CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Klimaatadaptatie Utrecht.pdf

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie Klimaatadaptatie18.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

Het klimaat verandert, Utrecht verandert mee

utrecht.nl/ klimaatbestendig

Inhoud Voorwoord

3

Samenvatting

4

1. Inleiding

Aanleiding en context Samenhang met andere opgaven en wetgeving Klimaatadaptatie in de omgevingswet Proces en leeswijzer 2. Opgave

8

9 10 11 11 13

14 14 16 17 19 20 3. Ambitie

Doelstellingen Opgave in gebieden Prioriteiten 4. Aanpak

Hoe gaan we het doen? Wat gaan we doen? Met wie gaan we aan het werk? Onderzoeksagenda

22

23 29 30 37

40 40 42 47

5. Investeringsstrategie

50

BIJLAGEN

54

Bijlage 1: Woordenlijst Bijlage 2: Onderbouwing kaarten Bijlage 3: Onderzoeksagenda Bijlage 4: Bronnen en meer informatie

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

2

Voorwoord Verminderen en aanpassen. Mitigatie en adaptatie. Dat zijn onze belangrijkste doelen als het gaat om het veranderende klimaat. Het is niet het één of het ander, maar juist allebei. We willen de snelheid waarmee het klimaat verandert afremmen. Daarom verlagen we onze CO2-uitstoot, werken we aan slimme besparingen en stappen we over op duurzame energie. En omdat de gevolgen van klimaatverandering al merkbaar zijn, starten we tegelijkertijd met het klimaatbestendig maken van onze stad, aanpassen aan het veranderend weer. Daarover leest u meer in deze Visie Klimaatadaptatie. Stelt u zich voor: het Utrecht van 2050. Het weer is extremer dan nu. Het regent harder en vaker. Het is heter. Droger én natter. Dat klinkt onheilspellend, maar onze stad kan tegen die tijd tegen een stootje. Onze stad is aangepast. Voorbereid op een veranderend klimaat. Daardoor kunnen Utrechters op een hete zomerdag het hoofd koel houden. Wonen we in een groene stad met genoeg schaduw, gezond zwemwater en een goede nachtrust voor iedereen. Houden we regenwater zoveel mogelijk vast waar het valt, en werkt de bodem net als een spons. Daardoor wordt Utrecht een stad met genoeg ruimte voor planten en dieren, beschermd tegen wateroverlast en overstromingen. De opgave heeft invloed groen, wonen, recreatie, infrastructuur, gezondheid en veiligheid. De Visie Klimaatadaptatie is daarvoor de basis.

Een goed doordacht plan waarmee we dit toekomstbeeld werkelijkheid willen en kunnen laten worden. Samen met inwoners, ondernemers en organisaties. Want zo’n 60 procent van de grond is niet in handen van de gemeente, maar van bewoners, instellingen en bedrijven. Als we onze krachten bundelen, komen we verder. Een groene stad is een koele stad. En een coole stad, dat is Utrecht ook nu al. Steeds meer mensen willen hier wonen. Omdat ze zich hier thuis voelen. Omdat mensen naar elkaar omkijken en zichzelf kunnen zijn. Utrecht is een gezonde en prettige stad voor iedereen. Het is ons doel om dat zo te houden. Het klimaat verandert, en Utrecht verandert mee. Dat is waar het bij klimaatadaptatie om draait. Onze stad voorbereiden op een veranderend klimaat. Helpt u mee?

Kees Diepeveen Wethouder openbare ruimte

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

3

Een groen dak in aanleg in de Livarstraat

Samenvatting Het veranderende klimaat met vaker periodes van hitte droogte en extreme buien, is de aanleiding voor deze Visie Klimaatadaptatie. Hiermee sluiten we aan op het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) uit 2017. De gemeente Utrecht streeft naar gezond stedelijk leven voor iedereen. We zorgen voor een gezonde en prettige leefomgeving, waar iedereen zich thuis voelt. Ook bij een veranderend klimaat. Vergroenen en verdichten houden we daarbij in balans. Terwijl het aantal inwoners in Utrecht verdubbelt tussen 2000 en 2030, groeit het oppervlak nauwelijks mee. In 2040 is de verwachting dat er meer dan 450.000 inwoners zijn. We benutten en ontsluiten het bestaande groen en water beter, vergroenen de bestaande buurten en zorgen voor ruimte voor groen en blauw bij nieuwe ontwikkelingen. Het is daarom belangrijk om geen ruimte onbenut te laten: ook gevels en daken komen van pas. We werken aan een klimaatbestendige stad en doen dit samen met inwoners, bedrijven en organisaties, want alleen dan kunnen we het verschil maken.

Kwetsbaarheden Utrecht is door klimaatverandering kwetsbaar voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. De kans op een overstroming, door een dijkdoorbraak aan de noordzijde van de Lekdijk, is klein, maar de gevolgen zijn groot. Op het hele grondgebied, met uitzondering van de binnenstad en de kern Vleuten, kan er tot een halve meter water te staan. In Rijnenburg zal dit zelfs meer dan 1,5 meter zijn. Voor bodemdaling door droogte lijkt Utrecht minder kwetsbaar, maar het gevolg van de afgelopen drie jaar droogte voor bomen en planten is nog onzeker en wordt onderzocht. Voor hitte is Utrecht kwetsbaarder, omdat een groot deel is verstedelijkt met veel verharding en weinig groen. Vooral de Binnenstad en de oude wijken er omheen, zoals Rivierenwijk, Ondiep en Zuilen, ervaren in hete periodes veel hittestress. Ook bedrijventerreinen, zoals Oudenrijn, Overvecht, Lage Weide en de meubelboulevard, zijn kwetsbaar voor hitte door veel verharding en groen. De gebieden Merwedekanaalzone en Beurskwartier zijn in huidige staat ook kwetsbaar voor hitte, maar de ontwikkelingen geven hier kansen om maatregelen te nemen. Voor wateroverlast bij extreme neerslag zijn verschillende locaties kwetsbaar op plekken waar nog geen maatregelen zijn genomen. Zo kunnen tunnels onderlopen, zijn veel souterrainwoningen gevoelig voor wateroverlast en lopen ook andere plekken in de stad onder water.

Hierbij gaat het om water tegen de gevels, maar ook om wateroverlast op belangrijke routes. Net zoals bij hitte ligt ook hier een groot deel van de opgave in de bestaande stad. Niks doen is geen optie, want dan lopen de kosten voor schade flink op tot 1,6 miljard en meer. Hierbij zijn nog niet alle schades meegenomen, omdat de kosten hier niet van bekend zijn. Ambities en doelen In 2050 willen we als Utrecht klimaatbestendig zijn en dus onze kwetsbaarheden hebben aangepakt. Om dit te bereiken hebben we doelen en principes opgesteld waar we naar streven. Ons hoofddoel is dat we maatschappelijke ontwrichting en onomkeerbare schade zoveel mogelijk willen voorkomen. Daarnaast willen we dat Utrecht een aangename stad blijft om te wonen, werken en te verblijven. Ten eerste willen we de stad zoveel mogelijk vergroenen, met minder tegels en verharding en meer groen. Op die manier kan de bodem als spons werken. Dat voorkomt wateroverlast bij hevige regen en zorgt bij droogte dat bomen langer overleven. Ook zorgt dit voor een prettigere leefomgeving bij hittegolven. We hanteren hierbij het principe ‘groen, tenzij’. We willen dan ook minstens 90% van het regenwater benutten en vasthouden. Dat betekent: opvangen in de bodem en niet via het riool afvoeren.

Om te zorgen dat onze stad een prettige leefomgeving blijft bij hittegolven streven we bij alle fiets- en looproutes naar voldoende schaduw (40% bij hoofdroutes, 30% overig), voorkeur door bomen. In elke buurt streven we naar minimaal 40% groen in het horizontale vlak, dus het maaiveld en daken, zowel in de openbare ruimte als particuliere terreinen. Het liefst door groen zoals groen in straten, pleinen en plantsoenen, in tuinen en op daken en gevels. Niet iedereen heeft een tuin, dus streven we voor iedereen naar een koele, groene verblijfsplek op korte afstand (200 meter). We spannen ons in dat bij een heftige regenbui tot aan 80 mm in één uur de openbare ruimte en de riolering zo zijn ingericht dat er geen schade optreedt aan panden en geen hinder op belangrijke wegen, zodat hulpdiensten kunnen komen waar ze moeten zijn. Door klimaatadaptieve maatregelen te nemen dienen we meerdere doelen. Groene daken isoleren ook woningen en meer koele groene verblijfsplekken zijn zowel goed voor de gezondheid als voor meer recreatie. Wat allemaal weer bijdraagt aan gezond stedelijk leven voor iedereen.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

5

Doelen voor overstroming, biodiversiteit en waterkwaliteit werken we later uit, omdat deze nog niet voldoende in beeld zijn. Voor overstroming werken deze regionaal uit als uitwerking van de regionale adaptatie strategie (RAS). We streven ernaar om deze doelen uiterlijk in 2050 te halen. Door deze doelen de komende jaren toe te gaan passen in projecten, ervaren we welke afwegingen met andere doelen in de praktijk gemaakt moeten worden en waar maatwerk met een goede onderbouwing noodzakelijk is. Aanpak Het uitgangspunt om Utrecht klimaatbestendig te maken is zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande programma’s. Elk programma moet straks rekening houden met het thema klimaatadaptatie. Als opgave focussen we op het bepalen van ambities en doelen en het borgen hiervan. We gaan klimaatadaptatie zoveel mogelijk combineren met andere werkzaamheden in de openbare ruimte, onder andere om zo de kosten te beperken. Belangrijke opgaven om mee samen te werken zijn de rioolvervangingsopgave, de Schaalsprong Groen in de RSU, de mobiliteitsopgave om van 50 naar 30 km/uur te gaan en ontwikkelend beheer van de openbare ruimte. Dit doen we vooral in de bestaande stad. Voor nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten stellen we beleid vast om ervoor te zorgen deze direct klimaatbestendig worden uitgevoerd. Klimaatadaptatie moet het nieuwe normaal worden.

Alleen door samenwerking is het mogelijk om integrale afwegingen te maken en tot een gedragen besluitvorming te komen. Op een aantal thema’s hebben we te weinig informatie, zoals droogte en biodiversiteit. Daarom maakt een onderzoeksagenda deel uit van de visie, waarmee we een completer beeld krijgen van wat de mogelijke effecten en gevolgen van een veranderend klimaat zijn, en hoe we dit moeten aanpakken. Een groot deel (60%) van de oppervlakte van de stad is in eigendom van inwoners en andere stakeholders. Dat betekent dat de klimaatadaptatie-opgave niet alleen in het openbaar gebied opgelost kan worden. Om te zorgen dat ook deze grondeigenaren hun woning, gebouw en omgeving klimaatbestendig maken zetten we onder meer nieuw beleid, subsidies en communicatie in. We werken samen in onze landelijke netwerken (bijvoorbeeld GNK en KANS), maar ook met onze regionale gebiedspartners in het Netwerk Water en Klimaat om bijvoorbeeld via de impulsregeling klimaatadaptatie van het Rijk subsidie voor maatregelen aan te vragen. De globale investeringskosten voor het aanpassen van de openbare ruimte tot 2050 worden geschat op 0,5 – 1 miljard euro als we optimaal aansluiten (‘meekoppelen’, 70% werk-met-werk) bij andere opgaven. Zonder werk met werk maken liggen de verwachte kosten op ruim 2 miljard euro.

De maatregelen zijn globaal opgebouwd uit hemelwaterbestendig inrichten, ontharden en vergroenen. Een deel van de maatregelen, vooral wateroverlast en droogte, zijn te dekken vanuit het programma Openbare Ruimte en Groen, onderdeel water- en rioleringsprogramma. De beschikbare middelen in dit programma komen vanuit de inkomsten uit rioolheffing. De groene maatregelen en kosten voor klimaatadaptatie die enkel gerelateerd zijn aan hitte kunnen niet worden bekostigd uit het water- en rioleringsprogramma, maar moeten bekostigd worden uit andere programma’s om de opgave te realiseren. Er is daar dus een extra budget nodig om bomen te kunnen realiseren en ze te kunnen aanplanten of de groeiplaats te verbeteren. Dit wordt meegenomen in de uitwerking van de groene schaalsprong als onderdeel van de uitwerking van de RSU. De investeringen worden op 1,6 miljard euro geschat. De uitvoering hiervan is mede afhankelijk van middelen, zowel van de gemeene als van andere partijen. Visie Klimaatadaptatie Utrecht

6

De opgaven klimaatadaptatie en groen vallen ruimtelijk grotendeels in hetzelfde gebied, de bestaande stad. Voor nieuwbouw hanteren we als uitgangspunt dat de kosten worden gedekt vanuit de gebiedsontwikkeling. Dit komt naar verwachting gemiddeld neer op maximaal 2.000 euro per woning. Voor inwoners en bedrijven zijn de kosten nog niet inzichtelijk, omdat we bij bestaande bouw vooralsnog geen bindende maatregelen voorschrijven. De gemeente geeft eerst zelf het goede voorbeeld, door de openbare ruimte en eigen vastgoed klimaatbestendig te maken. De visie wordt in 2024 geëvalueerd, naar aanleiding van de nieuwe stresstesten en KNMI-scenario’s. Hierbij worden ook de opgedane ervaring in projecten en nieuwe inzichten meegenomen en zo nodig worden doelen en visie bijgesteld.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

7

1 Inleiding Utrecht in 2050: Het weer is extremer dan nu. Het regent in de zomer harder en in de winter vaker. Het is warmer met vaker droge en hete periodes. Droger én natter. Dat klinkt onheilspellend, maar onze stad kan tegen die tijd tegen een stootje. Onze stad is klimaatbestendig. Voorbereid op een ander klimaat. Daardoor kunnen Utrechters op een hete zomerdag het hoofd koel houden. Wonen we in een groene stad met genoeg schaduw, gezond (zwem)water en een goede nachtrust voor iedereen. Houden we regenwater zoveel mogelijk vast waar het valt, en werkt de bodem net als een spons. Daardoor wordt Utrecht een stad waar niet alleen mensen fijn wonen maar ook dieren en planten graag neerstrijken. In deze Visie Klimaatadaptatie leest u hoe we dit toekomstbeeld werkelijkheid laten worden. Samen met inwoners, ondernemers en organisaties.

Foto: Verkoeling zoeken in en bij de Haarrijnse Plas op een hete dag

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

8

1.1

Aanleiding en context

Het veranderende klimaat, met vaker hitte, droogte en wateroverlast, is de aanleiding voor deze klimaatadaptatievisie. Hiermee sluiten we aan op het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) uit 2017. Hierin staat dat Nederland in 2050 klimaatbestendig is. In het DPRA staan 7 ambities beschreven.

De 7 ambities uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie

Daarnaast is er de Nationale klimaatadaptatieStrategie (NAS). Deze zet de koers uit voor een klimaatbestendig Nederland: de strategie brengt nieuwe initiatieven voor klimaatadaptatie op gang, en versnelt en verbreedt bestaande initiatieven. Het DPRA en de NAS vullen elkaar aan. Het DPRA richt zich op het maken van afspraken over maatregelen om de gevolgen van wateroverlast, hitte, droogte en overstroming te beperken. De NAS richt zich op sectoren, ketens, thema’s en klimaatrisico’s die niet in het DPRA aan de orde komen. En is daarnaast aanvullend op een aantal thema’s die wel in het DPRA staan, zoals de effecten van de verschuiving van klimaatzones door geleidelijke klimaatverandering; gezondheidsverlies, arbeidsverlies en kosten door een mogelijke toename van allergieën en infecties.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

9

Tijdlijn klimaatadaptatie op landelijk, regionaal en lokaal niveau

1.2

Samenhang met andere opgaven en wetgeving

Klimaatadaptatie staat niet op zichzelf, maar is verbonden met andere opgaven en thema’s. Het gaat over de inrichting van de openbare ruimte, maar ook over privéterreinen en -eigendommen. De Kadernota kwaliteit openbare ruimte sluit hier op aan en richt zich op het verbeteren van een gezonde openbare ruimte. De Nota Beheer Openbare Ruimte sluit ook aan, waarbij het achterstallige onderhoud wordt aangepakt en werk met werk kan worden gemaakt. Een ander voorbeeld is de nota Gezondheid voor iedereen, waarvan het doel is om de gezondheid positief te beïnvloeden. We willen niet dat hitte nadelige effecten heeft voor eenzame en kwetsbare ouderen. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) 2040 worden keuzes gemaakt over hoe de groei van de stad ruimtelijk wordt aangepakt. De keuzes die daarin zijn gemaakt, zijn bepalend voor hoe we tot een klimaatbestendige stad kunnen komen. Maatregelen die we nemen om ons aan te passen aan het veranderende klimaat, zorgen samen met ander beleid, zoals het Groenstructuurplan, voor meer biodiversiteit en minder droogte. Meer bomen en minder tegels zorgen namelijk voor verkoeling en meer verdamping. De aanpassing aan het veranderende klimaat passen we ook toe in de gebiedsvisies. Er wordt gewerkt aan een Visie Stadswater, die over het gebruik van waterwegen in Utrecht gaat.

Hierin wordt ook zwemwater meegenomen, maar ook het gebruik van (natuurvriendelijke) oevers. In deze visie worden kansen benut om de link met klimaatadaptatie te leggen. Al deze opgaves zijn belangrijk om een klimaatbestendige stad te worden en zijn met elkaar verbonden.

Regionale Adaptatie Strategie De koers voor de regio staat verwoord in de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) van het Netwerk Water & Klimaat. Veertien gemeenten in de regio Utrecht zuidwest werken in het Netwerk Water & Klimaat samen met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, de provincie Utrecht en de Veiligheidsregio Utrecht. De 17 partners van het netwerk spreken in de RAS de ambitie uit om de regio samen uiterlijk in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te maken en bevat 7 strategieën voor de uitvoering. Iedere partner vertaalt dit weer naar lokale maatregelen.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

10

1.3

Klimaatadaptatie in de Omgevingswet

Ten slotte wordt de Visie Klimaatadaptatie door de raad vastgesteld als onderdeel van de omgevingsvisie Utrecht. In juli 2022 wordt naar verwachting de nieuwe Omgevingswet ingevoerd. Het doel van de Omgevingswet is om de regelgeving inzichtelijker, samenhangender en meer gebiedsgericht te maken. En om sneller tot besluitvorming te komen. Om dit te bereiken vervalt veel nationale regelgeving, wat ruimte geeft om op gemeentelijk niveau zaken gebiedspecifiek vast te leggen. “Decentraal, tenzij” is een belangrijk principe van de Omgevingswet. De Omgevingswet vereist dat elke gemeente online begrijpelijke informatie over de fysieke leefomgeving aanbiedt en zo een gelijke informatiepositie voor de stad creëert. Dit vraagt dat we alle informatie over het water- en rioleringssysteem verbeteren en digitaal toegankelijk maken. De verbeterde informatie bieden we aan bij aan het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarmee heeft iedereen via het vernieuwde Omgevingsloket toegang tot die verbeterde informatie. Zo kan iedereen snel zien wat er op een bepaalde locatie wel en niet is toegestaan. Ook is er toegang tot informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Met al deze informatie kan iedereen via het DSO een vergunning zo compleet mogelijk aanvragen of een melding doen.

1.4

Proces en leeswijzer

Op 18 oktober 2018 kwam tijdens de commissie S&R over de Voorjaarnota en het nieuwe plan watertaken het thema klimaatadaptatie aan de orde. Afgesproken is dat bij de herziening van het Plan gemeentelijk watertaken 2016-2019 ook zou worden aangegeven hoe we ons voorbereiden op en aanpassen aan het veranderende klimaat. Omdat klimaatadaptatie over veel meer gaat dan alleen water hebben we besloten er twee aparte visies van te maken, een Visie Klimaatadaptatie en een Visie Water en Riolering. Er is veel samenhang en soms ook overlap tussen beide visies, bijvoorbeeld over het voorkomen van wateroverlast door extreme neerslag of het beperken van de gevolgen van langdurige droogte. De Visie Klimaatadaptatie bevat daarnaast ook de onderwerpen hitte, biodiversiteit en overstroming. Het proces voor beide visies is gelijktijdig en samen doorlopen. Om tot deze visie te komen zijn eerst de kwetsbaarheden van Utrecht onderzocht met stresstesten voor de verschillende klimaatthema’s. Op basis van data over de thema’s is onderzocht waar, wanneer en welke knelpunten kunnen ontstaan. Daarnaast hebben we risicodialogen gevoerd met verschillende onderdelen binnen de gemeente, het waterschap en de provincie.

Hier stonden de vragen centraal: Wat is belangrijk in Utrecht? Waar moeten we nu ingrijpen? En waar kunnen we met andere projecten meeliften? Dit proces heeft geleid tot de visie die hier nu voor u ligt. Elke zes jaar worden stresstesten herhaald en in 2024 worden ze weer uitgevoerd. De nieuwe stresstesten geven aan hoe ver we zijn in het realiseren van een klimaatbestendig Utrecht. Daarnaast komen er in 2023 nieuwe KNMI-klimaatscenario’s beschikbaar en weten we beter wat het weer in 2050 gaat doen. Deze twee punten geven aanleiding om in 2024 de Visie Klimaatadaptatie te evalueren om te kijken of de visie moet worden aangepast.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

11

Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we de kwetsbaarheden van Utrecht aan de hand van de thema’s hitte, droogte, wateroverlast, overstromingen en biodiversiteit. Dit doen we aan de hand van de uitgevoerde stresstesten - een van de zeven ambities van de DPRA. In hoofdstuk 3 leest u over onze ambities en doelen en de bijbehorende onderbouwing om tot deze doelen te komen. Ook zijn er leidende principes geformuleerd. Door de kwetsbaarheden, ambities en doelen te combineren hebben we prioriteiten bepaald en beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de aanpak beschreven. De aanpak beschrijft de maatregelen, de onderzoeksagenda, de uitvoering en toe te passen (beleids) instrumenten. Omdat we de uitvoering niet alleen kunnen en we inwoners en bedrijven nodig hebben, is in hoofdstuk 4 opgenomen hoe we communicatie inzetten als onderdeel van onze strategie. In hoofdstuk 5 is ten slotte de investeringsstrategie beschreven, waarbij wordt ingegaan op het indicatief ingeschatte investeringsvolume en dekkingsmogelijkheden.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

12

2 Opgave In dit hoofdstuk wordt de opgave op het gebied van klimaatadaptatie voor Utrecht beschreven. Per deelthema (hitte, wateroverlast, droogte, overstroming en biodiversiteit) leest u de gevolgen voor Utrecht. In de bijlagen vindt u uitleg over de bijbehorende kaarten. De kaarten zijn beschikbaar via een kaartenportaal.

Foto: Een koele en groene verblijfsplek in het Wilhelminapark

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

13

2.1

Kwetsbaarheden en risico’s

2.1.1 Hitte

Verschillende temperaturen Luchttemperatuur is de gemeten temperatuur van de lucht. Gevoelstemperatuur is hoe warm de temperatuur aanvoelt. Dit kan op verschillende plekken binnen en buiten de stad sterk verschillen. In een straat met veel verharding en weinig groen kan de zonzijde veel heter zijn dan de schaduwzijde. De gevoelstemperatuur wordt bepaald door de luchttemperatuur, de luchtvochtigheid, de stralingswarmte van de zon en reflectie, maar ook door de activiteit die je doet en de kleding die je draagt. Het Stedelijk Hitte-eiland-effect betekent dat de temperatuur in de stad hoger ligt dan in de gebieden eromheen. Dit komt door de vele verharding en bebouwing, die snel opwarmen en warmte vasthouden. Deze warmte wordt in de nacht afgegeven, waardoor het minder afkoelt en het ook ’s nachts warm is. Een stedelijk gebied kan ongeveer 7 tot 10 graden warmer aanvoelen dan het landelijke gebied.

Door klimaatverandering wordt het warmer in Nederland en in Utrecht. Niet alleen de gemiddelde temperatuur stijgt. We krijgen ook steeds vaker te maken met warme dagen met temperaturen van boven de 25°C. Het aantal tropische dagen boven de 30°C zal naar verwachting in 2050 drie keer zo veel zijn als nu, zo blijkt uit klimaatscenario’s 2014 van het KNMI. Hittegolven gaan niet alleen vaker voorkomen, maar zijn ook heftiger en duren langer. De hittegolf van augustus 2020 is hier een goed voorbeeld van. De hoge temperaturen hebben een negatieve invloed op de gezondheid, nachtrust, het welbevinden van mensen en de arbeidsproductiviteit. In 2019 waren er in Nederland 400 extra sterfgevallen (bron: cbs) door hitte en hebben we voor het eerst de grens van 40°C verbroken.

De gemiddelde stijging van de temperatuur in Nederland van 1900 tot 2021.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

14

Vooral Utrechtse wijken met veel verharding en weinig groen zijn kwetsbaar voor hitte. Het gaat daarbij vooral om de Binnenstad en de omliggende buurten, zoals Rivierenwijk, Ondiep en Zuilen, maar ook om bedrijventerreinen zoals Strijkviertel en de woonboulevard. De gevoelstemperatuur is hier op een zomerse dag meer dan 8 graden hoger dan aan de randen van de stad, doordat er weinig schaduw en groen is en veel verharding. Hierdoor is de nachttemperatuur hoger en dit kan zorgen voor een slechte nachtrust. (Bron: Utrechtse stresstest).

Gevoelstemperatuur op een hete dag (arcgis.com) (Klik op kaart om deze in een nieuw venster te openen)

Omdat schaduw een groot effect heeft op de gevoelstemperatuur hebben we een schaduwkaart gemaakt. Deze kaart geeft weer waar op het heetst van de dag schaduw door gebouwen en bomen is. In Leidsche Rijn is te zien dat er weinig schaduw is, dit is waarschijnlijk grotendeels omdat de bomen daar nog niet volgroeid zijn. In hoofdstuk 3 is een uitsnede van de schaduwkaart opgenomen. In koele woningen zijn inwoners minder kwetsbaar voor hitte, maar het is ook belangrijk om buiten te komen. Het is van belang dat bewoners op korte afstand een koele plek in de openbare ruimte kunnen opzoeken, als die niet om de woning is. Op de kaart afstand tot koelte, uitsnede opgenomen in hoofdstuk 3, is per gebouw en woning te zien wat de afstand is tot een koele plek. Dat kan bijvoorbeeld een park zijn. In vrijwel geheel Utrecht is het mogelijk om binnen 200 meter (een afstand die voor veel inwoners goed is af te leggen) een koelteplek op te zoeken, alleen in een gedeelte van Lombok, Parkwijk Zuid, ’t Zand en Hoge Weide is dat niet het geval. Met de verwachte klimaatverandering is de verwachte schade door (de gevolgen van) hitte in de periode tot 2050 tussen de 170 en 200 miljoen euro. (bron: klimaatschadeschatter). Het gaat hier om directe schade, zoals vermindering van arbeidsproductiviteit, sterfte, ziekenhuisopnames en bestrijding van de eikenprocessierups.

Gezondheidsschade (indirecte schade) treedt vooral op bij kwetsbare groepen zoals ouderen, zieken en jonge kinderen, bijvoorbeeld door toename in allergieën, huidkanker en luchtwegaandoeningen door smog. Ook het effect en de schade door hitte aan bruggen en wegdelen is niet meegenomen in de schadeschatter.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

15

Foto: Een ondergelopen fietstunnel na hevige neerslag op 19 juni 2019 in Lunetten

2.1.2 Wateroverlast Door de opwarming van het klimaat neemt de zwaarte van regenbuien toe en komen hevige buien steeds vaker voor. De kans dat er in korte tijd veel regen valt is nu al 2 tot 5 keer groter dan in de vorige eeuw. In 2085 (bron: STOWA) is de verwachte kans dat een hevige regenbui voorkomt, waarbij 80 millimeter in één uur valt, één keer in de 100 jaar. Deze kans geldt nu nog voor een bui van 60 mm in één uur. Bij een dergelijke regenbui valt 80 liter (8 emmers water) op één vierkante meter. Bij normale buien vangt onze riolering regenwater op of kan het wegzakken in de bodem. Bij zware regenbuien (zwaarder dan 20 mm in één uur) kan de riolering dit niet allemaal verwerken en kan het water tegen panden komen te staan of er zelfs inlopen. Kwetsbare plekken voor wateroverlast in Utrecht zijn de laaggelegen plekken in wijken met veel verharding in straten en tuinen. Dit leidt tot water in tuinen, op straat of zelfs in gebouwen. Denk aan de souterrainwoningen in Lombok en de Zeeheldenbuurt, waar bij zware buien in de zomer van 2014 het water in de tuinen bleef staan en de woningen instroomde, met aanzienlijke schade tot gevolg. Gemeente en eigenaren hebben de afgelopen jaren gezamenlijk maatregelen genomen om dit te verbeteren.

Maar er zijn nog meer kwetsbare plekken, waar de problematiek nu nog meevalt, maar waar de kans op overlast door steeds zwaarder wordende buien reëel is. Naast dat regenwater gebouwen in kan lopen, is er ook het risico dat water op straat blijft staan. Tunnels en wegen kunnen dan tijdelijk onbegaanbaar zijn. Hierdoor is kans op uitval van infrastructuur en worden nood- en hulpdiensten mogelijk belemmerd (bron: Utrechtse stresstest). Door de zeespiegelstijging wordt het in de toekomst steeds moeilijker om het water van het Amsterdam Rijn-Kanaal via het Noordzeekanaal af te voeren naar de Noordzee. Mogelijk dat hierdoor de afvoer via de Muntsluis in de toekomst beperkt gaat worden. Lopend onderzoek zal dit uitwijzen.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

16

Wateroverlastkaart bij een regenbui van 80 mm/uur (Klik op kaart om deze in een nieuw venster te openen)

Als we in Utrecht geen verdere maatregelen nemen is de verwachte schade door wateroverlast tussen 2018 en 2050 €480-570 miljoen (bron: wolkbreukschadeschatter). Dit gaat alleen om schade in panden. Schade aan de openbare ruimte en schade door de stremming van wegen is hierin niet meegenomen. Ter vergelijking: de schade in Kopenhagen na een bui van 150 mm in 2 uur in 2011, bedroeg ongeveer 1 miljard euro. De kans op grondwateroverlast neemt toe door nattere winters met mogelijke gevolgen zoals funderingsschade, gezondheidsproblemen of groen en bomen die afsterven door verrotting of schimmelvorming. Helaas bestaat er landelijk nog geen goede methode om de potentiele risico’s en schade van grondwateroverlast in beeld te brengen.

2.1.3 Droogte Door klimaatverandering veranderen neerslagpatronen. Vanaf 1950 komt droogte vaker voor in Nederland. De verwachting is dat het aantal langdurige periodes van droogte gaat toenemen, met name in de lente en zomer. Er is in Nederland elk jaar sprake van een neerslagtekort, maar in 1976 en 2018 liep dit tekort zo snel op dat er een droogtesituatie ontstond (bron: KNMI). De vraag naar water is dan groter dan wat er aan regen valt en via de rivieren ons land binnenstroomt. Droogte kan zorgen voor een versnelde daling en uitdroging van de bodem, een lage grondwaterstand en droogvallende watergangen. Dit heeft weer gevolgen voor funderingen, groen en recreatiewater. Utrecht lijkt op basis van de huidige droogtestresstest niet heel kwetsbaar voor bodemdaling, behalve in gebieden met veen, en in mindere mate klei in het bovenste deel van de bodem in de buitengebieden. Zowel veen als klei krimpen namelijk als ze uitdrogen. Veen komt voor aan de westen noordkant van de stad, zoals ten noorden van de Gageldijk, Haarzuilens en Rijnenburg (ten zuiden van de A12). Bij bouwwerkzaamheden moet hier rekening worden gehouden met gevolgen van droogte en bodemdaling. Kleilagen vinden we bijna overal in de stad. Als gevolg van krimp kunnen panden of wegen die niet op zand of palen gefundeerd zijn gaan zakken.

Bekende voorbeelden van droogteschade zijn de Ringkade in Rijnenburg en de Tjepmaweg in De Meern.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

17

De droogte van de afgelopen jaren wordt zichtbaar in de wadi in het Klifrakplantsoen

Vooral vooroorlogse panden die niet op palen gefundeerd zijn of historische gebouwen die in de loop van de tijd verschillende funderingen hebben gekregen, zijn gevoelig voor zettingsschade. Een ander risico van droogte is dat houten paalfunderingen kunnen droogvallen omdat de grondwaterstand daalt. Gelukkig is dit risico in Utrecht heel beperkt, omdat er nauwelijks woningen of andere constructies zijn die een houten paalfundering hebben. Langdurige droogte kan een negatieve invloed hebben op archeologische resten in de bodem. Veranderingen in de grondwaterstanden en peilverlaging of grond- en oppervlaktewaterstromingen kunnen archeologische resten en sporen aantasten. En waarden die eenmaal zijn aangetast of zelfs vernietigd, komen ook bij bijvoorbeeld herstel van het grondwaterpeil niet meer terug. Het verlies van informatie is onomkeerbaar. Zo is bij het archeologisch onderzoek voorafgaand aan de bouw van het ondergronds bezoekerscentrum DOMunder vastgesteld dat de wortels van de in de jaren zeventig geplante bomen op het Domplein zoveel water wegzuigen dat de houten palen van een voormalig Romeins fort ernstig zijn aangetast. De effecten van veranderingen in grondwaterstanden en waterstromen op de archeologische waarden in de ondergrond van de gemeente Utrecht is complex en tot op heden nog niet goed onderzocht.

Droogte is meer dan alleen bodemdaling het kan ook leiden tot schade aan stedelijk groen. Door de dalende grondwaterstand en de uitdrogende bodem moeten planten en bomen meer moeite doen om aan water te komen. Vooral jong groen dat nog geen volwaardig wortelstelsel heeft is kwetsbaar. Op dit moment is onvoldoende bekend wat de gevolgen zijn voor (jonge) bomen bij langdurige droogte. Ook het oppervlaktewater leidt onder droogte. De kwaliteit van het (recreatie)water gaat achteruit: de kans op blauwalg wordt groter en de beschikbaarheid van water staat onder druk. Wel is het zo dat Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) verwacht in alle droogtescenario’s nog voldoende water te kunnen leveren vanuit de Kromme Rijn en het Amsterdam-Rijnkanaal om de waterpeilen in de stad op niveau te kunnen houden.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

18

Als er inderdaad sprake is van sterke klimaatverandering, dan zijn de verwachte kosten voor schade door droogte tussen 2018 en 2050 €140 tot €670 miljoen. Het gaat hier om funderingen van panden en schade aan wegen, riolering en gemeentelijk groen (bron: klimaatschadeschatter). De kostenschattingen liggen ver uiteen door de herstelkosten van de funderingen. Deze zijn moeilijk in te schatten. De directe schadekosten van de droogte in 2018 voor alleen het openbaar groen in de gemeente Utrecht bedroegen €400.000. Het ging hierbij om de kosten voor extra water geven en het waar nodig vervangen van jonge aanplant. Voor droogte is nog geen rekening gehouden met schade voor gezondheid, recreatie, bedrijvigheid en industrie, en ook niet met de schade die pas in volgende jaren optreedt en nu nog niet zichtbaar is. Ook de herstelkosten van de droogteschade aan de Ringkade of de Tjepmaweg zitten er niet bij.

2.1.4 Overstroming Door de stijging van de temperatuur en zeespiegel enerzijds en grote hoeveelheden neerslag anderzijds kan de waterstand in rivieren sterk stijgen. Hierdoor neemt de kans op dijkdoorbraken en daarmee overstromingen toe. Een dijkdoorbraak is een regionaal probleem met grote impact. De kans in Utrecht op een dijkdoorbraak van de Lek ligt nu op één keer in de 200 jaar. Eerder is in het Deltaprogramma besloten dat de Lekdijk versterkt moet worden. Daarmee neemt de kans op een dijkdoorbraak af tot één keer in de 30.000 jaar. HDSR streeft ernaar de versterking in 2030 te hebben voltooid. Bij een dijkdoorbraak van de Lekdijk tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen blijven in Utrecht alleen de binnenstad en de kern van Vleuten droog. In het grootste gedeelte van de gemeente komt tot een halve meter water te staan. In de laaggelegen gebieden Papendorp en Rijnenburg kan het water zelfs tot twee meter stijgen. Verder komen evacuatieroutes als de A2, A12, A27 en A28 deels onder water te staan. Bij een dreigende doorbraak is het huidige beleid om de inwoners van Utrecht preventief te evacueren. Omdat het water bij een doorbraak de bebouwde kom van Utrecht na 24 uur bereikt, is de tijd om te evacueren beperkt. Dat maakt een overstroming riskant.

Overstromingsgebied bij doorbraak Lekdijk (Klik op kaart om deze in een nieuw venster te openen)

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

19

Naast noodzakelijke evacuatie zijn de gevolgen van overstroming door een dijkdoorbraak groot. Als er meer dan 20 cm water op het maaiveld staat vallen de nutsvoorzieningen, zoals elektriciteit, gas, warmte en water uit en worden wegen onbegaanbaar. Het kan tot een jaar duren voordat het gebied weer droog, begaanbaar, bewoonbaar en leefbaar is. De geschatte schade voor de regio Zuidwest Utrecht bij een dijkdoorbraak bij Amerongen is €13,8 miljard met daarbij 105-950 slachtoffers. Een belangrijke vraag is of dijkversterking alleen voldoende is om ons voor te bereiden op klimaatverandering. Moeten we ook maatregelen treffen om de gevolgen van een eventuele dijkdoorbraak te beperken? Dit wordt meegenomen als onderzoeksvraag in de onderzoeksagenda. Voor overstroming is een regionale aanpak gewenst en nodig en dit wordt dan ook regionaal opgepakt samen met en door de Veiligheidsregio Utrecht en het Netwerk Water & Klimaat.

2.1.5 Biodiversiteit (planten en dieren) Door klimaatverandering veranderen natuurlijke processen: het groei- en bloeiseizoen begint bijvoorbeeld eerder, vogels nestelen eerder en leggen vaker eieren/hebben meer legsels. Met het huidige tempo van klimaatverandering kunnen veel dieren en planten zich evolutionair niet snel genoeg aanpassen, met het risico dat ze lokaal of mondiaal uitsterven. Doordat klimaatzones verschuiven zal er voor een aantal soorten, zoals de steenbreekvaren, egel en kleine watersalamander, die nu in en rond Utrecht voorkomen, minder geschikt leefgebied in Utrecht zijn. Voor andere soorten neemt de geschiktheid van het leefgebied juist toe, zoals de koninginnenpage. Dit zorgt voor een andere samenstelling van planten en dieren, en zorgt uiteindelijk voor het uitsterven van een aantal soorten, en een (tijdelijk explosieve) toename van andere soorten (plagen). Het effect van klimaatverandering zal op de natuur in de stad extremer zijn dan op de natuur in de buitengebieden. In de stenige stad blijft hitte langer hangen en water van extreme regenbuien kan moeilijker weglopen door de vele verharde straten en tuinen. Ecologische poelen en natuurvriendelijke oevers komen eerder in het seizoen droog te staan en zijn dan ongeschikt als voortplantingsgebied voor vissen en amfibieën.

De kwaliteit van het oppervlaktewater staat onder druk door het veranderende klimaat. Zo is het kwetsbaar voor hitte, verdroging en bij overstorten van heftige regenbuien.

Biodiversiteitskaart van de egel, links geschikt leefgebied huidig en recht geschiktheid leefgebied in 2050. (Klik op kaart om deze in een nieuw venster te openen)

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

20

Bij zwaardere buien zal er meer verdund afvalwater worden geloosd via de riooloverstorten en de rioolwaterzuiveringen. Dit heeft een negatief effect op de waterkwaliteit van soortenrijke wateren en waterplanten en libellen, vissen en andere dieren, omdat het afvalwater rijk is aan voedsel. Soorten die beter omgaan met (tijdelijke) wateroverlast nemen toe, soorten die minder goed bestand zijn tegen extreme condities (droog, warm, nat) verdwijnen. Daarnaast is de opwarming van het water ook een probleem voor de soortenrijkdom, deze neemt af. Voor het effect van klimaatverandering op biodiversiteit is onderzoek nodig. Dat wordt in een volgende fase uitgevoerd. Dit is opgenomen in de onderzoeksagenda.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

21

3 Ambitie De gemeente Utrecht streeft naar een stad die voor iedereen gezond, veilig en toegankelijk is bij elk weertype dat we in de toekomst verwachten. We laten met het oog op de klimaatverandering geen ruimte onbenut en vergroenen de stad. Bij wateroverlast houd je droge voeten en bij droogte blijft er water beschikbaar. Bij hoge temperaturen is het nog steeds prettig verblijven, zowel binnen als buiten. Met genoeg plekken voor verkoeling in het groen of in en aan het water. We doen dit als gemeente samen met inwoners, bedrijven en stakeholders. We hebben bovenstaande ambitie vertaald in een aantal doelstellingen. Hieronder leest u onze belangrijkste doelstellingen en leidende principes. Vervolgens leggen we uit hoe deze tot stand zijn gekomen en wat de onderbouwing voor de doelen is.

Foto: Een prettige route met groen en biodiversiteit in Park Oosterspoorbaan

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

22

3.1

Doelstellingen

Om onze stad in 2050 klimaatbestendig te laten zijn hebben we doelen opgesteld die aangeven hoe we dit willen bereiken. De doelen zijn gekozen op basis van de uitkomsten van de stresstesten, risicodialogen en onderzoek. Doelen • Het stedelijk hitte-eilandeffect van de stad is beperkt. We verlagen de gemiddelde luchttemperatuur en de (lokale) gevoelstemperatuur. Het hitte-eilandeffect moet beperkt worden tot een verschil (in gevoelstemperatuur) van maximaal 5 graden Celsius ten opzichte van het buitengebied (referentie KNMI De Bilt). We willen dit realiseren door voldoende plekken te creëren waar het koeler is, bij voorkeur met ‘nature based solutions’: In elke straat kan je op een hete dag in de schaduw lopen en fietsen, bij voorkeur in schaduw van planten en bomen. De basis is 30% en op de belangrijkste loop- en fietsroutes, bijvoorbeeld winkelstraten, van en naar station en marktpleinen van de stad, is er op het heetst van de dag zelfs 40% schaduw.

Iedereen heeft binnen 200 meter van een gebouw/woning een koele groene verblijfsplek in de openbare ruimte van minimaal 200 m2.

We zorgen in buurten voor een minimale hoeveelheid groen van 40% in het horizontale vlak. (bron: de hittebestendige stad)

•

Buien tot aan 80 mm per uur richten geen schade aan in panden en zorgen niet voor onbegaanbare wegen.

We gebruiken de bodem als spons, waarbij we zoveel mogelijk water in de bodem opvangen, en er in droge periodes nog water beschikbaar is vanuit de bodem. Het hemelwater wordt vastgehouden waar het valt en wordt nuttig gebruikt. We houden minimaal 90% neerslag vast op de plek waar het valt.

Droogte

Biodiversiteit

Hitte

Wateroverlast

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

Overstroming

23

Doelen voor overstroming en biodiversiteit werken we later uit, omdat deze nog niet voldoende in beeld zijn. Voor overstroming geldt dat deze regionaal worden uitgewerkt, waarbij we waterveiligheid borgen en de gevolgen van overstroming beperken. We streven ernaar om deze doelen te halen. Door deze doelen de komende jaren toe te gaan passen in projecten, ervaren we welke afwegingen met andere doelen in de praktijk gemaakt moeten worden en waar maatwerk met een goede onderbouwing noodzakelijk is. Deze ervaringen en eventuele nieuwe inzichten nemen we mee in de evaluatie van de visie in 2024. Alleen door samenwerking is het mogelijk om integrale afwegingen te maken en tot een gedragen besluitvorming te komen. In de RSU 2040 zijn de volgende uitgangspunten opgenomen op gebiedsniveau: streven naar 40% groen in iedere buurt als ondergrens voor het klimaatbestendig maken van de stad en 90% van de jaarlijkse neerslag vasthouden om grote hoeveelheden te bufferen en ons groen in de stad van voldoende water te kunnen voorzien opgenomen. Deze uitgangspunten zijn overeenkomstig met de doelen die hierboven staan beschreven. Daarnaast zijn ze concreet en op projectniveau toepasbaar.

Onderbouwing hitte verminderen door koelere plekken De realisatie van het overkoepelende doel om het hitte-eiland effect te beperken tot een verschil in gevoelstemperatuur van maximaal 5 graden Celsius ten opzichte van het buitengebied (referentie KNMI De Bilt) hangt af van vele factoren die niet allemaal door de gemeente beïnvloedbaar zijn. Uit recent onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam ‘De hittebestendige stad’ blijkt dat er drie bruikbare en toetsbare doelstellingen zijn voor een aangename openbare ruimte bij hitte: een gewenst percentage schaduw in straten, een minimale afstand tot koelte en een minimaal percentage groen per buurt. De richtlijn voor het percentage schaduw in de straten hebben we overgenomen: de basis is 30% schaduw en 40% schaduw op belangrijkste loop- en fietsroutes.

Schaduwkaart, de kaart is een momentopname van 1 juli 2020 om 15.00 uur - het heetste moment van de dag. Schaduw van bomen, gebouwen en andere bouwwerken is zichtbaar. Rechts uitsnede van Jaarbeurs/Catharijnesingel. (Klik op kaart om deze in een nieuw venster te openen)

Bij de richtlijn afstand tot koelte hebben we gekozen voor 200 meter in plaats van 300 meter, want uit de enquête van de hittebestendige stad, blijkt dat inwoners 200 meter een redelijke afstand vinden om te lopen. We bedienen dan ook de brede doelgroep ouderen en kinderen, omdat dit binnen 5 minuten loopafstand van elke groep is.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

24

Afstand tot een koele plek (rood is > 200 meter afstand) (Klik op kaart om deze in een nieuw venster te openen)

Bij de richtlijn voor het percentage groen per wijk, in zowel de openbare ruimte als particuliere ruimte, streven we naar minimaal 40% groen in het horizontale vlak. Bij voorkeur te realiseren door een groene inrichting op maaiveld, waarbij daken als een verhoogd maaiveld wordt gezien. Waar dit niet volstaat, kan als alternatief ook een boom met groen bladerdek met verharding eronder worden toegepast. De haalbaarheid van dit percentage is echter afhankelijk van de wijktypologie en is mogelijk verschillend per wijk. Dit gaan we onderzoeken en verder uitwerken. Daarnaast moet ook nog worden onderzocht hoe groene gevels hierin worden meegenomen. Schaduw in de straten en de aanwezigheid van koelteplekken zorgen samen voor aangename verblijfsplekken waar de gevoelstemperatuur niet meer dan 5 graden ten opzichte van het buitengebied oploopt. We streven ernaar dat lokaal de gevoelstemperatuur niet te veel boven de 40 graden komt, omdat dan aanzienlijke gezondheidsschade kan optreden. Met uitzondering in die gevallen dat de temperatuur in het buitengebied 40 graden of hoger is vanwege extreme hitte, dan kunnen we een te hoge temperatuur in de stad niet voorkomen. Ook het aanplanten van bomen en groen tot een minimale hoeveelheid van 40% per buurt zorgt voor zowel meer verdamping van water als meer schaduw en koelte.

Deze maatregelen zorgen er ook voor dat de hitte in de nacht beperkt blijft. De combinatie van schaduw maken door bomen en verdamping heeft het grootste koelende effect.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

25

0,1000

0,6000

© 2021 Mapbox © OpenStreetMap

0,2000

0,9500

© 2021 Mapbox © OpenStreetMap

Groenpercentage ten opzichte van het percentage verharding in de subbuurten in de bebouwde kom in Utrecht.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

26

Door de toevoeging van groen neemt de verdamping toe, met als gevolg dat de luchttemperatuur in de stad afneemt en lokaal de gevoelstemperatuur daalt. Het vergroten van de verdamping draagt veel bij aan het verkoelen van de stad en verlaagt de luchttemperatuur in de stad. Verdamping kost energie en dan is er minder energie beschikbaar om de lucht op te warmen en nemen gebouwen ook minder warmte op. Om de luchttemperatuur naar beneden te krijgen moeten we ervoor zorgen dat de openbare ruimte niet lokaal wordt opgewarmd. Het koelen van gebouwen door airco’s leidt tot opwarming van de openbare ruimte door verplaatsing van warmte in het gebouw naar buiten het gebouw en dus kiezen we voor andere oplossingen. Er zijn buurten die op dit moment voldoen aan de doelstellingen voor groen, maar er zijn ook buurten die absoluut niet voldoen. We streven ernaar om in alle gebieden het doel te halen met zoveel mogelijk nature based solutions. Verkennende berekeningen geven aan dat als we deze doelen in alle buurten nature based willen halen, we bijvoorbeeld 60.000 bomen moeten toevoegen binnen de bebouwde kom en minimaal 420 hectare moet ontharden en vergroenen. De opgave komt overeen met de Schaalsprong Groen, waarin de ambitie 440 hectare extra groen is met het groeien van de stad.

Beide opgaven voeren dit zoveel mogelijk met nature based solutions uit, want nature based solutions dragen ook bij aan meer biodiversiteit en een prettige en gezonde leefomgeving. Onderbouwing wateroverlast voorkomen We willen dat de openbare ruimte in staat is om extreme buien te verwerken zonder dat er schade ontstaat in aangrenzende panden of dat wegen onbegaanbaar worden voor hulpdiensten. We kiezen als maatgever een bui van 80 mm in één uur. Dit is de bui die in 2085 een keer in de 100 jaar kan vallen. Dit is ook op dit moment de heftigste, geregistreerde bui die Nederland (Herwijnen 2011) heeft gehad. Ook is dit de bui die als uitgangspunt heeft gediend voor de maatregelen aan de souterrainwoningen in Lombok en de Zeeheldenbuurt. Als we de straten hierop inrichten, voldoet onze openbare ruimte voor langere tijd, ook na 2050. Concreet betekent dit dat: • We ons inspannen om te voorkomen dat hemelwater vanuit de openbare ruimte rechtstreeks woningen en gebouwen kan instromen, mits het vloerpeil van woningen en gebouwen minimaal 2 cm hoger ligt dan de aangrenzende openbare ruimte. Bij woningen en gebouwen die lager liggen hangt dit af van de kosten van de benodigde maatregelen. Hierover vindt per situatie besluitvorming plaats. • We ons inspannen om te voorkomen dat straten onbegaanbaar worden voor hulpdiensten en overig verkeer.

Bij hoofdverkeerroutes willen we dat hulpdiensten nog minimaal 50 km per uur kunnen rijden, op de overige wegen stapvoets. De wegen moeten 3-4 uur na de bui weer gebruikt kunnen worden, zoals waarvoor ze bedoeld zijn. • We proberen te voorkomen dat veiligheids- of gezondheidsrisico’s ontstaan door opdrijvende putdeksels of door afvalwater dat door terugstuwing uit het riool op het maaiveld terecht komt.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

27

Onderbouwing vasthouden regenwater We scherpen de voorkeursvolgorde uit het landelijke hemelwaterbeleid aan om schade door droogte tegen te gaan. Om droogte tegen te gaan heeft het infiltreren van hemelwater in de bodem de voorkeur boven lozing op oppervlaktewater. Dit leidt tot de volgende voorkeursvolgorde voor het omgaan met hemelwater: 1. Vasthouden en nuttig gebruiken 2. Bovengronds infiltreren 3. Ondergronds infiltreren via een voorziening 4. Verwerken in het oppervlaktewater 5. Afvoer naar de rioolwaterzuivering Daarbij willen we de afvoer van hemelwater naar de rioolwaterzuivering op lange termijn terugbrengen tot nul. Als doelstelling streven we ernaar om minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag vast te houden via de eerste drie stappen. Bij de meest gangbare bodemopbouw en infiltratiecapaciteit in Utrecht betekent dit dat er een bergingsvoorziening nodig is met de inhoud van 15 mm (15 liter per m2) over het aangesloten verharde oppervlak. Hiermee vergroten we de sponswerking van de stad en voorkomen we schade door droogte. De grens van 90% hanteren we omdat als je meer dan 90% wil vasthouden er relatief hoge investeringen gedaan worden voor voorzieningen die bijna nooit nodig zijn. De kosten wegen in dat geval niet meer op tegen de baten. Een vergelijkbare doelstelling is gehanteerd bij de ontwikkeling van de wijk Leidsche Rijn.

In specifieke gebieden hanteren we een hoger percentage berging van de jaarlijkse neerslag. Daar zetten we in op een hogere berging van 45 tot 70 mm. Deze gebieden zijn locaties waar de verharding met meer dan 500 m2 toeneemt. Ook bij de te transformeren hoogstedelijke gebieden, met weinig beschikbare openbare ruimte voor waterberging, leggen we een hogere bergingseis op bij de bouwkavels. In die gebieden is dan, bij de meest gangbare bodemopbouw (conform de richtlijnen van HDSR) een infiltratievoorziening met een inhoud van 45 liter hemelwater per m2 aangesloten verharding of een alternatieve waterberging vereist. De keuze om in te zetten op een hogere berging voor het vasthouden van de jaarlijkse neerslag nemen we in overleg met waterschap en provincie bij de vaststelling van het programma van eisen voor een specifiek gebied.

Voorkeursvolgorde omgaan met hemelwater

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

28

3.2

Opgave in gebieden

De kwetsbaarheden en doelstellingen geven aan waar de opgave ligt. De doelstellingen worden in Utrecht nog niet overal gehaald. Schaduw Voldoende schaduw op belangrijke routes wordt niet overal gehaald. Bijvoorbeeld de route Smakkelaarsveld, maar ook de fietsroute naar de Uithof voldoet niet. Hier hebben voetgangers en fietsers onvoldoende schaduw van groen, maar ook gebouwen geven niet altijd voldoende schaduw. Zo zijn er nog meer routes die niet voldoen. In gebieden die worden verdicht zal mogelijk voldoende schaduw wordt gehaald door de aanwezigheid van hogere gebouwen. In Leidsche Rijn zien we ook dat er nog onvoldoende schaduw is, maar hier zijn nog niet alle bomen tot volle wasdom. Dit is bij veel nieuwbouw te zien en daar zal na tien jaar een hoger percentage schaduw worden gehaald, onduidelijk is nog of dit een voldoende hoog percentage zal zijn. Koele verblijfsplek Een koele groene verblijfsplek op 200 meter wordt in bijna alle gebieden gehaald, behalve in Lombok, Parkwijk Zuid en Hoge Weide en de bedrijventerreinen Oudenrijn en Overvecht. In de overige gebieden voldoet het wel, maar moet de kanttekening worden geplaatst of het ook prettige verblijfsplekken zijn, zoals is er zitgelegenheid, een gevoel van veiligheid? Dit is niet meegenomen. De kwaliteit van de verblijfsplekken onderzoeken we.

Voldoende groen 50% Van de buurten voldoet nog niet aan 40% groen in het horizontale vlak. Dit betreft de buurten met veel verharding, zoals de binnenstad en de groenarme buurten (Rivierenwijk, Ondiep en Zuilen) eromheen en de bedrijventerreinen. In Leidsche Rijn wordt ook niet overal aan dit doel voldaan, maar hier speelt weer dat het groen in de wijk nog niet volgroeid is. We zien dat op de plekken waar niet voldaan wordt aan percentage groen de gevoelstemperatuur hoog oploopt op een zomerse hete dag. Ook de nachttemperatuur op een zomerse dag blijft in die gebieden hoog. Dat komt doordat er niet veel bomen zijn en er weinig schaduw is, waardoor weinig verdamping optreedt. Ook is er veel verharding, zoals straten en stoepen. Die warmen op en houden warmte vast. Wateroverlast Als de regenbui van 80 mm in een uur in Utrecht valt, zal vooral in stedelijk gebied te veel water op straat blijven staan. Gebieden zoals Overvecht, Zuilen, Tuindorp en oude kernen als Vleuten en de Meern zullen wateroverlast ervaren op de laaggelegen plekken in de wijken. Vooral op plekken met veel verharding in straten en tuinen, zoals asfalt en tegels. Ook veel tunnels zullen wateroverlast ervaren. In deze gebieden is ook nog geen gescheiden stelsel van hemel- en afvalwater aanwezig. Sponswerking Voor het opvangen van 90% van de neerslag die in een jaar valt, voldoet alleen Leidsche Rijn.

Bij de bouw en ontwikkeling van deze wijk is deze norm al toegepast. De wadi’s en de lager gelegen groenstroken, maar ook het gescheiden waterstelsel zorgen hiervoor. In de overige delen van de gemeente zijn deze maatregelen niet toegepast en is het doel ook nog niet gehaald.

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

29

3.3

Prioriteiten

In voorgaande hoofdstukken is beschreven dat onderzoek is verricht naar de kwetsbare situaties die in Utrecht voor kunnen komen, ook al willen we ze in eerste instantie liever voorkomen. Deze kwetsbare situaties zijn ingedeeld in risico-categorieën en gebruikt bij de gevoerde risicodialogen.

Risicodialoog De stresstesten en de risicodialogen zijn twee van de zeven stappen van de ambities in het DPRA. Met een risicodialoog leer je meer over hoe kwetsbaar je gebied is voor klimaatextremen. De gemeente Utrecht heeft, naast de stresstesten en onderzoeken, risicodialogen gevoerd met specialisten van andere thema’s en andere overheden, zoals het waterschap, de provincie en de veiligheidsregio. In de dialoog hebben we besproken of een gebied/situatie kwetsbaar is voor klimaatrisico’s. Dat hangt af van allerlei factoren, zoals water, bodem, vitale en kwetsbare functies, bebouwing en gebruik. Ook hebben we besproken hoe je deze kwetsbaarheid met concrete maatregelen kunt verkleinen. De kwetsbare situaties in Utrecht zijn dus in beeld gebracht, waarbij vervolgens een prioritering is aangebracht. Daarbij hebben we bepaald welke situaties we als gemeente acceptabel vinden, en welke niet? En zo niet, hoe urgent is het dan en welke handelsperspectief is er? De gesprekken zijn voor de Visie Klimaatadaptatie alleen met collega’s en gebiedspartners gehouden, maar deze zullen in de toekomst ook breder plaatsvinden, bij bijvoorbeeld ontwikkelingen in de stad. Het is een continuproces, waarbij je in gesprek blijft en het bewustzijn van de kwetsbaarheden vergroot.

Specialisten in gesprek over klimaatadaptatie (foto gemaakt toen er nog geen corona was)

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

30

Op basis van de verzamelde informatie en de opgestelde ambities zijn kwetsbare situaties nader bekeken en beoordeeld op de gevolgen. De kwetsbare situaties leg je langs verschillende vragen in de prioriteitenladder. Zoals of het vitale functies of kwetsbare doelgroepen betreft, wat de kans op optreden is en of de mogelijke oplossing bijdraagt aan onze ambities. Dit is voor alle te bedenken kwetsbare situaties te doen. Deze stappen staan in de prioriteitenladder. Waar mogelijk worden maatregelen gekoppeld aan de kwetsbare situaties.

Visie Klimaatadaptatie evisie Prioriteitenladder klimaatadaptatievisie Risico

Financiële afweging Impact

Risicocategorie

De situatie leidt tot maatschappelijke ontwrichting

Risico is hoog

Nee

Kosten wegen op tegen schade

Ja

De gemeente is verantwoordelijk

Urgent

De situatie komt vaker voor en is van langere duur

Ja Nee

Ja

Nee Risico is middel

Kosten wegen op tegen schade De situatie leidt tot een Ja gezondheidsproblee m

Nee

Risico is laag

De situatie leidt tot Kosten wegen op sterk verminderde tegen schade leefbaarheid

Handelingsperspectief Risico Financiële afw

Ja

De situatie leidt tot grote economische schade

Ja

Verantwoordelijkheid Kans

Reageren met onderzoek, en / of Risico is(tijdelijke) hoog maatregelen op korte termijn

Ja

Nee

Ja

Nee

Kosten weg tegen sch

Agenderen bij verantwoordelijke

Nee

Ja

De gemeente is verantwoordelijk

Niet urgent

Het is een kwetsbare en/of vitale functie

Ja

Ja Nee

Nee

Nee Ja

Ja

De situatie komt vaker voor en is van langere duur De gemeente is Nee verantwoordelijk

Acceptabel

Ja

Kosten weg tegen sch

Risico is middel Meekoppelen met (geplande) werkzaamheden

Informeren bewoners en / of externe stakeholders Risico is laag

Kosten weg tegen sch

Nee

Nee Ja De situatie leidt tot onomkeerbare schade aan natuur

Nee

Prioriteitenladder Visie Klimaatadaptatie

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

31

visie Risico Financiële afweging Financiële afweging Risicocategorie Risicocategorie Verantwoordelijkheid Verantwoordelijkheid Handelingsperspectief Handelingsperspectief

Risico is hoog

Kosten wegen op tegen schade

Kosten wegen op Ja tegen schade

Urgent Ja

Reageren met onderzoek, en / of De gemeente is (tijdelijke) Ja Ja verantwoordelijk maatregelen op korte termijn

De gemeente is

Urgent verantwoordelijk

Nee

a Nee

Risico is middel

Risico is laag

Kosten wegen op tegen schade

Kosten wegen op tegen schade

Nee

Kosten wegen op Ja Niet urgent Ja tegen schade

Ja

Ja

Nee

Nee

Kosten wegen op Nee Acceptabel Nee tegen schade

Nee

De gemeente is

Niet urgent verantwoordelijk

De gemeente is

Acceptabel verantwoordelijk

Reageren met onderzoek, en / of (tijdelijke) maatregelen op korte termijn

Nee Agenderen bij Nee verantwoordelijke

Agenderen bij verantwoordelijke

De gemeente is verantwoordelijk Ja MeekoppelenJa met (geplande) werkzaamheden

Meekoppelen met (geplande) werkzaamheden

Informeren bewoners en / of externe Ja DeJa gemeente isstakeholders verantwoordelijk

Informeren bewoners en / of externe stakeholders

Nee

Nee

Prioriteitenladder Visie Klimaatadaptatie vervolg

Visie Klimaatadaptatie Utrecht

32

De situaties kunnen worden verdeeld in de categorieën. • • •

Prioriteit Niet urgent Acceptabele situatie

Prioriteit (onaanvaardbaar) Dit betreft situaties die de gemeente Utrecht onacceptabel vindt. De gevolgen zijn dusdanig dat ze op (korte) termijn moeten worden aangepakt. Dit kan een onderzoek zijn naar of de problemen in de praktijk ook optreden, maar kan ook zijn dat er (tijdelijke) maatregelen worden genomen. Voorbeelden zijn: • Hittestress kan leiden tot ernstige gezondheidsklachten en vroegtijdig overlijden. Het handelingsperspectief kan bij de gemeente liggen of bij derden. Als het handelingsperspectief bij een andere partij ligt, agendeert de gemeente het onderwerp bij de andere partij. Voor hittestress geldt bijvoorbeeld als handelingsperspectief dat meer parken voor verkoeling zorgen, waardoor het aantal klachten beperkt wordt. • Een ander voorbeeld van een situatie met prioriteit is het opdrijven van putdeksels tijdens neerslag. Dit leidt tot zeer onveilige situaties die zoveel mogelijk voorkomen, en anders zo snel mogelijk opgelost moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door putdeksels vast te zetten. Niet-urgent (onwenselijk) Dit gaat om situaties die de gemeente Utrecht onwenselijk vindt (ze voldoen niet aan onze doelstellingen), maar niet acuut hoeven te worden opgelost. Daarom kiezen we ervoor om deze situaties op te lossen als er vanuit een ander programma of opgave aan de slag gegaan wordt (meekoppelen).

Voorbeelden zijn: • Droge zomers leiden tot een toename van beheerkosten voor de gemeente. Het aanplanten van plantensoorten die goed tegen droogte kunnen is een van de oplossingen die de gemeente kan toepassen. Dit doen we pas als het bestaande groen vervangen moet worden. • Een bui van 80 mm in één uur leidt tot een (kortdurende) onbegaanbare woonstraat. Het is veel te kostbaar om speciaal hiervoor de straat her in te richten. Hiervoor wachten we bijvoorbeeld op een rioolvervanging of groot onderhoud aan de wegverharding. Voldoet (acceptabel) Gemeente Utrecht vindt dit soort situaties acceptabel en richt zich vooral op de inzet van communicatie, zodat iedereen, op basis van de huidige inzichten, zich bewust wordt van de mogelijke gevolgen. Voorbeelden zijn: • De kans op meer allergiedagen neemt toe door een langer groeiseizoen. Dit zorgt voor verminderde leefbaarheid. Het risico is gemiddeld. Dit is een acceptabele situatie. • Hitte kan leiden tot een sneller verminderde kwaliteit van asfalt, waardoor het asfalt sneller vervangen moet worden. Op buurtwegen is dit effect zo beperkt dat de gemeente dit een acceptabel risico vindt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8d32abf9-1f7f-4b2c-a60d-fa7008a85e77