CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport.docx

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 8 december 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Algemene regels13.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

22

Datum Rapport

2

2

7 oktober 2022 Vaststellingsrapport

De gemeente wil leefbare gebieden waarborgen en daarmee geen ruimte

bieden om te veel woningen op een te kleine oppervlakte realiseren. De eis van minimaal 40 m2 per woning lijkt indiener redelijk. Echter in sommige gevallen zou meer maatwerk wenselijk zijn volgens indiener. Het

vastzetten van deze eis resulteert volgens indiener in het moeizamer

ontwikkelingen van woningen, terwijl er een grote woningbouwopgave ligt. Indiener stelt voor om meer flexibiliteit in te bouwen in het parapluplan en

Er is bewust gekozen om in het beleid en in deze regeling minimale oppervlakte maten voor nieuwe woningen als gevolg van woningvorming en omzetting op te nemen. Dit geeft veel duidelijkheid en dat is nodig en gewenst. Ook is het waarborgen van de leefkwaliteit door het opnemen van deze eenduidige regeling met minimale oppervlaktematen beter geborgd. Deze regels gelden nu al op grond van het bestemmingsplan Chw Algemene regels over bouwen en gebruik. Deze zijn beleidsneutraal in het voorliggende Chw-bestemmingsplan overgenomen.

komt met enkele voorbeelden. Door meer flexibiliteit kunnen bijvoorbeeld

Het verzoek om een meer flexibele regeling op te nemen in dit

passend maatwerk.

die worden gerealiseerd door woningvorming en splitsing wordt niet

ook ‘kleine ongelukkige hoekjes’ in de stad ontwikkeld worden door

Ook kan gedacht worden om de afwijkingsmogelijkheid uitsluitend

mogelijk te maken voor plannen waarin grotere aantallen woningen

bestemmingsplan voor de minimale oppervlaktemaat van nieuwe woningen overgenomen. Ook de optie om afwijkingsbevoegdheden in dit bestemmingsplan op te nemen wordt niet overgenomen.

worden gerealiseerd.

Het is van belang voor het waarborgen van de leefbaarheid om de minimale

Indiener is van mening dat in het plan voor de Elisabethstraat wordt

bestemmingsplan. Met dit plan wordt de minimale oppervlaktemaat voor

voldaan aan de leefbaarheidscriteria. In het plan zijn er slechts 2 van de 15 woningen kleiner dan 40 m2. De gemiddelde oppervlakte van de 15 woningen bedraagt echter ruimschoots meer dan 40 m2. De totale

ontwikkeling betekent dan ook geen negatieve impact op de leefbaarheid

omdat er niet onevenredig veel woningen worden toegevoegd binnen een te klein gebied.

oppervlaktemaat van woningen duidelijk vast te leggen in dit nieuwe woningen, zoals dat al was opgenomen in gemeentelijk beleid, opgenomen in een geldende planologische regeling. Nieuwe woningen die worden gerealiseerd als gevolg van woningvorming, splitsing en omzetting in Utrecht mogen uiteraard wel groter worden dan de genoemde minimale oppervlaktematen. Er is dus wel enige flexibiliteit in de voorgestelde regeling opgenomen.

Naast het belang voor ons eigen plan is reclamant van mening dat een

Conclusie

voor andere woningbouwontwikkelingen. Met een flexibelere regeling

Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

flexibelere regeling in de parapluherziening ook van meerwaarde zal zijn kunnen de ambities die de gemeente heeft voor woningbouw eenvoudiger behaald worden.

23/36

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

3.1.3 Indiener 3 - Flink Nr. Punt Inhoud 3 1 Flink is van mening dat de nieuwe regels van het bestemmingsplan ingrijpende gevolgen hebben voor Flink. De zienswijze geeft een overzicht van de achtergrond en bedrijfsvoering van Flink en waarbij Flink zichzelf omschrijft als een moderne, digitale voedingsretailer. In de zienswijze geeft Flink aan op welke onderwerpen zij vindt dat het bestemmingsplan tekort schiet. Flink verzoekt om het ontwerpbestemmingsplan, in het bijzonder artikel 13, te heroverwegen, en om de door Flink verrichte detailhandelsactiviteiten toe te staan op gronden bestemd voor detailhandel. Ook geeft Flink aan dat zij graag in goed overleg met de gemeente Utrecht wil overleggen. Flink heeft voor het overige uitgebreid in haar zienswijze toegelicht dat zij van mening is dat artikel 13 van het bestemmingsplan, geen blijk geeft van een goede ruimtelijke ordening en in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, met Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (de Dienstenrichtlijn), met het evenredigheidsbeginsel en met het rechtszekerheidsbeginsel.

Beoordeling Wij begrijpen de zorgen van Flink, Gorillas en Getir over de kansen voor doorontwikkeling van hun bedrijven. Tegelijkertijd geeft de zienswijze ons geen reden om anders te denken over flitsbezorgdiensten. We blijven van mening verschillen over het antwoord op de vraag hoe en waarom de vestigingsmogelijkheden voor flitsbezorgdiensten verduidelijking nodig hebben. Terecht is in de zienswijze gesteld dat in lid 13.1 van het bestemmingsplan is bepaald dat detailhandel alleen is toegestaan in panden met de functie detailhandel of een functie die detailhandelsactiviteiten toestaat. Hierbij geldt dat de activiteit moet voldoen aan de volgende kenmerken: 1. De aard en inrichting van de winkel is afgestemd op de verkoop ter plaatse. 2. Goederen worden in hoofdzaak verkocht in de winkel. 3. De klant kan in de winkel kiezen welke goederen hij wil kopen. 4. De winkel is geen bezorgdienst of distributiebedrijf, wat blijkt uit het aanbod, zoals het aanbod van een bepaald assortiment of uit de aard van de winkel, zoals bij een supermarkt of een warenhuis. Een bezorgdienst hebben wij in artikel 1.20 gedefinieerd als:”

“Vorm van een distributiebedrijf dat elektronisch geplaatste en afgerekende bestellingen van, meestal dagelijkse, consumentengoederen bij de klant thuisbezorgt, waarbij het bedrijf vaak een korte tijd tussen de bestelling en de bezorging van de goederen aanbiedt.” Artikel 13 van het bestemmingsplan is nodig om invulling te geven aan de zorg die we hebben voor een goede ruimtelijke ordening. Wij staan en hebben te staan voor een leefbare stad. In aanvulling op de toelichting bij het bestemmingsplan, merken wij op dat het bestemmingsplan in essentie geen verbod instelt op de bezorgdiensten. Met het bestemmingsplan wordt alleen beter afgebakend wat nu wel en niet

24

Datum Rapport

7 oktober 2022 Vaststellingsrapport

onder detailhandel valt. De flitsbezorgdiensten horen daar niet bij. Dat was voor ons al duidelijk. Maar in de praktijk ontstond hier discussie over. Om het voor iedereen duidelijker te maken is artikel 13 opgenomen in het bestemmingsplan. Dit biedt niet alleen (vooraf) helderheid aan bewoners en andere gebruikers van omliggende percelen, maar ook aan de flitsbezorgdiensten zelf. Die duidelijkheid wordt ook aan de andere kant geboden: op locaties waar bezorgbedrijven al zijn toegestaan, meestal locaties met een bedrijfsbestemming, kunnen de flitsbezorgbedrijven zich over het algemeen wel vestigen. Dat dit alles toch onevenredig zou zijn en rechtsonzeker is, kan dan ook niet worden gevolgd, wij denken juist van niet. Deze aanpak houdt ook in dat met het bestemmingsplan niet op andere plekken detailhandel of locaties voor bezorgbedrijven mogelijk dan wel onmogelijk worden gemaakt. De keuzes waar wel en geen detailhandel is toegestaan, en de eventuele verbijzonderingen daarbij, zijn in de ‘onderliggende’ bestemmingsplannen al gemaakt en veranderen niet. Dit gebeurt voor de hele stad. Anders dan de bedrijven betogen, versterkt dit juist dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Er wordt met het bestemmingsplan verder ook niet, in ieder geval niet op onjuiste gronden, onderscheid gemaakt in verschillende vormen van detailhandel c.q. de verkoop van producten aan consumenten.

Dat dit tot strijdigheid met de Dienstenrichtlijn zou leiden, zien wij dan ook niet. Voor zover in de zienswijze wordt gesteld dat flitsbezorgbedrijven wel een detailhandelsfunctie vervullen, merken wij aanvullend op dat dit bedrijfsconcept nog niet zo lang bestaat. De geldende bestemmingsplannen, waar dit nieuwe paraplubestemmingsplan een aanvullende en vervangende werking op heeft, zijn meestal opgesteld voordat de bedrijfstak van flitsbezorgbedrijven opkwam (vanaf december 2020) en bekend werd wat dit bedrijfsconcept inhoudt. Los dus van het gegeven dat de bij ons bekende flitsbezorgbedrijven niet passend zijn binnen de bestaande regels voor detailhandelsbestemmingen, is het ook nooit onze bedoeling geweest om daarmee de flitsbezorgdiensten planologisch-juridisch mogelijk te maken. Dat simpelweg omdat deze

25/36

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

bedrijven toen nog niet bestonden en wij deze bedrijfstak toen ook niet concreet aan konden zien komen. Wij hebben destijds dus ook niet beoordeeld op welke locaties wij deze bedrijven passend vinden. Met andere woorden, wij hebben destijds niet specifiek voor flitsbezorgbedrijven alle betrokken belangen in aanmerking kunnen nemen en kunnen afwegen bij het toekennen van de bestemmingen. Wel hebben wij in generieke zin in vorige bestemmingsplannen al afgewogen waar wij bezorgbedrijven passend vinden en die locaties zijn daarop passend bestemd met een bedrijfsbestemming (vaak met daarin een categorisering voor het toegestane type bedrijven). Met dit nieuwe paraplubestemmingsplan willen wij niet op voorhand aangeven en uitstralen dat flitsbezorgbedrijven per definitie niet welkom zijn in Utrecht. Anders dan in de zienswijze wordt verondersteld, zitten wij met dit bestemmingsplan niet categorisch deze nieuwe bedrijfstak in de weg. Het kan zijn dat dit zo wordt ervaren, het tegendeel is echter waar. Het paraplubestemmingsplan is zoals hiervoor al aangegeven juist bedoeld om duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden in lijn met hoe wij de detailhandelsbestemmingen aan de locaties hebben bedoeld toe te kennen. Dat wil ook niet zeggen dat de flitsbezorgdiensten per definitie aangewezen zijn op de bedrijfsterreinen, waar bezorgdiensten toegestaan zijn.

Ook op andere locaties is het denkbaar dat de leefbaarheid van de omgeving samen kan gaan met de vestiging van een flitsbezorgdienst. Er is dan wel een procedure nodig om deze functie alsnog mogelijk te maken. Met de in artikel 1.20 opgenomen definitie van bezorgdiensten, hebben wij een stap gezet over hoe wij denken deze bezorgdiensten planologisch-juridisch te willen regelen. In verschillende bestemmingen in Utrecht zijn de bezorgdiensten ook al mogelijk. Die bestemmingen liggen op locaties waarvan wij vinden dat die passend zouden kunnen zijn voor flitsbezorgers. Als een initiatief past binnen wet- en regelgeving en wij na afweging van belangen en de effecten op de fysieke leefomgeving van mening zijn dat de voorgestelde functie wenselijk en passend is op een locatie, hebben wij diverse planologisch-juridische instrumenten tot onze beschikking om deze initiatieven mogelijk te maken. Hierbij kunnen aspecten als verkeersbewegingen, parkeren van voertuigen, een gezonde leefomgeving en

26

Datum Rapport

7 oktober 2022 Vaststellingsrapport

de uitstraling van de omgeving goed en in samenhang afgewogen worden. Onze Omgevingsvisie Utrecht is hierbij uiteraard een belangrijk kader. De doelstelling van het bestemmingsplan is niet om dergelijke, potentiële locaties van tevoren aan te wijzen (als dat al zou kunnen). Binnen onze gemeentelijke organisatie hebben wij verschillende processen (zoals een omgevingstafel) ingericht om samen met u te kijken of een initiatief van u mogelijk kansrijk is. Graag gaan wij hierover met u in gesprek. Onder andere hebben wij hier de eerste stappen al in gezet in de Raadsinformatiebijeenkomst (RIB) van 24 mei 2022 en waarin door de aanwezige raadsleden is toegezegd het gesprek een vervolg te geven. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

3.1.4 Indiener 4 - Gorillas Nr. Punt Inhoud 4 1 De zienswijze geeft een overzicht van de achtergrond en bedrijfsvoering van Gorillas (een nieuwe bezorgdienst voor boodschappen). Gorillas geeft onder andere aan welke maatregelen zij treft om mogelijke overlast te voorkomen, te beëindigen en/of te beperken. Gorillas is ervan overtuigd dat zij in een behoefte voorziet van de inwoners van Utrecht. Deze laatste twee aspecten komen volgens Gorillas onvoldoend terug in de toelichting bij het bestemmingsplan. Volgens het bedrijf wordt in de toelichting gesteld dat flitsbezorgdiensten tot klachten leiden, maar dat wordt verder niet onderbouwd. Gorillas wijst hierbij naar andersoortige bezorgdiensten, die vergelijkbare ruimtelijke effecten hebben, maar niet verder gereguleerd worden in het ontwerpbestemmingsplan.

Beoordeling De strekking van de zienswijze komt overeen met de zienswijze van indiener 3. Voor onze reactie op deze zienswijze verwijzen wij daarom naar onze reactie op zienswijze 3 in dit vaststellingsrapport. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Het ontwerpbestemmingsplan is volgens Gorillas in strijd met de Dienstenrichtlijn, het zorgvuldigheidbeginsel, het motiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Aan het ontwerpbestemmingsplan ligt geen goede ruimtelijke onderbouwing ten grondslag en het is daarmee in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

27/36

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Ook houdt het, in het licht van de Dienstenrichtlijn, een ongeoorloofde inperking van de vestigingsmogelijkheden in. Het ontwerpbestemmingsplan brengt Gorillas in een rechtsonzekere positie. Het is nu vooraf niet duidelijk waar zij zich kan vestigen. Die onzekerheid blijft, als Gorillas per potentiële locatie een omgevingsvergunning moet gaan aanvragen. Voor de bedrijfsvoering is het ook van essentieel belang dat Gorillas zich dicht bij de klanten kan vestigen. Dat zijn in feite locaties met een detailhandelsbestemming. Vestigingen realiseren op bedrijventerreinen is daarvoor geen antwoord; de afstand tot de klant wordt dan te groot en de locaties zijn niet aantrekkelijk genoeg. Nu geen zekerheid wordt geboden over geschikte vestigingsmogelijkheden wordt de bedrijfsvoering dan ook onevenredig hard geraakt. Het bestemmingsplan gaat daar op onzorgvuldige wijze aan voorbij, terwijl het daar juist wel zekerheid over moet bieden. Door de keuzes in het ontwerpbestemmingsplan wordt Gorillas in grote mate in haar bedrijfsvoering beperkt. Gorillas zal hierdoor financiële en imagoschade oplopen. Het is voor Gorillas ook onduidelijk hoe de gemeente tot het oordeel is gekomen dat haar dienst onder de bedrijfscategorie 3 valt en bijvoorbeeld niet onder bedrijfscategorie 2. Dit is volgens Gorillas niet (voldoende) toegelicht in het ontwerpbestemmingsplan.

Gorillas merkt daarbij op dat haar service over het algemeen qua milieu-impact en overlast niet in bedrijfscategorie 3 thuishoort en dat dit ook niet is onderbouwd in het ontwerpbestemmingsplan.

3.1.5 Indiener 5 - Begraafplaats St. Barbara Nr. Punt Inhoud 5 1 Deze zienswijze is ingediend door Clairfort Advocaten namens de Begraafplaats St. Barbara te Utrecht.

In het plan is ter plaatse van de begraafplaats aan de Prinsesselaan

voorzien in een gebiedsaanduiding ‘Overige Zone – Archeologische

verwachting 2’. Indiener stelt dat op grond hiervan beperkingen gelden en

Beoordeling

Bij de exploitatie van een begraafplaats is het normaal dat er wordt gegraven in de bodem tot een bepaalde diepte. Dit reguliere grondwerk, dat onderdeel is van de exploitatie, het beheren en onderhouden van een begraafplaats, is niet vergunningplichtig op basis van de op deze locatie geldende archeologische verwachtingswaarde. Dit grondwerk is aan te merken als

28

Datum Rapport

7 oktober 2022 Vaststellingsrapport

een vergunningplicht voor grondwerk dieper dan 30cm. Indiener stelt dat deze regels op gronden waar een begraafplaats is gevestigd, onwerkbaar is.

‘grondwerk dat normaal onderhoud en beheer betreft’ zoals omschreven in artikel 19.1 onder 2.a.

Het verzoek is dan ook om deze bestemming niet te leggen op de gronden

De regels worden niet aangepast. De betreffende gebiedsaanduiding blijft op

grondwerk beperkingen aanbrengt.

nemen voor deze gronden wordt niet overgenomen.

van de begraafplaats en af te zien van elke bestemming welke terzake

deze locatie gelden en het verzoek om de gebiedsaanduiding niet op te

De toelichting van het bestemmingsplan zal naar aanleiding van deze zienswijze op dit onderdeel worden aangevuld, zodat voor eenieder duidelijk wordt dat grondwerk behorende bij de reguliere exploitatie, het beheren en onderhouden van een begraafplaats niet vergunningplichtig is op basis van de hier geldende archeologische verwachtingswaarde. Conclusie Dit deel van de zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. In de toelichting wordt in paragraaf 2.6 Grondwerk: activiteit in de bodem (hoofdstuk 5 van de regels) de volgende tekst opgenomen.

5

2

Indiener gaat er van uit dat normaal onderhoud van de begraafplaats,

zoals het rooien van bomen, valt onder de uitzondering van art. 19.1.2.a. Mocht dat niet zo zijn dat ligt daarin een extra reden om de bestemming inzake archeologie niet op het perceel van deze begraafplaats te leggen.

‘In artikel 19 worden in het eerste en tweede lid enkele categorieën van gevallen van grondwerk aangegeven waarvoor geen vergunning in verband met archeologische waarden nodig is. Grondwerk dat onderdeel uitmaakt van normaal onderhoud en beheer van een begraafplaats is op basis van de omschrijving in artikel 19.1 onder 2.a. niet vergunningplichtig. ‘’ De stelling van indiener is niet geheel juist.

Voor het rooien van bomen kan een omgevingsvergunning nodig zijn op grond van artikel 20.1 (aantasten van bomen of andere houtopstanden) op basis van de regels voor het kappen/rooien van bomen. Voor het uitvoeren van grondwerk dat onderdeel is van de normale exploitatie van de begraafplaats, zoals normaal onderhoud en beheer, is geen

29/36

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

vergunning in verband met de hier geldende archeologische waarden nodig. Zie hiervoor ook het antwoord bij onderdeel 5.1. Conclusie Punt 2 van de zienswijze geeft geen aanleiding om de regels of de verbeelding van het bestemmingsplan aan te passen. Wel wordt de toelichting aangevuld om te verduidelijken dat grondwerk dat normaal onderhoud en beheer betreft van de exploitatie, het beheer en het onderhoud van een begraafplaats niet vergunningplichtig is op basis van een archeologische verwachtingswaarde zoals die met dit bestemmingsplan worden aangegeven op de verbeelding en in de regels. Zie punt 1. 3.1.6 Indiener 6 Nr. Punt Inhoud 6 1 Indiener reageert op artikel 19.2 van de regels. Hierin is opgenomen dat op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische

verwachting - 2' een vergunning nodig is voor grondwerk beneden een diepte van 30 cm onder het maaiveld.

Dit lijkt indiener een erg strenge maatregel. Het is dan niet mogelijk om bijvoorbeeld een schutting te plaatsen. Beter is het om een beperkt

oppervlakte vrij te stellen van de regels, zodat ook kleine bouwwerken mogelijk zijn zonder archeologisch onderzoek.

Beoordeling

Het voorbeeld dat indiener van deze zienswijze geeft klopt. Het plaatsen van een schutting of een vlaggenmast o.i.d. met bijvoorbeeld

een constructie met één of meerdere palen die de grond ingaan tot een diepte van 30 cm of meer is voor zover gelegen op een locatie met de aanduiding ‘overige zone – archeologische verwachting – 2’ inderdaad

vergunningplichtig. De veroorzaker dient hiervoor in deze gevallen een

vergunning aan te vragen op basis van deze aanduiding op de verbeelding en de bijbehorende regels.

Binnen de gronden met deze hoge verwachtingswaarde is bewust gekozen voor dit ‘strenge’ regime om hiermee verdere aantasting van mogelijke

aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden in de bodem te

voorkomen. Deze regels worden niet gezien als een verzwaring ten opzichte van het huidige regime zoals dat is opgenomen in de Verordening op de

30

Datum Rapport

7 oktober 2022 Vaststellingsrapport

archeologische monumentenzorg. In de verordening wordt wel een andere terminologie gebruikt, maar inhoudelijk komen beide regelingen overeen. Het door indiener genoemde voorbeeld zal niet vaak optreden gezien de ligging van de gronden met aanduiding ‘overige zone – archeologische

verwachting – 2’. De aanduiding is voornamelijk toegekend aan openbaar toegankelijk gebied en niet aan achtertuinen van woningen.

Daarnaast is niet in alle gevallen een archeologisch onderzoek vereist of gewenst wanneer een verstorende activiteit wordt uitgevoerd. Het kan

bijvoorbeeld ook voorkomen dat er een vergunning wordt verleend met bepaalde voorwaarden ter bescherming van mogelijk aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden in de bodem. Conclusie Punt 1 van deze zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen 6

2

In de artikelen 19.2.1 t/m 19.2.5 is aangegeven: en geen verstoring

veroorzaakt beneden een diepte van 30/50cm onder het maaiveld. Het lijkt net alsof er ondanks de vrijstelling niet onder deze diepte mag worden geroerd. De omschrijving kan misschien duidelijker.

Artikel 19.2 is juist omschreven en bevat de juiste voorwaarden betreffende de oppervlakte en de diepte waarbinnen het bij vier verschillende aanduidingen mogelijk is om zonder archeologische vergunning voor grondwerk wel bepaalde grondwerkzaamheden uit te mogen voeren. Overigens is binnen de gronden met aanduiding ‘overige zone – archeologische verwachting – 2’ geen enkele oppervlakte vrijgesteld en is voor de gronden met deze aanduiding in alle gevallen een vergunning nodig bij verstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld. Ter verduidelijking van de regels wordt de gebruikte terminologie in deze

artikelen aangepast, zie hiervoor de voorgestelde ambtshalve wijzigingen. Het onderdeel ‘beneden een diepte van 30 cm onder het maaiveld’ wordt vervangen door ‘dieper dan 30 cm onder het maaiveld’.

31/36

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Wel wordt er ambtshalve een aanpassing van de betreffende regels voorgesteld om de leesbaarheid van deze regels te verbeteren. 3.1.7 Indiener 7 - Getir Nr. Punt Inhoud 7 1 In haar zienswijze geeft Getir aan wie zij zijn en wat ze doen: Getir is een snelle bezorgdienst van boodschappen voor consumenten. In de zienswijze beschrijft Getir de gevolgen van het bestemmingsplan voor haar bedrijfsvoering. Getir geeft aan dat haar bedrijfsvoering hard wordt geraakt door het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is voor Getir onevenredig en gaat alle proporties te buiten. De bedrijfsvoering wordt hiermee nagenoeg onmogelijk gemaakt en dit kan niet de bedoeling van een bestemmingsplan zijn. Getir werkt graag mee aan een oplossing die zorgt voor een goede inbedding van hun dienstverlening in de wijken en die tegelijk de voordelen voor consumenten en werkgelegenheid in de stad beschikbaar houdt. Op dit moment voorziet het ontwerpbestemmingsplan daar niet in. Getir wil graag in dialoog met het gemeentebestuur en de gemeenteraad. De zienswijze wordt afgesloten met een visie voor een andere regeling in het bestemmingsplan. Getir is van oordeel dat er vooraf objectieve en heldere uitgangspunten te formuleren zijn waaronder een snelle boodschappenbezorgdienst goed inpasbaar is in de stad.

Dat zou dan ook in woonbuurten kunnen en ook binnen detailhandelsbestemmingen, aldus Getir. Getir denkt hierbij aan de volgende uitgangspunten:

Beoordeling De strekking van de zienswijze komt overeen met de zienswijze van indiener 3. Voor onze reactie op deze zienswijze verwijzen wij daarom naar onze reactie op zienswijze 3 in dit vaststellingsrapport. In aanvulling hierop merken wij op dat wij het voorstel van Getir, om uitgangspunten te formuleren waaronder een flitsbezorgbedrijf goed inpasbaar is in de stad, in overweging nemen. Dat zullen wij alleen niet doen in het kader van dit bestemmingsplan, omdat het om een beleidsmatige afweging gaat. Dat is bij dit bestemmingsplan niet aan de orde. Dit paraplubestemming gaat erover om duidelijkheid en rechtszekerheid te geven over de invulling van het begrip detailhandel in de Utrechtse bestemmingsplannen. De uitgangspunten zoals Getir die voorstelt, gaan erover onder welke voorwaarden flitsbezorgbedrijven met een planologische procedure mogelijk gemaakt kunnen worden. Bij het vinden van antwoorden op die vraag, zullen wij de suggesties van Getir betrekken. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Vestigingseisen:

32

Datum Rapport

7 oktober 2022 Vaststellingsrapport

o Niet in een voetgangersgebied. o Niet middenin een kernwinkelstraat (er is dan een verdere verfijning nodig van verschillende detail handelsgebieden). o Niet naast specifieke gevoelige bestemmingen, zoals een school. Inpassingseisen: o Criteria voor aanzicht van de gevel. o Regeling voor parkeren van voertuigen (buiten / inpandig). o Afspraken over laden- en lossen: alleen gedurende dagperiode. Overige criteria: o Binnenruimte voor het personeel. o Afspraken om de buurt te informeren met een vast contactpersoon per vestiging. o Afspraken over verkeersveiligheid van de bezorgers.

3.1.8 Indiener 8 - Gearbox Capital BV en Bomvast BV Nr. Punt Inhoud 8 1 Deze zienswijze is ingediend namens twee ondernemingen en bestaat uit 3 onderdelen, deel 1 en 2 (opgenomen bij onderdeel 8.1, 8.2 en 8.3) zijn zienswijzen namens de onderneming Gearbox Capital BV en deel 3

(opgenomen bij onderdeel 8.4) is een zienswijze namens de onderneming Bomvast BV.

Deel 1 van de zienswijze heeft betrekking op een aantal genoemde

Beoordeling De genoemde panden liggen wel in het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. De stelling van indiener dat deze panden niet in het plangebied liggen klopt dus niet. Op basis van dit bestemmingsplan zijn er wel bepalingen van toepassing over de minimale maten van woningen door woningvorming en -omzetting.

panden.

Zie verder de reactie bij onderdeel 2.1 en 2.2.

Indiener is voornemens om een plan uit te werken aan de Abel

Conclusie

ruimte houden om een gedifferentieerd programma te kunnen aanbieden,

Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Tasmanstraat, maar door de vorm van het gebouw, wil indiener graag de

waarbij studenteneenheden kunnen transformeren naar starterswoningen.

33/36

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Hoewel de betreffende panden nu nog niet zijn opgenomen in het

plangebied van het ontwerpbestemmingsplan wil indiener anticiperen op

de mogelijkheid dat dit bestemmingsplan in de toekomst zal gaan gelden

voor de genoemde locatie. Indiener wil met deze zienswijze een beperking van de ontwikkelruimte voorkomen. 8

2

Indiener heeft begrip voor de uitgangspunten van de regeling voor het

Zie de reactie bij onderdeel 2.1 en 2.2.

waarborgen van leefbare gebieden door geen ruimte te bieden om te veel woningen op een te kleine oppervlakte te realiseren. De eis van minimaal 40 m2 per woning lijkt indiener ook redelijk. Indiener is van mening dat in sommige gevallen meer maatwerk wenselijk is. Het vastzetten van deze eis resulteert in het moeizamer ontwikkelingen van woningen, terwijl er een grote woningbouwopgave ligt. Indiener doet een voorstel voor meer flexibiliteit in het parapluplan en komt met enkele voorbeelden.

Een flexibelere regeling in de parapluherziening kan ook van meerwaarde zal zijn voor andere woningbouwontwikkelingen waarmee de

gemeentelijke woningbouwambities eenvoudiger behaald kunnen worden.

34

Datum Rapport

8

3

7 oktober 2022 Vaststellingsrapport

Indiener heeft panden in bezit met woningen die kleiner zijn dan de minimale eis van 40 m2. Deze panden wil indiener mogelijk in de

toekomst herontwikkelen. Het is van belang om niet beperkt te worden in de ruimte om deze panden te kunnen ontwikkelen.

Voor de oppervlakte van legale bestaande zelfstandige en onzelfstandige woningen heeft dit voorliggende Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht geen directe gevolgen.

Indiener geeft aan om welke adressen het gaat.

De regeling over minimale oppervlaktematen van woningen zoals opgenomen

Indiener heeft begrip voor de uitgangspunten van de regeling voor het

woningvorming (een nieuwe woning in een bestaande woning realiseren) en

waarborgen van leefbare gebieden door geen ruimte te bieden om te veel

omzetting van woningen (omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige

woningen op een te kleine oppervlakte te realiseren. De eis van minimaal

woonruimte).

40 m2 per woning lijkt indiener redelijk.

in het voorliggende bestemmingsplan heeft alleen betrekking op

Wanneer er sprake is van renovatie en/of verbouw o.i.d. van reeds bestaande

Indiener is van mening dat in sommige gevallen meer maatwerk wenselijk

en vergunde zelfstandige of onzelfstandige woningen zonder dat er nieuwe

is. Indiener doet een gemotiveerd voorstel voor meer flexibiliteit in het

danwel extra (zelfstandige of onzelfstandige) woningen worden toegevoegd,

parapluplan.

dan zijn de minimale oppervlaktematen voor het gebruiksoppervlak van woningen niet van toepassing. Zie verder de reactie zoals die is opgenomen bij onderdeel 2.1 en 2.2. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

8

4

Indiener heeft panden in bezit met woningen die kleiner zijn dan de

Zie de reactie zoals die is opgenomen bij onderdeel 8.3.

minimale eis van 40 m2. Deze panden wil indiener mogelijk in de

toekomst herontwikkelen. Het is van belang om niet beperkt te worden in de ruimte om deze panden te kunnen ontwikkelen. Indiener geeft aan om welke adressen het gaat.

Indiener heeft begrip voor de uitgangspunten van de regeling voor het waarborgen van leefbare gebieden door geen ruimte te bieden om te veel

35/36

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

woningen op een te kleine oppervlakte te realiseren. De eis van minimaal 40 m2 per woning lijkt indiener redelijk. Indiener is van mening dat in sommige gevallen meer maatwerk wenselijk is. Indiener doet een gemotiveerd voorstel voor meer flexibiliteit in het parapluplan.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=646679ca-14b5-4949-99e1-c7f79554ef53