CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Zandweg 186A, De Meern-Noord.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Zandweg 186a De Meern35.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan

Zandweg 186A, De Meern-Noord Vastgesteld, datum volgt na vaststelling

Zandweg 186A, De Meern-Noord

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Doelstelling

7

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.3

Geldende plannen

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2

9 10

Relevante beleidskaders

11

2.1

Rijksbeleid

11

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

13

2.3

Gemeentelijk

17

2.4

Conclusie

Hoofdstuk 3

beleid

29

Bestaande situatie

31

3.1

Inleiding

3.2

Beschrijving

van het plangebied

31

3.3

Beschrijving

van de bestaande functies in het plangebied

33

Hoofdstuk 4

31

Planbeschrijving

35

4.1

Projectbeschrijving

35

4.2

Verkeer en openbare ruimte

39

4.3

Conclusie

40

Hoofdstuk 5

Onderzoek en randvoorwaarden

41

5.1

Inleiding

41

5.2

Milieueffectrapportage

41

5.3

Bedrijven en milieuzonering

41

5.4

Geluidhinder

42

5.5

Externe veiligheid

43

5.6

Luchtkwaliteit

44

5.7

Bodem

46

5.8

Natuurbescherming

47

5.9

Bomen

49

5.10

Water

51

5.11

Archeologie

58

5.12

Kabels en leidingen

61

5.13

Kwaliteit van de leefomgeving

61

5.14

Gezondheid

61

5.15

Toegankelijkheid

62

5.16

Duurzaamheid

62

5.17

Conclusie

65

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische

6.2

Maatschappelijke

Hoofdstuk 7

uitvoerbaarheid uitvoerbaarheid

Juridische plantoelichting

67 67 67

69

7.1

Inleiding

69

7.2

Opbouw regels

69

7.3

Het gebruik van het woord 'of'

69

2 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

7.4

Regeling bijbehorende

7.5

Systematiek

bouwwerken

69

7.6

Artikelsgewijze

7.7

Handhaving

73

Bijlagen toelichting

75

Bijlage 1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

77

Bijlage 2

Quickscan natuurwaarden

89

Bijlage 3

Aerius berekening

121

Bijlage 4

Aerius berekening nieuwe versie

131

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

137

Bijlage 6

Watertoets

237

Bijlage 7

Bezonningsstudie

249

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

265

Artikel 1

Begrippen

265

Artikel 2

Wijze van meten

269

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

271

Artikel 3

Groen

271

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

271

Artikel 5

Wonen - 1

272

Artikel 6

Wonen - 2

Artikel 7

Waterstaat-Waterstaatkundige

Hoofdstuk 3

Algemene regels

276

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

276

Artikel 9

Algemene bouwregels

276

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

276

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

277

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

277

Artikel 13

Overige regels

278

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

279

Artikel 14

Overgangsrecht

279

Artikel 15

Slotregel

279

van de bestemming Wonen-1 en Wonen-2

69

toelichting

70

273 functie

275

Bijlagen regels

281

Bijlage 1

Lijst van Bedrijven functiemenging

282

Bijlage 2

Inrichtingsplan Zandweg 186a De Meern

288

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

3

4 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Toelichting

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

5

6 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Doelstelling

Het bedrijf Koedam Tegels wil zijn bedrijf verplaatsen naar een andere locatie. De bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maakt plaats voor woningbouw. Om de nieuwe woningen goed in te passen wordt ook een deel van de openbare ruimte aan de noordzijde bij het plangebied betrokken. Deze ontwikkeling past niet binnen de geldende beheersverordening. Om de plannen te kunnen realiseren is het opstellen van een bestemmingsplan vereist.

Afbeelding 1.1: bestaande situatie (Bron: Bouwenvelop Zandweg 186A Locatie Koedam, Gemeente Utrecht)

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in De Meern. Vanaf het einde van de vorige eeuw zijn De Meern, de stad Utrecht en omliggende plaatsen steeds verder naar elkaar toe gegroeid. Nu vormen deze een gezamenlijk stedelijk gebied. Vanaf 2001 is De Meern onderdeel geworden van de gemeente Utrecht. In afbeelding 2.1 is de ligging van het plangebied in het stedelijk gebied weergegeven.

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

7

Afbeelding 1.2: ligging plangebied in De Meern (bron: Pdok)) Het plangebied is gelegen aan De Zandweg, een verharde weg langs het kanaal de Leidse Rijn. Het zuidelijke deel van het plangebied is onderdeel van een bebouwingslint dat is georiënteerd op de Zandweg. Aan deze zijde bevindt zich de entree van de winkel die bij Koedam Tegels hoort, een bedrijf dat handelt in vloer- en wandtegels. Aan de achterzijde bevinden zich grote opslagloodsen. De totale oppervlakte van de bedrijfshallen bedraagt circa 2.750 m². Aan de zuidoostzijde is ruimte voor laden en lossen en voor bezoekers om te parkeren. Rondom het bedrijf achter het bebouwingslint aan de Zandweg bevinden zich enkele woonstraten met vrijstaande en geschakelde woningen. Deze woningen maken onderdeel uit van de woonbuurt 't Weer en is gebouwd in de jaren 90 van de vorige eeuw. Op de luchtfoto is te zien dat 't Weer rondom de bedrijfsbebouwing is gebouwd. In afbeelding 3.1 is het plangebied en de directe omgeving op een luchtfoto weergegeven.

8 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Afbeelding 1.3: begrenzing plangebied (bron: Gemeente Utrecht)

1.3

Geldende plannen

Het plangebied is gelegen binnen de beheersverordening 'De Meern Noord, Máximapark, Vogelenbuurt, Wittevrouwen'. De beheersverordening is op 27 oktober 2016 door de gemeenteraad van Utrecht vastgesteld. Zie afbeelding 1.4 voor een uitsnede van de verbeelding ter plaatse van het plangebied.

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

9

Afbeelding 1.4: uitsnede beheersverordening 'De Meern Noord, Maximapark, Vogelenbuurt, Wittevrouwen' (Bron: Gemeente Utrecht) Het gehele plangebied is gelegen in besluitvlak 1. Voor gronden binnen dit besluitvlak geldt dat gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik. In het geval van het rood en het blauw omrande gebied is dat de detailhandel in vloer- en wandtegels. Het geel omrande gebied (38) betreft het openbare gebied. De gronden binnen besluitvlak AA, dat nu in gebruik is als detailhandel in vloer- en wandtegels, mogen naast de bestaande functie worden gebruikt door bedrijven in milieucategorie 1 en 2. Ten aanzien van de bestaande bouwmogelijkheden geldt dat deze in principe alleen zijn toegestaan binnen besluitvlak 7 (blauw). Bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. De bouwhoogte van de huidige bedrijfshallen bedragen 8 meter.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 is ingegaan op de bestaande situatie: de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, zijn de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken zoals milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod.

1 0 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (2020)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.

bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

11

2.

3.

van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Plangebied Voor het plangebied van dit bestemmingsplan is relevant dat in de Nationale Omgevingsvisie is aangegeven dat de gemeente zorg draagt voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Deze herontwikkeling sluit hierop aan. De bedrijfslocatie wordt immers gewijzigd naar wonen, waarbij er 12 woningen worden toegevoegd aan het plangebied ter vervanging van de te slopen bedrijfsbebouwing. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) (2012) In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen, zoals bijvoorbeeld de 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde'. Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk. Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen.

Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, zoals de gemeente Utrecht, beleidsruimte. Plangebied De ontwikkeling van dit bestemmingsplan valt niet binnen één van de projecten of onderwerpen die zijn aangewezen in het Barro. Dit geldt ook voor het Rarro. Er zijn vanuit het Barro en het Rarro geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (2017)

De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht.

Beschrijving behoefte De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats. Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een 1 2 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is. Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Plangebied Door de economische hoogconjunctuur van de laatste jaren neemt de vraag naar woningen verder toe, vooral in de grote steden. Dit is ook terug te zien in de cijfers van het CBS: het aantal hypotheekaanvragen stijgt, de koopprijzen stijgen, de huurprijzen stijgen en de tekorten in alle segmenten lopen op. Ook in Utrecht is deze spanning op de woningmarkt te voelen. In 2018 is Utrecht gegroeid tot 350.000 inwoners. De stad groeit naar verwachting door naar 450.000 inwoners (ter vergelijking: in de oude woonvisie sprak men nog over 400.000 inwoners). De druk op de sociale huursector in Utrecht is hierdoor groter geworden en het tekort aan middenhuurwoningen is verder opgelopen. De leennormen zijn aangescherpt, waardoor een starter minder kan lenen en meer eigen geld moet meebrengen wanneer er een woning wordt gekocht.

De Woonvisie Utrecht beter in Balans (vastgesteld 18 juli 2019): In Utrecht streven we naar 'gezond stedelijk leven voor iedereen' Een centraal punt is dat de woningmarkt voor alle groepen – starters, gezinnen, studenten, mensen met een laag of middeninkomen, doorstromers, ouderen én hoge inkomens – (financieel) toegankelijk moet zijn. Dat is nu niet overal het geval. Doordat er meer vraag is dan aanbod, ontstaat schaarste en schaarste leidt tot het opdrijven van de prijzen. Vooral de middeninkomens zijn ondervertegenwoordigd in Utrecht. Dit kan het vergroten van verschillen in de hand werken. De stad groeit de komende periode door. Een focus op gezonde (binnenstedelijke) groei is daarom nodig om de schaarste terug te dringen. Bij het bouwen van nieuwe woningen (en voorzieningen) staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. Utrecht kiest dus nadrukkelijk voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. We streven naar goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. Voor iedereen is er ruimte in Utrecht om te wonen. Daarom werken we aan kwalitatief goede en betaalbare woningen voor alle Utrechters in onze stad. De Utrechtse woningvoorraad bestaat uit ruim 150.000 woningen (2018). Om de groei van de stad op te vangen zijn er in Utrecht – gezien de behoefte - ongeveer 60.000 extra woningen nodig. Dit aantal staat los van bestaande fricties.

De beoogde herontwikkeling voorziet in 12 duurzame woningen, waarbij er 4 levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. De levensloopbestendigheid van woningen is van groot belang vanwege de toegankelijkheid ervan (zowel in- als extern), voor alle levensfasen van de bewoners en voor mensen met een functiebeperking. Conclusie Met de voorgenomen herontwikkeling van de voormalige bedrijfslocatie, naar een woonlocatie is sprake van een zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik, waarbij zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht ruimte is voor 12 duurzame woningen.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

PROVINCIAAL 2.2.1

Provinciale omgevingsvisie en interim verordening 2021

Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vorm gegeven worden. De Omgevingsverordening zal rond de zomer van 2021 ter inzage liggen en eind 2021 vastgesteld worden. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich mee brengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

13

extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen. Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. 1.

Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren.

2.

Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte).

3.

Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water.

4.

Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd.

5.

Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen.

6.

Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners.

7.

Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw.

Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere 1 4 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Plangebied Met de herontwikkeling van de locatie van het bedrijf Koedam Tegels wordt voorzien in 12 nieuwe woningen in de bebouwde kom. Dit draagt bij aan het thema 'vitale steden en dorpen'. De woningen zijn goed bereikbaar met de fiets en de bus. 2.2.2

Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016)

Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling is in 2016 vastgesteld. Vanuit de centrale missie 'Utrecht Topregio' is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: 'Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is'. De drie hoofdambities voor binnenstedelijke ontwikkeling zijn: Een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag. Waaronder het realiseren van een passend woningaanbod, het transformeren, revitaliseren of creëren van werklocaties en het in stand houden en creëren van aantrekkelijke centrumgebieden. Een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit. Waaronder het realiseren en versterken van een goede woonomgeving, het creëren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu, energieneutrale nieuwbouw en een gezonde binnenstedelijke leefkwaliteit. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. Waaronder het realiseren van binnenstedelijke woningbouw, transformatie van bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties en beleefbaar water en groen in het stedelijk gebied. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Van provinciale betrokkenheid bij binnenstedelijke ontwikkeling kan pas sprake zijn als een of meer van de stedelijke functies wonen, werken, winkelen aan de orde is.

Bij wonen gaat het vooral om toevoeging van woningen teneinde bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. Uitvoering vindt enerzijds plaats door 'verbinding in gebieden' en anderzijds door 'verbinding op thema'. In het plangebied worden 12 woningen mogelijk gemaakt. In zowel de provincie Utrecht, als in de gemeente Utrecht is een grote vraag naar nieuwe woningen. De herontwikkeling van het plangebied zorgt ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit verbetert door het verplaatsen van een bedrijfslocatie uit een woonwijk. Het levert een bijdrage aan de leefbaarheid van ’t Weer, van de fietsstraat de Zandweg en aan de woonwensen van een specifieke doelgroep. Het plan past daarmee binnen het beleid uit de kadernota.

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

15

2.2.3

Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 (Eindbalans)

De essentie van de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 is verdichting en kwaliteitsverbetering. Dit houdt in het vinden van een oplossing voor de spanning tussen de behoefte aan ruimte om te wonen en te werken voor het groeiend aantal huishoudens en de behoefte aan bescherming van natuur en landschap en de duurzaamheid in de ruimtelijke- en economische ontwikkeling. Woningbouw Het woningbouwprogramma voor de periode 2015-2030 bedraagt in totaal 68.700 woningen, waarvan 15.000 in Almere zijn gepland. De Ontwikkelingsvisie concentreert de nieuwe woningbouw sterk in bestaand bebouwd gebied: 35.800 woningen zal in bebouwd gebied worden gerealiseerd en 32.900 woningen buiten bebouwd gebied. Nieuwbouw in bestaand gebied is mogelijk door verdichting in stadsdelen en herstructurering van verouderde locaties. De A12-zone en stationsgebied Amersfoort zijn projecten waar in de periode 2015-2030 door transformatie kan worden bijgedragen aan verdichting en kwaliteitsverbetering. De Noordvleugel Utrecht ziet goede mogelijkheden om de complexe binnenstedelijke opgave, waaronder de A12-zone en het stationsgebied van Amersfoort, als nieuw sleutelproject te definiëren. Werklocaties Voor bedrijventerreinen heeft de Noordvleugel Utrecht de uitbreidingsbehoefte voor de periode 2015-2030 berekend op 410 ha bruto.

De regio heeft, in overleg met het Rijk, zich de ambitie gesteld om bestaande en nieuwe bedrijventerreinen tien procent intensiever te gebruiken dan nu het geval is. De intensivering zal vorm krijgen door toepassing van de SER-ladder. Daardoor is de planningsopgave tien procent lager: 410 in plaats van 455 ha. De realisatiemogelijkheden zijn echter beperkt: slechts voor 179 ha kan op eigen grondgebied worden ingevuld. Op korte termijn wordt bekeken hoe de vraagzijde zich ontwikkelt en welke mogelijkheden aan de aanbodzijde kunnen worden gevonden voor het ruimtetekort. Het beleid van de regionale overheden om de ontwikkeling van kantoren te concentreren op toplocaties die goed bereikbaar zijn, zal in hoofdlijnen worden voortgezet. Voorwaarden De woningbouw en de ontwikkeling van werklocaties dienen te voldoen aan de volgende randvoorwaarden voor het behoud van de kwaliteit van het gebied en voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling als geheel: Indien het mogelijk is om de grote binnenstedelijke opgave in de regio Utrecht tot stand te brengen, worden daarmee kosten van nieuwe weginfrastructuur beperkt. De groeiende binnenstedelijke bevolking is tegelijk een randvoorwaarde om het hoogwaardig openbaar vervoer rendabel te maken. Het buitengebied dient voldoende groene en watergebonden recreatiemogelijkheden te bieden.

Het grootste deel van de nieuwe recreatiemogelijkheden zal dicht rond de steden moeten worden aangelegd. Daarnaast is er een sterke focus op de aanleg van stad-landverbindingen. Het Rijk hanteert voor nieuwbouwlocaties het richtgetal van 75 m2 recreatief groen per woning. Bij een opgave van 65.500 woningen dient ongeveer 500 ha aan recreatief groen te worden gerealiseerd. Enkele gebieden komen niet of in beperkte mate voor uitleg in aanmerking. Met name aan de westflank van de Noordvleugel Utrecht, in de veenweidegebieden, is de problematiek rondom water én bodemdaling complex. In de diepe droogmakerijen in of aan de westflank van de Noordvleugel Utrecht liggen urgente wateropgaven. Hier wordt gestreefd naar vernatting al dan niet in combinatie met functieverandering. Het bedrijf Koedam Tegels ligt midden in een woonwijk. De verplaatsing van het bedrijf uit de woonwijk levert een positieve bijdrage aan de leefbaarheid van de buurt. De nieuwe woningen zorgen voor verdichting van de woonwijk en sluit aan bij de bestaande stedelijke structuur. De herontwikkeling zorgt daarmee voor een passende binnenstedelijke kwaliteitsverbetering. Dit is in lijn met de Ontwikkelvisie.

1 6 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Coalitieakkoord 'Utrecht ruimte voor iedereen'

Op 1 juni 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 'Utrecht: ruimte voor iedereen' verschenen. Het coalitieakkoord bestaat uit drie onderdelen: Plaats voor iedereen Het eerste deel van het akkoord bevat verschillende maatregelen op het gebied van onderwijs, economie, werk, sport, welzijn, zorg en veiligheid. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers maken we van Utrecht een plaats voor iedereen. Gezonde groei voor iedereen Het tweede deel van het akkoord bevat maatregelen over wonen, mobiliteit, nieuwe energie en een gezonde omgeving om in te leven. We vinden dat er voor iedereen ruimte moet zijn om in Utrecht te wonen en dat Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar moet blijven. Ook willen we graag koploper zijn in de verandering naar een duurzame energievoorziening en economie. De kracht van iedereen Het derde deel van het akkoord gaat over hoe we de genoemde doelen willen bereiken, samen met Utrechters en andere betrokkenen.

Om te komen tot gezonde groei voor iedereen worden onder andere de volgende maatregelen genomen: samen met marktpartijen maken we vanaf het begin van deze collegeperiode afspraken over het verhogen van het tempo in gebiedsontwikkelingen in alle woningcategorieën; we streven er naar dat in 2040 in Utrecht 35% van de woningvoorraad behoort tot de sociale voorraad en 25% tot de middencategorie; bij nieuwe ontwikkelingen zijn groen, een hoogwaardige en toegankelijke openbare ruimte en circulaire bouw belangrijk. We bevorderen klimaatadaptatie bijvoorbeeld via verticale bossen (hoogbouw), groene gevels en het voorkomen van verstening; één van de manieren om ruimte te maken voor een goede openbare ruimte is meer focussen op hoogbouw; dierenwelzijn heeft onze zorg. Bij bouwen houden we rekening met stadsvogels en vleermuizen. Daarnaast hebben we oog voor het beschermen van inheemse soorten. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Hierbij is het belangrijk om de groei van de stad en de daarmee gepaard gaande ruimtelijke ontwikkelingen te koppelen aan de energietransitie en daarvoor worden onder meer de volgende stappen genomen in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; alle nieuwbouwwoningen zijn aardgasvrij en minimaal energieneutraal.

We nemen duidelijke duurzaamheidseisen op in tenders voor gebiedsontwikkelingen en stimuleren circulaire bouw; (kleinschalige) initiatieven op het gebied van warmte-koudeopslag worden aangemoedigd. Plangebied Met het plan worden 12 woningen gerealiseerd. Deze woningen zijn gasloos en klimaatneutraal. De ambitie voor duurzaamheid bij deze herontwikkeling is hoog. Voor de nieuwbouwwoningen wordt een GPR score van tenminste 8 nagestreefd. Met GPR software is een systeem waarmee duurzaamheid voor nieuwbouw zichtbaar wordt gemaakt in vijf thema's: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Het realiseren van duurzame woningen past binnen de ambities en uitgangspunten van het coalitieakkoord. 2.3.2

Omgevingsvisie Utrecht

In de omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: 1.

De koers: het beleid voor de lange termijn. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 410.000 inwoners in 2030. Daarom bouwen we de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

17

2.

3.

gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp. Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving. Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of onder bepaalde voorwaarden. Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt. In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven.

De omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via: www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevingsvisie/. Niet alle gemeentelijke beleidskaders hebben betrekking op het plangebied. Hieronder worden daarom alleen de relevante beleidskaders nader toegelicht.

2.3.2.1 De koers Het ruimtelijke beleid voor de langere termijn is vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie Utrecht (hierna: RSU). De RSU is in 2016 vastgesteld. In de RSU zijn de contouren voor de ontwikkelopgaven van de economische ontwikkelingsgebieden, verdichtingsgebieden en aandachtsgebieden in beeld gebracht. Utrecht groeit en we willen die groei vooral faciliteren door inbreiding. Belangrijke nieuwe woningbouwlocaties in de stad die daar - naast Leidsche Rijn - aan moeten bijdragen zijn het Beurskwartier en de Merwedekanaalzone. De Binnenstad, het Stationsgebied, het Utrecht Science Park en Leidsche Rijn (Centrum) worden beschouwd als economische hotspots waar we kansen willen creëren en benutten. Tevens willen we de openbare ruimte beter benutten en grotere betekenis geven als de plek waar de stad zich presenteert. Gezonde verstedelijking is in alle gevallen het uitgangspunt. Dat betekent focussen op bewegen, welbevinden, perspectief op wonen, werk en opleiding, duurzaamheid. De RSU bevat tevens een Investeringsstrategie, waarmee een verbinding wordt gelegd tussen de ruimtelijke ambities van de stad met betrekking tot gezonde verstedelijking en de investeringsopgave die daarmee samenhangt. Plangebied Onderhavig project draagt bij aan de ontwikkeling van voldoende woningen voor de groeiende vraag naar woningen.

Het plangebied betreft een inbreidingslocatie dus de woningen worden binnen stedelijk gebied ontwikkeld. Bovendien wordt de verkeersveiligheid verbeterd door het verdwijnen van een bedrijfslocatie en de bijbehorende verkeersbewegingen in een woongebied. 2.3.2.2

Thematisch beleid

2.3.2.2.1 Wonen Woonvisie Utrecht beter in balans De woonvisie Utrecht beter in balans is op 18 juli 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de punten van het collegeakkoord verwerkt. Daarin streven we naar goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. De horizon voor de visie op de Utrechtse woningmarkt is 2040. Onze ambities vragen meerjarige inzet en meervoudig sturen. Vanuit die visie en aanpak zijn voor de korte termijn vijf speerpunten en bijbehorende activiteiten benoemd en uitgewerkt die we volgen en zo nodig tussentijds bijstellen. Voor de komende jaren zijn dat: Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie; We benutten de groei van onze stad om onze partners te stimuleren de bouwproductie hoog te houden om aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. Daarmee werken we naar streefpercentages voor de lange termijn. Meer gemengde wijken; De Utrechtse wijken krijgen meer een mix van woonsegmenten waar sociale huur tot duurdere koopwoningen zijn te vinden.

1 8 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

Doorstroming; Gemengde projecten, verhuisketens en toename van kwalitatief goede woningen in de middencategorie zorgen voor een betere doorstroming. Een (t)huis voor iedereen; We streven naar een passend woningaanbod binnen een redelijke termijn voor alles (toekomstige) inwoners van Utrecht, ook voor de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien. Duurzaamheid en toekomstbestendigheid; We bouwen aan een duurzamere woningvoorraad en richten ons op thema's als energieneutraliteit en terugdringing gasaansluitingen. Plangebied De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de ontwikkeling van voldoende woningen voor de groeiende vraag naar woningen. Daarbij zijn 4 van de 12 woningen levensloopbestendig. Deze woningen zijn toegankelijk voor bewoners in alle levensfasen en voor mensen met een functiebeperking. Met de herontwikkeling van de bedrijfslocatie naar wonen wordt ingezet op het leveren van een bijdrage aan een duurzame woningvoorraad met aandacht voor energiezuinigheid en kwaliteit van de te realiseren woningen.

2.3.2.2.2 Natuur GroenstructuurplanUtrecht 'Stad en land verbonden' en 'Actualisatie van Groenstructuurplan Utrecht' De gemeente Utrecht wil het groen in de stad voor iedereen bereikbaar houden en de kwaliteit verbeteren. Grote groengebieden en belangrijke groene verbindingen wil de gemeente verder ontwikkelen, verbeteren en beschermen. Groen maakt een stad leefbaar, mooi en het is goed voor het milieu. Woont u in Utrecht? Dan willen we bijvoorbeeld dat u een mooie fietstocht kunt maken langs een groene route. Of dat u kunt ontspannen in een mooi park. Veel groen is ook aantrekkelijk voor bezoekers van de stad. In het groenstructuurplan Utrecht Stad en land verbonden is dit verwoord in 3 ambities: meer groen om de stad sneller naar buiten beter groen in de stad Het groenstructuurplan van 2007 is bijgewerkt in de actualisatie groenstructuurplan Utrecht 2017 – 2030. Naast de 3 ambities ligt de nadruk meer op hoe we groen inzetten voor de gezonde stad. En hoe groen ons helpt om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dit plan is op 8 maart 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. De groei van de stad vraagt om het vastleggen van de plekken die we groen willen houden in en om de stad, zodat bij ontwikkelingen daar rekening mee gehouden kan worden en het groen zoveel mogelijk beschermd kan worden.

Daarnaast vraagt de groei van het aantal inwoners in de stad om ontwikkeling van nieuw groen, goede recreatieve en groene verbindingen en het verbeteren van bestaand groen. De groengebieden die we extra beschermen zijn geselecteerd op basis van ecologische, landschappelijke, recreatieve of cultuurhistorische kwaliteiten. Deze gebieden staan aangegeven op de kaart in het groenstructuurplan. Als in die gebieden plannen zijn waardoor groen verdwijnt, moet de gemeenteraad daar eerst over beslissen. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst de gemeente concreet of deze in de groenstructuur ligt. Plangebied In de visie op de stedelijke groenstructuur Utrecht 2030 grenst het plangebied aan de Stedelijke groenstructuur 2007. Ten oosten van het plangebied aan het Wolkendek ligt een plantsoen met een trapveldje met twee kleine doeltjes. Tevens ligt er een jeu-de-boulesbaan. Het plantsoen is omgeven door heesters. Rondom de parkeerkoffer aan de Luwte is een plantvak met vaste planten mengsel aangelegd. In de straten staan straatbomen (zwarte els, Alnus x spaethii, gewone rode esdoorn, en rode esdoorn scanlon). In het plantsoen staan tevens hoge zilveresdoorns en populieren rondom de bedrijfshallen. In de bomenparagraaf van dit bestemmingsplan (zie hiervoor paragraaf 5.9) staan de aanwezige bomen in het plangebied, in meer detail beschreven.

Ook is opgenomen welke bomen moeten wijken voor de ontwikkeling. Bomenbeleid Utrecht (2009) De nota Bomenbeleid Utrecht is in 2009 vastgesteld. Een van de belangrijkste doelen van het bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

19

Utrechtse bomenbeleid is een samenhangende bomenstructuur voor de stad te verbeteren en te ontwikkelen, gebaseerd op cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische uitgangspunten en milieu. Voor 2030 zet de gemeente in op het behoud en de ontwikkeling van de bomenstructuur. Dit zal gebeuren door twee beleidsdoelstellingen: Waar mogelijk ontbrekende bomen in de bomenstructuur aanvullen om zo een samenhangende structuur te creëren. Dat betekent bij de ruimtelijke plannen in de komende jaren bezien waar bomen kunnen worden toegevoegd om zo de bomenlanen en pleinen te completeren. Daarnaast bij ingrepen in de huidige structuur op basis van een goed programma van eisen de structuur weer aanvullen; De bomenstructuur verder verbeteren door extra zorg aan beheer en onderhoud te besteden. Dit kan resulteren in extra zorg bij aanplanting van bomen, bij groeiplaatsen van oudere bomen, bij de verzorging van de bomen in de jeugdfase en bij bomenziekten. Op een bomenstructuurkaart zijn alle bomen binnen de gemeente in kaart gebracht die belangrijk zijn voor de stad. Hieronder een uitsnede van deze kaart met het plangebied rood omcirkeld.

Afbeelding 2.1: Uitsnede Bomenbeleid Utrecht (Bron: Gemeente Utrecht) Sinds 1 januari 2007 kennen alle gemeentelijke ruimtelijke plannen in de stad een bomenparagraaf. De bomenparagraaf biedt vanaf het begin en in alle fasen van een planproces de mogelijkheid een belangenafweging te maken over de gevolgen van een ruimtelijk plan voor bomen. Uit de beschrijving van de bomenparagraaf moet blijken: welke en hoeveel bomen aanwezig zijn in het plangebied; welke bomen gekapt moeten worden; hoe het omliggende terrein, na realiseren van het bouwinitiatief, wordt ingericht; of te kappen bomen zijn te herplanten of niet? Op welke wijze aan de herplantplicht wordt voldaan. Vanaf 21 november 2018 geldt de herplantplicht bij kapvergunningen. Als verplanten of behoud van een boom niet mogelijk is, dan geldt bij compensatie de volgende volgorde: 1 e keus herplant op locatie, 2 e keus herplant dichtbij locatie, 3 e keus herplant elders. Als blijkt dat herplant niet mogelijk is, kan in het uiterste geval worden overgegaan tot financiële compensatie waarbij de inkomsten 2 0 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

worden geoormerkt voor het aanplanten van bomen en groen elders in de gemeente Utrecht. Soms mag er worden afgeweken van de herplantplicht. Dat kan als er sprake is van onder- of bovengronds ruimtegebrek, onveiligheid, klimaat- of gezondheidsredenen. De herplantplicht is niet van toepassing op gevallen waarin het college of de raad op basis van een ruimtelijk plan een besluit heeft genomen of omgevingsvergunningen waarvan de aanvraag voor 21 november 2018 is ingediend. Om de kwaliteit van de aanwezige bomen in het plangebied te bepalen is een bomeninventarisatie uitgevoerd. Met het bouwontwerp worden bestaande bomen zoveel mogelijk ingepast in de nieuwe situatie. Daar waar bestaande bomen moeten wijken worden deze zoveel mogelijk verplant in het plangebied. In de bomenparagraaf, paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan. Nota Utrechtse soortenlijst (2018) Op 7 juni 2018 heeft de gemeenteraad de Nota Utrechtse soortenlijst vastgesteld, ter bescherming en stimulering van de voor Utrecht belangrijke plant- en diersoorten en daarmee ter bevordering van de biodiversiteit in de stad. Onder de bescherming vallen 5 vogelsoorten, 3 vissoorten, 6 soorten wilde bijen, 40 plantensoorten en 10 paddenstoelsoorten. De Utrechtse soortenlijst wordt meegewogen bij de voorbereiding van gemeentelijke ruimtelijke plannen.

Bij een gebiedsontwikkeling waarbij de gemeente Utrecht initiatiefnemer is moet naar de aanwezigheid van deze Utrechtse soorten onderzoek worden gedaan. Bij gebiedsontwikkelingen van derden wordt dringend geadviseerd om de Utrechtse soortenlijst bij de onderzoeken te betrekken. Plangebied Voor deze ontwikkeling heeft er onderzoek plaatsgevonden waarbij ook de Utrechtse soortenlijst is betrokken. Nadere bespreking van dit onderzoek en de resultaten ervan zijn opgenomen in paragraaf 5.8. 2.3.2.2.3 Bouwen Welstandsnota Utrecht 'De schoonheid van Utrecht' (2004) In de Welstandsnota Utrecht "De schoonheid van Utrecht", welke in juli 2004 is vastgesteld, is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden. Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van vergunningplichtige bouwwerken en toetsing op basis van de loketcriteria. De nota, die verplicht is om welstandsbeleid te kunnen voeren, kent de volgende doelen: het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend; het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering; het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg; het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad.

Voor vergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende: op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk worden in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven; ambities worden vertaald in beleidsniveaus per gebied; deze beleidsniveaus zijn: behoud, respect en open; de drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur; algemeen geldende beoordelingscriteria verschillen alleen per beleidsniveau en niet per gebied. Plangebied Het plangebied is aangeduid met het beleidsniveau 'open' en 'respect'. A. Open Verandering of handhaving van het bebouwingsbeeld is beide mogelijk, zowel naar structuur als architectuur maar met behoud van landschappelijke waarden. Dit betekent: een vrije en open oriëntatie op het bestaande bebouwingsbeeld er is ruimte voor vernieuwing; bij gedeeltelijke veranderingen van de structuur wordt aangesloten op de bestaande omgeving. B. Respect Essentiële eigenschappen van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristieken worden gerespecteerd. Dit betekent: samenhang en structuur van het stedelijke (en landelijke) beeld staat voorop; respect voor het kenmerkende bebouwingsbeeld met zijn architectonische verschijningsvorm; bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

21

nieuwe interpretaties, veranderingen en transformaties zijn mogelijk. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de beleidskaart uit de welstandnota opgenomen.

Afbeelding 2.2: Uitsnede Beleidskaart Utrecht (Bron: Gemeente Utrecht) Het deel van het plangebied dat is gelegen aan de Zandweg kent het welstandsniveau 'Respect'. Dat betekent dat essentiële eigenschappen van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek moeten worden gerespecteerd. Daarbij zijn nieuwe interpretaties, veranderingen en transformaties mogelijk. Belangrijk is dat het nieuwe ontwerp past binnen de karakteristieke van het cultuurhistorisch lint. Voor de beeldkwaliteit gelden de volgende voorwaarden: Als er meer dan 1 hoofdgebouw wordt gerealiseerd binnen het bouwveld, zijn de gebouwen duidelijk verschillend; Dit wordt in ieder geval bewerkstelligd door een verspringende rooilijn, verschillende kapvorm, en verschillende materialisatie en architectonische uitwerking. Langs de straat wordt op de kavel een haag aangeplant. De instandhouding van de haag wordt geregeld in de notariële akte bij de overdracht van de kavel. De zijdelingse erfgrens aan de straatzijde tot minimaal 1,0 meter achter de voorgevelrooilijn is groen vormgegeven. Dit kan een haag zijn maar ook een begroeid hekwerk. Een begroeid hekwerk is maximaal 1,2 meter hoog. Voor de woningen achter het bebouwingslint geldt het welstandsniveau 'Open'. Deze woningen sluiten aan bij de maat en schaal van de bestaande bebouwing in de woonwijk 't Weer.

Voor de beeldkwaliteit gelden de volgende voorwaarden: Zowel eigentijdse als traditionele architectuur is denkbaar, waarbij de gekozen architectuur binnen het bouwveld consistent moet worden toegepast. Dit betekent niet dat elke woning exact hetzelfde hoeft te zijn, maar dat er een herkenbare stijl en detaillering wordt doorgezet. In de architectuur wordt geen letterlijke aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing; de nieuwbouw van bouwveld B2 (twee-onder-een-kapwoningen) plus B3 (levensloopbestendige woningen) is zichtbaar een nieuwe entiteit. De eindgevels aan openbaar gebied hebben een voorgeveluitstraling. De eindgevels dienen ontworpen te worden in relatie tot het openbaar gebied. Bij de toepassing van kappen staat houdbaarheid van het samenhangende bebouwingsbeeld voorop; ofwel de kapvorm maakt toevoeging van dakkapellen overbodig, ofwel dakkapellen worden in de realisatie van de woningen meegenomen. De woningen moeten voldoen aan de redelijke eisen van de welstand wanneer er ongeacht de stijl of de aan het ontwerp ten grondslag liggende architectuuropvatting sprake is van een naar vorm en schaal in zijn omgeving passend bouwwerk. Tevens dient het plan te passen binnen de stedenbouwkundige structuur en dient het de kwaliteit van de omgeving en de openbare ruimte te versterken. Hiervoor wordt verwezen naar de projectbeschrijving in hoofdstuk 4.1, waarin o.a.

het 2 2 bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

Utrecht

programma en het stedenbouwkundigplan aan de orde komen. 2.3.2.2.4 Archeologie Archeologie De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een verordening op te stellen voor het hele grondgebied van de gemeente. In de verordening op de archeologische monumentenzorg is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed, waarmee de wettelijk vereiste bescherming kan worden geboden. In bestemmingsplannen wordt verwezen naar de verordening en een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie). In deze dubbelbestemming is opgenomen dat de voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Met deze specifieke gebruiksregel wordt geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Door de verordening en de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. Plangebied Het gebied valt onder het regime 'Geen archeologische verwachtingswaarde'.

Dit betekent dat hoewel het gebied groter is dan 1000m2, het gebied niet vergunningplichtig is. Wel geldt voor het gebied een meldingsplicht bij eventuele vondsten. 2.3.2.2.5 Verkeer en mobiliteit Nota Stallen en Parkeren (2013) en Addendum Nota parkeernormen fiets en auto De gemeenteraad heeft op 28 maart 2013 de Nota Stallen en Parkeren vastgesteld. Met de uitwerkingsnota 'Parkeernormen Fiets en Auto' bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. Voor de veiligheid, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Utrecht geeft de gemeente meer ruimte aan voetgangers en fietsers. Dit betekent dat er op sommige plekken op straat minder ruimte komt voor geparkeerde auto's. De gemeente stimuleert auto's om langs de rand van de stad te parkeren: in één van de drie herkenbare grote P+R terreinen, bij NS-stations en andere OV-knooppunten. Als stimulans voor binnenstedelijke ontwikkelingen, en daarmee voor een aantrekkelijke en bereikbare stad zijn de autoparkeernormen in betaald parkeergebied verlaagd. Ook schept de gemeente flexibiliteit door de vrijstellingsmogelijkheden van de parkeernormen te verruimen. Nieuw in de gemeentelijke aanpak is de verplichting om bij nieuwbouw, uitbreiding van bestaande gebouwen of in geval van een functiewijziging ook fietsenstallingen te realiseren.

De parkeernormen hebben een bandbreedte, om optimale flexibiliteit en maatwerk te bieden bij de realisatie van bouwplannen. Op 28 maart 2019 heeft de gemeenteraad het addendum Nota parkeernormen fiets en auto vastgesteld. Het addendum bevat een aantal algemene wijzigingen en wijzigingen voor bepaalde gebieden, de maatwerklocaties. De algemene wijzigingen hebben betrekking op de parkeernorm voor sociale- en middenhuurwoningen en juridische en technische wijzigingen. Het addendum geeft alle locaties aan waar maatwerk voor geldt en geeft een nadere invulling aan mogelijke maatwerkoplossingen. Bij verschillende ontwikkelingen is het noodzakelijk om uit te gaan van een kleiner aantal parkeerplaatsen in het gebied dan op grond van de bijlage Nota Parkeernormen fiets en auto van de Nota Stallen en Parkeren mogelijk is. Op de lange termijn zal de Nota Parkeernormen hierop aangepast worden. Voor de korte termijn is het addendum op de Nota parkeernormen fiets en auto vastgesteld. De locaties voor maatwerk zijn het centrumgebied (binnenstad en stationsgebied) en de grote werkgebieden buiten de binnenstad, te weten Papendorp, Oudenrijn, Rijnsweerd, Leidsche Rijn Centrum en de Uithof.

Daarnaast zijn er acht binnenstedelijke ontwikkelgebieden aangewezen als maatwerklocatie: belastingkantoor, Kruisvaartkwartier, Merwedekanaalzone, Rotsoord, Tweede Daalsedijk, Veemarkt, Cartesiusdriehoek en Werkspoorkwartier. Plangebied Het plangebied ligt niet in een maatwerkgebied. In de algemene bouwregels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen over parkeren. In paragraaf 4.2 wordt verder ingegaan op het parkeren in het plangebied.

Slimme routes, slim regelen, slim bestemmen (2016) De gemeenteraad heeft op 26 mei 2016 dit mobiliteitsplan vastgesteld. Dit plan bestaat uit 3 delen: 1.

Slimme Routes gaan over het handiger inrichten van de verbindingen voor voetganger, fiets, bus, tram, trein en auto. Bijvoorbeeld met doorfietsroutes, het kwaliteitsnet goederenvervoer en

bestemmingsplan "Zandweg 186A, De Meern-Noord" (vastgesteld)

23

2.

3.

knooppunten; Slim Regelen gaat over het slimmer organiseren van de stromen voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto's. Bijvoorbeeld door verkeerslichten met elkaar te laten 'praten', persoonlijke reisinformatie en informatie over vrije parkeerplaatsen voor auto's en fiets; Slim Bestemmen zorgt dat nieuwe woningen, kantoren en bezoekersfuncties op de juiste plekken komen en dat deze goed worden ontworpen. Dit draagt bij aan slimmer vervoer en bijvoorbeeld goede bevoorradingsmogelijkheden.

De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: Meer ruimte voor de voetganger en de fietser Lopen en fietsen zijn de meest gezonde, milieuvriendelijke en ruimte-efficiënte vormen van vervoer. Om fietsers aan te moedigen, krijgt de stad nieuwe en snelle doorfietsroutes: extra brede en prettige fietspaden, los van de autodrukte. Aantrekkelijk openbaar vervoer voor de langere afstanden Naast de voetganger en de fietser is het openbaar vervoer belangrijk. De bus en tram leggen snelle verbindingen met de binnenstad, Utrecht Sciencepark, Leidsche Rijn Centrum, wijken, de regio en de rest van Nederland. Hierdoor wordt het openbaar vervoer een betere keuze. Auto's langs de juiste routes In de binnenstad, Leidsche Rijn Centrum, Utrecht Science Park is de auto te gast, met 30 km per uur als standaard maximumsnelheid. Stedelijke verbindingswegen verbinden de wijken met de RING. Waar het kan, krijgen wegen een stadsboulevard: veilig en goed oversteken en meer groen. Een aantrekkelijke plek voor bewoners, 50 km per uur geldt als snelheidslimiet. De gemeente wil automobilisten, die niet uit de stad komen of naar de stad gaan, zoveel mogelijk laten rijden via de RING. Hierdoor ontstaat er ruimte voor automobilisten die in stad moeten zijn. De beleidslijn uit de nota Stallen en Parkeren sluit aan bij de beleidslijn van dit Mobiliteitsplan.

In dit Mobiliteitsplan is daarom geen nieuw beleid ten aanzien van het stallen van fietsen opgenomen. Plangebied Het plangebied ligt in zone C. In de C-zone is in het algemeen voldoende ruimte om elke vervoerwijze zijn eigen plek te geven. De focus ligt vanuit duurzaamheid op het stimuleren van het gebruik van fiets en openbaar vervoer. Goede HOV-banen, Randstadspoorstations en doorfietsroutes zijn cruciaal. De Zandweg is een doorgaande verbinding voor fietsers en is ingericht als een fietsstraat (eenrichtingsverkeer voor auto's). Met het plan verdwijnt er een bedrijfslocatie die wordt ontsloten via de Zandweg. De bevoorrading met grote vrachtwagens op de Zandweg leidt geregeld tot gevaarlijke verkeerssituaties. De verplaatsing van Koedam Tegels komt de gebruiksfunctie van de fietsstraat ten goede. De 2 nieuwe woningen aan de Zandweg worden via deze weg ontsloten. In de wijk 't Weer wordt de weg Zonzijde verlegd zodat er aan beide zijde een bouwveld kan worden gecreëerd. Deze beide bouwvelden worden via de Verlegde Zonzijde ontsloten. De uitstraling van het nieuwe wegvlak zal aansluiten bij de rest van de wijk met veel groen. 2.3.2.2.6 Gezond stedelijk leven Nota Gezondheid voor iedereen - Volksgezondheid Utrecht 2019-2022 Op 17 oktober 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Gezondheid voor iedereen-Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2022 vastgesteld.

De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. De speerpunten voor de beleidsperiode die extra gezondheidswinst helpen te realiseren zijn: gezonde leefomgeving, gezond en veilig opgroeien, gezond gedrag, gezond rondkomen, gezond werkgeverschap, psychische gezondheid en gezond ouder worden. Binnenstedelijke verdichting brengt gezonde kwaliteiten met zich mee zoals het behoud van groen om de stad en autoluwe wijken die actieve mobiliteit en ontmoeting stimuleren en daarmee bijdragen aan gezondheid. Daarnaast biedt het mogelijkheden voor gemengd wonen en het vergroten van het aandeel sociale en midden huur in de stad. Er ontstaat, met name rond drukke wegen, echter ook een dilemma tussen gezonde lucht en minimale geluidsbelasting enerzijds en verdichting anderzijds. Er wordt gekozen om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a0e14127-ff70-4d87-a3d3-8353c37a09c4