Vaststellingsrapport Pijlsweerd e.o.
Tekst van het document
Dat staat ook duidelijk op het bordje op de gesloten deur van de poort. Indieners verwijzen ook naar jurisprudentie over speelterrein de Watertoren en school in Rijnsweerd voor het aspect geluidsoverlast.
Reactie Uit de punten die in deze zienswijze worden aangedragen blijkt dat indieners overlast ervaren door het gebruik van de school aan de Weersingel W.Z. 22. Deze wijziging van het omgevingsplan kan de situatie rond die school helaas niet verbeteren. De invoering van de Omgevingswet heeft als gevolg dat de gemeente de regels van de nu geldende bestemmingsplannen moet overzetten naar het omgevingsplan. Het overzetten gebeurt ‘beleidsarm’, Met beleidsarm wordt bedoeld dat de geldende regels en de omgevingsvergunningen die verleend zijn zo vertaald worden naar het omgevingsplan dat de juridische werking gelijk blijft. Dus wat je mag op grond van de regels van een bestemmingsplan, in dit geval het Chw bestemmingsplan "Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, Griftpark en op grond van verleende vergunningen dat mag dan ook op grond van de vertaling van die regels in het omgevingsplan. Deze werkwijze biedt de nodige zekerheid aan de gebruikers van gebouwen. 2. Groei van de school Indieners stellen niet van tevoren geïnformeerd te zijn over de exponentiele groei en de wijziging van een school naar een Kindcentrum met buitenschoolse opvang en kinderopvang. Indieners denken dat deze kinderopvang zeker niet voldoet aan de vereisten uit het omgevingsplan voor het starten van een BSO of kinderdagverblijf (o.a. eisen aan geluid, luchtkwaliteit, parkeren, aantasting woonkwaliteit etc.).
Het plein wordt in voorjaar, zomer en herfst en deels ook in de winter als “buitenlucht-kinderopvang” gebruikt. Indieners vragen zich af of er een vergunning is verleend door de gemeente voor de kinderopvang-activiteiten.
Reactie De groei van het aantal leerlingen van de school regelen we niet in het omgevingsplan. Die groei kon plaatsvinden binnen de nu geldende regels. Op 27 maart 2025 heeft de gemeenteraad de Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 vastgesteld. In die nota staat hoe de gemeente het vastgoed van onderwijs beheert en uitbreidt. Een van de uitgangspunten in die nota is dat een school kan groeien voor zover de capaciteit van het schoolgebouw dat toelaat. Er is dus ook vanuit het onderwijsbeleid geen reden om in het omgevingsplan beperkingen op te leggen.
16
3. Verkeer en parkeren De ontsluiting van de school en buitenschoolse opvang is volgens indieners slecht te noemen en stimuleert verkeerd rij- en parkeergedrag in de buurt, zoals tegen de rijrichting in de Singeldwarsstraat in, het stationair laten draaien van auto’s en veel bakfietsen. De toename van (elektrische) bakfietsen en auto’s is volgens indieners het gevolg van de uitbreiding van de school van buurtschool naar kindcentrum.
Reactie De zorgen van indieners zijn begrijpelijk en helaas herkenbaar. De breng- en haalmomenten zorgen ook bij andere scholen voor overlast en onveilige situaties. Die ontstaan vaak door het gedrag van brengende en halende ouders en hun kinderen. In het tegengaan van ongewenst gedrag speelt het omgevingsplan geen rol. De gemeente probeert met de inrichting van de openbare ruimte die het halen en brengen zo veilig mogelijk te maken en rekening te houden met de omgeving. 4. Luchtkwaliteit De school en buitenschoolse opvang voldoen volgens indieners niet aan beleid en regels van het omgevingsplan op het gebied van luchtkwaliteit, want de locatie ligt dicht bij een drukke weg met meer dan 1.000 verkeersbewegingen.
Reactie Zie de reactie op punt 1: het omgevingsplan zet de mogelijkheden van de huidige regeling voort. Er verandert met de vaststelling van deze wijziging dus niets, ook niet aan de luchtkwaliteit. Als het schoolgebouw uitgebreid zou gaan worden, is er wel onderzoek naar de lucht en geluid nodig. 5. Gesprekken met de school, buitenschoolse opvang en gemeente Er zijn op initiatief van de buurtbewoners vaker gesprekken met gemeente en school geweest, maar die hebben niet gezorgd voor definitieve oplossingen. Er zijn afgelopen jaren door meerdere buurtbewoners meldingen gedaan bij de gemeente en school over de overlast van lawaai, verkeer en onveilige situaties op het woonerf. Maar volgens indieners wordt er geen toezicht gehouden door de school, die verantwoordelijk is voor het vermijden van overlast op 150 meter rond het schoolterrein Indieners vinden het niet verantwoord en niet terecht dat diverse grootstedelijke functies moeten worden ‘opgelost’ in een klein buurtje en op een woonerf dat op veel onderdelen daardoor druk staat. Denk daarbij aan veel studenten, het opheffen parkeerplaatsen, zeer veel laadpalen voor algemeen gebruik, inrichten van een ‘snelfietsstraat’, het niet doorvoeren van de knip Monicabrug waardoor er veel verkeer en fijnstof is.
Reactie Het omgevingsplan kan het gedrag van bezoekers aan de school of van verkeersdeelnemers niet regelen en kan ook niet regelen dat de school alleen voor buurtkinderen is. Deze zienswijze is doorgestuurd naar de wijkadviseur, die naar aanleiding van dit onderdeel contact heeft opgenomen met indieners. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het ontwerp omgevingsplan.
17
3 Wijzigingen in het ontwerp 3.1 Wijzigingen door zienswijzen 3.1.1
Horecavestiging aan de Willem van Noortstraat
3.1.1.1 Toelichting van de wijziging In 2016 is een omgevingsvergunning verleend voor het vestigen van een lunchroom aan de Willem van Noortstraat. Artikel 4.17 van de Omgevingswet bepaalt dat omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden verwerkt moeten worden in het omgevingsplan. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet was het gebruikelijk dat dergelijke vergunningen bij bijvoorbeeld een actualisering van een bestemmingsplan werden betrokken, om te zien of er regels in het bestemmingsplan moesten worden overgenomen. In het nu geldende Chw bestemmingsplan en ook in het voorliggende ontwerp was deze omgevingsvergunning niet verwerkt. 3.1.1.2 Wijziging Het werkingsgebied van artikel 6.48 lid 2 wordt uitgebreid met de locatie waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. 3.1.2
Binnenterrein Complex Autoweerd
3.1.2.1 Toelichting van de wijziging Naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van State en de ingediende zienswijze is opnieuw gekeken naar de regels uit de beheersverordening die gelden voor het binnenterrein en de daar aan grenzende bebouwing en hoe deze regels omgezet worden naar het omgevingsplan. Op basis hiervan wordt de functie die geldt op het binnenterrein aangepast van de functie ‘Wonen en werken’ naar de functie ‘Bedrijf’. 3.1.2.2 Wijziging De locatie waar de regels van de functie ‘Wonen en werken’ gelden is verkleind. De locatie waar de regels van de functie ‘Bedrijf’ gelden is uitgebreid. Binnen de functie Bedrijf zijn bedrijfsactiviteiten in de categorie A en B1 op de ‘Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving’ toegestaan. Op het perceel aan de Duifstraat is de activiteit wonen mogelijk gemaakt op de verdiepingen, aanvullend op de functie bedrijf. De functie van de percelen aan de Weersingel O.Z. zijn ongewijzigd gebleven. Ontwerp: Vaststelling:
18
3.1.3
Bestaande horecaterrassen
3.1.3.1 Toelichting van de wijziging Naar aanleiding van zienswijze 6 over terras gerelateerde onderdelen binnen het ontwerpbesluit hebben wij een inventarisatie verricht van alle bestaande horecaterrassen in het plangebied. Daaruit bleek dat er enkele bestaande horecaterrassen zijn toegestaan op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan zonder een omgevingsvergunning. Voor de bestaande horecaterrassen waarvoor in het omgevingsplan geen vergunningplicht geldt hebben wij een activiteit bestaande horecaterrassen opgenomen met als werkingsgebied de huidige locatie. 3.1.3.2 Wijziging Voor bestaande horecaterrassen die niet op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn toegestaan zonder omgevingsvergunning voegen wij het onderstaande artikel toe aan het omgevingsplan: Artikel 6.103 Bestaande horecaterrassen Op een locatie met de activiteit horecaterras zijn bestaande horecaterrassen toegestaan. Aan de motivering wordt een bijlage toegevoegd met de bestaande horecaterrassen en aan onderdeel 2.3 van de motivering wordt onder de kop horecaterrassen toegevoegd: Een lijst met de bestaande horecaterrassen op een openbare en niet op een openbare plaats is opgenomen in de bijlage Bestaande horecaterrassen. 3.1.4
Bouwvlak en bouwhoogte aan de Wittevrouwensingel
3.1.4.1 Toelichting van de wijziging Naar aanleiding van zienswijze 4 wordt het bouwvlak en de toegestane bouw- en goothoogtes aangepast. Ook wordt er een tijdelijke bouwregeling opgenomen in artikel 4.65 lid 1. 3.1.4.2 Wijziging Artikel 4.65 lid 1 wordt toegevoegd: In aanvulling op artikel 4.19 mag met een omgevingsvergunning de maximale bouwhoogte op het deel van het perceel ter plaatse van de aanduiding Wittevrouwensingel 93 worden overschreden doordat een gebouw met een maximale goothoogte van 10 meter is toegestaan. Om op de locatie met de aanduiding Wittevrouwensingel 93 een gebouw met een goothoogte van maximaal 10 meter te kunnen realiseren moet hier vóór 1 januari 2032 een ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning worden ingediend. De locaties waar de regels over bouwvlakken en bouwhoogtes gelden, worden als volgt gewijzigd: Bouwvlak in het ontwerp Aangepast bouwvlak voor vaststelling
Het bouwvlak is uitgebreid.
Bouwhoogte in het ontwerp
19
Aangepaste bouwhoogte voor vaststelling
Waar het bouwvlak is toegevoegd, is ook de maximale bouwhoogte van 4,1 meter opgenomen.
3.2 Ambtshalve wijzigingen 3.2.1
Horecaterrassen
3.2.1.1 Toelichting van de wijziging Er kan niet gehandhaafd worden op stemgeluid, maar voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) is stemgeluid wel van belang. Stemgeluid is daarom opgenomen in de beoordelingsregels van de vergunning, zodat het moment van vergunningverlening voor horecaterrassen onderzoek wordt gedaan naar stemgeluid. 3.2.1.2 Wijziging artikel 6.100 onder b: het gebruik van een horecaterras levert geen onevenredige geluidhinder op voor een omliggend geluidgevoelig gebouw of geluidgevoelige ruimte en hiervan is sprake als aangetoond wordt dat het gecumuleerde langtijdgemiddelde geluidniveau van het stemgeluid dat op het horecaterras veroorzaakt wordt op de gevels van omliggende geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige ruimtes niet meer bedraagt dan 55 dB(A) voor de dagperiode (7-19 uur), 50 dB(A) voor de avondperiode (19-23 uur) en 45 dB(A) voor de nachtperiode (23-7 uur); 3.2.1.3 Wijziging artikel 6.101 onder a: het gebruik van een horecaterras levert geen onevenredige geluidhinder op voor een omliggend geluidgevoelig gebouw of geluidgevoelige ruimte en hiervan is sprake als aangetoond wordt dat het gecumuleerde langtijdgemiddelde geluidniveau van het stemgeluid dat op het horecaterras veroorzaakt wordt op de gevels van omliggende geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige ruimtes niet meer bedraagt dan 55 dB(A) voor de dagperiode
(7-19 uur), 50 dB(A) voor de avondperiode (19-23 uur) en 45 dB(A) voor de nachtperiode (23-7 uur); 3.2.2
Begrippen
3.2.2.1 Toelichting van de wijziging De definitie van ‘bouwwerk’ is opgenomen in de begrippenbijlage van de Omgevingswet. Op grond van artikel 1.1, lid 1 Omgevingswet geldt het begrip daarmee ook al voor het omgevingsplan. Het begrip was dus ten onrechte opgenomen in het ontwerp. 3.2.2.2 Wijziging Het begrip “bouwwerk” is geschrapt uit artikel 1.2 Begrippen.
20
3.2.2.3 Toelichting van de wijziging De definities van ‘sociale huurwoning’, ‘middenhuurwoning’, ‘betaalbare nieuwbouw koopwoning’, ‘doelgroep sociale huurwoningen’, ‘doelgroep middenhuurwoningen’ en ‘doelgroep betaalbare koopwoningen’ zijn toegevoegd. Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet een omgevingsplan dat regels stelt over te realiseren categorieën sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en sociale koopwoningen ook bepalen dat het gebruik van bedoelde woningen als sociale huurwoningen, middenhuurwoningen of sociale koopwoningen in stand blijft voor een in het omgevingsplan omschreven doelgroep gedurende een in het omgevingsplan bepaalde termijn. Een huishouden behoort tot de doelgroep, wanneer dit huishouden op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning voor de betreffende woningcategorie. De daadwerkelijke beoordeling of een huisvestingsvergunning verleend wordt, vindt plaats op grond van de huisvestingsvergunning en niet op grond van het omgevingsplan. 3.2.2.4 Wijziging Sociale huurwoning: Een sociale huurwoning zoals gedefinieerd in artikel 5.161c lid 1 onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Middenhuurwoning: Een middenhuurwoning zoals gedefinieerd in artikel 5.161c lid 1 onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Betaalbare nieuwbouwkoopwoning: Betaalbare koopwoning zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving met een maximale koopprijs bij eerste verkoop op naam zoals bedoeld in artikel 7 lid 2 van de Huisvestingswet. Doelgroep sociale huurwoning: Huishoudens die op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor een sociale huurwoning. Doelgroep middenhuurwoning: Huishoudens die op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor een middenhuurwoning. Doelgroep betaalbare nieuwbouwkoopwoningen: Huishoudens die op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor een betaalbare nieuwbouwkoopwoning. 3.2.3
Bouwvlakken en bouwhoogtes
3.2.3.1 Toelichting van de wijziging Bij een controle van het ontwerp zijn er een aantal locaties aan het licht gekomen waar een bouwvlak mist. Op deze locaties is het bouwvlak en de daarbij horende bouwhoogte of goothoogte opgenomen. 3.2.3.2 Wijziging In de onderstaande tabel worden alle locaties weergegeven waar een aanpassing is gedaan aan het bouwvlak: Indicatief adres en reden van aanpassing Raamstraat 4-126
Bouwvlak in het ontwerp
Het bouwvlak was niet groot genoeg ingetekend en is daarom vergroot. Voor dit bouwvlak is ook een nieuwe bouwhoogte opgenomen.
21
Aangepast bouwvlak voor vaststelling
Weerdsingel W.Z. 18
Het bouwvlak op het binnenterrein miste. Dit vlak is toegevoegd. Voor dit bouwvlak is ook een nieuwe bouwhoogte opgenomen.
Korenschoofstraat 53
Het bouwvlak was ten onrechte ook op onbebouwde delen van het binnenterrein gelegd. Het bouwvlak is verkleind zodat het onbebouwde deel er niet meer onder valt. Nieuwe Keizersgracht 34
Het bouwvlak was ten oprechte ook op onbebouwde delen van het binnenterrein gelegd. Het bouwvlak is verkleind zodat het onbebouwde deel er niet meer onder valt.
1e Daalsedijk 185
Het bouwvlak was te groot ingetekend en is daarom verkleind.
Amsterdamsestraatweg 141
Er was een bouwvlak opgenomen op een locatie die buiten het plangebied van deze wijziging valt. Het bouwvlak is daarom op die locatie verwijderd.
22
Daalstraat 5-7
De aanbouwen aan de achterkant waren ten onrechte niet opgenomen in het bouwvlak en zijn daarom toegevoegd. Voor dit bouwvlak is ook een nieuwe bouwhoogte opgenomen.
In de onderstaande tabel worden alle locaties weergegeven waar een aanpassing is gedaan aan de bouwhoogte of goothoogte: Indicatief adres en reden Bouwvlak in het ontwerp Aangepast bouwvlak aanpassing Hooghiemstraplein 155
Er miste twee vlakken met een bouwhoogte. Deze vlakken met hoogte 24,9 en 13 meter zijn toegevoegd.
Zaagmolenkade 1-26
De vlakken voor de bouwhoogte van de aanbouwen aan de achterkant waren verkeerd ingetekend. De grens tussen de hoogtes 6 en 10 meter zijn verschoven in de richting van de Zaagmolenkade.
Raamstraat 4-126
Het bouwvlak was niet groot genoeg ingetekend en is daarom vergroot. Voor dit bouwvlak is ook een nieuwe maximale bouwhoogte van 9,7 meter opgenomen.
23
Weerdsingel W.Z. 18
Het bouwvlak op het binnenterrein miste. Dit vlak is toegevoegd. Voor dit bouwvlak zijn ook nieuwe maximale bouwhoogtes opgenomen van 3,4, 3,7 en 4 meter.
Daalstraat 5-7
De aanbouwen aan de achterkant waren ten onrechte niet opgenomen in het bouwvlak en zijn daarom toegevoegd. Voor dit bouwvlak is ook een nieuwe maximale bouwhoogte opgenomen van 6,3 meter.
3.2.4
Bruidsschatregels (22.41 en 22.144)
3.2.4.1 Toelichting van de wijziging In het ontwerp is artikel 22.144 aangepast om de regels aan te laten sluiten bij de Visie Water en Riolering. Deze aanpassing blijkt niet nodig en wordt daarom teruggedraaid. Ten opzichte van de nu geldende regels wordt, verandert de regel in artikel 22.144 niet. De artikelsgewijze toelichtingen van de artikelen 22.41 en 22.144 zijn wél aangevuld om de werking van de regels te verduidelijken. 3.2.4.2 Wijziging artikel 22.144 lid 3 Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat: a. afkomstig is van wonen; of b. al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozen buiten inrichtingen of het Besluit lozing afvalwater huishoudens op de lozing van toepassing werd; en of c. daarbij de zorgplichten van degene die loost zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozen buiten inrichtingen of het Besluit lozing afvalwater huishoudens niet zijn geschonden.
De artikelsgewijze toelichting van artikel 22.41 lid 3 wordt als volgt gewijzigd: Lozingen in de bodem en in de riolering die vielen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozing afvalwater huishoudens of het Besluit lozen buiten inrichtingen (en de daarmee corresponderende artikelen van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer) worden ook gedecentraliseerd en vallen daarom onder het toepassingsbereik van deze afdeling. Het gaat alleen om de gevolgen van die lozingen voor de bodem, de riolering of het zuiveringtechnisch werk. Zo valt bijvoorbeeld de hoeveelheid en kwantiteit van het lozen van water afkomstig van het ontwateren van een bouwput in de riolering, wel onder de regels van deze afdeling, maar de geluidhinder of geurhinder veroorzaakt door het ontwateren niet. De artikelsgewijze toelichting van artikel 22.144 wordt als volgt gewijzigd: Het derde lid gaat in op het overgangsrecht naar de Omgevingswet en geeft uitzonderingen op het tweede lid wanneer lozingen van hemelwater in een vuilwaterriool al plaatsvonden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De voorkeursvolgorde in het tweede lid is niet van toepassing op lozingen van hemelwater bij de activiteit wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens wel een zorgplicht, maar geen inhoudelijke regels over deze lozingen kende.
Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling. Het derde lid is niet van toepassing wanneer degene die loost de algemene zorgplicht schendt omdat er redelijkerwijs andere
24
lozingsrouten volgens de voorkeursvolgorde beschikbaar waren of zijn en de lozing leidt of bijdraagt aan een negatieve situatie voor het milieu of voor de doelmatige werking van de openbare voorzieningen voor de inzameling en transport van afvalwater. In die gevallen kan het bevoegd gezag de lozer van het water op grond van de specifieke zorgplicht reactief aanspreken om maatregelen te nemen en/of de lozing te laten beëindigen. Ook voor lozen van hemelwater in de bodem en in de riolering geldt, net als dat onder het oude recht het geval was, de voorkeursvolgorde voor lozingen op basis van artikel 10.29a Wet milieubeheer. En ook net als dat onder het oude recht het geval was, blijven de zorgplichten van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing. Deze zorgplichten volgen nu uit artikel 22.44. De motivering wordt als volgt gewijzigd: In onderdeel 2.3 van de motivering wordt de volgende tekst verwijderd:
Vervallen van regels in het omgevingsplan (en laten vervallen in de bruidsschat) • Lid 3 van het bruidsschatartikel 22.144 ('Lozen van afvloeiend hemelwater') vervalt. Hierdoor
vervalt de vrijstelling voor wonen in het artikel. De regel zegt in zijn huidige vorm dat hemelwater wat op een perceel valt met de functie wonen altijd naar een vuilwaterriool mag worden afgevoerd. Dit is strijd met de Visie Water en Riolering, waarin we hebben vastgesteld dat we schoon regenwater en vuil afvalwater waar mogelijk willen scheiden. Ook willen we dat het regenwater verwerkt wordt volgens de voorkeursvolgorde: 1) vasthouden en nuttig gebruiken, 2) op maaiveld infiltreren, 3) ondergronds infiltreren via een voorziening, 4) verwerken in oppervlaktewater en ten slotte 5) afvoeren naar de rioolwaterzuivering. Lid 1 en 2 sluiten aan bij de voorkeursvolgorde uit de Visie Water en Riolering. Lid 3, sub a wijkt in zijn huidige vorm voor de functie wonen af van de voorkeursvolgorde hemelwater en de zorgplichtbepalingen van de (voormalige) wetgeving inclusief lozingsbesluiten.
In onderdeel 3.3 van de motivering wordt de volgende tekst aangepast: Er worden met de wijziging geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De wijziging voorziet daarnaast niet in nieuwe regels met betrekking tot riolering of waterbeheer. Wel wordt lid 3 van artikel 22.144 van de bruidsschat op vervallen gezet om de uitzondering voor wonen te schrappen (zie voor de toelichting paragraaf 2.3). 3.2.5
Nieuwe beleidsregels hotels en tijdelijk verblijf (short stay)
3.2.5.1 Toelichting van de wijziging aan de functie Hotel De omschrijving van de activiteit additionele horeca in artikel 3.33 onder b is duidelijker geformuleerd en sluit nu ook aan bij de omschrijving van artikel 6.57 onder b. Met de oude schrijfwijze lijkt de voorwaarde om alleen additionele horeca op de begane grond te mogen hebben te gelden voor hotels met meer dan 5 kamers, terwijl bedoeld wordt dat additionele horeca in het geheel alleen is toegestaan bij hotels met meer dan 5 kamers. 3.2.5.2 Wijziging aan de functie Hotel het verstrekken van maaltijden en drank voor consumptie ter plaatse, alleen op de begane grond bij hotels vanaf vijf kamers of tien bedden en uitsluitend in de vorm van additionele horeca, waarbij voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 6.49; bij hotels vanaf vijf kamers of tien bedden en alleen op de begane grond: additionele horeca voor het verstrekken van maaltijden en drank voor consumptie ter plaatse, waarbij voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 6.56; De artikelsgewijze toelichting van paragraaf 3.3.9 wordt als volgt gewijzigd: Aan de bestaande panden met een hotelfunctie is deze functie toegekend. Een hotel valt niet onder de functie horeca. Voor horecavestigingen is een aparte functie Horeca. Hotels zijn niet bedoeld om in te wonen.
Volgens jurisprudentie wordt bij een verblijf vanaf een half jaar namelijk uitgegaan van wonen en niet meer van logiesgewijze verhuur. Inmiddels is in de Beleidsregel hotels gemeente Utrecht een maximale termijn van 6 maanden opgenomen voor het verstrekken van logies aan dezelfde persoon. Daarom is In artikel 3.33 onder a, is dit maximum van 6
25
maanden overgenomen geregeld dat een verblijf in een hotel niet langer kan zijn dan een half jaar. Volgens jurisprudentie wordt bij een verblijf vanaf een half jaar namelijk uitgegaan van wonen en niet meer van logiesgewijze verhuur. Onder sub f is opgenomen dat de beperking van 6 maanden niet geldt voor het verstrekken van logies aan personen die verblijven in een toegelaten instelling of aan statushouders. Deze uitzondering is gemaakt om geen onnodige beperkingen te geven bij het vinden van geschikte locaties voor het plaatsen van deze doelgroepen, nu dit toch al erg lastig is. (…) Op grond van het beleid voor tijdelijk verblijf (short stay) werd tijdelijk verblijf tot nu toe met een aparte aanduiding geregeld onder een hotelfunctie omdat het hierbij - net als bij een hotel- gaat om de bedrijfsmatige verstrekking van logies. Inmiddels is een nieuwe versie van de Beleidsregels tijdelijk verblijf (Short Stay) gemeente Utrecht vastgesteld In het omgevingsplan hebben we deze regeling veranderd en is voor tijdelijk verblijf een aparte activiteit aangemaakt in artikel 6.58. De reden hiervoor is dat het ongewenst is dat tijdelijk verblijf eenheden en hotelkamers volledig uitwisselbaar zijn. Daar komt bij dat tijdelijk verblijf anders is dan een hotelactiviteit en dat het effect op de leefomgeving ook verschilt met het effect van een hotel.
(…) In artikel 3.34 is onder c het verbod opgenomen om zonder omgevingsvergunning het aantal hotelkamers uit te breiden. In artikel 6.59 is hiervoor een vergunningplicht opgenomen. In artikel 6.60 staat dat een aanvraag voor een vergunning hiervoor wordt getoetst aan artikel 5 van de Beleidsregel hotels gemeente Utrecht. Als voldaan wordt aan de criteria is een uitbreiding van 20% van het aantal kamers in de regel mogelijk. De komende tijd worden de criteria uit de beleidsnota nader uitgewerkt in een beleidsregel, die naar verwachting per 1 januari 2026 in werking treedt. Onderdeel 2.2.1.9 van de motivering wordt als volgt gewijzigd:
•
Logiesgewijze verhuur maximaal 6 maanden aan dezelfde persoon
•
Verbod om zonder omgevingsvergunning het aantal kamers uit te breiden
•
Op 1 januari 2026 is de nieuwe Beleidsregel hotels gemeente Utrecht in werking getreden, waarin een maximale termijn van 6 maanden is opgenomen voor het verstrekken van logies aan dezelfde persoon. In de functie 'Hotel' is een maximum duur opgenomen van 6 maanden logiesgewijze verhuur, maar daarbij is verduidelijkt dat het gaat om verhuur aan dezelfde persoon. Deze maximumtermijn van 6 maanden is van belang om onderscheid te maken met de woonfunctie en strookt met de jurisprudentie en met het beleid voor hotels en tijdelijk verblijf. Bij de vaststelling van dit het beleid voor hotels en tijdelijk verblijf in 2020 is door de gemeenteraad een motie aangenomen om de beperking van de verblijfstermijn in hotels ook juridisch te regelen in de bestemmingsplannen (nu in het omgevingsplan). Zie hiervoor ook de Raadsbrief Toezegging en moties short stay, bijstelling hotels en expats Utrecht. In de functie 'Hotel' is deze termijn van 6 maanden dan ook overgenomen. Hierbij is verduidelijkt dat het gaat om verhuur aan dezelfde persoon. De maximale termijn van 6 maanden geldt niet voor het verstrekken van logies aan personen die verblijven in een toegelaten instelling of aan statushouders. In artikel 3.345 is onder b c het verbod opgenomen om zonder omgevingsvergunning het aantal hotelkamers uit te breiden.
Onder c staat dat een aanvraag voor een vergunning hiervoor wordt getoetst aan artikel 5 van de Beleidsregel hotels gemeente Utrecht. het Document Utrecht - Beleid tijdelijk verblijf -short stay - en bijstelling hotels.pdf - iBabs Publieksportaal. Als voldaan wordt aan de criteria is een uitbreiding van 20% van het aantal kamers in de regel mogelijk. De komende tijd worden de criteria uit de beleidsnota nader uitgewerkt in een beleidsregel, die naar verwachting per 1 januari 2026 in werking treedt
Tijdelijk Verblijf (short-stay)
Op grond van het beleid voor 'Tijdelijk verblijf' en de Beleidsregels tijdelijk verblijf (Short Stay) gemeente Utrecht (2020) werd tijdelijk verblijf in bestemmingsplannen opgenomen met een aparte aanduiding onder de hotelfunctie. Inmiddels is een nieuwe versie van de Beleidsregels tijdelijk verblijf (Short Stay) gemeente Utrecht vastgesteld en In deze wijziging van het omgevingsplan wordt tijdelijk verblijf niet meer opgenomen onder de hotelfunctie, maar is paragraaf 3.3.16 gereserveerd voor de toekomstige functie 'Tijdelijk verblijf'. In artikel 6.58 is de activiteit tijdelijk verblijf apart geregeld. De reden hiervoor is dat een tijdelijk verblijf accommodatie (met
26
verblijf tussen de 2 weken en 6 maanden) verschilt van een hotel met doorgaans zeer kort verblijf (vanaf 1 nacht) en andere effecten heeft op de leefomgeving en dus ook een eigen afwegingskader nodig heeft. Daarnaast is het niet wenselijk dat tijdelijk verblijf accommodaties onder een hotelfunctie als hotelkamers gebruikt kunnen worden. 3.2.5.3 Toelichting van de wijziging aan de activiteit hotel en tijdelijk verblijf In artikel 6.60 ‘Beoordelingsregels voor uitbreiden aantal hotelkamers’ werd verwezen naar de oude beleidsregel ‘Beleid tijdelijk verblijf (short stay) en bijstelling Hotels (maart 2020)’. Deze verwijzing is verwijderd. In plaats daarvan worden de beoordelingsregels aangehouden uit de ‘Beleidsregel hotels gemeente Utrecht’. 3.2.5.4 Wijziging aan de activiteit hotel en tijdelijk verblijf Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 6.59 alleen als voldaan wordt aan het toetsingskader zoals vastgelegd in het 'Beleid tijdelijk verblijf (short stay) en bijstelling Hotels (maart 2020)' of aan de beleidsregel die daarvoor in de plaats treedt. de volgende beoordelingsregels: a. de uitbreiding bedraagt niet meer dan 20% van de op 1 april 2020 planologisch toegestane kamercapaciteit. b. uit de aanvraag blijkt dat de uitbreiding een kwaliteitsverbetering van het hotel oplevert.
Er is sprake van een kwaliteitsverbetering als de uitbreiding leidt tot een vergroting van het comfort voor de bezoekers, tot een versterking van andere (publieks-) functies en diensten van het hotel of tot een vergroting van de waarde van het hotel voor de omgeving. c. door de uitbreiding ontstaat geen onevenredige aantasting van: 1. het woon- en leefklimaat; 2. de privacy van omwonenden; 3. de verkeers- of parkeersituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. 3.2.5.5 Toelichting van de wijziging In onderdeel 3.4.8 van de motivering is een extra toelichting opgenomen over de omgevingsvergunning voor de vestiging van een hotel en het uitbreiden van het aantal hotelkamers. 3.2.5.6 Wijziging De motivering wordt als volgt gewijzigd: Hotelbeleid A room with a view, Beleidsnota hotels Utrecht 2010-2020 Het hotelbeleid is weergegeven in de beleidsnota 'A room with a view, Beleidsnota hotels Utrecht 2010-2020' (2010). In deze beleidsnota is opgenomen dat het aantal van 1400 hotelkamers tot 2020 zou mogen groeien met 1000 hotelkamers, op basis van een jaarlijkse groei van 5% in de toeristische sector. In 2019 is deze beleidsnota bijgesteld en is een tijdelijke stop ingesteld voor nieuwe hotelkamers, omdat het aantal hotelkamers inmiddels gegroeid was naar 2.000 kamers en er voor de periode 2019-2021 nog ongeveer 1500-1800 nieuwe hotelkamers bij zouden komen.
Voor Utrecht betekende dit een inhaalslag in zowel kwantiteit als kwaliteit van hotelconcepten. Deze stop betekent dat er geen ruimte is om nieuwe hotelkamers planologisch mogelijk te maken via een wijziging van het omgevingsplan of een afwijkingsvergunning. Voor aanvullende bijzondere concepthotels met maximaal 50 kamers of bijzondere doelgroephotels kan onder voorwaarden (over locatie, kwaliteit initiatiefnemers, segmentatie en duurzaamheid) een uitzondering worden gemaakt. Uitbreidingen van bestaande hotels met een kwaliteitsdoel blijven ook beperkt mogelijk. Op 1 januari 2026 is de Beleidsregel hotels gemeente Utrecht in werking getreden. Hierin zijn criteria opgenomen voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de vestiging van een hotel en voor het uitbreiden van het aantal hotelkamers. Beleid tijdelijk verblijf (short stay) Op 19 december 2019 is het beleid tijdelijk verblijf (short stay) door de gemeenteraad vastgesteld. Aanleiding hiervoor was dat het aantal short stay-accommodaties in Utrecht was gegroeid. Een toenemende mobiliteit van werknemers en internationale studenten zorgde voor een stijgende vraag naar deze accommodaties. De huisvesting van tijdelijke (internationale) werknemers of studenten mag echter niet ten koste gaan van de leefbaarheid en van de beschikbaarheid van voldoende permanente
27
woonruimte voor verschillende doelgroepen in de stad. Om deze belangen op een goede manier te kunnen wegen is het beleid voor tijdelijk verblijf (short stay) opgesteld. Onder tijdelijk verblijf of short stay wordt verstaan: het bedrijfsmatig (met het oogmerk om winst te behalen) verstrekken van logies met een minimumperiode van twee weken tot 6 maanden met uitloop tot maximaal 12 maanden. Dit gebruik valt onder de functie hotel met aanduiding logies voor tijdelijk verblijf. Dit gebruik is niet toegestaan onder een woonfunctie. De regels voor het verlenen van vergunningen voor tijdelijk verblijf zijn vastgelegd in de (herziene versie van) de Beleidsregels tijdelijk verblijf (Short Stay) gemeente Utrecht die per 1 januari 2026 in werking zijn getreden. In het beleid voor tijdelijk verblijf is een maximum gesteld aan het aantal toegestane eenheden tijdelijk verblijf. Na evaluatie van het nieuwe beleid in 2024, wordt dit maximum eventueel aangepast. Tot uiterlijk 1 april 2026 geldt er een overgangsregime voor short stay van voor 1 januari 2018. Dit overgangsregime is onderdeel van het Beleid tijdelijk verblijf (short stay)/beleidsregels tijdelijk verblijf (short stay).
Plangebied
In deze wijziging wordt een hotelfunctie opgenomen. Voor tijdelijk wordt in dit plan alleen een activiteit opgenomen en geen functie, omdat tijdelijk verblijf maar op 1 locatie voorkomt en alleen onder een andere functie (Wonen en Werken) blijft de voorgestelde regeling voor de hotelfunctie op dit onderdeel voorlopig zo staan. Dat betekent dat we voor de komende tijd een situatie met een combinatie van de functie hotel en tijdelijk verblijf een aanduiding tijdelijk verblijf (short-stay) opnemen. Voor de nabije toekomst is het beleid nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Beleidsmatig (economie) is enige flexibiliteit tussen tijdelijk verblijf units en hotelkamers wel gewenst, maar niet gewenst dat het hoteldeel en het deel voor tijdelijk verblijf (short stay) volledig uitwisselbaar zijn. Op grond van het hotelbeleid is het Het is voornamelijk ongewenst dat tijdelijk verblijf units als hotelkamers gebruikt gaan worden, wanneer ze niet goed verhuurd kunnen worden. Dat is namelijk oneigenlijk gebruik en vanwege de hotelstop- ook oneerlijke concurrentie voor andere hotels. Bij een volgende wijziging van het omgevingsplan zal voor ‘tijdelijk verblijf (short stay)’ een aparte activiteit of functie aangemaakt worden. In de nieuwe hotelfunctie worden conferenties en congressen additioneel toegestaan want dit past bij het moderne concept van een hotel.
Het aanbieden van logies per nacht moet wel de hoofdactiviteit blijven. Door dit slechts additioneel toe te staan wordt voorkomen dat hotels alleen nog maar worden gebruikt voor conferenties en congressen en niet meer voor hotelactiviteiten. 3.2.6
Beoordelingsregels kap of extra bouwlaag in Pijlsweerd, Vogelenbuurt, Tuinwijk
3.2.6.1 Toelichting van de wijziging In artikel 4.30 staan verschillende beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels geven aan onder welke voorwaarden de omgevingsvergunning voor een kap of extra bouwlaag wordt verleend. De voorwaarde onder sub f is overbodig gebleken en wordt verwijderd. 3.2.6.2 Wijziging aanvraagvereisten Op een locatie met de activiteit kap of extra bouwlaag bouwen verlenen burgemeester en wethouders de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bestaande kap of bouwlaag of voor het realiseren van een kap of een extra bouwlaag als deze voldoet aan de volgende voorwaarden: d. (…) e. het realiseren van een nieuwe kap of een extra bouwlaag is niet toegestaan als het hoofdgebouw bestaat uit 4 bouwlagen of meer; f. het toevoegen van een extra bouwlaag is niet toegestaan als de (Utrechtse) grenswaarde voor geluid wordt overschreden. 3.2.7
Aanvraagvereisten
3.2.7.1 Toelichting van de wijziging Regels in het omgevingsplan kunnen als gevolg hebben dat er een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit aangevraagd moet worden. Wanneer er een vergunningplicht geldt, moet er in
28
het omgevingsplan ook worden aangegeven hoe de vergunningaanvraag wordt beoordeeld en wat een aanvrager moet aanleveren om deze beoordeling te kunnen doen. In het omgevingsplan is een aantal activiteiten met een vergunningplicht opgenomen, waarvoor nog geen aanvraagvereisten waren opgenomen. Deze aanvraagvereisten zijn alsnog toegevoegd. 3.2.7.2 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.80 ‘Omgevingsvergunning en beoordelingsregels voor hogere categorie bedrijf-aan-huis’ Artikel 6.81 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor hogere categorie bedrijf-aan-huis’ Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.80, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten; b. een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 waaruit blijkt waar in het gebouw of op het perceel de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden; c. een situatietekening met een schaal van 1:500 of 1:1000 van het perceel en de omgeving, waarop zowel de bestaande als de nieuwe situatie is weergegeven; d. een beschrijving van de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten van het te starten bedrijf; e. een onderbouwing waaruit blijkt dat de invloed op de leefomgeving vergelijkbaar is met activiteiten die vallen onder de categorie A of B1 van de lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving; f.
aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag. De artikelsgewijze toelichting van artikel 6.80 wordt als volgt gewijzigd: Burgemeester en wethouders kunnen op grond van dit artikel een bedrijf-aan-huis toestaan dat niet op de Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving staat of dat in een te hoge categorie staat, als een bedrijf-aan-huis niet hinderlijker is dan bedrijven die op grond van de lijst zijn toegestaan. Aan de andere voorwaarden in artikel 6.79 moet nog steeds voldaan worden. Andere afwijkingen van artikel 6.79 kunnen niet vergund worden op grond van het omgevingsplan. 3.2.7.3 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.38 ‘Beoordelingsregels voor het starten van een bedrijf dat afwijkt van een bedrijvenlijst’ Artikel 6.39 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor het starten van een bedrijf dat afwijkt van een bedrijvenlijst’ Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.38, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten; b. een beschrijving van de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten; c.
als sprake is van een bedrijf dat niet voorkomt op de lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving in bijlage I of op de lijst van bedrijfsactiviteiten in bijlage II: een onderbouwing waaruit blijkt dat de effecten op de leefomgeving vergelijkbaar zijn met een bedrijf dat wel op een van die lijsten voorkomt en is toegestaan op de locatie, rekening houdend met het tweede lid; d. als sprake is van een bedrijf dat wel voorkomt op de lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving in bijlage I of op de lijst van bedrijfsactiviteiten in bijlage II maar een hogere categorie heeft: een onderbouwing waaruit blijkt dat de effecten op de leefomgeving vergelijkbaar zijn met een bedrijf dat een categorie heeft die wel is toegestaan op de locatie, rekening houdend met het tweede lid; e. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag. 3.2.7.4 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 4.14 ‘Beoordelingsregels rijksbeschermd stadsgezicht Binnenstad Utrecht’ Artikel 4.15 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning rijksbeschermd stadsgezicht Binnenstad Utrecht’
29
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.14, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. de gegevens, als genoemd in artikel 4.60, onder a, d, e en h; b. omschrijving van de werkzaamheden; c. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag. 3.2.7.5 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.93 ‘Beoordelingsregels voor veranderingen van wegen, banen of rails’: Artikel 6.94 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor veranderingen van wegen, banen of rails’ 1. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.93, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten; b. een situatietekening met een schaal van 1:500 of 1:1000 van de weg of rails en de omgeving inclusief maatvoering; c. een akoestisch onderzoek dat voldoet aan de wettelijke eisen en aantoont dat wordt voldaan aan artikel 6.93, eerste lid of als uit afstemming met de gemeentelijke geluidsadviseur via LGETinfo@utrecht.nl blijkt dat een akoestisch onderzoek niet nodig is: een bewijs van deze afstemming; d. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag. 2.
Het akoestisch onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, onder c, voor zover dit noodzakelijk is, wordt uitgevoerd en opgesteld door een erkend akoestisch onderzoeksbureau en moet voldoen aan de wettelijke eisen. De artikelsgewijze toelichting van artikel 6.94 wordt als volgt: Voordat een aanvrager een akoestisch onderzoek laat uitvoeren kan de aanvrager eerst afstemmen met de gemeentelijke geluidsadviseur over de noodzaak en reikwijdte daarvan. Zo wordt voorkomen dat er onnodig of te uitgebreid onderzoek wordt gedaan. De gemeentelijke geluidsadviseur is te bereiken via LGETinfo@utrecht.nl. Het tweede lid bepaalt dat als er een akoestisch onderzoek nodig is, dit door een erkend onderzoeksbureau gedaan moet worden. Het onderzoek moet voldoen aan de wettelijke eisen. Zo is altijd zeker dat het akoestisch onderzoek goed en betrouwbaar en ook volgens de laatste normen wordt uitgevoerd. 3.2.7.6 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.7 ‘Beoordelingsregels voor een nieuw geluidgevoelig gebouw’ Artikel 6.8 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor een nieuw geluidgevoelig gebouw’ 1. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.7, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten; b.
een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 inclusief maatvoering, waarop de indeling van het gebouw in de bestaande en de nieuwe situatie is weergegeven; c. een situatietekening met een schaal van 1:500 of 1:1000 inclusief maatvoering van het perceel en de omgeving; d. een akoestisch onderzoek dat voldoet aan de wettelijke eisen en aan de richtlijnen uit en op basis van de Beleidsnota Geluid en Trillingen en aantoont dat wordt voldaan aan artikel 6.7, eerste lid of als uit afstemming met de gemeentelijke geluidsadviseur via LGETinfo@utrecht.nl blijkt dat een akoestisch onderzoek niet nodig is: een bewijs van deze afstemming; e. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag.
30
2.
Het akoestisch onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, onder d, voor zover dit noodzakelijk is, wordt uitgevoerd en opgesteld door een erkend akoestisch onderzoeksbureau en moet voldoen aan de wettelijke richtlijnen en aan de richtlijnen in de Beleidsnota Geluid en Trillingen of die daarvoor in de plaats zijn getreden.
De artikelsgewijze toelichting van artikel 6.8 wordt als volgt: Voordat een aanvrager een akoestisch onderzoek laat uitvoeren kan de aanvrager eerst afstemmen met de gemeentelijke geluidsadviseur over de noodzaak en reikwijdte daarvan. Zo wordt voorkomen dat er onnodig of te uitgebreid onderzoek wordt gedaan. De gemeentelijke geluidsadviseur is te bereiken via LGETinfo@utrecht.nl. Het tweede lid bepaalt dat als er een akoestisch onderzoek nodig is, dit door een erkend onderzoeksbureau gedaan moet worden. Het onderzoek moet voldoen aan de richtlijnen uit de Beleidsnota Geluid en Trillingen of aan de nieuwe regels die deze zullen of al hebben vervangen. Zo is altijd zeker dat het akoestisch onderzoek goed en betrouwbaar en ook volgens de laatste normen wordt uitgevoerd 3.2.7.7 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.101 ‘Beoordelingsregels voor een horecaterras niet op een openbare plaats’ Artikel 6.102 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor een horecaterras 1. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.100 en 6.101, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten; b. als sprake is van een nieuw horecaterras: een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 van in ieder geval de nieuwe situatie met: i. de exacte locatie, maatvoering en oppervlakte van het horecaterras; ii.
de indeling van het horecaterras met het aantal zitplaatsen en de locatie van de zitplaatsen; c. als sprake is van een wijziging van een bestaand horecaterras: een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 van de bestaande en van de nieuwe situatie met: i. de exacte locatie, maatvoering en oppervlakte van het horecaterras; ii. de indeling van het horecaterras met het aantal zitplaatsen en de locatie van de zitplaatsen; d. als sprake is van een nieuw horecaterras: een situatietekening met een schaal van 1:500 of 1:1000 en inclusief maatvoering van het perceel en de omgeving, waarop de ligging van het nieuwe horecaterras ten opzichte van omliggende geluidgevoelige functies is weergegeven; e. als sprake is van een wijziging van een bestaand horecaterras: een situatietekening met een schaal van 1:500 of 1:1000 en inclusief maatvoering van het perceel en de omgeving, waarop de ligging van het horecaterras ten opzichte van omliggende geluidgevoelige functies in zowel de bestaande als de nieuwe situatie is weergegeven; f. als sprake is van een horecaterras op een openbare plaats: de vrije doorgang op de stoep en de afstand tot de blindegeleidestrook in meters; g. de horecacategorie, zoals in de Lijst van horeca-activiteiten is opgenomen; h. de openings- en sluitingstijden van het horecaterras; i.
als sprake is van een horecaterras met zeven of meer zitplaatsen: een akoestisch onderzoek naar stemgeluid, rekening houdend met het tweede lid, of als uit afstemming met de gemeentelijke geluidsadviseur via LGETinfo@utrecht.nl blijkt dat een akoestisch onderzoek naar stemgeluid niet nodig is: een bewijs van deze afstemming; j. als sprake is van een horecaterras op een openbare plaats: een onderbouwing waaruit blijkt dat de toegankelijkheid en de uitstraling van de openbare plaats en, als dat van toepassing is, het op de locatie geldende beschermde stads- of dorpsgezicht door het horecaterras niet onevenredig worden aangetast; k. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag.
31
2.
Het akoestisch onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, onder i, voor zover dit noodzakelijk is, wordt uitgevoerd en opgesteld door een erkend akoestisch onderzoeksbureau en moet onder andere voldoen aan de Beleidsnota Geluid en Trillingen, hoofdstuk 2.4.9 of die daarvoor in de plaats zijn getreden.
De artikelsgewijze toelichting van artikel 6.102 wordt als volgt: De plattegrondtekening, als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, moet duidelijk laten zien waar het horecaterras komt, hoe groot het wordt in de lengte en de breedte (maatvoering) de oppervlakte (in vierkante meter) en hoe het wordt ingedeeld. Op deze manier heeft de gemeente en goed beeld van het horecaterras dat wordt aangevraagd. De zitplaatsen mogen – voor zover de locaties daarvan bekend zijn - precies worden ingetekend en anders globaal worden aangegeven. Het is belangrijk om in ieder geval het aantal zitplaatsen aan te geven. Op de situatietekeningen, als bedoeld in het eerste lid, onder d en e, moeten geluidgevoelige plekken op het perceel en de nabije omgeving worden weergegeven. Denk hierbij aan woningen, scholen, kinderopvang of zorginstellingen. Zo kan worden beoordeeld of deze functies geluidsoverlast kunnen ondervinden van het (stemgeluid van het) horecaterras. Het eerste lid, onder i geeft aan dat een akoestisch onderzoek naar stemgeluid vereist kan zijn in geval van zeven of meer zitplaatsen. Dit is niet altijd nodig. De aanvrager kan in geval van zeven of meer zitplaatsen voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning met de gemeentelijke geluidsadviseur afstemmen of een akoestisch onderzoek naar stemgeluid nodig is en wat de reikwijdte daarvan moet zijn.
Het onderzoek kan achterwege blijven wanneer de aanvrager met een goede motivering laat zien dat het horecaterras binnen de geldende richtwaarden (geluidsnormen) blijft, of wanneer het college al over voldoende informatie beschikt om de aanvraag te beoordelen. Zo wordt voorkomen dat er onnodig of te uitgebreid onderzoek wordt gedaan. Het tweede lid bepaalt dat als er een akoestisch onderzoek naar stemgeluid nodig is, dit door een erkend onderzoeksbureau gedaan moet worden. Het onderzoek moet onder andere voldoen aan de Beleidsnota Geluid en Trillingen, hoofdstuk 2.4.9, of aan de nieuwe regels die deze zullen of al hebben vervangen. Zo is altijd zeker dat het akoestisch onderzoek goed en betrouwbaar en ook volgens de laatste normen wordt uitgevoerd. 3.2.7.8 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 4.30 ‘Beoordelingsregels voor een kap of extra bouwlaag in Pijlsweerd, Vogelenbuurt en Tuinwijk’ Artikel 4.31 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor een kap of extra bouwlaag in Pijlsweerd, Vogelenbuurt en Tuinwijk’ Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.30, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. de gegevens, als genoemd in artikel 4.60, behalve de gegevens onder f en g; b. een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 en inclusief maatvoering van de bestaande en de nieuwe situatie; c.
een doorsnede met daarop de hoogtes en hellingshoek van de kap of extra bouwlaag van de bestaande en de nieuwe situatie. 3.2.7.9 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 4.32 ‘Beoordelingsregels voor een souterrain in Pijlsweerd, Vogelenbuurt en Tuinwijk’ Artikel 4.33 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor een souterrain in Pijlsweerd, Vogelenbuurt en Tuinwijk’ Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.32, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. de gegevens, als genoemd in artikel 4.60, behalve de gegevens onder f en g;
32
b. c.
een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 en inclusief maatvoering van de bestaande en van de nieuwe situatie waaruit blijkt waarvoor het souterrain wordt gebruikt; een doorsnede van de bestaande situatie en van de nieuwe situatie waaruit blijkt wat de hoogte van het souterrain ten opzichte van het maaiveld is.
3.2.7.10 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.20 ‘Beoordelingsregels voor kinderopvang of buitenschoolse opvang starten of veranderen’ Artikel 6.21 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor kinderopvang of buitenschoolse opvang starten of veranderen’ 1. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.20, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten; b. een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 en inclusief maatvoering van zowel de bestaande als de nieuwe situatie, met informatie over oppervlakte en gebruik per ruimte en de ligging van de buitenruimte; c. een situatietekening met een schaal 1:500 of 1:1000 en inclusief maatvoering van het perceel en de omgeving, waarop de ligging van de kinderopvang of buitenschoolse opvang en de buitenruimte ten opzichte van omliggende geluidgevoelige functies is weergegeven; d. een beschrijving van het voorgenomen gebruik, met een heldere uitleg over de toekomstige functies en activiteiten in de kinderopvang of buitenschoolse opvang; e. een onderbouwing dat er geen onevenredige aantasting van de verkeerssituatie plaatsvindt; f.
een onderbouwing dat er geen onevenredige aantasting van de parkeersituatie plaatsvindt en waarin is aangegeven dat wordt voldaan aan de ‘Beleidsregel parkeernormen auto 2021 Gemeente Utrecht’ en de ‘Beleidsregel parkeernormen fiets 2021 gemeente Utrecht’ of aan de beleidsregels die daarvoor in de plaats zijn getreden en waarin, als sprake is van verandering van bestaand gebruik naar kinderopvang of buitenschoolse opvang, ook is aangegeven wat de parkeerbehoefte van de huidige functie is en wat de parkeerbehoefte van de kinderopvang of buitenschoolse opvang is; g. een akoestisch onderzoek naar stemgeluid, rekening houdend met het tweede lid, of als uit afstemming met de gemeentelijke geluidsadviseur via LGETinfo@utrecht.nl blijkt dat een akoestisch onderzoek naar stemgeluid niet nodig is: een bewijs van deze afstemming; h. een akoestisch onderzoek naar het effect van de omgeving op de geluidgevoelige kinderopvang of buitenschoolse opvang, rekening houdend met het tweede lid, of als uit afstemming met de gemeentelijke geluidsadviseur via LGETinfo@utrecht.nl blijkt dat een akoestisch onderzoek niet nodig is: een bewijs van deze afstemming; i. een onderbouwing waaruit blijkt dat de activiteit plaatsvindt op een afstand van meer dan 300 meter tot een snelweg en meer dan 50 meter tot drukke binnenstedelijke wegen, met meer dan 10.000 voertuigen per etmaal; j.
als sprake is van een kinderopvang of buitenschoolse opvang in een nieuw te bouwen gebouw op een locatie in het voorschriftengebied explosie of voorschriftengebied brand: een onderbouwing dat wordt voldaan aan de beoordelingsregels voor nieuwbouw van zeer kwetsbare hoofdgebouwen in artikel 4.20; k. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag. 2. Het akoestisch onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onder g en onder h, wordt uitgevoerd en opgesteld door een erkend akoestisch onderzoeksbureau en moet onder andere voldoen aan de Beleidsnota Geluid en Trillingen, hoofdstuk 2.4.9 of die daarvoor in de plaats zijn getreden. De artikelsgewijze toelichting van artikel 6.21 wordt als volgt: In dit artikel staan de aanvraagvereisten voor het starten van een kinderopvang of buitenschoolse opvang of het gebruik veranderen naar kinderopvang of buitenschoolse opvang. Voordat een akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd of een omgevingsvergunning wordt aangevraagd is het mogelijk om met de gemeentelijke geluidsadviseur af te stemmen of een akoestisch onderzoek nodig is en wat de reikwijdte daarvan moet zijn. Zo wordt voorkomen dat er onnodig of te uitgebreid
33
onderzoek wordt gedaan. Voor onderdeel i kan de website Verkeerstellingen gemeente Utrecht geraadpleegd worden. 3.2.7.11 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.10 ‘Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor zelfstandige woonruimte veranderen in meerdere zelfstandige woonruimten, onzelfstandige woonruimte veranderen in zelfstandige woonruimten of kamerverhuur starten’ Artikel 6.11 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor zelfstandige woonruimte veranderen in meerdere zelfstandige woonruimten, onzelfstandige woonruimte veranderen in zelfstandige woonruimten of kamerverhuur starten’ Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.10, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten; b. een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 en inclusief maatvoering van de woonruimte waarop de indeling in de bestaande en de nieuwe situatie is weergegeven, en 1. als sprake is van kamerverhuur: de gebruiksoppervlakte per persoon, of; 2. als sprake is van een zelfstandige of onzelfstandige woonruimte veranderen in (meerdere) zelfstandige woonruimten: de gebruiksoppervlakte van de oorspronkelijke woonruimte en de gebruiksoppervlakte van de nieuwe woningen; c.
een situatietekening met een schaal van 1:500 of 1:1000 en inclusief maatvoering van het perceel en de omgeving, waarop de bestaande en de nieuwe situatie is weergegeven; d. een doorsnede van de bestaande situatie en van de nieuwe situatie; e. een onderbouwing waaruit blijkt dat de woonruimte voldoet aan de geluidsisolatienormen die volgens NEN 5077:2019 gelden bij nieuwbouw, zoals aangegeven in de Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht; f. een onderbouwing dat er geen onevenredige aantasting van de verkeerssituatie plaatsvindt; g. een onderbouwing dat er geen onevenredige aantasting van de parkeersituatie plaatsvindt en waarin is aangegeven dat wordt voldaan aan de ‘Beleidsregel parkeernormen auto 2021 Gemeente Utrecht’ en de ‘Beleidsregel parkeernormen fiets 2021 gemeente Utrecht’ of aan de beleidsregels die daarvoor in de plaats zijn getreden; h. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag. 3.2.7.12 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 4.28 ‘Beoordelingsregels voor hogere bouwhoogte’ Artikel 4.29 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor hogere bouwhoogte’ Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.28, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. de gegevens, als genoemd in artikel 4.60, behalve de gegevens onder f en g; b.
een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 en inclusief maatvoering van de bestaande en van de nieuwe situatie; c. een doorsnede van de bestaande situatie en van de nieuwe situatie; d. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag. 3.2.7.13 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.17 ‘Beoordelingsregels omgevingsvergunning transformatie naar onzelfstandige woonruimte in de buurten Binnenstad, Buiten Wittevrouwen en Wilhelminapark’ Artikel 6.18 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor transformatie naar onzelfstandige woonruimte in de buurten Binnenstad, Buiten Wittevrouwen en Wilhelminapark’ Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.17, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten;
34
b. c. d. e. f.
g.
een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 en inclusief maatvoering van de ruimte waarop de indeling in de bestaande en de nieuwe situatie is weergegeven; een doorsnede van de bestaande situatie en van de nieuwe situatie; een onderbouwing waaruit blijkt dat de woonruimten voldoen aan de geluidsisolatienormen die volgens NEN 5077:2019 gelden bij nieuwbouw, zoals aangegeven in de Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht; een onderbouwing dat er geen onevenredige aantasting van de verkeerssituatie plaatsvindt; een onderbouwing dat er geen onevenredige aantasting van de parkeersituatie plaatsvindt en waarin is aangegeven dat wordt voldaan aan de ‘Beleidsregel parkeernormen auto 2021 Gemeente Utrecht’ en de ‘Beleidsregel parkeernormen fiets 2021 gemeente Utrecht’ of aan de beleidsregels die daarvoor in de plaats zijn getreden; aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag.
3.2.7.14 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.14 ‘Beoordelingsregels omgevingsvergunning transformatie naar zelfstandige woonruimte in de buurten Binnenstad, Buiten Wittevrouwen en Wilhelminapark’ Artikel 6.15 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning transformatie naar zelfstandige woonruimte in de buurten Binnenstad, Buiten Wittevrouwen en Wilhelminapark’ Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.14, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten; b. een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 en inclusief maatvoering van de bestaande situatie en van de nieuwe situatie en de gebruiksoppervlakte van de nieuwe woningen; c. een doorsnede van de bestaande situatie en van de nieuwe situatie; d. een onderbouwing waaruit blijkt dat de woonruimten voldoen aan de geluidsisolatienormen die volgens NEN 5077:2019 gelden bij nieuwbouw, zoals aangegeven in de Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht; e. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag.
3.2.7.15 Wijziging Het volgende artikel wordt toegevoegd na artikel 6.60 ‘Beoordelingsregels voor uitbreiden aantal hotelkamers’ Artikel 6.61 ‘Aanvraagvereisten omgevingsvergunning voor uitbreiden aantal hotelkamers’ Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.60, levert de aanvrager de volgende gegevens aan: a. een opgave van de investeringskosten; b. een plattegrondtekening met een schaal van 1:100 en inclusief maatvoering van de bestaande en van de nieuwe situatie; c. een doorsnede van de bestaande situatie en van de nieuwe situatie; d. het aantal hotelkamers op 1 april 2020 en de gewenste uitbreiding; e. een onderbouwing dat er geen onevenredige aantasting van de verkeerssituatie plaatsvindt; f. een onderbouwing dat er geen onevenredige aantasting van de parkeersituatie plaatsvindt en waarin is aangegeven dat wordt voldaan aan de ‘Beleidsregel parkeernormen auto 2021 Gemeente Utrecht’ en de ‘Beleidsregel parkeernormen fiets 2021 gemeente Utrecht’ of aan de beleidsregels die daarvoor in de plaats zijn getreden; g. een onderbouwing waaruit blijkt dat de gewenste uitbreiding een kwaliteitsverbetering van het hotel oplevert; h. aanvullende informatie die burgemeester en wethouders nodig kunnen hebben voor de beoordeling van de aanvraag.