Vaststellingsrapport wijziging Chw BP Kanaleneiland, Transwijk inc. H5
Tekst van het document
soortenlijst mee te nemen in onderzoek en ontwikkelingen. Wanneer de Utrechtse soortenlijst niet wordt meegenomen in het plan of project, dan wordt dit gemotiveerd. Beschermde gebieden
Natura 2000-gebieden
In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, gebieden met een Europese
beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot 'significante effecten' op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming vergunning.
Alleen wanneer met een berekening met AERIUS Calculator wordt aangetoond dat er op voorhand
geen significante gevolgen te verwachten zijn van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is een Wnb-vergunning niet van toepassing. Als dit niet het geval is wordt in het kader van een Wnbvergunning eerst een voortoets uitgevoerd. Intern salderen is onderdeel van zo'n voortoets. Het
project kan alsnog worden vergund als er geen significante negatieve effecten zijn in Natura 2000-
gebieden of als de verslechtering van de stikstofdepositie optreedt op hectares, waarin de Kritische Depositiewaarde niet wordt overschreden.
Indien in de voortoets niet kan worden uitgesloten dat er geen significante effecten optreden is
vervolgonderzoek nodig in de vorm van een Passende Beoordeling. Dit is een uitgebreid ecologisch onderzoek. Extern salderen, mitigatie of een ADC-toets zijn altijd onderdeel van een Passende Beoordeling.
Nationaal Natuurnetwerk en Groene Contour
In de Interim Omgevingsverordening (artikel 6.1 en verder) zijn regels vastgelegd waar (afwijkingen) van bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Algemene zorgplicht
Ten slotte geldt de zorgplicht van artikel 1.11 Wet natuurbescherming: een ieder neemt voldoende zorg in acht voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Als het toch noodzakelijk is om handelingen uit te voeren, dan moet zoveel als redelijkerwijs mogelijk geprobeerd worden om negatieve effecten te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.
Daarom moet iemand die een bepaalde handeling wil verrichten zich vooraf op de hoogte stellen
van de aanwezige flora en fauna, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van
zijn handelen. De zorgplicht dient mede als vangnet voor de bescherming van soorten, waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt.
Om een juiste invulling te kunnen geven aan de zorgplicht is de Leidraad werken met beschermde
flora en fauna van de gemeente Utrecht van toepassing. Voor aanvang van de werkzaamheden moet een ecologisch werkprotocol worden opgesteld door een deskundige. Plangebied
Dit bestemmingsplan is consoliderend van aard. Dat betekent dat er geen concrete ontwikkelingen worden voorzien of mogelijk worden gemaakt.
Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Nederland of ander beschermd gebied, zoals Natura 2000-gebied, belangrijk weidevogelgebied of strategische natuurreservering (zie
25/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
figuur 4.4). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ongeveer 10 km ten noorden van het plangebied en betreft de Oostelijke Vechtplassen. Het voorliggend bestemmingsplan is
consoliderend van aard en heeft daarom geen (negatieve) gevolgen voor de beschermde
natuurgebieden en geen (negatieve) gevolgen voor eventuele aanwezige beschermde planten- en diersoorten. Conclusie
Omdat het bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt en uit gaat van het al
bestaande gebruik en de in de beheersverordening al bestaande bouwmogelijkheden, hoeft er voor dit bestemmingsplan geen ecologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het aspect
natuurbescherming vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.” Bomenparagraaf toegevoegd paragraaf 3.12
Volgens de nota Bomenbeleid Utrecht 2009 is bij ruimtelijke plannen een bomenparagraaf noodzakelijk. Deze paragraaf ontbrak echter. Hoewel er in het bestemmingplan geen
mogelijkheden ontstaan waarvoor bomen geveld zouden moeten worden, is het opnemen van de bomenparagraaf onverminderd belangrijk. De nieuwe tekst luidt: “3.12
Kader
Bomen
Volgens de nota 'Bomenbeleid Utrecht 2009' is bij ruimtelijke plannen een 'bomenparagraaf'
noodzakelijk. Hierin moet een uitspraak worden gedaan over de wijze waarop rekening is gehouden met het belang van de bomen. Plangebied
Dit bestemmingsplan is consoliderend van aard. Dat betekent dat de bestaande bouw- en
gebruiksmogelijkheden worden behouden, maar dat er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk
worden gemaakt. In het verlengde hiervan worden er aldus ook geen grote ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarvoor eventueel bomen gekapt moeten worden. Daarbij geldt dat in artikel 39 van dit bestemmingsplan regels over het vellen van houtopstanden (bomen) zijn opgenomen. Conclusie
Dit bestemmingsplan is consoliderend van aard en brengt geen ontwikkelingen met zich mee waarvoor bomen gekapt moeten worden.”
Actualisatie en verbetering Externe Veiligheid
In de toelichting is bij onderdeel 3.5.4 Externe veiligheid de tekst verbeterd en geactualiseerd. De nieuwe tekst luidt:
Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:
bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.
In de wetgeving staan twee zaken centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij
zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een
inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een
verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden.
26
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
Onderzoek
Als gevolg van het plan veranderd de externe veiligheidssituatie niet. Hieronder wordt de externe veiligheidssituatie van het plangebied beschreven:
Volgens de risicokaart liggen er binnen het plangebied en in de directe omgeving verschillende
risicobronnen (zie figuur 3.2). Er is sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen over spoortraject Breukelen – Betuweroute Meteren, de A2 en de A12, tevens zijn de Ravensveldseweg en enkele
afslagen van de A12 aangewezen als regionale transportroute voor gevaarlijke stoffen. Langs de
A12 loopt ook het tracé van een DPO buisleiding voor het transport van kerosine. Daarnaast wordt over het spoortraject Breukelen – Betuweroute Meteren gevaarlijke stoffen vervoerd. Het
Amsterdam-Rijnkanaal maakt onderdeel van de binnenvaartroute Corridor Amsterdam-Rijn
waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Ook zijn er verschillende risicovolle inrichtingen in en om het plangebied. In het plangebied ligt Medicort Sportmedisch centrum, net buiten het
plangebied liggen het BP Tankstation Beneluxlaan (LPG), Q8 Tankstation Europalaan, Nuon Power Generation Kanaleneiland.
Figuur 3.2 uitsnede risicokaart.nl Risicovolle inrichtingen
Het Medicort Sportmedisch centrum is geen BEVI inrichting en vanuit het oogpunt van externe
veiligheid niet relevant voor het plan. Wel dient het bedrijf te voldoen aan het activiteiten besluit. Hiermee is de veiligheidssituatie geborgd en in het plangebied aanvaardbaar.
BP Tankstation Beneluxlaan (LPG) en Q8 Tankstation Europalaan liggen. Binnen de PR 10-6 contour van de tankstations liggen in het plangebied geen (beperkt) kwetsbare objecten. In de huidige
situatie ligt het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde. Met het plan worden geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. De hoogte van het groepsrisico blijft dan ook gelijk. De tankstations vormen dan ook geen belemmering voor het plan.
Nuon Power Generation Kanaleneiland is geen BEVI inrichting. Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contouren van de Nuon Power Generation Kanaleneiland op basis van de risicokaart. Het plan is
consoliderend van aard en er worden geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. De hoogte van het groepsrisico blijft dan ook gelijk. Op het aspect externe veiligheid zijn er dan
ook geen wijzigingen. De Nuon Power Generation Kanaleneiland vormt geen belemmering voor het plan.
Vervoer gevaarlijke stoffen
27/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Spoortraject Breukelen – Betuweroute Meteren
Het spoortraject Breukelen - Betuweroute Meteren loopt deels door het oostelijk deel van het
plangebied. De PR 10-6 contour is 0 meter. Binnen deze contour zijn binnen het plangebied geen (beperkt) objecten aanwezig, . Het groepsrisico ligt op basis van de QRA Kruisvaartkade (Royal HaskoningDHV, 2017) ruim onder de oriëntatiewaarde. Gezien met het plan de externe veiligheidssituatie niet veranderd blijft het groepsrisico gelijk. A2
Ten westen van het plangebied ligt de A2 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De PR 10-6 contour van is 0 meter waar het plangebied buiten valt. Op basis van de beschouwing externe
veiligheid voor het bestemmingsplan Papendorp-Noord (Anteagroup, 2022) ligt het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde. A12
Ten zuiden ligt de A12 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De PR 10-6 contour is 25 meter. Binnen deze contour zijn binnen het plangebied geen (beperkt) kwetsbare objecten
aanwezig, ook worden met het plan geen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt binnen de PR 10-6 contour. Op basis van het onderzoek externe veiligheid A12 Holland Casino Utrecht (Aviv,
2016) is met de komst van het casino het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde komen te liggen. van 0,89 naar 1,65 keer de oriëntatiewaarde. Het dichtstbijzijnde planologisch mogelijke (beperkt) kwetsbare object binnen het plan ligt op circa 300 meter vanaf de rand van de transportroute.
Gezien de ligging verder dan 200 meter gelden in principe geen beperkingen aan het ruimtegebruik en volstaat een beknopte verantwoording groepsrisico. Binnenvaartroute Corridor Amsterdam-Rijn
Aan de westrand van het plangebied ligt het Amsterdam-Rijnkanaal dat onderdeel is van de
binnenvaartroute Corridor Amsterdam-Rijn waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De
transportroute heeft een PR 10-6 contour van 0 meter waarbinnen geen (kwetsbare) objecten
aanwezig zijn. Het groepsrisico ligt lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde zoals aangegeven in het bestemmingsplan ' Centrum kanaleneiland, deelgebied 4 en 5' (2016). Buisleidingen
Ten zuiden van de A12 ligt een DPO buisleiding (8 inch, 80 bar voor transport van K2 en K3). De buisleiding heeft een PR 10-6 contour van 0 meter waar het plangebied buiten valt. Het
invloedsgebied is 31 meter waar het plangebied buiten valt. De buisleiding is niet relevant voor het plangebied. Algemeen
Het voorliggend bestemmingsplan is consoliderend van aard en heeft daarom geen gevolgen voor het PR of (de hoogte van) het GR. Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied (1%
letaliteitscontour) van alle hiervoor genoemde transportroutes en inrichtingen is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Verantwoording groepsrisico
De onderstaande beknopte verantwoording van het groepsrisico zal op basis van het advies van de veiligheidsregio nader worden uitgewerkt. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid
28
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of
wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De
bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer
moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een
incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Kanaleneiland is een 'echt' eiland dat wordt omringd
door water. In geval van een calamiteit kan gebruik gemaakt worden van een van de vele bruggen die Kanaleneiland verbinden met andere delen van Utrecht. Door de goede spreiding van deze bruggen (van noord naar zuid) is het mogelijk om het plangebied op allerlei punten zowel in oostelijke als westelijke richting te ontvluchten, waardoor altijd van de bron af kan worden
gevlucht. Kanaleneiland heeft een gedegen wegennetwerk. De belangrijkste hoofdwegen zijn de Beneluxlaan en Europalaan/Overste den Oudenlaan, Dominee M.L. Kinglaan/Weg der Verenigde Naties, Bevrijdingslaan/Kon. Wilhelminalaan. De straten binnen het netwerk van hoofdwegen
bevatten een overzichtelijke gridstructuur met weinig tot geen eenrichtingsverkeer of doodlopende straten. Een mogelijke brand of calamiteit kan via meerdere aanvalswegen geblust worden. Het
wegennetwerk biedt daarnaast vluchtmogelijkheden in vier richtingen waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Zelfredzaamheid
Het plangebied bestaat uit een stedelijk gebied met voornamelijk woningen. . De aanwezige
personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen en ouderen worden wel
beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden.
Het voor het groepsrisico maatgevende scenario is een zogenoemde BLEVE. De effecten van een
koude en warme BLEVE zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking. Het slachtofferbeeld wordt voornamelijk bepaald door de hittestraling en niet door de overdruk. Gebouwen kunnen
bescherming bieden tegen de hittestraling, maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief
verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Om dekking te zoeken is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief. Wanneer gebouwen ontbranden of instorten is het
handelingsperspectief ontruimen en vluchten. Wanneer gebouwen wel bestand zijn tegen de hittestraling, dienen personen binnen te blijven.
Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan
ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in dit scenario is
alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van
(mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van
een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door
een totaalpakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Conclusie
29/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor vaststelling van dit plan. Het
plangebied ligt binnen het invloedsgebied van verschillende inrichtingen en transportroutes voor
gevaarlijke stoffen. Vanwege de consoliderende aard van het bestemmingsplan zal het groepsrisico niet toenemen. Uit de verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Actualisatie en verbetering Klimaatadaptatie
Voor paragraaf 3.4 van de toelichting is de toelichtende tekst verbeterd en geactualiseerd. De nieuwe tekst luidt:
“De gemeenteraad heeft in februari 2022 de 'Visie Water en Riolering' en de Visie vastgesteld.
De Visie Klimaatadaptatie geeft aan wat nodig is om Utrecht voor te bereiden op de gevolgen van
klimaatverandering. Utrecht zal in de toekomst steeds vaker te maken krijgen met de gevolgen van het veranderende klimaat en is gevoelig voor het vaker voorkomen van extreme regenbuien,
wateroverlast en langere perioden van hitte en droogte. Het is dan ook van belang om hier bij
nieuwe bouwontwikkelingen rekening mee te houden en de bebouwde omgeving zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat.
De visie klimaatadaptatie sluit aan op de visie Water en Riolering, omdat de verwerking en het
beheer van hemel-, riool-, oppervlakte- en grondwater een belangrijke bijdrage levert aan het geschikt maken van Utrecht tegen de veranderende omstandigheden. Door de toenemende
hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Daarom wordt geappelleerd aan een duurzame manier van bouwen waar klimaatadaptie een onderdeel van is.
Water en droogte zijn onderdelen uit de Visie Klimaatadaptatie, voor deze aspecten wordt verwezen naar de hoofdstukken die gaan over het aspect water Hitte
Hittestress wordt vooral bepaald door de gevoelstemperatuur. Dit is, naast luchttemperatuur,
gebaseerd op factoren zoals luchtvochtigheid, de aanwezigheid van wind en de straling van de zon en omliggende gebouwen.
In steden is het, door de aanwezigheid van verharding en gebouwen, extra warm. Hier kan het
ongeveer 7 tot 10 graden warmer aanvoelen dan het landelijke gebied. Dit noemen we het 'hitte eiland effect': steden nemen overdag meer warmte op en stoten deze 's nachts langzaam af,
waardoor het vooral 's nachts warm blijft in de stad. Voor Utrecht streven we naar een stad waarin het hitte-eiland effect beperkt is tot een verschil in gevoelstemperatuur van maximaal 5 graden Celsius ten opzichte van het buitengebied (referentie KNMI de Bilt).
De Gemeente Utrecht heeft in de klimaatadaptatievisie de volgende uitgangspunten opgesteld om hittestress te verminderen:
Op de belangrijkste looproutes moet er op het heetst van de dag 40% schaduw aanwezig zijn en in overige loopgebieden is er op het heetst van de dag 30% schaduw. De minimale afstand tot een koelteplek is 200 meter; Er is minimaal 40 % groen per wijk. Onderzoek en conclusie
Naar verwachting zullen in het plangebied geen of anders slechts kleine bouwontwikkelingen
plaatsvinden. Er zijn ook geen andere ontwikkelingen te verwachten. Dit bestemmingsplan stelt het behoud van de al aanwezige gebouwen voorop en bevat verder geen bijzondere regels over duurzaamheid.
Het bestemmingsplan staat het plaatsen van zonnepanelen toe.
30
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
Het bestemmingsplan heeft geen regeling die zonnepanelen beschermt tegen het bouwen van
bijvoorbeeld dakopbouwen die panelen in de schaduw zetten. Dat zou namelijk betekenen dat
iemand met het plaatsen van panelen zijn buren de mogelijkheid tot het vergroten van hun woning zou kunnen ontnemen.
Er zijn geen klimaateffecten die met de regels van dit bestemmingsplan opgelost moeten worden.” Wijziging conclusie Archeologie
In de toelichting is bij het onderdeel 3.5.8 Archeologie is de conclusie gewijzigd van: Conclusie
Binnen het plangebied zijn geen archeologische Rijksmonumenten aanwezig. In het plangebied
komen verschillende categorieën uit de archeologische waardenkaart voor, namelijk [benoemen]. . Als in het plangebied verstoringen plaatsvinden, wordt bij de plantoetsing en besluitvorming de hoogste waarde gehanteerd. Als de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied de
vrijstellingsgrenzen overschrijdt (oppervlakte en diepte) is deze vergunningsplichtig. Aan de vergunning zullen voorwaarden worden verbonden ten aanzien van de bescherming van de archeologische waarden die in het plangebied aanwezig zijn. Naar: Conclusie
Binnen het plangebied zijn geen archeologische Rijksmonumenten aanwezig. In het plangebied
komen verschillende categorieën uit de archeologische waardenkaart voor, namelijk gebied van hoge archeologische waarde en gebied van archeologische verwachting. Als in het plangebied verstoringen plaatsvinden, wordt bij de plantoetsing en besluitvorming de hoogste waarde
gehanteerd. Als de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied de vrijstellingsgrenzen overschrijdt (oppervlakte en diepte) is deze vergunningsplichtig. Aan de vergunning zullen
voorwaarden worden verbonden ten aanzien van de bescherming van de archeologische waarden die in het plangebied aanwezig zijn.
3.8
3.8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid is gewijzigd van:
Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening
Het bestemmingsplan wordt in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke
ordening toegezonden aan de overlegpartners. De ingekomen reacties worden verwerkt in het definitieve ontwerp. Naar: 3.8.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening
Het concept van dit bestemmingsplan is aan enkele instanties toegezonden voor reactie als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. In deze paragraaf zijn de reacties en de beantwoording beknopt weergegeven.
ProRail heeft aangegeven dat de verwijzingen van de regels uit paragraaf 2.2 tot en met 2.4 niet
overeenkomen met de regels. Dit is aangepast. Verder gaf Prorail aan dat op twee locaties op de verbeelding de bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoer’ is opgenomen. Deze locaties hebben
betrekking op de spoorlijn. ProRail heeft daarom verzocht om de bestemming “Verkeer – Openbaar vervoer” te wijzigen in de bestemming “Verkeer – Railverkeer”. Dit is aangepast. Verder heeft de
31/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Veiligheidsregio Utrecht een viertal opmerkingen aangedragen. Deze opmerkingen gingen over het aanvullen en uitbreiden van de paragraaf over externe veiligheid. Naar aanleiding van de opmerkingen is deze paragraaf uitgebreid.
Structuurwijziging in hoofdstuk 3 van de toelichting
Voor de raadpleegbaarheid van het bestemmingsplan en de toelichting daarop is een
structuurwijziging in hoofdstuk 3 aangebracht. Hierdoor is de paragraaf nummering verschoven vanaf paragraaf 3.4. Deze wijziging wijzigt verder niks inhoudelijks aan het bestemmingsplan.
32
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
3.3 Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen In hoofdstuk 4 zijn de zienswijzen samengevat en beantwoordt. Enkele zienswijzen leiden tot aanpassingen in het plan. Hieronder is daarvan een kort overzicht opgenomen. Verwijzingen in hoofdstuk 2 van de toelichting
In hoofdstuk 2 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan waren een aantal onjuiste verwijzingen opgenomen, deze worden aangepast, zodat de verwijzingen kloppen. Andere functie voor de spoorlijnen
De functie voor de gronden van ProRail wordt gewijzigd van Verkeer – Openbaar vervoer naar Verkeer – Railverkeer.
Regeling voor oevergebruik bij woonboten
In het ontwerpbestemmingsplan was geen regeling opgenomen voor het oevergebruik bij legale
woonboten. Ter verbetering van het plan wordt voor het gebruik van gronden met de functie Groen
als tuin/ erf bij woonboten een regeling opgenomen in de functie Groen. De regels en de toelichting worden hiervoor aangepast.
Definitie functie kantoor toevoegen
In het ontwerpbestemmingsplan was geen definitie opgenomen van de functie kantoor. Ter verbetering van het plan wordt deze definitie aan de regels van het plan toegevoegd. Verduidelijking van artikel 8 functie kantoor (voorheen artikel 9)
Artikel 9.2 wordt verduidelijkt zodat er geen onduidelijkheid bestaat over de toegestane aantallen
vierkante meters kantoor. De zinssnede ‘in 6 bouwlagen’ in de eerste zin van artikel 8.2 onder 3 en 6 wordt verwijderd om zo onduidelijkheid weg te halen. Verbetering van artikel 7 over de functie Horeca
In artikel 7 van het ontwerpbestemmingsplan stond een aantal verkeerde verwijzingen, deze zijn aangepast en verbeterd.
Verduidelijking van artikel 26.4 onder 2
In het nieuwe artikel 26.4 wordt een verwijzing verduidelijkt. Aanpassing aanduiding op de verbeelding en in de regels voor ‘De Pomp’ Croeselaan 122
De op de verbeelding opgenomen functieaanduiding ter plaatse van ‘De Pomp’ aan de Croeselaan 122 wordt aangepast naar ‘specifieke vorm van horeca – categorie D1’ waarmee het huidige
horecagebruik in combinatie met maatschappelijke buurtfuncties voortgezet kan worden. Ook
wordt hier het aanduidingsvlak waarbinnen gebouwd mag worden vergroot en afgestemd op de omvang van de bestaande bebouwing op dit perceel.
Extra aanduiding voor het gebruiken van een bestaande maatschappelijke pand als kantoor:
Voor de locatie Europalaan 93 wordt op de verbeelding een aanduiding opgenomen waardoor ook het gebruik als kantoor van het bestaande pand op deze locatie wordt toegestaan.
33/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
4. Beoordeling van de zienswijzen Indiener 1 – Prorail Nr.
Punt
1
1
Inhoud
Beoordeling
Toelichting
De genoemde verwijzingen in de toelichting naar de diverse regels komen
In de toelichting wordt in paragraaf 2.2 “Functies”, paragraaf 2.3 “Bouwen en slopen” en paragraaf 2.4 “Gebouwen en locatie gebruiken” verwezen naar artikelen uit de Regels. De verwijzingen komen niet overeen met
artikelen zoals opgenomen in de Regels. ProRail verzoekt deze met elkaar in overeenstemming te brengen
inderdaad niet allen overeen met de artikelen in de regels. De nummering in
de toelichting wordt hierop aangepast, zodat de verwijzingen in de toelichting wel kloppen. Conclusie
Diverse wijzigingen in de toelichting in paragraaf 2.2, 2.3 en 2.4 worden
gedaan waardoor deze verwijzingen naar de regels van het plan wel kloppen. Dit zijn geen inhoudelijke wijzigingen. 1
2
Verbeelding
De genoemde locaties hebben inderdaad betrekking op de spoorlijn. Dit is
vervoer (artikel 14) opgenomen. Deze locaties hebben betrekking op de
bestemming is opgenomen op de verbeelding.
Op twee locaties op de verbeelding is de bestemming Verkeer – Openbaar spoorlijn. ProRail verzoekt daarom de bestemming “Verkeer – Openbaar vervoer” te wijzigen in de bestemming “Verkeer -– Railverkeer”.
niet goed weergegeven op de verbeelding waarop de verkeerde functie/
De bestemming op deze twee locaties wordt gewijzigd van ‘Verkeer – Openbaar’ vervoer naar de bestemming ‘Verkeer – Railverkeer’. De verbeelding van het plan wordt hierop aangepast.
1
3
Voorbehoud aanvullen zienswijze
Deze opmerking nemen wij voor kennisgeving aan.
behoudt zich het recht voor in de verdere procedure aanvullende c.q.
Conclusie
ProRail neemt aan hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en nieuwe zienswijzen kenbaar te maken
De verbeelding wordt aangepast op verzoek van indiener waardoor de twee aangegeven locaties de passende functie Verkeer – Railverkeer krijgen.
De door indiener aangegeven onjuiste verwijzingen in de toelichting worden aangepast in de paragrafen 2.2, 2.3 en 2.4.
34
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
Indiener 2 Nr.
Punt
2
1
Inhoud
Beoordeling
Bestemming groen i.p.v. tuin
Op 10 december 2023 is van een aantal bewoners van woonboten gelegen
schuren, vlonders, verharding en nutsvoorzieningen nu als groen bestemd
ontvangen ter aanvulling op de eerder ingediende zienswijze. Deze email is
Het verbaast indieners dat hun tuinen en de daarbij horende vergunde
worden, zonder enige functieaanduiding die gebruik als tuin rechtvaardigt. Daarom stellen indieners voor om volgens de huidige situatie tussen het wandelpad en de watergang, aansluitend op de functieaanduiding
woonschepenligplaats (bestemmingsplan Actualisering diverse gebieden) de tuinen bij de woonschepen een aanduiding te geven die de huidige situatie recht doet.
aan het Merwedeplantsoen een e-mail gericht aan de commissieleden ook betrokken bij de onderstaande beantwoording van de zienswijze. De constatering van indiener klopt dat er een groenbestemming is
opgenomen ter plaatse van de oever bij de betreffende woonboten gelegen aan het Merwedeplantsoen. Dit bestemmingsplan is een beleidsarme omzetting van de regels die gelden op basis van de nu geldende
beheersverordening. Dat wil zeggen dat we, naast uniformiteit in de regels, zo min mogelijk aanpassingen willen doorvoeren in de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden. Voor woonboten geldt in Utrecht ook de havenverordening en het gemeentelijk woonbotenbeleid.
De gronden van de oever naast de 7 aanwezige en legale woonboten aan het
Merwedeplantsoen zijn meerdere jaren in gebruik als tuin. Op deze oever zijn de afgelopen jaren diverse schuren, vlonders, verhardingen en schuttingen gerealiseerd.
Er zijn geen gemeentelijke vergunningen gevonden in het gemeentelijke
bouwarchief voor de realisatie van deze schuren, vlonders en schuttingen. De 7 woonboten aan het Merwedeplantsoen hebben allen een
ligplaatsvergunning. De betreffende oevergronden zijn eigendom van
Rijkswaterstaat. Er zijn geen overeenkomsten gesloten tussen de eigenaar van de gronden (Rijkswaterstaat) en de huidige bewoners van de woonboten en daarmee de gebruikers van deze gronden aan de oever over het gebruiken van deze gronden.
In het bestemmingsplan Dichterswijk/ Croeselaan uit 1990 is voor deze
oevergronden bij de 7 woonboten gelegen aan het Merwedeplantsoen een
35/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
specifieke bestemming opgenomen (Oever – Erf), waarmee de oevergronden mogen worden gebruikt als tuin en ook zijn binnen bepaalde voorwaarden bijbehorende bouwwerken toegestaan.
De inhoud van deze regeling uit bestemmingsplan Dichterswijk/ Croeselaan voor het gebruik en het bebouwen van deze gronden op de oever bij de 7
legale woonboten wordt opgenomen in artikel 6 van de regels bij de functie
Groen. Hiermee is het gebruiken van de oever bij deze 7 woonboten aan het Merwedeplantsoen expliciet toegestaan via de regels van het
bestemmingsplan. De bestaande gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden zijn 1 op 1 overgenomen in de nieuwe regeling.
Artikel 6.1 Doel van de functie wordt vervangen. Het nieuwe artikel is hieronder opgenomen.
Locaties met de functie Groen zijn bedoeld voor groen met de daarbij
behorende voorzieningen, vergroting van de leefbaarheid en een gezond leefklimaat, water, speel- en verblijfsplekken en bestaande tuinen ten
behoeve van woonboten, uitsluitend grenzend aan een legale ligplaats van
woonboten. Locaties met de functie Groen zijn ook bedoeld voor groen dat een gezond leefklimaat voor flora en fauna vergroot, de biodiversiteit stimuleert en voedsel en schuilgelegenheid biedt aan dieren.
Ook wordt in de regels een regeling opgenomen voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken.
Aan artikel 6 Groen wordt het onderstaande lid toegevoegd voor het bouwen van bouwwerken bij woonboten. 6.4
36
Bouwen is toegestaan, bijbehorende bouwwerken bij woonboten
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
Het is toegestaan om vrijstaande bijbehorende bouwwerken op de bij een
woonboot behorende gronden te bouwen, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. 2. 3. 4.
per woonboot is één vrijstaand bijbehorend bouwwerk toegestaan;
de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk behorende bij een woonboot bedraagt maximaal 2,2 meter;
de oppervlakte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk behorende bij een woonboot bedraagt maximaal 6 m2;
de te bouwen gronden mogen niet breder zijn dan de lengte van de
woonboot: een vrijstaand bijbehorend bouwwerk moet voor de woonboot worden geplaatst, zodat een doorkijk naar het water blijft bestaan.
In de toelichting is in paragraaf 2.2.2 bij de functie Groen de onderstaande tekst toegevoegd ter verduidelijking van het plan en de hierin opgenomen regeling voor het gebruik van de oevergronden als tuin bij woonboten.
Bestaande tuinen gesitueerd op de oever bij woonboten met een legale ligplaats zijn toegestaan. Ook zijn de bestaande bijbehorende legale
bouwwerken in deze tuinen bij de woonboten toegestaan. In het artikel Groen is een aanvullende bouwregeling opgenomen voor het bouwen van
bijbehorende bouwwerken bij een woonboot. Bij elke woonboot is 1
vrijstaande bijbehorend bouwwerk van maximaal 6 m2 en met een maximale
bouwhoogte van 2,20 meter toegestaan. Deze regeling is opgenomen voor de tuinen bij 7 legale woonboten gelegen aan het Merwedeplantsoen. Conclusie
Deze zienswijze heeft een aanpassing van de regels en van de toelichting van het bestemmingsplan tot gevolg. Hiermee wordt het gebruik van de door indiener genoemde gronden op de oever bij de woonboten als tuin
toegestaan. Ook wordt de bouw van bijbehorende bouwwerken binnen
bepaalde voorwaarden toegestaan. De verbeelding wordt niet aangepast.
37/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Indiener 3 Nr.
Punt
3
1
Inhoud
Beoordeling
Bestemming openbaar groen i.p.v. tuinen
Zie het antwoord bij 2.1
In het plan worden de tuinen bij de woonarken bestempeld als openbaar groen. Indieners stellen voor om volgens de huidige situatie tussen het wandelpad en de watergang, aansluitend op de functieaanduiding
woonschepenligplaats (bestemmingsplan Actualisering diverse gebieden) de tuinen bij de woonschepen een aanduiding te geven die de huidige situatie recht doet.
Indiener 4 – ZIRM advocaten namens Novaxia Nr.
Punt
4
1
Inhoud Anticiperen op een gemengde bestemming Dat het ontwerpbestemmingsplan, mede gelet op het doel dat de
gemeente(raad) zichzelf heeft gesteld, voornamelijk conserverend van aard is. Het is juist dat het ontwerpbestemmingsplan voor het adres
Daalsesingel 1-9 de bouw- en gebruiksmogelijkheden respecteert. Echter, nu er geen actualiseringsplicht meer geldt voor bestemmingsplannen en
een omgevingsplan onder de Omgevingswet geen planperiode meer kent, ligt het in de rede om juist voor dit gebied verder te kijken naar wat in de
(nabije) toekomst op deze locatie wenselijk is. Indiener denkt namelijk dat het gebied, waar de Daalsesingel 1-9 onderdeel van uitmaakt, juist gelet op de centrale ligging (bij het station en in het centrum) zeer geschikt is
om (op termijn) te verkleuren, naar een gemengde bestemming van in elk geval wonen en werken (waarbij eventueel ook gedacht kan worden aan life science) met de daarbij behorende functies. Ook functies zoals een
Beoordeling Dit bestemmingsplan is een beleidsarme omzetting van de regels die gelden op basis van de nu geldende beheersverordening. Dat wil zeggen dat we, naast uniformiteit in de regels, zo min mogelijk aanpassingen willen doorvoeren in de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden.
Volgens het ontwerpbestemmingsplan rust er op het gebouw de functie/
bestemming ‘kantoor’. Indiener wil graag een gemengde bestemming voor
deze locatie. Om de bovenstaande motivatie van een beleidsarme omzetting
van de bestaande regeling zoals die is opgenomen in de beheersverordening is er voor deze locatie een kantoor bestemming opgenomen. Het opnemen van een gemengde functie/ bestemming is niet in lijn met het beleidsarm
omzetten van de bestaande regeling. Daarom kan niet voldaan worden aan het verzoek van indiener.
De door indiener genoemde locaties en panden zijn allen niet goed
vergelijkbaar met de locatie van indiener. Er is dan ook geen sprake van
38
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
hotel liggen in dit geval in de rede. Een gemengde bestemming zou in dit
rechtsongelijkheid. Het vertrekpunt van dit bestemmingsplan is een
de gronden rondom het kantoorgebouw (het gaat om de bestemming
met het uniformeren van de regels in voorbereiding op de inwerkingtreding
geval ook passend zijn, gelet op de bestemmingen die zijn toegekend aan “gemengd” op grond van het bestemmingsplan “Smakkelaarsveld, de
herziening en het bestemmingsplan ‘actualisering diverse gebieden 2021”,
beleidsarme omzetting van bestaande planologische rechten in combinatie van de Omgevingswet.
de bestemming “Centrum” op grond van het bestemmingsplan “Nieuw
De gemeente Utrecht staat, ook in dit gebied, open voor initiatieven van
ontwerpbestemmingsplan Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Tuinwijk,
bijbehorende planologische mogelijkheden. Deze planherziening gaat deze
Hoog Catharijne” en de bestemming Wonen ingevolge het Vogelenbuurt, Grifpark”).
Indiener staat positief tegenover een dergelijke verkleuring. Novaxia
verzoekt daarom om hierop alvast te anticiperen en het gebruik – voor
onder andere het perceel – te verruimen naar o.a. wonen, werken (kantoor en life science) en hotel (waarbij het aantal woningen c.q. het aantal bvo ten behoeve van hotel kan worden gemaximeerd).
Novaxia begrijpt dat rondom het gebouw al initiatieven aan de gemeente kenbaar zijn gemaakt, om hier woningen mogelijk te maken. Het zou
daarom goed zijn als deze verkleuring en verruiming van de bestemming al bij de vaststelling van dit bestemmingsplan zou worden verwerkt.
eigenaren voor verkleuring van het gebied met andere functies en
mogelijkheden echter niet faciliteren. Het doel van dit bestemmingsplan is al eerder beschreven en betreft voornamelijk een beleidsarme omzetting van bestaande planologische rechten, zoals die nu zijn opgenomen in de geldende beheersverordening.
De eigenaar en de gemeente Utrecht zijn inmiddels met elkaar in overleg op
welke wijze de diverse panden met deels ook andere eigenaren in dit gebied
zich in de toekomst verder kunnen ontwikkelen. De uitkomst hiervan is nog
niet bekend, maar het is goed denkbaar dat een verruiming van de bestaande bebouwings- en gebruiksmogelijkheden hierbij nader onderzocht wordt.
Mocht er een gezamenlijke visie of een plan van de eigenaar en de gemeente komen voor een herontwikkeling van een bepaald gebied, dan kan hiervoor
een afzonderlijk proces met bijbehorende planologische procedure doorlopen worden.
4
2
Verruiming bouwhoogte Uit de planverbeelding volgt dat hier maximaal zes bouwlagen zijn
toegestaan. Haar perceel is volledig bebouwd. Dit betekent dat indiener geen uitbreidingsmogelijkheden meer heeft binnen het bouwvlak. Gelet hierop zou Novaxia indiener de mogelijkheid willen hebben om in de
hoogte uit te breiden en bouwvolume toe te voegen. Novaxia denkt – mede
Indiener wenst een flinke verruiming van bouw- en gebruiksregels voor haar perceel. Deze wens is begrijpelijk, maar niet in lijn met het eerdergenoemde beleidsarme uitgangspunt voor het omzetten van de huidige
beheersverordening naar een bestemmingsplan. Om deze reden wordt niet meegewerkt aan dit verzoek van indiener. Zie ook het antwoord bij 4.1.
gelet op de omringende toegestane bouwhoogten aan een hoogte van
circa 34 meter, uitgaande van 10 bouwlagen. Nu het gebouw op een hoek ligt, lijkt dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt ook aanvaardbaar. Graag zou Novaxia zien dat deze verruiming van de bouwhoogte in het
39/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt (en dus ook meer vierkante
meter (m2) kantoor mogelijk maakt dan thans is vastgelegd in artikel 9). 4
3
Begrip kantoor Ten aanzien van de bestemming ‘kantoor’ wordt nog opgemerkt dat – in tegenstelling tot de beheersverordening – het begrip ‘kantoor’ niet is
gedefinieerd, terwijl in artikel 1.22 van de beheersverordening juist een
hele ruime definitie van kantoorruimte was opgenomen. Indiener verzoekt om het begrip ‘kantoor’ te omschrijven en daarbij de definitie net zo ruim te formuleren als in de beheersverordening is gedaan.
In de beheersverordening is het begrip kantoor inderdaad ruimer omschreven dan bij de omschrijving van de functie kantoor in het
ontwerpbestemmingsplan. Bij het Chw ontwerpbestemmingsplan
Kanaleneiland – Transwijk is geen definitie van kantoor opgenomen.
Dit bestemmingsplan is een beleidsarme omzetting van de regels die gelden op basis van de nu geldende beheersverordening. Dat wil zeggen dat we, naast uniformiteit in de regels, zo min mogelijk aanpassingen willen
doorvoeren in de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden. Om de
regeling voor kantoren te verduidelijken wordt voorgesteld om alsnog een definitie van het begrip kantoor in het bestemmingplan Kanaleneiland – Transwijk op te nemen.
De onderstaande definitie van kantoor wordt toegevoegd aan de regels. Een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor de bedrijfsmatige uitoefening van administratieve werkzaamheden en voor zakelijke
dienstverlening, alsmede seminars en congressen die ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie van een kantoorhoudende onderneming en kunnen worden beschouwd als onderdeel van de kantoorfunctie. 4
4
Onduidelijke begrippen en planregels Een aantal planregels in het ontwerp bestemmingsplan is niet duidelijk
(genoeg). Volgens het ontwerpbestemmingsplan rust op het gebouw van indiener ook de aanduiding ‘specifieke vorm van kantoor -1‘ en de
aanduiding ‘maximum aantal bouwlagen 6’. Deze aanduidingen rusten
niet alleen op het kantoorgebouw van indiener maar ook op de belendende percelen, zoals hieronder is aangegeven (rood omrand):
Voor het perceel Daalsesingel 1 – 9 is de bestaande planologische regeling in
de beheersverordening het vertrekpunt geweest voor de regeling zoals die nu is opgenomen in het (ontwerp)bestemmingsplan. Kadastrale grenzen van percelen vallen niet altijd samen met bestemmingsgrenzen of met
bouwgrenzen. Het eigendom van kadastrale percelen of gebouwen is niet
bepalend voor het bepalen van de grenzen tussen bestemmingen, functies en aanduidingen op de verbeelding. Het kan dus voorkomen dat aanduidingen
40
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
kadastraal gezien geheel of deels over meerdere percelen liggen. Dat is niet Op grond van de planregels is het op de locatie met de aanduiding
‘specifieke vorm van kantoor – 1’ toegestaan dat kantoren in maximaal 6 bouwlagen worden gebouwd tot maximaal 26.000 m2 totale vloeroppervlakte, onder de voorwaarden dat:
(a) maximaal 15.000 m2 in gebouwen van maximaal 6 bouwlagen wordt gebouwd; en
(b) het resterende aantal m2 in gebouwen van maximaal 5 bouwlagen wordt gebouwd.
ongebruikelijk en ook in dit bestemmingsplan het geval.
Oppervlaktematen in artikel 9 (artikel 8 na hernummering)
In het bestaande artikel 9 van de regels worden over de te realiseren vierkante meter oppervlaktes enkele termen door elkaar gebruikt. Dat was overigens in de geldende regeling in de beheersverordening ook zo.
Om onduidelijkheid te voorkomen is dit artikel aangepast. Bij de ambtshalve wijzigingen van de regels is deze aanpassing beschreven.
In artikel 8 lid 8.2 onder 3 wordt verduidelijkt dat de genoemde 26.000 m² oppervlakte ten behoeve van kantoren een bruto vloeroppervlakte betreft.
Niet duidelijk is hoe deze planregel moet worden uitgelegd c.q. begrepen. Is binnen deze aanduiding inderdaad maximaal 26.000 m2 totale
Van de maximale toegestane 26.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoor mag
bouwlagen? Mag dus het resterende aantal m2 niet worden gebouwd in
bouwlagen worden gerealiseerd. De zinssnede ‘in 6 bouwlagen’ in de eerste
regels lijken innerlijk tegenstrijdig. Wat wordt verder bedoeld met
halen.
bedrijfsvloeroppervlakte of bruto vloeroppervlakte – niet gedefinieerd in de
Bestaande bebouwing en planologische ruimte
oppervlakte genoemd. Hoe weet een gebouweigenaar verder of er nog
bebouwing op een perceel o.a. via het gemeentelijk bouwarchief en kan
woorden hoe kan een gebouweigenaar nagaan hoeveel van dit totale
beheersverordening of bestemmingsplan op een bepaald perceel of in een
vloeroppervlakte kantoor toegestaan, waarvan maximaal 15.000 m2 in zes
op deze locatie een deel van 15.000 m2 bruto vloeroppervlakte in maximaal 6
zes bouwlagen, ondanks de aanduiding ‘maximaal 6 bouwlagen’? Deze
zin van artikel 8.2 onder 3 wordt verwijderd om zo de onduidelijkheid weg te
vloeroppervlakte? Dit begrip is – in tegenstelling tot
planregels. Bij de 15.000 m2 staat überhaupt geen maatvoering / soort
De gemeente Utrecht heeft zicht op de hoeveelheid aan bestaande (legale)
ruimte is om te bouwen (al dan niet tot zes bouwlagen); met andere
daarmee ook bepalen hoeveel bouwmogelijkheden er nog zijn volgens een
vloeroppervlakte dat is toegestaan al is benut en hoeveel
bepaald bouwvlak of in een bestemmingsvlak.
uitbreidingsruimte er nog is? Heeft de gemeente hier zicht op?
Detailhandel en showrooms
Ook is volgens de planverbeelding bij het ontwerpbestemmingsplan aan
Voor dit perceel zijn naast de mogelijkheden voor een kantoorfunctie ook
detailhandel: 1500 m2’ en ‘maximum brutovloeroppervlakte van
showrooms. Deze mogelijkheden volgen uit de nu geldende
o.m. deze locatie de aanduidingen ‘maximum brutovloeroppervlakte van
extra mogelijkheden opgenomen voor de functies detailhandel en
showrooms: 1500 m2’, terwijl gebruik ten behoeve van showrooms en
beheersverordening.
41/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
detailhandel blijkens artikel 9.2 van de planregels niet als zodanig lijkt te zijn toegestaan. Dit behoeft aanpassing.
Indiener verzoekt de gemeenteraad om het bestemmingsplan gewijzigd
vast te stellen, waarbij het toegestane gebruik op o.m. het perceel wordt verruimd, de mogelijkheid wordt geboden om hoger te bouwen dan 6 bouwlagen (en dus meer m2 kantoor wordt toegestaan) én om de planregels van de bestemming ‘kantoor’ te verduidelijken.
In het ontwerpbestemmingsplan werd in artikel 9.3 onder b weliswaar
genoemd dat voor ‘detailhandel’ en ‘showroom’ binnen de aangegeven
aanduidingsvlakken het maximale bruto vloeroppervlakte in vierkante meters moest blijven, maar het gebruik als zodanig werd niet genoemd als activiteit die bij de functie past of daarvan in afwijking mag plaatsvinden. De mogelijkheden voor deze functies stonden in het
ontwerpbestemmingsplan abusievelijk onder het verkeerde lid van artikel 9.
Deze regels zijn nu opgenomen in het hernummerde artikel 8 lid 8.2, onder
de subleden 4 en 5. Deze mogelijkheden zijn beleidsarm overgenomen uit de Novaxia is graag bereid om het vorenstaande toe te lichten en nader met u
beheersverordening. Artikel 8 lid 8.2 subleden 4 en 5 luiden nu als volgt: -
in gesprek te treden over de gewenste uitbreiding van het toegestane gebruik en de verruiming van de toegestane bouwhoogte.
-
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor – 1' is
detailhandel met de daarbij behorende voorzieningen ook toegestaan, voor ten hoogste 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor – 1' is
showroom met de daarbij behorende voorzieningen ook toegestaan, voor ten hoogste 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte.
Om de leesbaarheid en toepasbaarheid van deze regeling te verbeteren
worden de twee genoemde functies aan artikel 8.2 van de regels toegevoegd en zijn deze bepalingen bij artikel 9.3 verwijderd.
Aan artikel 8 lid 8.2 worden sub 4 en 5 toegevoegd. 4. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor – 1' is
detailhandel met de daarbij behorende voorzieningen ook toegestaan, voor ten hoogste 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte.
5. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor – 1' is
showroom met de daarbij behorende voorzieningen ook toegestaan, voor ten hoogste 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte.
42
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
Verzoek om extra en hogere bouwmogelijkheden
Indiener verzoekt om extra en hogere bouwmogelijkheden voor de functie kantoor op te nemen voor de betreffende locatie in het bestemmingsplan. Gelet op de beleidsarme insteek van de omzetting van de regeling uit de geldende beheersverordening wordt hieraan niet tegemoetgekomen. Conclusie
Aan de regels van dit bestemmingsplan wordt een definitie van de functie kantoor toegevoegd.
De regeling voor de extra mogelijkheden binnen de functie kantoor voor showrooms en detailhandel worden onder onderdeel 8.2 van de regels
opgenomen (en bij onderdeel 8.3 verwijderd) voor een betere leesbaarheid en toepasbaarheid van deze regeling.
Het artikel 8.2 onder 3 is aangepast, zodat er geen onduidelijkheid bestaat
over de toegestane aantallen vierkante meters kantoor en op welke wijze deze gemeten worden. De zinssnede ‘in 6 bouwlagen’ in de eerste zin van artikel 8.2 onder 3 wordt verwijderd om zo de onduidelijkheid weg te halen.
Indiener 5 – Van der Feltz advocaten Nr.
Punt
5
1
Inhoud
Beoordeling
Beperkende kantoorbestemming ondanks overleg
Het nieuwe bestemmingsplan hebben we als gemeente gemaakt om ons voor
Daelse Kwint UG & Co. KG bezit het gebouw ter plaatse van het adres
Daalseplein 100 en 101 te Utrecht (hierna: het' Gebouw'). De gronden waarop dit gebouw staan (hierna: de 'Gronden') zijn onderdeel van de
gronden waarop het ontwerpplan betrekking heeft. Het Gebouw heeft
momenteel een kantoorfunctie. Beheerder van Daelse Kwint UG & Co. KG (Rubens Capital Partners) is samen met gedelegeerd ontwikkelaar Sens
Real Estate B.V. momenteel met de gemeente in gesprek over (onder meer)
te bereiden op de komst van de Omgevingswet. Die gaat in 2024 in werking treden. Door nu de beheersverordening te vervangen door een
bestemmingsplan, kunnen de regels straks beter een uniforme plek krijgen in het omgevingsplan dat voor Utrecht gaat gelden (op basis van de
Omgevingswet). De regels uit de beheersverordening hebben wij zo beleidsarm mogelijk vertaald naar de systematiek van het nieuwe
bestemmingsplan. Dat wil zeggen dat ons streven is, naast uniformiteit in de
een verruiming van de aldaar aanwezige functies. Dat de Gronden
43/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
vooruitlopend daarop nu zijn meegenomen in het ontwerpplan en daar wederom een kantoorbestemming in hebben gekregen begrijpt Daelse Kwint UG & Co. KG niet en acht zij bovendien onnodig beperkend - te
meer nu het overleg met uw gemeente over de toekomstige functies van het Gebouw alsmaar constructief is geweest en nog altijd loopt.
regels, om de concrete bouw- en gebruiksmogelijkheden zo min mogelijk te veranderen.
De lopende gesprekken tussen de gemeente en de eigenaar of ontwikkelaar van deze locatie over een eventuele verruiming van de functies worden,
ongeacht de uitkomst ervan, om bovenstaande reden niet meegenomen bij het nu voorliggende bestemmingsplan.
Mochten de gesprekken leiden tot een nieuwe gewenste invulling van deze
locatie met andere functies of andere bouwmogelijkheden, dan kan hiervoor een nieuwe afzonderlijke ruimtelijke procedure doorlopen worden. 5
2
Gronden onterecht bij plangebied betrokken Daelse Kwint UG & Co. KG kan zich hoofdzakelijk niet met het ontwerpplan verenigen omdat het beperkingen kan opleveren voor de eventuele
realisering van toekomstige plannen die zij heeft voor het Gebouw. In dat kader begrijpt zij ook niet goed waarom uw raad de Gronden bij het
plangebied van het ontwerpplan heeft betrokken. Het ontwerpplan ziet
immers op de wijken Kanaleneiland en Transwijk, Dichterswijk en Lombok Oost; de Gronden behoren niet tot die wijken. De Gronden bevinden zich verder - als enige van de gronden waarop het ontwerpplan ziet - aan de overzijde van het spoor. Het betrekken van deze gronden bij de
begrenzing van het ontwerpplan lijkt daardoor een willekeurige keuze geweest.
Gelet op de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de gemeente Utrecht van mening dat het wenselijk is om de bestaande beheersverordeningen in Utrecht om te zetten in bestemmingsplannen.
Het perceel Daalseplein 100 en 101 maakt onderdeel uit van het plangebied van de beheersverordening Lombok Oost, kantorengebied Smakkelaarsveld
eo. De gronden die nog deel uitmaken van deze beheersverordening worden ook meegenomen met de nu lopende omzetting van andere
beheersverordeningen in Utrecht. Doel hiervan is om alle regelingen in de diverse beheersverordeningen in Utrecht te vervangen door
bestemmingsplannen. De gekozen begrenzing is niet willekeurig zoals
indiener schrijft. De gekozen begrenzing is een direct gevolg van de huidige planologische regeling die nu voor deze gronden van toepassing is en de gemeentelijk keuze om de geldende beheersverordeningen in Utrecht beleidsarm om te zetten in nieuwe bestemmingsplannen.
5
3
Ongemotiveerde keus en beperkende kantoorbestemming
De gekozen plangrens is volgens de gemeente Utrecht in overeenstemming
behorende toelichting op te maken. Daelse Kwint UG & Co. KG wijst er
gevolg is van de nu geldende beheersverordening die de gemeente wil
Deze keus is in ieder geval niet uit het ontwerpplan en de daarbij
daarbij op dat de raad bij de te hanteren plangrens in overeenstemming
met een goede ruimtelijke ordening. Eerder is ook al aangegeven dat dit een vervangen door een bestemmingsplan. Zie ook het antwoord bij 5.2.
44
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
moet handelen met een goede ruimtelijke ordening. Zij ziet niet in waarom de Gronden gelet op een goede ruimtelijke ordening bij het plangebied
Het nieuwe bestemmingsplan hebben we gemaakt om ons voor te bereiden
het geval moet zijn gelet op het bereiken en in stand houden van een
nu de beheersverordening te vervangen door een bestemmingsplan, kunnen
van het ontwerpplan betrokken moeten worden. Ook ziet zij niet in dat dit veilige en gezonde leefomgeving en goede omgevingskwaliteit of het
doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke locaties, zoals bedoeld in artikel 7c,
eerste lid, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Dit nog los dus van de omstandigheid dat de reden van het betrekken van de Gronden bij het plangebied überhaupt niet in het ontwerpplan is gemotiveerd.
Dat de omstandigheid dat de Gronden bij het plangebied zijn betrokken beperkingen oplevert staat volgens Daelse Kwint UG & Co. KG overigens
vast. Op grond van het vigerend planologisch regime zijn op de Gronden bijvoorbeeld onder meer woonfuncties, sportvoorzieningen en
dienstverleningsbedrijven- en/of instellingen mogelijk. Het ontwerpplan staat alleen kantoorfuncties toe.
op de komst van de Omgevingswet. Die gaat in 2024 in werking treden. Door de regels straks beter een uniforme plek krijgen in het omgevingsplan dat
voor Utrecht gaat gelden (op basis van de Omgevingswet). De regels uit de beheersverordening hebben wij zo beleidsarm mogelijk vertaald naar de
systematiek van het nieuwe bestemmingsplan. Dat wil zeggen dat ons streven is, naast uniformiteit in de regels, om de concrete bouw- en gebruiksmogelijkheden zo min mogelijk te veranderen.
Voor dit perceel zijn de bestaande rechten uit de beheersverordening
overgenomen in het bestemmingsplan. De komende jaren zal de regeling
zoals die is opgenomen in dit bestemmingsplan worden overgezet van het tijdelijke omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan.
Volgens indiener is het nu toegestaan op basis van de beheersverordening om de betreffende gronden te gebruiken voor woonfuncties, sportvoorzieningen en dienstverleningsbedrijven- en/of instellingen. Dit is niet het geval.
Deze mogelijkheden zijn, in tegenstelling tot wat indiener schrijft, niet van toepassing op het betreffende perceel volgens de nu geldende
beheersverordening. Deze extra mogelijkheden zijn alleen van toepassing als hiervoor in de beheersverordening een extra besluitsubvlak 1 is opgenomen. Dat is voor het perceel Daalseplein 100 en 101 niet het geval. 5
4
Verzoeken: gronden buiten het plangebied of flexibel bestemmen Gelet op het voorgaande verzoekt indiener de raad primair om de gronden buiten het plangebied van het vast te stellen bestemmingsplan te laten.
Subsidiair verzoekt zij u om het ontwerpplan voor wat betreft de gronden zo te wijzigen dat zij ook daadwerkelijk recht doet aan de aard van het
Zie de antwoorden bij de onderdelen 5.1,5.2 en 5.3. Conclusie
Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
instrumentarium dat uw raad hier heeft gebruikt (te weten: een
bestemmingsplan met verbrede reikwijdte); door flexibel te bestemmen.
45/55
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Uit de toelichting behorend bij het ontwerpplan volgt wel dat de aanleiding voor dit plan is om vooruit te willen lopen op de Omgevingswet en dat dit
plan zich daarom vooral richt op vermindering van bestemmingsplanregels waarbij de wens van het gemeentebestuur is betrokken om "flexibel te bestemmen". Dit ziet indiener echter niet terug in de daadwerkelijke
planregels en verbeelding. Uw raad zou bijvoorbeeld de Gronden een
ruime, gemengde bestemming kunnen geven, waarbij de daadwerkelijke invulling zal worden verschoven naar een later stadium. Juist het
ontwerpplan biedt die mogelijkheid, nu het een bestemmingsplan met
verbrede reikwijdte betreft, en dit zou het ontwerpplan ook overigens nog meer in overeenstemming brengen met (de geest van) de Omgevingswet.
Indiener 6 – Straatman Koster advocaten Nr.
Punt
6
1
Inhoud
Beoordeling
Indiener is als eigenaar van de percelen direct naast kruisvaartkade én de
Op 12 december 2023 is van deze advocaat een e-mail gericht aan de
pomplocatie een belanghebbende bij dit ontwerpbestemmingsplan.
Indiener wijst op haar - contractuele relatie (exploitatieovereenkomst) en – wekelijkse overleggen met de gemeente inzake het ontwikkelen van woningen ter plaatse van de pomplocatie aan de Croeselaan. Het
verbaast indiener dan ook dat de gemeente haar niet in kennis heeft gesteld van het ontwerp bestemmingsplan. Indiener heeft recent
kennisgenomen van dit plan en kan zich hiermee niet (geheel) verenigen. Indiener vindt het onbegrijpelijk dat de mogelijkheid van woningen niet direct is opgenomen in het bestemmingsplan en dat indiener niet is
betrokken bij het ontwerpbestemmingsplan zodat het in overweging
genomen had kunnen worden. Dit laatste geldt te meer nu de gemeente ook een contractuele verplichting heeft om met indiener in overleg te treden over het nieuwe bestemmingsplan.
commissieleden ontvangen ter aanvulling op de eerder ingediende zienswijze. Deze email is ook betrokken bij de onderstaande beantwoording van de zienswijze.
De zienswijze van deze advocaat is buiten de termijn ontvangen, maar wordt
wel meegenomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan en daarom ook inhoudelijk beoordeeld.
Het nieuwe bestemmingsplan hebben we gemaakt om ons voor te bereiden
op de komst van de Omgevingswet. Die gaat in 2024 in werking treden. Door nu de beheersverordening te vervangen door een bestemmingsplan, kunnen de regels straks beter een uniforme plek krijgen in het omgevingsplan dat
voor Utrecht gaat gelden (op basis van de Omgevingswet). De regels uit de beheersverordening hebben wij zo beleidsarm mogelijk vertaald naar de
systematiek van het nieuwe bestemmingsplan. Dat wil zeggen dat ons streven
46
Datum Rapport
23 september 2024 Vaststellingsrapport
Gelet op al het vorenstaande verzoekt indiener uw raad om:
(a) het ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen, althans niet
eerder dan nadat in elk geval: In de planregels wordt geborgd dat ter plaatste van de Pomplocatie woningen op de verdiepingen zijn toegestaan.
(b) de bouwhoogte en de omvang van het bouwwerk ter plaatse van de Pomplocatie daartoe vergroot worden conform het plan van MRP;
(c) De functieaanduiding specifieke vorm van horeca-categorie d in de planverbeelding in lijn wordt gebracht met de planregels; en
(d) Voor de locatie aan de Da Costakade 45 concrete regels worden opgenomen opdat aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de Kruisvaartkade wordt voorkomen.
is, naast uniformiteit in de regels, om de concrete bouw- en gebruiksmogelijkheden zo min mogelijk te veranderen.
Het bij de zienswijze gevoegde concept plan heeft de gemeente, anders dan de indiener doet voorkomen, niet eerder ontvangen van de indiener danwel van de eigenaar/ ontwikkelaar. En anders dan de indiener schetst in de
zienswijze zijn er geen contractuele afspraken met de gemeente Utrecht over een woningbouwontwikkeling op de Pomplocatie.
In september 2017 is het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Kruisvaartkade vastgesteld door de gemeenteraad en het door indiener
ingediende schetsplan past niet binnen dit vastgestelde beleidskader. Voor de Pomplocatie is o.a. namelijk in dit SPvE globaal aangegeven dat hier een
groenverbinding wenselijk is en dat er nader onderzoek gewenst is naar de ontwikkeling van de pomplocatie. Ook is hierin aangegeven dat ‘voor de
pomplocatie wordt gedacht aan de functies horeca, kantoor, detailhandel
en/of maatschappelijk, dit zal later verder worden geconcretiseerd. Gezien de belangrijke ligging en de functie als entree van het park en de wijk gaat de
voorkeur uit naar een openbare functie, waar wijkbewoners elkaar ontmoeten’ Het bij de zienswijze gevoegde concept plan in de vorm van een schetsplan is niet concreet genoeg om nu in het kader van dit bestemmingsplan te kunnen beoordelen voldoet niet aan het hierboven genoemde SpvE. Voor de
gemeente is het van belang om bij een nieuw plan ook het complete bouwen gebruiksprogramma te kunnen beoordelen of er sprake is van een
wenselijk ontwikkeling. Hierbij denken wij onder andere aan een overzicht van het aantal woningen, het type woningen, de oppervlakte van de woningen, de differentiatie aan woningen in het plan, op welke wijze wordt parkeren