Vaststellingsrapport TAM omgevingsplan Herontwikkeling voormalige Wolvenpleingevangenis
Tekst van het document
Reactie Tijdelijk verblijf is beoogd in het kruisgebouw. Op deze locatie is regulier wonen niet geschikt, omdat op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving ten aanzien van de brandveiligheid voor de functie Wonen andere eisen gelden dan voor de Logies functie zoals tijdelijk verblijf. Zo is het bij een woonfunctie verboden om te vluchten door een andere functie. Tijdelijk verblijf is een logiesfunctie en dan mag wel gevlucht worden door een andere functie. Er is dan ook geen extra beveiligde vluchtweg nodig. Ook kan er voor tijdelijk verblijf een centraal brandveiligheidssysteem worden aangelegd waarmee de functie voldoet aan de eisen rond brandveiligheid en vallen de bewoners van het tijdelijk verblijf gebruik onder de verantwoordelijkheid van het hotel (met haar permanente toezicht). In de voorgebouwen is regulier wonen in bouwtechnische zin wel mogelijk. Daar zijn 13 woningen gesitueerd. 5. De nieuwbouw tast het Rijksmonument en het beschermd stadsgezicht aan. Indiener vindt de nieuwbouw niet passend bij het monumentale complex alleen al omdat de nieuwbouw boven de bestaande gevangenismuur uitsteekt.
Reactie Dit onderdeel van de zienswijze valt onder de reikwijdte van de omgevingsvergunning voor de rijksmonumentenactiviteit. De beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt niet door de raad beantwoord maar door het college van burgemeester en wethouders. Daarom wordt dit onderdeel van de zienswijze niet betrokken bij dit vaststellingsrapport, maar wij nemen de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze op bij de omgevingsvergunning voor de rijksmonumentenactiviteit.
17
Conclusie De zienswijze vormt voor ons geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van de ontwerp omgevingsplanwijziging.
Zienswijze 7
34062305
1. Er is zorg over de toename aan geluid op de bestaande woningen aan het Wolvenplein. Volgens indiener is er geen onderzoek gedaan naar de totale geluidstoename die het “dorp in de stad” met alle bijbehorende activiteiten zal veroorzaken op de bestaande woningen aan de voorzijde van het gevangeniscomplex. De indiener vraagt hoe wordt geborgd dat de geluidsnormen niet worden overschreden, hoe dit gemeten gaat worden en wat er bij overschrijding wordt gedaan.
Reactie In de huidige situatie wordt de geluidbelasting op de bestaande woningen bepaald door bedrijfsactiviteiten, evenementen en autoverkeer. In de toekomstige situatie verandert het karakter van de activiteiten. Het autoparkeren op het voorplein komt te vervallen, waardoor de verkeersbewegingen van gemotoriseerd verkeer ter plaatse van het Wolvenplein afnemen. Het voorplein wordt autovrij en groen ingericht. De logistieke bevoorrading vindt grotendeels via het water plaats, waardoor laden en lossen op het voorplein tot een minimum wordt beperkt. Daar staat tegenover dat het complex openbaar toegankelijk wordt en er voetgangersbewegingen en verblijfsactiviteiten op het voorplein en in de binnenhoven zullen plaatsvinden. Het akoestisch onderzoek van Sweco (Bijlage 8 van de motivering) beoordeelt de geluidbelasting door omliggende wegen op de nieuw te realiseren woningen en de effecten van het plan op de omgeving. Het berekende geluid bedraagt ten hoogste 56 Lden en dat is niet hoger dan de grenswaarde van 68 dB (Utrechts) resp. 70 Lden (landelijk). In de toekomst worden auto’s geparkeerd in de Grifthoekgarage. Het effect van de verkeersaantrekkende werking van het plan op de bestaande woningen aan het Wolvenplein zal minder worden ten opzichte van de huidige situatie.
Het akoestisch onderzoek stemgeluid van Buro Bouwfysica heeft de geluidbelasting berekend op onder andere de woningen aan het Wolvenplein. De hoogst berekende geluidbelasting als gevolg van de balkons van het appartementenblok bedraagt LAr,LT = 39 dB(A) etmaalwaarde ter hoogte van Wolvenplein 24. Dit is ruim onder de richtwaarde van 45 dB(A) voor een “rustige woonwijk” en onder de richtwaarde van 50 dB(A) voor een “gemengd gebied” evenals onder de richtwaarde van 50 dB(A) volgens de vastgestelde Beleidsnota Geluid en Trillingen. De geluidbelasting van het terras aan de kop van de gevangenis is ter plaatse van de woningen aan het Wolvenplein nog lager vanwege de afschermende werking van het kruisgebouw en de bestaande gevangenismuur. De locatie van het terras is ten opzichte van de omgeving veranderd, maar de geluidsbelasting van het terras is gunstiger op de omgeving dan voorheen. Uit een memo die het onderzoek uit 2022 actualiseert, blijkt namelijk dat onder dezelfde condities zoals opgenomen in het stemgeluidonderzoek de geluidsbelasting van het terras ten hoogste 29 dB(A) in de dagperiode en 34 dB(A) in de avondperiode bedraagt. Dit is niet hoger dan de richtwaarde van 45 dB(A) voor een “rustige woonwijk” en een richtwaarde van 50 dB(A) voor een “gemengd gebied” evenals de richtwaarde van 50 dB(A) volgens de Beleidsnota Geluid en Trillingen.
Deze memo wordt als bijlage bij de motvering gevoegd. Ten slotte merken wij op dat de geluidseffecten van de overige activiteiten van het “dorp in de stad” zoals voetgangers, werkactiviteiten en de buurtfuncties onder gebruiksgeluid vallen die inherent zijn aan een woonomgeving in een gemengd binnenstedelijk gebied. Wij zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor de naleving van de geluidsregels. 2. Er wordt voorgesteld om het ‘struinpad’ door te trekken langs de cipierswoningen of via een brug of steiger langs de singel. Het ‘struinpad’ rondom de gevangenis wordt onderbroken bij het voorplein. Voetgangers moeten over het voorplein en via het Wolvenplein en de Wittevrouwenkade de weg vervolgen. Indiener vraagt of het ‘struinpad’ kan worden doorgetrokken langs de cipierswoningen of via een brug/steiger langs de singel, zodat het pad niet wordt onderbroken en het voorplein rustiger blijft.
18
Reactie De cipierswoningen vallen buiten de plangrenzen en buiten de eigendomsverhoudingen van deze herontwikkeling. De gronden direct grenzend aan de cipierswoningen zijn niet in eigendom van de initiatiefnemers (AM/Levenslang) en niet in eigendom van de gemeente. Een doorgetrokken pad langs de cipierswoningen zou medewerking vereisen van de eigenaren van deze percelen. Dit valt buiten de reikwijdte van het voorliggende plan. Een alternatieve route via een steiger of brug langs de singel ter hoogte van de cipierswoningen zou een aanvullende constructie vereisen in het water of op de oever met bijbehorende vergunningsprocedures, effecten op de cultuurhistorische waarde van de singelstructuur en aanzienlijke meerkosten. De ruimte tussen de cipierswoningen en het water is bovendien zeer beperkt. Wij merken op dat het voorplein in de toekomstige situatie autovrij wordt en als parkachtig, groen gebied wordt ingericht als onderdeel van het Singelpark. De oversteek via het voorplein is daarmee juist een aantrekkelijk en verblijfswaardig deel van de route. Het voorplein vormt een schakel in het Singelpark en wordt ingericht met wandelpaden in half verharding, beplanting en verblijfskwaliteit. De route buitenom is secundair aan de route over het voorplein en via de Wolvenstraat, omdat de ruimte op het talud beperkt is.
Bij de verdere uitwerking zullen wij bezien of de aansluiting van het ‘struinpad’ op het voorplein zo vloeiend mogelijk kan worden vormgegeven. 3. Gevraagd wordt of ondergrondse afvalcontainers niet te dicht bij woningen komen te staan. Ondergrondse afvalcontainers met bovengrondse laadunits zijn ontsierend en trekken ongedierte aan. Indiener vraagt of de containers geplaatst kunnen worden op afstand van woningen, bijvoorbeeld in de bocht naar de Wittevrouwenkade achter de cipierswoningen, of tussen de Jellinek kliniek en het schoolgebouw.
Reactie Een toekomstige ondergrondse restafvalcontainer wordt bij voorkeur buiten het voorplein geplaatst in de omgeving van het complex. Mocht het toch noodzakelijk zijn de ondergrondse afvalcontainer op het voorplein te plaatsen, dan dient deze niet in de zichtas tussen voorplein en de singel te worden geplaatst, maar meer naar de rand bij de cipierswoningen en opgenomen te worden in een zone met hogere beplanting. Wij merken op dat de definitieve locatiekeuze voor de ondergrondse afvalcontainer plaatsvindt in overleg met Stadsbedrijven bij de verdere uitwerking van het inrichtingsplan. De door de indiener genoemde locaties zijn in principe kansrijk, mits wordt voldaan aan de maximale loopafstand van 125 meter en de bereikbaarheid voor het inzamelvoertuig is geborgd. De locatie in de bocht naar de Wittevrouwenkade sluit aan bij het uitgangspunt om de ondergrondse afvalcontainer bij voorkeur buiten het voorplein te plaatsen. Conclusie De zienswijze vormt voor ons wat betreft onderdeel 1 aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van de ontwerp omgevingsplanwijziging. Hiervoor verwijzen wij naar de conclusie bij zienswijze 1. De suggesties voor een alternatieve locatie van een ondergrondse afvalcontainer nemen wij mee bij de definitieve locatiekeuze na overleg met de afdeling Stadsbedrijven.
Zienswijze 8 34062166 1. Doorbraken in de gevangenismuur schaden de monumentale uitstraling van de gevangenismuur. Indiener vindt dat de gevangenismuur zijn visuele dominantie en de historische geslotenheid verliest. De unieke historische identiteit, het stedenbouwkundig belang en de relatie met de singel worden hierdoor aangetast. Indiener telt op de plaatjes 16 doorbrekingen en ziet graag meer onderzoek naar de doorbrekingen, maar ook visuele plaatjes van resultaat van de doorbrekingen.
Reactie Dit onderdeel van de zienswijze valt onder de reikwijdte van de omgevingsvergunning voor de rijksmonumentenactiviteit. De beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt niet door de raad beantwoord maar door het college van burgemeester en wethouders. Daarom wordt dit onderdeel van de zienswijze niet betrokken bij dit vaststellingsrapport, maar wij nemen de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze op bij de omgevingsvergunning voor de rijksmonumentenactiviteit.
19
2. Het ’s avonds afsluiten van de hoven beperkt het openbaar gebruik en sociaal-maatschappelijk functioneren van het gebied. Volgens indiener leidt het ’s avonds afsluiten van de hoven ertoe dat het karakter van het ‘dorp in de stad’ wordt aangetast en de herontwikkeling de aansluiting met de stad verliest.
Reactie De hoven zijn overdag openbaar toegankelijk en een deel van de functies in het complex wordt ook via de hoven ontsloten. De hoven kenmerken zich door een geleidelijke overgang tussen het openbare en privé gedeelte. Dit houdt in dat bewoners geen eigen erfafscheidingen mogen maken tussen de intermediaire zone en de hoven. Om ervoor te zorgen dat de veiligheid van de bewoners wordt gewaarborgd en eventuele overlast tot een minimum wordt beperkt hebben wij ervoor gekozen de mogelijkheid open te laten om de hoven in de avond en nacht af te sluiten. 3. De bouw tot 6 meter boven de bestaande gevangenismuur doet geen recht aan het Rijksmonument. Indiener geeft aan dat het plan toestaat dat de gebouwen tot 6 meter boven de bestaande gevangenismuur worden gebouwd. Dit zou de monumentale uitstraling van de muur en het rijksmonument schaden. Indiener stelt voor woningen toe te voegen ten koste van gemeenschappelijke ruimte. Indiener verzoekt het college de vergunningen zodanig aan te passen dat de monumentale, historische en sociale waarden van de voormalige gevangenis behouden blijven.
Reactie Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onderdeel 4 onder nieuwbouw. De nieuwbouw, het kruisgebouw en de kerk versterken elkaar juist op deze historische plek. De huurwoningen hebben een maximale bouwhoogte van 3 bouwlagen en komen maximaal 6 meter boven de muur uit. Deze hoogte is het resultaat van een zorgvuldige afweging tussen het woningprogramma en de monumentale context. In het participatieproces is de bouwhoogte waar mogelijk licht beperkt naar aanleiding van zorgen van omwonenden. 4. Er vindt bevoordeling plaats van vrijwilligers van bewonersvereniging 'De Witte Wolf'. Indiener vindt het reserveren van koopvoorrang voor één organisatie ongelijk en vindt dat dit een specifieke groep vrijwilligers die zich heeft ingezet boven andere vrijwilligers in de stad, bevoordeelt.
Reactie Dit betreft een private afspraak tussen de ontwikkelaar en de vrijwilligers van de bewonersvereniging “ ‘De Witte Wolf’. Het wijzigen van het omgevingsplan heeft hierop geen invloed. Het voorstel ‘Levenslang genieten’ van de ontwikkelaar is mede tot stand gekomen in samenwerking met de Utrechtse bewonersvereniging ‘De Witte Wolf' en diverse andere partners uit Utrecht. We vinden het belangrijk om bewonersinitiatieven een plek te geven in de stad. Conclusie De zienswijze vormt voor ons geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van de ontwerp omgevingsplanwijziging.
Zienswijze 9 34063023 1. Bij de voetgangersbrug ontbreken constructies om fietsers, brommers en fatbikers te kunnen weren en de positionering van de voetgangersbrug is teleurstellend. Indiener vindt dat bij de voetgangersbrug fysieke maatregelen (paaltjes/hekken) om fietsers/brommers te weren ter bescherming van voetgangers ontbreken. Volgens de indiener zou de brug verderop geplaatst moeten worden om voetgangersstromen te spreiden en druk op het Wolvenplein te verminderen. Door de voetgangersbrug te verplaatsen zullen voetgangersstromen in verschillende richtingen plaatsvinden waardoor de overlast op het Wolvenplein minder zal zijn.
20
Reactie De voetgangersbrug is aan de binnenzijde van de singel voorzien aan de westzijde van de gevangenis waar deze een logische aansluiting heeft op het voorplein als onderdeel van de openbare route van het Singelpark. Een verplaatsing zou deze directe verbinding met de Grifthoekgarage teniet doen. De voetgangersbrug is uitsluitend bedoeld voor voetgangers. Fietsers worden via vormgeving of inrichting van de openbare ruimte ontmoedigd van de voetgangersbrug gebruik te maken. Het gaat om langzaam voetverkeer en niet om intensieve verkeersstromen. 2. Het voorplein valt volgens het Visiedocument Wolvenplein Utrecht onder de categorie “rust” en dat wordt niet gehaald. Indiener vindt het voorplein geen rustige plek, omdat het voorplein de hoofdtoegang wordt tot woningen, hotel, short stay, restaurant, buurthuis, werkplekken en fietsenstalling. Indiener verwacht overlast door de extra voorzieningen zoals banken/speeltoestellen. Indiener vraagt deuren met drangers bij de fietsenstalling vanwege te verwachten geluidhinder.
Reactie Het autoparkeren op het voorplein komt in de eindsituatie te vervallen. Het voorplein wordt groen ingericht met half verharde parkpaden, gevarieerde beplanting, natuurlijke speelaanleidingen voor de jongste leeftijdsgroep en verblijfskwaliteit. Aan de voorgevels van de woningen op het voorplein is ruimte voor een intermediaire zone om zo de overgang tussen openbaar en privé geleidelijk te laten verlopen. Dit verhoogt de verblijfskwaliteit van het voorplein. Het voorplein is de entree van alle functies binnen het complex en is onderdeel van de route bij de aanleg van de voetgangersbrug. Hier hoort verblijfskwaliteit bij in de vorm van wandelroutes en zitplekken voor bezoekers. De keerlus wordt verhard om incidenteel verkeer te faciliteren, maar sluit qua materialisatie aan bij het parkbeeld. Fietsparkeerplekken worden ingetogen vormgegeven met een korte stallingsduur. Een ondergrondse afvalcontainer wordt bij voorkeur buiten het voorplein gesitueerd. Dit alles leidt tot de slotsom dat het voorplein qua inrichting aansluit bij een gebied waar rust en voldoende verblijfskwaliteit vooropstaat. Conclusie De zienswijze vormt voor ons geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van de ontwerp omgevingsplanwijziging.
De suggestie van indiener om drangers bij de deuren van de fietsenstalling te plaatsen nemen wij mee bij de vormgeving van het ontwerp van de fietsenstalling.
Zienswijze 10 34063184 1. Verzocht wordt om de hoogte van de nieuwbouw te verlagen zodat deze voldoet aan de randvoorwaarden uit het Visiedocument Wolvenplein Utrecht. Indiener geeft aan dat door lager te bouwen er meer woningen geïntegreerd kunnen worden met de bestaande gevangenismuur waardoor het beschermd stadsgezicht behouden blijft.
Reactie Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onderdeel 5 eerste alinea. 2. De plannen voldoen niet aan de Wet geluidhinder, de Geluidsnota Utrecht en de eisen over geluid en milieuzonering uit het Visiedocument Wolvenplein Utrecht. Indiener verzoekt om een plan uit te werken waarmee geluidsoverlast wordt voorkomen en maximale toegestane geluidswaarden niet worden overschreden in het plangebied en op de Wittevrouwensingel.
Reactie Voor de beantwoording van dit onderdeel van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onderdeel 3.
21
3. Verzocht wordt om het UPP-1 proces te volgen volgens de voor Utrecht geldende regels van participatie.
Reactie Voor beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onderdeel 2. Conclusie Onderdeel 2 van de zienswijze vormt voor ons aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van de ontwerp omgevingsplanwijziging. Hiervoor verwijzen wij naar de conclusie van zienswijze 1.
Zienswijze 11 34063317 1. Er wordt verzocht om de verdeling tussen sociale huurwoningen en middenhuur woningen in lijn te brengen met de afspraken zoals deze zijn vastgelegd in de Bouwenvelop. Indiener zegt dat in de aankondiging van het ontwerp-omgevingsplan staat dat van de huurwoningen “tenminste 50% een sociale huurwoning” is. Indiener geeft aan dat in de communicatie door de ontwikkelaar en woningcorporatie WOONIN altijd is gesproken over 14 sociale huurwoningen en 4 middenhuur woningen (circa 75% sociaal). In de Bouwenvelop staat dat “meer dan de helft sociale huur” zou betreffen. De indiener vreest dat 50% als ondergrens wordt aangegrepen om er een bovengrens van te maken en pleit voor een scherper geformuleerd minimum.
Reactie Wij begrijpen de zorg van de indiener. De formulering in het ontwerp is een juridisch minimumvereiste dat in de planregels wordt vastgelegd en als zodanig juridisch afdwingbaar is. De formulering “tenminste 50%” is een ondergrens en geen bovengrens. In de motivering staat dat het aandeel sociale huur “minimaal 50%” is. De Bouwenvelop formuleerde het uitgangspunt als “meer dan de helft sociale huur”. Wij erkennen dat er een nuanceverschil bestaat tussen beide formuleringen. “Meer dan de helft” houdt in dat het aandeel sociale huur in elk geval boven de 50% moet liggen, terwijl “tenminste 50%” dan wel “minimaal 50%” ook exact 50% toestaat. Wij stellen vast dat de intentie is dat het aandeel sociale huur substantieel is en boven de helft uitkomt volgens de afspraken die met de ontwikkelaar en WOONIN zijn gemaakt. De formulering wordt aangepast van “tenminste 50%” in de regels en “minimaal 50%” in de motivering naar “meer dan de helft” in lijn met de vastgestelde Bouwenvelop. Hiermee wordt geborgd dat het aandeel sociale huurwoningen altijd meer dan de helft van het totale aantal huurwoningen bedraagt. 2. Men is niet blij met de functie Verkeer - Verblijfsgebied in plaats van de functie Groen voor het voorplein.
De indiener was ervan uitgegaan dat het voorplein de functie ‘Groen’ zou krijgen volgens de visie en de Bouwenvelop die het voorplein als autovrij en groen omschrijven als onderdeel van het Zocherpark. De indiener wijst op het raadsstandpunt ‘Groen, tenzij’ en de aangenomen Motie 264. Indiener stelt voor het voorplein voor de helft (gedeelte keerlus) de functie Verkeer & Verblijf toe te kennen en voor de andere helft de functie Groen.
Reactie Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 3 onderdeel 2. Het raadsstandpunt ‘Groen, tenzij’ en Motie 264 worden geëffectueerd via de eisen in het inrichtingsplan en niet via de planologische functieaanduiding in het omgevingsplan. Wij nemen in de toelichting bij het omgevingsplan een nadere motivering op waaruit blijkt dat het voorplein ondanks de functieaanduiding Verkeer - verblijfsgebied in hoofdzaak als groen verblijfsgebied wordt ingericht. Daarnaast voegen wij aan de regels toe dat het aanleggen van parkeerplaatsen niet is toegestaan binnen de functie Verkeer-Verblijfsgebied. 3. Er wordt aandacht gevraagd voor de manier waarop de fietsparkeerplaatsen zijn opgenomen in het plan.
22
Op drie plekken op het voorplein zijn fietsparkeerplaatsen ingetekend. De indiener verwacht veel hinder van wildgroei aan fout geplaatste fietsen met name bij de ingang van hof 1 nabij de voetgangersbrug en vreest dat de voetgangersbrug als fietsroute wordt gebruikt. Indiener stelt voor alle fietsen in rekken op één centrale plek nabij de toegangspoorten te plaatsen bij voorkeur langs het hek.
Reactie Wij herkennen de zorg van indiener over wildgroei van fietsparkeren. Het uitgangspunt, tevens vastgelegd in de Bouwenvelop, is dat kortdurend fietsparkeren voor bezoekers op het voorplein mogelijk is. Het fietsparkeren voor bewoners wordt opgelost in de gebouwde fietsenstalling. Het voorplein wordt ingericht als onderdeel van het Noordelijke Singelpark en is een verblijfsplek en wandelgebied, geen doorgaande fietsroute. De voetgangersbrug is dan ook uitsluitend voor voetgangers bedoeld en niet voor fietsers. In de verdere uitwerking van het inrichtingsplan en ontwerp van de voetgangersbrug zal duidelijke bewegwijzering worden toegepast om fietsverkeer over de brug tegen te gaan. De fietsparkeerplekken worden, conform uitgangspunten uit de Bouwenvelop, zoveel mogelijk geclusterd nabij de bezoekersentrees van het complex. Wij begrijpen de suggestie om fietsparkeren aan de straatzijde langs het hek te situeren, maar deze oplossing valt buiten de scopegrens en maakt voor nu daarmee geen onderdeel uit van de opgave. Fietsparkeerplekken op het voorplein worden ingetogen vormgeven zonder vaste rekken. Het doel van de openbare fiets parkeerplekken is om het voor bezoekers fietsparkeren te faciliteren met een korte stallingsduur. Door een flexibele zone zonder voorzieningen te maken wordt de beoogde korte stallingsduur zoveel mogelijk aangemoedigd. 4.
Er wordt aandacht gevraagd voor de privacy van de woningen die grenzen aan het voorplein. De woningen in het hoofdgebouw liggen direct aan het voorplein zonder afschermende beplanting. De indiener verzoekt om beschermende beplanting of een andere oplossing voor meer privacy.
Reactie Wij begrijpen de wens van privacy voor de bewoners van het hoofdgebouw. Aan de voorgevel van de woningen op het plein is ruimte voor een intermediaire zone, bijvoorbeeld voor een bankje om in de zon te zitten. Gebruik door bewoners wordt hier onder voorwaarden aangemoedigd. Deze overgang is belangrijk om zo de scheiding tussen privé en openbaar zachter en geleidelijker te maken. Hierdoor wordt de verblijfskwaliteit voor binnen en buiten verhoogd. De strook maakt onderdeel uit van het ontwerp van het voorplein en grenst aan een smalle openbare route over het voorplein. Hierachter wordt het voorplein groen ingericht. De woningen zelf hebben een verhoogd vloerpeil ten opzichte van het maaiveld en een vrij hoge borstwering onder de raampartijen. Hiermee wordt tezamen met de intermediaire zone de privacy geborgd. Ook verwachten we op deze locatie geen grote hoeveelheden voetgangers. Het park en het complex zijn zo ontworpen dat de hoofdloop over het voorplein meer richting de zuidzijde ligt. Al met al een situatie die niet anders is dan bij veel woningen in de binnenstad waar een voortuin ontbreekt. 5. Gevraagd wordt om het te houden bij een ‘struinpad’ en om er geen wandelpad van te maken voor een doelgroep met kinderwagens, een rollator en een rolstoel. Indiener onderschrijft de functie Groen voor het talud rond het bolwerk. Het wandelpad moet een ‘struinpad’ blijven.
De breedte van 1,5 meter is technisch waarschijnlijk niet mogelijk en in ieder geval onwenselijk. Het pad is niet toegankelijk voor kinderwagens, rollators en rolstoelen vanwege te smalle passages en te steile hellingen.
Reactie Wij bevestigen dat het pad rond het bolwerk het karakter van een ‘struinpad’ behoudt. Het ‘struinpad’ is een secundaire route, omdat de ruimte op het talud beperkt is. De hoofdroute naar het complex loopt via het voorplein en de Wolvenstraat en is volledig toegankelijk voor mindervaliden. De voetgangersbrug naar hof 1 voldoet aan de eisen voor hellingbanen. Het uitgangspunt is om waar de ruimte beschikbaar is een pad van 1,80 meter breedte te maken met een minimale breedte van 1,50 meter. Hierdoor wordt er zoveel mogelijk comfort geboden aan de gebruikers van de route en ontstaat er voldoende ruimte om elkaar comfortabel te kunnen passeren. Op andere delen is minder ruimte
23
beschikbaar, onder andere door aanwezige bomen. Het ‘struinpad’ kent smalle passages die het pad voor minder validen moeilijk of niet bruikbaar maken. Een volledig rolstoel- kinderwagens- en rollatorstoegankelijk pad zou ingrijpende aanpassingen aan het talud en de oeverzone vereisen die strijdig zijn met de functie Groen en de cultuurhistorische waarde van de singelzone. Conclusie De zienswijze vormt voor ons aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van de ontwerp omgevingsplanwijziging. De formulering van het minimumaandeel sociale huurwoningen wordt zowel in de regels als in de motivering gewijzigd van “tenminste 50%” in de regels en “minimaal 50%” in de motivering naar “meer dan de helft”. In het omgevingsplan wordt een nadere motivering opgenomen over de groene inrichting van het voorplein ondanks de functie Verkeer-Verblijfsgebied. In de regels van de functie Verkeer-Verblijfsgebied nemen wij op dat parkeren niet is toegestaan.
Zienswijze 12 34063300 1. Het ontwerp van de voorgestelde nieuwe gebouwen op het complex is in strijd met de regelgeving omtrent aanpassingen van Rijksmonumenten en het Utrechts beschermd stadsgezicht waar het complex onderdeel van uitmaakt. Indiener vindt dat met name de hoogte van de bebouwing achter de muur en de doorbraken daarin, niet alleen een ingrijpende aantasting van het monumentale karakter en aangezicht van het complex veroorzaken, maar verstoren ook in ernstige mate het beschermde stadsgezicht.
Reactie Dit onderdeel van de zienswijze valt onder de reikwijdte van de omgevingsvergunning voor de rijksmonumentenactiviteit. De beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt niet door de raad beantwoord maar door het college van burgemeester en wethouders. Daarom wordt dit onderdeel van de zienswijze niet betrokken bij dit vaststellingsrapport, maar wij nemen de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze op bij de omgevingsvergunning voor de rijksmonumentenactiviteit. 2. Persoonlijke noot Indiener kan niet begrijpen dat dergelijke plannen een gemeentelijk fiat krijgen, terwijl het voor direct aanwonenden niet toegestaan is om alleen een dakraam aan te brengen of oude, niet functionerende, schuiframen te vervangen. Indiener acht dit in strijd met het rechtsbeginsel dat de wet voor een ieder gelijk is.
Reactie Net als in uw geval hebben de initiatiefnemers van deze ontwikkeling hun plannen voorgelegd aan de gemeente en hebben zowel de RCE als de COU advies gegeven over de herontwikkeling. Daaruit is gebleken dat zij positief geadviseerd hebben en er een goede balans is gevonden tussen het behoud van het monumentale karakter van het monumentale complex en de nieuwbouw. Conclusie De zienswijze vormt voor ons geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van de ontwerp omgevingsplanwijziging.
Zienswijze 13 Vereniging Stadsdorp Wolvenburg De zienswijze is niet inhoudelijk, maar procedureel van aard. De dubbele procedure van visiedocument en omgevingsplan met inhoudelijk te weinig verschillen was een onnodige volgorde en onnodig lang qua doorlooptijd. Het gemeentelijk apparaat helpt bij het wijzigen van het omgevingsplan wel de opdrachtgever bij de participatie, maar niet de participanten. Indiener had verwacht dat na het vaststellen door de gemeenteraad van het Visiedocument Wolvenplein Utrecht in februari 2020 met een verkorte procedure volstaan kon worden voor het traject om te komen tot een omgevingsplan.
24
Reactie De gemeenteraad heeft in juli 2019 het visiedocument Wolvenplein Utrecht vastgesteld. Deze visie gaf de randvoorwaarden voor de verkoop van Wolvenplein. Bij het opstellen van de visie was een klankbordgroep bestaande uit omwonenden, de wijkraad Binnenstad en Centrum Management Utrecht betrokken. Voor de participatie na verkoop van de gevangenis heeft het actieprogramma ‘Samen stad maken op de Utrechtse manier’ als leidraad gediend. In november 2021 heeft een online informatiebijeenkomst plaatsgevonden waarbij de ontwikkelaars hun voorstel ‘Levenslang genieten’ hebben gepresenteerd en er mogelijkheid was tot het stellen van vragen. De gebiedsregisseur van AM en Levenslang heeft bij de start van de definitiefase de participatieaanpak voor dit project opgesteld in overleg met de gemeente. Deze aanpak inclusief een krachtenveldanalyse is vastgelegd in een participatieplan. De ontwikkelaars organiseerden in 2022 verschillende brainstormgroepen. Geïnteresseerden, belanghebbenden en buurtbewoners konden zo meedenken over de herontwikkelingsplannen voor Wolvenplein. Notulen van deze bijeenkomsten en het participatieplan en -verslag zijn te lezen op de projectpagina van de ontwikkelaar, www.wolvenpleinontwikkelt.nl. De gemeente en de ontwikkelaars hebben twee grote informatiebijeenkomsten georganiseerd.
In juni 2022 is de buurt geïnformeerd over het initiatief, het proces wat doorlopen moet worden en de mogelijkheden voor participatie. Ook konden alle aanwezigen op verschillende thema’s aangeven waar zij zorgen hadden of juist kansen zagen. Een tweede bijeenkomst is georganiseerd in april 2024, op het moment dat de concept bouwenvelop was vrijgegeven voor reacties. Tijdens deze bijeenkomst zijn de aanwezigen geïnformeerd over de inhoud van de bouwenvelop en de manier waarop mensen een reactie kunnen geven op de bouwenvelop. Tijdens deze avond zijn veel inhoudelijke vragen beantwoord. Wij herkennen ons niet in het standpunt van indiener dat er van wederzijdse inbreng over inhoudelijke punten geen sprake zou zijn. Met omwonenden, het Buurtplatform Wittevrouwensingel, bewonersvereniging ‘De Witte Wolf’ en indiener proberen wij een transparant proces te doorlopen volgens de wettelijke procedure die daarvoor geldt. Daarbij krijgen aspecten als zorgvuldigheid en prioriteit voldoende aandacht. Conclusie De zienswijze vormt voor ons geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen ten opzichte van de ontwerp omgevingsplanwijziging.
25
3 Wijzigingen in het ontwerp 3.1 Wijzigingen door zienswijzen 3.1.1
Uitbreiding toelichting en regels artikel 4 functie Verkeer - verblijfsgebied
3.1.1.1 Toelichting van de wijziging Naar aanleiding van zienswijze 3 onderdeel 2 met kenmerk 34058393 en zienswijze 11 onderdeel 2 met kenmerk 34063317 nemen wij een uitgebreidere toelichting op voor de functie Verkeer – Verblijfsgebied om aan te geven dat de functie Verkeer – verblijfsgebied de flexibiliteit biedt om het voorplein in te richten als groen verblijfsgebied en tegelijkertijd bereikbaar te houden voor aangrenzende functies. Daarnaast voegen we aan de regels toe dat parkeren binnen de functie Verkeer-verblijfsgebied niet is toegestaan. 3.1.1.2 Wijziging Aan de functie Verkeer-verblijfsgebied wordt een lid toegevoegd: 4.3 Activiteiten die niet mogen 1. Het realiseren, gebruiken en in stand houden van parkeerplaatsen. De artikelsgewijze toelichting wordt als volgt gewijzigd: Artikel 4 Verkeer - verblijfsgebied De openbare ruimte die niet de functie Groen, Water of een bijzondere verkeersfunctie heeft, krijgt de functie Verkeer - Verblijfsgebied. Daaronder vallen wegen, fiets- en voetpaden, pleinen, groenvoorzieningen en bouwwerken die bij de functie passen, zoals fietsenstallingen. Omdat het auto parkeren op het voorplein komt te vervallen, zijn parkeerplaatsen niet toegestaan. Wegen met deze functie zijn vooral bedoeld voor het bestemmingsverkeer.
(…) Het voorplein wordt als onderdeel van het Singelpark zo groen mogelijk ingericht waardoor het voorplein naast verblijfskwaliteit ook ecologische waarde krijgt in het inrichtingsplan in de vorm van beplantingsvakken en in de vorm van gazon en zitmogelijkheden voor de bezoekers. Tegelijkertijd vormt het voorplein de entree voor alle aangrenzende functies binnen het complex en is het onderdeel van een route bij de aanleg van de voetgangersbrug. Ook is in het inrichtingsplan een keerlus voorzien ten behoeve van hulpdiensten, gehandicapten, kiss & ride en laden en lossen waarvoor vervoer over water geen oplossing biedt. 3.1.2
Wijziging artikel 6.2 lid 1 functie Wonen, par2.3.2.3.1 Wonen en par 4.1.1 Programma
3.1.2.1 Toelichting van de wijziging Naar aanleiding van zienswijze 11 van Bewonersvereniging “De Witte Wolf” passen wij de formulering van de verhouding tussen het aandeel sociale huurappartementen en middenhuur appartementen aan. In het eerste lid van artikel 6.2 van de functie Wonen is bepaald dat er maximaal 36 woningen toegestaan zijn waarvan “tenminste 50%” huurwoningen zijn. Van de huurwoningen is “tenminste 50%” een sociale huurwoning en de overige huurwoningen zijn middenhuurwoningen. In paragraaf 2.3.2.3.1 Wonen en in paragraaf 4.1.1 Programma onder het kopje Woningbouw van de motivering is bepaald dat de onderlinge verdeling tussen sociaal en middenhuur “minimaal 50%” sociale huur is waarbij de overige huurwoningen in de middenhuur gerealiseerd worden. In de Bouwenvelop is destijds geformuleerd dat “meer dan de helft sociale huur” gerealiseerd moest worden. In de anterieure overeenkomst hebben wij en de ontwikkelaar deze formulering overgenomen. Wij erkennen dat er een nuanceverschil bestaat tussen de verschillende formuleringen. “Meer dan de helft ” impliceert dat het aandeel sociale huur in elk geval boven de 50% moet liggen, terwijl “tenminste 50%” en “minimaal 50%” ook exact 50% toestaat. Wij stellen vast dat de intentie is dat het aandeel sociale huur substantieel is en boven de helft uitkomt volgens de afspraken met de ontwikkelaar.
26
De formulering in artikel 6.2 eerste lid en in de paragrafen 2.3.2.3.1 en 4.1.1 worden aangepast van “tenminste 50%” naar “meer dan de helft 50%”. Hiermee wordt geborgd dat het aandeel sociale huurwoningen altijd meer dan de helft van het totale aantal huurwoningen bedraagt. 3.1.2.2 Wijziging Artikel 6.2 eerste lid wordt als volgt gewijzigd: 6.2 Activiteiten die bij de functie passen Uitsluitend de volgende activiteiten passen bij het doel van de functie: 1. Wonen en de daarbij behorende activiteiten die voldoen aan de regels over de activiteit wonen, waarbij geldt dat er maximaal 36 woningen toegestaan zijn, waarvan tenminste 50% huurwoningen zijn. Van de huurwoningen is tenminste meer dan de helft een sociale huurwoning en de overige huurwoningen zijn middenhuurwoningen. Paragraaf 2.3.2.3.1 onder plangebied wordt als volgt gewijzigd: (…)
Plangebied
De onderlinge verdeling tussen sociaal en midden huur is minimaal meer dan de helft sociale huur. De overige huurwoningen moeten in de middenhuur gerealiseerd worden. Daarbij beschikken alle woningen over een eigen tuin en/of buitenruimte en is toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking. Paragraaf 4.1.1 onder Woningbouw wordt als volgt gewijzigd.
Woningbouw
In Wolvenplein wordt een gemengd woonprogramma gerealiseerd, beige gearceerd op figuur 4.1, bestaande uit 18 sociale en middeldure huurappartementen en 18 koopwoningen. Van de huurwoningen wordt minimaal meer dan de helft sociale huur en voor het overige middenhuur. Dit gevarieerde programma zorgt ervoor dat een gemengde groep bewoners interesse zal hebben in de woningen. 3.1.3
Wijziging artikel 2 Transformatiegebied Wolvenplein bouwaanduiding dakopbouw
3.1.3.1 Toelichting wijziging Naar aanleiding van zienswijze 4 wijzigen wij de specifieke bouwaanduiding dakopbouw voor lantaarn dan wel uitkijkpunt bovenop de nieuwe horecagelegenheid. De specifieke bouwaanduiding dakopbouw op de verbeelding en de bouwregel met een maximale bouwhoogte van de dakopbouw wordt aangepast naar de feitelijke uitvoering van de lantaarn zoals deze is aangevraagd. 3.1.3.2 Wijziging Artikel 2.4 lid 4 wordt als volgt gewijzigd: 3. Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding dakopbouw is een maximale bouwhoogte van 8 7,5 meter toegestaan. 3.1.4
Wijziging paragraaf 5.4 Geluidhinder en toevoegen bijlage geluidsbelasting terras
3.1.4.1 Toelichting wijziging Naar aanleiding van zienswijze 1 onderdeel 3, zienswijze 2, zienswijze 6 onderdeel 3, zienswijze 7 onderdeel 1 en zienswijze 10 onderdeel 2 over geluidsoverlast vanwege het terras hebben wij het stemgeluidonderzoek uit 2022 geactualiseerd met een memo waaruit blijkt dat de geluidsbelasting op de omgeving vanwege stemgeluid door het terras niet hoger is dan de geldende richtwaarden uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering en de geldende richtwaarde uit de Beleidsnota Geluid en Trillingen. De memo wordt als bijlage aan de motivering toegevoegd. Wijziging Paragraaf 5.4 Geluidhinder wordt als volgt gewijzigd: Alhoewel de locatie van het terras is veranderd ten opzichte van de onderzochte locaties blijkt uit een memo die het stemgeluidonderzoek uit 2022 actualiseert dat onder dezelfde condities als opgenomen
27
in het verrichte stemgeluidonderzoek de geluidsbelasting niet hoger is dan de richtwaarde uit de VNG publicatie en de richtwaarde volgens de Beleidsnota Geluid en Trillingen.
3.2 Ambtshalve wijzigingen 3.2.1
Wijziging begrippen
3.2.1.1 Toelichting van de wijziging De begripsomschrijvingen voor de doelgroepen van sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en nieuwbouw betaalbare koopwoningen zijn aangepast omdat de beschrijving van de doelgroep in het omgevingsplan geen criteria mag bevatten voor woonruimtetoewijzing. In de oude begripsomschrijvingen werd verwezen naar de inkomenseisen uit de huisvestingsverordening. Dit wordt gewijzigd naar de nieuwe definitie waarin staat dat een huishouden tot de doelgroep behoort, wanneer dit huishouden op grond van de huisvestingsverordening gemeente Utrecht in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning voor de betreffende woningcategorie. De daadwerkelijke beoordeling of een huisvestingsvergunning verleend wordt vindt plaats op grond van de huisvestingsvergunning en niet op grond van het omgevingsplan. 3.2.1.2 Wijziging n. Doelgroep sociale huurwoning Huishoudens die op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor een sociale huurwoning. voldoen aan de in de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht gestelde inkomenseisen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. o. Doelgroep middenhuurwoning Huishoudens die op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor een middenhuurwoning.
die voldoen aan de in de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht gestelde inkomenseisen om in aanmerking te komen voor een middenhuurwoning. p. Doelgroep betaalbare nieuwbouw koopwoning Huishoudens die op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor een betaalbare nieuwbouwkoopwoning. voldoen aan de in de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht gestelde inkomenseisen om in aanmerking te komen voor een betaalbare nieuwbouw koopwoning. 3.2.2
Wijziging artikel 5.4 Tuin Regels voor bouwen
3.2.2.1 Toelichting van de wijziging In artikel 5.4 onder 7 en 8 zijn resp. bouwregels opgenomen over de specifieke bouwaanduiding ‘ondergrondse bebouwing’ en de functieaanduiding ‘terras’. De maximale bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde van maximaal 5 meter is gekoppeld aan de functieaanduiding terras. Deze bouwhoogte geldt niet voor de functieaanduiding ‘terras’, maar voor de specifieke bouwaanduiding ‘ondergrondse bebouwing’. 3.2.2.2 Wijziging 7. Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'ondergrondse bebouwing' zijn op en onder maaiveld bouwwerken geen gebouwen zijnde voor voorzieningen, zoals een opstelplaats voor containers, energievoorzieningen, onderdoorgangen, hekwerken, trappen, toegangen en ondergrondse kelders toegestaan die bij de functie Transformatiegebied Wolvenplein horen met een maximale bouwhoogte van 5 meter. 8. Ter plaatse van de functieaanduiding 'terras' zijn op en onder maaiveld bouwwerken geen gebouwen zijnde voor voorzieningen, zoals een opstelplaats voor containers, onderdoorgangen, hekwerken, trappen, toegangen en ondergrondse kelders toegestaan die bij de functie Transformatiegebied Wolvenplein horen met een maximale bouwhoogte van 5 meter.
28
3.2.3
Wijziging artikel 3.4 Groen Regels voor bouwen
3.2.3.1 Toelichting van de wijziging In artikel 3.4 lid 2 van de Regels voor bouwen binnen de functie Groen is bepaald dat onder bepaalde voorwaarden ter plaatse van de aanduiding ‘fietsenstalling’ een fietsenstalling mag worden gerealiseerd. Om de ontsluiting van het voetgangersverkeer naar de voetgangersbrug goed te kunnen afwikkelen hebben wij de functie Verkeer-Verblijfsgebied uitgebreid tot aan de aanlanding van de voetgangersbrug over de singel en het begin van het rondje buitenom. Daarmee komt de bouwregel als bedoeld in artikel 3.4 lid 2 Groen Regels voor bouwen te vervallen. In paragraaf 4.2.2.2 Parkeereis Wolvenplein van de Motivering is aangegeven onder het kopje ‘fietsparkeren’ dat er een gebouw op de plankaart staat met de aanduiding ‘fietsenstalling’. Deze aanduiding laten wij vervallen. Daarnaast passen wij hierop de verbeelding aan. Aan het rondje buitenom kennen wij de functie Groen toe om ervoor te zorgen dat de oevers natuurvriendelijk kunnen worden ingericht en de ecologische kwaliteit van de parkstructuur blijft behouden. 3.2.3.2 Wijziging Artikel 3.4 lid 2 vervalt: 2.
In afwijking van de regel in het eerste lid en lid 3.2 sub 2 onder b mag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling', een gebouw voor een fietsenstalling worden gerealiseerd met een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 6 meter, waarvan de oppervlakte niet meer dan 200 m2 bedraagt. Paragraaf 4.2.2.2 Parkeereis Wolvenplein wordt als volgt gewijzigd: Op het terrein staat nog een gebouw. Dit gebouw staat op de plankaart ook aangeduid als 'fietsenstalling'. Dit gebouw wordt uitgebreid zodat hier extra ruimte is voor fietsen. Daarnaast kunnen fietsen eventueel op of rond het voorplein parkeren. 3.2.4
Wijzigingen van de motivering
3.2.4.1 Toelichting wijziging paragrafen 2.3.2.3.9 en 5.20 Energie Aan paragraaf 2.3.2.3.9 is een tekst toegevoegd over de nieuwe beleidsnota Warmte die in 2025 is vastgesteld en de transitievisie Warmte vervangt en over de Regionale Energie Strategie Utrecht (2025). In paragraaf 5.20 is de alinea over Energie ondergrond verwijderd, omdat bodemenergie in het plangebied niet wordt toegepast. De verwijzing naar het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer Gemeente Utrecht (2015) blijft bestaan, omdat het plangebied zich in een hoog dynamische zone bevindt en er daarom een verbod geldt voor het doorboren van de waterscheidende laag tussen het 1e en 2e watervoerende pakket (circa 50 meter dieptebeperking) met het oog op de bescherming van de diepere grondwaterkwaliteit. 3.2.4.2 Wijziging In paragraaf 2.3.2.3.9 worden de volgende wijzigingen aangebracht: - In de tabel over de belangrijkste energiedoelstelling van de gemeente Utrecht wordt bij de doelstelling over duurzame, betaalbare, betrouwbare en transparante warmtelevering en lage temperatuur warmtesystemen voor nieuwbouw (en geen stadswarmte) niet meer verwezen naar het gemeentelijk document Transitievisie warmte, maar naar de Beleidsnota Warmte. - De alinea over Transitievisie Warmte (2021) wordt verwijderd en vervangen door een alinea over de Beleidsnota Warmte.
- Er wordt een nieuwe alinea over de Regionale Energiestrategie Regio Utrecht (2025) toegevoegd. Transitievisie Warmte (2021) Om te kunnen voldoen aan de verplichting uit het Klimaatakkoord dat door de VNG is ondertekend, heeft de gemeente Utrecht in 2021 een tweedelige Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. Deel 1 van de TVW bevat de strategie en visie over hoe de bestaande huizen en gebouwen in Utrecht geleidelijk, buurt-voor-buurt, over kunnen gaan naar nieuwe vormen van verwarmen en koken. Hierin is ook vastgelegd dat de schaarse capaciteit van het hoge temperatuur stadswarmtenet niet voor nieuwbouw ingezet mag worden. Het uitgangspunt is om de schaarse hoge temperatuur warmtebronnen, zoals biomassaverbranding en diepe geothermie, alleen in te zetten voor bestaande
29
bouw en niet voor nieuwbouw. Bestaande bouw is vaak moeilijker te isoleren. Nieuwbouw is goed te isoleren en is daardoor uitermate geschikt voor verwarming op lage temperatuur (LT). Deel II van de Transitievisie Warmte geeft aan wanneer en in welke buurten we aan de slag gaan met de voorbereidingen om aardgasvrij te worden.
Beleidsnota Warmte 2025-2035 (20 november 2025) Met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt het Warmteprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet. Gemeenten zijn hierdoor verplicht om voor 31 december 2027 hun Transitievisies Warmte (die volgt uit het klimaatakkoord) om te zetten naar een Warmteprogramma. De Beleidsnota Warmte is een thematisch onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht en vervangt de Transitievisie Warmte Deel I en II en de Visie op de Warmtevoorziening. Met het vaststellen van de kaders in de Beleidsnota Warmte geeft de Raad richting aan de vormgeving van de transitie naar een toekomstig CO2-vrij warmtesysteem in de stad. Op basis van deze kaders kan het college vervolgens concreet invulling geven aan activiteiten en beoogde resultaten voor de komende 10 jaar in het Warmteprogramma. Dit programma wordt iedere 5 jaar herzien. In de beleidsnota is een voorkeursoplossing voor de invulling van de warmtetransitie per buurt vastgelegd (WAT-kaart) en er is een bronnenstrategie voor de stad uitgewerkt.
De belangrijke kaders in de beleidsnota zijn: Inzetten op gezamenlijke (collectieve) warmte-oplossingen • Duurzame warmtebronnen slim gebruiken en eerlijk te verdelen • Op tijd ruimte vrijmaken voor aanleg van warmtenetten • Samen invulling geven aan een warmtekavel en de keuze van het warmtebedrijf • Samenwerken met buurtinitiatieven • Aanwijsbevoegdheid gebruiken als dat nodig is • We kiezen voor publiek eigendom in de warmtetransitie • Extra aandacht voor energiebesparing en koelte in de zomer • Duurzame netbewuste energiesystemen voor nieuwbouw Het integraal sturen op duurzame netbewuste energiesystemen voor de nieuwbouw levert de volgende belangrijke principes voor energiesystemen in de nieuwbouw: •
•
•
•
Klimaatbewust. Het is belangrijk om gebouwen niet alleen te kunnen verwarmen, maar ook te koelen. Door te sturen op collectieve lage-temperatuur warmteoplossingen met seizoensopslag voorkomen we dat gebouweigenaren in de zomer actief gaan koelen met een airco of luchtwarmtepomp. Netbewust. Dit betekent inzetten op energiesystemen die zorgen voor beperking van de piekbelasting van het elektriciteitsnet. Collectieve warmteoplossingen met seizoensopslag verbruiken minder elektriciteit op piekmomenten dan individuele warmteoplossingen en zijn daardoor netbewuster. Ruimtebewust. Gemeente Utrecht stuurt aan op maximale benutting van dak en gevels voor energieproductie als deze ruimte niet nodig is voor andere functies. De energie-installaties worden zoveel mogelijk inpandig gerealiseerd en WKO-bronnen bij voorkeur op het perceel. Omgevingsbewust. De energievoorziening heeft niet alleen impact op ruimtegebruik, maar ook op omgevingskwaliteit. Warmtepompen maken geluid en airco’s leveren warmte aan de buitenlucht op momenten dat het al heel warm is in de stad (hittestress). Daarom gaat de voorkeur uit naar collectieve warmteoplossingen omdat deze minder negatieve effecten hebben op de omgevingskwaliteit.
Toepassing van seizoensopslag, zoals collectieve warmte-koudeopslag in de bodem (WKO), is zowel, klimaatbewust, netbewust, ruimtebewust als omgevingsbewust. Om die reden is de inzet van seizoensopslag in nieuwbouw een doel op zich.
Regionale Energiestrategie Regio Utrecht (2025)
30
De RES-regio Utrecht wil in 2050 energieneutraal zijn: dit betekent alle energie die we gebruiken duurzaam opwekken. In 2030 willen we daarvoor een goede stap hebben gezet door meer zonne- en windenergie op te wekken. Ook zoeken we naar duurzame warmtebronnen als alternatief voor het aardgas waarmee we onze huizen en gebouwen verwarmen. Hoe we dat willen gaan doen staat in de RES Herijking. In paragraaf 5.20 wordt de alinea over Energie ondergrond verwijderd, omdat bodemenergie niet wordt toegepast in het plangebied.
Energie ondergrond
Het wordt steeds drukker in de Utrechtse bodem. Door de toenemende vraag naar duurzame energie in Utrecht stijgt ook de vraag naar bodemenergie. Hierdoor is er meer sturing nodig op de verdeling in de ondergrond. Als warmte en koude niet goed verdeeld zijn, dan kunnen minder huizen en woningen gebruik maken van bodemenergie. De posities van nieuwe bronnen van open bodemenergiesystemen moeten voldoen aan de eisen die gesteld worden in het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027. De provincie geeft een vergunning af ten aanzien van bronpositie en gebruik (onttrekking), op basis van onder andere verwachte koude- en warmtevraag van een bepaald gebied of bouwplan. De vergunning is dus een manier om een claim op de ondergrond te borgen. 3.2.4.3 Toelichting wijziging paragraaf 2.3.2.3.8 Bodem, ondergrond en water Paragraaf 2.3.2.3.8 is in lijn gebracht met de in 2025 vastgestelde Beleidsnota Ondergrond. 3.2.4.4 Wijziging Paragraaf 2.3.2.3.8 wordt als volgt gewijzigd: Omgevingswet In het omgevingsplan wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de geplande functies. Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten uit de Omgevingswet: • Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd.
Hierbij moet gekozen worden voor de variant verontreiniging verwijderen. Deze zorgplicht is opgenomen in de Omgevingswet. Er moet bodemonderzoek worden gedaan bij gevoelig gebruik en zorg dat de bodem geschikt is voor beoogd gebruik. • Bij gevoelig gebruik moet bodemonderzoek worden uitgevoerd. De bodem moet geschikt zijn (of worden gemaakt) voor het beoogd gebruik. • Hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan. Beschermen, benutten, beheren en beter maken van de ondergrondse ruimte – Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 De gemeente heeft de wettelijke taak om de onder- en bovengrond die samen onze (openbare) ruimte vormen, op zorgvuldige wijze te benutten, te beschermen, beter te maken en te beheren. De Beleidsnota ondergrond 2025–2035 vormt het kader voor regie op de kwaliteit en gebruik van ruimte in de ondergrond. We willen de ruimte onder de grond goed inrichten en de ondergrond gezond houden. Met dit beleid zorgen we dat Utrecht ook in de toekomst een aantrekkelijke stad blijft om in te wonen, te werken en te verblijven. In de beleidsnota ondergrond zijn hiervoor drie ambities opgenomen: 1. De ondergrond is integraal onderdeel van ruimtelijke keuzes. We gaan uit van één openbare ruimte die bestaat uit de bovengrond én de ondergrond.
In onze plannen voor de stad houden we vanaf het begin rekening met de ondergrond. En we maken zoveel mogelijk gebruik van de kwaliteiten ervan. We werken daarin samen met netbeheerders. Ook gebruiken we een 3D-ondergrond model. Daarmee kunnen we zien wat er in de grond ligt en daar rekening mee houden. 2. Bodemkwaliteiten beschermen en verbeteren. We maken de bodem schoon als deze (ernstig) vervuild is en voorkomen verdere vervuiling. Daarnaast beschermen we de kwaliteiten van de
31
ondergrond om ze te kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld biodiversiteit, klimaatadaptatie, drinkwater en bodemenergie. 3. Gebruik van ondergrondse ruimte ordenen voor het gezamenlijk realiseren van de opgaven van de stad. We gaan zorgvuldig om met de ruimte onder de grond. We bepalen op welke plekken we voorrang geven aan een specifieke functie, zoals de waterleiding of het riool. Ook kijken we waar we functies kunnen combineren om ruimte te besparen. We bundelen bijvoorbeeld kabels en leidingen in kabelgoten. Het energiesysteem van de toekomst - Beleidsnota Warmte 2025-2035 In Utrecht werken we aan een toekomst waarin iedereen zijn woning of gebouw duurzaam en betaalbaar kan verwarmen. Het gebruik van de bodem voor de opslag van energie, gaat in Utrecht een belangrijke bijdrage leveren aan de warmtetransitie, in zowel de nieuwbouw als bestaande bouw. Niet in alle buurten is voldoende opslagcapaciteit voor bodemenergie beschikbaar om in de volledige warmtevraag van gebouwen in een buurt te kunnen voldoen. Daarom zijn gebiedsspecifieke keuzes nodig om zo doelmatig mogelijk gebruik te kunnen maken van bodemenergie, met behoud van een gezonde bodem. In de Beleidsnota warmte 2025-2035 zijn daarom de volgende sturingsprincipes voor bodemenergiesystemen opgenomen: 1. Het efficiënt (doelmatig) gebruik van de ondergrond en een eerlijke verdeling voor bodemenergie. 2.
Een goede balans tussen beschermen en benutten van de ondergrond. 3. Het voeren van regie op de ruimtelijke inpassing van bodemenergiesystemen en de benodigde infrastructuur. Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven kan de vraag naar bouwgrond periodiek groot zijn. We willen voorkomen dat deze bouwgrond van elders (vaak over lange afstand) wordt aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. In 2020 is de Nota uitgebreid met een aanvullende nota over PFAS-stoffen. Daarbij is d De Nota Bodembeheer heeft de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken.
In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen. De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in de Omgevingswet het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht kan, op basis van de generieke regels, gebiedseigen grond niet altijd worden hergebruikt of zijn er te weinig hergebruiksmogelijkheden. Vandaar dat gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebied specifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid.
Het gebied specifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen;
32
lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden. Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark. Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; lokale maximale waarden voor de stofgroep PFAS, waarbij de gehele gemeente als één zone wordt beschouwd. Deze waarden gelden voor de bovenste meter. Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel); regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen.
Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebied specifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer en visie op duurzaam gebruik van de ondergrond (2016) Het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer beschrijft hoe de invulling voor het verbeteren en beschermen van de grondwaterkwaliteit wordt beschermd en verbeterd en hoe de ondergrond en het zorgvuldig wordt benutten van de ondergrond voor bijvoorbeeld bodemenergie. Een groot gedeelte van de stad, met omvangrijke verontreinigingen in het grondwater, is aangewezen als grondwaterbeheergebied. Binnen dit beheergebied is niet voor elke grondwateronttrekking een apart saneringsplan nodig. In het beheergebied hoeft niet voor alle werkzaamheden waarbij grondwater onttrokken wordt een apart saneringsplan te worden gemaakt. Er kan worden deelgenomen aan het gebiedsplan, met een gebruikersbijdrage of een afkoopsom. Door te werken met het gebiedsplan kan de gemeente het grondwater in het omliggende schone gebied beter beschermen, want dat water wordt gebruikt voor drinkwater. Het gebiedsplan stelt de gemeente in staat het grondwater in het omliggende schone gebied, dat wordt gebruikt voor drinkwater, beter te beschermen.
3.2.4.5 Toelichting wijziging paragraaf 7.2 Inleidende regels (hoofdstuk 1 van de regels) In lid 1.4 sub c wordt verwezen naar het omgevingsplan van Utrecht. Het omgevingsplan zal in de toekomst steeds gewijzigd worden en dus kan het zijn dat verwijzingen in de regels of motivering van dit TAM-omgevingsplan naar artikelen in het omgevingsplan in de loop der tijd niet meer kloppen. De verwijzingen in dit TAM-omgevingsplan zijn gemaakt op basis van het omgevingsplan van 27 december 2024. 3.2.4.6 Wijziging Paragraaf 7.2 Inleidende regels (hoofdstuk 1 van de regels) wordt als volgt gewijzigd: In lid 1.4 zijn de begrippen opgenomen die wel in dit plan maar niet in het definitieve omgevingsplan voorkomen of die moeten worden gewijzigd ten opzichte van het geldende omgevingsplan. 3.2.4.7
Toelichting wijziging paragraaf 2.3.2.3.1 vervanging beleidskader Vitale stadswijken, functiemenging in woonwijken (2013) Het beleidskader Vitale stadswijken, functiemenging in woonwijken (2013) is vervallen, omdat in 2025 de Beleidsnota werklocaties 2035 is vastgesteld. 3.2.4.8 Wijziging De alinea in paragraaf 2.3.2.3.1 over Vitale stadswijken, functiemenging in woonwijken (2013) wordt vervangen door een nieuwe alinea over de Beleidsnota werklocaties 2035: