03-02-12b Bijlage 1 Adviesnotitie haal- en brengvoorziening LSP (anoniem)
Tekst van het document
RAPPORT Inrichting Campus Winkler Prins Adviesnotitie haal- en brengvoorziening Klant:
Gemeente Veendam
Referentie: BH6124TPRP2101051100 Status:
S3/P1.3
Datum:
2 maart 2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Euvelgunnerweg 25A 9723 CV GRONINGEN Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 53 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Inrichting Campus Winkler Prins Ondertitel: Adviesnotitie haal- en brengvoorziening Campus WP Referentie: BH6124TPRP2101051100 Status: P1.3/S3 Datum: 2 maart 2021 Projectnaam: Campus WP Veendam Projectnummer: BH6124 Auteur(s): SH en IV
Opgesteld door: verkeerskundig adviseur Gecontroleerd door: Projectleider Datum: 2 maart 2021 Goedgekeurd door: Projectleider Datum: 2 maart 2021
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
i
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding en context
1
1.2
Doelstelling locatieonderzoek haal- en brengvoorziening
2
1.3
Leeswijzer
2
2
Toelichting verkeerssituatie Raadsgildenlaan/Winkler Prins
3
2.1
Huidige verkeerssituatie tijdens schoolspitsen Winkler Prins
3
2.2
Toekomstige verkeerssituatie tijdens schoolspitsen
5
3
Toelichting proces locatieonderzoek haal- en brengvoorziening
6
4
Toelichting mogelijke locaties haal- en brengvoorziening
7
5
Afweging locatievoorstellen door klankbordgroep
10
5.1
Toelichting afwegingsmethodiek locatievoorstellen
10
5.2
Resultaten afweging locatievoorstellen
10
5.3
Bevindingen op basis van afweging door klankbordgroep
12
6
Verkeerskundige voorkeurslocatie haal- en brengvoorziening
14
6.1
Haal- en brengvoorziening op één locatie
14
6.2
Haal- en brengvoorziening op twee locaties
17
7
Selectie voorkeurslocatie haal- en brengvoorziening
20
8
Conclusie en advies voorkeurslocatie haal- en brengvoorziening
23
Bijlagen A1
Bijlage 1 Verslagen bijeenkomsten klankbordgroep
A2
Bijlage 2 Notitie calamiteitenontsluiting Gildenbuurt
A3
Bijlage 3 Beoordelingskader locatievoorstellen haal- en brengvoorziening
A4
Bijlage 4 Resultaten beoordeling locatievoorstellen voor klankbordgroep
A5
Bijlage 5 Beredenering benodigde capaciteit haal- en brengvoorziening
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
ii
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en context
Ontwikkeling Leer- Sportpark Veendam en Campus Winkler Prins De gemeente Veendam realiseert een Leer- Sportpark (LSP) in de omgeving van de Raadsgildenlaan en het sportcomplex De Langeleegte in Veendam. Met deze ontwikkeling sluit de gemeente aan op de (groeiende) behoefte om de relatie tussen sport, bewegen en onderwijs te versterken. De scholengemeenschap Winkler Prins, een openbare school voor voortgezet onderwijs, wordt integraal onderdeel van het LSP. Winkler Prins beschikt op dit moment over vijf onderwijslocaties in Veendam. Het plan is om drie van de vijf locaties te bundelen op één locatie aan de Raadsgildenlaan/Robijnlaan, genoemd de Campus Winkler Prins. Dit is op dit moment de hoofdlocatie van Winkler Prins. Het bundelen van de verschillende onderwijslocaties op één gezamenlijke locatie heeft gevolgen voor de verkeerssituatie. Hoewel een groot deel van de leerlingen met de fiets of het openbaar vervoer naar de Campus Winkler Prins zal komen, wordt een deel van de leerlingen met de auto gebracht. Door de bundeling van de onderwijslocaties neemt daardoor de verkeersintensiteit van en naar de Campus Winkler Prins toe. De gemeente en Winkler Prins hebben de wens om de verkeerssituatie tijdens het brengen en halen voor Winkler Prins en de omgeving op een acceptabele manier te organiseren.
Daarom is tijdens de ontwikkeling van de plannen voor het LSP en de Campus Winkler Prins gewerkt aan maatregelen en voorzieningen voor het halen en brengen van leerlingen. Tijdens de uitwerking van het bestemmingsplan voor het LSP is de invulling van de haal- en brengvoorzieningen gedeeltelijk ingevuld. Voor een voorziening aan de noordzijde van het campusterrein is aangegeven dat hier een separaat proces voor wordt doorlopen in overleg met de stakeholders. Bereikbaarheid Campus Winkler Prins voor haal- en brengverkeer via noordzijde nog vraagstuk De Campus Winkler Prins is bij ingebruikname op twee manieren ontsloten (zie ook figuur 1 op de volgende pagina): 1 Via de zuidzijde kan haal- en brengverkeer de route via de Korteleegte gebruiken om een nieuw parkeerterrein ten zuiden van het stadion van de voormalige voetbalclub BV Veendam te bereiken. 2 Via de noordzijde kan haal- en brengverkeer de route via de Raadsgildenlaan gebruiken. De verbinding via de Raadsgildenlaan is op dit moment de meest gebruikte route voor zowel auto- als fietsverkeer. De verwachting is dat ook na de ingebruikname van de Campus Winkler Prins dit de hoofdontsluiting blijft. Daarom is het van belang dat aan deze zijde een haal- en breng- of parkeervoorziening wordt gerealiseerd om het haal- en brengverkeer te faciliteren.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
1
Figuur 1 Overzicht aanrijroutes Campus Winkler Prins
De gemeente heeft de wens uitgesproken dat de locatie en inrichting van deze voorziening in samenspraak met de omgeving en Winkler Prins wordt bepaald. De gemeente heeft daarom Royal HaskoningDHV gevraagd om, samen met de klankbordgroep, onderzoek te doen naar de gewenste locatie van de voorziening voor het haal- en brengverkeer. Deze rapportage beschrijft de resultaten van dit proces, resulterend in een advies voor de locatie en inrichting van de haal- en brengvoorziening.
1.2
Doelstelling locatieonderzoek haal- en brengvoorziening
De doelstelling van het locatieonderzoek is te komen tot een voorkeurslocatie voor de integrale inpassing van de haal- en brengvoorziening in het plan voor de herinrichting van de Campus Winkler Prins en de omgeving. Deze haal- en brengvoorziening wordt gesitueerd aan de noord- en/of oostzijde van de Campus Winkler Prins. Het is hierbij van belang dat zorggedragen wordt dat de (gezamenlijke) belangen op de juiste wijze worden beoordeeld en gewogen. Het voorstel voor de voorkeurslocatie van de voorziening dient daarom voort te komen uit een afweging op basis van de verkeerskundige effecten en impact op de omgeving en de gebruikers.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is een toelichting gegeven op de huidige en toekomstige verkeerssituatie op de Raadsgildenlaan in relatie tot de ontwikkelingen op de Campus Winkler Prins. Een toelichting op het proces om te komen tot een voorkeurslocatie voor de haal- en brengvoorziening is opgenomen in hoofdstuk 3. De mogelijke locaties voor de haal- en brengvoorziening aan de Raadsgildenlaan zijn beschreven in hoofdstuk 4. De bevindingen van de klankbordgroep ten aanzien van de locatievoorstellen zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat dieper in op de selectie van de voorkeurslocatie voor een haal- en brengvoorziening aan de Raadsgildenlaan. De conclusies van het locatieonderzoek zijn verwoord in hoofdstuk 7.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
2
2
Toelichting verkeerssituatie Raadsgildenlaan/Winkler Prins
De verkeerssituatie bij de toekomstige Campus Winkler Prins is al enkele jaren onderwerp van gesprek. Door de bundeling van de schoollocaties op één locatie aan de Raadsgildenlaan zal de verkeersdruk hier toenemen. Sweco heeft in 2019 onderzoek gedaan naar de huidige en toekomstige verkeerssituatie bij de Campus Winkler Prins1. Specifiek is gekeken naar de situatie tijdens de schoolspitsen en welke maatregelen mogelijk zijn om het haal- en brengverkeer op een veilige en efficiënte wijze af te wikkelen. In dit onderzoek is de omgeving betrokken geweest via een klankbordgroep. Tijdens dit proces (en ook in de periode daarna, via de bestemgingsplanprocedure voor het LSP) zijn vanuit de omgeving zorgen geuit over de toekomstige verkeerssituatie. De omgeving vreest voor (meer) overlast ten aanzien van verkeersbewegingen en de parkeersituatie nabij Winkler Prins door de toename van het aantal leerlingen op de Campus Winkler Prins.
2.1
Huidige verkeerssituatie tijdens schoolspitsen Winkler Prins
Uit het onderzoek van Sweco blijkt het volgende: Verkeersintensiteiten In november 2018 zijn gedurende twee weken verkeersmetingen uitgevoerd op onder meer de Raadsgildenlaan. Hieruit blijkt het volgende: ◼
Op de Raadsgildenlaan tussen de Robijnlaan en de Buitenwoellaan bedroeg de gemiddelde verkeersintensiteit (aantal motorvoertuigen per tijdsperiode) in die periode bijna 2.600 motorvoertuigen per etmaal, waarvan 370 motorvoertuigen in de ochtendspits.
◼
Op de Raadsgildenlaan tussen de Robijnlaan en de Brouwersweg bedroeg de gemiddelde verkeersintensiteit (aantal motorvoertuigen per etmaal) in die periode 2.350 motorvoertuigen per etmaal, waarvan 300 motorvoertuigen in de ochtendspits.
◼
Ter vergelijking, de fietsintensiteit op de Robijnlaan bedroeg ruim 1.800 op etmaalbasis en 500 in de ochtendspits. De fietsintensiteit lag dus hoger dan de intensiteit van het gemotoriseerd verkeer.
Van de totale verkeersintensiteit op de Raadsgildenlaan en de Robijnlaan hadden bijna 100 motovoertuigen een relatie met Winkler Prins; 60 auto’s van het personeel en 20-30 auto’s van ouders die leerlingen brachten.
1
Dit deel van de Raadsgildenlaan is gecategoriseerd als een erftoegangsweg (30 km/u). De theoretische capaciteit op dergelijke wegen is 4.500 – 6.000 motorvoertuigen per etmaal. De gemeten verkeersintensiteit is ruim onder deze grenswaarde.
Op de Robijnlaan tussen de Raadsgildenlaan en het Zilverpark bedroeg de gemiddelde verkeersintensiteit (aantal motorvoertuigen per etmaal) in die periode bijna 750 motorvoertuigen per etmaal, waarvan 130 motorvoertuigen in de ochtendspits.
◼
Dit deel van de Raadsgildenlaan is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg (50 km/u). De theoretische capaciteit op dergelijke wegen is 10.000 – 15.000 motorvoertuigen per etmaal. De gemeten verkeersintensiteit is ruim onder deze grenswaarde.
NB: Door omwonenden en de Winkler Prins is aangegeven dat het aantal auto’s van ouders, specifiek bij slecht weer, rond de 40 betreft. Dit aantal is echter niet cijfermatig onderbouwd.
Sweco, Verkeersadvies Winkler Prins Veendam, Referentienummer: SWNL0245612, d.d. 24-06-2019
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
3
Aanrijroutes gemotoriseerd en fietsverkeer Winkler Prins Ten aanzien van de aanrijroutes door gemotoriseerd en fietsverkeer zijn door Sweco observaties gedaan tijdens schoolspitsen. ◼
◼
Gemotoriseerd verkeer
Zowel personeel als ouders rijden grotendeels via de Buitenwoellaan/Raadsgildenlaan naar Winkler Prins.
Personeel gebruikt deze route om de parkeerfaciliteiten ten noorden van het stadion te bereiken.
Ouders gebruiken deze route om leerlingen te brengen of halen. Zij parkeren daar, ondanks de parkeerverboden, op/langs de Robijnlaan of op de toegang naar het ‘Rode gebouw’. Door de kerende en manoeuvrerende voertuigen ontstaan hierdoor soms onoverzichtelijke situaties en conflicten tussen automobilisten en (groepen) fietsers.
Fietsverkeer
◼
Uit observaties van Sweco blijkt dat fietsers richting Winkler Prins vanuit noordelijke richting grotendeels via de Gildenbuurt komen en vanuit zuidelijke richting via het Zilverpark of de Korteleegte. De meeste fietsen worden gestald bij het hoofdgebouw (het ‘Witte gebouw’)
Winkler Prins hanteert twee begintijden om de piek van de schoolspits te spreiden. Daardoor komen niet alle scholieren op hetzelfde moment aan, maar is sprake van twee brengmomenten. Bij het halen van leerlingen is geen piekmoment omdat leerlingen op diverse tijden klaar zijn met de lessen.
Bevindingen ten aanzien van huidige verkeerssituatie Op basis van de verkeersmetingen en observaties komt Sweco tot de volgende bevindingen: ◼
De etmaalintensiteiten van het gemotoriseerd verkeer rondom Winkler Prins zijn relatief laag gezien de theoretische capaciteit van de wegen.
◼
De verkeersintensiteit leidt niet tot knelpunten met de verkeersafwikkeling van verkeer van en naar de Gildenbuurt en Winkler Prins
◼
De aanwezigheid van manoeuvrerende auto’s tussen de grote groepen fietsers (met name op het kruispunt Raadsgildenlaan/Robijnlaan en op de Robijnlaan zelf leiden tot potentieel verkeersonveilige situaties
Samengevat is geen sprake van knelpunten met de verkeersafwikkeling in de huidige situatie. Wel leidt de aanwezigheid van haal- en brengverkeer tot onoverzichtelijke situaties op het kruispunt Raadsgildenlaan/Robijnlaan en de Robijnlaan zelf.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
4
2.2
Toekomstige verkeerssituatie tijdens schoolspitsen
Toename aantal leerlingen en personeel op Campus Winkler Prins De bundeling van de drie onderwijslocaties van Winkler Prins aan de Raadsgildenlaan heeft gevolgen voor de toekomstige verkeerssituatie. Zo neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar de Campus Winkler Prins toe door de toename van het aantal leerlingen en personeel. In de huidige situatie volgen ongeveer 1.200 leerlingen onderwijs aan de locatie Raadsgildenlaan van Winkler Prins. Door de bundeling van de onderwijslocaties neemt dit aantal met ongeveer 600 leerlingen toe. Dit betekent een stijging van het aantal leerlingen van 50%. De stijging van het aantal leerlingen betekent ook dat het aantal fiets- en autobewegingen (ouders die leerlingen brengen/halen) met ongeveer 50% toe zal nemen. Ook het personeelsverkeer zal met ongeveer 50% toenemen. Dit betekent dat het aantal aan Winkler Prins gerelateerde voertuigen van ongeveer 100 (huidige situatie) toeneemt naar 150 – 200 voertuigen (toekomstige situatie), bestaande uit 100 – 150 voertuigen van personeel en 45 – 55 voertuigen2 van ouders die leerlingen brengen en halen. Wijziging aanrijroutes personeel en ouders Zoals in hoofdstuk 2.1 aangegeven is de Raadsgildenlaan in de huidige situatie de belangrijkste aanrijroute voor personeel en ouders.
Dit wijzigt na ingebruikname van de Campus Winkler Prins omdat de Robijnlaan fysiek wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en een wijziging van de parkeerstructuur: ◼
Personeel wordt geacht te parkeren op het parkeerterrein ten zuiden van het stadion van de voormalige voetbalclub BV Veendam. Dit parkeerterrein is bereikbaar via de Buitenwoellaan en Korteleegte.
◼
Personeel kan ook gebruik maken van het parkeerterrein bij het Rode gebouw. Sweco geeft in haar rapportage aan dat dit parkeerterrein indien nodig met 30 parkeerplaatsen kan worden uitgebreid.
◼
Ouders die leerlingen brengen of halen kunnen, naast de Raadsgildenlaan, ook gebruik maken van het parkeerterrein voor personeel ten zuiden van het stadion.
Bovenstaande heeft tot gevolg dat personeelsverkeer naar Winkler Prins (grotendeels) geen gebruik meer maakt van de Raadsgildenlaan. De verwachting is echter dat de Raadsgildenlaan voor ouders wel een belangrijke, zo niet de belangrijkste, aanrijroute blijft voor het brengen en halen. Zonder een goede parkeer- of haal- en brengvoorziening is de kans op onoverzichtelijke en potentieel verkeersonveilige situaties daarmee groot. Juist omdat de fietsoversteek Raadsgildenlaan/Gildenbuurt/Campus Winkler Prins door veel fietsers wordt gebruikt. Om ervoor te zorgen dat het toenemende intensiteit van het haal- en brengverkeer niet zorgt voor onoverzichtelijke en verkeersonveilige situaties is het wenselijk een haal- en brengvoorziening te realiseren aan de noord- en/of oostzijde van de Campus Winkler Prins. Een haal- en brengvoorziening kan daarnaast ook een rol spelen bij het borgen van de doorstroming van het overige verkeer op de Raadsgildenlaan (ontsluiting Gildenbuurt). Omdat de locatie en het gebruik van de haal- en brengvoorziening van belang is voor Winkler Prins en de bewoners uit de omliggende wijken is een klankbordgroep gevormd bestaande uit een vertegenwoordiging vanuit deze partijen. Met de klankbordgroep is onderzocht wat de wenselijke locatie is voor de haal- en brengvoorziening aan de noord- en/of oostzijde van het campusterrein. 2
Sweco heeft in haar rapportage aangegeven dat, als gevolg van de samenvoeging van de schoollocaties, het aantal verkeersbewegingen van ouders met ongeveer 50 per etmaal toeneemt. Dit zijn 50 haal – en brengbewegingen, waarvan de helft brengen en de helft halen. De intensiteit van het brengverkeer in de toekomstige situatie bedraagt daarmee 45 – 55 voertuigen (25 extra voertuigen opgeteld bij de 20-30 voertuigen in de huidige situatie). Dit aantal geldt in een reguliere situatie. De weersomstandigheden (regen/harde wind/sneeuw) kunnen ertoe leiden dat het aantal voertuigen hoger is. 2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
5
3
Toelichting proces locatieonderzoek haal- en brengvoorziening
Het onderzoek naar de gewenste locatie van de haal- en brengvoorziening is in nauwe samenwerking met de klankbordgroep uitgevoerd. Deze klankbordgroep bestond uit de klankbordgroep ten tijde van de verkeersstudie van Sweco, aangevuld met bewoners die zich naar aanleiding van de bestemmingsplanprocedure hebben gemeld. De klankbordgroep bestaat daarmee uit vertegenwoordigers van de wijken Zilverpark, Gildenbuurt en Golfslag, Winkler Prins en gemeente Veendam. Bijeenkomsten klankbordgroep In de periode van november 2020 tot februari 2021 zijn vijf bijeenkomsten met de klankbordgroep georganiseerd met betrekking tot de haal- en brengvoorziening. De verslagen bij de bijeenkomsten met de klankbordgroep zijn bijgevoegd in bijlage 1. Resultaten bijeenkomsten klankbordgroep Tijdens de bijeenkomsten met de klankbordgroep is aan de volgende onderwerpen aandacht besteed: ◼
Belangen en wensen ten aanzien van de locatie van de haal- en brengvoorziening.
◼
Zorgen ten aanzien van doorstroming en verkeersveiligheid op de Raadsgildenlaan en ontsluiting van de Gildenbuurt.
◼
Inventarisatie mogelijke locaties voor de haal- en brengvoorziening aan de noordzijde van de Campus Winkler Prins.
◼
Beoordeling van de mogelijke locaties voor de haal- en brengvoorziening door de leden van de klankbordgroep
De uitkomsten van de bijeenkomsten met de klankbordgroep zijn gebruikt om een volledig beeld te krijgen ten aanzien van alle belangen en wensen in relatie tot de locatie van de haal- en brengvoorziening en de verkeerskundige en ruimtelijke impact daarvan op de omgeving. Deze informatie is gebruikt om te komen tot een integraal, onderbouwd advies voor de locatie van de haal- en brengvoorziening. De resultaten van de inventarisatie van de mogelijke locaties voor de haal -en brengvoorziening en de beoordeling van die locaties zijn achtereenvolgens beschreven in hoofdstuk 4 en 5. Calamiteitenontsluiting Gildenbuurt Tijdens de bijeenkomsten met de klankbordgroep zijn door de bewoners van de Gildenbuurt zorgen geuit over de ontsluiting van de Gildenbuurt bij calamiteiten op de Raadsgildenlaan. De Raadsgildenlaan is namelijk de enige ontsluiting van deze wijk voor gemotoriseerd verkeer. Bij een calamiteit op deze weg kan verkeer de wijk niet meer in of uit. Dit onderzoek richtte zich specifiek om de aanwezigheid van alternatieve (tijdelijke) ontsluitingen bij calamiteiten die tot gevolg hebben dat de Raadsgildenlaan is gestremd. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in een notitie. Deze notitie is bijgevoegd in bijlage 2.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
6
4
Toelichting mogelijke locaties haal- en brengvoorziening
Samen met de klankbordgroep zijn negen mogelijke locaties voor de haal- en brengvoorziening geïnventariseerd, zie figuur 3.
Figuur 2 Overzicht mogelijke locaties haal- en brengvoorziening noordzijde Campus Winkler Prins
Op de volgende pagina’s zijn de mogelijke locaties nader toegelicht. Voor de ruimtelijke inpassing van de haal- en brengvoorziening is uitgegaan van een capaciteit van minimaal 15 parkeerplaatsen. Locatie voorstel 1 Locatie 1 is gelegen naast de Raadsgildenlaan, ten noorden van de fietsenstalling bij het hoofdgebouw van Winkler Prins. De inpassing is ten zuidoosten van de fietsoversteek en aansluiting voormalige Robijnlaan. Via een inrit bereikt het verkeer de haal- en brengvoorziening (langsparkeervakken). Het halen en brengen vindt gescheiden van de Raadsgildenlaan plaats. De gescheiden in- en uitrit van de haal- en brengvoorziening zijn beide aangesloten op de Raadsgildenlaan. Haal- en brengverkeer rijdt hierdoor parallel aan de Raadsgildenlaan. Haal- en brengverkeer kan de voorziening bereiken vanaf de Buitenwoellaan en slaat dan op de Raadsgildenlaan af naar de voorziening. Locatie voorstel 2 Locatie 2 is een centraal gelegen locatie aan de Raadsgildenlaan. De inpassing van de voorziening is voorzien op een grasveld tussen de aansluiting met Campus Winkler Prins en de Brouwersweg. Op dit veld kan een rijbaan worden gerealiseerd waarlangs de parkeervakken worden geplaatst. De gescheiden in- en uitrit van de haal- en brengvoorziening zijn aangesloten op de Raadsgildenlaan. Haal- en brengverkeer rijdt als het ware een rondje.
Haal- en brengverkeer kan de voorziening bereiken vanaf de Buitenwoellaan en slaat dan op de Raadsgildenlaan af naar de voorziening. Voor de veiligheid van het fietsverkeer moet het huidige fietspad worden verlegd. Dit zodat fietsverkeer de in- en uitrit naar de haal- en brengvoorziening niet kruist.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
7
Locatievoorstel 3 Locatie 3 betreft een strook met langsparkeervakken langs de zuidzijde van de Raadsgildenlaan. De voorziening is gesitueerd ten noorden van het Witte gebouw en de sporthallen. Haal- en brengverkeer kan de voorziening bereiken vanaf de Buitenwoellaan en te keren op de Raadsgildenlaan om de parkeervakken in te rijden. Locatievoorstel 4 Locatie 4 betreft een aparte voorziening, volledig gescheiden van de Raadsgildenlaan. De voorziening is gesitueerd aan de oostzijde van de Campus Winkler Prins, direct ten oosten van de sporthallen. De voorziening wordt daarbij (deels) op het sportveld van Winkler Prins gerealiseerd. Via een aparte (gecombineerde) in- en uitrit kan verkeer de voorziening bereiken. Op de voorziening zelf rijdt het verkeer een circuit en passeert daarbij de parkeervakken. De in- en uitrit is aangesloten op de Raadsgildenlaan. Locatievoorstel 5 Locatie 5 is soortgelijk als locatievoorstel 4. Het betreft een aparte voorziening, volledig gescheiden van de Raadsgildenlaan. De voorziening is (deels) gesitueerd op het sportveld van de Winkler Prins en ligt in de oksel van de Raadsgildenlaan en Buitenwoellaan. De voorziening is via een gecombineerde in- en uitrit aangesloten op de Raadsgildenlaan. Op de voorziening zelf rijdt het verkeer een circuit en passeert daarbij de parkeervakken.
Locatievoorstel 6 Locatievoorstel 6 is naar aanleiding van het eerste en tweede klankbordoverleg op verzoek van de bewoners als variant toegevoegd. Dit betreft een volledig aparte voorziening op het sportveld van Winkler Prins. Op de voorziening zelf rijdt het verkeer een circuit en passeert daarbij de parkeervakken. De voorziening is gelegen tegen het plein van het huidige schoolgebouw (Witte gebouw). Voor de ontsluiting van de voorziening is sprake van drie varianten; 6a, 6b en 6c. ◼
Locatievoorstel 6a – In deze variant bereikt verkeer de voorzienig via een inrit op de Raadsgildenlaan. De uitrit sluit aan op de Buitenwoellaan.
◼
Locatievoorstel 6b – Naar aanleiding van het schetsontwerp voor locatievoorstel 6a, is door de bewoners een alternatieve ontsluiting aangedragen van deze locatie. Hierbij sluiten de in- en uitrit beide aan op de Buitenwoellaan.
◼
Locatievoorstel 6c – Naar aanleiding van het vierde klankbordoverleg, is door de bewoners een alternatieve aansluiting aangedragen. Hierbij sluiten de in- en uitrit beide aan op de Raadsgildelaan.
Locatievoorstel 7 Locatie 7 is een aparte voorziening aansluitend op of gecombineerd met het huidige parkeerterrein voor docenten bij het Rode gebouw. De voorziening is toegankelijk via de huidige in- en uitrit naar de parkeerplaats vanaf het kruispunt Raadsgildenlaan/Brouwersweg is sluit qua inrichting aan op het huidige parkeerterrein.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
8
Locatievoorstel 8 Locatievoorstel 8 is toegevoegd naar aanleiding van het derde klankbordoverleg. Bij deze variant is de voorziening gesitueerd op de plaats waar, in het huidige schetsontwerp van de Campus Winkler Prins, het schoolplein en waterpartijen gepland zijn. Voor realisatie van de voorziening op deze locatie zal een deel van de waterpartijen moeten worden verplaatst. Via een aparte (gecombineerde) in- en uitrit kan verkeer de voorziening bereiken. Op de voorziening zelf rijdt het verkeer een circuit en passeert daarbij de parkeervakken. De in- en uitrit is aangesloten op de Raadsgildenlaan. Locatievoorstel 9 Locatievoorstel 9 is toegevoegd naar aanleiding van het vierde overleg met de klankbordgroep. Bij deze variant is de voorziening gesitueerd naast de geplande keerlus voor de milieustraat achter het Rode gebouw. Bij de (toegang tot) de keerlus kunnen parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De voorziening is toegankelijk via de huidige in- en uitrit naar de parkeerplaats vanaf het kruispunt Raadsgildenlaan/Brouwersweg is.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
9
5
Afweging locatievoorstellen door klankbordgroep
5.1
Toelichting afwegingsmethodiek locatievoorstellen
De leden van de klankbordgroep hebben tijdens het proces individueel een oordeel mogen geven over de locatievoorstellen voor de haal- en brengvoorziening. Hiervoor is een beoordelingskader opgesteld (zie bijlage 3). De leden van de klankbordgroep konden per locatie een waardeoordeel (van ++ tot --) geven, voorzien van een motivatie. Per locatie zijn hiervoor indicatieve schetsontwerpen opgesteld om inzicht te krijgen in het ruimtegebruik en de ruimtelijke impact van de inpassing. De schetsontwerpen zijn niet opgenomen in deze rapportage omdat voor elk locatievoorstel het schetsontwerp kan worden geoptimaliseerd om tot een betere inpassing te komen. In deze rapportage is daarom enkel gericht op de uiteindelijke locatie van de haal- en brengvoorziening. Na de locatiekeuze volgt de nadere uitwerking in een ontwerp, in samenspraak met de bewoners, Winkler Prins en de gemeente. De beoordeling van de locatievoorstellen door de klankbordgroep zijn gebruikt om inzicht te krijgen in de belangen van de klankbordgroep versus de verschillende locaties en de effecten daarvan op de verkeerssituatie voor weggebruikers en leerlingen. De beoordeling is ook input geweest voor het advies over de voorkeursvariant, maar is daarvoor niet leidend geweest.
5.2
Resultaten afweging locatievoorstellen
In tabel 1 (doorlopend op de volgende pagina) zijn de resultaten van de door de klankbordgroep gemaakte afwegingen op hoofdlijnen beschreven. Dit betreft een samenvattend oordeel op basis van de individuele beoordelingen. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de vertegenwoordiging vanuit de ‘bewoners’, ‘Winkler Prins’ en ‘gemeente Veendam’. De volledige resultaten zijn opgenomen in bijlage 4. Locatie
Afweging Bewoners
Afweging Winkler Prins
Afweging Gemeente
Locatie 1
Locatie 1 wordt door de bewoners als niet kansrijk beoordeeld. De locatie zou (te) gevoelig zijn voor foutparkeren op de Raadsgildenlaan en daardoor ook een negatieve invloed hebben op de doorstroming van het verkeer op de Raadsgildenlaan. Daarnaast kan de capaciteit niet eenvoudig worden uitgebreid, mocht deze onvoldoende blijken te zijn.
Winkler Prins beschouwt locatie 1 als zeer kansrijk. Met name door de centrale ligging in het campusterrein. De locatie biedt daarmee een rechtstreekse toegang tot alle schoolgebouwen. Deze locatie voorkomt daarmee ook gevaarlijke situaties op de Raadsgildenlaan omdat leerlingen op het campusterrein uitstappen.
De gemeente beschouwt locatie 1 als mogelijk kansrijk. Hoewel de locatie op een logische en centrale plek ligt, is de capaciteit beperkt en kan de doorstroming op de Raadsgildenlaan negatief worden beïnvloed als de voorziening ‘vol’ staat. Ook is het risico op foutparkeren groot.
Locatie 2
Locatie 2 wordt door de bewoners als niet haalbaar beschouwd. De locatie is volgens de bewoners niet logisch ten opzichte van het campusterrein en de leerlingen moeten de Raadsgildenlaan oversteken. Ook maken de bewoners zich zorgen over de (negatieve) invloed op de doorstroming op de Raadsgildenlaan en het risico op foutparkeren.
Winkler Prins beschouwt locatie 2 als kansrijk, mits de inrichting zodanig is dat haal- en brengverkeer soepel door kan rijden. Aandachtspunt is het risico op foutparkeren op de Raadsgildenlaan omdat de locatie aan de noordzijde van de Raadsgildenlaan ligt.
De gemeente beschouwt locatie 2 als kansrijk. De locatie is centraal gelegen ten opzichte van het campusterrein. Omdat de inrit in de rijrichting van het haal- en brengverkeer ligt, worden conflicten met het overige verkeer op de Raadsgildenlaan zoveel mogelijk beperkt.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
10
Locatie
Afweging Bewoners
Afweging Winkler Prins
Afweging Gemeente
Locatie 3
De bewoners beschouwen locatie 3 als niet kansrijk. Voor de inpassing wordt de laanstructuur langs de Raadsgildenlaan aangetast. Daarnaast is de voorziening niet fysiek gescheiden van de Raadsgildenlaan. Dit leidt tot meer conflicten met het overige verkeer en heeft een negatieve impact op de doorstroming op de Raadsgildenlaan.
Winkler Prins beschouwt deze locatie als kansrijk. Het kruispunt Raadsgildenlaan/Campusterrein wordt minder belast dan bij andere locaties.
De gemeente beschouwt deze locatie als niet kansrijk. De locatie is decentraal ten opzichte van de schoolgebouwen en is erg gevoelig voor foutparkeren en ongewenst gebruik van de Raadsgildenlaan als keermogelijkheid.
Locatie 4
De bewoners beschouwen deze locatie als mogelijk kansrijk. Door de decentrale ligging is volgens de bewoners de kans wel groot dat de voorziening niet goed wordt gebruikt en dat daardoor de doorstroming op de Raadsgildenlaan negatief wordt beïnvloed.
Winkler Prins beschouwt deze locatie als zeer kansrijk. Wel ligt deze locatie minder centraal ten opzichte van de schoolgebouwen en zijn er zorgen ten aanzien van de mogelijk negatieve invloed op doorstroming en verkeersveiligheid op de Raadsgildenlaan door ouders die geen gebruik maken van de voorziening.
De gemeente beschouwt deze locatie als mogelijk kansrijk. De zorg is wel dat door de decentrale ligging ouders geen gebruik maken van de voorziening, maar ongewenst parkeren op het kruispunt met de het campusterrein.
Locatie 5
De bewoners beschouwen deze locatie als kansrijk. Zo heeft deze geen negatief effect op fietsverkeer en de kruising met het campusterrein Ook kunnen leerlingen zonder conflicten naar de school lopen. Wel is de locatie te ver van de school en kan het in- en uitrijden zorgen voor gevaarlijke situaties op de Raadsgildelaan.
Winkler Prins beschouwt deze locatie als niet haalbaar. De locatie is te decentraal en is de kans zeer groot dat ouders de voorziening niet gebruiken.
De gemeente beschouwt deze locatie als niet kansrijk. De locatie is qua parkeersituatie erg efficiënt. Echter ligt deze erg decentraal waardoor de angst is dat deze niet gebruikt wordt. Dit leidt tot een ongewenste situatie elders op de Raadsgildenlaan.
Locatie 6
De bewoners beschouwen locatie 6 als zeer kansrijk. Zo ondervinden leerlingen weinig conflictpunten als ze van de voorziening naar de school lopen. Daarbij heeft de voorziening volgens de bewoners geen negatief effect op de doorstroming van het overige verkeer op de Raadsgildelaan. Wel wordt aangegeven dat de kans aanwezig is dat dat geen gebruik van de voorziening gebruikt wordt als de hoofdingang van de school op de huidige locatie blijft behouden.
Winkler Prins beschouwt deze locatie als niet kansrijk. Zo wordt een (te) groot deel van het sportveld opgeofferd. Ook ligt de locatie te ver van de hoofdingang van de schoolgebouwen en de schoolgebouwen aan de westzijde van de campus. De kans is hierdoor groot dat de locatie slechts beperkt wordt gebruikt en elders op de Raadsgildenlaan leidt tot ongewenste parkeer- en verkeerssituaties.
De gemeente beschouwt de locatie als mogelijk kansrijk, mits de hoofdingang van de campus ook wordt verplaatst naar deze zijde van het Witte gebouw. Mocht de huidige hoofdingang blijven behouden, dan is de kans te groot dat deze locatie niet wordt gebruikt en elders op de Raadsgildenlaan leidt tot ongewenste parkeer- en verkeerssituaties.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
11
Locatie
Afweging Bewoners
Locatie 7
Bewoners beschouwen locatie 7 als een mogelijk kansrijk. De locatie wordt als veilig en logisch gezien omdat deze weinig negatieve effecten heeft op fietsoversteek bij het campusterrein en verkeerssituatie op de Raadsgildenlaan. De bewoners geven aan dat deze locatie alleen kansrijk is als deze wordt gecombineerd met een aanvullende haal- en brengvoorziening elders aan de Raadsgildenlaan. Ook zijn er zorgen dat verkeer te ver de wijk in rijdt.
Afweging Winkler Prins
Afweging Gemeente
Winkler Prins beschouwt deze locatie als niet kansrijk. De locatie is te ver verwijderd van het campusterrein. Hierdoor moeten ouders verder de buurt in rijden waardoor het gevaar ontstaat dat ouders hun kinderen elders af gaan zetten.
De gemeente beschouwt deze locatie als mogelijk kansrijk. Zo heeft deze locatie geen negatief effect op de doorstroming van het overige verkeer op de Raadsgildenlaan. Wel kan de locatie gevoelsmatig misschien iets te ver weg liggen, de gemeente ziet deze locatie dan ook het meest kansrijk in combinatie met een aanvullende haal- en brengvoorziening elders aan de Raadsgildenlaan.
Tabel 1 Resultaten afweging locatievoorstellen door klankbordgroep
Locaties 8 en 9 zijn naar aanleiding van de derde en vierde bijeenkomst met de klankbordgroep toegevoegd aan het overzicht met locatievoorstellen. Deze locaties zijn wel besproken, maar niet beoordeeld door de leden van de klankbordgroep en ontbreken daardoor in het overzicht in tabel 1. Wel is uit het bespreken van de locaties gebleken dat: ◼
Locatie 8 als kansrijk wordt beschouwd door de bewoners vanwege de centrale ligging op de Campus. Winkler Prins en de gemeente beschouwen de locatie als mogelijk kansrijk mits inpassing vanuit waterhuishoudkundig en architectonisch oogpunt mogelijk is.
◼
Locatie 9 wordt door alle partijen als niet kansrijk beschouwd als primaire locatie voor de haal- en brengvoorziening. In combinatie met een voorziening elders op de Campus Winkler Prins kan deze locatie wel als overlooplocatie fungeren. De bewoners hebben wel de zorg geuit dat in dat geval de Gildenbuurt meer overlast ervaart van haal- en brengverkeer dat verder de wijk in moet rijden.
5.3
Bevindingen op basis van afweging door klankbordgroep
Uit de door de klankbordgroep gemaakte afwegingen blijkt dat geen eenduidige voorkeur is voor één van de locatievoorstellen. De bewoners, Winkler Prins en gemeente Veendam denken verschillend over de kansrijkheid van de verschillende locaties: ◼
De voorkeur van Winkler Prins ligt bij locatie die centraal is gelegen tussen de verschillende schoolgebouwen. Zo zijn de schoolgebouwen voor alle leerlingen goed bereikbaar en is de kans op ongewenst parkeergedrag elders op de Raadsgildenlaan het kleinst.
◼
De voorkeur van de bewoners gaat uit naar een locatie op het sportveld van Winkler Prins. Door het sportveld te gebruiken wordt de Raadsgildenlaan zoveel mogelijk ontlast van het haal- en brengverkeer. Dit komt ten goede aan de doorstroming op de Raadsgildenlaan en de veiligheid van het fietsverkeer dat de Raadsgildenlaan oversteekt ter hoogte van de Campus Winkler Prins.
◼
De gemeente heeft geen specifieke voorkeur voor de locatie van de voorziening. Voor de gemeente is wel van belang dat de uiteindelijke locatie de overlast van het haal- en brengverkeer op de doorstroming op de Raadsgildenlaan minimaliseert en bijdraagt aan het borgen van de verkeersveiligheid van de leerlingen en het overige verkeer.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
12
Ondanks dat uit de afweging van de klankbordgroep geen eenduidige voorkeurslocatie naar voren komt, is wel inzicht verkregen in de onderscheidende aspecten die van belang zijn bij de uiteindelijke locatiekeuze. Dit zijn: ◼
De loopafstand voor leerlingen naar het campusterrein De haal- en brengvoorziening moet zodanig zijn gelegen dat alle schoolgebouwen eenvoudig bereikbaar zijn voor de leerlingen. Op het moment dat dit niet het geval is, is de kans groot dat ouders leerlingen elders op de Raadsgildenlaan afzetten. Dit heeft een negatieve invloed op de doorstroming en verkeersveiligheid op de Raadsgildenlaan zelf. Ook gaat dit ten koste van het gebruik van de haalen brengvoorziening.
◼
De doorstroming van het gemotoriseerd verkeer op de Raadsgildenlaan Verkeer dat gebruik maakt van de haal- en brengvoorziening moet de doorstroming van het overige verkeer op de Raadsgildenlaan zo weinig mogelijk hinderen. Op het moment dat op de Raadsgildenlaan veel draai- en keerbewegingen plaatsvinden om de haal- en brengvoorziening te bereiken, komt de doorstroming onder druk te staan. Daarnaast kunnen ook wachtrijen ontstaan op de Raadsgildenlaan voor verkeer vanaf de Buitenwoellaan op het moment dat de haal- en brengvoorziening vol staat, of niet goed kan worden bereikt. In beide gevallen kan dit leiden tot verkeersonveilige situaties of ongewenst parkeergedrag elders op de Raadsgildenlaan.
◼
De verkeersveiligheid van leerlingen van en naar de haal- en brengvoorziening en fietsverkeer vanaf de Raadsgildenlaan/Gildenbuurt naar de Campus Winkler Prins Veel leerlingen komen met de fiets naar de Campus Winkler Prins toe. Leerlingen vanuit het noorden van Veendam (of de omgeving Muntendam) fietsen via de Buitenwoellaan/Raadsgildenlaan of Gildenbuurt naar het campusterrein toe. Hierbij wordt in het bijzonder de fietsoversteek op de Raadsgildenlaan ter hoogte van de Robijnlaan gebruikt. Dit zal ook het geval zijn na ingebruikname van de Campus Winkler Prins. Het verkeer van en naar de haal- en brengvoorziening mag niet tot gevolg hebben dat de verkeersveiligheid van de leerlingen (te voet of met de fiets) onder druk komt te staan.
Met deze belangen in het achterhoofd is door Royal HaskoningDHV een afweging gemaakt voor de voorkeurslocatie van de haal- en brengvoorziening aan de Raadsgildenlaan.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
13
6
Verkeerskundige voorkeurslocatie haal- en brengvoorziening
Op basis van het locatieonderzoek dat samen met de klankbordgroep is doorlopen, is geen eenduidige voorkeurslocatie voor de haal – en brengvoorziening naar voren gekomen. Wel is duidelijk welke belangen en effecten van belang zijn bij de uiteindelijke locatiekeuze en inrichting van de haal- en brengvoorziening. Op basis van die belangen is gekeken of tot een voorkeurslocatie kan worden gekomen. De verkeerskundige voorkeur daarbij is dat de haal- en brengvoorziening op één locatie aan de Raadsgildenlaan wordt gerealiseerd. Het is echter denkbaar dat één locatie niet haalbaar is gezien de belangen van de verschillende leden van de klankbordgroep en dat voor een alternatieve invulling moet worden gekozen. Dit kan bijvoorbeeld door het splitsen van de haal- en brengvoorziening in twee afzonderlijke locaties aan de Raadsgildenlaan. Onderstaand is voor beide mogelijkheden (één locatie of twee afzonderlijke locaties) gekeken naar de voorkeurslocatie(s).
6.1
Haal- en brengvoorziening op één locatie
Op het moment dat de haal- en brengvoorziening wordt gerealiseerd op één locatie, is het van belang dat de locatie zo centraal mogelijk is gelegen ten opzichte van de schoolgebouwen. Alle schoolgebouwen moeten goed en logisch bereikbaar zijn vanaf die locatie. Alleen dan kan een haal- en brengvoorziening op één locatie functioneren voor de gehele Campus. Een decentrale ligging heeft namelijk tot gevolg dat de voorziening voor een deel van de leerlingen op een onlogische plek ligt. Door de (te) lange loopafstand naar het schoolgebouw toe, is de kans groot dat leerlingen elders op de Raadsgildenlaan worden afgezet. Een decentrale ligging leidt daarmee tot een ongewenste situatie, zowel verkeerskundig gezien als door de klankbordgroep. Verkeerskundig gezien heeft één centrale haal- en brengvoorziening ook de voorkeur omdat daarmee de meest heldere verkeersstructuur ontstaat. Op basis van die constatering vallen zes van de negen mogelijke locaties af, zie figuur 4. In de figuur is met pijlen de locatie van de ingangen van de verschillende schoolgebouwen weergegeven (huidig en toekomstig).
Figuur 3 Kansrijke locaties haal- en brengvoorziening op één locatie
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
14
Locatie 8 niet haalbaar in verband met watercompensatie en uitstraling Campus Winkler Prins Voor locatie 8 geldt dat een deel van de waterpartij die daar is gepland moet worden gedempt. Ook moet een deel van het campusterrein worden gebruikt voor de haal- en brengvoorziening. Uit nadere analyse van het ontwerp voor het campusterrein blijkt dat dit niet uitvoerbaar is. De realisatie van de Campus Winkler Prins dient te voldoen aan de vereisten van het waterschap met betrekking tot watercompensatie. Dit houdt in dat het verlies aan wateroppervlakte in de huidige situatie, moet worden gecompenseerd in het ontwerp van de nieuwe situatie. Het voldoen aan de vereisten voor de watercompensatie is dusdanig kritisch, dat binnen het ontwerp voor het campusterrein onvoldoende ruimte is om wateroppervlakte te compenseren voor de realisatie van een haal- en brengvoorziening op locatie 8. Daarnaast is de waterpartij onderdeel van de architectonische uitstraling van het campusterrein. Het dempen van (een deel van) de waterpartij gaat ten koste van deze uitstraling en de nevendoelstelling natuur-inclusief bouwen en is daarom onwenselijk. Dit maakt dat locatie 8 als niet haalbaar wordt beschouwd voor de inpassing van een haal- en brengvoorziening.
Locatie 1 en 2 technisch haalbaar, maar aanvullende infrastructurele maatregelen nodig Omdat locatie 8 niet haalbaar is, zijn enkel locatie 1 en 2 mogelijk kansrijk als centrale locatie voor de haal- en brengvoorziening. Beide locaties hebben als voordeel dat alle schoolgebouwen goed bereikbaar zijn. Hierdoor is de kans op ongewenste verkeer-en parkeersituaties op de Raadsgildenlaan minimaal. Aan beide locaties kleven echter voor- en nadelen. Voor- en nadelen locatie 1 Het voordeel van locatie 1 is de ligging ten opzichte van het campusterrein. Leerlingen hoeven daardoor de Raadsgildenlaan niet over te steken om het campusterrein te bereiken. Het nadeel van locatie 1 is dat het verkeer bij het oprijden van de voorziening de Raadsgildenlaan kruist. De entree ligt daarnaast vlakbij de fietsoversteek. In de ochtendspits kan dit, door de combinatie van gemotoriseerd verkeer de wijk uit, overstekend fietsverkeer en verkeer naar de haal- en brengvoorziening, onoverzichtelijke situaties opleveren. Dit betekent dat mogelijk aanvullende maatregelen op dit kruispunt nodig zijn om de verkeersveiligheid te borgen. Zoals bijvoorbeeld het verkleinen van het kruispuntoppervlak, het verlagen van de snelheid van verkeer op de Raadsgildenlaan en verduidelijken van de voorrangssituaties.
Daarnaast kan de doorstroming de wijk in ook onder druk komen te staan bij het vollopen van de haal- en brengvoorziening op het moment dat deze onvoldoende capaciteit heeft. Verkeer moet dan wachten op de Raadsgildenlaan, met mogelijk wachtrijen tot gevolg. Op het moment dat de voorziening vaak vol staat (ook al is dat tijdelijk), dan kan dit tot gevolg hebben dat ouders ook elders langs de Raadsgildenlaan stoppen. Dit betekent dat op deze locatie voldoende capaciteit beschikbaar moet zijn die ook goed bereikt kan worden vanaf de Raadsgildenlaan (eenvoudig toegang, geen lastige bochten). Voor- en nadelen locatie 2 Het voordeel van locatie 2 is dat de inrit van de voorziening in de rijrichting van het verkeer op de Raadsgildenlaan ligt. Verkeer naar de voorziening toe hoeft daardoor de Raadsgildenlaan niet te kruisen. Dit komt ten goede aan de doorstroming op de Raadsgildenlaan. Nadeel van locatie 2 is dat leerlingen de Raadsgildenlaan moeten oversteken om het campusterrein te bereiken. Verkeer van en naar de haal- en brengvoorziening kruist de oversteek daarbij twee keer. Dit leidt tot extra conflictmomenten met overstekende leerlingen en fietsers. Dit betekent dat een oversteekvoorziening voor voetgangers noodzakelijk is. Dit heeft echter negatieve gevolgen voor de doorstroming van het overige verkeer. Zo moet voorrang worden verleend aan overstekende voetgangers.
De kans is daarbij aanwezig dat overstekend fietsverkeer ook voorrang neemt. Dit kan leiden tot verkeersonveilige situaties.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
15
Voor locatie 2 geldt ook dat de capaciteit niet eenvoudig kan worden uitgebreid. Daarnaast is vanuit de bewoners in de klankbordgroep aangegeven dat de buurtbewoners een haal- en brengvoorziening op dit grasveld als onwenselijk beschouwen. Dit kan tot gevolg hebben dat de realisatie van een haal- en brengvoorziening op deze locatie een langdurig traject is of dat realisatie planologisch niet haalbaar blijkt te zijn. Dit betekent dat een haal- en brengvoorziening op deze locatie mogelijk niet gereed is voor opening van de Campus Winkler Prins. Locatie 2 is gezien deze bezwaren geen reële voorkeurslocatie gezien het ontbrekende draagvlak en de issues met de verkeersveiligheid. Voorkeurslocatie haal- en brengvoorzienig op één locatie De voorkeurslocatie voor een haal- en brengvoorziening op één locatie hangt af van het belang: ◼
Vanuit leerlingveiligheid en ruimtelijke inpassing bekeken heeft locatie 1 de voorkeur. Leerlingen kunnen het campusterrein direct en op een veilige wijze bereiken.
◼
Vanuit de doorstroming van verkeer op de Raadsgildenlaan bekeken heeft locatie 2 de voorkeur. Deze locatie ligt in de rijrichting van het verkeer waardoor het aantal kruisende bewegingen op de Raadsgildenlaan wordt beperkt.
◼
Bij beide locaties is sprake van aandachtspunten met betrekking tot de verkeersveiligheid. Voor locatie 1 zijn deze met relatief eenvoudige maatregelen opgelost. Voor locatie 2 geldt dat dat extra conflicten tussen leerlingen, gemotoriseerd en fietsverkeer worden geïntroduceerd die alleen met ingrijpende maatregelen kunnen worden opgelost. Vanuit verkeersveiligheid heeft locatie 1 daarmee de voorkeur.
◼
Vanuit de planning en planologische haalbaarheid heeft locatie 1 de voorkeur. Vanuit de omgeving is grote weerstand tegen een haal- en brengvoorziening op locatie 2. Locatie 1 ligt op grondgebied van de gemeente Veendam en Winkler Prins en is daardoor planologisch eenvoudiger te realiseren.
Op basis van bovenstaande overwegingen is locatie 1 de verkeerskundige voorkeurslocatie bij de keuze voor één centrale haal- en brengvoorziening aan de noordoostzijde van de Campus Winkler Prins, mits voldoende capaciteit kan worden gerealiseerd en de verkeersveiligheid kan worden geborgd.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
16
6.2
Haal- en brengvoorziening op twee locaties
Op het moment dat een centrale haal- en brengvoorziening op locatie 1 niet haalbaar blijkt te zijn of niet tot een gewenste eindsituatie leidt, is het realiseren van twee aparte haal- en brengvoorzieningen aan de Raadsgildenlaan een alternatieve oplossing. Bij deze oplossing wordt het haal- en brengverkeer verspreid over twee locaties. Daarmee is een centrale ligging van de haal- en brengvoorziening minder van belang. Van belang is wel dat met de beide voorzieningen alle schoolgebouwen goed bereikbaar zijn. Ook is van belang dat de voorzieningen eenvoudig bereikbaar en zichtbaar zijn. Wanneer dit niet het geval is dan bestaat het gevaar dat ouders hun kinderen toch langs de Raadsgildelaan afzetten. Bij het kiezen voor twee haal- en brengvoorzieningen zijn aanvullende maatregelen op de Raadsgildenlaan waarschijnlijk nodig om ongewenst parkeergedrag te voorkomen. Dit kan in de vorm van ge- en verboden, maar ook door het fysiek onmogelijk maken van draaien en keren op de Raadsgildenlaan (inclusief kruispunten). Hoewel dit laatste een ingrijpende maatregel is, kan dit wel noodzakelijk zijn op het moment dat de haal- en brengvoorzieningen niet of onvoldoende worden gebruikt. Bij de keuze voor twee locaties, is het logisch een locatie aan de west- en oostzijde van de Campus Winkler Prins te kiezen.
Locaties 2 en 8 vallen af in verband met de planologische haalbaarheid, verkeersveiligheid, de vereisten ten aanzien van de watercompensatie en de architectonische uitstraling van de Campus Winkler Prins(zie hoofdstuk 6.1). Omdat bij locatie 3 de verkeersveiligheid en doorstroming op de Raadsgildenlaan onvoldoende kunnen worden geborgd, is deze locatie niet kansrijk. Een haal- en brengvoorziening op locatie 5 leidt tot te grote loopafstanden tussen de voorziening en de schoolgebouwen. Deze locatie is daarmee ook niet kansrijk. In figuur 5 zijn de kansrijke locaties weergegeven. In de figuur is met pijlen de locatie van de ingangen van de verschillende schoolgebouwen weergegeven (huidig en toekomstig).
Figuur 4 Kansrijke locaties haal- en brengvoorziening op twee locaties
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
17
In tabel 2 zijn de kansrijke combinaties voor twee haal- en brengvoorzieningen weergegeven. Locatie 1
Locatie 4
Locatie 6
Locatie 7
Locatie 9
Locatie 1 Locatie 4 Locatie 6 Locatie 7 Locatie 9 Tabel 2 Overzicht kansrijke combinaties twee haal- en brengvoorzieningen
Varianten locatie 6a, 6b en 6c niet haalbaar Voor locatie 6 geldt dat bij twee varianten (6a en 6b) een nieuwe ontsluiting op de Buitenwoellaan moet worden gerealiseerd. Vanuit verkeerskundig oogpunt is dit onwenselijk. De Buitenwoellaan is een gebiedsontsluitingsweg en heeft een belangrijke functie voor de ontsluiting van Veendam. Het is daarom ongewenst dat aansluitingen en kruispunten met overige wegen elkaar op korte afstand volgen. Dit gaat namelijk ten koste van de doorstroming. Een beoogde ontsluiting van de haal- en brengvoorziening op de Buitenwoellaan komt te liggen tussen de rotonde met de Raadsgildenlaan en de aansluiting met de Steenstraat. De afstand tussen beide aansluitingen bedraagt ongeveer 130 meter. Deze afstand is al relatief kort voor een gebiedsontsluitingsweg. Vanuit verkeerskundig oogpunt wordt namelijk bij erftoegangswegen (30 km/u) geadviseerd om ongeveer 100 meter afstand aan te houden tussen twee aansluitingen. Op gebiedsontsluitingswegen is deze afstand bij voorkeur meer dan 100 meter. Een extra ontsluiting op de Buitenwoellaan betekent dat binnen 130 meter van de rotonde twee aansluitingen worden gerealiseerd. De ontsluiting van de haal- en brengvoorziening ligt daarbij dicht op die van de Steenstraat.
Naast een negatieve invloed op de doorstroming, kan dit mogelijk ook leiden tot verkeersonveilige situaties doordat voertuigen het zicht op elkaar en op de Buitenwoellaan ontnemen. Daarom wordt geadviseerd om tussen de Raadsgildenlaan en de Steenstraat geen nieuwe aansluitingen op de Buitenwoellaan te realiseren. De varianten 6a en 6b zijn daarmee niet haalbaar. Variant 6c gaat uit van een ontsluiting van de in- en uitrit op de Raadsgildenlaan. Deze variant lijkt daarmee op locatie 4, maar is meer naar het zuidwesten op het sportveld gesitueerd. Ten opzichte van locatie 4 ligt variant 6c dichter bij een entree van het Witte gebouw, maar meer uit het zicht voor verkeer op de Raadsgildenlaan. Dit laatste is nadelig omdat verkeer daarmee geen direct of slechts een beperkt zicht op de voorziening heeft. Dit kan ten koste gaan van het gebruik van de voorziening, met ongewenst gebruik van andere delen van de Raadsgildenlaan tot gevolg. Bij een keuze tussen locatie 4 en variant 6c gaat, vanuit verkeerskundig oogpunt, de voorkeur uit naar locatie 4. Dit in verband met een beter zicht op de voorziening en directere ontsluiting van en naar de Raadsgildenlaan. De inpassing van locatie 6c heeft daarnaast ook tot gevolg dat een groter deel van het sportveld nodig is voor de infrastructuur. De beschikbare ruimte op het sportveld voor sportonderwijs neemt daarmee af.
Ook wordt het sportveld fysiek gescheiden van de kleedruimtes, leerlingen moeten de ontsluitingsweg oversteken. Vanuit verkeersveiligheid is dat geen gewenste situatie. Daarnaast is waarschijnlijk ook een fysieke afscheiding nodig tussen het sportveld en de ontsluitingsweg. Het sportveld wordt in dat geval ook fysiek gescheiden van het overig deel van de campus.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
18
Andere combinaties van haal- en brengvoorzieningen technisch haalbaar De resterende combinaties voor de haal- en brengvoorzieningen (locatie 1 met locatie 7/9 of locatie 4 met locatie 7/9) zijn haalbaar. Mede omdat, bij twee locaties, kleinschaligere voorzieningen kunnen worden gerealiseerd die gezamenlijk voldoende capaciteit bieden. Locaties 1, 4, 7 en 9 kunnen (grotendeels) op het terrein van Winkler Prins worden gerealiseerd. Op deze manier worden alle schoolgebouwen op het campusterrein goed bediend. Zoals eerder aangegeven moet nader worden onderzocht of en welke aanvullende (verkeers)maatregelen op de Raadsgildenlaan nodig zijn om ongewenste verkeerssituaties te voorkomen. Zowel ten aanzien van kerende en draaiende verkeersbewegingen, parkeren op of langs de Raadsgildenlaan en de veiligheid van overstekend fietsverkeer. De voordelen van locatie 1 zijn in hoofdstuk 6.1 al beschreven. De nadelen ten aanzien van de capaciteit zijn bij een combinatie met een andere locatie minder van toepassing. In totaliteit kan dan namelijk voldoende capaciteit worden gerealiseerd. Het voordeel van locatie 4 is dat de capaciteit hier eenvoudig uit kan worden gebreid, eventueel in combinatie met een eventueel parkeerterrein voor personeel van de Winkler Prins aan deze zijde van de Campus. Ook ligt deze locatie verder van de fietsoversteek op de Raadsgildenlaan vandaan.
Dit is positief voor de overzichtelijkheid en verkeersveiligheid op dit kruispunt. Ook neemt de verkeersdruk op dit kruispunt af door omdat een deel van de ouders niet meer langs dit kruispunt hoeft te rijden. Nadeel is dat de locatie gevoelsmatig ver van de schoolgebouwen ligt. Leerlingen van het Witte gebouw kunnen echter via de sporthallen het schoolgebouw bereiken. De keuze voor een combinatie van locatie 7 of 9 met locatie 1 of 4 is daarmee afhankelijk van een keuze voor loopafstanden (voorkeur locatie 1) of een keuze voor doorstroming en veiligheid op de Raadsgildenlaan (voorkeur locatie 4).
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
19
7
Selectie voorkeurslocatie haal- en brengvoorziening
De verkeerskundige bevindingen uit hoofdstuk 6 zijn met de klankbordgroep besproken. Hieruit is naar voren gekomen dat de voorkeur van de klankbordgroep uitgaat naar een eindsituatie met één centrale haal- en brengvoorziening. Dit is de unanieme voorkeur vanuit zowel de bewoners, Winkler Prins als de gemeente. Verkeerskundig gezien heeft één centrale voorziening ook de voorkeur. Op basis van de bevindingen uit hoofdstuk 6.1 is locatie 1, in overleg met de klankbordgroep, als voorkeurslocatie voor de haal- en brengvoorziening aan de noordoostzijde van de Campus Winkler Prins aangewezen. Wel zijn vanuit de klankbordgroep zorgen geuit ten aanzien van de doorstroming, verkeersen leerlingveiligheid. De wens van de klankbordgroep is om, aan de hand van een technisch ontwerp van de inpassing van een haal- en brengvoorziening op deze locatie te beoordelen of, gezien deze zorgen, een acceptabele eindsituatie kan worden gecreëerd. Als dat niet mogelijk is, kan dit leiden tot een andere voorkeurslocatie. De zorgen zijn daarom uitgewerkt in een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan: Voorwaarde 1: Voldoende capaciteit haal- en brengvoorziening Benodigde capaciteit in reguliere verkeerssituatie De haal- en brengvoorziening moet voldoende capaciteit bieden voor de verwachte hoeveelheid haal- en brengverkeer.
Voldoende capaciteit betekent dat de voorziening in reguliere verkeerssituaties haal- en brengverkeer niet hoeft te wachten op de Raadsgildenlaan omdat de voorziening vol staat. Dit kan namelijk leiden tot ongewenst parkeergedrag en heeft een negatieve impact op de verkeersveiligheid en doorstroming op de Raadsgildenlaan. Op basis van een beredenering met de gemiddelde parkeerduur en het feit dat niet alle voertuigen op exact hetzelfde moment aankomen bij de haal- en brengvoorziening, blijkt dat een capaciteit van minimaal 20 parkeerplaatsen toereikend is in een reguliere verkeerssituatie. Deze beredenering is opgenomen in bijlage 5 van de rapportage. Beschikbaarheid aanvullende capaciteit bij slechte weersomstandigheden Bij slechte weersomstandigheden zal de verkeersdruk mogelijk hoger zijn. Dit kan tot gevolg hebben dat de capaciteit van de haal- en brengvoorziening gedurende een korte tijd niet toereikend kan zijn. Daarmee bestaat de kans dat ouders op de Raadsgildenlaan moeten wachten voordat zij de haal- en brengvoorziening kunnen bereiken. Dit gaat echter om kortdurende perioden, lange wachtrijen op de Raadsgildenlaan zullen hierdoor naar verwachting niet ontstaan. Om de kans op wachtend verkeer op de Raadsgildenlaan te verkleinen, kan worden overwogen ouders/leerlingen te informeren over de beschikbaarheid van de bestaande parkeervoorziening bij het Rode Gebouw.
Uit een observatie is gebleken dat in de huidige situatie leerlingen ook worden afgezet bij het kruispunt van de Raadsgildenlaan met de Brouwersweg. Door ouders en leerlingen te stimuleren het parkeerterrein bij het Rode gebouw te gebruiken bij slechte weersomstandigheden kunnen ongewenste verkeersbewegingen op de Raadsgildenlaan worden voorkomen. Ook in de reguliere verkeerssituatie kunnen ouders met leerlingen in het Rode gebouw dit parkeerterrein vanzelfsprekend gebruiken.
2 maart 2021
ADVIESNOTITIE HAAL- EN BRENGVOORZIENING CAMPUS WP
BH6124TPRP2101051100
20
Aanvullend hierop zijn de gemeente en Winkler Prins aan het onderzoeken of in de nabijheid van de keerlus bij de milieustraat op het campusterrein (locatie 9 uit het locatieonderzoek) extra parkeercapaciteit kan worden gerealiseerd. Hier is de realisatie van 5 – 10 parkeerplaatsen mogelijk zonder concessies te doen aan de rest van het ontwerp van het campusterrein. Deze parkeerplaatsen liggen relatief dicht bij de entrees van de drie westelijk gelegen gebouwen op het campusterrein. Als deze parkeerplaatsen worden gerealiseerd, kunnen ouders/leerlingen ook worden geïnformeerd over de beschikbaarheid hiervan voor het brengen en halen. Samengevat wordt geconcludeerd dat, naast een haal- en brengvoorziening op locatie 1, aan de noordzijde van het campusterrein extra parkeercapaciteit beschikbaar is. Primair is deze parkeercapaciteit niet bedoeld voor haal- en brengverkeer. Op het moment dat, als gevolg van slechte weersomstandigheden, de capaciteit op locatie 1 niet volstaat, is deze parkeercapaciteit wel inzetbaar. Daarmee kan de druk op de haal- en brengvoorziening worden verlicht en kunnen ongewenste verkeersbewegingen op de Raadsgildenlaan worden voorkomen. Als ouders de extra parkeercapaciteit gebruiken, leidt dit een beperkte verkeerstoename op de Raadsgildenlaan tussen de voormalige Robijnlaan en Brouwersweg.
Die toename is echter slechts beperkt omdat deze parkeervoorziening voor slechts een deel van de leerlingen interessant is. Gezien de huidige verkeersintensiteit op de Raadsgildenlaan (2.350 motorvoertuigen/etmaal) en de theoretische capaciteit (4.500 – 6.000 motorvoertuigen/etmaal) zal deze beperkte toename daarom geen invloed hebben op de verkeersafwikkeling op dat deel van de Raadsgildenlaan. Capaciteitstekort in exceptionele verkeerssituaties Buiten de slechte weersomstandigheden kunnen zich zeer incidenteel exceptionele verkeerssituaties voordoen waarbij de capaciteit van de haal- en brengvoorziening en de extra parkeercapaciteit mogelijk niet toereikend blijken te zijn. Dit zal tot gevolg hebben dat brengverkeer op de Raadsgildenlaan moet wachten, met wachtrijen tot gevolg. Dit kan mogelijkerwijs leiden tot ongewenste verkeersbewegingen op de Raadsgildenlaan. Daarbij kan niet op voorhand worden gesteld dat in deze exceptionele verkeerssituaties ook verkeersonveilige situaties ontstaan. Door de hoge verkeersdruk zal de snelheid vermoedelijk laag liggen, dat is gunstig voor de verkeersveiligheid. Verkeer kan daarnaast de haal- en brengvoorziening ook gebruiken als keervoorziening als alternatief voor keren op de rijbaan. Het is niet gebruikelijk om het ontwerp van verkeersvoorzieningen te baseren op een situatie die zich slechts zeer incidenteel voordoet.