Vragen en ambtelijke reactie programma Bereikbaarheid 2020 19-.._.pdf
Tekst van het document
Antwoord b Ja, de bijdragen worden in 2020 verantwoord en de kosten in 2021. Het gaat puur om een foutieve technische verwerking , want we zijn er ten onrechte van uit gegaan dat we de busbaan Transwijk activeren. Aangezien de dekking een provinciale subsidie betreft is dit niet juist. Deze fout heeft per saldo geen consequenties voor de stand van de reserve Bereikbaarheid, zoals hieronder toegelicht: Voor projecten die we activeren geldt dat de kosten niet zichtbaar zijn in de exploitatie, omdat ze afrekenen naar de balans. Daarentegen storten we voor projecten die we activeren wel een bijdrage in een vaste activa reserve1. Omdat we er in de begroting ten onrechte van uit gingen dat de Busbaan Transwijk een project is dat we activeren, hebben we geen rekening gehouden met exploitatiekosten, maar wel met een storting in een vaste activa reserve. Bij de jaarrekening leidt dit wel tot afwijkingen, maar uiteindelijk maakt dit voor de stand van de reserve geen verschil uit. De afwijkingen in de jaarrekening zijn: -In de exploitatie zien we kosten die niet begroot waren; -De storting in de vaste activa reserve moeten we boeken conform de begroting. In feite komt dit er voor de busbaan Transwijk op neer dat dit bedrag onterecht twee keer aan de reserve Bereikbaarheid is onttrokken.
Via de bestedings- en dekkingsvoorstellen bij de jaarrekening onttrekken we dit bedrag aan de Vaste activa reserve en voegen het weer toe aan de reserve Bereikbaarheid. De begroting van bereikbaarheid wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de herprogrammering in het MPR. Bij deze begrotingswijziging
1
Dit geldt voor de meeste projecten. Hierop zijn een aantal uitzonderingen, zoals de Westelijke Stadsboulevard en de Busbaan Dichterswijk. Deze projecten activeren we zonder dat we een vaste activa reserve vormen.
zullen we de busbaan Transwijk weer op de juiste wijze verwerken (dus als een project dat we NIET activeren).
In de mondelinge toelichting kwamen 2 elementen naar voren: 1) Het is al een langlopend project en met de wijziging van de BBV (in 2017?) is dit niet als stelselwijziging meegenomen en wordt dus nog niet geactiveerd. 2) Storting in de vaste activa reserve: de interne regels van Utrecht schrijven voor dat als je een storting begroot dat je de storting dan ook feitelijk moet uitvoeren. Mijn vraag: Ad 1) klopt dit standpunt wel? Moeten niet alle investeringen (rekening houdend met activeringsgrens) vanaf 2017 geactiveerd, dus ook de lopende? Het gaat hier om een relatief beperkt bedrag, maar komt dit nog meer voor? Ad 2) Wat is de achtergrond van deze interne spelregel. Deze is toch niet ontleend aan de BBV?
Beantwoording mondelinge vragen 1) Met de aanscherping van de regelgeving BBV met ingang van 2017 worden gemeenten verplicht gesteld de investeringen met maatschappelijk nut te activeren. De gemeente Utrecht heeft daartoe de nota waarderen en afschrijven geactualiseerd en deze in december 2016 door de Raad vast laten stellen. Omdat we niet met terugwerkende kracht kunnen activeren is als uitgangspunt genomen dat de activering gaat plaatsvinden voor projecten (of delen van projecten) die vanaf 2017 starten. Er is een lijst van te activeren projecten opgesteld, waarbij een beoordeling heeft plaats gevonden welke projecten voor activering in aanmerking komen. De Busbaan Transwijk viel af omdat de voorbereiding al enkele jaren bezig was en er al een groot bedrag was uitgegeven. 2) Deze spelregel is ontleend aan de BBV. De storting en onttrekkingen aan reserves zijn een raadsbevoegdheid. Volgens artikel 42 van het BBV moeten in de balans van de gemeente de algemene reserves en de bestemmingsreserves worden vermeld. Het instellen van bestemmingsreserves en ook de hoogte van toevoegingen en onttrekkingen in de begroting en rekening zijn voorbehouden aan de Raad. Met het vaststellen van de begroting heeft de Raad besloten de begrote bijdrage in de reserve te storten. De hoogte van storting wordt door de raad bepaald.
Hiervan kunnen we niet zonder raadsbesluit afwijken en daarom storten we conform de begroting deze bijdrage in de reserve. Via besteding- en dekkingsvoorstellen kan de raad besluiten om alsnog een ander bedrag toe te voegen of te onttrekken. Gezien de systematiek binnen het programma Bereikbaarheid geldt voor de onttrekkingen uit de reserve (Meerjaren Investeringen) Bereikbaarheid, in overleg met de
22
Uitvoeren van projecten en maatregelen waarmee doorgaand autoverkeer naar de rand van de stad wordt verplaatst De baten zijn 0,076 miljoen lager dan begroot. De declaratie van de gemaakte onkosten 2020 bij Rijkswaterstaat voor de Ring Utrecht wordt in 2021 verstuurd (0,090 miljoen euro). Vraag: Wordt dit bedrag niet als vordering opgenomen (matching kosten en opbrengsten in zelfde jaar)
23*
Wat heeft dat gekost? x€1.000 Omschrijving
Actuele begrotin g 2019
Realisati Nominal Actuele e 2019 e begrotin begrotin g 2020 g 2020
Realisati e 2020
Verschil Actuele actueel/ begrotin realisatie g 2021
Uitvoeren maatregelen fietsparkeren Uitvoeren maatregelen autoparkeren
481
472
536
503
1.108
604
517
43.174
43.094
44.943
46.882
39.478
-7.404
49.519
Baten 04-12-1 04-12-2
Het totale programmaonderdeel Parkeren heeft een nadelig resultaat van 5,429 miljoen euro. In dit resultaat is de compensatie van het Rijk voor de gederfde inkomsten als gevolg van Corona van 5,551 miljoen euro nog niet verwerkt Lagere parkeeropbrengsten. Vraag:
accountant, een uitzondering op deze regel.. De onttrekking uit deze reserve is nooit hoger dan de werkelijk gemaakte kosten op een product, omdat het om meerjarige investeringen gaat, moet het resterende budget beschikbaar blijven voor de komende jaren, Er ligt geen “harde” overeenkomst onder de vergoeding van deze kosten door Rijkswaterstaat. Daarom hebben we geen grondslag om een vordering op Rijkswaterstaat in de jaarrekening op te nemen. We dekken deze kosten dus eerst uit de reserve bereikbaarheid en op het moment dat we het bedrag ontvangen verrekenen we dit weer met de reserve Bereikbaarheid.
Antwoord a De nominale begroting is de stand van de programbegroting tot en met tweede begrotingswijziging 2019 (tweede kwartaal 2019). Alle begrotingswijzigingen die volgen op de tweede begrotingswijziging 2019 worden niet meer in de nominale begroting verwerkt maar komen terug in de actuele begroting. Voor Parkeren betreft dat de indexering van de parkeerbaten en -lasten en de mutaties zoals toegelicht in het MPR 2020. Antwoord b In de tweede bestuursrapportage hebben we getracht een zo goed mogelijk verloop van de parkeerbaten te schetsen. Bij het opstellen van de tweede bestuursrapportage (einde zomer 2020) is niet voorzien dat het kabinet in het vierde kwartaal 2020 de coronamaatregelen zou aanscherpen en over zou gaan tot een tweede lockdown.
De parkeerexploitatie wordt jaarlijks (meerjarig) in het MPR geactualiseerd. Het verwachte effect van de Corona-crisis (lagere parkeerbaten) is niet verwerkt in de begroting. Over de afwijking van de gerealiseerde baten ten opzichte van de begrote baten wordt
a) Waarom tussen nominale begroting en actuele begroting nog gestegen met 2 mln. b)Was effect van € 7,4 mln ten tijde van 2e bestuursrapportage nog niet te voorzien c.q. waarom is begroting niet aangepast.
c) De compensatie wordt administratief geboekt op de algemene middelen en niet op het programma, maar we willen graag inzicht in hoe dit zich verhoudt tot de gederfde inkomsten. Hoeveel compensatie is in 2020 ontvangen en hoeveel wordt in 2021 nog verwacht wat betrekking heeft op 2020? Heeft Utrecht de lagere opbrengsten 2020 volledig gecompenseerd gekregen? Wanneer vindt definitieve vaststelling en opbrengstboeking plaats? Zie ook vraag 17
gerapporteerd in de bestuursrapportage en de jaarrekening. Hiermee zijn de gevolgen van de Corona crisis ook goed inzichtelijk. Daarnaast wordt de coronacompensatie van het Rijk gebaseerd op de begrote parkeerbaten, aanpassen van de begroting zou kunnen leiden tot een lagere coronacompensatie. Antwoord c De coronamaatregelen hebben in 2020 geleid tot een inkomstenderving van totaal 7,101 mln euro bij parkeren. De compensatie van het Rijk in verband met de gederfde parkeerinkomsten bedraagt 5,551 miljoen euro en is in 2020 ontvangen. De gederfde parkeerinkomsten zijn (nog) niet volledig gecompenseerd door het Rijk (tekort van 1,550 miljoen euro). BZK heeft op 28 mei 2020 in een brief laten weten dat de gemeenten compensatie krijgen voor inkomstenderving periode 1 maart tot en met 1 juni 2020. Voor het bepalen van de definitieve compensatie van de inkomstenderving over 2020 geldt de afspraak dat dit in 2021 gebeurt op basis van de vastgestelde jaarrekeningcijfers 2020. De opbrengstboeking (5,551 miljoen euro) heeft plaatsgevonden als mutatie in de algemene reserve en is toegelicht in de jaarrekening. De parkeerexploitatie 2020 sluit na verwerking van de coronacompensatie af met een positief resultaat van 0,122 miljoen euro (zie ook antwoord bij vraag 17).
24 Lasten parkeren etc: Ook hier een onderschrijding
Antwoord a Dat is juist. Berlijnplein is technisch opgeleverd en wordt in 2021 geëxploiteerd (waardoor lagere kapitaallasten dan begroot). Naar verwachting zal het fietsdepot medio 2021 verhuizen en zal House Modernes eind 2021 in gebruik genomen worden. Antwoord b De boekwaarde van het huidig fietsdepot kan niet worden afgewaardeerd zolang het depot nog in gebruik is. De financiële richtlijnen schrijven voor om af te schrijven op het depot zolang het
Lasten 04-1-2-1 04-1-2-2 04-1-2-3
Uitvoeren maatregelen fietsparkeren Uitvoeren maatregelen autoparkeren Uitvoeren maatregelen mob.en verkeersman Totaal Lasten
8.358
7.660
8.640
9.185
8.481
703
9.203
17.915
16.467
18.965
19.159
18.533
626
18.834
10.773
6.164
2.814
5.960
4.946
1.014
3.349
37.046
30.290
30.419
34.304
31.961
2.343
31.387
In toelichting blijkt met name achterstanden in realisatie: -vertraagde oplevering van parkeergarage Berlijnplein en de latere eind gereedmelding parkeergarage Croeselaan (bij elkaar 0,769 miljoen euro). - Een belangrijke verklaring is de sluiting van fietsenstalling Smakkelaarsveld en dat fietsenstalling House Modernes nog niet open is terwijl de exploitatielasten hiervoor wel al in de begroting zijn opgenomen (0,767 miljoen euro). House Modernes zal in 2021 in gebruik worden genomen. Daarnaast zijn de lasten bij een aantal fietsparkeerprojecten waaronder de inzet van fietscoaches lager uitgevallen (0,496 miljoen euro) en zijn er in verband met coronavirus minder weesfietsenacties uitgevoerd (0,102 miljoen euro). De verhuizing van het huidige fietsdepot is vertraagd en uitgesteld naar 2021. Hierdoor heeft de afwaardering van de boekwaarde van het fietsdepot eind 2020 niet plaatsgevonden (0,210 miljoen euro). Deze afwaardering zal bij definitieve verhuizing in 2021 alsnog plaatsvinden Vraag: a. Is het samenvattend juist om te stellen dat lasten lager zijn, omdat activiteiten niet conform planning konden worden uitgevoerd? b. Waarom is afwaardering fietsdepot niet per 31-12-2020 doorgevoerd?
depot in gebruik is, en af te waarderen op het moment van verhuizen en het depot wordt gesloopt.
5. Investeringen en kapitaallasten 25*
De hoofdlijn van de vragen willen we graag in het gesprek op 14 april aan de orde stellen. Specifieke cijfermatige toelichtingen kunnen schriftelijk afgedaan worden De gerealiseerde investeringen 2020 zien er als volgt uit:
Antwoord a Bovenstaand staatje zegt niet over het bedrag dat we jaarlijks doorschuiven, maar het geeft een beeld van de kredieten die zijn vrij gevraagd voor meerdere jaren. Het bedrag dat in de kolom “Actuele begroting t/m 2020” is opgenomen betreft het bedrag dat beschikbaar is voor de gehele investering. De geplande uitgaven hangen samen met de uitvoeringsplanning en die is vaak meerjarig. Hieronder het beeld voor 2018 en 2019, maar het zegt dus niets over de onderbesteding, maar wel over de resterende ruimte binnen de kredieten voor de komende jaren. 2018
a)
Dit staatje geeft het totaalbeeld op basis van de vastgestelde kredieten. Hoe was dit beeld op basis van de jaarschijven 2018-2019-2020? Wordt er elk jaar veel doorgeschoven? Is er onderschrijding van de kapitaallasten? Hoe kan de raad inzicht verkrijgen in de voortgang van de beschikbaar gestelde kredieten en de feitelijke realisatie hiervan? Welke vertragingen zitten erin , hoe lang duurt het voor invsteringen zijn uitgevoerd, wat is gelukt en niet gelukt
2019 Geautorise erde uitgaven t/m Begroting 2019
Gewijzigd in
Actuele stand
2019
krediet
Projecten Fiets
101.196
5.290
Projecten Openbaar vervoer
282.915
Projecten Auto Projecten Park & Ride Projecten Duurzaam vervoer
Projecten
Totaal
Restant
realisatie
ultimo
t/m 2019
2019
106.486
72.194
34.292
2.742
285.657
225.539
60.118
36.716
39.659
76.375
33.380
42.995
0 22.573
0 2.167
0 24.740
0 19.940
0 4.800
Maatregelen aanpak luchtkwaliteit
11.850
5.637
17.487
11.400
6.087
Projecten Parkeren Project Verkeersveiligheid en wijken
1.707 13.915
3.820 2.917
5.527 16.832
1.236 9.560
4.291 7.272
Totaal uitbreidingsinvesteringen
470. 872
62. 232
533. 104
373. 249
159. 855
Totalen per categorie
De investeringen in maatschappelijk nut lopen grotendeels via de exploitatie. Alleen investeringen van 5 miljoen euro of meer activeren we. Er is geen sprake van onderschrijding van de kapitaallasten, wel een onderschrijding ten opzichte van de begrote uitgaven in een bepaald jaar op basis van het kasritme. Jaarlijks zo’n 20% dat wordt doorgeschoven naar een volgend jaar. Over de voortgang van beschikbaar gestelde kredieten wordt twee keer per jaar gerapporteerd in de investeringsstaat die als aparte bijlage wordt aangeboden bij de programmabegroting en bij de jaarrekening. Daarnaast rapporteren we over grote projecten in de 1e en 2e bestuursrapportage. Sinds het voorjaar 2020 maken we een voortgangsrapportage programma bereikbaarheid. Deze voortgangsrapportage wordt twee keer per jaar geactualiseerd en ter informatie aangeboden aan de raad; als bijlage bij het Meerjarenprogramma Bereikbaarheid (MPB) in het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) en separaat in het najaar. b) Totale kredieten voor investeringen staan open voor € 350 miljoen. Er wordt in 2020 ongeveer voor € 50 miljoen besteed. Met dit tempo duurt dat dus 7 jaar, is die conclusie juist?
Antwoord b Dat is per investering heel verschillend. In de investeringsstaat zijn verschillende typen projecten opgenomen. Sommige projecten verlopen volgens de stappen
in het Utrechts Plan Proces, maar er zijn ook projecten die in feite alleen een bijdrage zijn aan een ander programma of aan derden. Daarnaast zijn er nog projecten die meer het karakter van programmakosten hebben, zoals de projecten voor verkeersveiligheid en mobiliteits- en verkeersmanagement. Dit zijn projecten die doorlopen en waarvoor we de kredieten telkens voor een paar jaar laten ophogen. Het is dan ook heel moeilijk om over een gemiddelde te spreken. c)
In het overzicht staat veel gereed in 2021/2022. Is er zicht op dat dit daadwerkelijk gerealiseerd kan worden?
Antwoord c Op basis van de meest recente inzichten is deze investeringsstaat bij de jaarrekening opgesteld. We monitoren dit (zie antwoord op vraag a) en stellen waar nodig bij.
d) In de investeringsstaat staan projecten die gestart zijn in 2003/2005/2008 etc. Hoe kunnen we als raad aandacht besteden aan projecten die al heel veel jaren lopen maar nog niet zijn afgerond
Antwoord d Zie ook het antwoord onder b). Dat er soms jaartallen van lang geleden staan hoeft op zich niets te zeggen. Het betreft soms meerjarige programma’s die aldoor doorlopen. Sommige Utrechts Plan Proces projecten hebben een nasleep doordat de financiële afhandeling nog moet plaats vinden, de projecten zijn dan fysiek al wel opgeleverd (bijvoorbeeld de Dafne Schippersbrug, busbaan Dichterswijk).
e)
In de programmabegroting 2020 stond categorie A projecten op 532.597: waarom zien we dat hier niet terug in dit staatje, wat betreft het verschil
Antwoord e Het bedrag van 532.597 euro zie je inderdaad niet in dit staatje terug. Dat komt doordat er in de tijdspanne tussen de programmabegroting 2020 en de jaarrekening 2020 projecten zijn afgesloten (bij de jaarrekening 2019).
f)
In 2020 is voor € 34 miljoen een nieuwe kredieten goedgekeurd. Op welke momenten heeft de raad de kredieten hiervoor geautoriseerd?
Antwoord f Het grootste bedrag (32 miljoen euro) is bij de eerste bestuursrapportage 2020 goedgekeurd. Daarnaast zijn er in 2020 voor het voorrangsplein ’t Goylaan (1,2 miljoen euro) en de verplaatsing en uitbreiding tijdelijke P&R Papendorp v(1,213 miljoen euro) kredieten via aparte raadsvoorstellen vrij gevraagd.
g)
Onderhoud gebouwen: budget € 866.000. Besteed € 1.274.000. Dat is een forse overschrijding. Graag nog toelichting
Antwoord g Voor het onderhoud aan parkeergarages, transferia en stallingsvoorzieningen is er binnen de parkeerexploitatie regulier onderhoudsbudget van circa 0,86 mln euro. Daarnaast is er een onderhoudsreserve om de schommelingen van het meerjarig onderhoud op te kunnen vangen. Als er in een jaar meer onderhoud
gepleegd wordt dan er aan regulier onderhoudsbudget is dan worden de hogere kosten gedekt uit de onderhoudsreserve. Wanneer de onderhoudskosten in een jaar lager zijn dan het regulier onderhoudsbudget dan vindt er storting plaats in de onderhoudsreserve. In het MPR en de jaarrekening worden de stortingen en de onttrekkingen door de raad vastgesteld. Begrote onttrekkingen in een jaar zullen alleen in werkelijkheid plaatsvinden wanneer dit nodig is voor een sluitende parkeerbegroting.
h) In het meerjarenperspectief ruimte is opgenomen: we programmeren in 2020/2021 vanwege corona alleen acute knelpunten: hoe wordt dat zichtbaar in de investeringen?
i)
Hoe is gewaarborgd dat we bijdragen derden (volgens investeringsstaat € € 383.973.000) volledig in beeld hebben
Het totaal beschikbare budget voor de Noordelijke Randweg Utrecht komt hiermee op 230,1 miljoen euro. Van dit budget is een 45,1 miljoen euro geautoriseerd en daarom opgenomen onder categorie A. Het resterende bedrag van 184,9 miljoen euro staat onder categorie B. j)
Wat is het criterium dat het van B naar A gaat, wat is het precies het verschil, wat is de timing
Antwoord h Doordat we geen nieuwe investeringen programmeren en alleen de acute knelpunten oplossen. Zie ook het antwoord op vraag 5. De nieuwe kredieten die we in 2020 vrij vragen vanuit gemeentelijk geld bedragen 0,625 miljoen euro. Daarnaast vragen we alleen kredieten vrij voor projecten die al geprogrammeerd waren of voor bijdragen van derden (budgettair neutrale bijsturing). Antwoord i Bij de jaarlijkse herprogrammering van het MPB actualiseren we de kasritmes van de projecten. Daarbij wordt ook gekeken naar de dekking. Op onderliggende projectkaarten is per project uitgewerkt hoe de dekking geregeld. Vanuit projectcontrol worden de lasten en baten periodiek gemonitord. Als er zicht is op subsidiabele kosten, dan wordt dit gemeld op de lijst met “Aandachtspunten MPB. Jaarlijks wordt deze herprogrammering van lasten en baten betrokken bij het MPB. Antwoord j Bij de besluitvorming over de A of B investeringen wordt het Utrechtse Plan Proces gevolgd (timing wordt bepaald door de projectfases). Cat. A: betreffen investeringen waarover al eerder besluitvorming heeft plaatsgevonden of waarover geen verdere besluitvorming vereist is omdat het project past binnen al eerder vastgesteld beleid zoals een meerjarenplanning. Cat B: betreffen investeringen waarover de Raad nog verder wordt geïnformeerd via een raadsvoordracht voordat met het project wordt gestart.
Inzet van de middelen is pas mogelijk na de raadsvoordracht.
k)
l)
26
Zitten de kapitaallasten van deze investeringen categorie B al wel in de meerjarenbegroting?
Antwoord k Ja in de meerjarenbegroting van bereikbaarheid is rekening gehouden met deze kapitaallasten.
Is er op lange termijn genoeg geld beschikbaar in de begroting voor projecten bereikbaarheid, ook gelet op ambitie in meerjarenperspectief Ruimte?
Antwoord l We weten dat we met de huidige middelen niet de ambitie waar kunnen maken. Dit vraag om een investering van enkele miljarden in samenwerking met rijk en provincie. Hierop wordt verder ingegaan in het Mobiliteitsplan en de investeringsstrategie van de RSU.
Follow up bevindingen raadstoets 2019: toen is o.a. het volgende over investeringen gerapporteerd: Verbeter de sturing en verantwoording op investeringskredieten (uitbreiding en vervanging) in relatie tot Antwoord ede raad. Belangrijke investeringsbesluiten worden soms impliciet genomen, afwegingen rondom investeringen over de programma’s heen zijn niet helder, rondom vervangingsinvesteringen is de besluitvorming niet helder, bij vrijvallende kapitaallasten is de raad minimaal betrokken om mee te sturen op de inzet en kredietoverschrijdingen komen in de verantwoordingsstukken niet helder naar voren.
Antwoord: Bij bereikbaarheid gaat het om de uitbreidingsinvesteringen. Bij het huidige MPR zal een toelichting worden opgenomen hoe en bij welke p&c-stukken de kredieten worden vrij gevraagd (investeringen op de A-lijst). B-investeringen worden middels een apart raadsbesluit vrij gevraagd.
Vraag: zijn er in 2020 nog concrete acties hierop ondernomen?
6. Reserve bereikbaarheid 27*
Hoofdlijn graag in gesprek 14 april, staatje schriftelijk Reserve Bereikbaarheid Vraag: a. Hoe is het verloop van deze reserve in begroting en jaarrekening, uit de aangeleverde informatie kunnen we dat niet helemaal reconstrueren? Stand 1/1/2020 Toevoegingen Onttrekkingen Stand 31/12/2020
b. c. d. e.
Begroot 15.527 8.085 15.923 7.689
Antwoord: a) Het verloop van de reserve wordt toegelicht in de paragraaf reserves van de jaarrekening en begroting. Het meerjarige verloop wordt daarnaast toegelicht in het MPB. Op basis van de bijgestelde programmering in een betreffende jaar en de verschuivingen in het kasritme wordt het meerjarige effect op de reserve weergegeven. (tabel uit MPR 2020)
Werkelijk 15.527 8.085 11.444 12.168
Waarom zulke hoge volumes via de reserve, kan er niet meer via de exploitatie Waarom is de toevoeging (zowel begroot als werkelijk) veel hoger als de onttrekking. Hoe is dat beeld meerjarig. Is er een bestedingsplan van de reserve bereikbaarheid en kunnen wij die ontvangen? Verklaring afwijkingen tussen begroting en werkelijk?
Reserve Meerjaren Investeringen Bereikbaarheid In verband met de uitvoering van het programma Bereikbaarheid is een bestemmingsreserve ingesteld voor de dekking van de meerjarige projecten zoals opgenomen in het MPR 2020. De afwijkingen ten opzichte van de begrote planning, zijn hierboven toegelicht, en ontstaan door vertraging of versnelling van projecten (kasritme). Dit leidt tot een verschuiving van de lasten en baten naar de toekomstige jaren. Vraag:Deze reserve dekt de kapitaallasten van projecten of zijn het lasten van explotatieprojecten?
NB de onttrekking en toevoegingen die in de begroting zijn opgenomen (zie de linkertabel), zijn lager, omdat we alleen het verschil tussen het beschikbare budget en de netto-kosten per product verrekenen met de reserve Bereikbaarheid. b) Omdat het een meerjarig investeringsprogramma betreft lopen uitgaven in een jaar niet gelijk met de gemeentelijke bijdrage. Wanneer dit via de exploitatie zou lopen zou dit alleen maar leiden tot tekorten en overschotten die via het jaarresultaat lopen. De financiële systematiek werkt als volgt: Jaarlijks wordt een bedrag vanuit gemeentelijke middelen toegevoegd aan het meerjarenprogramma bereikbaarheid. Daarnaast wordt een deel van de investeringen gedekt vanuit gelden van derden (met name subsidies). Met dit beschikbare budget kunnen projecten meerjarig worden geprogrammeerd. Binnen het meerjarenprogramma bereikbaarheid is een reserve ingesteld waardoor de fasering van de uitgaven niet gelijk hoeven te lopen met de beschikbare budgetten in een bepaald jaar. De verschillen worden verrekend met de reserve en deze reserve mag niet onder nul uitkomen. De
financiële voordelen uit afgesloten projecten worden ingezet voor knelpunten en nieuwe investeringen, tegenvallers worden opgevangen binnen het programma. c) De constatering dat de toevoeging hoger is dan de onttrekking is niet juist. We voegen 8,085 miljoen euro toe en onttrekken 11,444 miljoen euro. In sommige jaren is de toevoeging weer hoger dan de onttrekking. Dit is afhankelijk van de verwachte uitgaven in een jaar (MPB). d) Het bestedingsplan is het MPB. Deze krijgt de Raad jaarlijks tegelijkertijd met de behandeling van de Voorjaarsnota/ 1e Berap e) Verklaring tussen begroting en werkelijk wordt toegelicht onder het programma bereikbaarheid (3e W wat heeft het gekost?) en heeft te maken met: Resultaat op afgesloten projecten Minder/meer uitgaven dan begroot in een bepaald jaar. Kosten vallen dan in een ander jaar dan verwacht (kan alleen kasritme zijn maar ook bij vertraging of juist versnelling van de uitvoering tov de verwachting) Bijdragen van derden die afwijken van de begroting (ontvangen in een ander jaar dan begroot of werk met werk). Verklaringen specifiek voor 2020 wordt toegelicht bij de jaarrekening Laatste vraag over afschrijvingskosten of de lasten van exploitatie van projecten: Er zijn drie varianten mogelijk: 1.
Op basis van de BBV regels en de nota Waarderen en Afschrijven activeert de gemeente Utrecht investeringen met Maatschappelijk nut als er meer dan 5 miljoen eigen geld in zit. De algemene regel is dat we daarbij een vaste activa vormen ter dekking van de kapitaallasten. De vorming van deze vaste activa reserve wordt gedekt vanuit de reserve Bereikbaarheid. De kapitaallasten worden na oplevering van het project verwerkt in de exploitatie en gedekt door een onttrekking uit de Materiële vaste activa reserve. 2. Voor enkele projecten is door de Raad een uitzondering gemaakt (o.a. Westelijke Stadboulevard en busbaan Dichterswijk-gemeentelijke bijdrage). Deze projecten activeren we zonder het vormen van een vaste activa reserve. Hiervoor geldt inderdaad dat we de kapitaallasten dekken vanuit de reserve. 3. Voor investeringen onder de 5 miljoen euro worden de lasten rechtstreeks ten laste van de exploitatie geboekt en dekken we deze kosten vanuit de reserve Bereikbaarheid. Voor alle drie de varianten geldt dat we niet alle netto- kosten verrekenen met de reserve, maar alleen het verschil tussen het beschikbare bedrag in de begroting en de totale geraamde netto lasten (inclusief storting in vaste activa reserve)