CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Zandweg 186A, De Meern-Noord.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Zandweg 186a De Meern35.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Verder zijn de bestemmingsplankosten gedekt door leges. Planschade Planschadeclaims zijn op voorhand niet uit te sluiten. De initiatiefnemer heeft een planschaderisico-inventarisatie opgesteld. In de anterieure overeenkomst is bepaald dat eventuele toegekende planschadeclaims voor rekening komen van initiatiefnemer. Exploitatieplan Het kostenverhaal is in de anterieure overeenkomst verzekerd. Daarnaast is er geen noodzaak tot het stellen van eisen aan de fasering dan wel aan de uitvoering. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet nodig.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Terinzagelegging ex artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening

Het bestemmingsplan heeft van vrijdag 1 mei 2020 tot en met donderdag 11 juni 2020 ter inzage gelegen, zodat iedereen zienswijzen kan indienen. Er zijn in totaal 7 zienswijzen ontvangen. Voor de behandeling van deze zienswijzen verwijzen wij naar het vaststellingsrapport 'Bestemmignsplan Zandweg 186A, De Meern'. 6.2.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening

Het plan is aan een aantal instanties toegezonden voor reactie als bedoeld in art 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. In het kader van vooroverleg is het voorontwerp bestemmingsplan toegezonden aan de provincie Utrecht, Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) en Stedin. De volgende reacties zijn ontvangen: de provincie Utrecht heeft laten weten geen opmerkingen te hebben; HDSR heeft verzocht om in de waterparagraaf op te nemen welke werkzaamheden er plaatsvinden binnen de zone van de waterstaatswerk. Zie hiervoor paragraaf 5.10 van deze toelichting.

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

67

6.2.3

Participatie

Er is op 31 oktober 2017 een inloopbijeenkomst georganiseerd in de showroom van Koedam tegels BV. De belanghebbenden hebben de mogelijkheid gekregen om een reactieformulier in te vullen. Met de opmerkingen van omwonenden is bij het opstellen van de bouwenvelop rekening gehouden. De volgende punten zijn aangedragen: Eén richtingsverkeer instellen op Zandweg na het vertrek van Koedam tegels BV; Er komt geen extra verbinding (auto of fiets) tussen de Zandweg en ‘t Weer; de woningen aan de Zandwegzijde ontsluiten op de Zandweg de woningen aan ’t Weerzijde ontsluiten via ’t Weer; Er wordt aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwingstypologie van de wijk; er wordt onderscheid gemaakt tussen ’t Weer en de Zandweg betreffende woningtypologie en stedenbouwkundige inpassing; In het plangebied wordt rekening gehouden met de rustige en groene opzet van de wijk ‘t Weer; Er worden geen openbare parkeerplaatsen gerealiseerd langs de Zandweg. Op 5 juli 2018 is in de showroom van Koedam Tegels BV een tweede inloopbijeenkomst georganiseerd. Hierbij is het stedenbouwkundig plan gepresenteerd waarbij rekening is gehouden met de bovengenoemde opmerkingen van omwonenden.

6 8 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 7 Juridische plantoelichting 7.1

Inleiding

Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere leesbaarheid, raadpleegbaarheid en helderheid voor de gebruiker en draagt zo bij aan een effectiever en efficiëntere dienstverlening.

7.2

Opbouw regels

De opzet van de bestemmingsregels is steeds gelijk: bestemmingsomschrijving (met ondergeschikte en nevengeschikte doeleinden); bouwregels; nadere eisen waar de bestemmingsregeling dat nodig maakt; afwijkingsregels van de bouwregels; waar nodig: een bijzondere gebruiksregel, bijvoorbeeld bij wonen een aan-huis-verbonden bedrijf. afwijkingsregels van de gebruiksregels; eventueel een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ter bescherming van aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke of natuurwaarden;

7.3

Het gebruik van het woord 'of'

Wanneer in de regels van dit bestemmingsplan in een opsomming van gevallen het woord 'of' wordt gebruikt, is daaronder mede begrepen de situatie dat meer dan een van de genoemde gevallen zich tegelijk voordoen. Onder 'of' wordt een combinatie van opties niet uitgesloten.

7.4

Regeling bijbehorende bouwwerken

In het Besluit omgevingsrecht Bijlage II artikel 2 staan de vergunningvrije bijbehorende bouwwerken opgesomd. Deze vergunningvrije bouwwerken zijn in 2014 aanzienlijk verruimd. De vergunningvrije bouwwerken komen overeen met de voorheen door de gemeente Utrecht gehanteerde standaard erfbebouwingsregeling bij woningen. Besloten is daarom om in het bestemmingsplan geen aparte regels meer op te nemen voor bijbehorende bouwwerken, maar om te verwijzen naar de vergunningvrije bijbehorende bouwwerkenregeling in het Besluit omgevingsrecht.

7.5

Systematiek van de bestemming Wonen-1 en Wonen-2

Aan-huis-verbonden bedrijf Een belangrijk onderdeel van de bestemming Wonen is de regeling van de aan-huis-verbonden bedrijven als ondergeschikte functie bij het wonen. Zoals de naam al aangeeft, gaat het bij een aan-huis-verbonden bedrijf om een beroeps- of bedrijfsuitoefening in combinatie met wonen en dus door één van de bewoners van de woning. De maximale oppervlakte die daarvoor is toegestaan is 1/3 deel van het vloeroppervlak van de woning (inclusief aanbouwen) en vrijstaande bijgebouwen met een maximum van 60 m². Bij een aan-huis-verbonden bedrijf mag geen sprake zijn van detailhandel, horeca, afhaalzaken of belhuizen. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van milieucategorie B2 voor een aan-huis-verbonden bedrijf, echter onder de voorwaarde dat de bedrijfsactiviteit in kwestie naar aard en invloed op de omgeving gelijk kan worden gesteld met bedrijfsactiviteiten in milieucategorie bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

69

A of B1 van de Lijst van Bedrijven functiemenging.

7.6

Artikelsgewijze toelichting

In deze paragraaf wordt per bestemming uitgelegd wat de achtergrond is van een bepaalde bestemming. Artikel 1 Begrippen In artikel 1 worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt. Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Artikel 2 Wijze van meten In artikel 2 is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels vastgelegd. Artikel 3 Groen De bestemming Groen is bedoeld voor de bestaande en nieuwe groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en andere bijbehorende voorzieningen. In deze bestemming is ook waterbeheer en waterberging mogelijk. Daarnaast zijn voet- en fietspaden mogelijk. Deze bestemming biedt enerzijds bescherming ter behoud van bestaande groenvoorziening, maar geeft anderzijds ook de nodige flexibiliteit voor de beoogde herindeling. Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied De bestemming Verkeer – Verblijfsgebied heeft betrekking op verblijfsgebied voor gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer met bijbehorende voorzieningen. Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan zoals parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden en groen- en waterpartijen. Artikel 5 Wonen - 1 Deze bestemming is toegekend aan de van oudsher in het gebied aanwezige woningen en woongebouwen met bijbehorende tuinen.

De 2 vrijstaande woningen met bijbehorende terreinen zijn bestemd voor wonen, water, waterberging, voorzieningen en functies die bij de bestemming horen, zoals bergingen, tuinen, erven en terreinen. Voor dit bouwvlak gelden bouwmaten zoals goot- en bouwhoogten en oppervlaktes. Deze bouwmaten zijn met aanduidingen opgenomen op de verbeelding. Ook is het maximum volume op de verbeelding aangegeven. Voor de positie van hoofdgebouwen is een bouwvlak opgenomen waarin het maximum aantal wooneenheden is weergegeven. In artikel 5.3.3 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen zodat is geborgd dat voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. In de regels van de bestemming Wonen-1 wordt opgenomen dat bij elke woning op eigen terrein 2 parkeerplaatsen naast elkaar gerealiseerd moeten worden. Er is uitdrukkelijk voor gekozen om de parkeerplaatsen niet in de lengte (dus achterelkaar) mogelijk te maken. Op deze wijze wordt gestimuleerd dat de parkeerplaatsen daadwerkelijk worden gebruikt. Van deze regeling kan worden afgeweken mis wordt voldaan aan de Nota Stallen en Parkeren.

Artikel 6 Wonen - 2 De 10 eengezinswoningen (4 levensloopbestendige woningen en 6 twee-onder-een-kapwoningen) met bijbehorende terreinen zijn bestemd voor wonen, water, waterberging, voorzieningen en functies die bij de bestemming horen, zoals parkeervoorzieningen, bergingen, tuinen, erven en terreinen. Voor de twee verschillende bouwvlakken gelden verschillende bouwmaten zoals goot- en bouwhoogten en oppervlaktes. Deze bouwmaten zijn met aanduidingen opgenomen op de verbeelding. Voor de positie van hoofdgebouwen is een bouwvlak opgenomen waarin het maximum aantal wooneenheden is weergegeven. In artikel 6.3.3 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen zodat is geborgd dat de blokhaag wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. In artikel 6.3.4 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, zodat is geborgd dat voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Voor de bestemming Wonen-2 wordt het inrichtingsplan van 't Weer, met daarop de parkeerplaatsen, als bijlage toegevoegd bij de regels. Van deze regeling kan worden afgeweken mits wordt voldaan aan de Nota Stallen en Parkeren. Artikel 7 Waterstaat-Waterstaatkundige functie De Zandweg is een regionale waterkering. Deze waterkering heeft een waterstaatkundige functie.

Hiervoor is daarom een dubbelbestemming opgenomen, waarin is geregeld dat bouwen alleen plaats mag vinden indien dit de waterkerende functie niet schaadt. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel 7 0 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een stuk grond dat al eens was betrokken bij het verlenen van een omgevingsvergunning bij de beoordeling van latere bouwplannen nogmaals wordt betrokken. Artikel 9 Algemene bouwregels Dit artikel regelt de mogelijkheid voor (beperkte) overschrijdingen van bebouwingsgrenzen die op de kaart zijn aangegeven, een voorwaardelijke verplichting over parkeren en regels voor woningvorming en omzetting. Voorwaardelijke verplichting over parkeren Deze planregel volgt uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 9 september 2015 (201410585/1) over bestemmingsplan "KPN Campus Fockema Andreaelaan, Rubenslaan e.o.". Artikel 3.1.2, tweede lid, van het Bro maakt het mogelijk dat een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Artikel 9.3 lid 1 van de planregels regelt dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen de parkeergelegenheid voor auto's en fietsen voldoet aan het gemeentelijk beleid (ten tijde van het opstellen van deze toelichting: de Nota Stallen en Parkeren 2013). Bij het toetsen van een bouwaanvraag aan het bestemmingsplan, zal onderzocht worden of de aanvraag voldoet aan de voorwaarde om voldoende parkeergelegenheid te regelen.

Als gedurende de geldigheid van dit bestemmingsplan het parkeerbeleid wordt gewijzigd, geldt als uitgangspunt dat een aanvraag om omgevingsvergunning aan het op dat moment geldende parkeerbeleid wordt getoetst. Daarom bevat artikel 9.3 lid 2 een regel die bij gewijzigd beleid een afweging over de bij de aanvraag horende parkeereis, zodat gemotiveerd wordt in hoeverre het nieuwe beleid wordt toegepast. Recent is de Nota Stallen en Parkeren gewijzigd via het op 28 maart 2019 vastgestelde addendum Nota parkeernormen fiets en auto. Woningvorming en omzetting De gemeenteraad heeft op 26 november 2015 de Beleidsnotitie Woningsplitsen en omzetten vastgesteld, waarin het gemeentelijke beleid voor het splitsen en omzetten van woningen is verwoord. Woningvorming door (bouwkundig) splitsen of omzetten van woningen is niet langer zonder meer toegestaan. Woningvorming en omzetting van woningen ten behoeve van kamerverhuur voorziet weliswaar in de behoefte aan woonruimte voor starters en studenten, maar kan de leefbaarheid van de omgeving nadelig beïnvloeden. Klachten van omwonenden tonen aan dat een regeling nodig is, waarin het belang van het uitbreiden van het aantal woningen en kamers voor starters en studenten afgewogen wordt tegen het belang van het behouden van een goede leefkwaliteit van de buurt waarin die uitbreiding plaatsvindt.

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) biedt de mogelijkheid om de leefbaarheid in een bestemmingsplan te beschermen. Op grond daarvan kan woningvorming en omzetting gereguleerd worden. Lid 9.4 van dit bestemmingsplan regelt dat het vormen en het omzetten van woningen mag als dat op een aanvaardbare manier gebeurt. De regel onder 2 geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om, in afwijking van de regel onder 1, woonvorming of woningsplitsing toe te staan. Burgemeester en wethouders toetsen hierbij aan de algemene leefbaarheidstoets en de fysieke leefbaarheidseisen van de Beleidsnotitie en beleidsregels Woningsplitsen en omzetten uit 2015. De voorwaarde voor het verlenen van de vergunning is, dat er goede woningen of onzelfstandige woonruimten ontstaan en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat, het verkeer, de parkeersituatie en de gebruiksmogelijkheden van de buren. Artikel 10 Algemene gebruiksregels De Wabo bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Een algemeen gebruiksverbod hoeft derhalve niet meer in de planregels te worden opgenomen. Het is wel mogelijk om in het bestemmingsplan aan te geven wat onder verboden gebruik in ieder geval wordt verstaan.

In dit artikel is opgenomen dat onder verboden gebruik wordt verstaan: onbebouwde gronden te gebruiken als staanplaats voor onderkomens als opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan of als stortplaats voor puin en afvalstoffen. Het gebruik of bouwen in strijd met het bestemmingsplan was vroeger onder de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening via een algemene gebruiksbepaling en strafbepaling geregeld in het bestemmingsplan. Onder de Wet ruimtelijke ordening was een en ander geregeld in de wet zelf. Met de invoering van de Wabo is dat opnieuw gewijzigd. Nu is het als volgt geregeld. Voor elke verandering van gebruik (in ruime zin) die in strijd komt met een bestemmingsplan is volgens artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo een omgevingsvergunning nodig. Indien voor bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

71

een dergelijk planologisch strijdig gebruik geen omgevingsvergunning wordt gevraagd of een gevraagde vergunning niet wordt verleend, komt dit gebruik dus in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Dat artikel kan vervolgens bestuursrechtelijk of strafrechtelijk via de Wet op de economische delicten worden gehandhaafd. Strijdig gebruik met planologische regelingen waarvan afwijking niet is toegestaan valt niet onder artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Met het oog op dergelijk gebruik is in artikel 7.2 Wet ruimtelijke ordening een verbodsbepaling opgenomen bij de invoering van de Wabo. Woningvorming en omzetting Het bestemmingsplan bevat een algemene gebruiksregel voor het vormen en het omzetten van woningen met behoud van een goede leefkwaliteit. Deze regel is, in aanvulling op de algemene bouwregel over woningvorming en omzetting nodig, omdat woningvorming en omzetting soms ook zonder bouwkundige aanpassingen kan plaatsvinden. 11 Algemene aanduidingsregels In dit artikel is een regel opgenomen over de in het plangebied geldende gebiedsaanduiding 'Milieuzone - boringsvrijezone'. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - boringsvrije zone' zijn behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de beschermde kleilaag in de bodem van de boringsvrije zone van het grondwaterwingebied De Meern.

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om af te wijken van de regels. Dit heeft primair tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Ze kunnen worden toegepast als er niet op grond van de bestemmingsregelingen in hoofdstuk 2 al afgeweken kan worden. Het gaat dan om een afwijking van maten, afmetingen en percentages, het plaatsen van objecten van beeldende kunst, het realiseren van kleine nutsgebouwtjes. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overige regels Er mogen uitsluitend geluidgevoelige bestemmingen worden opgericht indien het bouwplan in overeenstemming is met de Wet geluidhinder of met het besluit ontheffing Hogere waarde. Artikel 14 Overgangsrecht In het Besluit ruimtelijke ordening is overgangsrecht opgenomen dat in elk bestemmingsplan moet worden overgenomen. Indien de in het plan opgenomen regels, voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een bestaande legale situatie, dan zijn daarop de overgangsregels van toepassing. De overgangsregel heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe regels plaatsvindt. Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot.

Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden. Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan. Vergunningplichtige bouwwerken die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Wabo die niet door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt. Wel kan met een beroep op het overgangsrecht een aanvraag worden ingediend voor de verbouw van een illegaal bouwwerk. Om te voorkomen dat een dergelijke aanvraag moet worden gehonoreerd, is in de overgangsbepaling van dit plan opgenomen dat deze slechts van toepassing is op legale bouwwerken. Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd, voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt. Hiervoor is reeds aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht.

Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst. Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, van het overgangsrecht is uitgesloten. Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden 7 2 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

tegen gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan. Dit laatste is uiteraard mede afhankelijk van andere aspecten, waaronder de vraag of het strijdige gebruik reeds zolang plaatsvindt dat de gemeente haar rechten heeft verwerkt. Artikel 15 Slotregel In dit artikel is de naam van het bestemmingsplan, de citeertitel, omschreven. Prostitutie In het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen seksinrichtingen gevestigd met een vergunning op basis van de APV. Gezien het in Utrecht gehanteerde maximumstelsel zijn nieuwe seksinrichtingen niet toegestaan en zijn seksinrichtingen uitgesloten in de gebruiksbepaling en in de begripsbepaling "aan-huis-verbonden bedrijf". Gelet op het binnen de gemeente gehanteerde maximumstelsel betekent de regeling in dit bestemmingsplan geen algeheel verbod, maar wel een verbod op seksinrichtingen binnen dit plangebied.

7.7

Handhaving

Door handhaving controleert de overheid of burgers, bedrijven en bijvoorbeeld overheidsorganen zich aan de wet- en regelgeving houden. Onder handhaving wordt verstaan het door controle (toezicht en opsporing) en het toepassen (of dreigen daarmee) van bestuursrechtelijke sancties, bereiken dat het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift wordt nageleefd. De handhaving van de van toepassing zijnde regeling binnen de gemeente Utrecht, wordt uitgevoerd door diverse diensten en afdelingen. Zo wordt namens het college onder andere gehandhaafd op de regels van voorliggend bestemmingsplan. Dit betekent dat de regels voor wat betreft het gebruik en de bebouwingsregels worden gehandhaafd. Dit gebeurt veelal door toetsing tijdens het behandelen van de aanvragen om omgevingsvergunning, maar kan ook gebeuren als gevolg van toezicht tijdens de uitvoering van de bouw of op grond van een eigen constatering indien een bouwwerk of een perceel in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt. Indien er bijvoorbeeld sprake is van illegale ingebruikname van gemeentelijke grond, dan zal hiertegen worden opgetreden. Doel handhavend optreden Het doel van het handhavend optreden van de gemeente is niet direct gekoppeld aan de noodzaak van een actueel bestemmingsplan.

Voor de bewoners van het plangebied is duidelijk waar zij aan toe zijn (qua bouwen, zoals bijvoorbeeld uitbreiding van de woning, en qua gebruik), maar het niet handhaven haalt de effectiviteit van een actueel bestemmingsplan onderuit. De toegevoegde waarde van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is niet groot, indien er op andere plaatsen - zonder vergunning - vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn geplaatst. Dit wordt nog eens problematischer zodra een omgevingsvergunning wordt geweigerd, terwijl diverse vergelijkbare bouwwerken reeds illegaal zijn geplaatst. In dit laatste geval is de roep om handhavend op te treden dan ook het grootst. Wijze van handhaven Op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft het college een tweetal instrumenten bij handhaving van bestemmingsplannen tot haar beschikking: bestuursdwang en dwangsom. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt de overtreding (het geconstateerde illegale bouwwerk c.q. gebruik) ongedaan gemaakt op kosten van de overtreder. Dit kan betekenen dat een bouwwerk door de gemeente wordt afgebroken en de kosten van bijvoorbeeld de aannemer en de gemeentelijke (voorbereidings)kosten op de overtreder worden verhaald.

Het is tevens mogelijk om, indien er zonder omgevingsvergunning wordt gebouwd en de bouw wordt stilgelegd door middel van een bouwstop, de bouwmaterialen weg te slepen en elders op te slaan. Het opleggen van een last onder dwangsom betekent bijvoorbeeld dat het illegale gebruik moet worden gestaakt binnen een door het college gestelde termijn. Overschrijdt men de termijn, dan zal de dwangsom in rekening worden gebracht bij de overtreder. Doel van de dwangsom is het onaantrekkelijk maken van het voortzetten van de geconstateerde overtreding. De dwangsom zal dan ook in relatie moeten staan aan (en zal derhalve altijd hoger zijn dan) het voordeel dat de overtreder heeft bij het voortzetten van de illegaliteit. In het plangebied zal handhavend worden opgetreden tegen het illegale gebruik van bouwwerken en percelen. Bijvoorbeeld het verhuren van opslagruimte ten behoeve van de stalling van caravans, maar ook het gebruik van een winkel als café. Verder zal er bij de bouw worden gecontroleerd op de uitvoering van verleende omgevingsvergunningen. Uiteraard zal er ook gecontroleerd worden of, in het geval van een geweigerde omgevingsvergunning voor een woning, de betreffende woning niet alsnog wordt gebouwd. Voorts zal de gemeente toezien op - onder de Wet milieubeheer vallende - bedrijven. Dit vloeit voort uit de regels van het bestemmingsplan.

Indien er immers ter plaatse een bedrijfsactiviteit plaats mag vinden, zal dit qua gebruik (intensiteit en hinder) gehandhaafd worden.

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

73

7 4 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

75

7 6 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

77

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2) Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling op basis van de Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten Project: Zandweg 186A, De Meern-noord Besluit of plan: Bestemmingsplan ten behoeve van de herontwikkeling van het bedrijfsperceel van Koedam Tegels in de Meern Initiatiefnemer: KROON BV Bevoegd gezag: Gemeente Utrecht Datum ingediend: 4 december 2019 Activiteit 0 – beschrijving project activiteit Welke activiteiten vinden plaats?

Het bedrijf Koedam Tegels is gevestigd aan de Zandweg 186A in De Meern. Het bedrijf bestaat uit een showroom met kantoor aan de voorzijde en enkele bedrijfshallen voor opslag op het achterliggende terrein. Het bedrijf wordt omgeven door woningen. De eigenaren van het bedrijf zijn voornemens om het bedrijf te verplaatsen naar een andere locatie. Als gevolg hiervan worden op deze locatie 12 woningen ontwikkeld.

Categorie Besluit mer

De beschreven activiteit valt onder categorie 11.2 zoals opgenomen in onderdeel D van de bijlage van het Besluit mer. De beoogde activiteit wordt in de D-lijst van het Besluit Milieueffectrapportage aangemerkt als: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'.

Drempelwaarde categorie

De drempelwaarde voor dergelijke activiteiten waar een m.e.r.-beoordeling verplicht is ligt op 100 hectare (D11.2) of wanneer het project 2000 of meer woningen bevat. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde (circa 0,8 ha en 12 woningen). Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.beoordelingsplichtig is. Dit betekent dat volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Ligging plangebied

Het bedrijf Koedam Tegels is gevestigd aan de Zandweg 186A in De Meern. De Zandweg is een fietsstraat, hier geldt een maximale snelheid van 30 km/u en zijn auto’s te gast. Het perceel maakt deel uit van de buurt ‘De Meern noord’. In de omgeving van het bedrijf zijn vooral woningen aanwezig. Ten noorden wordt het plangebied

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2)

Datum 19-11-2019

begrensd door de woonbuurt ’t Weer, ten westen door woningen aan de Zandweg, ten zuiden door de fietsstraat de Zandweg en ten oosten door woningen aan de Zandweg en de Zonzijde in ’t Weer.

Figuur 0.1: luchtfoto plangebied (Bron: Bouwenvelop Zandweg 186A Locatie Koedam, Gemeente Utrecht)

Figuur 0.2: begrenzing plangebied (Bron: Bouwenvelop Zandweg 186A Locatie Koedam, Gemeente Utrecht) Selectiecriteria

Toelichting

1 – kenmerk van het project Omvang van het project

De ontwikkeling bestaat uit de herontwikkeling van de voormalige bedrijfslocatie samen met een deel van de achterliggende openbare ruimte. In totaal zullen er 12 woningen worden gerealiseerd. De totale oppervlakte van het plangebied is circa 0,8 ha.

Cumulatie met andere projecten

In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van andere projecten of activiteiten die een mogelijk

2/10

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2)

Datum 19-11-2019

cumulatief effect op de voorgenomen ontwikkeling aan de Zandweg 186A kunnen hebben. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Ter plaatse van het plangebied wordt geen gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen, aangezien het plangebied in de toekomst een woonfunctie zal krijgen.

Productie van afvalstoffen

Tijdens de werkzaamheden en de gebruiksfase daarna vindt er geen productie van stoffen plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen of tot effecten voor de bodem- en waterkwaliteit. Voor de afvoer van huishoudelijk afval worden de reguliere procedures en processen gevolgd, waardoor geen sprake is van belangrijke (rest)effecten in relatie tot een m.e.r.procedure.

Verontreiniging en hinder

Zowel tijdens de bouw als daarna zijn de aspecten geluid, milieuhinder en bedrijvigheid, luchtkwaliteit, bodem, water, natuur en verkeer/parkeren van belang. Deze aspecten komen verder aan bod bij de beschrijving van milieueffecten (hoofdstuk 2).

Risico van ongevallen (stoffen,

De beoogde realisatie van 12 nieuwbouwwoningen, zorgt

technologieën)

niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Het gaat tenslotte om een woongebied.

2 – plaats van het project Bestaande grondgebruik

Het plangebied wordt in de huidige situatie gebruikt als bedrijfslocatie voor het bedrijf Koedam Tegels. De eigenaren van het bedrijf zijn echter voornemens om te verplaatsen naar een andere locatie. Het plangebied bestaat uit de bedrijfsbebouwing met bijbehorende verharding (aan de straatzijde een showroom en kantoor en aan de achterzijde enkele bedrijfshallen), de bedrijfswoning aan de Zandweg 189 en een klein gedeelte van het openbare gebied aan de achterzijde. De woning aan de Zandweg 188 wordt niet tot het plangebied gerekend.

De relatieve rijkdom aan en de

Dit is niet van toepassing op het plangebied, aangezien er

kwaliteit en het regeneratievermogen

geen plannen zijn om gebruik te maken van natuurlijke

van de natuurlijke hulpbronnen van

hulpbronnen binnen het plangebied, mochten deze al

het gebied

aanwezig zijn. 3/10

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2)

Datum 19-11-2019

Opnamevermogen van het natuurlijke

Het plangebied bevindt zich binnen of in de directe

milieu:

omgeving van een gebied met een hoge

➢

wetlands,

bevolkingsdichtheid.

➢

Kustgebieden

De activiteit heeft mogelijk een effect op de volgende

➢

bosgebieden

milieuaspecten:

➢

beschermde natuurgebieden

➢

gebieden met hoge

Verkeer

bevolkingsdichtheid

In de huidige situatie aan de Zandweg is er ter plaatse van

landschappen van historisch,

het plangebied nog sprake van tweerichtingsverkeer. Het

cultureel of archeologische

doel is om het deel van de Zandweg waar nu nog

belang

tweerichtingsverkeer is, om te zetten naar

➢

éénrichtingsverkeer. Het tweerichtingsverkeer was enkel nodig voor de bevoorrading van Koedam Tegels, aangezien het bedrijf zal verplaatsen, wordt met het omschakelen naar éénrichtingsverkeer een veiligere situatie gecreëerd (met name ook voor fietsers en voetgangers). Daarnaast zal de Luwte meer naar het zuiden worden verplaatst, waardoor deze straat als verlengde van de Zonzijde zal dienen. Dit nieuwe deel van de straat zal dan ook de Zonzijde gaan heten. Aan de Luwte in de wijk ’t Weer worden 10 twee-ondereen kap woningen gerealiseerd. Voor twee-ondereen kap woningen geldt een kencijfer van (gemiddeld) 7,3 verkeersbewegingen per weekdag (CROW o.b.v. zeer sterk stedelijk). Dit betekent dat als gevolg van de realisatie van 10 twee-ondereen kap woningen 73 verkeersbewegingen zullen plaatsvinden per weekdag. De woningen worden voor autoverkeer ontsloten via de Luwte, Schemering, Evenaar richting de Burgemeester Middelweerdbaan. De verkeerstoename kan eenvoudig via de genoemde wegen worden ontsloten. Overigens is dit nagenoeg de laatste inbreidingslocatie die extra verkeerstoename met zich mee brengt in deze woonbuurt. Aan de zandweg kunnen 1 of 2 vrijstaande woningen gerealiseerd. Voor vrijstaande woningen geldt een kencijfer van (gemiddeld) 7,7 verkeersbewegingen. Uitgaande van 2 vrijstaande woningen bedraagt de verkeerstoename 15,4 per weekdag.

De ontsluiting van deze 2 woningen zal plaatsvinden via de Zandweg richting de Europaweg. Als gevolg van het plan zal er sprake zijn van een verkeersafname omdat de tegelhandel hier verdwijnt.

4/10

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2)

Datum 19-11-2019

Verkeer De 12 woningen hebben allen een oppervlakte groter dan 130 m² BVO. Dat betekent dat voor deze woningen (gemiddeld) 1,625 parkeerplaats gerealiseerd moeten worden. Voor de 12 woningen komt dat neer op het realiseren van 20 parkeerplaatsen. Daar komt bij dat de 6 openbare parkeerplaatsen die verdwijnen gecompenseerd dienen te worden. In totaal betekent dit dat er minimaal 26 parkeerplaatsen aangelegd moeten worden. Bij de 4 levensloopbestendige woningen kan 1 auto op eigen erf worden geparkeerd. Bij de 8 andere kavels is ruimte voor 2 auto's op eigen erf. Daarmee wordt voorzien in 20 parkeerplaatsen op eigen erf. Daarnaast worden er in het openbaar gebied 10 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal is er in het plan ruimte voor 30 parkeerplaatsen (waarvan 20 op eigen erf). Daarmee wordt ruimschoots voorzien in de parkeerbehoefte ter plaatse. Geluid Op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ is Koedam Tegels vergelijkbaar met een bouwmarkt of een tuincentrum. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid t.o.v. gevoelige objecten zoals woningen. Met dit plan verdwijnt deze bedrijfsbestemming midden in een woonwijk op plaats te maken voor woningen. Dit draagt positief bij aan de impact op de omgeving t.a.v. geluid. Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidszones van wegen.

Met het plan wordt de straat Luwte verlegd naar het zuiden ter hoogte van de Zonzijde. Voor het nieuwe wegvlak geldt, net als voor de omgeving een maximum regiem van 30 km/uur. Het betreft een rustige woonwijk met uitsluitend bestemmingsverkeer. Het verleggen van deze weg heeft geen negatieve effecten t.a.v. geluid op bestaande en/of nieuwe woningen. De Rijksstraatweg (busbaan) en de Zandweg kennen ook beide een 30 km/uur regiem. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatief optredende geluidsbelasting van deze wegen onderzocht. Op de Rijksstraatweg rijden 453 bussen per etmaal en op de Zandweg 270 auto's per etmaal (bron VRU3.4 – peiljaar 2030). De geluidsbelasting op het plangebied bedraagt daardoor ten hoogste 51 á 52 dB. Zelfs bij een hogere snelheid op de Rijksstraatweg is dit maximaal 53 dB.

5/10

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2)

Datum 19-11-2019

Deze geluidsbelastingen overschrijden de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder (53 dB zonder aftrek) niet waardoor er, zeker in stedelijk gebied, gesproken kan worden van een goede ruimtelijke ordening. Significant nadelige milieugevolgen zijn voor het aspect geluid uitgesloten. Lucht Met het plan worden 12 woningen gerealiseerd. Deze functie heeft een verkeersaantrekkende werking. In publicatie 381 'Toekomsbestendig parkeren' van het CROW zijn kengetallen opgenomen voor de verkeersgeneratie van nieuwe woningen per woningtype. Aan de hand van deze kengetallen kan worden geconcludeerd dat de nieuwe woningen 95 verkeersbewegingen zullen meebrengen. Er is een NIBM-berekening uitgevoerd op basis van de NIBMtool van Infomil (zie figuur 2.1). Uit deze berekening blijkt dat zelfs bij een toename van 95 personenauto's per dag, de ontwikkeling niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Hier is de verkeersafname als gevolg van het verdwijnen van het bedrijf Koedam Tegels nog niet eens meegerekend. Het plan heeft geen negatieve effecten op de luchtkwaliteit.

Figuur 2.1: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl)

Water In de huidige situatie is de bedrijfskavel voor 61 procent bebouwd. De overige ruimte rondom de bebouwing is voor naar schatting 87% procent verhard met Stelcon-platen. Ten gevolge van de ontwikkeling zal het verharde oppervlak in het plangebied afnemen. Op die manier kan meer water worden geïnfiltreerd in de bodem. Het gebruik

6/10

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2)

Datum 19-11-2019

van zink lood en koper in bouwdelen die in contact komen met hemelwater is verboden. Hemelwater in de openbare ruimte wordt afgevoerd via een hemelwaterriool. Hemelwater op de kavels wordt afgekoppeld van het riool en wordt geïnfiltreerd in de bodem. Aangezien er sprake is van een afname van verhard oppervlak kan worden geconcludeerd dat het plan een positief effect heeft op het aspect water. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn dan ook uitgesloten. Bodem Om de bodemgesteldheid in kaart te brengen is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierin zijn, verspreidt over het plangebied 20 boringen uitgevoerd.

Op basis van de beschikbare bodemonderzoeksgegevens blijkt de bodem op locatie licht tot matig verontreinigd te zijn. De golfplaatfragmenten in boring 26 zijn asbesthoudend. Uit de separate analyses blijkt dat de ondergrond van 0.6 tot 0.8 m-mv van boring 28 sterk verontreinigd is met lood. De omvang van de verontreiniging zal met een nader onderzoek in kaart moeten worden gebracht. Omdat Koedam Tegels momenteel nog in bedrijf is en het nader onderzoek binnen plaats dient te vinden is het niet wenselijk dit nader onderzoek op dit moment uit te voeren. Het nader onderzoek zal in het kader van de omgevingsvergunning worden uitgevoerd. Indien uit nader onderzoek blijkt dat vervuiling van de grond aanwezig is dan dient deze, conform de Wbb, gesaneerd te worden. De bodemkwaliteit wordt derhalve beter. Er is dan ook geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect bodem.

7/10

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2)

Datum 19-11-2019

Bedrijven en milieuzonering De realisatie van meerdere woningen betreft de realisatie van meerdere milieugevoelige objecten. Het plangebied bevindt zich binnen het woongebied behorend tot de woonwijk t' Weer. In de nabije omgeving zijn dan ook hoofdzakelijk woonbestemmingen aanwezig. De dichtstbijzijnde activiteit, een veldsportcomplex met een grootste richtafstand van 50 meter voor geluid, benoemd in de VNG-uitgave ligt op een afstand van ruim 100 meter ten oosten van het plangebied. Op basis van milieuzonering doen zich als gevolg van het plan dan ook geen problemen voor. Natuur

NNN gebieden Het plangebied ligt buiten het NNN en de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Dat houdt in dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de kernkwaliteiten en omgevingscondities van gronden die tot het NNN behoren. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op gronden die tot het NNN behoren.

Natura 2000-gebied Het plangebied behoort niet tot een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ruim 7 km afstand van het plangebied. Met de realisatie van de voorgenomen woningbouwontwikkeling plan komt er NOx vrij. Om het effect van deze emissie op Natura 2000gebieden te onderzoeken is een Aerius berekening uitgevoerd. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de emissie van stikstof op Natura 2000-gebied niet hoger dan 0,00 mol/ha/j bedraagt. De ontwikkeling leidt dan ook niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. Omdat significant negatieve effecten niet te verwachten zijn hoeft er geen passende beoordeling uitgevoerd te worden.

Beschermde soorten Het plangebied vormt het functionele leefgebied van verschillende dier- en plantensoorten. De meeste soorten die in het plangebied voorkomen zijn niet beschermd of mogen verwond of gedood worden en hun rust- en voortplantingsplaatsen mogen beschadigd en vernield worden zonder ontheffing of wettelijke consequenties. Dat geldt niet voor bezette vogelnesten. Werkzaamheden waarbij vogelnesten beschadigd of vernield kunnen 8/10

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2)

Datum 19-11-2019

worden, dienen uitgevoerd te worden buiten de voortplantingsperiode van vogels. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op beschermd natuurgebied. Met de bouw van de nieuwe woningen wordt rekening gehouden met 'diervriendellijk bouwen'. In het plangebied worden aan de straatzijde van alle woningen hagen aangeplant waar huismussen kunnen schuilen. Daarnaast wordt er bij elke woning een inmetselkast/steen in de gevel aangebracht als nestplaats voor huismussen. Geconcludeerd kan worden dat het plan geen significant negatieve effecten met zich meebrengt voor natuurgebieden of beschermde plan- en diersoorten. Externe Veiligheid In het plangebied (en directe omgeving) is een inventarisatie verricht naar risicoveroorzakende activiteiten. In en nabij het plangebied zijn geen buisleidingen voor gevaarlijke stoffen gelegen. Relevante transportassen (wegen, spoorwegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zijn op zeer grote afstand (meer dan één kilometer) van het plangebied gelegen. Ter plaatse van de planlocatie zijn geen aangewezen routes ten behoeve van het lokale transport aanwezig. Ook vinden er ter plaatse van het plangebied geen transporten plaats waarvoor ontheffingen zijn verleend. Daarnaast bevinden zich in en nabij het plangebied geen Bevi bedrijven die van invloed zijn op het plangebied of inrichtingen met veiligheidsafstanden.

Een nadere beschouwing met betrekking tot het aspect externe veiligheid is niet nodig, het aspect heeft geen negatieve gevolgen voor het plan. 3 – Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect

Het plan heeft geen aanzienlijke effecten op eventuele gevoelige gebieden in de omgeving. Aangezien er in de toekomst sprake zal zijn van een woonfunctie, brengt het plan geen negatieve (milieu)gevolgen met zich mee.

Grensoverschrijdend karakter van het

Niet van toepassing.

effect Waarschijnlijkheid van het effect

Zoals hiervoor beschreven zal het plan geen negatieve (milieu)gevolgen met zich meebrengen.

De duur, frequentie en

Niet van toepassing.

omkeerbaarheid van het effect. 9/10

Ontwikkelorganisatie Ruimte Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2)

Datum 19-11-2019

Conclusie m.e.r.-beoordeling Naar aanleiding van het hiervoor genoemde wordt geconcludeerd dat de projectsituatie geen significant nadelige (milieu)gevolgen met zich meebrengt ten opzichte van de huidige situatie. Een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming is ook niet noodzakelijk. Het in procedure brengen van een MER is derhalve niet noodzakelijk.

10/10

8 8 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlage 2

Quickscan natuurwaarden

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

89

Quickscan natuurwaardenonderzoek Zandweg 186a e.o. De Meern

In het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Zandweg 186a e.o. De Meern

In het kader van de Wet natuurbescherming

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever: Contactpersoon:

Projectnummer en versie: 2147 versie 1.1 Veldmedewerker(s):

Auteur:

Status: definitief Rapportdatum:6-9-2019, aangepast 27-7-2020 Aangepast 25-11-2021

Ligging projectgebied: Zandweg 186a e.o. De Meern

Correspondentieadres: 7122 RR Aalten E: Tel:

info@natuurbankoverijssel.nl 0543 / 1

Samenvatting In het kader van woningbouwplannen op een perceel aan de Zandweg 186a te Meern, is in oktober 2017 een Quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Nadien zijn de plannen gewijzigd waardoor een klein deel van het feitelijke plangebied niet meegenomen is tijdens het onderzoek in 2017. In voorliggend rapport wordt verslag gedaan van een geactualiseerde Quickscan natuurwaardenonderzoek van een deel van het eerder onderzochte plangebied en van een groenstrook die tijdens het onderzoek in 2017 niet is onderzocht. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 4 september 2019 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied ligt op enige afstand van beschermd natuurgebied.

Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura2000-gebied, is het niet aannemelijk dat er een verhoogde depositie van NOx/NH3 in Natura2000-gebied plaats vindt als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leidt de voorgenomen activiteit niet tot wettelijke consequenties (geen schaduwwerking). Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten sommige amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats en nestelen er verschillende vogelsoorten in het gebied. In het plangebied nestelen uitsluitend vogelsoorten waarvan het bezette nest beschermd is, maar niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de activiteiten kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen/vernielen van bezette vogelnesten.

Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden en verwonden’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en/of voortplantingslocaties’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteit wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied voorkomende diersoorten niet aangetast. Samenvattende conclusie Het plangebied bestaat uit de ecotopen bebouwing, beplanting en erfverharding en is gelegen in stedelijk gebied. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied tot een functioneel leefgebied van verschillende algemene- en weinig kritische diersoorten, maar tot een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten. Mits bezette vogelnesten beschermd worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging van het plangebied op enige afstand tot beschermd natuurgebied, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden.

2

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 2 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 4 2 Het plangebied ................................................................................................................................................ 5 2.1 Situering ................................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 3 Voorgenomen activiteiten............................................................................................................................... 6 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –nesten ....................

6 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 6 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 7 4 Gebiedsbescherming ....................................................................................................................................... 8 4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 4.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 8 4.3 Natura2000 .............................................................................................................................................. 9 4.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 11 5 Soortenbescherming; het onderzoek ............................................................................................................ 12 5.1 Verwachting en bureauonderzoek .........................................................................................................

12 5.2 Methode ................................................................................................................................................. 12 5.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 14 5.4 Toetsingskader ....................................................................................................................................... 17 5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 18 5.6 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................ 20 5.7 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 20 6 Conclusies ...................................................................................................................................................... 21 Bijlage ............................................................................................................................................................... 22

3

1 Inleiding In het kader van woningbouwplannen op een perceel aan de Zandweg 186a te Meern, is in oktober 2017 een Quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Nadien zijn de plannen gewijzigd waardoor een klein deel van het feitelijke plangebied niet meegenomen is tijdens het onderzoek in 2017. In voorliggend rapport wordt verslag gedaan van een geactualiseerde Quickscan natuurwaardenonderzoek van een deel van het eerder onderzochte plangebied en van een groenstrook die tijdens het onderzoek in 2017 niet is onderzocht. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura2000-gebied) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Utrecht (vastgesteld 10-12-2018).

Voor het vaststellen van de wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming, worden de resultaten getoetst aan de Utrechtse soortenlijst (versie februari 2018).

Doel van deze rapportage: De quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

4

2 Het plangebied 2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd tussen de Zandweg aan de zuidzijde en Luwte aan de noorzijde. Het ligt in woonkern De Meern, een woonplaats in de gemeente Utrecht en wordt aan alle zijden omgeven door stedelijk gebied. Op onderstaande topografische kaart wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de zwarte cirkel aangeduid (bron kaart: PDOK.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat grotendeels uit bebouwing en erfverharding en voor een klein deel uit een groenstrook met enkele laanbomen (esdoorn Acer spec.) en ondergroei van heesters en struiken. Met uitzondering van het meest zuidelijke gebouw, beschikken de gebouwen over een geïsoleerde spouw en met uitzondering van het meest zuidelijke gebouw beschikken de gebouwen over dakisolatie in de vorm van hardschuimplaten. Alle gebouwen zijn gedekt met golfplaten. Alle gebouwen zijn wind- en waterdicht. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied in detail weergegeven, evenals de begrenzing. Voor een verbeelding van het plangebied wordt naar de fotobijlage verwezen.

Detailopname en begrenzing van het onderzochte gebied. De begrenzing wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: PDOK).

5

3 Voorgenomen activiteiten 3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om woningen in het plangebied te bouwen. Om de bouw mogelijk te maken dient de in het plangebied aanwezige bebouwing gesloopt te worden en dienen bomen en struiken in een groenstrook verwijderd te worden. Ten behoeve van de ontsluiting van de nieuwe woningen wordt een bestaande weg verlegd. Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.

Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: Ad Fontem).

De volgende fysieke activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming (Utrechtse Lijst) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Utrecht: • Slopen bebouwing; • Rooien beplanting; • Bouwrijp maken plangebied; • Bouwen woningen en aanleggen verharding; • Aanleggen groen;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –nesten De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang 6

van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals het slopen van de gebouwen en het bouwen van de woningen. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: De invloedsfeer van de voorgenomen fysieke activiteiten is lokaal (m.u.v. de emissie van NOx en fijnstof). Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid, stof en trillingen waarneembaar buiten het plangebied, maar deze effecten zijn echter incidenteel en kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingslocaties buiten het plangebied.

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.

7

4 Gebiedsbescherming 4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteit op beschermd natuurgebied (Natura2000) en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS genoemd). 4.2 Natuurnetwerk Nederland 4.2.1 Algemeen Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN (voorheen EHS). Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan.

De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden. Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: herbegrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Overijssel. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a0e14127-ff70-4d87-a3d3-8353c37a09c4