Vaststellingsrapport Westflank Zuid Stationsgebied 1e wijziging
Tekst van het document
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Vaststellingsrapport
Bestemmingsplan Westflank Zuid, stationsgebied 1e herziening
December 2024
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Inhoud vaststellingsrapport 1
INLEIDING ...........................................................................................................................................3 1.1 BESTEMMINGSPLAN WESTFLANK ZUID, STATIONSGEBIED 1E HERZIENING. ............................................................3 1.2 DE OPBOUW VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT ...............................................................................................3 1.3 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE ....................................................................................................................4 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen ...................................................................................4 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan ........................................................................................4 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen.........................................................................................4 1.3.4 Procedure voor de vaststelling ......................................................................................................4 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen ..............................................................................................4
2
SAMENVATTING..................................................................................................................................5 2.1 2.2
3
PROCEDUREEL ..........................................................................................................................................5 INHOUD VAN DE ZIENSWIJZEN ......................................................................................................................5
WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP ...............................................................................7 3.1 WIJZIGINGEN NAAR AANLEIDING VAN DE ZIENSWIJZEN ......................................................................................7 3.1.1 WIJZIGINGEN VAN DE JURIDISCHE REGELING NAAR AANLEIDING VAN DE ZIENSWIJZEN ER ZIJN GEEN WIJZIGINGEN VAN DE JURIDISCHE REGELING NAAR AANLEIDING VAN DE ZIENSWIJZEN. ................................................................................7 3.2 AMBTSHALVE WIJZIGINGEN .........................................................................................................................7 3.2.2 Ambtshalve wijziging van de onderbouwing ................................................................................9
4
BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ................................................................................................23
2
Datum Rapport
1
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
Inleiding
1.1 Bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening.
Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van station Utrecht Centraal. Het plangebied is begrensd door het Beatrixgebouw aan de noordkant, het spoor en de Moreelsebrug aan de oostkant, de Rabobank aan de zuidkant en de Croeselaan aan de westkant. De plangrenzen van het bestemmingsplan sluiten aan op die van recente juridisch-planologische regelingen. Dit bestemmingsplan wijzigt het huidige bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied', dat de ontwikkeling van in totaal 4 bouwvolumes van het Knoopcomplex planologisch-juridisch mogelijk maakt, te weten Knoop 1, Knoop 2a en 2b en Knoop 3. Knoop Fase 1 is gerealiseerd en in 2018 in gebruik genomen door het Rijksvastgoedbedrijf. Het doel van de wijziging van het bestemmingsplan is het planologisch-juridisch mogelijk maken
van de ontwikkeling van fase 2 en 3 rond het bestaande Rijkskantoor de Knoop (fase 1) conform het geactualiseerde Stedenbouwkundig Plan De Knoop fase 2 en 3 (november 2022) en de huidige uitgangspunten voor gezond stedelijk leven voor iedereen. Het gaat om de ontwikkeling van: • •
Kantoren 38.500 m2 BVO in Fase 2 en 14.000 m2 BVO in Fase 3.
Een stadslobby. Dit is een openbare ontmoetingsplaats voor onder meer medewerkers, bewoners en bezoekers in Fase 2
• •
Woningen: 7.000 m2 BVO in het middenhuur segment in Fase 3.
Plintfuncties met een publieksgericht karakter, minimaal 1.500 m2 BVO in Fase 2 en minimaal 1.000 m2 BVO in Fase 3.
•
Een parkeerkelder voor de auto’s en fietsen van de gebruikers van het gebouw. Deze parkeerkelder biedt ook ruimte voor uitbreiding van de Knoopstalling.
•
Het huidige restaurant ‘The Green House’ en de parkeerplaatsen verdwijnen.
1.2 De opbouw van het vaststellingsrapport In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de inhoud van dit rapport. Wijzigingen die naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve gemaakt zijn, zijn in hoofdstuk 3 opgesomd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de juridische regeling, die is vastgelegd in de regels met de bijbehorende verbeelding, en de onderbouwing van de juridische regeling, die in de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen daarbij wordt gegeven. Dat onderscheid is nodig, omdat in beginsel alleen beroep ingesteld kan worden tegen de juridische regeling en niet tegen de onderbouwing. Het verbeteren van kennelijke fouten, zoals spel- en/of grammaticale fouten, foute verwijzingen of het verbeteren van andere fouten die geen betrekking hebben op inhoudelijke wijzigingen, wordt niet vermeld. In hoofdstuk 4 worden de zienswijzen behandeld. De zienswijzen zijn samengevat en per onderwerp van een reactie voorzien. De behandeling van elke zienswijze eindigt met een conclusie waarin wordt aangegeven of naar aanleiding van de zienswijze het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd wordt of niet. In het geval van een wijziging verwijst de conclusie naar de paragraaf in hoofdstuk 3 waarin de wijziging is weergegeven.
3/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
1.3
De vaststellingsprocedure
1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 24 november 2023 tot en met donderdag 4 januari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad.
1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan Er zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend. 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het ontwerpbestemmingsplan aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. In dit rapport worden alleen de samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont. 1.3.4 Procedure voor de vaststelling Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van het bestemmingsplan voor. De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het ontwerpbestemmingsplan nog aangepast moet worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de zienswijzen. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor het bestemmingsplan, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen.
De gemeenteraad kan de indieners van zienswijzen in de gelegenheid stellen om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten. Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan betrokken zijn. Voordat de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de commissie Ruimtelijke Ontwikkeling, Grondzaken en Vastgoed. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. De verantwoordelijke wethouder is daarbij aanwezig en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de mening van de leden van de raadscommissie. De commissie bepaalt of een nadere bespreking in de gemeenteraad nog nodig is of dat het bestemmingsplan als hamerstuk geagendeerd kan worden. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet als hamerstuk, vast. 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen Omdat het ontwerp van dit bestemmingsplan nog voor 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, is hierop nog oud recht (Wet ruimtelijke ordening) van toepassing. De vaststellingsprocedure is beschreven in artikel 3.8 van de Wro. Dat artikel verwijst weer naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme, openbare voorbereidingsprocedure.
Op grond van artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht moeten zienswijzen binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken worden ingediend. Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is bij verzending per post een zienswijze op tijd ingediend, als hij voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en de zienswijze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
4
Datum Rapport
2
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
Samenvatting
2.1 Procedureel Alle zienswijzen voldoen aan de wettelijke eisen. In dit document is een samenvatting van alle ingediende zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening opgenomen. Op grond van de Wet open overheid kennen wij aan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 3.1 in samenhang met artikel 5.1 Woo) een groter belang toe dan het belang van openbaarmaking van deze (herleidbare) persoonsgegevens. Daarom is een zakelijke en niet tot personen te herleiden samenvatting van alle ingediende zienswijzen, met de beantwoording daarvan, opgenomen in: het vaststellingsrapport juni 2024, bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het ‘Bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening’.
2.2 Inhoud van de zienswijzen In grote lijnen hebben de zienswijzen betrekking op het volgende: ❖
Duurzaamheid: Een verzoek om in de uitvraag voor de nieuwbouw ook criteria voor de
sloop van de bestaande bebouwing op te nemen en daarbij in te zetten op hergebruik van (delen van) het gebouw van restaurant The Greenhouse op een andere locatie. ❖
Mogelijke strijdigheid met de Overeenkomst:
Volgens indiener zou het ontwerp bestemmingsplan niet overeenkomen met de
Overeenkomst inzake herontwikkeling Westflank Zuid’ (28 oktober 2014) tussen Rabobank, gemeente Utrecht, NS Vastgoed en Rijksvastgoedbeheer (RVB) (hierna ‘de Overeenkomst’) op de volgende punten: ➢
de gewenste afstand tussen de geplande nieuwbouw (fase 3) en het bestuurscentrum van de Rabobank.
➢ ➢
borging van maatregelen om een goed windklimaat te realiseren.
Het ontwerp maakt de realisatie van uitpandige balkons mogelijk bij een toren van 90 meter hoog in fase 3.
❖
Hoogte toren Fase 3
Het bestemmingsplan bevat ten onrechte de mogelijkheid om in fase 3 een toren van 90
meter hoog te realiseren. De gemeente heeft de ruimtelijke effecten van een toren van 90 meter op het gebied van windklimaat, geluid en luchtkwaliteit onvoldoende afgewogen. ❖
Het windonderzoek is onvolledig: ➢
Het effect op het windklimaat van het opschuiven van de gevel met 93 cm is niet onderzocht en dus niet afgewogen.
➢ ➢
Niet alle invoergegevens zijn opgenomen in het windhinderrapport
Het rapport gaat uit van de realisatie van de bebouwing in het Beurskwartier, terwijl deze realisatie nog onzeker is in verband met een beroepsprocedure tegen dit bestemmingsplan.
❖
Mobiliteit:
De onderbouwing voor het onderdeel verkeer en bereikbaarheid is onvoldoende omdat deze gebaseerd is op een verouderd onderzoek. Zo is daarin de ontwikkeling van Merwedekanaalzone bijvoorbeeld niet meegenomen. ❖
Parkeren:
5/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
➢
Uit het bestemmingsplan blijkt niet dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Enkele verwijzing naar parkeerbeleid is onvoldoende daarvoor.
➢
Onjuiste beoordeling van de parkeervraag i.v.m. dat de parkeervraag is toegespitst op het concrete bouwplan van de Rijksoverheid en niet generiek is beoordeeld.
6
Datum Rapport
3
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp
3.1
Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen
3.1.1
Wijzigingen van de juridische regeling naar aanleiding van de zienswijzen
Er zijn geen wijzigingen van de juridische regeling naar aanleiding van de zienswijzen. 3.1.2
Wijzigingen van de toelichting naar aanleiding van de zienswijzen
3.1.2.1 Aanpassing paragraaf 5.16 van de toelichting In paragraaf 5.16 wordt de tekst bij de tweede bullet onder het kopje windhinder basisniveau: “Het windklimaat is in de nieuwe situatie beter dan in de huidige situatie. Dit komt met name doordat de geplande bebouwing Wonderwoods en Beurskwartier in het onderzoek is meegenomen. Deze bebouwing biedt in de nieuwe situatie afscherming van de dominante zuidwestelijke wind.” vervangen door de volgende tekst: “Het windklimaat wordt met deze eerste herziening van het bestemmingsplan verbeterd ten opzichte van de planologische mogelijkheden op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Westflank Zuid’. Dit komt met name doordat de geplande bebouwing Wonderwoods en Beurskwartier in het onderzoek is meegenomen. Deze bebouwing biedt in de nieuwe situatie afscherming van de dominante zuidwestelijke wind.
3.2
Ambtshalve wijzigingen
3.2.1
3.2.1.1
Ambtshalve wijziging van de juridische regeling In het tweede lid van artikel 3.1 over de bestemming van de als 'gemengd’ aangewezen gronden en in het zesde lid van artikel 4.1 over de bestemming van de als 'Kantoor’ aangewezen gronden, wordt de tekst ‘ondergronds warmtesysteem’ vervangen door de tekst ‘voorzieningen voor de verwarming en koeling van gebouwen’.
Toelichting: Deze aanpassing is nodig om ook een technische ruimte te kunnen faciliteren met de daarbij behorende voorzieningen voor verwarming en koeling van gebouwen. 3.2.1.2
Aan het zesde lid van artikel 4.1 over de voorzieningen en functies die bij de bestemming 'Kantoor’ horen wordt toegevoegd de tekst: "fietsenstallingen’.
Toelichting: Deze aanpassing is nodig om het gebruik van een deel van het bestaande gebouw als fietsenstalling te kunnen continueren.
Wijziging artikel 9.2 Bouwen met een kleine afwijking van de regels De tekst van het eerste lid van artikel 9.2 ‘het afwijken van hoogtematen en bebouwingspercentages met maximaal 10% van deze maten en percentages, voor zover de afwijking niet leidt tot een extra bouwlaag;’ wordt vervangen door de volgende tekst: ‘het afwijken van de regels die op een locatie gelden over hoogten en bebouwingspercentages met maximaal 10% van deze hoogten en percentages, voor zover de afwijking niet leidt tot een extra bouwlaag;’.
Toelichting: Aanpassing van dit artikel is nodig in verband met een uitspraak van de Raad van State dat het toepassingsbereik van de oude regel onduidelijk was. Met de nieuwe
7/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
formulering is duidelijk dat de 10% regel niet alleen van toepassing is op regels waarin een bepaalde bouwhoogte is opgenomen, maar ook voor regels waarin bijvoorbeeld wordt verwezen naar de bestaande bouwhoogte. 3.2.1.3
Wijziging artikel 7.1 Voorwaardelijke verplichting over parkeren en de juridische plantoelichting bij dit artikel. In artikel 7.1 wordt de tekst in het derde lid ‘ Aan de hand van beleidsregels waarin de normen voor parkeergelegenheid zijn opgenomen, stellen burgemeester en wethouders vast of aan de regel onder 1 wordt voldaan.’ vervangen door de volgende tekst: ‘Burgemeester en wethouders stellen aan de hand van de ‘Beleidsregel parkeernormen auto 2021 Gemeente Utrecht’ en de ‘Beleidsregel parkeernormen fiets 2021 gemeente Utrecht’ of aan de hand van de beleidsregels die daarvoor in de plaats zijn getreden, vast of aan de regel onder 1 wordt voldaan.
Toelichting: De Raad van State heeft in haar uitspraak van 24-01-2024 (ECLI:NL:RVS:2024:249) aangegeven dat voor een dynamische verwijzing vereist is dat de concrete (bij besluit vastgestelde) beleidsregel wordt geduid in de planregels. Een algemene verwijzing naar "de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels" is rechtsonzeker. Ook de plantoelichting is op dit punt aangepast in paragraaf 7.1 3.2.1.4
Wijziging artikel 13.5 logies: bed-and-breakfast en particuliere vakantieverhuur In artikel 13.5 wordt de tekst in het eerste lid onder sub c ‘de hoofdbewoner of een volwassen bewoner die hoort tot het huishouden van de hoofdbewoner is in de woning aanwezig als er gasten zijn.’ vervangen door de volgende tekst: ‘de hoofdbewoner of een volwassen bewoner die hoort tot het huishouden van de hoofdbewoner is in de regel in de woning aanwezig als er gasten zijn.’
Toelichting: Aanpassing van dit artikel is nodig in verband met een uitspraak van de Raad van State dat de huidige regel, waarin staat dat de hoofdbewoner in de woning moet zijn als er gasten zijn, onredelijk bezwarend is.
8
Datum Rapport
3.2.1.5
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
Wijziging artikel 9.2 Bouwen met een kleine afwijking van regels In artikel 9.2 wordt de tekst van het eerste lid: ‘het afwijken van hoogtematen en bebouwingspercentages met maximaal 10% van deze maten en percentages, voor zover de afwijking niet leidt tot een extra bouwlaag;’ vervangen door de volgende tekst: ‘het afwijken van de regels die op een locatie gelden over hoogten en bebouwingspercentages met maximaal 10% van deze hoogten en percentages, voor zover de afwijking niet leidt tot een extra bouwlaag.’
Toelichting: Aanpassing van deze regel is nodig vanwege een uitspraak van de Raad van State dat het toepassingsbereik van de regel onduidelijk was. Met de nieuwe formulering is duidelijk dat de 10% regel niet alleen van toepassing is op regels waarin een bepaalde bouwhoogte is opgenomen, maar ook voor regels waarin bijvoorbeeld wordt verwezen naar de bestaande bouwhoogte. 3.2.1.6
Aanpassing verbeelding Op de verbeelding wordt de plangrens, inclusief de daar toegestane overbouwing, aan de zijde van de Rabostraat, ter hoogte van de gemengde bestemming (Fase 3), in noordelijke richting opgeschoven.
Toelichting: Deze aanpassing is nodig om de plangrens in lijn te brengen met het uitgeefbare gebied. Aanpassing verbeelding Op de verbeelding wordt de lengte van de overbouwing (weergegeven met sba-ob) aan de spoorzijde ter hoogte van de Kantoorbestemming (Fase 2B) aan twee zijden ingekort.
Toelichting: Dit betreft een aanpassing aan het gewijzigde matenplan. 3.2.2
Ambtshalve wijziging van de onderbouwing
3.2.2.1 Aanpassing paragraaf 1.4 toelichting over 'Juridische aspecten’ In paragraaf 1.4 zijn de subparagrafen 1.4.1 ‘wettelijke grondslag' en 1.4.2 'vooruitlopen op de Omgevingswet’ verwijderd en vervangen door de tekst van de nieuwe subparagraaf 1.4.1'Bestemmingsplansystematiek’.
Toelichting: Op dit plan is nog de oude wetgeving (Wro) van toepassing, maar de Omgevingswet is al wel in werking getreden. De tekst in deze paragraaf is hierop aangepast. 3.2.2.2
Aanpassing paragraaf 2.2.1 toelichting over de omgevingsvisie Provincie Utrecht en de omgevingsverordening Provincie Utrecht
In paragraaf 2.2.1 is de tekst over de omgevingsvisie en de omgevingsverordening Provincie Utrecht aangevuld met de volgende tekst: ‘ Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht in werking getreden. De Omgevingsverordening bevat onder andere instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Op 1 maart 2024 is de eerste wijziging van deze omgevingsverordening vastgesteld.’ en ‘Voor de ontwikkeling van het Knoopcomplex is nog het oude recht van toepassing en dus ook de oude provinciale verordening uit 2023.’
Toelichting: Vermelding van de nieuwe Omgevingsverordening Provincie Utrecht en duiding dat op dit plan de oude wet- en regelgeving van toepassing is.
9/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
3.2.2.3
Aanpassing paragraaf 2.2 toelichting over Provinciaal en regionaal beleid
In paragraaf 2.2 van de toelichting is een subparagraaf 2.2.5 toegevoegd met het Waterbeheerprogramma 2022-2027: Stroomopwaarts, klimaatbestendig en duurzaam.
Toelichting: Dit beleid vervangt de oude Waterkoers 2016-2021. 3.2.2.4 Invoeging nieuwe paragraaf 2.3.2.2.1 toelichting over werken. Het beleidskader voor 'werken’ is als extra paragraaf opgenomen in de toelichting.
Toelichting: Met deze planontwikkeling komt er naast kantoorfuncties ook ruimte voor horeca en andere werkfuncties in de plinten. Daarom is het nodig om het beleidskader 'werken’ op te nemen in de onderbouwing. 3.2.2.5 Aanpassing paragraaf 2.3.2.2.2 toelichting over Wonen. In paragraaf 2.3.2.2.2 is het beleid tijdelijk verblijf (short stay) (2019)‘ toegevoegd.
Toelichting: Dit beleid was per abuis nog niet opgenomen in de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan. 3.2.2.6 Aanpassing paragraaf 2.3.2.2.6 toelichting over verkeer en mobiliteit In paragraaf 2.3.2.2.6 wordt de bestaande tekst “In zes modules, behorende bij de parkeervisie, werkt de gemeente de uitvoering van de parkeervisie verder uit. Op dit moment zijn twee van de zes modules vastgesteld: 'Parkeernormen' en 'Aanpak betaald parkeren'. De modules 'Parkeerhubs', 'Fietsparkeren', 'Aanpak parkeren openbare ruimte' en 'Parkeren en toegankelijkheid' worden op dit moment uitgewerkt. De beleidsregel parkeernormen fiets en beleidsregel parkeernormen auto zijn een uitwerking van de module 'parkeernormen'.”, vervangen door de volgende tekst: “In zes modules, behorende bij de parkeervisie, is de uitvoering van de parkeervisie verder uitgewerkt. Het betreft de modules: 'Parkeernormen', 'Aanpak betaald parkeren', 'Parkeerhubs', 'Fietsparkeren', 'Aanpak parkeren openbare ruimte' en 'Parkeren en toegankelijkheid'. De beleidsregel parkeernormen fiets en beleidsregel parkeernormen auto zijn een uitwerking van de module 'parkeernormen'.”.
Toelichting: Dit betreft een actualisering. De verschillende modules zijn inmiddels uitgewerkt. 3.2.2.7 Aanpassing paragraaf 2.3.2.2.7 in de toelichting over Gezond stedelijk leven In paragraaf 2.3.2.2.7 en paragraaf 5.17 is het beleid uit de ‘Nota Gezondheid voor iedereen – Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2023' vervangen door de nieuwe nota ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen – nota gezondheidsbeleid Utrecht 2024-2027'. Daarnaast is de nota ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht, luchtkwaliteitsbeleid en Uitvoeringsprogramma 2020-2025' toegevoegd. In deze paragraaf is ook de Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) vervangen door de ‘Beleidsnota Geluid en Trillingen (2024) en is de ‘Nota externe veiligheid (2007)’ vervangen door Nota Omgevingsveiligheid Utrecht (2024).
Toelichting: In paragraaf 5.17 is het plan voor de Knoop bekeken op de relevante aspecten uit de nieuwe gezondheidsnota ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen- nota gezondheidsbeleid Utrecht 2024-2027'. Het luchtkwaliteitsbeleid was nog niet opgenomen in de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan. De nieuwe nota's Geluid en Trillingen en Omgevingsveiligheid zijn vastgesteld na de terinzagelegging van dit bestemmingsplan en daarom nu toegevoegd. 3.2.2.8 Aanpassing paragraaf 2.3.2.2.10 in de toelichting over Energie In paragraaf 2.3.2.2.10 over energie wordt de tekst als volgt geactualiseerd:
10
Datum Rapport
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
Huidige tekst:
Utrecht: energiek middelpunt van het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 – 2019. De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document Duiding van het College bij het Energieplan vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en bevat voor de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening maatregelen om een klimaatneutraal Utrecht te bereiken. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk. De gemeente heeft een grote en proactieve rol bij de overgang naar duurzame energie. Het Energieplan en het document Duiding van het college bij het Energieplan zijn in 2015 uitgewerkt in de Utrechtse Energieagenda's. Hierin staan de concrete gemeentelijke werkzaamheden en de inzet van middelen om te komen tot een klimaatvriendelijke stad. in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd.
Nieuwe tekst: Energie in nieuwbouw
In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 is onder andere de strategische visie over energie opgenomen voor 2040. De Gemeente Utrecht kiest voor een energie-efficiënte stad, biedt ruimte aan grootschalige productie van duurzame energie en beperkt daarmee het beroep op energie uit de regio. Daarmee wil de gemeente zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en bijdragen aan de nationale klimaatdoelstellingen. Voor nieuwbouw betekent dit dat we alleen woningen en andere gebouwen willen bouwen die energieneutraal of beter zijn. Dit betekent een minimale energievraag gecombineerd met een maximale energieopwekking. Door de uitdagingen op het Utrechtse elektriciteitsnet sturen wij ook op netbewuste gebouwen die een zo laag mogelijke piekvraag hebben. Utrecht wil alle nieuwbouwwoningen automatisch geschikt maken voor lage temperatuur systemen en zet bij grote projecten in op seizoensopslag in de bodem. In onderstaande tabel staan bondig de belangrijkste energiedoelstellingen van de gemeente Utrecht gerelateerd aan nieuwbouw.
Toelichting wijziging: De tekst is geactualiseerd op nieuw vastgesteld energiebeleid voor nieuwbouw.
11/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
3.2.2.9 Aanpassing paragraaf 4.2.1 in de toelichting over verkeer In paragraaf 4.2.1 over verkeer is een aangepaste tabel opgenomen met de resultaten van toepassing van het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5 en wordt de tekst onder het kopje ‘analyse’ hierop aangevuld met de hieronder schuingedrukte tekst: Nieuwe tabel:
wegvak
Plan verschil autonoom VRU3.4 absoluut 2030
verschil Plan plan en VRU35autonoom 2035 (%)
800
2.200
1.400
175%
3.300
tussen Van Zijstweg en Rabostraat
11.800
13.300
1.500
13%
14.900
Tussen Rabostraat en Mineurslaan]
8.200
9.600
1.400
17%
8.700
Croeselaan - zuid
7.100
7.600
500
7%
5.400
Van Zijstweg
12.100
13.100
1.000
8%
15.400
Tussen Truus van Lierlaan en Van Tellegenlaan
20.400
20.900
500
2%
19.900
Tussen van Tellegenlaan en Anne Frankplein
15.500
15.600
100
1%
13.300
Weg der Verenigde Naties
35.100
35.400
300
1%
38.800
Europalaan noord
17.000
17.100
100
1%
20.400
Vondellaan
14.100
14.400
300
2%
7.000
Mineurslaan Croeselaan - noord
Overste den Oudenlaan
Analyse
Voor de analyse van de verkeersbewegingen is gekeken naar het effect op de diverse routes van en
naar het plangebied. De belangrijkste route wordt gevormd door de Van Zijstweg. Circa twee derde van het bestemmingsverkeer van/naar de Croeselaan rijdt naar de Knoop fase 2 en 3. Een derde
deel rijdt via de Croeselaan – zuid. Na de Van Zijstweg/Van Tellegenlaan verdeelt het autoverkeer
zich over de Overste den Oudenlaan, Europalaan, Weg der Verenigde Naties etc. Het gaat hierbij om een toename van enkele procenten.
De toename op een aantal wegvakken zoals de Croeselaan en de Mineurslaan is absoluut en relatief logischerwijs het grootst. Logisch omdat deze straten zorgen voor de directe ontsluiting van het plangebied op het omliggende wegennet. In het verleden is er onderzoek gedaan naar de
doorstroming op het omliggende wegennet, rekening houdend met een aantal ontwikkelingen in
het westelijk gelegen deel van het Stationsgebied, zoals het WTC, Croeselaangarage, Beurskwartier en ook de ontwikkeling van de Knoop (inclusief fase 2 en 3).
Per 1 december is het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5 vastgesteld. De resultaten van VRU3.5 voor het jaar 2035 (VRU3.4 kent als prognosejaar 2030) voor dit bestemmingsplan zijn geanalyseerd en opgenomen in de laatste kolom. De resultaten geven een wisselend beeld. Er zijn wegen in de omgeving die iets drukker worden, maar ook die rustiger worden in 2035 ten opzichte van de resultaten voor 2030. Het programma dat in de modellen VRU3.4 en VRU3.5 is doorgerekend is groter dan het programma dat in werkelijkheid wordt gerealiseerd. Ook is er in beide verkeersmodellen geen
12
Datum Rapport
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
rekening gehouden met een restrictief parkeerbeleid, zoals dat in het Mobiliteitsplan voor de Knoop is opgenomen. De berekening van de verkeersaantrekkende werking van het plan aan de hand van beide modellen is te typeren als een zogenaamd 'worst-case-scenario'. De verkeersaantrekkende werking van het te realiseren programma ligt in de praktijk lager, en wel om twee redenen: Ten eerste omdat het programma dat gerealiseerd zal gaan worden, kleiner is dan het programma waarmee de verkeer aantrekkende werking in deze paragraaf is berekend. Ten tweede omdat er sinds de vaststelling van de Parkeervisie 2021 lagere parkeernormen gelden en deze Parkeervisie ook mogelijkheden biedt om het aantal parkeerplaatsen voor dit gebied te beperken. Ten tijde van de berekeningen van de verkeersaantrekkende werking met VRU3.4 was dit beleid nog niet verwerkt in de modelberekeningen. Als er minder parkeerplaatsen gerealiseerd hoeven te worden, ligt ook het aantal verkeersbewegingen lager. Het adviesbureau RHDV heeft in 2018 de verkeersdoorstroming berekend in een onderzoek voor het gebied Busbaan Dichterswijk, zie Bijlage 18. Dit onderzoek is gedaan met behulp van een
“capaciteitstool” (ook wel dynamische simulatie genoemd), waarmee op basis van toekomstig te verwachten verkeersstromen en wegontwerp inclusief de verkeersregelingen een analyse wordt
gemaakt van de doorstroming op de wegen. Een dergelijk onderzoek geeft inzicht in aspecten als wachtrijen bij kruisingen en wachttijden bij verkeerslichten. Met dit onderzoek is een integraal
gebiedsgericht onderzoek gedaan naar de doorstroming rekening houdend met de ontwikkelingen die zich binnen dit invloedsgebied gaan voordoen. De berekening met de capaciteitstool voor de Busbaan Dichterswijk heeft ook de ontwikkeling van de gehele Knoop meegenomen.
Uit de capaciteitstool blijkt dat de doorstroom van auto's in de avondspits goed is op de Jan
Foreeststraat, de Van Zijstweg en de Croeselaan. Dit houdt in dat al het verkeer dat wacht voor een verkeerslicht bij het eerstvolgende groen door kan rijden. In de ochtendspits (tussen 7.45 en 9.00 uur) kan een wachtrij op de Croeselaan (zuid) ontstaan met een maximale lengte van circa 700
meter. De verkeerslichten worden zo afgesteld dat de Van Zijstweg meer prioriteit krijgt dan de
Croeselaan-zuid. Op de Van Zijstweg kan tussen 8.00 en 8.30 uur een wachtrij ontstaan, maximaal tot aan de Veilinghavenkade. De fietsers krijgen in deze situatie voldoende groen en hun wachttijd blijft beperkt.
De ontwikkeling van de Knoop heeft dus een (beperkte) afname van de bereikbaarheid door
gemotoriseerd verkeer tot gevolg. In de ochtendspits kunnen er wachtrijen op de Croeselaan en Van Zijstweg ontstaan. De verkeersdruk neemt toe en leidt tot meer wegvakken met een hogere verkeersbelasting. De gemeente beschouwt deze uitkomst, met in achtneming van het
gemeentelijke mobiliteitsplan, als aanvaardbaar. De genoemde wegen maken op grond van dit plan deel uit van een A-zone, waar het primaat ligt bij het openbaar vervoer, de fiets en de voetganger. De doorstroming van de auto staat hier niet voorop. Een matige doorstroming (tijdens de spits) wordt daarom als voldoende gezien.
Toelichting wijziging: De berekende verkeersgeneratie met het nieuwe model verschilt van de berekening met het oude model. 3.2.2.10 Aanpassing paragraaf 4.2.2 in de toelichting over parkeren In paragraaf 4.2.2 over parkeren wordt de tekst onder het kopje ‘openbare fietsenstalling’ als volgt aangepast:
Huidige tekst:
Met de wijziging van het bestemmingsplan bieden we ruimte voor het realiseren van fietsparkeercapaciteit voor zowel de gebruikers van het bestaande en de nieuwe gebouwen als voor de beoogde uitbreiding van de OV-fietsenstalling 'de Knoop'. De concrete uitwerking van de
13/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
fietsparkeercapaciteit zal in een later ontwerpstadium plaatsvinden. Daarbij bekijken wij op welke manier de beschikbare parkeerruimte optimaal benut kan worden, onder ander door in te zetten op dubbelgebruik.
Nieuwe tekst:
Met de wijziging van het bestemmingsplan bieden we ruimte voor het realiseren van fietsparkeercapaciteit voor zowel de gebruikers van het bestaande en de nieuwe gebouwen als voor een beperkte uitbreiding van de OV-fietsenstalling 'de Knoop'. De concrete uitwerking van de fietsparkeercapaciteit zal in een later ontwerpstadium plaatsvinden. Daarbij bekijken wij op welke manier de beschikbare parkeerruimte optimaal benut kan worden, onder ander door in te zetten op zoveel mogelijk dubbelgebruik in combinatie met een mogelijke gezamenlijke entree van de bestaande Knoopstalling en de nieuwe gebouw-gebonden stalling.
Toelichting wijziging: De beoogde verdubbeling van de Knoopstalling is ruimtelijk en financieel niet inpasbaar. Wel is een beperkte uitbreiding mogelijk. De tekst van het ontwerp is hierop aangepast. 3.2.2.11 Aanpassing paragraaf 5.2 plantoelichting over milieueffectrapportage In paragraaf 5.2 over milieueffectrapportage is onderstaande alinea toegevoegd vanwege de verwerking van de nieuwe berekening van de verkeersaantrekkende werking van het plan op basis van het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5:
Nadat het mer-beoordelingsbesluit is genomen zijn diverse sectorale onderzoeken geactualiseerd voor het bestemmingsplan. Er is onder andere een nieuw verkeersmodel vastgesteld en doorgerekend voor deze planontwikkeling (zie hiervoor paragraaf 4.2.1) en daarop is ook de stikstofdepositie voor de gebruiksfase opnieuw berekend volgens (Bijlage 19). De nieuwe resultaten leiden niet tot belangrijke nadelige effecten op de verkeerssituatie, geluid, luchtkwaliteit en stikstof. De analyses op deze onderdelen zijn opgenomen in de betreffende paragrafen. Verder is het ecologisch onderzoek geactualiseerd omdat het oude onderzoek langer dan 3 jaar geleden is uitgevoerd. De actualisatie van de onderzoeken leidt niet tot andere milieueffecten. De conclusie van de mer-beoordeling blijft daarmee gelijk. Voor het project zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten en hoeft geen mer-procedure doorlopen te worden.
3.2.2.12 Aanpassing paragraaf 5.4 plantoelichting over geluidhinder In paragraaf 5.4 over geluidhinder is de onderstaande schuingedrukte tekst toegevoegd/gewijzigd onder het kopje ‘plansituatie’ en het kopje ‘conclusie’, vanwege de verwerking van de nieuwe berekening van de verkeersaantrekkende werking van het plan op basis van het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5: Nieuwe tekst: In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het effect van de verkeersaantrekkende werking door het bestemmingsplan in beeld gebracht. Hiervoor is een vergelijking gemaakt van de toekomstige situatie met plan en zonder plan (de autonome situatie). Voor verschillende wegvakken van de Croeselaan en de Van Zijstweg zijn de etmaalintensiteiten logaritmisch op elkaar gedeeld. Het maximale effect is zichtbaar op het wegvak van de Croeselaan Noord tussen Rabostraat en Mineurslaan: +0.7 dB. Analyse verkeersaantrekkende werking: Plan: 9.600 mvt/etmaal Autonoom = 8.200 mvt/etmaal. Akoestische effect: 10*log(9.600/8.200) = + 0,7 dB. Op alle andere aansluitende wegvakken is het effect minder groot. De conclusie is dat er geen significant effect van de verkeersaantrekkende werking optreedt omdat de geluidsbelasting minder dan 1,5 dB toeneemt. Dit naar analogie van de beoordeling van een reconstructie in de zin van de
14
Datum Rapport
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
Wet geluidhinder en onder de Omgevingswet. Op grond hiervan kan gesteld worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
VRU3.5 – nieuw verkeersmodel en effect op bovenstaande resultaten Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is het nieuwe verkeersmodel VRU3.5 van kracht geworden. Hiermee veranderen de (toekomstige) verkeersintensiteiten (licht) op de omliggende wegen. Van de Croeselaan Noord en de Mineurslaan zal hierdoor het geluid toenemen. Het geluid van alle 30 km /uur wegen samen zal hierdoor mogelijk maximaal 61 dB i.p.v. 60 dB bedragen. Dit is nog steeds lager dan de ambitiewaarde van de gemeente (maximaal 63 dB), waardoor er óók met de geactualiseerde inzichten gesproken kan worden van een goede ruimtelijke ordening. De doorkijk naar VRU 3.5 levert ook andere effecten op ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking op wegen met bestaande woningen of andere geluidgevoelige functies erlangs. Niet alleen de Croeselaan laat het grootste effect zien, maar ook de Van Zijstweg. De toename bedraagt op beide wegen maximaal 1,0 dB. De conclusie dat er geen significant effect van de verkeersaantrekkende werking optreedt bij bestaande woningen omdat de geluidsbelasting minder dan 1,5 dB toeneemt, blijft daarmee in stand. Croeselaan Noord – tussen Van Zijstweg en Rabostraat Plan: 14.900 mvt/etmaal Autonoom = 11.800 mvt/etmaal. Akoestische effect: 10*log(14.900/11.800) = + 1,0 dB. Van Zijstweg (nabij Croeselaan) Plan: 15.400 mvt/etmaal Autonoom = 12.100 mvt/etmaal.
Akoestische effect: 10*log(15.400/12.100) = + 1,0 dB. Conclusie Uit het akoestisch onderzoek en de doorkijk naar het actuele verkeersmodel VRU 3.5 blijkt dat de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder voor geen van de onderzochte wettelijke geluidbronnen wordt overschreden. De maximale geluidbelasting van de 30 km/u wegen voldoet aan de ambitiewaarde van 63 dB van de gemeente (toets in het kader van goede ruimtelijke ordening). De verkeersaantrekkende werking van het plan heeft geen significant effect op de omgeving. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
Toelichting wijziging: De paragraaf is aangevuld met een berekening van de geluidsbelasting en analyse voor het plan bij toepassing van het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5. 3.2.2.13 Aanpassing paragraaf 5.9 plantoelichting over luchtkwaliteit In paragraaf 5.9 over luchtkwaliteit is de schuingedrukte onderstaande tekst toegevoegd met een verklaring waarom de onderzoeksresultaten voor luchtkwaliteit niet opnieuw berekend hoeven te worden op basis van het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5:
Voor het onderzoek luchtkwaliteit is uitgegaan van de NSL-monitoringstool en niet van het gemeentelijk verkeersmodel. De verkeersgeneratie is op basis van de kencijfers van het CROW bepaald. De verkeersgeneratie hoeft dus niet aangepast te worden op basis van het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5 dat in december 2024 is vastgesteld. Toelichting wijziging: De berekende verkeersgeneratie met het nieuwe model verschilt van de berekening met het oude model.
15/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
3.2.2.14 Aanpassing paragraaf 5.11 van de toelichting over natuurbescherming In paragraaf 5.11 van de toelichting is de tekst onder het kopje ‘Natura-2000 gebieden (stikstof) aangepast met onderstaande schuingedrukte tekst: Natura 2000-gebieden (stikstof) Om de effecten van het Knoopcomplex op beschermde natuurgebieden in beeld te brengen, is een onderzoek uitgevoerd naar stikstofdepositie in zowel de bouwfase als de gebruiksfase, zie Bijlage 18. Vanwege de vaststelling van het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5 op 1 december 2024, zijn de
verkeersstromen rondom het plangebied opnieuw berekend en is hierop ook de stikstofberekening voor de gebruiksfase opnieuw berekend. Deze is opgenomen in Bijlage 19.
Voor het Knoopcomplex gaat het om nieuwbouw van kantoren en ook een gecombineerd kantoorwoongebouw met gemengde functies in de plint. De beoogde ontwikkeling is gasloos en kent dus geen gebouwemissies van stikstof in de gebruiksfase. In de gebruiksfase is er wel sprake van verkeersbewegingen met mogelijk relevante stikstofeffecten op de nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen'. Met het programma AERIUS Calculator (versie 2024) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen qua stikstofdepositie in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Uit de berekeningen met AERIUS Calculator (2024) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er,
zowel op basis van de berekening met het oude verkeersmodel als op basis van de berekening met het nieuwe verkeersmodel, geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
Toelichting wijzigingen: De stikstofberekening is voor zowel de bouw- als de gebruiksfase opnieuw berekend met de laatste versie van Aerius (2024) en is voor de gebruiksfase nogmaals opnieuw doorgerekend in verband met de toepassing van het nieuwe verkeersmodel VRU 3.5. Dit model leverde voor de planontwikkeling andere verkeersintensiteiten op. 3.2.2.15 Aanpassing paragraaf 5.12 van de toelichting (onderdeel plangebied) over bomen. In paragraaf 5.12 is de tekst in de bomenparagraaf aangepast met meer concrete informatie over het aantal te kappen en te verplanten bomen en de achterliggende redenen.
Huidige tekst Paragraaf 5.12 Bomen Plangebied Voor deze planontwikkeling is een bomeninventarisatierapport opgesteld (zie Bijlage 16 Rapport bomeninventarisatie). Om te bepalen wat de staat is van het huidige bomenbestand en of de aanwezige bomen verplant kunnen worden, zijn de volgende onderzoeken verricht: 1. Inventarisatie van de bomen 2. Indicatieve (bovengrondse) beoordeling verplantbaarheid In het onderzoeksgebied zijn 45 bomen beoordeeld. Alle bomen binnen de onderzoekslocatie met een stamdiameter groter dan 10 centimeter (gemeten op 1,30 meter) hebben een individueel boom-ID gekregen. Daarnaast zijn in het kader van het bovengronds verplantbaarheidsonderzoek ook de standplaats, conditie en gebreken beoordeeld. De meeste bomen hebben een matige tot redelijke conditie. Een kleiner aantal heeft een slechte
16
Datum Rapport
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
conditie en een goede conditie. Het bomenbestand is gevarieerd in conditie, leeftijd, omvang, soort en toekomstverwachting. •
Voor 3 bomen is een negatief verplantbaarheidsadvies gegeven. De belangrijkste reden hiervoor is de conditie van de bomen. Daarnaast spelen elementen als beperkte standplaats en gebreken een rol in deze beoordeling.
•
Voor 24 bomen geldt een terughoudend verplantbaarheidsadvies. Deze bomen hebben een verlaagde slagingskans voor het verplanten van de boom door matige kwaliteit van een deel van de boom (boom 1), of afgenomen conditie en/of toekomstverwachting. Een aanvullend ondergronds onderzoek kan uitsluitsel geven over de kwaliteit van de groeiplaats en daarmee de verplantbaarheid van deze bomen.
•
Voor 18 bomen geldt een positief advies, omdat ze op basis van soortspecifieke eigenschappen, conditie en toekomstverwachting potentieel verplantbaar zijn. Om definitief uitsluitsel te kunnen geven over de verplantbaarheid van deze bomen is wel aanvullend ondergronds onderzoek nodig naar beworteling en groeiplaats.
Afbeelding 10 geeft de luchtfoto met de aanwezige bomen weer. Van de 45 aanwezige bomen, moeten circa 31 bomen verwijderd worden. Deze te verwijderen bevinden zich in het oranje kader weergegeven op afbeelding 10.
Afbeelding 9: Bomeninventarisatie
17/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Binnen het plangebied zullen circa 31 bomen op het maaiveldniveau plaats moeten maken voor de ontwikkeling van fase 2 en de uitbreiding van het bestaande Knoopplein. Voor circa 4 van deze bomen geldt een positief verplantingsadvies, deze zullen naar verwachting op locatie herplant worden of elders opnieuw plek krijgen. Voor circa 24 van deze bomen geldt een terughoudend verplantingsadvies vanwege een matige conditie en beperkte levensverwachting. Uit nader onderzoek moet blijken of conditie en levensverwachting perspectief bieden voor herplanting op locatie of elders. Bij kap zal de boom gecompenseerd worden; op locatie of elders. Voor kap is een vergunning verplicht. Voor circa 3 bomen geldt een negatief verplantingsadvies vanwege slechte conditie of gebreken, deze zal naar verwachting worden gekapt. Bij kap zal de boom gecompenseerd worden; op locatie of elders. Voor kap is een vergunning verplicht. De 4 bomen op het huidige Knoopplein blijven naar verwachting gehandhaafd of worden elders binnen het plangebied herplant. De 10 bomen langs het paviljoen The Green House aan de Knooppassage zullen plaats moeten maken voor de ontwikkeling van fase 3. Dit betreft 10 gewone platanen in plantenbakken. Voor deze bomen geldt een positief verplantingsadvies, deze zullen naar verwachting op locatie herplaatst worden of elders opnieuw plek krijgen.
In de ontwikkeling van fase 2 en 3 is vrijwel uitsluitend ruimte voor bomen in volle grond aan de randen van het plangebied aan de Knooppassage of Croeselaan. Bij afweging van de locatie voor herplanting of compensatie zullen de bijdrage aan lokale natuurwaarden (in standhouden, bij voorkeur verbeteren) en de bijdrage aan ruimtelijke kwaliteiten (leefpotentieel, onderhoudbaarheid en veiligheid) worden afgewogen. Voor herplaatsing van bomen in plantenbakken gelden eveneens deze afwegingen. Bij het aanplanten van nieuwe bomen worden de aanbevelingen om bomen met een minimale omtrek van 20-25 cm en ecologisch waardevolle bomen te gebruiken meegenomen. Op het moment van schrijven is de exacte inrichting van het buitenterrein nog niet bekend. Door de initiatiefnemer wordt gekeken op welke manier bomen in plantenbakken kunnen worden ingepast op de locatie. Daarnaast wordt met een bomencoördinator gekeken naar andere locaties voor het herplanten van de bomen die worden verwijderd waar geen plek voor is om binnen het plangebied terug te plaatsen.
Nieuwe tekst 5.12 Bomen … Plangebied Voor deze planontwikkeling is een bomeninventarisatierapport opgesteld (zie Bijlage 16 Rapport bomeninventarisatie). Om te bepalen wat de staat is van het huidige bomenbestand en of de aanwezige bomen verplant kunnen worden, zijn de volgende onderzoeken verricht: 1. Inventarisatie van de bomen 2. Indicatieve (bovengrondse) beoordeling verplantbaarheid In het onderzoeksgebied zijn 45 bomen beoordeeld. Alle bomen binnen de onderzoekslocatie met een stamdiameter groter dan 10 centimeter (gemeten op 1,30 meter) hebben een individueel boom-ID gekregen. Daarnaast zijn in het kader van het bovengronds verplantbaarheidsonderzoek 18
Datum Rapport
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
ook de standplaats, conditie en gebreken beoordeeld. De meeste bomen hebben een matige tot redelijke conditie. Een kleiner aantal heeft een slechte conditie en een goede conditie. Het bomenbestand is gevarieerd in conditie, leeftijd, omvang, soort en toekomstverwachting. ▪ Voor 3 bomen is een negatief verplantbaarheidsadvies gegeven. De belangrijkste reden hiervoor is de conditie van de bomen. Daarnaast spelen elementen als beperkte standplaats en gebreken een rol in deze beoordeling. ▪ Voor 24 bomen geldt een terughoudend verplantbaarheidsadvies. Deze bomen hebben een verlaagde slagingskans voor het verplanten van de boom door matige kwaliteit van een deel van de boom (boom 1), of afgenomen conditie en/of toekomstverwachting. Een aanvullend ondergronds onderzoek kan uitsluitsel geven over de kwaliteit van de groeiplaats en daarmee de verplantbaarheid van deze bomen. ▪ Voor 18 bomen geldt een positief advies, omdat ze op basis van soortspecifieke eigenschappen, conditie en toekomstverwachting potentieel verplantbaar zijn. Om definitief uitsluitsel te kunnen geven over de verplantbaarheid van deze bomen is wel aanvullend ondergronds onderzoek nodig naar beworteling en groeiplaats. Afbeelding 9 geeft de luchtfoto met de aanwezige bomen weer. Van de 45 aanwezige bomen, moeten circa 31 bomen verwijderd worden.
Deze te verwijderen bomen bevinden zich in het oranje kader weergegeven op afbeelding 9.
Afbeelding 9: Bomeninventarisatie Bij afweging van de locatie voor herplanting of compensatie zullen de bijdrage aan lokale natuurwaarden (instandhouden, bij voorkeur verbeteren) en de bijdrage aan ruimtelijke kwaliteiten (leefpotentieel, onderhoudbaarheid en veiligheid) worden afgewogen. Voor herplaatsing van bomen in plantenbakken gelden deze afwegingen ook. Binnen het plangebied zullen circa 31 bomen op het maaiveldniveau plaats moeten maken voor de ontwikkeling van fase 2 en de uitbreiding van het bestaande Knoopplein:
19/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
▪
▪
▪
Voor circa 4 van deze bomen geldt een positief verplantingsadvies. Uitgangspunt is dat deze bomen elders opnieuw plek krijgen. De voornaamste reden om deze bomen niet binnen het plangebied te herplaatsen is dat er na de ontwikkeling van fase 2 en 3 nagenoeg geen volle grond voor herplanting beschikbaar is. Voor circa 24 van deze bomen geldt een terughoudend verplantingsadvies vanwege een matige conditie en beperkte levensverwachting. Uitgangspunt is dat deze bomen elders opnieuw een plek krijgen. De voornaamste reden om deze bomen niet binnen het plangebied te herplaatsen is dat er na de ontwikkeling van fase 2 en 3 nagenoeg geen volle grond voor herplanting beschikbaar is. Als uit nader onderzoek blijkt moet blijken of dat de conditie en levensverwachting geen perspectief bieden voor herplanting op locatie of elders, dan zullen de bomen gekapt worden. In dat geval zal tijdig een kapvergunning aangevraagd worden. Eventueel te kappen bomen worden elders gecompenseerd. Voor circa 3 bomen geldt een negatief verplantingsadvies vanwege slechte conditie of gebreken. Deze bomen zullen naar verwachting worden gekapt. Hiervoor zal tijdig een kapvergunning worden aangevraagd. Eventueel te kappen bomen worden elders gecompenseerd.
De 4 bomen op het huidige Knoopplein blijven naar verwachting gehandhaafd. De 10 bomen langs het paviljoen The Green House aan de Knooppassage zullen plaats moeten maken voor de ontwikkeling van fase 3. Dit betreft 10 gewone platanen in plantenbakken. Voor deze bomen geldt een positief verplantingsadvies. Uitgangspunt is dat deze bomen op deze locatie opnieuw een plek krijgen, bijvoorbeeld op de hoger gelegen daktuinen. Op het moment van schrijven is de exacte inrichting van het buitenterrein nog niet bekend. Door de initiatiefnemer wordt gekeken op welke manier bomen in plantenbakken kunnen worden ingepast op de locatie. Daarnaast wordt met een bomencoördinator gekeken naar andere locaties voor het herplanten van de bomen die worden verwijderd omdat daar binnen het plangebied geen plek voor is. Bij de planontwikkeling wordt gestuurd op meer en beter groen in de stad, gezonde verstedelijking, natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie. Door adviesbureau TAUW is in beeld gebracht met welke inrichtingsmaatregelen wordt bijgedragen aan het versterken van natuurwaarden op lokale en regionale schaal. Bij de planontwikkeling wordt daarom minimaal voorzien in onder andere: •
•
•
• •
10 solitaire bomen, diverse inheemse soorten zoals (maar niet beperkt tot): wilg, eik, berk, eenstijlige meidoorn, populier, grove den, sleedoorn, els, iep, appel, hazelaar, beuk, es, wilde lijsterbes, haagbeuk, esdoorn. Bij het aanplanten van nieuwe bomen worden de aanbevelingen om bomen met een minimale omtrek van 20-25 cm en ecologisch waardevolle bomen te gebruiken meegenomen; 500 m2 kruidenrijke vegetatie, verdeeld over Knoopplein en (intensieve) groene daken. Variatie van inheemse kruiden- en grassoorten met verschillende bloeiperioden en 'onkruiden'; 50 m2 opgaande struiken, verdeeld over Knoopplein en intensieve groene daken. Variatie in inheemse, bes- of zaaddragende, groenblijvende struiken-, heggen- en hagensoorten met verschillende bloei- en vruchtperioden; 10 m2 bruin dak, niet ingezaaid, spontane opkomst; 500 m2 intensief groendak, variatie van inheemse kruiden- en grassoorten met verschillende bloeiperioden en 'onkruiden'.
3.2.2.16 Aanpassing paragraaf 5.13 van de toelichting over Water en klimaatadaptatie. In paragraaf 5.13 is de tekst onder het kopje 'kader’ geactualiseerd. Zo is de Keur van het waterschap vervangen door het Waterbeheerprogramma Stroomopwaarts 2022-2027’. 20
Datum Rapport
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
Daarnaast is in de tekst onder het kopje ‘Droogte’ een aantal eisen verwijderd die dubbel in de tekst stonden en is de tekst onder het kopje ‘Berekende wateropgave volgens de Water- en Klimaatvisie Gemeente Utrecht’ en onder het kopje ‘conclusie’ tekstueel verbeterd. 3.2.2.17
Aanpassing van paragraaf 7.5.3.7 van de juridische plantoelichting over logies, bed-andbreakfast en vakantieverhuur.
De bestaande tekst van 7.5.3.7 over Logies, bed-and-breakfast, vakantieverhuur, wordt vervangen door onderstaande tekst (wijzigingen schuingedrukt). Artikel 13.5 Logies: bed-and-breakfast en particuliere vakantieverhuur Het aanbieden van logies in de woning heeft effect op de woningvoorraad en op de leefomgeving. Het eerste aspect, het beheren van de woningvoorraad, valt onder de Huisvestingswet. De gemeente heeft op basis van die wet de huisvestingsverordening vastgesteld. Daarin is sinds 1 juli 2021 de plicht opgenomen om een bed-and-breakfast of een woning waar particuliere vakantieverhuur wordt aangeboden te registreren. Daarnaast geldt op grond van de huisvestingsverordening voor particuliere vakantieverhuur ook een meldplicht per verhuring. De regels over logies die als doel hebben de kwaliteit van de leefomgeving te bewaken, staan in dit plan. De regeling voor bed-and-breakfast die in Utrecht wordt gehanteerd, staat een bed-and-breakfast toe in woningen als deze wordt gedreven door de hoofdbewoner of een volwassene uit het huishouden van de hoofdbewoner, de woning voor minimaal 50% in gebruik blijft als woning en de hoofdbewoner of een volwassen bewoner die hoort tot het huishouden van de hoofdbewoner in de regel in de woning aanwezig is als er gasten zijn. Die laatste regel benadrukt het karakter van een bed-and-breakfast.
Anders dan bijvoorbeeld bij particuliere vakantieverhuur is er in een bed-andbreakfast in principe altijd een gastheer of -vrouw aanwezig. Het is natuurlijk niet zo dat de aanwezigheid inhoudt dat de gastheer of -vrouw geen boodschappen mag doen. De regel wordt overtreden als een afwezigheid niet past bij een bed-and-breakfast. Parkeren bij een woning met een bed-and-breakfast is verwerkt in de parkeernorm voor woningen die is opgenomen in de beleidsregels over parkeernormering. Dit parkeren valt onder bezoekersparkeren. De gemeente heeft in het verleden toegestaan dat een bed-and-breakfast in een bijgebouw werd aangeboden. In de praktijk blijkt dat de regeling lastig handhaafbaar is. Een belangrijk kenmerk van een bed-and-breakfast is dat de bewoner gastheer of gastvrouw is. Dat kenmerk komt niet tot zijn recht als de bed-and-breakfast in een bijgebouw is ondergebracht. Daarnaast kan de mogelijkheid van een bed-and-breakfast leiden tot de onbedoelde mogelijkheid om twee bed-and-breakfasts te exploiteren: één in en één buiten de woning. De mogelijkheid is daarom geschrapt. Een bestaande, legale bed-and-breakfast in een bijgebouw valt daarmee onder het algemene overgangsrecht.
Een bewoner die toch een bed-and-breakfast in een bijgebouw wil kan een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aanvragen ten behoeve van een bed-and-breakfast in een bijgebouw (zie voor het afwijken: paragraaf 1.4.2 Afwijken van het bestemmingsplan. Particuliere vakantieverhuur, bijvoorbeeld via Airbnb, is toegestaan zolang de woonfunctie in hoofdzaak behouden blijft. Om daarop toe te zien hebben burgemeester en wethouders beleidsregels vastgesteld. Deze zijn voor zover ruimtelijke relevant in de regels opgenomen. De verhuurder moet overigens ook voldoen aan de Huisvestingswet. Sinds 1 januari 2021 is particuliere vakantieverhuur wettelijk geregeld in de gewijzigde Huisvestingswet en valt nu -net als Bed and Breakfast- onder de regeling voor toeristische verhuur. Andere vormen van logies, zoals tijdelijk verblijf (short stay), zijn in de woning niet toegestaan. Dergelijke vormen van logies mogen alleen op een locatie die een logiesfunctie heeft of als de eigenaar een vergunning voor logies.
Toelichting wijziging: de tekst is geactualiseerd op de laatste versie van de huisvestingsverordening en is daarnaast aangepast omdat de regel van lid 13.5 is aangepast in
21/32
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
verband met een uitspraak van de Raad van State dat de oude regel, waarin staat dat de hoofdbewoner in de woning moet zijn als er gasten zijn, onredelijk bezwarend was.
22
Datum Rapport
4
december 2024 Vaststellingsrapport bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
Beoordeling van de zienswijzen
4.1 ZIENSWIJZE 1 Indiener wijst op het feit dat de bestaande bebouwing ter plaatse van fase 3 in het plangebied (The Greenhouse Restaurant) volledig circulair en demontabel is en vraagt of het mogelijk is om in de uitvraag voor de nieuwbouw op te nemen dat er specifiek naar een demontagebedrijf gezocht kan worden, dat inzet op hergebruik van (delen van) het gebouw van ‘The Greenhouse Restaurant’ op een andere locatie.
Reactie gemeente In het ontwerp bestemmingsplan worden wel uitgangspunten op het gebied van duurzaamheid en circulariteit opgenomen voor de nieuwbouw van de kantoorgebouwen, maar het bestemmingsplan ziet niet op het regelen van hergebruik van de huidige bebouwing van The Greenhouse Restaurant op een andere locatie. Wel wordt in de zogenaamde Anterieure Overeenkomst (privaatrechtelijk) tussen de ontwikkelaar en de gemeente Utrecht de intentie opgenomen om het gebouw van ‘The Greenhouse Restaurant’ in de huidige (of aangepaste) vorm in de stad Utrecht -of eventueel elderste herplaatsen.
Conclusie Op grond van deze zienswijze zijn geen wijzigingen aangebracht. 4. 2. ZIENSWIJZE 2 4. 2.1 Mogelijke strijdigheid met de Overeenkomst Indiener is van mening dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende rekening heeft gehouden met de Overeenkomst op onderstaande punten. ➢ de gewenste afstand tussen de geplande nieuwbouw (fase 3) en het bestuurscentrum van de Rabobank.
➢ ➢
borging van maatregelen om een goed windklimaat te realiseren.
Het ontwerp maakt de realisatie van uitpandige balkons mogelijk bij een toren van 90 meter hoog in fase 3.
Over deze punten heeft op 28 maart overleg plaatsgevonden met indiener en de gemeente en de
RVB. Daarop is een aantal onduidelijkheden en vragen door de gemeente uitgezocht en beantwoord in een mail van 30 april 2024. Indiener heeft vervolgens in een mail van 27 mei 2024 aangegeven dat het overleg en de beantwoording van de openstaande vragen hen vooralsnog voldoende comfort hierop bieden en dat zij ervan uitgaan dat de Overeenkomst wordt gerespecteerd. Hieronder wordt puntsgewijs ingegaan op de zienswijzen.
4. 2. 1.1 Afstanden
Op grond van het ontwerp bestemmingsplan schuift de gevellijn van Fase 3 op het maaiveld 93
centimeter op richting het Bestuurscentrum van de Rabobank aan de Knooppassage. De afstand
tussen de sokkel van Fase 3 en het Bestuurscentrum wordt hierdoor kleiner. Indiener is van mening dat de Raad bij de vormgeving van het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening gehouden heeft met artikel 3 van de Overeenkomst, nu het ontwerpbestemmingsplan ten onrechte de mogelijkheid biedt om af te wijken van hetgeen de Partijen zijn overeengekomen.