Vaststellingsrapport Pijlsweerd e.o.
Tekst van het document
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Vaststelling wijziging omgevingsplan ‘Omzetting Pijlsweerd, Lauwerecht, Vogelenbuurt, Staatsliedenbuurt en Tuinwijk; opname bodemfunctieklassenkaart; omzetting deel bruidsschat’
Vaststellingsrapport Versie: mei 2026
1
Inhoud vaststellingsrapport 1
SAMENVATTING..................................................................................................................................3 1.1 1.2 1.3
2
BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ..................................................................................................4 ZIENSWIJZE 1 ZIENSWIJZE 2 ZIENSWIJZE 3 ZIENSWIJZE 4 ZIENSWIJZE 5 ZIENSWIJZE 6 ZIENSWIJZE 7 ZIENSWIJZE 8
3
[34049247] ................................................................................................................................4 [34066649] ................................................................................................................................4 [34066162] ................................................................................................................................6 [34065037] ................................................................................................................................8 [34070328] ..............................................................................................................................12 [34077105] ..............................................................................................................................14 [34071235] ..............................................................................................................................15 [34089994] ..............................................................................................................................16
WIJZIGINGEN IN HET ONTWERP ........................................................................................................18 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.2.9 3.2.10 3.2.11 3.2.12 3.3
4
INHOUD VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT ..........................................................................................3 KORTE SCHETS VAN DE ZIENSWIJZEN...................................................................................................3 BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN............................................................................................................3
WIJZIGINGEN DOOR ZIENSWIJZEN ....................................................................................................18 Horecavestiging aan de Willem van Noortstraat .................................................................18 Binnenterrein Complex Autoweerd ......................................................................................18 Bestaande horecaterrassen .................................................................................................19 Bouwvlak en bouwhoogte aan de Wittevrouwensingel .......................................................19 AMBTSHALVE WIJZIGINGEN ............................................................................................................20 Horecaterrassen ...................................................................................................................20 Begrippen .............................................................................................................................20 Bouwvlakken en bouwhoogtes ............................................................................................21 Bruidsschatregels (22.41 en 22.144) ....................................................................................24 Nieuwe beleidsregels hotels en tijdelijk verblijf (short stay) ................................................25 Beoordelingsregels kap of extra
bouwlaag in Pijlsweerd, Vogelenbuurt, Tuinwijk ..............28 Aanvraagvereisten ...............................................................................................................28 Verwerken van vergunningen ..............................................................................................36 Uitsluiten mer-plichtige projecten........................................................................................36 Welstand ..............................................................................................................................36 Functie ‘Water’.....................................................................................................................38 Tijdelijke bouwmogelijkheden Wittevrouwensingel.............................................................38 ONDERGESCHIKTE VERBETERINGEN ..................................................................................................39
TOELICHTING ....................................................................................................................................42 4.1 4.2 4.3 4.4
WAT IS EEN VASTSTELLINGRAPPORT? ...............................................................................................42 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE........................................................................................................42 WIJZE VAN BEOORDELING VAN ZIENSWIJZEN ......................................................................................42 PRIVACY .....................................................................................................................................43
2
1 Samenvatting 1.1 Inhoud van het vaststellingsrapport
In het vaststellingsrapport staan: 1. samenvattingen van de zienswijzen en de reactie van de gemeente op de zienswijzen en 2. de wijzigingen die de gemeente in het ontwerp aanbrengt. In hoofdstuk 4 is algemene informatie over zienswijzen en over de procedure opgenomen.
1.2 Korte schets van de zienswijzen
Termijn voor het indienen van zienswijzen De ontwerp wijziging heeft van zaterdag 20 december 2025 tot en met vrijdag 30 januari 2026 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad. Hoeveel zienswijzen zijn er ingediend? Er zijn 9 zienswijzen ingediend. Er is één anonieme zienswijze ingediend over het ontwerp omgevingsplan. Deze zienswijze is buiten de termijn ingediend, nadat de terinzagelegging al was afgelopen. De zienswijze gaat inhoudelijk niet over het ontwerp omgevingsplan en wordt daarom niet in hoofdstuk 2 van dit vaststellingsrapport samengevat en beantwoord. De zorgen die in de zienswijze worden geuit over Portaal worden via een andere weg onder de aandacht gebracht.
1.3 Belangrijkste wijzigingen
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het ontwerp zijn: • het verbeteren van een aantal bouwvlakken en vlakken voor hoogtes; • nieuwe regels naar aanleiding van nieuw beleid over hotels en tijdelijk verblijf; • het toevoegen van aanvraagvereisten voor regels met een vergunningplicht; en • algemene verbeteringen van het omgevingsplan, onder andere voor de leesbaarheid.
3
2 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1
[34049247]
Indiener geeft aan dat de functie van een pand aan de Willem van Noortstraat niet klopt. Hij geeft aan dat de bestemming altijd is geweest: gemengde doelen en een afhaalzaak. Indiener geeft aan dat er bij de vaststelling van het Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, Griftpark een fout is gemaakt zonder hem daarvan te informeren. De functie is nu namelijk Wonen. Indiener geeft aan dat er een exploitatievergunning is verleend voor een koffiezaak, de WOZ wordt gewaardeerd op niet-wonen en de bag viewer een industrie en bijeenkomstfunctie weergeeft. Indiener verzoekt de correcte functie terug te brengen.
Reactie In het bestemmingsplan ‘Vogelenbuurt en Tuinwijk’ dat door indiener wordt aangehaald geldt op de locatie de bestemming Gemengde doeleinden (GD). Op deze locatie geldt geen extra aanduiding voor een afhaalzaak. Een afhaalzaak wordt in deze wijziging van het omgevingsplan daarom ook niet mogelijk gemaakt. Op de locatie geldt op dit moment op basis van het ‘Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, Griftpark’ de functie Wonen met daarbij een aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – werken in de wijk’. Dit betekent dat op de locatie de volgende activiteiten zijn toegestaan: Wonen op alle verdiepingen en op de begane grond het gebruiken van ruimtes toegestaan voor bedrijfsactiviteiten in categorie A of B1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving, administratieve werkzaamheden, dienstverlening, sportactiviteiten, scholen, medische en paramedische diensten, buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf, ateliers, muziek-, dans- en toneelscholen en instellingen voor kunstzinnige vorming. Deze functie en aanduiding zijn beleidsarm omgezet in het voorliggende ontwerp omgevingsplan. Zoals indiener aangeeft is voor de locatie op 29 februari 2016 een omgevingsvergunning (met kenmerk HZ_WABO-1603330) verleend voor het vestigen van een lunchroom (horeca in de categorie D2).
Met deze omgevingsvergunning is destijds van het bestemmingsplan ‘Vogelenbuurt en Tuinwijk’ afgeweken. Op grond van de verleende omgevingsvergunning is het gebruik als horeca in de categorie D2 op de begane grond in de navolgende beheersverordening ‘De Meern Noord, Maximapark, Vogelenbuurt, Wittevrouwen’ toegestaan, maar in het ‘Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, Griftpark’ is het gebruik als horeca in de categorie D2 ten onrechte niet opgenomen. Daarom wordt de activiteit horeca in de categorie D2 alsnog op de begane grond van de locatie mogelijk gemaakt in het omgevingsplan en komen we tegemoet aan de zienswijze van indiener. Het gebruik als horeca in de categorie D2 op de begane grond is op dit moment overigens toegestaan op basis van de verleende omgevingsvergunning en het overgangsrecht in artikel 6.107 van het omgevingsplan. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt de activiteit horeca in de categorie D2 op de begane grond voor het betreffende pand aan de Willem van Noortstraat opgenomen, in lijn met de verleende omgevingsvergunning. In paragraaf 3.1.1 is de wijziging precies beschreven.
Zienswijze 2
[34066649]
Indiener geeft aan dat de bestemming ‘Doorgaand verkeer’ niet passend is aan de Talmalaan en dat deze fout ook al in het eerdere Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Vogelenbuurt, Tuinwijk, Griftpark zit. Indiener verzoekt een aanbouw mogelijk te maken als gevolg van dagelijks geluidoverlast nadat de Talmalaan drukker is geworden met autoverkeer. 1. Doorgaand verkeer Indiener geeft aan dat de Talmalaan tot en met de Weerdsingel Westzijde de bestemming ‘Doorgaand verkeer’ heeft gekregen. Hiermee wordt een doorgaande route dwars door de stad bestemd wat niet conform het beleid van de gemeente Utrecht is. Indiener verzoekt om de Weerdsingel Westzijde niet te
4
bestemmen als ‘Doorgaand verkeer’. Ter onderbouwing verwijst hij naar uitsneden uit het ‘Mobiliteitsplan 2040’ en de voorloper daarvan ‘Nota Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen’. Indiener geeft aan dat daarnaast de term ‘doorgaand verkeer’ niet moet worden gebruikt, maar in plaats daarvan ‘bestemmingsverkeer centrum’. Indiener citeert een alinea uit de ‘Omgevingsvisie Binnenstad Utrecht 2040’ en geeft aan dat een doorgaande route dwars door het centrum dus niet past in het beleid. Indiener merkt op dat de vaststelling van Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Vogelenbuurt, Tuinwijk, Griftpark op dit onderwerp niet beleidsarm is geweest. Toen is dat indiener niet opgevallen. In de publicatie van destijds was vermeld dat de wijziging beleidsarm is, terwijl het volgens indiener ging om een substantiële wijziging, die dus vermeld had moeten worden in de publicatie.
Reactie In het omgevingsplan worden de verkeersfuncties ‘Verkeer en verblijf’ en ‘Doorgaand verkeer’ toegepast voor verschillende wegen in de stad. Dit onderscheid wordt ook toegelicht in de artikelsgewijze toelichting bij de paragrafen 3.2.1 en 3.2.7. De functie ‘Doorgaand verkeer’ is toegekend aan wegen die belangrijk zijn voor de verkeersafwikkeling van het doorgaande verkeer. De Rijkswegen vallen niet onder deze functie. Locaties met de functie ‘Verkeer en verblijf’ zijn bedoeld voor verblijf in de openbare ruimte, groen en bestemmingsverkeer. Wegen, voet- en fietspaden die voornamelijk door bestemmingsverkeer worden gebruikt, vallen onder deze functie. Op basis van dit onderscheid vinden we de functie ‘Doorgaand verkeer’ passend op de Weerdsingel W.Z. Met deze functie wordt geen doorgaande route dwars door de stad wordt beoogd. In het mobiliteitsbeleid worden meerdere categorieën wegen onderscheiden, afhankelijk van het beleidsdoel. In het vigerende mobiliteitsplan (Mobiliteitsplan 2040) is de route Talmalaan-DraaiwegDavid van Mollemstraat-Oudenoord weergegeven als 'verbindingsweg naar centrum'. In het mobiliteitsbeleid en het omgevingsplan wordt verschillende terminologie gebruikt voor wegen. De benaming en categorisering zijn niet één op één hetzelfde, zo is de categorie-aanduiding 'verbindingsweg naar centrum' er een die we in het omgevingsplan niet kennen.
Bovendien geeft het ‘Mobiliteitsplan 2040’ het gewenste autonetwerk voor 2040 weer en niet de huidige situatie. De gemeente heeft de wens om de hoeveelheid doorgaand verkeer op onder andere de David van Mollemstraat en Draaiweg terug te brengen. Wij starten in 2026 met het opstellen van het Ruimtelijk Toekomstperspectief Noordpoort, waarin we onderzoeken met welke maatregelen we dit kunnen bereiken. De uitkomst van dit onderzoek kan in de toekomst aanleiding geven tot aanpassing van het omgevingsplan. Meer informatie over het Ruimtelijk Toekomstperspectief Noordpoort is te vinden in deze Raadsbrief. Onder de beheersverordening was het bestaande gebruik toegestaan voor bebouwing maar ook de openbare ruimte. De Talmalaan, Draaiweg, David van Mollemstraat en Oudenoord waren destijds al in gebruik als openbare weg. Dit gebruik is daarna vertaald in de enkelbestemming ‘Verkeer’ in het Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Vogelenbuurt, Tuinwijk, Griftpark en in de functie ‘Doorgaand verkeer’ in de nu voorliggende wijziging van het omgevingsplan. De naam van de bestemming en functie verschilt, maar het toegestane gebruik als weg is onveranderd gebleven. Wij zijn daarom van mening dat er geen sprake is van een substantiële wijziging, maar een beleidsarme omzetting van het toegestane gebruik. 2.
Uitbouw mogelijk maken Indiener woont met zijn gezin aan de Talmalaan, een verbindingsweg aan het centrum die niet als 30 km/u geprogrammeerd staat. Indiener ervaart dagelijks geluidsoverlast van het verkeer en heeft een petitie aangeboden om een uitbouw mogelijk te maken op de terugliggende derde verdieping. In deze petitie beargumenteert indiener dat de Votulast-route aanmerkelijk rustiger is geworden sinds het rechtsaf-verbod bij de Kaatstraat. Van de 2470 auto’s die voorheen over deze route reden, rijdt nu een groot deel langs de Talmalaan. Het gevolg hiervan is een grote toename van geluidsoverlast, hardrijdende auto’s en een verslechtering van de luchtkwaliteit en nachtrust van indiener. De verbeterde situatie bij de Votulast-route heeft als keerzijde een negatieve impact op indieners gezondheid. Indiener voelt zich in de steek gelaten door de gemeente Utrecht. Indiener verzoekt als oplossing het toestaan van een uitbouw aan de geluidluwe zijde, zodat zijn gezin met de ramen open kunnen slapen. Indiener geeft aan dat de petitie door alle bewoners is ondertekend en hoopt op de medewerking van de gemeente Utrecht. Indiener geeft aan dat er sprake is van een onevenwichtige toedeling van functies aan locaties als een teruggelegen verdieping aan de geluidluwe kant niet
5
gebruikt kan worden. Het uitbouwen sluit volgens indiener aan bij de doelen van de Omgevingswet en de ‘Nota Gezondheid voor iedereen' en zorgt ervoor zorgt dat indieners’ gezin niet onnodig wordt belemmerd in hun ontwikkeling. Indiener verwijst expliciet naar twee van de vier fundamentele uitgangspunten voor de rechten van het kind: belang van het kind en recht op leven en ontwikkeling.
Reactie Het is vervelend om te horen dat indiener zich in de steek gelaten voelt door de gemeente Utrecht en geluidsoverlast ervaart van het verkeer als gevolg van het rechtsaf-verbod bij de Kaatstraat. Zoals onder punt 1 ook is aangegeven: de gemeente heeft de wens om de hoeveelheid doorgaand verkeer op onder andere de David van Mollemstraat en Draaiweg terug te brengen. Wij starten in 2026 met het opstellen van het Ruimtelijk Toekomstperspectief Noordpoort, waarin we onderzoeken met welke maatregelen we dit kunnen bereiken. In het omgevingsplan worden verkeersfuncties opgenomen voor voetpaden en wegen, maar er worden geen maximale toegestane snelheden van wegen geregeld. Hetzelfde geldt voor het eerder genoemde rechtsaf-verbod bij de Kaatstraat. Deze besluiten zijn al voor de terinzagelegging van het ontwerp genomen. Op 15 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad geïnformeerd dat het Integrale Programma van Eisen (IPvE) “Herinrichting Kruispunt OudenoordKaatstraat (Eerste deel As Votulast)” is vastgesteld, waaronder ook het afslagverbod van de Oudenoord naar de Kaatstraat voor gemotoriseerd verkeer valt. Indiener wijst als oplossing op het toestaan van een uitbouw aan de geluidluwe zijde. Volgens de regels van het ontwerp geldt er op de locatie een maximale bouwhoogte van 9,3 meter.
De uitbouw zoals indiener die wenst past niet binnen de geldende planologische regels zoals opgenomen in het ‘Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, Griftpark’ en ook niet binnen het ontwerp omgevingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen. Voor het realiseren van deze uitbouw is door indiener eerder een omgevingsvergunning aangevraagd. Destijds is de gevraagde omgevingsvergunning geweigerd omdat er geen aanleiding bestond om een uitzondering te maken op de geldende beheersverordening vanwege: 1. het verlies van het kleinschalige karakter van het achtererfgebied; 2. een ongewenst precedent voor dezelfde woningtypes in het bouwblok; 3. een verslechtering van de stedenbouwkundige opzet; 4. het verdwijnen van de ruimtelijke balans in het bouwblok; en 5. gevolgen voor gebruiksmogelijkheden van dakterrassen van naastgelegen woningen. Tegen het besluit op de omgevingsvergunning is bezwaar gemaakt, wat bij besluit van 5 juli 2023 ongegrond is verklaard. Vervolgens is beroep ingediend, wat bij uitspraak van 29 december 2023 ook ongegrond is verklaard. Op 23 april 2025 is uitspraak gedaan op het hoger beroep, waarbij het hoger beroep ongegrond is verklaard. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Naar het oordeel van de Raad van State heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college gelet op de door hem uitgevoerde belangenafweging de omgevingsvergunning heeft mogen weigeren. In de tussentijd zijn er geen ontwikkelingen geweest die leiden tot een andere belangenafweging. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het ontwerp omgevingsplan.
Zienswijze 3
[34066162]
Indiener geeft aan dat in het ontwerp voortaan bouwvlakken zijn aangegeven waarbij er bij een deel van de oorspronkelijke bebouwing (in ieder geval in Pijlsweerd-Noord) aan de achterkant van de woningen een gedeeltelijke verlenging is op de begane grond. In deze verlenging was de keuken geplaatst en daarboven een terras met gemetselde muur. Indiener heeft een foto bijgevoegd van woningen aan de Huurweerstraat. Een vergelijkbare situatie bestaat ook bij woningen aan de Stroomstraat, Balkstraat, Zilvergeldstraat en Houtstraat. Indiener geeft aan dat deze verlenging niet op het bouwvlak is aangegeven. Indiener geeft een vergelijkbaar geval aan waarbij er boven de verlenging een schuin dak is geplaatst en wel een bouwvlak is aangegeven. Doordat dit gedeelte van het gebouw soms wel en in andere gevallen niet onderdeel van het bouwvlak is, ontstaat hierbij onduidelijkheid bij het uitbouwen en opbouwen.
6
Indiener geeft aan dat bij het plaatsen van een vergunningvrije uitbouw de diepte o.a. bepaald wordt ten opzichte van de achtergevel van de oorspronkelijke bebouwing. Het is daarom mogelijk om achter indieners keuken een vergunningvrije uitbouw te plaatsen. Door dat aan te geven in het bouwvlak blijft duidelijk waar dit wel en niet mogelijk is. Daarnaast zegt indiener dat het toevoegen van het bouwvlak leidt tot onduidelijkheid bij het plaatsen van een dakopbouw. In de voorgenomen beleidsregel (beleidsregel Dakopbouwen gemeente Utrecht, vastgesteld op 24 februari 2026) met betrekking tot het maken van een dakopbouw staat dat het niet is toegestaan om een dakopbouw op een aanbouw te plaatsen. Ondanks dat de verlenging aan indieners woning qua vorm op een uitbouw lijkt, gaat het hier om de oorspronkelijke bebouwing. Dat is te zien doordat deze afwijkt van een standaard vergunningvrije aanbouw door de aanwezigheid van een terras met gemetselde muur. Indiener geeft aan dat er meer van dit soort dakopbouwen zijn geplaatst in de buurt. Juist dit soort dakopbouwen zijn een van de weinige manieren voor gezinnen om nog binnen de wijk te blijven, waar huizen relatief klein zijn en er al weinig ruimte over is voor verdere bebouwing.
Indiener stelt dat het percentage inwoners tot 15 jaar slechts 9,15% is in Pijlsweerd-Noord en -Zuid, vergeleken met een gemiddelde van 14,9% in Nederland en 15,56% in Utrecht. Als voorbeeld noemt indiener een patroon bij een kinderopvang in de wijk waarbij jonge ouders uit de wijk trekken vanwege een gebrek aan ruimte en groen. Indiener geeft aan dat een evenwichtigere samenstelling van huishoudens kan worden gerealiseerd in de wijk door ruimere woningen te faciliteren. Het bevorderen en plaatsen van dakopbouwen zoals die al zijn gerealiseerd helpt hierbij.
Reactie Om te bepalen of een bijbehorend bouwwerk (zoals een uitbouw) zonder een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit gebouwd mag worden, is niet het bouwvlak maar het oorspronkelijke hoofdgebouw bepalend. Zie hiervoor ook artikel 4.37 van het omgevingsplan van de gemeente Utrecht, dat gaat over vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het oorspronkelijke hoofdgebouw, is het hoofdgebouw zoals dit direct bij de (destijds) nieuwbouw is opgeleverd. Als een woning bijvoorbeeld bij de oplevering al voorzien is van een uitbouw, dan maakt deze uitbouw onderdeel uit van het oorspronkelijke hoofdgebouw. Wanneer een uitbouw op een later moment is gebouwd, dan maakt de uitbouw geen onderdeel uit van het oorspronkelijke hoofdgebouw. Bij woningen wordt de ligging van het bouwvlak in principe bepaald door de situering van het hoofdgebouw, bestaande uit meerdere bouwlagen. Dit betekent dat eenlaagse uitbouwen hier niet onder vallen. Wanneer woningen een uitbouw van meerdere bouwlagen hebben of een bouwlaag die is voorzien van een kap, dan maken deze in principe wel onderdeel uit van het bouwvlak. Hierbij kan bijvoorbeeld bij een uitbouw van één bouwlaag met een kap wel een andere bouwhoogte gelden, dan voor bijvoorbeeld het overige deel van de woning dat bijvoorbeeld bestaat uit twee bouwlagen en een kap.
Dit om te voorkomen dat de uitbouw even hoog kan worden als het overige deel van de woning. Dit is namelijk stedenbouwkundig gezien niet overal gewenst. Dit kan onder andere tot onevenredige nadelige effecten leiden voor omliggende percelen (denk hierbij bijvoorbeeld aan een vermindering van de bezonning). Gezien voorgaande zijn wij van mening dat het bouwvlak bij het perceel van indiener en bij de overige percelen waar indiener in zijn zienswijze naar verwijst op de juiste wijze zijn bepaald en vastgelegd. In de beleidsregel Dakopbouwen gemeente Utrecht, die op 24 februari 2026 door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld en die inmiddels gelden wordt een ‘dakopbouw’ als volgt gedefinieerd: “een uitbreiding op het hoogste deel van het oorspronkelijke hoofdgebouw, die ontstaat door het optrekken van de gevel(s) of door een gedeeltelijke dakverhoging of door een wijziging van de kapvorm. De dakopbouw is bedoeld voor uitbreiding van de bestaande wooneenheid.” Uit deze definitie volgt dat overige woonuitbreidingen zoals bebouwing op een lager gelegen verdieping geen dakopbouw zijn. Wanneer een uitbouw die behoort tot het oorspronkelijke hoofdgebouw uit één bouwlaag bestaat en de rest van het hoofdgebouw bijvoorbeeld twee bouwlagen
7
hoog is, dan mag de dakopbouw alleen op het hoofdgebouw gebouwd worden dat uit twee bouwlagen bestaat (mits de dakopbouw de gewenste (ruimtelijke) kwaliteit van de leefomgeving en belangen van omwonenden niet onevenredig aantast). Bij de totstandkoming van de beleidsregel zijn de belangen van individuele (uitbreidings)wensen en de mogelijkheid voor inwoners met een groeiend gezin door een dakopbouw in hun sociale omgeving te kunnen blijven wonen betrokken. Wat bijvoorbeeld ook is meegewogen bij het opstellen van de beleidsregel is dat het vergroten van woningen met dakopbouwen, de doorstroming op de woningmarkt niet bevordert. Dit doordat grotere woningen duurder worden. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het ontwerp omgevingsplan.
Zienswijze 4
[34065037]
1. Beperking van planologische mogelijkheden Indiener geeft aan dat in het ontwerp omgevingsplan voor een perceel een bouwvlak is opgenomen dat afwijkt van de bestaande planologische situatie. Indiener stelt dat de ontwerptekening niet juist is en geen recht doet aan de bestaande en vergunde situatie en leidt tot een beperking van de bouwmogelijkheden. Indiener geeft aan dat de bestaande bebouwing niet correct is opgenomen binnen het bouwvlak. Indiener wijst erop dat de bebouwing legaal tot stand is gekomen en onderdeel uitmaakt van de bestaande situatie en geeft daarbij aan dat het omgevingsplan uit moet gaan van de feitelijke en planologische toegestane bebouwing. Indiener geeft daarbij op een kaart aan waar het bouwvlak mist. Indiener geeft ook aan dat de weergave van het bouwvlak niet klopt, omdat het bouwvlak in het ontwerp ook aanzienlijk kleiner is dan in het huidig geldende bestemmingsplan. Hierdoor zouden bestaande planologische bouwmogelijkheden worden beperkt. Deze verkleining is volgens indiener niet gemotiveerd en niet gebaseerd op een inhoudelijke ruimtelijke of stedenbouwkundige afweging. Indiener verzoekt het bouwvlak voor zijn perceel te herstellen conform eerdere en geldende plannen en daarmee het bouwvlak zodanig te corrigeren dat alle bestaande bebouwing volledig is opgenomen en de bestaande mogelijkheden binnen het bebouwingsoppervlak behouden blijven.
Indiener verzoekt daarnaast de bestemming wonen en kantoor op het gehele bouwvlak van toepassing te laten.
Reactie Hieronder zullen wij eerst kort de (van belang zijnde) bebouwings- en gebruiksmogelijkheden aangeven vanaf bestemmingsplan ‘Griftpark’. Bestemmingsplan Griftpark e.o. Dit bestemmingsplan is op 31 augustus 2000 door de gemeenteraad vastgesteld. Het perceel heeft op grond van dit bestemmingsplan de bestemming ‘Gemengde doeleinden’. Ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan was een groter deel van het perceel bebouwd en deze bebouwing is voorzien van een bebouwingsgrens (dit wordt nu bouwvlak genoemd). Daarnaast is binnen deze bebouwingsgrens een goothoogte van 10 meter toegestaan. In artikel 8 lid B is daarnaast bepaald dat wanneer een goothoogte op de verbeelding is aangegeven de (hoofd)gebouwen met een kap afgedekt moeten worden. De bebouwing was ten tijde van bestemmingsplan Griftpark al gelegen binnen beschermd stadsgezicht. In de toelichting van bestemmingsplan Griftpark e.o. staat op pagina 26 het volgende: “De huidige bebouwing aan de Wittevrouwensingel is opgenomen in de bestemming Gemengde doeleinden, Gd, met uitzondering van het rijtje woningen aan de westzijde van de Wittevrouwensingel (nrs. 103-106). De bestemming Gemengde doeleinden is conserverend ten aanzien van de bebouwingsmogelijkheden. In deze bestemming ligt het gebied van het Beschermd Stadsgezicht.
In de bestemmingsregeling is de nadruk gelegd op de individualiteit en de afwisseling in de bebouwing.” Als we kijken naar de bebouwing die op het perceel in 2000 aanwezig was, is de conclusie dat de maximaal toegestane hoogtes niet in lijn met pagina 26 van de toelichting van het bestemmingsplan zijn bestemd. Ook bij andere nummers in de betreffende straat, met uitzondering van het bouwblok met de bestemming ’Gemengde doeleinden’ waar het perceel van indieners onderdeel van uitmaakt, is de voor- en achterbebouwing hierin specifiek bestemd met overwegend lagere maximale bouwhoogtes voor de achterbebouwing.
8
Daarnaast waren de volgende functies toegestaan (op grond van artikel 8 lid A): wonen, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en kantoren met een maximum vloeroppervlak van 250 m2 per vestiging, atelier en het uitoefenen van kleinschalige bedrijvigheid in de ambacht en nijverheid in de categorieën 1 en 2 en productiegebonden detailhandel (dit is detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie duidelijk ondergeschikt is aan de productiefunctie). Omgevingsvergunning sloop en plaatsen dakvensters Op 7 oktober 2011 is een omgevingsvergunning verleend voor het adres voor het gedeeltelijk slopen van aanbouwen (schuur en gedeelte van een bijgebouw) van een woonpand en het plaatsen van dakvensters. De omgevingsvergunning gaat over de activiteiten monument, sloop en bouw. De sloop (en het plaatsen van de dakvensters) is vervolgens uitgevoerd, waardoor op luchtfoto’s uit 2012 te zien is dat er minder bebouwing op het perceel aanwezig is dan in 2011. Beheersverordening Griftpark Op 9 april 2013 heeft de gemeenteraad beheersverordening Griftpark vastgesteld. Ten tijde van deze vaststelling was de bebouwing dus al in lijn met de omgevingsvergunning van 7 oktober 2011 gesloopt. Bij de beheersverordening zijn op grond van artikel 3 lid 3.1 het bestaande gebruik en de bestaande bouwwerken het uitgangspunt.
Hierbij is de definitie van ‘bestaand’ van belang en deze is als volgt: bestaand: a. bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op moment van de vaststelling van de verordening of kan worden gebruikt krachtens een omgevingsvergunning; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; b. bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van de verordening aanwezig zijn én bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Woningwet zijn gebouwd; nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een bouwvergunning op grond van de Woningwet. Dit betekent dat de bestaande bebouwing, dus exclusief de gesloopte bebouwing, het uitgangspunt is van de beheersverordening. Daarnaast bepaalt artikel 3 lid 3.2.1 vanwege besluitsubvlak 15, dat voor het perceel geldt, een maximale goothoogte van 10 meter in aanvulling op het bepaalde in artikel 3 lid 3.1 is toegestaan. Dit om de bestaande goothoogte van hoofdgebouwen te verhogen.
Doordat wanneer de bestaande goothoogte wordt verhoogd, ook de maximale bestaande bouwhoogte wijzigt, is hier op grond van de beheersverordening altijd een omgevingsvergunning voor nodig om van de maximale bouwhoogte af te wijken. Dit was bij bestemmingsplan ‘Griftpark’ nog niet het geval. Besluitsubvlak 1 staat de volgende functies toe op het perceel: wonen, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en kantoor met een maximaal vloeroppervlak van 250 m2 per vestiging, atelier, het uitoefenen van kleinschalige bedrijvigheid in de ambacht en nijverheid, voor zover deze voorkomen in de categorieën A en B1 van de bij deze verordening behorende Lijst van Bedrijven functiemenging met dien verstande dat deze functie uitsluitend aanwezig mag zijn op de begane grondlaag, met uitzondering van die panden waar die zelfde functie reeds ten tijde van de vaststelling van deze verordening aanwezig was en productiegebonden detailhandel. Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, Griftpark Op 23 januari 2025 is het Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, Griftpark door de gemeenteraad vastgesteld.
Het perceel heeft de functie ‘wonen’ en de ‘functie-beschermd stadsgezicht’, ter plaatse van bebouwing de functieaanduiding ‘kantoor’ (op de begane grond en de verdiepingen) en ter plaatse van het gehele perceel ‘specifieke vorm van gemengd – werken in de wijk’, waar het volgende gebruik is toegestaan: op de begane grond het gebruiken van ruimtes toegestaan voor bedrijfsactiviteiten in categorie A of B1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving, administratieve werkzaamheden, dienstverlening, sportactiviteiten, scholen, medische en
9
paramedische diensten, buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf, ateliers, muziek-, dans- en toneelscholen en instellingen voor kunstzinnige vorming. Uit artikel 18 lid 18.3.1 blijkt dat er voor het vergroten van het hoofdgebouw een omgevingsvergunning nodig is voor het uitbreiden van het hoofdgebouw tot de aangegeven maximale goothoogte van 10 meter. Dit is ook toegestaan op de locaties waar de gesloopte bebouwing stond. Ontwerp omgevingsplan omzetting Pijlsweerd, Lauwerecht, Vogelenbuurt, Staatsliedenbuurt en Tuinwijk; opname bodemfunctieklassenkaart; omzetting deel bruidsschat In het ontwerp omgevingsplan heeft het perceel de functie ‘wonen’ en de beschermende functie ‘Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht’ gekregen. Op het perceel zijn de volgende functies (activiteiten) toegestaan: atelier (op de begane grond), bedrijf in categorie A of B1 (op de begane grond), binnensport (op de begane grond), dienstverlening (op de begane grond), instelling voor kunstzinnige vorming (op de begane grond), kantoor (op de begane grond en de verdiepingen) en maatschappelijk (op de begane grond).
Daarnaast is er voor de bebouwing onderscheid gemaakt tussen een maximale goothoogte van 7,8 meter en een maximale bouwhoogte van 10,8 meter voor het hoofdgebouw met kap en een maximale bouwhoogte van 6,8 meter voor het tweelaagse gebouwdeel aan de achterzijde (die aan de eenlaagse bebouwing vastzit). De ruime bebouwingsmogelijkheden die in bestemmingsplan Griftpark e.o. zijn toegekend voor de achterbebouwing op de locatie zijn voortgezet in de beheersverordening. Deze ruime mogelijkheden – met name in de hoogte- waren en zijn niet langer gewenst. De Wittevrouwensingel behoort tot het Beschermd Stadsgezicht. Eén van de doelstellingen van het bestemmingsplan was ‘het geven van beschermende regels ten behoeve van het Beschermd Stadsgezicht van de Wittevrouwensingel’. Daarnaast is het pand aangewezen als gemeentelijk monument. Gezien het conserverende doel van de bebouwingsmogelijkheden aan de Wittevrouwensingel en de ligging in beschermd stadsgezicht lijkt hier ten onrechte geen onderscheid te zijn gemaakt in de hoogte van het hoofdgebouw en de achterbebouwing. Aan de Wittevrouwensingel is sprake van afwisseling in de bebouwing. Stedenbouwkundig gezien is het gewenst dat het originele hoofdgebouw herkenbaar blijft en is behoud van de stedenbouwkundige opzet/beeld van belang.
Hieronder wordt in ieder geval de hoogteopbouw van de straatwand, de dakvorm en de diepte van het binnenterrein verstaan. In bestemmingsplan Griftpark e.o. is destijds niet de bestaande situatie qua bebouwing vastgelegd. De regels boden de mogelijkheid tot achterbebouwing met een goothoogte van 10 meter. Indien van deze ruimte gebruik wordt gemaakt is er geen onderscheid meer tussen het hoofdgebouw en de achterbebouwing. Dit tast de stedenbouwkundige opzet aan. Bovendien heeft dit onevenredige nadelige effecten voor aanliggende percelen wat betreft bezonning in de tuin en zicht op lucht/wandbeleving. Vanuit omliggende woningen is minder zicht op de lucht en kan de bebouwing als wand worden beleefd. Om er voor te zorgen dat de ruimtelijke kwaliteit gegarandeerd blijft wordt de hoogte voor de achterbebouwing teruggebracht naar maximaal 1 bouwlaag met een maximale hoogte van 4,1 meter (gelijk aan de hoogte van de erfbebouwing van een naastgelegen en nabijgelegen pand). Hiermee blijft het originele hoofdgebouw herkenbaar en blijven de nadelige gevolgen voor omliggende percelen beperkt. Dit is in lijn met het doel van de conserverende bebouwingsmogelijkheden voor Wittevrouwensingel.
Daarom leggen we in onderhavige omgevingsplanwijziging een lagere maximale bouwhoogte van 4,1 meter vast voor de locatie van de achterbebouwing die in het verleden is gesloopt en waar nu geen bebouwing staat. De eenlaagse bebouwing wordt onderdeel van het bouwvlak en voor de maximale bouwhoogte sluiten we aan bij een bouwhoogte van 4,1 meter. Om ook rekening te houden met de belangen van indieners bij behoud van de ruime bouwmogelijkheden nemen wij een extra planregel op. Deze planregel houdt in dat wanneer vóór 1 januari 2032 een ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend voor een gebouw (ook ter plaatse van de eenlaagse bebouwing en ook ter plaatse van waar met de omgevingsvergunning van 7 oktober 2011 bebouwing is gesloopt) dit is toegestaan tot een maximale goothoogte van 10 meter. Daarna vervalt deze bouwmogelijkheid en is ter plaatse van de achterbebouwing een maximale bouwhoogte van 4,1 meter toegestaan (met uitzondering van de al bestaande hogere bebouwing, waarbij de huidige hoogte van 6,8 meter is vastgelegd) en wordt voor het deel van het pand met twee bouwlagen en een kap teruggevallen op de bestaande goot- en bouwhoogte (van 7,8 en 10,8 meter). Het gebruik van de andere functies dan wonen zal alleen op de begane grond worden toegestaan. Ook op de locatie waar de achterbebouwing stond die met de omgevingsvergunning van 7 oktober 2011 is gesloopt.
Kantooractiviteiten worden
10
wederom op de begane grond toegestaan en ook ter plaatse van de locatie waar de achterbebouwing stond die met de omgevingsvergunning van 7 oktober 2011 is gesloopt. Kantooractiviteiten op de verdiepingen worden in lijn met het Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, Griftpark alleen binnen de huidige bebouwing toegestaan (inclusief de eenlaagse bebouwing). Zoals uit de uiteenzetting van bestemmingsplan Griftpark en de beheersverordening Griftpark blijkt was het op grond van deze planologische kaders niet toegestaan op de verdieping(en) kantooractiviteiten te realiseren. Met het Chw bestemmingsplan is dit deels wel toegestaan. Dit gebruik kan in lijn met het Chw bestemmingsplan voortgezet worden. Dit gebruik op de verdieping(en) willen wij echter niet verder mogelijk maken op het perceel. Hiermee worden indieners dan ook niet in hun gebruiksmogelijkheden beperkt. 2. Aantasting van rechtszekerheid Indiener geeft aan de woning te hebben gekocht met de daarbij behorende planologische bouwmogelijkheden, waaronder de mogelijkheid binnen het toegestane bebouwingsoppervlak uit te breiden of te wijzigen. Daarbij geeft indiener aan het bebouwde oppervlak zelf te hebben verkleind in het verleden, maar dat de oorspronkelijke bouwmogelijkheden behouden moeten blijven. Indiener stelt dat het ontwerp de mogelijkheden wegneemt en daarmee de rechtszekerheid aantast.
Reactie Naar aanleiding van de zienswijze van indieners hebben wij nader naar het betreffende perceel gekeken en geconcludeerd dat er wijzigingen ten opzichte van het ontwerp omgevingsplan doorgevoerd moeten worden. Deze wijzigingen zijn onder punt 1 van zienswijze 4 aangegeven. Hiermee wordt recht gedaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, doordat met de aanpassingen rekening wordt gehouden met de stedenbouwkundige en cultuurhistorische situatie ter plaatse én de belangen van indieners. 3. Onzorgvuldige berichtgeving Indiener acht de manier waarop zij geïnformeerd zijn onvoldoende zorgvuldig. Als direct belanghebbende merkt indiener op niet persoonlijk of gericht geïnformeerd over de wijziging die concrete en grote gevolgen heeft voor de gebruiksmogelijkheden en inrichting van het perceel. Indiener stelt dat de kennisgeving uitsluitend plaatsgevonden heeft via een algemene bekendmaking, verzonden in de kerstvakantie. Dat bemoeilijkt tijdige en bewuste kennisneming en staat op gespannen voet met het uitganspunt van zorgvuldige besluitvorming en adequate participatie onder de Omgevingswet.
Reactie De terinzagelegging van de ontwerp wijziging is op rechtmatige wijze verlopen, waarbij een mededeling en kennisgeving is gedaan van de ontwerp wijziging in het gemeenteblad conform artikel 3:11 en 3:12 Algemene wet bestuursrecht, artikel 10.3c Omgevingsbesluit en artikel 12 van de Bekendmakingswet. De bekendmaking van de mededeling en kennisgevingen hebben plaatsgevonden op respectievelijk 18 december 2025 en 19 december 2025, een week voor kerst. Naast deze verplichte digitale terinzagelegging meldt de gemeente nieuwe voornemens, ontwerpen en definitieve wijzigingen van het omgevingsplan ook op de gemeentelijke website. Op 12 januari 2026 – tijdens de terinzagelegging – is er een inloopavond georganiseerd waar inwoners langs konden komen om uitleg te krijgen over de wijziging van het omgevingsplan en waar zij geholpen werden om het omgevingsplan te raadplegen. Communicatie hierover heeft plaatsgevonden via de website van de gemeente, een nieuwsbericht in Duic en via de sociale mediakanalen van de wijkbureaus. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt een gebouw (ook ter plaatse van de huidige eenlaagse bebouwing en op de locatie waar in het verleden bebouwing stond, die met de omgevingsvergunning van 7 oktober 2011 is gesloopt) met een maximale goothoogte van 10 meter toegestaan.
Voor een gebouw met een maximale goothoogte van 10 meter moet vóór 1 januari 2032 een ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning ingediend worden. Dit staat in artikel 4.65 van het omgevingsplan. Daarna is ter plaatse van de huidige eenlaagse bebouwing en de locatie van de gesloopte bebouwing alleen een gebouw toegestaan met een maximale bouwhoogte van 4,1 meter. Voor het deel van het pand met twee bouwlagen en een kap wordt dan teruggevallen op een goothoogte van 7,8 meter en een bouwhoogte van 10,8 meter. In paragraaf 3.1.4 is de wijziging precies beschreven.
11
Zienswijze 5
[34070328]
Indiener geeft aan dat het binnenterrein van Complex Autoweerd achter haar woning vrijwel volledig is volgebouwd en wordt gebruikt ter uitoefening van een garagebedrijf. Er kunnen geen ramen open, zodat feitelijk al jarenlang sprake is van een volledig stil binnenterrein, vergelijkbaar met een zeer stil hofje. Het binnenterrein is niet openbaar toegankelijk en grenst aan de achtertuinen van de woningen van de Bellamystraat, Duifstraat en Weerdsingel O.Z. Het binnenterrein wordt vrijwel volledig omringd door woningen, waardoor volgens indiener het effect van een klankkast ontstaat. Indiener geeft aan de zienswijze in te dienen namens ruim 50 ondertekenaars van het beroepschrift Chw bestemmingsplan Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, griftpark dd. 24 juli 2023. Deze zienswijze op hoofdlijnen wordt ingediend omdat indiener verwacht weer in beroep te moeten gaan bij de Raad van State. Indieners bezwaar tegen dit ontwerpbesluit is identiek aan de argumentatie waarom de Raad van State het raadsbesluit over het Chw Bestemmingsplan deels heeft vernietigd.
Indiener geeft aan dat de Raad van State tweemaal uitspraak heeft gedaan dat de uitbreiding van de bestemming bedrijf naar de functie ‘Werken in de Wijk’ en later ‘specifieke vorm van wonen – binnenterrein’ en de uitbreiding van activiteiten met onder andere kinderopvang en buitenschoolse opvang wegens onvoldoende inhoudelijke onderbouwing niet rechtsgeldig zijn. De Raad van State heeft het Chw bestemmingsplan vernietigd voor het gedeelte van Complex Autoweerd met de kadastrale nummers 6512 en 6369, zodat voor deze delen de oude beheersverordening blijft gelden. Indiener constateert dat in het ontwerp omgevingsplan wederom sprake is van een onvoldoende gemotiveerde en niet onderbouwde uitbreiding van de functie op het binnenterrein, ditmaal naar ‘Wonen en werken’ en bijbehorende activiteiten. Het is indiener onduidelijk of, en zo ja, op welke wijze de gemeente Utrecht de uitspraak van de Raad van State heeft verwerkt in het ontwerp omgevingsplan. 1. Indiener is van mening dat de gemeente de uitspraak van de Raad van State van 14 mei 2025 niet heeft uitgevoerd en geïmplementeerd in het ontwerpbesluit. Indiener betoogt er sprake is van onvoldoende gemotiveerde en niet onderbouwde uitbreiding en aanpassing van de bouw- en gebruiksmogelijkheden op het binnenterrein. Indiener verwacht verschillende gebruiksmogelijkheden waarvan overlast kan worden ervaren.
Indiener betoogt dat geen sprake is van een beleidsneutrale omzetting van de beheersverordening "De Meern Noord, Maximapark, Vogelenbuurt, Wittevrouwen". Indiener stelt dat voor de toekenning van de functie Wonen en werken deze onderbouwing op alle relevante aspecten (geluidshinder, gevolgen voor woon- en leefklimaat, de gebruiksmogelijkheden, privacy en bezonning, geur et cetera) niet heeft plaatsgevonden en er met de functie Wonen en werken geen sprake is van evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Indiener geeft aan dat de gemeenteraad bij de vaststelling van het Chw bestemmingsplan Pijlsweerd geen afweging heeft gemaakt of bepaalde geluid producerende functies zoals kinderdagverblijven of scholen nog steeds gewenst zijn op een stil binnenterrein. Indiener geeft aan dat de gemeente nu bij de 2e wijziging van het omgevingsplan weer geen afweging heeft gemaakt of onderbouwing heeft gegeven over het kunnen toestaan van scholen, schoolpleinen, kinderopvang met buitenruimte, vooren naschoolse opvang en crèches in stille binnenterreinen. Daarnaast geeft indiener aan dat de gemeenteraad al bij de vaststelling van het bestemmingsplan moet afwegen of de situatie die kan ontstaan in beginsel planologisch aanvaardbaar is.
Indiener stelt naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State ook dat andere aspecten dan geluid van belang zijn in het kader van de vraag of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ook geeft indiener aan dat de Raad van State heeft aangegeven dat het aspect onversterkt stemgeluid vooraf eenmalig moet worden onderzocht, afgewogen en gemotiveerd. Indiener stelt dat deze afweging niet heeft plaatsgevonden.
12
Reactie Naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van State en de ingediende zienswijze is opnieuw gekeken naar de regels uit de beheersverordening die gelden voor het binnenterrein en de daar aan grenzende bebouwing en hoe deze regels omgezet worden naar het omgevingsplan. Op basis hiervan wordt tegemoetgekomen aan de bezwaren van indiener en wordt de functie die geldt op het binnenterrein aangepast naar de functie Bedrijf waar bedrijfsactiviteiten in de categorie A en B1 van de lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving zijn toegestaan. In paragraaf 3.1.2 is de wijziging precies beschreven. Met de voorgestelde aanpassing blijven de gebruiksmogelijkheden van het binnenterrein en de omliggende bebouwing gelijk aan het gebruik dat toegestaan is op basis van de beheersverordening ‘De Meern Noord, Maximapark, Vogelenbuurt, Wittevrouwen’. De categorie A en B1 bedrijven zijn bedrijven die toegestaan worden op het binnenterrein mogen direct naast of beneden woningen of andere gevoelige functies kunnen worden toegestaan omdat ze zodanig weinig milieubelastend zijn, dat de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving toereikend zijn. Wij zijn van mening dat er hiermee sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op het binnenterrein en de omliggende bebouwing.
Voor de bebouwing van het binnenterrein en de omliggende bebouwing aan de Bellamystraat, Weerdsingel O.Z. en Duifstraat is de maatvoering in de vorm van bouwvlakken en maximale bouwhoogtes opgenomen. Op het binnenterrein varieert de maximale bouwhoogte tussen de 2,9 en 4,9 meter, wat overeenkomt met de bestaande situatie die onder de beheersverordening was toegestaan. 2. Kwalificatie van bebouwing op het binnenterrein Indiener vraagt wat de bouwkundige kwalificatie is van de bebouwing op het binnenterrein (bijvoorbeeld aanbouw, bijbehorend bouwwerk, bouwwerk).
Reactie De bebouwing op het binnenterrein wordt gezien als hoofdgebouw. Om die reden is er in het ontwerp omgevingsplan een bouwvlak voor opgenomen. Overige bouwwerken in de achtertuinen van de woningen van de Bellamystraat, Duifstraat en Weerdsingel O.Z zijn bijbehorende bouwwerken zoals schuurtjes of aanbouwen. 3. Terinzagelegging niet juist verlopen Indiener is van mening erop dat de procedure van het ter inzage leggen van het Ontwerpbesluit niet juist is verlopen. Hierover is inmiddels een klacht ingediend en indiener vraagt hoe de gemeente deze omissie heeft rechtgezet.
Reactie In de publicatie van het ontwerp staat dat iedereen bij het stadskantoor kan langskomen om het ontwerp op een computer in te zien en dat hiervoor geen afspraak gemaakt hoeft te worden. Helaas bleek toen indiener bij het stadskantoor kwam, zij op dat moment niet geholpen kon worden. Wij vinden het vervelend dat dit is gebeurd en hebben daarom direct contact opgenomen met indiener om onze excuses aan te bieden en een nieuwe afspraak te maken. Indiener is op 26 januari 2026 langsgekomen op het stadskantoor voor een gesprek over het ontwerp en waarbij uitleg is gegeven over de techniek van het omgevingsplan. Daarnaast hebben wij onze standaard publicatietekst aangepast en zijn interne afspraken gemaakt, waardoor er wel van tevoren een afspraak gemaakt moet worden om op het stadskantoor hulp te krijgen om een ontwerp in te zien. Dit om te voorkomen dat er -net als indiener- nogmaals iemand naar het stadskantoor komt zonder geholpen te kunnen worden. Dit als extra service. De terinzagelegging van de ontwerp wijziging is daarentegen wel op rechtmatige wijze verlopen, waarbij een mededeling en kennisgeving is gedaan van de ontwerp wijziging in het gemeenteblad conform artikel 3:11 en 3:12 Algemene wet bestuursrecht, artikel 10.3c Omgevingsbesluit en artikel 12 van de Bekendmakingswet. De wijziging omgevingsplan heeft vervolgens 6 weken lang ter inzage gelegen.
Naast deze verplichte digitale terinzagelegging meldt de gemeente nieuwe voornemens, ontwerpen en definitieve wijzigingen van het omgevingsplan ook op de gemeentelijke website.
13
Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt het ontwerp gewijzigd. De functie van het binnenterrein is aangepast naar de functie Bedrijf. In paragraaf 3.1.2 is de wijziging precies beschreven.
Zienswijze 6
[34077105]
Indiener spreekt zijn waardering uit voor het behoud van bestaande terrassen binnen het ontwerpbesluit, maar benadrukken dat duidelijkheid, volledigheid en rechtszekerheid essentieel zijn voor ondernemers die sterk afhankelijk zijn van hun terras. Een heldere uitwerking van de bovengenoemde punten voorkomt toekomstige misverstanden en juridische risico’s 1. Waardering voor behoud bestaande terrassen Indiener stelt dat het ontwerpbesluit zich primair richt op de omzetting naar het definitieve deel van het omgevingsplan, maar het document ook impliciete wijzigingen voor horecaterrassen bevat via de nieuwe functieomschrijvingen. Indiener wil zijn waardering uitspreken voor het feit dat het ontwerpbesluit bevestigt dat bestaande, legaal toegestane horecaterrassen onder het nieuwe omgevingsplan kunnen blijven bestaan zonder een nieuwe vergunningaanvraag. Dit vergroot de rechtszekerheid voor ondernemers en voorkomt onnodige administratieve lasten.
Reactie Wij vinden het fijn te horen dat de indiener zijn waardering uitspreekt. Het klopt dat de regeling over horecaterrassen zicht richt op een vergunningplicht voor het realiseren van nieuwe horecaterrassen. De regeling is ook van toepassing op het wijzigen of verplaatsen van bestaande horecaterrassen. 2. Onzekerheid omtrent volledigheid inventarisatie terrassen Indiener geeft aan dat ondanks deze positieve stap er nog onduidelijkheid is over: • of de gemeente een volledige inventarisatie heeft uitgevoerd van alle bestaande terrassen in deze buurten; • of elk terras is getoetst conform de geldende Beleidsregel terrassen gemeente Utrecht; • of er terrassen bestaan die mogelijk buiten de oorspronkelijke vergunnings- of beleidskaders vallen. Indiener vraagt om dit expliciet te bevestigen, zodat ondernemers niet onverwacht met herbeoordelingen, beperkingen of handhaving te maken krijgen zodra het nieuwe omgevingsplan in werking treedt. Indiener verzoekt een volledige inventarisatie van alle bestaande terrassen openbaar te maken en officieel te bevestigen welke terrassen onder overgangsrecht vallen.
Reactie De gemeente heeft een inventarisatie uitgevoerd van alle bestaande horecaterrassen in het gebied waarvoor deze wijziging van het omgevingsplan geldt. Ook heeft de gemeente geïnventariseerd of elk bestaand horecaterras is getoetst aan de voorwaarden van de Beleidsregel terrassen gemeente Utrecht en of er bestaande horecaterrassen zijn die buiten de van toepassing zijnde vergunning- en beleidskaders vallen. 3. Onduidelijkheid tussen terrassen op openbaar terrein en privaat terrein Indiener stelt dat het ontwerpbesluit onvoldoende onderscheid maakt tussen terrassen op openbaar terrein (openbare plaats) en particulier terrein (eigen grond). Dit onderscheid is in de praktijk essentieel vanwege verschillen in toepasselijke regelgeving, precariobelasting, handhaving, gebruiksbeperkingen en beheer en verantwoordelijkheden. Indiener verzoekt de gemeente om een duidelijke scheiding te maken tussen terrassen op openbaar terrein en terrassen op privaat terrein in de planregels of aanvullende toelichting, zodat er geen interpretatieverschillen ontstaan bij toekomstige vergunningverlening of handhaving.
Reactie In de wijziging van het omgevingsplan maken wij onderscheid in beoordelingsregels voor een horecaterras op een openbare en niet openbare plaats. Het onderscheid tussen beide beoordelingsregels wordt duidelijk gemaakt in het werkingsgebied van de regels. De beoordelingsregels voor een horecaterras op een openbare plaats is gekoppeld aan de locaties met de
14
functie Verkeer en verblijf. De beoordelingsregels voor een horecaterras op een niet openbare plaats is gekoppeld aan locaties met de functie Horeca of de functie Hotel of andere functies waar horeca is toegestaan en een horecaterras gewenst is. Op een locatie kan slechts één van beide beoordelingsregels van toepassing zijn. 4. Nieuwe functie-indeling en gebiedsafwegingen leidt tot risico op strengere toetsing Het ontwerp besluit koppelt terrassen expliciet aan de functies Verkeer en verblijf, Horeca, Gemengd en Hotel en stelt dat het gebruik van een horecaterras binnen deze functies is toegestaan, mits een vergunning is verleend of sprake is van bestaand recht. Tegelijkertijd worden terrassen nu beoordeeld binnen bredere gebiedsafwegingen, waaronder omgevingskwaliteit, geluid, veiligheid, verblijfskwaliteit en verkeersdoorstroming. Hoewel indiener deze integrale benadering begrijpt, bestaat de zorg dat deze afwegingen kunnen leiden tot een strengere toetsing in woonstraten, rustige buurten of beschermde stadsgezichten, zelfs voor terrassen die al jarenlang legaal aanwezig zijn. Indiener verzoekt daarom om te garanderen dat deze gebiedsafwegingen alleen gelden voor nieuwe aanvragen, en dat aanvragen voor uitbreidingen of wijzigingen voor bestaande terrassen onder het overgangsrecht vallen.
Daarbij verzoekt indiener een transparante overgangsregeling te formuleren voor terrassen waarvan de vergunningsstatus door historisch gebruik of oude regelgeving niet helder is.
Reactie De regeling voor horecaterrassen gaat over nieuw te realiseren horecaterrassen of het aanpassen of verplaatsen van bestaande horecaterrassen. Dat betekent dat een horecaondernemer moet voldoen aan de beoordelingsregels voor nieuwe horecaterrassen en als de horecaondernemer een bestaand horecaterras wilt vergroten of verplaatsen. Bestaande horecaterrassen waaraan niets verandert, passen binnen de functie als dat horecaterras op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan is toegestaan zonder omgevingsvergunning. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt het ontwerp wat betreft bestaande horecaterrassen gewijzigd. Voor bestaande horecaterrassen die niet onder de vergunningplicht voor horecaterrassen van de artikel 6.99 vallen, nemen wij een activiteit voor bestaande horecaterrassen op met een werkingsgebied. In paragraaf 3.1.3 is de wijziging precies beschreven. Daarnaast is als bijlage bij de motivering een lijst opgenomen met alle bestaande horecaterrassen in het gebied.
Zienswijze 7
[34071235]
Indiener mist in het ontwerp de invulling van artikel 6.84 van het ontwerp (en 6.8.3) de beoordelingsregels voor veranderingen van wegen, banen of rails. Indiener vraagt wat die nu zijn of dat die later nog aangevuld worden? Indiener stelt nu dus bijvoorbeeld niet te kunnen beoordelen welke (bijzondere) eisen worden gesteld aan veranderingen in de infrastructuur bij bijvoorbeeld Bijzondere Stads- en dorpsgezichten. Indiener vraagt daarnaast informatie over het verdere verloop van dit traject.
Reactie Deze zienswijze gaat over artikel 6.84 van het ontwerp, een artikel dat inhoudelijk niet gewijzigd is en maakt daarom geen onderdeel uit van deze wijziging van het omgevingsplan. Dit betekent dat op dit moment geen zienswijze over dit artikel ingediend kan worden. Ter informatie leggen we artikel 6.84 (nu artikel 6.93) wel uit. In het eerste lid van artikel 6.84 staat: “De omgevingsvergunning voor de verandering wordt alleen verleend als vaststaat dat aan de eisen in paragraaf 5.1.4.2a.3 en 5.1.4.2a.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt voldaan, waarbij “omgevingsplan” in die paragrafen gelezen wordt als “omgevingsvergunning'.” Deze regel is een beoordelingsregel: de gemeente beoordeelt een aanvraag door de aanvraag in het geval van een verandering te toetsen aan de artikelen die in de genoemde paragrafen van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan. Die artikelen (5.78-5.78b; 5.78i-5.78q) gaan over de geluidsbelasting die een weg, trambaan, busbaan of spoor veroorzaakt. De gemeente beoordeelt dus niet of een aanvraag om een omgevingsvergunning effect heeft op de inrichting van het gebied, zoals een gebied met een beschermd stads- en dorpsgezicht. Die beoordeling heeft de gemeente namelijk al gedaan bij de vaststelling van het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) dat het aanleggen van een weg of een spoor toestaat.
Als een verandering van een weg niet past in het
15
omgevingsplan, is voor de verbreding niet alleen de vergunning van artikel 6.83 (nu 6.92) nodig, maar ook een omgevingsvergunning om van het omgevingsplan te mogen afwijken. Bij de beoordeling van die vergunning bekijkt de gemeente wél of de nieuwe inrichting past bij de omgeving. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het ontwerp omgevingsplan.
Zienswijze 8
[34089994]
Op het binnenterrein van de woningen van indieners staat een school. Het binnenterrein is al vanaf de jaren 80 in gebruik als buurtschool met een officiële (dubbele) ingang aan de Weerdsingel westzijde 20-22, later met gebruik van een ingang aan het begin van de Singelstraat en daarna via een poort tussen nummer 18-20 aan de Singeldwarsstraat. Het is nu een zogenaamd Kindcentrum met een Montessori basisschool in combinatie met een buitenschoolse opvang. 1. Overlast geluid en privacy Indieners hebben geen bezwaar tegen het gebruik van deze locatie als kleine buurtschool, maar wel tegen de uitbreiding van dit gebruik met een kinderopvang, omdat ze daardoor te veel geluidsoverlast ervaren, wat onder meer het thuiswerken belemmert. Het plein wordt heel het jaar door de gehele dag gebruikt, in plaats van alleen in een speelkwartier op beperkte tijden. Het schoolplein zou ingericht worden als groen plein met geluiddempende werking en ‘stil spel’ maar er is nauwelijks vergroend volgens indieners. Er zijn vooral bouwwerken neergezet, zoals houten banken en hoge speeltoestellen die inkijk in de woningen geven en daarmee de privacy aantasten. Indieners geven aan dat de speeltoestellen ook een aanzuigende werking op ongeoorloofd gebruik in de weekenden en avonden door kinderen en ouders. Indieners stellen dat het plein géén openbaar terrein is.