05-02 Jaarrekening 2023 PGZ-getekend
Tekst van het document
3.1.
Programma RIGG
Wat houdt het deelprogramma in De RIGG heeft de opdracht om op het gebied van de Jeugdhulp voor de Groninger gemeenten de volgende taakgebieden in te richten en uit te voeren: 1. Inkoop en contractmanagement 2. Advies 3. Monitoring 4. Bijdrage aan de transformatie 5. Taken op het gebied van financiën, administratieve processen en ICT Wat hebben we bereikt en gedaan Het veranderplan ‘Op weg naar een regionale strategische netwerkorganisatie 2022-2024’’ vormde ook in 2023 de basis voor de opdracht aan de RIGG. Naast de reguliere taken (zoals hierboven onder 1 t/m 5 benoemd) bestaat deze opdracht tevens uit een aantal aanvullende taken, de zogenoemde ontwikkelopgaven. De wijze waarop de RIGG uitvoering geeft aan haar reguliere taken én de ontwikkelopgaven is uitvoerig beschreven in het Jaarplan RIGG 2023. In de periode van april 2022 tot eind 2023 zijn de Groninger gemeenten op verschillende momenten geïnformeerd over de status en voortgang van de verschillende ontwikkelopgaven. Vrijwel alle ontwikkelopgaven zijn in samenwerking met gemeenten opgepakt en afgerond. De ontwikkelopgave Communicatie met stakeholders loopt nog en vindt een vervolg in 2024. De RIGG is vanuit verschillende rollen betrokken geweest bij regionale, bovenregionale en landelijke ontwikkelingen.
Het actief volgen van de ontwikkelingen rondom de implementatie van de Hervormingsagenda en daarop anticiperen, speelt een grote rol. Het organiseren van de bovenregionale samenwerking 3Noord en het in kaart brengen van de effecten van het “Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming” zijn tevens belangrijke dossiers. Daarnaast heeft het programma transformatie Hoogspecialistische Jeugdhulp (HSJ) in 2023 stevige vooruitgang geboekt, mede dankzij de inzet van regionale beleidscapaciteit. Ook hebben wij ons in samenwerking met de gemeenten, jeugdhulpaanbieders en andere stakeholders ingezet op onder meer de volgende onderwerpen/dossiers: - Organisatie en uitvoering Regionaal Bestuurlijk Platform (RBP) - Doorontwikkeling van het Groninger Contractueel Model 2.0 (GCM) - Inkoop / contractering Spoed voor Jeugd vanaf 2024 - Inkoop / bovenregionale contractering Jeugdhulp Plus, GGZ Drenthe en Gecertificeerde Instellingen - Bovenregionale samenwerking 3Noord inzake schaarse voorzieningen / totstandkoming en uitvoering van de Uitvoeringsagenda jeugd 3Noord - Regionaal expertteam Groningen: cyclus leren en verbeteren, bijdrage aan het Lerend landschap, aanstelling (interim) coördinator en zorgadviseur - Voorbereiding en uitvoering bestuurlijke/strategische overleggen/(thema)bijeenkomsten - Voorbereiding en organisatie werkbezoeken voor wethouders aan de jeugdhulpketen
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
61
Over deze dossiers en onze reguliere taken is regelmatig gerapporteerd aan het Strategisch Opdrachtgevers Overleg (SOO), aan de Adviescommissie Jeugdhulp en het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Publieke Gezondheid & Zorg (GR PG&Z). 1. Inkoop en contractmanagement De RIGG heeft in 2023 haar reguliere werkzaamheden ten aanzien van inkoop en contractmanagement uitgevoerd. Hieronder vallen het actueel houden van de contractering Open House (OH) en het voeren van contractmanagementgesprekken. Dit gebeurt planmatig maar ook ad hoc op basis van bijvoorbeeld signalen vanuit het veld en inspectierapporten. Daarnaast is aandacht besteed aan procesoptimalisatie, o.a. door het doorvoeren van diverse mutaties in het contractmanagementsysteem. Er is tevens gehandhaafd op het contract bij een aantal aanbieders, zijn drie faillissementen en acht overnames c.q. fusies van en door aanbieders afgewikkeld. Tevens zijn verbetertrajecten ingezet bij enkele aanbieders ten aanzien van de bedrijfsvoering en het leveren van kwalitatieve jeugdhulp. Om de rol van de gemeenten bij contractmanagement verder te versterken is een regionaal inkoop en contractmanagement overleg (het RICO) ingericht. Dit overleg heeft een vaste plek gekregen en draagt bij in de periodieke afstemming en informatie-uitwisseling met gemeenten.
Zoals hierboven aangegeven zijn in het meerjarenprogramma Hoog Specialistische Jeugdhulp (HSJ) in de loop van het jaar stevige stappen gezet. Het programma HSJ is een vernieuwde inkoop voor de hoog specialistische Jeugdhulp en tevens een transformatiebeweging die verband houdt met aanpalende beleidsterreinen, bovenregionale ontwikkelingen en met landelijke ontwikkelingen zoals de Hervormingsagenda. De transformatiebeweging die we (verdergaand) op gang willen brengen is met alle aanbieders en overige ketenpartners die betrokken zijn bij de doelgroep HSJ, gedeeld en besproken op 13 juli 2023 tijdens de regionale startbijeenkomst ‘Transformatie en inkoop Meervoudig Complexe Problematiek’. Deze bijeenkomst luidde de start in van de schriftelijke ketenconsultatie, die de basis vormt van een schriftelijke ketenconsultatie en die gezamenlijk in 2024 zullen leiden tot een nieuwe inkoopstrategie in 2024. Tenslotte heeft Inkoop en Contractmanagement enkele gemeenten geadviseerd bij hun lokale inkoop. Net als in 2022 heeft de RIGG in 2023 met het SOO in december de (nu zichtbare) effecten van de lokale inkoop (volgens het hybride inkoopmodel) besproken. Vanuit de Adviescommissie Jeugdhulp is aan het SOO verzocht de evaluatie van het hybride inkoopmodel voor te bereiden. De voorbereiding hiervan vindt plaats in het eerste halfjaar van 2024. 2.
Advies De RIGG ondersteunt en adviseert gevraagd en ongevraagd en handelt in afstemming met het SOO richting het Bestuur. Deze brede adviesrol is onveranderd en heeft betrekking op verschillende dossiers en onderwerpen en aan de verschillende ketenpartners, zoals gemeenten, verwijzers en jeugdhulpaanbieders. Naast inhoudelijk advies, adviseert de RIGG onder meer over het berichtenverkeer, de administratie van jeugdhulp, patronen in het jeugdhulpverbruik, de lokale inkoop, wet- en regelgeving, landelijke ontwikkelingen en de financiën etc. Deze adviezen en analyses komen tot stand door het samenbrengen van kennis over inhoud, inkoop, transformatie, communicatie, financiën en data. De kracht van de organisatie, ook de adviesrol, zit in het multidisciplinair samenwerken. Bovenregionale samenwerking Wij hebben een substantiële bijdrage geleverd aan de afstemming van c.q. advisering op de bovenregionale samenwerking 3Noord. In opdracht van de bestuurlijke vertegenwoordigers 3Noord is een startdocument opgesteld waarin de jeugdhulpregio’s Groningen, Friesland en Drenthe zich voor de komende jaren committeren aan het gezamenlijk in stand houden van als cruciaal GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
62
aangemerkte schaarse jeugdhulpvoorzieningen. Dit startdocument is de basis geweest voor de Uitvoeringsagenda jeugd 3Noord en in alle drie regio’s bestuurlijk is vastgesteld. De RIGG levert voor de implementatie van deze uitvoeringsagenda één van de twee projectleiders (de tweede projectleider wordt vanuit SDF/Friesland ingehuurd) en samen met de Groninger gemeenten zullen de werkgroepen van de deelopdrachten worden bemand. In 2024 wordt de uitwerking vervolgd en starten we in Q1 met een bestuurlijke startbijeenkomst voor de meest relevante in 3 Noord betrokken jeugdhulpaanbieders. Vervolgens wordt (door)gewerkt aan de verschillende deelopdrachten vanuit werkgroepen in de samenstelling gemeenten en RIGG. Regiovisie & regionaal bestuurlijk overleg Vanuit de Regiovisie is in afstemming met de regiegroep een samenwerkingskader opgesteld; hierin staan de samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders in onze regio. Eén van deze samenwerkingsafspraken is om op basis van partnerschap samen te werken met alle betrokken stakeholders. Het Regionaal Bestuurlijk Platform (RBP) is opgericht mede om hier vorm en inhoud aan te geven. De RIGG is betrokken bij de regiegroep en heeft tevens de opdracht om de bijeenkomsten van het RBP te organiseren.
Op 16 november 2023 vond de startbijeenkomst van het RBP plaats, waar door de aanwezige wethouders en bestuurders van jeugdhulpaanbieders het samenwerkingskader is ondertekend. Wij zullen in 2024 wederom bijeenkomsten van dit Bestuurlijk Overleg organiseren; tenminste één ervan zal met een brede vertegenwoordiging van alle stakeholders plaatsvinden. Reguliere inzet qua advisering vindt plaats op dossiers zoals: - Governance: nieuwe gemeenschappelijke regeling voor Jeugdhulp - Contractering, contractmanagement en Monitoring van Spoed voor Jeugd (ontwikkeling Lerend landschap) - Doorontwikkeling van sturing op de GI’s in samenhang met de Toekomstscenario - Verbinding maken tussen de programma’s Hervormingsagenda, HSJ en Toekomstscenario - Verbinding Onderwijs – Jeugdhulp - 18-/18+ - Lopende dossiers van grote jeugdhulpaanbieders met financiële of kwaliteitsvraagstukken 3. Monitoring De doorontwikkeling van de monitoringstaak is een continu proces binnen de RIGG. Door hierin samen op te trekken met de gemeenten, is de RIGG in staat om de gewenste verbeteringen door te voeren waarmee lokale en regionale analyses gemaakt worden. Power BI is een krachtige tool, echter is voor het duiden van de data input en ook data van gemeenten (lokale inkoop en ervaringen) en aanbieders nodig.
Om steeds meer en beter kwantitatieve en kwalitatieve data met elkaar te kunnen verbinden en te komen tot nog betere analyses van de ontwikkelingen in het zorglandschap, hebben RIGG en de gemeentelijke werkgroep Monitoring zich voorgenomen samen jaarlijks leerbijeenkomsten voor gemeenten te organiseren. Monitoring speelt een belangrijke rol in het leren en verbeteren: de informatie die vanuit contractmanagement met gemeenten wordt gedeeld, geeft inzicht in en stimuleert veranderend verwijsgedrag. Ook in 2023 is er een aanhoudende vraag naar monitoring vanuit gemeenten en op dossiers zoals HSJ, Spoed voor Jeugd, GI’s, Hervormingsagenda, Toekomstscenario en Jeugdhulp Plus. 4. Bijdrage aan de transformatie De RIGG faciliteert diverse regionale transformatiebewegingen; dit is inherent aan onze taken en de rol die de RIGG vervult in opdracht van de gemeenten. Onze voornaamste bijdrage aan de transformatie is gericht op de aanpak van het systeem om de zorg voor de meest kwetsbare doelgroep te behouden en kwalitatief op niveau te houden. Zowel vanuit het programma HSJ als ook vanuit de Toekomstscenario dragen wij bij aan een andere werkwijze om de verandering in de samenwerking tussen ketenpartners te bevorderen en zo nodig via de inkoop te faciliteren. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
63
Een andere belangrijke beweging waar wij een bijdrage aan leveren is de beweging naar 0 (nul) gesloten plaatsingen, de Jeugdhulp Plus. Deze beweging vraagt om een fundamentele transformatie van het huidige aanbod naar de opbouw van alternatieven; waaronder de kleinschalige woonvoorzieningen. Wij gaan ervanuit dat we hiermee een bijdrage leveren aan een snellere en betere zorg voor de meest kwetsbare doelgroep zodat erger kan worden voorkomen. 5. Ondersteunende taken op het gebied van financiën, administratieve processen en ICT De RIGG organiseert en bewaakt de routes en het knooppunt voor de administratieve en financiële processen tussen de Groninger gemeenten en de ruim 190 jeugdhulpaanbieders, waarbij zo’n 15.000 cliënten per jaar betrokken zijn. Via Suite4Jeugdzorg (S4JZ) vindt een efficiënte en effectieve data uitwisseling plaats die de basis is voor alle sturingsinformatie. Naar aanleiding van het voornemen van de gemeente Groningen om het applicatie landschap te vernieuwen is in 2022 het project Vernieuwing Administratie Sociaal Domein (VASD) gestart. De RIGG heeft in dit traject ondersteund door informatie te delen met alle gemeenten, het uitwerken van scenario’s en advisering omtrent inrichtingskeuzes. Eind 2023 heeft de gemeente Groningen bekend gemaakt te stoppen met het project VASD; de betrokken gemeenten zijn hierover geïnformeerd.
Het gesprek over de consequenties van dit besluit en hoe de gemeenten hiermee verder willen, moet nog worden vervolgd. Naast deze dossiers zijn de reguliere werkzaamheden volgens planning verlopen; het gaat hierbij onder meer om het volgen van de rijkscirculaires en de effecten daarvan, loon-prijsindexatie en de verantwoording kosten jeugdhulp 2022 naar gemeenten met controleverklaring van de accountant die in 2023 is opgesteld. Ook dit jaar is de verklaring van de accountant bij de verantwoording goedkeurend. Daarnaast is ondersteuning en advisering geboden bij inkooptrajecten, contractmanagement en de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). Klachten / Woo De RIGG heeft dit jaar twee klachten ontvangen; één ervan is afgehandeld. Bij de ander is na afhandeling door de klachtfunctionaris van de gemeente Groningen door klager gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. De behandeling ervan loopt via de ombudsman van de gemeente Groningen. Er zijn dit jaar geen formele verzoeken in het kader van de Woo ingediend. Wat heeft het gekost? Wat heeft het gekost (bedragen * € 1.000)
Primitieve Actuele Jaarrekening Afwijking Begroting Begroting
Deelprogramma RIGG
baten of lasten Programma- onderdeel lasten Totaal lasten
RIGG
baten
Reserve-mutaties
Bijdrage gemeenschappelijke regeling Overige bijdragen Totaal baten Gerealiseerd saldo baten en lasten Toevoeging Onttrekking Gerealiseerd resultaat
2023 3.460
2023 3.460
2023 3.299
2023 -161
-3.310
-3.310
-3.310 150 150
-3.310 150 150
-3.271 -124 -3.395 -96 -96
39 -124 -85 -246 -246
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
64
4. PARAGRAFEN Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten kent de begroting een aantal verplichte paragrafen. In deze jaarrekening zijn de paragrafen Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, Bedrijfsvoering en Financiering opgenomen. De overige verplichte paragrafen (Lokale heffingen, Onderhoud kapitaalgoederen, Verbonden partijen en Grondbeleid) zijn niet van toepassing en derhalve niet opgenomen.
4.1.
Paragraaf: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
4.1.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het BBV schrijft voor dat we in de jaarrekening een beoordeling moeten geven van het weerstandsvermogen. Deze beoordeling geeft aan hoe robuust de begroting is. Een robuuste begroting houdt volgens de BBV-voorschriften in dat niet elke financiële tegenvaller in de begroting dwingt tot bezuinigen. De beoordeling van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: 1.
2. 3. 4.
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; de weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, een inventarisatie van de risico’s en ontwikkelingen; een beoordeling van de weerstandscapaciteit en de risico’s de kengetallen ter ondersteuning van de beoordeling van de financiële positie.
4.1.2 Weerstandscapaciteit PG&Z-regeling De beschikbare weerstandscapaciteit van de GGD is gelijk aan de algemene reserve per 31 december 2023 van € 1.127.000. De bestemmingsreserves dienen ter afdekking van incidentele uitgaven en zijn derhalve buiten de risico-afweging voor het weerstandsvermogen gehouden. In de begroting is de aard van de bestemmingsreserve beschreven. De beschikbare weerstandscapaciteit van de RIGG is gelijk aan de algemene reserve per 31 december 2023 van € 979.000. De bestemmingsreserves dienen ter afdekking van incidentele uitgaven en zijn derhalve buiten de risico-afweging voor het weerstandsvermogen gehouden. De algemene reserve van de RIGG is niet beschikbaar voor risico’s van de GGD.
4.1.3 Inventarisatie risico’s en ontwikkelingen In deze paragraaf wordt eerst een uitgebreide toelichting gegeven op de risicoparagraaf van het programma Gezondheid. De financiële risico’s en ontwikkelingen voor het programma RIGG worden daarna toegelicht.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
65
Programma Gezondheid De GGD monitort periodiek de risico’s voor uitvoering van de GGD-taken in het kader van de P&C cyclus. Onderstaand overzicht geeft een actueel beeld van de risico’s van de GGD. Voor de afdekking van deze middelen zijn geen middelen beschikbaar en dient de weerstandscapaciteit. nummer Financiële risico's 1 WW risico 2 Boventalligheid 3 Verminderen en uitname taken 4 Indexering 5 Kostendekkendheid forensische geneeskunde 6 Hogere kosten bedrijfsvoering 7 Exit Risico Totaal financiële risico's
1.
risico-inschatting structureel incidenteel 40.000 40.000 130.000 130.000 120.000 120.000 350.000 350.000 25.000 25.000 150.000 150.000 150.000 150.000 965.000
615.000
350.000
WW-risico
Risico De rekening van het UWV voor medewerkers die in de WW komen en een WW-uitkering ontvangen komt ten laste van de GGD. GGD werkt voor tijdelijke opdrachten in de regel met tijdelijke aanstellingen. Indien een aanstelling niet wordt verlengd door krimp van de vraag is er een potentieel WW-risico. Dit risico wordt ingeschat op € 40.000 per medewerker, waarbij wordt uitgegaan van twee medewerkers. In de begroting is een budget opgenomen van € 40.000 voor dekking van het WW-risico van één medewerker. Kans Het jaarlijkse WW-risico wordt geschat op € 80.000, waarbij we uitgaan van 2 medewerkers per jaar. Derhalve resteert nog een claim op het weerstandsvermogen van € 40.000. Beheersmaatregelen De GGD zal tijdelijke opdrachten of de flexibele schil minder met tijdelijke contracten moeten invullen en meer met een constructie via pay roll of externe inhuur. 2.
Risico boventallige medewerkers
Risico Ervaring van de afgelopen jaren leert dat de situatie van boventalligheid of medewerkers die op een ander spoor komen door veranderende werkzaamheden, gemiddeld 2 medewerkers op jaarbasis zijn. Het risico wordt geraamd op € 65.000 per medewerker. Kans De claim op het weerstandsvermogen is € 130.000. Hiermee kan het risico voor twee medewerkers voor een jaar worden opgevangen.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
66
Beheersmaatregelen Boventallige medewerkers worden zo snel mogelijk opgenomen in een herplaatsingstraject. Eens per kwartaal wordt de voortgang van het traject geëvalueerd. Als er sprake is van onvoldoende voortgang wordt binnen twee jaar een ontslagtraject ingezet. 3.
Risico taakuitname en verminderen contracten derden
Risico Dit risico houdt in dat gemeenten en/of derden contracten met de GGD opzeggen of verlagen. De GGD zal dan de capaciteit moeten verlagen of verschuiven en de overhead naar rato moeten verlagen. Ingewikkeld is dat de GGD niet zonder meer binnen het personeelsbestand kan schuiven. Ook heeft de overhead vooral een vast karakter. Gezien de opzeggingen en verlagingen van de laatste jaren is de GGD minder flexibel geworden om nieuwe taakuitnames op te vangen. Facultatieve taken De totale omvang van de facultatieve taken van de GGD is ca. € 5 mln. De dienstverlening tussen de deelnemende gemeenten en de GGD wordt met dienstverleningsovereenkomsten afgestemd en vastgelegd. De deelnemende gemeenten hadden voor 2021 voor ca. € 0,6 mln. aan taken opgezegd. Voor 2022 en 2023 is de omvang van het aantal opgezegde taken relatief beperkt gebleven. Gezien de opzeggingen van de afgelopen jaren, is het gemiddelde ca € 0,2 mln. per jaar. Deze omzet is voor 2/3 primair personeel en voor 1/3 overhead. De Frictieregeling is in 2019 bijgesteld om vooral de structurele teruggang in overhead tijdelijk op te kunnen vangen. Als dit tempo echter doorgaat komt er een punt dat de overhead structureel niet meer is terug te brengen of tijdelijk is op te vangen met de Frictieregeling. Kans •
•
Gezien de maatregelen ten aanzien van de facultatieve taken is de kans dat dit risico extra incidentele effecten heeft vooral aanwezig bij de overhead. De claim op het weerstandsvermogen is € 70.000, uitgaande van € 210.000 aan opgezegde facultatieve taken. Ten aanzien van de opdrachten met derden is de inschatting, dat dit risico zich eenmaal in de twee jaar voordoet. Uitgaande van een jaarlijkse opzegging van € 100.000 is sprake van een claim op het weerstandsvermogen van € 50.000.
Beheersmaatregelen Het risico van taakuitname is vooral gelegen in de overhead en medewerkers primair proces, die 1 op 1 zijn verbonden aan de opdracht. Indien dat laatste niet het geval is kan met natuurlijk verloop de afname voor een deel worden opgevangen. Ook wordt op het moment van taakuitname bekeken of medewerkers zo snel mogelijk ingezet kunnen worden op formatieplaatsen die nog niet bezet zijn of die vrijkomen. In het geval van herplaatsing worden medewerkers binnen twee weken in een herplaatsingstraject geplaatst. Bij grotere uitname van taken bestaat het risico dat de vaste overhead moet krimpen. Het gaat hierbij om onder andere de huisvesting en ICT. In de afspraken met de gemeente Groningen is
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
67
vastgelegd dat een bezuiniging op de overhead ook effect heeft op de service level agreements SLA’s) met de gemeente Groningen 4.
Risico indexering
Risico De reguliere loonindexering (2,5% voor 2025) en prijsindexering (2,5% voor 2025) wordt vooraf ingeschat. Achteraf blijkt vaak dat de indexering te laag is ingeschat. Dit wordt structureel een jaar later hersteld, maar niet met terugwerkende kracht. Incidenteel is er een nadeel in het jaar dat de indexering te laag bleek ingeschat. Het totaal effect van een verkeerde indexering wordt op 2,5% van de personele kosten, à €700.000 incidenteel ingeschat. Kans De kans dat het risico zich voordoet wordt op 50% geschat, waarmee de claim op het weerstandsvermogen € 350.000 bedraagt Beheersmaatregel Jaarlijks voldoende aandacht voor toereikende indexeringsafspraken bij de ontwerpbegroting op basis van actuele (markt)ontwikkelingen. Bij onvoorziene verhoging (zoals de inflatie als gevolg van COVID en de oorlog in Oekraine), wordt een voorstel tot compensatie ingediend bij de deelnemende gemeenten 5.
Risico kostendekkendheid forensische geneeskunde
Risico De kostendekkendheid van de forensische geneeskunde staat al langere tijd onder druk. De productie omzet van deze exploitatie is ca. € 670.000, waarvan € 330.000 vanuit het Politiecontract en het restant hoofdzakelijk uit de lijkschouw voor gemeenten. De vaste kosten liggen hoger. Het risico, dat afhankelijk is van de omvang van de productie, is ongeveer € 50.000. Het risico ten aanzien van de aanbesteding van de medische arrestantenzorg door de Politie is actueel. Het risico is dat € 0,2 mln. aan omzet bij de aanbesteding die reeds is opgestart kan vervallen. Dit betekent ook iets voor de (kostendekkendheid van de) dienstverlening in het kader van de lijkschouw aan gemeenten. Het omzetrisico van het wegvallen van deze taak is deels bij punt 3 meegenomen. Dit zal echter ook consequenties hebben voor de tarifering en uitvoering van de lijkschouw aan gemeenten. Kans De kans dat bovengenoemde risico’s optreden wordt geschat op 50%. Het risico bedraagt daarmee € 25.000. Beheersmaatregelen Op de productie kan niet worden gestuurd. De beheersmaatregel is dat de uitgaven goed worden gemonitord. 6.
Risico hogere kosten bedrijfsvoering
Risico Op diverse terreinen zal sprake zijn van hogere ICT kosten voor de GGD. Het is de verwachting dat er meer ICT-investeringen nodig zullen zijn in de nabije toekomst als gevolg van strengere regelgeving (privacy e.a.). Ook wordt de aanschaf van een nieuw digitaal kinddossier serieus GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
68
overwogen. Daarnaast speelt social media sinds corona zo’n belangrijke rol in de dienstverlening van de GGD dat we hier geen stap in terug kunnen doen. Deze uitbreiding kan niet gedekt worden uit de reguliere formatie van bedrijfsvoering, zie ook de toelichting op de noodzakelijk geachte overige investeringen in de bedrijfsvoering. Kans Deze kosten worden geschat op € 200.000 per jaar met een kans van optreden van 75%, resulterend in een verwacht risico van € 150.000. Beheersmaatregelen De Informatiemanager heeft het applicatie-landschap van de GGD in beeld gebracht. Hieruit is naar voren gekomen dat er investeringen nodig zijn op ICT-gebied. Dit beeld zien we ook terug bij andere GGD’en waar al geinvesteerd wordt in extra ICT-personeel en op het gebied van social media. 7.
Exit-risico
Risico De GGD heeft SLA’s met de gemeente Groningen afgesloten voor een periode van vijf jaar. De GGD heeft de mogelijkheid om na drie jaar de SLA’s op te zeggen met wederzijds goedvinden en op een andere manier de overhead te organiseren. Deze exit betekent de definitieve ontvlechting met de gemeente Groningen. Er zal een business-case moeten worden opgesteld rond deze veranderende bedrijfsvoering. Deze exit zal gepaard gaan met incidentele kosten. In structurele zin is er een risico ten aanzien van de korting van € 0,3 mln. op de overhead, waarmee de gemeente Groningen nu de GGD compenseert voor hogere BTW-kosten op de (door Groningen) geleverde overhead. Indien de GGD geen overhead meer afneemt van de gemeente is er een risico dat deze compensatie vervalt. Kans De kans dat dit risico zich voordoet wordt op 50% geschat. De betekent een claim van € 150.000 op het weerstandsvermogen. Beheersmaatregelen Goed monitoren van de SLA uitgaven en opstellen van business case rond deze veranderende bedrijfsvoering. Vervallen risico’s Risico kostendekkendheid reizigersadvisering: In de vaststelling van de tarieven 2024 zijn de tarieven voor de reizigersadvisering verhoogd. Er is gebleken dat deze niet voldoende waren om kostendekkend te zijn. Met deze verhoging is dit risico vervallen. Risico Programma RIGG In de begroting is er voor 2024 een negatief resultaat voor de RIGG begroot.
Daarnaast zijn er financiële risico’s in de komende jaren als gevolg van onzekerheden. Het betreft onder andere de implementatie van de hervormingsagenda voor gemeenten, de doorontwikkeling hoogspecialistische jeugdhulp en een eventuele nieuwe opdracht als gevolg van een nieuwe gemeenschappelijke regeling. De aard en omvang van de aanvullende kosten hangen af van externe ontwikkelingen zoals landelijke regelgeving en inrichtingskeuzes door gemeenten. De omvang van het benodigde GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
69
weerstandsvermogen voor de afzonderlijke risico’s is niet betrouwbaar te schatten. De verwachting is dat het weerstandsvermogen adequaat is voor de gezamenlijke financiële risico bij de RIGG in de komende jaren.
4.1.4 Beoordeling toereikendheid weerstandsvermogen Voor het programma Gezondheid bedragen de vrije reserves die tot het weerstandsvermogen gerekend mogen worden per begin boekjaar 2022 € 1.127.000. De resultaatbestemming van 2023 die in de jaarrekening van 2023 wordt verwerkt leidt tot een afname van de algemene reserve naar € 615.000. De reserve is hiermee toereikend om de structurele risico’s af te dekken. Echter, het incidentele risico is niet gedekt. Voor het programma RIGG bedragen de vrije reserves die tot het weerstandsvermogen gerekend mogen worden per ultimo boekjaar 2023 € 1.023.000. De resultaatbestemming van 2023 die in de jaarrekening van 2023 wordt verwerkt leidt tot een toename van de algemene reserve naar € 1.119.000. Het weerstandsvermogen binnen het programma RIGG is gezien de benodigde weerstandscapaciteit toereikend. Mocht de keuze gemaakt worden voor een eigen gemeenschappelijke regeling voor de Jeugdhulp, dan dient de hoogte van het vereiste weerstandsvermogen geëvalueerd te worden.
4.1.5 Kengetallen ter ondersteuning van de beoordeling van de financiële positie Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken wordt vanuit het BBV voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing minimaal de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote, solvabiliteitsratio en structurele exploitatieruimte. Hieronder wordt per kengetal weergegeven welke verhouding wordt uitgedrukt: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van de gemeenschappelijke regeling bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De structurele exploitatieruimte vergelijkt de structurele baten en structurele lasten met de totale baten.
Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing) te dekken. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
70
Rekening 2023
Verloop van de kengetallen Rekening 2022
Kengetallen:
Begroting 2023
Rekening 2023
netto schuldquote
-5%
7%
-5%
solvabiliteitsratio
6%
16%
5%
structurele exploitatieruimte
-1%
1%
1%
De functie van de RIGG als ‘administratiekantoor’ bepaalt in belangrijke mate de uitkomst van de kengetallen in de balans. Dit verklaart de schommelingen en vertroebelt het inzicht in de kengetallen.
4.2.
Paragraaf: Financiering
Renterisiconorm De PG&Z-regeling financiert haar investeringen in beginsel uit eigen middelen, verkregen uit bijdragen van deelnemende gemeenten. Wanneer de eigen middelen ontoereikend zijn kan voor investeringen aanvullende financiering worden aangetrokken. In 2012 heeft het bestuur besloten om via de gemeente Groningen een lening aan te trekken ter waarde van 1 miljoen. De lening was aangegaan om de vervanging van een Mobiele Röntgen Unit (MRU) voor de TBC-bestrijding in Groningen, Drenthe en Friesland te financieren. De aanschaf heeft plaatsgevonden in het tweede kwartaal van 2013. De lening is halverwege 2013 geëffectueerd. Om het risico van renteaanpassing en herfinanciering bij langlopende leningen (> 1 jaar) te beperken is de renterisiconorm ingesteld. Deze norm is bij ministeriële regeling bepaald en houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Uit het volgende overzicht blijkt dat ruim binnen de renterisiconorm wordt gebleven. Berekening renterisiconorm (in mln.) 1. Rente herziening 2. Betaalde aflossing 3. Renterisico (1+2) 4. Begrotingstotaal 5. Vastgesteld percentage Renterisiconorm (4*5) Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
2023 0,1 0,1 33,1 0,2 6,6 6,5
Renteresultaat Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in ’s Rijks schatkist aan te houden. In voorgaande jaren is de rente op deze middelen nihil geweest. Vanaf eind 2022 is het rentepercentage gestegen, oplopend van 1,9% in januari tot 3,9% in december. Dat maakt dat in 2023 er een positief renteresultaat is van ca. €282.550, deze middelen zijn vrij besteedbaar en zijn verantwoord op de overhead.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
71
4.3.
Paragraaf: Bedrijfsvoering
De huidige stand van zaken en beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering zijn reeds uitgewerkt in paragraaf 2.6. Rechtmatigheidsverantwoording Ter onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording zoals opgenomen in hoofdstuk 8, zijn hier de bevindingen uit de controle op rechtmatigheid gedurende het jaar opgenomen. Begrotingscriterium Ten behoeve van het begrotingscriterium wordt een analyse gedaan op de resultaten per deelprogramma. Hierbij is er sprake van onrechtmatigheid als het saldo van baten en lasten de begroting overschrijdt. Immers, het Algemeen Bestuur heeft het budgetrecht en geeft het Dagelijks Bestuur de financiële kaders die gehanteerd moeten worden. Hierbij is een uitzetting van de begroting van zowel baten en lasten die past binnen het beleid geen onrechtmatigheid. Alleen als een overschrijdingen plaats vindt op de lasten van het programma, spreken we van een onrechtmatigheid. Onderstaand tabel geeft de resultaten per deelprogramma weer, inclusief reservemutaties, waarbij een negatief resultaat een onrechtmatigheid betekent:
Programma (* € 1.000) Gezondheid
Gerealiseerde Begrote overschrijding van overschrijding Resultaat t.b.v. lasten van lasten begrotings-criterium -986
-470
-516
Het totaal van overschrijding van de lasten op het programma Gezondheid is: €0,52 mln. Dit totaal is hoger dan de vastgestelde verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten à €454.000 . De verklaring voor de overschrijding is opgenomen in hoofdstuk 5.2 en 5.3. Deze overschrijdingen passen binnen de vastgestelde beleidskaders en zijn hoofdzakelijk toe te schrijven aan een Caoakkoord dat ten tijde van opstellen van de begroting nog niet bekend was. In het begrotingsjaar 2023 is het Algemeen Bestuur actief geïnformeerd, conform de financiële verordening, over de overschrijding die is ontstaan uit het Cao-akkoord, à €0,85 mln. Daarbij is een poging gedaan een onrechtmatigheid te voorkomen middels een begrotingswijziging. Echter, door de timing van het akkoord en de lange doorlooptijd van begrotingswijzigingen volgend uit de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, kon de begroting niet binnen het begrotingsjaar bijgesteld worden en is het begrotingscriterium overschreden. Omdat de overschrijding past binnen de vastgestelde kaders en het vastgestelde beleid en niet te voorkomen was en het Algemeen Bestuur actief is geïnformeerd, is de overschrijding van het begrotingscriterium niet onrechtmatig.
Om in de toekomst een dergelijke overschrijding op het begrotingscriterium te voorkomen, is de beste maatregel om tijdig een begrotingswijziging in te dienen, waarmee de rechtmatigheid wordt hersteld. Echter, zal dit niet te allen tijde mogelijk zijn, omdat de timing van bijvoorbeeld een Caoakkoord, niet altijd parallel zal lopen aan de P&C-cyclus. In 2024 zal onderzocht worden of een aanpassing van de Financiële Verordening kan zorgen voor een andere mogelijkheid dan een begrotingswijziging om de rechtmatigheid te herstellen, mits de onrechtmatigheid is ontstaan uit vastgesteld beleid. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
72
Specifiek gericht op de Cao, zal het risico blijven bestaan dat er overschrijdingen plaats vinden, bij het opstellen van de begroting is de ontwikkeling van de Cao vaak onbekend, omdat de begroting in jaar t-1 wordt opgesteld en akkoorden ook met terugwerkende kracht kunnen worden aangenomen. Er zal altijd een zo goed mogelijke inschatting worden gemaakt. Derhalve is het risico opgenomen in de risicoparagraaaf (4.1). Het resultaat van programma RIGG is binnen de begroting gebleven en derhalve is er rechtmatig gehandeld binnen dit criterium. Voorwaardencriterium Ten behoeve van de controle op de rechtmatigheid van inkopen gedaan door de GGD Groningen zijn er gedurende het jaar drie inkoopscans op rechtmatigheid binnen de aanbestedingswet en twee steekproeven gedaan op inkoopfacturen. De resultaten hiervan leiden niet tot een onrechtmatigheid die opgenomen dient te worden in de rechtmatigheidsverantwoording. Inkoopscans Uit de inkoopscans zijn geen onrechtmatigheden gebleken. Risico’s uit voorgaande jaren op het gebied van beveiliging en het wagenpark zijn weggenomen door het Europees aanbesteden van deze diensten in 2023. De volgende risico’s resteren: -
-
Kinddossier MLCAS wordt als digitaal kinddossier gebruikt. Daarvoor zijn er contracten met Netsourcing (hosting) en Allegro Sultum. Het originele contract dat is afgesloten bleef onder de Europese aanbestedingsgrens van €215.000 per 4 jaar. Echter, over de jaren zijn er uitbreidingen en toevoegingen geweest op het pakket dat wordt afgenomen, waardoor het totaalbedrag €215.000 overschrijdt, hosting is €461.000 per 4 jaar en het programma zelf €474.000 per 4 jaar. Het is een onduidelijkheid of dit onrechtmatig is. Dit wordt met inkoopspecialisten afgestemd in 2024. Daarnaast zal er een besluit worden genomen in 2024 over het al dan niet aanbesteden van een nieuwe systeem voor het Kinddossier. Vaccinatielocatie Als gevolg van de grootschalige campagnes t.b.v. vaccineren en testen op COVID, zijn er locaties ingericht om ze geschikt te maken en te houden voor dit proces. Voor de inrichting is in de coronacrisis een huur aangegaan, toen het nog onder dwingede spoed viel. De lasten nemen sindsdien af en overschrijden vanaf 2023 nog niet de Europese aanbestedingsgrens. Voor het schoonmaken van de locaties geldt hetzelfde. Wanneer er structureel een opdracht komt om deze locaties in stand te houden, dient de waarde van deze opdrachten bezien te worden en dienen de diensten eventueel Europees aanbesteed te worden.
Steekproeven Volgens de procedure zoals later vastgesteld in het Intern Controleplan van de GGD Groningen zijn er gedurende het jaar twee steekproeven uitgevoerd. De eerste over de eerste zes maanden en de tweede over de tweede zes maanden van 2023. De resultaten (cumulatief zijn als volgt): -
Afwijkingen die zijn geconstateerd op het gebied van juiste boeking (juiste manager akkoord, juiste programma, correcte BTW), zijn direct gecorrigeerd. Geconstateerd is dat er niet voor alle inkopen die gecontroleerd zijn in de steekproef een prestatielevering kan worden aangetoond. De afwijkingen zijn als volgt:
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
73
Steekproef Geen prestatielevering (t/m juni) Geen prestatielevering (v/a juli) Totaal
Bedrag (geëxtrapoleerd) €147.000 €136.000 €283.000
Het bedrag blijft onder de vastgestelde verantwoordingsgrens. In 2024 zullen er maatregelen worden genomen om de prestatielevering vaker vast te kunnen stellen. RIGG De RIGG heeft een dermate andere bedrijfsvoering voor zijn progrmaa dan de GGD Groningen, dat er een apart intern controleplan is opgesteld. Uit de hierin beschreven controles zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. Er is dus rechtmatig gehandeld. Misbruik en oneigenlijk gebruik Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd binnen dit criterium.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
74
5. JAARREKENING 2023
5.1.
Overzicht van baten en lasten Primitieve Begroting
Overzicht van baten en lasten PG&Z
Actuele Jaarrekening Afwijking begroting
Programma Gezondheid - GGD
baten of la Deelprogramma 2023 lasten Gezond en Veilig Opgroeien 18.706 Gezondheid beschermen en bevorderen 9.882 Adviseren over gezonde wijken, dorpen en steden 2.365 Inspecteren en adviseren van locaties ter bevordering va 1.486 Totaal lasten programma Gezondheid 32.439
2023 18.974 10.318 2.365 1.486 33.143
2023 20.944 20.510 2.290 1.402 45.147
2023 -1.970 -10.192 75 84 -12.004
Gezondheid - GGD
baten
Gezond en Veilig Opgroeien Gezondheid beschermen en bevorderen Adviseren over gezonde wijken, dorpen en steden Inspecteren en adviseren van locaties ter bevordering va Totaal baten programma Gezondheid
-18.706 -9.882 -1.895 -1.486 -31.969
-18.974 -10.318 -1.895 -1.486 -32.673
-20.299 -20.481 -2.325 -1.341 -44.446
1.325 10.163 430 -145 11.773
Overhead - RIGG
lasten baten
RIGG RIGG Totaal programma RIGG
3.460 -3.310 150
3.460 -3.310 150
3.299 -3.395 -96
161 85 246
0
0
285
-285
620 -470
620 -470
-470 150
-470 150
890 -289 0 -289 601
-270 -181 0 -181 -451
Overhead Algemene dekkingsmiddelen Vennootschapsbelasting
Reserve-mutaties
Overhead incidenteel Algemene dekkingsmiddelen Vennootschapsbelasting Gerealiseerd saldo van baten en lasten Programma Gezondheid programma RiGG totaal mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
75
5.2.
Toelichting overzicht van baten en lasten
Programma (* € 1.000) Deelprogramma Gezondheid - GGD Gezond en Veilig Opgroeien Gezondheid beschermen en bevorderen Adviseren over gezonde wijken, dorpen en steden Inspecteren en adviseren van locaties ter bevordering van Overhead incidenteel Totaal Gezondheid RIGG Totaal PG&Z
Saldo van baten en lasten
Saldo Mutatie Resultaat baten en bestemmingslasten reserves -645 -30 35 -61 -285
289 0
-645 N -30 N 324 V -61 N -285 N
-986
289
-697 N
96
0
96 V
-890
289
-601 N
Het resultaat van de gemeenschappelijke regeling PG&Z bedraagt € 601.000 positief. Het resultaat van de GGD is € 697.000 negatief en het resultaat van de RIGG is € 96.000 positief. Hieronder wordt per programma het resultaat over 2023 toegelicht. Toelichting resultaat Programma Gezondheid Het resultaat van de GGD is opgebouwd uit een negatief saldo van baten en lasten van € 986.000 waarbij er € 289.000 netto in mindering wordt gebracht op de bestemmingsreserves. Het gerealiseerd resultaat 2023 voor het programma Gezondheid komt hierdoor uit op € 697.000 negatief. Dit tekort van € 697.000 over 2022 wordt met name veroorzaakt door het effect dat de nieuwe Cao heeft veroorzaakt. In 2023 is er gerekend met een indexering van 4,5%, waar na het akkoord (halverwege 2023, met terugwerkende kracht naar januari) de werkelijke indexatie 8,2% is gebleken. Het totale financiële effect van dit akkoord is €854.000 negatief. Dit tekort is benoemd in de Zomerbrief met daarnaast nog een extra negatieve prognose van €0,1 mln. Dat heeft als gevolg gehad dat er bijgestuurd is om binnen de begroting (excl. Cao) te gaan werken. Als gevolg hiervan is het gerealiseerde resultaat exclusief Cao in lijn met de Winterbrief €0,15 mln positief. Het negatieve resultaat op de overhead bedraagt € 285.000 in 2023.
Dit wordt voor een deel veroorzaakt door een overschrijding in de kosten bedrijfsvoering als gevolg van personele kosten en inhuur. De eisen die worden gesteld aan het informatiebeheer en ICT hebben als gevolg dat er extra inzet gevergd wordt van de GGD. Hier is enerzijds geen formatie voor beschikbaar en bovendien zijn de functies zijn moeilijk te vervullen, wat als gevolg heeft dat er inhuur gepleegd dient te worden, wat kostenverhogend werkt. In 2024 zijn er extra middelen hiertoe beschikbaar gesteld. Het effect van het Cao-akkoord op de bedrijfsvoering is €140.000 negatief. De mutatie bestemmingsreserve bedraagt € 289.000, bestaande uit € 319.000 aan onttrekkingen en een dotatie van € 30.000 in 2023. De onttrekkingen 2023 aan de betreffende bestemmingsreserves, bestaat uit € 319.000 aan uitgaven voor het project aardbevingen. Daarnaast wordt er € 30.000 gedoteerd aan de bestemmingsreserve gezondheidsprofielen ter dekking van de kosten van het een keer in de vier jaar uitvoeren van de gezondheidsmonitor. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
76
De analyse van de resultaten 2023 per deelprogramma wordt toegelicht bij het betreffende deelprogramma. Toelichting resultaat programma RIGG Het financiële resultaat bedrijfsvoering RIGG 2023 van € 96.000 is € 246.000 hoger dan het begrote resultaat van € -/- 150.000. Er zijn diverse afwijkingen ten opzichte van de begroting. De belangrijkste positieve verschillen zijn: geen gemaakte projectkosten DB (€ 115.000), lagere personeelskosten door lagere personele inzet (schaarste) (€ 91.000 ), verwachte subsidie JENN voor 3Noord uitvoeringsagenda (€ 85.000) en een hogere opbrengst doorbelasting IT-kosten aan gemeenten en detachering personeel (€ 49.000). Daarentegen zijn de kosten voor externe inhuur circa € 101.000 hoger dan begroot, met name door het project 3Noord uitvoeringsagenda en het programma HSJ.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
77
5.3.
Toelichting deelprogramma’s Gezondheid (GGD)
Deelprogramma Gezond en veilig opgroeien
Primitieve Actuele Jaarrekening Afwijking Begroting Begroting Deelprogramma baten of lasten Programma- onderdeel Gezond en veilig opgroeien lasten Totaal lasten
2023 18.706
2023 18.974
2023 20.944
2023 1.970
Gezond en veilig opgroeien baten baten Gezond en veilig opgroeien baten
-13.530 -5.176 -18.706 0 0 0 0
-13.530 -5.443 -18.974 0 0 0 0
-13.530 -6.769 -20.299 645 0 0 645
0 -1.325 -1.325 645 0 0 645
Reserve-mutaties
Inwonersbijdrage Overige baten Totaal baten Gerealiseerd saldo baten en lasten Toevoeging Onttrekking Gerealiseerd resultaat
Toelichting De overschrijding van € 641.000 wordt met name veroorzaakt door hogere personeelskosten. Het Cao-akkoord 2023 levert op dit programma een nadeel op van ca. €435.000. Daarnaast is er extra inhuur a €130.000 gepleegd binnen het programma t.b.v. ziektevervanging en zwangerschapsvervanging. Als gevolg van de opzegging van pedagogische gezinsondersteuning is een voorziening gevormd om de lasten van de reorganisatie te dekken. Hier dient een extra dotatie aan gedaan te worden om ook in 2024 de lasten te kunnen dekken, als gevolg van een onvoorziene WW-uitkering. Dit levert een nadeel op van €35.000. Het digitaal kinddossier (MLCas) heeft €40.000 meerkosten opgeleverd als gevolg van herinrichting en extra ondersteunende pakketten.
Deelprogramma Gezondheid beschermen en bevorderen Primitieve Actuele Jaarrekening Afwijking Begroting Begroting Deelprogramma baten of lasten Programma- onderdeel Gezondheid beschermen en bevorderen lasten Totaal lasten
2023 9.882
2023 10.318
2023 20.510
2023 10.192
Gezondheid beschermen en bevorderen baten baten Gezondheid beschermen en bevorderen baten
-2.452 -7.430 -9.882 0 0 0 0
-2.452 -7.866 -10.318 0 0 0 0
-2.452 -18.028 -20.481 30 0 0 30
0 -10.162 -10.162 30 0 0 30
Reserve-mutaties
Inwonersbijdrage Overige baten Totaal baten Gerealiseerd saldo baten en lasten Toevoeging Onttrekking Gerealiseerd resultaat
Toelichting In het deelprogramma Gezondheid beschermen en bevorderen zit onder meer het product Infectieziektebestrijding (IZB). De meerkosten als gevolg van COVID worden apart verantwoord als subproduct van IZB en bedragen € 7,8 miljoen. Daarnaast is er vanaf 2023 een SPUK toegekend ter versterking van de IZB a €1,2 in 2023. Dit verklaart de enorme stijging van lasten en baten van dit GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
78
deelprogramma ten opzichte van de begroting. Beide benoemde onderdelen van het programma zijn neutraal voor het resultaat. Het resultaat van €31.000 positief ontstaat door enerzijds een tekort op personele lasten à €172.000 als gevolg van het Cao-effect. Dit wordt gecompenseerd door meeropbrengsten op Tuberculose als gevolg van extra inzet voor het COA à €100.000, bovendien is de Mobiel RöntgenUnit (MRU) volledig afgeschreven gedurende het jaar, met €50.000 als voordeel. Daarnaast zijn er extra inkomsten voor projecten op het gebied van Seksuele gezondheid à €50.000 Meerkostenregeling Corona Vanaf 2020 zijn de GGD’en geconfronteerd met extra kosten in verband met het bestrijden en beheersen van COVID-19. Op basis van de Wet publieke gezondheid (WPG) hebben GGD’en extra taken en opdrachten van de minister van VWS gekregen. De meerkosten worden door het ministerie van VWS direct vergoed aan de GGD’en. In de brief van 20 juli 2020 zijn de uitgangspunten voor deze meerkostenregeling uitgewerkt. De vergoeding van de meerkosten is ook van toepassing voor 2023 t/m juni. Vanaf juni 2023 is er een SPUK waaruit de kosten voor COVID gedekt dienen te worden. Deze bestaat uit twee onderdelen, namelijk de basis inzet à €1.907.000 en de campagne inzet à €1.559.000.
Kostenspecificatie Meerkosten
Realisatie jan-dec
Periode 1 jan - 1 jul BCO regulier
€ 297.749,26
Bemonstering regulier
€ 565.599,64 € 2.436.516,98
vaccinatie
€ 1.091.026,02
Totaal Overige Meerkosten Infectieziektebestrijding (IZB) Tuberculosebestrijding (TBC) Medische Milieukunde (MMK) Technische Hygiënezorg (THZ) / Toezicht Seksuele Gezondheid (inclusief SOA poli) Reizigerszorg Gezondheidsbevordering (GB) Algemene Gezondheidszorg (AGZ) Jeugdgezondheidszorg (JGZ), incl. Rijksvaccinatie Openbare GGZ / Sociaal medische advisering Veilig Thuis Forensische Zorg (For) Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Overig
€ 1.091.026,02
Ondersteuning periode 1 jul t/m 31 dec doorlopende verplichtingen Salarissen, transitievergoeding en WW Overige personele kosten Kosten Locaties Activa Overige meerkosten periode 1 jul t/m 31 dec doorlopende verplichtingen Kosten Icam Totaal Ontvangen voorschot Saldo voorschot - realisatie
€ €
€ 4.390.891,90 4.790.000,00 399.108,10
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
79
In totaal is over 2023 voor € 4,39 mln. aan meerkosten verantwoord. Per onderdeel wordt hieronder toegelicht wat de aard en omvang van deze ‘meerkosten’ zijn. Blok 1: Bron- en contactonderzoek (BCO) De werkelijke meerkosten voor de uitvoering van BCO bedragen € 0,3 mln. Dit gaat om inzet van personeel, ondersteunend personeel en facilitaire kosten. Het grootste deel betreft kosten van inhuur van uitzendkrachten. Blok 2: Bemonstering De werkelijke meerkosten voor de uitvoering van bemonstering bedragen € 0,6 mln. Dit gaat om inzet van personeel, kosten van de verschillen (test)locaties, ondersteunend personeel en facilitaire kosten. Blok 3: COVID-19 vaccinatie De werkelijke meerkosten voor de uitvoering van de COVID-19 vaccinaties bedragen € 2,4 mln. Dit gaat om inzet van personeel, kosten van de verschillende vaccinatielocaties, ondersteunend personeel en facilitaire kosten. Blok 4: Overige meerkosten Onder ‘Ondersteuning’ zijn de kosten van de ICT en specifieke meerkosten op het gebied van overheadfuncties opgenomen. Deze bedragen €1,1 mln. De bij VWS gedeclareerde meerkosten in verband met corona werken neutraal uit op de GGDexploitatie; er zijn geen meer- of minderkosten voor de gemeenten. Deelprogramma Adviseren over gezonde wijken, dorpen en steden
Primitieve Actuele Begroting Begroting Deelprogramma
baten of lastenProgramma- onderdeel
Adviseren over gezonde wijken, dorpen en steden
lasten
Adviseren over gezonde wijken, dorpen en steden Adviseren over gezonde wijken, dorpen en steden
Totaal lasten
baten
Inwonersbijdrage
baten
Overige baten
baten
Totaal baten Gerealiseerd saldo baten en lasten
Reserve-mutaties
Toevoeging Onttrekking Gerealiseerd resultaat
Jaarreke Afwijking ning
2023 2.365
2023 2.365
2023 2.290
2023 -75
-1.414 -481 -1.895 470 30 -500 0
-1.414 -482 -1.895 470 30 -500 0
-1.414 -912 -2.325 -35 30 -319 -324
0 -430 -430 -505 0 181 -324
Toelichting Het deelprogramma Adviseren over gezonde wijken, dorpen en steden heeft een positief resultaat van €324.000 na reservemutaties. De verklaring voor het positieve resultaat is dat er grote meeropbrengsten zijn in 2023 t.o.v. de begroting. Op epidemiologie zijn extra projectgelden geworven voor het onderzoek dat gedaan wordt, gecombineerd met een onverwachte UWV-uitkering levert dat een voordeel van ca. €135.000 op. Beleid en advies heeft inzet geleverd voor zowel de SPUK VIPP (intern) als voor de SPUK GALA van gemeenten (extern). De opbrengsten voor deze werkzaamheden waren niet begroot en leveren een voordeel van ca. €220.000 op. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
80
Het Cao-effect was op dit programma €52.000 negatief. Reservemutaties Aardbevingen Het programma voor aardbevingen wordt volledig gedekt uit de reserve Aardbevingen. Het resultaat van aardbevingen is €319.000 negatief. Dat is lager dan begroot en maakt dat er €319.000 onttrokken wordt uit de reserve, waar na onttrekking nog €353.000 in resteert. Gezondheidsprofielen Aan de reserve gezondheidsprofielen wordt volgens begroting €30.000 toegevoegd.
Deelprogramma Inspecteren en adviseren van locaties ter bevordering van de kwaliteit, veiligheid en hygiëne Primitieve Actuele Jaarrekening Afwijking Begroting Begroting Deelprogramma baten of lasten Programma- onderdeel Gezond en veilig opgroeien lasten Totaal lasten Gezond en veilig opgroeien baten baten Gezond en veilig opgroeien baten Reserve-mutaties
Inwonersbijdrage Overige baten Totaal baten Gerealiseerd saldo baten en lasten Toevoeging Onttrekking Gerealiseerd resultaat
2023 1.486
2023 1.486
2023 1.402
2023 -83
0 -1.486 -1.486 0 0 0 0
0 -1.486 -1.486 0 0 0 0
2 -1.343 -1.341 61 0 0 61
2 142 144 61 0 0 61
Toelichting Dit programma bestaat volledig uit het onderdeel Toezicht en Advies. Het resultaat is €61.000 negatief. De verklaring hiervoor ligt deels in het Cao-effect van ca. €30.000 op dit programma. Daarnaast heeft de afdeling niet de volledige omzet kunnen draaien als gevolg van uitval door ziekte en zwangerschap, met een resultaat €30.000 negatief als gevolg. Deelprogramma Overhead Primitieve Begroting Deelprogramma Overhead incidenteel
baten of lasten Programma- onderdeel lasten Totaal lasten
Overhead incidenteel
baten baten baten
Overhead incidenteel Reserve-mutaties
Inwonersbijdrage Overige baten Totaal baten Gerealiseerd saldo baten en lasten Toevoeging Onttrekking Gerealiseerd resultaat
2023
Actuele Jaarrekening Afwijking Begroting
176
2023 176
2023 376
2023 199
0 -176 -176 0 0 0 0
0 -176 -176 0 0 0 0
0 -90 -90 285 0 0 285
0 86 86 285 0 0 285
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
81
Toelichting De overschrijding op de overhead van de GGD Groningen volgt vrijwel volledig uit personele lasten. Daarbij zijn het Cao-effect à €140.000, de dotatie van de voorziening langdurig zieken à €130.000 de belangrijkste oorzaken van het tekort van €285.000 op de overhead.
5.4.
Toelichting deelprogramma RIGG
Wat heeft het gekost (bedragen * € 1.000)
Primitieve Actuele Jaarrekening Afwijking Begroting Begroting
Deelprogramma RIGG
baten of lasten Programma- onderdeel lasten Totaal lasten
RIGG
baten
Reserve-mutaties
Bijdrage gemeenschappelijke regeling Overige bijdragen Totaal baten Gerealiseerd saldo baten en lasten Toevoeging Onttrekking Gerealiseerd resultaat
2023 3.460
2023 3.460
2023 3.299
2023 -161
-3.310
-3.310
-3.310 150 150
-3.310 150 150
-3.271 -124 -3.395 -96 -96
39 -124 -85 -246 -246
Het financiële resultaat bedrijfsvoering RIGG 2023 van € 96.000 is € 246.000 hoger dan het begrote resultaat van € -/- 150.000. Er zijn diverse afwijkingen ten opzichte van de begroting. De belangrijkste positieve verschillen zijn: geen gemaakte projectkosten DB (€ 115.000), lagere personeelskosten door lagere personele inzet (schaarste) (€ 91.000 ), verwachte subsidie JENN voor 3Noord uitvoeringsagenda (€ 85.000) en een hogere opbrengst doorbelasting IT-kosten aan gemeenten en detachering personeel (€ 49.000). Daarentegen zijn de kosten voor externe inhuur circa € 101.000 hoger dan begroot, met name door het project 3Noord uitvoeringsagenda en het programma HSJ.
5.5.
Overzicht incidentele baten en lasten
De incidentele baten en lasten bestaan uit de meerkosten COVID en SPUK COVID. Deze zijn toegelicht onder het deelprogramma waar ze onder vallen. Regeling Meerkostenregeling SPUK Totaal
Baten (x1000) € 4.387 € 3.461 € 7.848
Lasten (x1000) € 4.387 € 3.461 € 7.848
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
82
6. BALANS
6.1.
Activa
Activa (* € 1.000)
GGD
31-12-2022 RIGG PG&Z
GGD
31-12-2023 RIGG PG&Z
Immateriële vaste activa kosten sluiten geldleningen kosten onderzoek en ontwikkeling Materiële vaste activa - investeringen met economisch nut - investeringen met maatschappelijk nut
162
162
116
116
162
116
74
100
4.298 4.298
30
122
405
4.328 4.298 0 527
Financiële vaste activa a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen 2. gemeenschappelijke regelingen 3. overige verbonden partijen b. leningen aan: 1. woningbouwcorporaties 2. deelnemingen 3. overige verbonden partijen c. overige langlopende leningen d. overige uitzettingen > 1 jaar e. bijdrage aan activa voor derden Totaal vaste activa Voorraden a. grond- en hulpstoffen 1. niet in exploitatie genomen bouwgrond 2. grond- en hulpstoffen b. onderhanden werk c. gereed product en handelsgoederen d. vooruitbetalingen Uitzettingen korter dan een jaar a. vorderingen op openbare lichamen b. Schatkistbankieren c. RC-verhoudingen met niet financiële instellingen d. overige vorderingen e. overige uitzettingen
162
0
74
0
116
100
3.753 7.898
6.578
53
181
10.331 7.898 0 234
Liquide middelen
74
32.566
32.640
245
27.508
27.753
Overlopende activa
166
5
171
9
0
9
Totaal vlottende activa
12.018
39.330
51.348
9.071
27.943
37.014
Totaal activa
12.180
39.330
51.510
9.187
27.943
37.130
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
83
6.2.
Passiva
Passiva (* € 1.000) Eigen vermogen algemene reserve bestemmingsreserves voor egalisatie tarieven overige bestemmingsreserves onverdeeld resultaat Voorzieningen Vaste schulden van langer dan een jaar a. obligatieleningen b. onderhandse leningen aan: 1. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeraars 2. binnenlandse banken en ov. financiële instellingen 3. binnenlandse bedrijven 4. openbare lichamen 5. overige binnenlandse sectoren 6. buitenlandse instellingen c. door derden belegde gelden d. waarborgsommen e. vooruitontvangen bedragen langer dan 1 jaar
GGD
31-12-2022 RIGG PG&Z
GGD
31-12-2023 RIGG PG&Z
1.284
798
2.082
1.127
979
2.106
1.164 -547
44 181
1.208 -366
774 -986
44 96
818 -890
655
655
708
708
100
100
0
0
Totaal vaste passiva
2.656
1.023
3.679
1.623
1.119
2.742
Netto vlottende schulden korter dan een jaar a. kasgeldleningen o/g b. bank- en girosaldi c. overige schulden
7.620
1.467
0 9.087
5.857
2.332
0 8.189
Overlopende passiva
1.904
36.840
38.744
1.707
24.492
26.199
Totaal vlottende passiva
9.524
38.307
47.831
7.564
26.824
34.388
Totaal passiva
12.180
39.330
51.510
9.187
27.943
37.130
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023
84
6.3.
Waarderingsgrondslagen
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het AB de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.
schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvinden; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume word geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Vennootschapsbelasting De PG&Z stelt zich op het standpunt dat zij geen ondernemingsactiviteiten heeft ontplooit en derhalve is geen fiscale positie uit hoofde van de vennootschapsbelasting opgenomen in de jaarrekening.
Balans Vaste activa Activa die bedoeld zijn om de uitoefening van de werkzaamheid van de gemeenschappelijke regeling duurzaam te dienen. Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen word op het saldo afgeschreven. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PUBLIEKE GEZONDHEID & ZORG | JAARVERSLAG & JAARREKENING 2023