CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-01-04 Nota van Antwoord gecoördineerde besluiten Nedmag

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen47.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Bij bodemdaling door zoutwinning kan relatieve stijging van het grondwater ten opzichte van het maaiveld plaatsvinden. Dit zou kunnen leiden tot een relatief hoge grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld, en leidt dan niet door tot meer inklinking van veen. De combinatie van mijnbouwactiviteiten en een veenweidegebied leidt zodoende niet tot meer schadegevallen aan huizen.

60

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4ad

0011

Zienswijze

Antwoord

4ae

0011

Zienswijze

De minister stelt dat hij het belangrijk vindt dat eventuele schades goed en snel kunnen worden behandeld. De minister zet vooral in op het meten van de bodemdaling en op uitbreiding van het KNMI meetnetwerk. Met de gegevens uit dat netwerk kan worden bepaald of er een meting is geweest in de diepe ondergrond en hoe ver de trilling aan het oppervlak reikte. Het meetnetwerk van het KNMI kan in de nabijheid van het van de zoutwinning bodembewegingen met een magnitude van 1,0 op de schaal van Richter of hoger goed lokaliseren. Omdat een eventuele beving niet aan een specifieke caverne kan worden toegewezen heeft de minister voorgeschreven dat Nedmag een extra meetstation dient te plaatsen aan de zuidkant van de zoutwinning. Indiener stelt dat schadevergoeding nodig is. Heel veel huizen hebben schade en geen huis is gelijk in Borgercompagnie. Er staat oud en nieuw door elkaar van allerlei bouwstijlen en bouwkwaliteit. Toch zou het geen punt moeten zijn als je een oude woning hebt en er ontstaat schade doordat de bodem daalt, bijvoorbeeld doordat de draagkracht van de bodem verandert door veranderend grondwaterpeil. Veel oude huizen staan boven veen, dat natuurlijk niet weggegraven kon worden. Jaren ging dat goed, totdat Nedmag een gigantische kuil ging graven, zonder dat het waterschap tijdig reageerde. Het veen onder huizen klonk in.

Bij indiener knapten alle rioleringspijpen en er kwamen verzakkingsbochten in die de afvoer belemmerden. Dat het daarvoor tientallen jaren geen enkel probleem had gegeven geeft toch wel te denken. Scheuren in muren vloeren die hangend werden terwijl ze op zand zouden moeten liggen. Schadeclaim naar Nedmag gestuurd, afgewezen, Tcbb ingeschakeld afgewezen met de opmerking dat indiener met het rapport zo naar het waterschap kon stappen. De schadeoorzaak viel buiten de opdracht. Het gaat hier over het functioneren van een onafhankelijke commissie die door de minister is samengesteld. Men wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Je huis is de enige veilige plek op aarde. De minister stelt dat schades als gevolg van de bodemdaling door de activiteiten van Nedmag door Nedmag dienen te worden gedragen. De minister is tot overeenstemming gekomen om schademeldingen door zoutwinning onder te brengen bij de onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade, die de burgers en kleine bedrijven ontzorgd door de bewijslast over te nemen. De schaderegeling en – protocol worden binnenkort ondertekend. Indiener stelt dat goed voorbeeld goed doet volgen. Als de minister toch wil doorzetten met het vergunnen, moet de minister Nedmag verplichten tot een schade-afhandeling conform het RAC in Duitsland. Al jaren werken burgers en mijnbouw naar tevredenheid samen.

Gebeurt er iets dan wordt dat binnen no time verholpen. De mijnbouwer zegt daar zelf dat zij mijnbouw mogen plegen omdat zij de onbedoelde consequenties compenseren bij de burgers. Nedmag moet zijn schade betalen, omdat ze anders een economisch verhaal opsteken van werkgelegenheid en winst, dan kiest de minister ervoor om de schade die over de ruggen van de betrokken bewonen

61

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

4af

0013, 0014, 0024

Zienswijze Antwoord

4ag

0013, 0014, 0015, 0016, 0025, 0029

Zienswijze

en uiteindelijk over de ruggen van de Nederlandse belastingbetaler gaat om te zetten in winst voor Nedmag. De minister stelt dat schades als gevolg van de bodemdaling door de activiteiten van Nedmag door Nedmag dienen te worden gedragen en niet door burgers. Hier is geen aanpassing van de wet voor nodig naar Duits model, waar indiener aan refereert. De minister is tot overeenstemming gekomen om schademeldingen door zoutwinning onder te brengen bij de onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade, die de burgers en kleine bedrijven ontzorgd door de bewijslast over te nemen. Indieners stellen dat er zorgen zijn over de specifieke problematiek van gestapelde mijnbouw, waarvan de deskundigen niet weten wat de gevolgen zullen zijn nu en in de toekomst. De minister beoordeelt in het instemmingsbesluit de cumulatieve effecten van de zoutwinning van Nedmag met de aanwezige gaswinning. Bij de beoordeling van die winningsplannen gaat de minister uit van het scenario met de grootste effecten, dat is het scenario waarin de onzekerheden zijn meegenomen. Niet alle risico’s cumuleren. Bij Nedmag is er geen cumulatie van de seismische risico’s. Cumulatie uit zich via de bodemdaling. Het in kaart brengen van de cumulatieve bodemdaling van alle mijnbouwactiviteiten in de omgeving is een essentieel onderdeel van de individuele winningsplannen.

Ook de mogelijke effecten hiervan worden beoordeeld bij de instemming met de individuele winningsplannen. De bij het winningsplan van Nedmag gebruikte bodemdalingsprognose bevat onzekerheidsmarges. Deze worden opgeteld bij de bodemdalingsprognose en de onzekerheidsmarges van de aanwezige gaswinning. Tijdens de winning wordt de actuele bodemdaling gemeten en geanalyseerd. Het SodM houdt hier toezicht op en controleert of de maximale bodemdaling zoals die in de instemmingsbesluit met het winningsplan niet wordt overschreden. Indieners stellen dat er grote zorgen zijn over veiligheid. Onbekend is hoe de druk in de ondergrond op peil wordt gehouden. Er is mogelijk instortingsgevaar. Woningen worden onveilig. Woningen worden onverkoopbaar.

Waardedaling woningen Antwoord

De minister stelt dat er de veiligheid van bewoners niet in het geding is. De druk in de ondergrond wordt op peil gehouden door het gecontroleerd aflaten van pekel. Er is geen instortingsgevaar. Instorting van cavernes van Nedmag heeft in het verleden nooit plaatsgevonden. De minister stelt dat het niet aannemelijk is dat er woningen onverkoopbaar worden als gevolg van de zoutwinning door Nedmag. Maar als indiener of andere bewoners waardedaling van hun woning ervaren en vermoeden dat dit een gevolg is van de activiteiten Nedmag, kunnen zij Nedmag daarvoor aansprakelijk stellen in een civielrechtelijke procedure.

62

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4ah

0014, 0028

Zienswijze

Indieners stellen dat het onduidelijk is wie de schade bekostigt wanneer Nedmag door bijvoorbeeld een faillissement vroegtijdig de locatie verlaat.

Antwoord

De minister stelt dat kosten die moeten worden gemaakt als gevolg van de bodemdaling door de activiteiten van Nedmag door Nedmag dienen te worden gedragen. Tevens is er ingevolge artikel 135 van de mijnbouwwet een waarborgfonds mijnbouwschade. Op grond van artikel 137 van die wet kan een natuurlijke persoon bij wie schade is opgetreden als gevolg van mijnbouwactiviteiten onder bepaalde omstandigheden in aanmerking komen voor schadevergoeding ten laste van het waarborgfonds, bijvoorbeeld als de betrokken mijnbouwondernemer failliet is verklaard of heeft opgehouden te bestaan. Indieners stellen dat de minister refereert aan de conclusie van TU Delft waar het de schade aan bebouwing betreft: deze vallen voor Nedmag binnen de norm. Hierbij dringt zich de vraag op of het desbetreffend rapport is opgesteld door mijnbouwkundige experts dan wel door onderzoekers met een civieltechnische c.q. bouwkundige opleiding, dus met geen of onvoldoende kennis van het gedrag van de ondergrond. De minister stelt dat het onderzoek van de TU Delft waaraan indiener refereert is opgesteld door zowel wetenschappers met een civieltechnische achtergrond als wetenschappers met een geotechnische achtergrond. De minister ziet dan ook geen aanleiding om de kennis van de uitvoerders van dit onderzoek in twijfel te trekken.

Indiener stelt dat een door Nedmag en ook anderen vaak gebruikt argument is om de schade aan huizen te verklaren het feit is dat de huizen op een veenlaag gebouwd zouden zijn en dat deze laag door oxidatie inklinkt. Die verklaring geeft blijk van volstrekt onvoldoende kennis van de situatie ter plaatse. Daarnaast heeft Nedmag noch zijn voorganger Billiton ooit een nulmeting verricht voorafgaand aan de zoutwinning. Met dit aspect wordt door Nedmag geen rekening gehouden in het Winningsplan en ook gaat de Minister in het ontwerp geheel voorbij aan dit feit. De minister stelt dat schade aan bouwwerken door een combinatie van oorzaken kan plaatsvinden. Dat bouwwerken op een veenlaag zijn gebouwd is een van de aspecten die hierbij een rol kunnen spelen. Indiener stelt dat het onduidelijk is of SodM en Tcbb de indirecte invloed hebben onderzocht tussen trillingen die zijn voorgekomen in naburige gasvelden hebben geen directe invloed gehad op de zoutcavernes in de nabijheid van bevingen, en zo ja, tot welke conclusies dergelijk onderzoek heeft geleid. De minister stelt dat het onwaarschijnlijk is dat er een zodanig grote trilling zou voorkomen dat deze direct invloed zou hebben op de zoutcavernes. Uit het meetnetwerk van het KNMI blijkt ook

Vergoeding schade bij faillissement Nedmag

4ai

0017, 0029

Zienswijze

Onderzoek TU Delft risico op schade Antwoord

4aj

0017

Zienswijze

Antwoord 4ak

0017

Zienswijze

Antwoord

63

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4al

0020

Zienswijze

Antwoord

niet dat bevingen als gevolg van omliggende velden invloed hebben gehad op de zoutcavernes van Nedmag. Indiener stelt dat Nedmag een Protocol heeft voor schadeafhandeling, een verplichting volgend uit de vergunning uit 1995. Wordt schade gemeld dan wordt Bureau voor Bouwpathologie gestuurd om onderzoek te doen. In de rapporten kan worden gelezen dat Bureau voor Bouwpathologie ervan uit gaat dat Nedmag productie de schade niet heeft kunnen veroorzaken. Alle verzoeken om schadevergoeding zijn dan ook afgewezen. Echter, er is een duidelijk causaal verband tussen schade aan gebouwen en de zoutwinning. De versnelde bodemdaling na dit incident veroorzaakte een additionele daling van 4 cm in 3 maanden. Er is een grote waarschijnlijkheid dat ondiepe breuken geactiveerd zijn en dit ook in de toekomst zal voorkomen. Ondiepe aardbevingen zijn een feit. Aardbevingen veroorzaakt door gaswinning kunnen lokaal verzakking veroorzaken en ondiepe breuken activeren. Ondanks dat deze informatie bekend is bij Nedmag, wordt de mogelijkheid dat schade door zoutwinning veroorzaakt kan worden consequent ontkent, ook in de aanvraag winningsvergunning wordt dit weggezet als niet waarschijnlijk. En dat terwijl deze informatie beschikbaar is op de kennisbank van Nedmag.

Om tot een conclusie te komen inzake de mogelijke oorzaak van de schade is door Bureau voor Bouwpathologie gegrepen naar oorzaken die verder niet worden aangetoond of bewezen. Zo zijn er bijzonder veel woningen, ook die gebouwd in 2011, met constructiefouten in de fundering. In geval van de nieuwbouwhuizen was dit een fout van de aannemer. Andere woningen hebben schade wegens oxiderend veen in combinatie met de droge zomer van 2018. Het maakt kennelijk niet uit dat deze woningen er vaak, zonder problemen en eerdere droge zomers, al meer dan 100 jaar staan. Oxiderend veen is een bijzondere conclusie, immers, het veen in de Veenkoloniën is gemijnd vanaf de 17e eeuw, er is nu alleen nog zand aanwezig met hier en daar resten onherroepelijk geoxideerd veen op ongeveer ploegdiepte. De deskundige heeft hier kennelijk het gebruik van het woord veen in Veenkoloniën fout begrepen. Uit TNO Dinoloket valt op te maken dat in de regio alleen fijn en matig fijn zand te vinden is, met hier en daar een dun laagje veen op ongeveer 20 tot 40 cm diepte. Ook is hier te zien dat het grondwaterniveau al meer dat 50 jaar laag is, de waterschappen houden het sinds 2001 op 45 cm boven NAP, wat inhoudt dat het grondwater gemiddeld 1,5 m beneden het maaiveld staat. Te zien is dat in 2006 het grondwaterpeil lager was dan in 2018. De conclusie van de Nedmag deskundige is dus ongefundeerd.

Bewoners blijven dus met schade zitten. Maar weinigen durven de stap naar Tcbb te nemen. Daar komt nog bovenop dat ook andere deskundigen regelmatig veen aanwijzen als de schadeveroorzaker. Schade wordt dus niet vergoed terwijl Nedmag, in ieder geval zeker sinds 2018, wist dat schade door onregelmatige bodemdaling zeer waarschijnlijk is. De minister stelt dat bij de beoordeling van de schade door bodemdaling ook rekening gehouden wordt met de bovengrondse omstandigheden en de bebouwing en infrastructuur in de omgeving

64

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4am

0021, 0022, 0028, 0034

Zienswijze

Schade door gestapelde mijnbouw

Antwoord

4an

0021, 0022

Zienswijze

Antwoord

van de zoutwinning. Voor de kans op schade is niet het diepste punt van de bodemdalingskom relevant, maar de bodemdaling ter plaatse van infrastructuur en gebouwen. Hierbij is niet alleen de afstand van de bebouwing en infrastructuur tot het diepste punt van de bodemdalingskom van belang, maar vooral de zettingsverschillen en horizontale rek die als gevolg van de zoutwinning kunnen ontstaan. De bodemdaling, die direct door zoutwinning aan de oppervlakte ontstaat, ter plaatse van de aanwezige infrastructuur en gebouwen is gelijkmatig in die zin dat de zettingsverschillen en horizontale rek ver onder de waarden blijven. Indieners stellen dat de minister vaststelt dat de kans op beven door zoutwinning door Nedmag uiterst klein is en dat er geen maatregelen nodig zijn om schade te voorkomen. Ook stelt de minister dat de bodemdaling, als gevolg van de activiteiten van Nedmag, zeer geleidelijk is. De minister acht de kans op schade aan bouwwerken als direct gevolg van de bodemdaling door zoutwinning zodoende klein. Als de winning van zout in een geïsoleerde omgeving zou plaatsvinden, hebt u hierin wellicht gelijk. Maar de werkelijkheid is geen laboratorium- of rekenmodel. En het gebied waar de winning van zout plaatsvindt heeft overlap met gasvelden. De exacte begrenzing van het invloedgebied van deze velden is, net als dat van de zoutwinning, moeilijk te bepalen.

Woningeigenaren in het gebied worden geconfronteerd met schade en worden tot nu toe van het kastje naar de muur gestuurd als zij zich ergens melden. De minister stelt zich ervan bewust te zijn dat de zoutwinning niet in geïsoleerde omgeving plaatsvindt. De minister beoordeelt in het besluit de cumulatieve effecten van de zoutwinning van Nedmag met de aanwezige gaswinning. Bij de beoordeling van winningsplannen gaat de minister uit van het scenario met de grootste effecten dat hij is het scenario waarin de onzekerheden zijn meegenomen. Niet alle risico’s cumuleren. Bij de zoutwinning van Nedmag zijn geen aanwijzingen dat er cumulatie van risico’s op bodemtrillingen is. Het voornaamste cumulatieve effect uit zich via de bodemdaling. Met het instellen van de Commissie Mijnbouwschade voorkomt de minister dat woningeigenaren in het gebied van het kastje naar de muur gestuurd worden als zij zich ergens melden. Indiener stelt dat een schadeprotocol voor zoutwinning nog opgesteld moet worden. Indiener verzoekt om het definitieve besluit op het winningsplan niet eerder te nemen dan dat dit protocol door alle betrokken partijen is ondertekend. Het beschrijven van redelijke termijnen voor afhandeling is in deze zeer gewenst. Eerdere teleurstellende ervaringen met schadeafhandeling vanuit het gasdossier zouden een lerende werking moeten hebben.

De minister stelt dat de Commissie Mijnbouwschade op 1 juli 2020 operationeel is geworden, maar behandelt nu alleen nog schademeldingen voor winning en opslag olie en gas uit kleine velden. De minister is tot overeenstemming gekomen om schademeldingen door zoutwinning onder te brengen bij de onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade, die de burgers en kleine

65

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4ao

0023

Zienswijze

Antwoord

bedrijven ontzorgd door de bewijslast over te nemen. De daartoe strekkende schaderegeling en – protocol worden binnenkort ondertekend. Indiener stelt dat pas op 11 april 2002 een eerste opname van schadepunten aan de boerderij is gedaan. In april 2011 is wederom een inspectie uitgevoerd, daarna nog in 2012, 2014, 2016 en 2018, waardoor in totaal sprake is van zes schadeopnames. Omdat sprake is van een tweejarige monitoringscyclus zou in april 2020 weer een schadeopname hadden moeten plaatsvinden. Dat is niet gebeurd en er is ook geen zicht op wanneer dat zal gaan gebeuren. Een enorme database met meetgegevens met betrekking tot het verloop van de technische staat van de bebouwing is dus voor handen. Daar wordt echter niets mee gedaan. Bij aanvankelijk meer dan 100 schadeadressen zijn ondertussen vijf bouwkundige schaderapporten opgemaakt. Daarnaast is in 2002 een filmopname van deze panden gemaakt, wat destijds werd gezien als nulmeting. Een feitelijke nulmeting had echter kort voor aanvang van de zoutwinning in 1980 plaats moeten vinden. Voor indiener was het zelf organiseren van een nulmeting niet aan de orde vanwege de aanvankelijk voorgehouden zoutwinningsperiode van maximaal 15 jaar. Met de kennis van nu had indiener beter geweten. Iedere wetenschappelijk onderzoeker zou jaloers zijn op een dergelijke omvangrijke dataset.

Nedmag neemt echter niet het initiatief om met deze gegevens iets te doen. Ook niet op aandringen daartoe: er zouden nog te weinig meetgegevens zijn. Daarom heeft indiener gedwongen zelf een analyse gemaakt. Daaruit blijkt duidelijk dat zowel het aantal schadepunten als ook de ernst van de schades in de periode 2002 tot en met 2018 drastisch is toegenomen. De meetgegevens hadden overigens uitgebreider gekund maar een professionele, wetenschappelijke benadering van de schades is niet in het belang van de mijnbouwer. De schademelder krijgt daardoor een zeer minimalistische schadeopname. Met de verworven gegevens wordt niets gedaan. De schadeopnames zijn niet in het belang van de opdrachtgever en daarom als zinloos en fake te betitelen. Veel professioneler zou zijn geweest om bij de monitoring ook de lengte, breedte en diepte van de scheuren en verzakkingen vast te leggen, de scheefstand te meten en de zetting van muren nauwkeurig op te nemen. Dit alles had in één handeling meegenomen kunnen worden. Indiener verzoekt om de schade opnamerapporten opgesteld van alle adressen geanonimiseerd te laten onderzoeken door een onafhankelijk onderzoeker en de resultaten daarvan te publiceren. Hopelijk zijn de schaderapporten ondertussen niet vernietigd. Als er al sprake is van een bewaartermijn voor deze gegevens zal deze opgeschort moeten worden tot onbepaalde tijd.

Toekomstige schadeopnames zullen in overleg met de schademelders, professioneler uitgevoerd dienen te worden. De minister stelt dat de Commissie Mijnbouwschade op 1 juli 2020 operationeel is geworden, maar dat deze nu alleen nog schademeldingen voor winning en opslag olie en gas uit kleine velden behandelt. De minister is tot overeenstemming gekomen om schademeldingen door zoutwinning onder te brengen bij de onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade, die de burgers

66

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4ap

0023

Zienswijze

Antwoord

4aq

0023

Zienswijze

en kleine bedrijven ontzorgd door de bewijslast over te nemen. De daartoe strekkende schaderegeling en -protocol worden binnenkort ondertekend. Door instellen van de Commissie Mijnbouwschade komt er een onafhankelijke, transparante schadeafhandeling. Het is aan de commissie om desgewenst de schadeopnames in het verleden hierbij te betrekken evenals toekomstige schadeopnames. De minister stuurt de commissie hierin niet aan. Indiener stelt dat sinds 1972 zout wordt gewonnen op de locatie Borger- en Tripscompagnie. In publicaties van Nedmag en onderzoeksbureaus wordt, wegens de toen ingezette nieuwe winningsmethodiek, vaak het jaar 1993 aangehaald, maar in werkelijkheid is de zoutwinning en daarmee gepaard gaande bodemdaling al ruim 20 jaar eerder in het Billiton-tijdperk gestart. De minister stelt dat de zoutwinningsactiviteiten door Nedmag zijn gestart in 1972. Op 1 juli 2020 is de Commissie Mijnbouwschade operationeel geworden, maar deze behandelt nu alleen nog schademeldingen voor winning en opslag olie en gas uit kleine velden. De minister is tot overeenstemming gekomen om schademeldingen door zoutwinning onder te brengen bij de onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade, die de burgers en kleine bedrijven ontzorgd door de bewijslast over te nemen. De daartoe strekkende schaderegeling en – protocol worden binnenkort ondertekend.

Door instellen van de Commissie Mijnbouwschade komt er een onafhankelijke, transparante schadeafhandeling. Het is aan de commissie om rekening te houden met de start van de winning 1972. De minister stuurt de commissie niet aan in de wijze van beoordeling van de schadeoorzaak. Indiener stelt dat er te weinig lering is getrokken uit de gaswinningsproblematiek met betrekking tot het Groninger gasveld. Altijd is de Groningers door de mijnbouwer en gelieerde bedrijven, de deskundigen en de beleidsmakers voorgehouden dat door de gaswinning géén gebouwschade zou ontstaan. Totdat het goed mis ging na de aardbeving bij Huizinge in 2012 en men er niet meer voor weg kon. Wat dat betreft is de zoutwinningsproblematiek exact gelijk aan dat van de gaswinning, zowel in de aanpak als de procedures daaromheen. De NAM heeft ook decennialang volgehouden dat schade door de aardbevingen niet door gaswinningsactiviteiten werd veroorzaakt. Talloze deskundigen hebben ook decennialang beweerd dat het allemaal wel meevalt en dat van schade door bodemdaling op basis van o.a. modelberekeningen geen sprake kan zijn. Inmiddels weet indiener beter. Feit is dat niemand weet wat zich precies in de diepe ondergrond af speelt en welke gevolgen dat op de langere termijn heeft, ook de zogenaamde deskundigen niet.

Dat is pijnlijk duidelijk geworden bij de lekkagecalamiteit in een caverne in Tripscompagnie in april 2018. Altijd is in alle toonaarden ontkent dat dergelijke incidenten plaats zouden kunnen vinden. Feit is ook dat de noodzakelijke kennis omtrent zoutmijnbouw in een gaswinnings- en opslaggebied ook bij een instituten als het SodM en de Tcbb volledig ontbreekt en altijd achter de meet aan geadviseerd wordt. Stevig ingrijpen is niet aan de orde. Daar ligt niet alleen gebrek aan kennis van mijnbouw, zeker van gestapelde mijnbouw, aan ten grondslag maar ook beleids- en

67

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

4ar

0023

Zienswijze

Antwoord

4as

0025

Zienswijze

Antwoord

politieke overwegingen. Kortom: ook hier geldt dat de minister betaalt en bepaalt. Hooguit wordt hier en daar op details nog iets bijgeschaafd. Een zienswijzeprocedure als deze is kortom een farce voor de omwonenden. Indiener verzoekt, na de desastreuze ervaringen met de gaswinning in Groningen, proactief op te treden met betrekking tot de vraagstukken die zich voordoen op het gebied van zoutwinningsmijnbouw. Daarnaast verzoekt indiener geen besluiten te nemen in zaken die de minister niet volledig doorgrond. De minister stelt dat de stelling van indiener onjuist is. Er is zeker sprake van kennis, maar die is, zoals bij alle ondergrondse processen, uiteraard niet volledig. De minister en het SodM zijn voldoende in staat de risico’s van de voorgestelde vorm van te beoordelen. In het geval van ondergrondse onzekerheden wordt er gebruikt gemaakt van een onzekerheidsmarge bij het nemen van beslissingen. Mocht de technische kennis bij de minister en het SodM niet toereikend zijn, dan doen de minister en het SodM een beroep op externe adviseurs of wetenschappelijk onderzoek. Indiener stelt dat het zoutwinningsgebied vanwege de bodemdaling te maken heeft met flinke imagoschade. Sprake is onder andere van waardevermindering van onroerend goed.

Indiener verzoekt om panden die onverkoopbaar blijken te zijn over te nemen en wanneer sprake is van waardevermindering de hoogte hiervan volledig onafhankelijk vast te stellen en dit ruimhartig te compenseren. De minister stelt dat waardevermindering van onroerend goed meerdere oorzaken kan hebben. Het is onwaarschijnlijk dat waardedaling een direct gevolg is van de activiteiten van Nedmag. Indien indiener meent waardedaling als gevolg van de activiteiten van Nedmag te ervaren kan indiener een civielrechtelijke procedure starten. Dit staat los van instemming met het winningsplan. Indiener stelt dat Nedmag met vele rapporten al 20 jaar probeert aan te tonen dat hun activiteiten weliswaar tot bodemdaling leiden, maar dat de bodemdaling gelijkmatig verloopt en dat gebouwschade door zetting een lokaal verschijnsel is en dat de schade daarom geen verband kan hebben met de zoutwinning. Nedmag heeft nooit gemeten wat de invloed van de bodemdaling op de bebouwing is. Na bijna 50 jaar is er nu een situatie ontstaan waarbij alleen de mijnbouwer bodemdaling cijfers toont. Niemand kan controleren of deze cijfers juist zijn. Nedmag wint sinds 1993 zout zonder dat er gemeten werd welke gevolgen deze en eerdere winmethoden hebben voor de bebouwing. Nedmag moet aansprakelijk gesteld worden voor alle reeds ontstane en toekomstige schade.

De minister stelt dat Nedmag de bodemdaling meet conform een meetplan. Dit meetplan is te raadplegen via nlog.nl. Uit metingen blijkt dat de bodemdaling gelijkmatig verloopt. Voor zover schade is ontstaan als gevolg van de mijnbouwactiviteiten van Nedmag is Nedmag hiervoor aansprakelijk.

68

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4at

0025

Zienswijze

Antwoord

4au

0027

Zienswijze

Indiener stelt dat het voor omwonenden ondoenlijk is om aan te tonen welke mijnbouwer welke schade veroorzaakt heeft, en in welke mate. De minister stelt dat met het instellen van de Commissie Mijnbouwschade per 1 juli 2020 de ongelijkheid tussen burger en mijnbouwonderneming wordt verminderd. Het is niet duidelijk hoe dit wordt geregeld. Het lijkt erop dat de bewoners blij gemaakt worden met iets waar ze niets aan hebben. SodM, Tcbb en de gemeenten Aa en Hunze, Midden-Groningen, Tynaarlo en de provincie Groningen adviseren om het bewijsvermoeden toe te passen. De minister heeft dit om onduidelijke reden naast zich neergelegd. Indiener stelt dat net als bij de gaswinning uit het Groningenveld ook ten aanzien van zoutwinning het bewijsvermoeden met terugwerkende kracht toegepast moet worden. De minister stelt de Commissie Mijnbouwschade op 1 juli 2020 operationeel is geworden, maar dat deze nu alleen nog schademeldingen voor winning en opslag olie en gas uit kleine velden behandelt. De minister is tot overeenstemming gekomen om schademeldingen door zoutwinning onder te brengen bij de onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade, die de burgers en kleine bedrijven ontzorgd door de bewijslast over te nemen. De daartoe strekkende schaderegeling en – protocol worden binnenkort ondertekend.

Door het instellen van de Commissie Mijnbouwschade komt er een onafhankelijke, transparante schadeafhandeling. De minister stelt dat voor omwonenden van het Groningen gasveld een wettelijk bewijsvermoeden geldt op grond van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek. Dit is een uitzonderlijke afwijking van de hoofdregel die doorwerkt in de bestaande procesposities van partijen. Zo’n afwijking moet daarom goed kunnen worden gemotiveerd, waarbij zwaardere eisen gelden naarmate de reikwijdte groter is. In het belang van de rechtszekerheid en ter voorkoming van onevenredige is ook noodzakelijk dat de reikwijdte van bewijsvermoeden helder afgebakend is. Ten aanzien van het Groningen gasveld geldt dat voor een groot aantal gelijke schadegevallen vaststaat dat verreweg het grootste deel aan een bepaalde oorzaak wordt toegeschreven. Daaraan wordt het vermoeden ontleend dat ook de overige gevallen waarin die oorzaak niet is aan te tonen, maar ook niet is uit te sluiten, aan die oorzaak moeten worden toegeschreven. Deze situatie doet zich bij de zoutwinning door Nedmag niet voor. Alleen het feit dat er een kans op schade bestaat vindt de minister onvoldoende voor het invoeren van een wettelijk bewijsvermoeden. De kans op schade als gevolg van de zoutwinning van Nedmag is erg klein.

Ten overvloede wordt opgemerkt dat dit alleen bij wet kan worden geregeld en niet door middel van een vergunningvoorschrift. Indiener stelt dat Bodemdaling en de stijging van het waterpeil als gevolg daarvan, heeft vergaande consequenties voor de bewerkbaarheid en bruikbaarheid van de percelen van indiener. Op het moment dat de bodem zodanig is gedaald dat opnieuw maatregelen moeten worden genomen om het peil te verlagen, heeft indiener er alle belang bij om in een vroeg stadium te worden betrokken bij de planvorming hieromtrent. Dit is in het verleden niet gebeurd, waardoor

69

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

4av

0027

Zienswijze

Antwoord

4aw

0028

Zienswijze

Antwoord

indiener schade heeft geleden. De besluiten over de te nemen maatregelen en het moment van uitvoering, dienen in samenspraak met de betrokken grondeigenaren tot stand te komen. Het betreft immers niet alleen een zaak van het waterschap en Nedmag. Juist de grondeigenaar wordt geraakt door de bodemdaling en heeft er alle belang bij dat de juiste en gewenste maatregelen worden genomen om vernatting tegen te gaan. Indiener is van oordeel dat een dergelijke voorwaarde aan het instemmingsbesluit dient te worden gekoppeld. Artikel 36, tweede lid van de Mijnbouwwet geeft deze ruimte. De minister kan zijn instemming verlenen onder beperkingen of daaraan voorschriften verbinden, indien deze gerechtvaardigd worden door een grond als genoemd in artikel 36, eerste lid van de Mijnbouwwet. Het in standhouden van het watersysteem is een taak van het waterschap. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat het mogelijk is om extra kunstwerken als gevolg van de bodemdaling die veroorzaakt wordt door de activiteiten die beschreven worden in het winningsplan te plaatsen in het belang van veiligheid voor omwonenden en ter voorkoming van nadelige effecten. Nedmag is aansprakelijk voor de kosten voor de aanleg van deze kunstwerken. Indiener stelt dat naar aanleiding van de maatregelen als gevolg van het incident bij Tripscompagnie, de bodem sneller zal dalen dan voorzien.

Dat de landbouwgronden van cliënt door de bodemdaling op termijn niet meer geschikt zijn voor landbouwkundig gebruik, wordt bevestigd door waterschap Hunze en Aa's in de ingediende zienswijze. Het waterschap ziet bij een bodemdaling zoals voorzien geen mogelijkheden om het landbouwkundig gewenste peil te handhaven. Het waterschap had dit reeds aangegeven in haar advies over het winningsplan, maar de minister heeft dit advies terzijde geschoven. In haar advies heeft het waterschap ook benadrukt dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de effecten van veranderende grondwaterstanden en -stromingen en de kwaliteit van het oppervlaktewater. Toename van extra kwel naar het bodemdalingsgebied is te verwachten. Dit zal lokaal tot veranderingen op percelen leiden en schade en of overlast voor het grondgebruik tot gevolg hebben. De minister stelt dat het waterschap de gronden geschikt kan houden voor het bestaand gebruik, maar daar moeten wel extra benodigde civieltechnische installaties worden aangelegd. Nedmag is aansprakelijk voor de kosten van installaties die nodig zijn ten behoeve van veiligheid van omwonenden en voorkoming aan schade aan bouwwerken en infrastructuur of de functionaliteit daarvan. Indiener stelt dat Nedmag zich in het geheel niet verantwoordelijk acht voor de veroorzaakte schade en overlast.

Nedmag verwijst zelfs uitdrukkelijk naar het Waterschap als veroorzaker van de ontstane schade. Vast staat echter dat het Waterschap maatregelen moet nemen om verdere problemen als gevolg van de door Nedmag veroorzaakte bodemdaling te voorkomen. De minister stelt dat het waterschap maatregelen dient te treffen om gevolgen van de door de mijnbouwactiviteiten van Nedmag veroorzaakte bodemdaling te voorkomen. Het waterschap is

70

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4ax

0028

Zienswijze

Antwoord

4ay

0028

Zienswijze

Antwoord

4az

0028

Zienswijze Antwoord

4ba

0031

Zienswijze

Antwoord

verantwoordelijk voor de wijze van te nemen maatregelen als gevolg van de bodemdaling. De minister stelt hierbij dat het waterschap de maatregelen dient te treffen welke de minste negatieve effecten kunnen hebben. Nedmag is aansprakelijk voor de kosten van deze maatregelen. Indiener stelt dat de Tcbb en de Mijnraad het veroorzaken van schade niet waarschijnlijk achten maar daarbij enkel kijken naar de eindplaatjes. Soortgelijk als bij de steenkoolwinning in ZuidLimburg is het verplaatsen van het winningsfront wel degelijk een proces wat in meerdere kleine stapjes de belastbaarheid onder de woningen fasegewijs beïnvloedt. Hierdoor verplaatst het zwaartepunt van de ondiepe en niet uniforme funderingen van veenkoloniale gebouwen bij iedere aanpassing in de grondwaterstanden. Genoemde verplaatsing leidt tot versnelde veroudering van bouwconstructies. De minister stelt dat de steenkoolwinning in Zuid-Limburg, zowel een ander mijnbouwproces is als een in een andere omgeving plaatsvindt. Deze activiteiten zijn daarom niet met elkaar te vergelijken. Ten aanzien van de zoutwinning door Nedmag stelt de minister dat schade aan bebouwing niet waarschijnlijk is. Indiener stelt dat door de door SodM voorgeschreven maatregelen het gebied fors meer daalt dan de eerder vergunde de 50 cm.

In het verleden heeft de Gemeente Veendam al maatregelen genomen door de woonwijk Golflaan om te wisselen met de golfbaan, waarbij er in de koopaktes een maximale zetting van 50 cm is opgenomen. De minister moet de planschadeclaims, waar de Gemeente Veendam ongetwijfeld mee geconfronteerd gaat worden, voor zijn rekening nemen. Indiener verwijst naar koopaktes met de gemeente Veendam. De minister stelt dat ook in het vigerende winningsplan rekening is gehouden met een bodemdaling van 69 cm. De minister is geen partij in de verkoop van gronden tussen de gemeente Veendam en de woningeigenaren in de wijk Golfbaan. Indiener vraagt zich af wie er garant staat voor een eventuele uitputting van het huidige fonds. De minister neemt aan dat indiener doelt op het Waarborgfonds mijnbouwschade. Dit fonds wordt jaarlijks aangevuld door de mijnbouwondernemingen tot het in het Mijnbouwbesluit vastgesteld bedrag. De minister stelt dat Nedmag verantwoordelijk is voor de kosten voor maatregelen ter voorkoming van schade. Indiener stelt dat er in het gebied om het huis en aan het huis veel sprake van mijnbouwschade. Nedmag neemt hierin nul verantwoordelijkheid, voldoet niet aan afspraken en is niet geïnteresseerd in veiligheid en schade-afhandeling. Als dat wel zo lijkt te zijn dan is dat wat het is. Het lijkt, want ze doen dat alleen in de vorm.

Nedmag behoort geen vergunning te verkrijgen, behoort te worden gediskwalificeerd en mag nooit meer in dit gebied werken. De minister stelt dat indien er sprake is van schade als gevolg van de activiteiten van Nedmag, Nedmag verantwoordelijk is om deze te vergoeden. De minister kan voorstellen dat het voor

71

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4bb

0031

Zienswijze

Antwoord

4bc

0031

Zienswijze Antwoord

4bd

0031

Zienswijze Antwoord

omwonenden lastig is om de oorzaak te bepalen van schadegevallen. Deze ongelijkheid tussen burger en mijnbouwonderneming moet worden verminderd en gedupeerden moeten in deze procedure maximaal worden ontzien. Dit gebeurt door het instellen van de Commissie Mijnbouwschade die zelf onderzoekt wat de schade oorzaak is en ook de hoogte van de mijnbouwschade vaststelt. Dit betekent een aanzienlijke verlichting van de vereiste inspanning van de gedupeerde. De bewijslast wordt door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee dus weggehaald bij de burger. Indiener stelt dat schadeafhandeling door Nedmag zelf een farce is. Het enige dat Nedmag op dat gebied doet is naar de NAM wijzen en de NAM wijst terug. Dit kan de bewoners niet langer worden aangedaan. Indiener kan financieel en juridisch niet op tegen deze grootmachten die al het geld en dus ook juridische hulp van de wereld kunnen betalen. De minister stelt dat deze ongelijkheid tussen burger en mijnbouwonderneming moet worden verminderd en dat gedupeerden in deze procedure maximaal moeten worden ontzien. Dit gebeurt door het instellen van de Commissie Mijnbouwschade die zelf onderzoekt wat de schade oorzaak is en ook de hoogte van de mijnbouwschade vaststelt. Dit betekent een aanzienlijke verlichting van de vereiste inspanning van de gedupeerde.

De bewijslast wordt door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee dus weggehaald bij de burger. Indiener stelt dat het genoemde fonds een leeg fonds is beheerd door anderen dan de schadelijders die daardoor in een heen en weer-spel getrokken worden met als enige aandachtspunt: Zo min mogelijk betalen aan de schadelijders. De minister neemt aan dat indiener doelt op het Waarborgfonds mijnbouwschade. De minister stelt dat dit fonds geen leeg fonds is en jaarlijks wordt aangevuld door de mijnbouwondernemingen tot het in het Mijnbouwbesluit vastgesteld bedrag.. De minister stelt dat indien schade is ontstaan door de activiteiten van Nedmag, Nedmag deze schade dient te vergoeden. Indiener stelt dat er nadruk moet komen op echte zorg en aandacht voor de omwonenden en de overlast die ze ervaren van Nedmag. De minister stelt dat indien omwonenden overlast ervaren en vermoeden dat deze overlast door Nedmag komt, de omwonenden hier melding van kunnen maken. Indien de overlast schade aan bouwwerken betreft stelt de minister dat de Commissie Mijnbouwschade is ingesteld die zelf onderzoekt wat de schade oorzaak is en ook de hoogte van de mijnbouwschade vaststelt. De Commissie Mijnbouwschade zal binnenkort ook schademeldingen als gevolg van zoutwinning gaan beoordelen. Dit betekent een aanzienlijke verlichting van de vereiste inspanning van de gedupeerde.

De bewijslast wordt door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee dus weggehaald bij de burger.

72

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4be

0032

Zienswijze Antwoord

4bf

0032

Zienswijze Antwoord

4bg

0032

Zienswijze Antwoord

4bh

0032

Zienswijze Antwoord

4bi

0032

Zienswijze Antwoord

4bj

0032

Zienswijze Antwoord

Indiener stelt dat in 2002 de dorpsverenigingen hebben gevraagd om lintvoegmetingen te doen om veranderingen te kunnen monitoren. De gemeenten Veendam en Menterwolde ondersteunden dat verzoek aan Nedmag. Deze lintvoegmetingen zijn niet uitgevoerd. De minister stelt dat indiener verwijst naar lintvoegmetingen die in het verleden niet zijn uitgevoerd. De minister merkt dat deze metingen enkel veranderingen monitoren, maar niet de oorzaak registreren. De minister zal deze metingen dan ook niet voorschrijven. Nedmag dient conform het meetplan metingen te verrichten. Het SodM houdt hier toezicht op. Indiener stelt dat Nedmag in 2002 heeft toegezegd dat en voor zover hun experts het noodzakelijk vinden om aan woonhuizen scheurwijdtemeters te plaatsen deze, in overleg met bewoners, worden aangebracht. Scheurwijdtemeters zijn nooit uitgelezen De minister stelt dat indiener verwijst naar scheurwijdtemetingen die in het verleden niet zijn uitgevoerd. De minister merkt dat deze metingen enkel veranderingen monitoren, maar niet de oorzaak registreren. De minister zal deze metingen dan ook niet voorschrijven. Nedmag dient conform het meetplan metingen te verrichten. Het SodM houdt hier toezicht op. In 2002 werd indiener per brief de mogelijkheid aangeboden het huis bouwkundig te laten monitoren. Het originele rapport zou worden gedeponeerd bij een notaris te Veendam.

De opgestelde rapporten hebben nooit bij een notaris in de kluis gelegen. De minister stelt dat deze rapporten zijn opgesteld op basis van afspraken tussen Nedmag en de omgeving. De minister is hier geen partij in. Indiener stelt dat Nedmag in 2008 heeft aangegeven dat het niet de bedoeling dat er een vervolg komt op de bouwkundige monitoring uit 2002 De minister stelt dat de bouwkundige monitoring is uitgevoerd op basis afspraken tussen Nedmag en de omgeving. De minister is hier geen partij in. De minister merkt op dat bouwkundige monitoring geen middel is om de oorzaak van schade te registreren. Er kan enkel mee worden geregistreerd dat er schade is. De minister zal deze metingen dan ook niet voorschrijven. Nedmag dient conform het meetplan metingen te verrichten. Het SodM houdt hier toezicht op. Indiener stelt dat in 2007 het rapport over een gemelde schade uit 2004 niet meer bestond. Schadeopname rapporten verdwijnen uit het archief van Nedmag De minister stelt dat deze rapporten zijn opgesteld op basis van afspraken tussen Nedmag en de omgeving. De minister is hier geen partij in. De minister is dan ook hier niet van op de hoogte. Indiener stelt dat op een voorstel in 2008 om naar de specifieke bodemdalingssituatie van woningen te kijken nooit meer is teruggekomen door Nedmag. De minister stelt dat dit afspraken tussen Nedmag en de omgeving betreffen.

De minister is hier geen partij in. De minister stelt echter dat uit diverse onderzoeken blijkt dat het niet waarschijnlijk is dat bodemdaling door Nedmag schade aan woningen veroorzaakt.

73

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4bk

0011, 0017, 0032

Zienswijze

Antwoord

4bl

0032

Zienswijze Antwoord

4bm

0032

Zienswijze

Indieners stellen dat Nedmag, de gemeenten Veendam en Menterwolde, het waterschap, de Provincie met elkaar in 2012 een onderzoek hebben gefinancierd om helder te krijgen waar de bodemdalingsproblemen aan toegeschreven kunnen worden. Dat onderzoek wordt gegund aan Arcadis. Onder het mom dat de onderste steen boven moest komen, kreeg Arcadis de opdracht reeds bestaande rapporten, waarin Nedmag had laten verwoorden dat bodemdaling geen schade kon veroorzaken, aan elkaar te schrijven met de uitkomst dat de schuld van de schades lag aan de oude huizen. De minister stelt dat door de gemeenten Veendam en Menterwolde, het waterschap Hunze en Aa’s, Nedmag en de provincie Groningen is een gezamenlijk onderzoek opgestart naar de mogelijke oorzaken van de gebouwenschade in het bodemdalingsgebied van de delfstofwinning van Nedmag. Op 23 april 2012 is aan Arcadis opdracht verleend voor het uitvoeren van dit onderzoek, genaamd Samenvattend Onderzoek Gebouwschade. Het onderzoek van Arcadis is in januari 2013 afgerond. De opdracht aan Arcadis was om te onderzoeken waar de bodemdaling in de omgeving aan kon worden toegeschreven op basis van reeds beschikbare onderzoeken, zowel bouwkundige onderzoeken als onderzoeken over de ondergrond. Het doel was om op basis van deze informatie samen te vatten.

Uit de onderzoeksopzet komt niet naar voren dat de opdrachtgevers opdracht hebben gegeven tot vooringenomenheid bij het opstellen van het rapport, zoals indiener suggereert. De conclusie was dat op basis van de beschikbare rapporten de zoutwinning door Nedmag op een diepte van 1500 -1800 meter onder maaiveld leidt tot verwaarloosbare vervormingen in de ondiepe ondergrond en dus ook tot een verwaarloosbare invloed op de schades. De minister is niet betrokken bij het onderzoek van Arcadis. De minister is zich ervan bewust dat het onderzoek is uitgevoerd op basis van reeds bestaande en beschikbare rapporten. De minister ziet hierin geen aanleiding om dit onderzoek als referentie 24 van het winningsplan niet te kunnen betrekken bij het instemmen met het winningsplan. De minister baseert het besluit om al dan niet in te stemmen met het winningsplan 2018 van Nedmag niet uitsluitend op dit onderzoek van Arcadis, maar ook op andere rapporten zoals het rapport van de TU Delft uit 2018. Om de burger te ontzorgen wordt in de praktijk de bewijslast bij de burgers weggehaald door dat de Commissie Mijnbouwschade de schade zal laten onderzoeken en zal beoordelen waardoor de schade is veroorzaakt. Indiener stelt dat onderzoek van de bodemdaling op de bebouwing op basis verifieerbare meetgegevens ontbreekt en de intentie om dat te meten ontbreekt eveneens.

De minister verwijst hiervoor naar het meetplan en meetregister zoals dit beschikbaar is op www.nlog.nl. Indiener stelt dat de minister ten onrechte schrijft dat het risico op schade ten gevolge van bodemdaling en bodemtrilling beperkt is. De maximaal verwachte bodemdaling van 95 cm door de zoutwinning door Nedmag en de cumulatieve maximale bodemdaling tot 1,1 m ontstaat

74

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord 4bn

0032

Zienswijze

Antwoord

4bo

0032

Zienswijze

Antwoord

4bp

0033

Zienswijze

geleidelijk. Daardoor leidt deze naar verwachting niet tot schade aan bebouwing, maar sluit de minister het ontstaan van schade ook niet op voorhand uit. Als gevolg van de bodemdaling door zoutwinning zijn er geen schadegevallen bekend. De minister stelt dat schade als gevolg van bodemdaling en bodemtrilling door Nedmag niet waarschijnlijk is. Omdat schade nooit geheel is uit te sluiten zorgt de minister voor een goede schadeafhandeling door het instellen van de Commissie Mijnbouwschade. Indiener stelt dat de minister zich als vergunningverlener kritischer moet opstellen tegenover Nedmag. De minister onderbouwt niet als hij schrijft dat er een geleidelijke bodemdaling ontstaat. De minister heeft zich werkelijk niet verdiept in dit onderwerp en schrijft dus datgene dat Nedmag hem citeert. Waar Nedmag al twintig jaar volhoudt dat de bodemdaling geen schade veroorzaakt en stelselmatig in alle schaderapporten laat opnemen dat de funderingen slecht zijn of dat vorstschade de oorzaak van de scheuren is en dat op basis van vele rapporten aangetoond kan worden dat Nedmag geen schade veroorzaakt. De minister past artikel 34 van de Mijnbouwwet niet strikt toe op de activiteiten van Nedmag.

De minister stelt dat de bodemdaling, die direct door zoutwinning aan de oppervlakte ontstaat, ter plaatse van de aanwezige infrastructuur en gebouwen zo gelijkmatig is dat de zettingsverschillen en horizontale rek ver onder de grenswaarden blijven. Boven deze grenswaarden kan de bodemdaling tot schade aan infrastructuur en gebouwen kan leiden. TU Delft stelt in haar rapport Onderzoek naar de oorzaken van bouwkundige schade in Groningen het falsificatiecriterium voor gebouwvervormingen vast: een horizontale rek van 0,2 ‰ en een hoekvervorming van 0,4 ‰. Als gevolg van de bodemdaling door zoutwinning door Nedmag bedraagt de maximale, van de bodem naar het gebouw overgedragen, horizontale rek 0,011 ‰ en de maximale hoekvervorming van de 0,0098‰. Indiener stelt dat de minister ten onrechte stelt dat de bodemdaling wel leidt tot schade aan infrastructurele werken en het Waterschap daardoor genoodzaakt is met miljoenen van Nedmag de infrastructuur in stand te houden en dat duikers wel de grond in zakken, maar dat met de huizen niets kan gebeuren. De minister stelt dat de kans op schade aan infrastructurele werken van het waterschap verwaarloosbaar is. De minister stelt dat het waterschap extra infrastructurele kunstwerken moet plaatsen indien het bestaande waterpeil in stand wordt gehouden.

Het is een taak van het waterschap om maatregelen te treffen ter voorkoming van schade aan bouwwerken en in het belang van de veiligheid van omwonenden. Nedmag is verantwoordelijk voor de kosten voor deze infrastructurele werken wanneer deze het gevolg zijn van de activiteiten van Nedmag. Nedmag dient daarom met het waterschap hierover afspraken te maken. Indiener stelt dat de voorgenomen boringen gepland zijn onder zijn percelen landbouwgrond. In geval hier zout zal worden gewonnen zal dit tot gevolg hebben dat de bodem hier in ernstige

75

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

4bq

0034

Zienswijze

Antwoord 4br

0034

Zienswijze

mate gaat dalen hetgeen gepaard gaat met verslechterde waterhuishouding. Momenteel is er reeds sprake van bodemdaling. Dit onomkeerbare proces zal door de voorgenomen zoutwinning alleen maar toenemen. Dit zal resulteren in terugkerende gewassenschade waarvoor wij de Nedmag aansprakelijk zullen stellen. Tevens zal de bodemdaling en de waterhuishouding van invloed zijn op de waarde van de hoogwaardige landbouwgrond waarvoor de minister tevens aansprakelijk kan worden gesteld. Deze problematiek speelt overigens bij meer percelen landbouwgrond. Dit is voor stof om serieus over na te denken en de plannen omtrent de voorgenomen boringen te overwegen. De minister stelt dat de bodemdaling ertoe leidt dat het waterschap aanvullende maatregelen dient te treffen. Door deze maatregelen kan de bestaande functie als landbouwgrond worden gehandhaafd. Het waterschap is verantwoordelijk voor de wijze van te nemen maatregelen als gevolg van de bodemdaling. De minister stelt hierbij dat het waterschap de maatregelen dient te treffen welke de minste negatieve effecten kunnen hebben. Nedmag is verantwoordelijk voor de kosten van deze maatregelen. Indiener stelt dat binnen het gebied welke zal worden beïnvloed door het winningsplan bevinden zich een groot aantal rijks-, provinciale-, en gemeentelijke monumenten. Deze panden vertegenwoordigen cultuurhistorische waarde en zijn als zodanig beschermd.

Deze monumenten zijn als gevolg van hun karakteristieken vaak kwetsbaar en kunnen bij eventuele schade niet weer in de originele toestand worden teruggebracht. Schade zal als gevolg hiervan altijd afbreuk doen aan de cultuurhistorische waarde welke de overheid zelf aangeeft te willen beschermen. In het kader van het winningsplan wordt gesproken over een schade loket waarbij eventuele schade kan worden gemeld. Gesproken wordt over het feit dat schade welke voortkomt uit gevolgen van de zoutwinning zullen worden hersteld. Dit is echter gezien bovenstaande een niet adequaat mechanisme. Schadeherstel is in het geval van monumentale panden niet gelijk aan bescherming tegen schade. Er ontbreekt een adequaat mechanisme ter schadepreventie aan monumentale panden, en de minister heeft dit aspect niet zorgvuldig meegenomen in de afweging. De minister stelt dat schade aan bouwwerken, ook die met cultuurhistorische waarde als gevolg van zoutwinning niet waarschijnlijk is. Er is daarom geen aanleiding voor een mechanisme ter schadepreventie aan monumentale panden. Indiener stelt dat de overheid binnen het gebied dat zal worden beïnvloed door de zoutwinning, specifieke gebieden heeft aangewezen als monumentaal. De overheid heeft besloten dat deze specifieke gebieden van dergelijke cultuurhistorische waarde zijn dat deze beschermd dient te worden.

Duidelijk is dat grote delen van de monumentale gebieden zullen worden beïnvloed door het winningsplan. Onduidelijk, doch aannemelijk, is of schade aan deze gebieden zal optreden. Gezien de omvang en schaal van de beïnvloeding van de monumentale gebieden door het winningsplan is met zekerheid te zeggen dat eventuele optredende schade niet herstelbaar zal

76

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

4bs

0034

Zienswijze

Antwoord

4bt

0034

Zienswijze

zijn. In het kader van de beschermde status dient echter vast te staan dat er geen schade zal ontstaan aan deze monumentale gebieden. De beschermde status is er immers op gericht schade te voorkomen. De onomkeerbaarheid van eventuele schade aan monumentale beschermde gebieden binnen het door het winningsplan beïnvloede gebied is niet zorgvuldig meegenomen in de afweging. De minister stelt dat schade aan het gebied, waaronder ook de specifieke gebieden met cultuurhistorische waarde niet waarschijnlijk is. Er is eveneens geen aanleiding om te veronderstellen dat eventuele schade niet herstelbaar zal zijn. De minister merkt op dat Nedmag verantwoordelijk is voor de kosten als gevolg van schade als gevolg van de bodemdaling door de zoutwinning door Nedmag. Indiener stelt dat een landschap van onkenbare waarde is voor de culturele identiteit van de bevolking welke haar bewoont. Grote veranderingen aan het landschap ondermijnen de verbinding van bewoners met haar leefomgeving en daarmee haar culturele identiteit. Tot het landschap moet in deze ook worden meegerekend de ruimtelijk karakteristieken, zoals openheid, begroeiing, en reliëf. Aannemelijk is dat de aard en de omvang van de beïnvloeding door het winningsplan invloed zal hebben op het landschap en zomede de verbinding van haar bewoners met haar leefomgeving.

Vergelijkbare omstandigheden zoals gedwongen volksverhuizingen of vernietiging van religieuze landschapselementen waarbij dergelijke verzwakking van de verbinding van bewoners met hun leefomgeving en consequent verzwakking van culturele identiteit plaatsvinden worden veel al gezien als schending van mensen rechten. De potentiele negatieve invloed op culturele identiteit is als gevolg van aannemelijke beïnvloeding van het landschap binnen het door het winningsplan beïnvloede gebied niet zorgvuldig meegenomen in de afweging. De minister stelt dat dit winningsplan niet leidt tot beïnvloeding van het landschap. De minister merkt op dat de culturele identiteit van de bevolking in een gebied van vele factoren afhankelijk is. Naast landschappelijke factoren gaat het hier om economische, sociale en politieke factoren. De identiteit in een gebied kan niet aan één oorzaak als een winningsplan worden toegekend, daarnaast merkt de minister op dat de culturele identiteit in een gebied geen weigeringsgrond is voor instemming met het winningsplan. Indiener stelt dat leefbaarheid in een gebied mede afhankelijk is van het gevoel van veiligheid. Deze veiligheid is opgebouwd uit zowel fysieke, gezondheids- als ook economische elementen.

Aannemelijk is dat de aard en de omvang van de beïnvloeding door het winningsplan binnen het gebied invloed zal hebben op de fysieke, gezondheids- als ook economische elementen van veiligheid en zomede de leefbaarheid van het gebied. De in het winningsplan beschreven aard van productie maakt gebruik van methoden en hulpstoffen welke in het verleden hebben zorggedragen voor situaties waarbij men aan heeft gegeven niet te weten in welke mate deze de

77

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

4bu

0034

Zienswijze

Antwoord

gezondheid van bewoners van het gebied beïnvloeden. Vergelijkbare situaties in andere bedrijfstakken waarbij met vergelijkbare methoden en hulpstoffen hebben de gezondheid van omwonenden in gevaar gebracht. Gezien de methoden en hulpstoffen aangegeven in het winningsplan is niet uit te sluiten deze invloed kan hebben op gezondheidsveiligheid in het gebied. Aannemelijk is dat de aard en de omvang van de beïnvloeding door het winningsplan negatieve gevolgen zal hebben voor de economische veiligheid in het gebied. Zowel de bestaande economische waarde als ook de potentiele ontwikkeling van economische waarde worden beide naar alle waarschijnlijkheid negatief beïnvloed. Als gevolg zal de economische veiligheid in het gebied afnemen. Gebleken is uit het gaswinningsdossier dat de daling van deze economische veiligheid bewoners in het gebied direct treft in de waardeontwikkeling van hun eigendommen. Bovenstaande geeft aan dat aannemelijk is dat de aard en de omvang van de beïnvloeding door het winningsplan negatieve gevolgen zal hebben voor de veiligheid in het gebied en als zodanig de leefbaarheid. De potentiele negatieve invloed op leefbaarheid als gevolg van aannemelijke beïnvloeding van het landschap binnen het door het winningsplan beïnvloede gebied is niet zorgvuldig meegenomen in uw afweging.

De minister stelt dat het zeer onwaarschijnlijk is dat dit winningsplan leidt tot verminderde veiligheid in het gebied. Schade aan bebouwing door zoutwinning is niet waarschijnlijk, waardoor de kans op gevolgen voor de fysieke veiligheid dat ook is. Wanneer omwonenden schade aan bebouwing ervaren en vermoeden dat dit een gevolg is van de mijnbouwactiviteiten kunnen zij zich richten tot de Commissie Mijnbouwschade. De minister stelt dat het niet aannemelijk is dat de plannen tot uitbreiding van de zoutwinning op dit moment tot wat indiener economische onveiligheid noemt leiden, maar indien indiener of andere bewoners wel waardedaling ondervinden kunnen zij Nedmag daarvoor aansprakelijk stellen in een civielrechtelijke procedure. Indiener stelt dat de economische potentie van een gebied de mate is waarin een gebied ontwikkeling van toekomstige economische activiteiten kansrijk is. Aannemelijk is dat de aard en de omvang van de beïnvloeding door het winningsplan binnen het gebied invloed zal hebben op deze economische potentie. Vele mogelijk toekomstige activiteiten zoals toerisme en duurzame economische ontwikkelingen zijn strijdig met de aard en de omvang van de beïnvloeding door het winningsplan binnen het gebied.

Dit "lock-in-effect" op de potentiële succesvolle economische aanwending van het gebied staat haaks op de door de overheid uitgesproken intentie tot versterking van de toekomstige economie in het gebied. De potentiele negatieve invloed op economische potentie als gevolg van aannemelijke beïnvloeding van het landschap binnen het door het winningsplan beïnvloede gebied is niet zorgvuldig meegenomen in de afweging. De minister stelt dat de beïnvloeding van het landschap door de zoutwinning en schade aan bouwwerken niet waarschijnlijk is. De minister stelt dat er daarom geen aanleiding is voor

78

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4bv

0034

Zienswijze Antwoord

4bw

0034

Zienswijze Antwoord

4bx

0035

Zienswijze Antwoord

4by

0035

Zienswijze Antwoord

4bz

0035

Zienswijze Antwoord

negatieve invloed op economische potentie als gevolg van beïnvloeding van het landschap door dit winningsplan. Indiener stelt dat omgekeerde bewijslast voor eventuele schade door zoutwinning moet worden toegepast. De minister stelt dat alleen het feit dat er een kans op schade bestaat onvoldoende is voor het invoeren van een wettelijk bewijsvermoeden. De kans op schade als gevolg van de zoutwinning van Nedmag is klein. Ten overvloede wordt opgemerkt dat dit alleen bij wet kan worden geregeld en niet door middel van een vergunningvoorschrift. De minister vindt het wel belangrijk dat de ongelijkheid tussen burger en mijnbouwonderneming wordt verminderd en dat een gedupeerde in een procedure maximaal wordt ontzorgd. Dit gebeurt door het instellen van een onafhankelijke partij die zelf bij een schademelding onderzoekt wat de oorzaak van de schade is en de hoogte van de mijnbouwschade vaststelt. Dit betekent een aanzienlijke verlichting van de vereiste inspanning van de schademelder en draagt bij aan zijn ontzorging. De bewijslast wordt door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee weggehaald bij de burger.

Indiener stelt dat een compensatieregeling moet worden vormgegeven die individuele bewoners compenseert voor immateriële schade door de zoutwinningsactiviteit De minister stelt dat risico’s voor de veiligheid van omwonenden en schade aan bouwwerken als gevolg van de zoutwinning door Nedmag niet waarschijnlijk zijn. De minister ziet dan ook geen reden om aan te nemen dat sprake zou kunnen zijn van immateriële schade. Indiener stelt dat er sprake is van sluipende scheuren en klemmende ramen en deuren. De minister stelt dat indien indiener schade ervaart en vermoedt dat dit komt door mijnbouwactiviteiten, hij zich kan richten tot de Commissie Mijnbouwschade. De Commissie Mijnbouwschade beoordeelt nu nog niet zoutwinningsschade. De minister is met de zoutbedrijven tot overeenstemming gekomen. Schademeldingen door zoutwinning kunnen in de nabije toekomst bij de Commissie Mijnbouwschade worden ingediend Indiener stelt dat monumentale huizen en boerderijen in Niehove meerdere scheuren vertonen. De kerk uit 1600 heeft scheuren door 1m dikke muren. De minister stelt dat Niehove ca. 45 km is gelegen van de zoutwinning door Nedmag. Niehove ligt daarmee ver buiten de bodemdalingskom zoals beschreven in het winningsplan. De minister stelt dat de activiteiten van Nedmag geen invloed hebben op schadegevallen in Niehove. Indiener stelt dat landerijen golfterreinen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10316608/1