Was-wordt lijst Wmo Verordening 2027
Tekst van het document
Dit artikel wordt opgesplitst in artikel 5.2 en artikel 5.3. Artikel 5.2 gaat over de algemene weigeringsgronden van pgb. Artikel 5.3 gaat over eisen aan pgb vaardigheid. De onderdelen die worden verwijderd, gaan over pgb vaardigheid. Voor de overzichtelijkheid is het wenselijk om een apart artikel te maken die gaat over Pgb vaardigheid. Zie verder bij "5.3 Pgb-vaardigheid". Ten aanzien van artikel 5.2 lid 1 sub i: Ter verduidelijking van de huidige tekst door middel van opsomming. De 'tussenpersoon' wordt hier genoemd. Dit kan bijvoorbeeld een bemiddelingsbureau zijn. In artikel 4.3 (Beheer) van de Wmo Beleidsregel staat hierover o.a. dat het pgbbudget volledig ten goede
onder de Wet schuldsanering natuurlijke personen valt, tenzij de bewindvoerder het beheer van het pgb op zich neemt. De kosten hiervan moet de cliënt betalen; e. de cliënt of vertegenwoordiger door verwijtbaar gedrag onder toezicht staat of een bewindvoerder heeft, tenzij de bewindvoerder het beheer van het pgb op zich neemt. De kosten hiervan moet de cliënt betalen; f. er sprake is van ernstige verslavingsproblematiek bij de cliënt of vertegenwoordiger. Bij vermoedens hiervan kan nader onderzoek worden gedaan door bijvoorbeeld een medische verklaring op te vragen; g. er sprake is van aantoonbaar begane fraude door de cliënt of vertegenwoordiger in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; h. er sprake is van een aanmerkelijke verstandelijke beperking bij de cliënt of vertegenwoordiger. Een indicatie hiervoor is een IQ tussen de 55-85; i. er sprake is van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld waardoor het bij de cliënt of vertegenwoordiger
van de Wet; f. onafhankelijk advies heeft uitgewezen dat de ondersteuning niet verantwoord is; g. het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland; h. de aanvraag tot gevolg heeft dat één en dezelfde persoon meer dan 48 uur per week moet werken. Bij het vaststellen of deze 48 uur per week overschreden wordt, kunnen alle betaalde werkzaamheden worden meegewogen, en ook de hoeveelheid ondersteuning die deze persoon, al dan niet via een pgb, levert aan andere personen of gezinsleden; i. het pgb bedoeld is of gebruikt wordt voor andere kosten dan het leveren van de benodigde ondersteuning. Onder andere kosten wordt onder andere verstaan: i. Kosten van een vertegenwoordiger ii. Kosten van belangenbehartigers iii. Kosten van tussenpersonen iv. Reis- en verblijfskosten van hulpverleners v. Begeleidings- en administratiekosten vi. Kosten in verband met het beheren van een pgb
moet komen aan de ondersteuning zelf en mag niet wegvloeien naar bijvoorbeeld bemiddelingskosten, reiskosten en administratiekosten. Dit beperkt de mogelijkheid voor derden om via de kwetsbare pgb-houder een deel van het budget weg te sluizen. Het pgb kan alleen worden besteed aan de noodzakelijke maatwerkvoorziening (art. 2.3.6 lid 1 Wmo).
onmogelijk is om op stabiele en consistente wijze de regie te voeren over een pgb; j. er sprake is van een vastgestelde blijvende cognitieve stoornis bij de cliënt of vertegenwoordiger. Hieronder wordt verstaan de diverse vormen van dementie, de ziekte van Korsakov en (de gevolgen van) ander nietaangeboren hersenletsel waardoor het niet mogelijk is om de regie te voeren over een pgb; k. de cliënt of vertegenwoordiger niet beschikt over de taken, kennis en vaardigheden die nodig zijn om het pgb goed te kunnen beheren, waaronder wordt verstaan het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift. Het college werkt de taken, kennis en vaardigheden uit in de nadere regels; l. de vertegenwoordiger ook de uitvoerder van de ondersteuning is, of op een andere manier betrokken is bij de uitvoerende organisatie, bijvoorbeeld als directeur of bestuurder; m. de hulpverlener familie is van de vertegenwoordiger van de cliënt. Onder
familie verstaan wij hier familie tot in de 2e graad; n. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wet; o. onafhankelijk advies heeft uitgewezen dat de ondersteuning niet verantwoord is; p. het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland; q. de aanvraag tot gevolg heeft dat één en dezelfde persoon meer dan 48 uur per week moet werken. Bij het vaststellen of deze 48 uur per week overschreden wordt, kunnen alle betaalde werkzaamheden worden meegewogen, en ook de hoeveelheid ondersteuning die deze persoon, al dan niet via een pgb, levert aan andere personen of gezinsleden; r. het pgb gebruikt wordt voor het betalen van belangenbehartigers of een vertegenwoordiger, of voor andere kosten dan het leveren van de ondersteuning. Onder andere kosten horen ook reiskosten of begeleidings-
of administratiekosten in verband met het beheren van een pgb. Nieuw artikel 5.3 Pgb-vaardigheid
Artikel 5.3 Pgb-vaardigheid 1. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid (pgb-beheer) te voldoen, dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp van het sociaal netwerk of, indien sprake is van een pgb vertegenwoordiger, in ieder geval: a. een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; b. op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; c. in staat te zijn om een overzichtelijke pgbadministratie bij te houden; d. voldoende vaardig te zijn om in Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de zorgverleners; e. in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; f. in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g. in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; h. in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; i. in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te
Voor de overzichtelijkheid is het wenselijk om een apart artikel te maken die gaat over Pgb vaardigheid. Een apart artikel over Pgb vaardigheid wordt ook genoemd in (artikel 17 van) de nieuwe 'Model Verordening Jeugdhulp' van februari 2026. Wijziging Model Verordening jeugdhulp | VNG
j.
sturen en aan te spreken op hun functioneren; en voldoende kennis te hebben over het werkof opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden.
2. Een budgethouder of een pgb vertegenwoordiger wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:
a. de vertegenwoordiger ook de uitvoerder van de ondersteuning is, of op een andere manier betrokken is bij de uitvoerende organisatie, bijvoorbeeld als directeur of bestuurder; b. de hulpverlener familie is van de vertegenwoordiger van de cliënt. Onder familie verstaan wij hier familie tot in de 2e graad; c. er sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: i.
ii.
de cliënt of de vertegenwoordiger problematische schulden heeft, een schuldsaneringstraject doorloopt of onder de Wet schuldsanering natuurlijke personen valt, tenzij de bewindvoerder het beheer van het pgb op zich neemt. De kosten hiervan moet de cliënt betalen; er sprake is van ernstige verslavingsproblematiek bij de cliënt of vertegenwoordiger. Bij vermoedens hiervan kan nader onderzoek worden gedaan door
iii.
iv.
v.
vi.
vii.
viii.
bijvoorbeeld een medische verklaring op te vragen; er sprake is van aantoonbaar begane fraude door de cliënt of vertegenwoordiger in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; er sprake is van een aanmerkelijke verstandelijke beperking bij de cliënt of vertegenwoordiger. Een indicatie hiervoor is een IQ tussen de 55-85; er sprake is van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld waardoor het bij de cliënt of vertegenwoordiger onmogelijk is om op stabiele en consistente wijze de regie te voeren over een pgb; er sprake is van een vastgestelde blijvende cognitieve stoornis bij de cliënt of vertegenwoordiger. Hieronder wordt verstaan de diverse vormen van dementie, de ziekte van Korsakov en (de gevolgen van) ander niet-aangeboren hersenletsel waardoor het niet mogelijk is om de regie te voeren over een pgb; de cliënt of vertegenwoordiger niet beschikt over de taken, kennis en vaardigheden die nodig zijn om het pgb goed te kunnen beheren, waaronder wordt verstaan het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift. Het college werkt de taken, kennis en vaardigheden uit in de nadere regels; het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag.
Nieuw artikel 5.4 Categorieën en kwaliteit pgb hulpverleners
Artikel 5.4 Categorieën en kwaliteit pgb hulpverleners 1. Er gelden voor zowel professionele hulpverleners als informele hulpverleners kwaliteitseisen bij het leveren van diensten, hulpmiddelen, woonvoorzieningen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren. De kwaliteitseisen voor diensten zijn uitgewerkt in artikel 5.4 van deze verordening. a. Onder een professionele hulpverlener wordt verstaan: hulpverleners die beroepsmatig ondersteuning bieden. Er is dan altijd sprake van een KvKregistratie. Het kan zowel gaan om zzp’ers als om een instelling (organisatie) met personeel (in dienst of ingehuurd). b. Onder een informele hulpverlener wordt verstaan: een natuurlijk persoon die op persoonlijke titel, niet namens een organisatie en ook niet als een zzp’er, ondersteuning aanbiedt. 2. De cliënt dient zich ervan te vergewissen dat de betrokken hulpverlener(s) die de diensten leveren, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren aan de
Dit artikel staat in de Nadere regels (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2026. Maar volgens artikel 2.1.3 lid 2 sub c van de Wmo 2015 moeten eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, gereld worden in de verordening.
kwaliteitseisen voldoen zoals opgenomen in 5.4 van deze verordening. Nieuw artikel 5.5 Kwaliteitseisen aan professionele en informele pgbhulpverlener
5.5 Kwaliteitseisen aan professionele en informele pgb hulpverlener 1. De Medewerker betrekt bij de beoordeling omtrent de kwaliteit van een maatwerkvoorziening die wordt ingekocht door middel van een pgb in ieder geval of de pgb-hulpverlener: a. Zorg draagt voor ondersteuning van goede kwaliteit die veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt; b. beschikt over een relevante Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) met screeningsprofiel 'Gezondheidszorg en Welzijn van mens en dier dan wel zijn relevante opvolger. Deze VOG dient bij aanvang van de ondersteuning, en bij heraanmelding, niet ouder zijn dan 3 jaar. Indien sprake is van een instelling: i. Medewerkers en stagiaires van instellingen die in contact kunnen komen met cliënten zijn ook in het bezit van een VOG met screeningsprofiel 'Gezondheidszorg en Welzijn van mens en dier dan wel zijn relevante opvolger. Deze VOG mag niet eerder zijn afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor de pgb-zorgaanbieder ging werken; en ii. De instelling zelf beschikt over een relevante VOG rechtspersoon (RP) die bij aanvang van de ondersteuning niet ouder is dan drie jaar.
Deze bepalingen staan nu in bijlage 1 "Kwaliteitskader" van de Nadere regels (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2026. Maar volgens artikel 2.1.3 lid 2 sub c van de Wmo 2015 moeten eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, gemeld worden in de verordening.
c.
Beschikbaar en deskundig is, waarbij wordt betrokken: i. Of de hulpverlener, dan wel de instelling, in de directe omgeving van de cliënt de zorg kan bieden; en ii. of de professionele hulpverlener aantoonbare en passende kennis, ervaring, kwalificaties of opleidingen heeft die passend zijn bij de te verrichten werkzaamheden, complexiteit en aard van de problematiek van de cliënt. Deze vakbekwaamheid kan blijken uit een BIGregistratie, een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlands onderwijsinstelling of een registratie bij het Registerplein; iii. dan wel of de informele hulpverlener beschikt over de juiste vaardigheden en tevens bekwaam is om volwaardige ondersteuning te leveren die tegemoet komt aan de hulpvraag van de cliënt. Als de dienst ondersteuning omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist, dan beschikt de informele hulpverlener over desbetreffende kwalificatie. iv. Indien sprake is van medewerkers in loondienst of stagiaires, dan draagt de zzp'er of instelling zorg voor scholingsbeleid dat garandeert dat de medewerkers of stagiaires op het benodigde professionele niveau kunnen blijven werken. d. De inzet van vrijwilligers en/of stagiaires dient altijd te gebeuren onder de
verantwoordelijkheid van een professionele hulpverlener, waarbij: i. de vrijwilliger of stagiaire enkel kan worden ingezet als deze de inschrijving voor een relevante opleiding kan overleggen; en ii. de inzet van vrijwilligers of stagiaires altijd in redelijke verhouding staat tot de professionele inzet. e. de Nederlandse taal in woord en geschrift in voldoende mate beheerst, voor zover relevant voor de uitvoering van de werkzaamheden; f. beschikt over passende en aantoonbare kennis van lokaal beschikbare voorzieningen; g. in geval van dagactiviteiten waarborgt dat de binnen- en buitenruimtes waar cliënten verblijven gedurende de verstrekking van de voorziening veilig, toegankelijk en passend zijn. h. een deugdelijke administratie bijhoudt met een registratie van de geleverde hulp; i. werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; j. de ondersteuning uitvoert in overeenstemming met de beschikking van het college; k. de ondersteuning afstemt op de persoonlijke situatie van de cliënt; l. de ondersteuning afstemt op andere (overige) voorzieningen; m. de privacy van de cliënt respecteert en vertrouwelijk omgaat met informatie over de persoonlijke situatie;
n. bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling in het huishouden van de cliënt contact opneemt met Veilig Thuis voor advies, of hiervan een melding doet bij Veilig Thuis; o. calamiteiten en geweldsincidenten bij de ondersteuning meldt bij het college; p. meewerkt aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en q. naar het oordeel van de Medewerker niet overbelast raakt bij de verlening van de ondersteuning. 2. De professionele pgb-hulpverlener dient te beschikken over een aantoonbaar werkzaam kwaliteitssysteem. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een certificaat van de volgende keurmerken: ISO 9001, NENEN 15224, HKZ, Prezo of Kiwa (zzp en kleine ondernemers). 3. De gestelde kwaliteitseisen gelden evenzeer voor onderaannemers van de professionele pgb-hulpverlener. De professionele pgb-hulpverlener als hoofdaannemer is volledig aansprakelijk voor zorgverlening die zij in onderaanneming laat uitvoeren. 4. Het college kan de eisen aan de professionele en informele pgb-hulpverlener
nader uitwerken in het kwaliteitskader van de nadere regels. Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Artikel 3.3 lid 1: De omvang van het pgb bedraagt nooit meer dan de waarde van de geschikte voorziening in natura met de laagste prijs. Indien nodig kan het pgb voor een hulpmiddel aangevuld worden met een vergoeding voor instandhouding, bijvoorbeeld voor onderhoud of verzekering.
lid 1: De hoogte van een pgb wordt vastgesteld aan de hand van de door de cliënt ingediende begroting in het pgb-plan, voor zover de omvang van het pgb niet meer bedraagt dan de waarde van de geschikte voorziening in natura met de laagste prijs. Indien nodig kan het pgb voor een hulpmiddel aangevuld worden met een vergoeding voor instandhouding, bijvoorbeeld voor onderhoud of verzekering.
Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Artikel 3.3 lid 2: De omvang van het pgb bedraagt nooit meer dan de waarde van de geschikte voorziening in natura met de laagste prijs. Indien nodig kan het pgb voor een hulpmiddel aangevuld worden met een vergoeding voor instandhouding, bijvoorbeeld voor onderhoud of verzekering.
lid 2: De hoogte van een pgb wordt vastgesteld aan de hand van de door de cliënt ingediende begroting in het pgb-plan, voor zover de omvang van het pgb niet meer bedraagt dan de waarde van de geschikte voorziening in natura met de laagste prijs. Indien nodig kan het pgb voor een hulpmiddel aangevuld worden met een vergoeding voor instandhouding, bijvoorbeeld voor onderhoud of verzekering.
Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Artikel 3.3 lid 2: Indien het pgb is gebaseerd op een bedrag per uur, dagdeel of etmaal, of een gemiddeld tarief per resultaat, wordt er onderscheid gemaakt tussen drie soorten tarieven: dit zijn het instellingstarief, het zelfstandige zonder
lid 2 De Medewerker houdt bij de vaststelling van de hoogte van het pgb-tarief rekening met de inzet van professionele ondersteuning of ondersteuning door het sociaal netwerk. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen drie soorten tarieven: dit zijn het instellingstarief, het zelfstandige zonder personeel (zzp)-tarief en het informeel tarief:
Dit betreft de uitvoeringspraktijk. Betreft een technische aanpassing.
Dit betreft de uitvoeringspraktijk. Betreft een technische aanpassing.
Tekstuele aanpassing ter verduidelijking.
personeel (zzp)-tarief en het informeel tarief: Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Artikel 3.3 lid 2 sub a onder i:
lid 2 sub a onder i:
a. Van instellingstarief is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloedof aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt of vertegenwoordiger:
a. Van instellingstarief is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt of vertegenwoordiger:
i.
Personen die werkzaam zijn bij een erkende instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007);
i.
Personen die in loondienst zijn bij een erkende instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie van deze inschrijving kunnen overhandigen;
Artikel 3.3 Hoogte van het pgb Artikel 5.6 Hoogte van het PGB Artikel 3.3 lid 2 sub b onder i: b. Van een zzp-tarief is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloedof aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt of vertegenwoordiger:
Lid 2 sub b onder i: b. Van een zzp-tarief is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt of vertegenwoordiger:
Ter verduidelijking van de tekst, omdat er met "personen die werkzaam zijn" bedoeld wordt "personen die in loondienst zijn". Het instellingstarief is hoger dan de andere pgb-tarieven omdat een instelling medewerkers in loondienst heeft wat meer kosten met zich meebrengt. Op deze manier wordt het toekennen van dit hogere tarief ook gerechtvaardigd. Daarnaast is het uitvoeringspraktijk dat er een kopie van de inschrijving in het Handelsregister wordt opgevraagd.
Het is uitvoeringspraktijk dat er een kopie van de inschrijving in het Handelsregister wordt opgevraagd.
i.
Personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007); en
Artikel 3.3 Hoogte van het pgb Artikel 3.3 lid 2 sub f: Informele hulp kan onder de Regeling Dienstverlening aan Huis (Rdah) vallen, die van kracht is sinds 1 januari 2007. Via deze regeling is de cliënt of vertegenwoordiger gevrijwaard van het afdragen van loonheffingen, premies werknemersverzekeringen en heeft daarnaast geen administratieve verplichtingen.
i.
Personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie van deze inschrijving kunnen overhandigen; en
Artikel 3.3 lid 2 sub f: Vervallen.
Deze vrijwaring is komen te vervallen naar aanleiding van de aangepaste Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) per 1-1-2026 aangepast. Hierdoor is de verplichte werknemersverzekeringen en de reguliere regels voor loondoorbetaling tijdens ziekte, verlof en ontslag ook gaan gelden voor de pgbzorgverleners met een arbeidsovereenkomst voor minder dan 4 dagen per week. De budgethouders die een pgb-zorgverlener in dienst hebben, worden verantwoordelijk gehouden voor het inhouden van loonbelastingen en de premie volksverzekeringen op het brutoloon van de zorgverlener. De gemeente houdt bij de berekening van de hoogte van de informele
Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Artikel 3.3 lid 3: Het college legt normbedragen voor het pgb vast bij de verschillende zorgvormen in de Nadere regel (inclusief Financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht. Daarbij geldt dat:
Artikel 5.6 lid 3 sub a: het instellingstarief wordt berekend aan de hand van het kostprijsmodel van de VNG, waarbij rekening is gehouden met de van toepassing zijnde cao's, benodigd opleidingsniveau en van toepassing zijnde opslagen voor bijvoorbeeld overhead.
pgb-tarieven rekening gehouden met deze kosten. Het instellingstarief is niet gebaseerd op het goedkoopste tarief zoals afgesproken met de gecontracteerde aanbieders, maar wordt berekend aan de hand van het kostprijsmodel van de VNG.
a. het instellingstarief is gebaseerd op het goedkoopste tarief zoals afgesproken is met de gecontracteerde aanbieders; Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Artikel 3.3 lid 3: Het college legt normbedragen voor het pgb vast bij de verschillende zorgvormen in de Nadere regel (inclusief Financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht. Daarbij geldt dat:
Artikel 5.6 lid 3 sub b: het zzp-tarief is gebaseerd op het instellingstarief. Hierbij wordt 17% op dat tarief in mindering gebracht in verband met lagere werkgeverslasten en overheadkosten.
b. het zzp-tarief is gebaseerd op het tarief van een gecontracteerde
Tekstuele aanpassing, zodat de tekst leesbaarder is.
instelling min 17% overheadkosten;
Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Artikel 3.3 lid 3: Het college legt normbedragen voor het pgb vast bij de verschillende zorgvormen in de Nadere regel (inclusief Financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht. Daarbij geldt dat:
Artikel 5.6 lid 3 sub c: het informele tarief voor beschermd thuis is gebaseerd op het tarief dat wordt gebruikt in de Wet Langdurige zorg. Het informele tarief voor hulp bij het huishouden, ambulante begeleiding (inclusief praktische ondersteuning) en kortdurend verblijf is gebaseerd op de Wet Minimumloon (WML).
c.
het informele tarief is, bij individuele begeleiding en Beschermd Thuis, gebaseerd op het tarief dat wordt gebruikt in de Wet Langdurige zorg. Het informele tarief voor kortdurend verblijf is gebaseerd op het tarief dat werd gebruikt onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Bij het informele tarief voor hulp bij het huishouden is rekening gehouden met het feit dat de
De Centrale Raad van Bestuur (CRvB) heeft in haar uitspraken (ECLI:NL:CRVB:2025:1276 en ECLI:NL:CRVB:2025:1380) van 30 september 2025 geoordeeld dat gemeenten het informele pgb uurtarief mogen baseren op het minimumloon. Bij de informele pgb tarieven wordt daarom rekening gehouden met wat door de CRvB als redelijk wordt geacht.
cliënt of vertegenwoordiger geen loonheffingen hoeft af te dragen, geen premies voor werknemersverzek eringen hoeft te betalen en geen administratieve verplichtingen heeft, waarbij het minimumloon de ondergrens is. Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Een sub d toevoegen aan dit artikel.
Artikel 5.6 lid 3 sub d: Voor vervoer van en naar dagactiviteiten zijn de tarieven gebaseerd op de vervoerstarieven uit de Wet langdurige zorg.
Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Een lid 4 toevoegen aan dit artikel.
Artikel 5.6 lid 4: De pgb tarieven zijn bruto tarieven. Dat betekent dat hierin alle kosten besloten zijn, waaronder eventuele werkgeverslasten op het moment dat belanghebbende een overeenkomst in loondienst aangaat met de hulpverlener(s).
Deze bepaling ontbreekt in de huidige verordening. Daarom toegevoegd.
De Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) wordt per 11-2026 aangepast, waardoor de verplichte werknemersverzekeringen en de reguliere regels voor loondoorbetaling tijdens ziekte, verlof en ontslag ook gaan gelden voor de pgbzorgverleners met een arbeidsovereenkomst voor minder dan 4 dagen per week. De budgethouders die een pgb-zorgverlener in dienst hebben, worden verantwoordelijk gehouden
voor het inhouden van loonbelastingen en de premie volksverzekeringen op het brutoloon van de zorgverlener. De gemeente houdt bij de berekening van de hoogte van de informele pgb-tarieven rekening gehouden met deze kosten. Deze regeling wordt daarnaast overgeheveld van van de huidige artikel 5 lid 2 van de Rectificatie Nadere regel (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2026 | Lokale wet- en regelgeving. Artikel 3.3 Hoogte van het pgb
Artikel 5.6 Hoogte van het PGB
Een lid 5 toevoegen aan dit artikel.
Artikel 5.6 lid 5: De pgb tarieven zijn, voor zover van toepassing, inclusief btw.
Deze regeling wordt overgeheveld van de huidige artikel 5 lid 1 van de Rectificatie Nadere regel (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2026 | Lokale wet- en regelgeving
Artikel 3.4 Besteding en verantwoording van het pgb
Artikel 5.7 Besteding en verantwoording van het pgb sub a: Vervallen.
a. De cliënt stemt in met en houdt zich aan de regels van de gemeente zoals opgenomen in deze verordening, de beschikking en het pgb-formulier.
Artikel 3.4 Besteding en verantwoording van het pgb c. De medewerker kan de cliënt verplichten gebruik te maken van standaard documenten voor het aanleveren van informatie voor het trekkingsrecht via de SVB.
Artikel 5.7 Besteding en verantwoording van het pgb sub c: Vervallen.
Betreft een inhoudloze bepaling, omdat de verordening de rechten en plichten regelt van de inwoner. De beschikking geeft aan wat de rechten en plichten zijn van de individu, en met het pgb-formulier (pgb-plan) wordt invulling gegeven aan hetgeen is geregeld in de Wmo 2015, deze verordening, de nadere regels en beleidsregels voor wat betreft de regels rondom pgb. Deze verplichting volgt al uit artikel 2a van wetten.nl Regeling Uitvoeringsregeling Wmo 2015 - BWBR0036096
Hoofdstuk 6 Bijdrage voor gebruik voorziening
Hoofdstuk 4 Bijdrage voor het gebruik van voorzieningen
Hoofdstuk 6 Bijdrage voor het gebruik van voorzieningen
Artikel 4.1.1 Eigen bijdrage algemene voorzieningen
Artikel 6.1.1 Eigen bijdrage algemene voorzieningen
Een extra lid 3 toevoegen over de eigen bijdrage voor kortdurende opvang voor jongvolwassenen.
Artikel 6.1.1 lid 3: De eigen bijdrage voor kortdurende opvang voor jongvolwassenen wordt berekend volgens de bijdrage systematiek zoals vermeld in artikel 6.1.5 van deze verordening.
De huidige lid 3 wordt lid, waarbij in lid 4 ook wordt verwezen naar lid 3.
Artikel 4.1.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening (geleverd in natura of via een pgb), zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of tijdens de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. Als de maatwerkvoorziening is verstrekt voor een woningaanpassing voor een minderjarig kind, is de eigen
Artikel 6.1.1 lid 4: Het college kan, in de Nadere regel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht eigen bijdrage opvang, de eigen bijdrage uit lid 2 en lid 3 jaarlijks aanpassen met als maximum de percentuele stijging van de bijstandsnorm van het voorgaande jaar.
Artikel 6.1.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening 1. De Medewerker vraagt een bijdrage voor een maatwerkvoorziening, geleverd in natura, via een pgb of in de vorm van een financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt de maatwerkvoorziening gebruikt, zolang de maatwerkvoorziening niet is ingetrokken of zolang de cliënt in het bezit is van of eigenaar is van de voorziening. 2. De eigen bijdrage zoals vermeld in lid 1 loopt niet langer door dan het moment
Uit de Nadere regel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2024, eigen bijdrage opvang | Lokale wet- en regelgeving volgt dat er ook een eigen bijdrage geldt bij de kortdurende opvang voor jongvolwassenen. Dit is daarom toegevoegd aan dit artikel.
Lid 1 is herschreven, omdat de huidige bepaling niet volledig is. Zo is in de nieuwe bepaling ook de financiële tegemoetkoming genoemd. Met lid 1 en lid 2 wordt ook duidelijk gemaakt wat de looptijd is van de eigen bijdrage, zodat inwoners weten waar ze aan toe zijn. Lid 4 betreft een technische aanpassing ter verduidelijking van de tekst.
bijdrage verschuldigd door de in artikel 2.1.5, eerste lid, van de Wet, bedoelde persoon of personen. 3. In afwijking van het eerste lid wordt voor het gebruik van collectief (openbaar) vervoer een bijdrage per rit gevraagd. De hoogte van de bijdrage is te vergelijken met de kosten die iemand maakt bij gebruik van openbaar vervoer. 4. Het innen van de eigen bijdrage voor opvang vindt plaats door de instelling die de opvang verzorgt. Tenzij het college in de afspraken met de instelling of anderszins hiervan nadrukkelijk afwijkt.
waarop de kostprijs van de voorziening is bereikt.
De huidige lid 4 wordt verschoven naar lid 7.
3. Als de maatwerkvoorziening is verstrekt voor een woningaanpassing voor een minderjarig kind, is de eigen bijdrage verschuldigd door de in artikel 2.1.5, eerste lid, van de Wet, bedoelde persoon of personen. 4. In afwijking van het eerste lid wordt voor het gebruik van collectief (openbaar) vervoer een instaptarief en een ritbijdrage per kilometer gevraagd. De hoogte van de bijdrage is te vergelijken met de kosten die iemand maakt bij gebruik van regulier openbaar vervoer.
Artikel 4.1.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening
Artikel 6.1.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening
Nieuwe lid 5 toegevoegd
Lid 5: In afwijking van het eerste lid zijn cliënten die een inkomen hebben dat minder is dan 125% van het sociaal minimumloon geen eigen bijdrage verschuldigd.
Door de nieuwe inkoop en de visie vanuit de Wmo beleidsnota 'samen leven, samen zorgen' is het noodzakelijk om ook de regels rondom de vrijstelling van de eigen bijdrage te herzien en te vereenvoudigen, zodat deze aansluiten bij de nieuwe structuur van voorzieningen en beter uitvoerbaar en begrijpelijk zijn. Daarbij wordt gekozen voor een
beleidswijziging waarbij de huidige vrijstellingen voor specifieke voorzieningen en doelgroepen worden vervangen door een meer generieke regeling. Voorgesteld wordt om inwoners met een inkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum vrij te stellen van de eigen bijdrage. Hiermee wordt het beleid eenvoudiger, transparanter en beter uitvoerbaar. Artikel 4.1.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening
Artikel 6.1.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening
Nieuwe lid 6 toegevoegd
Lid 6: In afwijking van het eerste lid zijn cliënten geen eigen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening dagactiviteiten gericht op participatie.
Artikel 4.1.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening
Artikel 6.1.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening
Nieuwe lid 7 toegevoegd
Lid 7: De eigen bijdrage kan worden gepauzeerd indien ten minste 31 opeenvolgende dagen geen feitelijke levering van ondersteuning is geweest als gevolg van een intramurale opname van de cliënt, of wanneer geen sprake is van zo'n opname, wordt de eigen bijdrage alleen gepauzeerd als door de aanbieder gedurende deze periode geen enkel
Dit willen we behouden omdat deelnemers anders de beleving kunnen hebben dat ze moeten betalen om aan het werk te kunnen gaan.
Door toevoeging van een pauzeringsregeling voor de betaling van de eigen bijdrage is voor inwoner als professional duidelijk wanneer een eigen bijdrage gepauzeerd kan worden. De voorgestelde regeling sluit aan bij het landelijke wetsvoorstel voor de invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Hiermee wordt
concreet aanbod tot gehele of gedeeltelijke levering is gedaan, terwijl de beschikking doorloopt.
Nieuw artikel 6.1.3 Individuele vrijstelling eigen bijdrage
Artikel 6.1.3 Individuele vrijstelling eigen bijdrage 1. Het College kan in de situaties genoemd in lid 2 van dit artikel tijdelijk de eigen bijdrage op nihil vaststellen voor individuele cliënten op basis van artikel 3.8, derde lid, sub g en h van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2. Een tijdelijke vrijstelling kan worden gegeven in de volgende situaties: a. Inwoners die zorg en ondersteuning mijden vanwege de eigen bijdrage. Het alsnog gaan betalen van de eigen bijdrage en het verminderen van de zorgmijding moet dan een doel van de ondersteuning zijn.
vooruitgelopen op toekomstige ontwikkelingen en wordt consistentie in beleid bevorderd. Dit betreft huidig beleid en is op dit moment geregeld in artikel 5.2 van de Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2026 | Lokale wet- en regelgeving. Conform artikel 2.1.4 van de Wmo 2015 wordt de vrijstelling van eigen bijdrage in de verordening vastgelegd.
b. Inwoners die zelf aangeven de eigen bijdrage niet te kunnen betalen en in een schuldsaneringstraject zitten in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) of in een minnelijke schuldregeling. De vrijstelling is maximaal voor de duur van de schuldregeling.
Artikel 4.1.3 Berekening eigen bijdrage maatwerkvoorziening
Artikel 6.1.4 Berekening eigen bijdrage maatwerkvoorziening
Dit betreffen technische aanpassingen.
1. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening is nooit meer dan de maximale eigen bijdrage die mogelijk is op grond van de Wet. 2. De kostprijs van de voorziening die wordt gebruikt voor de berekening van de eigen bijdrage is gelijk aan de goedkoopste ingekochte voorziening, en de eigen bijdrage is nooit hoger dan de kostprijs. 3. Het college stelt Nadere regels vast ten aanzien van de wijze van berekening en inning van de eigen bijdrage voor opvang.
Nieuw artikel 6.1.5 Berekening eigen bijdrage maatwerkvoorziening Opvang en Opvang bij huiselijk geweld.
1. De eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening is nooit meer dan de maximale eigen bijdrage die mogelijk is op grond van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wet en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2. De kostprijs van de voorziening die wordt gebruikt voor de berekening van de eigen bijdrage is gelijk aan de kostprijs van de toegekende voorziening, en de eigen bijdrage is nooit hoger dan de kostprijs. 3. In afwijking van het eerste lid wordt de bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen vastgesteld volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Artikel 6.1.5 Berekening eigen bijdrage maatwerkvoorziening Opvang en Opvang bij huiselijk geweld 1. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening opvang en opvang bij huiselijk geweld wordt vastgesteld op basis van het verschil tussen de bijstandsnorm en de norm persoonlijke uitgaven. Daarbij houdt de cliënt minimaal zak- en kleedgeld, en geld voor voeding (Nibud norm) plus de nominale premie zorgkosten minus de zorgtoeslag (indien van toepassing) over. 2. Indien bij gehuwden één van beide partners gebruik maakt van de in artikel 4.5 lid 6, subonderdeel b, van deze verordening
Dit zijn passages uit de huidige Nadere regel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2024, eigen bijdrage opvang | Lokale wet- en regelgeving. Deze bepalingen worden in de verordening vastgelegd conform artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de Wmo 2015, omdat het een raadsbevoegdheid is om te bepalen hoe de eigen bijdrage wordt berekend en óf
genoemde opvangvoorzieningen, wordt bij het bepalen van de bijstandsnorm de regelgeving in de Participatiewet voor opname in een inrichting gevolgd. 3. Indien de aanbieder geen voeding verstrekt aan de cliënt, wordt de eigen bijdrage verminderd met een bedrag voor voeding, gebaseerd op de door het Nibud vastgestelde gemiddelde kosten. Indien dit bedrag niet beschikbaar is, stelt het college een vervangend bedrag vast. 4. Voor cliënten die gelijktijdig kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, kan de eigen bijdrage gedurende maximaal zes maanden worden verminderd met een forfaitair bedrag van 20% van de bijstandsnorm. 5. De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van de aanbieder. 6. De eigen bijdrage wordt bepaald per maand. Een gedeelte van een maand wordt naar rato van het aantal dagen berekend op basis van het werkelijke aantal dagen in de betreffende kalendermaand. 7. De hoogte van de eigen bijdrage wordt jaarlijks per 1 januari herzien op basis van de dan geldende bijstandsnormen en relevante landelijke normen.
de eigen bijdrage wordt opgelegd.
8. Het college kan nadere regels stellen over de toepassing en inning van de eigen bijdrage.
Nieuw artikel 6.1.8 Indexering bedragen eenmalige pgb en financiële tegemoetkoming Wmo
Artikel 6.1.8 Indexering bedragen eenmalige pgb en financiële tegemoetkoming Wmo 1. Het college kan jaarlijks besluiten over indexering van de financiële tegemoetkoming sportvoorziening (inclusief aanschaf en instandhouding) op basis van de CBS-consumentenprijsindex (CPI), genoemd in de Nadere regels inclusief financieel besluit. 2. Het college kan jaarlijks besluiten over indexering van de financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten op basis van de CBSdienstenprijsindex (DPI), genoemd in de Nadere regels inclusief financieel besluit. 3. Het college kan jaarlijks besluiten over indexering van de bedragen financiële tegemoetkoming voor individuele taxikostenvergoeding, rolstoeltaxikostenvergoeding en de reiskostenvergoeding van de begeleider, genoemd in de Nadere regels inclusief financieel besluit, en aan de hand van ontwikkeling van de NEA-index.
Dit artikel geeft aan op basis waarvan de bedragen van eenmalige pgb's en financiële tegemoetkomingen worden geïndexeerd. Deze bedragen zijn te vinden in Rectificatie Nadere regel (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2026 | Lokale wet- en regelgeving
Artikel 4.1.6 Afwijkende vaststelling kostprijs maatwerkvoorziening
Door de nieuwe inkoop en de visie vanuit de Wmo beleidsnota 'samen leven, samen zorgen' is het noodzakelijk om ook de regels rondom de vrijstelling van de eigen bijdrage te herzien en te vereenvoudigen, zodat deze aansluiten bij de nieuwe structuur van voorzieningen en beter uitvoerbaar en begrijpelijk zijn. Daarbij wordt gekozen voor een beleidswijziging waarbij de huidige vrijstellingen voor specifieke voorzieningen en doelgroepen worden vervangen door een meer generieke regeling. Voorgesteld wordt om inwoners met een inkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum vrij te stellen van de eigen bijdrage. Hiermee wordt het beleid eenvoudiger, transparanter en beter uitvoerbaar.
Vervallen.
1. In afwijking van artikel 4.1.4 en artikel 4.1.5 wordt de kostprijs van de voorzieningen Arbeidsmatige activering, Kortdurend verblijf en Thuisbegeleiding vastgesteld op nihil. 2. In afwijking van artikel 4.1.4 en artikel 4.1.5. wordt de kostprijs van de voorzieningen Individuele begeleiding, Dagbegeleiding en Beschermd Thuis op nihil vastgesteld voor cliënten tot 23 jaar. 3. In afwijking van artikel 4.1.4 en 4.1.5, wordt de kostprijs voor de voorziening Beschermd Thuis op nihil vastgesteld voor mensen die in de drie jaar voorafgaand aan de aanmelddatum voor Beschermd Thuis dakloos waren. Deze vrijstelling geldt voor de duur van maximaal drie jaar vanaf de datum van de toekenningsbeschikking Beschermd Thuis. Het college kan beleidsregels vaststellen over de invulling van dit artikel.
Hoofdstuk 7 Kwaliteit en veiligheid Hoofdstuk 5 kwaliteit, klachten en betrekken inwoners
Hoofdstuk 7 kwaliteit, klachten en betrekken inwoners
Hoofdstuk opknippen in verschillende hoofdstukken Artikel 5.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Artikel 5.1 lid 1: Instellingen zorgen voor de volgende kwaliteit tijdens de door hen geleverde dienstverlening: a. Veiligheid van cliënten en personeel. Het gaat hierbij om veilige gebouwen, veilig aanbod en veilig voelen. b. Kwaliteit van zorg. Het gaat hierbij om de inzet van effectieve methodieken; het inzetten van personeel dat in kennis, houding en vaardigheden aantoonbaar deskundig is en voldoet aan wettelijke eisen; het afstemmen van de ondersteuning op de behoeften van de klant en, indien meerdere aanbieders betrokken zijn bij het leveren van ondersteuning, het afstemmen van het geheel aan ondersteuning vanuit cliëntperspectief. c. Cliëntgerichtheid: de ondersteuning wordt opgesteld, uitgevoerd en geëvalueerd in samenspraak met de
Artikel 7.1 Kwaliteitseisen en maatschappelijke ondersteuning Lid 1 Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning. De aanbieders die maatschappelijke ondersteuning aanbieden, en de door hen geleverde dienstverlening zelf, voldoen aan de kwaliteitseisen die zijn opgenomen in deze verordening, de Wet, en aan de kwaliteits- en deskundigheidseisen die in de desbetreffende branche gelden.
Het woord "instellingen" dekt de lading niet. We bedoelen alle aanbieders, dus inclusief de zzp'ers. Voor de leesbaarheid hebben we lid 1 opgesplitst in lid 1 en lid 2. Zie hieronder.
cliënt en zijn mantelzorger of vertegenwoordiger. d. Doeltreffendheid: de ondersteuning is gericht op het behalen van de doelen uit het ondersteuningsplan. e. Doelmatigheid: de ondersteuner evalueert regelmatig zijn inzet in relatie tot het resultaat en stelt dit in het gesprek met de cliënt en zijn mantelzorger of vertegenwoordiger aan de orde. Deze uitkomst wordt betrokken bij de innovatie van de wijze waarop de ondersteuning wordt aangeboden. Lid 2 toegevoegd, vanwege de opsplitsing van lid 1.
Artikel 7.1 Kwaliteitseisen en maatschappelijke ondersteuning Lid 2: De kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning wordt onder meer geborgd door: a. Veiligheid van cliënten en personeel. Het gaat hierbij om veilige gebouwen, veilig aanbod en veilig voelen. b. Kwaliteit van zorg. Het gaat hierbij om de inzet van effectieve methodieken; het inzetten van personeel dat in kennis, houding en vaardigheden aantoonbaar deskundig is en voldoet aan wettelijke eisen; het afstemmen van de ondersteuning op de behoeften
Voor de leesbaarheid hebben we lid 1 opgesplitst in lid 1 en lid 2.
van de klant en, indien meerdere aanbieders betrokken zijn bij het leveren van ondersteuning, het afstemmen van het geheel aan ondersteuning vanuit cliëntperspectief. c.
Cliëntgerichtheid: de ondersteuning wordt opgesteld, uitgevoerd en geëvalueerd in samenspraak met de cliënt en zijn mantelzorger of vertegenwoordiger.
d. Doeltreffendheid: de ondersteuning is gericht op het behalen van de doelen uit het ondersteuningsplan. e. Doelmatigheid: de ondersteuner evalueert regelmatig zijn inzet in relatie tot het resultaat en stelt dit in het gesprek met de cliënt en zijn mantelzorger of vertegenwoordiger aan de orde. Deze uitkomst wordt betrokken bij de innovatie van de wijze waarop de ondersteuning wordt aangeboden.
Artikel 5.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
Artikel 7.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
Artikel 5.1 lid 9: Het college wijst een toezichthouder aan die toeziet op de naleving van de in deze verordening gestelde kwaliteitseisen. De toezichthouder heeft het recht om namens het college handhavend op te treden en maatregelen te treffen. Artikel 5.2 Budget voor aanbieders van dienstverlening
Artikel 7.1 lid 10
Artikel 5.2 lid 4: Het college kan de uiteindelijke, over een kalenderjaar te betalen, vergoeding aan een aanbieder van dienstverlening verlangen als de aanbieder onvoldoende heeft gepresteerd of de normen zoals bedoeld in artikel 2.3 en 2.10 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) heeft overschreden.
Het college wijst een toezichthouder aan die toeziet op de naleving van de in deze verordening gestelde kwaliteitseisen, en heeft de bevoegdheid om handhavend op te treden en maatregelen te treffen. Artikel 5.2 lid 4: Vervallen.
Sinds 1 maart 2024 is de GGD regio Utrecht de aangewezen toezichthouder. Zij hebben geen handhavende bevoegdheden, deze liggen bij het college. Betreft dus ook al de uitvoeringspraktijk.
De WNT geldt landelijk en ook voor partijen die Wmo ondersteuning uitvoeren. De controle van de WNT verloopt via de volgende schijven: accountant, risicogericht toezicht door Centraal Informatiepunt (CIBG) van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De eindverantwoordelijke hiervoor is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninklijke realties (BZK). Deze kan handhaven en boetes opleggen bij overtredingen van de WNT. De Raad van State heeft in enkele uitspraken aangegeven dat de WNT niet gebruikt mag worden voor het voeren van inkomenspolitiek door de gemeente. Dus het opnemen van deze bepaling
in de verordening is onverbindend.
Hoofdstuk 8 Bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik Hoofdstuk 6 Bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik Artikel 6.1 controles Lid 4
Artikel 8.1 controles Lid 4
Dat het college nadere regels kan stellen over de invulling van dit artikel wordt aan het einde van dit artikel geplaatst.
Het college is gerechtigd tot materiële controle en tot kwaliteits- en fraudeonderzoek, waaronder de besteding van het pgb, bij organisaties, leveranciers en de cliënt of vertegenwoordiger.
Het college is gerechtigd tot materiële controle en tot kwaliteits- en fraudeonderzoek, waaronder de besteding van het pgb, bij organisaties, leveranciers en de cliënt of vertegenwoordiger. Het college kan nadere regels stellen over de invulling van dit artikel.
Artikel 6.1 controles Lid 6 Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 8.1 controles Lid 6: Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het vijfde lid, het aangevangen onderzoek, en stelt de cliënt of diens vertegenwoordiger in de gelegenheid om zijn zienswijze te geven.
Ter verduidelijking wat er allemaal schriftelijk aan de cliënt of diens vertegenwoordiger wordt gecommuniceerd.
Artikel 6.1 controles
Artikel 8.1 controles
Nieuwe lid 7 toegevoegd (is afgesplitst van de huidige lid 4) Artikel 6.2 Intrekking en terugvordering
Lid 7: Het college kan beleidsregel stellen over de invulling van dit artikel. Artikel 8.2 Intrekking en terugvordering Lid 1
Lid 1 Onverminderd artikel 2.3.10 van de Wet kan het college een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk herzien of intrekken als het college vaststelt dat niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening.
Aanvullend op de intrekkingsgronden en herzieningsgronden uit artikel 2.3.10 van de Wet kan het college een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk herzien of intrekken als de Medewerker vaststelt dat niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening.
Betreft een verplaatsing van de bepaling. Stond eerst in lid 4, maar hoort aan het einde van het artikel. Tekstuele aanpassing, zodat het voor eenieder begrijpelijk is dat er in de Wmo 2015 ook gronden staan voor intrekking en herziening.