Was-wordt lijst Wmo Verordening 2027
Tekst van het document
Beoogde aanpassingen in de Wmo-verordening 2027 Huidige passage van 2024
Voorgenomen nieuwe passage
Toelichting
Hoofdstuk 1 Wat staat er in de verordening en voor wie is het? Artikel 1.2 Definities
Nieuwe definitie
Extra begrip toevoegen
Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet.
Artikel 1.2 Definities
Vervallen
Arbeidsmatige activering wordt niet meer gecontracteerd per 1-1-2027, maar wordt onderdeel van het nieuwe product “Dagactiviteit”
Artikel 1.2 Definities
Nieuwe definitie:
Extra begrip toevoegen
Basiszorg: generalistische, ambulante en buurtgerichte hulp en/of ondersteuning waarmee inwoners met inbegrip van hun omgeving in het vrijwillig kader ondersteund worden bij het versterken van hun veerkracht en het benutten en/of ontwikkelen van hun netwerk, aanvullend op wat in de Sociale basis kan worden georganiseerd. Nieuwe definitie
Om uitleg te geven aan inwoners en omdat dit begrip in de verordening wordt gebruikt.
Artikel l.2. lid 2: Arbeidsmatige activering: ondersteuning in groepsverband, in een omgeving met arbeidsmatige kenmerken, ter vervanging van reguliere arbeid. Gericht op het bereiken van enige vorm van zelfstandige (arbeidsmatige) participatie.
Artikel 1.2 Definities Extra begrip toevoegen
In de verordening wordt meerdere keren naar de “andere voorziening” verwezen.
In de verordening wordt meerdere keren naar de “Beleidsregel” verwezen.
Artikel 1.2 Definities
Beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht Vervallen.
Artikel 1.2 lid 4: Beschermd Thuis: maatwerkvoorziening bedoeld voor inwoners van een gemeente in de U16regio die zelfstandig wonen, (zeer) intensieve gespecialiseerde begeleiding en 24-uurs beschikbaarheid van ondersteuning nodig hebben. De gemeenten van U16 zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, Ijsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Artikel 1.2 Definities
Nieuwe definitie
Extra begrip toevoegen
Blended (care): de combinatie van face-to-face hulpverlening en digitale hulpverlening al dan niet in combinatie met de inzet van e-health, zoals bijvoorbeeld apps die helpen bij het omgaan met problemen.
Artikel 1.2 Definities
Nieuwe definitie
Extra begrip toevoegen
Budgethouder: de persoon die een persoonsgebonden budget ontvangt op grond van de Wet. Artikel 1.2 lid 8: Buurtteam(organisatie): team van beroepskrachten
Artikel 1.2 Definities
Definitie wat onder “Beleidsregel” wordt verstaan is daarom noodzakelijk Wordt verplaatst naar de Wmo Beleidsegel.
Volgt uit beleidsnota Wmo en komt meerdere keren terug in de verordening.
Ter verduidelijking voor de inwoner.
Definitie aangescherpt.
Artikel 1.2 lid 5: Buurtteam: een team van medewerkers dat advies en ondersteuning biedt op het gebied van de Wmo, dat meldingen en aanvragen in ontvangst neemt, en hulpvragen dan wel aanvragen kan behandelen. Artikel 1.2 Definities Collectief (openbaar) vervoer: vraagafhankelijk vervoer gerichtop de lokale vervoersbehoefte en bestemd voor personen die door hun beperkingen geen gebruik kunnen maken van het regulier openbaar vervoer. Artikel 1.2 Definities
dat: hulp- en/of ondersteuningsvragen en aanvragen voor hulp en ondersteuning behandelt, die de basiszorg dichtbij (in de eigen leefomgeving) en laagdrempelig levert (gemakkelijk toegankelijk en goed vindbaar), en door het college gemandateerd is om maatwerkvoorzieningen toe te kennen.
Vervallen.
Wordt opgenomen in de Wmo Beleidsregel.
Artikel 1.2 lid 29
Op verzoek van de Wmo CR is de definitie aangepast. Daarnaast is de MNU sinds 1-1-2024 opgeheven.
Artikel 1.2 lid 7: Cliëntenraad Wmo: de Cliëntenraad Wmo adviseert de gemeente bij het maken van beleid over Wmo-voorzieningen en de uitvoering daarvan als lid van het Maatschappelijk Netwerk Utrecht (MNU). De leden brengen vanuit de praktijk ervaringen in die belangrijk zijn bij het maken van beleid. Artikel 1.2 Definities
Wmo Cliëntenraad: de Wmo Cliëntenraad (Wmo CR) adviseert de gemeente bij het maken van beleid over Wmo-voorzieningen en de uitvoering daarvan.
Extra begrip toevoegen
Groepsgericht: gelijktijdig verlenen van ondersteuning aan twee of meer personen, bijvoorbeeld door cliënten/inwoners met een vergelijkbare op elkaar aansluitende vraag of situatie bij elkaar te plaatsen (in een groep) in plaats van of aanvullend op een individueel.
Nieuwe definitie
Volgt uit beleidsnota Wmo.
Artikel 1.2 Definities
Nieuwe definitie
Extra begrip toevoegen
Hulpvraag: melding van behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet; Nieuwe definitie
Artikel 1.2 Definities Extra begrip toevoegen
Artikel 1.2 Definities Extra begrip toevoegen
Artikel 1.2 Definities Extra begrip toevoegen
Hulp uit het sociaal netwerk: hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. Nieuwe definitie Persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen. Nieuwe definitie
Artikel 1.2 Definities
Eigen kracht: de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van cliënt, en personen uit het sociale netwerk, om tot verbetering van de zelfredzaamheid of participatie te komen danwel zich te handhaven in de samenleving. Nieuwe definitie
Extra begrip toevoegen Artikel 1.2 Definities
Pgb: persoonsgebonden budget. Nieuwe definitie
Extra begrip toevoegen Sociale basis: omvat inwoners, hun directe omgeving en algemene voorzieningen die goed toegankelijk en bereikbaar zijn voor iedereen. Het gaat om onderwijs, sport, welzijn, cultuur, openbare gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg en meer.
Om uitleg te geven aan inwoners.
Om uitleg te geven aan inwoners.
Om uitleg te geven aan inwoners.
Om uitleg te geven aan inwoners.
Om uitleg te geven aan inwoners. Om uitleg te geven aan inwoners.
Bewoners die zich vrijwillig inzetten voor elkaar en voor de buurt en veel organisaties en maatschappelijke initiatieven zijn onderdeel van deze sociale basis.
Artikel 1.2 Definities
Nieuwe definitie
Extra begrip toevoegen
Specifieke expertise: omvat een combinatie van expertise van psychische kwetsbaarheden (waaronder in ieder geval ernstig psychische aandoeningen, autismespectrumstoornissen en verslavingsproblematiek), niet aangeboren hersenletsel, (licht) verstandelijke beperkingen, zorgmijding met risico op maatschappelijke ontwrichting, psychogeriatrische beperkingen, jongvolwassenen, mensen met een gevarenrisico (o.a. detentieverleden of risico op radicalisering en/of polarisatie) en lichamelijke beperkingen. Nieuwe definitie
Artikel 1.2 Definities Extra begrip toevoegen
Artikel 1.2 Definities Artikel 1.2 lid 7: de Cliëntenraad Wmo adviseert de gemeente bij het maken van beleid over Wmo-voorzieningen en de uitvoering daarvan als lid van het Maatschappelijk Netwerk Utrecht (MNU). De leden brengen vanuit de
Verslag: het gespreksverslag dat de weergave bevat van het onderzoek, de adviezen, verwijzingen en afspraken die de cliënt met de Medewerker heeft gemaakt naar aanleiding van de melding of aanvraag voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Artikel 1.2 lid 7: de Cliëntenraad Wmo adviseert de gemeente bij het maken van beleid over Wmovoorzieningen en de uitvoering daarvan. De leden van de Cliëntenraad brengen vanuit de praktijk ervaringen in die belangrijk zijn bij het maken van beleid.
Dit is een criterium bij maatwerkvoorzieningen.
Om uitleg te geven aan inwoners.
De MNU is opgeheven per 11-2024.
praktijk ervaringen in die belangrijk zijn bij het maken van beleid. Artikel 1.2 Definities
Artikel 1.2 lid 11: Vervallen.
De MNU is opgeheven per 11-2024.
Artikel 1.2 lid 11: Maatschappelijk Netwerk Utrecht: samenwerkingsverband van adviescommissies, cliëntraden en belangenorganisaties met als doel het gezamenlijk verbeteren van advisering, belangenbehartiging en het versterken en waarborgen van participatie van inwoners en cliënten. Artikel 1.2 Definities
Artikel aangepast
Aanscherping van de definitie.
Artikel 1.2 lid 19: Voorliggende voorziening: een voorziening die voorgaat op de Wet en waarmee een adequaat resultaat bereikt kan worden.
Artikel 1.2 Definities
Voorliggende voorziening: een andere voorziening waarmee een vergelijkbaar adequaat resultaat wordt bereikt als met een voorziening op grond van de Wet of een algemene voorziening.
Vervallen.
Begrip komt niet terug in de verordening. Dit komt alleen terug bij sociale basis, dus geen meerwaarde voor de verordening.
Artikel 1.2 lid 16 vervallen.
Wordt niet meer gecontracteerd per 1-1-2027. Deze hulpvorm wordt ambulante begeleiding met praktische ondersteuning.
Vrijwillige inzet: de inzet die mensen onverplicht en onbetaald (buiten een eventuele vrijwilligersonkostenvergoeding) aan de samenleving leveren, al dan niet in georganiseerd verband.
Artikel 1.2 Definities Artikel 1.2 lid 16: Thuisbegeleiding: Structurele individuele ondersteuning aan zelfstandig wonende zorgmijdende inwoners. Gericht op het bieden van
structuur waardoor de persoon zelf een huishouden kan voeren. Ter voorkomen van vervuiling, overlast en gedragsproblemen. Artikel 1.2 Definities Extra begrip toevoegen
Nieuwe definitie
Om uitleg te geven aan inwoners.
Woonvoorziening: is een Wmo voorziening bedoeld voor cliënten die lichamelijke beperkingen in huis ondervinden bij het normale gebruik van een woning. Onder woonvoorzieningen vallen bijvoorbeeld (financiële tegemoetkoming voor) woningaanpassingen.
Hoofdstuk 2 Toegang tot maatwerkvoorziening Artikel 2.1.1 Melding en onderzoek Artikel 2.1.1. lid 4 tot en met 7 4. Als de medewerker heeft vastgesteld dat de melding past binnen de Wet stelt deze een onderzoek in zoals omschreven in artikel 2.3.2 van de Wet. Dit hoeft niet als de situatie bij de medewerker al voldoende bekend is door eerdere meldingen of onderzoeken. 5. Indien de inwoner dit wenst, kan de inwoner zich bij het doen of afhandelen van de melding laten ondersteunen door iemand uit zijn eigen netwerk en/of een onafhankelijke derde. De medewerker wijst de inwoner
Artikel 2.1.1 Melding Artikel 2.1.1. lid 4 tot en met 7 4. De Medewerker doet naar aanleiding van de melding onderzoek waar de behoefte aan ondersteuning van de cliënt en diens mantelzorger uit bestaat. 5. Voor zover de hulpvraag kan worden beantwoord door het gebruik van een algemene voorziening, wijst de medewerker de client hierop. 6. Indien de inwoner dit wenst, kan de inwoner zich bij het doen of afhandelen van de melding laten ondersteunen door iemand uit zijn eigen netwerk en/of een onafhankelijke derde. De Medewerker wijst de inwoner en/of
Het artikel melding en onderzoek is opgesplitst in twee losse artikelen: een artikel “melding” en een artikel “onderzoek”. De Wmo maakt ook onderscheid in melding en onderzoek.
en/of de mantelzorger tijdens de melding op de mogelijkheid een onafhankelijke cliëntondersteuner in te schakelen. Ook als het een aanvraag in het kader van de Wet langdurige zorg betreft. 6. Indien de cliënt dit wenst kan hij binnen 7 werkdagen na de melding een persoonlijk plan indienen zoals omschreven in artikel 2.3.2, tweede lid, van de Wet. De medewerker wijst de cliënt tijdens de melding op deze mogelijkheid. 7. Indien de cliënt dit wenst kan hij binnen 7 werkdagen na de melding een persoonlijk plan indienen zoals omschreven in artikel 2.3.2, tweede lid, van de Wet. De medewerker wijst de cliënt tijdens de melding op deze mogelijkheid.
de mantelzorger tijdens de melding op de mogelijkheid een gratis onafhankelijke cliëntondersteuner in te schakelen. Ook als het een aanvraag in het kader van de Wet langdurige zorg betreft. 7. Indien de cliënt dit wenst kan hij binnen 7 werkdagen na de melding een persoonlijk plan indienen zoals omschreven in artikel 2.3.2, tweede lid, van de Wet. De medewerker wijst de cliënt tijdens de melding op deze mogelijkheid.
Artikel 2.1.2 Onderzoek
Artikel 2.1.2 Onderzoek
Nieuwe artikel
Als de Medewerker heeft vastgesteld dat de melding past binnen de Wet stelt deze een onderzoek in zoals omschreven in artikel 2.3.2 van de Wet. Dit hoeft niet als de situatie bij de Medewerker al voldoende bekend is door eerdere meldingen of onderzoeken.
Artikel 2.1.2 Verslag
Artikel 2.1.3 Verslag
Het artikel “melding” en “onderzoek” is opgesplitst in twee losse artikelen: een artikel Melding en een artikel onderzoek. De Wmo maakt ook onderscheid in melding en onderzoek.
Uitleg aan inwoner.
Artikel 2.1.2 lid 1: De medewerker maakt van het onderzoek een verslag, waarin hij de bevindingen van zowel de medewerker als de cliënt weergeeft, en het eventuele ondersteuningsplan. Artikel 2.1.2 Verslag
lid 1.
Artikel 2.1.2 lid 2: De medewerker geeft of verstuurt het verslag en/of het ondersteuningsplan na afronding van het onderzoek aan de cliënt.
lid 2.
De Medewerker maakt van het onderzoek een verslag, waarin hij de bevindingen van zowel de Medewerker als de cliënt weergeeft. Artikel 2.1.3 Verslag
Het verslag uit lid 1 maakt onderdeel uit van het ondersteuningsplan. De Medewerker geeft of verstuurt het ondersteuningsplan na afronding van het onderzoek aan de cliënt. De client kan het verslag ondertekenen voor gezien of akkoord.
Artikel 2.1.2 Verslag
Artikel 2.1.3 Verslag
Artikel 2.1.2 lid 3: Het college kan beleidsregels stellen over de methodiek en de procedure waarmee het verslag en/of ondersteuningsplan tot stand komt.
Lid 3
Artikel 2.1.3 Aanvraag
Artikel 2.1.4 Aanvraag
Voor de aanvraag van een maatwerkvoorziening moet een cliënt gebruik maken van het aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld. Het college kan hiervan
Het verslag van het gesprek wordt altijd verstuurd naar de cliënt. Daarnaast eventueel ook het ondersteuningsplan. Dat het verslag moet worden ondertekend staat in artikel 2.3 "Methodiek en procedure van het onderzoek" van de Beleidsregel. Met de voorgestelde bepaling willen we artikel 2.1.2 lid 2 volledig en compleet maken. Betreft dus een technische aanpassing. Tekstuele aanpassing: het is niet en/of, maar 'en'.
Het college kan beleidsregels stellen over de methodiek en de procedure waarmee het verslag en het ondersteuningsplan tot stand komt.
1. Een aanvraag kan tot stand komen door ondertekening van het ondersteuningsplan, het invullen van het aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld, danwel een
De wijze van aanvraag staat nu beschreven in artikel 2.3 van de Beleidsregels. Dit hebben we overgeplaatst naar de verordening. Alle manieren waarop een aanvraag kan worden gedaan
afwijken en stelt daartoe dan beleidsregels op.
ander schriftelijk of digitaal ondertekend verzoek om een maatwerkvoorziening. 2. De datum van het ondertekende document uit lid 1, is de datum van de aanvraag.
Toevoegen artikel 2.15 Artikel 2.1.5 Ingangsdatum maatwerkvoorziening 1. De ingangsdatum van de maatwerkvoorziening is gelijk aan de datum van de toekenning (datum besluit). 2. In uitzonderlijke gevallen kan het besluit terugwerkende kracht hebben en kan worden gekozen voor een ingangsdatum in het verleden, echter nooit eerder dan de meldingsdatum.
staan nu achter elkaar vermeld.
Sluit aan bij jurisprudentie. Artikel is toegevoegd, om de inwoner duidelijkheid te verstrekken over de ingangsdatum van de voorziening. Daarnaast is dit reeds geregeld in artikel 2.6 van de Beleidsregels.
Artikel 2.2.3 Tegemoetkoming zorgkosten
Artikel 2.2.3: Vervallen
Zie hierover Raadsvoorstel Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid - U-reka Gemeente Utrecht. Het raadsvoorstel is ook al afgestemd met de cliëntenraad participatiewet (participatieplatform).
Artikel 2.1.6 Beschikking
Onderdeel van project rechtsbescherming. Hier wordt beschreven wat er in de beschikking wordt omschreven.
Artikel 2.2.3 lid 1: Het college kan een tegemoetkoming verstrekken aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen, die daardoor hoge zorgkosten hebben. Artikel 2.2.3 lid 2: Het college kan Nadere regels opstellen over de manier van aanvragen, voorwaarden om in aanmerking te komen, de manier van beoordeling en de uitbetaling van de tegemoetkoming. Nieuw artikel 2.1.6 Beschikking
a. b. c. d.
e.
1. De beschikking bevat in ieder geval: de aard en de duur van de maatwerkvoorziening; het doel en het beoogde resultaat van de ondersteuning; de wijze van verstrekking, in natura of pgb; of een eigen bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening; en een bezwaarclausule. 2. Als de maatwerkvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een pgb, bevat de beschikking, naast de onderdelen uit lid 4, ook:
a. de rechten en plichten die gelden voor de besteding van het pgb; en b. de hoogte van het pgb en de wijze waarop dit bedrag is vastgesteld.
Hoofdstuk 3 Algemene voorzieningen Hoofdstuk 3 is nieuw Artikel 3.1 Nieuw artikel
Artikel 3.1 Algemene voorzieningen 1. Een algemene voorziening kan ingericht zijn voor alle inwoners van Utrecht of voor een specifieke doelgroep, en is rechtstreeks toegankelijk voor mensen die maatschappelijke ondersteuning behoeven en tot de doelgroep van de voorziening behoren. 2. Het college bevordert en treft algemene voorzieningen die bijdragen aan het zelfstandig wonen, het versterken van sociale verbondenheid en het actief deelnemen van inwoners, evenals aan de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers. 3. Voor het gebruik van een algemene voorziening kan de Medewerker of aanbieder van algemene voorziening een eenvoudige toets toepassen. Deze toets heeft als doel om na te gaan of: a. de cliënt een vraag heeft die ziet op zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang zoals bedoeld in de Wmo 2015; en b. of de algemene voorziening voldoende passend is voor de vraag die de client heeft; en
Het is vanuit de wet geen verplichting om algemene voorzieningen in de verordening op te nemen. Toch is hiervoor gekozen, omdat de verordening is ingericht als klantreis. Algemene voorzieningen zijn voorliggend op maatwerkvoorzieningen. Door de algemene voorzieningen op te nemen in de verordening, is het voor de inwoner inzichtelijk wat hieronder wordt verstaan. In de beleidsregel wordt nader ingegaan op de inhoud van de algemene voorzieningen. De beleidsregel wordt in november/december 2026 aan het college voorgelegd.
c.
of de client ingezetene is van gemeente Utrecht voor zover het niet beschermd wonen of opvang voorzieningen betreft. 4. Het college kan beleidsregels maken over onder andere welke specifieke soorten ondersteuning beschikbaar zijn als algemene voorzieningen, de doelgroep(en) en de procedure voor het gebruik van de algemene voorziening.
Artikel 3.2 Beschikbare algemene voorzieningen Nieuw artikel
Artikel 3.2 Beschikbare algemene voorzieningen
Idem.
1. De volgende algemene voorziening zijn in ieder geval beschikbaar: a. voorzieningen die zijn openomen in de Nadere regel subsidie sociale basis gemeente Utrecht; b. activiteiten die vallen onder de opdracht welzijnswerk in de wijk; c. activiteiten die vallen onder de opdracht Wmo ondersteuning in de wijk zoals beschreven in de Beleidsregel; d. kortdurend opvangen van dak- en thuislozen zoals beschreven in de Beleidsregel; e. Generalistische basiszorgdoor Buurtteam.
Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorzieningen Artikel 2.3.1 Algemene voorwaarden voor een maatwerkvoorziening
Artikel 4.1 Algemene criteria voor het treffen van een maatwerkvoorziening
De artikelen zijn samengevoegd, omdat er overlap in de artikelen zat en dit artikel nu neutraler is geformuleerd.
En artikel 2.3.2 Redenen om een maatwerkvoorziening te weigeren Deze artikelen zijn samengevoegd en herschreven.
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening neemt de Medewerker het verslag van het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.1.3 van deze verordening, als uitgangspunt. 2. In het onderzoek worden alle mogelijkheden beoordeeld die de cliënt heeft om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met ondersteuning van personen uit het sociale netwerk, dan wel met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen, zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of zodanig te regelen dat geen maatwerkvoorziening meer nodig is. 3. Bij de beoordeling van de aanvraag hanteert de Medewerker, in aanvulling op de voorgaande leden en met inachtneming van de beleidsnota als bedoeld in artikel 2.1.2 van de Wet, in ieder geval de volgende criteria: a. Er geen sprake is van voorzienbaarheid; als de cliënt de voorziening heeft aangeschaft of gerealiseerd na de melding maar vóór de aanvraag en voor het besluit, tenzij: i.
ii.
de Medewerker vóór aanschaf of realisatie schriftelijk toestemming heeft gegeven, of de Medeweker de noodzaak en passendheid van de voorziening en
Er is een artikel toegevoegd (art 3 sub d) over voorzienbaarheid en het achteraf aanschaffen van een voorziening (sub f). Deze artikelen sluiten aan bij de jurisprudentie. Ook het artikel 3 sub l is nieuw. Dit artikel heeft betrekking op het groepsgericht aanbieden van voorzieningen. Het groepsgericht aanbieden van voorzieningen pas in de beweging die in het kader van de hervorming wordt gemaakt.
de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. b. er is sprake van een noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening ter ondersteuning van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang; c.
er geen sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening;
d. er geen sprake is van voorzienbaarheid als de cliënt de voorziening heeft aangeschaft, gestart of gerealiseerd vóór de datum van de melding, behoudens een acute noodsituatie, waarin onmiddellijke aanschaf, start of realisatie dringend noodzakelijk was; e. De gewenste maatwerkvoorziening ook de geschikte maatwerkvoorziening met de laagste prijs is;
f.
De eerder vergoede of verstrekte maatwerkvoorziening nog voldoende ondersteuning biedt bij de belemmeringen van de cliënt of de normale afschrijvingstermijn van een eerder vergoede of verstrekte gelijkwaardige voorziening nog niet is verstreken of een eerder vergoede of verstrekte gelijkwaardige voorziening technisch nog niet is afgeschreven, tenzij een eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren
is gegaan door omstandigheden die de cliënt niet kunnen worden toegerekend; g. de voorziening gelet op de beperkingen van de cliënt, passend en veilig is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt of niet anti-revaliderend is;
h. de cliënt alle informatie verschaft die relevant is voor het onderzoek naar een maatwerkvoorziening en meewerkt aan het opstellen en uitvoeren van het ondersteuningsplan op grond van artikel 2.3.8 Wmo 2015; i.
de cliënt meewerkt aan behandelingen die in redelijkheid gevraagd kunnen worden en die bijdragen aan het verminderen van de beperkingen en het versterken van de zelfredzaamheid of participatie, waardoor er een niet te zwaar beroep op de voorzieningen op grind van de Wmo gedaan hoeft te worden;
j.
de voorziening hoofdzakelijk op het individu is gericht;
k.
een maatwerkvoorziening groepsgericht kan worden aangeboden, of dat er feiten en omstandigheden zijn waardoor maatschappelijke ondersteuning in een groep niet mogelijk maakt;
l.
een maatwerkvoorziening digitaal of blended kan worden aangeboden als dit passend is in de individuele situatie;
m. de noodzaak tot het opnieuw verstrekken van de voorziening niet aan de cliënt is te wijten.
Artikel 2.3.3 Aanvullende regels voor beschermd wonen en opvang Nieuw lid maatwerkvoorziening beschermd thuis.
n. De meest geschikte maatwerkvoorziening, anders dan in de vorm van dienstverlening, in bruikleen of in eigendom aan de cliënt kan worden verstrekt. Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang 1. In aanvulling op artikel 4.1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in verband met beschermd thuis als: a. de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht staande te houden in de samenleving; en b. er sprake is van beperkte zelfredzaamheid of participatie als gevolg van verslaving, psychiatrie, psychosociaal, (licht) verstandelijke probleem, dan wel een combinatie van deze problemen; en c.
de cliënt een hulpvraag kan stellen of een hulpvraag kan worden uitgesteld; en
d. de cliënt zelfstandig woont (of kan wonen) en (zeer) intensieve, niet planbare, gespecialiseerde ondersteuning nodig heeft; en
Toegevoegd is een artikel beschermd thuis, omdat dit een voorziening is waarop wordt beschikt. De criteria zijn criteria die inde beleidsregels zijn opgenomen
e. de cliënt is aangewezen op 24-uurs beschikbaarheid en/of aanwezigheid van (zeer) intensieve ondersteuning ; en f.
Artikel 2.3.3 Aanvullende regels voor beschermd wonen en opvang Nieuw lid maatwerkvoorziening beschermd verblijf toegevoegd
het voldoende is als er gedurende een etmaal passende ondersteuning bereikbaar en beschikbaar is, en die op afroep in 30 minuten beschikbaar kan zijn.
Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
Lid 2 1. In aanvulling op artikel 4.1 en op artikel 4.5 lid 1 sub a en b van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in verband met beschermd verblijf als: a. de cliënt geen hulpvraag kan stellen of een hulpvraag niet kan worden uitgesteld; en b. de cliënt niet zelfstandig kan wonen; en c.
de client intensieve ondersteuning in de nabijheid een 24-uursvoorziening nodig heeft in verband met de noodzaak tot
Toegevoegd is een artikel beschermd verblijf, omdat dit een voorziening is waarop wordt beschikt.
bescherming van de cliënt en/of zijn omgeving. Deze noodzaak komt direct voort uit de problematiek zoals genoemd in artikel 4.2 lid 1 sub b.
Artikel 2.3.3 Aanvullende regels voor beschermd wonen en opvang Lid 1 In aanvulling op artikel 2.3.1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in verband met beschermd wonen en opvang, anders dan in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, als: a. de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht staande te houden in de samenleving en, b. er sprake is van een vermoeden van beperkte zelfredzaamheid als gevolg van een verslavings-, psychisch of psychosociaal probleem, dan wel een combinatie van deze problemen; c. is voldaan aan de voorwaarden in de convenanten landelijke toegankelijkheid Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen. Lid 1 wordt lid 3 en lid 3 wordt lid 7
Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
Uit dit lid is maatschappelijke opvang verwijderd. Dit wordt een apart artikel in de nieuwe verordening, omdat dit ook een apart voorziening is.
Lid 3 In aanvulling op artikel 4.1 en op artikel 4.5 lid 1 sub a en b van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in verband met beschermd wonen, anders dan in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, als: a. er sprake is van een noodzaak tot bescherming van de cliënt of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voorkomt uit problematiek, zoals vermeld in artikel 4.5 lid 1 sub b; en b. de ondersteuning ten behoeve van een hulpvraag niet uitgesteld kan worden en er een noodzaak bestaat voor 24 uurs toezicht en ondersteuning; en c. is voldaan aan de voorwaarden uit het convenant landelijke toegankelijkheid Beschermd Wonen.
Toevoegingen zijn overgenomen uit de beleidsregels.
Artikel 2.3.3 Aanvullende regels voor beschermd wonen en opvang Lid 2 Het college verbindt aan de opvang voorwaarden die te maken hebben met het bereiken van een als noodzakelijk vastgesteld doel. Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op: a. de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte; b. de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van het opgestelde ondersteuningsplan; c. het door de cliënt houden aan de leef- en gedragsregels binnen de opvang.
Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
Toevoegingen zijn overgenomen uit de beleidsregels.
Lid 4 In aanvulling op artikel 4.1 en op artikel 4.5 lid 1 sub a en b van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor maatschappelijk opvang als: a. de cliënt rechtmatig in Nederland verblijft en zo nodig aanspraak kan maken op voorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen; en b. is voldaan aan de voorwaarden uit het convenant landelijke toegankelijkheid Maatschappelijke opvang.
Lid 2 wordt lid 5 Artikel 2.3.3 Aanvullende regels voor beschermd wonen en opvang Lid 2 Het college verbindt aan de opvang voorwaarden die te maken hebben met het bereiken van een als noodzakelijk vastgesteld doel. Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op: a. de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte;
Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang Lid 5 Het college verbindt aan de opvang voorwaarden. Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op: a. de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte;
De zin "die te maken hebben met het bereiken van een als noodzakelijk vastgesteld doel" is verwijderd, omdat dit al wordt benoemd in sub b.
b. de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van het opgestelde ondersteuningsplan; c. het door de cliënt houden aan de leef- en gedragsregels binnen de opvang.
b. de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van het opgestelde ondersteuningsplan; c. het door de cliënt houden aan de leefen gedragsregels binnen de opvang.
Artikel 2.3.3 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
De huidige lid 2 is verschoven naar lid 5.
het college verbindt aan de opvang voorwaarden die te maken hebben met het bereiken van een als noodzakelijk vastgesteld doel. Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op:
Lid 5
a. de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte; b. de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van het opgestelde ondersteuningsplan; c.
het door de cliënt herhaaldelijk niet houden aan de leef- en gedragsregels binnen de opvang.
Dit betreft een nieuw lid. Passages uit de beleidsregels een aansluiting bij de huidige praktijk.
Artikel 2.3.3 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
Nieuw lid 6
De maatschappelijke opvang kan worden verleend in de volgende vormen:
Dit betreft een nieuw lid en betreft passages uit de beleidsregels wat aansluit bij de huidige praktijk.
Lid 6
i. kortdurende opvang voor volwassenen met een grote kwetsbaarheid; ii. kortdurende opvang voor gezinnen met begeleiding; iii. kortdurende opvang voor personen met ernstige psychiatrische aandoeningen en/of verslavingsproblematiek; Artikel 2.3.3 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
De huidige lid 3 is verschoven naar lid 7
Het college kan beleidsregels maken over de procedure voor het beoordelen van de noodzaak tot het bieden van beschermd thuis, beschermd verblijf, beschermd wonen en opvang
Artikel 2.3.4 Aanvullende regels voor mantelzorgondersteuning met verblijf
Dit betreft een nieuw lid en betreft passages uit de beleidsregels wat aansluit bij de huidige praktijk.
Lid 7
Artikel 4.6 Aanvullende criteria voor kortdurend verblijf Lid 1
Dit artikel is herschreven. Bettreffen criteria uit de Beleidsregel. Omdat het criteria zijn is dit artikel opgenomen in de verordening.
In aanvulling op artikel 2.3.1 van deze verordening gelden voor de maatwerkvoorziening ‘mantelzorgondersteuning met verblijf’, de volgende criteria: a. de cliënt is aangewezen op ondersteuning met permanent toezicht, en; b. het bieden van respijt aan de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg levert is noodzakelijk, en; c. de cliënt is tijdelijk op deze maatwerkvoorziening aangewezen.
Artikel 2.3.4 Aanvullende regels voor mantelzorgondersteuning met verblijf Nieuw lid 2 toegevoegd
In aanvulling op artikel 4.1 van deze verordening komt een cliënt in aanmerking voor kortdurend verblijf ter ontlasting van de mantelzorger, als a. er sprake is van aanwezige overbelasting, dan wel van dreigende overbelasting van de mantelzorger; en b. de cliënt aangewezen is op intensieve ondersteuning en/of als de cliënt toezicht nodig heeft gedurende 24-uur; en c. de intensieve ondersteuning gepaard gaat met toezicht op regelmatige en onregelmatige momenten; en d. de algemene voorziening of maatwerkvoorziening dagactiviteit en of ambulante begeleiding niet of onvoldoende oplossing biedt; en e. er geen sprake is van behoefte aan kortdurend verblijf in verband met een medische behandeling of herstel van de cliënt.
Artikel 4.6 Aanvullende criteria voor kortdurend verblijf Lid 2 In aanvulling op het tweede lid komt een cliënt in aanmerking voor kortdurend verblijf in relatie tot cliëntproblematiek (adempauzeplekken), als: a. sprake is van een acute en niet planbare situatie waardoor de cliënt niet in zijn of haar eigen woonomgeving kan verblijven, tijdelijk verblijf noodzakelijk is en er geen
Dit artikel stond in de beleidsregel. Dit is een criteria en is daarom opgenomen in de verordening.
alternatief beschikbaar is binnen het eigen netwerk; en b. de cliënt nog zelfstandig kan functioneren, niet ADL-afhankelijk is en geen continu toezicht nodig heeft; en c. aannemelijk is dat het verblijf bijdraagt aan stabilisatie of verbetering van de situatie;
Artikel 2.3.4 Aanvullende regels voor mantelzorgondersteuning met verblijf Nieuw lid 3 toegevoegd
Artikel 4.6 Aanvullende criteria voor kortdurend verblijf Lid 3 Deze voorziening is niet bedoeld voor: a. mensen die in aanmerking komen voor een GGZ-crisisopname; b. cliënten van instellingen die dak- of thuisloos zijn en/of verblijven in een opvang; c.
cliënten in een 24/7 voorziening voor beschermd wonen of beschermd verblijf
d. wachtlijstoverbrugging; e. time-out- of schorsingsplekken; f.
Artikel 2.3.4 Aanvullende regels voor mantelzorgondersteuning met verblijf
g. mensen die door relationeel geweld een veilige plek nodig hebben Artikel 4.6 Aanvullende criteria voor kortdurend verblijf Lid 4
Nieuw lid 4 toegevoegd
respijtzorg, dit is kortdurend verblijf ter ontlasting van mantelzorg;
Dit artikel stond in de beleidsregel, aangevuld met criteria die worden gesteld vanuit de uitvoering. Dit is een criteria en is daarom opgenomen in de verordening.
Het college kan beleidsregels vaststellen over de procedure voor het beoordelen van de noodzaak tot het bieden van kortdurend verblijf. Artikel 2.3.5 Aanvullende regels sociaal-recreatief vervoer 1. Het gebruik van het collectief (openbaar) vervoer is aan de orde als het de cliënt naar het oordeel van de medewerker in voldoende mate in staat stelt tot participatie.
Artikel 4.7 Aanvullende criteria vervoer 1. In aanvulling op artikel 4.1 van deze verordening, kan de Medewerker een vervoersvoorziening verstrekken, als a. de vervoersvoorziening de cliënt naar het oordeel van de Medewerker in voldoende mate in staat stelt tot participatie; en b. de cliënt onvoldoende gebruik kan maken van het regulier openbaar vervoer of andere algemene vervoersvoorziening; en c.
er sprake is van vervoersbehoefte in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het dagelijks leven.
Betreft huidig beleid en artikel is herschreven vanwege logische volgordelijkheid.
Artikel 2.3.5 Aanvullende regels sociaal-recreatief vervoer
Artikel 4.7 Aanvullende criteria vervoer lid 3
Lid 3 toevoegen. Het huidige lid 5 wordt lid 7
Artikel 2.3.5 Aanvullende regels sociaal-recreatief vervoer
Bij de te verstrekken vervoersvoorziening in de vorm van een Regiotaxi wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum brandbreedte van 1.500 - 2.000 kilometer op jaarbasis. Van deze bandbreedte kan worden afgeweken indien het noodzakelijk is om de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van cliënt op een aanvaardbaar niveau te brengen en er geen andere oplossingen beschikbaar zijn.
Artikel 4.7 Aanvullende criteria vervoer lid 4
Nieuw lid toevoegen Lid 4
De Medewerker verstrekt uitsluitend een vervoersvoorziening in de vorm van een voertuig als er een adequate stallingruimte is voor dit voertuig. Een adequate stalling is in ieder geval: (brand)veilig, droog en afsluitbaar.
Op basis van jurisprudentie kunnen we in beginsel ervan uitgaan dat 1500 – 2000 km’s per jaar voldoende is om maatschappelijk te participeren. Maatwerk blijft mogelijk: om af te wijken van de 1500 tot 2000 km’s per jaar moet de cliënt aannemelijk maken dat er gelet op zijn omstandigheden aanleiding bestaat om van de bandbreedte af te wijken (ECLI:NL:CRVB:2012:BV943 1, voorheen LJN BV9431, Centrale Raad van Beroep, 09-6747 WIA-T (rechtspraak.nl)). Sinds 1 januari 2024 stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving dat er geen brandgevaarlijke objecten aanwezig mogen zijn in de vluchtwegen en verkeersroutes van gebouwen. En sinds 1 juli is het expliciet verboden om (onder meer) fietsen en scootmobielen in gangen, galerijen en trappenhuizen te plaatsen. VNG adviseert gemeenten om regels over stalling van
Artikel 2.3.6 Aanvullende regels voor woonvoorzieningen
Artikel 4.8 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen
Lid 1 Het college kan een woonvoorziening verstrekken voor de aanpassing n de woning
1. In aanvulling op artikel 4.1 van deze verordening, kan de Medewerker een woonvoorziening verstrekken voor de aanpassing van de woning, als de cliënt:
vervoersvoorzieningen op te nemen in de verordening. Dit betreft criteria waar de uitvoering op toetst. Toegevoegd aan verordening.
a. aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van zijn woning; en b. alles heeft gedaan om een geschikte woning te bewonen; of c. een op basis van aantoonbare beperkingen aanwezige gedragsstoornis heeft met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon met beperkingen tot rust kan komen. Artikel 2.3.6 Aanvullende regels voor woonvoorzieningen
Artikel 4.8 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen
Lid 2 toevoegen. lid 2 wordt lid 3
Lid 2 Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt getroffen. Dan wel voor het bezoekbaar maken van een andere woonruimte dan waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft, als het hoofdverblijf van de cliënt een erkende zorginstelling is. Daarmee wordt
Dit betreft criteria waar de uitvoering op toetst. Toegevoegd aan verordening.
bijvoorbeeld bedoeld het kunnen bereiken en gebruiken van de woonkamer en het toilet.
Artikel 2.3.6 Aanvullende regels voor woonvoorzieningen
Artikel 4.8 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen
Lid 3 is lid 4 geworden. Daaraan wordt een extra sub c toegevoegd.
Lid 4: De medewerker kan eerst een tegemoetkoming voor de kosten van verhuizing verstrekken, als:
Lid 3: De medewerker kan eerst een tegemoetkoming voor de kosten van verhuizing verstrekken, als: a. De cliënt aantoonbaar goede pogingen heeft ondernomen om de gebreken zelf te verhelpen of dit door de verhuurder te laten doen, en; b. Er met het oog op de situatie van de cliënt binnen een redelijke termijn geen uitzicht is op het oplossen van de gebreken aan de woning. Artikel 2.3.6 Aanvullende regels voor woonvoorzieningen Artikel 2.3.6 lid 5: Een woonvoorziening hoeft niet te worden verstrekt wanneer de woning volgens het bouwbesluit al aan deze aanpassing moest voldoen.
Dit betreft criteria waar de uitvoering op toetst. Toegevoegd aan verordening.
a. de cliënt aantoonbaar goede pogingen heeft ondernomen om de gebreken zelf te verhelpen of dit door de verhuurder te laten doen; en b. er met het oog op de situatie van de cliënt binnen een redelijke termijn geen uitzicht is op het oplossen van de gebreken aan de woning; en c.
er sprake is van een door de gemeente, in het kader van de Wet, opgelegde verplichting om te verhuizen. Artikel 4.8 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen Huidige lid 5 wordt geschrapt.
Deze bepaling volgt al uit het volgende lid (8) wat beschrijft: De Medewerker kan een aanvraag voor woonvoorziening (deels) afwijzen als de belemmeringen te wijten zijn aan achterstallig onderhoud,
of komen doordat de woning niet voldoet aan de wettelijke eisen. Bouwbesluit is een wettelijke eis. In de toelichting op de verordening wordt dit uitgelegd bij betreffende artikellid.
Artikel 2.3.6 Aanvullende regels voor woonvoorzieningen
Artikel 4.8 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen
Artikel 2.3.6 lid 6: De medewerker kan beslissen dat, als onderdeel van een woonvoorziening, de dubbele woonkosten in verband met tijdelijke huisvesting worden vergoed, als een cliënt tijdelijk ergens anders moet wonen totdat de woning is aangepast.
Lid 6
Artikel 2.3.6 Aanvullende regels voor woonvoorzieningen
Artikel 4.8 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen
Lid 7 toevoegen
Lid 7
Dit artikel verduidelijkt wat wordt verstaan onder dubbele woonlasten.
De Medewerker kan beslissen dat, als onderdeel van een woonvoorziening, de dubbele woonkosten in verband met de noodzakelijke tijdelijke huisvesting worden vergoed, als de cliënt gedurende de verbouwingsperiode de woning niet kan bewonen en de cliënt daardoor genoodzaakt is tijdelijk in een andere woning te verblijven en hiervoor woonlasten verschuldigd is. Onder woonlasten wordt verstaan: de huurkosten voor de tijdelijke andere woning, gas, water en licht.
De Medewerker kan besluiten geen vergoeding te verstrekken voor dubbele woonlasten als de cliënt zonder noodzaak of zonder voorafgaande
Dit betreft criteria waar de uitvoering op toetst. Toegevoegd aan verordening.
toestemming van de medewerker voor een vervangende woonruimte heeft gekozen.
Artikel 2.3.6 Aanvullende regels voor woonvoorzieningen Artikel 2.3.6 lid 7: De medewerker kan een voorziening (deels) weigeren als de belemmeringen te wijten zijn aan achterstallig onderhoud, of komen doordat de woning niet voldoet aan de wettelijke eisen. Artikel 2.3.6 Aanvullende regels voor woonvoorzieningen
Artikel 4.8 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen Lid 8: De Medewerker kan een aanvraag voor woonvoorziening (deels) afwijzen als de belemmeringen te wijten zijn aan achterstallig onderhoud, of komen doordat de woning niet voldoet aan de wettelijke eisen.
Artikel 4.8 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen
Artikel 2.3.6 lid 8: De medewerker kan een voorziening weigeren als een cliënt bij het betrekken van een nieuwe woning geen rekening heeft gehouden met zijn huidige beperking of met een voorziene beperking die komt door een progressieve aandoening, wanneer deze bekend is op moment van verhuizing.
Lid 9
Artikel 2.3.6 Aanvullende regels voor woonvoorzieningen
De huidige lid 10 komt te vervallen.
Artikel 2.3.6 lid 10: De medewerker kan een woonvoorziening weigeren indien deze algemeen verkrijgbaar is.
Betreft een tekstuele aanpassing.
De medewerker kan een aanvraag voor woonvoorziening weigeren als een cliënt bij aanschaf, danwel bij verhuizing, geen rekening heeft gehouden met zijn beperking of met een voorzienbare beperking, wanneer deze bekend is op het moment van de aanschaf dan wel van de verhuizing.
Dit artikel verduidelijkt dat verhuisbewegingen of een aanschaf zonder rekening te houden met beperkingen en te verwachten ontwikkelingen daarvan, zullen resulteren in een afwijzing bij een beroep op de Wmo 2015.
Dit is hetzelfde als "algemeen gebruikelijk". In (het nieuwe) artikel 4.1 lid 3 sub c staat al: " Bij de aanvraag om een maatwerkvoorziening beoordeelt de Medewerker of, in aanvulling op de voorgaande leden en met in
Nieuw artikel Artikel 4.2 Aanvullende criteria voor Hulp bij het huishouden Nieuw artikel toegevoegd met aanvullende criteria voor maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden.
Artikel 4.2 Aanvullende criteria voor Hulp bij het huishouden 1. Hulp bij het huishouden is beschikbaar voor cliënten die als gevolg van aantoonbare lichamelijke beperkingen en/ of chronisch psychische en/ of psychosociale problemen, niet in staat zijn (een deel van) de huishoudelijke taken uit te voeren. 2. Hulp bij het huishouden wordt alleen ingezet in woonruimten die nodig zijn voor het normale dagelijks gebruik van de woning, waaronder ten minste wordt verstaan het ondersteunen bij het schoonhouden van de woonkamer, de in gebruik zijnde slaapvertrekken, de keuken, sanitaire ruimtes en trap/gang. 3. De omvang van het huishouden, de grootte of inrichting van de woning en het houden van dieren (met uitzondering van hulphonden) vormen geen aanleiding voor extra gemeentelijke ondersteuning. 4. Het college biedt, indien de cliënt daarvoor in aanmerking komt, een basisvoorziening hulp bij het huishouden conform het door KPMG Plexus en Bureau HHM voor gemeente Utrecht opgestelde rapport
achtneming van de Beleidsnota Wmo: (...) er geen sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening. De criteria voor huishoudelijke ondersteuning waren opgenomen in de Beleidsregels. Het vaststellen van een criteria betreft een raadsbevoegdheid.
'Normering van de basisvoorziening 'Schoon huis'. 5. De Medewerker kan aanvullende uren toekennen indien, als gevolg van objectiveerbare (medische) beperkingen of andere zwaarwegende omstandigheden, het resultaat met basisuren niet gerealiseerd kan worden.
Nieuw artikel 4.9 Artikel Aanvullende criteria voor sportvoorzieningen
6. Het college kan nadere regels stellen over de omvang en inhoud van de basisvoorziening, en kan beleidsregels vaststellen over de definitie en de procedure voor het beoordelen van de noodzaak tot het bieden van hulp bij het huishouden. Artikel 4.9 Aanvullende criteria voor sportvoorziening 1. In aanvulling op artikel 4.1 van deze verordening kan de Medewerker aan een cliënt een financiële tegemoetkoming verstrekken voor de kosten van een sportvoorziening, indien de sportvoorziening bijdraagt aan de participatie van de cliënt. 2. Uitgangspunt is dat de cliënt zelf verantwoordelijk is voor de aanschaf van voorzieningen die nodig zijn voor sportbeoefening. Een financiële tegemoetkoming wordt slechts verstrekt indien als gevolg van de beperking aantoonbare extra kosten worden gemaakt.
De criteria voor sportvoorzieningen waren opgenomen in de Beleidsregels. Het vaststellen van een criteria betreft een raadsbevoegdheid. Het artikel is uitgebreid met de uitvoeringspraktijk. Ten aanzien van de maximale (gebruiks)duur van zeven jaar: De gemeente past de gebruiksduur van sporthulpmiddelen aan van 3 naar 7 jaar, omdat het ministerie van VWS een nieuwe landelijke norm van 7
3. Bij de afweging of een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt, betrekt de Medewerker in ieder geval de volgende, niet limitatieve, richtinggevende elementen: a. de wijze waarop de cliënt reeds participeert in de samenleving; b. de noodzaak van de sportactiviteit die bijdraagt aan de participatie in de samenleving; c. of er sprake is van een eerdere of bestaande betrokkenheid van de cliënt bij sportactiviteiten; d. of de sportactiviteit plaatsvindt in verenigingsverband of in groepsverband.
jaar hanteert en toewerkt naar een uniforme lijn voor alle gemeenten. Daarnaast sluit een termijn van 7 jaar aan bij de gebruikelijke en passende afschrijvingstermijn die voor andere hulpmiddelen binnen de Wmo wordt toegepast.
4. Sportvoorzieningen die bestemd zijn voor gezamenlijk of collectief gebruik komen niet in aanmerking voor een individuele financiële tegemoetkoming. 5. De financiële tegemoetkoming: a. is gemaximeerd; en b. wordt maximaal éénmaal per zeven jaar verstrekt; en c. omvat de kosten van aanschaf, onderhoud, reparatie en verzekering van de sportvoorziening.
Nieuw artikel 4.3.1 Artikel 4.3.1 Aanvullende criteria ambulante begeleiding
Artikel 4.3.1 Aanvullende criteria voor ambulante begeleiding 1. In aanvulling op artikel 4.1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor ambulante begeleiding als:
Criteria voor het nieuwe product ambulante begeleiding.
a. er sprake is van zware en/of chronische problemen op een of meerdere leefgebieden, waarbij specifieke expertise is vereist; en b. de ondersteuning complex van aard is door meervoudigheid van de problematiek en de specifieke aard en ernst van de aandoening; en c. de ondersteuning is gericht op het versterken, bevorderen en behouden van de eigen regie en maatschappelijk herstel, verminderen van de achteruitgang en het aanleveren en het versterken van vaardigheden ter bevordering en behoud van het dagelijks functioneren; en d. de ondersteuning aanvullend is op ondersteuning die niet volledig vanuit de algemene voorzieningen geboden kan worden; en e. de ondersteuning gepland kan worden geleverd; en f. de ondersteuningsvraag uitstelbaar is. 2. Het college kan beleidsregels vaststellen over de definitie en de procedure voor het beoordelen van de noodzaak tot het bieden van ambulante begeleiding. Nieuw artikel 4.3.2 Artikel 4.3.2 Aanvullende criteria ambulante begeleiding voor praktische ondersteuning
Artikel 4.3.2 Aanvullende criteria voor ambulante begeleiding met praktische ondersteuning 1. In aanvulling op artikel 4.1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor ambulante begeleiding met praktische ondersteuning als:
Criteria voor de ambulante begeleiding gericht op praktische ondersteuning.
a. er sprake is van zware en/of chronische problematiek op meerdere levensgebieden en/of; b. er sprake is van zorgmijding. Het onvermogen om de regie te voeren over, en/of de verwaarlozing van, huishoudelijke taken kan tot maatschappelijke overlast en/of verwaarlozing van het huishouden leiden; c. er ondersteuning nodig is bij het voeren van een gestructureerd huishouden, niet zijnde overname van huishoudelijke taken; en d. de ondersteuning praktisch en uitvoerend van karakter is. 2. Het college kan beleidsregels vaststellen over de definitie en de procedure voor het beoordelen van de noodzaak tot het bieden van ambulante begeleiding met praktische ondersteuning. Nieuw artikel 4.3.3 Artikel 4.3.3 Aanvullende criteria ambulante begeleiding met 24/7 bereik en beschikbaarheid
Artikel 4.3.3 Aanvullende criteria voor ambulante begeleiding met 24/7 bereik en beschikbaarheid 1. In aanvulling op artikel 4.1 en artikel 4.3.1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor ambulante begeleiding met 24/7 bereik- en beschikbaarheid als: a. er sprake is van risico op ontregeling, crisissituaties of een veiligheidsrisico; en
Criteria voor het product ambulante begeleiding met 24/7 bereik- en beschikbaarheid.
b. de cliënt zijn hulpvraag niet kan uitstellen; en c. de cliënt zelfstandig woont of kan wonen en intensieve, niet planbare, gespecialiseerde ondersteuning nodig heeft; en d. de cliënt is aangewezen op 24-uurs bereikbaarheid en/of beschikbaarheid van intensieve ondersteuning; en e. het voldoende is als er gedurende een etmaal passende ondersteuning bereikbaar en beschikbaar is die op afroep in 30 minuten beschikbaar kan zijn. 2. Ambulante begeleiding met 24/7 bereik- en beschikbaarheid is niet bedoeld voor mensen die acute psychiatrische hulp nodig hebben. 3. Het college kan beleidsregels vaststellen over de definitie en de procedure voor het beoordelen van de noodzaak tot het bieden van ambulante begeleiding met 24/7 bereiken beschikbaarheid. Nieuw artikel 4.4 Artikel 4.4 Aanvullende criteria voor dagactiviteit
Artikel 4.4 Aanvullende criteria voor dagactiviteiten 1. In aanvulling op artikel 4.1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor dagactiviteiten als: a. de cliënt, gelet op de aard en ernst van de problematiek, ondersteuning nodig heeft in een vorm of intensiteit die niet beschikbaar is binnen de algemene voorziening, en de cliënt specialistische ondersteuning nodig heeft voor het aanbrengen van een dagstructuur en daginvulling; of
Criteria voor het nieuwe product dagactiviteiten.
b. als deelname aan de algemene voorziening dagactiviteiten een contra indicatie is vanwege ernstig sociaal ongewenst/ onveilig gedrag, maar de client wel via een persoonsgericht ondersteuningsplan kan functioneren in een dagactiveringssetting; of c. de cliënt als gevolg van een beperking of specifieke omstandigheid alleen kan deelnemen aan de dagactiviteit indien de fysieke ruimte wordt aangepast; of d. de cliënt zeer snel psychisch uit balans kan raken (de situatie is onvoorspelbaar). 2. In aanvulling op het eerste lid van dit artikel is er sprake van dagactiviteiten gericht op behoud van zelfredzaamheid als: a. sprake is van het bevorderen en zo veel mogelijk behouden van de zelfredzaamheid; en b. sprake is van het ontlasten van de mantelzorger c. de activiteiten in groepsverband worden aangeboden.
3. In aanvulling op het eerste lid van dit artikel is er sprake van dagactiviteiten gericht op participatie als: a. sprake is van het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie; en b. de cliënt vanwege beperkingen (nog) niet in staat is om te functioneren in vormen van reguliere arbeid of vrijwilligerswerk. c. de activiteiten in groepsverband worden aangeboden.
4. Het college kan beleidsregels vaststellen over de definitie en de procedure voor het beoordelen van de noodzaak tot het bieden van dagactiviteiten.
Hoofdstuk 5 Een persoonsgebonden budget Artikel 3.1 Ondersteuning inkopen met een pgb Artikel 3.1 Ondersteuning inkopen met een pgb Artikel 3.1 lid 1: Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, en de ondersteuning zelf wil inkopen met een pgb, dan moet naast de toetsing aan de wettelijke vereisten (artikel 2.3.6 uit de Wet) ook een pgb-formulier worden ingevuld gebaseerd op het ondersteuningsplan. Het invullen van het pgb-formulier geldt niet bij hulpmiddelen en/of een woonvoorziening/-aanpassing. In het pgb-formulier geeft de cliënt aan:
a. wat hij met het pgb wil inkopen; b. waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wil ontvangen; c.
indien van toepassing: welke
Titel veranderd naar: Regels voor pgb Artikel 5.1 Regels voor pgb lid 1: Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, en de ondersteuning zelf wil inkopen met een pgb, toetst de Medewerker of voldaan wordt aan de vereisten uit artikel 2.3.6 van de Wet.
De huidige lid wordt opgesplitst in twee leden (lid 2 en lid 2), vanwege de volgordelijkheid. Essentie van lid 1 is dat de Medewerkers toets aan de vereisten uit artikel 2.3.6 van de Wet.
perso(o)n(en) hij heeft gemachtigd als vertegenwoordiger( s) om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen waaronder wordt verstaan: de aan het pgb verbonden taken uit te voeren en/of toe te zien op waarborging van de kwaliteit van de aan de maatwerkvoorzieni ng verbonden diensten, hulpmiddelen, woningaanpassing en en andere maatregelen; d. hoe hij de voorziening wil inkopen; e. op welke manier de kwaliteit van de ondersteuning is verzekerd;
f.
hoe de onderbouwde begroting eruit ziet.
Artikel 3.1 Ondersteuning inkopen met een pgb Nieuw lid toevoegen. Lid 2 + sub a t/m f van de huidige lid 1 toegevoegd aan lid 2. Sub a t/m f in de huidige verordening: a. wat hij met het pgb wil inkopen; b. waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wil ontvangen; c.
indien van toepassing: welke perso(o)n(en) hij heeft gemachtigd als vertegenwoordiger(s) om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen waaronder wordt verstaan: de aan het pgb verbonden taken uit te voeren en/of toe te zien op waarborging van de kwaliteit van de aan de maatwerkvoorziening verbonden diensten,
Artikel 5.1 Regels voor pgb lid 2: De cliënt dient een pgb-plan in te vullen, dan wel een offerte aan te leveren voor zover dat ziet op woonvoorzieningen of hulpmiddelen, gebaseerd op het ondersteuningsplan. In het pgb-plan of offerte geeft de cliënt, voor zover van toepassing, aan: a. hoe de cliënt zelf of met behulp van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze gaat uitvoeren; b. waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wil ontvangen; c. indien van toepassing: welke perso(o)n(en) hij schriftelijk heeft gemachtigd als vertegenwoordiger(s) om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen waaronder wordt verstaan: de aan het pgb verbonden taken uit te voeren en/of toe te zien op waarborging van de kwaliteit van de aan de maatwerkvoorziening verbonden diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen;
De kwaliteitseisen van artikel 2.3.6 van de Wet zien ook op woonvoorzieningen (inclusief woningaanpassingen) en hulpmiddelen (inclusief vervoer). De kwaliteit van deze voorzieningen wordt beschreven in een offerte en niet in een pgb-plan. Daarom is "offerte" toegevoegd aan deze bepaling. De sub a t/m f zijn aangescherpt.
hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen; d. hoe hij de voorziening wil inkopen; e. op welke manier de kwaliteit van de ondersteuning is verzekerd; f.
d. welke voorziening hij met het pgb zou willen inkopen en bij welke pgbhulpverlener; e. op welke manier de kwaliteit van de ondersteuning is verzekerd, waarbij de cliënt aantoont dat de ondersteuning in de vorm van pgb veilig, doeltreffend en cliëntgericht is; f. hoe de onderbouwde begroting eruit ziet waarbij de kosten van de ondersteuning wordt uitgedrukt in aantal eenheden en tarief.
hoe de onderbouwde begroting eruit ziet.
Artikel 3.1 lid 2: Vervallen.
De kwaliteit van de pgbhulpverlener moet al beoordeeld worden op grond van artikel 5.1 lid 2 sub e (in de huidige verordening is dit artikel 3.1 lid 1 sub e). Daarnaast gaat de motivatieplicht van de Wmo niet zo ver zoals geregeld in de huidige verordening.
Artikel 3.1 lid 4: Vervallen.
Tot 1 juli 2024 kende de Wlz de (verplichte) 'gewaarborgde hulp'. Deze is afgeschaft. De artikelen over de gewaarborgde hulp zijn per 1 juli 2024 vervallen en daarmee vervalt ook artikel
Artikel 3.1 Ondersteuning inkopen met een pgb Artikel 3.1 lid 2: Indien de cliënt ondersteuning of begeleiding wil ontvangen van iemand uit het sociaal netwerk, dient de cliënt te motiveren dat dit tot een zelfde of beter resultaat leidt dan de inzet van een professional. Artikel 3.1 Ondersteuning inkopen met een pgb Artikel 3.1 lid 4: Wanneer de cliënt, zoals vermeld in artikel 3.1.1 onder sub c, (een) perso(o)n(en) heeft gemachtigd als vertegenwoordiger dan
kan het college vragen om een verklaring 'gewaarborgde hulp'.
Artikel 3.2 Weigering van een pgb
Lid 1. Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden als: a. de cliënt volgens de medewerker niet voldoet aan één van de voorwaarden die in artikel 3.1 staan, of niet voldoet aan één van de voorwaarden die in artikel 2.3.6, tweede lid van de Wet staan; b. de ondersteuning die de cliënt met het pgb wil inkopen volgens de medewerker niet of niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat; c. de cliënt en/of vertegenwoordiger een bespreking van het pgb-formulier weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; d. de cliënt of de vertegenwoordiger problematische schulden heeft, een schuldsaneringstraject doorloopt of
3.1 lid 4 van onze Verordening.
Artikel 5.2 Weigering van een pgb Lid 1: Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden als:
a. de cliënt volgens de medewerker niet voldoet aan één van de voorwaarden die in artikel 5.1 staan, of niet voldoet aan één van de voorwaarden die in artikel 2.3.6, tweede lid van de Wet staan; b. de ondersteuning die de cliënt met het pgb wil inkopen volgens de medewerker niet of niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat; c. de cliënt en/of vertegenwoordiger een bespreking van het pgb-plan weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; d. de cliënt of vertegenwoordiger door verwijtbaar gedrag onder toezicht staat of een bewindvoerder heeft, tenzij de bewindvoerder het beheer van het pgb op zich neemt. De kosten hiervan moet de cliënt betalen; e. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3