CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Papendorp

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 4 april 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Papendorp16.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

19/34

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Externe veiligheid In de beschouwing van de externe veiligheid in het plangebied mist Rijkswaterstaat een beschouwing van de verwachte situatie waarin het project Ring Utrecht van Rijkswaterstaat is gerealiseerd. Het Tracébesluit daarvoor is nog niet onherroepelijk, maar wel vastgesteld. Rijkswaterstaat vraagt om het externe veiligheidsrapport aan te vullen met de geplande aanpassingen aan de A12 bij knooppunt Oudenrijn en deze aanvulling voor te leggen aan de veiligheidsregio.

Gemeentelijke reactie De invloed van de geplande aanpassingen van de A12 op de hoogte van het groepsrisico is te verwaarlozen. Dit blijkt uit de onderzoeken voor het Tracébesluit en het bijbehorende milieueffectrapport. Voor het zuidelijk deel van het plangebied Papendorp is het nieuwe bestemmingsplan, gezien vanuit het oogpunt van externe veiligheid, conserverend van aard. De bouwvlakken komen overeen met het geldende bestemmingsplan Papendorp. Wel zijn in beperkte mate nieuwe functies (gebruiksmogelijkheden) toegevoegd, maar die functies laten geen grotere personendichtheden dan het geldende bestemmingsplan toe en ook geen verminderd zelfredzame personen. De externe veiligheidssituatie in de directe omgeving van de rijksweg A12 verandert dus niet door het nieuwe bestemmingsplan. Dit punt van de zienswijze geeft ons geen aanleiding om het bestemmingsplan met deze informatie aan te vullen. Fietsbrug Rijkswaterstaat geeft aan dat er over de nieuwe fietsburg over het Amsterdam-Rijnkanaal nog gesprekken lopen tussen de gemeente en Rijkswaterstaat en dat de uitkomst van deze gesprekken nog onzeker is. Rijkswaterstaat vraagt daarmee rekening te houden bij de vaststelling van het bestemmingsplan door bij deze ontwikkelingen een voorbehoud te maken. Ook vraagt Rijkswaterstaat om met hem in gesprek te blijven.

Gemeentelijke reactie Rijkswaterstaat is (als eigenaar en beheerder van het Amsterdam-Rijnkanaal) een belangrijke partner voor de realisatie van de nieuwe fietsbrug. Wij hebben afspraken met Rijkswaterstaat gemaakt over het te doorlopen proces. Een onderdeel van dit proces is het uitvoeren van een herberekening van de draagkracht van de brug. Op basis daarvan kan Rijkswaterstaat een definitief akkoord geven. Ook gaan we afspraken maken over het eigendom en beheer van het nieuwe brugdeel. Vanzelfsprekend blijven wij tijdens het proces in gesprek met Rijkswaterstaat om tot afstemming over de fietsbrug te komen. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn de grenzen van de functie Water – Waterstaat aangepast aan het actuele beperkingengebied van de waterkering langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook is naar aanleiding van de zienswijze de aanduiding ‘vaarweg’ toegevoegd in de functie Water om duidelijk te maken dat het Amsterdam-Rijnkanaal een belangrijke en drukke vaarweg is. Aan de regels is aan lid 2 van artikel 17 het onderdeel 7 toegevoegd die als volgt luidt: “vaarwegen ter plaatse van de aanduiding ‘vaarweg’”. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

20

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport

Zienswijze 4

Recyclingbedrijven PRU en MRU

Indieners hebben hun zienswijze ingediend op zowel het Chw bestemmingsplan Papendorp als het Chw bestemmingsplan Groenewoud. Om de vaststellingsrapporten van beide plannen zelfstandig leesbaar te maken, is de zienswijze in beide rapporten op dezelfde manier samengevat en van één en dezelfde gemeentelijke reactie voorzien. 1. Bedrijfsbelangen Indieners stellen dat hun belangen niet betrokken zijn bij de ontwerpbestemmingsplannen voor Papendorp en voor Groenewoud. Ze worden namelijk wegbestemd door beide plannen, aldus indieners. Daarbij geldt voor hen dat zij geen bedrijfslocatie hebben om naar uit te wijken. Dat terwijl hun ondernemingen volgens indieners wel bijdragen aan de circulaire economie van Utrecht. Over de zwaarwegende belangen van de beide bedrijven wordt niet gerept, aldus indieners.

Gemeentelijke reactie De bedrijfslocatie van indieners ligt op gemeentegrond. Voordat G. van Doorn Papier Recycling Utrecht B.V. (PRU) en G. van Doorn Metaal Recycling Utrecht B.V. (MRU) zich hier vestigden, was al bij hen bekend dat zij uiteindelijk naar een andere locatie moeten verhuizen. Wij begrijpen dat het vinden van een nieuwe plek niet eenvoudig is en waar mogelijk hebben wij indieners daarbij ook ondersteund. Het blijft de verantwoordelijkheid van indieners zelf om een nieuwe plek te vinden. Anders dan indieners stellen, is hun aanwezigheid in het plangebied juist uitdrukkelijk betrokken bij het maken van de beide bestemmingsplannen. Zo is daar bijvoorbeeld in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan Papendorp aandacht aan besteed in paragraaf 5.3 en in de toelichting bij bestemmingsplan Groenewoud in paragraaf 5.5. Verder zijn in het plan voor Papendorp regels opgenomen die borgen dat er op en binnen een afstand van 50 meter tot het terrein van indieners pas gewoond mag worden als er op het terrein geen bedrijvigheid meer is. Voor Groenewoud is in de regels bepaald dat nieuwe woningen in de nabijheid van het terrein alleen gebruikt mogen worden als aan geluidsnormen wordt voldaan die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. 2. Plangrenzen De plangrenzen zijn volgens indieners in strijd met een goede ruimtelijke ordening bepaald.

De samenhang tussen de transformatiegebieden Papendorp en Groenewoud is onlosmakelijk, zo vinden zij. Beide projecten worden, aldus indieners, vaak in samenhang beoordeeld en ook juridisch-planologisch zijn de ontwikkelingen afhankelijk van elkaar. Volgens indieners lijkt het onderscheid gemaakt om tot snellere realisatie te komen en daarvoor is de Wet ruimtelijke ordening, en ook de Crisis- en herstelwet, niet bedoeld.

Gemeentelijke reactie Ondanks dat beide projecten aan elkaar grenzen en er relaties zijn in de uitvoering, zijn ze ruimtelijk goed van elkaar te scheiden. Ook kennen de projecten verschillende initiatiefnemers en zijn afzonderlijke stedenbouwkundige plannen gemaakt. In beide bestemmingsplannen wordt concreet duidelijk welke ontwikkelingen wij voorstaan in Papendorp en in Groenewoud. Per plan is onderbouwd dat daarbij sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Anders dan indieners betogen, is er geen sprake van onduidelijkheden, missende informatie of rechtsonzekerheden door aspecten die via een ander bestemmingsplan worden geregeld. De grenzen van beide bestemmingsplannen zijn wel degelijk in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. 3. Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid staat niet vast, aldus indieners. Als één van de twee bestemmingsplannen de eindstreep niet haalt, zouden veel ontwikkelingen in het andere bestemmingsplan niet mogelijk zijn. Ook vinden indieners de integraliteit van de regels niet goed. Een voorbeeld dat indieners noemen is dat bestemmingsplan Groenewoud zonder voorbehoud woningen toelaat op minder dan 50 meter afstand (namelijk 38 meter) van het terrein van indieners. Ook staat het volgens indieners niet vast dat het KWS-terrein gaat verdwijnen en daarom twijfelen zij aan de uitvoerbaarheid van beide bestemmingsplannen.

21/34

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Gemeentelijke reactie De bestemmingsplannen voor Papendorp en voor Groenewoud kunnen onafhankelijk van elkaar worden vastgesteld. Er zijn onderlinge relaties, maar dat betreffen uitvoerbaarheidsaspecten. Voor die aspecten is de uitvoerbaarheid voldoende aannemelijk. Dat betreft ook het verdwijnen van het KWS-terrein en in het bijzonder de asfaltcentrale. Ook zijn beide bestemmingsplannen zo gemaakt dat de beide planregelingen afzonderlijk van elkaar in werking kunnen treden. In het nieuwe bestemmingsplan Papendorp is bepaald dat nieuwe woningen, binnen 50 meter tot het terrein van indieners, pas in gebruik genomen mogen worden als hun bedrijven daar definitief verdwenen zijn. In het bestemmingsplan voor Groenewoud is een vergelijkbare regeling opgenomen, maar dan op een andere manier. In artikel 8.7.5 onder b is geregeld dat het gebruiken van woningen uitsluitend is toegestaan als aan de in het artikel genoemde geluidsniveau’s wordt voldaan. 4. Circulaire familiebedrijven Indieners gaan in op de feitelijke situatie ter plekke en lichten hun rol voor de werkgelegenheid toe. In totaal is bij indieners 37 fte in dienst. Ook wordt gebruik gemaakt van uitzendkrachten. Al deze medewerkers zijn voor hun inkomen en werk afhankelijk van het voortzetten van de exploitatie op de huidige locatie.

Daarnaast zijn er nog zo’n 200 vrachtwagenchauffeurs die indirect afhankelijk zijn van de afvalverwerking ter plekke. De beide bedrijven hebben een centrale positie in de retourlogistiek en recycling van papier en metaal in de regio Utrecht.

Gemeentelijke reactie De belangrijke rol van indieners voor de werkgelegenheid en de afvalverwerking en -recycling maakt niet anders dat indieners, zoals ook bij punt 1 is toegelicht, tijdelijk gehuisvest zijn op deze locatie en naar een andere locatie moeten verhuizen. Uiteraard hopen wij dat snel een nieuwe, geschikte plek gevonden wordt, zodat de beide bedrijven behouden blijven voor Utrecht. 5. Huurovereenkomsten Indieners schetsen de civielrechtelijke procedure die volgde toen de gemeente de huurovereenkomsten met indieners beëindigde. Indieners geven aan dat de stand van zaken is dat zij de locatie niet hoeven te verlaten en in overleg zijn met de gemeente om te kijken waar de beide bedrijven eventueel gehuisvest kunnen worden. De ontwerpbestemmingsplannen zetten nu een forse streep door de huidige locatie en dit leidt tot een onevenredige aantasting van het werkklimaat, aldus indieners.

Gemeentelijke reactie PRU en MRU huren tijdelijk hallen van de gemeente Utrecht aan de Groenewoudsedijk in Papendorp. Om tijdig te kunnen beschikken over het terrein voor de geplande woningbouw in Papendorp heeft de gemeente de met indieners gesloten huurovereenkomsten voor het gebruiken van de hallen per 31 mei 2022 en 30 juni 2022 opgezegd en ontruiming aangezegd. De rechtsgeldigheid van deze opzegging is door de rechter bevestigd. Zoals wij ook bij punt 1 hebben aangegeven, hebben wij geprobeerd te helpen en blijven dat ook doen bij het vinden van vervangende huisvesting, maar indieners zijn zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting. 6. Gebrek aan alternatieven De Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU) is een samenwerkingsverband van 25 gemeenten, waaronder de gemeente Utrecht, binnen de provincie Utrecht met uitvoeringstaken op het gebied van afvalverwijdering (waaronder oud papier) en de verwerking van primaire afval- en grondstoffenstromen. Indieners zijn, als onderaannemer, contractant van de AVU. Ze staan tot 2025 onder contract, met opties voor de AVU om tot 2027 te verlengen. De gemaakte afspraken gaan over de kernactiviteiten (oud papier) en over de maximale afstand tot inzamelingspunten (15 km).

De ontwerpbestemmingsplannen leidden er volgens indieners toe dat zij wegbestemd worden en dat zij hun diensten niet meer kunnen aanbieden en uitvoeren. Daardoor zouden, volgens indieners, de betrokken overheidslichamen niet langer in staat om aan hun publieke verplichtingen te voldoen, aangezien de doelstellingen van de AVU niet meer behaald worden. Dat klemt voor indieners vooral omdat uit jarenlang onderzoek en inspanningen zou zijn gebleken dat binnen de zone van 15 kilometer geen alternatieve locaties aanwezig zijn. 22

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport

Indieners stellen ook dat de deelnemende gemeenten het hebben nagelaten om in alternatieve locaties te voorzien. In het ontwerpbestemmingsplan zien indieners het bewijs dat de gemeente niets doet om te borgen dat er voldoende locaties beschikbaar zijn voor bedrijven die afval inzamelen en verwerken voor de AVU. Dat vinden indieners, gezien vanuit het oogpunt van de regionale behoefte aan planologische beschikbaarheid voor bedrijfsfuncties van een voldoende hoge milieucategorie, in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Gelet op het belang van de functie, de (onbenutte) mogelijkheden om eerder met een oplossing te komen voor indieners en het gebrek aan alternatieve locaties vinden indieners het onevenredig dat hun locaties wegbestemd worden. Dit is dan onevenredig in relatie tot de behoefte aan woningen en andere functies in het plangebied, terwijl die nieuwe functies op hun beurt juist leiden tot een toename van de vraag naar grondstoffen en naar de behoefte aan verwerkingscapaciteit voor afvalstromen, aldus indieners.

Gemeentelijke reactie In onze ogen geeft dit punt van de zienswijze een onvoldoende voorstelling van onze inspanningen die zijn gedaan om vervangende huisvesting te vinden voor indieners. Ten eerste merken wij op dat indieners zelf verantwoordelijk zijn voor hun huisvesting en voor hun verplichtingen als onderaannemer van de AVU. Het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp verandert dat niet en het bestemmingsplan Groenewoud ook niet. Bovendien hebben wij actief meegezocht naar een nieuwe locatie voor indieners en blijven dat ook doen. In dat kader zijn diverse locaties in beeld geweest en onderzocht in nauwe afstemming met de indieners. Daarbij zijn ook plekken onderzocht die buiten de gemeentegrenzen liggen. Om diverse redenen heeft dit nog niet tot een succes geleid. Voor een deel ligt dat aan factoren die buiten de invloed van indieners liggen (locatie al verkocht, eisen van verkopende partijen, fysieke ongeschiktheid). Er zijn ook locaties onderzocht waarbij indieners zelf uiteindelijk niet de stap hebben gemaakt naar een koop- of huurovereenkomst. De locaties liggen niet voor het oprapen. Het vooralsnog niet gevonden hebben van een geschikte bedrijfslocatie, maakt niet dat het wegbestemmen van de bedrijfslocatie van indieners (in het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp) in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening, zoals indieners stellen. 7.

Wegbestemmen in strijd met circulaire ambities Indieners vinden het, gezien alle gemeentelijke ambities op het gebied van circulariteit, onbegrijpelijk dat de gemeente met de twee ontwerpbestemmingsplannen een circulair recyclebedrijf aan de kant schuift, zonder een alternatieve huisvestingslocatie te bieden. Dat een voorwaardelijke verplichting is opgenomen in de planregels, doet aan het feitelijk wegbestemmen niet af, aldus indieners. Het wegbestemmen van de beide bedrijven druist voor hen in tegen het streven om een circulaire economie op te bouwen. Indieners willen het sterker stellen: het wegbestemmen vertraagt juist de route naar een circulaire economie, waar de gemeente, landelijke regering en de Europese Unie naar streven.

Gemeentelijke reactie Op de vervangende huisvesting zijn wij bij de punten 1 en 6 al ingegaan. In de nieuwe situatie is geen ruimte voor de bedrijven van indieners en de bedrijfslocatie is daarom ook wegbestemd in het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp. Onze ambities op het gebied van circulariteit worden daardoor niet kleiner. Het betekent alleen dat wij in Papendorp een geschikte locatie zien voor onder andere woningen. Zolang de bedrijven nog niet weg zijn, regelt het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp met het overgangsrecht dat de bedrijfsactiviteiten mogen worden voortgezet. Los hiervan, moeten de bedrijven verhuizen omdat wij de huurovereenkomsten hebben beëindigd. Ook zijn in beide plannen, zoals bij punt 3 al toegelicht, regels opgenomen om te voorkomen dat te dicht op en bij het terrein gewoond kan worden, zolang indieners er nog aanwezig zijn. Voor zolang dat nog duurt, biedt dit voldoende basis voor de bestaande bedrijfsactiviteiten.

23/34

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

8. Wegbestemmen is geen oplossing Indieners vinden dat in het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp ten onrechte geen bedrijfsbestemming is toegekend aan hun locatie. Ook stellen zij daarbij dat de milieuzone van 50 meter ten onrechte niet in acht is genomen. Als de nieuwe functies worden toegestaan kunnen PRU en MRU daardoor hun bedrijfsactiviteiten per direct niet meer ontplooien. Dat is volstrekt onrechtmatig, zeker nu het overgangsrecht geen effectieve bescherming biedt, aldus indieners.

Gemeentelijke reactie De bedrijven van indieners hebben geen milieuzone. Wel hebben wij in het kader van een goede ruimtelijke ordening (voor het aspect bedrijven en milieuzonering) rekening gehouden met de VNGrichtafstand van 50 meter, die hoort bij de milieucategorie waarin de bedrijven van indieners vallen. Zoals ook bij punt 3 is toegelicht, is die afstand van 50 meter expliciet in acht genomen in het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp. Binnen die zone mogen geen woningen in gebruik worden genomen als de bedrijven nog aanwezig zijn. Dit biedt voldoende bescherming voor het tijdelijk voortzetten van de bestaande bedrijfsexploitatie op basis van het overgangsrecht. 9. Verkeersgeneratie PRU en MRU voorzien dat de extra verkeersproductie van en naar Papendorp, als gevolg van beide ontwerpbestemmingsplannen, tot onoverkomelijke problemen leidt. Daardoor is volgens indieners geen sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Gemeentelijke reactie Wij hebben in de toelichtingen van beide bestemmingsplannen toegelicht dat, hoewel beide plannen leiden tot meer verkeer, het goed mogelijk is om dat extra verkeer te verwerken binnen de aanwezige infrastructuur en door het nemen van maatregelen. Wij verwijzen daarvoor naar paragraaf 4.10 van de plantoelichting van het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp en naar paragraaf 4.2 van de plantoelichting van bestemmingsplan Groenewoud. 10. Uitvoerbaarheid Wnb Indieners merken over paragraaf 5.11 van de plantoelichting van het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp op dat het met het beschrijven van beschermingsmaatregelen en het aankondigen van ontheffingsaanvragen nog niet is aangetoond dat de Wet natuurbescherming (Wnb) de uitvoerbaarheid niet in de weg staat. Met de in de plantoelichting opgenomen maatregelen wordt overtreding van de Wnb ook niet voorkomen en kennelijk is nog maar voor een beperkt aantal activiteiten ontheffing verleend, aldus indieners.

Gemeentelijke reactie Voor het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp (en ook voor het bestemmingsplan Groenewoud) is de aanwezigheid van beschermde flora en fauna concreet onderzocht. Voor sommige soorten zijn mogelijk aanvullende maatregelen nodig en moet eventueel een ontheffing worden aangevraagd. Voor het bestemmingsplan is ingeschat of de maatregelen goed te treffen zijn voor de betreffende soorten en, mocht dat nodig blijken, of het waarschijnlijk is dat ontheffing wordt verleend. Dat is in paragraaf 5.11.2.3 toegelicht en onderbouwd. Hiermee is de uitvoerbaarheid van het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp op dit punt voldoende aannemelijk. 11. Geluid Dominee Martin Luther Kinglaan Indieners merken bij paragraaf 5.4 van de plantoelichting van het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp op dat het vaststellen van een hogere grenswaarde vanwege de Dominee Martin Luther Kinglaan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De grenswaarde, 57 dB, is volgens hun maar liefst 20% hoger dan de voorkeursgrenswaarde en daarom niet wenselijk.

Gemeentelijke reactie Het vaststellen van hogere grenswaarden is een bestaande, wettelijke mogelijkheid die wij regelmatig toepassen. Het biedt afwegingsruimte om te bepalen hoe met een geluidsbelasting moet 24

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport

worden omgegaan, als die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Doorgaans is dan in combinatie met maatregelen tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te komen in geluidgevoelige functies. De mogelijkheden hiervoor hebben wij uitgewerkt in ons geluidbeleid. Dat beleid is betrokken in het hogere waardenbesluit. In dat besluit is ook verder toegelicht waarom een geluidbelasting van 57 dB, vanwege de Dominee Martin Luther Kinglaan, aanvaardbaar is. 12. Geluid KWS Volgens indieners overschrijdt KWS de maximale geluidsniveaus voor de nieuwe geluidgevoelige functies. In de toelichting van het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp wordt hierover volgens indieners enkel gezegd dat KWS op termijn gaat verdwijnen. Dat vinden zij echter onzeker. Zolang KWS er is kan het bestemmingsplan Papendorp niet worden vastgesteld, zo stellen indieners.

Gemeentelijke reactie Het is wel degelijk zeker dat de bedrijfsactiviteiten op het KWS-terrein gaan verdwijnen. Dit is vastgelegd in overeenkomsten tussen eigenaren, ontwikkelaar en gemeente. De bedrijfsbestemming van het terrein wordt ook opgeheven; deels met het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp en grotendeels met het nieuwe bestemmingsplan voor Groenewoud. Zolang het KWS-terrein nog een industrieterrein is in de zin van de Wet geluidhinder blijft de geldende geluidzone van toepassing. Op het moment dat het geen industrieterrein meer is, gaat ‘automatisch’ de nieuwe (en veel kleinere) geluidzone gelden binnen het plangebied voor het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp. Daarvoor zijn in het plan regels opgenomen. Daarom gaan wij, voor de geluidbelasting op de gevels van geplande woningen in het plangebied van bestemmingsplan Papendorp, uit van de nieuwe geluidzone. Die geluidbelasting is aanvaardbaar. In paragraaf 5.4 (Geluid) van de toelichting bij het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp is dit verder toegelicht. 13. Archeologie Volgens indieners wordt in de plantoelichting bij het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp, in paragraaf 5.15.4, met veel aannames en zonder rapporten, geconcludeerd dat er archeologisch geen belemmeringen zullen zijn. Indieners menen dat er alleen een archeologische waardenkaart wordt getoond.

Die zou volgens indieners niet veel zeggen over de waarschijnlijk aanwezige Romeinse weg, die onder de locatie van een van de indieners ligt. Indieners verwijzen daarvoor naar een artikel uit het Algemeen Dagblad. Ook stellen indieners dat de verwachting is dat archeologische bevindingen zullen plaatsvinden. Er zal op zijn minst gewacht moeten worden op het onderzoeksrapport, zo vinden indieners. De gemeente moet volgens indieners nader onderbouwen, hoe zij wil omgaan met eventuele vondsten en een analyse uit laten voeren van de cultuurhistorische waarden op locatie. Op de archeologische kaart ontbreekt in ieder geval de Romeinse weg, aldus indieners.

Gemeentelijke reactie In paragraaf 5.15.4 van de plantoelichting bij het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp staan geen aannames, maar conclusies. Die conclusies zijn gebaseerd op wat in de voorgaande (sub)paragraaf, paragraaf 5.15.3, is toegelicht. Hier is vermeld waarop de archeologische waarde of verwachting is gebaseerd: eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek, graafwerkzaamheden, historische bronnen en/of landschappelijk onderzoek (fysische geografie). In deze paragraaf wordt de Romeinse weg ook benoemd. Het is niet nodig dit nader te motiveren met nieuwe onderzoeksrapporten. Naar aanleiding van de zienswijze zijn wel twee literatuurverwijzingen toegevoegd aan paragraaf 5.15.3. Het betreft verwijzingen naar de toelichting op onze archeologische beleidskaart en naar een onderzoek naar de Romeinse weg. In de toelichting van het bestemmingsplan Papendorp is ook aangegeven hoe we met de te verwachten archeologische waarden of verwachtingen willen omgaan: ‘Door een bureauonderzoek gecombineerd met een verkennend of karterend booronderzoek en mogelijk een proefonderzoek kunnen de waarden en verwachtingen verder worden getoetst. Eventuele archeologische waarden kunnen waarschijnlijk ex situ (door middel van opgraven) worden behouden.’

25/34

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Voor het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp is in een vroegtijdig stadium al rekening gehouden met de hoge archeologische waarden en verwachtingen binnen het plangebied. Verder aanvullend onderzoek is nog niet nodig. Het is beter om de verwachtingen te toetsen als de concrete bouwplannen verder zijn uitgewerkt en er, bijvoorbeeld, inzicht is in de funderingswijze en de andere werkzaamheden in de grond. Vervolgens kan eventueel overgegaan worden tot behoud ex situ. Als de bouwplannen uitgewerkt zijn, is beter te beoordelen waar het aanvullende onderzoek zich wel en niet op moet richten. Dat dit onderzoek uitgevoerd moet worden, is vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Op deze wijze zal archeologie daarom naar verwachting geen belemmering zijn voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Daar kan in een later stadium onderzoek naar gedaan worden. 14. Magneetveldonderzoek Indieners merken op dat er volgens de plantoelichting bij het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp geen magneetvelden zouden zijn. Maar dat plan maakt ook een trambaan mogelijk en een trambaan creëert ook magneetvelden volgens indieners. Dus het plan voorziet planologisch gezien wel in een mogelijkheid dat er magneetvelden ontstaan. Deze effecten hadden onderzocht moeten worden volgens indieners.

Gemeentelijke reactie Er is alleen sprake van een elektromagnetisch veld bij een trambaan op het moment dat er op een locatie een tram rijdt. De trambaan zelf (inclusief bovenleiding) veroorzaakt geen elektromagnetisch veld. Alle trams die in de provincie Utrecht rijden voldoen aan de EN-norm 50121. Nieuwe trams moeten ook aan deze norm voldoen. Deze EN-norm beschrijft in deel 2 wat de maximale, elektromagnetische emissie mag zijn van de trams. Deze emissies hebben geen negatieve invloed op mensen. Wel kan er door een storing in een onderdeel van de tram tijdelijk sprake zijn van een hogere emissie, maar dergelijke storingen worden snel opgelost. Voor de volledigheid is naar aanleiding van de zienswijze paragraaf 5.17 (Magneetvelden) van de plantoelichting bij het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp aangevuld met een onderbouwing waaruit blijkt dat elektromagnetische emissies door de mogelijke toekomstige trambaan geen negatieve invloed hebben op mensen. De tram komt niet door het plangebied van het bestemmingsplan voor Groenewoud te rijden waardoor het niet nodig is de toelichting van dat bestemmingsplan aan te vullen met deze informatie. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn twee literatuurverwijzingen toegevoegd aan paragraaf 5.15.3 (Archeologie in het plangebied) van de toelichting bij het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp.

Het betreft verwijzingen naar de toelichting op onze archeologische beleidskaart en naar een onderzoek naar de Romeinse weg. Verder is naar aanleiding van de zienswijze paragraaf 5.17 (Magneetvelden) van de toelichting van het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp aangevuld met de volgende zinnen: “Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat een tramverbinding binnen het plangebied gerealiseerd kan worden. Alle trams in de provincie Utrecht voldoen aan de EN-norm 50121. Deze norm beschrijft in deel 2 wat de maximale elektromagnetische emissie mag zijn van trams. Deze emissies hebben geen negatieve invloed op mensen.” Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.

26

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport

Zienswijze 5Zienswijze 4

Eigenaar kantoorgebouw Westerstaete

Parkeergarage Indiener is eigenaar van het bedrijfspand aan de Papendorpseweg 83. Onder het gebouw zijn parkeervoorzieningen aanwezig. Volgens het ontwerpbestemmingsplan zijn gebouwde (zelfstandige) parkeervoorzieningen alleen toegestaan op locaties waar, binnen de functie Gemengd – 2, de aanduiding ‘parkeergarage’ geldt. Die aanduiding ontbreekt op de locatie van indiener. Daardoor is, volgens indiener, de parkeergarage niet positief bestemd. Indiener vermoedt dat dit een omissie betreft. Indiener verzoekt de aanduiding ‘parkeergarage’ toe te kennen, zodat het bestemmingsplan weer in de aanwezige parkeergarage voorziet.

Gemeentelijke reactie Voor onze reactie verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 7 onder het kopje “parkeergarage” omdat dit onderwerp ook in deze zienswijze is aangesneden. Onzelfstandige kantoorruimte Voor de locatie van indiener is niet de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 1’ toegekend. Dat had volgens indiener wel gemoeten. Indiener vraagt dat alsnog te doen. Met de aanduiding wordt erin voorzien dat maximaal 70% van het totale bruto vloeroppervlakte van een bedrijf mag worden gebruikt voor de daarmee samenhangende kantoorruimte. Dit sluit aan bij het geldende bestemmingsplan, die hetzelfde percentage regelt. Indiener stelt dat in de plaats daarvan nu de algemene regels gaan gelden die regelen dat maximaal 30% van het bruto vloeroppervlakte voor onzelfstandige kantoren mag worden gebruikt, met daarbij een absoluut maximum van 2.000 m².

Gemeentelijke reactie Uit het volgende punt van de zienswijze blijkt dat op de locatie zelfstandige kantoren zijn toegestaan en dat het nieuwe bestemmingsplan daarop is aangepast. Naast bedrijven, mag de locatie nu in zijn geheel, conform de verleende vergunningen, voor kantoren worden gebruikt. Daarmee is het, in dit specifieke geval, niet meer nodig om onderscheid te maken tussen onzelfstandige en zelfstandige kantoren. De aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 1’ voegt dus niks toe voor de locatie van indiener. Zelfstandige kantoren Het pand op de locatie van indiener is volgens indiener in 2000 vergund, met op de eerste drie bouwlagen (van de negen) bedrijfsruimten en daarboven kantoren. Het pand is in 2015 gerenoveerd. Uit de vergunning daarvoor blijkt dat de eerste en tweede verdieping toen zijn verbouwd tot kantoor. De begane grond is nu, aldus de indiener, in gebruik voor: receptie, bedrijfskantine, zelfstandig vergadercentrum, kantoorruimten en dienstverlening. Volgens indiener voorziet het geldende bestemmingsplan Papendorp niet in de situatie die in 2000 vergund is. Kantoorruimte is daarin namelijk alleen toegestaan als het om onzelfstandige kantoorruimtes gaat (tot 70% van het bruto vloeroppervlakte). Dat terwijl een gebouw voor zelfstandige kantoorfuncties vergund is. Het huidige gebruik valt, aldus indiener, onder overgangsrecht.

Het nieuwe bestemmingsplan brengt hierin geen verandering. Ook dat plan voorziet op de locatie niet in zelfstandige kantoren. De verleende omgevingsvergunningen worden daarmee niet gerespecteerd. Ook komt het niet overeen met de feitelijke situatie. Volgens indiener is de oplossing daarvoor om de aanduiding ‘kantoor’ aan de locatie toe te kennen.

Gemeentelijke reactie Zoals indiener ook aangeeft, is het gebouw in 2000 vergund. Ook zijn in 2015 drie opeenvolgende omgevingsvergunningen verleend voor een interne renovatie en verbouwing. Deze vier vergunningen samen maken dat het gebouw in zijn geheel als zelfstandige kantoorruimte is vergund. Dit sluit ook aan bij het feitelijke gebruik, zoals indiener dat in zijn zienswijze aangeeft. Dat sprake is van overgangsrecht, zoals indiener in de zienswijze stelt, is voor ons niet aangetoond.

27/34

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Dat komt vooral omdat de vergunningen uit 2015 verleend zijn na de inwerkingtreding van het geldende bestemmingsplan Papendorp. Voor de conclusie maakt dat geen verschil. In overeenstemming met de verleende vergunningen en het aanwezige gebruik maken wij in het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp zelfstandige kantoren mogelijk op de locatie van indiener. In overeenstemming met de oplossing die indiener aandraagt, is de aanduiding ‘kantoor’ toegevoegd aan de locatie. Congres- en vergaderfaciliteiten In het nieuwe bestemmingsplan is bepaald dat op de locatie van indiener maximaal 1.500 m² bvo congres- en vergaderfaciliteiten zijn toegestaan. Dat geldt dan ‘per vestiging’. Dit verschilt op twee punten met het geldende bestemmingsplan. In het geldende bestemmingsplan gaat het om congres- en vergaderfaciliteiten die ‘zelfstandig’ zijn en geldt het maximum van 1.500 m² niet ‘per vestiging’. Het is onduidelijk of met deze veranderingen (het vervallen van ‘zelfstandig’ en het toevoegen van ‘per vestiging’) een wijziging is beoogd van de gebruiksmogelijkheden. Voor indiener is het van belang hierover duidelijkheid te krijgen. Zij beschikt namelijk over zelfstandige vergadering- en congresfaciliteiten en wil graag bevestigd krijgen dat dit aanwezige en toegestane gebruik ook in het nieuwe plan toegestaan blijft.

Verder constateert indiener dat de geldende afwijkingsbevoegdheid voor het vergroten van de oppervlakte aan vergader- en congresfaciliteiten niet terugkomt in het nieuwe bestemmingsplan. Indiener verzoekt om die mogelijkheid alsnog op te nemen in het bestemmingsplan.

Gemeentelijke reactie Binnen de functie van de locatie, de functie Gemengd – 2, zijn congres- en vergaderfaciliteiten activiteiten toegestaan. Dit is niet afhankelijk van andere activiteiten. Dat betekent dat het zelfstandig (functionerende) activiteiten mogen zijn. Omdat het al uit de regeling zelf volgt, is het in het nieuwe bestemmingsplan niet nodig om te bepalen dat het zelfstandige activiteiten zijn. Daarom is het niet meer nodig om het woord ‘zelfstandig’ te gebruiken. De toevoeging van de woorden ‘per vestiging’ is een verduidelijking, die in het voordeel van de indiener is. De geldende regels kunnen namelijk zo worden gelezen dat het maximum oppervlakte van 1.500 m² bvo binnen de gehele bestemming (functie) het maximum is (voor het totaal). Bedoeld is echter dat het maximum van 1.500 m² per bedrijfsvestiging geldt. Binnen een functie (bestemming) kan dus in totaal (veel) meer dan 1.500 m² aan vergader- en congresfaciliteiten aanwezig zijn. Door de toevoeging van de woorden ‘per vestiging’ is dit in het nieuwe bestemmingsplan duidelijker geregeld. Voor het opnemen van de afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een bedrijfsvestiging met vergader- en congresfaciliteiten die groter zijn dan 1.500 m² bvo zien wij niet meer direct een aanleiding. De afwijkingsbevoegdheid komt daarom niet terug in het nieuwe bestemmingsplan.

Daarmee is niet gezegd dat dergelijke functies niet mogelijk zijn in Papendorp. Het betekent slechts dat er een andere procedure van toepassing is om de faciliteiten mogelijk te maken, als ze inpasbaar en uitvoerbaar blijken. Hotels en horeca In tegenstelling tot het nu geldende bestemmingsplan worden op de locatie van indiener geen hotels meer mogelijk gemaakt in het nieuwe bestemmingsplan. Hetzelfde geldt voor horeca.

Gemeentelijke reactie De locatie van indiener is door ons in erfpacht uitgegeven. Een van de voorwaarden daarbij is dat de locatie niet mag worden gebruikt voor horeca. Wat dat betreft is het nu al niet direct mogelijk om op de locatie een horeca-functie, zoals een hotel, uit te oefenen. Het nu geldende bestemmingsplan Papendorp is na de uitgifte vastgesteld. In dit plan is ervoor gekozen om flexibele mogelijkheden te bieden voor horeca en hotels.

28

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport

Inmiddels is de tijd meer dan tien jaar verder en is het logisch om de gebruiksmogelijkheden opnieuw tegen het licht te houden. Wij zien dat de behoefte aan hotels in Papendorp beperkt is. Daarom en ook op basis van ons huidige hotelbeleid, staan wij niet overal meer hotels toe in Papendorp. De locaties voor nieuwe hotels zijn specifiek bepaald en begrensd in het nieuwe bestemmingsplan. Daar kan de beperkte behoefte aan nieuwe hotels het beste ‘landen’. De locatie van indiener hoort daar niet bij. Voor overige horeca-functies geldt dezelfde lijn. De locaties voor overige horeca-functies zijn specifiek bepaald. De locaties betreffen niet de locatie van indiener. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn de regels voor bijbehorende parkeervoorzieningen en zelfstandige parkeervoorzieningen verduidelijkt in de functie ‘Gemengd-2’. De plantoelichting is ook op dit aspect verduidelijkt. Deze wijzigingen staan meer specifiek toegelicht bij de beantwoording van zienswijze 7 waarin hetzelfde onderwerp wordt aangesneden. Verder is naar aanleiding van de zienswijze de aanduiding ‘kantoor’ toegevoegd aan de locatie van het bedrijfspand aan de Papendorpseweg 83. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

29/34

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Zienswijze 6Zienswijze 5

Indiener 6 (bewoner Kanaleneiland)

Indiener heeft haar zienswijze ingediend op zowel het Chw bestemmingsplan Papendorp als het Chw bestemmingsplan Groenewoud. Om de vaststellingsrapporten van beide plannen zelfstandig leesbaar te maken, is de zienswijze in beide rapporten op dezelfde manier samengevat en van één en dezelfde gemeentelijke reactie voorzien. Meer woningen Indiener verzoekt om te kiezen voor een hogere woningdichtheid. In de omgeving is al een behoorlijk aanbod aan grondgebonden woningen, aldus indiener. Mede daarom zijn nieuwe, grondgebonden woningen wellicht niet nodig. In de plaats daarvan kunnen dan appartementen gebouwd worden. De woningnood is namelijk hoog. Vanuit duurzaamheid en betaalbaarheid is het volgens indiener ook beter om een hogere dichtheid aan woningen te realiseren.

Gemeentelijke reactie De behoefte aan nieuwe woningen is inderdaad groot. Daarom willen wij veel woningen realiseren in Papendorp en Groenewoud. Dat willen wij op een duurzame, aantrekkelijke en goede manier doen. Daarvoor is een gevarieerd woningaanbod nodig, dat verschillende doelgroepen bediend en verschillende prijsklassen omvat. Een eenvormig aanbod helpt de stad uiteindelijk niet. Een deel van de verschillende doelgroepen, vooral gezinnen, wenst een grondgebonden woning en een ander deel niet. In Papendorp zijn alleen gestapelde woningen gepland. Groenewoud biedt aan de andere kant juist weer een uitgelezen kans om, binnen de bestaande stad, aantrekkelijke woonbuurten te creëren met, naast een flink gestapeld programma (53%), ook grondgebonden woningen (47%). Zo ontstaat vanuit Papendorp een verloop van hogere bebouwing en hogere dichtheid naar lagere bebouwing en een lagere dichtheid richting het Amsterdam-Rijnkanaal. Hierdoor profiteren zoveel mogelijk woningen van het uitzicht op het kanaal en wordt het gevoel van de grote ruimte en lucht aan de kanaalzijde versterkt en in de hele wijk ervaarbaar. In totaal worden er in Papendorp en Groenewoud tussen de 3500 en 3650 nieuwe woningen gebouwd. Dat leidt op beide locaties tot een passende woningdichtheid.

Het toevoegen van nog meer woningen op de locaties is voor de toekomst niet uitgesloten, maar nu niet haalbaar en niet aan de orde. In de planontwikkeling en de daarvoor uitgevoerde onderzoeken zijn wij namelijk uitgegaan van het genoemde aantal woningen. Met dit aantal kunnen wij goed onderbouwen dat de plannen uitvoerbaar zijn. Dit betreft onder andere de onderbouwing voor de verkeersafwikkeling en de parkeerbehoefte. Onder andere omdat de uitgevoerde onderzoeken opnieuw zouden moeten worden gedaan en wij opnieuw mobiliteitsmaatregelen zouden moeten bepalen, is het (in ieder geval op dit moment) niet mogelijk om een hoger aantal woningen in te passen in het huidige planproces zonder aanzienlijke vertraging in de realisatie van het programma. Parkeernorm omlaag Indiener vraag of de parkeernorm niet wat lager gesteld kan worden (bijvoorbeeld op 0,4) om deelvervoer vanuit duurzaamheidsperspectief meer en eerder te stimuleren.

Gemeentelijke reactie In Papendorp en Groenewoud wordt prioriteit gegeven aan langzaam verkeer, openbaar vervoer en deelmobiliteit. Voor auto’s gelden de vastgestelde parkeernormen (voor een B-gebied). Ook is het van belang dat in Papendorp betaald parkeren wordt ingevoerd. Op de parkeernormen wordt een reductie toegepast omdat alternatieve manieren van vervoer worden aangeboden, zoals deelmobiliteit en extra mogelijkheden voor fietsparkeren.

30

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport

Deze maatregelen leiden tot een reductie van 25% van de parkeerbehoefte voor auto’s en dus tot minder parkeerplaatsen in het plangebied. Tegelijkertijd wordt er ook rekening mee gehouden dat mensen ook een eigen auto kunnen hebben. Het verder verlagen van de normen is voor Papendorp en Groenewoud - nabij de snelwegen A2 en A12 - zonder aanvullende ingrijpende maatregelen niet realistisch. Wel wordt ervoor gekozen een belangrijk deel van het parkeren niet in het woongebied zelf te faciliteren, maar in de Mobiliteitshub XL. Ondergrondse parkeervoorzieningen Indiener vraagt of de autoparkeerplaatsen ondergronds gerealiseerd kunnen worden, als er dan toch autoparkeerplaatsen moeten komen volgens de gemeente. Bij grondgebonden woningen is dat misschien vernieuwend, maar de ruimte die zo vrijkomt kan dan groen worden ingericht.

Gemeentelijke reactie Het overgrote deel van de reguliere parkeerplaatsen in Papendorp-Noord en Groenewoud wordt met gebouwde parkeervoorzieningen en/of op eigen terrein opgelost. In Groenewoud biedt dat alleen geen oplossing voor het parkeren van bezoekers. Daarom is voor Groenewoud in de openbare ruimte rekening gehouden met 220 parkeerplaatsen voor bezoekers en 10 plekken voor deelauto’s. Verder kunnen bezoekers gebruik maken van parkeren op afstand: in de Mobiliteitshub XL. In Papendorp-Noord worden geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd, met uitzondering van parkeerplaatsen voor mindervaliden en deelauto’s. Al het parkeren vindt plaats op afstand in de Mobiliteitshub XL of, op specifieke locaties, binnen gebouwde parkeervoorzieningen. Meer groen op en aan de panden Indiener verzoekt om meer gevelgroen en daktuinen voor te schrijven in de minimale eisen. Dit vanwege duurzaamheid, klimaatadaptatie, fijn stof en voor een aantrekkelijker beeld. Indiener verwacht dat haar uitzicht dan beter wordt, dan met de ‘betonnen torens’ die zij nu voorziet.

Gemeentelijke reactie De toepassing van gevelgroen en daktuinen is zeker positief. Het is afhankelijk van diverse factoren of en hoe dat ook echt in te passen is als een nieuw gebouw ontworpen wordt. De keuze om en op welke manier groen toe te passen op en aan een gebouw, kan bij het ontwerpen van een gebouw pas echt goed worden gemaakt. Hierbij spelen ook andere duurzaamheidsfactoren een rol, zoals het toepassen van zonnepanelen. Visualisaties Indiener woont in Kanaleneiland, langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Zij vraagt of het mogelijk is om visualisaties van de plannen te maken, met als standpunt de eerste of tweede verdieping van de woningen (in Kanaleneiland) langs het kanaal. De opgenomen visualisaties zijn vogelvluchtperspectieven en bevatten geen referentie van de huidige omgeving, aldus indiener. Indiener heeft nu vrij zicht over het gebied. Zij wil graag weten hoe dit gaat veranderen.

Gemeentelijke reactie Indiener verwijst naar het beeldmateriaal dat tijdens de informatiebijeenkomst over de beide bestemmingsplannen is getoond. Dit beeldmateriaal (op basis van de geplande bouwvolumes in 3D) is ook op de website www.parkgroenewoud.nl in een video te bekijken. Het nu beschikbare beeldmateriaal geeft, op basis van de geplande bouwvolumes, een goede indruk van de ruimtelijke inpassing van de nieuwe bebouwing in de omgeving. Dit is voor de gemeente op dit moment voldoende voor het vaststellen van de ruimtelijke uitgangspunten in de bestemmingsplannen. Na de bestemmingsplanfase wordt het beeldmateriaal van de projecten verder uitgewerkt. De marktpartijen gaan dan hun architecten selecteren en vervolgens gaan zij de bouwplannen uitwerken. Daarna kunt u meer in detail zien hoe de bebouwing eruit komt te zien.

31/34

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Natuur in de tijdelijke situatie Omdat in fases gebouwd gaat worden, verzoekt indiener de gemeente om aan de ontwikkelaar voor te schrijven dat de nog onbebouwde percelen heel biodivers worden ingericht en om ook wandelpaden aan te leggen. Dit is snel te realiseren en snel weer weg te halen, terwijl het plezier voor mens, plant en dier groot is.

Gemeentelijke reactie De inrichting van delen van het plangebied die braak komen te liggen, is nu nog niet bekend. Dit zal na de bestemmingsplanfase bepaald worden. De verwachting hierbij is dat er niet veel tijd zal zitten tussen het opheffen van de huidige functies en het starten met het bouwrijp maken. Effectief is er dan weinig tijd om nieuwe natuur te maken. Daarnaast is een deel van het plangebied nog tijdelijk in gebruik door KWS en zal een deel van het terrein voorafgaand aan het bouwrijp maken gesaneerd worden door de jarenlange aanwezigheid van de asfaltcentrale. Vroege aanleg van Mobiliteitshub XL Volgens indiener is het een uitstekend plan om snel te beginnen met de realisatie van de hub. Het zorgt ervoor dat de nodige faciliteiten voor de woningen gelijk beschikbaar zijn, zodat men niet naar Kanaleneiland hoeft uit te wijken. Het baart indiener zorgen dat vanuit de nieuwe wijken veel verkeer naar onder andere winkelcentrum Kanaleneiland zal komen.

Gemeentelijke reactie Het is te verwachten dat een beperkt deel van de nieuwe woningen bewoond zal zijn, terwijl het nieuwe winkelbestand in Papendorp nog niet gevuld is. Men zal dan inderdaad uitwijken naar de winkels in de omgeving, waaronder de winkels in Kanaleneiland. Als dat al merkbaar is, zal het een tijdelijk en gering effect zijn. Voor te veel verkeer in Kanaleneiland, als gevolg van beide plannen, hoeft niet gevreesd te worden. Behoud industriële panden Indiener is helemaal voor de ruimte die op het KWS-terrein geboden wordt aan horeca, creativiteit, ondernemerschap en lokale initiatieven. Indiener wil graag dat de mooie, industriële panden zoveel mogelijk behouden en hergebruikt worden. Dat niet alleen omdat ze mooi zijn, maar ook vanwege duurzaamheid en cultuurhistorie.

Gemeentelijke reactie Op het KWS-terrein zijn inderdaad enkele typerende, industriële objecten aanwezig. De ontwikkelaar gaat deze zoveel als mogelijk en haalbaar inpassen. Enkele onderdelen zullen behouden blijven ter versterking van de identiteit van Groenewoud en in het bijzonder van het industriële karakter van de KWS-buurt. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

32

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport

Zienswijze 7Zienswijze 6

Glazen Duo C.V. en Forma B.V

Parkeergarage Indieners zijn eigenaar van de bedrijfspanden aan de Van Deventerlaan 101-121. Hier is een vergunde en inpandige parkeergarage aanwezig. Indieners verzoeken de aanduiding ‘parkeergarage’ op te nemen voor deze locatie (die de functie Gemengd – 2 heeft gekregen). Volgens indieners zijn gebouwde (zelfstandige) parkeervoorzieningen namelijk alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’.

Gemeentelijke reactie In de functie voor de gebouwen, de functie Gemengd – 2, is onderscheid gemaakt tussen twee soorten parkeervoorzieningen. Zoals in paragraaf 7.2.9 van de plantoelichting ook kort toegelicht, zijn er parkeervoorzieningen die horen bij de functie en parkeervoorzieningen die verschillende functies in de omgeving bedienen. Bij de eerste categorie gaat het om de parkeervoorzieningen die bij de bedrijfspanden zelf horen, oftewel de parkeervoorzieningen die op eigen terrein liggen en alleen nodig en in gebruik zijn om in de parkeerbehoefte van de bedrijfspanden zelf te voorzien. Dit zijn voorzieningen die bij de functie horen en die zijn altijd toegestaan, uiteraard binnen de verdere regels van het bestemmingsplan. Bij de tweede categorie gaat het om zelfstandige parkeervoorzieningen. Dat zijn de gebouwde parkeervoorzieningen die niet specifiek bij een bedrijf of kantoor horen, maar die door meerdere functies in de omgeving worden gebruikt. Eenvoudig gezegd, zijn dat de parkeervoorzieningen waar iedereen naar binnen mag rijden. Deze zelfstandige parkeervoorzieningen hebben een eigen, ruimtelijke impact en zijn daarom niet overal toegestaan, maar alleen ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’. Concreet gaat het alleen om de parkeergarage De Cope aan de Papendorpseweg 100.

Bij de locatie van indieners gaat het om parkeervoorzieningen die bij het gebruik van het pand horen. Zelfstandige parkeervoorzieningen zijn hier niet toegestaan. Hiermee is er geen aanleiding om de aanduiding ‘parkeergarage’ toe te kennen aan de locatie van indieners. Wel zijn naar aanleiding van de zienswijze de regels voor bijbehorende parkeervoorzieningen en zelfstandige parkeervoorzieningen verduidelijkt in de functie ‘Gemengd – 2’. De redactie is aangepast, zodat duidelijker is dat bijbehorende parkeervoorzieningen altijd zijn toegestaan. Ook is naar aanleiding van de zienswijze geconstateerd dat paragraaf 7.2.9 van de plantoelichting duidelijker kan als het over parkeervoorzieningen gaat. Deze paragraaf is daarom ook aangepast. Nu is uitgebreider uitgelegd dat overal in de functie parkeervoorzieningen mogelijk zijn, als die horen bij de functie die op de betreffende locatie gevestigd is. Uitzondering op die regel is parkeergarage De Cope, want die bedient meerdere functies op de omliggende locaties. Onzelfstandige kantoorruimte De nieuwe regels voor onzelfstandige kantoorruimte zijn tegenstrijdig. Voor de locatie van indieners is de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 1’ toegekend (binnen de functie Gemengd – 2).

Hier hoort volgens de regels van de functie ‘Gemengd – 2’ (artikel 4.2, lid 3) bij dat maximaal 70% van de totale bruto vloeroppervlakte van een bedrijf mag worden gebruikt voor de daarmee samenhangende kantoorruimte. Echter in de algemene regels van het plan, artikel 29.2, wordt datzelfde percentage op 30% bepaald en wordt ook een absoluut maximum ingesteld: 2000 m². Hier komt bij dat op basis van het geldende bestemmingsplan (Actualisering diverse gebieden) nu een maximum geldt van 70% en geen absoluut maximum. Volgens indieners zijn op deze wijze (waarschijnlijk onbedoeld) een deel van de bestaande rechten wegbestemd en indieners verzoeken de nieuwe beperkingen ongedaan te maken door aan te sluiten bij het geldende recht.

33/34

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Gemeentelijke reactie Uitgangspunt in dit nieuwe bestemmingsplan is dat specifieke regels vóór algemene regels gaan. In de algemene regels van dit bestemmingsplan is een regeling opgenomen voor ‘met een bedrijf samenhangende kantoorruimte’. Als daar niet aan voldaan wordt, kan het altijd nog zo zijn dat in de regels van een functie zelf in andere of ruimere mogelijkheden is voorzien. Dat is voor de locatie van indieners het geval. In de functie zelf is geregeld dat, net als in de huidige situatie, maximaal 70% van de bruto vloeroppervlakte voor onzelfstandige kantoren in gebruik mag zijn. Het moet dan wel duidelijk zijn welke regels voorrang hebben. Naar aanleiding van de zienswijze is geconstateerd dat de voorrang tussen beide bepalingen onbedoeld niet duidelijk is. Dit betreft alleen de locaties waar maximaal 70% van de bruto vloeroppervlakte voor onzelfstandige kantoren mag worden gebruikt. Voor die locaties, en dus ook de locatie van indieners, zijn de algemene regels in lid 2 van artikel 29 aangepast. Lid 2 is aangevuld met een nieuw onderdeel. Dit nieuwe onderdeel bepaalt dat de algemene maxima voor onzelfstandige kantoren niet gelden op de locaties waar, binnen de functie ‘Gemengd – 2’, een percentage van 70% is toegestaan. Voor die locaties geldt een ander percentage dan in de algemene regels is gesteld en ook geldt er geen maximale oppervlaktemaat.

Met deze aanpassing blijven de bestaande rechten van indieners, voor met het bedrijf samenhangende kantoorruimtes, gerespecteerd in het nieuwe bestemmingsplan voor Papendorp. Verzoek tot overleg Indieners willen graag in gesprek om hun zienswijze te bespreken en doen enkele datavoorstellen.

Gemeentelijke reactie Aan het verzoek van indieners is gevolg gegeven. Ambtelijk is gesproken met de indieners over de inhoud van hun zienswijze en over een mogelijke toekomstige (deels) andere invulling van de locatie waarop indieners zich aan het beraden zijn. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn de regels voor bijbehorende parkeervoorzieningen en zelfstandige parkeervoorzieningen verduidelijkt in de functie ‘Gemengd-2’. Onderdeel 9 van artikel 4.2 van het ontwerpbestemmingsplan luidt: “uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage', zijn gebouwde (zelfstandige) parkeervoorzieningen toegestaan”. Deze regel is vervangen door: “ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' is, naast de bijbehorende parkeervoorzieningen die zijn toegestaan op basis van onderdeel 9, ook een zelfstandige parkeergarage toegestaan.” Voor de leesbaarheid van de regels is de volgorde van de onderdelen 9 en 10 omgedraaid. De juridische toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 7.2.9) is hierop ook aangepast. In paragraaf 7.2.9 is uitgebreider uitgelegd dat overal op locaties met de functie ‘Gemengd – 2’ bijbehorende parkeervoorzieningen mogelijk zijn. Verder is toegelicht dat voor parkeergarage De Cope is geregeld dat dit ook een zelfstandige parkeervoorziening mag zijn (voor activiteiten op omliggende locaties).

Verder is aan lid 2 van artikel 29 een derde onderdeel toegevoegd waarmee wordt geregeld dat de algemene regels voor onzelfstandige kantoren niet gelden voor de locaties waarvoor binnen de functie ‘Gemengd – 2’ specifieke regels zijn opgenomen. Dit 3e onderdeel luidt als volgt: “op locaties met de functie Gemengd – 2 gelden de regels van dit lid (29.2) niet ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 1’. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3cc14836-ee1f-48c8-b299-d030824a3b38