CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-03-02 Basisrioleringsplan Veendam

Gemeenteraad 8 maart 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen13.206 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Basisrioleringsplan 2019 Gemeente Veendam

oktober ’19 Definitief

In opdracht van:

Verantwoording

Titel: Opdrachtgever: Projectnummer: Status: Datum:

Basisrioleringsplan 2019 Gemeente Veendam 2017_21 Definitief

Auteurs:

Monique Hijlkema Dyanne van Summeren Ewout Zwolsman

Gecontroleerd: Goedgekeurd:

Martin Jonker

J en L Datamanagement J en L Datamanagement J en L Datamanagement

Contactgegevens: J en L Datamanagement Leonard Springerlaan 37 – 3e etage 9727 KB Groningen Mobiel: 06 51105037 E-mail: jvdb@jenldatamanagement.nl www.jenldatamanagement.nl Handelsregister KvK Meppel Nummer: 02064485

Definitief

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................................ 5 1.1 . Aanleiding ...................................................................................................................................... 5 1.2 . Doelstelling .................................................................................................................................... 5 1.3 . Vraagstelling .................................................................................................................................. 5 1.4 . Leeswijzer ...................................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 2 Beleidskader ..................................................................................................................................... 7 2.1 . Riolering en wetgeving .................................................................................................................. 7 2.2 . Riolering en waterkwaliteitsbeleid: kader ..................................................................................... 8 2.3 . Riolering en waterkwaliteitsbeleid: uitwerking...........................................................................

10 Hoofdstuk 3 Uitgangspunten rioleringsplan ....................................................................................................... 17 3.1 . Gebruikte gegevens ..................................................................................................................... 17 3.2 . Technische eisen ......................................................................................................................... 17 3.3 . Evaluatie vigerend BRP ................................................................................................................ 18 3.4 . Ambitie gemeente Veendam ...................................................................................................... 19 3.5 . Projecten in uitvoering en voorgenomen uitbreidingen ............................................................. 19 Hoofdstuk 4 Huidige situatie ............................................................................................................................... 20 4.1 . Gebiedskenmerken ..................................................................................................................... 20 4.2 . Oppervlaktewatersysteem .......................................................................................................... 22 4.3 .

Huidig rioolstelsel ........................................................................................................................ 22 4.4 . Kenmerken rioolstelsel ................................................................................................................ 23 Hoofdstuk 5 Functioneren huidig systeem ......................................................................................................... 29 5.1 . Uitgangspunten ........................................................................................................................... 29 5.2 . Watersysteem ............................................................................................................................. 29 5.3 . Hydraulisch functioneren ............................................................................................................ 31 5.4 . Vuiltechnisch functioneren ......................................................................................................... 33 Hoofdstuk 6 Maatregelenplan ............................................................................................................................ 35 6.1 . Methode ...................................................................................................................................... 35 6.2 .

Oppervlaktewatersysteem .......................................................................................................... 35 6.3 . Hydraulisch functioneren ............................................................................................................ 36 6.4 . Vuiltechnisch functioneren ......................................................................................................... 41 Hoofdstuk 7 Conclusies en aanbevelingen.......................................................................................................... 42 7.1 . Conclusies .................................................................................................................................... 42 7.2 . Aanbevelingen ............................................................................................................................. 44

Definitief

3

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Bijlagen 1. ... Beschrijving rioleringsgebieden 2. ... Verhardingskaarten 3. ... Kencijfers 4. ... Lijst van overstorten en speciale constructies 5. ... Bergingsberekening 6. ... Resultaten SOBEK bui 9+13% - huidige situatie 7. ... Resultaten SOBEK Meerjarige tijdreeks – huidige situatie 8. ... Maatregelenplan en kaart 9. ... Resultaten SOBEK – toekomstige situatie 10. . Oppervlaktewaterpeilen

Definitief

4

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het vigerend basisrioleringsplan van de gemeente Veendam is gedateerd en moet worden geactualiseerd. Bij de actualisatie moet rekening worden gehouden met de veranderde visie op het functioneren van de riolering als gevolg van klimaatverandering en waterkwaliteitseisen. J en L Datamanagement stelt dit BRP op in opdracht van de gemeente Veendam. 1.2 Doelstelling In het basisrioleringsplan worden de gewenste situatie en worden de maatregelen die nodig zijn om tot deze situatie te komen beschreven. Belangrijk uitgangspunt voor de gewenste situatie is dat in Veendam een robuust stelsel moet liggen, dat in staat is: - huishoudelijk- en afvalwater van instellingen adequaat in te zamelen en af te voeren naar de rioolwaterzuivering (RWZI); - overvloedige neerslag snel en efficiënt af te voeren naar het oppervlaktewater of naar een locatie waar echt water tijdelijk kan worden geborgen. Er moet minimale kans zijn op schade of gevaar door wateroverlast; - zodanig ingericht dat incidentele overstortingen vanuit het gemengde stelsel geen (grote) negatieve effecten hebben op het oppervlaktewatersysteem. Na uitvoering van de maatregelen voldoet het rioolstelsel aan de eisen die aan een goed functionerend rioolstelsel kunnen worden gesteld.

1.3 Vraagstelling Om de bovenstaande doelstelling te bereiken worden de volgende vragen in het rioleringsplan onderzocht en beantwoord: - Wat zijn de kenmerken van het rioolstelsel en ontwateringssysteem? - Hoe functioneert het rioolstelsel bij belasting met gestandaardiseerde neerslaggebeurtenis? - Waar treden problemen als ‘water op straat’ op en zijn deze in overeenstemming met de praktijk? - Wordt het functioneren van het rioolstelsel beïnvloed door het oppervlaktewatersysteem? - Zijn er klachten die veroorzaakt worden door slecht functionerende ontwateringssystemen? - Voldoet het rioolstelsel aan de eisen, die de waterkwaliteitsbeheerder aan een goed functionerend rioolstelsel stelt? - Veroorzaakt de overstort problemen voor de waterkwaliteit? - Hoe vaak is een overstort in werking en beïnvloedt dat de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater en de waterbodem? - Welke maatregelen zijn nodig om deze problemen op te lossen? - Voldoet het stelsel na deze maatregelen aan de eisen en zijn de problemen opgelost?

Definitief

5

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

1.4 Leeswijzer Deze rapportage beantwoord de in paragraaf 1.3 benoemde vragen. Hiervoor is in hoofdstuk twee het vigerende beleid met betrekking op de riolering beschreven, met de hieruit afgeleide eisen en normen voor een goed functionerend rioolstelsel. In hoofdstuk drie staan de uitgangspunten voor dit rioleringsplan beschreven. Hoofdstuk vier beschrijft het huidige rioolstelsel waarna hoofdstuk vijf het functioneren van het riool aan de eerder gestelde normen en eisen toetst. In hoofdstuk zes komen de te nemen maatregelen aan de orde en wordt het stelsel nogmaals getoetst aan de gestelde normering. Hoofdstuk zeven sluit de rapportage af met conclusies en afspraken.

Definitief

6

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Riolering en wetgeving In Nederland wordt huishoudelijk afvalwater en overtollige neerslag ingezameld in rioolstelsels. Het rioolstelsel heeft als belangrijke functie om rioolwater naar de zuivering te transporteren. Tijdens neerslagsituaties heeft het rioolstelsel tevens een afwateringsfunctie en zal via de rioolwateroverstorten en hemelwateruitlaten een deel van het overtollige hemelwater op het oppervlaktewater worden geloosd om wateroverlast te voorkomen. Hierdoor kan het oppervlaktewater mogelijk belast worden met verontreinigende stoffen. Ook kunnen hierdoor sterke peilfluctuaties in het oppervlaktewater ontstaan. De rioleringszorg is van oudsher de taak van de gemeente. Gemeentelijke zorgplichten De Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken (Wet gemeentelijke watertaken) heeft de gemeentelijke rioleringszorgplicht vanaf 2008 gesplitst in een zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater is geregeld in artikel 10.33 van de Wet milieubeheer. De zorg voor een doelmatige inzameling en verwerking van het afvloeiend hemelwater dat iemand redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, is sinds 2009 vastgelegd in de Waterwet (artikel 3.5).

Ook heeft de gemeente de zorg om in openbaar gebied maatregelen te nemen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken (artikel 3.5 Waterwet). Met de Waterwet is een integrale aanpak van het oppervlaktewater en grondwater geregeld en is een goede aansluiting met de ruimtelijke ordening (Wet op de ruimtelijke ordening) bereikt. Voor waterkwaliteits- en kwantiteitszaken is de waterbeheerder (in principe het waterschap) bevoegd gezag. In de Wet milieubeheer is tevens de voorkeursvolgorde vastgelegd over hoe gemeenten om moeten gaan met het inzamelen van regen- en afvalwater. (Art. 10.29a Wm) Voorkeursvolgorde voor omgaan met hemelwater en ander afvalwater aan de bron a) b) c) d) e) f) g)

het ontstaan van afvalwater voorkomen of beperken verontreiniging van afvalwater voorkomen of beperken afvalwaterstromen gescheiden houden, tenzij het niet-gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater inzamelen en naar een RWZI transporteren ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d hergebruiken (zo nodig na zuivering bij de bron) ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d (in de praktijk dus met name hemelwater) lokaal in milieu brengen, bijv. infiltreren, vasthouden, bergen (zo nodig na-zuivering bij de bron) ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d als stedelijk afvalwater inzamelen en naar een RWZI transporteren. Bron: Brochure “Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak, De Wet gemeentelijke watertaken toegelicht”, VNG 2007/12-111

Omgevingswet Op dit moment is de Omgevingswet en de hiermee samenhangende wet- en regelgeving in ontwikkeling. Deze wet en bijbehorende AMvB's treedt in 2021 in werking en zal een fors deel Definitief

7

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

van de onderwerpen bevatten die nu zijn beschreven in wetten en AMvB's voor milieu, ruimtelijke ordening, bouwen, water, natuur en cultuurhistorie. Een belangrijke verandering is dat het begrip ‘inrichting’ uit de Wet milieubeheer wordt losgelaten en vervangen door een regulering per activiteit. Het maakt daarbij niet meer uit of de activiteiten binnen of buiten een bedrijf plaatsvinden, plaatsgebonden zijn en hoe lang ze duren. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet is het gemeentelijk rioleringsplan niet langer wettelijk verplicht, maar wordt het een vrijwillig document. De inhoud van het huidige gemeentelijk rioleringsplan komt terecht in de instrumenten van de Omgevingswet. Dit zullen naar verwachting vooral de instrumenten omgevingsplan en programma zijn. In het omgevingsplan geeft de gemeente aan hoe en op welke manier ze stedelijk afvalwater inzamelt. Het waterschap stelt een waterbeheerprogramma vast voor de watersystemen die ze beheert. Dit programma bevat ook maatregelen voor stedelijk afvalwater. Klimaatadaptatie Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress.

In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA, 2017) is afgesproken dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbesteding ingericht moet zijn. In dat kader moeten gemeenten uiterlijk in 2019 een stresstest hebben uitgevoerd voor de vier thema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Met de resultaten van de stresstest gaan gemeenten en waterschappen in gesprek met belanghebbenden. Het DPRA benoemt woningcorporaties, netwerkbeheerders en agrariërs, maar feitelijk betreft het alle bewoners en bedrijven en uiteraard ook gemeenteraden en waterschapsbesturen. De volgende stap is het opstellen van uitvoeringsagenda's die volgens het DPRA uiterlijk in 2020 gereed moeten zijn. Meer over de stresstest en klimaatadaptatie vindt u in paragraaf 2.2 onder ‘Landelijk beleid’. 2.2 Riolering en waterkwaliteitsbeleid: kader Europees Beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft de doelstelling een goede chemische en ecologische toestand van het water (grond- en oppervlaktewater) te bereiken in 2015. Onder voorwaarden is fasering tot uiterlijk 2027 mogelijk. Het waterschap heeft een indeling voor het water en aanliggende gebieden gemaakt en doelen, maatregelen en kosten in beeld gebracht om deze goede toestand te bereiken. Deze staan beschreven in het stroomgebiedbeheerplan (SGBP).

De Kaderrichtlijn Water werkt door in de vergunningverlening en is opgenomen in de Waterwet en het Nationaal Bestuursakkoord Water. Landelijk beleid Het landelijke beleid is grotendeels in het Nationaal Waterplan 2016–2021 (NWP2) en Nationaal Bestuursakkoord Water-actueel (NBW-actueel) vastgelegd. In hoofdlijnen is uitgewerkt hoe Nederland dient om te gaan met water en wat de internationale randvoorwaarden zijn (Bijv. eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water). Een belangrijk punt uit het NBW-actueel voor de riolering is dat de basisinspanning nog steeds geldt. De basisinspanning is een doelvoorschrift en is in 1998 geïntroduceerd (NWRW) en verder uitgewerkt door de Commissie Uitvoering Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (CUWVO VI), werkgroep eisen riooloverstorten. Het dient als referentiekader voor de vuiluitworp van rioolstelsels. Definitief

8

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

De gemeenten en het waterschap hebben gezamenlijk afspraken gemaakt over invulling van de basisinspanning en waar nodig het waterkwaliteitsspoor. De gemeente Veendam heeft voor alle gebieden ruimschoots aan de basisinspanning voldaan. Door het afkoppelen van hemelwater en de aanleg van een randvoorziening is extra berging in het gemengde stelsel gecreëerd en stort er minder (vaak) rioolwater over naar oppervlaktewater (minder vuiluitworp). Als gevolg van klimaatverandering treffen gemeenten mogelijk extra maatregelen om het stedelijk watersysteem klimaatbestendig te houden. Gemeente Veendam heeft samen met de gemeenten Stadskanaal, Pekela, Groningen en de waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest in 2017-2018 een pilot stresstest uitgevoerd. Hieruit kwamen geen urgente problemen naar voren. Daarom is er voor gekozen eerst dit BRP uit te voeren en aan de hand van de uitkomsten te bepalen of en hoe de stresstest verder wordt ingevuld. In het NBW-actueel wordt ook de Stedelijke Wateropgave genoemd. Belangrijk uitgangspunt bij de afvoer van hemelwater vanuit stedelijk gebied is om zoveel mogelijk hemelwater vast te houden, dan te bergen en vervolgens pas af te voeren. Hierdoor wordt afwenteling op het regionale systeem voorkomen. Meer over de stedelijke wateropgave staat in paragraaf 2.3 onder ‘Afvalwaterbeleidsplan, specificatie Veendam’.

Bovengenoemde aspecten maken het vanzelfsprekend dat gemeenten en waterbeheerder(s) nauw samenwerken om te komen tot een integrale afweging van de mogelijke maatregelen met het hoogste rendement tegen de laagste maatschappelijke kosten. Regionaal beleid In 2005 is een Regionaal Bestuursakkoord Water (RBW) opgesteld voor het stroomgebied Groningen, Noord-Drenthe en Oost-Drenthe. Gemeente Veendam is ook ondertekenaar van het RBW. Doel van het akkoord is om een betaalbaar en robuust waterbeheer voor de toekomst te bereiken met als uitgangspunt het watersysteem voor 2015 op orde krijgen en op orde houden. De benodigde maatregelen in het Regionaal Bestuursakkoord worden per stroomgebied afgestemd, zodat ze het meest effectief zijn tegen de laagst mogelijke kosten voor de burger. Belangrijke punten voor de riolering hieruit zijn: - Bij nieuwe ontwikkelingen minimaal uitgaan van de gevolgen van klimaatsverandering (2°C in 100 jaar) voor de komende 50 jaar. - Gemeenten stellen maatregelen op voor het verharde gebied in het stedelijk gebied, die rekening houden met de veranderingen van het klimaat en werknormen uit het NBW. Deze maatregelen sluiten aan op het uitvoeringsprogramma voor de oppervlaktewateren van de Waterschappen.

o Risico’s van wateroverlast en watertekort in beeld brengen o Inzicht in optimalisaties van water en rioleringssysteem o Inzicht in relatie tussen afkoppeling van verhard oppervlak en compensatie van de waterberging in het oppervlaktewater - Niet afwentelen van waterproblemen, zonder overeenstemming met bevoegd gezag, naar andere gebieden en gebruikers. - De waterkwaliteit van het oppervlaktewater mag niet verslechteren ten opzichte van 2000, zogenaamde “stand still principe”. - Maatregelen ten behoeve van lokale knelpunten en in het totale stroomgebied afwegen op basis van de laagst maatschappelijke kosten. - Maatregelenplan voor het rioolstelsel en ontwatering. Definitief

9

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Dit BRP geeft uitvoering aan het RBW op de volgende punten: - Risico’s van wateroverlast berekenen, rekening houdend met effecten van klimaatverandering. - Belasting van riolering op het oppervlaktewater in hoeveelheid en kwaliteit aangeven. - Aanbevelingen voor optimalisatie van het rioleringssysteem en de benodigde berging bij afkoppeling van riolering op het oppervlaktewater. - Maatregelen opstellen om knelpunten, ontstaan door afstroming van afstromend hemelwater van verhard oppervlak in stedelijk gebied op te lossen. Dat is de stedelijke wateropgave wat betreft de riolering. Samenwerkingsverband Waterketen Groningen-Drenthe Sinds december 2010 is het samenwerkingsverband Waterketen Groningen-Drenthe (WKGD) gestart om samen te werken in de hele keten van drinkwater via rioolwaterzuivering naar milieu. Deelnemende partijen zijn waterschap Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s, 30 gemeenten in Groningen en Noord-Drenthe, Waterbedrijf Groningen en Waterleidingmaatschappij Drenthe. Doelstelling is om door samenwerking kostenbesparing en kwaliteitsverbetering te behalen en kwetsbaarheid te verminderen. In Groningen en NoordDrenthe is het versterken van duurzaamheid daaraan toegevoegd. De samenwerking in de waterketen heeft geleid tot een Waterakkoord in de cluster Groningen Centraal (Midden-Groningen, Veendam, Pekela, Hunze en Aa's.), dat eind 2014 bestuurlijk is vastgesteld.

Er wordt al vijf jaar door een waterteam van de gemeenten en het waterschap samengewerkt aan projecten om invulling te geven aan de doelen van het Bestuursakkoord Water, dat mede ten grondslag ligt aan het Waterakkoord. Dit heeft tot de volgende resultaten geleid: - Het opstellen van de waterkaart, een digitaal instrument van gemeenten en waterschap gezamenlijk waarin alle water gerelateerde objecten zijn vastgelegd. - Gezamenlijk aanbesteden van relinen van riolen. - Regionale samenwerking meten en monitoren en gegevensbeheer (in ontwikkeling). - Het gezamenlijk opstellen van het Afvalwaterbeleidsplan Groningen Centraal. 2.3 Riolering en waterkwaliteitsbeleid De gemeente Veendam werkt samen in de waterketen met de gemeenten Midden-Groningen (en diens voorgangers), de gemeenten Pekela en waterschap Hunze en Aa’s. Ter vervanging van de gemeentelijke rioleringsplannen is het Afvalwaterbeleidsplan Groningen Centraal 20182022 (hierna: Afvalwaterbeleidsplan) opgesteld. Het beleid van Waterschap Hunze en Aa’s is tevens opgenomen in het Beheerprogramma 2016-2021, de Zuiveringsstrategie 2030 (06-10-2010) en de Herijking Zuiveringsstrategie (5 december 2016). Beleid gemeente Veendam Het Afvalwaterbeleidsplan is meer dan een gemeentelijk rioleringsplan. Het is ook een plan waarin gemeenten en waterschap een gezamenlijke koers uitstippelen naar integrale uitvoering van de watertaken.

Definitief

10

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

De samenwerkingspartners hebben de visie: In de waterketen van cluster Groningen Centraal wordt afvalwater op een duurzame en efficiënte manier ingezameld en gezuiverd, zodat het geen bedreiging vormt voor de volksgezondheid en wateroverlast voorkomen wordt. Hemelwater wordt (deels) in de woonwijken opgeslagen en benut in en om de wijk. Afvoer van overtollig hemelwater en de regulering van grondwater hebben geen nadelige invloed op de verwerking van afvalwater of op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het zuiveringsproces van afvalwater, op de zuiveringslocaties, levert schoon water, grondstoffen en energie. Daar waar mogelijk worden kringlopen gesloten, waarmee de afvalwaterketen ook economische waarde krijgt. (Bron: Afvalwaterbeleidsplan Groningen Centraal 2018-2022) Op regionaal niveau is de visie ‘Water verbindt’ ontwikkeld. Deze uitgangspunten en kernwaarden worden door de samenwerkingspartners onderschreven en zijn het toetsingskader voor het beleid en de activiteiten die ze binnen de samenwerking met elkaar ontwikkelen.

Ze streven onder andere naar een duurzame bedrijfsvoering (grondstoffen- en energieterugwinning, het sluiten van kringlopen en beperken van vuilemissies), een waterketen die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering en inrichting van de waterketen zo dat onttrekkingen (voor drink- en industriewater) en afgiften (overstorten, effluent) bijdragen aan een goede waterkwaliteit van het watersysteem. De strategie voor grondstoffen en energie is: 1. Schoon hemelwater gescheiden houden/ afkoppelen en hergebruiken en de lozing van schadelijke stoffen zo veel mogelijk te voorkomen; 2. Warmte uit het riool en/of RWZI benutten voor verwarming van gebouwen; 3. Zo weinig mogelijk afvalwater overstorten op oppervlaktewater; 4. RWZI’s op lange termijn transformeren tot energie en grondstoffenfabriek. Daarnaast wordt gesproken over klimaatbestendige inrichting bebouwd en nieuw gebied. Klimaatverandering kan tot overmatige neerslag, maar ook tot langdurige droogte (met als gevolg: hittestress) leiden. De samenwerkende partijen willen bebouwd (bestaand en nieuw) gebied hierop inrichten, zodat ze klimaatbestendig zijn en blijven. De gemeente is beheerder van de openbare ruimte. In samenspraak zoekt ze in de openbare ruimte naar kansen voor tijdelijke opslag en afvoer van hemelwater bij hevige buien.

Steeds vaker wordt hemelwater van afvalwaterstromen gescheiden, waardoor de belasting van rioolstelsels met rioolvreemd water afneemt. Peilbeheersing speelt hierbij ook een belangrijke rol. Klimaatverandering brengt ook vaker langdurige droge perioden met zich mee, wat in bebouwd gebied kan leiden tot hittestress en gezondheidsrisico’s. De gemeente streeft naar maatregelen (zoals aanleg van groen) om dit tegen te gaan. Ook willen de partijen van inspanning (normgericht) naar resultaat (effectgericht) werken: “Het gaat erom dat we gezamenlijk problemen oplossen en dat we ons niet blindstaren op normen. Het resultaat telt. We moeten investeringen goed kunnen onderbouwen en een helder beeld hebben wat het oplevert, in termen van bijvoorbeeld milieuwinst of andere effecten. Hiervoor hebben we meer inzicht in de toestand en het functioneren van het stelsel nodig.” Afvalwaterbeleidsplan, specificatie Veendam Het Afvalwaterbeleidsplan kent een hoofdrapport en specificaties per gemeente. In het hoofdrapport is een visie beschreven op de samenwerking binnen Groningen Centraal en hoe deze kan bijdragen aan een betaalbare, duurzame en toekomstbestendige afvalwaterketen. In Definitief

11

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

de specificatie worden de gemeentelijke watertaken van Veendam verder uitgewerkt. Hierin staat ook de invulling van de wettelijke zorgplicht, daarmee staat het Afvalwaterbeleidsplan gelijk aan een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Hieronder staan de belangrijkste punten voor dit BRP benoemd. Water op straat De gemeente stelt als criterium dat er volgens de berekeningen gemiddeld per locatie niet vaker dan eens per twee jaar overlast door water op straat mag voorkomen. Hierbij maken we onderscheid in drie verschillende gradaties van water op straat: hinder, ernstige hinder en overlast:  Hinder: korte tijd (15 tot 30 minuten) beperkte hoeveelheden ‘water op straat’.  Ernstige hinder: enige tijd (30 minuten tot twee uur) forse hoeveelheden ‘water op straat’, met ondergelopen tuinen en opdrijvende putdeksels.  Overlast: langdurig en op grotere schaal ‘water op straat’, met water in winkels, woningen met materiële schade en mogelijk ook ernstige belemmering van het (economische) verkeer. Daarnaast wordt berekend wat er gebeurt bij een bui die theoretisch eenmaal per 100 jaar voorkomt, in die gevallen is hinder en ernstige hinder acceptabel, maar overlast moet bij voorkeur voorkomen worden. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal.

Klimaatverandering Hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Daar moeten we volgens de KNMI'14-klimaatscenario's, in de toekomst in Nederland rekening mee houden (bron: KNMI). Het water- en rioolsysteem in de gemeente wordt in nieuwe berekeningen getoetst op neerslaggebeurtenissen die theoretisch één keer per 100 jaar voorkomen. In dat geval mag er geen schade in panden optreden. Door de klimaatverandering en meer verwachte hevige regenbuien in de toekomst is het noodzakelijk dat de kwetsbare gebieden goed in beeld zijn. Niet al het hemelwater kan worden geborgen in het water- en rioolsysteem. Er moet ook worden gekeken naar bergingsgebieden in de gemeente buiten het water- en rioolsysteem. Afkoppelen Daar waar mogelijk wordt hemelwater gescheiden afgevoerd. Er wordt kritisch gekeken naar de doelmatigheid als het gaat om extra investeringen voor het ontvlechten. Afkoppelen van hemelwater dat valt op afvoerend verhard oppervlak wordt met name ingezet om de afvoercapaciteit van het rioolstelsel te vergroten. Nevenriolering Gemeente Veendam heeft veel nevenriolering. Dit systeem is complex, levert veel areaal op en veroorzaakt veel verstoppingen en klachten. Nevenriolering wordt waar mogelijk opgeruimd. Deze aanpak is vorige planperiode ook al ingezet en blijft gehandhaafd.

Uiteindelijk zal dit leiden tot een sterk en robuust systeem, dat minder gevoelig is voor verstoppingen. Het areaal zal hierdoor ook afnemen en dat is tevens kostenbesparend. Dit is een speerpunt dat de komende jaren actueel blijft. Ombouwen van het systeem kost tijd.

Definitief

12

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Knelpunten Naast de kwetsbaarheid van de nevenriolering, is op dit moment de waterkwaliteit door onvoldoende doorstroming het enige knelpunt met betrekking tot het functioneren van het water- en rioolsysteem. Om meer doorstroming te realiseren in de watergangen en vijvers wordt in deze planperiode een plan voor uitvoering gemaakt. Dit zal nauw samenhangen met andere projecten en de ontwikkelingen in het gebied (inrichting en bodemdaling). Bij ontwikkelingen of rioolvervangingen wordt bekeken of het gewenst is om de afvoercapaciteit te vergroten. Daarnaast wordt onderzocht hoe dat op een efficiënte wijze kan worden uitgevoerd. Mogelijke maatregelen om overlast door water op straat weg te nemen zijn berging op straat, afkoppelen, sturing van het water op straat naar onverhard oppervlak naast de weg (groenstrook) of naar een iets lager gelegen plein of parkeervakken. Bodemdaling De gemeente Veendam is vlak, dit betekent enerzijds dat water niet of minder naar laaggelegen delen stroomt waar dat tot overlast zou kunnen leiden. Maar anderzijds is het lastig om water te vast te houden en te bergen, door weinig mogelijkheden in peilverschillen. De bodemdaling kan gevolgen hebben voor het watersysteem. Dit biedt echter ook kansen om een watersysteem te realiseren met meer doorspoelmogelijkheden door het toepassen van stuwen en gemalen.

Op dit moment wordt daarvoor een onderzoek gedaan (onder regie van Waterschap Hunze en Aa's). In het Beheerprogramma 2016-2021 van Waterschap Hunze en Aa’s staat dat een bodemdaling wordt verwacht die op het diepste punt circa. 65 cm zal bedragen. Deze verwachting is gebaseerd op het gewijzigde winningsplan voor zoutwinning aan de westzijde van Veendam (Borgercompagnie). Voor aanpassing van de waterhuishouding is door betrokken partijen voor de periode tot en met 2018 een maatregelenprogramma met een doorkijk naar 2025 opgesteld. Het betreft maatregelen die in de tijd nodig zijn om de geleidelijke bodemdaling te volgen en de eventuele negatieve gevolgen van de bodemdaling op het grondgebruik te voorkomen. De verwachting ten aanzien van bodemdaling is inmiddels bijgesteld naar 90 cm. Stedelijke wateropgave Als gevolg van klimaatverandering vinden steeds vaker hevige neerslaggebeurtenissen plaats. Alhoewel het voorkomen van water op straat geen probleem hoeft te zijn, wil de gemeente dat schade en overlast zo veel mogelijk wordt voorkomen. Berekening van het rioolstelsel en de gemeentelijke waterstructuur op dit soort gebeurtenissen geeft meer inzicht in eventuele ongewenste gevolgen van heviger neerslag. Het huidige beleid richt zich op klimaatadaptatie: het beter bestand worden tegen extreme buien en tegen hittestress. In het gezamenlijke programma wordt hierop ingezet.

Notitie Stedelijk Waterbeheer Voor het waterbeheer in het bebouwd gebied vormt het nog vast te stellen water- en groenbeleidsplan van de gemeente Veendam het beleidskader. Voor met name de hoofdwatergangen in het stedelijk gebied houden we ook rekening met de ‘Notitie Stedelijk Waterbeheer’ van waterschap Hunze en Aa’s. Qua ruimtelijke ordening zoekt de gemeente afstemming met het waterschap.

Definitief

13

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Waterkwaliteitsbeheer Het beheer van de waterkwaliteit is wat betreft de hoofdwatergangen een taak van het waterschap. Het raakt echter sterk aan het gemeentelijk beheer, die de overige waterpartijen in beheer heeft. Veendam heeft de afgelopen jaren veel problemen met de bloei van blauwalgen waardoor het zwemmen op de zwemlocaties soms verhinderd wordt. Ook merkt de gemeente dat de ongebreidelde groei van waterplanten zoals Krabbescheer en exoten (o.a. Vederkruid) tot ongewenste situaties leidt. In deze gevallen is samenwerking nodig om voor alle partijen goede oplossingen te komen. Samen met het waterschap wordt gewerkt aan het verbeteren van de doorstroming in het watersysteem om het hemelwater goed af te kunnen voeren. Meer doorstroming zal ook een gunstig effect hebben op de waterkwaliteit. Beleid Waterschap Hunze en Aa’s Het waterschap beschikt over een zuiveringsstrategie en een beheerprogramma. Het Afvalwaterbeleidsplan Groningen Centraal sluit hierop aan. Zuiveringsstrategie Het waterschap heeft na 6 jaar de uit 2010 daterende Zuiveringsstrategie 2030 herijkt. Deze strategie omvat een visie over de te volgen koers naar duurzaam ondernemen met afvalwater. Door grondstoffen en energie optimaal terug te winnen uit afvalwater ontstaat de energie- en grondstoffenfabriek. De herijking in 2016 was nodig om focus te krijgen binnen de planperiode van vier jaar.

De focus voor de komende vier jaar ligt op: - Het winnen van energie; - Ontwikkelen van een doelmatige strategie voor winnen van fosfaat uit afvalwater; - Concentratie van afvalwater, dus afkoppelen van hemelwater van het riool. Belangrijke aandachtspunten waarin het waterschap onderzoek doet en participeert in landelijke ontwikkelingen zijn o.a. het project energie- en grondstoffenfabriek, reductie van uitstoot van broeikasgassen, onderzoek naar verwijdering van medicijnresten en emissiereductie van organische microverontreinigingen. (Bron: Afvalwaterbeleidsplan Groningen Centraal 2018-2022) Beheerprogramma 2016-2021 In het beheerprogramma staat de visie van het waterschap beschreven en tal van operationele maatregelen. De belangrijkste punten voor stedelijk waterbeheer zijn hieronder uitgelicht. Wateroverlast stedelijk gebeid Het waterbeheer in stedelijk gebied is een gezamenlijke taak van gemeenten en waterschap, omdat dit water deel uitmaakt van lokale en regionale watersystemen. Waterschap en gemeenten werken samen aan maatregelen om het stedelijk gebied bestendig te maken tegen toenemende neerslag als gevolg van klimaatverandering. De stedelijke wateropgave bestaat uit drie onderdelen: - wateroverlast vanuit oppervlaktewater - water op straat (riolering) - grondwateroverlast

Definitief

14

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Het waterschap is verantwoordelijk voor het op orde brengen en houden van het oppervlaktewater voor het bestaand stedelijk gebied. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor voldoende capaciteit van de riolering. Kaderrichtlijn Water In 2009 is het eerste stroomgebiedsbeheerplan als uitwerking van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in werking getreden. Eind 2015 is de “Afstemmingsnota Schoon en gezond water Noord-Nederland” vastgesteld. Deze nota regelt de implementatie KRW in de planperiode 2016 – 2021 in de deelstroomgebieden Rijn-Noord, Nedereems en Eems-Dollard. De nota licht deze wijzigingen op het beleid van de vorige periode toe, schetst de voortgang van de uitvoering en geeft aan in hoeverre de doelen bereikt worden. De oppervlaktewaterlichamen voldoen voor de ecologische parameters (vis, macrofauna, macrofyten en algen) voor het merendeel nog niet aan de doelen. De meeste waterlichamen scoren ontoereikend of matig op een deel van de ecologische maatlatten. Voor wat betreft de chemische doelstellingen is de situatie in het algemeen wat gunstiger. Een groot aantal oppervlaktewaterlichamen voldoet aan de chemische doelstellingen. In een aantal waterlichamen is sprake van normoverschrijding. De nutriëntengehalten laten sinds 2000 een sterke afname zien als gevolg van het landelijke mestbeleid en de optimalisaties van de rwzi´s.

Het maatregelenpakket 2009-2015 is nog niet volledig uitgevoerd. Enkele maatregelen zijn gefaseerd tot na 2015 en er zijn maatregelen vervangen of ingetrokken door waterbeheerders. De voorgestelde maatregelpakketten voor de komende planperiode (2016-2021) van de waterbeheerders zijn gericht op het terugdringen van nutriënten in en rond de watersystemen. Daarnaast wordt ingezet op het voortzetten van herinrichtingsmaatregelen. De herinrichtingsmaatregelen worden zoveel mogelijk gecombineerd met de door de provincies te realiseren Nationaal Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) en Natura2000 gebieden. Gemeenten hoeven zelf geen maatregelen te nemen. Het waterschap voert de meeste maatregelen uit, deze bestaan in Groningen voornamelijk uit inrichtingsmaatregelen, baggeren en onderzoek. In de omgeving van Veendam worden kanalen ingericht met natuurvriendelijke oevers (kanalen Hunze/ Veenkoloniën, 8 km). Overige wateren Het waterschap is ook verantwoordelijk voor de waterkwaliteit van de wateren die niet als KRW-waterlichaam zijn aangemerkt. Voor deze overige wateren, bijvoorbeeld kleinere kanalen, sloten, wijken, en stedelijk water, wordt een basiskwaliteit nagestreefd: onder meer geen stank, niet troebel, geen vissterfte.

Voor de wateren die afwateren op de KRWwaterlichamen geldt dat lozingen, activiteiten, ingrepen of waterbeheermaatregelen de doelen in KRW-waterlichamen niet in de weg mogen staan. Bij lokale knelpunten wordt bekeken of een oplossing van dat knelpunt een verbetering van de waterkwaliteit in een KRW waterlichaam teweeg kan brengen. Wanneer dat zo is, worden lokale knelpunten opgelost. Waterketen Op het moment dat (grootschalige) veranderingen in de waterketen op stapel staan, zal na een optimalisatiestudie de meest optimale oplossingsrichting worden uitgewerkt, inclusief de kostenverdeling tussen partijen. Hierbij wordt de lijn die in de Zuiveringsstrategie is aangegeven gevolgd bij de te kiezen oplossingsrichtingen. Voorwaarde voor een adequate studie is een goed beeld van het functioneren van het afvalwatersysteem en de verschillende onderdelen die zich daarin bevinden. Vanaf 2015 wordt daarom regionaal ingezet op een Definitief

15

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

integraal meet- en monitoringssysteem voor de afvalwaterketen. Daarmee wordt duidelijk waar zich eventueel benutbare ruimte in het systeem bevindt en waar zich knelpunten voordoen. Grootschalige investeringen op het gebied van rioolwaterzuivering worden vóór 2025 niet verwacht.

Definitief

16

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten rioleringsplan 3.1 Gebruikte gegevens Dit geactualiseerde Basisrioleringsplan (BRP) is gebaseerd op de volgende aangeleverde gegevens: -

De door de gemeente Veendam aangeleverde gegevens, bestaande uit een rioolbeheerbestand, achtergrondinformatie en technische tekeningen; Huidige basisrioleringsplan uit februari 2006 (Grontmij, R05-170997-1); Actueel Hoogtebestand Nederland 2, zoals beschikbaar via PDOK.nl; Beheergegevens Waterschap Hunze en Aa’s, beschikbaar via de Waterkaart Veendam.

De door de gemeente aangeleverde gegevens zijn door J en L Datamanagement verwerkt. Dit resulteert in een geactualiseerd beheerbestand. Het aangesloten verhard oppervlak is door J en L Datamanagement geactualiseerd en toegevoegd aan het rioleringsbestand. 3.2 Technische eisen Het rioolstelsel moet aan de volgende eisen en uitgangspunten voldoen: -

-

-

-

Het rioolstelsel moet in staat zijn de neerslag af te voeren tijdens een zware neerslaggebeurtenis. Hierbij mag geen gevaar, schade of grote overlast voor de inwoners optreden. Om dit te toetsen wordt het stelsel doorgerekend met een aangepaste variant van bui 9+13%, afkomstig uit de Kennisbank Stichting Rioned (hierna: Kennisbank)  Onderzoek  Basisrioleringsplan (BRP). Tijdens deze bui mag in principe geen water op straat optreden1. De rioleringsberekeningen en inventarisatie benodigde basisgegevens zijn uitgevoerd conform de Kennisbank. De berekeningen worden uitgevoerd op basis van het volledige basisbestand van het gemeentelijk rioolstelsel door middel van het hydraulisch modelleringsprogramma SOBEK (versie 2.15). Om het overstortend jaarvolume en de optredende pieken voor diverse herhalingstijden in beeld te brengen, worden berekeningen uitgevoerd met de neerslagreeks: De Bilt 1955-1964 als invoer. Het stelsel moet onder een goed verhang liggen. Het stelsel mag niet voor een groot deel permanent gevuld zijn (verloren berging) door tegenschot, verzakkingen etc. Dit gegeven wordt getoetst door een gedetailleerde bergingsberekening uit te voeren. De verloren berging wordt hierbij inzichtelijk gemaakt. De benodigde pompcapaciteit en -overcapaciteit worden geactualiseerd; er wordt niet meer water naar de RWZI gebracht dan noodzakelijk.

1

De gemeente Veendam heeft in het AWBP Groningen-Centraal als criterium aangegeven dat er geen wateroverlast mag plaatsvinden bij een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 2 jaar (T=2, bui 7 of 8). Omdat er op een aantal locaties knelpunten in het oppervlaktewatersysteem worden ervaren, is gekozen voor bui 9 (T=5). De gemeente en het waterschap willen een robuust (regen-) watersysteem en met de te nemen maatregelen anticiperen op de toekomst. Vanwege de KNMI’14 klimaatscenario’s is de bui verzwaard met 13%. (Gemiddelde toename neerslagintensiteit op basis van de KNMI’14 klimaatscenario’s.)

Definitief

17

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Het rioolstelsel en het aanwezige oppervlaktewater moeten goede mogelijkheden bieden voor noodzakelijke afwatering van het stedelijk gebied. 3.3 Evaluatie vigerend BRP In het BRP Veendam uit 2006 zijn maatregelen beschreven. Een groot deel van deze maatregelen zijn uitgevoerd. In tabel 1 staat een overzicht van deze maatregelen, niet uitgevoerde maatregelen zijn blauw gekleurd. In plaats van deze maatregelen zijn alternatieve maatregelen uitgevoerd. Tabel 1 Overzicht te nemen maatregelen BRP Veendam 2006 (Bijlage J)

Gebied

Maatregelen

Borgercompagnie Noord

-

Afkoppelen 1,4 ha Beperken invoer Menterwolde tot 2,0 m3/uur

Beneden Verlaat

-

Afkoppelen 1,3 ha

Egypteneinde

-

Riool t.p.v. opvoergemaal 11812 dichtzetten Afkoppelen 0,7 ha

Veendam noord/centrum

-

Afkoppelen 3,8 ha Vergroten tracé 03-3600 t/m 04-4700 (Oranjepark) naar ø900 mm Realisatie bergbezinkbassin 800 m3 Verbinding 04-4900 naar gemaal Nassaustraat dichtzetten Vergroten tracé 04-700 t/m 04-5400 (Dr. Bosstraat) naar ø700 mm Dichtzetten overstort 3A-2400, 03-3800 Pas na diametervergrotingen en afkoppelen 02-1700 dichtzetten, tot die tijd verhogen naar NAP +1,00 m.

Langeleegte

-

Afkoppelen 2,8 ha Vergroten 21/3500-3600 naar ø500 mm Verbreden overstortdrempel 21/3600 naar 1,50 m (Overstort is verplaatst naar put 21/3606)

Scheepskwartier/ Zeestratenwijk

-

Afkoppelen 3,8 ha Vergroten tracé 07-1700 tot 10-3100 (Magelhaen) naar ø1250 mm Dichtzetten 09-1600 en 10-3200 Realisatie bergbezinkbassin 540 m3 (bij 10-3100) Realisatie aanvullende voorziening achter bergbezinkbassin 5000 m3 In plaats hiervan is 7 ha in de Zeestratenwijk afgekoppeld. Aanleg hemelwaterriool Skagerrak Opheffen bemalen overstorten Wilhelminabrug en Van Stolberbrug

Rivierenbuurt

-

Afkoppelen 2,5 ha Pas na realisatie afkoppelen en de aanpassing Scheepskwartier/Zeestratenwijk de pompcapaciteit van 11-7300 (Groningenlaan) verlagen van 1700 naar 600 m3/uur

Definitief

18

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Wildervank west

-

Vergroten tracé 16-4700 t/m 16-6200 (Nijveenlaan) naar ø500 mm Vergroten tracé 16-6200 t/m 16-1900 (Valklaan) naar ø600 mm Verbinding maken 16-10500-7100 van ø400 mm (Wijk is afgekoppeld waardoor het maken van een verbinding niet meer nodig was)

Wildervank oost

-

Invoer gemaal 18-4000 van de Beukenlaan bij realisatie bestemmingsplan Wildervank loskoppelen en op nieuwe persleiding zetten, en afvoeren naar 22-10 aan de C.W. Lubbersstraat (De persleiding is niet aangepast)

Beneden Oosterdiep westzijde

-

Vergroten overstortriool 19-8400 - 8400A naar ø400 mm Afkoppelen 1,3 ha )Bareveldstraat, J. Kamingastraat) D.m.v. rioolinspectie directe verbindingen met open water controleren en indien aanwezig dichtzetten

Ommelander Compagnie

-

Afkoppelen 0,7 ha

Golflaan en Langeleegte

-

Drempels verbeterd gescheiden stelsel verwijderen

Transportweg

-

Meer verbindingen maken tussen het hoofdriool van het hemelwaterstelsel en de nevenriolen (in uitvoering)

Gildenbuurt

-

Vergroten tracé 23-6345-6347-6347A (hemelwaterriool Stelmakersstraat) naar ø400 mm.

3.4 Ambitie gemeente Veendam De ambitie van de gemeente Veendam bestaat uit het uitvoering geven aan de veranderde visie op het functioneren van de riolering en de interactie tussen riolering en watersysteem als gevolg van klimaatverandering en waterkwaliteitseisen. 3.5 Projecten in uitvoering en voorgenomen uitbreidingen Binnen de gemeente Veendam zijn op dit moment de volgende (toekomstige) nieuwbouwplannen bekend:     

Golfeiland in Veendam. Buitenwoel in Veendam. Kompas in Veendam. Lloyd’s Terras, Medisch Centrum en appartementen. Woellust in Wildervank.

Daarnaast voeren gemeente en waterschap samen een optimalisatiestudie uit waarin kosten, baten voor- en nadelen van de aanleg van gescheiden afvoer van bedrijfsafvalwater in Veendam voor riolering en zuivering worden afgewogen. (Bron: Afvalwaterbeleidsplan Groningen Centraal, specificatie Veendam)

Definitief

19

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Hoofdstuk 4 Huidige situatie 4.1 Gebiedskenmerken Bodemopbouw Het gebied rondom Veendam wordt gekenmerkt door de zandondergrond. Voornamelijk met een bovengrond van kleiarm veen of een zanddek op een moerige tussenlaag.

Figuur 1 Bodemopbouw (bron: Bodem Fysische Eenhedenkaart 2012)

Grondwater Ten westen van Veendam komen de grondtrappen III tot en met VII voor. Aan de zuid(west)kant van Veendam staat het grondwater overheersend hoger met grondwatertrap IIIb en een aantal gebieden met grondwatertrap Vb, welke beiden een hoogste grondwaterstand van 25 tot 40 cm hebben. Ten oosten van Veendam zakt het grondwater verder uit, met overheersend grondwatertrap VI (hoogste grondwaterstand 40 tot 80 cm).

Definitief

20

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Figuur 2 Grondwatertrappen (bron: Grondwaterkaart VU Geoplaza)

Maaiveldhoogte Het maaiveld in de gemeente Veendam loopt van NAP +0,4 m in de noordoost hoek tot NAP +5,2 m in de zuidoost hoek. Ten westen van Veendam is een duidelijk hoogteplateau te zien. Dit is de voormalige stortplaats. Het maaiveld loopt hier op tot NAP +20,0 m. Het maaiveld rondom Wildervank toont een deel van de geschiedenis van Veendam. Hier is een duidelijke hogere ligging van de woningen aan het kanaal zichtbaar, met de verlaagde erven als gevolg van turfwinning. Het maaiveld tussen het Oosterdiep en het Westerdiep ligt gemiddeld op NAP +3,0 m. Ten oosten en ten westen van de twee diepen daalt het maaiveld tot NAP +1,2 m.

Figuur 3 Maaiveldniveaus Veendam (bron: AHN2)

Definitief

21

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

4.2 Oppervlaktewatersysteem Het water in Veendam wordt aangevoerd vanuit het zuiden via het Oosterdiep en het A.G. Wildervanckkanaal. In droge perioden kan hier ook water vanuit het IJsselmeer worden aangevoerd. Dit wordt dan opgevoerd via het Gemaal Veendam. Ter hoogte van de bedrijventerrein komt het Oosterdiep samen met het A.G. Wildervanckkanaal. Afvoer van water gebeurt via dezelfde kanalen. Het Oosterdiep heeft een voor Veendam vrij hoog peil van NAP +1,72 m. Het A.G. Wildervanckkanaal is onderdeel van de boezem en heeft een peil van NAP +0,53 m. Dit peilverschil wordt in stand gehouden met behulp van twee sluizen in het Oosterdiep. In bijlage 10 zijn de peilbesluitkaarten voor de gemeente Veendam weergegeven.

Figuur 4 Aan- en afvoersituatie Veendam

4.3 Huidig rioolstelsel De basisgegevens van het rioolstelsel zijn ontleend aan het digitale beheersysteem van de gemeente. De afgelopen jaren is dit beheerbestand opgebouwd, uitgebreid en aangevuld. Voor dit BRP is dit basisbestand gecontroleerd, aangevuld en geactualiseerd. Rioleringsgebieden De gemeente Veendam bestaat uit vier kernen, Veendam, Borgercompagnie, Wildervank en Ommelanderwijk. Het afvalwater wordt verwerkt bij de rioolwaterzuivering Veendam. De bebouwde gebieden zijn verder verdeeld in rioleringsgebieden; in de gemeente Veendam zijn Definitief

22

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

16 gemengde stelsels, 4 verbeterd gescheiden stelsels en 19 gescheiden stelsels aanwezig. In de buitengebieden is drukriolering aanwezig. Figuur 5 geeft een schematisch overzicht van het afvalwatersysteem. In bijlage 1 is dit schema in groot formaat opgenomen en is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de verschillende rioleringsgebieden. In de gemeente is een rioolwaterzuiveringsinstallatie aanwezig: RWZI Veendam.

Figuur 5 Stroomschema Veendam - Zie ook bijlage 1

4.4 Kenmerken rioolstelsel Riooltype De rioleringsgebieden van de meeste kernen bestaan van oudsher grotendeels uit gemengde rioolstelsels. In de kern Veendam is sinds de overgang naar gescheiden riolering in de jaren ‘ 70 gewerkt met een systeem van hoofd- en nevenriolen. Gebouwen zijn in groepjes aangesloten op kleine nevenriolen. Deze nevenriolen hebben voornamelijk buisdiameters kleiner dan 250 mm, waardoor inspecties erg lastig zijn. Het systeem van nevenriolering is tot 2005 toegepast. De nieuwere wijken zijn gescheiden of (in de jaren ’90) verbeterd gescheiden aangelegd. Een aantal oudere wijken zijn in de afgelopen jaren afgekoppeld. Daar waar mogelijk is bij de aanleg van hemelwaterriool het hoofdriool voorzien van nieuwe huisaansluitingen voor vuilwater, waardoor ter plaatse de nevenriolen zijn komen te vervallen. Definitief

23

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Overstorten en speciale constructies In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de overstorten en speciale constructies in de gemeente Veendam. In de gemeente is 1 randvoorziening aanwezig, deze ligt aan de Nassaustraat in Veendam en heeft een inhoud van 997 m3. Deze randvoorziening kan op twee manieren afvoeren: Als eerste op een overstortbemaling met overstortleiding richting het A.G. Wildervanckkanaal. De overstortbemaling bestaat uit een dubbele pompopstelling (2 x 600 m3/uur) in een gemaalkelder (b.o.b. inkomend riool -1,06 m NAP). Het overstortwater wordt via een schoorsteenconstructie opgepompt naar een overstortleiding (Ø500 mm, b.o.b. +0,22 m NAP) van ca. 1 km lengte. Zodra deze overstortbemaling aan zijn maximum zit (1200 m3/uur), kan het water overstorten via de drempel V04-4750 (+0,50 m NAP) naar de vijver ten zuidwesten van de randvoorziening. Aan De Zwaaikom staat het hoofdrioolgemaal van Veendam (influentgemaal RWZI). Dit waterschapsgemaal heeft een pompcapaciteit van 1850 m3/uur. Aan het Julianapark kan in extreme situaties rioolwater overstorten vanuit het gemengde stelsel van onder andere de wijk Oude Bos. Deze drempel is niet als overstort vanuit het gemengde stelsel aangelegd. komt uit op de watergang, welke in verbinding staat met de vijvers van het Julianapark.

In Veendam zijn op vier locaties slibvangen achter een uitlaat van het hemelwaterriool geplaatst. Deze slibvangen bevinden zich achter de uitlaten dat het hemelwater afkomstig van het bedrijventerrein afvoert naar het oppervlaktewater en vangen daarbij de ergste vervuiling af. Nabij 1 van deze slibvangen (de slibvang aan de Molenwijk) bevindt zich een kerende duiker. Deze duiker is eigendom van Waterschap Hunze en Aa's en wordt bij hoog water gesloten. De spoorweg dient dan als tweede waterkering. Deze duiker is tevens onderdeel van het hwa van de gemeente Veendam. Deze duiker kan dichtgezet worden voor onderhoud aan het hwa. Nabij het Stationspark bevindt zich een wervelventiel welke de afvoer van de vijvers beperkt tot maximaal 1,5 l/s. Op deze vijvers wordt het water afkomstig uit drie hemelwaterriolen afgevoerd. Verhard oppervlak Het op de riolering aangesloten verhard oppervlak is een belangrijk gegeven voor het functioneren van het rioolstelsel. Daarom is in het kader van het basisrioleringsplan het verhard oppervlak opnieuw geïnventariseerd en onderverdeeld naar de volgende types: vlakke daken, hellende daken, open verharding, gesloten verharding en aanwezige terreinverhardingen. De inventarisatiekaarten zijn te vinden in bijlage 2. Een gedetailleerd overzicht van het afwaterend verhard oppervlak per type is opgenomen in de rioleringskenmerkbladen in bijlage 3.

Conclusie van de herinventarisatie is dat het naar de riolering afvoerend verhard oppervlak groter is dan de oppervlakte waarmee in het vorige basisrioleringsplan (2005) is gerekend. De afwijking bedraagt gemiddeld ongeveer 6%. Per rioleringsgebied kan de afwijking verschillen. Deze genoemde afwijkingen in het geïnventariseerde verhard oppervlak ten opzichte van het vorige basisrioleringsplan (2005) zijn onder andere een gevolg van een afwijking in de exacte rioleringssecties. Daarnaast is de genoemde toename niet alleen te wijten aan uitbreiding van

Definitief

24

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

verharde oppervlakken (bestratingen of gebouwen), maar heeft dit vooral te maken met het gebruik van nauwkeuriger kaartmateriaal en een andere inventarisatiemethode. J en L Datamanagement heeft het verhard oppervlak geïnventariseerd aan de hand van het BGT en een luchtfoto (november 2017) van Veendam. Grote verharde oppervlakken, zoals bijvoorbeeld parkeerterreinen, welke niet in het BGT staan vermeld maar wel zichtbaar zijn op de luchtfoto, zijn gedigitaliseerd. Naast dat deze extra verharde oppervlakken zijn meegenomen, is extra verharding toegekend aan woningen. Per wijk is een inschatting gemaakt van de hoeveelheid extra verharding ten opzichte van het dakoppervlak (denk hierbij aan volledig bestrate tuinen en/of opritten). Welk percentage is toegekend is grafisch weergegeven in bijlage 2. In tabel 2 is een samenvatting gegeven van de oude en nieuwe situatie. De gebieden zijn bepaald aan de hand van de in het BRP 2006 gehanteerde rioleringssecties voor de gemengde stelsels. In de tabel is zichtbaar dat er tevens een aantal rioleringssecties zijn waar het verhard oppervlak sterk is afgenomen. In deze gebieden is in de afgelopen jaren afgekoppeld. Tabel 2 Op het gemengde stelsels aangesloten verhard oppervlak, oude en nieuwe situatie

Rioleringssectie (volgens BRP 2006) V01 Beneden Verlaat V02 Noord (1) o.a. Somerlustweg V03 Noord (2) o.a. Vredenlustlaan V04 Noord (3) o.a. J. Bruggemalaan V05 Tussn beide daipn V06 Havenbuurt/Centrum Platvorm V07 Plan Zuid V08 Industrieterreinen / Plan Zuid V09 Scheepskwartier/Borgerspark V10 Borgerspark/Scheepskwartier V11 Zeestratenwijk V12 Provinciehoek V13 Rivierenbuurt 1 V14 Rivierenbuurt 2 V15 Provinciehoek V16 Wildervank westzijde V17 Nijverheidsstraat V18 Beneden Oosterdiep Oostzijde V19 Beneden Oosterdiep Westzijde V1A Egypteneinde V20 Borgercompagnie V21 Langeleegte/Zilverpark V22 A. Tripweg V23 Gildenbuurt V24 Ommelanderwijk (kom) V25 Ommerlandercompagnie

Verhard oppervlak, 2006 (ha) 5,52 9,35 7,22 16,32 17,56 14,32 13,38 5,73 11,03 7,02 8,68 3,78 3,02 2,86 3,90 10,33 7,41 7,10 9,96 5,60 2,90 8,59 5,73 6,01 6,40 6,23

Verhard oppervlak, 2018 (ha) 8,55 6,51 6,99 16,94 20,00 15,80 16,15 6,31 7,11 5,55 5,05 4,40 3,11 2,93 3,68 10,23 10,51 9,24 11,03 7,49 2,88 10,07 8,74 2,15 9,23 6,82 Definitief

Verschil (%) 55% -30% -3% 4% 14% 10% 21% 10% -36% -21% -42% 16% 3% 3% -6% -1% 42% 30% 11% 34% -1% 17% 53% -64% 44% 9% 25

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Rioleringssectie (volgens BRP 2006) V30 Golflaan (DWA) V32 Langenbosch V3A Noord (4) o.a. Voormolenstraat Totaal

Verhard oppervlak, 2006 (ha) 0,05 4,47 210,5

Verhard oppervlak, 2018 (ha) 0,00 0,14 5,24 222,9

Verschil (%) -100% 17% 6%

Droogweerafvoer Rioolwater dat naar de RWZI wordt afgevoerd bestaat uit 3 componenten: -

Afvalwater vanuit huishoudens; Afvalwater van bedrijven en instellingen; Hemelwater.

De dwa-belasting is bepaald op basis van de aanname dat 120 l/inw/dag wordt afgevoerd naar de zuivering. Met kentallen uit de Kennisbank is een inschatting gemaakt van de DWAbelasting van bedrijven en instellingen. Voor de afvoer van hemelwater is aangenomen dat 0,7 mm/uur/ha (met een maximum van 4 x dwa) naar de zuivering wordt getransporteerd: de pompovercapaciteit (poc). In de kenmerkenbladen (bijlage 3) is gespecificeerd met hoeveel DWA is gerekend. Het inwoneraantal van de gemeente Veendam bedraagt ongeveer 27.521 (CBS 1 januari 2018). De totale woningvoorraad in de gemeente Veendam is ca 13.201 woningen, wat resulteert in een gemiddelde woningbezetting van 2,1 inwoners per woning. Voor dit basisrioleringsplan is geïnventariseerd hoe de inwoners over de rioleringsgebieden zijn verdeeld. In bijlage 3 zijn de woningvoorraad en de inwonersaantallen per rioleringsgebied opgenomen. In tabel 3 is aangegeven hoeveel afvalwater wordt aangeleverd. De benodigde pompovercapaciteit (poc) is 932,6 m3/uur. Tabel 3 Overzicht rioolwateraanvoer RWZI Veendam

Aanvoer Veendam

m3/uur

DWA*

310,7

Injecties

348,8

Benodigde poc (133 ha)**

932,6

Totaal

1.592,1

*DWA hoofdbemalingsgebied Veendam incl. DWA bedrijven (124,2 m3/uur). **poc is bepaald op basis van aangesloten verhard oppervlak van 150 m2/woning (133 ha).

In het BRP 2006 hebben gemeente Veendam en waterschap Hunze en Aa’s de afnameverplichting vastgesteld op 1760 m3/uur. In overleg met het waterschap is afgesproken dat de geïnstalleerde capaciteit van 1850 m3/uur mag worden gebruikt. De overcapaciteit van 90 m3/uur blijft beschikbaar voor gemeente Veendam als extra bijdrage aan de emissiereductie Oude Ae. Het waterschap heeft hieraan de voorwaarde verbonden dat elke uitbreiding die niet in deze berekening (BRP 2006) is opgenomen moet worden gecompenseerd binnen de extra beschikbaar gestelde capaciteit van 90 m3/uur (het stand still principe). Berging Definitief

26

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

In tabel 4 zijn de resultaten van de uitgevoerde bergingsberekeningen voor de huidige situatie per rioleringsgebied opgenomen. In deze resultaten is rekening gehouden met de optredende verloren berging en de berging in de randvoorzieningen. Verloren berging is het verschijnsel dat delen van het riool altijd (deels) gevuld zijn met rioolwater. Dit kan worden veroorzaakt doordat buizen verzakt zijn of verkeerd zijn aangelegd. Ook een te hoog inslagpeil van een rioolgemaal kan verloren berging veroorzaken. Het percentage verloren berging per deelgebied is weergegeven in tabel 4. Tabel 4 Overzicht onderdrempelberging, bergingsniveau en verloren berging

Type stelsel

1. Veendam Hoofdgebied 8. Onderbemaling Egypteneinde

Gemengd

0,35

17.926

10,6

2%

Gemengd

0,4

17

0,9

3%

9. Rail Service Groningen

VGS

0,9

431

4,5

0%

10. Transportweg

VGS

0,7

508

4,0

0%

15. Kibbelgaarn Zuid

Gemengd

0,4

1

2,1

0%

16. Zuidwending 17. Onderbemaling Ommelanderwijk oost

Gemengd

0,53

115

3,0

2%

Gemengd

0,8

0,4

0,1

35%

18. Ommelanderwijk

Gemengd

1,05

502

3,6

6%

19. Oosterdiep Oostzijde

Gemengd

0,7

146

4,1

0%

23. Jachthaven

Gemengd

0,8

10

4,0

1%

24. Industrieweg I

Gemengd

0,55

11

0,7

3%

25. Industrieweg II

Gemengd

1,5

19

1,9

1%

26. Bareveldkade 27. Onderbemaling Wildervank

Gemengd

0,7

6

1,8

0%

Gemengd

2,12

308

5,6

4%

33. Langebosschedijk

VGS

0,9

64

1,8

0%

35. Sorghvliet

Gemengd

0,6

864

6,2

4%

36. Borgercompagnie Zuid

Gemengd

0,6

50

6,0

1%

37. Borgercompagnie Noord 38. Onderbemaling Langeleegte

Gemengd

0,6

89

4,3

1%

Gemengd

0,2

93

2,8

1%

Deelgebied

Onderdrempelberging m3 mm

Verloren berging %

Bergingsniveau m NAP

Er is weinig onderdrempelberging aanwezig in een rioolstelsel, als de bergingsinhoud van het gemengd stelsel kleiner is dan 7 mm. Voor een verbeterd gescheiden stelsels is de gewenste minimale bergingsinhoud 3 mm. Het hoofdbemalingsgebied heeft voldoende berging. De andere deelgebieden met een gemengd stelsel hebben weinig onderdrempelberging in relatie tot het aangesloten verhard oppervlak (mm). Dit zijn relatief kleinere stelsels. In Ommelanderwijk Oost is relatief veel verloren berging (35%). Dit wordt veroorzaakt door een lage overstortdrempel ten opzichte van de hoogteligging van de rest van het stelsel. Door de drempel met 5 cm te verhogen, daalt het bergingsverlies naar 6% en bij 10 cm zelfs naar 3%. De hoeveelheid berging in mm blijft echter laag (respectievelijk 0,5 en 1,1 mm).

Definitief

27

oktober ’19

Basisrioleringsplan 2019

Het verbeterd gescheiden stelsel Langebosschedijk heeft te weinig onderdrempelberging. De verbeterd gescheiden stelsels Rail Service Groningen en Transportweg voldoen wel aan de gewenste minimale bergingsinhoud. De huidige toestand van de gemengde en dwa-stelsels is voor alle rioleringsgebieden apart berekend. Hierbij is ook aangegeven waar mogelijk verloren berging in het stelsel optreedt. Dit is berekend op basis van de hoogteligging van de riolering, dus in de meest gunstige situatie. In de praktijk is er meer verloren berging door slibophoping. In figuur 6 is een voorbeeld van de resultaten van een verloren bergingsberekening weergegeven. De berekende verloren berging is opgenomen in de kenmerkenbladen. In bijlage 5 zijn kaartjes opgenomen met de locaties waar verloren berging berekend is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9811640/1