Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening_Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Stedenbouwkundig Plan en Beeldkwaliteitsplan Knoopcomplex 83
Bijlage 1: Mobiliteitsplan
84 - Stedenbouwkundig Plan en Beeldkwaliteitsplan Knoopcomplex
Stedenbouwkundig Plan en Beeldkwaliteitsplan Knoopcomplex 85
Bezoekadres: Stadsplateau 1, 3533 JE Utrecht Postadres: Postbus 8406, 3503 RK Utrecht Telefoon: 030 - 286 00 00
9 2 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 2
M.e.r aanmeldnotitie
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
93
WESTFLANK ZUID, STATIONSGEBIED GEMEENTE UTRECHT Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 07 april 2023
1/26
DATUM KENMERK PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR
2/26
07 april 2023 20220255.001 Rijksvastgoedbedrijf Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag
INHOUD 1.
2.
3.
4.
3/26
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
4 5 5
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer
Plaats en omvang van het project
6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
6 9 11 11 13 15 16 16
Plaats van het project Kenmerken van het project Realisatiefase Verkeer Parkeren Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Circulaire economie en instrumenten duurzaam bouwen Cumulatie
Kenmerken van de milieueffecten
17
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13
17 17 18 19 21 21 22 22 23 23 24 25 25
Geluid Bodem Water Natuur Luchtkwaliteit Externe veiligheid Landschap, cultuurhistorie en archeologie Gezondheid Trillingen Windhinder Bezonning Geur Maatregelen
Conclusie
26
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Het Rijksvastgoedbedrijf is voornemens om ten zuidwesten van het station Utrecht Centraal de verdere ontwikkeling van het Knoopcomplex mogelijk te maken. Voor het stationsgebied is in 2007 een MER opgesteld. In 2014 is het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' vastgesteld. Dit vigerende bestemmingsplan maakt het Knoopcomplex mogelijk, waarin de ontwikkeling van vier gebouwen is voorzien. Knoop 1, Knoop 2 (fase 2a en 2b) en Knoop 3. Knoop Fase 1 is gerealiseerd en in 2018 in gebruik genomen door het Rijksvastgoedbedrijf. Fase 2 is overgenomen van de NS door het Rijksvastgoedbedrijf. In 2015 stelde de gemeenteraad het visiedocument 'A Healthy Urban Boost' vast en daarmee is opnieuw gekeken naar de stedenbouwkundige principes van het ontwikkelen van de stad. Het uitgangspunt van “Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen” zoals geschreven in de Ruimtelijke Strategie is belangrijk in de gemeente Utrecht. Dit uitgangspunt is meegenomen in de wens om de ontwikkeling van het Knoopcomplex te actualiseren. De nieuwe ontwikkeling van het Knoopcomplex is al mogelijk in het bestemmingsplan uit 2014, maar voldoet niet meer geheel aan de wensen van deze tijd. Het gaat om de ontwikkeling van drie nieuwe bouwvolumes: Knoop Fase 2a en 2b en Knoop fase 3, zie figuur 1.1. De actualisatie betreft aanpassingen aan de rooilijnen en massaopbouw, het programma en een plintprogramma.
In totaal wordt er maximaal 38.500 m2 bvo kantoor, maximaal 2.500 m2 bvo plintfuncties en 22.000 m2 bvo aan een mix van wonen en kantoor gerealiseerd. Om dit planologisch-juridisch mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
Figuur 1.1 Ontwikkeling van fasen
In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is bij vaststelling van een bestemmingsplan in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op ‘een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer’ (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). Met de beoogde ontwikkeling wordt in totaal 63.000 m2 bvo mogelijk gemaakt. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is waarin dit document in voorziet.
4/26
1.2
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?
In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen dat een volwaardige m.e.r.-procedure pas noodzakelijk is als blijkt dat het project ook na mitigerende maatregelen 'belangrijke nadelige gevolgen' voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de omvang van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag (in dit geval het college van burgemeester en wethouders) moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing nemen waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3
Leeswijzer
Deze aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling: ● ● ●
beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.
Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken die te vinden zijn in de bijlagen van het bestemmingsplan.
5/26