05-02 conceptbeleidsplan Riool- en Waterzorg Programma 2024-2028
Tekst van het document
23
Principeschets van nevenriolering.
5.1.2 Planning van maatregelen///Moet dit in het plan? Lijkt mij meer voor in de bijlage/// De vervangings- en onderhoudsplanning voor de deze planperiode staan weergegeven in bijlage 5. Deze zijn bepaald op integraliteit en kwaliteit. De kosten ten gevolge van Nedmag zijn in paragraaf 4.2. benoemd. Gemalen, hoofdgemalen en randvoorzieningen worden twee keer per jaar gereinigd, geïnspecteerd (conform BRL) en onderhouden (klein onderhoud). De kleinere (druk)pompen één keer per jaar. Daarnaast vindt ook één keer per jaar een reinigingsronde plaats door onze eigen dienst. Aan de hand van die inspecties worden de logboeken bijgewerkt en in de beheermodule opgenomen. Aan de hand van de beheermodule worden de jaarlijkse maatregelenprogramma opgesteld en uitgevoerd. De kosten hiervoor zijn opgenomen in de exploitatie en investeringen. Inspectie, reiniging en verhelpen van gebreken aan gemalen (hoofd- en minigemalen) wordt uitbesteed. De eigen dienst verricht klein dagelijks onderhoud aan de gemalen. De gemalen draaien onder interactie en een hybride ontzorg contract qua inspecties en storingen bij Remondis. Jaarlijks wordt op praktische wijze een uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin het beleid en de strategie uit het watertakenplan worden vertaald naar jaarlijkse maatregelen.
Een zo nauwkeurig mogelijke bepaling van de levensduur van riolering is de basis voor ons maatregelenprogramma. Voordat hinder ontstaat, moet door reparatie, renovatie of vervanging zijn ingegrepen. Doel is om daar waar dat doelmatig is reparaties uit te voeren of te relinen in plaats van een riool te vervangen. Hiermee wordt de levensduur van de riolering verlengd en hoeft minder geïnvesteerd te worden. Deze planperiode wordt hier nader onderzoek naar gedaan. 5.1.3 Rioolreiniging Rioolbuizen worden gereinigd met water onder hoge druk, zodat achtergebleven slib kan worden verwijderd. De frequentie van het reinigen is 1x/10 jaar. Er wordt gekeken naar mogelijkheden en de effecten om alle kolken tweemaal te reinigen. Omdat we gaan onderzoeken of de levensduur verlengd kan worden snel gaan zal onderhoud, waaronder rioolreiniging, belangrijker worden. Naast reiniging met water wordt in rioolbuizen waar wortels ingroeien ook regulier gefreesd. In deze planperiode onderzoeken we de locaties en omstandigheden van wortelingroei, zodat we ook deze frequentie beter kunnen reguleren en planmatiger uitvoeren. Daarnaast gaan we onderzoeken of we snel vervuilende delen van het rioolstelsel frequenter kunnen reinigen, zodat andere delen mogelijk minder vaak hoeven.
24
5.1.4 Rioolinspectie Nieuwe riolering hoeft de eerste 30 jaar niet te worden geïnspecteerd. Riolering ouder dan 30 jaar wordt met een gemiddelde frequentie van 1x/10-15 jaar geïnspecteerd. Deze planperiode van het RWP maken we een inhaalslag voor inspectie, de budgetten hiervoor zijn hiervoor tijdelijk verhoogd. Aan het einde van deze planperiode hebben we het volledige stelsel geïnspecteerd. Inspectie van riolering combineren we meestal met het reinigen. Vanaf 2020 zijn we in Nederland visueel gaan inspecteren volgens de nieuwste Europese normen. In het kort betekent dit dat het classificeren van de inspecteur naar de beheerder is verschoven. De inspecteur neemt waar en registreert de waarnemingen in detail. Als beheerder ontvangen we na de inspectie gedetailleerde inspectieresultaten in RibX. De reden van deze verandering van de werkwijze is dat doordat de inspectieresultaten gedetailleerder zijn, er beter kan worden gefilterd. Zo krijgen we meer zicht op de conditie van de objecten én hoe die conditie zich ontwikkelt in de tijd. De beoordelingen worden geclassificeerd in de volgende 3 categorieën: • Afstroming: bijvoorbeeld door verstoppingen, wortelingroei, instekende inlaten. • Waterdichtheid: bijvoorbeeld door lekkage bij verbindingen of aansluitpunten. • Stabiliteit: zoals aantasting van de buis, scheurvorming.
5.1.5 Straatvegen Binnen de rioolheffing wordt een deel van de gemeentelijke veegkosten ondergebracht. Er wordt in onze gemeente circa 560 km geveegd/geborsteld. Straatvegen dient meerdere doelen; schoonhouden van de publieke ruimte, verkeersveiligheid, inzameling afvalstoffen en voorkomen van storingen en extra onderhoud in de riolering. Het argument bij het laatste punt is dat niet verwijderd straatvuil kan leiden tot storingen en extra kosten voor de riolering. Bladval kan tevens zorgen voor wateroverlast bij neerslag. Het vegen voorkomt dat er extra vuil in de kolken terechtkomt en daardoor zijn er minder verstoppingen en klachten.
5.2 Hemelwater Wateroverlast willen we natuurlijk het liefst voorkomen. Onder wateroverlast verstaan we situaties waarin water huizen, winkels en kantoren binnendringt, wegen onbegaanbaar worden, of wanneer het water op een andere manier aanzienlijke schade aanricht of voor gevaarlijke situaties zorgt. Bij extreme neerslag is wateroverlast helaas niet altijd te voorkomen. Als gemeente zetten we ons in om bij een bui met een hevigheid die maximaal eenmaal per twee jaar voorkomt, de hoeveelheid ‘water-op-straat’ tot een minimum te beperken. Deze norm sluit aan bij de landelijk gehanteerde norm. Bij bepaalde buien kan ‘water-op-straat’ voor komen. Hierbij onderscheiden we drie verschillende gradaties: hinder, ernstige hinder en overlast. Hinder: korte tijd (15 tot 30 minuten) beperkte hoeveelheden ‘water-op-straat’. Ernstige hinder: enige tijd (30 minuten tot twee uur) forse hoeveelheden ‘water op straat’, met ondergelopen tunnels en opdrijvende putdeksels. Overlast: langdurig (>2uur) en op grotere schaal ‘water-op-straat’, met water in winkels, woningen met materiële schade en mogelijk ook ernstige belemmering van het (economische) verkeer. Door klimaatverandering hebben we steeds vaker te maken met intensieve regenbuien en lange periodes van droogte. Als gemeente willen wij hier zo goed mogelijk mee omgaan.
Bovengrondse infrastructuur passen we daar aan waar het doelmatig is om wateroverlast als gevolg van ‘water-op-straat’ te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken. Daarnaast willen we bij herinrichting of nieuwe aanleg van riolering de norm verzwaren naar een zwaardere bui. Dat betekent dat voor nieuwe situaties het stelsel wordt berekend op een bui die in theorie eenmaal per 5 jaar voorkomt, in plaats van een bui die theoretisch eenmaal per 2 jaar voorkomt. In de klimaatstresstest (deze is in juni 2022 ter kennisname aan de raad gepresenteerd) zijn knelpunten in beeld gebracht bij neerslaggebeurtenissen die 1 keer per 100 jaar voorkomen. Bij ieder project wordt gewerkt aan het verbeteren van de robuustheid van het water- en rioolsysteem, met een integrale benadering.
25
Bij het aanpakken van overlast door water maken we gebruik van het principe ‘vasthouden – bergen – afvoeren’. We zetten daarbij in op het gebruik van de bovengrondse infrastructuur (verhardingen inclusief het groen) omdat dit de meeste garantie biedt bij hoosbuien. Dit houdt wel in dat er, naast meer intern overleg, meer overleg met de inwoners nodig is om ook daar hiervoor draagvlak te krijgen zodat zij bij het inrichten van de tuinen hiermee rekening gaan houden. Een andere aanpak is het afkoppelen van het hemelwater dat valt op verharde oppervlakten. Afkoppelen is geen doel op zich, maar een middel om een aantal doelstellingen te bereiken: 1. Verbetering van het functioneren van de riolering door: - vermindering van vuil water dat via de overstorten in de vijvers komt; - vermindering van water op straat. 2. Vermindering van het energieverbruik. 3. Vermindering van verdroging. 4. Betere doorspoeling van oppervlaktewatersystemen. 5. Verbeteren van het functioneren van de afvalwaterzuivering. Hierbij hebben we ook de hulp van de inwoners nodig. Door het stimuleren van het verwerken van hemelwater op eigen terrein, kunnen we gezamenlijk de klimaatverandering in relatie met droogte en wateroverlast het hoofd bieden. Via de samenwerking in de waterketen willen we dit doen door een communicatie campagne op te starten.
26
5.3 Grondwater (Grond)wateroverlast in bebouwd gebied kan vele oorzaken hebben. Het is niet altijd op voorhand duidelijk of het daadwerkelijk om grondwater gaat. Hemelwater dat niet snel genoeg kan infiltreren in de bodem door een ‘storende laag’ kan eveneens voor de nodige overlast zorgen. Als richtlijn voor het aanduiden van een te hoge grondwaterstand hanteren we de volgende richtlijnen: De afstand tussen onderkant vloer of maaiveld en grondwater is minder dan 40 cm. Een overschrijding van korte duur (enkele weken per jaar) wordt geaccepteerd. Voor tuinen hanteren we een richtlijn van minder dan 25 cm onder het maaiveld. Ook hier is een overschrijding van korte duur acceptabel. Detailinformatie over onder andere de grondwatersituatie, de bodemopbouw, de woning(en) en de wijze van bouwrijp maken zijn nodig om de oorzaak van de grondwateroverlast te achterhalen. Bij klachten m.b.t. regen- en grondwater zal, afhankelijk van de situatie, de gemeente de klacht zo snel en goed mogelijk afhandelen. Als blijkt dat ook de gemeente of andere instanties maatregelen moet nemen om de problemen op te lossen, zorgt de gemeente (mede) voor een oplossing. Zo nodig betrekt zij naast de betreffende burger daarbij de andere waterbeheerders (waterschap en provincie).
Bij een grondwaterprobleem wordt dus gezamenlijk naar een oplossing gezocht waarbij de eigenaar mogelijk (een deel van) de kosten van onderzoek of maatregelen voor zijn rekening moet nemen. Het regen- en grondwater moet op het perceel worden verwerkt als: Het perceel gelegen is aan oppervlaktewater. Dit geldt ook voor percelen die slechts van oppervlaktewater worden gescheiden door een pad of groenstrook. Indien de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ≥0,80 cm minus maaiveld is. Indien de grondwaterstand in extreme omstandigheden ≥ 0,40 cm minus bovenkant vloerpeil blijft. In alle overige gevallen mag het regen- en grondwater worden afgevoerd via het gemeentelijke gescheiden riool als blijkt dat er op eigen terrein geen andere mogelijkheden zijn voor de opvang en verwerking van het water. De gemeente zal, indien er extra berging in openbaar terrein gecreëerd moet worden, de kosten doorberekenen. Indien er (nog) geen gescheiden riool is aangelegd mag er slechts na toestemming van de gemeente en waterschap worden geloosd via het gemengde gemeentelijke riool. Bij een grondwaterprobleem wordt dus gezamenlijk naar een oplossing gezocht waarbij de eigenaar mogelijk (een deel van) de kosten van onderzoek of maatregelen voor zijn rekening moet nemen.
27
Klachten hierover worden geregistreerd en geanalyseerd. Indien uit deze gegevens blijkt dat actie gewenst is, zullen we daar op reageren. Ook hier zal gekozen worden om eerst te meten met peilbuizen, voordat maatregelen worden uitgevoerd. Er wordt gewerkt aan het grondwatermeetnet, zodat informatie over de grondwaterstanden beschikbaar is.
Grondwaterverantwoordelijkheden Bij grondwaterproblemen hebben alle betrokken partijen hun eigen verantwoordelijkheden: • De particulier is verantwoordelijk voor de goede staat van zijn eigendom. Hij zorgt voor bouwkundige of waterhuishoudkundige voorzieningen op zijn eigen terrein en voor zijn eigen woning (zoals een vochtdichte vloer). • De gemeente is het aanspreekpunt voor de burger. Zij behandelt eventuele klachten en zorgt voor een doelmatige aanpak van grondwaterproblemen. • Het waterschap zorgt voor de afvoer van eventueel door de gemeente ingezameld grondwater via het oppervlaktewater en beïnvloedt via het peil van het oppervlaktewater de grondwatersituatie. • De provincie en het waterschap zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor de onttrekking van grondwater. In de vergunning kunnen zij voorschriften voor de beëindiging van de onttrekking opnemen. • Geen enkele instantie is verantwoordelijk en dus aansprakelijk voor de grondwaterstand. De eigenaar van het gebouw of de grond heeft altijd de eerste verantwoordelijkheid. Alleen wanneer de gemeente door een ingreep of het nalaten daarvan schade heeft veroorzaakt, kan de eigenaar haar hiervoor aansprakelijk stellen. De gemeente heeft de regie Bij klachten over grondwater maakt de gemeente een analyse van oorzaken, gevolgen en mogelijke maatregelen.
De maatregelen bepaalt zij zo veel mogelijk in samenspraak met alle betrokken partijen. Waar nodig zorgt de gemeente voor transport van overtollig grondwater in het openbare gebied, wat zij kan bekostigen uit de rioolheffing. Sommige gemeenten stimuleren eigenaren de problemen aan te pakken door ze hulp, advies en soms subsidie in de vorm van een goedkope lening aan te bieden. De gemeente legt haar grondwaterbeleid vast in het gemeentelijk water- en rioleringsplan (GWRP). Bron: www.riool.info
28
Figuur: veelgebruikte termen grondwaterzorgplicht
5.4 Oppervlaktewater Oppervlaktewater omvat al het open water. Dit kunnen bijvoorbeeld vijvers, sloten of kanalen zijn. Oppervlaktewater kan verschillende functies hebben, zoals drinkwater, transport of recreatie. Voor de gemeentelijke watertaken is oppervlaktewater voornamelijk van belang om hemelwater te verwerken en het grondwaterpeil te reguleren. De watergangen zijn voorzieningen van het water- en rioolsysteem die als functie hebben overtollig regenwater en grondwater af te voeren. Om die reden worden onderhoudskosten aan de watergangen (maaien, onderhoud) voor een deel toegerekend aan de rioolheffing. Baggeren Het baggeren van watergangen wordt gedaan als doorstroming van de watergangen en/of de volksgezondheid in gevaar komt. Daarnaast wordt eventuele vervuiling vanuit de riooloverstorten en met regenwater mee gespoeld sediment te verwijderd. Ook deze planperiode worden deze werkzaamheden uitgevoerd.
5.5 Gegevensbeheer De basis van al het beheer en onderhoud ligt in het gegevensbeheer. Inzicht in het water- en rioleringssysteem kan alleen worden verkregen als het gegevensbeheer op orde is. Voor het gegevensbeheer wordt gebruik gemaakt van Obsurv. Het beheersysteem is volledig en up-to-date en wordt door de gemeente bijgehouden. Via het beheersysteem worden tevens de graafmeldingen ontsloten zoals vereist in de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION).
5.6 Onderzoek In onderstaand overzicht is weergegeven welke onderzoeken wij de komende planperiode gaan uitvoeren. Onderwerp
Periode 2024-2025
2026-2027
2028-verder
Grondwatermeetnet Onderzoek verlenging levensduur Branchestandaard gemeentelijke watertaken Opstellen communicatieprogramma Doorvertaling afvalwaterbeleid buitengebied Hemelwaterstructuurplannen Inhaalslag inspecties rioolsysteem Update Systeemoverzicht Stedelijk Water Onderzoek persleidingen Monitoringsysteem door ontwikkelen Opstellen RWP 2029 - 2033
5.7 Nieuwbouw In het voorgaande hoofdstuk zijn de (mogelijke) ontwikkelingen beschreven. Voor de aanleg van nieuwe riolering wordt geen geld gereserveerd, aangezien de eerste aanleg bekostigd wordt uit de grondexploitatie.
In de planfase van nieuwe ontwikkelingen overleggen we vroegtijdig met het waterschap in het kader van de “watertoets”, zodat het watersysteem en de afvalwaterketen optimaal ingericht worden. Daarnaast wordt bij voorgenomen nieuwbouw, of bij grootschalige werkzaamheden aan het riool, in of nabij grondwaterbeschermingsgebied vroegtijdig contact gelegd met Provincie Groningen en het waterschap. In nieuwbouwplannen wordt uitgegaan van het gescheiden houden van vuil en schoon water. Schoon regenwater wordt zoveel mogelijk teruggebracht in het lokale watersysteem door infiltratie of lozing op het oppervlaktewater. Daarnaast moet er in het plangebied voldoende berging aanwezig zijn om het aanbod van water nu en in de toekomst te kunnen verwerken. Het resultaat van de bovengenoemde uitgangspunten is dat het (afval-)watersysteem bij nieuwbouw duurzaam is aangelegd en geen negatieve effecten op de omgeving veroorzaakt.
Bron: IJsfontein/Stichting RIONED
29
5.8 Communicatie en p articipatie De Waterwet gaat uit van samenwerking en overleg. Samenwerking vormt de basis voor het bereiken van de doelstellingen. Daarnaast willen ook inwoners geholpen, geïnformeerd en betrokken worden over actuele situaties en werken die worden uitgevoerd. Ze verwachten van de gemeente dat zij open, transparant en integer is en daarover communiceert. Communicatie is hierbij maatwerk. Via de (riool)projecten betrekken we de bewoners bij het waterbeheer in hun omgeving. Bewoners, eigenaren en gebruikers benaderen we per project. Dit kan middels voorlichtingsavonden maar ook via werk- en klankbordgroepen. Daarnaast is het mogelijk om vraagstukken rond het waterbeheer onder de aandacht te brengen bij de gemeente en waterschappen. We maken deze planperiode een apart programma voor communicatie en willen flyers maken voor veelgestelde vragen. Daarnaast biedt Stichting Rioned diverse campagnes aan, waar je als gemeente bij aan kan sluiten of gebruik van kan maken. In het kader van de klimaatadaptatie zal ook actief worden gecommuniceerd met onze inwoners.
5.9 Samenwerken in d e waterketen De waterketen bestaat uit het geheel van watervoorziening, riolering en rioolwaterzuivering. Riolering is een taak van de gemeente, het zuiveren van afvalwater een taak van het waterschap(Hunze en Aa’s) de drinkwatervoorziening een taak van het Waterbedrijf Groningen. Om de waterketen qua kosten en milieurendement optimaal in te richten is samenwerking tussen gemeente, waterschap en waterbedrijf vereist. In Groningen en Noord-Drenthe werken gemeenten, waterschappen en waterbedrijven samen in de waterketen. De riolering, waterzuivering en drinkwatervoorziening stemmen we op elkaar af en taken voeren we gezamenlijk uit. Daarbij hebben we de volgende doelen afgesproken: • Kosten besparen door investeringen op elkaar af te stemmen en taken gezamenlijk uit te voeren. • Kwetsbaarheid verminderen door de uitvoering van taken gezamenlijk te borgen. • Kwaliteit verbeteren door gebruik te maken van elkaars kennis en ervaring. • Duurzaamheid en innovatie in de waterketen. Veelal genoemd als de 3 K's + D. Wij vormen samen met gemeenten Midden-Groningen, Pekela, Stadskanaal, Oldambt en Westerwolde, waterschap Hunze en Aa’s en het Waterbedrijf Groningen in het cluster: Groningen Oost. De regio Groningen en Noord Drenthe heeft in 2019 het waterakkoord voor de regio verlengd tot 2025.
De nadruk in dit akkoord ligt op het verminderen van de kwetsbaarheid en vergroten van de duurzaamheid.
30
6. ORGANISATIE In dit hoofdstuk komt aan de orde welke financiële middelen nodig zijn om de in dit plan gestelde doelen met de beschreven strategie te kunnen realiseren. Doelen, strategie en benodigde middelen zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. De heffing mag maximaal kostendekkend zijn.
6.1 Financiële middel en 6.1.1 Rioolheffing De basis voor de rioolheffing ligt in het volgende artikel van de Gemeentewet: Artikel 228a Gemeentewet 1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater; b. de inzameling en afvoer van afvloeiend hemelwater, de verwerking van het ingezamelde hemelwater én het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. 2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven.
6.1.2 Uitgangspunten Het maatregelenprogramma is bepaald. Door de inhaalslag van rioolinspecties kan dit nog wijzigen de komende jaren. Er wordt uitgegaan van een realistisch uitvoerbaar programma door de huidige personele bezetting. Bij vervangingspieken in de toekomst moet hier ook rekening mee worden gehouden. Voor de strategie (zoals beschreven in hoofdstuk 5) is een kostendekkende rioolheffing berekend over de periode van voor 2024 (op basis van het huidige prijspeil). Jaarlijks wordt een herberekening gedaan van de kostendekkende rioolheffing. Zowel de baten (tarief rioolheffing vermenigvuldigd met het aantal heffingseenheden) als een overzicht van alle lasten zijn in het berekeningsmodel gebracht. Met het aantal aansluitingen en de huidige heffingsmethodiek wordt het 100% kostendekkende tarief berekend. Jaarlijks wordt de hoogte van de rioolheffing vastgesteld in de verordening op de heffing en invordering van rioolheffing.
Ontwikkeling rioolheffing landelijk De gemeente betaalt haar taken voor afval-, hemel- en grondwater grotendeels uit de rioolheffing. De opbrengsten van de rioolheffing mag zij alleen aan deze watertaken besteden. In 2022 bedragen de rioleringskosten voor heel Nederland circa € 1,8 miljard. De gemiddelde rioolheffing voor een meerpersoonshuishouden is ruim € 200. Keuzes in financiering van de investeringen bepalen de hoogte van de heffing op de korte én lange termijn. (bron: Stichting Rioned, Coelo).
31
6.1.3 Vergelijking andere gemeenten In onderstaande grafiek weergegeven hoe de tarieven van rioolheffing zijn in de samenwerkingsregio Groningen en Noord Drenthe.
RIOOLHEFFING 2023 REGIO € 300 € 250 € 200 € 150 € 100 € 50 €0
6.1.4 Verloop rioolheffing De opbouw van de rioolheffing betreft de volgende onderdelen: • BTW • Overhead • Riolen algemeen • Personele lasten • Groot onderhoud • Klein onderhoud • Gemalen, IBA’s, drukriolering • Kolkenzuiger • Schonen oppervlaktewater • Kwijtschelding • Veegkosten
32
Het verloop van de rioolheffing van gemeente Veendam is weergegeven in onderstaande grafiek.
De rioolheffing zal naar verwachting door vervangingsopgaven verder stijgen. |de rioolheffing wordt jaarlijks door de Gemeenteraad vastgesteld.
29
6.2 Personele middelen Voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken is een professionele organisatie nodig. Deze organisatie moet voldoende robuust zijn en over voldoende kwaliteit beschikken om de uitvoering van de watertaken efficiënt en doelmatig uit te voeren. De organisatie moet in staat zijn om de doelen zoals geformuleerd in dit RWP naar behoren uit te voeren. In de samenwerkingsregio wordt een onderzoek uitgevoerd naar de personele capaciteit aan de hand van een methodiek die is ontwikkeld door Stichting Rioned. Indien blijkt dat de uitkomsten van dit onderzoek aanleiding geven tot wijzigingen, dan wordt de gemeenteraad hierover apart geïnformeerd.
.
7. TOT SLOT In dit hoofdstuk leest u de belangrijkste conclusies uit dit RWP en het voorstel van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad.
7.1 Conclusies Er liggen grote opgaven voor de gemeente op het gebied van water, riolering en klimaatadaptatie. Vooral om dit samen te laten komen met andere opgaven in een integraal investeringsprogramma. De focus komt nu meer te liggen bij het klimaatrobuust maken van ons water- en rioolsysteem, duurzaam investeren, beheer & onderhoud en het vergroten van het waterbewustzijn bij onze inwoners. Communicatie wordt steeds belangrijker. De rioolheffing moet in 2024 stijgen om 100% kostendekkend te zijn. De komende jaren is de verwachting dat het tarief verder stijgt door toenemende lasten voornamelijk in groot onderhoud.
7.2 Besluit In mei 2023 is het Riool- en Waterzorgprogramma vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Veendam.
29
BIJLAGEN
.
Bron: IJsfontein/Stichting RIONED
31
1 RWP Veendam in het kort
Wet en doelstellingen
Wat doet de gemeente?
Wat kunt u doen?
Afvalwater
Afvalwater
Afvalwater
•
•
• •
•
Afvalwater (vuil water) vanuit woningen en bedrijven inzamelen en transporteren naar de zuivering. Deze wettelijke taak voor de gemeente is bedoeld om de volksgezondheid te beschermen. Riolering biedt comfort en voorkomt veel stankoverlast in bebouwd gebied. Het waterschap heeft aansluitend de wettelijke taak voor zuivering van het afvalwater. Het drinkwaterbedrijf zorgt voor de levering van water in huis.
Hemelwater •
•
• •
Hemelwater (regen) inzamelen en verwerken voor zover de eigenaar het niet redelijkerwijs zelf kan hergebruiken of infiltreren in de bodem of lozen op oppervlaktewater. Deze wettelijke taak voor de gemeente is bedoeld om de bewoonbaarheid te bevorderen. Wateroverlast in bebouwd gebied wordt tot een minimum beperkt. Hemelwater is in principe schoon en hoeft niet te worden gezuiverd. Het waterschap heeft aansluitend de wettelijke taak voor beheer van het oppervlaktewater (kwantiteit en kwaliteit).
Grondwater •
•
•
Maatregelen in openbaar gemeentelijk gebied overwegen om structurele grondwateroverlast te beperken. Deze wettelijke taak voor de gemeente is bedoeld om bewoonbaarheid te bevorderen. Het waterschap en de provincie hebben aansluitende wettelijke taken op het gebied van grondwater.
• •
•
Afvalwater wordt door de gemeente ingezameld met riolering. Het rioolstelsel bestaat uit honderden kilometers rioolbuizen en vele rioolgemalen. Deze riolering wordt door de gemeente beheerd en onderhouden. Op bepaalde momenten wordt met camera’s en andere technieken gekeken naar de staat van de objecten en worden maatregelen genomen om alles op lange termijn in stand te houden.
Hemelwater •
• •
•
•
•
•
Loos alleen het afvalwater waarvoor de riolering is bedoeld, vanuit toilet, badkamer en keuken, zonder doekjes, verband, vet, olie, verf, zand, medicijnresten en dergelijke. Het riool en de pompen raken verstopt als u wel doekjes, verband, olie, vet, zand of cement loost, waardoor storingen optreden en de kosten voor iedereen oplopen. Lees de spelregels als er een verstopping is in de riolering bij uw woning.
Hemelwater
Hemelwater wordt in veel buurten door de gemeente ingezameld met riolering, wadi’s, goten, kolken en dergelijke voorzieningen. Het is een omvangrijk systeem dat door de gemeente wordt beheerd en onderhouden. De gemeente beoordeelt de staat van de objecten en neemt maatregelen om alles op lange termijn in stand te houden De klimaatverandering leidt tot zwaardere buien en meer wateroverlast. De gemeente neemt maatregelen in de openbare ruimte om de gevolgen te beperken en vraagt om uw medewerking.
Grondwater •
•
•
•
•
•
Probeer het hemelwater nuttig te gebruiken in uw woning en uw tuin. Een regenton is de eerste stap die u kunt zetten. Kijk of uw perceel geschikt is om het hemelwater na een bui vast te houden in lage delen van uw tuin en te infiltreren in de bodem. Kies voor meer groen in uw tuin en minder verharding. Bij zware buien stroomt het hemelwater anders vanaf uw verharding naar de openbare ruimte en veroorzaakt extra wateroverlast. Als u hemelwater loost vanaf uw perceel, doe dat dan op de manier die de gemeente voorschrijft voor uw buurt of straat.
Grondwater
Grondwaterstanden worden door de gemeente gemeten en beoordeeld. Indien nodig neemt de gemeente maatregelen in de openbare ruimte, zoals drainage, en zorgt voor beheer en onderhoud.
• • •
•
32
Zorg voor ventilatie in uw woning om vochtoverlast te voorkomen. Zorg dat uw kelder waterdicht is. Lees de beleidsregels voor vocht- of grondwateroverlast als u last heeft van vocht of grondwater. Zorg bij houten fundering van uw woning dat deze in goede conditie blijft.
Wat kost dat? •
•
•
•
•
•
•
Riolering kost geld. Denk aan de eerste aanleg, maar ook aan het dagelijkse beheer en onderhoud en aan het vervangen van versleten onderdelen. Riolering is er voor ons allemaal en wordt mede mogelijk gemaakt door ons allemaal. Het is een collectieve voorziening die wordt bekostigd vanuit de rioolheffing. Burgers en bedrijven krijgen de rioolheffing opgelegd door de gemeente en dienen deze te betalen. Het is geen abonnement of collecte, maar een verplichte belasting. Als u de rioolheffing niet kunt betalen, kijk dan of u in aanmerking komt voor kwijtschelding. De opbrengst van de rioolheffing wordt alleen gebruikt voor de riolering. Het is wettelijk niet toegestaan er andere zaken mee te bekostigen. De rioolheffing wordt in onze gemeente opgelegd aan de gebruiker en eigenaar van een perceel. De gemeenteraad beslist jaarlijks over de hoogte van de rioolheffing.
2.Wet- en regelgeving Bron: Rijksoverheid (oa Helpdeskwater) en Stichting Rioned Op 1 januari 2024 wordt (naar verwachting) de Omgevingswet (Ow) van kracht. Deze nieuwe wet integreert de vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. De Omgevingswet omvat de belangrijkste delen van het omgevingsrecht, zowel procedureel als materieel. Dit nieuwe stelsel moet leiden tot: meer inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en gebruiksgemak binnen het omgevingsrecht; snellere en verbeterde besluitvormingsprocessen; integratie van plannen en toetsingskaders; een grotere bestuurlijke afwegingsruimte. Doelen van de wet De Omgevingswet heeft twee doelen: Beschermen: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Benutten: de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Onderliggende regelgeving (AMvB's) De regels uit de Omgevingswet zijn verder uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): Het Omgevingsbesluit (Ob): dit besluit geeft antwoord op de vraag welke procedurele regels gelden en – in aanvullling op de Omgevingswet – wie het bevoegd gezag is om op een aanvraag te beslissen en te handhaven.
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): hierin staan algemene regels die erop zijn gericht om nationale doelstellingen te behalen en te voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl richt zich (alleen) tot overheden. Het bevat instructieregels (bijvoorbeeld voor het beheer van het openbaar vuilwaterriool) en omgevingswaarden. Omgevingswaarden zijn normen die de gewenste staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving vastleggen. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): dit besluit bevat de algemene (rijks)regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit zijn onder andere de regels voor lozingen in bodem, riolering en oppervlaktewater. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): deze regels gelden (alleen) voor burgers en bedrijven. Denk aan regels voor veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Invoeringswet, Invoeringsbesluit (met bruidsschat) en aanvullingswetten De Omgevingswet is al op 26 april 2016 gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2016, 156), maar wordt nog gewijzigd en aangevuld met de Invoeringswet en meerdere aanvullingswetten: De Invoeringswet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelen de overgang van het bestaande stelsel naar het nieuwe stelsel.
Onderdeel hiervan zijn de regels die van het Rijk naar gemeenten en waterschappen overgaan (de bruidsschat, zie ook hieronder).
.
De Aanvullingswet bodem bevat regels om de bodemkwaliteit (inclusief het grondwater) te beschermen. De Aanvullingswet natuur regelt de overgang van de Wet natuurbescherming naar de Omgevingswet. De Aanvullingswet grondeigendom integreert de instrumenten voor het grondbeleid (zoals onteigening, kostenverhaal en voorkeursrecht) in de Omgevingswet en introduceert het nieuwe instrument stedelijke kavelruil. De Aanvullingswet geluid. Decentralisatie en bruidsschat Een belangrijk onderdeel van het nieuwe stelsel is decentralisatie. Dit houdt in dat bepaalde onderwerpen die het Rijk nu nog centraal regelt, onder de Omgevingswet worden overgelaten aan de gemeente of een andere decentrale overheid, zoals het waterschap. Dat geldt bijvoorbeeld voor de lozingsregels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Om te voorkomen dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet een situatie ontstaat zonder regels voor lozingen, gaan deze regels van rechtswege over naar decentrale overheden. Dit is de zogenoemde bruidsschat. Het stelsel van de Omgevingswet De Omgevingswet harmoniseert de instrumenten van de verschillende wetten die in de Omgevingswet opgaan. Daarbij maakt het stelsel onderscheid tussen kerninstrumenten en overige instrumenten.
Met de kerninstrumenten is een groot deel van het omgevingsrecht vorm te geven. De kerninstrumenten zijn: Omgevingsvisies voor Rijk, provincie en gemeenten Programma's Decentrale regelgeving: Omgevingsplan (gemeente) Waterschapsverordening Omgevingsverordening (provincie) Algemene rijksregels Omgevingsvergunning en omgevingsvergunning water Projectbesluit De zes kerninstrumenten passen in de beleidscyclus van de Omgevingswet. De beleidscyclus start bij de omgevingsvisies, waarin gemeenten, provincies en Rijk elk hun ambities voor de gewenste kwaliteit van de leefomgeving beschrijven. Deze beleidswensen worden vertaald in doelen voor de fysieke leefomgeving. Om de doelen te realiseren, maakt het bestuur vervolgens programma’s. Activiteiten van burgers en bedrijven worden gereguleerd via algemene regels en omgevingsvergunningen. De algemene regels en vergunningplichten van het Rijk staan in AMvB’s (zie hierboven bij 'Onderliggende regelgeving'). Algemene regels en vergunningplichten van gemeenten, waterschappen en provincies staan in de decentrale regelgeving. Dit zijn het omgevingsplan (gemeente), de waterschapsverordening (waterschap) en de omgevingsverordening (provincie). Als de overheid zelf een groot project wil uitvoeren, dan stelt het daarvoor een projectbesluit vast. Via monitoring wordt nagegaan of de doelen bereikt worden.
Zo niet, dan leidt dat tot aanpassing van de doelen of tot aanvullende programma’s of regels. De beleidscyclus is dan rond. Omgevingsvisies Een omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie waarin de hoofdlijnen zijn opgenomen van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving (afd. 3.1 Ow). Gemeenten, provincies en Rijk moeten een eigen omgevingsvisie opstellen, waaraan ze ook zijn gebonden.
41
De integrale omgevingsvisie bevat onder meer een beschrijving van de samenhang tussen boven- en ondergrond, grondwaterkwantiteit en -kwaliteit, grondwater- en oppervlaktewatersysteem en de maatschappelijke opgaven en de rol van de diverse overheden hierin. Daarnaast moet erin staan hoe het toekomstige beheer van het grond- en oppervlaktewater en de bodem eruitziet. Bij het vaststellen van de omgevingsvisie moeten de overheden rekening houden met een aantal beginselen, zoals het voorzorgsbeginsel, het preventiebeginsel en het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden. Ook moet de omgevingsvisie aangeven hoe bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken (motiveringsplicht, art. 10.7 Ob). Programma's Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen maken hun omgevingsvisies operationeel in programma's (afd. 3.2 Ow). In de programma’s werken zij het beleid uit voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer of de bescherming van de fysieke leefomgeving en nemen zij maatregelen op om aan omgevingswaarden te voldoen of om andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Programma’s binden alleen het vaststellende bestuursorgaan zelf en kennen dus geen hiërarchie en geen doorwerking in juridische zin, die het omgevingsplan en de verordeningen wel kennen.
Gemeenten kunnen ervoor kiezen om een programma stedelijk waterbeheer op te stellen, dat het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) vervangt (zie ook hieronder bij 'Het GRP en de Omgevingswet'). Bij het vaststellen van het programma moet het bestuursorgaan aangeven hoe invulling is gegeven aan publieksparticipatie. Net als bij de omgevingsvisie geldt hiervoor een motiveringsplicht (art. 10.8 en 10.9 Ob). Bekijk het webinar Programma Water en riolering Decentrale regelgeving Gemeenten, waterschappen en provincies moeten in principe de regels voor de fysieke leefomgeving bijeenbrengen in één regeling. Voor de gemeente is dit het omgevingsplan, voor het waterschap de waterschapsverordening en voor de provincie de omgevingsverordening. Omgevingsplan (gemeente) Het omgevingsplan bevat voor de gehele gemeente de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de regels die hierbij nodig zijn (art. 4.2 Ow). Ook kan de gemeente omgevingswaarden (art. 2.11 Ow) of maatwerkregels (art. 4.6 Ow) opnemen, mits de algemene rijksregels of de omgevingsverordening van de provincie daarvoor ruimte bieden. Bekijk het webinar Omgevingsplan Omgevingsverordening (provincie) De omgevingsverordening bevat regels voor activiteiten en andere soorten regels: Regels die gericht zijn tot burgers en bedrijven, zoals algemene regels en een vergunningstelsel.
In de omgevingsverordening kunnen regels voor activiteiten staan met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, maar alleen als het niet doelmatig of doeltreffend is om die regels via instructieregels in het omgevingsplan van de gemeente te zetten. Regels die gericht zijn op het uitvoerende bestuur (Gedeputeerde Staten), zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor vergunningaanvragen. Instructieregels voor gemeenten en waterschappen om taken en bevoegdheden uit te oefenen die aan de provincie zijn toebedeeld. Zoals het beschermen van de grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden. Waterschapsverordening (waterschap) De waterschapsverordening reguleert activiteiten met gevolgen voor het watersysteem en voor de zuiveringstechnische werken (rwzi’s) in beheer bij het waterschap. Het peilbesluit en de legger blijven naast deze verordening bestaan. Wel moet het waterschap de zogenoemde beperkingengebieden – concreet: de waterstaatswerken en de hierbij behorende beschermingszones – in de waterschapsverordening aanwijzen en niet (zoals nu gebeurt) in de legger. Deze regels binden immers de burger.
42
Het GRP en de Omgevingswet Tot 2024 is de gemeente verplicht een gemeentelijk rioleringsplan (GRP, artikel 4.22 Wm) op te stellen, vanwege het behalen van doelen uit het Bestuursakkoord Water.1 Met de komst van de nieuwe Omgevingswet in 2024 vervalt deze verplichting, maar de gemeente mág natuurlijk wel een GRP opstellen. Het GRP is om verschillende redenen belangrijk, niet alleen voor gemeenten, maar ook voor andere overheden, burgers en bedrijven. Hierin beschrijft de gemeente immers hoe zij haar zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater invult. Het GRP stimuleert de gemeente om het rioolstelsel op orde te houden en maakt aan burgers en bedrijven inzichtelijk wat zij op dit gebied van de gemeente kunnen verwachten. Ook bevordert het GRP een goede beleidsafstemming tussen gemeenten en waterschappen en maakt het de besteding van de rioolheffing transparant. In het nieuwe stelsel van de Omgevingswet neemt de gemeente haar beleid voor stedelijk waterbeheer op in haar omgevingsvisie. De maatregelen, zoals rioolvervangingsprojecten, komen in het programma stedelijk waterbeheer. Als de gemeente maatregelen uit dit programma niet uitvoert, kunnen andere bestuursorganen haar hierop aanspreken in het kader van interbestuurlijk toezicht.
43
3.Wie doet wat?
Grondwater Oorzaken van grondwaterproblemen liggen vaak op meerdere terreinen. Vaak hebben ze iets te maken met waterbeheer, ruimtelijke ordening, stedelijke inrichting én aanleg en onderhoud van bebouwing en stukken grond (percelen). Dat geldt ook voor de oplossingen. Daarom moet de grondeigenaar samen met alle overheden naar een oplossing zoeken. Dus met Rijk, provincie, gemeente én waterschap. In grote lijnen zijn hun rollen als volgt verdeeld:
Eigenaren In Nederland bent u in principe zelf verantwoordelijk voor water op uw grond en onder uw huis. Dus ook voor grondwater, zoals vocht in huis. Dit kan ontstaan als het grondwater te hoog staat en uw huis aan de onderkant niet volgens de bouwregels waterdicht is. Dan kunt uw uw huis alsnog waterdicht (laten) maken.
De gemeente De gemeente heeft een centrale rol. Zij is uw aanspreekpunt. De gemeente richt tenslotte de (openbare) ruimte in en beheert die. Ze verleent bouwvergunningen en houdt toezicht bij (bouw)activiteiten.
Waterschappen Waterschappen houden zich niet direct bezig met grondwaterbeheer. Toch hebben ze een belangrijke rol. Zij zorgen namelijk voor de juiste hoogten van het oppervlaktewater. Een hoger waterpeil in sloten en boezems leidt tot een hogere grondwaterstand.
Provincies De provincie verleent vergunningen voor boorputten en grondwateronttrekkingen. Daarnaast bemiddelt zij vaak bij het oplossen van grote grondwaterproblemen. Bijvoorbeeld om alle partijen aan tafel te krijgen. Vooral wanneer (het stoppen van) grondwaterwinningen een rol spelen (speelt) bij het grondwaterprobleem.
Rijk Het Rijk bepaalt de hoofdlijnen van het landelijke beleid voor waterbeheer.
44
Is uw riool verstopt? Als de huisaansluiting tot aan de erfafscheiding van u is en onder de stoep en de weg van de gemeente, kunt u de gemeente beschouwen als een buurman waar u niet zo maar aan de slag gaat. Neem contact op met uw gemeente wie wat doet en wat betaalt! Bel de gemeente of kijk op de website voor de regels van uw gemeente bij verstoppingen van huisaansluitingen. Bron: www.riool.info
Gemeenten gaan verschillend met het oplossen van verstoppingen om. In gemeente Veendam geldt het volgende beleid: Rioolverstopping In geval van een rioolverstopping is het belangrijk om te weten of de verstopping de verantwoordelijkheid is van uzelf of van de gemeente. Daar komt u achter door het erfscheidingsputje op te graven. Als u niet weet waar dat putje ligt, kunt u contact opnemen met de gemeente. Het putje bevindt zich meestal 50 cm binnen de perceelsgrens.
Water in het erfscheidingsputje Als het putje vol water staat kunt dit melden bij de gemeente. De gemeente zal de verstopping dan verhelpen. Als blijkt dat de verstopping in het gemeentelijk riool veroorzaakt is door onjuist gebruik van het particulier riool, dan zullen de kosten voor rekening van de veroorzaker komen. Laat u werkzaamheden door derden uitvoeren, dan zijn de kosten altijd voor uw eigen rekening.
Geen water in het erfscheidingsputje Staat er geen water in het putje, dan zit de verstopping in het gedeelte op uw eigen perceel. U kunt de verstopping dan zelf verhelpen of een bedrijf inschakelen. Meer informatie staat op de website van de gemeente.
45
4.Functionele eisen en maatstaven
1.1
1.2 1.3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3.1
3.2 3.3
3.4 3.5
Maatstaven Functionele eisen Doel 1: Inzameling en transport van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater Alle percelen binnen het gemeentelijk gebied, waar Alle percelen voorzien van een aansluiting op de riolering, stedelijk afvalwater vrijkomt, moeten van een uitgezonderd in situaties waar lokale behandeling van het rioolaansluiting zijn voorzien, uitgezonderd in situaties afvalwater doelmatiger is. waar lokale behandeling doelmatiger is. Er dienen geen ongewenst lozingen op de riolering plaats Geen overtredingen van de lozingsvoorwaarden in de Wm te vinden. of APV. De objecten moeten in goede staat zijn. De toestand van de objecten vormt geen bedreiging voor de functie of omgeving.
Meetmethoden Registratie van percelen, die nog niet zijn aangesloten op de riolering en geen eigen zuivering hebben. Controle, handhaving, registratie (door gemeente). Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399-2004. Beoordeling volgens NEN 3398.
Doel 2: Inzameling en verwerking van het hemelwater dat niet mag of niet kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding Zo min mogelijk hemelwater op de riolering. Hoeveelheid afgekoppeld oppervlak. Registratie van percelen welke afgekoppeld zijn van de riolering. De instroming in riolen via kolken moet ongehinderd Plasvorming bij kolken zodanig beperken, dat de Waarnemingen, klachten. plaatsvinden. verkeersveiligheid niet in het geding komt. Ingezameld hemelwater dient op adequate wijze Kwaliteit van ingezameld hemelwater in relatie tot Periodieke waterkwaliteitsmetingen (waterschap). verwerkt te worden. ontvangend oppervlaktewater. De objecten moeten in goede staat zijn. De toestand van de objecten vormt geen bedreiging voor Visuele inspectie met classificatie volgens NEN-EN de functie of omgeving.. 13508-2.????? Er mag geen drainage- of oppervlaktewater via de DWAHoeveelheid afgevoerd drainage- of oppervlaktewater. Waarneming en berekening afvoerdebiet bij of gemengde riolering worden afgevoerd. droogweeromstandigheden. Doel 3: Transport van het ingezamelde water naar een daarvoor bestemd lozingspunt De afvoercapaciteit moet op alle plaatsen voldoende zijn Optimaal stelselontwerp volgens Leidraad Riolering, deel B om bij droog weer het aanbod van afvalwater te “ontwerpgrondslagen”. verwerken.
Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de Geen verloren berging en beperking verblijftijd afvalwater RWZI te bereiken. in stelsel. De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om het aanbod Gemiddeld (maximaal) 1 keer per 2 jaar water-op-straat van afvalwater bij hevige neerslag te kunnen verwerken. (theoretisch, bui 07 of 08 Leidraad Riolering). Voor nieuwe stelsels geldt maximaal 1 keer per 5 jaar water-op-straat (theoretisch, bui 09 Leidraad Riolering). De afstroming dient gewaarborgd te zijn. De afvoercapaciteit van de riolering is afgestemd op het stelseltype.
Verblijftijd maximaal 24 uur. 1. Geen hemelwater op drukriolering 2. Geen vuilwater op hemelwaterriolering
46
Registratie draaiuren.
Hydraulische berekening. Hydraulische berekening conform Leidraad C2100 bij een gebeurtenis met een herhalingstijd van T=2, voor nieuwe stelsels geldt een herhalingstijd van T=5. Hydraulische berekening. Waarneming Waarneming
4.1
4.2 4.3
4.4 4.5
5.1 5.2 5.3 5.4
5.5
6.1
6.2
Functionele eisen Maatstaven Doel 4: Voorkomen van ongewenste emissies naar bodem, grond- en oppervlaktewater Riolen en andere objecten dienen in hoge mate Stromende lekkages van grondwater in objecten komen waterdicht te zijn. niet voor. Het lekverlies mag niet te groot zijn. De vervuilingstoestand in de riolering dient acceptabel te Slechts beperkte aanwezigheid van ingrijpmaatstaven voor zijn. afstroming. De vuiluitworp door overstorten op bodem, grond- en De vuiluitworp mag de doelstelling voor de kwaliteit van oppervlaktewater dient beperkt te zijn. bodem, grondwater en oppervlaktewater niet in gevaar brengen. Overstortingen mogen niet leiden tot inundaties. Voldoende afvoercapaciteit oppervlaktewater. De vuiluitworp door hemelwaterlozingen op bodem, De vuiluitworp mag de doelstelling voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater dient beperkt te zijn. bodem, grondwater en oppervlaktewater niet in gevaar brengen. Doel 5: Overlast (in brede zin van het woord) voor de omgeving door de inzameling en transport wordt voorkomen De bedrijfszekerheid van gemalen en andere objecten Het aantal storingen per bemalingsgebied dient beperkt te dient in hoge mate gewaarborgd te zijn. zijn. De stabiliteit van de riolen dient zodanig gewaarborgd te De toestand van de objecten vormt geen bedreiging voor zijn dat instortingen niet voorkomen. de functie of omgeving.
De riolering dient zonodig te worden be- en ontlucht dat Het aantal klachten per jaar dient beperkt te zijn. overlast door stank wordt voorkomen. Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient Afstemming met andere overheden, diensten en beperkt te zijn. nutsbedrijven. Bereikbaarheid percelen zoveel mogelijk handhaven. Voorkomen van versnelde afvoer van schoon Voldoen aan de trits ‘vasthouden, bergen en afvoeren’. hemelwater. Bij uitbreidingsplannen maximale afvoer conform landelijke afvoer.
Meetmethoden Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399-2004. Beoordeling volgens NEN 3398. Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399-2004. Beoordeling volgens NEN 3398. Landelijke ijkpunten voor stoffen in watersystemen (KRW). Hydraulische berekening ontvangend water. Landelijke ijkpunten voor stoffen in watersystemen (KRW).
Waarnemen en registratie van klachten. Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399-2004. Beoordeling volgens NEN 3398. Waarnemen en registratie van klachten. Toetsen aan procedures voor afstemming.
Beoordelen waterhuishoudkundige plannen.
Doel 6: Zorgen dat voor zover mogelijk het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert door afname van overtollig grondwater. Belemmering van de functie van publiek gebied mag niet Geen structurele vernatting of verdroging van publiek Waarnemen en registratie van klachten. voorkomen als gevolg van te hoge of te lage gebied. grondwaterstanden. Overtollig grondwater moet kunnen worden afgevoerd Aanwezige grondwaterdrainage moet kunnen worden Registratie van aansluitingen. door het hemelwaterriool. aangesloten op het RWA.
47
7.1 7.2
7.3
7.4
Functionele eisen Doel 7: doelmatig rioleringsbeheer Het rioleringsbeheer dient zo goed mogelijk te worden afgestemd met andere gemeentelijke (beheer)taken. De gebruikers van de riolering dienen bekend te zijn en ongewenste lozingen moeten worden voorkomen.
Inzicht in de kosten op lange termijn.
Er dient voldoende inzicht te bestaan in het functioneren van de riolering en de toestand van de objecten.
Maatstaven
Meetmethoden
In relevante documenten de samenhang aangeven.
Waarneming en toetsing op documenten op aanwezigheid samenhang. Tenminste 1x/jaar controle en actualiseren bestand. Registratie van controles en handhaving conform vergunningsvoorwaarden. Signaleren tijdens visuele inspecties. Toetsing kostendekkingsparagraaf van het RWP.
Actueel houden overzicht gebruikers. Controle op naleving van vergunningen. Controleerbare afstemming met handhaving en bouw- en woningtoezicht. Geen onjuiste aansluitingen op de riolering. Rioolheffingsberekeningen maken over een termijn van minimaal 20 jaar en een doorkijk naar eventuele investeringspieken. Actueel houden verwachte kosten en investeringen. Rioleringsgegevens zijn toegankelijk en beschikbaar. Alle riolen ouder dan 30 jaar worden elke 10 jaar gereinigd en met een rijdende videocamera vanuit het riool geïnspecteerd. Revisiegegevens worden binnen 1 maand verwerkt. Hydraulische controleberekeningen worden gemiddeld 1 maal per 10 jaar uitgevoerd. Afhankelijk van de plaatselijke situatie kan hier van worden afgeweken. Klachten van gebruikers worden geregistreerd.
48
Kosten- en investeringsoverzicht is niet ouder dan 5 jaar. Waarneming. Verificatie met beheersysteem. Waarneming. Waarneming.
Waarneming.
5. Planning van maatregelen.
Deelgebied 1 Centrum Aquapark J. Kazemierstraat
Pinksterstraat en Kerkplein
Museumplein, Promenadeplein
Maatregelen
Jaar uitvoering (voorlopig)
Dakvlakken Tropiqua en Indoorcentrum afkoppelen en afvoeren op watergang (nieuw HWA-riool)
2032
Riolering vervangen i.c.m. werkzaamheden herstructurering (putnrs. V06-4400 t/m V06-5000A) Nevenriool: huisaansluitingen overzetten en riool dichtschuimen Afkoppelen wegverharding en dakoppervlak sloop Winkler Prins/ nieuwbouw door middel van aanleg HWA-riool bij wegreconstructie J. Kazemierstraat Mogelijkheden voor waterberging onderzoeken
2026 2026
2027 2026
Mogelijkheden voor waterberging onderzoeken
2027
Afkoppelen wegverharding en dakoppervlak (WP, Lidl, Piesz) bij herstructurering/ projectlocaties
2027
Oude Bos
Mogelijkheden voor waterberging onderzoeken Afkoppelen wegverharding en dakoppervlak bij herstructurering/ projectlocaties Hoofdriool renoveren (relinen) voor wegrenovatie Nevenriolering saneren i.c.m. wegenonderhoud en K&L (nutspartijen) Maatregel klimaatadaptatie: onderzoek ruimte voor water(berging)
Algemeen - Centrum
Ruimte voor water (vasthouden, bergen) en groen zoeken in gebied herstructurering (onderzoek)
2028
Regenwaterstructuurplan Centrum (Zie ook ontwikkelingsgebieden Centrumperspectief) Waterkwaliteit: verbeteren doorstroming
2028 2029
Jacob Bruggemalaan
2027 2027 2023 2023 2024
//Als wij jaartallen noemen moeten we zeker weten dat het gedaan wordt.
49
Nevenriolering saneren i.c.m. wegenonderhoud en K&L (nutspartijen)
2029
Trace DWA hoofdafvoer opnemen in inspectieplan (Pinksterstraat, Museumplein, AE-Kade)
2027
Oude Ae Van Houtenstraat
Afkoppelen wegverharding en 50% dakoppervlak bij herstructurering Vervangen of renoveren i.c.m. wegvernieuwing
2030 2024
Noord Langeleegte, Korteleegte
Meten/ monitoren: RVZ Nassaustraat; kwantitatief, overstortbemaling vs. overstort naar vijver --
2027 ?
Sorghvliet - Scheepskwartier
Vergroenen?
2040
Sorghvliet - Provinciehoek
Onderzoek waterberging onder maaiveld i.c.m. ophogen laagliggende parkeerterreintjes
2040
2 Oudere woongebieden
Algemeen - Oudere woongebieden
Nevenriolering saneren i.c.m. wegenonderhoud en K&L (nutspartijen) Trace DWA hoofdafvoer opnemen in inspectieplan (m.n. Zeestratenwijk, Wildervank) Gemaal onderbemaling Sorghvliet: onderzoek geinstalleerde capaciteit
2029 2029 2024
3 Jongere woongebieden Gildenbuurt Langebosch
Onderzoek wateroverlast HWA-stelsel VGS ombouwen naar gescheiden stelsel
2030 2025
Algemeen - Jongere woongebieden
Onderzoek DWA afvoerstructuur i.r.t. uitbreidingsplannen
2035
4 Bedrijventerreinen Stolberg
Verhard oppervlak afkoppelen van gemengd stelsel
2045
4 slibvangen achter HWA-uitlaten opnemen in onderhoudsplanning (monitoring; reiniging) Zwaaikom, Vrijheid en Lloyd
2024: 1 keer/10 jaar
Meer groen/ minder grijs (klimaatadaptatie)
2050
50
5 Buitengebied en 6 Lintdorpen Ommelanderwijk Algemeen - Veendam
Verhard oppervlak afkoppelen van gemengd stelsel Nachtegaalstraat, Roerdompstraat en Zwaluwstraat Nevenriolering saneren i.c.m. wegenonderhoud en K&L (nutspartijen) Grondwatermeetnet Onderhoud gemalen en persleidingen
Overige - exploitatie
*
2030 2050
Reinigings- en inspectieplan vrijvervalriolering (leidingen en putten) Trace DWA hoofdafvoer opnemen in inspectieplan Inmeetplan (onderdeel gegevensbeheer) Bijhouden verhard oppervlak kaart
jaarlijks 2023: jaarlijks jaarlijks jaarlijks
De kosten als gevolg van zoutwinning worden in rekening gebracht bij NEDMAG. Wel benoemen in het plan, maar niet meenemen in de kosten (maatregelenplan, KDP).
51
bergbezinkbassin
reservoir voor de tijdelijke opslag van afvalwater waarin tevens slibafzetting plaatsvindt met een voorziening om het slib te kunnen verwijderen en waaruit overstortingen kunnen plaatsvinden
6.Woorden- en begrippenlijst berging
de inhoud van de riolering uitgedrukt in m3 of mm/ha
verzameling van organismen die zich op de buiswand hebben vastgehecht of in slierten aan de buiswand hangen
bergingsverlies
de vermindering van berging door permanente vulling in de riolering als gevolg van verzakkingen
vergunning op grond van de aansluitverordening en de Wvo die wordt afgegeven door het zuiveringsschap voor de aansluiting op de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI)
classificatie
de indeling van toestandsaspecten in klassen
dg DIALOG Riolering
het computerprogramma voor rioleringsbeheer
aantasting
een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen
droogweerafvoer (dwa)
de hoeveelheid afvalwater die per tijdseenheid in een droog-weersituatie via het rioolstelsel wordt afgevoerd
afvalwater
alle water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend hemelwater begrepen)
drukriolering
riolering waarbij het transport plaatsvindt door middel van pompjes en persleidingen
dwa-rioolstelsel
zie vuilwaterrioolstelsel
aangroei
aansluitvergunning
afvoerend oppervlak
het naar de riolering afwaterende oppervlak
emissiespoor
afzetting
aankoeking van slib, vet en kalk op de buiswand; tevens afzetting van bodemmateriaal anders dan zand ter plaatse van een buisverbinding of scheur
onderdeel van het tweesporenbeleid van waterkwaliteitsbeheerders gericht op het tot een bepaald niveau terugbrengen van de emissies (vuiluitworp) uit een rioolstelsel, ongeacht de werkelijke waterkwaliteit
externe overstort
rioolput voorzien van een overstortdrempel die loost buiten het in beschouwing genomen rioolstelsel, meestal op oppervlaktewater
gemengd rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater inclusief ingezamelde neerslag door 1 leidingstelsel wordt getransporteerd
gescheiden rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater exclusief neerslag door een leidingstelsel wordt getransporteerd en neerslag door een afzonderlijk leidingstelsel rechtstreeks naar oppervlaktewater wordt afgevoerd
hydraulisch
waarbij van de leer van de praktische toepassing van waterbeweging gebruik wordt gemaakt
hydraulische berekening
het door rekenen bepalen van het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel
IBA
Individuele Behandeling Afvalwater. Het is een systeem dat het huishoudelijk afvalwater zuivert van één object.
basisinspanning
term die de waterkwaliteitsbeheerders gebruiken voor het aanduiden van de inspanningen die elke gemeente moet uitvoeren of uitgevoerd hebben om de vuiluitworp uit de riolering tot een bepaald niveau te reduceren
basisrioleringsplan
voor een Wvo- of aansluitvergunningaanvraag opgesteld document (tekening + toelichting en berekeningen) met de huidige situatie van de riolering en de uit te voeren verbeteringsmaatregelen
bemalingsgebied
een rioleringsgebied waaruit het afvalwater door een gemaal wordt verwijderd
beoordelen
het toetsen van een parameter aan de bijbehorende maatstaf en het geven van een oordeel over de uitkomsten van de toetsing
52
ingrijpmaatstaf
grenstoestand waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld
inhangend voegmateriaal
inhangende rubberring
renovatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een ingrijpende toestandswijziging wordt doorgevoerd; evenaren technische staat van nieuwaanleg
voegmateriaal (kit, bitumineuze profielstrip) dat uit de voeg in het doorstroomprofiel is gezakt of gedrukt
reparatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een beperkte toestandswijziging wordt doorgevoerd
een niet gescheurde rubberring die zichtbaar is of een gescheurde rubberring waarvan een gedeelte in het doorstroomprofiel hangt
riolering
het samenstel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater
riool
samenstel van buizen tussen twee putten bestemd voor de inzameling en/of het transport van afvalwater
rioolput
constructie toegang gevend tot het rioolstelsel (te herkennen aan gietijzeren deksels in de weg)
rioolwaterzuiveringsinrichting
het totaal van de grond, gebouwen en apparatuur voor de zuivering van afvalwater (RWZI)
rwa-riool
zie hemelwaterriool
rwa-rioolstelsel
zie hemelwaterrioolstelsel
scheuren
het geheel van scheuren, barsten en breuken
verbeterd gescheiden rioolstelsel
gescheiden rioolstelsel met voorzieningen waardoor de neerslag slechts bij wat grotere regenbuien naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Het meest vervuilde deel van de neerslag wordt 'geborgen' in de riolering en naar de zuivering afgevoerd.
inspectie
het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand
lekkage
het intreden of uittreden van water via voegen, scheuren, langs inlaten of door de buiswand
maatstaf
grenswaarde (getalsmatig) op basis waarvan geconcludeerd wordt of aan een functionele eis wordt voldaan
obstakels
voorwerpen in het riool die geen functie in rioleringstechnische zin hebben en geen deel uitmaken van een normale afvalwaterstroom
onderhoud
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij de toestand van objecten ongewijzigd gehandhaafd wordt
onderzoek
het verzamelen, ordenen, analyseren en verwerken van gegevens, zodanig dat informatie kan worden afgeleid over de toestand en het functioneren van de buitenriolering
overstorting
de lozing van afvalwater via een overstortdrempel naar oppervlaktewater
overstortput
rioolput voorzien van een overstortdrempel
verbeteren
het aanpassen van het oorspronkelijke functioneren
pompovercapaciteit
(poc) het deel van de pompcapaciteit dat beschikbaar is voor de hemelwaterafvoer. Het andere deel van de capaciteit is beschikbaar voor de afvalwaterafvoer tijdens droog weer
vervangen
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij het bestaande object wordt verwijderd en een nieuw gelijkwaardig object wordt teruggeplaatst
randvoorziening
vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel die als doel heeft de lozing van vuil uit het rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen