CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Reitdiepstraat, Rivierenwijk

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Reitdiepstraat, Rivierenwijk12.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

19

Beleidsnota Luchtkwaliteit Gezonde lucht voor iedereen 2025–2030 De Beleidsnota Luchtkwaliteit Gezonde lucht voor iedereen 2025–2030 is op 23 januari 2025 vastgesteld. In het luchtkwaliteitsbeleid staan twee doelstellingen centraal, namelijk:  De Utrechtse bijdrage aan luchtverontreiniging verminderen met lokale maatregelen om de uitstoot die binnen de gemeentegrenzen wordt veroorzaakt stapsgewijs af te bouwen;  De luchtverontreiniging van buiten Utrecht te verminderen door middel van lobby om regionale, landelijke en internationale maatregelen te bewerkstelligen. De gemeente Utrecht richt in haar beleid op fijnstof en stikstofdioxide. Voor deze stoffen gelden namelijk wettelijke grenswaarden en is wetenschappelijk aangetoond dat deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid. Het doel van het luchtkwaliteitsbeleid is te voldoen aan de wettelijke grenswaarden en toe te werken naar de WHO-advieswaarden uit 2021. Om dit te behalen worden tot en met 2035 voor de volgende terreinen maatregelen voorzien om de luchtverontreiniging op het gebied van stikstofdioxide en fijnstof terug te dringen:  Houtstook: in 2025 worden informatiecampagnes over houtstook uitgebreid met een focus op niet meer stoken. Ook worden geen nieuwe rookkanalen mogelijk gemaakt in nieuwbouw. In 2030 is Utrecht houtstookvrij.

 Wegverkeer: in 2027 worden de grenzen van de milieuzone naar heel Utrecht uitgebreid voor personenauto's en bestelauto's (toegestaan emissieklasse 5 en hoger), vrachtauto's en autobussen (toegestaan emissieklasse 6 en hoger) op diesel. In 2028 worden brom- en snorfietsen met Datum eerste Toelating tot 2018 niet meer toegestaan in Utrecht. In 2030 zijn alle brom- en snorfietsen uitstootvrij in Utrecht. Daarnaast worden in hetzelfde jaar (2030) de grenzen van de nulemissiezone voor bestel- en vrachtauto's uitgebreid naar heel Utrecht. Tot slot worden tussen 2030 en 2035 de milieuzone voor personenauto's aangescherpt naar euro emissieklasse 6 en hoger voor alle brandstoffen, zodra dit wettelijk kan.  Mobiele werktuigen en emissieloos bouwen. In 2025 hanteert Utrecht eisen in eigen aanbestedingen en haar inkoopbeleid. Er wordt meer gestuurd op het inzetten van uitstootvrije bouwmaterieel en het weren van verouderde fossiele werktuigen. Ook wordt onderzoek verricht naar aanvullende maatregelen voor mobiele werktuigen in projecten van anderen. In 2026 volgt een striktere handhaving op (bouw)stofemissies waar mogelijk. In het algemeen zet Utrecht in op meer voorlichting over luchtverontreiniging, gedragsverandering en het inzetten op burgerwetenschappen (bijvoorbeeld burgers die via een sensor een bijdrage leveren het in kaart brengen van de Utrechtse luchtkwaliteit).

Plangebied

In paragraaf 5.9 Luchtkwaliteit wordt ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. 3.2.20 Toevoeging zin aan paragraaf 4.1.1 ‘Programma’. 3.2.20.1 Toelichting van de wijziging Om extra duidelijkheid over het programma te geven is een extra zin toegevoegd aan de alinea, namelijk dat alle woningen sociale huurwoningen betreffen. 3.2.20.2 Wijziging De onderstreepte tekstdelen zijn toegevoegd: De 81 verouderde woningen en de bedrijfsbebouwing worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komen 154 woningen, waarvan 119 appartementen en 35 eengezinswoningen. Dit zijn allemaal sociale huurwoningen. Het aantal woningen binnen het plangebied neemt met 73 woningen toe, waarvan tussen de dertien en twintig wooneenheden voor Lister zijn bedoeld. Lister begeleidt mensen van wie het leven ontwricht is geraakt door psychiatrische kwetsbaarheid of verslaving. De 35 (grondgebonden) woningen zijn bedoeld voor gezinnen.

20

3.2.21 Vervanging tekstdeel paragraaf 5.7 Omgevingsveiligheid 3.2.21.1 Toelichting van de wijziging In paragraaf 5.7 is met betrekking tot het groepsrisico een verouderde passage opgenomen. Deze is vervangen. 3.2.21.2 Wijziging Voor het groepsrisico geldt geen norm, maar een verantwoordingsplicht met betrekking tot de thema's bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Wanneer in een omgevingsplan een locatie is gelegen in een brand- of explosie aandachtsgebied, wordt deze locatie aangewezen als een brand- of explosievoorschriftengebied. Binnen dit voorschriftengebied gelden vervolgens voor nieuwbouw de extra bouweisen die in het Bkl staan. Het aanwijzen van een voorschriftengebied is verplicht als er op de locatie zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten of aanwezig zijn. Voor nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen kan gemotiveerd afgeweken worden van het opnemen van een voorschriftengebied in het omgevingsplan. [verwijderd] Bovenstaande is vervangen door: Voor het groepsrisico geldt geen norm, maar een verantwoordingsplicht. Wanneer in een omgevingsplan een locatie is aangewezen als een (beperkt) kwetsbare, zeer kwetsbare gebouw of (beperkt) kwetsbare locaties binnen in een brand- of explosie aandachtsgebied, moeten we maatregelen overwegen om mensen te schermen tegen de gevaren van een brand, explosie of gifwolk.

Maatregelen die genomen kunnen worden, zijn: • afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied; • aanvullende risicocommunicatie; • beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron; • vlucht- en schuilmogelijkheden; • omgevingsmaatregelen; • aanvullende bouwmaatregelen (brand/explosievoorschriftengebied). Bouwkundige maatregelen worden verankerd in het omgevingsplan door het aanwijzen van een brand,- of explosievoorschriftengebied. Binnen dit voorschriftengebied gelden voor nieuwbouw de extra bouweisen die in het Bbl staan. Het aanwijzen van een voorschriftengebied is verplicht als er op de locatie zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten. 3.2.22 Toevoeging tekst paragraaf 5.11 Natuurbescherming 3.2.22.1 Toelichting van de wijziging In paragraaf 5.11 zijn niet volledig de bevindingen van de geactualiseerde quickscan flora en fauna in het omgevingsplan opgenomen. Daardoor is de informatie onvolledig. Zo kan de aanwezigheid van de dwergvleermuis met het onderzoek worden uitgesloten. Daarom zijn enkele nieuwe tekstpassages aangebracht. Daarnaast is het stikstofdepositie onderzoek met AERIUS, die opgenomen is in de bijlage, geactualiseerd vanwege de nieuwe AERIUS-versie die beschikbaar is gesteld op 7 oktober 2025. 3.2.22.2 Wijziging De onderstreepte tekstdelen zijn toegevoegd: Plangebied

Beschermde soorten

Aangezien alle aanwezige gebouwen in het plangebied gesloopt zullen worden, heeft er in het verleden reeds ecologisch onderzoek plaatsgevonden:  Quickscan flora en fauna, Aveco de Bondt, 20 juli 2017. Uit de quickscan is gebleken dat verblijfsplaatsen van vleermuizen in de bebouwing niet konden worden uitgesloten. Deze quickscan is op 12 december 2024 geactualiseerd met onder andere een beschouwing van de Utrechtse soortenlijst, zie Bijlage 6. Ook is er opnieuw veldbezoek uitgevoerd.  Ecologisch onderzoek Reitdiepstraat, Utrecht, Laneco, 13 december 2021, opgenomen in Bijlage 7. Uit dit actualiserend onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen is gebleken dat er in totaal 7 paar- en/of zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn.

21

In 2017 is gebleken dat, als gevolg van de geplande ontwikkeling, de vaste rust- en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis kunnen worden verstoord en/of aangetast. Het (tijdelijk) verstoren en/of aantasten van de vaste rust- en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis betekent een overtreding van artikel 11.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving, lid 1b en lid 1d. Gelet hierop zijn in het kader van mitigatie, conform het vleermuisprotocol in de omgeving van het plangebied in totaal 28 tijdelijke vleermuisnestkasten opgehangen. Ten behoeve van de sloop van de gebouwen is op 14 april 2022 een provinciale ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming verkregen. Deze ontheffing is als Bijlage 8 bijgevoegd. Uit het uitgevoerde veldbezoek in het kader van de quickscan flora en fauna van 12 december 2024 is gebleken dat het plangebied niet meer verdacht is op verblijfplaatsen van vleermuizen. Sinds de verlening van de ontheffing door de provincie Utrecht zijn de toegangen van de verblijfplaatsen ontoegankelijk gemaakt. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat alle afsluitingen van de openingen in de aanwezige bebouwing nog intact zijn en er geen nieuwe openingen zijn ontstaan. De bebouwing binnen het plangebied is daardoor niet (meer) geschikt als verblijfsplaats voor vleermuizen.

Op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezige habitats en de biotoopeisen van individuele diersoorten is de potentiële verstoring of vernieling van essentieel habitat van soorten waarvoor een vergunningsaanvraag noodzakelijk is op de locatie uitgesloten. Wel dient rekening gehouden te worden met algemeen voorkomende broedvogels en de zorgplicht. 3.2.23 Aanpassing conclusie in paragraaf 5.12 Bomen 3.2.23.1 Toelichting van de wijziging In paragraaf 5.12 is de conclusie aangepast om te verduidelijken. Zo is er meer informatie opgenomen waar de bomen worden geplant. 3.2.23.2 Wijziging Oude tekst: Bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan is daar waar mogelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van de bestaande bomen binnen het plangebied. In totaal worden er 45 bomen gekapt. Deze bomen worden met 82 nieuwe bomen gecompenseerd. De te kappen vergunningplichtig bomen worden conform de gemeentelijke beleidsregels in overleg met omwonenden herplant. Nieuwe tekst: Bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig programma is daar waar mogelijk rekening gehouden met de bestaande bomen binnen het plangebied. In totaal kunnen 37 bomen in ieder geval behouden blijven (waarvan 23 door het treffen van aanvullende maatregelen).

Vanwege de realisatie van de nieuwbouw en het aanleggen van parkeergelegenheden en verhardingen is het noodzakelijk om 45 bomen die in de openbare ruimte staan te rooien, waarvan 38 vergunningplicht. Op basis van het huidige ontwerp voor de buitenruimte worden er in totaal 82 nieuwe bomen ter compensatie geplant in verschillende groottes in de tuinen van de eengezinswoningen, in het plantsoen en in de Reitdiepstraat. 5 bomen worden buiten het plangebied teruggeplant. Hierbij is gekeken naar de beleidsregel herplant naar waarde en de compensatie is afgestemd met omwonenden. 3.2.24 Toevoeging aan de paragraaf 7.1 (Inleiding) van de juridische plantoelichting 3.2.24.1 Toelichting van de wijziging In paragraaf 7.1 is opgenomen naar welke versie van het omgevingsplan verwezen wordt indien dit niet benoemd wordt bij een verwijzing naar een artikel die in het omgevingsplan staat. Op deze manier kan teruggevonden worden welk artikel bedoeld werd.

22

3.2.24.2 Wijziging De onderstreepte tekstdelen zijn toegevoegd: Er worden in de toelichting en in de regels verwezen naar artikelen die staan in het Omgevingsplan gemeente Utrecht. Met nieuwe wijzigingen van het omgevingsplan kan het zijn dat artikelen hernummerd worden en de verwijzing daarmee niet meer klopt. Het is technisch niet mogelijk om direct naar het juiste artikel van het omgevingsplan te verwijzen. Om deze reden wordt hier benoemd dat de artikelen waarnaar verwezen wordt momenteel zo staan in het Omgevingsplan gemeente Utrecht, laatst gewijzigd op 27 december 2024 (eveneens opgenomen in lid 1.4 Begrippen). Op deze manier kan achterhaald worden via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ welk artikel bedoeld werd indien hernummering plaatsgevonden heeft. 3.2.25 Aanpassing paragraaf 7.2 vanwege nieuwe standaard juridische regeling 3.2.25.1 Toelichting van de wijziging In paragraaf 7.2 wordt toelichting gegeven op hoofdstuk 1 van de regels. De juridische regeling is aangepast om te voldoen aan onze meest recente standaard voor TAM-plannen. Aangezien de juridische regeling is veranderd, is ook de juridische plantoelichting behorende deze regeling aangepast. 3.2.25.2 Wijziging Oude tekst: In artikel 1 zijn de regels opgenomen die laten zien hoe de samenhang van dit plan met het omgevingsplan van Utrecht is. In lid 1.1 is het plangebied beschreven.

Het werkingsgebied van de regels valt, uitzondering daargelaten, samen met het plangebied. Onderdeel 1 van lid 1.2 maakt duidelijk dat dit plan het omgevingsplan wijzigt. Over het algemeen zijn de regels een aanvulling op het omgevingsplan, maar soms treden ze in de plaats van regels van het omgevingsplan. Dat laatste gebeurt alleen als een regel dat expliciet aangeeft of als de regel in strijd is met een regel van het omgevingsplan. Op grond van onderdeel 2 van lid 1.2 zijn de regels van het definitieve omgevingsplan die over functieregels gaan van toepassing. Functieregels zijn regels die in hoofdstuk 2 van dit plan of in hoofdstuk 3 van het omgevingsplan staan. De functieregels geven aan waar een locatie voor bedoeld is. Onderdeel 3 van lid 1.2 maakt duidelijk dat de regels in hoofdstuk 1 en 2 van dit plan in samenhang gelezen moeten worden met de regels in het omgevingsplan. Onderdeel 1 van lid 1.3 maakt duidelijk dat dit plan het omgevingsplan wijzigt. Over het algemeen zijn de regels een aanvulling op het omgevingsplan, maar soms treden ze in de plaats van regels van het omgevingsplan. Dat laatste gebeurt alleen als een regel dat expliciet aangeeft of als de regel in strijd is met een regel van het omgevingsplan. In onderdeel 2 is verwoord wat in paragraaf 7.1 al is uitgelegd: de regels treden in plaats van regels in het tijdelijke deel.

Functieregels zijn regels die in hoofdstuk 2 van dit plan of in hoofdstuk 3 van het omgevingsplan staan. De functieregels geven aan waar een locatie voor bedoeld is. Op grond van lid 1.2 zijn de regels van het definitieve omgevingsplan die over functieregels gaan van toepassing. In lid 1.4 zijn de begrippen opgenomen die wel in dit plan maar niet in het definitieve omgevingsplan voorkomen.

23

De standaardregels van bestemmingsplannen, zoals de wijze van meten, zijn niet in dit plan opgenomen, omdat die al in het definitieve omgevingsplan staan. Dat geldt ook voor het overgangsrecht. Nieuwe tekst: In artikel 1 zijn de regels opgenomen die laten zien hoe de samenhang van dit plan met het omgevingsplan van Utrecht is. In lid 1.1 is het plangebied beschreven. Het werkingsgebied van de regels valt samen met het plangebied. Onderdeel 1 van lid 1.2 maakt duidelijk dat dit plan deel uitmaakt van het omgevingsplan. Door in onderdeel 2 van lid 1.2 de regels in hoofdstuk 2 van dit TAM-plan aan te merken als functieregels zijn de regels van het definitieve omgevingsplan die over functieregels gaan van toepassing. Onderdeel 3 van lid 1.2 maakt duidelijk dat de regels in hoofdstuk 1 en 2 van dit plan in samenhang gelezen moeten worden met de regels in het omgevingsplan zoals onder andere gesteld in hoofdstuk 1, hoofdstuk 4 en hoofdstuk 6. Onderdeel 4 van lid 1.2 bepaalt tot slot dat begrippen die in dit TAM-plan staan voorgaan op begrippen uit het omgevingsplan indien de begrippen van elkaar afwijken. In lid 1.3 is verwoord wat in paragraaf 7.1 al is uitgelegd: de regels van dit plan treden in plaats van regels in het tijdelijke deel. In lid 1.4 zijn de begrippen opgenomen die wel in dit plan, maar niet in het definitieve omgevingsplan voorkomen of afwijken daarvan.

De standaardregels, zoals de wijze van meten, zijn niet in dit plan opgenomen, omdat die al in het definitieve omgevingsplan staan. Dat geldt ook voor het overgangsrecht. 3.2.26 Aanpassing aan titel paragraaf 7.3 en de juridische toelichting op kleinschalige evenementen binnen ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en ‘Groen’ 3.2.26.1 Toelichting van de wijziging Paragraaf 7.3, waar de juridische toelichting op de functieregels staat, had een foutieve titel. Deze is aangepast. Daarnaast stond in paragraaf 7.3 een juridische toelichting op de regel over kleinschalige evenementen binnen de functies ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en ‘Groen’. Aangezien deze regel verwijderd is (zie 3.2.3) is deze toelichting ook verwijderd. 3.2.26.2 Wijziging Aanpassing titel: 7.3 Functies (hoofdstuk 2 van de regels) OF Functies voor de ontwikkeling van de locatie Aanpassing juridische plantoelichting: Planologisch is een evenement in het groen niet bij voorbaat onwenselijk. De aard en omvang van een evenement moet passen in de omgeving. De afweging of een evenement kan worden toegestaan, maakt de gemeente op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening, waarbij alle aspecten die bij een evenement komen kijken worden beoordeeld. Dit artikel verbiedt een evenement, tenzij het evenement is toegestaan op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening.

[van de functie ‘Groen’] Planologisch is een evenement op een locatie met deze functie niet bij voorbaat geheel onwenselijk. De aard en omvang van een evenement moet passen in de omgeving. De afweging of een evenement kan worden toegestaan, maakt de gemeente op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening, waarbij alle aspecten die bij een evenement komen kijken worden beoordeeld. Dit artikel verbiedt een evenement, tenzij het evenement is toegestaan op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening. [van de functie ‘Verkeer – Verblijfsgebied’]

24

3.2.27 Aanpassing aan paragraaf 7.3 met betrekking tot geluidsschermen 3.2.27.1 Toelichting van de wijziging In artikel 3.2 wordt genoemd dat geluidwerende voorzieningen worden gezien als activiteit die past bij de functie ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. In paragraaf 7.3, waar de juridische toelichting op de functieregels staat, is toegevoegd dat aanvullende regels hierover staan in artikel 4.38 van het omgevingsplan. 3.2.27.2 Wijziging Aanpassing titel: 7.3 Functies (hoofdstuk 2 van de regels) OF Functies voor de ontwikkeling van de locatie Aanpassing juridische plantoelichting: De openbare ruimte die niet de functie Groen, Water of een bijzondere verkeersfunctie heeft, krijgt de functie Verkeer - Verblijfsgebied. Daaronder vallen wegen, fiets- en voetpaden, pleinen, groenvoorzieningen en bouwwerken die bij de functie passen, zoals fietsenstallingen. Wegen met deze functie zijn vooral bedoeld voor het bestemmingsverkeer. In het omgevingsplan zijn regels opgenomen over bijvoorbeeld geluidwerende voorzieningen (in artikel 4.38 van het Omgevingsplan gemeente Utrecht, versie 27 december 2024).

3.2.28 Toevoeging paragraaf bruidsschatsregels aan hoofdstuk 7 3.2.28.1 Toelichting van de wijziging Er is een nieuwe paragraaf toegevoegd (paragraaf 7.4, ‘de bruidsschatregels’) om een duidelijke koppeling te maken tussen dit TAM-plan met de bruidsschatregels die in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van de gemeente Utrecht staan. 3.2.28.2 Wijziging Toegevoegd: 7.4 De bruisschatregels Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet maken de bruidsschatregels op grond van artikel 22.2 van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschatregels staan in hoofdstuk 22. In de bruidsschatregels staan bijvoorbeeld voormalige Rijksregels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Bouwbesluit. De gemeenteraad is bevoegd om de bruidsschatregels te schrappen, te wijzigen of ongewijzigd over te nemen in het omgevingsplan. Inmiddels maakt een aantal voormalige bruidsschatregels onderdeel uit van het definitieve deel van het omgevingsplan. Voor deze bruidsschatregels is al een afweging gemaakt voor Utrecht om deze gewijzigd of ongewijzigd in het definitieve deel van het omgevingsplan over te zetten. Indien relevant gelden deze ook voor dit plangebied, bijvoorbeeld de regels over vergunningvrij bouwen. Daarnaast maakt een deel van de bruidsschat nog onderdeel uit van hoofdstuk 22.

Ook deze regels zijn, voor zover relevant, voor dit plangebied van toepassing. Met deze ontwikkeling is het niet nodig om extra bruidsschatregels aan te passen. Er wordt, voor zoverre relevant, voldaan aan de bruidsschatregels zoals opgenomen in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan.

25

4 Toelichting 4.1 Wat is een vaststellingrapport?

Het vaststellingrapport hoort bij een raadsbesluit over de vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan. Het is een onderdeel van dat raadsbesluit. In het vaststellingrapport staan: • een samenvatting van de zienswijzen en de reactie van de gemeente daarop en • een verantwoording van wat er bij de vaststelling verandert aan de ontwerpwijziging die ter inzage heeft gelegen. Verantwoording van de wijzigingen betekent dat in het rapport wordt uitgelegd welke veranderingen er zijn en waarom die nodig zijn. De toelichting op de wijziging wordt ook verwerkt in de artikelsgewijze toelichting en in de motivering.

4.2 De vaststellingsprocedure

Voordat de gemeenteraad een wijziging van het omgevingsplan vaststelt, krijgt iedereen de gelegenheid geven om zijn mening over het ontwerp van die wijziging te geven. De gemeente doet dat door bekend te maken dat een ontwerp bekeken kan worden. De wet noemt dat ‘ter inzage leggen’1. In de bekendmaking staat ook wanneer, binnen welke termijn, zienswijzen ingediend kunnen worden. Een zienswijze is een brief of een digitaal formulier waarin iemand opschrijft wat hij of zij van de ontwerpwijziging vindt. De termijn voor het indienen van zienswijzen duurt altijd 6 weken. Als iemand buiten de termijn een zienswijze indient, bestaat de kans dat de gemeente er niet meer op kan reageren. De gemeenteraad leest de zienswijze die te laat is ingediend natuurlijk wel. Na afloop van de termijn van terinzagelegging bereidt de gemeente de vaststelling voor. Het opstellen van het vaststellingsrapport hoort daarbij. Het college van burgemeester en wethouders doet een voorstel aan de gemeenteraad om de wijziging vast te stellen. De gemeenteraad kan besluiten om de indieners van zienswijzen de gelegenheid te geven om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten. Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van de wijziging van het omgevingsplan betrokken zijn.

Na bespreking van het voorstel in de raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken, stelt de gemeenteraad de wijziging vast of verwerpt het voorstel van het college.

4.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen

Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bekijken of het ontwerp aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, krijgt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, de gelegenheid om daar alsnog voor te zorgen.

1 Artikel 16.29 en 16.30 van de Omgevingswet, artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht.

26

4.4 Privacy

In dit rapport worden alleen de geanonimiseerde samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt2. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont.

2 Artikel 3.1 in samenhang met artikel 5.1 van de Wet open overheid.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f8c84012-dd98-46b8-9839-e2bbebb4584e