CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport windpark Rijnenburg en Reijerscop versie def01

Gemeenteraad 6 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind43.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Het verschil zit onder andere in de bepaling van de meteo-correctieterm. In Nederland is het zuidwesten de overheersende windrichting. Deze windrichting komt niet alleen het meest voor, maar ook de krachtigste winden komen uit die windstreek. Doordat de krachtigste winden uit het zuidwesten komen, bestaat er een correlatie tussen de geluidproductie en overdrachtsrichting. Bij overdracht over grote afstanden is de gemiddelde overdrachtsdemping in noordoostelijke richting hierdoor lager dan in andere richtingen. In het geval van windturbines is dit effect in het rekenvoorschrift verwerkt met een richtingafhankelijke meteocorrectie. Het effect hiervan treedt in werking bij grote afstanden (meer dan 1 km) tussen windturbine en ontvanger. Het toepassen van de richtingafhankelijke meteocorrectie bij de overdrachtsberekeningen kan leiden tot een geringe overschatting van de optredende geluidniveaus bij woningen, die gelegen zijn in noordoostelijke richting, ten opzichte van de windturbines. 4.1.4 Geluidwal Tijdens het uitvoeren van het geluidonderzoek is de situatie met en zonder geluidwal van de A12 bekeken. Door het grote hoogteverschil tussen de windturbine en de ontvangers achter de geluidwal draagt het geluid zich over de wal. De wal is gemaakt om het geluid van de A12 te dempen.

Het dempende maar ook reflecterende effect van de geluidwal op het windturbinegeluid is in kaart gebracht. Hiervoor is ten tijde van de akoestische beoordeling een vingeroefening uitgevoerd. Vanwege de hoogte van de windturbine zien we geen significante effecten voor en achter de noordelijke geluidswal, met en zonder zonnepanelen. Het geluidscherm ten zuiden van de A12, parallel aan de Reijerscop is lager. De verwachte schermwerkende effecten zijn daarmee een stuk minder. Ondanks dat deze wal is niet doorgerekend, wordt er voorzien de dat de effecten bij de woningen voor en achter de geluidsscherm niet significant zijn. 4.1.5 Laagfrequent geluid (LFG) Het bereik van het menselijk gehoor ligt tussen circa 20 en 20.000 Hertz (Hz). Geluid onder de 100 Hz is voor veel mensen moeilijker te horen. Laagfrequent geluid is geluid met een frequentie beneden 200 Hz. Bijna alle geluidbronnen produceren (ook) laagfrequent geluid. In de meeste gevallen wordt dit overstemd door hoger frequent geluid en dus niet als zodanig gehoord. Het is meestal mechanisch gegenereerd geluid. Laagfrequent geluid wordt op verschillende manieren opgewekt. Bekende bronnen zijn gasturbines, transformatoren, wegverkeer en windturbines. De wetenschappelijke onderzoeken naar de dosis-effectrelaties (zie ook paragraaf 4.1.10 voor een uitleg hiervan) zijn gericht op windturbinegeluid zoals dit wordt ervaren.

Dat omvat het hele spectrum en alle karakteristieken van windturbinegeluid, waaronder dus ook laagfrequent geluid. Een recente review door de Expertgroep gezondheid van de gemeente Amsterdam bevestigt dit eveneens (Advies expertgroep gezondheidseffecten Windturbines, 4 april 2022, pagina 35):

39

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

"Windturbines produceren niet meer laagfrequent geluid en infrageluid dan andere geluidbronnen: een drukke weg die op een woning 55 dB Lden veroorzaakt, bevat meer laagfrequent geluid dan een windturbine bij 40 dB Lden. Ook wijst onderzoek uit dat grotere windturbines niet meer laagfrequent geluid en infrageluid produceren dan kleinere windturbines. De gemeten toename van laagfrequent geluid bij windturbines is evenredig met de toename van het totale geluidniveau van windturbines. De controle op laagfrequent geluid is derhalve verdisconteerd in de huidige normering voor (het volledige spectrum van) windturbinegeluid.” Laagfrequent geluid wordt minder door gevels gedempt en vlakt op grotere afstand minder uit dan normaal geluid. Op meer dan 5 kilometer afstand van sterke geluidbronnen blijft alleen laagfrequent geluid over. Ook kan in woningen en gebouwen versterking van het geluid ontstaan (zogenaamde ‘resonantie’, het exponentieel versterken van geluid, mede door zogenaamde buiken en knopen in een ruimte). Er is geen Nederlandse wettelijke norm voor laagfrequent geluid van windturbines.

Onderzoek3 ter onderbouwing van de landelijke ontwerp windturbinebepalingen toont aan dat omwonenden voldoende beschermd worden voor laagfrequent geluid bij geluidsnormen van 47 dB Lden en dit wordt ook bevestigd in de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 april 2023 (met de kenmerken ECLI:NL:RVS:2023:1433 en ECLI:NL:RVS:2023:1446) over windparken met een geluidnorm van 47 dB Lden. De lokale voorgestelde norm voor windpark Rijnenburg en Reijerscop, met een waarde van 45 dB Lden beschermt de omwonenden dan ook (temeer) voldoende. In Denemarken geldt sinds januari 2012 een aparte geluidnorm van 20 dB(A) voor laag frequent geluid (binnenshuis). In enkele projecten in Nederland (o.a. Windpark de Veenwieken en windpark Drentse Monden – Oostermoer) is getoetst aan de Deense norm voor laagfrequent geluid en hieruit blijkt dat toepassing van een Lden=47 dB norm (de gestelde norm voor Windpark IJsselwind, Windpark Karolinapolder en Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding) ook afdoende bescherming tegen laagfrequent geluid (binnenshuis) biedt. In het kader van het plan-MER voor de nieuwe landelijke windturbinebepalingen is onderzoek4 gedaan dat ingaat op de verwachte niveaus van laagfrequent geluid binnenshuis rekening houdend met de specifieke gevelwering voor laagfrequent geluid.

Dit onderzoek laat zien dat bij een grenswaarde van 47 dB Lden of lager verwacht mag worden dat in het algemeen geen relevante hinder optreedt ten gevolge van laagfrequent geluid binnenshuis, zodat ook een specifieke norm voor laagfrequent geluid geen meerwaarde biedt. Dit geldt dus ook voor een norm van 45 dB die voor windpark Rijnenburg en Reijerscop is gesteld. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD’en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht5. Hierin wordt gesproken over het laagfrequente geluid vanwege windturbines en dat er geen bewijs bestaat dat dit bij toepassing van de gehanteerde geluidnorm een factor van belang is. Er is geen aparte beoordeling nodig boven op de bescherming die de A-gewogen (een weging van de verschillende frequenties die past bij het menselijk oor) normstelling op basis van dosis-effectrelatie al biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek6 naar laagfrequent geluid van windturbines van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO, voorheen Agentschap NL). Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt.

Voor het project Rijnenburg en Reijerscop is een locatiespecifiek onderzoek gedaan naar het laagfrequente geluid als gevolg van het voorkeursalternatief, beschreven in paragraaf 5.10 van het

3 Peutz (2023). Onderzoek naar laagfrequent geluid ten gevolge van windturbines. Onderzoek in het kader van

de planMER, Windturbinebepalingen Leefomgeving. 4 Peutz (2023). Onderzoek naar laagfrequent geluid ten gevolge van windturbines. Onderzoek in het kader van de planMER, Windturbinebepalingen Leefomgeving. 5 Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. 6 Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines, LBP Sight in opdracht van Agentschap NL, projectnummer DENB 138006 september 2013. 40

Datum Rapport

februari 2024 Vaststellingsrapport

geluidonderzoek. In dit onderzoek is voor tien maatgevende punten (zie paragraaf 4.1.6) de laagfrequente immissie (belasting) berekend als de windturbines op vol vermogen draaien. Uit deze berekening volgt dat bij al deze woningen (en daaruit extrapolerend ook bij alle niet-onderzochte woningen) de laagfrequente geluidsbelasting lager ligt dan de zogenaamde ‘Vercammen-curve’, die als maatstaf kan dienen om significante hinder aan te tonen. N.B. Door een redactionele fout staan de dB-waarden in de tabellen 31 en 32 van het geluidonderzoek niet bij de juiste adressen. Deze fout in het geluidonderzoek behorende bij het ontwerpbestemmingsplan is hersteld in het bestemmingsplan. De figuren 28 en 29, en de resulterende conclusie, blijven ongewijzigd. 4.1.6 Laagfrequent geluid: maatgevende woningen Om een beeld te krijgen van de hoogte van de laagfrequente geluidsbelasting in de omgeving van het windpark is een aantal maatgevende woningen geselecteerd. De maatgevende woningen zijn zo gekozen dat deze op verschillende afstanden liggen van de windturbines. Hierbij is gekozen om het meest dichtbijgelegen gevoelige object met de hoogste geluidswaarden (Heijcopperkade 2B) daarin op te nemen, maar ook enkele woningen op grotere afstand. Op deze manier kan inzichtelijk gemaakt worden dat op grotere afstand het laagfrequent geluid relatief toeneemt, maar dat dit absoluut gezien afneemt.

Het feit dat er niet meer laagfrequent geluid wordt geproduceerd dan de Vercammen-curve bij de Heijcopperkade 2B betekent dat dit ook niet gebeurt bij verder gelegen woningen met lagere immissiewaarden. Zie 7.10 van het akoestisch onderzoek voor een verdere uitleg over de toetsing van het laagfrequente geluid aan de Vercammen-curve. 4.1.7 Infrasoon geluid Geluid beneden de 20 Hz wordt ook wel infrasoon geluid genoemd. Vrijwel alle geluidbronnen produceren een mengsel van gewoon geluid (boven 100/125 Hz), laagfrequent geluid (20-100/125 Hz) en infrasoon geluid (< 20 Hz). Hierin wijkt het geluid van windturbines niet noemenswaardig af van andere bronnen, zoals bijvoorbeeld transportgeluid. Er is geen indicatie dat het infrasone deel van het windturbinegeluid andere effecten heeft op omwonenden dan ‘gewoon’ geluid, noch dat infrasoon geluid onder de hoorbaarheidsgrens enig effect kan hebben. Er is vanuit die optiek geen reden om specifiek voor geluid van windturbines aanvullende normen te hanteren. 4.1.8 Tonaal geluid Een goede windturbine bromt niet. Tonaal geluid (brommend geluid) hoort niet voor te komen bij een windturbine, maar dit kan wel bij fouten in de productie of installatie. De windturbine kan dan herkenbare laagfrequente geluiden gaan produceren. Het Reken- en meetvoorschrift kent bewust- geen straffactor voor tonaal geluid.

Vroeger was er wel een tonaalcorrectie maar bij het huidige reken- en meetvoorschrift is die er destijds bewust uitgelaten. Dat was ingegeven door het feit dat door voortschrijdende techniek de tandwielkast in de gondel geen tonaal geluid meer maakt. Bij de nieuwe landelijke ontwerp windturbinebepalingen staat een toezegging dat die er voor het nieuwe systeem wel komt. We voegen dat nu ook toe en doen dat met een stapsgewijze toeslag van 1-6 db naargelang de sterkte van de tonaliteit (zoals ook in de regeling voor warmtepompen staat). Hier wordt voor gekozen omdat er tegenwoordig ook andere ontstaanmechanismen zijn waardoor er toch tonaal geluid kan ontstaan. 4.1.9 Piekgeluid Piekgeluid of maximaal momentaan geluid is het maximale geluid dat een windturbine kan produceren. Uit het geluidonderzoek blijkt dat bij het voorkeursalternatief een maximaal piekgeluid van 40 dB Lmax voorkomt bij de meest dichtbijgelegen woning. Een windturbine zou niet meer geluid moeten produceren dan dit niveau. Om te behoeden dat dit toch gebeurt is een zogenaamde handhavingsnorm opgenomen in de omgevingsvergunning (zie hiervoor ook paragraaf 4.1.15). 4.1.10 Dosis-effect relatie/blootstelling-responsrelatie Om te bepalen welke hinder er verwacht wordt als gevolg van het windturbinegeluid wordt de zogenaamde dosis-effectrelatie (tegenwoordig aangemerkt als ‘blootstelling-responsrelatie’) gebruikt.

Deze is toegepast om te berekenen hoeveel omwonenden ernstige hinder kunnen verwachten. TNO heeft de dosis-effectrelatie (verhouding tussen geluidsbelasting en 41

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

hinderpercentage) voor windturbinegeluid bepaald.7 Dat wil zeggen: hoeveel hinder treedt er op bij verschillende geluidsniveaus. Figuur 1 toont deze relatie. De onderzoeksresultaten zijn ook gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift.8 Hoewel windturbines in de afgelopen jaren groter zijn geworden is deze dosiseffectrelatie nog steeds geldig. Dit blijkt onder andere uit een recent WHO-rapport (Environmental Noise Guidelines for the European Region, 2018), dat zich baseert zich op dezelfde publicatie en tot dezelfde conclusies komt.9

Figuur 1 Links: de relatie tussen Lden en het percentage gehinderden (wt_%A) en ernstig gehinderden (wt_%HA) binnenshuis door geluid van windturbines. De gestippelde lijnen geven de polynome benaderingen weer. Rechts: de discrete geluidswaarden en hun bijbehorende percentage ernstige hinder.10

Er zijn geen onderzoeken bekend waarin de kwantitatieve relatie tussen de hoeveelheid geluid en de hoeveelheid hinder uit het oorspronkelijke onderzoek11 wordt betwist. Voor geluidgevoelige objecten in de ruime omgeving van het windpark is de jaargemiddelde geluidbelasting op de gevel berekend. Voor alle woningen binnen de 37 tot en met 50 dB Lden contouren van de verschillende varianten van alternatieven is berekend wat de jaargemiddelde geluidbelasting als gevolg van de windturbines is. Op basis van de dosis-effectrelatie uit Figuur 1 is te berekenen hoe groot het verwachte percentage ernstig gehinderden is binnen elk van deze objecten. Door vervolgens dit percentage te vermenigvuldigen met het (geschatte) aantal bewoners per pand resulteert dit in het statistisch verwachte aantal ernstig gehinderden in elk pand. De optelling van alle panden geeft het statistisch verwachte aantal ernstig gehinderden als gevolg van Windpark Rijnenburg en Reijerscop. In voorgaande vinden wij bevestiging in uitspraken van 12 april 2023 (met kenmerken ECLI:NL:RVS:2023:1433 en ECLI:NL:RVS:2023:1446) over lokale normen van de Afdeling 7 Janssen, Vos, & Eisses, Hinder door geluid van windturbines, 2008.

8 Janssen & Vos, Eisses, & Pedersen, A comparison between exposure-response relationships for wind turbine

annoyance and annoyance due to other noise sources, 2011. 9 Daarbij moet worden opgemerkt dat het WHO-rapport een uitspraak doet over hinder buitenshuis, terwijl motivering voor de 47 dB Lden zich baseert op de hinderpercentages binnenshuis. 10 Janssen, Vos, & Eisses, A., Hinder door geluid van windturbines, 2008. 11 Janssen, Vos, & Eisses, Hinder door geluid van windturbines, 2008.

42

Datum Rapport

februari 2024 Vaststellingsrapport

bestuursrechtspraak van de Raad van State. In deze uitspraken is bij het opstellen van de lokale normen ook uitgegaan van deze dosis-effectrelatie en zijn er geen vraagtekens gezet bij deze dosis-effectrelatie. 4.1.11 Amplitudemodulatie Eén van de kenmerkende eigenschappen van windturbinegeluid is ‘amplitudemodulatie’, ofwel het zwiepende, zoevende of stampende karakter dat omwonenden beschrijven. Bij amplitudemodulatie varieert de sterkte van het geluid met het tempo waarmee een wiek de mast passeert. Hoe sterk dit ritmisch geluid is, is afhankelijk van de weersomstandigheden en het is vooral op grotere afstand van een windturbine te horen. Dichtbij een windturbine is ook zoeven te horen, maar dit hangt niet met weersomstandigheden samen en is voor omwonenden minder van belang. Amplitudemodulatie kan juist bij lagere geluidsniveaus waarneembaar zijn en resulteren in hinder.12 Omdat het de karakteristiek van het geluid betreft, is amplitudemodulatie niet te beperken door een norm. Dit wordt bevestigd in de AbRvS uitspraken van 12 april 2023 met de kenmerken ECLI:NL:RVS:2023:1433 en ECLI:NL:RVS:2023:1446. 4.1.12 Cumulatie Cumulatief geluid is de opsomming van al het omgevingsgeluid. In de huidige referentiesituatie is er in de omgeving vooral geluid van de snelwegen A2 en A12, lokale wegen en wat industrieel geluid afkomstig van bedrijventerrein Oudenrijn.

De toevoeging van windturbinegeluid kan er voor zorgen dat het niveau van het omgevingsgeluid stijgt. Naast het reguliere geluidonderzoek dat antwoord geeft op de vraag of geluidnormen bij de realisatie van het windpark worden overschreden, is ook de cumulatie van geluid in beeld gebracht. De voornaamste geluidsdruk in de omgeving komt van wegverkeerlawaai en industrielawaai. Er zijn geen andere windturbines in de omgeving die impact hebben op de geluidsniveaus bij de woningen. De huidige cumulatieve geluidsbelasting van industrie en wegverkeer samen wordt berekend volgens de rekenregels voor cumulatie van verschillende bronnen. De bijdrage aan de cumulatieve kaart door weg- en railverkeer is bepaald met een standaard rekenmethode (RMV2012). Voor industriegeluid is een (indicatieve) geluidkwaliteit geraamd op basis van kentalgegevens voor verschillende typen van industrieterreinen. Ook de geluidbelasting als gevolg van de windturbines kan door middel van een rekenregel worden omgerekend naar equivalente geluidsniveaus, waarna deze toevoeging kan worden opgeteld bij de huidige geluidbelasting. De aanwezigheid van bestaande geluidbronnen kan het windturbinegeluid deels maskeren. Echter is de karakteristiek van weg- en windturbinegeluid anders. Hierdoor kunnen beide geluiden naast elkaar waargenomen worden.

De aanwezigheid van een bron is echter minder goed te herkennen dan als dit een geïsoleerd geluid is. Het omgevingsgeluid zonder de windturbines kennen we als Lcum,oud. Na toevoeging van de windturbines spreken we over Lcum,nieuw. In het geluidonderzoek is in tabel 26 de cumulatieve geluidsbelasting als gevolg van het voorkeursalternatief weergegeven. Uit deze tabel blijkt dat bij twee woningen de gecumuleerde waarde met 2 dB is toegenomen ten opzichte van de gecumuleerde waarden zonder het windturbinepark. Bij de overige maatgevende woningen is de toename niet meer dan 1 dB. Uit deze tabel blijkt ook dat de geluidbijdrage als gevolg van het windturbinepark bij de meeste maatgevende woningen veel lager ligt dan de geluidbijdrage als gevolg van wegverkeer. Om de gezondheidseffecten van windturbines te bepalen werd tot voorkort veelvuldig gebruik gemaakt van de GES-score (gezondheidseffectscreening) gerelateerd aan de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen. Gezondheidseffectscreening (GES) is een screeningsmethode om de blootstelling aan diverse milieuaspecten met verschillende gezondheidseffecten, ook onder 12 RIVM, kennisbericht: geluid van windturbines (2015), https://www.rivm.nl/sites/default/files/2018-

11/Kennisbericht_Geluid_van_windturbines_versie_1punt0_20150611.pdf

43

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

grenswaarden, gezondheidskundig te kunnen beoordelen en onderling te vergelijken en op kaarten weer te geven.13 Geluid is één van deze milieuthema’s. Onlangs (eind 2022) heeft de GGD GHOR het instrument GES teruggetrokken omdat zij van mening is dat het instrument GES niet meer voldoet voor de toepassing binnen de huidige GGD praktijk. Desalniettemin kan met behulp van de GES-methodiek inzicht worden gegeven in de cumulatieve geluidbelasting van geluidgevoelige objecten in de omgeving én aanvullend het daarmee gepaard gaande aantal ernstig gehinderden (in het geval van cumulatie). Om tot een kwantitatief resultaat te komen waardoor de alternatieven met elkaar vergeleken kunnen worden is een omrekening van GES-scores naar een aantal ernstig gehinderden benodigd. Hierbij hanteren wij het hinderpercentage dat hoort bij het midden van elke GES-klasse in onderstaande figuur, die is gebaseerd op de tabel voor wegverkeerslawaai uit het Handboek Gezondheidseffectscreening.14 Voor een cumulatieve beschouwing ligt het voor de hand om wegverkeersgeluid als uitgangspunt te gebruiken, omdat de rekenregels voor cumulatie (zoals bijvoorbeeld opgenomen in hoofdstuk 4 van het Reken- en Meetvoorschrift windturbines) ook alle geluid naar de hinderlijkheid van wegverkeersgeluid omrekenen. De grafiek laat de verhouding tussen de GES-scores en het percentage ernstig gehinderden zien.

Figuur 2

Aantal verwacht percentage ernstig gehinderden per GES-klasse

Door de toevoeging van de verschillende MER en VKA alternatieven kunnen bij omliggende woningen de GES-scores stijgen. Omdat bij een hogere klasse ook meer ernstig gehinderden horen, is het mogelijk te berekenen hoeveel meer ernstig gehinderden we verwachten na de toevoeging van de verschillende alternatieven. 4.1.13 Effect op gezondheid Uit het geluidonderzoek blijkt dat de geluidsbelasting als gevolg van de windturbines bij een gering aantal woningen op of nabij de normgrens (45 dB Lden) ligt. Het jaargemiddelde geluidsniveau Lden veroorzaakt door een windturbine mag door de lokale normen bij een woning niet meer bedragen dan 45 dB Lden. Er is op basis van de beschikbare dosis-effectrelatie geen reden om aan te nemen dat de plaatsing van windturbines kan leiden tot gehoorschade. Uit het rapport “Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van bewoners (2013) van het RIVM”, blijkt dat mensen die dichtbij windturbines wonen vooral last hebben van het geluid dat windturbines met zich meebrengen. Sommige mensen ervaren hinder (zoals irritatie, boosheid en onbehagen) als zij het gevoel hebben dat hun omgevings- of levenskwaliteiten verslechteren door de plaatsing van windmolens. Hierdoor kunnen gezondheidsklachten ontstaan. 13 https://www.fastadvies.com/wordpress/wp-content/uploads/2018/05/Handboek-GES-2018-versie-

300418.pdf 14 https://edepot.wur.nl/442969

44

Datum Rapport

februari 2024 Vaststellingsrapport

Stress als gevolg van de plaatsing van de windturbines en de geluidsproductie hiervan is veelvoorkomend. Langdurige ergernis over de hinder van windturbines en het gevoel dat de kwaliteit van de leefomgeving is verminderd of zal verminderen kan negatieve gevolgen hebben voor het welzijn en de gezondheid. In het geval van stress naar aanleiding van hinder kan er sprake zijn van effecten op de gezondheid en over de symptomen van stress is al veel bekend. Er is ook veel onderzoek beschikbaar over geluidhinder en hieruit blijkt geen sprake van een directe relatie tussen windturbinegeluid en gezondheidseffecten. De resultaten van het in 2020 verschenen RIVMrapport onderbouwen de eerdere conclusies van een vergelijkbaar rapport van drie jaar eerder. Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs voor een directe relatie tussen het ervaren van hinder als gevolg van windturbines en de effecten op de gezondheid. 4.1.14 Voorzorgsbeginsel Het aspect volksgezondheid en het voorzorgbeginsel hebben wij meegenomen in de belangenafweging bij het vaststellen van de windturbinenormen voor de realisatie van Windpark Rijnenburg en Reijerscop. Bij de uiteindelijke beslissing hebben we ook rekening gehouden met een zekere mate van onzekerheid over onbekende gezondheidseffecten.

Wij zijn ons bewust van dat de ontoereikendheid van de wetenschappelijke kennis kan leiden tot de onvoorspelbaarheid van bepaalde gezondheidseffecten en hebben daarom de tastbare belangen afgewogen tegen het belang van het voorkomen van mogelijke onvoorziene gezondheidseffecten. De uitkomst van deze afweging is de normstelling die we hebben gekozen voor de realisatie van windpark Rijnenburg en Reijerscop. Zie ter onderbouwing van ons uitgangspunt betreffende gezondheidsschade de windpark uitspraken van 12 april 2023 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (met de kenmerken ECLI:NL:RVS:2023:1446 en ECLI:NL:RVS:2023:1433) met als conclusie dat met het oog op gezondheid een norm van 47 dB Lden als uitgangspunt mag worden gehanteerd. Voor het Windpark Rijnenburg en Reijerscop wordt een (strengere) norm van 45 dB Lden gehanteerd. 4.1.15 Handhavingsnorm geluid in omgevingsvergunning De gemeente stelt een norm voor zogenaamd momentaan geluid: met geluidsmetingen moet aangetoond worden dat de windturbines op elk moment voldoen aan het geluid dat ze volgens de fabrikant van de windmolens zouden mogen maken. Als dat niet het geval is, kan de gemeente direct handhavend optreden (er hoeft dus niet eerst een jaar afgewacht te worden).

4.2 Slagschaduw 4.2.1 Wat is slagschaduw Slagschaduw van een windturbine is de schaduw van de draaiende wieken. Als slagschaduw op een raam van een woning (of kantoor) valt, kan dat als hinderlijk worden ervaren. Het menselijk oog is namelijk gevoelig voor optredende verschillen tussen licht en donker en snelle bewegingen. Dit trekt de aandacht en kan afleidend werken, waardoor slagschaduw door de waarnemer als hinderlijk kan worden ervaren. De mate van hinder van een passerende slagschaduw wordt onder meer bepaald door de frequentie van het passeren (rotortoerental), door de blootstellingsduur en door de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte (contrast). 4.2.2 Slagschaduw, hinder en gezondheid Om te kunnen spreken van hinder als gevolg van bewegende slagschaduw van windturbines moet sprake zijn van een aantal kenmerken. De windturbine moet in werking zijn en dus niet stilstaan, de schaduw moet de gevel van de woning daadwerkelijk bereiken (geen obstakels zoals bomen of andere gebouwen) en er moet een minimale stralingsintensiteit van 120 Wat/m2 zijn om een hinderlijke contrast schaduw te veroorzaken. Verder moet er sprake zijn van een minimale afdekking van 20% van de zonneschijf. Bij een lager percentage valt er zoveel licht langs het rotorblad van de windturbine dat er geen sprake is van een hinderlijke schaduwwerking.

Het percentage van 20% komt voort uit Duitse richtlijnen (WEA-Schattenwurf-Hinweisen).

45

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Ook buiten treedt slagschaduw op, maar de wisselingen in lichtsterkte zijn daar minder groot doordat het licht buiten meer diffuus is. Daarom hanteren we alleen een norm voor binnenshuis. Daarnaast is bekend dat flikkerfrequenties tussen 2,5 Hz en 14 Hz als erg storend kunnen worden ervaren.15 Ten aanzien van directe gezondheidseffecten in de vorm van (epileptische) beroertes geldt dat in diverse wetenschappelijke studies is aangetoond dat moderne windturbines geen risico geven op dergelijke effecten. Deze effecten kunnen enkel (in zeer zeldzame gevallen) optreden bij flikkerfrequenties van 2,5 Hz of hoger. Bij grote moderne windturbines treedt dit effect echter niet op, aangezien de frequentie lager is dan 2,5 Hz (veelal beneden de 1 Hz), zie bijvoorbeeld Smedley, Webb & Wilkins (2010).16 Dit is het geval omdat de rotorbladen relatief weinig omwentelingen per minuut maken. Er is geen bewijs dat directe blootstelling aan slagschaduw bij frequenties beneden de 2,5 Hz gezondheidseffecten veroorzaakt. Onderstaande figuur toont windturbinegegevens uit de database van het softwarepakket WindPRO, waaruit duidelijk wordt dat een bladpasseerfrequentie van 2,5 Hz of hoger niet aan de orde is bij moderne windturbines.

Figuur 3 Draaisnelheid en daarbijhorende bladpasseerfrequentie van een groot aantal windturbinetypes.

Uit Duits onderzoek dat in 1999 is verricht door de Universiteit van Kiel blijkt dat omwonenden van windturbines, die een netto slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar ervaren, een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving.17 In de periode na bovengenoemd laboratoriumonderzoek zijn in Europa vele duizenden windturbines gerealiseerd. Ook zijn diverse wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van slagschaduw van windturbines op hinderbeleving en gezondheidseffecten.18 Op basis van nieuwe wetenschappelijke onderzoeken zijn er geen vastgestelde gevallen van gezondheidseffecten als gevolg van slagschaduw bekend. Tot op heden zijn er geen wetenschappelijke onderzoeken gepubliceerd die bovenstaande conclusies tegenspreken en/of veranderen. Directe gevolgen voor de gezondheid als gevolg van blootstelling aan slagschaduw – mits frequenties beneden 2,5 Hz blijven - zijn daarmee niet aangetoond.

15 Brinckerhoff, P. (2006). Update of UK Shadow flicker Evidence Base.

16 Smedley, A., Webb, A., & Wilkins, A. (2010). Potential of wind turbines to elicit seizures under various

meteorological conditions. Epilepsia, 1146-1151. 17 Pohl, J., et al. (1999). Belästigung durch periodischen schattenwurf von Windeenrgieanlagen. 18 Merlin, T., Newton, S., Ellery, B., Milverton, J., & Farah, C. (2013). Systematic review of the human health effects of wind farms. Canberra: National Health & Medical Research Council. 46

Datum Rapport

februari 2024 Vaststellingsrapport

Voor Windpark Rijnenburg en Reijerscop geldt ten aanzien van slagschaduw dat de (moderne) windturbines een grote rotordiameter19 hebben en daardoor langzamer draaien. Hierdoor ligt de frequentie van de slagschaduw nooit hoger dan 1 Hz. 4.2.3 Stilstandvoorziening Windpark Rijnenburg en Reijerscop Verschillende indieners hebben aangegeven vrees te hebben voor de effecten van slagschaduw. We begrijpen de vrees voor slagschaduw die door windturbines wordt veroorzaakt. Om hinderlijke effecten geheel te voorkomen hebben we ervoor gekozen dat alle windturbines van Windpark Rijnenburg en Reijerscop moeten worden voorzien van een automatische stilstandvoorziening. Dit betekent dat de windturbines automatisch worden stilgezet wanneer hinderlijke slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten.20 De voorziening wordt per slagschaduwgevoelige woning vooraf ingeregeld, aangezien het gaat om specifieke momenten die van te voren bepaald kunnen worden afhankelijk van de zonnestand. Daarnaast wordt gemeten (doormiddel van sensoren op de windturbines) of er daadwerkelijk voldoende zon en wind (en dus hinderlijke slagschaduw) is op die momenten. Hiermee wordt de slagschaduwduur ter plaatse tot een minimum beperkt en wordt het ontstaan van hinder voorkomen.

Er is gekozen om een norm op te leggen van 0 uur ‘hinderlijke’ slagschaduw per jaar voor gevoelige objecten (en 5 uur en 40 minuten per jaar voor kantoren). Op het moment dat er slagschaduw (dreigt) op te treden op een gevoelig object wordt een windturbine buiten werking gesteld. Hierbij moet worden opgemerkt dat het geheel voorkomen van slagschaduw bijna onmogelijk is. Op een moment dat plotseling slagschaduw zou optreden (bijvoorbeeld doordat de zon achter wolken vandaan komt) zal het een korte tijd duren voordat de wieken geheel tot stilstand zijn gekomen. Tijdens het moment van buitenwerking stellen kan in verband met de technische stilzettijd zeer kortstondig slagschaduw optreden ter plaatse van gevoelige objecten. Voor een aantal maatgevende woningen is nagegaan hoe vaak er in theorie slagschaduw per jaar kan optreden op deze woningen en hoe vaak een stilstandvoorziening in werking moet treden om deze slagschaduw te voorkomen. Dit betreft een worstcase-benadering omdat is gekeken naar álle momenten dat er slagschaduw op een woning kan optreden, zonder rekening te houden met eventuele aanwezigheid van bewolking of met onvoldoende windaanbod om een windturbine in bedrijf te hebben (in beide gevallen kan er geen slagschaduw optreden).

Hieruit volgt dat ter plaatse van de woning aan de Heijcopperkade 7 in theorie circa 212 maal per jaar slagschaduw kan optreden als gevolg van één van de windturbines van Windpark Rijnenburg en Reijerscop. Uitgaande van een maximale stilzettijd van één minuut voor een windturbine die op vol vermogen draait, kan dit resulteren in een theoretische maximale slagschaduwduur van circa 212 minuten per jaar ter plaatse van deze woning. Daarbij is van belang op te merken dat een windturbine niet altijd op vol vermogen zal draaien, waardoor het stilzetten ervan ook niet altijd één minuut nodig zal hebben. Op basis van dit theoretisch maximum en de daarbij geplaatste voorbehouden, stellen wij ons op het standpunt dat het bestemmingsplan Windpark Rijnenburg en Reijerscop geen aparte norm hoeft te bevatten voor slagschaduw die ontstaat tijdens het buitenwerking stellen van een windturbine. De beleidskeuze voor 0 uur hinderlijke slagschaduw per jaar van een inwerking zijnde windturbine biedt een goede bescherming tegen slagschaduw aan omwonenden. Het gebied waarbinnen hinderlijke slagschaduw kan optreden is berekend onder de volgende aannames:  De minimale zonhoek is 3 graden boven de horizon. Het gebied waarbinnen 'hinderlijke slagschaduw' kan optreden wordt berekend onder een aantal aannames, waaronder de minimale zonhoek.

In de praktijk kan hiervoor een 3 graden of 5 graden zonhoek boven de horizon worden gehanteerd. Een veelgebruikte en ook in rechtspraak geaccepteerde aanname is een minimale zonhoek van 5 graden. Daarbuiten is het zonlicht en de slagschaduw dermate diffuus dat deze nauwelijks voor hinder zorgt. Naar aanleiding van het Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving (gepubliceerd 11 oktober 2023) is gekozen 19 In het MER is de bandbreedte onderzocht met rotordiameter 150 – 180 m.

20 Onder gevoelige objecten worden op basis van de Wet geluidhinder en bestemmingsplan Windpark Rijnenburg

en Reijerscop verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.

47

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

om een minimale zonhoek van 3 graden boven de horizon te hanteren. Dit biedt een nog betere bescherming tegen slagschaduw dan de 5 graden boven de horizon.  De minimale zonafdekking door de wieken is 20%. Wanneer een windturbine zodanig ver van een woning af staat dat de wieken steeds maar een klein gedeelte zijn dat voor de zonneschijf langs beweegt, leidt dit maar tot een geringe vermindering van de lichtintensiteit. Juist het contrastverschil (als de wiek van de windturbine de zon helemaal of grotendeels afdekt) is hetgeen dat ervoor zorgt dat slagschaduw als hinderlijk wordt ervaren. Zie voor de acceptatie van de 20% zonafdekking en de 5 graden zonhoek boven de horizon aanname ook de volgende uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State: ECLI:NL:RVS:2016:1228, ECLI:NL:RVS:2018:1838 en ECLI:NL:RVS:2018:616. Onderzoeks- en adviesbureau DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. (hierna: DGMR) heeft in 201821 en 201922 onderzoek gedaan naar de effecten van geluid en slagschaduw. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college B&W) heeft een second opinion uitgevoerd naar de geluid- en slagschaduw onderzoeken, om een nadere onderbouwing te geven van het definitieve voorstel voor het Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop.

In het Second Opinion Rapport van Cauberg en Huygen (201923) is aangegeven dat de gehanteerde werkwijze over slagschaduw in lijn met de huidige stand van de jurisprudentie is en een voldoende betrouwbare indruk geeft. Echter wordt in de second opinion ook een aanbeveling gedaan om inzicht te geven in de slagschaduweffecten onder een zonhoek van 3 graden. DGMR heeft in haar reactie op de second opinion24 aangegeven dat het rekenen met een minimale zonhoek van 5 graden gebruikelijk is met als onderbouwing dat het onder die stand diffuus licht is, dat door begroeiing en bebouwing wordt beperkt. DGMR bevestigt eveneens dat de opmerkingen uit de second opinion niet leiden niet tot aanpassingen en wijzigingen van de onderzoeksresultaten. Om aan te sluiten bij de landelijke ontwerp windturbinebepalingen hanteren we voor ‘hinderlijke slagschaduw’ een minimale zonhoek van 3 graden i.p.v. 5 graden (dit is een wijziging van het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning).

4.3 Handhaving

In de regels van het bestemmingsplan voor Windpark Rijnenburg en Reijerscop en in de omgevingsvergunning zijn door de gemeente regels voor o.a. geluid en slagschaduw gesteld, met als verplichting dat de windturbines verplicht een automatische stilstandvoorziening bevatten. Voor klachten kunnen omwonenden bij zowel de gemeente als de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) terecht. De RUD neemt de klachten in behandeling en de gemeente is bevoegd gezag. In het kader van handhaving kunnen logboekgegevens opgevraagd worden bij de vergunninghouder waarmee kan worden nagegaan welke stilstand in een bepaalde periode is toegepast, zodat kan worden geverifieerd of aan de lokale norm wordt voldaan. Ook kunnen omwonenden met hun klachten terecht bij initiatiefnemer Rijne Energie c.s.. Ze kunnen zitting nemen in het bestuur van het Gebiedsfonds of ideeën voor het fonds indienen. Ook kunnen omwonenden lid worden van Rijne Energie of De Windvogel en zo meebeslissen over beheersbeslissingen. Rijne Energie c.s. zal jaarlijks een rapportage opstellen om te laten zien hoe voldaan wordt aan wettelijke normen door het jaar heen. In dit rapport zullen ze vooral benoemen in welke verschillende modi de turbines hebben gestaan, waaruit onder andere de stilstand vanwege slagschaduw volgt. Op basis van het Uitnodigingskader Energielandschap moet initiatiefnemer

21 Geluids- en slagschaduwonderzoek voor scenario’s Energielandschap n.a.v. raadsvraag gemeente Utrecht, 2

oktober 2018, DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. 22 Resultaten akoestisch en slagschaduwonderzoek voorbeelduitwerking Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop, definitief voorstel voor raad, 21 maart 2019, DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. 23 Cauberg Huygen B.V. Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop te Utrecht Second opinion onderzoek geluid en slagschaduw. 10 september 2019. Referentie 05565-51434-05. 24 Reactie op second opinion Cauberg Huygen, 15 oktober 2019, DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. 48

Datum Rapport

februari 2024 Vaststellingsrapport

(Rijne Energie) elk jaar een slagschaduw rapportage publiceren, waarin ze aangeven op welke wijze voldaan is aan de normen slagschaduw en niet alleen op momenten dat er klachten zijn.

49

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

5 Beoordeling van de zienswijzen In dit hoofdstuk staan de ingediende zienswijzen en de beantwoording hiervan centraal. In paragraaf 5.1 wordt aangegeven hoeveel zienswijzen er ingediend zijn en hoe deze in de tabel worden beantwoord. In paragraaf 5.2 wordt ingegaan op de Wnb ontheffing die gecoördineerd is voorbereid met het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning.

5.1 Aantal zienswijzen

De twee zienswijzen die alleen gaan over de ontwerp-omgevingsvergunning zijn beantwoord in een bijlage van de omgevingsvergunning. De overige 117 zienswijzen hebben betrekking op alleen het ontwerpbestemmingsplan of op het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-uitvoeringsbesluiten. Van de 117 zienswijzen zijn 40 zienswijzen positief; dit zijn indieners die voor realisatie van het windpark zijn.

5.2 Wnb ontheffing

In aanvulling op de eerdere onderzoeken is medio 2023 nader onderzoek gedaan naar de vliegbewegingen van de grutto en de territoria van de weidevogels in het plangebied. Dit nadere onderzoek heeft geleid tot een wijzigingsverzoek op de eerdere ontheffingsaanvraag op de onderdelen compensatie van het leefgebied van de grutto en velduil en de stilstandsvoorziening. Op 18 december 2023 is het onderzoek door de initiatiefnemer aan de provincie Utrecht verstrekt. De Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht beoordeelt als bevoegd gezag het wijzigingsverzoek. Mogelijk worden de voorschriften in het ontwerpbesluit op de onderdelen voor het compensatiegebied en de stilstandsvoorziening naar aanleiding van deze beoordeling gewijzigd. Wanneer er wijzigingen zijn in het ontwerpbesluit, worden deze wijzigingen opnieuw ter inzage gelegd en is er gelegenheid tot het indienen van zienswijzen. Er is voor gekozen om de Wnb ontheffing niet af te wachten en door te gaan met het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Voor de Wnb ontheffing blijft de gemeentelijke coördinatieregeling gelden. Het is mogelijk om de Wnb ontheffing later bekend te maken dan het bestemmingsplan met bijbehorend Combi-Milieueffectrapport inclusief de omgevingsvergunning.

Hierdoor kunnen het bestemmingsplan met bijbehorend CombiMilieueffectrapport, de omgevingsvergunning en de Wnb ontheffing, in het geval van beroep, tegelijk door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State behandeld worden. De zienswijzen die betrekking hebben op het ontwerpbesluit Wnb dat tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage heeft gelegen, zijn in dit vaststellingsrapport beantwoord. Eventuele zienswijzen die worden ingediend naar aanleiding van een eventueel gewijzigd ontwerpbesluit Wnb worden separaat beantwoord.

5.3 Tabel met samengevatte zienswijzen en de beantwoording hiervan In de hierna volgende tabel zijn de 117 zienswijzen samengevat en per zienswijzepunt van een reactie voorzien. Hiermee is eenvoudig op te zoeken welke reactie op welk ingebracht zienswijzepunt wordt gegeven. De tabel is opgesplitst in 4 kolommen. De 1e en de 2e kolom geeft aan om welke zienswijze het gaat en welk zienswijzepunt. In de 3e kolom is een samenvatting gegeven die de kern van elk zienswijzepunt weergeeft. De 4e kolom geeft de gemeentelijke reactie op het zienswijzepunt. Hierbij wordt waar toepasselijk verwezen naar de algemene antwoorden van hoofdstuk 3 of 4 en naar het overzicht van de wijzigingen in hoofdstuk 2. Overal in het document wordt gesproken van ‘indiener’, ook wanneer een zienswijze door meerdere personen is ingediend.

50

Datum Rapport

februari 2024 Vaststellingsrapport

Alleen wanneer een zienswijze leidt tot een wijziging/wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan of de ontwerpbesluiten, wordt dit in de tabel met een conclusie nader aangegeven.

51

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Indiener 1 Nr. Punt 1 1

Indiener 2 Nr. Punt 2 1

Indiener 3 Nr. Punt 3 1

Indiener 4 Nr. Punt 4 1

Inhoud Positieve zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan is goed. Nu ligt het grondgebied ook maar leeg te zijn.

Beoordeling Dank voor uw positieve zienswijze. Dit ondersteunt het mogelijk maken van windturbines in Rijnenburg en Reijerscop en onze visie in de overstap naar duurzame energie.

Inhoud Positieve zienswijze Indiener wil graag bijdragen aan de duurzame energietransitie. Het liefst via participaties in windturbines, want zonnepanelen hebben relatief weinig vermogen en zijn relatief duur. Windmolens horen van oudsher bij Nederland en zijn een mooi gezicht.

Beoordeling Dank voor uw positieve zienswijze. Dit ondersteunt het mogelijk maken van windturbines in Rijnenburg en Reijerscop en onze visie in de overstap naar duurzame energie.

Inhoud Positieve zienswijze Indiener vindt een moderne windmolen niet mooi, maar goed, vroeger vond men onze oude windmolens ook niet mooi. De energie is keihard nodig. Indiener geeft ook complimenten voor de inpassing (niet te veel molens). En de duidelijke beelden: hoe het er vanuit verschillende hoeken uit komt te zien.

Beoordeling Dank voor uw positieve zienswijze. Dit ondersteunt het mogelijk maken van windturbines in Rijnenburg en Reijerscop en onze visie in de overstap naar duurzame energie.

Inhoud Indiener verwacht als Europeaan dat Europese landen meer gaan samenwerken, ook op de energiemarkt, zodat investeringen daar gedaan kunnen worden waar het meeste rendement te behalen is (zoals in Spanje). Dichter bij huis denkt indiener aan het noorden van het land. Hier kan werkgelegenheid gecreëerd (en leegloop teruggedrongen) worden. Indiener wil geen woningbouw, grootschalige windmolenparken en zonnevelden in de randstad en al helemaal niet in Rijnenburg, aangezien de beschikbare ruimte (het groene hart) al heel kwetsbaar is. Volgens indiener is in de achtergrondinformatie Stadsgesprek Rijnenburg te lezen dat er geen woningbouw komt, indien er grootschalige duurzame energie ontwikkeld wordt. Dit is volgens indiener pure chantage.

Beoordeling Of en hoe Europese landen samenwerken behoort niet tot het takenpakket van de gemeente. De gemeente Utrecht neemt als stad zelf verantwoordelijkheid in het leveren van een bijdrage aan duurzame energie. Utrecht wil een schone en leefbare stad voor iedereen zijn. Eén van de ambities is om zoveel mogelijk duurzame energie op te wekken. De gemeenteraad van Utrecht heeft in juli 2020 met de Visie en Uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop de zoekgebieden aangewezen voor windmolens en zonnevelden in de polders Rijnenburg en Reijerscop. Bij het aanwijzen van deze zoekgebieden is het middengebied vrij gehouden, zodat er in de toekomst ook woningen in de polder gebouwd kunnen worden.

52

Indiener 5 Nr. Punt 5 1

Indiener 6 Nr. Punt 6 1

De participanten zijn volgens indiener uit op korte termijn winstbejag. Inhoud Positieve zienswijze Indiener is positief over het ontwerpbestemmingsplan en vindt dat er nog wel nog wel een paar (wind)molens bij kunnen.

Beoordeling Dank voor uw positieve zienswijze. Dit ondersteunt het mogelijk maken van windturbines in Rijnenburg en Reijerscop en onze visie in de overstap naar duurzame energie. Vooralsnog worden er met dit bestemmingsplan vier windturbines mogelijk gemaakt. In het MER zijn meer dan vier windturbines onderzocht. Het is hierdoor mogelijk dat het aantal windturbines in de toekomst nog wordt uitgebreid.

Inhoud Impact De windmolens zullen – volgens indiener - een enorme impact hebben op het uitzicht en karakter van de omgeving. Het zal ook de aandacht afleiden van het verkeer op de A2 en A12. Tevens maakt indiener zich zorgen over de geluidsoverlast die de windmolens met zich meebrengen.

Beoordeling Windturbines zijn vanwege hun grootte goed zichtbaar in het landschap. Moderne windturbines, waaronder ook die van Windpark Rijnenburg en Reijerscop overstijgen het landschap. Het zo goed mogelijk ‘inpassen’ in het landschap is daarom een belangrijk aspect waar ook op is getoetst. Er is geprobeerd om de meest geschikte locatie voor de windturbines en de best mogelijk (lijn)opstelling te vinden. Desondanks zullen ter plekke de kwaliteiten van het landschap altijd in meer of mindere mate worden aangetast. Ook zal er sprake zijn van visuele hinder door de windturbines wanneer in de richting van de windturbines wordt gekeken. Dit aspect is meegenomen in het MER-onderzoek. De impact van deze storende factor en hoe dit wordt ervaren is persoonsgebonden. Voor het aspect verkeersveiligheid verwijzen we naar de beantwoording van zienswijze 99.

Indiener 7 Nr. Punt 7 1

Windturbinegeluid kan hinder met zich meebrengen. De gemeente wil deze hinder minimaliseren door het complete set aan lokale normen. Deze zijn strenger dan de voorheen geldende nationale geluidsnormen. Door deze toe te passen wordt overlast zoveel mogelijk beperkt. Inhoud Geluid Voor lintbebouwing (Nedereindseweg) gelden andere

Beoordeling In het bestemmingsplan zijn meerdere geluidsnormen opgenomen. Deze zijn voor alle omliggende gevoelige objecten (woningen, gezondheids- en onderwijsinstellingen) gelijk. Ook zijn dezelfde

53

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

geluidsnormen dan voor woonwijken. Dit is meten met twee maten, aldus indiener.

7

2

Waardevermindering huis Indiener geeft aan dat haar huis door de makelaar €100.000 lager gewaardeerd is. Dit is volgens indiener door de komst van de windmolens. Indiener vraagt zich af wie dit verschil (in waardevermindering van het huis) gaat betalen.

7

3

Groenlinks stemmers Indiener vraagt zich af of zij (de groenlinksstemmers) dit plan ook willen als het hun (eigen) achtertuin betreft?

Indiener 8 Nr. Punt

Inhoud

geluidsnormen opgenomen voor twee referentiepunten, deze representeren de nieuwbouw in Klein Rijnenburg en Reijerscop. Voor alle gevoelige objecten geldt dus dezelfde geluidsnorm. Het is dus niet juist dat er gemeten wordt met twee maten. Van planschade kan sprake zijn als een woning in waarde daalt door een planologische maatregel (zoals een nieuw bestemmingsplan). In het geval van planschade, kan het zo zijn dat indiener recht heeft op een tegemoetkoming van de schade. Indiener kan een eventuele tegemoetkoming aanvragen via de website van de gemeente Utrecht (zie www.utrecht.nl/planschade). De aanvraag (dit is dus een aparte procedure) neemt de gemeente vervolgens in behandeling op basis van de Planschadeverordening 2009. De gemeente heeft met de initiatiefnemer afgesproken dat de gemeente de eventuele planschade (tegemoetkoming) uitbetaald, maar dat de initiatiefnemer dit bedrag aan de gemeente (terug)betaald. Het staat de initiatiefnemer vrij om met degene die een aanvraag voor planschade heeft ingediend te onderhandelen over een minnelijke regeling. Wanneer degene met de initiatiefnemer tot een overeenstemming komt, dan betaalt de initiatiefnemer rechtstreeks. De gemeente wordt hier vervolgens door de initiatiefnemer over geïnformeerd. Er is dan geen mogelijkheid meer om ook op grond van de Planschadeverordening planschade uit te laten betalen.

Overigens kunnen omwonenden financieel participeren bij het windplan en kunnen zij gebruik maken van het nog op te zetten en verder uit te werken omgevingsfonds. Voor de invulling van het omgevingsfonds wordt aangesloten bij de lokale behoeften. Het mogelijk maken van windturbines kent voor- en tegenstanders, waarbij ook het zogenaamde NIMBY (Not In My Backyard) effect een rol speelt. Het besluit over het bestemmingsplan wordt genomen door een democratisch gekozen gemeenteraad. De gemeenteraad heeft in 2020 het besluit genomen om de zoekgebieden vast te stellen van het energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. Op 9 maart 2023 heeft de gemeenteraad met de Oplegger RSU2040 besloten over een permanent energielandschap in het noorden van Rijnenburg. Beoordeling

54

8

1

Handhavingsnorm en tonaal geluid Indiener vindt het opnemen van een voorschrift in de omgevingsvergunning van een norm voor equivalent geluidsniveau over 1 minuut (LAeq1min), waar ten alle tijden aan voldaan moet worden, ongeacht de windsnelheid een goede methode. Indiener mist in de stukken alleen de waarborging dat het windturbinegeluid niet een tonaal karakter mag hebben. Ook mist indiener het tonale karakter in de beoordeling van de lokale norm van windturbinegeluid. Van belang is dat bij de handhaving (LAeq1min) de tonaliteitstoeslag van 5 dB van toepassing is. Voor elk type windturbine wordt op basis van de IEC 61400-11 het bronvermogen vastgesteld. Hierin is tevens de beoordeling van het eventuele tonale karakter opgenomen. Bij de aanbesteding van de turbines kan de fabrikant deze gegevens al overleggen. Zo kan worden voorkomen dat er vanaf de start sprake is van een klachtensituatie die met eventuele noise-modes moet worden opgelost.

Het geluid van windmolens heeft in principe geen tonaal karakter. Indien wel dan is er sprake van achterstallig onderhoud. Er is een controlevoorschrift 3.4.1 in de omgevingsvergunning opgenomen. Het 1-minuutgemiddelde geluidsniveau (Leq,1min), ter plaatse van de op onderstaande kaart weergegeven “geluid-handhavingslijn" bedraagt niet meer dan 42 dB. Indien toch tonaal geluid optreedt wordt de straffactor toegepast. Het Reken- en meetvoorschrift kent - bewust- geen straffactor voor tonaal geluid. Vroeger was er wel een tonaalcorrectie maar bij het huidige reken- en meetvoorschrift is die er destijds bewust uitgelaten. Dat was ingegeven door het feit dat door voortschrijdende techniek de tandwielkast in de gondel geen tonaal geluid meer maakt. Bij de nieuwe landelijke ontwerp windturbinebepalingen staat een toezegging dat die er voor het nieuwe systeem wel komt. We voegen dat nu ook toe en doen dat met een stapsgewijze toeslag van 1-6 db naargelang de sterkte van de tonaliteit (zoals ook in de regeling voor warmtepompen staat). Hier wordt voor gekozen omdat er tegenwoordig ook andere ontstaanmechanismen zijn waardoor er toch tonaal geluid kan ontstaan.

Conclusie: Deze zienswijze leidt tot een wijziging van de ontwerp-omgevingsvergunning onder voorschrift 3.4.1. In afwijking van het Reken- en meetvoorschrift windturbines wordt het gemeten geluidsniveau als volgt gecorrigeerd als sprake is van tonaal geluid: de tonaliteit wordt bepaald volgens NEN-ISO 19962:2017, Annex J, table J.1, waarbij een tonaliteitscorrectie wordt bepaald van 0 dB naar 6 dB met stappen van 1dB. Voor de wijziging verwijzen wij daarnaast naar paragraaf 2.3.5 van het vaststellingsrapport. Indiener 9 Nr. Punt Inhoud Beoordeling 9 1 Coördinatiebesluit Paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), biedt de Indiener denkt dat de gemeente via een zogenaamd mogelijkheid tot het toepassen van de gemeentelijke coördinatiebesluit de mogelijkheid voor een fatsoenlijke coördinatieregeling, waarmee (ontwerp)besluiten de procedure van rechtsgang tegen de bouw van 4 mega windturbines heeft het bestemmingsplan volgen. De (ontwerp)uitvoeringsbesluiten afgesneden. Er is slechts 1 mogelijkheid voor beroep (direct via de worden dan met het bestemmingsplan voorbereid en bekendgemaakt. Raad van State).

Indiener vindt dat de gemeente Utrecht niet alleen Doordat de procedure van het bestemmingsplan wordt gevolgd, staat slecht omgaat met inspraak en participatie, zij probeert bewoners er tegen alle (mee)gecoördineerde besluiten voor het windpark alleen nu ook mogelijkheden voor inbreng van bezwaar en mogelijke beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van procesgang moeilijk te maken. State. Tegen de uitvoeringsbesluiten staat wanneer de gemeentelijke coördinatieregeling niet wordt toegepast ook beroep open bij de 55

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

9

2

Geen integraal plan Indiener vindt het bestemmingsplan over 4 windturbines en toegangswegen overhaast en onzorgvuldig omdat er nog geen concreet plan ligt over de toekomstige woningbouw (gepland in het midden en zuiden van de polder volgens scenario Klein Rijnenburg). En de vooral in het noorden geplande natuur- sport – recreatie plus waterberging is een goede integrale afstemming van de toekomstige functies nu niet mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn de toegangsweg naar turbine 3 die dwars door de geplande recreatieplas ligt en een eerder toegezegde afstandsnorm van 800 meter voor De Meern en Nieuwegein is niet te combineren met Klein Rijnenburg.

9

3

Oude onderzoeken Indiener stelt dat de gemeente zich bij haar eigen normen op onderzoeken van RIVM en TNO van 5 jaar geleden baseert. Het RIVM doet juist nu nieuw onderzoek. Het overhaast doordrukken van omstreden lokale normen is onnodig en onzorgvuldig als er al op nationaal niveau wordt gewerkt aan nieuwe normen waar wel gedegen, recent en lokaal onderzoek aan ten grondslag ligt.

rechtbank. Hier staat tegenover dat er een samenhangende, transparante en overzichtelijke besluitvorming plaatsvindt, doordat het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpuitvoeringsbesluiten tegelijk ter inzage liggen. Wij vinden deze voordelen opwegen tegen het punt wat indiener aandraagt: het overslaan van de rechtbank bij de uitvoeringsbesluiten. Volgens vaste jurisprudentie is het toepassen van de coördinatieregeling van de Wro met voldoende procedurele waarborgen omkleed en aanvaardbaar. De gemeenteraad van Utrecht heeft in juli 2020 met de Visie en Uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop de zoekgebieden aangewezen voor windmolens en zonnevelden in de polders Rijnenburg en Reijerscop. Bij het aanwijzen van deze zoekgebieden is het middengebied vrijgehouden, zodat er in de toekomst ook woningen in de polder gebouwd kunnen worden. Momenteel verkent de gemeente (in lijn met Oplegger RSU2040) de mogelijkheden om tot woningbouw volgens het scenario Klein Rijnenburg te komen waarbij het noordelijk deel van de polder Rijnenburg een permanent energielandschap wordt. Daarbij wordt rekening gehouden met het voorliggende plan voor de vier windmolens. Functies als natuur, sport, waterberging en toegangswegen kunnen gecombineerd worden met windmolens en staan de woningbouwontwikkeling niet in de weg.

Of het verenigbaar is met een recreatieplas (al dan niet roeibaan) moet onderzocht worden. De afstand van 800 meter is alleen gebruikt om het zoekgebied voor wind te bepalen. Voor de aspecten geluid, externe veiligheid en slagschaduw zijn lokale normen opgesteld die gelden voor zowel de bestaande woonkernen, de bestaande woningen in de polder als het toekomstige woongebied Klein Rijnenburg. In de meergenoemde uitspraak van de Raad van State over het Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020 met kenmerk ECLI:NL:RVS:2021:1395 wordt de mogelijkheid om zelf lokale normen op te stellen door bevoegde gezagen expliciet genoemd, mits deze goed worden gemotiveerd. Dit heeft minister van EZK dit in haar Kamerbrief (juli 2021) bevestigd, met name om in de tussenliggende periode de voortgang voor wind op land op peil te houden om de duurzame energiedoelstellingen te halen.

56

De gemeente heeft (dus) zelfstandig normen vastgesteld voor het windpark, voorzien van actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Het staat de gemeente Utrecht vrij om eigen, specifieke normen vast te stellen voor windpark Rijnenburg en Reijerscop. Voor het project is uitgebreid onderzoek verricht naar de mogelijke effecten van het project op de omgeving. Er is recent onderzoek gedaan naar de onderbouwing van de lokale normen met betrekking tot de meest actuele en best beschikbare wetenschappelijke inzichten waarover (in ieder geval voldoende) wetenschappelijke consensus bestaat. Hieruit blijkt dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor directe negatieve effecten op de gezondheid door windturbines, zoals een verhoogde bloeddruk, hartziekten of gehoorverlies. Wel blijkt dat het geluid van windturbines of weerstand tegen windturbines kan leiden tot hinder bij omwonenden. Deze hinder kan zorgen voor lange perioden van stress, wat wel kan leiden tot gezondheidseffecten. De gemeente en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) berusten zich op alle relevante bronnen betreffende geluid en hinder. Voor de onderzoeken is uitgegaan van de nieuwste gegevens als het gaat om nabijgelegen woningen en windturbinetypen.

Voor het opstellen van de lokale normen is gebruik gemaakt van het door het RIVM opgestelde Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module IV – Windturbines (oktober 2020) en de Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW) (mei 2020). Zowel het Rekenvoorschrift als de Handreiking zijn gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken. Daarnaast is het onderzoek van TNO (2008) als basis gebruikt voor het opstellen van de lokale norm voor geluid. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat de gehanteerde dosis-effectrelatie, hoewel daterend uit dit onderzoek uit 2008, in de tussentijd niet is betwist in wetenschappelijke publicaties en in 2018 opnieuw is gebruikt in een rapportage van de World Health Organization (WHO). Er zijn geen aanduidingen dat de bevindingen van deze onderzoeken niet meer van toepassing zijn. De benoemde wetenschappelijke onderzoeken zijn uitgevoerd door gerenommeerde organisaties, zoals

57

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

o.a. RIVM en TNO, (onafhankelijke) onderzoeksorganisaties op het gebied van volksgezondheid, milieu en natuur.

9

4

Geluid en andere overlast Indiener stelt dat het continue zoemen of fluitende geluid van windturbines als storend wordt ervaren, voor vooral ’s nachts wanneer het omgevingsgeluid minimaal is en van de windturbines optimaal. Daarnaast zijn volgens indiener de geluidsnormen in de MER gebaseerd op gemiddelden. De gemeente negeert lokaal onderzoek, uitgevoerd door het gerenommeerde, professionele en gespecialiseerde Bureau DGMR met rapporten uit 2018 en 2019 dat naar het werkelijke geluid bij ongunstige wind heeft plaatsgevonden en waarin de mogelijke geluidhinder van de windturbines wordt bevestigd. Tevens ervaren omwonenden problemen omtrent slagschaduw, landschapsverstoring en waardedaling van onroerend goed.

In de hiervoor genoemde uitspraken van 12 april 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1433 en ECLI:NL:RVS:2023:1446) heeft de Raad van State de eigen normen en daaraan ten grondslag gelegd onderzoek nog eens expliciet goedgekeurd. Ook ten tijde van die uitspraken was het door indiener genoemde onderzoek van het Rijk gaande en was het niet nodig om op de uitkomsten van het extra onderzoek op nationaal niveau te wachten. Windturbinegeluid kan inderdaad als hinderlijk of storend ervaren worden. De voornaamste geluidsproductie van een windturbine komt van het bewegen van de wiek naar de grond en het passeren van de as. Voor een verdere toelichting zie paragraaf 4.1 van het vaststellingsrapport. In de onderzoeken van DGMR is een worst-case scenario (2019) en de hoorbaarheid van de windturbines (2018) onderzocht. De onderzoeken bekijken in hoeverre windturbinegeluid nog hoorbaar is boven het wegverkeerlawaai bij verschillende scenario’s. Hier is uitgegaan van een ongunstige wind (voor meer informatie zie zienswijze 39 onder punt 1) en representatieve windturbines. Dit onderzoek heeft inzicht gegeven in welke opstellingen resulteren in verschillende maten van hoorbaarheid. Dit heeft als input gediend bij de gemeente en de ontwikkelaars en geholpen om een gunstig voorkeursalternatief (VKA) te formuleren. Geen hoorbaarheid bij woningen in de wijken is geen expliciet doel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6042eb4f-b989-4c69-b7a8-268ac1111439