Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek Fase 2-6 2021 (november 2021).pdf
Tekst van het document
38
Datum Rapport
juni 2021 Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek fase 2-6
bepaalde woningen en tuinen. Waarom blijft de hoogbouw niet beperkt tot de andere kant van de Cartesiusdriehoek omdat daar de bestaande huizenbouw op grotere afstand is gesitueerd? Dat verkleint de impact op de wijk van indiener en zal de door hem gevreesde overlast rondom het station beperkt blijven. Daarnaast zal door de nieuwe grote hoeveelheid woningen met erg weinig parkeergelegenheid een grote impact ontstaan op onze parkeermogelijkheden. De wijk is nu al vol met eigen auto’s. Deze petitie is getekend voor het algehele bestemmingsplan Cartesiusdriehoek en is voor elke fase ingediend. Gezien de enorme impact op de wijk voelen zij zich totaal niet gekend in de projectopzet.
Reactie Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar de reactie 1 die is gegeven bij deze zienswijzen. Daarnaast geven wij aan dat uiteindelijk bij oplevering van de eerste woningen in de Cartesiusdriehoek zal het parkeerregime (B1-regime) voor betaald parkeren worden ingevoerd in de Schepenbuurt, de Cartesiusweg en het Werkspoorkwartier. De gemeenteraad heeft hiervoor in oktober 2019 (raadsbesluit 77/2019) een besluit genomen. De wijze waarop het betaald parkeren wordt ingevoerd, is onderwerp van gesprek in een proces met bewoners en ondernemers. Inmiddels is hiervoor een participatietraject opgestart. In de Bloemenbuurt en de omgeving Julianapark wordt binnenkort een draagvlakmeting uitgevoerd. Dit traject is geen onderdeel van het bestemmingsplan. Daarom geeft deze zienswijze geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Voor de beantwoording over het onderdeel parkeren verwijzen wij ook naar het antwoord dat is gegeven in paragraaf 3.6 van dit vaststellingsrapport. Juist doordat de Cartesiusdriehoek een woonwijk wordt, zal de overlast waar indiener het over heeft afnemen. Er is hierdoor namelijk meer sociale controle. Voor het onderdeel uitzicht en schaduwwerking verwijzen wij naar de beantwoording bij onderdeel 1 van deze zienswijze.
Conclusie Op grond van deze zienswijze worden de wijzigingen aangebracht die in paragraaf 2.3.3.6 en 2.3.3.7 staan aangegeven. Zienswijze 272 Indiener pleit ervoor om voor het karakteristieke aangezicht van het pand niet op het laagste stuk van het gebouw te bouwen.
Reactie De plannen voor de opbouw zijn gewijzigd ten opzichte van het Koersdocument en deze verandering is in lijn met hetgeen indiener aankaart. De aanduiding voor de opbouw is in het bestemmingsplan op de verbeelding verder naar achteren toe geschoven richting het park, waarbij het (laagste) gedeelte aan de voorzijde langs de Cartesiusweg helemaal vrij blijft.
Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
4.4 Verkeerskundige aspecten Zienswijze 80 Schepenbuurt
39/145
Indieners geven aan dat zij namens de Schepenbuurt op 24 januari 2020 een schriftelijke reactie hebben gestuurd op de invoering van het betaald parkeren in de wijk. Deze reactie is onderschreven door ruim 250 bewoners. Indieners hebben hierover contact met de gemeente en zij zijn positief gestemd over de reactie dat er na de zomer een participatietraject met de buurt zou worden opgestart over de invoering van het betaald parkeren. Indieners zijn tegen de ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek, zoals beschreven in het ontwerpbestemmingsplan, als het parkeerbeleid voor de Schepenbuurt niet duidelijk is voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld en als de vorm van de invoering van het betaald parkeren in de Schepenbuurt nadelig is voor het woongenot van de huidige bewoners van de Schepenbuurt.
Reactie Uiterlijk bij oplevering van de eerste woningen in de Cartesiusdriehoek zal het B1-regime voor betaald parkeren worden ingevoerd in de Schepenbuurt. De gemeenteraad heeft hiervoor in oktober 2019 (raadsbesluit 77/2019) een besluit genomen. De exacte details van het parkeerbeleid moet in samenspraak met de buurt verder ingevuld worden. Hiervoor is na de zomer van 2020 een participatietraject opgestart. Dit traject is geen onderdeel van het bestemmingsplan. Daarom geeft deze zienswijze geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Zienswijze 226 Bewonersvereniging Cartesiusweg 1. Onderschatting hoeveelheid verkeer Er is een druk op de beschikbaarheid van woningen in de stad Utrecht. Het is een nobel streven om daarbij de hoeveelheid (extra) verkeer drastisch te beperken. Dat vraagt om vooruitstrevende maatregelen waarbij de realiteit echter niet uit het oog moet worden verloren. De maximale toename van de hoeveelheid verkeer is gebaseerd op een door de gemeente Utrecht zelf als 'ambitieus' omschreven edoch theoretisch kader. Deels is dat gebaseerd op aannames die zich nog niet hebben bewezen, zoals het Maas -concept.
En deels worden in dit kader bepaalde zaken juist niet meegenomen die in de huidige tijd duidelijk van invloed zijn op de hoeveelheid verkeer, zoals bezorgdiensten voor boodschappen, pakketten, etc., zeker als men niet over een eigen auto beschikt. Volgens indieners wordt de daadwerkelijke toename van de hoeveelheid verkeer van en naar het plangebied daarmee danig onderschat, mede door het grotere, voorgenomen bouwvolume. Te verwachten is dat de verkeerstoename groter is dan de gestelde aantallen in het ontwerpbestemmingsplan. Hierdoor hebben indieners zorgen dat de verkeersdrukte in de praktijk tot een onacceptabel niveau zal stijgen, met een verminderd woongenot als grootste gevolg. Monitoring van de daadwerkelijke toename van de hoeveelheid verkeer en maatregelen om deze toename van de hoeveelheid verkeer te beperken tot binnen de gestelde grenzen ontbreken in het plan. Indieners zien graag garanties voor passende, praktische oplossingen om de verkeersoverlast als gevolg van het plan tegen te gaan. Zowel in het plan als op het moment dat dit aan de orde dreigt te zijn.
Reactie Wij begrijpen de bezorgdheid van de bewoners. Echter zijn we bij het opstellen van het verkeersmodel uiterst zorgvuldig te werk gegaan. De basis voor het verkeersmodel is opgenomen in het door de raad vastgestelde addendum. In dit addendum op de nota parkeernormen uit 2019 zijn de maatwerkmogelijkheden uitgebreid om het mogelijk te maken het aantal verkeersbewegingen beperkt te houden. Op basis van maatwerk worden minder autoparkeerplaatsen gerealiseerd dan wanneer de standaard parkeernorm wordt toegepast uit de Nota Stallen en parkeren 2013. Het is wenselijk dat maatwerk toegepast wordt bij de binnenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen in betaald parkeergebieden en maatwerkgebieden. Vanwege de vele ontwikkelingen die plaatsvinden in de stad is het wenselijk dat bij het toepassen van maatwerk een eenduidige transparante methode wordt gehanteerd voor het berekenen van de hoeveelheid autoverkeersbewegingen. Bij het voorbereiden van een aantal gebiedsontwikkelingen in gemeente Utrecht is hiervoor een berekeningswijze uitgewerkt. 40
Datum Rapport
juni 2021 Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek fase 2-6
Deze berekeningswijze is gebaseerd op de verhouding tussen het aantal parkeerplaatsen en de verkeersgeneratie uit de CROW publicatie 317: met behulp van het rekenmodel kan de hoeveelheid verkeersbewegingen worden berekend en kan dus worden bepaald of voldaan wordt aan het door de gemeente bepaalde maximum aantal verkeersbewegingen dat een ruimtelijke ontwikkeling of onderdeel hiervan mag veroorzaken. De gemeente bepaalt dit maximum in een specifiek op het gebied gericht besluit of in het gemeentelijk mobiliteits- of parkeerbeleid; De initiatiefnemer (ontwikkelaar, initiatiefnemer voor de bouwplannen) moet onderbouwen hoe op een andere wijze wordt voorzien in voldoende mobiliteit en bereikbaarheid en hoe deze gekozen mobiliteitsoplossingen worden geborgd. Wij borgen dit doordat het programma wat mogelijk wordt gemaakt binnen het bestemmingsplan expliciet gekoppeld is aan een beperkt aantal parkeerplaatsen en mobiliteitsmaatregelen (waaronder inzet van deelmobiliteit en MaaS). In de planregels is een koppeling gemaakt naar de Beleidsregels Autoverkeersbewegingen bij toepassen maatwerk. Vooraf bij iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt aan de beleidsregels getoetst of de aanvraag voldoet aan de gestelde eisen op gebied parkeren en mobiliteitsmaatregelen. Wanneer dit niet het geval is, zal de aanvraag omgevingsvergunning moeten worden geweigerd.
Ook als in de toekomst het gebruik van gebouwen wordt gewijzigd, zal er een toets aan deze beleidsregels plaatsvinden. Wij zijn van mening dat we op deze manier voor nu en voor de toekomst het aantal verkeersbewegingen op een goede manier hebben begrensd. 2. Aandacht voor parkeersituatie Cartesiusweg Naast het punt van zorg over de hoeveelheid verkeer blijven indieners aandacht vragen voor het parkeerbeleid in hun straat en daarmee het voorkomen van parkeeroverlast vanuit de Cartesiusdriehoek door bewoners en bezoekers. Indieners hopen dat het traject dat samen met de gemeente wordt opgestart daarin tot een vruchtbaar resultaat leidt. Als bewoners van de Cartesiusweg gunnen zij de toekomstige bewoners van Cartesius een "Groen, Gezond & Gelukkig " leven. Indieners hopen dat dit hun ook wordt gegund door actief de punten van zorg in de verdere uit werking en besluitvorming mee te nemen. Indieners vragen verder hen als bewoners actief te blijven betrekken in het hiernavolgende traject.
Reactie Uiterlijk bij oplevering van de eerste woningen in de Cartesiusdriehoek zal het B1-regime voor betaald parkeren worden ingevoerd in de Schepenbuurt, de Cartesiusweg en het Werkspoorkwartier. De gemeenteraad heeft hiervoor in oktober 2019 (raadsbesluit 77/2019) een besluit genomen. De wijze waarop het betaald parkeren wordt ingevoerd, is onderwerp van gesprek in een proces met bewoners en ondernemers. Inmiddels is hiervoor een participatietraject opgestart. Dit traject is geen onderdeel van het bestemmingsplan. Daarom geeft deze zienswijze geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Zienswijze 231 Indiener is als bewoner van de Cartesiusweg niet gerust op wat er in de toelichting van het bestemmingsplan staat over Parkeren. Onder 4.2.2 staat namelijk: ”De verkeersgeneratie die het gevolg is van de ontwikkelingen moet zodanig laag zijn dat deze nog kan worden afgewikkeld op de vernieuwde Cartesiusweg (westelijke stadsboulevard).” Is dit een wens, of gaat u ervoor zorgen dat deze “zodanig laag” is? Als dat laatste het geval is, dan zou indiener graag willen weten hoe de gemeente dat gaat doen. Daarnaast is indiener ook benieuwd of er al besloten is over de vernieuwde Cartesiusweg.
Reactie
41/145
Sturen op een lage verkeersgeneratie borgen wij doordat het programma wat mogelijk wordt gemaakt binnen het bestemmingsplan expliciet gekoppeld is aan een beperkt aantal parkeerplaatsen en mobiliteitsmaatregelen (waaronder inzet van deelmobiliteit en MaaS). Vooraf bij iedere aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst, aan de beleidsregels die onderdeel zijn van het bestemmingsplan. Er wordt bekeken of de aanvraag voldoet aan de gestelde eisen op gebied parkeren en mobiliteitsmaatregelen. Tegelijk is bij de planvorming van de Westelijke Stadsboulevard rekening gehouden met deze benodigde verkeersruimte van de Cartesiusdriehoek. Op 21 december 2017 is de gemeenteraad akkoord gegaan met het plan (Integraal Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp) voor de Westelijke Stadsboulevard. Het college van burgemeester en wethouders heeft het voorlopig ontwerp in oktober 2020 vastgesteld, meer informatie hierover is terug te vinden op: https://www.utrecht.nl/wonen-en-leven/verkeer/verkeersprojecten/westelijke-stadsboulevard Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
4.5 Hogere geluidsnormen, bescherming volksgezondheid, groen
Zienswijze 1 Indiener geeft aan dat de gemeente Utrecht het voornemen heeft om van de Cartesiusdriehoek een gezonde OV- en fietsvriendelijke stadswijk te maken. Echter, tegelijk wenst de gemeente hogere geluidsnormen toe te staan. Hogere geluidsnormen schaden de gezondheid, en staan haaks op de intentie van een gezonde leefomgeving. Het is volgens indiener in strijd met Motie Schonis naar aanleiding van WHO richtlijnen en recent advies van RIVM om de geluidsniveaus juist te reduceren. Het m.e.r besluit van 1985 door college B&W is daarmee achterhaald, en dient herzien te worden. Uit ander onderzoek (Environmental Noise and the Cardiovascular System) blijkt het risico op hartfalen aanzienlijk toe te nemen bij hogere geluidswaarden (7-14% per10dB). Op de website van de gemeente wordt gesteld dat geluid niet gezond is. Indiener veronderstelt dat de gemeente op de hoogte is van onderzoeken en adviezen en bewust risico neemt voor de volksgezondheid. Indiener adviseert werkelijk innovatief te zijn en zowel te bouwen als tegelijk de volksgezondheid te beschermen. Bijvoorbeeld door al bij de bouw maatregelen te nemen om de volksgezondheid te beschermen door het geluidsniveau te reduceren tot door WHO/RIVM geadviseerde lagere (gemeten)geluidswaarden.
Reactie Wij zijn ons als gemeente er terdege van bewust dat een teveel aan geluid schadelijk is voor de gezondheid. We zouden dan ook het liefst alleen bouwplannen hebben waar aan de voorkeurgrenswaarde kan worden voldaan. Dit is een drukke stad als Utrecht echter vaak niet mogelijk en zou ertoe leiden dat er nog maar nauwelijks nieuwe woningen kunnen worden toegevoegd. De voorkeursgrenswaarde wordt namelijk al snel overschreden. Om een voorbeeld te geven: bij een gewone straat met asfalt en een verkeersintensiteit van 340 motorvoertuigen per etmaal wordt deze waarde al gehaald. Langs de Cartesiusweg, waar circa. 34.000 motorvoertuigen per etmaal rijden, zouden nieuwe woningen op een afstand van circa 250 meter moeten worden gebouwd om aan de voorkeursgrenswaarde te kunnen voldoen. Dat houdt in dat ongeveer de helft van het terrein niet kan worden gebruikt. Voor het geluid van het spoor geldt zelfs dat het hele gebied boven de voorkeurswaarde uitkomt. Met maatregelen zoals schermen of stiller asfalt kunnen enig geluidreductie worden behaald maar het zal onvoldoende zijn om de voorkeurswaarde te halen.
42
Datum Rapport
juni 2021 Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek fase 2-6
Het vaststellen van een hogere grenswaarde dan de voorkeurswaarde is dan ook onontkoombaar. De wet geeft daarbij aan tot welke maximale ontheffingswaarde dit kan. Vanuit de gezondheidsgedachte vinden wij deze maximale wettelijke waarde niet wenselijk. Om die reden is in de vorig jaar vastgestelde gezondheidsnota opgenomen dat we streven naar een ambitiewaarde voor geluid die 5 dB strenger is dan wat de wet toestaat. Specifiek in de Cartesiusdriehoek heeft dit ertoe geleid dat er langs het spoor een 5 meter hoog geluidsscherm wordt opgericht. Wettelijk was dat niet noodzakelijk geweest maar het draagt wel bij aan de gezondheidsdoelstelling voor dit gebied. Bij nieuwe bestemmingsplannen die de bouw van bijvoorbeeld nieuwe woningen mogelijk maken, moet de Wet geluidhinder worden toegepast. Als het geluid voldoet aan de voorkeursgrenswaarde (die is in orde grootte gelijk aan de WHO-advieswaarde), dan kan een plan zonder verdere geluidprocedure verder. Als het geluid hoger is, dan moet worden onderzocht of dit met maatregelen kan worden teruggebracht. Als maatregelen echter niet afdoende zijn, dan kan met een ontheffing een hoger geluidsniveau worden toegestaan. In de gemeentelijke Geluidnota Utrecht staan daarbij compenserende voorwaarden beschreven zoals de eis dat elke woning een gevel moet hebben waar wel aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan; de zogeheten ‘luwe gevel’.
Uit onderzoek is gebleken dat het hebben van een geluidsluwe gevel zorgt voor significant minder hinder. Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Zienswijze 32 In het huidige voorstel zijn bijna alle huurwoningen in het gebouw naast het station gepland. Dit is het gebouw met de meeste geluidsoverlast. Om ook huurders goede woningen te bieden (zonder "stille wand", of iets dergelijks) en om huurders en woningeigenaren beter te laten mengen, lijkt het indiener een veel beter idee om de huurwoningen over meerdere, liefst alle, gebouwen te verspreiden.
Reactie: Er komen in totaal 628 sociale huurwoningen in de Cartesiusdriehoek (25 %). De eerste 163 woningen worden inderdaad gerealiseerd in Blok 9. Dit zijn woningen met een Place2BU
concept, bedoeld voor bijzondere doelgroepen (uitstroom uit de maatschappelijke opvang, statushouders of anderen met een maatschappelijke achterstand), in combinatie met
zogenaamde dragende bewoners. Het gaat om een gemengd wonen concept. De overige 464 sociale huurwoningen worden juist over het gehele plangebied verdeeld. (Dit is te zien op onderstaande afbeelding, met in het bruin de sociale huurwoningen). Daarnaast worden er in het plan circa 26 % vrije sector huurwoningen gerealiseerd. Ook deze woningen worden over het hele plangebied verdeeld (hieronder weergegeven in licht- tot donkeroranje)
43/145
Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Zienswijze 215 In het huidige plan zijn bomen opgenomen. Deze bomen zijn toegevoegd om het plan maar enigszins groen te laten lijken maar deze bomen zullen pas over vele jaren de voorgestelde omvang hebben; Het zal in de eerste jaren vooral een stenenparadijs zijn met weinig groen.
Reactie Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt een inrichtingsplan gemaakt. Dit inrichtingsplan wordt getoetst door het supervisorteam en wordt ter informatie aan de gemeenteraad toegestuurd. In het inrichtingsplan wordt 30% van het gebied groen ingericht. Ook komen er een aantal groene gevels. Het spreekt inderdaad voor zich dat het groen na aanleg zal moeten groeien. Wel blijven er in ieder geval 74 bomen behouden in het gebied. Voor de overige 60 bomen wordt ook nog onderzocht of ze verplaatst of behouden kunnen blijven. De bomen die gekapt moeten worden voor de ontwikkeling worden zoveel mogelijk gecompenseerd worden door nieuwe bomen in het park, de binnenterreinen en langs de groene lus. Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
44
Datum Rapport
juni 2021 Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek fase 2-6
4.6 Specifieke vragen over geluid Zienswijze 99 en 197 Doos in Doos. In paragraaf 2.4 dat volledig aan dB’s is gewijd, is correct weergegeven dat de oefenruimtes en de geluidsopnamestudio volgens het Doos in Doos principe zijn gebouwd en dat ze daarmee bijzonder goed geluidsgeïsoleerd zijn. Het is ook juist dat de buitengevel van het CAB-Gebouw steenachtig is. a. Dat het café een geluidsemissie heeft via de zijgevel (en de ramen) is ook correct maar de suggestie dat die emissie ‘maatgevend van invloed is op de plannen’ is onjuist. De bijdrage van het café is niet relevant omdat aan die zijde geen gebouwen dan wel woningen zijn gepland. b. dat de muziekzaal ‘maatgevend is’ voor geluidsemissie, zou kunnen maar dat heeft niets te maken met de buitengevel. De muziekzaal heeft geen buitengevel en de toegang tot de zaal vanuit het café heeft een goed werkende geluidssluis. Bovendien zijn tegenover de zijgevel van dB’s geen bouwplannen. Beide suggesties (a en b) zijn nodeloos suggestief en niet gemotiveerd.
Reactie Uit paragraaf 3.1.1. volgt dat het consortium, de gemeente en dB’s samen een nieuwe locatie voor dB’s gevonden hebben in het Werkspoorkwartier. In de beantwoording van deze zienswijze wordt desalniettemin ingegaan op vragen van indieners. In het rapport wordt aangegeven dat de oefenruimtes dusdanig zijn geïsoleerd dat alleen de eventuele gluidemissie vanuit het café en de zaal “normaliter” nog relevant kunnen zijn, en daarmee “maatgevend”. Het is correct dat er aan de langszijde van het café geen nieuwe woningen komen. Maar de geluiduitstraling vanuit het café kan wel degelijk woningen aan de zuidzijde bereiken. Bovendien is met name het dak van zowel de zaal als het café zijn dan nog wel relevant. Muziek programmering in muziekzaal. Indiener geeft aan dat op bladzijde 10 een serie beweringen gedaan over programmering van harde muzieksoorten, volumes en genres die in ‘hoofdstuk 3 Berekeningen’ voor waarheid worden overgenomen. Het was wel zo zuiver geweest als in hoofdstuk 1 al was uitgelegd welke regelingen voor geluid zijn toegepast. In 1999 was er inderdaad (met) een golf aan overlast (geweest) door legale en illegale housefeesten. a. Er is inderdaad soms ook muziekprogrammering in de zaal die duurt tot na twaalf uur. Door te stellen dat dat tot 3:00 á 4:00 uur is wordt de suggestie gewekt dat dat elke avond en de hele week door voorkomt.
Indiener is zelf regelmatig om half twaalf in dB’s aangekomen om de bands te zien maar dan waren ze (en een deel van de bezoekers) al naar huis. b. Wat precies bedoeld wordt met Harde Muziekstijlen wordt niet onderbouwd. Dit is een ongefundeerde en suggestieve bewering. Er worden ook akoestische en semi akoestische acts geprogrammeerd. House is 1 van de weinige stijlen die er nooit speelt. Er wordt niet onderbouwd waarom van 103 dB(A) wordt uitgegaan. Beide suggesties (a en b) zijn volgens indiener nodeloos suggestief en niet gemotiveerd.
Reactie Voor een akoestisch onderzoek moet worden uitgegaan van de zogeheten representatieve bedrijfssituatie. Dat is de maximale situatie die meer dan 12 keer per jaar kan voorkomen. Er worden inderdaad ook akoestische acts geprogrammeerd maar voor de representatieve situatie moet je op zoek naar de maximale situaties. Dat zijn live concerten met versterkte muziek. Conform het convenant van poppodia is een binnenniveau van 103 dB(A) daarbij gebruikelijk. Bij veel muziekstijlen zijn tegenwoordig (ook vanwege de techniek) forse basgeluiden aanwezig. De keuze voor een housespectrum is wellicht te ‘zwaar’; het iets lichtere ‘dancespectrum’ is waarschijnlijker en kan bij de verdere uitwering worden toegepast. Het zogeheten ‘popspectrum’ is voor de meeste tegenwoordige muziekstijlen te licht. Zoals eerder aangegeven is hebben het
45/145
consortium, de gemeente en dB’s hebben samen een nieuwe locatie voor dB’s gevonden in het Werkspoorkwartier. Het Werkspoorkwartier wordt steeds meer ontwikkeld tot een culturele hotspot voor Utrecht. Berekeningen volgens “Handleiding meten en rekenen Industrielawaai” uit 1999. In hoofdstuk 3 worden wel resultaten van berekeningen getoond en wordt beweerd dat die conform die Handleiding zijn maar er wordt niet onderbouwd waarom die handleiding toepasbaar zou zijn. Er wordt vanuit gegaan dat de uitgangspunten uit hoofdstuk 2 juist zijn, Ook is niet gemotiveerd of onderbouwd of ‘het opgestelde rekenmodel’ juist is toegepast, verondersteld dat die toepasbaar is. Het ontbreekt simpelweg. Figuur 3.2 is geen weergave van het rekenmodel maar laat zien waar de ‘rekenpunten zijn bedacht’. Het zijn geen meetpunten. Alles in het rapport is theoretisch.
Reactie Aangezien er nog geen nieuwe woningen zijn, moet de toekomstige situatie via modellen worden berekend. Het is daarbij wettelijk verplicht om gebruik te maken van de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. Terloopse opmerkingen i.v.m. berekeningen op pagina 12. Zoals ‘octaafband met middenfrequentie 31,5 HZ’, ‘methode II’ en ‘akoestisch “harde: bodem’. Er wordt volgens indiener niet gepoogd te onderbouwen waarom dat zo is. Derhalve zijn die opmerkingen slecht gemotiveerd en maken ze de niet getoonde berekeningen weinig overtuigend.
Reactie De standaard toegepast rekensoftware maakt gebruik van de zogeheten ‘methode II’. Als niet concreet vaststaat dar een geluidsabsorberende bodem (bijvoorbeeld grasveld) aanwezig is, dan dient correct een akoestisch harde bodem te worden toegepast. Het is correct dat de 31Hz octaafband vaak kan worden verwaarloosd. Wellicht dat dit bij muziekgenres met hele zware bassen in combinatie met stevige geluidsisolatie wel relevant kan zijn. Uitgaande van het huidige gebouw en muziekstijlen kan deze octaafband echter achterwege blijven. Niet toepassen bedrijfsduurcorrectie. Op pagina 13 is te lezen: “Door het niet toepassen van bedrijfsduurcorrectie zijn de geluidsniveaus in alle etmaalperioden gelijk”. Deze stelling is niet gemotiveerd of onderbouwd en lijkt voor te komen (zonder de bron te vermelden) uit de Handreiking Industrielawaai En Vergunningverlening. De hele passage aldaar luidt: “Als er sprake is van muziekgeluid dient op het gemeten of berekende equivalente geluidsbelasting vanwege de gehele inrichting in de betreffende etmaalperiode een toeslagfactor van 10 dB in rekening te worden gebracht. Bij de beoordeling mag geen bedrijfsduurcorrectie conform de Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai worden verdisconteerd.
Dit moet expliciet in de vergunningvoorschriften worden vermeld.” Er wordt niet gepoogd te onderbouwen waarom ‘Niet toepassen bedrijfsduurcorrectie’ een juiste keuze is of wat de consequentie (voor met name de zaal van dB’s) zou zijn als bedrijfsduurcorrectie wel zou worden toegepast.
Reactie Niet alleen in de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening maar ook conform artikel 2.18 lid 2 van het Activiteitenbesluit (waar dB’s onder valt) is de toepassing van bedrijfsduurcorrectie bij muziekgeluid niet toegestaan. Beoordeling Terrassen en Oproer. In hoofdstuk vier volgt een wonderlijke opsomming van zaken. Ook al zijn de terrassen tijdelijk vergund en komen er gebouwen op die plaatsen, er moet kennelijk iets over worden gezegd: Die zijn inpasbaar. Bij Oproer (dat is de BrewPub annex restaurant waar nooit iets met muziek wordt gedaan) wordt de vraag wel gesteld of muziekgeluid bij woningen waarneembaar is want dan (en alleen dan) als het ‘als muziekgeluid waarneembaar is bij woningen’ (dat is subjectief) moet die 10 dB worden toegepast. Van andere activiteiten vanuit Camelot Vastgoedbeheer (lees filmhuis/filmcafé/danszaal met even zo slechte akoestiek als in Oproer) wordt wel regelmatig 46
Datum Rapport
juni 2021 Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek fase 2-6
muziekgeluid waargenomen. Nergens staat vermeld dat de hal gebruikt wordt als ordinaire feestzaal.
Reactie Het klopt dat de regel alleen zegt dat wanneer muziekgeluid waarneembaar is er 10 dB bij moet worden opgeteld. Dat kan inderdaad per persoon verschillen en is ook afhankelijk van het omgevingsgeluid. Bij geluidniveaus die In orde grootte ca 10 dB onder de grenswaarden liggen, wordt deze straffactor vrijwel altijd toegepast. Bij hele lage niveaus kan dit achterwege blijven. Muziekgeluid vanuit dB’s staat vast. Waar in de tweede paragraaf van hoofdstuk vier nog wordt gevraagd of die 10 dB strafcorrectie zou moeten worden toegepast als het om muziekgeluid gaat, staat dat bij dB’s kennelijk vast. Niet onderbouwd, niet gemotiveerd. Ook het terras van dB’s wordt voor het gemak meegenomen in de totalen (terwijl dat helaas weggaat) alsmede het geluid uit het café dat niet grenst aan nieuwe woningen. Ook al wordt het woord volledigheidshalve veelvuldig gebruikt op pagina 17 en staat het bol van de suggesties, er is nog nooit gemeten. Er wordt niet verwezen naar eventuele klachten van bewoners op 70 meter aan doorgaande weg over muziekoverlast. Maar het zou kunnen dat die al overlast ervaren.
Reactie Bij dB’s is nog een klein terras tegen de gevel in de berekeningen meegenomen. Niet het terras op het huidige grasveld. De berekende geluidsniveaus vanwege dB’s zijn van dien aard dat een straffactor zeker op zijn plaats is. Verhoging van de toelaatbare geluidsbelasting. Als de verhoging van de toelaatbare geluidsbelasting door verkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai doorgaat om maar nieuwe woningen te kunnen realiseren (de Gemeente Utrecht staat dat voortdurend toe) dan is er niet veel voor nodig om dB’s ook die ontheffing te verlenen. Tenslotte zou die 61 dB (los van het manier waarop dat getal tot stand is gekomen) alleen op enkele van de rekenpunten gelden. De nieuwe bewoners zullen zich realiseren c.q. kiezen ervoor, dat ze niet in een rustige woonwijk in zeg Vleuten komen wonen. Dit is gemengd gebied met bedrijvigheid en ligt tussen sporen en een te drukke doorgaande weg. Waar blijven die permanente camera’s?
Reactie Bij “verhoging” van de toelaatbare geluidsbelasting wordt gedoeld op zaken die vallen onder de Wet geluidhinder. Een dergelijke ontheffing wordt inderdaad regelmatig toegepast omdat nieuwe woningbouw anders vrijwel onmogelijk zal zijn. Wel gelden er altijd compenserende voorwaarden zoals het hebben van een geluidluwe gevel. ‘Bedrijfsgeluid’ zoals dat van dB’s valt daar niet onder. Er wordt dan toepassing gegeven aan de VNG-systematiek van Bedrijven en Milieuzonering. In sommige gevallen wordt de grenswaarde (Activiteitenbesluit) van 50 dB(A) verhoogd tot maximaal naar 55 dB(A) als er sprake is van een al rumoerige omgeving. Conclusie van het Peutz rapport. Het lijkt er bijna op dat de het rapport erop is gericht de satanische activiteiten in de zaal van dB’s te beëindigen. Desnoods door een maatwerkoplossing op te leggen of activiteiten na elf uur ’s avonds te verbieden. Het is juist de kracht en authenticiteit van cultuurparel dB’s dat de vrijheid blijft bestaan om te kunnen programmeren zonder beperkingen. Als dat investeringen in akoestische maatregelen vergt, zijn die voor de exploitant van de Cartesiusdriehoek. Niet voor dB’s.
Reactie Wij zijn het met indiener eens dat dB’s een cultuurparel is en we zijn er dan ook niet op uit om de activiteiten van dB’s te beëindigen. Uit paragraaf 3.1.1. volgt dat het consortium, de gemeente en dB’s samen een nieuwe locatie voor dB’s gevonden hebben in het Werkspoorkwartier.
47/145
Invloed versterkte muziek De invloed van de veelal versterkte muziek die bij dB’s wordt gemaakt in de studio’s en in de zaal, wordt in de akoestische paragrafen en rapporten van Movares zowel voor Fase 1 als Fase 2 t/m 6 op geen enkele wijze meegenomen. Alleen de invloed van spoor, wegen, en iLW worden benoemd. Toch worden nu al zorgen geuit over hoge geluidsvolumes, die mogelijk toch via funderingen door kunnen trillen in de geplande opbouw. Door nu metingen te doen kan worden vastgesteld of die trillingen er zullen zijn. Of men neemt in het ontwerp voorzieningen op om een akoestische scheiding aan te brengen of om die achteraf alsnog te kunnen aanbrengen.
Reactie Uit het rapport volgt dat het technisch mogelijk om dB’s goed “in te pakken” in het CAB-gebouw. Dit is ook noodzakelijk om te zorgen dat er ook andere functies in de werkhal gerealiseerd kunnen worden zoals extra culturele voorzieningen, horeca en detailhandel, werkruimten, etc., zonder geluidsoverlast over en weer. Om een goed woon- en leefklimaat van de woningen te garanderen is in artikel 4.7 een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie ook paragraaf 2.3.2.5. van dit vaststellingsrapport). Zoals eerder opgemerkt volgt uit paragraaf 3.1.1. dat het consortium, de gemeente en dB’s samen een nieuwe locatie voor dB’s gevonden hebben in het Werkspoorkwartier. Figuur 2.5 Figuur 2.5. Deze figuur geeft de huidige indeling op de begane grond van dB’s weer. De titel bij de figuur is onjuist. Op de begane grond waren voorheen werkplaatsen en de bedrijfskantine. Er waren geen kantoren.
Reactie Het rapport hoeft op dit onderdeel geen aanpassing aangezien de benaming van de titel niet van invloed is op de uitkomsten van het onderzoek. Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
4.7 Specifieke vragen over het woningbouwprogramma Zienswijze 66 Is woningbouw nodig op deze schaal, terwijl er in Leidsche Rijn 80.000 woningen worden bijgebouwd?
Reactie De behoefte aan nieuwe woningen in Utrecht is zeer groot. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 410.000 inwoners in 2030. Inmiddels blijkt uit de gemeentelijke bevolkingsprognose dat Utrecht nog harder groeit dan gedacht. In 2018 werd de 350.000ste inwoner verwelkomt en in 2025 verwacht de stad de 400.000ste. Dat is drie jaar eerder dan een jaar geleden (2019) nog werd verondersteld. De behoefte aan woningen komt bovenop de behoefte aan woningen in Leidsche Rijn. Deze zijn inmiddels voor een groot deel gerealiseerd. Om de bevolkingsgroei van Utrecht te faciliteren wil de gemeente Utrecht zoveel mogelijk woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. In de 'Woonvisie Utrecht in Balans' (vastgesteld 18 juli 2019) is aangegeven dat Utrecht streeft naar 'gezond stedelijk leven voor iedereen'. Een centraal punt is dat de woningmarkt voor alle groepen – starters, gezinnen, studenten, mensen met een laag of middeninkomen, doorstromers, ouderen én 48
Datum Rapport
juni 2021 Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek fase 2-6
hoge inkomens – (financieel) toegankelijk moet zijn. Dat is nu niet overal het geval. Doordat er meer vraag is dan aanbod, ontstaat schaarste en schaarste leidt tot het opdrijven van de prijzen. Vooral de middeninkomens zijn ondervertegenwoordigd in Utrecht. Dit kan het vergroten van verschillen in de hand werken. De stad groeit de komende periode door. Een focus op gezonde (binnenstedelijke) groei is daarom nodig om de schaarste terug te dringen. Bij het bouwen van nieuwe woningen (en voorzieningen) staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. Utrecht kiest dus nadrukkelijk voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Er wordt gestreefd naar goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. Voor iedereen is er ruimte in Utrecht om te wonen. De Utrechtse woningvoorraad bestaat uit ruim 150.000 woningen (2018). Om de groei van de stad op te vangen zijn er in Utrecht – gezien de behoefte ongeveer 60.000 extra woningen nodig. Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Zienswijze 26 Huizen buiten de stad bouwen is ook een optie.
Reactie Uit paragraaf 2.3.2.1. en 2.3.2.3 van de toelichting van het bestemmingsplan volgt dat het beleid van de gemeente Utrecht is gericht op binnenstedelijke verdichting. In de RSU zijn de contouren voor de ontwikkelopgaven van de economische ontwikkelingsgebieden, verdichtingsgebieden en aandachtsgebieden in beeld gebracht. Utrecht groeit en we willen die groei vooral faciliteren door inbreiding. Bouwen buiten de stad zoals in Rijnenburg Rijerscop waar een tijdelijk energielandschap is beoogd, is op korte termijn niet mogelijk. Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Zienswijze 127 1. Clausule bewoning door koper Is het mogelijk om bij de verkoop een clausule toe te voegen dat kopers ook daadwerkelijk gaan wonen in de gekochte woning. Zo hou je speculanten op afstand en creëer je een hechte wijk.
Reactie In situaties waar de gemeente grondeigenaar is passen wij sinds maart 2020 voor koopwoningen tot in de midden categorie (tot €307.400 (prijspeil 1-1-2019), gelijk aan de definitie van betaalbare koop in de woonvisie) een zelfbewoningsplicht toe bij de te realiseren nieuwbouwwoningen. Om speculatie te voorkomen passen we in combinatie met de zelfbewoningsplicht een antispeculatiebeding toe bij nieuwbouwprojecten waarin betaalbare koopwoningen geprogrammeerd staan. Beide bedingen gelden voor een periode van 5 jaar na ingebruikname. In het geval van de Cartesiusdriehoek is de positie anders, de gemeente is geen grondeigenaar. De NS is grondeigenaar. De onderhandelingen met de NS zijn al een tijd geleden gestart, ruim voordat het college heeft besloten zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding toe te passen. Hierdoor was er onvoldoende ruimte om dit punt nog verder uit te onderhandelen. Om die reden is er geen clausule toegevoegd dat kopers ook daadwerkelijk moeten gaan wonen in de gekochte woningen 2. Voorrang koop door sociale huurders Is het mogelijk om kopers die een sociale woning achter laten voorrang te verlenen bij de koop nieuwe woning?
Reactie
49/145
Voor koopwoningen bestaat er geen juridische mogelijkheid voor de gemeente om voorrang te geven aan kopers die een sociale huurwoning achterlaten. Voor huurwoningen geldt die mogelijkheid wel. Voor de middenhuurwoningen uit de eerste fase geldt er een voorrangsregel voor huurders die een sociale huurwoning achterlaten en voldoen aan de maximale inkomensgrens die is opgenomen in de regionale huisvestingsverordening Utrecht. Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
4.8 De voorzieningen in het gebied Zienswijze 236 Volgens indiener zijn er weinig supermarkten in de omgeving. Alleen een kleine supermarkt op de Amsterdamsestraatweg en de supermarkt in Lombok aan de Groene weg. Dus veel bewoners moeten door de Geraniumstraat naar de Amsterdamsestraatweg voor deze faciliteiten, terwijl die straat al overbelast is. Is hier onderzoek naar gedaan?
Reactie In het bestemmingsplan maken we mogelijk dat er in de Cartesiusdriehoek een supermarkt, een foodhal en mogelijk nog wat kleinere winkels worden gerealiseerd. Wij proberen op die manier ervoor te zorgen dat de toekomstige bewoners al hun boodschappen kunnen doen in het gebied zelf. In artikel 3.1 van de beleidsregels ‘Berekening autoverkeersbewegingen bij toepassing maatwerk’ is het bestaan van deze voorzieningen in de nieuwe wijk als randvoorwaarde opgenomen voor de toepassing van deze beleidsregels. Wanneer niet aan deze randvoorwaarden zal worden voldaan, dan betekent dit dat meer verkeersbewegingen moeten worden berekend. In het rekenmodel moet worden bepaald of sprake is van een centrum situatie. Wanneer uitgegaan moet worden van een situatie “schil centrum” door een slechtere bereikbaarheid of het ontbreken van voorzieningen dan betekent dit dat er gemiddeld per woning en per parkeerplaats meer ritten zullen plaatsvinden, dus dat bij hetzelfde maximum minder programma kan worden gebouwd. Daarnaast zullen mensen ook gebruik gaan maken van de winkels op de Amsterdamsestraatweg. De verwachting is dat dit vooral per fiets of te voet zal zijn, omdat de wijk autoluw wordt ingericht. De meeste huishoudens kunnen niet de beschikking hebben over een eigen auto binnen de Cartesiusdriehoek en de fiets- en voetverbindingen worden verbeterd door o.a.
het toevoegen van de onderdoorgang onder het spoor, in het verlengde van de Locomotiefstraat. Daardoor zullen de voorzieningen aan de Amsterdamsestraatweg vooral per fiets of te voet worden bezocht.
Conclusie Dit onderdeel leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
4.9 De belangen van de Sligro Zienswijze 119 Indiener exploiteert aan de Perronlaan 1 een groothandel in voedings en genotmiddelen. Indiener voorziet dat zijn bedrijfsvoering in het gedrang komt door de oprukkende woningbouw. Hij vreest dat parkeer- en verkeersoverlast wordt ervaren, waardoor het bedrijf van indiener minder goed bereikbaar zal zijn voor de klanten van de groothandel. Verder vreest hij dat de bedrijfsvoering wordt beperkt omdat ten gevolge van dit plan rekening moet worden gehouden met geluidsbelasting op de gevels van op zeer korte afstand te realiseren woningen. 50
Datum Rapport
juni 2021 Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek fase 2-6
Zienswijze ontwerpbestemmingsplan In de zienswijze zal indiener uiteenzetten dat zijn bedrijfsvoering op basis van het ontwerpbestemmingsplan lijkt te worden wegbestemd. Dat is volgens indiener onaanvaardbaar en lijkt ook niet te zijn beoogd. De wijziging van de bestemmingssystematiek heeft tot gevolg dat de gebruiksmogelijkheden op het perceel van indiener aanzienlijk afneemt. Dat heeft waardevermindering tot gevolg. Verder wijst indiener erop dat, in het voor het bestemmingsplan uitgevoerde akoestisch onderzoek van Peutz d.d. 22 maart 2019, geen rekening is gehouden met de huidige bedrijfsvoering van indiener, maar is uitgegaan van een verouderde situatie. Voor indiener is het een volstrekte "black box" of sprake zal zijn van een aanvaardbare verkeerssituatie en hoe zal worden geborgd dat dit ook zo blijft. Hoe is gekomen tot het maximaal aantal aanvullend toegestane verkeersbewegingen ten behoeve van de voorziene ontwikkelingen? Een overvolle verkeerssituatie heeft uiteraard ook gevolgen voor de bedrijfsvoering van indiener, aangezien hij afhankelijk is van een goede bereikbaarheid voor de klanten en leveranciers van de groothandel. Bovendien zullen maatregelen moeten worden getroffen om parkeeroverlast te voorkomen. Indiener geeft aan dat het niet zo kan zijn dat die maatregelen voor rekening indiener komt.
Voor het besluit om geen milieueffectrapportage op te stellen geldt volgens indiener dat dit besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid.
Reactie De verschillende onderdelen komen verderop in deze zienswijze nog concreter aan de orde. De beantwoording vindt bij dat concrete onderdeel plaats. Wij wijzen indiener erop dat voordat de Sligro zich vestigde op Perronlaan 1 er al plannen bekend waren voor woningbouw in de Cartesiusdriehoek. 1. Bedrijfsvoering niet als zodanig bestemd Het bedrijf van indiener is een groothandel in voedings- en genotsmiddelen. Volgens de eigen Kvkregistratie valt dit onder SBI-code 4639. Verder is van belang dat voor de bedrijfsvoering gebruik wordt gemaakt van vrachtwagens met koelinstallaties. Die wagens worden ter plaatse ook gestald. Dat is een activiteit die volgens de VNG-brochure kwalificeert als 3.2. Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Cartesiusweg e.o.' en bijbehorende 1e herziening is de bedrijfsvoering van indiener toegestaan. Bedrijvigheid is mogelijk tot en met categorie 3.2 voor zover opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Stallen van vrachtwagens met koelinstallaties en een groothandel in voedings- en genotsmiddelen zijn op basis van dat bestemmingsplan toegestaan. Met het ontwerpbestemmingsplan wijzigt de wijze van bestemmen. Bedrijven zijn toegestaan voor zover ze passen binnen de beoogde functiemenging. De bedrijven zijn via een 'Lijst van bedrijven functiemenging' onderverdeeld in categorieën A, Bl, B2 en C. Categorie C bevat bedrijven in categorie 3.1.
Verder geldt de beperking dat de bedrijven moeten zijn opgenomen in de 'Lijst van bedrijven functiemenging'. Groothandels zijn opgenomen, ook groothandels in enkele specifieke levensmiddelen, maar groothandel in levensmiddelen in algemene zin niet. De door indiener geregistreerde SBI-code 4639 wordt niet vermeld. Bij een heel strikte lezing is de bedrijfsvoering van Sligro wegbestemd. Dit geldt ook voor het stallen van vrachtwagens met koelinstallaties. Die bedrijvigheid is ook niet opgenomen in de lijst, maar wel een bestaand recht. Daarmee is het bedrijf als dit bestemmingsplan wordt vastgesteld alleen nog mogelijk op basis van het overgangsrecht. Dat is onwenselijk. Bovendien is dit in strijd met een goede ruimtelijk ordening, omdat er geen enkel zicht op is dat de bedrijfsvoering van indiener ook daadwerkelijk zal worden beëindigd.
Reactie De Cartesiusdriehoek wordt getransformeerd van een bedrijventerrein naar een stedelijk woonwijk. De bedrijvigheid moet zich verhouden tot de nieuwe omliggende functies. Het wordt een gemengd woongebied, daarom is ervoor gekozen in principe alleen bedrijven uit de functiemengingslijst toe te staan. Deze lijst bevat bedrijven die naar aard en invloed passend zijn in een dergelijke woonwijk. Hier staan ook groothandels op, alleen niet specifiek voor voedingsmiddelen. Het bestaande bedrijf valt dus inderdaad niet helemaal in categorie C van de functiemengingslijst.
51/145
Aangezien de ruimtelijke uitstraling van de gewenste groothandel in levensmiddelen niet afwijkt van de functies die in de functielijst al zijn opgenomen, wordt de aanduiding ‘groothandel’ toegevoegd. Hiermee is een groothandel in voedingsmiddelen en levensmiddelen (SBI 4632, 4633, 4638 en 4639) planologisch mogelijk gemaakt en positief bestemd. Ten aanzien van het stallen van vrachtwagens met een koelinstallatie merken we het volgende op. Op 12 februari 2020 heeft indiener een melding ingediend waarbij het onderzoek ‘Sligro locatie Utrecht’ van Sweco (projectnr. 370965) is gevoegd. Op pagina 7 van dit onderzoek is het volgende opgenomen: Per dag komen er 7 vrachtwagens voor het bezorgen of ophalen van goederen. Laden en lossen vindt plaats in het dock aan de zuidoostzijde. Het lossen duurt 30 à 45 minuten per vrachtwagen. Ook komt er één vrachtwagen voor het legen van de vuilcontainer die op het parkeerterrein van het personeel staat. De motor staat tijdens laden en lossen uit, evenals de eventuele motor van de koelinstallatie bij koelwagens. Voor elke vrachtwagen is aangenomen dat hij 2,5 minuten stationair draait. Er is geen sprake van het stallen van vrachtwagens met koelinstallaties zoals bedoeld onder SBIcode 5221.
Daarbij is het volgende van belang: de Sligro is geen transportbedrijf (dienstverlening tbv vervoer), ook niet als nevenfunctie bij de groothandel; de Sprinter van de Sligro is slechts een servicedienst en is daarmee onderdeel van de op het perceel als hoofdfunctie uitgeoefende groothandel; volgens de melding komen er alleen vrachtwagens voor laden en lossen, deze worden niet gestald (bovendien staat de motor ook voor de koelinstallatie tijdens laden en lossen uit); Uitgaande van de melding is hier sprake van een groothandel in voedings- en genotsmiddelen (waaronder groenten, fruit, vlees(waren) en zuivelproducten): categorie 3.1. In de zienswijze wordt ten onrechte gesteld dat hier mede sprake is van het stallen van vrachtwagens met koelinstallaties zoals bedoeld onder SBI-code 5221. Gelet op de aard van de inrichting (geen transportbedrijf) is er geen sprake van activiteiten in de categorie 3.2. Met de aanpassing van het bestemmingsplan zoals hierboven omschreven (zie ook paragraaf 2.3.1.1 ) is het bedrijf van indiener positief bestemd. 2. Wegbestemmen overige bedrijfsvoering in categorie 3.2 Op basis van het ontwerpbestemmingsplan zijn ter plaatse bedrijven tot en met categorie C toegestaan. De in categorie C opgenomen bedrijven zouden in de 'normale' categorie-indeling van de VNG-brochure zich maximaal in categorie 3.1 bevinden.
Op basis van het huidige bestemmingsplan is ter plaatse bedrijvigheid tot en met categorie 3.2 toegestaan. Over het algemeen geldt dat bedrijfskavels meer waard zijn naarmate er meer en hogere categorieën bedrijvigheid zijn toegestaan. Met dit ontwerpbestemmingsplan vervallen in ieder geval de gebruiksmogelijkheden voor bedrijven in categorie 3. 2. Indiener heeft bovendien de indruk dat hetgeen thans in categorie t/m C wordt toegestaan, niet alle bedrijven bevat die thans zijn toegestaan in categorie 1 t/m 3.1. Al met al moet dus worden gesteld dat de gebruiksmogelijkheden ook binnen de wel toegestane categorieën worden beperkt. Indiener ziet niet welk ruimtelijk belang daarmee wordt gediend. Bovendien wijst indiener de gemeenteraad er reeds op dat hiermee planschade ontstaat en dat die planschade moet worden vergoed.
Reactie Indiener wijst er terecht op dat in het geldende bestemmingsplan bedrijvigheid in de categorie 3.2 is toegestaan. Echter, volgens vaste rechtsspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State kunnen in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden
52
Datum Rapport
juni 2021 Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek fase 2-6
ontleend. 1 De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Van belang is echter wel dat dat de bestaande rechten van bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Hoewel in beginsel redelijke uitbreidingsmogelijkheden moet worden geboden aan bedrijven 2, betekent dit uitgangspunt niet dat in alle gevallen doorslaggevend gewicht moet worden toegekend aan het belang voor het betrokken bedrijf bij de mogelijkheid van uitbreiding. De gemeenteraad mag de effecten voor de woonomgeving betrekken bij de belangenafweging. 3 Ook blijkt uit de jurisprudentie dat het belang van de herontwikkeling van een gebied groter kan zijn dan het ongewijzigde behoud van de bedrijven op de huidige locatie. 4 Daarbij is van belang dat in Utrecht sprake is van een woningtekort zoals in paragraaf 2.1.3. van de toelichting uitgebreid is beschreven. De herontwikkelingslocatie Cartesiusdriehoek geeft invulling aan deze stedelijke ambitie. De behoefte aan herontwikkeling tot een voor Utrecht uniek gemengd hoogstedelijk woonmilieu is uitgewerkt in het Koersdocument Cartesiusdriehoek (maart, 2017). Uitvoering van de in het koersdocument voorgestelde gebiedsontwikkeling is gelet op de grote druk op de woningmarkt en de gunstige economische situatie noodzakelijk.
Het plangebied zal in de komende jaren van bedrijfslocatie transformeren naar een nieuw woonmilieu en geeft een gebied met een sterke eigen identiteit terug aan de stad. Het belang om hier woningen toe te voegen laten we daarom zwaarder wegen dan het belang van indiener om op deze locatie de bedrijfsbestemming in de categorie 3.2 te handhaven. Daarbij komt dat de Sligro, voor zover bekend, geen concrete plannen heeft ingediend om uit te breiden. Daarbij is in het akoestisch onderzoek rekening gehouden met 25% groei. Er is daarom geen noodzaak om een ruime bestemming te handhaven. Tenslotte staat het initiatiefnemer vrij om een verzoek om planschadevergoeding in te dienen. Het risico op planschade schatten wij overigens laag in. Daarnaast is een anterieure overeenkomst opgenomen dat eventuele planschade op initiatiefnemer wordt afgewenteld. Eventuele planschadeclaims komen dus voor rekening van de initiatiefnemer. 3. Representatieve bedrijfssituatie - akoestische gevolgen Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarin is nagegaan wat de geluidsniveaus voor de te voorziene woningen door het bedrijf van indiener zijn. Indiener stelt vast dat met dat onderzoek niet is uitgegaan van de huidige en representatieve bedrijfssituatie. Er is uitgegaan van een oude situatie.
Peutz is volgens haar onderzoek uitgegaan van het geluidonderzoek door Grontmij van 11 september 2014 en een veldbezoek d.d. 21 januari 2019. Indiener heeft op 12 februari 2020 - en derhalve voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan - echter een nieuwe melding gedaan. Bij die melding is ook het rapport van Sweco, d.d. 10 februari 2020 gevoegd. Dat onderzoek is hier bijgevoegd als bijlage 3. Een vergelijking van beide rapporten laat al snel zien dat de door Peutz beoordeelde bedrijfssituatie beperkter is dan hetgeen is gemeld. Zo gaat Peutz uit van 576 personenauto's en 1000 winkelwagenbewegingen per dag, terwijl in het rapport van Sweco 896 personenauto's en 1.600 winkelwagens zijn gemeld. Ook het aantal vrachtwagens wijkt af (5 ten opzichte van 8). Bovendien lijkt er verschil te zitten tussen de door Peutz en Grontmij gehanteerde bronvermogens van installaties. Volgens indiener is in het ontwerpbestemmingsplan niet uitgegaan van de volledige actuele bedrijfsvoering. Daarmee zijn de akoestische gevolgen reeds onderschat. Verder wordt erop gewezen dat het bestemmingsplan ook andere geluidsbelastende activiteiten toestaat. Bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de woningen had een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden moeten worden onderzocht Een dergelijk onderzoek heeft niet plaatsgevonden.
Al met al moet worden vastgesteld dat het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Het is niet gebleken dat voorliggende ontwikkelingen passen in een goede ruimtelijke ordening.
1 Zie bijv. ABRvS 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5654, r.o. 2.2.4 en ABRvS 15 april 2020,
ECLI:NL:RVS:2020:1075, r.o. 23.2.
2 ABRvS ABRvS 22 oktober 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AM2449, ABRvS
20 juli 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT9650 en ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4280 r.o. 7.2. 3 ABRvS 18 november 2015 ECLI:NL:RVS:2015:3506, r.o. 17.2. 4 ABRvS 12 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016, r.o. 22.2.
53/145
Reactie Indiener merkt terecht op dat de in het geluidonderzoek aangehouden bedrijfssituatie -zoals deze in februari 2019 tussen Sligro en Peutz besproken ten behoeve van het genoemd geluidonderzoekinmiddels niet meer volgens de meest recente inzichten is. Daarom heeft Peutz een oplegnotitie opgesteld waarbij de bedrijfsvoering zoals is aangegeven in de melding van 12 februari 2020 (AIMsessie A9och80b380) is beschouwd en ook rekening is gehouden met 25% extra groei (zie ook paragraaf 2.3.3.2 en 2.3.3.3 van dit vaststellingsrapport). Uit dit onderzoek volgt dat de rekenresultaten door de gewijzigde bedrijfsvoering enigszins afwijken van de rekenresultaten in het eerdere geluidonderzoek. Op hoofdlijnen zijn de resultaten echter wel vergelijkbaar. Het meest relevante verschil is dat in de gewijzigde situatie ook sprake is van laden en lossen in de avond- en nachtperiode, terwijl in de eerder gehanteerde bedrijfssituatie uitsluitend sprake was van laden en lossen in de dagperiode. De conclusie blijft dan ook dat de situatie zonder maatregelen niet inpasbaar is. Bij het opstellen van het bestemmingsplan Cartesiusdriehoek, fase 2-6 en de daarvoor uitgevoerde onderzoeken is het uitgangspunt dat de gemeente een maatwerkvoorschrift Activiteitenbesluit neemt voor de geluidsbelasting van het bedrijf van indiener.
Hiermee staat de gemeente toe dat het geluid van de groothandel max 55 dB(A) etmaalwaarde en maximaal 71dB(A) voor de dichtslaande portieren op de koopavonden bedraagt ter plaatste van de nieuwe woonbebouwing in de Cartesiusdriehoek. De gemeente is dus bereid dit maatwerkvoorschrift te nemen. Over de concrete oplossing hebben partijen overleg gevoerd. Op basis van de dit overleg is artikel 10.4 lid 3 aangepast en paragraaf 5.3 Bedrijven en milieuzonering van het bestemmingsplan aangepast (zie ook de beantwoording van onderdeel 4 van deze zienswijze). Naar aanleiding van dit onderdeel is de oplegnotitie geluid van het deskundigenbureau Peutz toegevoegd in de bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan (zie paragraaf 2.3.3.2 en 2.3.3.3) en is artikel 10.4 lid 3 aangepast (zie paragraaf 2.3.1.4 ). 4. Bestemming wonen in strijd met goede ruimtelijke ordening De op het aan indiener grenzende perceel toegekende bestemming ' wonen' is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Een goed woon- en leefklimaat is niet geborgd. Dat geldt ook ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - geen geluidgevoelige functie'. Niet alleen is de zone waar deze aanduiding geldt te klein, de afwijkingsregeling (artikel 10.4 lid 3) is te ruim en gaat ten onrechte niet uit van bij de woningen te treffen maatregelen zoals dove gevels.
Tot slot is in artikel 10.3.1 lid 7 ten onrechte naar de aanduiding 'geen gevoelige functies' verwezen, een aanduiding die niet bestaat.
Reactie Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven enerzijds en milieugevoelige functies zoals wonen anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Onderstaande afbeelding geeft de contouren van de richtafstanden van de verschillende milieucategorieën weer. Er is sprake van een gemengd gebied, gezien de centrumstedelijke ligging en de nabijheid van drukke wegen en spoorwegen. Zoals eerder is opgemerkt is de groothandel een categorie 3.1 bedrijf. Dit betekent dat de beperkte richtafstand van 30 meter (zie rode contour) moet worden aangehouden.
54
Datum Rapport
juni 2021 Vaststellingsrapport Cartesiusdriehoek fase 2-6
In het ontwerpbestemmingsplan is de zone waar geen geluidsgevoelige functies zijn toegestaan inderdaad te klein opgenomen. Daarom is ervoor gekozen om binnen een zone van 30 meter vanaf de perceelsgrens van het bedrijf van indiener niet direct woningen toe te staan, maar uitsluitend via een binnenplanse afwijking. De verbeelding is hierop aangepast. Het uitgangspunt is dat de gemeente een maatwerkvoorschrift neemt voor geluidsbelasting van de Sligro tot 55 dB(A) etmaalwaarde en maximaal 71dB(A) voor de dichtslaande portieren op de koopavonden ter plaatse van de nieuwe woonbebouwing in de Cartesiusdriehoek. Omdat zonder maatregelen deze geluidwaarde niet gehaald wordt, is in dit bestemmingsplan geregeld dat in een zone van 30 meter direct langs de Sligro geen geluidgevoelige bestemming kan worden gerealiseerd. Pas als is aangetoond dat voldaan wordt aan maximale geluidwaarden op de gevels, zijn geluidgevoelige functies mogelijk. Dit is dus geregeld via een binnenplanse afwijking. Daarnaast moeten op het moment dat gebruik wordt gemaakt van de binnenplanse afwijking ook de maatwerkvoorschriften zijn verleend. Aan deze zijde is onder andere een parkeergarage gepland. Op basis van het uiteindelijke ontwerp voor de woningen zal te zijner tijd bekeken worden welke exacte maatregelen aan de installaties en / of laad- en loslocatie nodig zijn.
Over mogelijke maatregelen aan de installaties en de laad-en loslocatie heeft al overleg met de Sligro plaatsgevonden. Indiener heeft ook terecht opgemerkt dat de benaming van de aanduiding in de regels niet correct is. De specifieke benaming van de aanduiding in artikel 10.3.1 lid 7 wordt daarom gewijzigd naar ‘specifieke vorm van wonen uitgesloten - geen geluidgevoelige functie’. Met het opnemen van de afwijkingsbevoegdheid zoals weergegeven in artikel 10.4 lid 3 achten wij de bouw van de desbetreffende woningen ter plaatse van de aanduiding in beginsel planologisch aanvaardbaar. 5 Zie voor de aanpassingen op grond van dit onderdeel van de zienswijze paraaf 2.3.1.2, 2.3.1.3, 2.3.1.4 en 2.3.3.1. 5. Verkeerssituatie De gemeenteraad heeft als voorwaarde voor de ontwikkelingen in de Cartesiusdriehoek vastgesteld dat de extra motorvoertuigen van/naar het Cartesiusgebied op het drukste moment van de dag wordt gemaximeerd op 370 motorvoertuigen per uur. Indiener is als commercieel bedrijf uiteraard ook gebaat bij een gezonde verkeerssituatie. Verslechterde bereikbaarheid betekent het verlies van klanten. Indiener stelt vast dat zijn bedrijfsvoering niet wordt beperkt door het in de planregels opgenomen maximum aan verkeersbewegingen. Dat neemt niet weg dat hun bedrijfsvoering kan worden geschaad door de te ontstane verkeerssituatie. In de artt.
4.2.4, 4.5, 5.2.4, 5.5, 10.2.5 en 5 Vergelijk ABRvS 6 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ3386, r.o. 3.2
55/145
10.5 is geborgd dat het aantal verkeersbewegingen het aantal van 347 motorvoertuigen per uur op de Cartesiusweg op het drukste moment van de dag niet overschrijdt. De 23 overblijvende verkeersbewegingen zijn toegekend aan de 1e fase van dit plan. Het aantal verkeersbewegingen wordt berekend aan de hand van de 'Beleidsregels Verkeersbewegingen maatwerk 2020'. Die beleidsregels zijn geen onderdeel van de ter inzage gelegde stukken en ook anderszins heeft indiener nog altijd geen inzage gekregen in die beleidsregels, terwijl hier in de zienswijze tegen de 1e fase al om is gevraagd. Bestaat deze beleidsregel wel? Bij het verkeersonderzoek zijn weliswaar berekeningen gemaakt van de te verwachten verkeersgeneratie, maar zonder concrete en openbare beleidsregels blijft het voor indiener een 'black box' of een aanvaarbare verkeerssituatie ook daadwerkelijk is geborgd in de planregels. Dit biedt hem onvoldoende rechtszekerheid. Bovendien staat daarmee niet vast dat ter plaatse sprake zal zijn van een ruimtelijk aanvaardbare verkeerssituatie. Onzeker is bovendien wat de invloed is van de plannen met betrekking tot de Stadsboulevard. Wanneer niet al een samenhangende ontwikkeling en planologische regeling is vereist, zal toch tenminste moeten worden beschreven wat de invloed van deze plannen op de onderhavige gebiedsontwikkeling kan zijn.
Reactie Het is juist dat de “Beleidsregels autoverkeersbewegingen bij toepassen maatwerk” geen deel uitmaken van de terinzage liggende stukken. Deze beleidsregels maken namelijk geen deel uit van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is een zogenaamde dynamische verwijzing opgenomen in artikel 4.2.4 lid 2 en 3, artikel 5.2.4 lid 2 en artikel 10.2.5 lid 2 en 3 van de planregels. Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening is het mogelijk om een dynamische verwijzing op te nemen in het bestemmingsplan. 6 Beleidsregels hoeven ook niet ter inzage worden gelegd. Althans er geldt geen wettelijke verplichting hiertoe. Daarnaast is van belang dat het college bevoegd is om deze beleidsregels vast te stellen en te wijzigen. Op 8 september 2020 heeft het college de beleidsregels vastgesteld en op 16 september zijn de beleidsregels ook gepubliceerd. Vanaf die datum zijn de beleidsregels raadpleegbaar. 7 Op deze dag (de dag van inwerkingtreding) zijn de beleidsregels aan indiener toegezonden. Deze beleidsregels hebben overigens een bredere werking dan alleen voor de bestemmingsplannen van de Cartesiusdriehoek. Ook in andere gebieden waarvoor een maximaal aantal verkeersbewegingen is vastgesteld kunnen ze van toepassing worden verklaard.