CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Stadswater.pdf

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (2022-2026) 12 oktober 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Visie Stadswater33.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

fluisterbootjes (type 2). Uit de tellingen van afgelopen jaren zien we een sterke stijging van het aantal kano’s en SUPs (verhuur type 1). Het aantal fluisterbootjes is afgelopen jaren afgenomen omdat er geen ligplaatsen zijn binnen de gemeente Utrecht. Komende jaren verwachten we voor zowel type 1 als type 2 een groei. 4. Beroepsvaart (geen passagiers) a. Commerciële bedrijfsboten (logistiek, bouw). Dit is een beperkt aantal boten, er varen circa 7 keer commerciële bedrijfsboten per werkdag, we zien een hele lichte stijging afgelopen jaar voor bouw, voor de toekomst verwachten we dat deze stijging doorzet. b. Bierboot en afvalboot (elektrisch). Beide boten zijn van de gemeente. Deze boten varen 5 keer per werkdag. Het totaal aantal boten is afgelopen jaren stabiel gebleven.

30

Visie stadswater Utrecht

Incidenten en overlast Uit het onderzoek van Mobycon zien we dat het aantal incidenten op het water afgelopen drie jaar flink is gestegen. Denk hierbij aan overlastgevende gedragingen op het water zoals hard schreeuwen, zingen, versterkte muziek draaien, te hard varen, wildplassen en weggooien van afval (tabel 4). Het aantal incidenten op het water is van 2019 tot 2021 verdrievoudigd. Het aantal incidenten steeg van 47 in 2019 naar 137 in 2021. In 2022 zijn er 97 incidenten geteld voor 4 zomerdagen. Toch valt het aantal incidenten mee als je het vergelijkt met het totaal aantal vaarbewegingen. Over 3 jaar genomen gaat het om 0,7%. We zien in 2021 een stijging terwijl het minder druk was op het water dan in 2020. Mogelijk dat mensen meer rekening met elkaar houden als het drukker wordt op het water.

Tabel 4: aantal getelde incidenten binnenstad Utrecht voor 5 zomerdagen op 3 plekken ten opzichte van totaal aantal vaarbewegingen (in 2022 zijn op 4 zomerdagen geteld) Jaren

Aantal incidenten

Aantal vaarbewegingen

Percentage

2019

47

8.456

0,6%

2020

63

15.462

0,4%

2021

137

12.798

1,1%

2022

97

10.505

0,9%

Totaal

247

36.716

0,8%

Verder valt op dat de meeste incidenten gaan over bezoekers met een plezier­boot en de groep die een SUP, kano of water­fiets huurt. Bij bezoekers en huurders van bootjes gaan de meeste incidenten over geluids­overlast (versterkt geluid, hard schreeuwen) en slecht vaar­gedrag. De SUPpers, kanoërs en water­ fietsers kennen de vaar­regels onvoldoende, varen in grote groepen of leggen hun materiaal op de werven waar­door mensen er niet langs kunnen lopen. De afgelopen jaren ervaren bewoners in de binnenstad dat de overlast van boten is toegenomen. Dit zien we ook terug in de stijging van het aantal meldingen van bewoners die bij de gemeente is binnengekomen. Van 2019 tot en met 2021 zien we dat overlast van boten 3 keer groter is geworden. Bijna 70% van de meldingen komt van bewoners rond de Oudegracht. Vlotte en veilige doorvaart In de zomer varen er op de singels en grachten de meeste boten. De drukste gemeten zomerdag was op zondag 13 september 2020, een dag na de opening van de Catharijnesingel. Totaal zijn er die dag bijna 1.600 vaartuigen bij Ledig Erf geteld. Roeien In 2022 tellen de 3 grote roeiverenigingen in Utrecht ruim 3.000 leden (peildatum: december 2022). Dat zijn 1.870 studenten­roeiers (73%), 600 volwassenen (23%) en 90 jeugd­leden (4%).

Daar­van zijn er 1.220 recreatieve roeiers die 1-2 keer per week roeien (48%), 1.055 competitie-/ wedstrijd­roeiers die 2-4 keer per week trainen (41%) en 285 top­sporters die 7-9 keer per week trainen (11%). Er is door capaciteits­gebrek een wacht­lijst van 715 roeiers. Roeiploeg Utrecht heeft 120 leden en een wacht­lijst van circa 30 tot 40 mensen. Door meerdere ontwikkelingen op en rond het Merwedekanaal wordt de situatie voor de roeiers op het kanaal steeds moeilijker. Afgelopen jaren is daar tussen

de gemeente en roeiverenigingen over gesproken en zijn afspraken gemaakt. Als eerste komt er een nieuwe stadswijk Merwedekanaalzone. Er komen 2 nieuwe roeivriendelijke fietsbruggen zonder pijlers over het Merwedekanaal. Ook zijn er plannen voor nieuwbouw bij het Jaarbeursgebied, Lombokplein en het rondje Stadseiland. Deze gebiedsontwikkelingen zullen effect hebben op het roeien op het Merwedekanaal. Dit is eerder geschetst in de raadsbrief in 2017. Belangrijke aandachtspunten bij de uitwerking van deze gebiedsontwikkelingen zijn de verdere inrichting van de oever, de fiets- en wandelroutes langs het kanaal en het water tussen de Muntbrug en Muntsluis waar roeiers met hun boot keren. In de raadsbrief van 2017 is aangegeven dat de roeiers niet het exclusieve recht hebben op het openbare vaarwater maar dat de roeisport op het Merwedekanaal wel behouden moet blijven. Dit uitgangspunt blijft gehandhaafd en is in het op 8 februari 2022 afgesloten convenant met de roeiverenigingen bevestigd. In dit convenant zijn de afspraken vastgelegd die het roeien op het Merwedekanaal en het coachen vanaf het coachpad behouden voor de toekomst. 31

Visie stadswater Utrecht

Behoefteonderzoek buitenzwemwater In 2019 hebben we onder het bewonerspanel een uitgebreid onderzoek gedaan naar de behoefte aan zwemwater. Er bestaat geen officiële norm voor de hoeveelheid buitenzwemwater. Wel is uit landelijk en provinciaal onderzoek bekend dat op een mooie zomerse dag gemiddeld 6% van de bevolking buitenzwemwater bezoekt. Voor Utrecht betekent dit dat op een zomerse dag ruim 20.000 inwoners op zoek gaan naar buitenzwemwater. Door de groei van de bevolking zal dit aantal in 2040 richting de 30.000 inwoners gaan en door het warmer wordende klimaat neemt deze behoefte alleen maar verder toe. Verder blijkt uit het onderzoek van bureau Mulier dat de afstand tot het zwemwater het belangrijkste criterium is om er daadwerkelijk gebruik van te maken.

In de zomer van 2021 hebben we de belangrijkste locaties gemonitord op bezoekersaantallen. Hoewel de zomer van 2021 weinig zomerse dagen kende, bevestigt de monitoring het beeld dat de nietofficiële locaties intensief gebruikt worden en daarmee een belangrijke functie hebben. De Muntsluis bij het Merwedekanaal, de Kromme Rijn bij landgoed Amelisweerd, de Veilinghaven en polder Ruijgenhoek ten noorden van Overvecht komen als belangrijkste niet-officiele locaties naar voren. Door bezoekers worden openbare toiletten als belangrijkste verbetering genoemd. In deze visie maken we de afweging bij welke niet-officiële zwemlocaties het wenselijk is te verkennen of ze officieel zwemwater kunnen worden.

Goederenvervoer over water De ervaring van gemeente met de bier- en ecoboot en de pilots (bouw)logistiek laten de potentie zien van goederenvervoer over het water in Utrecht. Het is een alternatief voor vervoer van goederen met (vracht) autovoertuigen. Zeker voor de kwetsbare binnenstad en in het bijzonder het wervengebied. Daar is het vervoer van zware goederen, materialen en materieel over de weg vrijwel onmogelijk, terwijl het via het water zeer goed kan. Voor het herstel van de werven wordt daarom het overgrote deel al via het water gedaan. Het aantal te herstellen kelders en werven zal de komende jaren toenemen. Ook voor andere gebieden die aan het water liggen draagt goederenvervoer over het water bij aan een leefbare stad. Door elektrisch transport van goederen via het water kunnen meerdere (vracht)auto bewegingen bespaard worden zonder schadelijke uitstoot. 32

Visie stadswater Utrecht

2.5 Verwachting toekomst Trends en ontwikkelingen Belangrijkste trends en ontwikkelingen die het gebruik van het stadswater en haar oevers raken: 1. De stad Utrecht groeit: in 20 jaar is de verwachte groei van 350.000 naar 455.000 inwoners (ongeveer een kwart meer inwoners). Langs het Merwedekanaal en de Leidsche Rijn wordt komende jaren veel gebouwd. Belangen op het water zullen mogelijk meer conflicteren omdat het in de toekomst drukker op het water wordt. 2. Meer warme dagen door klimaatverandering: verwachting is dat er meer SUPpers en kano’s op het stadswater komen. Meer mensen zullen langs het water zitten en in het buitenwater zwemmen. Vooral in het voor- en najaar is een sterke toename te verwachten. Daarnaast zal de waterkwaliteit meer onder druk staan vanwege hogere watertemperaturen en langere droge periodes. In warm water ontstaan sneller problemen als blauwalg, botulisme en kroos waardoor het gevaarlijk wordt om te zwemmen. De groeiende behoefte aan het gebruik van het stadswater enerzijds en de grotere kans op waterkwaliteitsproblemen anderzijds vraagt om een extra inspanning de kwaliteit van het aanwezige recreatiewater goed te houden. 3. Schoon en slim vervoer: emissievrije voer- en vaartuigen worden in de binnenstad op den duur verplicht. Autogebruik mag niet groeien in Utrecht. We zien een trend naar meer delen van vervoer dan eigen bezit.

De laatste dieselmotoren worden vervangen door elektrisch.

4. Aantrekkelijker om te varen: de gedempte Catharijnesingel is weer open gegraven. Rond 2028 (datum onder voorbehoud) is de Leidsche Rijn tussen de singel en het Merwedekanaal weer open en bevaarbaar voor kleine bootjes. Er worden meer plezierbootjes op dat deel van de Leidsche Rijn verwacht. Bij Smakkelaarsveld komt een haventje met steigers.

9. Meer aanvragen commerciële activiteiten: denk bijvoorbeeld aan kanoverhuur, SUP-school, waterfietsen, bootje varen, passagiersschepen.

5. Meer waardering voor openbare ruimte: meer mensen fietsen, sporten en wandelen langs het stadswater. Afgelopen jaren is door corona de druk op de openbare ruimte verder toegenomen. Roeien blijft populair voor jong en oud. De verwachting is dat de roeisport blijft groeien en de wachtlijst zal toenemen.

Met de groei van de stad staan we voor de uitdaging dat er voldoende plek blijft om te sporten en te bewegen in de openbare ruimte. Uit de tellingen van afgelopen 4 jaar zien we een verdubbeling van het totaal aantal boten. Als je naar bovenstaande trends en ontwikkelingen kijkt, is de verwachting dat deze stijging zich de komende jaren doorzet. Daarom is het van belang om te weten hoeveel ruimte er nog is voor meer boten voordat er knelpunten op het water ontstaan.

6. Meer behoefte aan natuur in de stad: behoefte aan meer groene en koele plekken dichtbij huis en werk stijgt. En meer wandelpaden en groene verblijfsplekken langs het water. Door klimaatverandering groeit urgentie om meer natuur in de stad te realiseren. 7.

10. Meer behoefte aan evenementen: bijvoorbeeld studentenfeestjes, zwemtochten, canal pride en de landelijke sloepwedstrijd Grachtenrace Rondom.

Meer goederenvervoer over water: kansen voor bouw (nieuwbouw en renovatie woningen), horeca en afval en pakketjes. Meer initiatieven vanuit de markt voor transport van goederen en materialen.

8. Blijvend onderhoud wervengebied: de komende 30 jaar zal de gemeente onderhoud blijven hebben aan het wervengebied en zullen delen van de grachten tijdelijk versmald worden. Hierdoor zal het passeren van boten moeilijker worden, bijvoorbeeld ten noorden van Stadhuisbrug (rak 6).

33

Visie stadswater Utrecht

Maximale vaarcapaciteit singels en grachten Op de singels en grachten van Utrecht varen de meeste mensen. Om te bepalen hoeveel vaartuigen er in de binnenstad maximaal kunnen varen is een nieuw verkeersmodel ontwikkeld door bureau Mobycon. Met dit model is de theoretische vaarcapaciteit voor de singels en grachten berekend. Anders gezegd: hoeveel boten kunnen in de binnenstad varen voordat de boel stokt? Als basis voor dit model zijn de tellingen uit 2019 t/m 2021 gebruikt. De verschillende type boten uit tabel 3 zijn meegenomen. Dus ook de kano en SUP. Met dit verkeersmodel is ook de effectiviteit van ingebrachte verkeermaatregelen van bewoners beoordeeld. Het rapport is hier te vinden.

Tabel 5: hoeveelheid beschikbare ruimte in percentages voor zomerdagen in 2019, 2020 en 2021 Jaartal

Rustige dag

Gemiddelde dag

Drukste dag

2019

93%

79%

65%

2020

68%

60%

50% (13 sept. 2020)

2021

86%

67%

54%

Uit de modelberekeningen blijkt dat de maximale vaarcapaciteit in Utrecht pas bereikt wordt als er ongeveer twee keer meer vaartuigen op de grachten en singels komen varen dan op de drukste dag gemeten (13 september 2020). In tabel 5 staat de hoeveelheid beschikbare ruimte in percentages voor een rustige, gemiddelde en drukke zomerdag in 2019, 2020 en 2021. Uit tabel 5 kan je opmaken dat er voor een drukke zomerdag tussen de 50 en 65% aan ruimte beschikbaar is voor meer boten. Als deze ruimte helemaal wordt gevuld met boten is een vlotte en veilige doorvaart niet meer mogelijk. Dit is een berekende, harde bovengrens die we niet willen bereiken. Boten zullen filevaren en mogelijk op elkaar botsen.

‘De gemeente ziet ruimte op het water om tot 2040 stapsgewijs te groeien’ 34

Visie stadswater Utrecht

De maximale vaarcapaciteit in Utrecht wordt bepaald door de Stadhuisbrug. De noordkant van de Stadhuisbrug (voor de Winkel van Sinkel) is het meest drukke punt. Hier moeten boten tijdens een zomerdag het langste wachten om de brug veilig te passeren. Deze brug is lang en smal met slecht zicht op tegenliggers vanwege de bocht naar rechts richting Ledig Erf. De maximale wachtrij voor boten tussen de Bezembrug en het noorden van Stadhuisbrug is 34 meter. De maximale vaarcapaciteit wordt bereikt als het rak (afstand tussen de twee bruggen) vol ligt met boten. Als de wachtrij groter wordt dan 34 meter dan stokt de boel als eerste voor de Stadhuisbrug en kunnen boten niet meer veilig passeren. De maximale vaarcapaciteit wordt dan overschreden en daarna lopen ook andere drukke punten langs de Oudegracht vast. In tabel 6 staan de berekende wachtrijlengtes bij het ophogen van de hoeveelheid boten in het verkeersmodel.

Als we het aantal boten in het verkeersmodel met de helft verhogen (+50%) dan neemt de wachtrij toe aan de noordkant van de Stadhuisbrug met iets meer dan 5 meter. Er ontstaat dan nog geen knelpunt voor de brug want de totale ruimte in het rak is groter (34 meter). De boten kunnen dan nog vlot en veilig varen. Wel is te zien dat de wachtrij ook op andere locaties is toegenomen. De grootste toename is bij Ledig Erf. De wachtrij is hier met ruim 9 meter gestegen. Als we het aantal boten verdubbelen (+100%) dan zien we dat de maximale wachtrij aan de noordkant van de Stadhuisbrug 33,9 meter is. Er ontstaat een maximale wachtrij die gelijk is aan de afstand tussen de Stadhuisbrug en Bezembrug, het rak. De maximale vaarcapaciteit is bereikt. Ook zien we een knelpunt ontstaan bij het Ledig Erf met een wachtrij van circa 43 meter.

Ta bel 6: berekende wachtrijlengtes (meter s) voor drukke punten langs de Oudegracht Locatie

Wachtrij drukste uur gemeten

Wachtrij bij 50% meer vaartuigen

Wachtrij bij 100% meer vaartuigen

Stadshuisbrug noordkant

25,2

30,5

33,9

Stadshuisbrug zuidkant

8,4

11,8

17,3

Zandbrug (begin Oudegracht)

9,6

10,2

20,9

Ledig erf (eind Oudegracht)

21,9

31,1

43,4

Tot slot onderzochten we of het in de binnenstad drukker wordt op het water als de singel bij Smakkelaarsveld naar de Leidse Rijn geopend wordt. Zullen er meer boten vanuit Merwedekanaalzone naar de binnenstad varen of spreiden boten uit de binnenstad zich meer omdat ze de stad uitvaren? Uit het verkeersmodel blijkt dat het iets drukker wordt in de binnenstad. De Oudegracht blijft een aantrekkelijke bestemming voor vaarverkeer. De wachtrij bij het noorden van de Stadhuisbrug neemt tijdens een erg drukke dag met een paar meter toe tot circa 27 meter. Er ontstaat dus geen knelpunt. De conclusie is dat het niet wenselijk is om op een drukke dag met twee keer zoveel boten op het water te varen. De maximale vaarcapaciteit wordt dan bereikt en de boel stokt als eerst bij de Stadshuisbrug. Bij meer vaarverkeer zal het bij Ledig Erf knellen. Uit de berekeningen blijkt dat een stijging van 50% meer vaartuigen tijdens een drukke zomerdag nog acceptabel is. De boten kunnen naar verwachting vlot en veilig blijven varen op drukke punten langs de Oudegracht. Dit beeld wordt bevestigd door Havenmedewerkers van gemeente die dagelijks op het water varen. Tot 2040 verwachten we dat het drukker gaat worden op het water vanwege de groei van de stad en warmere zomers.

De inschatting van gemeente is dat we het op water in de binnenstad maximaal 50% meer vaartuigen kunnen opvangen tijdens drukke zomerdagen. Daarboven zal het op drukke punten bij de Stadhuisbrug en Ledig Erf als eerste knellen en is een veilige en vlotte doorvaart niet meer mogelijk. De gemeente vindt het verantwoord om deze ruimte op het water te benutten door stapsgewijs te groeien. Door het aantal vaarbewegingen en incidenten de komende jaren te blijven monitoren houden we vinger aan de pols. Op basis van deze gegevens kunnen we de effecten van verbetermogelijkheden meten, nieuwe knelpunten in beeld krijgen en, indien nodig, bijsturen. 35

Visie stadswater Utrecht

Buitenzwemmen Volgens het onderzoek van Mulier is de behoefte aan zwemmen in open water in de stad Utrecht groot. Alleen de verwachte groei van de stad al zorgt voor een toename van de vraag naar buitenzwemplekken met 25-30% procent tot 2040. De grootste groei is te verwachten in de wijken Zuidwest en Leidsche Rijn. Vooral de Veilinghaven, Muntsluis (omgeving Merwedekanaal), de Kromme Rijn bij Amelisweerd en de Strijkviertelplas krijgen met een relatief grote groei te maken. Daarnaast neemt het aantal warme dagen door klimaatverandering toe, wat ervoor zorgt dat ook in het voor- en najaar het vaker druk zal zijn bij de buitenzwemplekken. Tegelijkertijd zal verminderde waterkwaliteit door warmte vaker voor uitval van zwemwater zorgen, waarmee de druk op andere zwemplekken groter zal worden. Er ligt dus een opgave om verspreid over de stad voldoende buitenzwemplekken beschikbaar te hebben. Beschikbaar betekent dat de buitenzwemplekken goed bereikbaar zijn, met voldoende schaduwplekken, een goede waterkwaliteit, een veilige omgeving (oevers/strand en water/bodem) en met voldoende voorzieningen als openbare toiletten en prullenbakken. De niet-officiële zwemplekken voorzien nu in een belangrijk deel van de behoefte, maar hun succes geeft ook steeds meer overlast en veiligheidsrisico’s. De locaties Muntsluis en Veilinghaven zijn hier­van het meest duidelijke voor­beeld (zie kader).

Gemeentelijk beleid over hoe om te gaan met de niet-officiële zwem­plekken ontbreekt nog, waardoor vraag­stukken incidenteel worden benaderd. In hoofdstuk 3 van deze visie geven we invulling aan een samen­hangend, gemeentelijk zwem­beleid wat hou­vast biedt om ook invulling te geven aan de toe­komstige toe­name van de behoefte aan zwemwater. 36

Gezien bovenstaande opgave is de ambitie van de gemeente om actief zwembeleid te gaan voeren. De gemeente wil het zwemmen faciliteren op de plekken waar het kan door inrichting van de oever en het aanbrengen van voorzieningen (toiletten, afvalbakken, zwemtrapjes, steigers). Aan de andere kant willen we het zwemmen ook ontmoedigen of verbieden als het te veel conflicteert met andere functies, de veiligheid- en gezondheidsrisico’s te groot zijn en/of leidt tot te veel overlast. Het faciliteren en reguleren betekent dat de gemeente inzet op voldoende zwemplekken verspreid over de stad op plekken waar het zo min mogelijk conflicteert met andere functies en waar het zwemmen en recreëren indien nodig gereguleerd kan worden. Hierbij ligt de eerste prioriteit om te verkennen of de meest populaire niet-officiële zwemlocaties omgezet kunnen worden in officiële zwemlocaties.

Overlast Muntsluis

De afgelopen jaren is het aantal mensen dat komt zwemmen en recreëren bij de Muntsluis sterk toe­genomen. Op drukke dagen tellen we 1.000 recreanten (zie Mulier onder­zoek, deel 2, 2021, pagina 12, tabel 3.3). Dat leidt tot steeds meer over­last voor de direct omwonenden. Op warme dagen is er de hele dag lawaai; lawaai dat vaak tot ‘s avonds laat of zelfs diep in de nacht door­gaat. In tuinen wordt geplast en zelfs gepoept en na een drukke dag ligt het gebied vol met afval. Woon­boot­ bewoners hebben ineens een paar honderd mensen pal voor hun woon­boot liggen en hebben geen enkele privacy meer zonder de gordijnen over­dag dicht te doen. Er wordt al langer gezwommen bij de Munt­sluis maar met de grote aantal bezoekers van de afgelopen jaren is de over­last te groot geworden

‘De verwachte groei van de stad zorgt voor een toename van de vraag naar buiten­ zwemplekken met 25-30% in 2040’

voor de bewoners. Er zijn al mensen die aan de gemeente gemeld hebben dat zij gaan verhuizen vanwege de overlast. Naast de overlast voor bewoners geeft het vertier rondom de Muntsluis ook problemen met opvang­ centrum Noiz, waar mensen met een verslavings­ achtergrond 24-7 verblijven om te re-integreren. Dit heeft tot extra over­last meldingen geleid. Helaas is een bewoner als gevolg hier­van al eens uit­geplaatst. De groot­schalige recreatie gaat gepaard met gebruik van middelen (waar­onder alcohol). Dit kan resulteren in onnodige verleidingen voor een doel­groep die juist bezig is met re-integratie.

Visie stadswater Utrecht

Onveiligheid en overlast Veilinghaven

De Veilinghaven is ingericht door de gemeente Utrecht voor historische varende woonschepen. Daarnaast is er in de zomer­maanden veel recreatie­ vaart. In en om de haven zwemmen en recreëren honderden mensen op drukke warme dagen in een klein gebied (zie Mulier onder­zoek, deel 2, 2021, pagina 12, tabel 3.3). De combinatie zwemmen en varende schepen creëert gevaarlijke situaties. Regel­matig hebben schippers zwemmers voor de boeg en kunnen ongelukken ter­nauwer­nood worden vermeden. Zwemmers zien de risico’s niet en de Goederenvervoer over water Goederenvervoer over water is bezig aan een her­opleving. Dit komt door verschillende ontwikkelingen die impact hebben op de huidige bevoor­rading met (vracht)auto­voertuigen in de binnenstad. In het programma ‘Werven’ worden maat­regelen genomen om de kelders beter te beschermen en zwaar verkeer over de grachten te weren. Vanaf 2025 kent Utrecht een ‘zero emissie­zone’ voor goederen­voertuigen en moeten deze elektrisch zijn. De gemeente wil het aantal goederen­bewegingen over de weg niet laten toe­nemen en het liefst verminderen door het gebruik van stadshubs. Tot slot zullen veel nieuwe woningen worden gebouwd of verbouwd die langs het water liggen. De combinatie van al deze ont­wikkelingen maakt goederen­vervoer over water een zeer interessant alternatief om grote, zware en grote volume­goederen de stad emissie­vrij in te brengen.

Daarom staan in verschillende gemeentelijke visies (Omgevings­visie Binnen­stad, RSU 2040 en Mobiliteits­plan 2040) dat we inzetten op meer goederen transporteren van en naar de (binnen)stad via het water. Om dit mogelijk te maken zijn op- en overslag­punten (stads­hubs en havens) nodig aan de rand van de stad en laad- en losplekken (stads­ haltes) in de stad. Ook moeten de goederen van die stad­haltes naar het afleveradres. Bijvoorbeeld met Licht

grote schepen kunnen niet uit­wijken of afstoppen. Ook wordt veel van de Mandelabrug afgesprongen. De bewoners van de haven ervaren daarnaast groeiende overlast van de waterrecreatie. Geschreeuw, waar­door op warme dagen niet thuis­ gewerkt kan worden. Het lawaai gaat steeds vaker tot zeer laat door. Er wordt op schepen geklommen. Op steigers en op de kades pal naast de schepen wordt gehangen en drugs gebruikt. De leefbaarheid in de Veilinghaven staat hierdoor onder druk.

Elektrische Vracht Voertuigen (LEVV’s) of vracht­fietsen. Ook de proces­matige uitdagingen om goederen­vervoer over water te stimuleren moeten opgelost worden. Hoe zorgen we ervoor dat vervoer over water net zo simpel wordt als vervoer over de weg? En hoe maken we de extra over­slag ook niet extra duur? Tot slot zijn er ook beleids­matige vraag­stukken die mogelijk­heden bieden. Bijvoorbeeld het uit­vragen in gemeentelijke aan­bestedingen of inkoop van vervoer over water of het eisen van bouw­logistiek over het water bij vergunningen waar de mogelijkheid zich voor doet.

2.6 Ingebrachte verbetermogelijkheden

In totaal zijn tijdens de 3 stadsgesprekken 68 verschillende verbetermogelijkheden ingebracht. De ingebrachte verbetermogelijkheden hebben we ingedeeld in 4 categoriëen: A. B. C. D.

Water om vanaf de oever te beleven Water om op of in te recreëren en te sporten Water om op te varen Regels, handhaving en veiligheid

37

Visie stadswater Utrecht

A. Water om vanaf de oever te beleven Inwoners willen meer kunnen genieten van de natuur rondom het stadswater. Dat kan door wandelpaden en verblijfsplekken te maken langs het water en de bestaande wandelroutes beter op elkaar aan te sluiten voor langere wandelroutes langs het water. Aansluitend is de wens meer natuurlijke, ecologische oevers te creëren. Dit is goed voor flora en fauna en maakt de beleving van het water vanaf de oever aantrekkelijker. B. Water om op of in te recreëren en te sporten Inwoners willen dat de recreatie meer over de stad verspreid wordt, zodat hiervoor niet iedereen in de binnenstad hoeft te komen. Dat vermindert de drukte en overlast op de singels en grachten. Ook zijn er wensen voor meer roeiwater, meer aanmeerplekken voor kano’s/ SUPpers en meer plekken waar veilig gezwommen kan worden. Het afbakenen en aanwijzen van meer delen van het water specifiek voor zwemmers, in combinatie met het ontmoedigen of verbieden van het zwemmen op andere locaties, is een veelgenoemde oplossing. Voorwaarde is dat de locaties die aangewezen worden om te zwemmen meer gereguleerd worden om overlast in de vorm van geluidsoverlast, parkeerproblematiek en zwerfvuil te beperken. C. Water om op te varen We hebben voornamelijk ideeën ontvangen om de drukte op het water te verminderen en duidelijke grenzen te stellen aan het gebruik.

Zo zijn sommige inwoners voorstander van het invoeren van een limiet op boten. Maar ook het instellen van eenrichtingsverkeer, een maximum aantal verhuurbedrijven en het beperken van gemotoriseerd varen (bijvoorbeeld door venstertijden in te stellen) dragen volgens inwoners bij aan vermindering van overlast en het voorkomen van gevaarlijke situaties.

Aan de andere kant zijn er inwoners die juist meer mogelijkheden willen om op het water te kunnen varen, bijvoorbeeld door meer ligplaatsen of aanmeerplekken beschikbaar te stellen. Ook zijn er wensen om meer goederenvervoer over het water te laten plaatsvinden en daarvoor meer haltes beschikbaar te stellen.

In tabel 7 staat de verdeling van de 68 ingebrachte verbetermogelijkheden over de 4 verschillende categorieën.

D. Regels, handhaving en veiligheid Inwoners geven aan dat er meer duidelijkheid moet komen over wat wel en niet mag op de stadswateren. De gemeente en verhuurbedrijven moeten meer communiceren over de vaarregels, zodat alle gebruikers van het water weten aan welke regels zij zich moeten houden. Daarnaast moet duidelijker worden welke recreatie is toegestaan op welke plek. Ook wordt gevraagd om meer handhaving op het water om overlast zoals wildplassen en versterkte muziek aan te pakken.

Tabel 7: verdeling 68 ingebrachte verbetermogelijkheden over 4 categorieën Categorie

Aantal

Percentage van totaal

A

Water om vanaf de oever te beleven

8

12%

B

Water om op of in te recreëren en te sporten

18

26%

C

Water om op te varen

27

40%

D

Regels, handhaving en veiligheid

15

22%

38

Visie stadswater Utrecht

Beoordeling verbetermogelijkheden De ingebrachte verbetermogelijkheden zijn door de projectgroep van de gemeente beoordeeld op kansrijkheid. Voor iedere ingebrachte verbeter­ mogelijkheid is de effectiviteit en technische uitvoer­ baarheid door het projectteam van de gemeente bekeken. Als ze voor beide aspecten goed scoren is de verbetermogelijkheid kansrijk. De beoordeling is besproken met inwoners tijdens de 2 werksessies. De beoordeling van de ingebrachte verbeter­ mogelijkheden is: ● ● ●

In het participatieverslag staat de beoordeling van de ingebrachte verbetermogelijkheden. Na vaststelling van de visie zullen sommige verbetermogelijkheden worden uitgewerkt in nieuwe of aangescherpte regels. Dan zal duidelijker worden in welke juridische vorm dit het beste kan. Denk bijvoorbeeld aan een overeenkomst, verkeersbesluit of verordening (APV). In voorkomend geval zal nog nadere beoordeling dienen plaats te vinden van de juridische haalbaarheid van de beoogde maatregel danwel de exacte vormgeving daarvan.

32 verbetermogelijkheden (47%) zijn kansrijk en opgenomen in het volgende hoofdstuk. 11 verbetermogelijkheden (16%) zijn al in een andere visie of vergunning van de gemeente opgenomen. 25 verbetermogelijkheden (37%) zijn niet kansrijk en niet opgenomen in de visie.

39

Visie stadswater Utrecht

Welk stadswater gebruik je het meest? De Vecht. Ik woon er vlakbij, aan de rand van Overvecht. Op welke manier gebruik je dit stadswater het meest? Ik kano graag. Vanuit de kano ervaar je de omgeving anders. Waar het op de weg druk is, heb je op het water het gevoel dat je de omgeving voor jezelf hebt. Je ervaart veel ruimte en je ziet veel natuur. Ik ben lid van de Utrechtse Kanoclub. We maken tochten in de hele regio. Ons clubhuis ligt aan de Maarsseveense Plassen, net buiten Utrecht. Vanuit ons clubhuis kunnen we naar de Vecht komen, door

Ad Tourné –

op sommige stukken de kano over het land te tillen. Vanaf daar kanoën we graag richting Maarssen. We varen ook een paar keer per jaar richting het centrum van Utrecht. Soms rijden we met de kanotrailer naar een goede startplek. Dan varen we over de Kromme Rijn en de Vecht terug naar ons clubhuis. Of we maken een avondtocht over de grachten, de singels en de Minstroom. Wat hoop je op dit stadswater te zien over 20 jaar? Ik hoop dat het stadswater meer met elkaar wordt verbonden. Er zijn wijken waar veel mogelijkheden zijn die nog niet benut worden, zoals in Leidsche Rijn. Daar kan meer vaarwater worden ontsloten.

inwoner, kanovaarder en lid Utrechtse Kanoclub 40

Het zou een verbetering zijn als er meer plekken zijn waar je door kunt varen of je kano kunt overdragen via land, in combinatie met meer op- of afstapplekken, zodat je even met de kano kunt pauzeren of deze te water kunt laten. Deze plekken zijn ook goed te gebruiken door SUP’ers of schaatsers. Het zou mooi zijn als we dit beeld over 5 tot 10 jaar al zien.

3

Visie stadswater Utrecht

Ambitie en koers

Samen met betrokken inwoners heeft de gemeente voor de 4 gebruikerscategorieën totaal 12 ambities geformuleerd: 1. Water om vanaf de oever te beleven 1. Oevers aantrekkelijker maken met gevarieerde beplanting 2. Meer mensen kunnen bewegen en ontspannen langs het water 3. Water meer aantrekkelijk en beleefbaar maken 2. Water om op of in te recreëren en te sporten 4. Meer plekken waar mensen veilig kunnen zwemmen in en verblijven aan buitenwater 5. Behoud van roeisport in de stad 6. Verbeteren bestaande routes voor kano en SUP 3. Water om op te varen 7. Eerlijke verdeling van schaarse ruimte om op te varen 8. Meer transport en bevoorrading van (zware) goederen over het water 9. Stimuleren schoon en stil vervoer over water

4. Regels, handhaving en veiligheid 10. Bevorderen van goed en veilig vaargedrag 11. Verminderen overlast vanaf het water 12. Aanpakken van nautische knelpunten op het water In dit hoofdstuk zijn per ambitie verschillende verbetermogelijkheden geformuleerd. In totaal gaat het om 48 kansrijke verbetermogelijkheden waarvan 32 zijn ingebracht door inwoners. Voor de eerste 3 categorieën zijn de verbetermogelijkheden zoveel mogelijk op een themakaart gezet. Van de verschillende stadswateren zijn voor de binnenstad de meeste verbetermogelijkheden genoemd. Voor dit gebied zijn aan het eind van dit hoofdstuk 5 verschillende kaarten uitgelicht.

41

Visie stadswater Utrecht

Themakaart – Kansen voor groen in en bij het water Legenda •

Stadswater

•

Overig stadswater en Amsterdam-Rijnkanaal

•

Groen verbonden met water

•

Nieuwe groen-blauwe verbindingen

•

Wandelroute

•

Kansen voor natuurvriendelijke oever

•

Zoekgebied voor nieuwe vestigingsplaatsen waterplanten

Figuu r 7: verbetermogelijkheden voor groen in en bij het water 42

Visie stadswater Utrecht

3.1 Water om vanaf de oever te beleven Ambitie 1: Oevers aantrekkelijker maken met gevarieerde beplanting Alle stadswateren zijn belangrijke verbindingen die groengebieden met elkaar verbinden. Dit netwerk van grote watergangen verbindt buurten en wijken en daarmee ook de stad met het omliggende landschap. Deze groengebieden en nieuwe verbindingen staan in figuur 7 in groene vlakken en blauwe stippellijnen. De gemeente wil dit netwerk versterken door oevers aantrekkelijk te maken met gevarieerde beplanting. 1.1 Oevers en water meer ecologisch beheren Het groen-blauwe netwerk heeft belangrijke waarde voor ecologie en biodiversiteit. De openbare buitenruimte langs het stadswater wordt steeds intensiever gebruikt. Dagelijks lopen er bijvoorbeeld veel mensen langs de stadssingels. Dit kan leiden tot achteruitgang van de groen- en natuurwaarden. Dit vraagt om intensiever ecologisch beheer van oevers en watergangen.

43

Visie stadswater Utrecht

1.2 Meer verschillende soorten planten op de oever en in het water Meer verschillende soorten oever- en waterplanten zijn goed voor de ecologische waterkwaliteit. Verschillende planten zorgen voor meer biodiversiteit en betere leefomstandigheden voor dier en plant. Inwoners genieten van stadswateren met verschillende planten in het water en langs de oever. Het zijn fijne plekken om te verblijven, te bewegen en te ontspannen. Voor de ecologische waterkwaliteit zijn doelen gesteld die volgen uit de Europese Kader Richtlijn Water (KRW). Deze doelen zijn vastgelegd in de waterbeheerplannen van Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) en in de omgevingsvisie van de provincie Utrecht. De doelen gelden voor zogenaamde waterlichamen. In de stad Utrecht zijn dit: stadsbuitengrachten, Kromme Rijn, Vaartsche Rijn, Leidsche Rijn West, Vecht en Merwedekanaal. Om de waterkwaliteitsdoelen te halen is het nodig om in deze wateren meer verschillende soorten planten aan de oevers en in het water te plaatsen. Deze wateren hebben vaak

Foto: begroeide kokosrol over Catharijnesingel

harde oevers waardoor de mogelijkheden voor een natuurvriendelijke oever beperkt zijn. Vanuit de genoemde ambitie om groen-blauwe verbindingen te versterken zal bij werken aan of bij een oever, iedere keer worden nagegaan wat de mogelijkheden zijn voor verbetering van de biodiversiteit op de oever en in het water. De haalbaarheid van een natuurvriendelijke oever of een andere constructie zoals kokosrollen of vegetatie-eilanden wordt dan afgewogen. Ook zijn er ecologische doelen gesteld voor het overige water. Deze doelen zijn vastgelegd in de ‘Visie water en riolering’ van de gemeente Utrecht en de plannen van de waterschappen. Het gaat onder andere om het creëren van meer licht op de oever en op het water zodat water- en oeverplanten meer kans krijgen te groeien. De stadswateren Biltse Grift, Zilveren Schaats en Leidse Rijn Oost hebben hierbij prioriteit. De doelen en maatregelen voor het overige water worden door de gemeente en waterschap HDSR uitgewerkt naar een uitvoeringsprogramma voor de komende 6 jaar.

Foto: plaatsing kunstmatige rif fen in de Catharijnesingel

1.3 Nieuwe vestigingsplaatsen voor waterplanten en schuilplaatsen voor waterdieren in de binnenstad en daarbuiten In de binnenstad en andere stadswateren is het vaak niet mogelijk om harde kades te verwijderen en flauwe oevers aan te leggen. De kades hebben een belang­rijke functie voor het behoud van de werven en het behoud van de vaar­geul. Wel zijn er kansen om op sommige plekken de water­kwaliteit en bio­diversiteit op de oever en in het water te verbeteren. In 2021 stelden de gemeente en het water­schap samen met betrokken bewoners een ‘Actie­ plan Onder­water Natuur’ op. In 2022 is dit plan verder uit­gewerkt naar inrichtings­maatregelen. Een voorbeeld hier­van zijn de geplaatste kunst­matige riffen die in 2022 in de Catharijne­singel onder de steigers zijn geplaatst. Deze riffen vormen schuil­plekken voor vissen en een plek voor water­insecten, algen en mosselen. De water­ dieren in de riffen onder de steigers hebben geen last van de langs­varende boten. De gemeente zoekt meer van dit soort plekken in de binnen­stad en daarbuiten (zie figuur 7). 44

Visie stadswater Utrecht

Harmke van Dam –

inwoner en actief bij bewonersinitiatief Vergroening Singel030

Welk Utrechts stadswater gebruik je het meest? Ik woon in de wijk Wittevrouwen. Vandaar dat ik het meest verbonden ben met de Stadsbuitengracht. Het is een onderdeel van mijn woonomgeving. De singel vind ik een heel mooi stukje stad. Het is helemaal geweldig dat de singel nu weer rond is. Op welke manier gebruik je dit stadswater het meest? Ik ben initiatiefnemer van Vergroening Singel030. Dit bewonersinitiatief is gestart in 2013, nadat een steile, betonnen rand werd aangelegd aan de Stadsbuitengracht. Deze rand vormt een harde barrière voor oeverplanten en dieren, terwijl het voor de natuur onder en boven water en voor de waterkwaliteit belangrijk is dat er een meer natuurlijke overgang is. Daarom hebben we in en langs de Stadsbuitengracht

sinds 2016 op verschillende plekken maatregelen genomen om de oevers te vergroenen. We hebben bij een paar bruggen drijvende eilanden met planten aangelegd. Verspreid langs de singel liggen 18 houten planken aan de oevers, waardoor dieren makkelijker in en uit het water kunnen komen. Op enkele luwe en ondiepe plekken zijn onderwaterstructuren aangebracht voor drijfbladplanten, mosselen en oeverplanten. Zij helpen het water zuiveren en vissen en andere waterdieren vinden er bescherming. Als deelnemer van het burgermeetnet meet ik ook maandelijks de waterkwaliteit. Verder wandel en fiets ik dagelijks langs het water en wekelijks roei ik op het Merwedekanaal, de Vaartsche Rijn, Kromme Rijn, Singel of Oudegracht.

Wat hoop je op dit stadswater te zien over 20 jaar? Over 20 jaar hoop ik overal, of in ieder geval bij veel meer plekken – en niet alleen langs de Singel – schuine oevers te zien met een meer natuurlijke overgang tussen water en land. Het zou een verbetering zijn als alle oevers ecologisch worden onderhouden en dat de gemeente structureel rekening houdt met het verbeteren van de biodiversiteit en het schoonhouden van water en oevers. En dat ze daar inwoners bij betrekken. Inwoners weten immers wat er dagelijks gebeurt op en aan dit water. Ook zijn er voldoende gemotiveerde inwoners met inhoudelijke kennis. Stimuleer hen om mee te denken en helpen. Ik hoop uiteindelijk dat het netwerk van water en oevers een visitekaartje vormt voor de stad.

45

Visie stadswater Utrecht

Ambitie 2: Meer mensen kunnen bewegen en ontspannen langs het water Utrecht wil een stad zijn waar mensen worden uitgenodigd om meer te bewegen en te ontspannen. Mensen doen dit graag langs het water. We zien de volgende verbetermogelijkheden. 2.1 Nieuwe wandelpaden aanleggen en wandelpaden langs het water aansluiten De gemeente wil langs het stadswater meer wandelpaden maken of beter met elkaar verbinden. Een goed voorbeeld is het Rondje Stadseiland. Dit rondje wordt een 12 kilometer lang stadspark langs het Merwedekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook bestaan er mooie wandelpaden langs de Vecht en Kromme Rijn. De gemeente wil meer nieuwe wandelpaden langs de stadssingels, Vaartsche Rijn en Leidsche Rijn realiseren. Ze staan grofweg in figuur 7 met een stippellijn aangegeven. Deze nieuwe wandelpaden werken we nog verder uit in een nieuwe voetgangersnetwerkkaart binnen de op te stellen Aanpak Voetganger, zoals ook in het coalitieakkoord staat. Het stadswater verhoogt in het algemeen de kwaliteit van de voetgangersroute. Vanuit deze Visie stadswater adviseren we bij de verdere uitwerking over de wandelpaden die langs het stadswater lopen. 2.2 Ontspannen verblijfplekken langs het water maken De gemeente wil graag dat mensen kunnen zitten, ontspannen en van het water kunnen genieten.

In lopende en nieuwe gebiedsontwikkelingen en plannen van de gemeente worden nieuwe verblijfplekken langs het water opgenomen.

Ambitie 3: Water meer aantrekkelijk en beleefbaar maken De gemeente wil het stadswater aantrekkelijk en beleefbaar maken zodat meer mensen kunnen genieten van het water. We willen inzetten op de volgende zaken. 3.1 Strenger beleid op verwaarloosde plezierbootjes De gemeente vindt het belangrijk dat de aangemeerde plezierbootjes (recreatieve vaartuigen) een ligplaatsvergunning hebben en op de aangewezen plekken liggen. De gemeente handhaaft gemiddeld 1 keer per maand al streng op bootjes zonder vergunning, bootjes die gezonken zijn en bootjes die buiten de aangewezen zones liggen. Eigenaren ontvangen dan een schriftelijke waarschuwing. Als de eigenaar onvoldoende actie onderneemt wordt het bootje weggesleept en kan de eigenaar na betaling van de kosten (circa € 360,00) het bootje komen ophalen. De gemeente gaat strenger handhaven op verwaarloosde boten. In de vergunning staat dat de eigenaar van de boot ervoor moet zorgen dat de boot technisch op orde is en naar behoren wordt onderhouden. De voorschriften uit de vergunning zullen worden aangescherpt zodat beter op verwaarloosde boten kan worden gehandhaafd. 3.2 Educatieve activiteiten organiseren De gemeente wil graag geïnteresseerden meer leren over het onderwaterleven in het Utrechtse stadswater. Een voorbeeld hiervan is de visdeurbel en de gemeente participeert met HDSR in het project ‘Meet je Waterkwaliteit’.

Verder sluit de gemeente aan bij bestaande initiatieven zoals Utrecht Natuurlijk en gebruiken lespakketten die waterschappen hebben ontwikkeld voor scholen. Denk bijvoorbeeld aan het vangen van waterbeestjes met een schepnet.

46

Visie stadswater Utrecht

Themakaart – Recreatie en watersport 40 - Titel document

Legenda •

Stadswater

•

Overig stadswater en Amsterdam-Rijnkanaal

•

Mogelijk officiële zwemplek (nader te onderzoeken)

•

Kansrijke in-/uitstapplek kano

•

Kansrijke overdraagplek kano

•

Kansrijke op-/afstapplek recreatief roeien

•

Nieuwe kanoroute

•

Nieuwe kanoroute (nader te onderzoeken)

Figuu r 8 : verbetermogelijkheden thema recreatie en water spor t 47

Visie stadswater Utrecht

3.2 Water om op of in te recreëren en te sporten Ambitie 4: Meer plekken waar mensen veilig kunnen zwemmen in en verblijven aan buitenwater Zwemmen in open water is goed voor lichaam en geest. De combinatie van inspanning en ontspanning in een natuur­lijke setting draagt bij aan zowel het fysieke als het sociale welzijn. En nu het klimaat warmer wordt en het aantal inwoners van de stad blijft groeien is het van belang vol­doende plekken te hebben waar mensen veilig en met goede voor­zieningen in de buurt kunnen zwemmen. De doel­stelling van gemeente is dat binnen tien minuten fietsen een plek is om te zwemmen (RSU 2040). Dit kan een zwem­plek in een zwem­bad of in het buiten­water zijn. De analyse in hoofd­stuk 2 maakt duidelijk dat het huidige aan­bod aan officieel zwem­water in de stad maar invulling geeft aan circa 20% van de vraag. Als we de officiële zwem­water­locaties op fiets­ afstand buiten de gemeente­grens beschouwen wordt het tekort door met name de Maarsse­veense plassen aan­zienlijk kleiner, maar blijft er nog steeds een tekort. Dit leidt tot de volgende vier verbetermaatregelen.

Ten tweede onderzoeken we bij niet-officiële zwemlocaties waar nu al structureel grote aantallen zwemmers zijn in lijn of deze zich conform de Europese Zwemwaterrichtlijn kunnen ontwikkelen tot officiële zwemlocaties inclusief de benodigde sanitaire voorzieningen. We hanteren als criterium voor structureel grote aantallen het criterium van de RUD Utrecht, te weten meer dan 50 zwemmers op een dag gedurende meer dan 5 dagen per jaar. Momenteel voldoen vier locaties aan dit criterium, te weten (gerangschikt in aantallen bezoekers):

4.1 Onderzoeken of het huidig aantal officiële zwemlocaties kan worden uitgebreid Uitbreiding kan door nieuwe zwemlocaties aan te leggen en door van niet-officiële zwemlocaties officiële zwemlocaties te maken. Dit doen we via drie sporen.

Mocht in de toekomst het aantal zwemmers op andere locaties waarvoor geen zwemverbod geldt structureel (meer dan 5 dagen per jaar) boven de 50 zwemmers per dag uitkomen, dan gaan we ook voor deze locaties onderzoeken of ze voor officieel zwemwater in aanmerking komen. Daarbij is het van belang om nieuwe officiële zwemlocaties te spreiden over de stad in overeenstemming met motie M146/2022.

Ten eerste onderzoeken we bij alle uitbreidingslocaties waarbij nieuw water wordt aangelegd of dit water zo kan worden ingericht dat hierin kan worden gezwommen, zodat bewoners conform de gemeentelijke doel­stelling binnen tien minuten fietsen bij een zwemlocatie kunnen zijn. Momenteel wordt er conform motie M47/2022 onder­zocht of er in de verdere ontwikkeling in Papen­ dorp een stadsstrand gerealiseerd kan worden.

1. De Muntsluis 2. Landgoederen Amelisweerd, verdeeld over meerdere locaties. Landgoed is eigendom van de gemeente Utrecht, maar ligt grotendeels in de gemeente Bunnik 3. Ruigenhoekse Polder (Noorderpark, deels in de gemeente De Bilt) 4. Veilinghaven

Ten derde verkennen we bij bestaande locaties met een beperkt aantal zwemmers, maar met potentie en draagvlak vanuit de omgeving of ze officieel zwemwater kunnen worden. Vooralsnog valt alleen de Werkspoorhaven in deze categorie. 48

Visie stadswater Utrecht

Hoewel de aantallen zwemmers hier nog beperkt zijn, is hier door de raad via motie M386/2021 gevraagd om te onder­zoeken of hier een officiële zwem­water­ locatie van gemaakt kan worden. Bovendien staat de Stichting Werkspoor, eigenaar van 2 van de 4 oevers van de haven, er positief tegenover om dit samen met de gemeente te onderzoeken. Consequentie van deze meersporenaanpak is dat we als vervolgstap op de visie Stadswater voor vijf locaties (Muntsluis, Amelisweerd, Ruijgen­hoekse polder, Veiling­ haven en Werk­spoor­haven) gaan onder­zoeken of de fysieke veilig­heid en de water­kwaliteit voldoende zijn om aan de eisen van officieel zwem­water te voldoen. Dit haal­baar­heids­onderzoek doen we zoveel mogelijk samen met omwonenden, de provincie, het water­schap, Rijks­water­staat, de RUD, het recreatie­schap en de gemeenten Bunnik en De Bilt. Daarbij mag het gebruik van het stadswater niet ten koste mag gaan van de woon- en leefbaarheid voor direct omwonenden. Samen met omwonenden en andere belang­hebbenden in de buurt worden mogelijke maat­regelen bepaald om de over­last van druk­bezochte zwem­locaties voor direct omwonenden te verminderen (zie ook verbeter­mogelijkheid 11.5).

Tot slot kijken we in het onder­zoek ook naar de beheer­baarheid van de locatie, de mogelijk­heid om sanitaire voor­zieningen toe te voegen en de kosten voor fysieke verbeter­ maatregelen en extra hand­having. Voor­als­nog kijken we niet naar bad­toezicht of extra horeca.

hiervoor in te richten en in de toekomst te beheren, zal de gemeente de provincie voorstellen deze locatie aan te wijzen als officieel zwemwater. De provincie is de bevoegde overheid om hierover een besluit te nemen.

‘De gemeente wil 4.2 We verbeteren waar mogelijk niet-officiële locaties meer plekken waar waar in beperkte aantallen gezwommen wordt en waarvoor geen zwemverbod geldt Het uitgangspunt voor het gemeentelijk beleid is dat mensen veilig kunnen zwemmen wenselijk en gezond is, tenzij sprake is van te grote veiligheids- of gezondheidsrisico’s. Bij niet zwemmen in en weg te nemen risico’s zoals intensief gemotoriseerd vaar­verkeer, veel roei­verkeer of een te slechte water­ verblijven aan kwaliteit ont­moedigen we of stellen we een zwem­verbod in, in alle andere gevallen proberen we tegen redelijke kosten en inspanning de oor­zaak weg te nemen of het buitenwater’ risico te verminderen. Denk hierbij aan het aan­brengen

van een trap of steiger of het aan­passen bij de oever­ constructie bij slechte toegankelijk­heid, het verwijderen

Uit het haalbaarheidsonderzoek moet volgen of het officieel maken van het zwemwater wenselijk en haalbaar is of dat de locatie beter een niet-officiële locatie kan blijven of dat zwemmen zelfs ontmoedigd of verboden moet worden. Pas als er overeenstemming is dat officieel zwemwater voor deze locatie wenselijk en haalbaar is, er voldoende draagvlak bij de direct omwonenden is, en er voldoende geld is om de locatie 49

Visie stadswater Utrecht

van uit­stekende voor­werpen in de oever of bodem, het monitoren van de water­kwaliteit, of het maaien en snoeien van de oeverzone. Bewoners kunnen hier­ voor via het initiatieven­fonds verzoeken indienen. Zelf proberen we hierop toe te zien door het houden van veld­bezoeken op warme dagen in combinatie met informatie vanuit de organisatie en andere overheden. Daarbij inventariseren we of sprake is van over­last en/of veiligheids­risico’s en/of gezondheids­risico’s. Bij twijfel monitoren we de water­kwaliteit op de criteria voor zwem­water­kwaliteit, zoals we nu al op circa 10 locaties in de stad doen. Mocht er sprake zijn van aan­zien­ lijke risico’s die we niet kunnen weg­nemen, maar wel accep­tabel zijn, dan plaatsen we een informatie­bord om zwemmers op de risico’s te wijzen. Met deze verbeter­ maatregel geven we invulling aan motie M145/2022. 4.3 We verbieden het zwemmen op locaties met te grote veiligheids- of gezondheidsrisico’s Zwemmen is en blijft daarom verboden in de Vecht, Oudegracht, Vaartsche Rijn en Merwede­kanaal vanwege de motor­boten die varen over de door­gaande landelijke vaar­route BRTN-9. Daar­naast blijft het huidige zwem­verbod in het Merwede­kanaal van kracht. Tot slot breiden we het zwem­verbod uit met de Stads­ buiten­gracht West en Oost. Het verbod geldt alleen niet op locaties waar dit expliciet wordt aangegeven.

De gemeente staat open om zwemmen toe te staan en te faciliteren op locaties waar de vaar­weg zo breed is dat er voldoende ruimte is voor zowel vaartuigen als zwemmers. Voor het Merwedekanaal geldt nu een zwemverbod (beleid van vaarwegbeheerder Rijkswaterstaat). De vaarwegklasse is door Rijkswaterstaat onlangs afgewaardeerd van binnenvaart naar recreatieve vaart met het vervallen van de nationale scheepvaartfunctie en mogelijke overdracht van het vaarwegbeheer van

Rijkswaterstaat naar de gemeente. Zie deze raadsbrief voor meer informatie. De gemeente verwacht de komende jaren een groei van recreatief vaarverkeer op het Merwedekanaal vanwege de komst van de nieuwbouwlocatie Merwedekanaalzone en het doortrekken van de Leidsche Rijn naar de binnenstad. Om die reden en vanwege de functie van het kanaal als roeiwater blijft het zwemverbod gelden. De exacte begrenzing van het vaar- en zwemgedeelte bij de Muntsluis en de Veilinghaven wordt in overleg met betrokkenen nader uitgewerkt.

4.4 We beleggen de zorg voor het buitenzwemwater in de gemeentelijke organisatie Het zorgdragen voor buitenzwemlocaties is nu niet formeel belegd in de gemeentelijke organisatie. Ook ontbreekt een structureel budget om maatregelen te kunnen nemen. Met de voorgenomen beleidsambities 4.1 t/m 4.3 is het van belang om de verantwoordelijkheden eenduidig in de organisatie te beleggen en hier structureel budget voor vrij te maken.

Onder de BRTN-9 route verstaan wij de Vecht, westelijke Stadsbuitengracht, Oudegracht, Vaartsche Rijn en Merwedekanaal vanaf Vaartsche Rijn tot en met Noordersluis. Voor de Vecht, Vaartsche Rijn en Merwedekanaal geldt al een zwemverbod volgens het beleid van waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Rijkswaterstaat. Wij leggen dit voor de Oudegracht en stadsbuitengrachten, waar de gemeente vaarwegbeheerder is, ook vast. Mocht op de Oudegracht eenrichtingsverkeer van kracht worden, dan wordt in elk geval de Stadsbuitengracht West onderdeel van het BRTN-9 voor het Zuid-Noord verkeer. Vandaar dat we hier dan ook een zwemverbod invoeren. Vanwege het intensieve lokale recreatieve vaarverkeer stellen we voor hier de Stadsbuitengracht Oost aan toe te voegen. Nadrukkelijk houden we de mogelijkheid open om op plaatsen waar de vaarwegen erg breed zijn zwemmen wel toe te staan. Denk hierbij aan de verbreding bij de Oranjebrug en Neerlandia (Bar & Bistro Op Zuid) in de Vaartsche Rijn. We zullen in overleg die locaties gaan markeren met borden of ballenlijnen. Voor de Nedereindseplas geldt dat het zwemverbod voorlopig gehandhaafd blijft zolang we geen sanering hebben uitgevoerd waarbij we de huidige fysieke en gezondheidsrisico’s kunnen wegnemen.

50

Visie stadswater Utrecht

Ambitie 5: Behoud van roeisport in de stad De Utrechtse roeisituatie is uniek. Het Merwedekanaal is nu de enige plek waar geroeid wordt. Nergens in Nederland roeien er zo veel mensen op zo weinig water. Om de roeisport te behouden voor de stad Utrecht ziet de gemeente de volgende verbetermogelijkheden. 5.1 Uitvoeren van afspraken uit het convenant tussen gemeente en 3 roeiverenigingen In Utrecht moet plek blijven voor roei- en trainingswater. Daartoe is op 21 februari 2022 een convenant tussen de gemeente Utrecht en de 3 Utrechtse roei­verenigingen ondertekend. In dit convenant zijn afspraken en proces­ afspraken gemaakt om de roei­sport in Utrecht te behouden. Door alle steden­bouw­kundige ontwikkelingen in de Merwede­kanaal­zone komt de roei­sport meer en meer onder druk te staan. Op basis van deze afspraken kan de ruimte voor de roei­sport veilig­gesteld worden. Hierbij geldt dat de roeiers niet het exclusieve recht hebben op het open­bare vaar­water van het Merwede­ kanaal maar wel een bijzondere positie. Het is van groot belang om het enige trainings­water voor de roeiers in Utrecht te behouden. In het convenant zijn voor nieuwe bruggen afspraken gemaakt. Uitgangspunt bij de aanleg van nieuwe bruggen is dat het roeien voor zoveel mogelijk roeiers (jeugd, recreatief, competitie) mogelijk blijft op het Merwede­kanaal.

De nieuwe bruggen moeten een minimale door­vaart­hoogte (1,6 meter) en een minimale door­vaart­breedte (25 meter) hebben en zonder midden­ pijlers (pijler­loos) uit­gevoerd worden. Voor de veilig­ heid op het water (roeiers varen achterste­voren) en voor de training is het nodig dat coaches mee kunnen fietsen met de roeiers en het meren­deel van de tijd zicht hebben op de roeiers. Ook is er afgesproken dat er in de vaar­route voor de roeiers geen nieuwe obstakels komen zoals, steigers en andere aanleg­mogelijkheden. Eventuele nieuwe steigers of vlonders kunnen alleen op de oever gerealiseerd worden. De afspraken uit

het convenant hebben ook voor­deel voor andere recreatieve gebruikers van het Merwede­kanaal zoals de water­scouting, de kleine boten­club, zeil­school Lombok, de Utrechtse Kanoclub. Specifiek voor de Visie stadswater wordt genoemd het beperken van de effecten van het doortrekken van de Leidsche Rijn en de verwachte drukte op het water tussen Muntbrug en Muntsluis. Mogelijk moet hier een remmings­werk geplaatst worden om het vaar­verkeer goed over het kruis­punt van Leidsche Rijn en Merwede­ kanaal te leiden. Samen met de roei­verenigingen doet de gemeente nader onder­zoek. Ook een belang­rijk punt is de toe­nemende drukte op het Merwede­kanaal door pleziervaart, rondvaartboten, SUPpers, kanoërs en zwemmers. Betere voor­lichting over en hand­having van regels, het huidig zwem­verbod in het Merwede­kanaal, het aan­pakken van brug­springers en het remmings­ werk ter hoogte van de Munt zijn daarbij belang­rijk (verbetermogelijkheid 4.3, 10.1, 11.3, 12.4, 12.5). 5.2 Trainingswater voor toproeiers in Vianen voor de korte termijn, een nieuwe op- en afstapplek voor recreatief roeien langs de Vecht en op de lange termijn mogelijk een nieuwe roeibaan in polder Rijnenburg Door spreiding van het roeien vermindert de drukte op het Merwedekanaal.

De roeiverenigingen zijn momenteel bezig met het realiseren van een op- en afstapplek specifiek voor toproeiers in Vianen (buiten gemeente Utrecht). Vanwege hun hoge snelheid en andere gebruikers is het Merwedekanaal voor toproeiers nu te druk om hier goed en veilig te kunnen trainen. De gemeente helpt de roeiverenigingen om deze voorziening te realiseren zodat het huidige trainingswater wordt verbeterd. We kijken naar de mogelijkheden om het roeien op de Vecht te faciliteren. Roeivereniging Viking en de gemeente zien kansen voor een nieuwe op- en afstapplek en een kleine loods voor 6 recreatieve

‘In Utrecht moet plek blijven voor roei- en trainingswater’ roeiboten langs de Vecht. Er zijn 3 kans­rijke locaties voor een nieuwe op- en afstapplek voor recreatief roeien langs de Vecht in beeld: De Muinck Keizer­brug (aan Overvecht­zijde), Jacht­werf De Klop en Sport­park Vechtzoom. Deze locaties staan indicatief in figuur 8. Roeivereniging Viking wil samen met bewoners en omgeving een plan maken. De gemeente onder­ steunt dit initiatief van de roei­vereniging en helpt bij de verdere uitwerking. Zoals in het convenant tussen de gemeente en de roei­verenigingen uit februari 2022, staat is op voor­ hand niet precies duidelijk welke lange termijn­oplossing voor­ziet in het behoud van de roei­sport voor Utrecht. We blijven in overleg en streven ernaar om uit­eindelijk een goede oplossing te realiseren. In ons coalitie­ akkoord hebben we dit als volgt verwoord: ‘In Utrecht moet een plek zijn voor geschikt roei- en trainingswater, ook voor onze toproeiers. We onder­zoeken hier­voor twee locaties, te weten Rijnen­burg en Vianen-Ameide. We gaan uit­eindelijk voor het beste en meest gedragen alternatief. Verder kijken we naar de mogelijk­heden om het roeien verder te faciliteren langs de Vecht en het Merwedekanaal.’ Op basis van boven­staande zetten we vanuit sport het gesprek met de roei­verenigingen de komende tijd voort om te komen tot een goede oplossing voor alle betrokkenen.

51

Visie stadswater Utrecht

Lay de Jong –

voorzitter studenten­ roeivereniging Triton

Welk Utrechts stadswater gebruik je het meest? Het Merwedekanaal tussen de Noordersluis en de Muntsluis. Op welke manier gebruik je dit stadswater het meest? In 2013-2014 begon ik met studeren in Utrecht. Ik had altijd al atletiek gedaan en zocht een sportieve uitdaging. Iemand in mijn introductiegroepje wilde kijken bij Triton, dus bij puur toeval kwam ik tijdens de Utrechtse Introductie Tijd (UIT) bij het kraampje van Triton terecht. Roeien, tot dan mij onbekend, leek mij zo’n vette sport: het ploegverband, het gaan tot het uiterste, de kracht en soepelheid samen en dat allemaal buiten op het water! Ik was op slag verliefd. Ik heb toen 7 jaar lang ‘wedstrijdgeroeid’ bij Triton, in het begin trainde ik 8 keer per week, op het eind was dat vaak meer dan 14 keer. Eerst trainde ik uitsluitend op het Merwedekanaal

en was voor mijn gevoel eigenlijk de hele dag op het water. Richting het eind, toen ik wat meer internationaal begon te focussen, trainde ik noodgedwongen veel in Amsterdam: daar zit de nationale bond, en zit ook het betere roeiwater. Hoewel ik in Amsterdam natuurlijk veel leerde van de coaches daar, keek ik eigenlijk altijd wel uit naar de momenten dat ik op een rustig moment midden op de dag m’n bootje in het water kon leggen op 5 minuten fietsen vanaf mijn voordeur om even wat baantjes te trekken in Utrecht. Na afgelopen jaar mijn roeidoelen bereikt te hebben met een bronzen plak op het EK, besloot ik te stoppen met topsport. Ik werd gevraagd door mijn roeivereniging om de Praeses, voorzitter, te worden voor een jaartje. Dit leek mij een mooie manier om iets voor de vereniging terug te doen, en ook om op het land de vereniging mee te maken. Sindsdien ben ik natuurlijk veel bezig met de

toekomst van het roeien op het Merwedekanaal zodat iedereen ook in de toekomst nog kennis kan maken met deze allermooiste sport. Een mooi voorbeeld is natuurlijk het recent ondertekende roeiconvenant! Wat hoop je op dit stadswater te zien over 20 jaar? Als ik mijn fantasie volledig de vrije loop mag laten, dan zou ik heel graag hebben dat het beroeibare gedeelte van het stadswater weer net zo breed wordt als vroeger. Wat mij betreft wordt het gehele kanaal dan breder, zodat er ook nog ruimte is voor de recreatievaart, woonboten en andere watersporters. Het blijft mooi dat zoiets nog steeds midden in de stad gebeurt. Natuurlijk ligt mijn hart bij het roeien, en ik zou het schitterend vinden dat over 20 jaar nog steeds het roeien actief wordt gedaan op het Merwedekanaal. En dat het op alle niveaus mogelijk blijft; het recreatief roeien en natuurlijk het toproeien. Nu lijkt dat natuurlijk een luchtkasteel. 52

Visie stadswater Utrecht

Ambitie 6: verbeteren bestaande routes voor kano en SUPs Varen met kano en SUP is schoon, gezond, goedkoop en neemt weinig ruimte in beslag. Afgelopen jaren zien we een flinke stijging van kano, SUP en andere kleine vaartuigen in de binnenstad. Samen met de Utrechtse Kanoclub ziet de gemeente verschillende kansen om bestaande kanoroutes te verbeteren en mogelijk uit te breiden. Dit draagt bij aan spreiding van drukte in de binnenstad. Denk hierbij aan het maken van in- en uitstaplekken, extra overdraagplaatsen of aanpassen van een al bestaande voorziening (trap in oever of kanostoep). 6.1 Meer in- en uitstapplekken (kanosteiger) realiseren voor kano’s en SUPs Samen met de Utrechtse Kanoclub heeft de gemeente 13 kansrijke locaties bepaald voor het maken van een in- en uitstapplek voor kano’s en SUPs. Deze locaties kunnen ook goed als rustplek worden gebruikt. De voorziening is klein en eenvoudig. Het staat ook wel bekend als kanosteiger. Het gaat om 5 locaties op de stadsbuitengrachten, 2 locaties op de Vecht, 3 locaties op de Vaartsche Rijn en 3 locaties bij de Kromme Rijn (zie figuur 8). 6.2 Verbeteren en uitbreiden van kanoroutes door bestaande voorzieningen aan te passen en extra overdraagplaatsen te maken In de stad en regio Utrecht bestaan mooie kano­routes met verschillende kano­voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a9819fcd-3acf-4fd4-af93-fc9f41e4d5f3