05-01-04 Nota van Antwoord gecoördineerde besluiten Nedmag
Tekst van het document
Ofschoon er maar kleine trillingen zijn gemeten tijdens het incident in 2018 is het waarschijnlijk dat ondiepe breuken tijdens het wegstromen van pekel en diesel ondiepe breuken heeft geactiveerd. De minister stelt dat de kans klein is dat er breuken zijn gereactiveerd als gevolg van het incident in 2018, omdat de vloeistof dan in bestaande breuken zou moeten stromen. Deze breuken zijn echter niet of zeer beperkt toegankelijk voor vloeistof. Tijdens het incident van 20 april 2018 heeft het KNMI dan ook slechts een zeer kleine, nauwelijks meetbare trilling waargenomen. Door de maatregelen die SodM heeft opgelegd, om de hoeveelheid pekel zoveel mogelijk af te laten uit de cavernes van het TR-cluster, wordt de kans op herhaling van het incident beperkt en dat geldt ook voor bodemtrilling als gevolg daarvan. Indiener stelt dat het Nedmag winningsgebied ligt tussen de Groninger en Annerveen gasvelden. Er worden regelmatig aardbevingen gemeten in het zoutwinningsgebied. Ook al is het moeilijk op de precieze diepte van de aardbeving te bepalen, het wordt aangenomen dat ze zijn veroorzaakt door gaswinning, ofschoon hier geen gas aanwezig is. Deze aardbevingen zullen niet stoppen als ze zijn aangekomen bij de cavernes en laten ook de lagen boven het zout trillen. Door bodemdaling is extra spanning ontstaan op de ondiepe breuken. Aardbevingen kunnen deze gestreste breuken activeren.
Dat het minder waarschijnlijk is dat aardbevingen breuken activeren in het zout nabij cavernes, omdat zout stroperige eigenschappen vertoond, maakt hier niet uit. De minister stelt dat trillingen die zijn voorgekomen in naburige gasvelden in het verleden geen directe invloed hebben gehad op de zoutcavernes in de nabijheid van de bevingen. Het is onwaarschijnlijk dat er een zodanig grote trilling zou voorkomen dat deze direct van invloed is op
41
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
3h
0020
Zienswijze
Cumulerend effect bodemtrilling met omliggende gasvelden
Antwoord
3i
0035
Zienswijze
de zoutcavernes. Er is derhalve geen sprake van cumulatieve risico’s ten aanzien van bodemtrillingen of een risico dat een trilling in een gasveld een trilling kan opwekken bij de zoutcavernes. Desalniettemin heeft de minister voorgeschreven dat Nedmag een extra meetstation moet plaatsen om ervoor te zorgen dat ook een goede locatie kan worden bepaald bij mogelijke bodemtrillingen in de cavernes van Nedmag. Indiener stelt dat verweking lokale verzakking van de bodem veroorzaakt, welke scheefzakking van huizen tot gevolg kan hebben. De TU Delft heeft in 2018 aangetoond dat het mogelijk is dat verweking kan optreden bij aardbevingen met een versnelling van 0.1 g of hoger. Er zijn 5 aardbevingen met een magnitude variërend van 2.7 tot 3.1 onderzocht. Deze aardbevingen hebben een versnelling van 0.35 g op ongeveer 10 km afstand van het epicentrum veroorzaken. Bij een lagere magnitude wordt deze versnelling bereikt op minder dan 10 km van het epicentrum. De versnelling die minimaal nodig is om dicht gepakt zand, zoals gevonden in de Veenkoloniën, te verweken is 0.35 g. Het Groninger en Annerveen gasveld begint hemelsbreed op ongeveer 5 km van het viaduct in Borgercompagnie. Er zijn regelmatig aardbevingen geregistreerd op afstand van 7 km en 5 km met een magnitude van 2 tot 2.4. Het is dus mogelijk dat verweking in de Veenkoloniën op kan treden.
Het is niet uit te sluiten is dat bevingen als gevolg van het Groningen gasveld of het Annerveenveld effect kunnen hebben aan de bovengrond in het gebied van de zoutwinning door Nedmag. De zoutwinning van Nedmag heeft geen effect op bevingen als gevolg van de gaswinningen in het Groningenveld en het Annerveenveld. Dichter gepakt zand kan verweken als de versnelling toeneemt tot boven de 0,35 g, maar bij de tot op heden opgetreden aardbevingen is een piek grondversnelling in de orde van 0,1 g opgetreden. De minister constateert dat in het rapport van de TU Delft uit 2018 geconcludeerd wordt dat zetting door verweking als gevolg van bevingen niet te verwachten is bij topwaarden van de bodemversnelling tot een niveau van 0,1 g. Er zijn geen aanwijzingen dat herhaald optreden van bodemtrillingen onder dit niveau met een beperkt aantal cycli tot verweking aanleiding zou kunnen geven. Trillingen die zijn voorgekomen in naburige gasvelden hebben geen directe invloed gehad op de zoutcavernes in de nabijheid van de bevingen. Het is onwaarschijnlijk dat er een zodanig grote trilling zou voorkomen dat deze direct invloed zou hebben op de zoutcavernes. Er is derhalve geen sprake van cumulatieve risico’s ten aanzien van bodemtrillingen of een risico dat een trilling in een gasveld een trilling kan opwekken bij de zoutcavernes.
Indiener stelt dat er meerdere aardbevingen hebben plaatsgevonden. Dit is zeer angstig om mee te maken in een krakend huis en bewegende bodem.
Zorgen over risico op bodemtrilling
42
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
Antwoord
Conclusie
4 4a
De minister kan zich voorstellen dat het beangstigend kan zijn om een aardbeving mee te maken. Deze aardbevingen zijn echter niet veroorzaakt door de zoutwinning van Nedmag, maar door de gaswinning uit naburige gasvelden. Op basis van de diepte van de bevingen kan de oorzaak bepaald worden en deze bevingen vonden plaats op een diepte van rond de 3 kilometer, wat aanzienlijk dieper ligt dan de cavernes van Nedmag. Bovenstaande zienswijzen over bodemtrillingen geven geen aanleiding om het ontwerpinstemmingsbesluit Nedmag 2018 te wijzigen.
Schade door bodembeweging R002, R036 Garantstelling door de rijksoverheid
Zienswijze
Antwoord
De gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo stellen dat het goed is dat de minister de financiële zekerheidsstelling ook als voorwaarde heeft opgenomen in de voorschriften. De gemeente Aa en Hunze stelt dat de minister de fondsvorming met Nedmag en het waterschap nog wil vormgeven. Concretisering daarvan met garantstelling door de rijksoverheid dient als voorwaardelijke verplichting te worden opgenomen in het definitieve instemmingsbesluit. Op die manier kunnen ook onvoorziene maatregelen op langere termijn voldoende vooraf worden geborgd. De minister stelt dat het wenselijk is dat Nedmag zorgdraagt voor een financiële zekerheidsstelling voor onderhoud door het waterschap van extra benodigde civieltechnische installaties die voortvloeien uit de activiteiten van Nedmag veroorzaakte bodemdaling. Voor de periode dat Nedmag niet meer actief is met zoutwinning kunnen Nedmag enhet waterschap Hunze en Aa’s een privaatrechtelijke overeenkomst te sluiten over de totstandkoming van deze financiële zekerheid. De minister schrijft dit echter niet meer voor als voorschrift aan het instemmingsbesluit. Gelet op het wettelijke kader, zoals opgenomen in artikel 36, in het instemmingsbesluit geen voorschrift kan worden opgenomen over de afwikkeling van schade en een financiële zekerheidstelling ten behoeve van maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging.
Dit is een vaste jurisprudentielijn die recent weer bevestigd is door de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (uitspraak over de gaswinning Gaag-Monster (ABRvS 31 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:660, r.o. 16.1). De minister stelt dat het aan Nedmag en de decentrale overheden het Waterschap Hunze en Aa’s is om in de privaatrechtelijke sfeer afspraken te maken over een financiële waarborg.
43
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
De minister kan op grond van artikel 46 van de Mbw (aansprakelijkheid voor schade) en artikel 47 van de Mbw (zekerheidstelling kosten abandonneren) in separate besluiten zekerheden stellen.
4b
R002, R006, R007, R030, R036, 0010, 0012, 0017, 0018, 0019, 0021, 0022, 0023, 0027, 0028, 0031, 0032
Zienswijze
Wettelijk bewijsvermoeden
Antwoord
De minister merkt daarnaast op dat als een oorzakelijk verband tussen de schade en de zoutwinning van Nedmag wordt vastgesteld, Nedmag deze schade moet vergoeden (artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek). Zou Nedmag hier door faillissement niet (meer) toe in staat zijn, dan vindt vergoeding plaats uit het Waarborgfonds mijnbouwschade aan natuurlijke personen (artikel 137 e.v. van de Mijnbouwwet). Deze verplichting vloeit direct voort uit de wet en kan niet bij voorschrift in een besluit geregeld worden. De zoutsector, waaronder Nedmag, heeft moeten bijdragen aan de vorming van het initiële vermogen van het waarborgfonds. Deze bijdrage is vastgelegd in artikel 121 van het Mijnbouwbesluit. Nedmag zal worden aangesproken wanneer het waarborgfonds moet worden aangevuld. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het waarborgfonds in verband met de activiteiten van Nedmag zijn betaald. De gemeente Aa en Hunze stelt dat de minister in het ontwerp-instemmingsbesluit het belang van een transparante, onafhankelijke en eenduidige wijze van schadeafhandeling onderschrijft.
De gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo stellen dat voorafgaand aan het definitieve instemmingsbesluit een onafhankelijke schaderegeling voor zout in werking dient te zijn die inhoudelijk gelijk is aan het schadeprotocol Groningen en de Wet Bewijsvermoeden, zoals die geldt voor schades gerelateerd aan de gaswinning uit het Groningenveld. Schademeldingen uit deze regio met gestapelde mijnbouwactiviteiten moeten in alle gevallen gelijk behandeld worden, ongeacht de direct of indirect aan te wijzen veroorzakende mijnbouwactiviteit. De gemeente Veendam stelt dat een landelijk schadeprotocol voor de deelsector zoutwinning momenteel in de afrondende fase verkeert. De provincie Groningen stelt dat er geen twee regimes voor schade-afhandeling, veroorzaakt door gaswinning vanuit het Groningenveld én voor schade-afhandeling veroorzaakt door overige mijnbouwactiviteiten zouden moeten gelden. De minister stelt dat voor omwonenden van het Groningen gasveld een wettelijk bewijsvermoeden geldt op grond van artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek en vormgegeven in de Wet bewijsvermoeden gaswinning Groningen. Dit is een uitzonderlijke afwijking van de hoofdregel die doorwerkt in de bestaande procesposities van partijen. Zo’n afwijking moet daarom goed kunnen worden gemotiveerd, waarbij zwaardere eisen gelden naarmate de reikwijdte groter is.
In het belang van de rechtszekerheid en ter voorkoming van onevenredigheid is ook noodzakelijk dat de reikwijdte van bewijsvermoeden helder afgebakend is. Ten aanzien van het Groningen gasveld geldt dat voor een groot aantal gelijke schadegevallen vaststaat dat
44
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4c
0012, 0017, 0018, 0019, 0021, 0022, 0023, 0027, 0028, 0031, 0032 Met Commissie Mijnbouwschade wordt geen wettelijk bewijsvermoeden ingevoerd
Zienswijze
verreweg het grootste deel aan gaswinning uit het Groningenveld kan worden toegeschreven. Daaraan wordt het vermoeden ontleend dat ook de overige gevallen waarin die oorzaak niet is aan te tonen, maar ook niet is uit te sluiten, aan die oorzaak moeten worden toegeschreven. Deze situatie doet zich bij de zoutwinning door Nedmag niet voor. Alleen het feit dat er een kans op schade bestaat vindt de minister onvoldoende voor het invoeren van een wettelijk bewijsvermoeden. De kans op schade als gevolg van de zoutwinning van Nedmag is klein. Ten overvloede wordt opgemerkt dat een wettelijk bewijsvermoeden alleen bij wet kan worden geregeld en niet door middel van een vergunningvoorschrift. De minister vindt het wel belangrijk dat de ongelijkheid tussen burger en mijnbouwonderneming wordt verminderd en dat een gedupeerde in een procedure maximaal wordt ontzorgd door de landelijke aanpak afhandeling mijnbouwschade. Dit gebeurt door het instellen van een onafhankelijke partij die zelf bij een schademelding onderzoekt wat de oorzaak van de schade is en de hoogte van de mijnbouwschade vaststelt. Dit betekent een aanzienlijke verlichting van de vereiste inspanning van de schademelder en draagt bij aan zijn ontzorging. De minister en de zoutbedrijven zijn met de afronding van een schadeprotocol en overeenkomst bezig en zullen op korte termijn tot ondertekening overgaan.
De verwachting is dat de overeenkomst wordt gesloten voordat het instemmingsbesluit in werking treedt. Op basis hiervan zal de Commissie Mijnbouwschade ook meldingen van schade door zoutwinning gaan behandelen. De bewijslast wordt daarmee door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee wordt de burger ontzorgd. Indiener stelt dat voor de schade wordt verwezen naar het recent opgerichte landelijke instituut. Indiener stelt dat met ingang van 1 juli 2020 schade als gevolg van mijnbouw kan worden gemeld bij de Commissie Mijnbouwschade. Indiener stelt dat met het instellen van de Commissie Mijnbouwschade per 1 juli 2020 het doel is dat de ongelijkheid tussen burger en mijnbouwonderneming wordt verminderd en dat een gedupeerden deze schadeprocedure maximaal wordt ontzorgd. Indiener stelt dat er geen valide argumenten te bedenken zijn om in de afhandeling van de schade de omgekeerde bewijslast om de inwoners maximaal te ontlasten niet in het besluit en de voorschriften op te nemen. Indieners stellen dat zowel de gevolgen van zoutwinning als aardgaswinning merkbaar zijn. Indiener stelt dat met de nabije aanwezigheid van gas en de zoutwinning door Nedmag, in een gebied van gestapelde mijnbouw, is het opmerkelijk dat de minister vasthoudt aan het niet van toepassing verklaren van het wettelijk bewijsvermoeden.
Indiener stelt dat door de manier waarop onderzoeken zijn uitgevoerd, de manier waarop de opnemers gecommuniceerd hebben en verslaglegging hebben gedaan, door de manier waarop feitelijkheden genegeerd zijn en door de manier waarop uiteindelijk alle schademeldingen categorisch zijn afgewezen het vertrouwen in een objectieve schadebeoordeling weg is.
45
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
Antwoord
4d
R002, R003, 0008, 0021, 0029
Zienswijze
Indiener stelt dat er geen garantie is dat Nedmag zich gaat houden aan de voorwaarden, zoals een meet-en regelprotocol opstellen, en het vooraf veiligstellen van financiële middelen om bij het einde van de winning het opruimen, de continuïteit van maatregelen in het waterbeheer en de afhandeling van eventuele toekomstige schade te waarborgen. De minister stelt dat met het instellen van de Commissie Mijnbouwschade het wettelijk bewijsvermoeden niet van toepassing wordt verklaard op de zoutwinning van Nedmag, maar dat in praktische zin hetzelfde wordt bereikt. Het is belangrijk dat de ongelijkheid tussen burger en mijnbouwonderneming wordt verminderd en dat een gedupeerde in een procedure maximaal wordt ontzorgd door de landelijke aanpak afhandeling mijnbouwschade. Dit gebeurt door het instellen van een onafhankelijke partij die zelf bij een schademelding onderzoekt wat de oorzaak van de schade is en de hoogte van de mijnbouwschade vaststelt. Dit betekent een aanzienlijke verlichting van de vereiste inspanning van de schademelder en draagt bij aan zijn ontzorging. De bewijslast wordt door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee weggehaald bij de burger. De provincie Drenthe en andere indieners stellen dat een goede schadeafhandeling een belangrijke voorwaarde is voor de voortzetting van de zoutwinning door Nedmag.
De gemeente Aa en Hunze stelt dat de zoutwinners nog niet akkoord zijn met een voorstel van de minister.
Akkoord sector zoutwinning met CM Antwoord
De minister onderschrijft het belang van een transparante, onafhankelijke en eenduidige wijze van schadeafhandeling, zoals de minister in zijn kamerbrief van 9 juni 2020 heeft aangegeven, en wordt een onafhankelijke en deskundige commissie ingesteld met als taak de onafhankelijke afhandeling te borgen van alle mijnbouwschadeschades in Nederland met uitzondering van schadegevallen door gaswinning uit het Groningenveld en opslag Norg. De minister deelt ook de behoefte aan een adequate uitvoeringsorganisatie ter ondersteuning en onder aansturing van de Commissie Mijnbouwschade. De Commissie Mijnbouwschade en de uitvoeringsorganisatie zijn 1 juli 2020 van start gegaan. De Commissie Mijnbouwschade is onafhankelijk en wordt niet aangestuurd door de minister. Er is nu één meldpunt met de website www.commissiemijnbouwschade.nl. Bij betrokken instanties zoals gemeenten, provincies en waterschappen en mogelijke gedupeerden is hieraan bekendheid gegeven . Voor burgers die schade willen claimen betekent dit dat zij bij één meldpunt terecht kunnen en zelf niet hoeven na te gaan welke mijnbouwactiviteit mogelijk oorzaak is van hun schade. De Commissie Mijnbouwschade is op 1 juli 2020 operationeel geworden, maar behandelt nu alleen nog schademeldingen voor winning en opslag olie en gas uit kleine velden.
De minister is in gesprek geweest met de zoutsector om de Commissie Mijnbouwschade ook te laten adviseren over
46
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4e
R007, 0029
Zienswijze
Schadefonds als onderdeel overeenkomst Nedmag met betrokken decentrale overheden Antwoord
4f
R030 Termijn schadeafhandeling
Zienswijze
Antwoord
schades door zoals zoutwinning. Eind vorig jaar zijn decentrale overheden en andere stakeholders geconsulteerd over het concept schadeprotocol. De minister en de zoutbedrijven zijn met de afronding van een schadeprotocol en overeenkomst bezig en zullen op korte termijn tot ondertekening overgaan. De verwachting is dat de overeenkomst wordt gesloten voordat het instemmingsbesluit in werking treedt. Op basis hiervan zal de Commissie Mijnbouwschade ook meldingen van schade door zoutwinning gaan behandelen. De bewijslast wordt daarmee door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee wordt de burger ontzorgd. De gemeente Veendam stelt dat in artikel 11 van het ontwerp-instemmingsbesluit de minister Nedmag de verplichting oplegt voor de totstandkoming van een fonds voor de noodzakelijke waterhuishoudkundige mitigerende maatregelen en van waaruit eventuele mijnbouwschade kan worden vergoed. Dit ziet de gemeente Veendam als een goede voorwaarde. De gemeente Veendam stelt dat de totstandkoming van dit fonds dient te geschieden in bredere context, waarbij meerdere decentrale overheden betrokken zijn.
De minister heeft voorschrift 11 uit het instemmingsbesluit geschrapt. Zie voor nadere toelichting hierop antwoord 4a. De minister stelt dat het waterschap Hunze en Aa’s heeft aangegeven dat extra kunstwerken nodig zijn als gevolg van de bodemdaling die veroorzaakt wordt door de activiteiten die beschreven worden in het winningsplan, in het belang van de veiligheid voor omwonenden en ter voorkoming van nadelig effecten. Het is van belang dat Nedmag over voldoende financiële middelen beschikt voor het nemen van deze noodzakelijke maatregelen. Nedmag kan voor de kosten van de te nemen maatregelen aansprakelijk gesteld worden door de decentrale overheid die de maatregelen moet treffen. In een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de decentrale overheden en Nedmag kunnen ook andere afspraken gemaakt worden. De landelijk aanpak afhandeling mijnbouwschade brengt schade door zoutwinning onder bij de Commissie Mijnbouwschade. Deze ziet op schademeldingen door burgers of microondernemingen De gemeente Midden-Groningen stelt dat de minister redelijke termijnen dient in te stellen waarbinnen de schadeafhandeling definitief wordt bepaald. Dat om het leven van inwoners niet te veel te ontwrichten en de gang naar de rechter binnen een afzienbare tijd mogelijk te maken bij vermeende onredelijke toepassing van voorschriften.
De gemeente Midden-Groningen stelt dat de afhandelingstermijnen uit de schades en veiligheidsaspecten in de gaswinning niet ten voorbeeld dienen maar vooral ter verbetering en voorkoming van het maken van dezelfde fouten. De minister stelt dat er een redelijke termijn moet zijn waarbinnen de schade wordt afgehandeld. De landelijke aanpak afhandeling mijnbouwschade is gereed, echter ziet dit nog niet op
47
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4g
R006 Fonds nodig voor toekomstige verplichtingen
Zienswijze
Antwoord
zoutwinning. Totdat deze aanpak ook ziet op zoutwinning moeten partijen schade melden bij de mijnbouwonderneming. De minister is met de zoutbedrijven tot overeenstemming gekomen. Schademeldingen door zoutwinning kunnen in de nabije toekomst bij de Commissie Mijnbouwschade worden ingediend. In het schadeprotocol voor zoutwinning worden termijnen opgenomen voor de Commissie Mijnbouwschade waarin schademeldingen moeten zijn afgehandeld. Mochten burgers en kleine bedrijven het niet eens zijn met advies van Commissie Mijnbouwschade, dan kunnen zij naar de rechter gaan. De provincie Groningen stelt dat Nedmag een fonds moet inrichten zodat ook in de toekomst er gelden beschikbaar zijn en blijven die de kosten kunnen dekken voor het afsluiten van putten en het verlaten van de mijnbouwinrichtingen als ook voor het dekken van toekomstige kosten voor waterhuishoudkundige mitigerende maatregelen en de exploitatie daarvan en het vergoeden van schades. Dit zou een fonds moeten zijn dat bestaat naast het Waarborgfonds uit de Mijnbouwwet, waar Nedmag en andere zoutwinningsbedrijven aan hebben bijgedragen en aan bijdragen ter vergoeding van mijnbouwschade. Dit fonds moet ingericht zijn voor dat de nieuwe winning vanuit de putten/cavernes VE-5 en VE-6 zal zijn gestart.
Nu er nog geen concrete planning kenbaar is voor het in ontwikkeling nemen van VE-5 en VE-6 moet een meer sturende concrete termijn in het artikel worden opgenomen, zodat ook zeker is dat de opvolging op tijd gereed is. Daarnaast voorziet dit artikel in een afstemming ten behoeve van het inrichten van dit fonds de minister en het waterschap Hunze en Aa's. Deze afstemming zou wat betreft de decentrale overheden breder moeten zijn en de provincie Groningen wil hierbij betrokken worden. De provincie Groningen stelt dat meer randvoorwaarden moet worden gegeven aan de vorm en inhoud van een dergelijke financiële constructie De minister heeft voorschrift 11 uit het instemmingsbesluit geschrapt. Zie voor nadere toelichting hierop antwoord 4a. De minister stelt dat het wenselijk is dat Nedmag een financiële zekerheid stelt zodat ook in de toekomst er gelden beschikbaar zijn en blijven die de kosten kunnen dekken voor toekomstige kosten voor waterhuishoudkundige mitigerende maatregelen. De manier waarop kan in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd. Het is ongepast om in een publiekrechtelijke besluit eisen te stellen aan een privaatrechtelijke overeenkomst. In eerste instantie is Nedmag aansprakelijk voor de schade op grond van artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek.
Als Nedmag er niet meer is en er is ook geen rechtsopvolger, dan kan er een claim worden ingediend bij het waarborgfonds ingevolge artikel 135 van de Mijnbouwwet. Op grond van artikel 137 van die wet kan een natuurlijk persoon bij wie schade is opgetreden als gevolg van mijnbouwactiviteiten onder omstandigheden in aanmerking komen voor schadevergoeding ten laste van het waarborgfonds, bijvoorbeeld als de betrokken Nedmag failliet is verklaard of heeft opgehouden te bestaan. Gelet op de wettelijke regelingen is niet gebleken dat een adequate vergoeding van eventuele schade als gevolg van de zoutwinning ontbreekt.
48
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4h
R005 Schade aan kaden
Zienswijze
Antwoord
Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat alle kosten die het waterschap moet maken om de hoogte van de kruin en/of de stabiliteit van kaden aan te passen aan bodemdaling, zodat de waterveiligheid niet verslechtert, volledig worden gecompenseerd door Nedmag. In de op te stellen overeenkomst en financiële waarborg zal dit moeten worden opgenomen. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat dit onderdeel benoemd wordt als vergunningsvoorwaarde. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat door het toenemen van de bodemdaling er meer en kleinere peilgebieden ontstaan met meer kunstwerken. Het risico van wateroverlast zal toenemen naar de toekomst bij piekbuizen en hogere waterpeilen. Als de bodem daalt stroomt er nu eenmaal meer water naar de laagste punten, als daar geen compenserende maatregelen voor worden genomen. Deze compenserende maatregelen brengen kosten met zich me. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat al deze kosten in de op te stellen overeenkomst en financiële waarborg moeten worden opgenomen, zodat het waterschap Hunze en Aa’s verzekerd is van compensatie van alle gemaakte en nog te maken kosten. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat in de voorschriften deze onderdelen benoemd moeten worden als vergunningsvoorwaarden. De minister heeft voorschrift 11 uit het instemmingsbesluit geschrapt. Zie voor nadere toelichting hierop antwoord 4a.
Het waterschap (en ook de andere overheden) kunnen Nedmag aansprakelijk stellen voor de kosten van te nemen maatregelen als gevolg van de bodemdaling die de activiteiten van Nedmag veroorzaken. De minister stelt dat Nedmag en het waterschap over de financiële zekerheidsstelling ook afspraken kunnen maken in een privaatrechtelijke overeenkomst. Royalhaskoning/DHV heeft onderzoek gedaan naar de invloed van de bodemdaling op de kaden. De bevindingen heb ik hier kort samengevat: De bodemdaling heeft invloed op een aantal lokale kaden in het gebied. De maatregelen aan deze kaden als gevolg van de bodemdaling door Nedmag dienen door Nedmag te worden vergoed. De maatregelen aan deze kades dienen te worden uitgevoerd in de periode dat Nedmag actief is in het gebied. De betreffende kaden zijn langs de kanalen bovenstrooms van de boezem gelegen. Voor deze kaden is geen norm opgesteld, omdat de kans dat het omringende land onder water loopt zeer gering is. Wel gelden eisen voor deze kaden om ervoor te zorgen dat de kaden in een goede toestand blijven. Ter hoogte van de lokale kaden bedraagt de maximaal extra optredende bodemdaling enkele centimeters tot maximaal 20 cm. Voor de lokale kaden gelden geen normen, maar moet de actuele hoogte hoger zijn dan de afkeurhoogte.
Deze afkeurhoogte wordt bepaald op basis van een Maatgevend Hoogwater en een extra waakhoogte: • Maatgevend Hoogwater (MHW) = Zomerpeil (ZP) + 0,20 meter; • Afkeurhoogte = MHW + een waakhoogte van 0,30 meter.
49
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4i
R005 Verandering grondwaterstanden
Zienswijze
Voor de kaden in het gebied zijn door Royalhaskoning/DHV de huidige hoogtes bepaald. Deze zijn getoetst aan de afkeurhoogtes die voortkomen uit de in het peilbesluit 2016 vastgestelde zomerpeilen voor 2025 bij een bodemdaling van 65 cm. De bodemdaling leidt tot maatregelen aan de kaden van het Kieldiep en mogelijk ook van het A.G. Wildervanckkanaal en het Borgercompagniesterdiep. De nog op te treden bodemdaling op de locatie van het Kieldiep bedraagt circa 12 à 13 cm. In dit peilvak wordt een peilverlaging voorgesteld van 10 cm, dit betekent dat ca. 2 à 3 cm van de overhoogte verloren gaat door verdere bodemdaling naar 95 cm. Gezien de huidige overhoogte vormt dit geen probleem voor de waterveiligheid, maar om in de toekomst ook verzekerd te blijven van een situatie gelijk aan bestaand dient het verlies aan overhoogte gecompenseerd te worden. Dit dient bij een eerstvolgende maatregelen aan de kade mee te worden genomen. De nog op te treden bodemdaling op de locatie van het A.G. Wildervanckkanaal bedraagt minder dan 2 cm. Er wordt geen peilverlaging voorgesteld, dit betekent dat max. 2 cm van de hoogte verloren gaat door verdere bodemdaling naar 95 cm.
De exacte hoeveelheid bodemdaling op deze locatie dient te worden bepaald en het eventuele verlies aan hoogte bij een eerstvolgende maatregelen aan de kade mee te nemen verlies aan hoogte bij een eerstvolgende maatregelen aan de kade dient te worden meegenomen. De nog op te treden bodemdaling op de locatie van het Borgercompagniesterdiep bedraagt minder dan 2 cm. Er wordt geen peilverlaging voorgesteld, dit betekent dat max. 2 cm van de hoogte verloren gaat door verdere bodemdaling naar 95 cm. Voorstel is om de exacte hoeveelheid bodemdaling op deze locatie nader te bepalen en het eventuele verlies aan hoogte bij een eerstvolgende maatregelen aan de kade mee te nemen. De hoogte van de kaden van de overige watergangen in het gebied, het Westerdiepsterdalkanaal, het Grevelingskanaal en het Tripscompagniesterdiep, voldoen in de huidige situatie niet aan de gewenste leggerkruinhoogte en de overhoogte neemt met enkele centimeters toe als gevolg van de genomen maatregelen ten behoeve van de bodemdaling en heeft daarmee een positief effect op de waterveiligheid. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat grondwaterstromingen op meerdere plaatsen terugkomt in het advies van het waterschap op het winningsplan van Nedmag. In het ontwerpbesluit wordt dit thema doorverwezen als onderdeel van het gebiedsproces.
De minister geeft aan in het besluit dat het feit dat er extra inspanningen nodig zijn en meer dan in andere gebieden op zich geen reden is om instemming te weigeren. Aanpassing is mogelijk en leidt niet tot veiligheidsvraagstukken. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat de risico’s van een aan de bodemdaling aangepast watersysteem en waterbeheer onvoldoende worden benoemd. Verdere bodemdaling zorgt voor een toenemende complexiteit in het faciliteren van de verschillende functies in het gebied met een passend waterpeil. Het risico op schade als gevolg van
50
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
Antwoord
4j
R005, 0010, 0012, 0019, 0032 Kosten waterbeheer nu en in de toekomst
Zienswijze
Antwoord
veranderingen in grondwaterstanden en grondwaterstromingen is niet uit te sluiten. Eventuele schade door aan bodemdaling aangepast waterbeheer is naar het oordeel van Hunze en Aa’s voor rekening van Nedmag. Om de aansprakelijkheid hiervoor te borgen, stelt het waterschap Hunze en Aa’s dat dit risico alsmede de aansprakelijkheid van Nedmag voor schade, vooraf en expliciet moet worden benoemd in het instemmingsbesluit en onder de aandacht moet worden gebracht van de Commissie Mijnbouwschade. Ook in de op te stellen overeenkomst en financiële waarborg zal dit moeten worden benoemd en opgenomen. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat in de voorschriften dit onderdeel moet worden benoemd als vergunningsvoorwaarde. Op grond van de Mijnbouwwet en het Burgerlijk Wetboek is Nedmag aansprakelijk voor de schade die het gevolg zijn van de activiteiten van Nedmag, vermelding ervan in een voorschrift in het besluit is derhalve overbodig. Het is aan de Commissie Mijnbouwschade om de oorzaak van de schade vast te stellen. De minister stelt dat de eisen voor grondwaterstromingen afhangen van de functies die een gebied heeft. Door middel van een gebiedsproces kan hier invulling aangegeven worden. De minister stelt dat een gebiedsproces geen voorwaarde is bij het besluit op het winningsplan. Het gebiedsproces is een advies aan de omgeving.
De afspraken die in een gebiedsproces worden gemaakt kunnen invloed hebben op de functies in de regio. Het is niet aan de minister om aanvulling te geven aan de functies in het gebied en het beleid van de decentrale overheden. Het waterschap Hunze en Aa’s en de indieners stellen dat het winningsplan van Nedmag bodemdaling met zich meebrengt en dit heeft gevolgen voor het waterbeheer. Als waterbeheerder wil het waterschap Hunze en Aa’s zich niet geconfronteerd zien met kosten voor aangepast waterbeheer die niet worden gecompenseerd, nu of in de toekomst. Ook wenst het waterschap Hunze en A’s geen aansprakelijkheid te dragen voor risico’s op schade die het gevolg kunnen zijn van aan bodemdaling aangepast waterbeheer. De financiële waarborg is hierin een eerste stap. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat de voorgeschreven financiële waarborg nog onvoldoende duidelijk is en niet volledig. Naast aanleg en onderhoud moet ook de financiering van beheerkosten, de kosten van compenserende maatregelen en vervangingsinstrumenten geborgd zijn. Indiener stelt dat de zoutwinning een groot effect heeft op de waterhuishouding. De bodemdaling, die wordt veroorzaakt door de zoutwinning, heeft grote invloed op het waterpeil. Onder meer het waterschap Hunze en Aa's heeft daarover al veel geschreven.
Het waterschap heeft aangegeven dat met het winningsplan geen sprake meer is van een redelijk en verantwoord watersysteem. De minister stelt dat de zoutwinning door Nedmag bodemdaling veroorzaakt en dat dit gevolgen heeft voor het waterbeheer. Op grond van de Mijnbouwwet en het Burgerlijk Wetboek is Nedmag
51
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4k
R005 MER-plicht
Zienswijze
Antwoord
4l
R005 Overeenkomst met overheden nodig
Zienswijze Antwoord
daarvoor aansprakelijk. Naast een aansprakelijkheidstelling voor de kosten kan het waterschap ook tot een privaatrechtelijke overeenkomst komen over de betaling van de maatregelen. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat in de op te stellen overeenkomst benodigd nader onderzoek opgenomen moeten worden en onderdeel zijn van kosten die ondergebracht zijn in de financiële waarborg. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat bij mijnbouwactiviteiten met een dergelijke grote impact op de bodemdaling en aanwezige functies een MER een onderdeel moet zijn van de planprocedure bij mijnbouwactiviteiten, in deze het winningsplan van Nedmag. De minister stelt dat Nedmag in het winningsplan Nedmag een analyse geeft van bodemdaling en de effecten op de omgeving. Een plan-MER is niet vanzelfsprekend bij het uitvoeren van mijnbouwactiviteiten. In het kader van het gebiedsproces kan Nedmag in afstemming met de omgeving alsnog een plan MER opstellen. De minister stelt dat onderzoek naar de effecten van de bodemdaling door zoutwinning op natuur en milieu een onderdeel uit maakt van het winningsplan. De minister ziet geen aanleiding nader onderzoek voor te schrijven. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage bestaat er geen verplichting om bij het winningsplan een MER op te stellen.
Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat een overeenkomst moet worden vastgesteld met de lokale overheden voordat de winningsvergunning is afgegeven en tot winning van zout kan worden overgegaan De minister is het met het waterschap Hunze en Aa’s eens dat er bij voorkeur een nieuwe overeenkomst wordt afgesloten tussen Nedmag, het waterschap Hunze en Aa’s en de andere betrokken decentrale overheden. De in 2002 gesloten overeenkomst tussen Nedmag en de decentrale overheden loopt tot eind 2022 en houdt in de onderliggende berekeningen rekening met een bodemdaling als gevolg van de zoutwinning van Nedmag tot en met 69 centimeter. Omdat deze maatregelen zijn getroffen is totdat deze bodemdaling is bereikt geen schade te verwachten. Omdat deze 69 centimeter nog niet bereikt is, is het niet noodzakelijk dat een nieuwe overeenkomst in werking treedt voorafgaand aan het instemmingsbesluit met het winningsplan. Deze bodemdaling van 69 cm zal op grond van dit winningsplan bereikt kunnen worden vanaf 2025. Het sluiten van een vernieuwde overeenkomst staat los van het nemen van het besluit op het winningsplan 2018 van Nedmag. De bodemdaling ontstaat als gevolg van de actieve winning uit de cavernes en door het aflaten van pekel na afloop van de actieve winning. Bodemdaling kan gevolgen hebben voor de waterhuishouding. Het in standhouden van het watersysteem is een taak van het waterschap.
Eventuele kosten voor het treffen van maatregelen als gevolg van de zoutwinning volgens het winningsplan dienen door Nedmag te worden vergoed. Ook indien de voorgenomen nieuwe cavernes niet worden ontwikkeld en enkel de aanwezige pekel in de bestaande cavernes wordt
52
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4m
R005 Fondsvorming voor maatregelen vanaf 1993
Zienswijze
Antwoord
4n
R030, 0017, 0019, 0025, 0027, 0032
Zienswijze
Financiële waarborg voordat boring van start gaat Antwoord
afgelaten wordt de uiteindelijke bodemdaling meer dan 69 cm. Een aanpassing van de overeenkomt is daarom nodig nu het grootste deel van de additionele bodemdaling er komt als gevolg van het aflaten van de aanwezige pekel uit de bestaande cavernes. Het is daarom wenselijk een nieuwe overeenkomst te sluiten tussen Nedmag en het waterschap Hunze en Aa’s en de andere decentrale overheden over de te nemen maatregelen. De minister stelt dat dit een privaatrechtelijke overeenkomst betreft van de overheden met Nedmag. De minister is hier geen partij in. De minister benadrukt dat ook zonder een dergelijke overeenkomst Nedmag aansprakelijk is voor de kosten. De instemming met het winningsplan hangt niet af van het vernieuwen van de overeenkomst tussen Nedmag en de decentrale overheden. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat fondsvorming in een extern van Nedmag geplaatste financiële voorziening, ingericht en bedoeld voor alle kosten die toe te schrijven zijn aan de totale zoutwinning vanaf 1993. De minister stelt dat het wenselijk is dat het waterschap en Nedmag in overleg tot afspraken komen over de betaling van kosten welke betrekking hebben op beheer en onderhoud van civieltechnische installaties ten behoeve van het waterbeheer als gevolg van de zoutwinning door Nedmag. De minister beoordeeld enkel de in dit winningsplan beschreven winning.
Dat wil zeggen in de periode vanaf instemming tot 2045. Kosten vanaf 1993 tot aan de in dit winningsplan beschreven winning zijn onderdeel van de bestaande overeenkomst. De gemeente Midden-Groningen en andere indieners stellen dat in de financiële waarborg moet worden opgenomen dat de constructie waarin deze financiële waarborg is gepositioneerd, moet zijn opgericht en werkend moet zijn voordat begonnen wordt met de boringen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe cavernes. Op moment van winning zijn alle investeringen al gedaan, en hebben onomkeerbare ingrepen plaatsgevonden; als op dat moment blijkt dat een financiële waarborg niet haalbaar is, wordt het beoogde doel van de waarborg niet bereikt. Dus voordat met het boren wordt begonnen, dient de haalbaarheid van de financiële waarborg vast te staan. Voor wat betreft het fonds is het voorts noodzakelijk om periodiek, eens in de twee of drie jaar te herijken of de grootte van het fonds nog past bij de zich ontwikkelende realiteit rond de winning. De minister heeft voorschrift 11 uit het instemmingsbesluit geschrapt. Zie voor nadere toelichting hierop antwoord 4a. De minister stelt dat het wenselijk is dat de decentrale overheden en Nedmag in overleg tot afspraken komen over de betaling van kosten van maatregelen, waaronder die beheer en onderhoud, die het gevolg van de bodemdaling door zoutwinning zijn.
De minister begrijpt dat de decentrale overheden het wenselijk vinden dat deze voorziening is gerealiseerd voordat de actieve winning vanuit de nieuwe cavernes van start gaat. Het is de winning van zout die bodemdaling veroorzaakt. Het plaatsen van een diepboring veroorzaakt geen bodemdaling.
53
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4o
0014, 0015
Zienswijze Antwoord
4p
0026
Zienswijze
Antwoord
4q
0026
Zienswijze
Afspraken over een dergelijke voorziening doen niets af aan de aansprakelijkheid daarvan van Nedmag. Indieners stellen dat er zorgen zijn over de zekerheid van de financiële situatie van Nedmag bij het verlaten van de putten en het nog jaren durende na-ijleffect Om te zorgen dat Nedmag ook in de toekomst over voldoende financiële middelen beschikt om te kunnen voorzien in de kosten van de door het waterschap te nemen maatregelen, zal de minister op grond van het artikel 47 van de gewijzigde Mbw bepalen of er financiële zekerheid moet worden voorgeschreven. Een dergelijk besluit kan na inwerkingtreding van de wijziging van de Mbw op ieder moment genomen worden. Nedmag stelt dat deze verplichting tot een financiële zekerheid niet kan en niet moet worden geregeld in een instemmingsbesluit. De Mijnbouwwet biedt immers geen mogelijkheden om aan een instemmingsbesluit voorwaarden te verbinden die zien op schadevergoeding voor het Waterschap of het stellen van financiële zekerheid daarvoor. Dat vond niet alleen de minister zelf, maar ook de Raad van State in de zaak over het Winningsplan 2013 van Nedmag. Artikel 36 van de Mijnbouwwet is per 1 januari 2017 gewijzigd. Ook onder de gewijzigde Mijnbouwwet oordeelt de Raad van State dat aan de instemming met een winningsplan geen voorschriften verbonden kunnen worden die betrekking hebben op een financiële vergoeding van ontstane schade.
De minister stelt dat het juist is dat artikel 36 van de Mijnbouwwet geen basis biedt om aan de instemming met een winningsplan voorschriften te kunnen verbinden die betrekking hebben op een financiële vergoeding van ontstane schade. Op grond van het Burgerlijk Wetboek kan het Waterschap de kosten verhalen op Nedmag door middel van een aansprakelijkheidstelling. In plaats daarvan kunnen Nedmag en het Waterschap Hunze en Aa’s ook een overeenkomst sluiten over de betaling van genoemde kosten. Nedmag stelt dat artikel 11 in verschillende opzichten vaag en onduidelijk is. Onduidelijk is bijvoorbeeld of de 'constructie' een afzonderlijke rechtspersoon moet zijn of dat ook op andere wijze financiële zekerheid kan worden gesteld. Een afzonderlijke rechtspersoon brengt per definitie beheerkosten en governance vraagstukken mee, waarbij de vraag is of het beoogde doel daarmee optimaal kan worden gewaarborgd. Verder dient de constructie te zien op 'toekomstige verplichtingen op grond van de mijnbouwregelgeving'. Het is vrijwel onmogelijk om een constructie af te stemmen op verplichtingen die nu nog niet bekend zijn. In het artikel is voorts niet geregeld voor hoe lang de voorgeschreven constructie zou moeten gelden. Evenmin is geregeld hoe of door wie wordt bepaald welke extra civieltechnische installaties benodigd zijn.
Ook is niet helder wat precies de betrokkenheid van het waterschap en het ministerie bij deze financiële waarborg moet zijn. Bovendien willen wellicht ook andere overheden daarbij betrokken worden. De 'constructie' moet blijkens artikel 11 zijn opgericht voor de aanvang van de winning uit nieuwe cavernes. Betekent dat dat die constructie op dat moment ook al financieel moet zijn
54
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
Antwoord
4r
0001
Zienswijze Antwoord
4s
0001, 0014, 0015
Zienswijze Antwoord
4t
0002
Zienswijze
gevuld? En zo ja, tot welk bedrag of strekkende tot de bekostiging van exact welke verplichtingen? Het feit dat de minister de winning zoals beschreven in het winningsplan als veilig beoordeeld, betekent niet dat de minister onverschillig staat ten aanzien van een goede financiële waarborg voor de regio. Recent heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State weer bevestigd dat, gelet op het wettelijke kader, zoals opgenomen in artikel 36, in het instemmingsbesluit geen voorschrift kan worden opgenomen over de afwikkeling van schade en een financiële zekerheidstelling ten behoeve van maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging (uitspraak over de gaswinning Gaag-Monster (ABRvS 31 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:660, r.o. 16.1). Gelet op het voorgaande zal in het definitieve instemmingsbesluit, anders dan in het ontwerpbesluit, geen voorschrift worden opgenomen over een financiële waarborg ter vergoeding van de schade die het waterschap zal lijden ten gevolge van de winning.De minister stelt dat het aan Nedmag en de decentrale overheden is om in de privaatrechtelijke sfeer afspraken te maken over een financiële waarborg. De minister kan op grond van artikel 46 van de Mbw (aansprakelijkheid voor schade) en artikel 47 van de Mbw (zekerheidstelling kosten abandonneren) in separate besluiten zekerheden stellen.
Indiener stelt dat waardedaling van woningen optreedt door de 4 nieuwe cavernes in Borgercompagnie De minister stelt dat het niet aannemelijk is dat de plannen tot uitbreiding van de zoutwinning op dit moment tot de waardedaling van woningen leiden, maar indien indiener of andere bewoners wel waardedaling ondervinden kunnen zij Nedmag daarvoor aansprakelijk stellen, al dan niet in een civielrechtelijke procedure. Indieners stellen dat schade aan bebouwing optreedt door de 4 nieuwe cavernes in Borgercompagnie De minister stelt op basis van de adviezen van de Tcbb, het SodM en TNO vast dat als gevolg van de toekomstige bodemdaling als gevolg van de zoutwinning door Nedmag en het seismisch risico, niet hoeft te worden gevreesd voor schade aan de bebouwing in of nabij Borgercompagnie. De nieuwe cavernes hebben geen invloed op het risico op schade. De minister benadrukt dat de veiligheid van bewoners in het gebied niet in het geding is. Indiener stelt dat Nedmag onbetrouwbaar is, zeker als ze stelt dat de bodemdaling zo gelijkmatig gaat dat daardoor geen schade kan optreden. Als dat zo zou zijn zou er aan de rangen van de bodemdaling een verticale scheur moeten optreden bij overgang van wel en niet daling. Dit is
55
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
Antwoord
4u
0008, 0021
Zienswijze
nergens te constateren dus kan er geen andere conclusie zijn dat er vervorming van bodem optreedt. Gevolg spanningen in de bodem en de bebouwing. De minister stelt dat de zoutwinning door Nedmag een gelijkmatige bodemdaling veroorzaakt. Dit blijkt uit de berekeningen van TNO en de metingen die Nedmag verricht. Het SodM ziet op deze metingen toe. Door deze gelijkmatige bodemdaling ontstaat er geen directe schade aan woningen. De zachte glooiing die de diepe bodemdaling veroorzaakt leidt niet tot schade. Zout bevindt zich in de diepe ondergrond. Wanneer het zout wordt gewonnen gebeurt door middel van een caverne. Wanneer zout wordt gewonnen uit deze caverne bewegen de bovenliggende lagen boven de caverne gelijkmatig mee en er ontstaat een gelijkmatige bodemdalingskom aan het aardoppervlak in de vorm van een hele platte schotel. De helling van de bodemdalingskom strekt zich uit over kilometers en kan er niet voor zorgen dat funderingen of constructies onder ongelijke druk komen te staan. Uit het onderzoek naar de oorzaak een van bouwkundige schade in Groningen uit 2018 door de TU Delft, dat is uitgevoerd in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen, blijkt dat vervormingen van de bodem door een diepe bodemdaling als gevolg van mijnbouwactiviteiten geen factor van belang zijn als oorzaak van bouwkundige schade.
De breuklijnen boven een zoutcaverne hebben geen invloed op de bodemdalingskom omdat er meerdere bodemlagen boven de cavernes zitten die het effect van deze breuklijnen aanzienlijk beperken. Indieners stellen dat een definitieve besluitvorming, kan en moet niet genomen worden, dan nadat er een schadeprotocol is voor de afhandeling van schades in het gestapelde mijnbouw gebied, waarbij de omgekeerde bewijslast uitgangspunt zou moeten zijn. Eerst moet er een schadeprotocol zijn voor dit gebied. Met name de laatste twee jaar ontstaat er in de omgeving relatief veel schade. Welke ondergrondse activiteit als oorzaak voor deze schade van toepassing is, is bij de bewoners niet met enige zekerheid te bewijzen. Er zijn geen valide argumenten te bedenken om in de afhandeling van de schade de omgekeerde bewijslast om de inwoners maximaal te ontlasten niet in het besluit en de voorschriften op te nemen, dan wel vooraf apart te regelen. Er is ook dan geen sprake van precedentwerking. Immers de minister zegt dat de trillingen niet afkomstig zijn van het Groningerveld. Het Groninger gasveld is van invloed op de bodemdaling in dit gebied. En in dat gebied geldt al de omgekeerde bewijslast. In Nederland is nergens sprake van een dergelijke mijnbouwstapeling in een beperkt gebied met daarbij invloed van het Groninger gasveld. Ook het rapport van de TU Delft, pleit voor deze aanpak.
Verder hebben SodM en Tcbb met alle betrokken partijen en inwoners uit de regio bij de minister de afgelopen jaren gepleit voor die onafhankelijke en gelijke behandeling. Juist de stapeling van effecten waar in deze regio sprake van is, maakt dat het onredelijk is de bewijslast direct of indirect bij de inwoner te beleggen.
56
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4v
0009
Antwoord
Schade die veroorzaakt is als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld vallen onder de schade-afhandeling door het IMG. Het effectgebied van het Groningenveld voor toepassing van het bewijsvermoeden bestrijkt inderdaad ook het bodemdalingsgebied van Nedmag. In eerste instantie kan derhalve door het IMG beoordeeld worden of de schade veroorzaakt kan zijn door de gaswinning uit het Groningenveld. Indien dit niet het geval is, kan de Commissie Mijnbouwschade nog beoordelen of de schade het gevolg is van zoutwinning door Nedmag. De minister stelt dat met het instellen van de Commissie Mijnbouwschade het wettelijk bewijsvermoeden niet van toepassing wordt verklaard op de zoutwinning van Nedmag, maar dat dat de ongelijkheid tussen burger en mijnbouwonderneming wordt verminderd en dat een gedupeerde in een procedure maximaal wordt ontzorgd. De Commissie Mijnbouwschade is een onafhankelijke partij die bij een schademelding onderzoekt wat de oorzaak van de schade is en de hoogte van de mijnbouwschade vaststelt. Dit betekent een aanzienlijke verlichting van de vereiste inspanning van de schademelder en draagt bij aan zijn ontzorging. De bewijslast wordt door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee weggehaald bij de burger.
Zienswijze
Indiener stelt dat zijn woning al heel veel mijnbouwschade heeft en indiener wil niet dat er nog meer bij komt. De minister stelt ermee bekend te zijn dat er ruim 200 schademeldingen zijn gedaan bij Nedmag sinds 2001. Een deel daarvan is tevens onderzocht door de Technische Commissie Bodembeweging. Uit deze onderzoeken is geen causaal verband aangetroffen tussen de zoutwinning en de schade.
Antwoord
In de uren rond de lekkage van 20 april 2018 zijn er twee zeer lichte trillingen waargenomen door het KNMI. Deze waren te licht om een locatie te bepalen. Daarnaast zijn er bij de zoutwinningscavernes van Nobian en de gasopslagcavernes van Energystock ten oosten van Veendam sinds januari 2019 een aantal seismische events gemeten. Het zwaarste event had een magnitude 0,6. De meeste hadden een veel kleinere magnitude . Inmiddels is er door Energystock en Nobian ook een micro-seismisch monitoringsnetwerk aangelegd bij de cavernes in Zuidwending. De minister merkt op dat als een oorzakelijk verband tussen de schade en de zoutwinning van Nedmag wordt vastgesteld, Nedmag deze schade moet vergoeden (artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek). 4w
0010, 0012
Zienswijze
Indieners stellen dat omwonenden direct worden geraakt doordat het grondwaterpeil effect heeft op de omgeving. Zo kunnen woningen bij een te laag grondwaterpeil verzakken met alle gevolgen van dien. De kosten en gevolgen voor omwonenden zijn niet of te summier meegenomen in de
57
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
Antwoord
4y
0010, 0012
Zienswijze
Antwoord
ontwerpbesluiten en het winningsplan. Veel opstalverzekeringen sluiten schade aan woningen uit die worden veroorzaakt door grondwater. Dat betekent dat indiener de eventuele schade die zal ontstaan niet kan verzekeren. Omwonenden dienen dan ook zekerheid te verkrijgen dat de schade vergoed zal worden. De minister stelt dat de bodemdaling de waterhuishouding beïnvloedt. Door bodemdaling wordt de hoogte van het waterpeil in absolute zin niet beïnvloed, maar bodemdaling kan wel gevolgen hebben voor het waterpeil in relatieve zin, dat wil zeggen dat het water hoger komt te staan ten opzichte van het maaiveld. Er kan dan sprake zijn van vernatting. Het waterschap kan het waterpeil om diverse redenen bijstellen zoals ook hier het geval is. Indien de aanpassing van het waterpeil leidt tot indirecte schade aan bebouwing dan zal deze vergoed moeten worden. Nedmag is aansprakelijk voor de schade die ontstaat als gevolg van de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning. Het waterschap is verantwoordelijk voor de wijze van te nemen maatregelen als gevolg van de bodemdaling. De minister stelt hierbij dat het waterschap de maatregelen dient te treffen welke de minste negatieve effecten kunnen hebben. Indieners stellen dat de regio waar indiener woonachtig is behoord tot zowel het zoutwinningsgebied als tot het gaswinningsgebied.
In de afgelopen jaren zijn er ook in Annerveenschekanaal en omgeving verschillende aardbevingen geweest. In het gebied waar zout wordt gewonnen vindt ook winning van aardgas plaats. In die zin wordt indiener dubbel benadeeld door zowel de winning van gas als ook winning van zout. De minister stelt rekening te houden met cumulatieve effecten van de zoutwinning van Nedmag met de aanwezige gaswinning. Bij de beoordeling van winningsplannen gaat de minister uit van het scenario met de maximale effecten, dat is het scenario waarin de onzekerheden zijn meegenomen. Niet alle risico’s cumuleren. Bij Nedmag is er geen cumulatie van seismische risico’s. Het voornaamste cumulatieve effect uit zich via de bodemdaling. Een expliciet onderdeel van de individuele winningsplannen betreft het in kaart brengen van de cumulatieve bodemdaling van alle mijnbouwactiviteiten in de omgeving. Ook de mogelijke effecten hiervan worden beoordeeld bij de instemming met de individuele winningsplannen. De bij het winningsplan van Nedmag gebruikte bodemdalingskom bevat onzekerheidsmarges. Deze worden opgeteld bij bodemdalingsprognoses en de onzekerheidsmarges van de aanwezige gaswinning. Tijdens de winning wordt de actuele bodemdaling periodiek gemeten en geanalyseerd.
Het SodM houdt hier toezicht op en controleert of de maximale bodemdaling zoals die in het instemmingsbesluit met het winningsplan behorend bij de verschillende mijnbouwactiviteiten is vastgelegd, niet wordt overschreden. De minister stelt dat bij de beoordeling van het winningsplan rekening is gehouden met de cumulatieve effecten als gevolg van omliggende mijnbouwactiviteiten.
58
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
4z
0028
Zienswijze Antwoord
4aa
0010, 0012, 0024
Zienswijze
Antwoord
4ab
0011
Zienswijze
Indiener stelt dat voor een schadelijdende inwoner het door de Waterwet aangetoond onmogelijk is om een waterschap aansprakelijk te houden. De minister stelt dat dit instemmingsbesluit de schade door bodembeweging als gevolg van de activiteiten van Nedmag beoordeelt. Dit besluit ziet niet op grond van schade als gevolg van het waterschap. Op grond van artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek is de exploitant van een mijnbouwwerk aansprakelijk voor de schade die ontstaat door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat werk. Nedmag is daarom aansprakelijk voor de kosten van de te nemen maatregelen ten gevolge van het grondwaterpeil. Artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek geldt niet voor de vergoeding van schade voor een bewoner als gevolg van een wijziging van het grondwaterpeil van het waterschap. Het waterschap is verantwoordelijk voor de wijze van te nemen maatregelen als gevolg van de bodemdaling. De minister stelt hierbij dat het waterschap de maatregelen dient te treffen welke de minste negatieve effecten kunnen hebben. Mocht een bewoner vermoeden dat schade is opgetreden als gevolg van de mijnbouwactiviteiten kan de bewoner zich binnenkort richten tot de Commissie Mijnbouwschade. Deze zal beoordelen of de schade veroorzaakt wordt door de mijnbouwactiviteiten. In dat geval is de exploitant van het mijnbouwwerk aansprakelijk voor de schade.
Indieners stellen dat omwonenden worden geconfronteerd met waardedaling van hun woning. Indiener wordt immers benadeeld door zowel de gas- als ook de zoutwinning. Daardoor is er sprake van waardedaling van woningen. Deze waardedaling mag niet voor rekening komen van indiener nu deze hiervoor op geen enkele wijze wordt gecompenseerd. De minister stelt dat het zienswijzenindieners niet aannemelijk hebben gemaakt dat de plannen tot zoutwinning door Nedmag op dit moment tot waardedaling van woningen leidt, maar indien indiener of andere bewoners waardedaling ondervinden als gevolg van Nedmag kunnen zij Nedmag daarvoor aansprakelijk stellen. De minister merkt op dat waardedaling als gevolg van de gaswinning uit het Groningen veld buiten de reikwijdte van dit instemmingsbesluit valt. Indiener stelt dat het waterschap wordt opgedragen kunstwerken te verrichten. De minister kan het waterschap wel opdragen kunstwerken te verrichten, maar dat zou betekenen dat heel Borgercompagnie en delen van Veendam en andere gemeenten in aparte regelbare polders zouden moeten worden onder gebracht. Die kans heeft de minister gemist bij de landelijke herinrichting in de jaren 90. Wellicht denkt de minister te makkelijk over de onwerkbare verantwoordelijkheid die de minister het waterschap in de maag splitst of overziet de minister de gevolgen niet.
Dat zou indiener niet verbazen als indiener ziet welke onderzoeksrapporten de minister gelooft en onder ogen worden gebracht. Maar misschien komt de minister het huidige advies van het waterschap om politieke redenen slecht uit, maar neem desondanks dan maatregelen die herkenbaar en noodzakelijk zijn. In het verleden heeft het waterschap al tal van
59
Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>
Antwoord
4ac
0011
Zienswijze
Antwoord
fouten gemaakt als gevolg van het niet kunnen of willen volgen van de bodemdaling door zoutwinning. Veel bestuursvormwisselingen zijn hier mede debet aan. Helaas heeft nog niemand die fouten betaald aan de burgers. Indiener heeft daarom bezwaar tegen de wijze waarop de minister juist een van de meest belangrijke oorzaken van alle schade in dit gebied aan de kant schuift. De minister stelt dat de bodemdaling als gevolg van de werkzaamheden van Nedmag gevolgen heeft voor de waterhuishouding in het gebied. Het waterschap kan de nadelige gevolgen tegen gaan door het nemen van maatregelen. De minister schuift oorzaken van schade in het gebied niet aan de kant. Indien als gevolg van de activiteiten van Nedmag schade ontstaat dient Nedmag deze schade te vergoeden. Het waterschap is verantwoordelijk voor de wijze van te nemen maatregelen als gevolg van de bodemdaling. De minister stelt hierbij dat het waterschap de maatregelen dient te treffen welke de minste negatieve effecten kunnen hebben. Indiener stelt dat de monitoring van schadepanden nodig is. Met heel veel moeite heeft destijds de dorpsvereniging Nedmag kunnen bewegen een monitoringsplan voor de gevolgen van bebouwing in het bodemdalingsgebied te gaan opstellen. Dat was er tot 2013 niet. Al jaren werd zout gewonnen en zakte de huizen met alle gevolgen van dien, maar geen monitoring. De dorpsvereniging heeft ca.
50 panden, waar inmiddels schadeclaims voor waren ingediend, mogen opvoeren waarvan Nedmag eens in de vijf jaar zou bezien of er progressie in de schade was. Een uitstekende toets om de uitwerking van de bodemdaling te meten. Er is eenmaal een dubieuze rondgang geweest bij de huizen, voorafgegaan door de vraag of de mensen dat nog wel wilden. Nedmag heeft niets gedaan met de resultaten van die opnamen, hoewel het niet anders kan dat de scheurvormingen en de schades verhevigd moesten zijn. De gemeenteraad heeft er niet eens naar gevraagd. Het onderzoek zit in de onderste la of wellicht onder de grond. Zo gaat Nedmag om met de bewoners. De minister stelt op basis van de adviezen van de TCBB, het SodM en TNO vast dat als gevolg van de toekomstige bodemdaling als gevolg van de zoutwinning door Nedmag en het risico op bodemtrillingen, niet hoeft te worden gevreesd voor schade aan huizen in of nabij de zoutwinning door Nedmag. De minister benadrukt dat de veiligheid van bewoners in het gebied niet in het geding is. De minister merkt op dat er in de uren rond het incident van 20 april 2018 er twee zeer lichte trillingen zijn waargenomen door het KNMI, welke niet tot schade hebben kunnen leiden. De minister stelt dat inklinking van veen grotendeels een autonoom proces is dat versneld kan worden als het veen droog komt te liggen.