Voorjaarsnota 2021 en Eerste Bestuursrapportage 2021.pdf
Tekst van het document
Voorjaarsnota 2021 / Eerste Bestuursrapportage 2021
1
Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................ 5
Deel 1: Voorjaarsnota 2021 ................................................................................ 7 1. Een groeiende stad in een wereldwijde crisis ................................................. 9 1.1. Inleiding............................................................................................................................. 9 1.2 Impact van de coronacrisis .................................................................................................. 10 1.3 Verwachtingen scenario's duur crisis...................................................................................... 11 1.4. Financiële situatie: kiezen in een context van onzekerheid en krapte ......................................... 11 1.5. Aanpak: investeren in plaats van bezuinigen ......................................................................... 14 1.6. Financiële strategie op hoofdlijnen ....................................................................................... 15
2. Wat willen we bereiken ................................................................................ 19 2.1. Herstel uit de crisis ............................................................................................................ 19 2.2. Nieuwe activiteiten om de kwaliteit en leefbaarheid van de stad te versterken ............................ 26 2.3. Investeren in een gezonde ontwikkeling van de stad ............................................................... 32 2.4. Knelpunten ....................................................................................................................... 38
3. Actualisatie financieel beeld ......................................................................... 45 3.2. Financiële ontwikkeling ....................................................................................................... 46
Deel 2: Eerste Bestuursrapportage ................................................................... 59 4. Uitvoering programma's ............................................................................... 60 4.1 Financiële ontwikkelingen maatregelenpakketten corona .......................................................... 60 4.2. Incidentele middelen voor Jeugd .......................................................................................... 60 4.3 Impact Corona op inhuurplafond ........................................................................................... 60
5. Investeringen ............................................................................................... 61 5.1 Uitvoering grote investeringsprojecten 2021 ........................................................................... 61 5.2 Bijsturingsvoorstellen investeringsprojecten 2021 ................................................................... 71
6. Budget neutrale bijsturingsvoorstellen ......................................................... 77 6.1 Financiële voorstellen .......................................................................................................... 77 6.2 Overheveling taken naar gemeenten ..................................................................................... 85 6.3 Aanpassingen in de programmastructuur ............................................................................... 89
3
Colofon Voorjaarsnota 2021 en Eerste Bestuursrapportage 2021 Uitgave Gemeente Utrecht Repro Office Centre Informatie Gemeente Utrecht Bedrijfsvoerings- en strategienetwerk Afdeling FIJ Postbus 16200 3500 CE Utrecht www.utrecht.nl/Voorjaarsnota
4
Voorwoord Raadsvoorstel nummer 65 Utrecht, 20 mei 2021
Voor u ligt de Voorjaarsnota 2021 en Eerste Bestuursrapportage 2021 van de gemeente Utrecht. De Voorjaarsnota maken we jaarlijks als voorbereiding op de programmabegroting. Met deze voorjaarsnota actualiseren we het financieel beeld en maken we waar mogelijk en nodig nieuwe keuzes, waarbij het Coalitieakkoord “Utrecht ruimte voor Iedereen" de basis is. Samengevat hebben we in deze voorjaarsnota de volgende keuzes gemaakt. Om onontkoombare knelpunten die we op ons af zien komen op te lossen, om te blijven investeren in de gezonde groei van de stad en om op een aantal terreinen extra te investeren. Om dit mogelijk te maken is een pakket van incidentele en structurele maatregelen nodig. Hiermee zorgen we voor een structureel sluitend begrotingsbeeld.
Wij wensen u veel leesplezier. De secretaris, Gabrielle G.H.M. Haanen
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
5
Deel 1: Voorjaarsnota 2021
7
1. Een groeiende stad in een wereldwijde crisis 1.1. Inleiding Utrecht is een stad in ontwikkeling in een ongekende crisis. Dat zorgt voor een zeer moeilijke context voor deze voorjaarsnota. Vorig jaar april besloot uw raad om de integrale afweging van de voorjaarsnota te verplaatsen naar de programmabegroting, omdat de coronapandemie net was uitgebroken en we onvoldoende zicht hadden op het verloop en de effecten ervan. Nu, een jaar later, tekent zich - hoewel we nog steeds niet verlost zijn van het virus en de maatregelen – een duidelijker beeld af van waar we staan. Eén ding is in ieder geval helder; ook als straks de gezondheidscrisis onder controle is, zullen de maatschappelijke en economische effecten onze aandacht blijven vragen. Koers: ‘Blijven investeren in een gezonde en veerkrachtige stad’ Om Utrecht er na de coronacrisis zo snel mogelijk weer bovenop te helpen, blijven we volop investeren in een gezonde en leefbare stad voor iedereen. Utrecht is veerkrachtig, maar net als andere steden zijn inwoners door de coronacrisis hard geraakt in hun dagelijks leven, vooral jongeren, zzp’ers en het midden- en kleinbedrijf, zoals horeca, retail, evenementen en cultuur. De crisis brengt mooie initiatieven, waarmee de veerkracht van inwoners zichtbaar wordt, maar tegelijk is de kansenongelijkheid in de stad toegenomen.
De crisis duurt langer en de impact is groter dan eerder gedacht. We blijven ons daarom inzetten voor het versterken de bestaanszekerheid voor kwetsbare inwoners én we investeren in de gezonde ontwikkeling van de stad voor iedereen. We hebben een forse opgave om de begroting structureel sluitend te krijgen, onder andere omdat we minder geld krijgen uit het Gemeentefonds. In deze context kiezen we nadrukkelijk niet voor forse bezuinigingen. Nu snijden in voorzieningen zoals onze dienstverlening of het onderhoud en kwaliteit van de openbare ruimte is het laatste wat de stad van ons verwacht. Met bezuinigingen brengen we voorzieningen in de stad schade toe, wat het herstel belemmert. Deze tijd vraagt om een stevige rol voor de overheid om de stad er weer bovenop te helpen. We zorgen daarbij dat het herstel ten goede komt aan iedereen in de stad, vooral ook de groepen voor wie het lastig is om na de crisis er zelf weer bovenop te komen. We rekenen daarbij ook op eerlijke compensatie van het Rijk, daar hebben onze inwoners recht op. Zowel voor de kosten als gevolg van de crisis, als voor tekorten op specifieke dossiers waaronder jeugdzorg, omgevingswet en klimaat. Ook zetten we onze financiële buffers in. Dit gaat gepaard met de afspraak die zo snel mogelijk na de crisis weer aan te vullen.
En om te kunnen blijven investeren in een evenwichtige begeleiding van de groei van de stad, wijzigen we een aantal gemeentelijke belastingen op een manier waarop iedereen een redelijke bijdrage levert aan een gezond en toekomstbestendig Utrecht voor iedereen. Kortom: door samen met het Rijk en andere partners volop te blijven investeren in de groeiende stad komen we sneller en sterker uit de crisis. We ondersteunen mensen die hard zijn geraakt door de crisis én investeren in de kwaliteit en de toekomst van de stad voor iedereen.
We zien ons in onze aanpak gesteund door onderzoeken van bijvoorbeeld het recente Centraal Economisch Plan 2021 (CEP; 31 maart 2021) van het Centraal Planbureau. Het basisscenario van het CEP geeft aan dat er gelijk een economisch herstel optreedt in het tweede kwartaal van 2021. De verwachting is dat de consumptie “sterk zal toenemen zodra winkels en horeca weer helemaal opengaan”. Bezuinigingen, waarmee we bestaande dienstverlening en voorzieningen afbreken, belemmeren het herstel van de stad.
9
1.2 Impact van de coronacrisis Ondanks het feit dat Utrecht een veerkrachtige stad is, raakt de crisis bepaalde groepen en gebieden hard. In het rapport van de “Taskforce Maatschappelijke Effecten Corona”, Samenwerken aan een veerkrachtige stad (hierna: Taskforce Corona of Taskforce advies), is een analyse gegeven van de stad na een jaar corona en de impact van de crisis voor de middellange termijn. We noemen de belangrijkste effecten op een rij: • Een aantal groepen in de stad wordt hard getroffen door de crisis. Het gaat met name om zzp’ers, kwetsbare kinderen en jongeren, eenzame ouderen, mensen met een laag inkomen en sommige mkb-ondernemers (zoals horeca, evenementen en retail). Dit versterkt de verschillen en de kansenongelijkheid in de stad. • De verwachting is dat de werkloosheid in de private sector – die tot nu toe beperkt bleef – fors zal toenemen als de steunmaatregelen van het Rijk straks worden afgebouwd en stopgezet. • De binnenstad wordt hard geraakt als gevolg van de coronamaatregelen, de leegstand loopt snel op. Corona zorgt voor een versnelling van de transitie in de retail. • Over de breedte van het onderwijs zien we leervertragingen als gevolg van onderwijs op afstand. Het stopzetten van fysieke onderwijsactiviteiten heeft gevolgen voor de ontwikkeling van leerlingen en studenten in belangrijke fases van hun leven.
• Het aantal zorg- en ondersteuningsvragen vanuit de WMO en de Jeugdwet neemt toe. De problematiek is vaker zwaarder en complexer van karakter dan voorheen. • Veel culturele en maatschappelijke voorzieningen komen in de problemen vanwege een terugloop in de bezoekersaantallen. • Er is een toename in het gebruik en herwaardering van de openbare ruimte en groen. • De totale geregistreerde criminaliteit is gedaald, maar jongerenoverlast en cybercrime nemen zeer fors toe. • De pandemie heeft geleid tot meer thuiswerken. We weten niet hoe dit zich in de toekomst zal ontwikkelen, maar we verwachten dat Utrecht populair blijft als vestigings- en ontmoetingsplek vanwege de centrale ligging. Dat betekent dat de vraag naar kantoor- en ontmoetingsruimte groot zal blijven, in een markt die al zeer krap was. • Door het thuiswerken nam de mobiliteit sterk af en dat zorgde voor minder druk op het openbaar vervoer. Het is onzeker in welke mate de trend van thuiswerken doorzet en wat de langere termijn verder brengt, bijvoorbeeld als mensen het OV blijven mijden vanwege angst voor besmettingen. We blijven deze ontwikkelingen monitoren vanwege de betekenis ervan voor de verstedelijkingsopgave. • De crisis biedt een grotere voedingsbodem voor ondermijning en (drugs-)criminaliteit door verslechterende omstandigheden bij sociaal kwetsbare personen, gezinnen en ondernemers.
Zij worden een gemakkelijk doelwit voor de georganiseerde criminaliteit. Leegstaande panden worden als dekmantel gebruikt voor ondermijnende activiteiten. • Er zijn signalen dat polarisatie toeneemt, veroorzaakt door de coronamaatregelen. Ook groeit het aantal mensen dat complottheorieën aanhangt en anti-overheidssentimenten heeft. Dit zijn de belangrijkste en meest in het oog springende effecten die we nu zien in de stad. Maar zoals gezegd, de verwachting is dat de maatschappelijke en economische effecten nog lang zullen na-ijlen. Daarom moeten we gesteld staan, herstel aanjagen en blijven investeren in de toekomst van Utrecht.
10
1.3 Verwachtingen scenario's duur crisis Net zoals bij de Kaderbrief 2020 en de Programmabegroting 2021 heeft de gemeente in deze Voorjaarsnota 2021, mede als gevolg van Corona, te maken met onvermijdelijke kosten, zoals stijgende zorgkosten, en derving van inkomsten uit onder andere parkeerheffingen en toeristenbelasting. Bij de Kaderbrief 2020 en de Begroting 2021 zijn we uitgegaan van een scenario dat er gaandeweg het tweede kwartaal 2021 meer economische mogelijkheden zijn en medio 2021 weer meer volledig gaat functioneren. Ook in deze Voorjaarsnota 2021 gaan we uit van dit scenario; het zogenaamde ‘scenario C’ van het Centraal Planbureau. In het eerdergenoemde Centraal Economisch Plan 2021 van het Centraal Planbureau gaat de basisraming eveneens uit van een scenario dat sterk lijkt op ‘scenario C’. Ze geven daarbij aan dat de “economie veerkrachtig is” en het “als geheel eigenlijk goed doet”. Scenario C gaat weliswaar uit van een economie die vollediger gaat functioneren per medio 2021, maar in dit scenario zijn wel na-ijleffecten meegenomen. Toegenomen druk op sociale voorzieningen, die ook voor corona onder druk stonden, zullen bijvoorbeeld niet plots verdwenen zijn maar nog langere tijd inspanningen vragen van de gemeente en haar partners.
Hoewel we ons gesterkt zien in onze keuze voor scenario C vanwege recente publicaties van bijvoorbeeld het CPB, zijn er ook onzekerheden, zoals de vaccinatiebereidheid en het vaccinatietempo. Een bepalende factor binnen scenario C is de mate waarin het Rijk de gemeente compenseert. Verder kunnen zich ook ontwikkelingen voordoen die het scenario beïnvloeden. We weten dat er mutaties van het virus kunnen ontstaan en dat vaccinaties mogelijk niet werkzaam zijn tegen deze nieuwe varianten. In de berekening van het weerstandsvermogen is rekening gehouden met de mogelijkheid van een negatiever scenario. Dit ‘scenario D’ gaat uit van een volledig functionerende economie per 1 januari 2022. In de berekeningen van de weerstandsratio gaan we uit van de risico-inschatting van 25% dat ‘scenario D’ zich voordoet.
1.4. Financiële situatie: kiezen in een context van onzekerheid en krapte De context van onzekerheid over de rijksbijdrage, het negatieve vertrekpunt van de septembercirculaire 2020 en de onvermijdelijke kosten van de coronacrisis zorgen voor de grootste opgave om tot een sluitend financieel beeld te komen sinds de economische crisis van begin jaren ‘10. De gemeente Utrecht wordt met deze stevige financiële opgave geconfronteerd vanuit een solide financieel vertrekpunt. In deze paragraaf lichten we de onzekerheden, de krapte en het financiële vertrekpunt verder toe. We ronden de paragraaf af met een doorkijk naar de financiële keuzes die het college voorstelt.
1.4.1. Financieel beeld: onzekerheid vanwege onduidelijkheid vanuit het Rijk Bijdragen van het Rijk zijn goed voor ongeveer twee derde van totale inkomsten van de gemeente. In 2019 zijn onderzoeken gestart die moeten leiden tot een herijking van het gemeentefonds. Daarnaast is het accres vanwege de coronacrisis ‘bevroren’. Deze ontwikkelingen leiden tot onzekerheid met betrekking tot deze belangrijke inkomstenbron. De uitkomst van de herijking van het gemeentefonds is nog steeds onzeker. De eerste resultaten laten een lichte plus zien voor de gemeente Utrecht, als enige van de vier grote gemeenten. Naast dat deze uitkomst hoogst onzeker is, zijn de middelen ontoereikend voor de maatschappelijke opgaven waar Utrecht voor staat. Wij verwachten geen duidelijkheid over de herijking bij de begroting 2022. De omvang van het gemeentefonds beweegt mee met de rijksuitgaven volgens de methode van de ‘trap op en trap af’: besteedt het Rijk meer, dan ontvangen gemeenten meer inkomsten en vice versa. Deze beweging, het accres, is als gevolg van de coronacrisis tijdelijk bevroren en onduidelijk is welke uitgaven
11
het Rijk in 2022 wel en niet meeneemt in de berekening. Dit zorgt voor onzekerheid over het nieuwe instapniveau van het accres gemeentefonds. Tot slot spelen andere onzekerheden met betrekking tot de inkomsten van het Rijk voor specifieke taken. Denk daarbij aan middelen voor klimaat, jeugdzorg, WMO-abonnementstarief. Ook vinden nog onderzoeken plaats naar de financiële middelen die gemeenten nodig hebben voor de uitvoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw. In paragraaf 1.6 lichten we verder toe hoe we met deze onzekerheden omgaan en welke aannames we hierin hanteren.
1.4.2. Grootste financiële opgave sinds jaren '10 De gemeente Utrecht staat voor een stevige financiële opgave. De tekorten die wij hieronder toelichten tellen op tot 20,6 miljoen euro structureel (het bedrag in 2025 in onderstaande tabel van 20,7 miljoen minus een incidenteel bedrag in dat jaar van 0,090 miljoen euro) en 20,2 miljoen euro incidenteel (verspreid over meerdere jaren). Meer dan de structurele tekorten van de afgelopen jaren (3,6 miljoen euro bij de begroting 2021 en 6,4 miljoen euro bij de begroting 2020). Utrecht staat daarmee voor de grootste financiële opgave om te komen tot een sluitend financieel beeld sinds de kredietcrisis van 2008. Hieronder lichten wij de oorzaken en omvang van deze opgave kort toe.
In de tabel worden het beschikbare en het benodigde budget weergegeven van 2021 tot en met 2025.
1.4.3. Tekort door negatief meerjarenbeeld gemeentefonds De circulaires van het Rijk uit 2020 geven voor Utrecht door een actualisatie van de maatstaven een negatief meerjarenbeeld. Zo leidt een meerjarige stijging van het aantal landelijke bijstandsgerechtigden tot negatieve herverdeeleffecten. Omdat wij het relatief beter doen dan gemiddeld, versterkt dat negatieve effect nog eens in de eerste jaren. En omdat de stijging van WOZ-waarden hoger is dan gemiddeld, krijgt Utrecht een kleiner aandeel van het gemeentefonds. Het negatieve effect op de algemene middelen telt op tot 10 miljoen euro structureel. Verdere toelichting op dit tekort wordt gegeven in paragraaf 3.1.
1.4.4. Tekort door onvermijdelijke, onoplosbare en onuitstelbare knelpunten Daarnaast leiden, bij de uitvoering van de ambities van het coalitieakkoord en van onze gemeentelijke taken, actuele ontwikkelingen tot knelpunten ten opzichte van de vastgestelde begroting. Dit zijn de zaken die onvermijdelijk, onoplosbaar en onuitstelbaar op ons afkomen. Het totaaloverzicht van knelpunten is opgenomen in paragraaf 2.4. Voorbeelden zijn: • prijsstijgingen in het fysieke domein die eerder incidenteel zijn opgelost, maar nog niet structureel zijn verwerkt in de begroting; • kosten als gevolg van het herstel van het wervengebied; • onderhouds- en vervangingsinvesteringen in met name naoorlogse wijken vanaf 2025; • hogere onvermijdelijke kosten voor gemeenschappelijke regelingen zoals de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD).
12
Deze en andere knelpunten leiden tot extra onvermijdelijke kosten die afgerond optellen tot 8 miljoen euro structureel. Een deel van de knelpunten is incidenteel van aard. Gezien het onuitstelbare karakter betreft een deel van de knelpunten al het lopende jaar 2021.
1.4.5. Tekort door een aantal nieuwe activiteiten om de kwaliteit en leefbaarheid van de stad te versterken Vanwege de financiële situatie zijn we zeer terughoudend met nieuwe activiteiten of intensiveringen van beleid. Op een aantal onderwerpen vinden wij het echter belangrijk om nu een stap te zetten, omdat ze de kwaliteit en leefbaarheid van de stad versterken en kwetsbare groepen helpen. Bijvoorbeeld omdat ze eerder slechts incidenteel zijn gedekt en van toegevoegde waarde zijn voor de stad willen we deze activiteiten structureel van dekking voorzien, in plaats van stoppen. Denk aan de inzet van schone stad coaches en handhaving voetgangersgebied Domplein. Andere nieuwe activiteiten waarborgen ontwikkeling van de stad en de kwaliteit van onze dienstverlening voor de lange termijn. Voorbeelden zijn capaciteit ter voorbereiding op het realiseren van de RSU 2040 en het versterken van het ‘gezicht’ voor onze inwoners: het klantcontactcentrum en team burgerzaken. Ook versterken we, vooruitlopend op de analyse op wat nodig is in de organisatie voor de schaalsprong van de stad, op een klein aantal plekken de capaciteit. Daar waar het in de stad het meeste knelt door de groei en we kansen dreigen mis te lopen: extra capaciteit voor veiligheid en het maken van investeringsvoorstellen (EU / Rijk) voor de verstedelijkingsopgave en herstelmiddelen.
Deze set aan nieuwe activiteiten telt op tot 2,6 miljoen euro structureel.
1.4.6. Tekort door onvermijdelijke kosten als gevolg van Corona De afgelopen periode hebben wij de onvermijdelijke kosten, die we prognosticeren als gevolg van ‘scenario C’, verder geactualiseerd. Daarin is, op basis van de ervaringen in 2020, tevens rekening gehouden met nieuwe compensatie vanuit de Rijksoverheid. De actualisatie van ‘scenario C’ leidt bij deze Voorjaarsnota 2021 incidenteel tot per saldo 1,9 miljoen euro aan extra kosten en minder inkomsten. De totale verwachte onvermijdelijke kosten (inclusief derving inkomsten) voor 2021 tot en met 2024 bedragen daarmee 39,4 miljoen euro. Voor een belangrijk deel van deze extra kosten rekenen we ook weer op een eerlijke compensatie van het Rijk, zoals dit ook over 2020 heeft plaatsgevonden. Bijvoorbeeld voor de derving van parkeerinkomsten en toeristenbelasting en voor het sociaal domein. In totaal rekenen we daarom in 2021 op een compensatie van 27,98 miljoen euro, waarvan 17,8 miljoen euro nog moet worden toegekend. Verdere toelichting hiervan is terug te zien in paragraaf 3.4.
1.4.7. Solide basis De financiële krapte en de onzekerheden zijn zorgwekkend en vormen een uitdaging voor een structureel sluitende begroting. Utrecht acteert vanuit een solide vertrekpunt. De indicatoren die zijn opgenomen in de paragraaf Weerbaarheid en Wendbaarheid van de Jaarstukken 2020, zoals de solvabiliteit en de netto schuldquote, tonen aan dat de gemeente Utrecht een gezond en solide financieel vertrekpunt heeft. We kunnen prima aan onze financiële verplichtingen voldoen en hebben een passende en gezonde schuldpositie. Juist vanwege deze solide financiële positie kunnen we als gemeente risico’s nemen in het oplossen van het structurele tekort.
13
1.5. Aanpak: investeren in plaats van bezuinigen Wij vinden het onze verantwoordelijkheid als lokale overheid om nu te investeren in plaats van te bezuinigen. We willen in crisistijd niets onnodig stuk maken, het voorzieningenniveau in de stad op peil houden en bovendien de randvoorwaarden voor een goede toekomstige ontwikkeling van de stad veiligstellen zoals betaalbare woningen en voldoende groen. We houden vast aan onze koers van gezond stedelijk leven voor iedereen. In lijn met het advies van de Taskforce Corona willen we voorkomen dat het herstel van de stad in verschillende snelheden op gang komt en bestaande scheidslijnen worden versterkt. Want de coronacrisis zorgt voor een toenemende kansenongelijkheid in de stad. Dat vraagt om tegensturing. Zodat de woningmarkt, het onderwijs, de arbeidsmarkt en de stedelijke voorzieningen voor iedereen toegankelijk blijven. Onze aanpak bestaat uit drie – elkaar deels overlappende – elementen:
1.5.1. Herstel uit de crisis De uitvoering van de herstelaanpak voor de coronacrisis is gestart. In de Programmabegroting 2021 zijn vier maatregelenpakketten vastgesteld, gericht op noodsteun voor essentiële voorzieningen, bestaanszekerheid en werk voor Utrechters en extra toekomstbestendige investeringen in de grote transities (zorg, werk, wonen, groen, mobiliteit, energie). Dit zetten we onverminderd door en we stellen in deze voorjaarsnota binnen deze pakketten drie aanvullende maatregelen voor, gebaseerd op de kennis van nu. Ten eerste een intensivering van de aanpak van de leegstand in de binnenstad, waarmee we de transitie van de binnenstad versnellen en negatieve effecten van de crisis tegengaan. Ten tweede willen we extra middelen inzetten om de risico’s op ondermijning beter tegen te kunnen gaan. Tenslotte stellen we een investering voor in werkgelegenheid en duurzame innovatie via een nieuwe bijdrage aan het fonds van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM). Dit betreft een voorwaardelijke cofinanciering van middelen die het Rijk beschikbaar stelt.
1.5.2. Versterken van de kwaliteit, leefbaarheid en dienstverlening We stellen voor om te blijven investeren in het versterken van de kwaliteit en leefbaarheid van de wijken en buurten. De groei van de stad én de druk op de openbare ruimte als gevolg van de coronamaatregelen vragen om gerichte investeringen zoals schone stad coaches, goede publieksdienstverlening, wijkboa’s, buurtconciërges, etcetera. De coronacrisis heeft ontegenzeggelijk het belang van een groene, aantrekkelijke en toegankelijk openbare ruimte bevestigd.
1.5.3. Investeringen in een gezonde toekomstige ontwikkeling in de stad Om op de lange termijn de groei van de stad goed te begeleiden zijn investeringen gericht op kwaliteit en inclusiviteit en oplossingen voor de wooncrisis noodzakelijk. Met andere woorden: de verdere ontwikkeling van de stad gaat voor ons niet zonder investeringen die ook bijdragen aan inclusiviteit, gelijke kansen, kwaliteit en leefbaarheid in de buurten en gebieden in de stad. Daarom stellen we in deze voorjaarsnota verschillende investeringen voor zoals het rondje Stadseiland, maatschappelijke voorzieningen in de Merwedekanaalzone, speelruimte voor kinderen in Pijlsweerd, de realisatie van Lombokplein, cofinanciering aan de OV-systeemsprong en de openbare ruimte Overvecht.
14
1.6. Financiële strategie op hoofdlijnen incidenteel. Gezien ook de grote financiële onzekerheden is het college van mening dat bezuinigen niet de weg is om onze groeiende stad door de crisis te helpen. Juist de coronacrisis toont de noodzaak van een sterke overheid, die een vangnet biedt voor bewoners en ondernemers die ernstig door de crisis zijn getroffen. De coronacrisis laat ook de behoefte zien aan een kwalitatief goede openbare ruimte en voorzieningen, waarin kan worden gerecreëerd en onze (jongste) inwoners voldoende aanbod hebben om te spelen en te bewegen. Naast een coronacrisis bevinden we ons ook in een woning- en klimaatcrisis waarbij de stad van de gemeente investeringen verlangt. Het college vindt dat bezuinigen door middel van het verlagen en versoberen van ons voorzieningenniveau te veel schade toebrengt in onze stad. Dit vraagt om een financiële strategie, waarbij we niet afbreken wat van toegevoegde waarde is voor de stad, maar doorzetten waar we bij de start van de crisis mee zijn begonnen: de gevolgen van de crisis verlichten, perspectief bieden en herstel en veerkracht bevorderen. Om te komen tot een sluitend financieel beeld zet het college in deze Voorjaarsnota 2021 in op de volgende keuzes: • Vergroten van de financiële risico’s om de tijdelijke onzekerheden te overbruggen.
• Minimale set aan versoberingen die geen of nauwelijks impact hebben in de stad. • Slimmer benutten belastingcapaciteit door betere balans in woonlasten • Inzetten van financieel-technische maatregelen om de incidentele tekorten op te vangen. • Toewerken naar voldoende buffers: de solide financiële basis behouden.
1.6.1 Vergroten van de financiële risico's We hebben een solide financieel vertrekpunt en verwachten het komende half jaar tot jaar meer duidelijkheid op ons financieel kader vanuit de rijksoverheid. Daarom zien we mogelijkheden om onze financiële ruimte te vergroten door op een acceptabele manier meer risico te nemen. Utrecht acteert vanuit het perspectief van één overheid. Het college is van mening dat het Rijk moet voorzien in voldoende financiële middelen om taken op het juiste kwaliteitsniveau uit te kunnen voeren. Zo zal de implementatie van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw zorgen voor (nieuwe) kosten. Hierover vindt gesprek plaats tussen Rijk en gemeenten. In afwachting van de resultaten begroten wij deze kosten nog niet. Ook zien we dat binnen het programma Ondersteuning op Maat onderdelen structureel uit de pas gaan lopen. Vooralsnog is dit voor de jaren 2021 en 2022 incidenteel op te vangen, maar vanaf 2023 is het erg onzeker of dit nog mogelijk is. Via een actieve lobby zal het college bij het Rijk aandringen dat Utrecht – net als andere gemeenten - recht heeft op een eerlijke vergoeding voor onder andere de jeugdzorg, WMO, inburgering, opvang en begeleiding voor ongedocumenteerden en alleenstaande minderjarige asielzoekers. Kortom: geen nieuwe taken zonder eerlijke vergoeding.
Door deze tijdelijke onzekerheid zullen we tijdelijk overzienbare risico’s nemen, omdat nog onduidelijk is hoeveel het Rijk ons gaat bijdragen. Wij vinden dat het Rijk bij de voeding van het gemeentefonds, meer specifiek het sociaal domein, moet zorgen voor voldoende middelen. Hier hebben onze inwoners recht op. De toegekende 600 miljoen euro voor gemeenten jeugdhulp in 2021 is daarin een belangrijke eerste stap. Vooruitlopend op het ‘ontdooien’ van het accres van het gemeentefonds en een nieuw regeerakkoord verwachten we, op basis van gemiddelden voorafgaand aan de coronacrisis, een accres van 8 miljoen euro. Dit weten we pas zeker bij een nieuw regeerakkoord. Wanneer de middelen vanuit het Rijk tegenvallen, bijvoorbeeld als gevolg van een lager accres of minder middelen als gevolg van de herijking van het gemeentefonds, zullen we alsnog moeten bezuinigen. Tot slot is het college van mening dat ze, door op een acceptabele manier meer risico te nemen, structureel 0,2 miljoen euro vrij kan laten vallen (onderbesteding gladheidsbestrijding) en incidenteel de reserve in het kader van riolering met 1,9 miljoen euro kan verlagen.
15
1.6.2. Minimale set aan versoberingen die niet of nauwelijks impact hebben in de stad Naast het vergroten van risico’s ziet het college de mogelijkheid om een minimaal aantal versoberingen door te voeren. In lijn met het advies van de Taskforce Corona kiezen we alleen voor versoberingen die niet of nauwelijks impact hebben in de stad. Door een gewijzigd BTW-regime zien we bijvoorbeeld kansen om een BTW-voordeel te realiseren op sportaccommodaties. Daarnaast is door een uitspraak van de Hoge Raad de btw voortaan compensabel voor ingekochte dienstverlening met het re-integratiebudget om werkzoekenden te helpen aan een baan. Verder heeft Stadsherstel, de exploitant van Landhuis OudAmelisweerd aangegeven geen gebruik te willen maken van de 0,1 miljoen euro subsidie die de gemeente voorheen gaf voor de exploitatie van het landhuis. Tot slot zien we mogelijkheden om door efficiënter te werken een deel van de budgetten voor representatie en volksfeesten te verlagen. Bovenstaande opties leiden tot een besparing van in totaal 1,1 miljoen euro structureel.
1.6.3. Wijzigen gemeentelijke belastingen Het begeleiden van de groeiopgave, zodat Utrecht een leefbare stad blijft voor iedereen, vraagt enorme inspanningen. We kiezen voor een aanpak met miljoeneninvesteringen om een stad voor iedereen te blijven: aantrekkelijk en veerkrachtig met een hoog voorzieningenniveau en bereikbaar voor iedereen. Naast het nemen van risico’s en een kleine set aan versoberingen zetten we hiervoor ook onze belastingcapaciteit in. Het Rijk gaat er als fondsbeheerder van het gemeentefonds vanuit dat gemeenten hun belastingcapaciteit benutten om hun voorzieningenniveau op peil te hebben. De belastingcapaciteit werkt als een negatieve maatstaf: benut een gemeente haar belastingcapaciteit onvoldoende, dan krijgt de gemeente minder van het Rijk. De belastinginkomsten zijn dan lager dan de korting van de belastingcapaciteit vanuit het Rijk. Dit mechanisme is niet nieuw, maar is knellend geworden nu we breder worden gekort op Rijksmiddelen, de waardestijging in Utrecht hoger is dan gemiddeld in Nederland en we voor een grote opgave staan voor het behouden van de bestaanszekerheid en de kwaliteit van de stad. Bij de herijking van het gemeentefonds is het waarschijnlijk dat deze negatieve maatstaf nog groter wordt.
Bovendien is Utrecht een welvarende stad waarin inwoners in staat zijn een redelijke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de stad en het herstel uit de crisis. In plaats van te kiezen voor verschraling en het afbreken van voorzieningen door bezuinigingen kiezen we ervoor de Onroerend Zaak Belasting (OZB) met 12,1% extra te verhogen, naast de reguliere inflatie van 3,3%. Hiermee creëren we naast de inflatiecorrectie jaarlijks een extra opbrengst van 12,9 miljoen euro. Daarmee corrigeren we het negatieve effect van de maatstaf, voorkomen we verschraling en het afbreken van voorzieningen door bezuinigingen. Hierdoor kunnen we onze middelen maximaal blijven inzetten voor de (kwetsbare) mensen die de ondersteuning hard nodig hebben en voor een gezonde ontwikkeling van de stad, ook voor toekomstige generaties. Wijzigingen afval- en rioolheffing Doordat de rente laag is, stellen we in overeenstemming met de verslaggevingsvoorschriften ook de rente die we doorberekenen aan onze producten naar beneden bij. Dit heeft tot gevolg dat ook de rente, die wordt doorberekend in het tarief van de afvalstoffenheffing, daalt. Daarnaast vertragen investeringen in de riolering door onder andere corona doordat er meer tijd nodig is voor het werk met werk maken met andere projecten. Hierdoor is sprake van een beperkte stijging van de afvalstoffenheffing in 2022.
De tarieven afvalstoffenheffing stijgen, inclusief de indexatie, met 8,60 euro per huishouden per jaar. De rioolheffing blijft, ondanks de inflatie, in 2022 gelijk met 2021. Woningeigenaren met de laagste WOZwaarden hebben ook de minste lasten. Een woningeigenaar aan de bovenkant van de markt (WOZ 600.000 euro) krijgt te maken met een woonlastenstijging van circa 74 euro per jaar. Voor een eigenaar van een woning aan de onderkant van de markt (WOZ 0,210 miljoen euro) stijgen de lasten per saldo circa 32 euro per jaar.
16
Vangnet voor kwetsbare ondernemers Het verhogen van de OZB geldt voor de eigenaren van woningen en de eigenaren en gebruikers van nietwoningen. Hoewel de hogere OZB-aanslag in het volgende belastingjaar 2022 volgt en er met de BghU afspraken zijn te maken over uitstel van betaling van deze belasting, kan het zijn dat de hogere OZB-last voor een deel van de ondernemers die het toch al zwaar hebben in de coronacrisis, te veel is om te kunnen dragen. Om kwetsbare ondernemers te ondersteunen kunnen we in de OZB geen gedifferentieerde tarieven voor specifieke doelgroepen hanteren vanwege het gelijkheidsbeginsel. Wel willen we solidair zijn met de ondernemers die het hardst worden getroffen door de coronapandemie. Het college stelt tevens in 2022 eenmalig 0,75 miljoen euro beschikbaar om kwetsbare ondernemers te ondersteunen. Het vangnet richt zich primair op de meest kwetsbare MKB-ondernemers. In de uitwerking houden we ook oog voor maatwerk voor andere kleine/middelgrote organisaties zonder winstoogmerk. De komende periode werken wij uit op welke wijze wij dit vangnet willen benutten. We hanteren daarbij doelmatigheid, doeltreffendheid en juridische zorgvuldigheid als uitgangspunten. Zie ook hoofdstuk 2.2. Bij de Begroting 2022 zullen wij de uitwerking van dit vangnet voor deze kwetsbare doelgroep presenteren.
1.6.4. Financieel technische maatregelen Met bovenstaande financiële strategie is de begroting structureel sluitend, maar bestaat in de eerstkomende jaren nog een incidenteel tekort. Incidentele ruimte kan gecreëerd worden door middelen uit reeds bestaande activareserves te laten vrijvallen en de kosten voor rente en afschrijving te dekken met structurele middelen. Door een deel van de vaste activareserves te laten vrijvallen, kunnen we incidenteel 18,3 miljoen euro vrijspelen tegen een relatief lage structurele jaarlijkse last van 0,8 miljoen euro.
1.6.5. Toewerken naar voldoende buffers: de solide financiële basis behouden In het coalitieakkoord hebben we afgesproken uit te gaan van een weerstandsratio van 1 om klappen op te kunnen vangen. Met de coronapandemie zitten we midden in een dergelijke ‘klap’ en is de weerstandsratio bijgesteld naar 0,8. Omdat we nog steeds in de coronapandemie zitten, is het bij deze Voorjaarsnota 2021 nog niet het moment om de weerstandsratio aan te vullen. Wel presenteren we in deze voorjaarsnota een plan om het weerstandsvermogen de komende jaren aan te vullen en toe te groeien naar een weerstandsratio van 1. Zie paragraaf 3.6 voor verdere verdieping op dit plan.
17
2. Wat willen we bereiken Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is er werk aan de winkel, zowel op korte als op de middellange termijn. Op de korte termijn werken we aan snel en goed herstel van Utrecht uit de crisis, met name gericht op het versterken van de bestaanszekerheid van hen die hard getroffen worden. Dit lichten wij toe in 2.1. Het verder leefbaar maken van de stad en het kwaliteitsniveau op peil houden doen we door budget vrij te maken in onze exploitatiebegroting en door middel van investeringen. Dit beschrijven we in resp. 2.2 en 2.3. We streven ook naar een begroting met zo min mogelijk onvoorziene kosten. In 2.4 beschrijven we daarom welke onvermijdelijke knelpunten we in onze afweging hebben meegenomen.
2.1. Herstel uit de crisis De uitvoering van de Utrechtse herstelaanpak voor de coronacrisis is gestart. In de Programmabegroting 2021 zijn vier doelen benoemd voor de herstelaanpak: • Essentiele voorzieningen overeind houden • Versterken van bestaanszekerheid • Werk, opleiden en begeleiden • Investeren met maatschappelijk rendement. Deze doelen zijn in vier maatregelenpakketten uitgewerkt, aanvullend aan de bestaande programma’s waarin uiteraard ook aan het tegengaan van de negatieve effecten van corona wordt gewerkt. De pakketten zijn in werking per 1 januari 2021, met uitzondering van de steun voor essentiële voorzieningen die al in 2020 startte. Het is nog te vroeg om alle output en effectiviteit in beeld te hebben. Tegelijkertijd hebben we nu meer inzicht in de crisis. Een crisis die langer duurt dan verwacht en waarbij de maatregelen strenger zijn. Deze voorjaarsnota biedt een nieuw afwegingsmoment en zodoende een mogelijkheid om bij te sturen, mede op basis van het advies van de Taskforce Corona over de maatschappelijk effecten coronacrisis. Hieronder worden per pakket kort het doel van het pakket, de huidige stand van zaken en de voorgestelde bijsturingen besproken. De meeste bijsturingen worden binnen de pakketten en de programma’s opgevangen.
Drie specifieke nieuwe maatregelen zijn gericht op het voorkomen van ondermijning, het tegengaan van leegstand in de binnenstad en de cofinanciering van rijksmiddelen voor 'coronaherstel' van het innovatieve MKB via een nieuwe bijdrage aan het ROM-fonds, vragen om extra middelen. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel en worden verderop in deze paragraaf toegelicht. Voorgestelde bijsturingen
Financiële toelichting
Ondermijning en polarisatie: versterking BIBOB en PGA Binnenstad: extra investeringen vanwege leegstandsproblematiek ROM: cofinanciering rijksmiddelen voor 'coronaherstel' innovatief MKB
Extra bedrag van 0,380 miljoen euro incidenteel voor één jaar Extra bedrag van 0,500 miljoen euro incidenteel voor één jaar Door de risicoafdekking van de verstrekte ROM middelen te verlagen naar 33,3% kan de Utrechtse bijdrage aan het ROM Fonds (kapitaalverstrekking) worden verhoogd met 2 miljoen euro. Ervaring bij andere ROM-fondsen in Nederland laat zien dat met deze afdekking van het risico, het revolverende karakter behouden kan blijven.
19
2.1.1. Maatregelenpakket 'Essentiele voorzieningen overeind houden' Doel van het pakket Voor een groot deel van de voorzieningen zoals sport, welzijn, cultuur, erfgoed en evenementen geldt dat ze in de anderhalvemeterfase maar deels of zelfs niet kunnen functioneren, waardoor er geen sluitende exploitatie mogelijk is. Veel voorzieningen zijn essentieel voor de stad en het is dus belangrijk om ze zoveel mogelijk te behouden, nu en ná de crisis. Vanwege de voorziening én vanwege de werkgelegenheid die ze bieden. Ontwikkeling van de context van het pakket Een sluitende exploitatie was door de crisismaatregelen voor veel voorzieningen onmogelijk. Gelukkig zien we dat veel Utrechtse voorzieningen veerkrachtig zijn en goed door de eerste fase van de coronacrisis heen zijn gekomen door hun eigen vermogen aan te spreken en kostenbeperkende maatregelen te nemen. Het aantal aanvragen voor ondersteuning was daarom beperkt. Dit maakt wel dat er nu weinig tot geen vlees meer op de botten zit en we in 2021 meer verzoeken om noodsteun verwachten. We zien ook dat commerciële organisaties dreigen om te vallen die maatschappelijke meerwaarde hebben voor de stad, zoals galerieën, culturele nachtinstellingen, sportscholen met aanbod gericht op kwetsbare groepen en evenementen.
Stand van zaken en voorgestelde bijsturing op het pakket De cultuurregeling voor noodsteun is ingezet; in 2020 werd 3,7 miljoen euro aan steun verleend. Voor sport en welzijn was dit 0,5 miljoen euro. Vijf evenementen die een subsidie uit het evenementenfonds hebben ontvangen maar die, als gevolg van de coronamaatregelen, niet in 2020 konden plaatsvinden zijn, met behoud van subsidie, verplaatst naar 2021. Het Rijk heeft bovenop de steun die zij rechtstreeks aan een 30-tal Utrechtse culturele instellingen geeft, onze steun voor een deel met cofinanciering aangevuld. Dat geldt ook voor de provincie Utrecht. In totaal werd 4,3 miljoen euro door cofinanciering aangevuld, waarmee in totaal 8 miljoen euro aan noodsteun is verstrekt. Voor 2021 heeft de minister van OCW in november 2020 een tweede steunpakket voor de culturele sector afgekondigd. Uit deze middelen ontvangen wij afgerond 7,5 miljoen euro gericht op het ondersteunen van instellingen en makers bij de productie van tentoonstellingen, films en voorstellingen. Over de inzet van deze middelen hebben wij u geïnformeerd. Nu er zicht lijkt te komen op meer versoepelingen is het belangrijk de focus te verschuiven van noodsteun naar sterker en duurzaam uit de crisis komen. Wij stellen voor het gemeentelijke budget van 2021 beschikbaar te houden voor ondersteuning van essentiële voorzieningen.
Het afwegingskader scherpen wij aan op twee onderdelen: • Focus de ondersteuning aan essentiële voorzieningen cultuur, sport en welzijn op sterker uit de crisis komen. Omdat het uitgangspunt was dat voorzieningen optimaal gebruik maken van hun beschikbare reserves, zien we nu dat sommige instellingen niet meer vitaal genoeg zijn op de langere termijn. Dit betekent naast de noodsteun ook maatwerk gericht op innovatie en programmering om zodoende duurzaam financieel gezond uit de crisis te komen. • Kleine verbreding van de reikwijdte, zodat in beperkte mate ook andere essentiële voorzieningen zonder winstoogmerk met wie we in 2021 geen subsidierelatie hebben gebruik kunnen maken van de steunregeling. Het gaat dan bijvoorbeeld om kerken met een publieksopenstelling anders dan de religieuze functie en anders georganiseerde sport- en welzijnsorganisaties die wel degelijk essentieel aanbod voor de buurt/wijk/stad verzorgen. Daarnaast zetten we de aanvullende rijksmiddelen voor jeugd, sport, cultuur en dergelijke gericht in, passend bij de doelstelling van de middelen. Dit kan binnen het reguliere beleid of via aparte besluitvorming. Op deze wijze kunnen ook andere organisaties met of zonder winstoogmerk, activiteiten voor specifieke (kwetsbare) groepen en ZZP’ers/makers binnen deze branches worden ondersteund.
Voor een gedetailleerde stand van zaken op het gebied van cultuur en sport verwijzen we naar de raadsbrieven Utrecht Herstel en Innovatie pakket en Utrechtse sportverenigingen in corona-tijd.
20
Financiën De bij Programmabegroting 2021 vastgestelde bedragen voor het pakket zijn toereikend om de voorgestelde bijsturing te realiseren. Voor cultuur en erfgoed wordt de noodsteun in het eerste half jaar bekostigd ten laste van de rijksmiddelen, het gemeentelijke deel blijft gereserveerd voor de tweede helft van 2021. Netto bedragen noodsteun
Onderdeel
x € 1.000.000 2021
Cultuur en erfgoed Sport en welzijn Evenementen
2,5 1,8 0,3
Totaal
4,6
2.1.2. Maatregelenpakket 'Versterken van bestaanszekerheid' Doel van het pakket De crisis heeft gevolgen voor de bestaanszekerheid en kansengelijkheid van veel Utrechters. Daarom bevat dit pakket een aantal maatregelen gericht op het bieden van een kansrijke start, het inhalen van vertraging in de JGZ, het opvangen van uitgestelde zorgvragen en extra en nieuwe vragen op het gebied van schulden, zorg en veiligheid. Dit naast de maatregelen uit de andere pakketten die ook bijdragen aan bestaanszekerheid en kansengelijkheid. De maatregelen zijn gericht op innovatie (versneld vernieuwen) en het opvangen van effecten (beroep op steun en zorg). Ontwikkeling van de context van het pakket Door de langere duur van de crisis en strengere maatregelen zie we dat mentaal welbevinden sterk is verslechterd; er is een toename van depressiviteit, angst, somberheid en eenzaamheid bij met name jongeren en jongvolwassenen. Ook signaleren we een sterke verslechtering van gezond gedrag. Bij jongeren in een kwetsbare positie zien we een risicovolle verzwaring en/of stapeling van problematiek. Sommige effecten zijn vooralsnog uitgebleven (bijvoorbeeld de boeggolf schulden), op andere terreinen zien we dat de toeloop nu op gang komt en dat zorgvragen zwaarder en complexer zijn en langer duren.
Meer dan verwacht is er toename van problemen op het gebied van openbare orde en een verhoogd risico op veiligheidsproblematiek, waaronder ondermijning. Er zijn zorgelijke signalen over polarisering nu de economie en de samenleving onder spanning staan. Stand van zaken en voorgestelde bijsturing op het pakket Versneld vernieuwen Zoals in meerdere raadsbrieven is te lezen (raadsbrief ‘Maatregel versneld vernieuwen’, raadsbrief beantwoording raadsreacties Maatregel Versneld Vernieuwen en Product - Versneld vernieuwen, subsidie aanvragen - Online loket (utrecht.nl)), zijn middelen gereserveerd en ingezet voor tijdig bieden van passende zorg en ondersteuning (en verkorten opgelopen wachttijden), terwijl eerder werd gedacht dat investeren in versneld vernieuwen (een groter deel van) de te verwachten oplopende zorgvraag kon opvangen. Door de tweede lockdown en de voortdurende maatregelen, zagen we eind 2020 dat directe inzet op zorg nodig is. Gezien de omvang van de problematiek verwachten we dat deze inzet langer nodig is. Landelijk wordt inmiddels ook gezien dat extra middelen nodig zijn om kwetsbare groepen te ondersteunen. Via de extra subsidie perspectief voor jongeren en de middelen uit het Steunpakket kwetsbare groepen vanuit het Rijk kunnen we samen met onze partners de komende periode extra inzet plegen.
Het steunpakket is gericht op jongeren, eenzaamheid, kwetsbare volwassenen en op gezonde leefstijl en sporten en bewegen. Daarnaast willen we in overleg met de scholen en het Rijk het rijkssteunpakket voor het onderwijs benutten voor duurzame doorbraken op kansenongelijkheid in het onderwijs. Voor een meer gedetailleerde voortgang van de maatregelen ‘Versneld vernieuwen’ verwijzen we naar de raadsbrief Effecten corona Jeugd-Wmo en voortgang versneld vernieuwen.
21
Kansrijke start De aanpak kansrijke start voor kinderen is gestart. Voorbeelden van interventies die uitgevoerd worden zijn: Voorzorg (2), Taalaanloop, kortdurende video hometraining (k-VHT), Ouders inc., Eerste 1000 dagen project Al Amal en collectieve opvoedondersteuning kansrijke start. Daarnaast is de vertraging binnen de JGZ ingehaald. Voor twee wijken zijn met partners pilots in voorbereiding voor een vernieuwende samenwerking kansrijke start voor jonge kinderen van 0 tot 6 jaar. Schulden De door corona geactualiseerde Actieagenda Utrechters Schuldenvrij wordt uitgevoerd, zie ook de raadsbrief Tweede voortgangsrapportage actieagenda Utrechters Schuldenvrij. De verwachte boeggolf aan schuldenproblematiek is vooralsnog niet gekomen met als belangrijkste oorzaak dat nog veel maatregelen van overheidssteun van kracht zijn; daardoor loopt de werkloosheid en het beroep op bijstand minder hard op dan verwacht, net als het aantal faillissementen bij bedrijven en de omvang van problematische schulden. De boeggolf wordt wel verwacht, want dat meer inwoners met schulden zich zullen gaan melden is zo goed als zeker. We houden ook rekening met een forse groei van ondernemers (MKB, zoals horeca, evenementen en retail) met schulden wanneer de rijkssteun afneemt.
Voorgestelde bijstelling op Ondermijning en polarisatie: versterking BIBOB en PGA: In lijn met het advies van de Taskforce Corona stellen we voor pakket 2 een bijstelling voor. De activiteiten gericht op kwetsbare personen, risicojongeren en ondermijnende criminaliteit in kwetsbare wijken zijn opgestart. Doel is het vergroten van bewustwording en meldingsbereidheid van criminele activiteit en jeugdproblematiek. We zetten met extra capaciteit steviger in op het contact maken met jongeren en jongvolwassen. We bieden nu online hulp aan ter vergroting van de weerbaarheid aan ouders/ opvoeders, onderwijs, zelforganisaties en intensiveren dit na de lockdown. Zie ook de raadsbrief Voortgang Uitvoering Integraal Veiligheidsplan 2020. We zien een toename in het aantal (jongeren) overlast meldingen, een toename van drugsgebruik, toename van risico op jonge aanwas in ontwrichtende drugscriminaliteit, toename van meld misdaad anoniem meldingen, meer en ingewikkeldere casuïstiek (op persoonsniveau) in de wijken en zorgelijke signalen over toename casuïstiek polarisering en radicalisering (anti overheidssentiment, rechts extremisme) en een exponentiele stijging van demonstraties. Het aantal leegstaande panden in de binnenstad neemt toe en vormen potentiële bronnen voor criminele activiteiten en ondermijning.
Dit alles betreft problematiek die versterkt is door corona en naar verwachting langdurig zal doorwerken. Ons voorstel in deze voorjaarsnota is daarom om de inzet op BIBOB-onderzoeken en de specialistische persoonsgebonden aanpakken uit te breiden (3 fte onderzoekers BIBOB en een PGA-expert hoog risicopersonen). Financiën Bij de Programmabegroting 2021 zijn de volgende bedragen vastgesteld voor het pakket. De bedragen worden besteed zoals hierboven toegelicht. De voorgestelde bijstelling in de maatregel veiligheid is in 2021 de tabel verwerkt in de kolom actueel. Beschikbare bedragen per maatregel Maatregel Versneld vernieuwen Zorg dichtbij en op maat* Kansrijke start voor kinderen Schulden voorkomen of versneld oplossen Veiligheid
Begroot 2021
Actueel 2021
Begroot 2022
x € 1.000.000 Actueel 2022
8
7,2
3,2
8
0,8
0,8
1,0
1,0
2,54
2,54
2,11
2,11
0,6
0,98
0,45
0,45
Totaal 3,94 4,32 3,56 3,56 * Deze post is hier in beeld gebracht, maar maakt geen deel uit van het pakket, omdat de kosten zijn opgenomen in het scenario C. Deze onvermijdelijke kosten zetten we in voor extra investering in de sociale basis en basiszorg waarmee de transformatie versneld wordt met als doel hogere kosten later te voorkomen.
22
In paragraaf 3.4 van deze voorjaarsnota is een actuele stand van scenario C opgenomen. De onvermijdelijke kosten voor Zorg dichtbij en op maat zijn hoger dan begroot, maar de verwachte rijkscompensatie in 2021 neemt ook toe. Per saldo neemt het in 2021 voor rekening gemeente benodigde bedrag af van 8 miljoen euro naar 7,2 miljoen euro.
2.1.3. Maatregelenpakket 'Werk, opleiden en begeleiden' Doel van het pakket Met dit pakket helpen we werkzoekenden snel weer aan het werk en willen we de negatieve economische effecten van de pandemie zoveel mogelijk dempen. We begeleiden mensen in de overstap en omscholing naar een toekomstbestendige baan in de bouw, ICT, zorg of het onderwijs. We ondersteunen (kwetsbare) jongeren bij het vinden van stages en leerwerkplekken. Ook investeren we in vitale winkelgebieden en in Utrechts innovatief MKB dat voor werkgelegenheid zorgt. Het maatregelenpakket bestaat uit een samenhangende mix van bewezen effectieve instrumenten die we opschalen, nieuwe en geïntensiveerde samenwerkingen en veelbelovende pilotprojecten. Ontwikkeling van de context van het pakket De economie in het stadsgewest Utrecht kromp in 2020 met 3%. De werkloosheid en het aantal mensen in de bijstand steeg en het aantal werkenden daalde licht, maar minder dan in eerste instantie verwacht. Ook voor 2021 en 2022 houden we op basis van de meest recente ramingen van het CPB rekening met een lagere stijging van het aantal mensen in de bijstand. We zien dat werknemers met een tijdelijk contract, jongeren en zelfstandig ondernemers harder worden geraakt dan andere groepen. Het aantal faillissementen bleef relatief beperkt door de steunmaatregelen van de rijksoverheid. Wel waren er beduidend meer bedrijfsbeëindigingen.
Het betrof hier met name ZZP’ers en kleine bedrijven. We verwachten nog steeds een golf van faillissementen, baanverlies en stijgende werkloosheid als gevolg van slinkende reserves in combinatie met (op termijn) aflopende overheidssteun voor ondernemers. Stand van zaken en voorgestelde bijsturing op het pakket We hebben verschillende maatregelen uitgewerkt om mensen zo snel mogelijk naar ander werk toe te leiden met projecten en programma’s die specifiek daarop zijn gericht. Opschalen op ‘volume’ is belangrijker geworden, vanwege de verwachte stijging van de werkloosheid. Samen met de branches hebben we een verkenning gemaakt welke projecten zich lenen voor opschalen en hoe deze op te schalen. Ook investeren we in toegankelijke financiering voor startende en groeiende bedrijven via de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) en verbetering van bestaande werklocaties door een dotatie in de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU). Daarnaast versterken we de hoofdstructuur voor de Utrechtse retail in de stad met specifieke aandacht voor de binnenstad. Voor een gedetailleerde uitwerking van de maatregelen in dit pakket verwijzen we naar de raadsbrief Uitwerking Maatregelenpakket 3 Werken Opleiden en Begeleiden.
Hoewel we een lagere stijging van het aantal mensen in de bijstand verwachten, zien we bij een deel van de (Tozo) ondernemers en ZZP'ers een groeiende behoefte aan dienstverlening. Dit heeft mogelijk nog effect op de invulling van in het bijzonder de maatregel Begeleiden naar Werk. In deze voorjaarsnota stellen we voor om extra te investeren in twee elementen uit dit maatregelenpakket die hieronder worden toegelicht. Voorgestelde bijstelling: intensivering aanpak leegstand binnenstad In het maatregelenpakket is bij de begroting in totaal (2021 en 2022) 1 miljoen euro opgenomen voor de retail in de binnenstad en kwetsbare wijken. Die aanpak is verder uitgewerkt waarbij 600.000 euro voor kwetsbare wijken en 400.000 euro voor de binnenstad wordt bestemd. Voor de binnenstad is een samenwerkingsplan uitgewerkt met vastgoedeigenaren en Centrum Management Utrecht: ‘Morgen mooier maken’. Dit plan richt zich op drie zwakkere straten rond de Elisabethstraat en zet in op investeringen door vastgoed partijen, initiatieven bevorderen, investeringen openbare ruimte en wonen boven winkels (zie ook de raadsbrief Samenwerkingsplan ‘Morgen Mooier Maken’ voor beperken leegstand binnenstad Utrecht). We constateren dat de binnenstad harder getroffen is en gaat worden dan we in eerste instantie voorzagen.
In lijn met het advies van de Taskforce Corona stellen we voor de huidige aanpak uit te breiden, anticiperend op meer zwakke plekken in de binnenstad en in lijn met de interventies die net van start zijn gegaan, waarmee we ook versneld werken aan de omgevingsvisie.
23
Voorgestelde bijstelling ROM: cofinanciering rijksmiddelen voor 'coronaherstel' innovatief MKB Nog voor zijn oprichting heeft de ROM meer dan 90 ondernemingen geholpen door een Corona Overbruggingslening (COL) te verstrekken. In totaal ging dit om ruim 18 miljoen euro. Meer dan 65% van de ondersteunde bedrijven is gehuisvest in de stad Utrecht. Het Rijk heeft inmiddels een derde maatregelenpakket opgesteld met herstelmiddelen. Voor de ROM Regio Utrecht is in dit pakket 16 miljoen euro beschikbaar op voorwaarde van regionale cofinanciering met een gelijk bedrag. Zodoende wordt een extra fondsstorting mogelijk gemaakt van 32 miljoen euro. Anders dan bij de vorige COL betreft het geen leningen aan bedrijven, maar een participatievorm. Belangrijk om te benadrukken is dat deze extra middelen aanjager zijn voor private financiering. De ROM heeft namelijk als vereiste om private investeerders minimaal voor 50% mee te laten doen. In het bestaande pakket zijn hiervoor middelen vrijgemaakt, maar die zijn onvoldoende om samen met de partners de volledige regionale cofinanciering te organiseren. Het voorstel is daarom om de bijdrage met 2 miljoen euro te verhogen. Een bedrag dat we vrijmaken door de risicoafdekking van de verstrekte ROM middelen te verlagen naar 33,3%. Financiën Bij de Programmabegroting 2021 zijn de volgende bedragen vastgesteld voor het pakket.
De bedragen worden besteed zoals hierboven (en uitgebreider in de raadsbrief) toegelicht. De voorgestelde bijstelling in de intensivering van de aanpak leegstand binnenstad is in 2022 verwerkt in de kolom actueel. Benodigde investeringen per maatregel
Maatregel Cofinanciering bijdrage Rijk voor ROM ten behoeve van innovatief MKB* Proactief herontwikkelen en verbeteren van werklocaties (OMU) Herhuisvesten bedrijven Vitale hoofdstructuur Retail Versterken Toekomstbestendige werken via marktgroepen Voucherregeling Stimuleringsregeling Leerwerkplekken maakindustrie Aanpak kwetsbare jongeren Begeleiden naar werk
Begroot 2021
Actueel 2021
Begroot 2022
x€ 1.000.000 Actueel 2022
0,51
0,51
0,01
0,01
0,75
0,75
0,32
0,32
0,1 0,875
0,1 0,875
0,1 0,13
0,1 0,63
0,75
0,75
1,5
1,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,3 1,87
0,3 1,87
0,3 1,93
0,3 1,93
Totaal 6,155 6,155 5,290 5,790 *De verhoogde bijdrage aan de ROM komt niet ten laste van de begroting van het maatregelpakket, zie het budgettair neutrale bijsturingsvoorstel in paragraaf 6.1
2.1.4. Maatregelenpakket 'Investeren met maatschappelijk rendement' Doel van het pakket Dit pakket bevat investeringen die de (lokale) economie en duurzame werkgelegenheid stimuleren. Die investeringen zijn gericht op een duurzaam herstel dat bovendien bijdraagt aan noodzakelijke aanpassingen op gebied van klimaat, energie, groener en gezonder maken van de stad, het versnellen en betaalbaar maken van woningbouw voor alle doelgroepen en mobiliteitsoplossingen die woningbouw en werkgelegenheid mogelijk maken. In de uitvoering sluiten we aan op bestaande processen en projecten: het Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) met daarbinnen het Meerjaren Groenprogramma (MPG) en Meerjarenprogramma Bereikbaarheid (MPB).
24
Ontwikkeling van de context van het pakket Een aantal effecten van de coronacrisis heeft gevolgen voor dit investeringspakket. De behoefte aan en waardering voor openbare ruimte en groen is toegenomen. Die druk heeft effect op de kwaliteit voor beleving en ontspanning, op de biodiversiteit en de recreatieve en beweegmogelijkheden. De voorgenomen extra investeringen in groen en openbare ruimte vanuit de 2e tranche van dit pakket zijn daarom extra van belang. De druk op de koopwoningmarkt blijft hoog en de woningproductie blijft vooralsnog goed op peil. We houden de ontwikkeling rond ‘mixed-use’ projecten scherp in de gaten, omdat horeca en winkelvastgoed op dit moment minder aantrekkelijk is de markt. Omdat mensen door corona meer thuis zijn, is er meer aandacht voor woningkwaliteit en energiebesparing. We zien een toenemende vraag bij particulieren naar verduurzaming van de woning. Dit wordt ook mogelijk gemaakt omdat er meer spaargeld is. De aanpak energiebesparing zetten we daarom door. Inwoners zijn door het thuiswerken anders gaan nadenken over mobiliteit. De gemeente heeft versneld afspraken gemaakt met werkgevers en onderwijsinstellingen over spitsmijding en spreiding van mobiliteit. Dit is een beweging richting de transitie die ons voor ogen staat. Deze beweging zullen we verder ondersteunen met de uitvoering van de voorgenomen maatregelen.
Stand van zaken en voorgestelde bijsturing op het pakket De middelen voor de maatregelen zijn sinds begin januari beschikbaar. Dat betekent dat projecten dit voorjaar zijn opgestart. Veel (grote) ruimtelijke projecten hebben een aanloop/voorbereiding nodig voordat je resultaat in de stad ziet. De voorgestelde projecten in de openbare ruimte starten in de loop van dit jaar met de uitvoering. De duurzame bouwproductie blijven we stimuleren. Utrecht doet het goed qua woningbouwaantallen in vergelijking met andere steden. Van de G4 groeide de Utrechtse woningvoorraad door nieuwbouw met 1,5% procentueel het hardst in 2020.We houden ook op termijn de productie op gang met nieuwe planvorming en het ‘hard maken’ van zachte plannen. De extra ruimte voor duurzaamheidsleningen wordt ingezet. De vraag naar duurzaamheidsleningen is in 2020 77% hoger dan in 2019. Door de toezegging van een gemeentelijk budget uit het coronapakket voor de aanpak Overvecht heeft ook het Rijk geld vrijgemaakt en kunnen we hier verder aan de slag. Effectueren tweede tranche-maatregelen Bij de begroting 2021 is een deel van het budget achter de hand gehouden om de tweede tranche te kunnen heroverwegen als de ontwikkeling van de crisis daar aanleiding voor is of om te kunnen anticiperen op keuzen die het rijk maakt bij herstelplannen.