleine buisdiameters ten opzichte van het aangesloten verhard oppervlak. Dit vindt met name plaats bij nevenriolering en hemelwater uitlaten.

In de praktijk stroomt het water in een aantal van deze beide gebieden oppervlakkig af en wordt geen overlast ondervonden. In gebieden waar wel overlast wordt ondervonden, zoals Otto Erelmanhof en Jan van Tooroplaan zijn korte termijn maatregelen wenselijk. Het grootste knelpunt wordt ervaren aan de Transportweg. Hier wordt het water op straat vanuit het hemelwaterstelsel veroorzaakt door de lange weg naar de uitlaat toe en te kleine buisdiameters van het nevenriool, maar hier stroomt het water in de praktijk niet oppervlakkig af. Vuiltechnisch functioneren Het hoofdgebied van gemeente Veendam heeft ruim voldoende onderdrempelberging (17.923 m3, 10,6 mm). De pompovercapaciteit van het hoofdgebied is met 0,7 mm/uur voldoende. De andere deelgebieden met gemengd stelsel hebben weinig onderdrempelberging. Dit zijn relatief kleinere stelsels. De overstortingsfrequentie en het overstortvolume is per overstort bepaald, via een gestandaardiseerde reeksberekening. De frequentie van de diverse overstorten vanuit het gemengde stelsel varieert sterk: van minder dan 1 keer per jaar tot vaker dan 21 keer per jaar. Vanuit de reeksberekening wordt een jaarlijks overstortvolume van 88.097 m3 berekend. De bijbehorende vuiluitworp komt uit op 18.953 kg CZV/jaar. De totale jaarlijkse vuiluitworp is vergeleken met de vuiluitworp van het referentiestelsel (50 kg CZV/ha/jaar).

Voor Veendam (referentie verhard oppervlak = 254,1 ha) komt de referentie-emissie uit op 12.707 kg CZV/jaar. Een drietal stelsels vallen op door hun relatief grote vuiluitworp. Het bemalingsgebied Ommelanderwijk is verantwoordelijk voor 28% van de vuiluitworp. Samen met de

Definitief

42

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

bemalingsgebieden Zuidwending (11%) en Langeleegte (10%) vormt dit bijna de helft van de totale vuiluitworp van gemeente Veendam. Maatregelen Voor de knelpunten in het oppervlaktewatersysteem (W), het gemengde stelsel (G) en het hemelwaterstelsel (R) zijn de volgende maatregelen geformuleerd (bijlage 8): Maatregel

Omschrijving

W1.

Duikers KDU-V-05819 en KDU-V-05817 (AE Kade) vergroten naar respectievelijk Ø500 en Ø700 mm.

G1.

Kolk plaatsen in Sinnigeslaantje, afvoer/ uitmonding naar Westerverlaat (oppervlakkige afstroming).

G2.

Op probleemlocaties putten knevelen om te voorkomen dat rioolwater op straat terecht komt en/ of putten door de hoge druk vanuit het riool losschieten.

G4.

Afkoppelen verhard oppervlak i.c.m. werkzaamheden. Terugslagklep plaatsen in V07-5500 – V07-5700 en V07-8300 – V07-8600. Afvoer richting spoorsloot creëren, sloot op profiel brengen (eigendom ProRail).

G6.*

Afkoppelen dakvlakken en terreinverharding sporthal/ Tropiqua en dwapomp plaatsen tussen V06-5700 – V06-5500. Dichtzetten vrijvervalverbindingen met hoofdbemalingsgebied: V06-6400 – V06-6401 en V06-5700 – V06-5500.

G8.

Afkoppelen wegoppervlak (100%) en dakoppervlak (50%) in de Nachtegaalstraat, Roerdompstraat en Zwaluwstraat.

R1.*

Diameter strengen V23-6345 – V23-6347, V23-6347 – V23-6347A en V236347 – V23-1 vergroten naar Ø500 mm.

R2.*

Dichtzetten verbinding naar gemaal Transportweg (V34-2800P), verwijderen overstortdrempels V02-15700, V34-801, V34-500A en V34-100A. Verbinding maken tussen V02-15225 – V02-15224 en V02-15224 – V02-15600 (Ø700 mm). Nevenriool tussen V02-15250 en V02-15225 vergroten naar Ø500 – Ø600 – Ø700 mm en tussen V02-15215 en V02-15225 naar Ø400 mm of maatregel voor oppervlakkige afstroming.

R3.

Diameter strengen V21-6078 tot V21-6086A vergroten naar Ø500 mm. Verbinding maken tussen V21-6066 (Ø125 mm) en de watergang en tussen V21-6063 (Ø315 mm) en de watergang langs de Buitenwoellaan. Diameter strengen V21-6060 tot V21-6063 vergroten naar Ø315 mm.

R4.

Rwa-putten V31-H20 en V31-H23 verbinden met watergang noordzijde (beide Ø250 mm). Rwa-putten V31-115 en V31-128 verbinden met watergang zuidzijde (beide Ø125 mm).

R5.

Diameter V29-5014 – V29-5023 vergroten naar Ø500 mm PVC. Verbinding (Ø400 mm) maken tussen put V29-5020 en watergang zuidzijde.

Om de vuiluitworp te verminderen, wordt geadviseerd van de gemengde stelsels van Ommelanderwijk, Zuidwending en Langeleegte verhard oppervlak af te koppelen en de overstortdrempels te verhogen. Definitief

43

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

7.2 Aanbevelingen Verdeling overstortvolumes randvoorziening De verdeling van de overstortvolumes vanuit de randvoorziening Nassaustraat is een aandachtspunt. Waterschap en gemeente geven aan dat volgens berekeningen 1/3 deel van het overstortvolume richting vijver en 2/3 richting kanaal zou moeten gaan. Uit de reeksberekening blijkt anders: ongeveer 50/50 (negatief overstortvolume meegerekend). Het wordt aanbevolen op deze overstortlocatie te monitoren: o o o

externe overstort (V04-4720) - drukhoogte en debiet; overstortbemaling richting kanaal (V04-4900A) - debiet; drempel na randvoorziening richting vijver AE Kade (V04-4750) - drukhoogte (zowel rioolzijde als oppervlaktewaterzijde/ vijver) en debiet (rioolzijde).

Ombouwen verbeterd gescheiden stelsels In het BRP 2006 is het ombouwen van verbeterd gescheiden stelsels naar gescheiden stelsels als optimalisatie benoemd. In dit BRP zijn het ombouwen van de verbeterd gescheiden stelsels Transportweg en Langebosschedijk als maatregelen geformuleerd. Wanneer dit is gerealiseerd, is alleen deelgebied 9 - Rail Service Groningen is dan nog uitgevoerd als verbeterd gescheiden stelsel. Vermoedelijk lozen de dakvlakken rechtstreeks op het A.G. Wildervanckkanaal. Vanwege de bedrijfsmatige activiteiten/ vervuiling van verhard oppervlak wordt aanbevolen te onderzoeken of het wenselijk is om dit gebied om te bouwen. Er is geen capaciteitsprobleem in het hoofdgebied (gemaalcapaciteit en poc zijn voldoende).

Definitief

44

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Bijlagen 1.

Beschrijving rioleringsgebieden Stroomschema rioleringsgebieden Beschrijving rioleringsgebieden

2.

Verhardingskaarten

3.

Kencijfers (rioleringskenmerkbladen)

4.

Lijst van overstorten en speciale constructies Kaart met overstortputten

5.

Bergingsberekening Locaties van de verloren berging

6.

Resultaten SOBEK bui 9+13% - huidige situatie Figuren met gekleurde bolletjes Staat van gegevens

7.

Resultaten SOBEK Meerjarige tijdreeks – huidige situatie Overzichtstabellen Uitdraai resultaten zoals gegeven door Sobek

8.

Maatregelenplan en kaart Maatregelenplan Maatregelenkaart

9.

Resultaten SOBEK – toekomstige situatie Figuren met resultaten (gekleurde bolletjes) Staat van gegevens

10. Oppervlaktewaterpeilen Kaart 15_winterpeil en Kaart 16_zomerpeil – Hunze en Aa’s 11. Norm pompovercapaciteit Beschrijving norm pompovercapaciteit en ledigingstijd

Definitief

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9811640/1