CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Klimaatadaptatie Utrecht.pdf

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie Klimaatadaptatie18.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

33

We hebben kwetsbare situaties die prioriteit hebben op kaart gezet. Dit is gedaan op basis van de uitgevoerde stresstesten. Gebieden waar één van de onderstaande risico’s gelden krijgen een hoge prioriteit: 1. 2. 3. 4.

Er is geen koele plek binnen 200 meter. De gevoelstemperatuur is minimaal 5 graden hoger dan in het buitengebied Bij een minder zware bui (40 mm in één uur) treedt al schade op in aangrenzende panden. Als de hoofdwegen bij een bui van 80 mm/uur zelfs niet meer stapvoets begaanbaar zijn voor hulpdiensten.

Het aanmerken als prioriteitsgebied betekent nog niet automatisch dat we daar ook maatregelen gaan nemen. Wel betekent dit dat we de komende jaren gaan onderzoeken hoe we het risico gaan verkleinen. Mocht dit tegen geringe kosten kunnen, dan zullen we dat zeker doen. Maar het kan ook zijn dat het alleen tegen hele hoge kosten kan. Of door het nemen van maatschappelijk ongewenste maatregelen. Daardoor kunnen we besluiten het niet te doen. Dit vraagt om een aparte, politieke afweging. Nader onderzoek naar de prioriteitsgebieden is in de onderzoeksagenda opgenomen.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

34

Schade aan panden Hittestress Begaanbaarheid wegen

Prioriteitenkaart (Klik op kaart om deze in een nieuw venster te openen)

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

35

±

0

0,5

1

2 Kilometers

Prioriteitsgebieden Visie Klimaatadaptatie

Mei 2021 1:17.000 A0 Gemeente Utrecht, team water, riolering en gemalen (BOR)

Esri Nederland, Community Maps Contributors

Prioriteitenkaart vervolg (Klik op kaart om deze in een nieuw venster te openen)

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

36

4 Aanpak Aan de hand van onze leidende principes en doelen, geven we in dit hoofdstuk aan welke maatregelen we nemen om klimaatbestendig te worden. Dit is ook weergegeven in de infographic.

Foto: Voorbeeld van een gezamenlijke daktuin op Vredenburg

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

37

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

38

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

39

4.1

Hoe gaan wij het doen?

Om de doelen uit hoofdstuk 3 te behalen hebben we leidende principes opgesteld. Deze leidende principes passen we toe bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij aanpassingen in de bestaande openbare ruimte door bijvoorbeeld rioolvervanging of herinrichting zijn deze principes randvoorwaardelijk. Leidende principes • We geven het goede voorbeeld bij onze eigen gemeentelijke gebouwen en ontwikkelingen. • We gaan uit van ‘groen, tenzij’. Alleen waar noodzakelijk passen we verharding (tegels, asfalt) toe en anders gebruiken we zoveel mogelijk verharding dat water doorlaat. • We zetten in op ‘nature based solutions‘, die boven de grond te zien zijn. Daarbij houden we rekening met de ruimte die het in de ondergrond inneemt. • We stimuleren en ondersteunen inwoners en stakeholders met voorlichting en subsidies om hun eigen eigendom klimaatbestendig te maken. • We gebruiken de natuurlijke momenten om klimaatbestendig te worden, zoals nieuwbouw en vervanging. Klimaatbestendig bouwen en vervangen is daarbij het uitgangspunt. Vandaar dat we verwachten dat elke ontwikkeling voortaan in een klimaatadaptatieparagraaf beschrijft hoe rekening wordt gehouden met de verandering van het klimaat. • Binnen de gemeente gaan we waar we kunnen samen optrekken met andere opgaves zoals water- en riolering, beheer, groen, vastgoed, energietransitie en mobiliteit.

Zodat we kosten verminderen en inwoners minder vaak last hebben van de werkzaamheden.

4.2

Wat gaan we doen?

We houden het hoofd koel • Voldoende schaduw op loopafstand • Iedereen een goede nachtrust • Gezond (zwem)water We nemen verschillende maatregelen om het hoofd en de stad zowel overdag als ‘s nachts koel te houden. Bij nieuwe ontwerpen voor (bestaande) straten en gebouwen (nieuw en renovatie) maken we gebruik van materialen die minder warmte opnemen en uitstralen. Ook zorgen we voor schaduw door bomen. Als dat niet kan, passen we andere opties toe, zoals pergola’s, klimplanten, doeken en schaduw van gebouwen. We maken afspraken om hittebestendig te bouwen, zodat panden minder snel opwarmen door toepassing van zonwering, groene daken en gevels, ventilatie en een slimme positionering van gebouwen en ramen ten opzichte van de zon te stimuleren. Bij de materiaalkeuze hebben we aandacht voor kleur en dichtheid in verband met opwarming en warmteafgifte. Koelen van huizen gebeurt niet met airco, omdat dit zorgt voor opwarming van de buitenlucht, en een hoog elektriciteitsverbruik heeft. We doen dit met zonwering, bomen en groene gevels. We brengen samen met de waterschappen de wateren die kwetsbaar zijn voor opwarming en verdroging in beeld. We geven aan bij zwemmen waar dit wel en niet kan door te communiceren over risico’s, omdat we niet kunnen garanderen dat het water bacteriologisch aan zwemwaterkwaliteit voldoet.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

40

We vergroenen de stad Groen geeft rust Meer bomen en waar het kan meer grote bomen (natuurlijke airco’s) Minder stress door hitte Koele corridors (groene routes de stad in en uit, die ook koele lucht aanvoeren) Meer ruimte voor lokale planten en dieren Met de maatregelen die we nemen om de stad te vergroenen gaan we de vermindering van biodiversiteit tegen. Dit doen we door het aanleggen van groene en blauwe routes voor dieren. Die leiden ze naar nieuwe en grotere leefgebieden en geven inwoners toegang tot koelte. Als we groen aanleggen, zorgen we dat dit zoveel mogelijk inheems is en/of geschikt voor het toekomstige klimaat. We voegen biomassa toe. We streven ernaar om in de stad bomen te planten en extra groen binnen de bebouwde kom toe te voegen. We zorgen voor groene routes in en uit de stad, die koele lucht aanvoeren, en inwoners tegelijkertijd snel naar koele gebieden brengt buiten de stad. Ten slotte kiezen we voor innovatieve vergroeningsmaatregelen waarmee we op zo min mogelijk ruimte zoveel mogelijk van onze klimaatambities waarmaken, zoals dakparken en gevelbomen. Door vergroening zal de verdamping toenemen en de bodem minder verdrogen.

We laten geen ruimte onbenut Meer groen Op elk dak en gevel In elke straat Minder tegels of asfalt Op de ontwerptafel gaan we uit van de gedachte ‘groen tenzij’: alleen waar noodzakelijk kiezen we voor verharding. Daarbij is het belangrijk te zorgen voor zoveel mogelijk aaneengesloten groen. Naast het vergroenen van de openbare ruimte zoals straten, parken, pleinen en tuinen, gebruiken we ook gevels en daken voor groen. Dit doen we via bindende voorschriften bij nieuwbouw en bewustwording en subsidieregelingen bij bestaande bouw. Als gemeente hebben we maar 40% van Utrecht in eigendom, dus om de overige 60% ook groen te maken, moet elke inwoner en ieder bedrijf zich inzetten.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

41

We houden regenwater vast waar het valt Regenwater voeren we niet af naar de rioolwaterzuivering De bodem werkt als een spons We willen al het water dat valt zoveel mogelijk opvangen in de bodem, zodat overlast bij regen beperkt blijft en het water in droge perioden beschikbaar is. Hierbij hanteren we de voorkeursvolgorde van 1: vasthouden en nuttig gebruiken, 2: bovengronds infiltreren, 3: ondergronds infiltreren via een voorziening, 4: verwerken in het oppervlaktewater en 5: afvoer naar de rioolwaterzuivering. We werken dit uit in de Visie en het Programma Water en Riolering. De kwaliteit van de bodem moet goed blijven, zodat het water kan bufferen en infiltreren. Ook bodembiodiversiteit heeft een belangrijke rol, want mollen en regenwormen zorgen voor een verbeterde sponswerking.

We houden de stad leefbaar Gezond bij elk weer Veilig bij elk weer Toegankelijk bij elk weer Bij deze maatregelen hebben we extra aandacht voor kwetsbare Utrechters (ouderen, jonge kinderen en zieken) die minder zelfredzaam zijn. In de regio werken we samen met het Netwerk Water & Klimaat aan het opstellen van een regionaal uitvoeringsprogramma. We zorgen ervoor dat de straten, vitale en kwetsbare functies toegankelijk blijven, zoals energievoorzieningen en ziekenhuizen. We zorgen dat de schade bij overstroming zoveel mogelijk wordt beperkt en herstel spoedig is.

4.3

Met wie gaan we aan het werk?

Om Utrecht klimaatbestendig te maken, werken we zoveel mogelijk samen met bestaande programma’s. Elk programma moet rekening houden met het thema klimaatadaptatie. Als opgave focussen we op het bepalen van ambities en doelen en het borgen hiervan. 4.3.1 Meekoppelen en relaties met andere opgaven Vanuit efficiëntie en effectiviteit combineren we maatregelen gericht op klimaatadaptatie met andere ruimtelijke opgaven in de stad. Denk aan rioolvervanging, nieuwbouw, groot onderhoud aan gebouwen, mobiliteitsprojecten, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Zo hoeven we de straat maar één keer open te breken. Ons doel is om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kansen voor een klimaatbestendige inrichting te benutten.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

42

De situaties die op het gebied van hitte en wateroverlast uit de stresstesten als prioriteit naar voren komen, gaan we nader onderzoeken. Want is het in de praktijk ook een knelpunt? Halen we geplande werkzaamheden naar voren om het knelpunt op te lossen, bijvoorbeeld eerder dan gepland een riool vervangen? Het ‘meekoppelen’ van klimaatadaptatie met andere programma’s en projecten, is zowel een kans als een noodzaak. Niet alleen bij grootschalige, stedelijke ontwikkeling, maar juist ook bij projecten in de bestaande stad. Alleen zo kan Utrecht overal klimaatbestendig worden. Meekoppelen kan door samen te werken met andere programma’s en partijen die investeren in de toekomst, bij gebiedsontwikkeling en/of grootschalige renovatie. Maar ook aanhaken bij kleinschalige initiatieven van inwoners en bedrijven hoort daarbij. De verwachting is dat we tot 2050 met rioolvervanging 45 tot 50% van de openbare ruimte klimaatbestendig kunnen maken, aangezien de opgaves vrijwel samenvallen. Via (sloop-)nieuwbouw kan 15 tot 20% van de openbare ruimte aangepakt worden. Er blijft dan ongeveer 30-40% van de stad over waarvoor nog geen mogelijkheden zijn om deze aan te passen. Hier valt Leidsche Rijn onder, dat al grotendeels klimaatadaptief is. Aandachtspunten zijn de diverse vooroorlogse en daarmee groenarme buurten (o.a. Rivierenbuurt, Lombok, Ondiep, Tuinwijk).

Hier gaan we met andere programma’s optrekken, zoals de Schaalsprong Groen. Relatie Visie Water en Riolering De Visie Klimaatadaptatie en de Visie Water en Riolering hebben grote samenhang. In de Visie Klimaatadaptatie zijn de thema’s hitte, overstroming, droogte en wateroverlast opgenomen en in de Visie Water- en Riolering staat de verdere uitwerking van de thema’s wateroverlast en droogte. De Visie Water en Riolering wordt tegelijkertijd met de Visie Klimaatadaptatie vastgesteld. Relatie Ruimtelijke strategie Utrecht (RSU) De Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 is de ruimtelijke visie voor de stad voor de ontwikkeling van de fysieke omgeving. De RSU bevat keuzes over welke waarden en principes onlosmakelijk verbonden zijn met wonen, werken en verblijven in Utrecht. Ook doet het richtinggevende uitspraken over de gebiedsopgaven en de ruimtelijke consequenties van de thematische opgave, waaronder ook klimaatadaptatie. Het is het koersdocument onder de omgevingsvisie. Daarnaast bevat de RSU 2040 een investeringsstrategie die helpt bij het afwegen van ambities, het maximaliseren van beschikbare middelen en het toetsen van nieuwe initiatieven. Relatie Schaalsprong Groen (in de RSU) De gemeente koestert en versterkt de huidige hoofdgroenstructuur en het bestaande groen in de wijken en buurten. Voor de benodigde uitbreiding kiest Utrecht voor een Schaalsprong Groen.

Dit betekent dat de gemeente samen met haar partners inzet op een fors groenere stad. We voegen groen toe op vijf ruimtelijke niveaus: 1. 2. 3. 4. 5.

Groene straten: bestaand en nieuw Groen-blauwe routes Nieuwe parkgebieden in de stad Groene scheggen die stad en landschap verbinden Groen om de stad

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

43

Relatie regie op de ondergrond Op het gebied van klimaatadaptatie doen we een claim op de ruimte in de boven- en ondergrond. We willen meer bomen en groen: dat kost niet alleen ruimte boven de grond, maar ook ruimte voor wortels en voeding in de ondergrond. In de ondergrond willen we water vasthouden en de sponswerking van de bodem vergroten. Ook andere opgaven (bijvoorbeeld energietransitie) hebben een ruimteclaim. De gemeente wil regie op de ondergrond pakken en maakt een visie op de ondergrond, om de ingrepen en claims in de boven- en ondergrond meer met elkaar kunnen verbinden. Relatie Nota Beheer Openbare Ruimte In de Nota Beheer Openbare Ruimte staat een vernieuwde en gefundeerde beschrijving van achterstallig onderhoud en de middelen die hiervoor nodig zijn. Bij het op orde brengen van het achterstallige onderhoud is dit gelijk ook een kans om via werk-met-werk klimaatbestendig te worden. Ook hier moet klimaatbestendig het nieuwe normaal worden. 4.3.2 Inwoners Ongeveer 60% van de Utrechtse grond is in handen van inwoners en bedrijven. Daarom willen en moeten we samenwerken met Utrechters en partijen als woningcorporaties, waterschappen, onderwijsinstellingen en ondernemers om de stad klaar te maken voor het veranderende klimaat. Om de stad samen klimaatbestendig te maken, zullen we bij onze communicatie gebruikmaken van gedragsinzichten.

Daarmee kunnen we inwoners en bedrijven op een weldoordachte en onderbouwde manier aansporen tot gedragsverandering. Uit gedragsonderzoek blijkt dat er een aantal belangrijke voorwaarden zijn voor succesvolle burgerparticipatie bij klimaatadaptatie. Ons doel met communicatie is om ervoor te zorgen dat er aan die voorwaarden voldaan wordt, om bewoners zo te stimuleren tot klimaatadaptieve maatregelen: 1.

2. 3.

4.

5.

Bewoners moeten zich bewust zijn van de risico’s van klimaatverandering. Daarvoor is het belangrijk dat ze weten wat de gevolgen zijn van extreem weer voor hun omgeving. Zodat het concreet is en dichtbij komt. Bewoners weten wat ze kunnen doen en welke acties effectief zijn. Daarom bieden we concrete, effectieve en laagdrempelige handelingsperspectieven. Bewoners moeten zich realiseren dat ze onmisbaar zijn voor klimaatadaptatie. Daarom benadrukken we hoe belangrijk individuele acties zijn, om het verantwoordelijkheidsgevoel van iedere bewoner aan te wakkeren. Maatregelen voor klimaatadaptatie sluiten niet altijd aan bij wat bewoners bezighoudt. In onze communicatie letten we daarop, bijvoorbeeld door te laten zien hoe een maatregel ook het leven van de bewoner zelf positief kan veranderen (een watervriendelijke tuin of groene straat is niet alleen goed, maar ook mooi en ontspannend). Bewoners moeten, qua woonsituatie en leefomstandigheden, in staat zijn om klimaatadaptieve maatregelen te nemen. We houden hiermee rekening in onze communicatie, door oog te hebben voor verschillende situaties (wel of geen tuin, koopwoning of huurwoning, hoogte van het inkomen).

Bovenstaande uitgangspunten voor gedragsverandering verwerken we in onze communicatieaanpak:

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

44

Toegankelijk en laagdrempelig informeren We bieden informatie toegankelijk en laagdrempelig aan. Denk aan: Informatie op www.utrecht.nl/klimaatbestendig. Hier kan iedereen zichzelf informeren of de eigen wijk of buurt voorbereid is op hitte, droogte en heftige regenbuien, wat de gemeente doet om dit te verbeteren en hoe zelf aan de slag te gaan. Ook laten we hier goede voorbeelden zien. • Via berichten en filmpjes via de gemeentelijke social media. • Via informatie in nieuwsbrieven van wijkbureaus en anderen. • We verkennen de mogelijkheid om in externe communicatie nauwer samen te werken met andere opgaves, zoals groen, mobiliteit en energietransitie. Deze opgaven dragen, zeker in de ogen van bewoners, allemaal bij aan één gezamenlijk doel: duurzaamheid. Het lijkt daarom niet logisch, en misschien ook verwarrend, als iedere opgave ‘voor zich’ communiceert. • Waar mogelijk gebruiken we voor onze communicatie ook andere, niet-gemeentelijke kanalen en sluiten we aan bij initiatieven in de stad. Meedenken en ondersteunen We bekijken of en waar we kunnen meedenken en (praktisch) ondersteunen. Denk aan: • Aanbieden van digitale en schriftelijke hulpmiddelen zoals een stappenplan om eigen huis, tuin, straat, buurt of bedrijf op natuurvriendelijke wijze voor te bereiden op droogte, hitte of hevige regenval.

• Klimaatadviseurs die met de inwoner door huis en tuin lopen om persoonlijk en op maat mee te denken en te adviseren over (subsidie)mogelijkheden. We kijken of we hiervoor kunnen aansluiten bij bestaande initiatieven, zoals tuinadviseurs van Waterproof030 en klimaatambassadeurs van NMU. • Ontzorgen door bijvoorbeeld aan huis tegels op te halen met acties als ‘Tegels eruit, groen erin’ of door het aanbieden van een ‘Handige Harrie’ bij klusprojecten zoals ontkoppelen van de regenpijp van het riool. • Info en hulp bij het ontwerpen en onderhouden van een natuur- en watervriendelijke tuin. Attenderen op mogelijkheden en subsidies We bekijken of en waar we (financiële) ondersteuning kunnen bieden, en informeren bewoners daarover. Denk aan: • Uitbreiden van bestaande subsidieregelingen zoals de subsidie Groene daken waarbij bewoners geld krijgen als zij (gezamenlijk) groene vierkante meters op huizen, schuren of garages aanbrengen. • Ontwikkelen van nieuwe subsidieregelingen zoals een financiële bijdrage aan klimaatbestendige maatregelen. • Attenderen op subsidies van partners zoals de subsidie ‘Blauwe Bewonersinitiatieven’ van waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Werk met werk maken Wij gaan de komende jaren aan de slag om de openbare ruimte voor te bereiden op ander weer.

Bij het uitvoeren van concrete projecten, nodigen we de directe omgeving uit ook een concrete bijdrage te leveren.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

45

“Dit doet de gemeente om uw straat/buurt klimaatklaar te maken, doet u mee in eigen huis en tuin?” Waar nodig zoeken we daarbij de samenwerking met andere partijen zoals woningbouwcorporaties zodat we elkaar kunnen versterken. 4.3.3 Samenwerken met partners in stad en regio Provincie Utrecht De provincie Utrecht heeft in 2020 een programma klimaatadaptatie 2020-2023 opgesteld. Zij willen net als de gemeente Utrecht in 2050 klimaatbestendig en waterveilig zijn. Door onze krachten te bundelen, kunnen we meer bereiken. We willen samenwerken door onder andere het integreren van klimaatadaptatie in bouwplannen (afspraken klimaatadaptatief bouwen), groen-blauwe schoolpleinen, groen-blauwe verbindingen en het koppelen van energietransitie en klimaatadaptatie. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) HDSR regelt het lokale en regionale waterbeheer in Midden-Nederland. Ze zorgen voor veilige dijken, schoon oppervlaktewater en droge voeten. We werken samen voor onderzoek naar de waterbalans en de watervraag in het stedelijk gebied en het aanpassen van de watertoets naar een klimaattoets, en hoe dit zich verhoudt tot de klimaatadaptatieparagraaf. Netwerk Water & Klimaat (NWK) Utrecht is lid van het Netwerk Water & Klimaat, waarmee we al enkele jaren samenwerken in de regio op het gebied van de afvalwaterketen en klimaatadaptatie.

Het netwerk bestaat uit dertien andere gemeenten, provincie Utrecht, HDSR en VRU. Eerder hebben we samen stresstesten en ecoscans uitgevoerd, onlangs hebben we een regionale adaptatie strategie (RAS) gemaakt. Aan het uitvoeringsprogramma (met bijbehorende impulsregeling DPRA) wordt gewerkt in 2021. Gemeente Utrecht neemt deel aan verschillende werkgroepen zoals gevolgenbeperking, RAS, uitvoeringsprogramma, afspraken klimaatadaptatief bouwen, bewonersparticipatie en stedelijk water. GNK en KANS Op landelijk niveau zijn we actief in verschillende netwerken, zoals KANS (netwerk voor middelgrote steden) en het Gemeentelijk Netwerk Klimaatadaptatie (GNK). We zetten onze activiteiten in de netwerken voort. We delen kennis en halen kennis op. Nationaal dakenplan We werken mee aan het Nationaal Daken Plan (2020 – 2023) als deelnemende partner, in vervolg op de Green Deal Groene Daken. De partners van het Nationaal Daken Plan nodigen anderen uit om aan te haken en zo de agenda samen verder uit te bouwen en te realiseren. Het doel is landelijke stimulering van multifunctionele daken. Meet je stad Inwoners van Utrecht kunnen de komende jaren zelf klimaatgegevens verzamelen in burgerwetenschapsproject Meet je stad, in samenwerking met Milieucentrum Utrecht (MCU).

De burgerwetenschappers gaan bijvoorbeeld aan de slag met zelfgebouwde kastjes voor het meten van temperatuur en luchtvochtigheid in de tuin. Dit project draagt bij aan bewustwording (wat kun je zelf doen?) en aan meer inzicht in de effecten van hittestress.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

46

4.4

Onderzoeksagenda

De uitkomsten van de stresstesten en de risicodialogen hebben aangegeven wat de knelpunten in de stad zijn. Daarnaast is nu ook duidelijk over welke thema’s we nog te weinig informatie hebben, zoals droogte en biodiversiteit. Daarom is een onderzoeksagenda opgesteld, waarmee we een completer beeld willen krijgen van wat de mogelijke gevolgen zijn van een veranderend klimaat. De onderzoeksagenda is te raadplegen in bijlage 3. De projecten die al in uitvoering zijn worden hier beschreven. Nader onderzoeken aanpak prioriteitsgebieden Uit de prioriteitskaart en stresstesten blijkt dat er locaties in Utrecht zijn waar hitte en/of wateroverlast zorgen voor problemen. Deze locaties worden nader onderzocht of er in de praktijk ook sprake is van overlast en hoe deze wordt ervaren. Vervolgens zal er voor de locaties waar overlast is een aanpak worden opgesteld om tot uitvoering over te gaan. Hierbij wordt ook meegenomen of er meekoppelkansen zijn te benutten. Lokaal hitteplan Voor de lokale aanpak en uitwerking van het Nationale hitteplan wordt een Utrechts lokaal hitteplan opgesteld. In dit plan staan de mensen centraal die extra kwetsbaar zijn voor hitte bij een hittegolf, zoals ouderen en chronisch zieken.

Het plan is bestemd voor alle gezondheids- en zorgorganisaties, professionele en vrijwillige verzorgers van kwetsbare doelgroepen, belangenorganisaties en intermediairs in de gemeente Utrecht. In de zomers van 2020 en 2021 heeft er een proef plaatsgevonden en deze wordt geëvalueerd. Dakenvisie Veel opgaves zien daken als mogelijkheid om de schaarse ruimte in de stad te benutten: denk aan energie, water en groen. Er is een afwegingskader nodig om te bepalen waar en hoe de gemeente groene, blauwe en zonnedaken wil. Hiervoor concretiseren we eerst de potentie, kansen en ambities voor de vergroening (groen) en waterberging (blauw) op daken en is een dakenkansenkaart opgesteld. Voor zon zijn deze ambities al gesteld voor de energietransitie. Bij het vaststellen van de ambities betrekken we de stakeholders. Klimaatbestendige wijken In 2019 hebben we een pilotsubsidie van de Rijksoverheid ontvangen om een aanpak te ontwikkelen voor (her-)ontwikkeling waarin klimaatadaptatie volledig is geïntegreerd. Met gemeenten uit de regio Utrecht hebben we hier samen een aanvraag voor ingediend. De regio Utrecht wil leren van uitvoeringsprojecten in verschillende typen wijken: naoorlogse wijken zoals Kanaleneiland en Overvecht (Utrecht), een bloemkoolwijk (Nieuwegein), een centrumgebied (Houten), een historische dorpskern in veengebied (Kockengen) en een woonwijk met geschakelde woningen (Zeist).

Alle projecten zijn in uitvoering of al uitgevoerd. Het project liep tot 1 juli 2021. De leereffecten en de ervaringen van de uitvoeringsprojecten worden onderzocht door de Universiteit Utrecht. Regionaal programma gevolgenbeperking overstromingen Bij overstroming en wateroverlast willen we dat alle vitale en kwetsbare functies, zoals energievoorzieningen en hoofdinfrastructuur beschikbaar blijven. Hiervoor werken we mee aan het ‘Regionale programma gevolgbeperking overstromingen’.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

47

Dit doen we vanuit de samenwerking Netwerk Water & Klimaat, waarbij de Veiligheidsregio Utrecht leidend is. Het regionale programma heeft als doel om (ruimtelijke) maatregelen te ontwikkelen voor (laag 2) door een robuustere inrichting van het overstroombare achterland van de Neder-Rijn, de Lek en het Eemmeer. En hierdoor schade, letsel en overlast te voorkomen door aanpassingen in de ruimtelijke ontwikkelingen en daarbij vitale en kwetsbare functies te beschermen. Landelijk worden de dijken versterkt (laag 1). De rampenbestrijding en crisisbescherming (laag 3) betekent voor Utrecht evacuatie bij overstroming.

Meerlaagse veiligheid

Vanuit de regio werken we aan aan laag 2 door het maken van afspraken. We bepalen de ambitie, er komt een handreiking om inrichtingsmaatregelen te kunnen treffen en het bieden van handelingsperspectief. Er is al een impactanalyse opgesteld door de VRU. Hierin staat beschreven wat de effecten van overstroming zijn, zoals wat is vitaal en kwetsbaar, wat zijn mogelijke waterdieptes in Utrecht en hoe is de leefbaarheid na overstroming. Klimaatadaptieve afspraken in nieuw en bestaande bouw Regio Utrecht De provincie Utrecht leidt dit project om, net zoals in Zuid-Holland, klimaatadaptatie-afspraken te maken voor de bestaande bouw en nieuwbouw. We maken afspraken met diverse partners zoals provincie, waterschappen, gemeenten, woningcorporaties, aannemers en projectontwikkelaars. De wens is de afspraken in 2021 te bekrachtigen. Onderzoek naar koelteplekken De kaart ‘afstand tot koelte’ laat zien of er binnen 200 meter een koele plek aanwezig is voor inwoners. Het onderzoek naar koelteplekken richt zich op (1) aan welke criteria een koelteplek moet voldoen, (2) de plek van nieuwe koelteplekken en (3) wat er nodig is om bestaande koelteplekken aantrekkelijk te maken. Het onderzoek helpt om de prioriteiten op het gebied van hitte aan te pakken. Uitwerkingsagenda biodiversiteit Utrecht beschermt en stimuleert de natuur in haar stad.

We volgen welk effect het veranderende klimaat heeft op onze natuur en nemen waar nodig maatregelen. Zodat we zoveel mogelijk planten of dieren behouden in onze stad, of ze kunnen leiden naar nieuwe leefgebieden buiten de stad. Dit werken we uit in een agenda.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

48

Klimaatadaptieparagraaf In alle nieuwe ruimtelijke en bouwontwikkelingsplannen gaan we een verplichte klimaatadaptatieparagraaf en klimaattoets opnemen. We werken hierbij samen met HDSR, zodat het een integraal verhaal wordt. Als door middel van maatwerk afgeweken wordt van de doelen voor klimaatadaptatie moet dit met een onderbouwing in de klimaatadaptatieparagraaf worden opgenomen. We nemen dit op in het Utrechts Plan Proces (UPP) en in het Handboek Openbare Ruimte. Projecten zijn verplicht om hemelwater-, droogte- en hittebestendig te bouwen en in te richten (dit is grotendeels nieuw (landelijk) beleid) (bron: bouwbesluit). We richten ons daarbij op onze ambities, zoals een minimale hoeveelheid verharding, berging en infiltratie, maximale hoeveelheid groen en de omvang en het aantal bomen. Deze regels werken we verder uit, zodat ze bij de invoering van de Omgevingswet in 2022 juridisch afdwingbaar zijn in visies en plannen. In de Handreiking decentrale regelgeving ‘klimaatadaptief bouwen en inrichten’ (Ministerie van BZK, 20 april 2020) zijn hiervoor voorbeeldvoorschriften opgenomen. Voor locaties waar we als gemeente eigenaar zijn van de grond leggen we dit vast in tenders. We maken voorbeeldteksten en een leidraad over de opname en toetsing van klimaatadaptatie in de diverse fases van projecten.

Als we geen maatregelen nemen dan loopt de totale schade door effecten van extreme weersituaties tot 2050 op tot tussen de 0,8 en 1,6 miljard euro. Echter alleen voor de belangrijkste schades zijn de kosten ingeschat. Dit geeft nog geen totaalbeeld en dit is een ondergrens en de kosten zijn naar verwachting in werkelijkheid hoger. Het realiseren van de ambities kost geld. Door de veelheid van ambities moeten keuzes worden gemaakt die invloed kunnen hebben op de haalbaarheid. De globale investeringskosten voor de maatregelen en het aanpassen van de openbare ruimte tot 2050 worden geschat op 0,5 tot 1 miljard euro bij optimaal meekoppelen, en op tot ruim 2 miljard euro bij volledig zelfstandig uitvoeren. De verwachting is dat de uitvoering voor 70% via meekoppelen zal kunnen worden uitgevoerd. De kosten zijn verdeeld over de maatregelen hemelwaterbestendig inrichten, ontharden en vergroenen.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

49

5 Investeringsstrategie De Visie Klimaatadaptatie legt de beleidskaders vast voor een structurele aanpak van klimaatadaptatie in Utrecht: het oplossen van prioriteiten, meekoppelen bij projecten en betrekken van inwoners en stakeholders. Klimaatadaptatie moet het nieuwe normaal worden. Het uitgangspunt is dan ook dat we het klimaatbestendig maken van Utrecht zoveel mogelijk realiseren via bestaande programma’s. In dit hoofdstuk leest u hoe we dit gaan doen.

Foto: Combinatie van groene schuurdaken en zonnepanelen op het dak in de nieuwbouwwijk Veemarkt

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

50

Een deel van de maatregelen zijn te dekken vanuit het programma Openbare Ruimte en Groen, onderdeel water en rioleringsprogramma. De beschikbare middelen in dit programma komen vanuit de inkomsten uit rioolheffing en worden benoemd en uitgewerkt in het Programma Water en Riolering. Dit zijn vooral de maatregelen die betrekking hebben op wateroverlast en droogte, zoals hemelwaterbestendig inrichten en ontharden. De maatregelen voor hitte betreffen over het algemeen groene maatregelen, bijvoorbeeld bomen aanplanten, maar ook het vergoten van de sponswerking (ontharden), waardoor er meer verdamping plaats kan vinden. De groene maatregelen die bijdragen aan het verminderen van hitte, komen grotendeels overeen met de opgave Schaalsprong Groen. De Schaalsprong Groen en klimaatadaptatie zijn samen benoemd en beschreven in de RSU. We werken samen en voegen waar kan onze opgaven samen. De investering in groene maatregelen is meegenomen in de investeringsstrategie van de RSU. De kosten voor de groene Schaalsprong worden geschat op 1,6 miljard euro tot 2040, volgens de barcode uit de investeringsstrategie RSU. Hierbij is nog geen rekening gehouden met voordelen door werk met werk maken.

Door de groene maatregelen uit te voeren zoals deze in de RSU worden genoemd, wordt voor klimaatadaptatie een groot deel van de doelstelling op het thema hitte behaald, maar ook deels op droogte en wateroverlast. De investeringsstrategie geeft nog geen eenduidig antwoord op hoe de kosten worden gedekt. De uitvoering van de visie is afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen, zowel van de gemeente als van andere partijen. Naast de gemeentelijke programma’s zijn HDSR en de provincie Utrecht belangrijke samenwerkingspartners wat betreft ontwikkeling van de regionale water- en groenopgave in de verstedelijkingsopgave. De Rijksoverheid is een partner voor gezonde verstedelijking en klimaatadaptatie, zoals bij de impulsregeling voor Overvecht en Kanaleneiland is gebleken. Door de verbreding van waarden zijn ook financiers uit het sociale en economische domein nodig, zoals beleggers, ontwikkelaars, woningcorporaties, verzekeringen, zorginstellingen en diverse particuliere fondsen. Vanuit het Rijk wordt de Impulsregeling klimaatadaptatie voortgezet, waarbij tijdelijk middelen beschikbaar worden gesteld voor de versnelling en intensivering van de aanpak op klimaatadaptatie op maatregelen voor wateroverlast en droogte.

Er is vanuit het Deltafonds 200 miljoen euro beschikbaar voor de 45 werkregio’s en voor onze werkregio Water & Klimaat betekent dat 7,5 miljoen euro (te verdelen tussen veertien gemeenten) vanaf 2021 tot december 2027. Het Rijk financiert 33% van de uitvoeringskosten. Met onze samenwerkingspartner Netwerk Water & Klimaat gaan we voor de regio gelden aanvragen voor het vergroten van de sponswerking van bodem- en watersysteem. De verwachting is dat dit ongeveer 2,0 miljoen euro is voor de gemeente Utrecht. Projecten waarbij wordt onthard en afgekoppeld zullen hiervoor worden ingediend, de extra plus op rioolvervangingsprojecten en groenarme wijken. De eventuele meerkosten voor het klimaatbestendig maken van nieuwbouw moeten gefinancierd worden uit de gebiedsontwikkeling en door projectontwikkelaars. We gaan hierbij uit van ongeveer 2.000,- euro per woning aan meerkosten. De randvoorwaarde hier is dat het integraal wordt aangepakt, zodat de kosten lager zullen zijn. Om een goede inschatting te kunnen maken van de meerkosten voor klimaatbestendige maatregelen moeten we eerst een aantal projecten hebben gerealiseerd en vervolgens doorrekenen om een goede inschatting te kunnen maken van de meerkosten. Deze uitkomsten worden weer meegenomen in de evaluatie.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

51

Voor de bestaande particuliere ruimte/percelen wordt ervan uitgegaan dat de extra kosten voor rekening zijn van eigenaren en bedrijven. De gemeente gaat hierbij stimuleren en informeren. Hier zijn stimuleringsbudgetten voor of worden deze nog uitgewerkt, bijvoorbeeld de bestaande regelingen voor het vergroenen van daken en aanleggen van geveltuinen. De volgende kanttekening moet bij de investeringen worden gemaakt. Om een klimaatbestendige straat aan te leggen moet er voldoende ruimte zijn in boven- en ondergrond. In de ondergrond is op dit moment niet altijd voldoende ruimte om alle maatregelen in te passen en moeten kabels en leidingen worden verlegd. De kosten die hieraan verbonden zijn, zijn nu nog niet goed te ramen en zijn daarom nog niet meegenomen. De maatschappelijke baten die klimaatbestendige maatregelen opleveren, zijn in de berekeningen niet meegenomen, omdat hiervoor nog geen rekenmethode beschikbaar is. Klimaatadaptatie is belegd bij de opgave Gezond Leefklimaat (Ruimte) en bij Water- en riolering (SB-BOR). Een team klimaatadaptatie zal verantwoordelijk zijn voor de borging in beleid en plannen, interne en externe afstemming met partners, zal de uitvoering van de onderzoeksagenda op zich nemen, bewustzijn creëren en zorgen voor communicatie rondom klimaatadaptatie naar inwoners en stakeholders. Voor de activiteiten van het team is structureel budget nodig.

Vanuit Gezond Leefklimaat is structureel 390.000 euro per jaar gedekt en vanuit het water- en rioleringsprogramma 500.000 euro gedekt. Voor 2021 is daarnaast ook nog onderzoeksbudget beschikbaar van 50.000 euro om te starten met de aanpak van de knelpunten.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

52

Colofon Gemeente Utrecht

utrecht.nl/klimaatbestendig september 2021

Bestuurlijk opdrachtgever Kees Diepeveen Ambtelijk opdrachtgever Anouk Teuns Concept en vormgeving Gemeente Utrecht en Utregse Ontwerpers Projectleiding Marit Linckens Projectteam Uli Centmayer, Jeanet Hekhuis, Ruud Koch, Gitty Korsuize, Diana Minnaert, Erwin Rebergen, Joram van der Schans, John Teunissen, Heleen Tollenaar, Rosanne Weijers, Lisanne van Woerden, Marit Wouters Fotografen Rebecca Brockbernd, Renzo Gerritsen, Erwin Rebergen

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

53

Bijlagen Bijlage 1: Woordenlijst Bijlage 2: Onderbouwing kaarten Bijlage 3: Onderzoeksagenda Bijlage 4: Bronnen en meer informatie

Foto: Waterdoorlatende bestarting in het Antoniuskwartier

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

54

Bijlage 1: Woordenlijst • •

• •

•

•

•

•

• • • • •

Acceptabele situatie = gebeurtenis die toelaatbaar is. Afkoppelen = het aanpassen van leidingen voor de afvoer van regenwater, zodat deze niet langer op het vuilwaterriool lozen. In grote delen van Utrecht ligt nu nog een gemengd rioolstelsel in de straat, waar zowel hemelwater als afvalwater in terechtkomt. Bij afkoppelen wordt het relatief schone hemelwater afgevoerd naar het oppervlaktewater of direct geïnfiltreerd in de bodem door middel van bijvoorbeeld een wadi, verticale infiltratiebuizen of infiltratiekratten. Biodiversiteit = biodiversiteit is het voorkomen van verschillende dieren en planten in een bepaald gebied Bodemdaling = de daling van het maaiveld ten opzichte van N.A.P., ten gevolge van vooral zetting of klink van het bodemmateriaal door oxidatie (veen) en - of verdichting (klei). De grondsoort (veen veel, klei weinig, zand niet) en de mate van ontwatering spelen hierin een voorname rol. DPRA = het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen.

Gevoelstemperatuur = de gevoelstemperatuur geeft een maat voor het gevoel van kou (windkou/waterkou) of warmte (benauwende warmte of hitte) dat de mens ondervindt in koude lucht met veel wind of in warme lucht met zon, windstil weer en hoge luchtvochtigheid. Groen dak = een groen dak is de term voor een dakbedekking waarop een plantaardige laag is aangebracht, d.w.z. een laag die hoofdzakelijk bestaat uit levende planten. Het groene karakter varieert van sedum en grassen tot een geaccidenteerde daktuin met struiken en bomen. Hitte eiland effect = het hitte-eilandeffect of urban heat island effect (UHI) is het fenomeen dat de temperatuur in een stedelijk gebied gemiddeld hoger is dan in het omliggende landelijk gebied. De belangrijkste oorzaken van het UHI zijn de absorptie van zonlicht door de in de stad aanwezige donkere materialen en de relatief lage windsnelheden. Door het UHI worden problemen tijdens hittegolven, zoals hittestress, verergerd. Bouwkundige maatregelen en meer groen in de stad verminderen het UHI. Infiltratie = het proces waarbij regenwater wegzakt in de bodem. Klimaatbestendig = zodanig ingericht dat de effecten van de klimaatverandering opgevangen kunnen worden. Koelteplek = een plek van minimaal 200 vierkante meter waar de gemiddelde gevoelstemperatuur koeler is dan of gelijk is aan een referentiepunt buiten de stad.

Meekoppelen = dat bij geplande (onderhouds)werkzaamheden aanvullende maatregelen voor klimaatadaptatie genomen worden. NAS = Nationale Adaptatie Strategie, zet de koers uit voor een klimaatbestendig Nederland: deze strategie brengt nieuwe initiatieven voor klimaatadaptatie op gang en versnelt en verbreedt bestaande initiatieven. Nature base solutions = slimme oplossingen/ideeën die geïnspireerd zijn op de natuur of ondersteund worden door de natuur, met als doel om de problemen die klimaatverandering met zich meebrengt te verminderen of tegen te gaan.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

55

• • • • •

•

•

Klimaatadaptatie = dat de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat. En de schadelijke gevolgen ervan probeert te beperken. Ongewenste situatie = gebeurtenis die niet toelaatbaar is. Ontharden = tegels en asfalt eruit, ruimte voor hemelwater om in de bodem te infiltreren Risicodialoog = gesprek met partners in de stad om af te wegen welke situaties en risico’s acceptabel zijn en welke niet. Sponswerking van de bodem = de bodem als buffer voor water gebruiken. De regen die valt, vang je zoveel mogelijk op in de bodem, zodat het in drogere tijden beschikbaar is. Stresstest = de kwetsbaarheden worden in beeld gebracht op de thema’s hitte, wateroverlast, droogte en overstroming Vitale en kwetsbare functies = processen en functies, die zo belangrijk zijn dat uitval of verstoring van deze functies leidt tot ernstige maatschappelijke ontwrichting en vormt een bedreiging voor de nationale veiligheid, zoals het electriciteitsnet en drinkwatervoorziening. Waterrobuust = waterrobuust bouwen is het zodanig vormgeven en inrichten van de openbare ruimte, dat de impact van bijvoorbeeld ernstige neerslag zo klein mogelijk blijft.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

56

Bijlage 2: Onderbouwing kaarten De opbouw en onderbouwing voor de verschillende kaarten die voor de visie zijn gebruikt om de ambities en prioriteiten vast te stellen zijn hieronder opgeschreven.

Gevoelstemperatuurkaart - hittemodel De lokale temperatuur wordt beïnvloed door: 1. 2. 3. 4. 5.

Bomen (binnen straal van 40m) Laag groen (binnen straal van 40m) Water Schaduw Het effect van afwezigheid van groen op verdere afstand.

Het hittemodel geeft aan de hand van deze invloeden een voorspelling van de lokale lucht- en gevoelstemperatuur op (circa) 1,5 meter boven grond rond het tijdstip 15:00 uur op een hete, bijna windstille middag tijdens een fictieve hittegolf. Daarbij zijn de volgende aannames gedaan: Gevoelstemperatuur (PET) is afhankelijk van de lokale luchttemperatuur plus een effect voor zon/schaduw en het type ondergrond (Verhard/Onverhard). Een relatieve temperatuurverschil (lucht- en gevoelstemperatuur) wordt berekend t.o.v. de temperatuur in open buitengebied tijdens een hittegolf op het heetste moment van de dag – 15:00 uur op 26 juli. Er is een aanname gedaan van een zeer lage windsnelheid in de stad op ooghoogteniveau (1,5 m) die verder wordt geremd door de bebouwing. Ook is de aanname gedaan dat de vochtigheid constant is. Ten slotte wordt de straling, van de zon en van de ondergrond, meegenomen in de berekening. De absolute gevoelstemperatuur wordt berekend door het relatieve temperatuurverschil op te tellen bij een absolute gevoelstemperatuur van het open buitengebied. Hiervoor is de aanname gedaan dat in het open buitengebied de gevoelstemperatuur om 15.00 uur op een hete windstille dag gelijk is aan 32 °C voor de huidige situatie en 34,1 °C voor de toekomstige situatie.

De resulterende hittestresskaarten (relatieve luchttemperatuur 2019 en relatieve gevoelstemperatuur 2019) tonen de lokale temperatuur met een kwalitatieve schaal (aanzienlijk warmer, warmer, neutraal, koeler en aanzienlijk koeler dan buiten de stad) en geven een goede indicatie van het effect van hittestress. De absolute gevoelstemperatuur toont waar de PET boven een grenstemperatuur komt (mate van hittestress). De kaarten geven op straat- en wijkniveau weer waar mogelijke knelpunten op kunnen treden met betrekking tot hittestress. In welke mate de knelpunten (on)acceptabel zijn hangt ook van de nabijheid van koelte. Daar wordt het afstand tot koelte model voor gebruikt.

Nachttemperatuurkaart om 23.00 uur De nachthitte kaart laat zien hoe hoog de luchttemperatuur om 23.00 uur nog is na een hete windstille dag. Het nachthitte model maakt daarvoor gebruik van een temperatuurset van Aireas metingen in een Nederlandse gemeente. Daarvoor zijn meetkasten geïnstalleerd die fijnstof maar tegelijkertijd ook de temperatuur meten. Vervolgens is aan de hand van de volgende criteria, < 4m/s wind (=nagenoeg windstil), maximumtemperatuur overdag groter dan 28 graden, en meer dan 10 uren zonneschijn per dag, bepaald welke dagen een hete dag representeren. De meetresultaten van 6 van deze hete dagen om 23:00 uur (geen invloed van zoninstraling) laten zien dat er een correlatie (p < 0.05) bestaat tussen de temperatuur en de sky view factor, en tussen de temperatuur en omgevingsgroen.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

57

Vervolgens wordt voor de berekening van de nachthitte om 23:00 uur (het tijdstip dat mensen gaan slapen) gebruik gemaakt van de gevonden correlatie door de volgende formule toe te passen:

Temperatuur (23:00 uur)=Re fTemp+((2-SVF-Fveg)-Re fFhitte*1)*2) Waarbij: - RefTemp = Temperatuur op referentiepunt gemeente in een hete nacht om 23:00 uur - SVF = Skyviewfactor, factor zichtbare lucht - Fveg = Factor vegetatie/groen in een straal van 25 meter - RefHitte 2 - SVF Referentiepunt - Fveg Referentiepunt

Het hierboven beschreven nachthitte model berekent de luchttemperatuur voor de gemeente Utrecht om 23.00 uur na een hete windstille dag. Voor het toekomstige scenario wordt een temperatuurstijging van 2,1°C t.o.v. de huidige situatie aangenomen. Uiteindelijk is deze nachthitte een indicator voor gezondheidsproblemen door hitte. Als het buiten ’s nachts na een hete dag niet verder afkoelt dan 20°C is het moeilijker om het binnen aangenaam koel te houden en goed te slapen. Dit leidt tot een afname van de nachtrustkwaliteit wat op zijn beurt weer leidt tot gezondheidsproblemen en een afname van de arbeidsproductiviteit in de gemeente Utrecht.

Afstand tot een koele plek kaart Het afstand tot koelte (ATK) model neemt de gevoelstemperatuurverschilkaart (PET) als input. Daaruit worden koelte gebieden geselecteerd. Alle gebieden die t.o.v. het buitengebied koeler zijn worden bestempeld als koeltegebieden. Dus waar geen opwarming van de gevoelstemperatuur is ten opzichte van het buitengebied. De koelteplekken worden daarnaast gefilterd op grootte. In deze analyse is dit vanaf 200 m2. Ook is ervoor gezorgd dat zoveel mogelijk kleine, lange stroken langs wegen en stroken in het water niet als koelte gebied worden meegenomen, immers, water en plekken langs wegen zijn geen toegankelijke plekken om verkoeling te zoeken. De uitgangspunten voor een koele plek op een rijtje: Minimale grootte is 200m2 Koele plek mag zich niet bevinden langs wegen – buffer van 5 meter rondom wegen Water wordt niet bestempeld als een koele plek Oppervlakte/omtrek verhouding is > 2,5 meter Vervolgens wordt een routenetwerk gemaakt op een lijnenbestand van wegen. Hiervoor is gebruik gemaakt van het NWB-wegenbestand. In het routenetwerk worden looproutes berekend naar dichtstbijzijnde koelteplek. Tot slot wordt op basis van deze routes een indicatie per gebouw (in aantal meters dat een koelteplek bereikt kan worden) gegeven. De resulterende afstand tot koelte kaart geeft aan hoe ver panden van koelte af liggen.

De afstand tot koelte-kaart brengt in één oogopslag in beeld in welke wijken behoefte is aan meer (beleefbaar) groen (of koelte). Dit kan tevens ook van invloed zijn op de route náár een groene (koele) plek.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

58

Schaduwkaart om 15.00 uur

Model In de kaart is gebruik gemaakt van het softwareprogramma Tygron, waarbij een 3D-model van de gemeente Utrecht is ingeladen om schaduw door gebouwen en andere elementen in het landschap te modelleren. Bomenspotter Naast de schaduw van gebouwen is de schaduwwerking van bomen zeer relevant voor het onderzoek. Het 3D-model is daarom aangevuld met een bomenspottermodel. Dit model spot individuele bomen uit luchtfoto’s en kent op basis van de AHN-hoogten toe. Hiermee worden zowel kleine als grote bomen en zowel publieke als private bomen in kaart gebracht. In combinatie met boomparameters als de boomhoogte en kroonoppervlak kon in de schaduwanalyse een betere benadering van de werkelijkheid gedaan worden. Deze dataset is verkozen boven het bomenbestand van de gemeente, omdat deze dataset niet volledig was ten aanzien van individuele boomhoogtes, kroonoppervlakken en particuliere bomen niet zijn opgenomen. Fiets- en loopgebieden Vanuit de openbare data in Tygron zijn alle wegen (BGT) geëxporteerd om vervolgens een selectie op dit bestand te maken. Voor deze analyse is de selectie fietspaden, voetgangerspaden, stoep en pleinen toegepast. Dit bestand is in overleg met de gemeente aangevuld met ontbrekende fiets- en loopgebieden die niet geclassificeerd zijn als eerdergenoemde functies en daarnaast klinkerwegen in het centrum.

Op deze wijze is een compleet netwerk van fiets- en looproutes geselecteerd waarop de percentage schaduw analyse is uitgevoerd. Zonnestand De analyse is uitgevoerd met de zonnestand gedurende de 1e juli 2015. Hiermee borduurt deze analyse verder op de voorgeschreven 1-op-1000 hittedag uit de hittestressstandaard vanuit het DPRA. De analyse geeft daarmee inzicht in het percentage schaduw op fiets- en loopgebieden op een hete dag die eens in de 5,5 jaar en in de toekomst eens in de 2,5 jaar (Wh-scenario) voorkomt. Rekenmethode In Tygron is per weggedeelselectie het oppervlak van de slagschaduw op het heetste moment van de dag (15.00 uur) en de gemiddelde slagschaduw (12.00-18.00 uur) berekend om deze vervolgens af te zetten tegen het totale oppervlak van desbetreffende wegdeelselectie. Dit resulteert in een percentage schaduw per wegdeelsectie. Deze percentage zijn vervolgens geaggregeerd naar subbuurt niveau door het totale schaduwoppervlak op deze wegdeelsecties af te zetten tegen het totale oppervlak van de wegdeelsecties binnen een geclassificeerde subbuurt.

Water op straat na 80 mm neerslag

Model In de periode tussen 2017 en 2019 is er samen met een ingenieursbureau gewerkt aan een integraal riolerings- en maaiveldmodel voor de gemeente Utrecht met het softwareprogramma InfoWorks. Dit model stelt de gemeente in staat om berekeningen te maken van de riolering en afstroming van water op maaiveld. Met het model is inzicht verkregen in de risico’s op wateroverlast en is geschikt om maatregelen door te rekenen.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

59

Uitgangspunten Het model is gemaakt op basis van het beheersysteem van de gemeente Utrecht. De datum van het rioolstelsel is van 31-12-2017. In de tussentijd zijn er verbeteringen aangebracht in een aantal basisgegevens maar er is geen nieuwe export van het beheerbestand gemaakt. Dit vormt de basis van het model. Aanvullend op het rioolstelsel is er gebruik gemaakt van het Actueel Hoogtebestand Nederland 3. Deze is ingevlogen in 2014, wat betekent dat gebieden waar de afgelopen jaren veel (ruimtelijke) ontwikkelingen hebben plaatsgevonden de gegevens achterhaald zijn. In 2021 komt er als het goed is een nieuw hoogtebestand beschikbaar dat in 2020 is ingevlogen. Regenwater kan op verschillende manieren verwerkt worden. Zo kan het rechtstreeks worden afgevoerd richting oppervlaktewater, kan het aangesloten zijn op gemengde riolering of afvoeren naar (openbaar) groen. Met behulp van de BGT en andere openbare bronnen is voor ieder stukje verhard oppervlak vastgesteld hoe het regenwater wordt verwerkt. Via het riool wordt naast regenwater ook afvalwater afgevoerd. Om deze hoeveelheden goed in het model te zetten is gebruikt gemaakt van het aantal inwoners per subbuurt en een overzicht van bedrijfslozingen uit 2017. Dit is in het model op een zo realistisch mogelijke methode aangesloten op de riolering.

Resultaten Al deze informatie is gecombineerd tot een model voor de gemeente Utrecht. Om te zien waar er wateroverlast optreedt zijn er verschillende neerslaggebeurtenissen doorgerekend, te weten: 20mm/ uur, 40mm/uur, 60mm/uur, 80 mm/uur en 120mm/uur. Voor al deze gebeurtenissen is inzichtelijk gemaakt waar er hoeveel water op straat blijft staan. Bij hevige neerslag is het niet ongebruikelijk dat er water op straat blijft staan. Daarom zijn de resultaten verder geanalyseerd om te bepalen of er ook schade en/of overlast optreedt. Dit is gedaan met behulp van ruimtelijke analyses met het programma ArcGIS. Zo is er gekeken of er water tegen gebouwen aanstaat en of de wegen nog begaanbaar zijn. Aan de hand van schadekrommes is er ook bepaald hoeveel schade er optreedt.

Bodemdalingskaart 2016-2018 Met behulp van aardobservatie technieken (radar satelliet) kunnen indicatoren voor bodemdaling worden afgeleid voor stedelijke (verharde) en landelijke (onverharde) gebieden. De belangrijkste oorzaak voor bodemdaling van de bovengrond in de onverharde gebieden is de oxidatie van veen/ inklinken van klei als gevolg van het gevoerde waterbeheer waarbij de grondwaterstand ruim onder het maaiveld gehouden wordt. In de verharde gebieden is de oorzaak het indrukken van slappe lagen door het opgebracht gewicht (m.n. ophoogzand en bestrating). In stedelijk/bebouwd gebied is niet alleen het gewicht op de bodem voor een zeer belangrijk deel debet aan bodemdaling, maar met name ook (dikke) funderingslagen die druk uitoefenen op de ondergrond. De kwaliteit van de satelliet metingen kan door vele factoren worden beïnvloed, vooral in het landelijk gebied. Daarom zijn er gemiddeld 150 beelden gebruikt over een meerjarige periode om een statistisch onderbouwde indicator van relatieve bodemdaling per deelgebied te bepalen.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

60

De kaarten kunnen inzicht geven voor de thema’s droogte en wateroverlast met signalen van plekken waar mogelijke bodemdaling kan voorkomen en tevens de gradatie en de verspreiding ervan. In stedelijk gebieden voegen de bodemdaling signalen toe aan de huidige aanwezige modelgebaseerde bodemdalingsvoorspellingskaarten. De kaart vertoont de indicatoren (detail 50m) van de mate van bodemdaling gemiddeld over een periode van 2 jaar (periode okt’16- okt’18). De groene kleur is weinig tot geen noemenswaardige daling. De oranje kleur geeft nieuwe gebieden die in de periode oktober 2016 tot 2018 significant zijn gedaald. Zwarte gebieden laten veel daling zien (dus meer dan 6 mm).

Geschiktheid leefgebied

(egel, steenbreekvaren, koninginnenpage en kleine watersalamander) – stresstest voor stedelijke biodiversiteit Om waarnemingen en soorten te koppelen aan een klimaat is gebruik gemaakt van een citizen science databank. De waarden worden gebruikt om de mate van geschiktheid van de stad te bepalen voor het heden en de toekomst (2050). Op basis van literatuur en de soortenlijst zijn typische soorten geselecteerd. Voor elk stadsbiotoop zijn relevante soorten toegekend. De uiteindelijke lijst bestaat uit 33 soorten, waarvan de meesten goed vertegenwoordigd zijn in de stad. De gebruikte methode is gebaseerd op de berekening van de species temperature index en de community temperature index. Als klimaatvariabele zijn de jaarlijks temperatuur, jaarlijkse regenval en aantal droge dagen in zomer gebruikt. Vervolgens zijn voor alle soorten de grenswaardes uitgerekend en aan de lijst van de karakteristieken toegevoegd (klimaatenvelop). De grenswaardes zijn bepaald door een standaarddeviatie op te tellen bij het gemiddelde en af te trekken van het gemiddelde. Voor de stad is een biotopenlijst opgesteld aan de hand van de Utrechtse biotopenmap, waarbij de verschillende soorten aan biotopen zijn toegekend. Om per soort de geschiktheid weer te geven in 2050 wordt het toekomstige klimaat vergeleken met de soortspecifieke klimaatenvelop.

Overstromingskaart De kaart laat zien wat de overstromingsdiepte van het gebied is bij een breuk in de Lekdijk aan de noordkant. De overstromingsdiepte is van grote invloed op de omvang van de schade en het aantal slachtoffers. De uitleg van de kaart is terug te vinden in de kaartverhalen van de klimaateffect atlas.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

61

Bijlage 3: Onderzoeksagenda Bij de uitvoering van onderstaand onderzoek wordt aangesloten bij landelijke onderzoeken in het Deltaprogramma Ruimte Adaptatie, Netwerk Water en Klimaat, onderzoek bij de diverse Kennisinstituten en Universiteiten (Wageningen Universiteit (WUR), Hogeschool van Amsterdam (HvA) en anderen). We brengen onze onderzoeksvragen in en waar mogelijk doen we gezamenlijk met andere partijen onderzoek.

Onderzoek

Wie

Uitvoering

Onderzoek van prioriteiten op hitte en wateroverlast

Opgave klimaatadaptatie en programma water en riolering

2021/2022

a. Opzetten leidraad incl. klimaatadaptatieparagraaf c. uitvoering klimaatadaptatie in Utrechts Plan Proces en beheer en onderhoud. Doelstellingen vertalen in kaders voor omgevingswet

Gemeente, opgave klimaatadaptatie en programma water en riolering

2021

Nader onderzoek naar de gevolgen droogte op bomen en gebouwen (met onder andere complexe verkaveling), schade aan panden

Gemeente, opgave klimaatadaptatie

Loopt, 2021 resultaat

Aanvullend onderzoek nodig om te kijken waar een koelteplek aan moet voldoen, welke plekken voldoen en waar wij maatregelen moeten nemen.

Gemeente, opgave klimaatadaptatie

2021

Input klimaatadaptatie leveren voor Handboek inrichting openbare ruimte (HIOR)

Gemeente, opgave klimaatadaptatie levert input voor HIOR

2021

Onderzoek naar koppeling maken tussen het rioleringsmodel en het oppervlaktewatersysteem (nauwkeurig beeld tijdens piekbuien)

Gemeente, programma water en riolering ism HDSR

2021

Extra zwemwater: zouden er extra wateren in de stad als zwemwater benoemd kunnen worden? En wat is daarvoor nodig?

PU ism met waterschappen, recreatieschappen en gemeente

2021, loopt al

Biodiversiteit nader onderzoeken: indicatoren/ biotopen uitzoeken voor monitoring en vervolgens maatregelen bepalen

Gemeente, opgave klimaatadaptatie samen met opgave groen

2021/2022

Uit de schaduwkaarten blijkt dat in ontwikkelingsgebieden minder schaduw is bij bomen. Verder onderzoek nodig naar groei bomen in soort en tijd.

Gemeente, opgave klimaatadaptatie (als onderzoeksvraag in i-tree onderzoek ingebracht)

2022

Wat is het effect van meerdaagse wateroverlast op gebouwen en planten en bomen?

Gemeente, opgave klimaatadaptatie

Vanaf 2022

Wat zijn de gevolgen (zowel kosten als maatschappelijke ontwrichting) van water dat een gebouw inloopt? Kosten worden opgepakt door klimaatschadeschatter

VRU, gemeente is lid werkgroep

Stresstest kwaliteit stedelijk oppervlaktewater

NKWK

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

Loopt, 2022 resultaat

62

Onderzoek

Wie

Uitvoering

Stresstest kwaliteit stedelijk oppervlaktewater

HDSR ism gemeente, programma water en riolering

Loopt, 2021 resultaat

Onderzoek naar minimale grondwaterstand in stedelijk gebied

Gemeente, programma water en riolering ism HDSR

2021

Klimaatbestendige stad: onderzoek naar hitte richtlijnen voor de openbare ruimte. Utrecht dient als pilot

Hva/Tauw (Utrecht pilot gemeente)

Afgerond

Hva/Tauw/woningcorporaties /gemeenten

2021

Belevingsonderzoek in huurwoningen In het Ontwikkelprogramma Regionale Waterkeringen (ORK) bedenken meerdere provincies en waterschappen een visie en aanpak voor de ontwikkeling van de regionale waterkeringen. Zij doen dit onder leiding van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA). (Bron programma klimaatadaptatie 2020-2023, Provincie Utrecht).

Gemeente, opgave klimaatadaptatie samen met opgave groen

2020

Onderzoek naar verdere uitwerking tussendoelen, monitoring en indicatoren. Dit is samenhang met de landelijk lopende onderzoeken

Gemeente, opgave klimaatadaptatie

2020 - 2023

Onderzoek over het destilleren van indicatoren voor klimaatbestendigheid uit bestaande datasets, op lokaal niveau (gemeentes, waterschappen), en is onderdeel van de onderzoekslijn Klimaatbestendige Stad binnen het onderzoeksprogramma Nationaal Kennis-en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK KBS)

NKWK, gemeente is lid van klankbordgroep

Loopt

Onderzoek naar hoeveel water we moeten vasthouden om in drogere perioden in de zomer, maar in natte periodes in de winter de bodem niet te nat laten worden (waterbalans), stedelijk.

Gemeente ism HDSR

2022

Drie buurten (bv groenarme wijk) onderzoeken op urgentie en maatregelen klimaatadaptatie en vervolgens meekoppelen bij andere opgaven.

Gemeente, opgave klimaatadaptatie

2021

Ontwikkeling hittestresstool met ontwerprichtlijnen

Nelen & Schuurmans gemeente deelnemer

Loopt

Subsidie groene schoolpleinen

Gemeente, MO/UVO

Loopt

Subsidie vergroening en afkoppeling maatschappelijke functies

Gemeente, programma water en riolering

2021

Dakenvisie: maken afwegingskader en kansenkaart multifunctionele daken. Afstemmen van ambities tussen gemeente en stakeholders op basis van een ambitiedocument.

Gemeente, gezond leefklimaat

Loopt, Q3 2021 resultaat

Hitte meet je stad: Milieucentrum Utrecht brengt samen met inwoners klimaatverandering in kaart brengen. O.a. door het maken van meetkastjes voor luchtvochtigheid en temperatuur in de eigen leefomgeving.

MCU ism gemeente, Universiteit

Loopt

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

63

Onderzoek

Wie

Uitvoering

Lokaal hitteplan: Het concept hitteplan uitwerken tot een definitief plan. Het lokale hitteplan helpt organisaties bijvoorbeeld bij het verkrijgen van achtergrondinformatie en bij het uitvoeren van hun reguliere taken en aanvullende maatregelen tijdens hitte door middel van een draaiboek.

Gemeente, volksgezondheid

Loopt

Ontwikkelen van communicatietools voor klimaatadaptatie en dit samenvoegen met Waterproof030

Gemeente, opgave klimaatadaptatie en programma water en riolering

2021-2023

Afspraken maken met alle partijen in de bouwketen ter bevordering van klimaatadaptief bouwen en afstemmen met convenant bouwen (bron: programma klimaatadaptatie 20202023, Provincie Utrecht).

Provincie ism gemeenten, waterschappen, projectontwikkelaars, woningbouwcoöperaties, aannemers; gemeente lid werkgroep

Loopt, 2021 afspraken ondertekenen

Stimuleren van adaptatiemaatregelen op lokaal niveau op het gebied van hittestress, met name in de openbare ruimte, de gebouwde omgeving en de zorgsector. Inzetten op meetpunten ten behoeve van de monitoring van het effect van hittemaatregelen. (Bron: programma klimaatadaptatie 2020-2023, Provincie Utrecht).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8d32abf9-1f7f-4b2c-a60d-fa7008a85e77