Visie Stedenbouw Utrecht 2024 Ruimtelijke kwaliteit in de tienminutenstad
Tekst van het document
Verdicht vooral op nieuwe plekken, waar je alle ruimte hebt om het goed te doen. En doe het op plekken die hun functie verliezen of die wellicht niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen maar wel geschikt zijn. Verdicht met kwaliteit, met levendige plinten, toekomstbestendige en “monumentale” ontwerpen, brede straatprofielen, voldoende voorzieningen, fijne en bruikbare openbare ruimtes, gebruiksgroen en met aandacht voor cultuurhistorische waarden. In de omliggende openbare ruimte moet veel ruimte komen voor water en vergroening, terwijl tegelijkertijd de druk op openbare ruimte groter wordt. Hou Utrecht toegankelijk voor alle mensen: alle leeftijden, alle inkomens, wel of geen beperking, etc. En heel belangrijk: ontwerp ook voor kinderen. Utrecht is een kleine grote stad, we kunnen best wat hoger bouwen. Maar cluster de hoogbouw wel zoveel mogelijk. Maak torens bovenop stedelijke blokken in plaats van losstaande torens. Zorg voor de verbinding tussen hoogbouw en de omgeving. Creëer in de plint functies voor iedereen. Dit
Gesprekken tijdens de buurtborrel bij Zijdebalen
zijn ontmoetingsplekken en de openbare ruimte loopt van buiten door naar binnen. Vermijd schaduw en wind en zorg juist voor openheid en licht met genoeg ruimte voor (verticaal) groen. Let bij hoogbouw ook op de beëindiging van het gebouw. Maak niet alleen maar gebouwen met een platte bovenkant, maar ontwerp ook kronen. Ontwerp ook voor gezinnen op hoogte en niet alleen voor een- of tweepersoonshuishoudens. Aangename en groene leefomgeving Mensen hechten waarde aan kwalitatief en divers groen. Niet alleen voor mensen, maar ook zeker voor dieren. Groen voor veel mensen is veel meer dan bomen alleen. Maak groen (bio)divers en ecologisch waardevol. Voeg ook op andere manieren groen toe aan het straatbeeld. Zorg voor variatie in kleur en hoogte. Zorg dat er meer aandacht is voor verticaal groen, zoals geveltuinen, plantenwanden en moswanden. Focus op bomen die veel blad hebben. Vergroen speelplekken en schoolpleinen. Een ander belangrijk punt is het toevoegen van groene ommetjes: groene verbindingen tussen stukjes groen in de buurt. Zo ontstaat er een groen netwerk van fijne plekken. Dit hoeft niet altijd de kortste route te zijn: comfort gaat boven snelheid. Ook op pleinen en kruispunten kan meer groen worden toegevoegd. Kijk naar gemeentelijke percelen, de zogenaamde “overhoeken”, “reststroken”, en “snippergroen”, en geef deze daar waar
ST EDENBOU W V ISIE
BIJL AG EN
53
Tenslotte We constateren dat waarden van volwassenen, studenten, kinderen en ‘ruimtelijke professionals’ voor een groot gedeelte overlappen. Iedereen redeneert vanuit hetzelfde uitgangspunt: de gedeelde liefde voor Utrecht en een fijne leefomgeving. Utrecht is een prachtige, historische stad met veel kwaliteiten. Een stad met een rijke geschiedenis. Utrecht heeft de sfeer van een dorp met alle mogelijkheden en voorzieningen van een grote stad. Die combinatie van rust en reuring is de kracht van Utrecht en die willen we behouden bij het ontwikkelen van de stad. Utrecht, dat zijn tien diverse wijken, maar overal zie je de Dom. Utrecht zal zich altijd blijven ontwikkelen, maar wel op zijn Utrechts: met oog voor het historisch karakter van de stad en door ontwikkelingen altijd in te zetten om de stad beter te maken. Gesprek over de kwaliteit van de stand aan de hand van bestaande straten in Utrecht.
mogelijk aan de bewoners. Samen tuinieren leidt tot eigenaarschap en dit bevordert de sociale cohesie. Dit zijn dus bij uitstek plekken om te vergroenen en te ontmoeten. Vergroenen voor klimaatadapatie is belangrijk. Realiseer wadi’s, groene daken, waterdoorlatende bestrating en groen om hittestress tegen te gaan. Straten vergroenen in het kader van klimaatadaptatie moet ook bijdragen aan de ‘beleefbaarheid’ van groen: denk ook aan het bevorderen van ontmoetingen en sociale cohesie, gebruik voor sporten en biodiversiteit. Focus op groen dat voor meerdere doeleinden bruikbaar is, Ook belangrijk: groen moet zorgen voor rust.
Met de opbrengsten van de toekomstgesprekken in de hand zijn stadsbrede uitgangspunten uitgewerkt over hoe we bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening meer kunnen sturen op het belang van de kwaliteit van de leefomgeving. Uit de rode draad van de gesprekspartners halen we ook zorgen/aandacht voor de rol van de openbare ruimte. Want het leven van een stad speelt zich niet alleen af in de gebouwen en wordt ook niet alleen door de architectuur en schoonheid van de gebouwen bepaald. Uiteindelijk is niet alleen de inrichting, gebruik en beheer van de openbare ruimte hier van grote invloed op, maar ook de wijze waarop we omgaan met de ondergrond, de cultuurhistorische waarde van gebouwd, ruimelijk en archeologisch erfgoed en/of de wijze waarop de energietransitie op de maatschappij afkomt. Dergelijke thema’s werken we uit in separaat thematisch of gebiedsbeleid. In dit document spreken we hier al wel stadsbrede uitgangspunten voor af. Waar mogelijk verwijzen we naar vastgesteld thematische beleid, beleid in ontwikkeling of proberen we aan te geven waar we nog beleid missen.
ST EDENBOU W V ISIE
54
BIJL AG EN
Bijlage 2: De Utrechtse praktijk
Uitgangspunten vertaald naar verscillende plekken in de gemeente
Het karakter, de geschiedenis en beleving van elk gebied en plek zorgt voor een andere uitwerking van de stedenbouwkundige uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Zo ontstaat lokaal maatwerk, maatwerk dat voortkomt uit de stadsbrede uitgangspunten. Niet alle 11 uitgangspunten hebben overal in Utrecht dezelfde uitwerking. Een aantrekkelijke plint ziet er in een woonbuurt anders uit dan in een hoog stedelijk knooppunt. Hoe een stedenbouwkundig uitgangspunt vertaald wordt naar een ruimtelijke ingreep is afhankelijk van de identiteit van de plek, de dichtheid van het stuk stad en de stedelijke dynamiek: rust, reuring of ruis. Deze context geeft een bepaalde invalshoek van waaruit destadsbrede uitgangspunten vertaald worden naar gebiedseigen oplossingen. Dit zorgt voor de kenmerkende diversiteit in Utrecht, zowel in de bestaande als nieuwe stad, die Utrechters zo waarderen. Dit hoofdstuk illustreert aan de hand van enkele ‘droombeelden’ hoe dezelfde stadsbrede uitgangspunten tot verschillende uitkomsten kunnen leiden op verschillende plekken in de stad. Ook verbeelden ze verschillende manieren waarop de verdichting in Utrecht zonder verlies van de Utrechtse waarden kan plaatsvinden. Deze droombeelden zijn één van de mogelijke uitwerkingen van de uitgangspunten.
Als voorbeeld zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten op een aantal typisch Utrechtse plekken toegepast namelijk: • • • • • •
Een vooroorlogse woonwijk De na-oorloogse woonwijk Een werkgebied Een stedelijke knoop De stadsstraat Een dorpskern
ST EDENBOU W V ISIE
BIJL AG EN
55
Vooroorlogse woonwijk 1. Meer detaillering en geleding in de gevel zorgt voor een aantrekkelijker straatbeeld. Het toevoegen van buitenruimte op de eerste verdieping zorgt voor meer diepte en draagt tevens bij aan de sociale veiligheid op straat. 2. Bewoners kunnen de ruimte voor de gevel personaliseren met een bankje en groen. Het geeft tevens een aanleiding om meer buren te ontmoeten voor je huis. 3. Er is een betere balans tussen de ruimte voor de auto en ruimte voor verblijf. Het zorgt voor een veiligere leefomgeving met
5
1
ruimte om te spelen en elkaar te ontmoeten. 4. Divers groen in de straat is aantrekkelijk voor zowel mensen als dieren. Water kan tijdens hevige regenbuien beter opgevangen worden en bomen zorgen voor schaduw tijdens hete dagen. 5. In de buurt is er ruimte voor een nieuw buurthuis, waar maatschappelijke voorzieningen worden gecombineerd met nieuwe woningen.
2 3
4
ST EDENBOU W V ISIE
56
BIJL AG EN
Na-oorlogse woonwijk 1) Door garageboxen en bergingen om te bouwen naar nieuwe woningen ontstaat er een aantrekkelijke straatbeeld. Het openen van de gevel zorgt voor meer sociale controle en vergroot het gevoel van veiligheid. De afstand tussen de woning en de stoep zorgt samen met een goede woningindeling voor voldoende privacy, terwijl het contact met de straat blijft.
3
2) Door nieuwe woningen levensloopbestendig te maken kunnen ouderen binnen de buurt verhuizen. Zo kan doorstroom worden gestimuleerd en blijft de buurt divers en blijven bewoners
3
betrokken bij hun buurt. 3) Woningeigenaren hebben de mogelijkheid om de woning te vergroten als bijvoorbeeld hun gezinssituatie verandert. Bij grotere appartementsgebouwen kunnen de opbrengsten van een of twee extra verdiepingen gebruikt worden om de renovatie die noodzakelijk is om het gebouw te verduurzamen te bekostigen.
1 2
ST EDENBOU W V ISIE
BIJL AG EN
57
Werkgebied 1. Het clusteren van autoparkeerplaatsen in combinatie met mobiliteitshubs zorgt voor efficiënter gebruik van de ruimte, die die ingezet kan worden om de openbare ruimte te vergroenen. Mobiliteitshubs maken het aantrekkelijke voor werknemers om met de bus, de fiets, of lopend naar werk te komen. 2. Het verlaagde groen zorgt voor lokale opvang en infiltratie van water. Het groen nodigt werknemers uit om een rondje te wandelen tijdens de lunchpauze.
4
3. Nieuwe initiatieven en startende ondernemers kunnen een plek vinden om zich te vestigen. De sociale duurzaamheid wordt bevorderd door gemeenschappelijke werkruimtes waardoor samenwerking en kennisdeling wordt bevorderd. 4. Meervoudig ruimtegebruik maakt intensivering en verduurzaming van bedrijventerreinen mogelijk. Er ontstaat meer ruimte voor bedrijvigheid en daken kunnen bijvoorbeeld worden benut voor het opwekken van energie, wateropslag en groen.
3
1
2
ST EDENBOU W V ISIE
58
BIJL AG EN
Stedelijke knoop 1. Rondom knooppunten wordt ingezet op de ontwikkeling van gemengde stedelijke milieus waar je kan wonen, werken en waar veel voorzieningen zijn. Het zijn levendige stedelijke plekken met ruimere openingstijden waar je een nieuwe mensen ontmoet. 2. In de plint van het gebouw zijn winkels en voorzieningen die het gebied aantrekkelijk maken om te bezoeken en er even te verblijven.
4
3
3. Torens worden altijd bovenop een stedelijke laag met een setback ten opzichte van de rooilijn gebouwd. Hierdoor ontstaat een menselijke schaal in de straat, en word windhinder voorkomen. 4. Door tijdens de transformatie van een kantoorpand naar een woongebouw het casco te laten staan, wordt materiaal en energie bespaard. Door ramen toe te voegen aan de blinde gevels ontstaat er meer contact met de straat. 5. Parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsers en technische voorzieningenworden inpandig opgelost, zodat de openbare ruimte voor de voetganger kan worden ingericht.
2 5
1
5
ST EDENBOU W V ISIE
BIJL AG EN
59
Stadsstraat 1. Stadsstraten zijn levendige plekken met een divers aanbod aan voorzieningen. Op de brede stoep kan je flaneren en verblijven, maar het zijn ook aantrekkelijke straten om je van A naar B te verplaatsen. Wandelen en fietsen wordt gestimuleerd, maar winkels kunnen ook bevoorraad worden.
4
2. De inrichting van de plint zorgt voor een afwisselend straatbeeld. Naast grotere ruimtes zitten kleinere ruimtes om zo een divers aanbod aan winkels en voorzieningen mogelijk te maken. Een transparante vormgeving van de plint zorgt ervoor dat er interactie is
4
tussen binnen en buiten. 3. De overgang van het gebouw naar de straat is helder afgebakend. Zo is het voor winkels en horeca duidelijk welke ruimte zij op de stoep kunnen gebruiken.
2 2
1 3
4. In de stadsstraat is er ruimte om op gepaste wijze te verdichten. Bijvoorbeeld door bestaande gebouwen op te toppen. De extra woningen zijn een impuls voor de buurt. In de verte is de grootstedelijke verdichting rondom een knooppunt zichtbaar. De stadsstraat vormt een logische route naar deze knoop.
ST EDENBOU W V ISIE
60
BIJL AG EN
Dorpskern 1) Een buurthuis en de bibliotheek maken gebruik van dezelfde ruimtes in een multifunctioneel gebouw en stimuleren op deze manier ontmoeting. 2) De meest publieke ruimtes van het gebouw zijn aan de straatzijde gepositioneerd zodat er contact tussen binnen en buiten ontstaat. 3) Verdichting rondom belangrijke ontmoetingsplekken zorgt voor draagvlak van de aanwezige voorzieningen en levendigheid in de openbare ruimte.
4
1
4) Verdichting sluit aan in maat, schaal en materiaalgebruik bij de bestaande bebouwing in de omgeving en heeft een menselijke maat.
3 2
ST EDENBOU W V ISIE
61 61
BIJL AG EN
Bijlage 3: Richtlijnen uit relevant beleid
Uitgangspunt 1: Ruimte voor gemeenschappen • Publieke ruimte openbaar toegankelijk (RSU 2040) • Thuis voor iedereen: In onze stad woont een enorme diversiteit aan mensen. Dit koesteren we en we bieden perspectief op de woningmarkt. (Koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen) • ‘Gemeenschapskracht’ draagt bij aan de gezondheid en een hogere kwaliteit van leven. Het is belangrijk dat zowel de gebouwde voorzieningen als de openbare ruimte uitnodigen tot ontmoeting en verbinding. (Koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen) • Meer en betere plekken voor ontmoeting en voldoende voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn, cultuur, sport en onderwijs. (Nota Gezondheid 2024-2027) Uitgangspunt 2: Stedenbouw met een menselijke maat • We koesteren en benutten ons erfgoed; bij gebiedsontwikkeling wordt cultuurhistorisch erfgoed als identiteitsdrager ingezet. (Erfgoednota) Uitgangspunt 3: Zachte overgang openbaar-prive • Het toestaan van terrassen vraagt een zorgvuldige afweging tussen de belangen van de ondernemers en het algemeen belang van de stad.
(Beleidsregel terrassen) Uitgangspunt 5: Buurten nodigen uit om te lopen • Utrecht wereldfietsstad en wandelstad (RSU2040) • Fiets en voetganger voor gemotoriseerd verkeer; actief voor passief vervoer (RSU 2040) • De belangrijkste functies voor dagelijks gebruik zijn binnen tien minuten bereikbaar vanaf de woon- of werkomgeving. (RSU 2040) • Kruispunten moeten goed en veilig oversteekbaar zijn, met korte oversteeklengtes en wachttijden (mobiliteitsplan 2040)
• •
•
Bij nieuwe ontwikkelingen moet het voetgangersnetwerk een maaswijde krijgen van 50-100 meter (mobiliteitsplan 2040) Opheffen of verminderen van barrières (grote wegen, trambanen, spoorlijnen, waterwegen) met nieuwe passages en verbetering van bestaande passages. (Mobiliteitsplan 2040) Utrecht wil toegankelijk zijn voor iedereen. Dat betekent dat mensen met een beperking de openbare ruimte zo gelijkwaardig mogelijk kunnen gebruiken. Dit geldt zowel voor mensen met een visuele handicap als mensen met fysieke handicaps. De gemeente stelt Agenda 22 als eis bij al haar plannen. (Kadernota kwaliteit openbare ruimte)
Uitgangspunt 6: Een uitnodigende openbare ruimte • Bovengrondse energievoorzieningen inpandig, tenzij (RSU 2040) • Meer aandacht voor een aantrekkelijke openbare ruimte. Dit betekent: meer aandacht voor de cultuurhistorische kwaliteiten en meer rust en samenhang in de inrichting. (kadernota kwaliteit openbare ruimte) • Meer en betere plekken voor ontmoeting en voldoende voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn, cultuur, sport en onderwijs. (Nota Gezondheid 2024-2027) Uitgangspunt 7: Gevarieerd en verbonden groenblauw • Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040: • Groen tenzij • Geen dak en geen blinde gevel blijft onbenut • Groene buitenruimte binnen looptijd vanaf elke woning. Waar mogelijk is dit groen verbonden aan ander groen. • Streven naar 40% groen in iedere buurt. • We bouwen natuurinclusief. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Utrechtse soortenlijst. • Groen moet multifunctioneel zijn en zoveel mogelijk waarden dienen (bijvoorbeeld klimaatbestendig, biodiversiteit, gezondheid, ontmoeting)
ST EDENBOU W V ISIE
• • • •
62
BIJL AG EN
Visie Klimaatadaptatie: Iedereen heeft op maximaal 200 meter afstand van de woning een koele, groene plek in de openbare ruimte. Deze plek is minimaal 200 m². Buien tot aan 80 mm per uur richten geen schade aan in panden en zorgen niet voor onbegaanbare wegen. Het hemelwater (minimaal 90%) wordt vastgehouden waar het valt en wordt nuttig gebruikt.
Uitgangspunt 8: Een aangenaam microklimaat • In elke straat kan je op een hete dag in de schaduw lopen en fietsen door 30% schaduw. Op de belangrijkste loop- en fietsroutes is dit percentage op het heetst van de dag 40%. • We voorkomen gezondheidsschade als gevolg van hittestress en zon. Inwoners ademen schonere lucht in en ondervinden minimale geluidshinder. (Beleidsnota Gezondheid 2024-2027) • Elke nieuwe woning moet een geluidluwe zijde krijgen (Beleidsnota Geluid en Trillingen) Uitgangspunt 9: Ruimte voor het onverwachte • Blijvend investeren in ruimte voor kunstenaars om te werken en presenteren. Bij gebiedsontwikkeling ruimte voor kunst en cultuur reserveren en bewaken. (Cultuurnota 2025-2028) Uitgangspunt 10: Meervoudig ruimtegebruik • Geen dak en geen blinde gevel blijft onbenut (RSU 2040) • Meervoudig gebruik gaat voor mono-functionaliteit (RSU 2040) • De gemeente neemt een actieve rol aan in het bij elkaar brengen van partijen, stimuleert slimme en creatieve combinaties en neemt initiatief om ook zelf in bestaande
en nieuwe situaties tot deze combinaties te komen. Meervoudig ruimtegebruik is daarmee een uitgangspunt bij gebiedsontwikkeling. (Koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen) Uitgangspunt 11: Een toekomstbestendig gebouw • Circulair tenzij (RSU 2040) • Utiliteits- en woningbouw in Utrecht is volledig circulair in 2050 (Ontwerp visie Utrecht circulair 2050) • Utrecht ontwikkelt en beheert maatschappelijk vastgoed circulair in 2050 (Ontwerp visie Utrecht cirulair 2050) • Utrecht bouwt zo duurzaam mogelijk (nieuwbouw zo veel mogelijk energieneutraal) en zorgt daarmee voor een minimale energiebehoefte en maximale energieopwekking aan de gebouwen. (RSU 2040) • Utrechts energieprotocol
ST EDENBOU W V ISIE
BEG RIPPENL IJST
63
Begrippenlijst • • • • •
• • • • • • • • • • • • •
Accent: Een deel van een gebouw of bouwblok dat hoger is dan de rest van het gebouw of bouwblok. Blinde gevel: Gevel zonder ramen of deuren Broedplaatsen: Een verzamelgebouw voor (vaak) startende kunstenaars en creatieven. Casco: Het geraamte van het gebouw. FSI: Floor space ratio is een cijfer dat de verhouding tussen het terreinoppervlakte en vloeroppervlakte weergeeft. Deze wordt berekend door de totale vloeroppervlakte van gebouwen op een terrein te delen door het oppervlakte van het terrein. Dit maakt het mogelijk om de dichtheid van een gebied in een cijfer weer te geven. Herbestemming: In dit geval verandert de functie van het gebouw, maar blijft de uiterlijke verschijningsvorm ongewijzigd. Bijvoorbeeld wanneer een kantoorpand wordt omgebouwd tot appartementencomplex. Hoogbouw: Een verticale bouwvorm die ook horizontaal uitgevoerd kan worden. (Met deze definitie worden kerktorens, schoorstenen, windmolen, etc uitgesloten.) In Utrecht noemen we gebouwen hoger dan 30 meter hoogbouw. Inpandig: Binnen een gebouw Intermediaire zone: De zone tussen privaat eigendom en openbare ruimte. Knopen: (Hoog)stedelijke gebieden met goed openbaar vervoer Korrelgrootte: Schaal van de zichtbare indeling van percelen en bebouwing. Leeflaag: Laag van substraat of grond waar bomen, struiken en planten in kunnen groeien.
Levensloopbestendige wijk: Wijk waar je van jong tot oud kan blijven wonen in een geschikte woning Maaswijdte: Onderlinge afstand tussen straten Menselijke maat: Maat, schaal en proportie waarbij mensen zich prettig voelen Meervoudig ruimtegebruik: Inrichting waarbij meerdere functies op eenzelfde locatie een plaats krijgen zodat de ruimte efficiënter benut wordt. Natuurinclusief bouwen: Er wordt bewust ruimte voor biodiversiteit gecreëerd op, aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving, zodat er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. Nutsvoorzieningen: Een algemen voorziening zoals: elektriciteit, telecommunicatie, water, gas, riolering, ventilatie en airconditioning.
• • • • • • • • • • • • • • • • •
Openbare ruimte: Of publieke ruimte, is de ruimte of plaats die voor iedereen toegankelijk is. Het is een fysieke plaats waar een groot deel van het publieke leven zich afspeelt. Optoppen: Het aanbrengen van een of meerdere nieuwe bouwlagen boven op een bestaand gebouw. Parcellering: Zichtbare indeling in percelen. Plint: Eerste verdieping(en) van een gebouw. Het deel van het gebouw dat op ooghoogte zichtbaar is. Polycentrische stad: Een stad met meerdere centra. Publieke ruimte: Of openbare ruimte, is de ruimte of plaats die voor iedereen toegankelijk is. Het is een fysieke plaats waar een groot deel van het publieke leven zich afspeelt. Renovatie: Hierbij is het doel om via aanpassingen de fysieke staat van het gebouw te verbeteren. Rooilijn: De grens tussen de openbare ruimte en de aangrenzende (private) eigendom. Setback: Deel van het gebouw dat terugligt ten opzichte van het gebouwdeel eronder. Stadsstraten: Levendige straat waar doorgaand verkeer samenvalt met functies die mensen aantrekken. Stedelijke laag: Eerste lagen van een gebouw (tot max. 8 lagen). Swipocratie: Online participatiemiddel. Tactiele materialen: Tactiliteit is een term in de architectuur die aangeeft hoe een materiaal aanvoelt en hoe de gewaarwording van degene is die het materaal aanraakt.
Transformatie: Wanneer de uiterlijke verschijningsvorm van een gebouw verandert, bijvoorbeeld door de gevel te vernieuwen of elementen toe te voegen op, in of naast het bestaande gebouw. Utilitaire functies: functies die noodzakelijk zijn om een gebouw te laten functioneren Volle grond: Voedingsbodem dat deel uitmaakt van de niet-bebouwde bodem. Wooncarrière: de ontwikkeling van opeenvolgende woningen waarin iemand gedurende diens leven woont.
ST EDENBOU W V ISIE
64
A FBEEL DING EN
Afbeeldingen Afbeeldingen De afbeeldingen in deze visie zijn gemaakt door medewerkers van gemeente Utrecht of De Zwarte Hond tenzij hieronder vermeld: Fotografen Beeldbank Utrecht: Rebecca Brockbernd: Sterrenwijk Ilona Hulshof-Hoeve USP, flats in Overvecht Tom Philip Janssen Jutfaseweg, Amsterdamsestraatweg, Voorstraat, Orincodreef Gerrit Serne Catherijnesingel Michelle van Benschop Kromme Rijn, Catherijnesingel, informeel woonstraatje Geert Broertjes Werkspoorkwartier, Jan van Scorelstraat Kamiel Scholten RAUM, Moreelsebrug Rob Aarsen Terrassen a/d gracht Cathy van Schaik Buurtcentrum Het Zand Robert Oosterbroek Leidsche Rijn Centrum Mike Spaans Geveltuin Maartje Kuperus Smaragdplein, geluidsmeting Marit van Osch Wadi Eykmanlaan Thomas Duiker Speelfontein Overige ontwerpers en fotografen: Heren 5 architecten / Delva Landscape Architects & Urbanism © Luuk Kramer - De Deeltuin, Veemarkt, Utrecht © Rufus de Vries - Portiek Ariaweg, Amersfoort LEVS Architecten - Render Binck Blocks, Den Haag Rübsamen Partner Architekten - Studentenwoningen Bielefeld, Duitsland Happel Cornelisse Verhoeven Architects © Karin Borghouts - Cadix, Antwerpen RHAW Architecture © Marcel van der Burg - Wisselspoor, Utrecht NL Architects en anderen © Heymans - Render Vertical, Amsterdam Kaan Architecten © Sebastian van Damme - Zalmhaven, Rotterdam BRUT Architecture © Steven Neyerink - Scheldezicht, Antwerpen
Perkins+Will - Toronto Metropolitan University, Toronto Mutabilis Landscape Architecture © Hervé Abbadie - Boulogne Billancourt, Parijs KENK Architecten - Woongebouw Malburgen, Arnhem B+B Landschapsarchitecten - Prinses Maxima Centrum, Utrecht Van Schagen Architecten © Stijn Brakkee - Renovatie flats Kanaleneiland Marlies Rohmer © Thea van de Heuvel - School Spaandammerhout, Amsterdam M3H Architecten - Rozenprieel, Haarlem Dok Architecten © Arjen Schmitz - Leidsche Rijn Centrum, Utrecht B+B Landschapsarchitecten - Winkelstraat de Laat, Alkmaar Flux Landschape Architecture - Werkspoorpad, Utrecht CULD / Inbo - Little C, Rotterdam AAUPC - Herontwikkeling Trapèze, Boulogne Billancourt, Parijs Rijnboutt - Zijdebalen, Utrecht Janne Saario © Angeliek de Jonge - Skatepark Jaarbeursplein, Utrecht DENC ©klaas Eissens - Distrubutiebedrijf Wehkamp, Zwolle Dam en Partners Architecten © Jurriaan Balke - De Admirant, Eindhoven RAUM, Raum, Berlijnplein, Utrecht © Rufus de Vries - Space-S, Eindhoven WRK Architecten, Sportvelden IKEA, Utrecht Buro Sant en Co - Roombeek, Enschede JAJA architects © Rasmus Hjortshøj - Park ‘n Play, Kopenhagen UNStudio © Rohspace - Kantoorgebouw Seoul, Zuid-Korea Keywow Architecture - Kantoorgebouw Taichung Team V Architecture © Jannes Linders - Haut, Amsterdam
Kaartmateriaal: Het kaartmateriaal in deze visie is bedoeld om de ambities in de visie te verbeelden. Aan het kaartmateriaal kunnen geen rechten worden ontleend.