CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verschil maken? - Gemeente, belastingen en rechtsherstel in naoorlogs Utrecht.pdf

Gemeenteraad 21 januari 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Joods rechtsherstel21.245 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In hun reactie laten de rechthebbenden via hun notaris weten dat belastingen inderdaad moesten worden betaald: Grondbelasting. Deze behoort inderdaad ten volle te worden verrekend. Straatbelasting en afvoer faecalien: als Grondbelasting.198 Op het punt van deze belastingen kon men de redenering van de gemeente kennelijk onderschrijven. Ook in zijn latere correspondentie kwam de notaris er niet op terug. Aan de verrekening van deze belastingen werden nauwelijks woorden vuil gemaakt. Het is een onopvallend punt in de verder pittige schriftelijke woordenwisseling over al dan niet terechte kosten en de hoogte van de inkomsten. Deze discussie is door de RvR in andere banen geleid. In de plaats van de onderhandeling over het karakter van de kosten en de redelijkheid van de baten (huuropbrengsten) kwam het principe van het exploitatiesaldo. Daarin werden kosten en baten geacht met elkaar verrekend te zijn. Kennelijk volgde men de redenering uit het rechtsherstelbesluit dat de verkoop van het perceel nietig werd verklaard. Die verkoop werd dus geacht nooit te hebben plaatsgehad (van kracht te zijn geweest). In dat geval – als dit echt zo was geweest – waren de erven Gompertz eigenaar gebleven. Zij hadden dan de gemeentelijke belasting moeten betalen en zij hadden de huurinkomsten ontvangen. Nu werden deze verrekend, of geacht te zijn verrekend in het exploitatiesaldo. 195

Interview met E.J. Verloop (30 juni 2020). Gedrukte Verzameling 1938 nr. 248, ontwerp-verordening, artikel 15. 197 B en W aan not. Hellingman (7 februari 1947), HUA, toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht), inv.nr. 13716. 198 Not. Hellingman aan B en W (18 mei 1948), HUA, toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht), inv.nr. 13716. 196

35

Verschil maken?

November 2020

6. Conclusie Na de bevrijding in 1945 keerde het grootste deel van de joden uit Nederland niet terug. De oorlog had diepe wonden geslagen. Degenen die wel thuiskwamen hadden met allerlei moeilijkheden te kampen. Bij de opvang was de officiële lijn om joodse slachtoffers niet anders te behandelen dan andere gedupeerden. Dit vanuit de veronderstelling dat ‘verschil maken’ zou kunnen leiden tot een anti-joodse houding. Daarbij werd eraan voorbijgegaan dat de Duitse nazi’s joden juist om hun joodzijn hadden vervolgd en hen anders behandeld dan andere Nederlanders. Utrecht week af van dit landelijke beeld en had een speciale afdeling Joodse Zaken, voor hulpverlening specifiek gericht op joodse gedupeerden. Dat was opvallend, waarschijnlijk zelfs uniek. Hieruit spreekt een zekere compassie met de joodse slachtoffers en gevoel voor hun noden en voor wat zij hadden meegemaakt. De gemeente Utrecht was sterk vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van de Utrechtse afdeling Volksherstel, waarin onder meer de gemeenteontvanger zitting had. Belastinginning is uiteraard iets anders dan opvang. Of ook op dat gebied sprake was van compassie met joodse slachtoffers, is een vraag gebleven. Het is niet duidelijk geworden of de gemeente Utrecht überhaupt is overgegaan tot naheffingen wegens achterstalligheid van straatbelasting, dus of dit in Utrecht wel speelde.

In de onderzochte gemeentelijke bronnen zijn hiervoor geen aanwijzingen gevonden. De opbrengsten uit de straatbelasting stegen gedurende de bezettingsjaren, afgezien van 1945. Naheffingen zullen alleen hebben plaatsgehad als tijdens de bezetting de lasten van de huiseigenaar niet waren voldaan. Over het handelen van de beheersorganisatie ANBO inzake deze lasten weten we niet veel. Van achterstallige erfpachtcanon was geen sprake, omdat erfpacht in de jaren veertig in Utrecht bij particulieren nauwelijks voorkwam. Wel zijn er twee berichten die verwijzen naar belasting opgelegd aan een joodse terugkeerder in de naoorlogse periode, in beide gevallen een joodse bakker. Het ene gaat over geld dat is ingehouden vanwege een belastingschuld, het andere over een belastingaanslag in plaats van hulp bij het heropenen van het bedrijf. Maar of het daarbij om of gemeentelijke belastingen ging, is bij gebrek aan gegevens niet duidelijk. De bakker bezat geen huis in Utrecht, dus straatbelasting was voor hem niet aan de orde. Ook bleek het bij nader inzien waarschijnlijk om één verhaal te gaan in plaats van om twee, dus om dezelfde persoon. Rechtsherstel was nog weer een ander terrein dan opvang en belastingheffing. Daarbij ging het om herstel van rechten die joden door de bezetter waren ontnomen, om herstel van hun eigendom van onroerend goed.

De gemeente als bestuursorgaan speelde daarin geen rol. De afwikkeling was een zaak van de oorspronkelijke joodse eigenaar, de oorlogskoper en van de landelijke en plaatselijke instanties die waren belast met het rechtsherstel. In haar hoedanigheid van oorlogskoper was de gemeente Utrecht als partij echter wel betrokken bij twee rechtshersteltrajecten. In beide zaken namen de joodse rechthebbenden het initiatief. Ook dat was volgens de toenmalige spelregels: de gedupeerden dienden zich te melden. Wat zij hadden doorgemaakt en wat hun was ontnomen gaf joodse huiseigenaren een zwakke positie. Juist van de zwakkere werd evenwel de krachtsinspanning van de eerste stap verwacht. De gemeente had dit ook kunnen omdraaien en het initiatief kunnen nemen. Maar de toon was anders, uiterst zakelijk: in de zaak-Fresco klonk een licht verwijt door, omdat de rechthebbende niet bereid zou zijn tot medewerking. En de erven-Gompertz kregen aanvankelijk een forse rekening gepresenteerd voor de de werkzaamheden die de gemeente geheel op eigen initiatief had laten uitvoeren. Zij maakte verder, kennelijk heel vanzelfsprekend, aanspraak op de gemeentelijke belastingen uit de periode dat zij als oorlogskoper daarvan zelf was vrijgesteld. Zij voerde deze op als gederfde inkomsten.

De gevoeligheid die de gemeente had laten zien bij de opvang van joodse terugkeerders, klinkt niet door in haar optreden in de beide rechtsherstelzaken. 36

Verschil maken?

November 2020

Met dank aan: Medewerkers van Het Utrechts Archief Pauline Beusekamp Lenie de Leeuw Henny van Schie Raymund Schütz E.J. Verloop (geïnterviewd op 30 juni 2020) Maarten-Jan Vos

Bronnen Het Utrechts Archief (HUA)

De vermelde nummers zijn de toegangnummers. − − − − − − − − − −

756 Stichting Nederlands Volksherstel (NVH), plaatselijke afdeling Utrecht 821-1 Gemeentelijk inkwartieringsbureau voor de Duitsche weermacht “Quartieramt’ en Dienst inkwartiering herstel en afwikkeling (DIHA) 825 Nederlandsch Israëlitische Gemeente te Utrecht (NIGU) 1007-1 Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969, deel 1 1007-2 Gemeentbestuur van Utrecht 1813-1969, deel 2 1007-3 Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969, deel 3 1136 Militair gezag in de provincie Utrecht 1201 Gedeputeerde Staten van Utrecht (1856) 1920-1954 (2000) 1202 Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht 1920-1954 1603 Gemeente Jutphaas, gemeentebestuur

Gedrukte stukken, (bijlagen bij de gemeenteraadsvergaderingen) diverse jaargangen Notulen van het verhandelde in de Gemeenteraad Utrecht Verslag van den toestand der gemeente Utrecht

Interne notities HUA −

−

Meulen, Jellie van der, Verkennend onderzoek naar eventuele naoorlogse inning door de gemeente Utrecht van erfpacht bij joodse oorlogsslachtoffers voor huizen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in hun bezit waren, Het Utrechts Archief (2013) Meulen, Jellie van der, Voorlopig onderzoek naar betrokkenheid van de gemeente Utrecht bij de onteigening van woningen van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, Het Utrechts Archief (9 maart 2020)

Nationaal Archief Den Haag (NA) − −

2.08.101 Kadaster: registratie van beschikkingen van het Nederlandse Beheersinstituut 2.09.16.01 Nederlands Beheersinstituut (NBI): Beheersdossiers

NIOD −

93a Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg

37

Verschil maken?

November 2020

Literatuur − − − − − −

− − −

−

−

− − − − − − −

− − −

− − −

Aalders, Gerard, Roof. De ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog (Den Haag: Sdu Uitgevers 1999). Aalders, Gerard, Berooid. De beroofde joden en het Nederlandse restitutiebeleid sinds 1945 (Amsterdam: Boom 2001). Boerboom, Joep, Beroofd volgens de regels. Het lot van zeven joodse ondernemers in Deventer (Hilversum: Verloren 2020). Boom, Bart van der, Den Haag in de Tweede Wereldoorlog (Den Haag: SeaPress 1995) Bossenbroek, Martin, De Meelstreep. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam: Bert Bakker 2001). Croes, Marnix en Peter Tammes, ‘Gif laten wij niet voortbestaan’. Een onderzoek naar de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten, 1940-1945. (Amsterdam: Aksant 2006). Dam, C. van, Jodenvervolging in de stad Utrecht. De Joodse Gemeenschap in de stad Utrecht, 1930-1950 (Stichtse Historische Reeks/De Walburg Pers 1985). Essers, Belast verleden. Het Nederlandse belastingrecht onder nationaalsocialistisch regime (Kluwer, z.j. [2012]). Gans, Evelien, ‘’Vandaag hebben ze niets – maar morgen bezitten ze weer tien gulden’’. In: Kristel, Conny (red.), Polderschouw. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog. Besluitvorming. (Amsterdam: Bert Bakker 2002), p. 313-353. Have, Wichert ten, ‘1940. Verwarring en aanpassing’. In: Leven in bezet Nederland, onder redactie van het NIOD (2 dln), dl.

1 (1940, 1941, 1942) (Amsterdam: NIOD/Uitgeverij Spectrum 2020), p. 9-215. Hesselmans, Ton, ‘Een noodzakelijk oorlogsverschijnsel. De korte bloeiperiode van Volksherstel in Utrecht mei - december 1945.’ In: Conny Kristel (red.), Polderschouw. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog. Regionale verschillen (Amsterdam: Bert Bakker 2002), p. 223-240. In steen gebeiteld. Een onderzoek naar de persoonsgegevens op het Joods Monument Utrecht. Gemeente Utrecht, februari 2018. De Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Deel 1 Voorspel (‘sGravenhage: Martinus Nijhoff 1969). Kristel, Conny (red.), Binnenskamers. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog. Kristel, Conny (red.), Polderschouw. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog. Besluitvorming. (Amsterdam: Bert Bakker 2002). Leeuw, A.J. van der ‘Utrecht in de oorlogsjaren’. In: Jan van Miert, Een gewone stad in een bijzondere tijd. Utrecht 1940-1945 (Utrecht: Spectrum 1995), p. 15-49. Lipschits, Isaac, De kleine sjoa. Joden in naoorlogs Nederland (Amsterdam: Mets & Schilt 2001). Melching, Willem, ‘‘Een loyale houding.' Politiek, aanpassing en ambitie in oorlogstijd.’ In: Jan van Miert, Een gewone stad in een bijzondere tijd. Utrecht 1940-1945 (Utrecht: Spectrum 1995), p. 51-75. Meub, Hermann, Herinneringsboek Joods Utrecht 1940-1945, Pdf-bestand Versie 1.3 (1804-2015).

Miert, Jan van (red.), Een gewone stad in een bijzondere tijd. Utrecht 1940-1945 (Utrecht: Spectrum 1995). Munnick, Boris de, ‘Na de zogenaamde bevrijding. De terugkeer van joden in de Nederlandse samenleving’. In: Hinke Piersma (red.), Mensenheugenis. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog. Getuigenissen. (Amsterdam: Bert Bakker 2001), p. 45-69. Pelkwijk, G.A.W. Ter, Utrecht in de eerste jaren van de bezetting (Utrecht: Kemink en Zonen 1950. Pelkwijk, G.A.W. Ter, Utrecht in de eerste jaren na de bevrijding (1955?). Piersma, Hinke (red.), Mensenheugenis. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog. Getuigenissen. (Amsterdam: Bert Bakker 2001).

38

Verschil maken?

− −

− − − −

−

− − −

−

−

−

−

November 2020

Piersma, Hinke en Jeroen Kemperman, Openstaande rekeningen. De gemeente Amsterdam en de gevolgen van roof en rechtsherstel, 1940-1950 (Amsterdam: Boom 2015). Piersma, Hinke en Marleen van den Berg, Ontrechting & rechtsherstel. Het Rotterdams gemeentebeleid inzake ontrechting en rechtsherstel van Joodse oorlogsslachtoffers 19401955. (NIOD-rapport, juni 2020). Presser, J, Ondergang. De vervolging en verdeling van het Nederlandse Jodendom 2 delen (Den Haag: Staatsuitgeverij/Martinus Nijhoff (8e druk) 1985). Rhenen, L. van, ‘Kroniek van de stad Utrecht’. In: Jan van Miert, Een gewone stad in een bijzondere tijd. Utrecht 1940-1945 (Utrecht: Spectrum 1995), p. 247-279. Romijn, Peter, Burgemeesters in oorlogstijd. Besturen onder Duitse bezetting (Amsterdam: Balans e-book 2012). Schaik, '’Om des gewetens wille.' De Kerken en het onderwijs, 1940-1945’. In: Jan van Miert, Een gewone stad in een bijzondere tijd. Utrecht 1940-1945 (Utrecht: Spectrum 1995), p. 77105. Schumacher, Erik, ‘1942. Oorlog op alle fronten’ In: Leven in bezet Nederland, onder redactie van het NIOD (2 dln), dl. 1 (1940, 1941, 1942) (Amsterdam: NIOD/Uitgeverij Spectrum 2020), p. 497-742. Schütz, Raymund, Kille mist. Het Nederlandse notariaat en de erfenis van de oorlog (Amsterdam: Boom 2016). Schütz, Raymund, ‘Het eeuwig terugkerende rechtsherstel (1954-2017). In: Pro Memorie.

Bijdragen tot de rechtsgeschiedenis der Nederlanden, 20e jrg. (2018) aflevering 1, p. 118-141. Slaa, Robin Te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’. De houding van de gemeente Den Haag tegenover Joodse eigenaren van onroerend goed 1940-1955 (Den Haag: De Nieuwe Haagsche 2017). Slaa, Robin Te, ‘1941. Het masker valt’. In: Leven in bezet Nederland, onder redactie van het NIOD (2 dln), dl. 1 (1940, 1941, 1942) (Amsterdam: NIOD/Uitgeverij Spectrum 2020), p. 217495. Verhoeven, Dolly, “Verder hebben we heel gewoon geleefd’. Dagelijks leven in Utrecht tijdens de bezetting.’ In: Jan van Miert, Een gewone stad in een bijzondere tijd. Utrecht 1940-1945 (Utrecht: Spectrum 1995), p. 163-195. Vos, Maarten-Jan en Serge ter Braake, Rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog van geroofd Joods onroerend goed. Inzicht in een administratief proces (Amsterdam: Boom 2013). Zeeuw, Friso de en Rick Kraan, ‘Eigenwoningbezit in 100 jaar’ in: Tijdschrift voor de volkshuisvesting 2001, nr. 1, p. 24-26.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=40fa4e73-9021-46a5-b7d9-6c1bb61392f0