Visie Stadswater.pdf
Tekst van het document
Een kano voorziening is een smalle steiger of een verlaagd deel in de oever dat geschikt is voor het in- en uitlaten van kano’s en supboards. De huidige kanovoorzieningen staan op de interactieve kanokaart van de Utrechtse Kanoclub: UKC Kanokaart. Kansen voor verbetering liggen rond Klopvaart, Noorderparkgebied en rond Lunetten (forten en inundatiekanaal). Het gaat om de volgende 5 locaties die kunnen worden aangepast tot een overdraagplaats: 1) Vecht – Hoogstraatbuurt (ten zuiden
van Rode brug), 2) Vecht – Klopvaart (bij Fort aan de Klop), 3) Kromme Rijn – Koningsweg (doorvaart tussen Lunet 1 en Lunet 2), 4) Lunet 4 – Inundatiekanaal/vistrap (bij Oude Liesboschweg en Brennerbaan), 5) Lunetten – Inundatiekanaal (nabij Antillen).
vaartuigen onder de 6 meter gratis mee te laten liften met de pleziervaart.
Verder is het wenselijk om de huidige kanoroute bij Noorderparkgebied te herstellen door de huidige waterplanten en overgroeiing te verwijderen. Ook is het wenselijk om een drijvende balk in de Klopvaart bij NRU en Fort de Gagel te verwijderen of hoger te plaatsen zodat je er onderdoor kan varen. Tot slot zijn er mogelijk kansen in Leidsche Rijn om een nieuwe kanoroute rond het Maximapark te maken door het aanleggen van extra overdraagplaatsen. In Leidsche Rijn-Vleuten De Meern leeft al vanaf 2017 een wens om een kanoroute door de wijken mogelijk te maken. Daarom gaan we samen met UKC, Natuurmonumenten en waterschap verkennen of het plan uit 2017 haalbaar is. Een nieuwe doorgaande kanoroute over de Haarrijnseplas is niet meer mogelijk. Op 13 oktober 2022 besloot de gemeenteraad voor een algeheel vaarverbod voor het westelijke deel van de Haarrijnseplas. Het verbod moet de waterplanten en waterdieren op de natuurplas beschermen. 6.3 Geen sluisgeld bij Weerdsluis voor spierkracht aangedreven vaartuigen onder de 6 meter Het is momenteel niet makkelijk om een kano over te dragen bij de Weerdsluis vanwege de steile trap ten noorden van de sluis. Met een grotere groep levert deze situatie veel beperkingen op door de beperkte ruimte. In de huidige situatie zijn er geen mogelijkheden voor verbetering en moeten emissievrije vaartuigen € 3,85 per schutting betalen.
Daarom is een soepele regeling voor het schutten van kano’s door de Weerdsluis extra gewenst. Voorstel is het plan om spierkracht gedreven
Foto: een in- en uitstapplek voor kano’s en SUPs 53
Visie stadswater Utrecht
Themakaart – Varen 34 - Titel document
Legenda
€
•
Stadswater
•
Overig stadswater en Amsterdam-Rijnkanaal
•
Zoeklocatie laad- en losplek (stadshalte)
•
Kansrijke locatie verhuurbedrijf boten
•
Kansrijke hubs voor overslag goederen naar water
•
Plannen voor nieuwe aanmeerplek voor korte duur
•
Nieuwe ligplaatszones recreatieve vaartuigen
•
Invoeren eenrichtingsverkeer
€
€
€
€
€
Figuu r 9 : verbetermogelijkheden thema Water om op te varen 54
Visie stadswater Utrecht
3.3 Water om op te varen Ambitie 7: Eerlijke verdeling van schaarse ruimte om op te varen Ruimte is schaars, zeker in de binnenstad van Utrecht. Dat geldt op het land, maar ook steeds meer op het water. De gemeente wil een eerlijke verdeling van schaarse ruimte om op te varen en ondernemers gelijke kansen bieden. Als eerste pakt de gemeente de over last aan bij de gewilde openbare op- en afstaplocatie Oosterkade. Sinds de zomer van 2022 is de overlast voor buurtbewoners niet meer acceptabel. Daarnaast wil de gemeente meer ruimte bieden aan gedeeld gebruik van het water zoals het verhuren van fluisterbootjes en passagiersschepen. De ligplaatsvergunningen voor passagiersvaart (passagiersboten, rondvaarboten en waterfietsen) moeten van onbepaalde tijd omgezet worden naar bepaalde tijd omdat dit een schaars recht is. Ook willen we de huidige vier “exclusieve” op- en afstapplekken langs de Oudegracht voor de passagiers vaart openbaar maken. Net zoals op het land willen we dat alle gebruikers een marktconforme prijs voor het gebruik van het water betalen. We gaan nieuwe ligplaats zones aanwijzen zodat eigenaren van recreatieve vaar tuigen die aan achtertuinen liggen gaan betalen voor het gebruik van het vaarwater. Ook wil de gemeente dat verhuurbedrijven van kano’s en SUPs gaan betalen voor het gebruik van het openbare vaarwater.
7.1 Verdelen van de openbare op- en afstapplekken over de exploitanten waardoor de Oosterkade wordt ontlast als gewilde locatie voor passagiers Na de urgente meldingen van bewoners in 2022 over de forse overlast bij op- en afstaplocatie Oosterkade heeft de gemeente extra kliko’s en een Dixi geplaatst. Ook is handhaving vaker in het gebied geweest. Helaas bleef de overlast voor bewoners bestaan. De gemeente is in gesprek gegaan met exploitanten om de huidige openbare op- en afstaplocaties te verdelen over
de exploitanten. Voor de Oosterkade overweegt de gemeente in 2023 een aanwijzingsbesluit te nemen. Voor passagiersschepen (>12 passagiers) is het dan niet toegestaan om af te meren en passagiers op- en af te laten stappen. Verder wijst de gemeente Paarden veldbrug, Stadskamer (onder Hoog Catharijne) en Catharijnesingel (Geertebolwerk) aan als op- en afstap locatie voor passagiersschepen, rondvaartboten en verhuurboten. De procedure voor het aanwijzen van de op- en afstaplocaties Stadskamer en Catharijne singel start in 2023. Het aanwijzen van de locatie bij Paardenveld loopt mee met de nieuwe inrichting van Park Paardenveld. 7.2 Afbouwen wachtlijst ligplaatsvergunningen en voorrang geven aan deelboten voor niet-commercieel gebruik In de stad Utrecht hebben ongeveer 482 eigenaren een ligplaatsvergunning voor hun eigen plezierbootje.
Hiermee liggen de huidige ligplaatszones vol. Deze particuliere bootjes worden het merendeel van de tijd niet gebruikt. Er is een wachtlijst voor nieuwe ligplaatsvergunningen die in 2011 bevroren is. We bieden de mensen die op deze wachtlijst staan nog een ligplaatsvergunning aan als er een plek vrijkomt en daarna stoppen we met de wachtlijst. Op de huidige wachtlijst staan nog ongeveer 90 mensen. We verwachten dat in 2025 of 2026 de wachtlijst is afgehandeld. Voor nieuwe uitgiftes na afhandeling van de wachtlijst wordt een uitgifteregeling opgesteld. Daarbij krijgen initiatieven voor gedeeld, niet commercieel gebruik voorrang. Een goed voorbeeld uit de stad is bijvoorbeeld de Buurtboot in de Munt. De gemeente wil vergelijkbare initiatieven stimuleren en voorrang geven. We denken tot 2026 ruimte te vinden voor totaal 12 ligplaatsen voor niet-commercieel gebruik.
55
Visie stadswater Utrecht
‘De gemeente biedt alle vaarondernemers gelijke kansen door de huidige ligplaats vergunningen naar bepaalde tijd om te zetten’ 7.3 Huidige ligplaatsvergunningen voor exploitanten omzetten van onbepaalde naar bepaalde tijd Momenteel liggen er 37 vaartuigen in het openbare water van Utrecht die worden verhuurd door een ondernemer (exploitant). Zij hebben daarvoor een ligplaatsvergunning van de gemeente. Het gaat in totaal om 19 passagiersschepen, 5 rondvaartboten en 13 waterfietsen. Deze ligplaatsvergunningen zijn door de gemeente voor onbepaalde tijd aan 9 bedrijven uitgegeven. Deze ligplaatsen zijn ontstaan in de periode dat het oude beleid rondom het uitgeven van exploitatievergunningen nog van toepassing was, het zogenaamde limietenstelsel. In deze periode was een maximum gesteld aan het aantal exploitatievergunningen dat werd uitgegeven.
Het limietenstelsel voor exploitatievergunningen heeft de gemeente in 2020 na een gerechtelijke procedure ingetrokken. Door het wegvallen van het limietenstelsel is het aantal exploitatievergunningen afgelopen jaren opgelopen, waar het aantal gemeentelijke ligplaatsen gelijk is gebleven. Om nieuwe ondernemers op termijn een kans te bieden op vergunningen mogen ligplaatsvergunningen volgens nieuwe wetgeving voor exploitanten niet meer voor onbepaalde tijd worden uitgegeven. De 37 ligplaatsen voor vaartuigen die worden verhuurd zijn namelijk beperkt. Men spreekt dan over een schaars recht. In de ‘Dienstenrichtlijn’ is bepaald wanneer er sprake is van een schaars recht. Op dit moment voldoet de
gemeente Utrecht, voor wat betreft de ligplaatsen die voor onbepaalde tijd zijn toegekend aan bepaalde partijen, mogelijk niet aan de ‘Dienstenrichtlijn’ cq de ‘Dienstenwet’. Om aan de wet te voldoen zullen de ligplaatsen die worden ingenomen door de huidige ondernemers in beginsel moeten worden omgezet. Na een bepaalde periode van bijvoorbeeld 5 jaar wordt de ligplaats weer beschikbaar gesteld voor alle belanghebbenden. Via een nog uit te werken procedure kan elke belanghebbende ondernemer reageren op de vrijgekomen ligplaats. De gemeente gaat na vaststelling van de Visie samen met de vaarondernemers in gesprek over de uit te werken procedure rondom afgifte van ligplaatsvergunningen. Daarbij is het belangrijk dat de vaarondernemers tijdig worden betrokken, tijdens 56
Visie stadswater Utrecht
de uitwerking van de procedure op de hoogte worden gehouden met duidelijke informatie en dat de eisen en wensen voor het uitgeven van de ligplaatsvergunnning op tijd en duidelijk worden communiceerd zodat vaarondernemers hier rekening mee kunnen houden en op in kunnen spelen. Voor de vaarondernemers die reeds een ligplaatsvergunning hebben, zal een overgangstermijn worden opgenomen. 7.4 Nieuwe ligplaatsen aanwijzen voor 12 verhuur fluisterbootjes en 5 tot 10 passagiersschepen In de binnenstad is behoefte aan meer plekken voor het verhuren van boten zodat meer mensen kunnen genieten van het water. Uit de tellingen van 2019 tot en met 2022 zien we een lichte afname van het totaal aantal getelde verhuur bootjes (type 2) en passagiersschepen tijdens een drukke zomerdag (tabel 3). Voor deze categorie boten ziet de gemeente ruimte om te groeien. Als eerste stap wil de gemeente binnen de huidige ligplaatszones ruimte maken voor 12 ligplaatsen en 5 tot 10 ligplaatsen voor rondvaartboten. Als de ervaringen bij deze eerste stap positief zijn, wil de gemeente het aantal ligplaatsen voor verhuurboten type 2 uitbreiden. In tabel 8 is het huidige aantal ligplaatsen en de gewenste uitbreiding te zien.
Voor de gewenste uitbreiding van het aantal ligplaatsen is een aantal kansrijke locaties die de gemeente samen met bewoners verder wil onder zoeken: 1) Smakkelaarsveld nieuwe binnenhaven, 2) Vaartsche Rijn tussen Vondelbrug en Oranje brug, 3) Catharijnesingel op passantenhaven, 4) Paardenveld, 5) Van Asch van Wijckskade (nabij oostkant van de Van Asch van Wijcksbrug) en 6) Jachtwerf De Klop. De gemeente wil tot 2026 ruimte geven voor totaal 12 ligplaatsvergunningen
Tabel 8: over zicht huidige en gewenste ligplaatsen voor verhuur van vaar tuigen binnen gemeente Utrecht Nr.
Categorie
Huidig aantal
Gewenste uitbreiding
Totaal
1
Passagiersschepen (meer dan 12 + bemanning)
19
5-10
24-29
2
Rondvaartboten (max 12 + bemanning)
5
0
5
3
Verhuurbootjes (cat II)
0
12
12
4
Waterfietsen (cat I)
13
0
13
5
Kano’s (cat I)
0
0
0 (geen ligplaats nodig)
6
SUP’s (cat I)
0
0
0 (geen ligplaats nodig)
Totaal
37
17-22
54-59
voor het verhuren van fluisterbootjes en 5-10 ligplaats vergunningen voor passagiersschepen. Belangrijk is om deze plekken zoveel mogelijk te spreiden over de stad en de locaties niet te groot te maken. De uitwerking van de uitgifteprocedure en de periode waarvoor de vergunning geldt zijn nog niet bepaald. Dit zal zorg vuldig worden afgestemd met de Utrechtse vaar ondernemers na vaststelling van de visie. Om overlast te beperken stellen we voor de verhuurlocatie een maximum van 6 ligplaatsen te geven. Bij het aanwijzen van nieuwe ligplaatsen zijn goede voorzieningen zoals een toilet, afvalbakken en fietsparkeerplaatsen een vereiste.
7.5 Openbare op- en afstapplekken voor passagiersschepen en rondvaarboten langs Oudegracht De huidige op- en afstapplekken voor passagiers langs de Oudegracht worden bestemd voor alle ondernemers die een exploitatievergunning voor rondvaartboten en passagiersschepen hebben. In de loop der tijd zijn er door de gemeente 4 exclusieve op- en afstapplekken langs de Oudegracht aangewezen voor een paar ondernemers met passagiersschepen en rondvaarboten. Afgelopen jaren hebben meer ondernemers een exploitatievergunning gekregen. Zij hebben ook belang bij op- en afstapplekken voor hun passagiers langs de Oudegracht.
57
Visie stadswater Utrecht
7.6 Recreatieve vaartuigen die aan achtertuinen liggen moeten ook betalen voor gebruik van het vaarwater De gemeente ziet afgelopen jaren een groei van plezierboten in het vaarwater rond de binnenstad die aan achtertuinen van bewoners liggen. Voorbeelden van stadswateren zijn Zilveren Schaats, Kruisvaart, Leidsche Rijn Oost, Keulse Kade (noordelijk deel Merwedekanaalzone). De gemeente handhaafde hier niet op, omdat het om een beperkt aantal boten ging. De inschatting is dat het nu om circa 90 boten gaat en er ongeveer 25 bijkomen vanwege de komst van nieuwe woningen bij de Kruisvaart in 2025 en 2026. Deze boten maken gebruik van het vaarwater in de binnenstad van Utrecht. Ze liggen het hele jaar op het water maar betalen niet voor een ligplaats. De mensen met een ligplaatsvergunning doen dit wel. Dat vindt de gemeente niet eerlijk. Daarom wil de gemeente nieuwe ligplaatszones aanwijzen. Eigenaren met boten bij hun achtertuin gaan dan ook betalen voor een ligplaats. Het gaat hier om een ligplaats op het water aan een tuin en niet om een zone. Iemand anders die daar niet woont mag daar dus niet liggen. Om dit voor elkaar te krijgen gaat de gemeente als eerst controleren welke boten in het vaarwater rond de binnenstad liggen die geen ligplaatsvergunning hebben. Vervolgens zal de eigenaar van de boot van de gemeente een brief ontvangen.
Eigenaren zullen een keuze moeten maken of ze een vergunning willen hebben of hun boot uit het water halen. Voor de ligplaatsvergunning moeten zij, volgens de dan geldende tarieven, gaan betalen. Alleen emissievrije boten komen in aanmerking voor een vergunning voor deze nieuwe ligplaatsen. Bij uitbreiding van het aantal ligplaatslocaties die aan achtertuinen liggen zal de Havenverordening moeten worden aangepast.
We maken een uitzondering voor het stadswater Liesveldse Wetering in wijk De Meern-Leidsche Rijn en de watergangen die verbonden zijn met dit water. Daar liggen ook boten aan achtertuinen. Hiervoor geldt een uitzondering omdat het lokaal vaarwater betreft. Deze boten hoeven geen liggeld te betalen omdat ze alleen in de eigen wijk varen. Deze plezierboten kunnen niet naar de binnenstad varen omdat ze er vanwege de kruising met het Amsterdam-Rijnkanaal niet kunnen komen.
wel gebruik van het Utrechtse vaarwater. De gemeente wil dat verhuurbedrijven die geen havengeld betalen wel gaan meebetalen voor het gebruik van het stadswater.
Deze maatregel draagt bij aan de motie ‘M166/2021 Toekomstgerichte, eerlijke liggelden voor boten in Utrecht’. Deze motie heeft als doel om een toekomstbestendige en eerlijke verdeling van tarieven voor het gebruik van het stadswater in de gemeente Utrecht te realiseren.
Deze verbetermaatregelen sluit aan bij de strekking van motie M166/2021 die als doel heeft om een toekomstbestendige en eerlijke verdeling van tarieven voor het gebruik van het stadswater in de gemeente Utrecht te realiseren. Door alle verhuurbedrijven te laten betalen, kan de kostendekkendheid van de haven- en liggelden verbeteren. Afgelopen jaren is deze verslechterd. Om elektrische boten te stimuleren heeft de gemeente het tarief voor emissievrije boten een stuk verlaagd. Hierdoor zijn er minder inkomsten binnengekomen.
7.7 Verhuurbedrijven van kano’s en SUPs moeten per verhuur een kleine bijdrage betalen voor gebruik van het Utrechtse stadswater Voor het gebruik van het stadswater betalen gebruikers havengeld. Verhuurbedrijven van kano’s en SUPs betalen op dit moment geen havengeld voor het gebruik van het stadswater. Dit komt omdat deze bedrijven hun materiaal naar binnen halen en in een werfkelder of opslag leggen. Overdag maken zij echter
Het tarief voor deze verhuurbedrijven zal in lijn zijn met de andere tarieven die worden gevraagd voor bijvoorbeeld rondvaarboten en passagiersschepen die in Utrechts water een ligplaats hebben. Hierbij geldt dat het bedrag redelijk is waardoor de toegankelijk blijft geborgd. Een voorstel om het (nieuwe) tarief in te voeren zal worden gedaan bij de jaarlijkse aanpassing op de verordening op de heffing en invordering van brug-, schut- en havengelden. 58
Visie stadswater Utrecht
Frank Nieuwesteeg –
inwoner en voorzitter Kleine Boten Club Utrecht (ook op de foto: Dirk Borst – inwoner en lid stuurgroep Kleine Boten Club Utrecht)
Welk Utrechts stadswater gebruik je het meest? Ik maak gebruik van verschillende doorgaande vaarroutes, bijvoorbeeld via de Vaartsche Rijn of via de Vecht richting Loosdrecht. Maar ik kom ook op de Kromme Rijn, het Merwedekanaal, de singels en de grachten. Op welke manier gebruik je dit stadswater het meest? Ik vaar graag op het water met mijn boot. Ik ben zo’n 30 jaar geleden begonnen met varen door een bootje in de singel te leggen vlakbij mijn ouderlijk huis. Iedereen zei toen: “Wat is dat voor rare hobby? Dat doe je toch zo niet in die vieze sloot?”. En nu zijn de bootjes niet aan te slepen. Dat beeld is volledig gekanteld.
Ik ben voorzitter van de Kleine Boten Club Utrecht. Onze club behartigt de belangen van de eigenaren van ruim 300 kleine boten in de grachten van Utrecht. We houden onderling contact, bijvoorbeeld als een boot er slecht bij ligt, zodat we elkaar kunnen helpen. Ook organiseren we activiteiten zoals lezingen over de geschiedenis van het water of cursussen over knopen leggen en aanleggen.
hun accu kunnen opladen of HVO100 kunnen tanken. De Kromme Rijn blijft ook bevaarbaar, uiteraard wel enkel elektrisch (of roeiend). Het Merwedekanaal kan nog steeds door iedereen gebruikt worden en de wachtlijst en ligplaatsvergunningen worden gereserveerd voor inwoners van Utrecht. Dit stimuleert ook toerisme in eigen regio.
Wat hoop je op dit stadswater te zien over 20 jaar? Ik hoop dat mensen uit de stad en regio ontspannen op het stadswater. Dat creëert betrokkenheid en het is beter dan dat mensen bijvoorbeeld op en neer vliegen naar Barcelona. We varen dan schoon: elektrisch of op HVO100*, en dat er meer punten zijn waar bootjes
* De afkorting HVO staat voor ‘Hydrotreated Vegetable Oil’. Dit type dieselbrandstof is geproduceerd op basis van met waterstof behandelde plantaardige oliën en restafval, zoals dierlijke vetten. Het getal ‘100’ achter HVO geeft aan dat het gaat om een duurzame diesel van hoge kwaliteit in de meest pure vorm (100%).
* De afkorting HVO staat voor ‘Hydrotreated Vegetable Oil’. Dit type dieselbrandstof is geproduceerd op basis van met waterstof behandelde plantaardige oliën en restafval,
59
Visie stadswater Utrecht
Ambitie 8: Meer emissieloos transport en bevoorrading van (zware) goederen over het water We willen meer transport en bevoorrading van (zware) goederen over het water in 2030, waarbij dit transport wordt uitgevoerd met emissieloze vaartuigen. Niet alleen logistiek emissieloos in de binnenstad, maar ook alle vaarwegen in de stad. Dat draagt bij aan onze doelen voor een leefbare stad die groeit, zoals schonere lucht, minder voertuigbewegingen over de weg en het ontlasten van de kwetsbare kades en werfkelders. Nu vervoeren we goederen via het water vooral naar en voor bedrijven in de binnenstad, maar onze ambitie is dat goederen ook over het water naar andere gebieden gaan. Bijvoorbeeld naar de nieuw te ontwikkelen gebieden als Beurskwartier en Merwedekanaalzone en naar nieuwe woon- en winkelgebieden via de (op)nieuw toegankelijke vaarwegen, zoals Catharijnesingel en Leidsche Rijn. Uiteraard is dit niet nieuw voor Utrecht. De binnenstad is van oudsher gevormd voor goederenvervoer over water (wervengebied) en het Merwedekanaal was ooit een belangrijke route voor goederentransport richting Amsterdam. Voor veel goederenstromen en gebieden is vervoer over water een goed alternatief. Zoals voor de horeca met de bierboot of het bedrijfs- en consumentenafval met de ecoboot.
Een goederenstroom waar we richting 2030 meer regie op gaan pakken om via het water vervoerd te worden, is de bouwlogistiek. Zo’n 30% van het vracht- en bestelverkeer in de stad komt voort uit bouwactiviteiten. Bouwlogistiek bestaat uit het vervoer van (zwaar) materiaal en materieel. Dit leidt tot opstoppingen en zware belasting van het wegennet. Bij bestemmingen aan of dicht bij water biedt transport over water een goed alternatief voor vervoer over de weg en zorgt het voor minder uitstoot. Dit geldt bijvoorbeeld voor nieuw te ontwikkelen woongebieden die langs
het water liggen. Voor de binnenstad zijn alle logistieke stromen relevant om te vervoeren over water, zodat we het wervengebied optimaal kunnen beschermen. Om meer goederenvervoer over water mogelijk te maken moeten we ruimtelijk en financieel investeren in noodzakelijke voorzieningen en infrastructuur. Plekken (vaste en tijdelijke/mobiele) aan het water voor overslag en opslag en geen verdere inperking van infrastructuur aan en over het water, zoals te lage (beweegbare) bruggen. Meer ruimte voor vervoer van goederen over het water als serieus alternatief voor het vervoer over de weg. Op het water zelf is deze ruimte er, maar op de wal ontbreekt dat. Zonder goede infrastructuur wordt het opschalen van het vervoeren van goederen over het water moeilijk of zelfs onmogelijk. Daarnaast staan bestaande havens die als overslagpunt (hub) gebruikt kunnen worden onder druk om opgeheven of verplaatst te worden in verband
met nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw. Het is voor goederenvervoer over water belangrijk om deze hubs te behouden voor de toekomst. Zodat eigenaren/ exploitanten voor de langere termijn investeren in hun havens om goederenvervoer over water op te schalen en kwalitatief aantrekkelijk te maken als alternatief voor vervoer over de weg. Bij de uitvoering en organisatie van vervoer over water heeft de gemeente Utrecht verschillende rollen. Naast de gebruikelijke rollen, zoals het reguleren van het vaarwater, het stimuleren van vervoer over water en vergunningverlener voor transport over water, is de gemeente Utrecht ook een marktpartij doordat het de bier- en ecoboot exploiteert. Bij de ontwikkeling van de inzet van bier- en ecoboot (vanaf 2010) waren er geen marktpartijen die de exploitatie van de boten financieel gedragen kregen en heeft de gemeente deze taak op zich genomen. Afgelopen jaren zijn er nieuwe
60
Visie stadswater Utrecht
Figuu r 10 : Het proces van goederenver voer via water.
initiatieven vanuit de markt gekomen om op commerciële basis goederen over water te vervoeren. Met name op het gebied van bouwlogistiek. Omdat de kosten voor goederenvervoer over water hoog kunnen zijn, is het gewenst om samen te werken. Bijvoorbeeld met het gebruik van de faciliteiten, afstemmen van vaarten en lading. Zodoende kan meer volume en meer type goederenstromen vervoerd gaan worden en concurreren de partijen elkaar niet uit de markt. Goederenvervoer over water heeft een bevoorrechte positie met betrekking tot het varen op het water. Als beroepsvaart krijgen vervoerders eerder een ontheffing om te mogen varen en kijken we als gemeente hoe we maatwerk kunnen leveren om vervoer over water mogelijk te maken. We werken momenteel aan 7 actielijnen om de ambitie te concretiseren en de eerste stappen te maken om het aandeel goederenvervoer over water te vergroten
(zie 8.1 t/m 8.7). De verandering naar vervoer over water vraagt om een integrale stedelijke aanpak. Deze werken we nader uit in de vervolgaanpak goederenvervoer 2023-2026, waarbij we de 7 actielijnen zullen integreren en uitbreiden.
aanpassen om de ambitie te realiseren. Op 13 april 2022 heeft de gemeente Utrecht samen met 40 marktpartijen en andere overheidsinstellingen een intentieovereenkomst ‘Goederenvervoer over Water provincie Utrecht’ gesloten.
8.1 Organisatie van de samenwerking voor vervoer over water in Utrecht De omslag naar meer vervoer over water kunnen we alleen succesvol maken als de partijen in de logistieke sector, de gemeente, andere overheden en kennisinstellingen goed samenwerken. Door samen te werken bouwen de partijen aan een structurele dienstverlening van goederen over water. Het doel van deze dienstverlening is dat op vaste tijden een boot vaart waar bedrijven hun goederen op mee kunnen geven. Daarnaast leren we van de samenwerking welk beleid en regels we moeten
Onder het motto; “Varen waar het kan, rijden als het moet”. De vervolgstap is de samenwerking intensiveren. Dat hebben wij gedaan door een samenwerkingsovereenkomst te tekenen met een groot deel van de partijen eind 2022. Het doel van de overeenkomst is een (zelfstandige) uitvoeringsorganisatie op te zetten en vorm te geven aan structurele groei van goederenstromen via het water. In afstemming met de markt kan vervolgens gericht worden bepaald welke locaties en welke voorzieningen moeten worden gerealiseerd voor een kansrijke en haalbare dienstverlening voor vervoer over water. 61
Visie stadswater Utrecht
8.2 Intensiveren van het gebruik van de huidige havens als stadshub voor overslag van goederen (o.a. bouwmateriaal, afval, horeca-producten) voor verder transport over water naar stadshaltes Goederenhubs aan het water en aan de rand van de stad zijn nodig. Daar worden de goederen van een grote boot op een kleine boot geladen of van voertuig op vaartuig. Er zijn drie havens die we beter gaan benutten als hub voor overslag van goederen vanaf grote naar kleinere boot: 1.
Bedrijventerrein Lage Weide (Container Terminal Utrecht); 2. Bedrijventerrein Laagraven-Liesbosch in Nieuwegein (grondgebied gemeente Nieuwegein); 3. Hoograven-Noord, langs de Vaartsche Rijn (Stadsbedrijven, voornamelijk afval). We gaan het gebruik van deze havens als stadshubs intensiveren op twee manieren. Ten eerste door aan te sluiten op regionale en landelijke goederentransport routes via het water. Onder andere afval, ruwbouw materialen voor woningen en grond, weg & waterbouw (GWW) gerelateerde goederen gaan al over het water, maar stoppen niet in Utrecht. We onderzoeken met de betrokken partijen welke goederen in Utrecht kunnen stoppen en wie dat gaat uitvoeren. Ook passen we de eisen voor de gemeentelijke inkoop en aanbestedingen aan, zodat grote volumes aan goederen (bijvoorbeeld GWW projecten) via het water naar Utrecht komen. Ten tweede door het samenbrengen van partijen om meer volume van goederen te verplaatsen naar een vaartuig. Daarnaast gaan wij ontvangers en bedrijven die aan het water zitten stimuleren en faciliteren om hun bevoorrading via het water te laten verlopen. Dit doen we nu door partijen bij elkaar te brengen en helpen om de businesscase uit te werken. Gezamenlijk zorgen we ervoor dat het aantal gebruikers van de goederenboten groeit en daarmee de kosten worden verlaagd.
Figuu r 11: Impressie van toekomstige hub voor over slag van goederen vanaf grote naar kleinere boot
Een van de havens staat onder druk om (na 2030) opgeheven of verplaatst te worden in verband met woningbouw. Het is voor goederenvervoer over water belangrijk om hubs te behouden op de juiste locaties voor de toekomst. Nieuwe locaties ontwikkelen is enorm duur, waarbij ook rekening gehouden moet worden met de grote van de boten die kunnen aanmeren en het verschil in waterniveau. De huidige hubs liggen op gunstige locaties en zijn daarmee een belangrijke schakel in het goederenvervoersysteem over water.
‘Gezamenlijk zorgen we ervoor dat het aantal gebruikers van de goederenboten groeit en daarmee de kosten worden verlaagd’ 62
Visie stadswater Utrecht
8.3 Beleid ontwikkelen om vervoer over water te stimuleren In 2030 wil Utrecht meer vervoer over water bij bevoorrading van bedrijven of bouwprojecten die aan het water liggen. Hiervoor gaan we meer regie pakken over de (bouw)logistiek. Bijvoorbeeld door vervoer over water te verplichten, tenzij dit niet kan. Via voorwaarden bij de uitgifte van de grond zal emissieloos vervoer over water strikter worden opgelegd voor nieuw- en verbouwlocaties naarmate 2030 dichterbij komt. We doen pilots om meer kennis uit de praktijk te verkrijgen, waarmee we beter data gestuurd beleid kunnen ontwikkelen om goederenvervoer over water te stimuleren en waar nodig/wenselijk te verplichten. Met de pilots onderzoeken we welke andere stadslogistieke stromen nog meer over het water kunnen, zoals bouw-, retail-, consumentenlogistiek (pakketten) en bedrijfsafval. Voordat de pilot start, maken we samen met andere overheden en marktpartijen een plan van aanpak met de betreffende marktpartij en onderzoeken we of het (financieel) haalbaar is om zijn goederen via het water te transporteren. We faciliteren en ondersteunen marktpartijen bij de aanvraag van vergunningen en ontheffingen om te mogen varen. Door het uitvoeren van de pilot en het verkrijgen van inzicht in de processen, zien we welke regels van toepassing zijn.
Deze regels passen we vervolgens zo nodig aan, zodat vervoer over het water als eerste optie onderzocht gaat worden bij transporten die in de buurt van het water plaatsvinden. 8.4 Tijdelijke (mobiele) overslagpunten voor bouwlogistiek mogelijk maken We gaan nieuwe beleidsregels maken om bij bouw projecten die aan en nabij het water liggen, sterker te kunnen sturen op aan- en afvoeren van materiaal en materieel via het water. Om dit mogelijk te maken, zullen we locaties aanwijzen die tijdelijk gebruikt kunnen
worden als overslagpunt. Het gaat hier meestal om mobiele overslagpunten en/of punten die we circulair laten bouwen (en afbreken te zijner tijd). Dit zal met name gaan gelden voor de binnenstad en nieuwe ontwikkelingen die vlak bij vaarwegen liggen. 8.5 Goederenkaart met watertransporteurs Om goederenvervoer over water verder te stimuleren gaat Utrecht een digitale kaart maken met informatie over goederenvervoer over water. Op deze kaart staan onder andere de adressen van de watertransporteurs, de stadshaltes, hoogte van bruggen, maar ook waar elektrisch geladen kan worden of andere voorzieningen zijn voor de boten. Dit moet leiden tot meer inzicht voor marktpartijen waar het (in de toekomst) mogelijk is om te laden en lossen en een businesscase te schrijven. 8.6 Realiseren van laad- en losplaatsen (stadshaltes) voor goederenvervoer vanaf het water naar eindbestemming (o.a. bouwmateriaal, afval, horeca-producten) Stadshaltes zijn nodig om goederen vanaf de boot/ het water over te slaan naar het land en van daaruit naar de eindbestemming te brengen (over de weg). Een stadshalte is een overslagpunt van water naar land. Goederen kunnen vanaf een stadshalte snel door koeriers (vrachtfiets, kleine elektrische vrachtvoertuigen) naar de eindbestemming worden gebracht. Stadshaltes zijn zo nodig ook geschikt voor het afvoeren van huishoudelijk afval via (gespecialiseerde) schepen.
8.7 Minimale doorvaarhoogte van (beweegbare) bruggen Het vervoeren van grote, hoge en zware goederen via het water is sterk afhankelijk van diepgang en breedte, maar ook de bebouwing aan en over het water, zoals een brug. Deze vaste elementen zorgen voor een maximale hoogte, breedte, diepte en lengte van schepen. De komende jaren laat gemeente Utrecht meerdere bruggen bouwen om delen van de stad beter met elkaar te verbinden. Om goederenvervoer over water als goed alternatief beschikbaar te houden, zal de doorvaarthoogte een hoogte moeten hebben om gemakkelijk door te kunnen varen. Te lage bruggen zorgen voor veel minder vracht per vaart en het wachten op openen van bruggen kost veel tijd en geld. Met als gevolg dat het geen aantrekkelijk alternatief meer is. Het uitgangspunt is dat de nieuwe bruggen geen nieuwe beperkingen opleveren voor het vaarverkeer. Onderzoek moet vaststellen wat een geschikte minimale hoogte is van bruggen voor goederenvervoer, maar ook voor andere vaartuigen.
In en nabij de binnenstad zijn 10 kansrijke locaties aangemerkt voor nieuwe stadshaltes. Om deze kansrijke plekken tot stadshaltes te transformeren, gaan we een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren. In dit onderzoek werken we de technische en economische voorwaarden uit. De locaties die haalbaar zijn gaan we realiseren. 63
Visie stadswater Utrecht
Welk Utrechts stadswater gebruik je het meest? Ik woon aan de Veilinghavenkade en ik vind het heerlijk om zo nu en dan ‘s ochtends vroeg een aantal “baantjes” te zwemmen in de haven en daarnaast loop ik graag hard langs het AmsterdamRijnkanaal. Daarnaast vaar ik uiteraard voor Cityport of Utrecht geregeld door de wateren van Utrecht: rondje singels, de grachten maar natuurlijk ook over het Merwedekanaal en de Vaartsche Rijn. Op welke manier gebruik je dit stadswater het meest? In 2021 ben ik samen met een lokale ondernemer gestart met het initiatief Cityport of Utrecht. Mijn ambitie is om (een deel van) het goederenvervoer weer over water te laten gaan en dat uiteraard op een schone en stille wijze. Dat is mijn bijdrage aan een leefbare stad Utrecht. Het mooie is dat deze ambitie perfect aansluit bij de ambities van de gemeente Utrecht en de lokale ondernemers. De stad Utrecht is immers gebouwd om juist het goederenvervoer over water te laten gaan. Met elektrische vaartuigen kunnen we dit nu al op een emissievrije wijze invullen. Afgelopen periode hebben we daar mooie stappen in gezet en zijn al vele tonnen (bouw)materialen over het water aan- en afgevoerd. Hiervoor hebben we koplopers nodig. De koplopers zijn mensen die vanuit hun vak, hun passie en vanuit één visie graag dat stapje extra zetten.
Mijn wijze van gebruik van het stadswater is 1 op 1 gekoppeld aan de recent getekende intentieverklaring ‘Varen waar het kan, rijden als het moet’. De gemeente Utrecht, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Provincie Utrecht en Rijkswaterstaat hebben met meer dan 40 publieke partijen de afspraak gemaakt om weer met het gezicht naar het water te gaan staan. In plaats van standaard over de weg te gaan, hebben we met elkaar de intentie uitgesproken om juist bij water gerelateerde locaties eerst de optie van water te gaan verkennen.
Wat hoop je op dit stadswater te zien over 20 jaar? Over 20 jaar hoop ik samen met mijn kinderen door de stad, en de regio, Utrecht te fietsen en dan het water weer gebruikt te zien worden als op de foto’s van 100 jaar geleden. Uiteraard dan zonder karren en paarden, maar met elektrische voer- en vaartuigen. Ik zie overal op het water stille bootjes die de stadslogistiek verzorgen, van boodschappen, afval tot aan pakketjes en bouwmaterialen. Er is een systeem ontstaan van hubs aan de rand van de stad met de verbinding naar de provincie(s) en overslagpunten inclusief kranen in de binnenstad. Ik zie een mix van recreatie (roeiers, kanoërs, SUPers, bootjes, woonboten) en bootjes voor goederenvervoer die harmonieus en naadloos om en langs elkaar heen varen. Want laten we eerlijk zijn: er is genoeg water voor iedereen in Utrecht en van varen en het water wordt iedereen blij!
Frank Ardesch –
medeoprichter Cityport of Utrecht 64
Visie stadswater Utrecht
Ambitie 9: Stimuleren schoon en stil vervoer over water In Utrecht geven we voorrang aan schone manieren van vervoer. Het klimaat en onze gezondheid vragen om andere keuzes. Voor voertuigen maken we de toelatings eisen van de milieuzone strenger en vanaf 2025 worden bedrijven binnen de zero-emissiezone alleen nog uitstootvrij bevoorraad. Naast voertuigen gaat dit ook gelden voor vaartuigen. De gemeente voert emissievrij varen gefaseerd in voor verschillende categorieën motor boten. We proberen het voor gebruikers zo makkelijk mogelijk te maken om ook voor schoon vervoer te kiezen. Voldoende laadpalen is een voorwaarde voor het invoeren van een brandstofverbod. Bijvoorbeeld met voldoende laadpalen voor elektrische boten. 9.1 Passagiersvaart (commercieel) en beroepsvaart (goederentransport) vanaf 1 januari 2025 emissievrij met uitzondering voor werkschepen van aannemers en varende woonschepen De passagiersvaart bestaat uit verhuurboten met een motor (meestal fluisterbootjes), rondvaartboten (met schipper en max 12 passagiers) en passagiersschepen (met schipper en meer dan 12 passagiers). Voor rond vaartboten en verhuurboten bestaat al vanaf 2015 gemeentelijk beleid rond emissievrij varen. Deze boten hebben inmiddels allemaal een elektrische motor. Voor passagiersschepen is de afspraak dat deze boten per november 2024 emissievrij zijn.
Vanwege de coronatijd hebben de ondernemers twee jaar extra gekregen om naar emissievrij te gaan. In paragraaf 2.4 staat meer over de passagiersvaart en beroepsvaart in Utrecht en het aantal vaarbewegingen. Beroepsvaart bestaat uit de schepen van de gemeente, commerciële bedrijfsboten voor logistiek en bouw en andere goederenvervoerders. Deze boten moeten in 2025 allemaal emissievrij zijn volgens het huidige beleid van gemeente (zie Afspraken uitstootvrije bevoorrading binnenstad | Gemeente Utrecht). Met dit beleid uit 2017
heeft de gemeente als doel gesteld dat de bevoorrading in de binnenstad in 2025 uitstootvrij is. Dit geldt ook voor nieuwe commerciële partijen die goederen willen vervoeren in de stad Utrecht. Toestemming om af te meren voor laden en lossen van goederen zal alleen worden verleend aan schepen die emissievrij varen. Een uitzondering wordt gemaakt voor werkschepen (bijvoorbeeld werkschepen voor baggeren en uit voeren van heiwerkzaamheden vanaf het water). Het streven is om met ingang van 1 januari 2030 emissievrije werk schepen te verplichten. Met uitvoerende bedrijven en andere medeoverheden gaan hierover het gesprek aan. Daarnaast blijven ontheffingen nodig voor grotere woonschepen op het Merwedekanaal die daar nu een ligplaats hebben, bijvoorbeeld in de Veilinghaven en varende woonschepen. 9.2 Pleziervaart (recreatievaart) Vanaf 1 januari 2025 emissievrij voor recreatievaartuigen met ligplaatsen buiten de landelijke motorbotenroute, vanaf 1 januari 2027 voor recreatievaartuigen met ligplaatsen binnen de motorbotenroute en vanaf 1 januari 2030 plezierboten van bezoekers (zonder ligplaats). Recreatievaartuigen zonder ligplaatsvergunning mogen vanaf 1 januari 2025 tot 1 januari 2030 binnen de stad alleen nog gebruik maken van de vaarwegen langs de landelijke motorbotenroute BRTN 9.
De pleziervaart bestaat uit recreatievaartuigen van bewoners met een ligplaats en van bezoekers zonder ligplaats. Recreatievaartuigen met een ligplaats zijn kleinere plezierboten en sloepjes waarvan in 2023 70% elektrisch varen. Plezierboten van bezoekers zijn sloepjes die een rondje binnenstad varen en grotere motorjachten die op doorreis zijn. Deze boten hebben meestal een brandstofmotor. Zie verder paragraaf 2.4 met een beschrijving van het aantal vaarbewegingen van de pleziervaart in de stad Utrecht.
Beleid voor recreatievaartuigen met ligplaatsvergunning Totaal zijn er circa 480 ligplaatsen voor recreatie vaartuigen van bewoners met een ligplaats. Hiervan is in 2023 circa 70% elektrisch. Voor deze categorie vaartuigen met ligplaats wil de gemeente emissievrij varen invoeren in twee stappen. 1.
Met ingang van 1 januari 2025 verplichten we dat alle boten met een recreatieligplaatsvergunning die buiten de landelijke motorbotenroute liggen (BRTN-9) om emissievrij te zijn. Dit zijn ligplaatsen langs de oostelijke stadsbuitengracht, Biltsche Grift, Zilveren Schaats en de Leidsche Rijn (tussen Stadsbuitengracht en Amsterdamrijnkanaal) en het Merwedekanaal tussen afslag Vaartsche Rijn en sluiscomplex Oog in Al (Muntsluis). Hier liggen al kleinere boten die veelal elektrisch zijn en redelijk snel en goedkoop zijn om te bouwen met een nieuwe elektrische buitenboordmotor. 2. Met ingang van 1 januari 2027 gaat de gemeente emissievrii varen verplichten voor alle recreatie vaartuigen met een ligplaats. Langs de landelijke motorbotenroute BRTN-9 geldt een overgangs regeling van twee jaar. Dit betreft recreatieligplaatsen langs de Vaartsche Rijn en de Vecht (zie figuur 12). Op deze doorgaande route mogen in 2025 en 2026 nog recreatievaartuigen met een brandstofmotor liggen. Recreatievaartuigen met ligplaats en een brandstofmotor die nu buiten de BRTN 9 route liggen moeten deze dus vanaf 2025 verplaatsen naar een ligplaats langs de Vaartsche Rijn en Vecht. Een uitzondering wordt gemaakt voor historische schepen met een ligplaats (niet commercieel). Dit zijn er in de stad weinig en hebben een erfgoedwaarde.
Voorwaarde geldt dat deze boten moet zijn opgenomen in het register Varend Erfgoed Nederland. Dit register wordt beheerd door de Federatie Varend Erfgoed Nederland (www.fven.nl). 65
Visie stadswater Utrecht
Beleid recreatievaartuigen zonder ligplaatsvergunning Daarnaast is er een grote groep recreatievaartuigen van bezoekers zonder ligplaats. Dit zijn veelal sloepjes die in een paar uur een rondje binnenstad varen. Het betreft ook motorjachten waar overnachting op mogelijk is. Het merendeel heeft een brandstofmotor en maakt gebruik van de landelijke motorbootroute BRTN 9. De ambitie van de gemeente is om met ingang van 2030 voor deze hele groep emissievrij varen te verplichten. Dit is in lijn met de ambitie van het college om in 2030 een emissievrije zone in te voeren voor alle voer tuigen in de binnenstad. De ambitie is om dit dus ook te laten gelden voor vaartuigen. De gemeente gaat in gesprek met de partners van BRTN 9 (provincies, water schappen, RWS, gemeentes en belangenorganisaties) om deze ambitie te realiseren. Eenzijdig optreden van de gemeente kan leiden dat recreanten de BRTN 9 route vermijden. Dit is ongewenst voor alle partijen. Recreatie vaartuigen varen dan om de stad Utrecht heen door niet over de Vecht te varen maar gebruik te maken van het Amsterdams Rijnkanaal. Tot 1 januari 2030 mogen recreatievaartuigen binnen de stad alleen nog gebruik maken van de vaarwegen langs de landelijke motor botenroute BRTN 9 (zie figuur 12). Voor evenementen zoals bijvoorbeeld de Canal Pride wil de gemeente ook dat er met emissievrije vaartuigen wordt gevaren.
De praktijk is nu dat er oude vervuilende vaartuigen uit Amsterdam ingezet worden in Utrecht. Bij komende vergunningaanvragen zal in overleg met de organisatiecomités van evenementen worden besproken of dat de komende jaren stapsgewijs kan worden ingevoerd. Voor evenementen geldt ook dat vaartuigen met ingang van 2030 emissievrij zijn.
In onderstaande tabel staat puntsgewijs wanneer voor welke categorie is aangekondigd dat emissievrij varen wordt ingevoerd en met welke ingangsdatum.
In figuur 12 staan de verschillende stadswateren en vanaf welk jaar emissievrij varen verplicht wordt.
Tabel 9 : over zicht wanneer emissievrij varen voor ver schillende motor vaar tuigen is aangekondigd en wordt ingevoerd Categorie
Uitzondering
Datum aankondiging
Datum invoering
Rondvaartboten en verhuurboten
Geen
Augustus 2015
September 2015
Passagiersschepen
Geen
2016
1 november 2024
2021 aankondiging uitstel vanwege corona Beroepsvaart (bedrijfsboten, goederenvervoerders)
Werkschepen en varende woonschepen
2017
1 januari 2025
Recreatievaartuigen met ligplaats in Utrecht
Doorgaande motor botenroute (BRTN-9)
2022 (bij start inspraak Visie stadswater)
1 januari 2025
Formele besluitvorming na vaststelling visie Geen
2022 (bij start inspraak Visie stadswater)
1 januari 2027
Formele besluitvorming na vaststelling visie Recreatievaartuigen zonder ligplaats (bezoekers)
Doorgaande motor botenroute (BRTN-9)
2022 (bij start inspraak)
Alle motorvaartuigen
Emissievrij gehele stad
2022 (bij start inspraak)
Uitzonderingen blijvend: varende woonschepen en historische schepen met een ligplaats (niet commercieel)
Formele besluitvorming na vaststelling visie
1 januari 2025
Formele besluitvorming na vaststelling visie 1 januari 2030
66
Visie stadswater Utrecht
Themakaart – Emissieloos varen 46 - Titel document
Legenda •
Stadswater
•
Overig stadswater en Amsterdam-Rijnkanaal
•
BRTN route emissieloos vanaf 2030
•
Particuliere ligplaatszones emissieloos vanaf 2027
•
Emissieloos vanaf 2025
Figuu r 12 : over zichtskaar t vanaf welk jaar emissievrij varen verplicht is voor ver schillende stadswateren 67
Visie stadswater Utrecht
3.4 Regels, handhaving en veiligheid Ambitie 10: Bevorderen van goed en veilig vaargedrag Best veel mensen kennen de vaarregels niet of houden zich er niet aan. Vooral bij huurders van bootjes, kano’s en SUPpers lijkt dit het geval te zijn. Soms is voor gebruikers niet duidelijk wat de regels van de gemeente zijn. De gemeente wil met onderstaande verbetermogelijkheden goed en veilig vaargedrag bevorderen en duidelijker maken wat wel en niet kan. 10.1 Betere voorlichting/instructies over vaarregels en vaargedrag van verhuurbedrijven aan huurders Het is belangrijk dat huurders van vaartuigen goede instructie krijgen over de vaarregels en het vaargedrag van verhuurbedrijven en de gemeente. Eventueel kan dit door het ondertekenen van een document. De gemeente monitort jaarlijks op het aantal incidenten op het water. Eventuele klachten kunnen gemeld worden via www.utrecht.nl/meldingen. Op deze manier houden we vinger aan de pols. 10.2 Vaarkaart uitbreiden met regels voor vaargedrag Voor de binnenstad is er een vaarkaart. Deze zal de gemeente uitbreiden met regels voor goed vaargedrag. Deze vaarkaart met vaarregels wordt naar ligplaats houders gestuurd, uitgedeeld bij de sluis en door verhuurbedrijven uitgedeeld zodat schippers op de hoogte zijn.
68
Visie stadswater Utrecht
10.3 Voorlichting en communicatie wat er mag per plek Er liggen kansen voor verschillende manieren van voorlichting en communicatie over goed en veilig vaargedrag. De gewenste focus ligt op positieve communicatie en bewustwording. Een aantal mogelijke communicatie- en voorlichtingsacties om goed en veilig vaargedrag te stimuleren: ࢟
࢟
Een fysieke campagne aan de start van het vaarseizoen, met de nadruk tijdens de zomermaanden op drukke vaarroutes om schippers bewust te maken van de mogelijke overlast die zij veroorzaken en de regels van goed en veilig vaargedrag onder de aandacht te brengen. Collega’s van de Havendienst delen ter plekke complimenten en tips uit aan schippers.
10.4 Voorlichting op borden 4,5 km per uur Om mensen bewuster te maken van de maximaal toegestane vaarsnelheid, zullen we een aantal voorlichtingsborden plaatsen op strategische locaties. Er staan al borden met de toegestane snelheid als je de stad binnenkomt.
10.5 Minimale vaarwegbreedtes van al het stadswater opnemen in de Havenatlas De gemeente gaat voor alle stadswateren de minimale vaarwegbreedtes opnemen in de Havenatlas. Voor de Vecht heeft het waterschap AGV al een minimale vaarwegbreedte van 17 meter opgenomen. Dit neemt de gemeente over en gaat dit ook bepalen voor de andere stadswateren. Zo willen we voor het Merwedekanaal de minimale breedte van 25 meter opnemen zoals is afgesproken in het roeiconvenant. Op deze wijze kunnen we beter nieuwe vergunningen beoordelen voor aanlegplekken, steigers, doorgang van bruggen. 10.6 Aanscherpen regels voor evenementen op water Afgelopen jaar krijgt de gemeente meer vergunnings aanvragen binnen voor evenementen op het stadswater. Het verzoek van de initiatiefnemer is vaak om een bepaalde waterweg tijdelijk af te sluiten voor ander vaarverkeer. Een deel van de gracht is dan bijvoorbeeld voor een middag alleen beschikbaar voor publiek van het evenement en niet voor andere vaartuigen. De gemeente stelt als regel dat het stadswater openbaar toegankelijk blijft en het vaarverkeer niet
volledig kan worden gestremd voor een evenement. Totale tijdelijke afsluiting van het vaarwater is alleen mogelijk bij uitzonderlijke, grote evenementen zoals de Canal Pride en Vuelta. 10.7 Westelijke stadsbuitengracht aanwijzen voor schaatsen (vaarverbod aanwijzen) Bij ijsvorming volgt de gemeente het beleid en de draaiboeken van waterschappen en Rijkswaterstaat. Bij voldoende vorst dient het waterpeil op schaatsroutes zo constant mogelijk te worden gehouden om een betrouwbare ijsvloer te krijgen. Waterschap en Rijkswaterstaat zijn verantwoordelijk voor het peilbeheer en zorgen met gemalen, stuwen en inlaten voor de juiste waterstand in de sloten, kanalen en plassen. De gemeente wordt als vaarwegbeheerder betrokken door de waterbeheerders. Het varen verbieden draagt ook bij aan een goede ijsbaan. De gemeente zal het beleid voeren dat de westelijke stadsbuitengracht wordt afgezet voor boten om te varen. Hiermee zitten we de rondvaart niet in de weg omdat deze op de Oudegracht en oostelijke Stadsbuitengracht vaart. In de winter van 2021 is dit ook gedaan en goed bevallen. 69
Visie stadswater Utrecht
Ambitie 11: Verminderen van overlast vanaf het water en vanaf de oever bij drukbezochte zwemlocaties Utrecht heeft een van de mooiste oude binnensteden in Europa. In de binnenstad moet levendigheid samen gaan met rust. Dat maakt de stad leefbaar. Deze balans tussen levendigheid en rust geldt ook op het stadswater. Afgelopen 3 jaar zijn er 3 keer meer meldingen rond over last op het water bij de gemeente binnengekomen. Dit zijn voornamelijk mensen die op of aan het water wonen en mensen die bij drukbezochte zwemlocaties zoals Muntsluis en Veilinghaven wonen. We doen de volgende voorstellen om overlast vanaf het water en vanaf de oever bij drukbezochte zwemlocaties te verminderen. 11.1 Verbod op specifieke snelle vaartuigen, zoals jetski’s, voor alle stadswateren Het voorstel is om snelle vaartuigen zoals jetski’s te verbieden, omdat ze niet passen in een leefbare stad. Een gracht of kanaal in de stad is geen geschikte plek om met een jetski te varen. Op een zomerdag komt dit wel eens voor. De gemeente heeft hier afgelopen vaar seizoen meerdere klachten over gehad. Het is toegestaan als de jetski’s zich maar houden aan de maximale snel heid van 4,5 km per uur. Een jetski is alleen gemaakt om snelheid mee te maken, niet om met een (maximale) snelheid van 4,5 km per uur mee te varen.
Daarom is het voorstel om specifieke snelle vaartuigen zoals jetski’s te verbieden voor alle stadswateren. Dit wil de gemeente regelen op basis van de Scheepvaartverkeerswet. 11.2 Het invoeren een vaarverbod voor de nacht (23.00 uur - 7.00 uur) Om de rust voor bewoners aan het water te bevorderen en overlast te beperken, stellen we een tijdslimiet in voor alle boten. Uit de enquête en stadsgesprekken blijkt immers dat een groot deel van de geluidsoverlast hiervan afkomstig is. Deze tijdstippen sluiten aan bij de huidige regels uit de APV die voor de openbare ruimte (dus de oever) geldt. Deze maatregel geldt voor alle stads wateren. Er komt een uitzondering voor goederenvervoer.
11.3 Proef BOA’s die toezicht houden vanaf een boot in plaats van vanaf de waterkant In 2022 is de gemeente een pilot gestart om tijdens drukke zomerdagen toezicht te houden vanaf het water. Tot nu toe hielden we toezicht vanaf de kant. Dit is een samenwerking tussen de medewerkers Havendienst en Toezicht en Handhaving. Vanaf een boot kunnen de BOA’s overtreders gemakkelijker aanspreken. Daarmee wil de gemeente overlast voorkomen en ervoor zorgen dat iedereen het plezierig heeft op en rondom het water. De eerste bevindingen zijn positief. Toezicht vanaf het water is een stuk effectiever. De gemeente wil deze werkwijze de komende jaren continueren. 11.4 Verbod op versterkte muziek vanaf vaartuigen Op bewoonde delen van de vaarroutes in Utrecht (vooral langs de Oudegracht) staan de huizen erg dicht op het water. Ook liggen er woonboten op de Vaartsche Rijn, Vecht, Merwedekanaal, Kromme Rijn, Leidsche Rijn en Terwijde. Het water weerkaatst het geluid vanaf boten en werkt als een soort klankkast. Versterkte muziek zorgt voor een nog groter effect van deze klankkast.
11.5 Maatregelen om de overlast voor direct omwonenden bij drukbezochte zwemlocaties zoals Muntsluis en Veilinghaven te verminderen De toenemende overlast bij drukbezochte zwemlocaties zoals bij Muntsluis en Veilinghaven is voor de gemeente aanleiding om nader onderzoek (zie paragraaf 3.2, verbetermogelijkheid 4.1). Er ligt een opgave om verspreid over de stad voldoende buitenzwemplekken te hebben. De gemeente vindt dat het gebruik van stadswater niet ten koste mag gaan van de woon- en leefbaarheid voor bewoners op en langs het water. Uit het nader onderzoek moet blijken welke maatregelen effectief (technisch uitvoerbaar en betaalbaar) zijn en worden gedragen door de buurt. Mogelijke maatregelen zijn een verbod op versterkte muziek bij zwemplekken (dus niet alleen vanaf het water maar ook op de oever), dagelijks toezicht op warme dagen, het aanbrengen van struiken en andere begroeiing om het aantal recreatie plekken op de oever te beperken en een mogelijk alcoholverbod (mede in relatie tot opvangcentrum Noiz).
Nu staat in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente dat versterkt geluid niet mag als het leidt tot overlast naar anderen. In de praktijk blijkt deze regel niet goed te handhaven. Het is namelijk niet objectief vast te stellen wat overlast voor anderen inhoudt. Het voorstel van bewoners in de binnenstad is om een verbod op versterkt geluid in te voeren. De regel geldt voor alle stadswateren en niet alleen voor de binnenstad. Anders verplaatst het probleem zich naar andere stadswateren. Zo geldt voor Amsterdam deze regel alleen voor de binnenstad en is er nu extra veel geluidsoverlast op de Amstel waar deze regel niet geldt. Foto: proef toezicht houden vanaf het water 70
Visie stadswater Utrecht
Robin van Essen –
bewoner Twijnstraat aan de Werf
Welk Utrechts stadswater gebruik je het meest? De Oudegracht. Ik vond de Twijnstraat aan de Werf altijd al een van de mooiste plekjes van de stad. Toen ik vroeger uitging met vrienden zei ik altijd: “Hier ga ik later wonen.” In 1998 stond er een woning te koop en ben ik een aantal dagen op onderzoek uitgegaan. Wat gebeurt er hier allemaal op het water en in de buurt? Uiteindelijk heb ik besloten het huis te kopen en woon ik al 24 jaar met veel plezier aan de Oudegracht. Op welke manier gebruik je dit stadswater het meest? Ik kijk er op uit vanaf mijn woonkamer en als ik mijn huis uitstap is het iets meer dan 2 meter tot aan de Oudegracht. Het is dus een onderdeel van mijn woonomgeving. Ook vaar ik graag op de Oudegracht.
De laatste jaren zie ik dat er “verpretparkisering” van de Utrechtse binnenstad ontstaat. Er zijn 4 toeristische slaapplekken in de werfkelders tegenover mijn huis gekomen. In het begin met picknickbanken en loungeplekken voor de deur. Het duurde erg lang om met de gemeente het proces te doorlopen om dat weer terug te draaien, uiteindelijk lukte het. Ook wordt er steeds meer op de gracht gevaren. Dat is soms best leuk en levendig, maar de gracht groeit niet mee. Van sommige groepen heb je wat meer last, denk aan studenten in een opblaasbootje met stereo, verhuurbootjes met vrijgezellenfeestjes die karaoke doen, te hard varende waterscooters en groepjes suppende mensen met een geluidsboxje voor op de sup. Ondanks dat ik nog steeds heel blij ben met mijn plekje ervaar ik daarvan ook nadelen, zoals geluidsoverlast en wildplassen.
Wat hoop je op dit stadswater te zien over 20 jaar? Ik weet niet zeker of ik hier zelf over 20 jaar nog woon, maar ik hoop dat de Oudegracht nog steeds een levendige plek is. Dat hoort bij deze plek. Het zou mooi zijn als de levendigheid dan beheersbaar is, bijvoorbeeld door eenrichtingsverkeer in te stellen. Er ligt een rol voor de gemeente en verhuurders van bootjes om bezoekers bewust te maken van de overlast die bewoners ervaren en dat bezoekers daar rekening mee houden. Ook kan er op het water worden gehandhaafd op excessen en dat er een limiet komt aan het aantal verhuurbootjes. Ik hoop dat de grachten schoon zijn van afval en dat de werven groen en opgeruimd blijven, zodat het er zowel voor bezoeker als bewoner goed toeven is.
71
Visie stadswater Utrecht
Ambitie 12: Aanpakken van nautische knelpunten op het water In de stad Utrecht zijn plekken waar vaartuigen en soms zwemmers elkaar in de weg zitten en ongewenste situaties kunnen ontstaan. De verwachting is dat het vaarverkeer de komende jaren verder toeneemt. Om gevaarlijke situaties en ongelukken in de toekomst te voorkomen zet de gemeente in op de volgende verbetermogelijkheden. 12.1 Uitbreiden tellingen en verkeersmodel binnenstad naar Merwedekanaal Om mogelijke verkeersmaatregelen op het Merwede kanaal beter te beoordelen is nader onderzoek nodig. In 2022 hebben we het meetnetwerk uitgebreid met een meetlocatie bij de Muntbrug. Daarnaast blijven we monitoren op de huidige plekken. We willen voor het Merwedekanaal weten wat het huidig aantal vaar bewegingen en incidenten is (nulmeting). Daarna kunnen we met het verkeersmodel beter voorspellen wat we verwachten voor de toekomst door nieuwbouw bij Merwedekanaalzone en het doortrekken van de Leidsche Rijn naar de binnenstad. Welke activiteiten zijn goed verenigbaar en welke niet, wat is de verwachte effectiviteit van een remmingswerk (zie verbeter mogelijkheid 12.5) en venstertijden? De gemeente zak met de roeiverenigingen nadere afspraken over het beste tijdstip om vaarbewegingen en incidenten bij de Muntbrug te tellen.
Bij nieuwe knelpunten op Merwede kanaal of Muntbrug kunnen we indien nodig bijsturen en aanvullende maatregelen nemen. 12.2 Eenrichtingsverkeer Oudegracht instellen van Noord naar Zuid (juni t/m augustus) De meeste vaartuigen varen in de binnenstad van Utrecht op de stadsbuitengrachten en singels. Tijdens een warme zomerdag tellen we op drukke punten langs de Oudegracht gemiddeld 1.000 vaartuigen. Afgelopen 3 jaar zagen we een verdubbeling van het totaal aantal vaarbewegingen. De groep met kano’s en SUPs is het
meest gestegen. Een stijging van 50% meer vaartuigen tijdens drukke zomerdagen kunnen we opvangen. Daarboven zal het vaarverkeer als eerste knellen nabij de Stadshuisbrug en het kruispunt bij Ledig Erf. Uit het verkeersonderzoek blijkt dit de meest effectieve maatregel om de vaarcapaciteit in de binnenstad te vergroten. De wachtrij met vaartuigen ten noorden bij de Stadshuisbrug neemt met 25% af. Door deze maatregel hoef je bij Stadshuisbrug dus minder lang te wachten en kunnen vaartuigen elkaar veiliger passeren bij drukte. De gemeente wil eenrichtingsverkeer op de Oudegracht instellen van juni t/m augustus. Komende jaren houden we vinger aan de pols door te blijven monitoren naar het aantal vaarbewegingen en incidenten op de Oudegracht. Mochten er nieuwe knelpunten op het water ontstaan dan zal de gemeente de periode kunnen uitbreiden, bijvoorbeeld van mei t/m september. De gemeente wil het eenrichtingsverkeer de komende jaren echter nog niet invoeren. We hebben berekend dat er vooral een knelpunt ontstaat bij de Stadshuisbrug bij een toename van 50% meer boten op een drukke zomerdag. Op dit punt zitten we nu nog niet, en we verwachten niet dat we de komende jaren die toename al bereiken. Op de Nieuwegracht, Kromme Nieuwegracht, Drift en Plompetorengracht geldt van Zuid naar Noord al eenrichtingsverkeer.
In deze gracht mogen alleen spierkracht aangedreven vaartuigen varen. Motor boten kunnen de kwetsbare kademuren beschadigen vanwege wervelingen die ontstaan door een snel ronddraaiende schroef. Met het instellen van eenrichtingsverkeer op de Oude gracht heeft de gemeente al ervaring. Iedere Koningsdag geldt namelijk tijdelijk eenrichtingsverkeer van Noord naar Zuid om drukte op het water te beheersen. Dat werkt in de praktijk goed en willen we structureel maken.
Voor het invoeren van deze verkeersmaatregel zijn verkeerslichten nodig aan beide kanten van de Stadshuisbrug voor het veilig passeren van hogere jachten met een doorvaarthoogte tussen de 2,5 en 3,2 meter. Deze boten kunnen alleen over de Oudegracht van Zuid naar Noord varen. Het enige alternatief is via het het Amsterdam-Rijnkanaal. Rijkswaterstaat ontmoedigt dit, omdat het negatief is voor de veiligheid op het Amsterdam-Rijnkanaal. De bruggen over de stadssingels zijn namelijk te laag. Het gaat hier om een beperkt aantal boten. Ook zullen er ontheffingen moeten komen voor werk- en bevoorradingsschepen. Deze schepen moeten voor hun werkzaamheden beide richtingen op kunnen varen. Hier gaat het ook om een beperkt aantal. Het stoplicht ten noorden van Stadhuisbrug staat standaard op groen en het stoplicht ten zuiden van de brug op rood. Het merendeel van de vaartuigen kunnen dan zonder tegenliggers vlot en veilig van Noord naar Zuid varen. De hogere jachten en werkschepen moeten op een knop drukken ten zuiden van de brug. Zij wachten dan even totdat de boten aan de andere zijde wachten en zij vervolgens groen krijgen om zonder tegenliggers van Zuid naar Noord te varen.