Vaststellingsrapport bestemmingsplan Jagerskade 21 dec 2021.pdf
Tekst van het document
In opdracht van de Provincie Utrecht is een advocaat geraadpleegd (tevens hoogleraar aan de universiteit van Utrecht) om vast te stellen welke geurnorm van toepassing zou zijn. Het Hoogheemraadschap (HDSR) die eigenaar is van de RWZI is hiervan per brief van 13 april 2021 op de hoogte gesteld (kenmerk 8222EFF55). De conclusie: Uitsluitend moet worden uitgegaan van de 0,5 odour unit (OU) voor de RWZI’. De Provincie rekent en vertrouwt erop dat de RWZI zal gaan voldoen aan de gestelde geurnorm. MGZ stelt dat de omgevingsvergunning Z-HZ_WABO-2016-4461 achterhaald is en ten minste op het punt geur moet worden aangepast om interpretatie van de geurnorm te voorkomen. Ook vermeldt de vergunning ten onrechte dat BBT wordt toegepast. Dat interpretatie van de geurnorm een feit is blijkt uit het tweede Olfasense rapport waarin wordt gesproken over ‘de door HDSR vastgestelde contractuele contouren’. Ook laten metingen door Olfasense (2019 en 2020) alleen de contractuele contouren zien. Er wordt gesteld dat “1.5 OU een geldig toetsingskader is”. Dat dat onjuist is had de vergunningverlener zelf kunnen
36
Datum Rapport
oktober 2015 Vaststellingsrapport
vaststellen. Immers de gehele installatie werd herzien. Van overgangsrecht kon onmogelijk sprake zijn. •
• •
Metingen door Olfasense (2019 en 2020) laten indirect zien dat de 0.5 OU contour buiten het terrein van RWZI Overvecht ligt, zoals al bleek in HEIJ19E. Olfasense rapport HEIJ19D (sept 2019) 'geurmetingen 5, 8 en 9 juli 2019' conclusie: “binnen de contour van 1,5 OU zijn geen geurgevoelige objecten gelegen.” Olfasense rapport HEIJ20E (juli 2020) 'geurmetingen aan Lavafilters 15 juli 2020' conclusie: “er zijn binnen de contour van 1,54 en 3,54 OU geen woningen gelegen” In alle Olfasense rapporten wordt conform NTA9065 een factor 2 toegepast. Voor de duidelijkheid: in het voordeel van het bedrijf/de RWZI. Het zou een kleine moeite moeten zijn voor Olfasense om de meetresultaten uit 2019 en 2020 te plotten tegen de 0,5 OU contour. MGZ juicht het initiatief van de Provincie toe (zie eerdere verwijzing naar brief d.d. 28sept-2921) om de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) te betrekken. ODRA zou alle Olfasense rapporten moeten nalezen op professionaliteit en vakmanschap. Een werkelijk onafhankelijk bureau zou geurmetingen moeten uitvoeren maar niet in opdracht van het HDSR en bij voorkeur niet in de winter maar in een geurgevoelige periode. Dat het LBP Sight rapport bij de aanvraag voor de Jagerskade verwijst naar achterhaalde Olfasense rapporten en een achterhaalde RWZI vergunning, zo is hierboven vast komen te staan.
Het blijkt dat RWZI Overvecht niet voldoet aan de 0,5 OU waarvan wellicht had mogen worden uitgegaan door de initiatiefnemer. Wat het LBP Sight rapport wel laat zien, is dat er zeven scenario’s bestaan (o.a. i.v.m. HDSR uitbreidingen over 10 à 40 jaar) die zeker niet allemaal gunstig zijn voor de directe omgeving. Niets van die scenario’s is benoemd in de concept vergunning, noch wordt voorkomen dat HDSR dergelijke plannen doorzet. Ook om die reden is met deze aanvraag geen nieuwe woningbouw mogelijk aan de Jagerskade.
Reactie gemeente Op het moment van het opstellen van het bestemmingsplan werd de rioolwaterzuivering vernieuwd. De gegevens waarvan gebruik werd gemaakt waren op dat moment de meest actuele gegevens. Inmiddels heeft de provincie Utrecht ons kenbaar gemaakt de strenge norm van 0,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel (hierna: 0,5 OUe/m3) te hanteren en is er ten behoeve van de nieuwe omgevingsvergunning voor de RWZI een nieuw onderzoek gedaan naar de vernieuwde installatie (zie bijlage Geuronderzoek RWZI Utrecht HDSR21C3, oktober 2021 Olfasense B.V.). Hieruit blijkt dat de nieuwe installatie voldoet aan de hierboven genoemde norm 0,5 OUe/m3 en dat de woningen in het plangebied buiten de geurcontour van de RWZI liggen. Daarnaast wordt door de gemeente Utrecht en de provincie Utrecht met HDSR gesproken over aanvullende bovenwettelijke maatregelen om eventuele overlast van de RWZI voor alle omwonenden tot een minimum te beperken.
37
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
5 Bijlagen bij vaststellingsrapport •
Bijlage 1 Toets ontsluiting, Second opinion verkeersveiligheid Goudappel; kenmerk 010726.N1.02
•
Bijlage 2 Brief van de provincie: Geurnormering RWZI Utrecht/Overvecht 13 april 2021
•
Bijlage 3 Geuronderzoek RWZI Utrecht HDSR21C3, oktober 2021Olfasense B.V.
38
Datum Rapport
oktober 2015 Vaststellingsrapport
Bijlage 1 Toets ontsluiting, Second opinion verkeersveiligheid Goudappel; kenmerk 010726.N1.02
Opdrachtgever
Gemeente Utrecht
Datum
7 december 2021
Auteur Kenmerk
010726.N1.03
Kenmerk opdrachtgever
5800105963/1
Status
Definitief
Pagina
1/11
Ontsluiting bestemmingsplan Jagerskade 1.
Inleiding
Voor de ontwikkeling Jagerskade is het ontwerp bestemmingsplan in procedure. Het ontwerp bestemmingsplan beschrijft drie varianten voor de ontsluiting. In de voorkeursvariant (variant 3) wordt het plangebied ontsloten via een bestaande uitrit aan de Loevenhoutsedijk, ter hoogte van nummer 335. De gemeente heeft Goudappel gevraagd een ‘second opinion’ uit te voeren op deze ontsluiting, waarbij vooral de verkeersveiligheid het aandachtspunt is.
2.
Het plan
Het plan Jagerskade bestaat uit drie appartementen blokken met in totaal 67 levensloopbestendige woningen voorzien van een parkeergarage. Verder is in het plan ruimte voor horeca in het Vechthuis en kantoorruimte in de voormalige kolfbaan. Buurthuis Stella Maris blijft op de huidige locatie aanwezig. De parkeerplaatsen voor de woningen en het kantoor zijn voor autoverkeer bereikbaar vanaf de Loevenhoutsedijk, de horeca is bereikbaar via de Jagerskade. Op termijn wordt gestreefd naar een ontsluiting via het RWZI-terrein. Door de auto-ontsluiting primair via de Loevenhoutsedijk te laten verlopen, wordt autoverkeer op de Jagerskade, aangemerkt als doorgaande fietsroute, zo veel mogelijk voorkomen.
3.
Schouw
Op 4 november 2021 hebben we in de ochtendspits vanaf 8:15 tot na 9:00u een schouw uitgevoerd ter plaatse. Bij de schouw was ook de wijkverkeersadviseur aanwezig. Het was koud en vochtig (zo nu en dan motregen).
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland
Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
Nederland
Nederland
www.goudappel.nl
IBAN NL09 INGB 0001 2746 32
3801 7479
Figuur 1: De inrit vanaf de Loevenhoutsedijk
Het verkeersbeeld en de afwikkeling is geobserveerd en er zijn foto’s gemaakt. We hebben geen telling uitgevoerd of metingen verricht. Zowel vanaf de Roode Brug als vanaf de Brailledreef is er geen continue stroom autoverkeer, het verkeer telkens in ‘groepjes’ aan, daarna is het weer even rustig. Auto’s (en fietsers) uit de uitrit moesten telkens even wachten op een voldoende lange onderbreking in het autoverkeer. We hebben niet gezien dat er lang gewacht moet worden. Gevaarlijke situaties traden niet op. Naar rechts is het uitzicht beperkt door de bocht in de Loevenhoutsedijk en door de fietsen in het fietsenrek. Naar links wordt het uitzicht beperkt door de geparkeerde auto's.
2
Figuur 2: Uitzicht naar rechts vanuit de uitrit
Figuur 3: Uitzicht naar links vanuit de uitrit
Voor de schouw en na afloop hebben we ook de aansluiting van de Jagerskade op de Loevenhoutsedijk bekeken. Gezien de functie van de Jagerskade als loop- en fietsroute is (extra) autoverkeer hier niet wenselijk, ook niet gezien de beperkte wegbreedte.
3
Figuur 4: Aansluiting van de Jagerskade direct bij de Roode Brug De aansluiting van de Jagerskade direct naast de slagboom van de Roodebrug beoordelen we als problematisch. Voor fietsers van en naar de Jagerskade is het gunstig dat auto’s voor de Roode Brug vaak stil staan om te wachten op tegemoetkomend verkeer. Fietsers gebruiken die momenten om over te steken tussen de stilstaande auto’s door. Voor autoverkeer pakt dit anders uit. We verwachten dat auto’s die afslaan naar de Jagerskade leiden tot verstoring van de toch al moeizame verkeersafwikkeling op deze plek. Vertrekkende auto’s vanaf de Jagerskade zullen in de drukke spitsen op enig moment voorrang nemen en daarbij de doorgaande fietsers richting de Roode Brug blokkeren. Dit is onwenselijk.
4.
Toets uitrit Loevenhoutsedijk
4.1
Inleiding
De uitrit biedt in de huidige situatie toegang tot circa 70 parkeerplaatsen achter de woningen aan de Loevenhoutsedijk. Met het plan komen daar nog 56 parkeerplaatsen bij. De uitrit vanaf het parkeerterrein is 5,5 m breed, voldoende voor twee (grote) personenauto’s om elkaar te passeren. Daarmee is de uitrit breed genoeg voor de ontsluiting van deze parkeerplaatsen. De Loevenhoutsedijk is een asfaltweg met fietsstroken en een maximumsnelheid van 50 km/uur. De uitrit ligt bij een bocht in de Loevenhoutsedijk, voor voetgangers is er in die bocht een oversteek met middeneiland aanwezig.
4
De huidige uitrit wordt door het plan niet gewijzigd, ook de verkeerssituatie op de Loevenhoutsedijk blijft ongewijzigd. Voor de huidige gebruikers van de uitrit ontstaat door de nieuwe ontwikkeling geen andere situatie.
4.2
Uitzicht
Door de bocht en de vooruitgeschoven balkons op de begane grond valt de uitrit niet op in het wegbeeld voor automobilisten vanaf de Roode Brug, pas als men dichterbij is wordt het witte kruis op de weg zichtbaar. Door de bocht en het middeneiland verwachten we dat de snelheid van het autoverkeer vanaf de Roode Brug wat lager ligt dan 50 km/uur.
Figuur 5: De oversteek met middeneilandje, gezien komend vanaf de Roode Brug (foto Cyclomedia) Vanaf de Brailledreef ligt de uitrit voor de bocht. Daarmee is het zicht op de uitrit beter, ook het witte kruis op de weg is vanuit deze richting beter zichtbaar. Het zicht op een auto die de uitrit uit rijdt wordt beperkt door de geparkeerde auto’s langs de Loevenhoutsedijk.
5
Figuur 6: Zicht op de uitrit vanaf de Brailledreef De bebouwing staat direct langs de uitrit. Door de vooruitstekende balkons van de woningen direct naast de uitrit moet een vertrekkende automobilist doorrijden tot de rand van het trottoir om goed uitzicht te krijgen op het verkeer van rechts. Bij het toetsen van de uitrit gaan wij er van uit dat verkeer vanaf de parkeerplaatsen stil staat voordat de Loevenhoutsedijk wordt opgereden.
Figuur 7: Beperkt zicht naar rechts door de verder doorlopende bebouwing (foto Cyclomedia)
6
Om bij het wegrijden te kunnen beoordelen of het mogelijk is om op te rijden zonder dat het verkeer op de Loevenhoutsedijk moet afremmen, is bij een snelheid van 50 km/uur een zichtlengte van 75m nodig (ASVV 2021, §10.1.4, zie de figuur in bijlage 1 in deze notitie). Dit noemen we het oprijzicht. Naar links is dat uitzicht in beginsel aanwezig, zij het dat geparkeerde auto’s het zicht deels kunnen belemmeren. Naar rechts is dat zicht niet over de hele lengte aanwezig, door de bocht in de weg en de dicht op de weg staande bebouwing is het zicht ruim 50m. Iemand die uit de uitrit naar links afslaat kan daarbij een snelle auto vanaf de Roode Brug dwingen om iets af te remmen. Dat is binnen de bebouwde kom niet ongebruikelijk en ook niet onveilig. Het CROW stelt in de ASVV in dezelfde paragraaf dat binnen de bebouwde kom de theoretisch benodigde zichtafstand vaak niet praktijk te realiseren is. Het is volgens de ASVV zelfs de vraag of dat wenselijk is: goed uitzicht kan leiden tot hogere snelheden. Wat uit oogpunt van de verkeersveiligheid is het belangrijk dat auto’s vanaf de Roode Brug op tijd kunnen zien dat er een auto vanuit de uitrit de weg op draait, zodat ze daar op kunnen anticiperen. Dit noemen we het stopzicht. Uitgaande van een snelheid van 50 km/uur is 45m stopzicht nodig om in geval van nood veilig te kunnen stoppen (zie de figuur in bijlage 1).
Dat stopzicht is aanwezig.
Figuur 8: zichtlijnen 45m lang, figuur uit de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan
7
De conclusie is dat het uitzicht vanuit de uitrit enigszins wordt beperkt door geparkeerde auto’s en een fietsenrek, maar dat het uitzicht wel zodanig is dat er geen gevaarlijke situatie aanwezig is.
4.3
Verkeersintensiteit
De Loevenhoutsedijk is een drukke weg, voor 2030 wordt een intensiteit van circa 10.500 voertuigen per etmaal verwacht. In het drukste uur mag ongeveer 10% van deze intensiteit worden verwacht, ongeveer 1000 auto’s in beide richtingen samen. Daarmee is de weg druk, maar niet zo druk dat er structureel lange wachttijden ontstaan voor het verkeer vanuit de uitrit. Bij de Roode Brug moet het autoverkeer wachten om tegemoetkomend verkeer voorrang te verlenen. Daardoor wordt de verkeersstroom uit die richting regelmatig onderbroken. Het verkeer vanaf de Brailledreef is geregeld met verkeerslichten. Daardoor wordt ook uit die richting de verkeersstroom regelmatig onderbroken.
Figuur 9: Auto’s moeten op elkaar wachten bij de Rode Brug. Overstekende fietsers op de fietsroute langs de Jagerskade
8
5.
Maatregelen ter verbetering
In het ontwerp bestemmingsplan is opgenomen dat de parkeerplaats direct ten noorden van de inrit zal vervallen om zo een beter uitzicht te creëren. Dat zorgt voor een beter zicht op het verkeer dicht bij de uitrit en het uitrijdende verkeer. Bovendien krijgt het uitrijdende verkeer beter zicht op fietsers. Dit is een maatregel die leidt tot een duidelijke verbetering. Voor het zicht richting de Rode Brug belemmeren de fietsen in het fietsenrek het zicht enigszins. Dit kan worden verbeterd door de huidige hoog-laag-klemmen te vervangen door een rek waarbij de fietsen op één hoogte staan, bijvoorbeeld fiets nietjes. Vanuit een auto is er dan beter zicht op het autoverkeer op de Loevenhoutsedijk. Alternatief is het verplaatsen van het rek. Voor het onderlinge zicht op het verkeer dat vanaf de Roode Brug komt, is het wenselijk de snelheid vanuit deze richting te beperken (zie bijlage 2). Automobilisten vanuit de inrit kunnen dan beter beoordelen of ze op kunnen rijden zonder dat verkeer vanaf de Roode Brug moet afremmen. De bocht in de Loevenhoutsedijk met het middeneiland zorgt al voor een snelheidsbeperking. Dit kan worden versterkt door de voetgangersoversteek bij de Anthoniedijk op een verkeersdrempel te leggen. In verband met de bus op de Loevenhoutsedijk moet dit een busvriendelijke drempel zijn, een drempel met beperkte hoogte en aangepaste hellingen.
Alternatief is een ‘kussen-drempel’ direct ten noorden van de oversteek, naast de witte markering. Of een drempel op deze locatie een goed idee is, moet worden afgestemd met de busmaatschappij en natuurlijk ook met de omwonenden.
9
Bijlage 1: Uitzichtdriehoeken (ASVV 10.1.4)
Figuur 10.1/12. Uitzichtdriehoeken met omcirkeld de voor de Loevenhoutsedijk belangrijke maten
10
Bijlage 2: oprijzicht uitgaande van 30 km/uur op de Loevenhoutsedijk
11
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Bijlage 2 Brief van de provincie: Geurnormering RWZI Utrecht/Overvecht 13 april 2021
PROVINCIE:: UTRECHT
Aan: Aan het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden In afschrift aan: B&W van de gemeente Utrecht RUD Utrecht
DATU M NUMMER UW BRIEF VAN UW NUMMER BIJLA GE
13-4-2021 8222EFF55 Uw brief van Uw nummer n.v.t.
Stedelijke Leefomgeving
DOMEIN REFERENTIE DOORKIESNUMMER E-MAILA DRES ONDER WER P
@provincie-utrecht.nl Geurnormering RWZI Utrecht/ Overvecht
Geacht college van Dijkgraaf en Hoogheemraden,
In het verlengde van het Bestuurlijk overleg met u en de gemeente Utrecht over de stankproblematiek bij de RWZI Utrecht/ Overvecht van 11 januari 2021 is in het (ambtelijke) Technisch beraad van 25 februari 2021 door HDSR de normering van geuremissie aan de orde gesteld. In dit Technisch beraad is overeengekomen dat wij schriftelijk duidelijkheid verschaffen over de geldende geurnorm. Deze brief is de invulling van deze afspraak. Geurnorm RWZI Utrecht In de Bestuurlijke overleggen van 9 september 2020 en 11 januari 2021 is het onderwerp geurnorm benoemd. Om de juridische status van de norm duidelijk te krijgen is door ons advies ingewonnen bij advocatenkantoor Pels Rijcken, advocaat is onder andere deskundig op het gebied van privaat- en bestuursrechtelijke vraagstukken in het milieuveld. Naast zijn advocatenpraktijk is de heer Brans bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Aan Pels Rijcken is de vraag voorgelegd welke geurnorm van toepassing is op de RWZI Utrecht / Overvecht. Door Pels Rijcken is diepgravend onderzoek uitgevoerd naar de juridische situatie van de norm. Ten behoeve van dit onderzoek is door HDSR historische informatie over de vergunning en diverse geuronderzoeken overgelegd.
Deze informatie is van belang om het Besluit omgevingsvergunning van 14 april 2017 (waarin voor de RWZI Utrecht I Overvecht de norm van 1,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel als aanvaardbaar is opgenomen) te wegen naast de direct werkende regels voor geur afkomstig van rioolwaterzuiveringsinrichtingen zoals benoemd in het Activiteitenbesluit. Pels Rijcken beredeneert de casus RWZI Utrecht/ Overvecht als volgt: "Voor de vraag welke geurnorm van toepassing is, is artikel 3.5b Activiteitenbesluit van doorslaggevend belang. Uitgangspunt is de norm van 0,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel (hierna: odour unit).1 Alleen omdat deze RWZI is opgericht vóór het jaar 1996 valt de RWZI in beginsel onder het overgangsrecht. 2 Dat betekent dat de minder strenge norm van 1,5 odour unit zou kunnen gelden. 3 Artikel 3.Sb, eerste lid, Activiteitenbesluit. Artikel 3.Sb, vierde lid, Activiteitenbesluit; Rb. Gelderland 13 maart 2019, ECLl:NL:RBGEL:2019:1071, 9.5. Artikel 3.Sb, vijfde lid, Activiteitenbesluit.
College van Gedeputeerde Staten Archîmedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-2589111
PROVINCIE-UTRECHT.NL
17766
PROVINCIE:: UTRECHT
Dit minder strenge regime komt echter te vervallen als "veranderingen" plaatsvinden aan de RWZl.4 En dat is hier gebeurd. Het staat onomstotelijk vast dat de RWZI recent een volledige metamorfose is ondergaan (nieuwe installatie, nieuwe techniek en een nieuwe omgevingsvergunning). Door deze verandering is het overgangsrecht komen te vervallen en geldt de - reguliere - norm van 0,5 odour unit. De enige uitweg om - ondanks de verandering - toch te kunnen blijven vallen onder het overgangsrecht, is door aan te tonen dat de geurbelasting niet is verslechterd als gevolg van de verandering, maar slechts op voorwaarde dat is voldaan aan de norm van 0,5 odour unit. 5 Met andere woorden: verslechteren mag, maar louter binnen de marge van 0,00 tot maximaal 0,50 odour unit. In de rapporten die wij hebben gezien - ook die ons recent zijn toegezonden -, hebben wij geen overtuigend bewijs gevonden voor het oordeel dat de geurbelasting - ondanks de veranderingen - in de afgelopen jaren weliswaar is achteruitgaan, maar binnen de marge. Derhalve concluderen wij dat moet worden uitgegaan van de norm van 0,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel voor de RWZI." Conclusie en vervolg Op grond van bovenstaande hanteren wij voor het toetsen van de RWZI Utrecht/ Overvecht aan de geurnorm: 0,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel.
Wij rekenen en vertrouwen erop dat uw college alle mogelijke maatregelen treft die stankoverlast voor omwonenden van de RWZI Utrecht/ Overvecht voorkomen en dat u voldoet aan de gestelde geurnorm. Vanuit onze bevoegde gezag rol zullen wij op naleving van de geurnorm toezien en met u in contact blijven.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht,
(
'-----------
Artikel 3.Sb, achtste lid, Activiteitenbesluit. Artikel 3.Sb, achtste lid, Activiteitenbesluit.
2 PROVINCIE-UTRECHT.NL
17766
Datum Rapport
oktober 2015 Vaststellingsrapport
Bijlage 3 Geuronderzoek RWZI Utrecht HDSR21C3, oktober
Geuronderzoek rwzi Utrecht
HDSR21C3, oktober 2021 Olfasense B.V.
titel: rapportnummer: vervangt rapport: projectcode: opdrachtgever:
Geuronderzoek rwzi Utrecht HDSR21C3 HDSR21C2 HDSR21C Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Postbus 550 3990 GJ HOUTEN
contactpersoon: opdrachtnemer:
Olfasense B.V. Zekeringstraat 48 1014 BT Amsterdam Nederland
auteur(s): goedgekeurd:
voor Olfasense B.V. door
directeur datum:
18 oktober 2021
copyright:
© 2021, Olfasense B.V.
disclaimer:
Dit rapport mag niet worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Olfasense B.V. of haar opdrachtgever. Olfasense B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Olfasense B.V. geleverde document.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 2 van 160
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
3
1
Inleiding
5
2
Uitvoering van het meetonderzoek
6
2.1 Beschrijving van de bronnen
6
2.2 Overzicht van de uitgevoerde metingen
7
2.3 Uitvoering van de metingen 2.3.1 Kwaliteit 2.3.2 Geuremissiemetingen
8 8 8
3
4
5
2.4 Bedrijfsomstandigheden
10
Meetresultaten
11
3.1 Eerste meetperiode
11
3.2 Tweede meetperiode
12
3.3 Derde meetperiode
13
3.4 Overzicht van de meetresultaten
14
3.5 Bespreking van de resultaten 3.5.1 Lavafilters influentbuffer 3.5.2 Actief koolfilter na lavafilter 1,2,5 en 6 3.5.3 Actief koolfilter na lavafilter 3,4,7 en 8 3.5.4 Microgaswassers 1 en 2 3.5.5 Actief koolfilter ‘P’ slibverlading
14 14 14 14 15 15
Geuremissie van de rwzi Utrecht
16
4.1 Geuremissie volgens geurrapport bij aanvraag vigerende vergunning
16
4.2 Geuremissie volgens milieuneutrale wijziging
17
4.3 Feitelijke geuremissie volgens meetonderzoek zomer 2021 4.3.1 Wijzigingen in de situatie op de rwzi 4.3.2 Overzicht van de geuremissie
18 18 18
De geurbelasting van de omgeving
19
5.1 Verspreidingsmodel
19
5.2 Invoergegevens
19
5.3 Toetsingskader voor rwzi Utrecht
20
5.4 Resultaat van de verspreidingsberekening
21
5.5 Bespreking van de resultaten
21
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 3 van 160
6
Samenvatting en conclusie
23
Bijlagen
25
Bijlage A
Certificaat geuranalyses
26
Bijlage B
Monsternamecertificaten geurmetingen
33
Bijlage C
Weersomstandigheden op de meetdagen
136
Bijlage D Meetplan rwzi Utrecht 6.1.1 Geurbemonsteringen 6.1.2 Afgaskarakteristieken 6.1.3 Geuranalyses 6.1.4 Diversen aangaande de uitvoering van metingen
139 142 142 142 142
Bijlage E
Bedrijfsomstandigheden tijdens de meetdagen
145
Bijlage F
Brongegevens verspreidingsberekening
146
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 4 van 160
1 Inleiding In opdracht van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd voor de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi) gelegen in de Utrechtse wijk Overvecht. Het onderzoek is bedoeld ter toetsing van het geurmodel, dat er bij de aanvraag van de vigerende vergunning voor de nieuwbouw van de rwzi Utrecht werd opgesteld. Daarnaast zullen de in het onderzoek verkregen gegevens worden gebruikt bij de vergunningaanvraag voor de definitieve situatie. De uiteindelijke situatie verschilt van de situatie medio 2021 doordat de geurbehandeling bij de slibverwerking dan zijn definitieve vorm zal h ebben gekregen en er een nieuwe geurbehandeling bij de fijnroosters zal zijn geplaatst op iets grotere afstand tot de woonbebouwing in Ondiep vergeleken met de huidige situatie. Voorafgaand aan de uitvoering van het onderzoek werd een meetplan 1 opgesteld, dat werd besproken met de Omgevingsdienst Utrecht. Nadat goedkeuring werd verkregen werd er overgegaan tot uitvoering ervan. In het meetplan is vastgelegd dat een zevental gekanaliseerde afgasstromen van ontgeuringsinstallaties op een drietal momenten door middel van geuremissiemetingen worden gekwantificeerd.
Aan de open bedrijfsonderdelen van de rwzi (de proef-Nereda, de 6 grote Nereda-tanks, de 2 korrelslibbuffers, de korrelslibindikker, de zandcontainers en het lekwater bij de roostergoedcontainers zijn in het kader van het geuronderzoek géén metingen uitgevoerd. Voor deze bronnen zullen in dit onderzoek de eerder gebruikte emissiegegevens, die werden gebaseerd op de geuremissiekengetallen uit de bedrijfstakstudie (STOWA-onderzoek), worden gehandhaafd. De metingen op de rwzi Utrecht zijn uitgevoerd op de volgende momenten:
Meetronde 1: 28 juli en 2 augustus 2021
Meetronde 2: 25 en 26 augustus 2021
Meetronde 3: 6 en 7 september 2021
1
Bijgevoegd in Bijlage D.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 5 van 160
2 Uitvoering van het meetonderzoek 2.1 Beschrijving van de bronnen In het geuronderzoek zijn geurmetingen uitgevoerd aan de volgende bronnen: 1. De emissiepunten van de (2 maal 2) lavafilters bij de influentbuffer. Deze lavafilters werden in het geurrapport bij de aanvraag aangeduid als ‘Lavafilters M’. Emissie vindt via één gemeenschappelijke schoorsteen plaats. Het gemeenschappelijke deel van die schoorsteen is te gering van lengte voor het verkrijgen van een goede menging. In plaats van de gemeenschappelijke schoorsteen zijn de deelstromen van het noordelijke en het zuidelijk paar lavafilters bemeten. De geuremissie van de gemeenschappelijke schoorsteen zal als totaal van beide deelstromen worden berekend. 2. Het emissie punt van het dubbeltraps actief koolfilter waarin de afgasstroom afkomstige van de lavafilters bij de slibverwerking (lavafilter 1, 2, 5 en 6) wordt behandeld. Deze lavafilters waren in het geurrapport bij de aanvraag onderdeel van ‘Lavafilters L’. 3. Het emissie punt van het actief koolfilter waarin de afgasstroom afkomstige van de lavafilters bij het influentwerk (lavafilter 3, 4, 7 en 8) wordt behandeld. Deze lavafilters waren in het geurrapport bij de aanvraag eveneens onderdeel van ‘Lavafilters L’. 4. Het emissiepunt van het actief koolfilter na microgaswasser 1.
In deze installatie wordt de ventilatielucht behandeld, die wordt afgezogen van het fijnrooster en de zandvanger van straat 1. In het geurrapport bij de aanvraag kwam deze bron niet voor. De rwzi telt 2 straten voor de voorbehandeling van het influent. Er is altijd maar 1 straat in bedrijf. Op momenten dat een straat niet in bedrijf is blijft de afzuiging en afgasbehandeling in bedrijf. 5. Het emissiepunt van het actief koolfilter na microgaswasser 2. In deze installatie wordt de ventilatielucht behandeld, die wordt afgezogen van het fijnrooster en de zandvanger van straat 2. In het geurrapport bij de aanvraag kwam deze bron niet voor. 6. Het emissiepunt van het actief koolfilter, waarin de ventilatielucht wordt behandeld van de slibhal tijdens het beladen van een slibauto. Soms wordt daarbij handmatig na-loop toegepast en draait de ventilator nog even door nadat de auto de hal heeft verlaten. Er zijn twee actief koolfilters, waarvan steeds 1 in gebruik. Deze koolfilters werden in het geurrapport bij de aanvraag aangeduid als ‘Filters ‘P’.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 6 van 160
2.2 Overzicht van de uitgevoerde metingen De geselecteerde bronnen zijn driemaal, op verschillende dagen worden bemeten. De metingen zijn uitgevoerd in de zomer van 2021 verspreid over de periode juli tot september 2021. Elke meting is uitgevoerd conform NTA9065. Van de bronnen zijn 3 halfuurs 2 geurmonsters worden genomen. Daarnaast zijn de relevante fysische parameters bepaald. Tabel 1 geeft een overzicht van de metingen, die er per meetperiode zijn uitgevoerd. Tabel 1: Overzicht van de per meetperiode uitgevoerde metingen Meting nr
Bron
Meetpunt
Uit te voeren metingen
Bijzonderheden
1
Lavafilters ‘M’ Influentbuffer
Noordelijk paar
Geurconcentratie (3-voud) Fysische parameters
Tegelijk met andere paar
2
Lavafilters ‘M’ Influentbuffer
Zuidelijk paar
Geurconcentratie (3-voud) Fysische parameters
Tegelijk met andere paar
3
Actief koolfilter na Lavafilter 1,2,5 en 6 Slibverwerking
Uitgaand actief koolfilter 2 (aan uitblaasopening)
Geurconcentratie (3-voud) Fysische parameters
Debietmeting in ingaande stroom
4
Actief koolfilter na Lavafilter 3,4,7 en 8 Slibverwerking
Uitgaand actief koolfilter (aan uitblaasopening)
Geurconcentratie (3-voud) Fysische parameters
Debietmeting in ingaande stroom
5
Actief koolfilter na microgaswasser 1
Uitgaand actief koolfilter (aan uitblaasopening)
Geurconcentratie (3-voud) Fysische parameters
Debietmeting in ingaande stroom
6
Actief koolfilter na microgaswasser 2
Uitgaand actief koolfilter (aan uitblaasopening)
Geurconcentratie (3-voud) Fysische parameters
Debietmeting in ingaande stroom
7
Actief koolfilter ‘P’
Uitgaand actief koolfilter (aan uitblaasopening)
Geurconcentratie (3-voud) Fysische parameters
Debietmeting in ingaande stroom. Monsternameduur afgestemd op duur laadproces (3* 5 minuten)
2
Behalve bij de metingen tijdens het laden van een slibauto. Bij deze bron zal gedurende 3 maal 5 minuten worden bemonsterd.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 7 van 160
2.3 Uitvoering van de metingen 2.3.1 Kwaliteit Olfasense B.V. is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie op basis van NEN-ENISO/IEC 17025 voor uitvoering van verschillende verrichtingen en staat geregistreerd onder accreditatienummer L403. In tabel 2 is een overzicht gegeven van de toegepaste geaccrediteerde verrichtingen. Tabel 2: Overzicht geaccrediteerde verrichtingen Olfasense B.V. (L403) Bepaling
Verrichtingen
Norm
Interne referentie
Monsterneming geur
Monsterneming ten behoeve van de bepaling van de emissie uit gekanaliseerde bronnen voor de component geur
Conform NEN-EN 13725 en NEN-EN 15259
QD01 en QD22
Afgaskarakteristieken
Het bepalen van de afgaskarakteristieken (debiet, drukverschil, temperatuur, vocht)
Gelijkwaardig aan ISO 10780 (vocht) en NEN-EN 16911-1 en conform NEN-EN 15259
QD23
Het bepalen van de geurconcentratie; dynamische olfactometrie
Conform NEN-EN 13725
QD01
Geurconcentratie
Bij de presentatie van de meetwaarden worden niet-afgeronde waarden gebruikt, waarbij geen rekening wordt gehouden met de meetonzekerheid. Daardoor worden meer significante cijfers gerapporteerd dan op basis van de meetonzekerheid reëel is.
2.3.2 Geuremissiemetingen 2.3.2.1 Algemeen De geuremissie wordt berekend uit de geurconcentratie en het afgasdebiet en uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid.
2.3.2.2 Geurmonstername De geurmonstername is uitgevoerd conform interne procedure ‘QD22 Procedure for Sampling’ die is afgeleid van de daartoe geldende richtlijnen in de NEN-EN 137253 en NTA 90654. Per meetpunt is bemonsterd in drievoud gedurende minimaal 30 minuten per monster. Om te controleren of de gebruikte monsternameapparatuur voldoende geurvrij was, is bovendien per meetset een veldblanco genomen. Elk monster is opgevangen in een monsterzak van Nalophan. De monsterzak is voor gebruik geurvrij gemaakt. Een monsterzak kan circa 40 l lucht bevatten. Voorafgaand aan de daadwerkelijke bemonstering is elke monsterzak voorgespoeld met de te bemonsteren afgassen.
3
‘Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality – Determination of odour concentration by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, april 2003 (referentienummer EN 13725:2003 E)
4
Nederlandse Technische Afspraak, NTA 9065, Luchtkwaliteit – Geurmetingen – Meten en rekenen Geur. ICS 13.040.99, december 2012
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 8 van 160
2.3.2.3 Afgasdebiet Het afgasdebiet wordt bepaald conform eigen procedure ‘QD23 Procedure for measuring physical parameters’, die gelijkwaardig is aan NEN-EN 169115. Olfasense meet de afgassnelheid met een Pitot buis. De resultaten van de metingen zijn gelijkwaardig aan resultaten gemeten conform NENEN 16911. Afwijking van de eisen uit NEN-EN 16911 kan tot gevolg hebben dat de nauwkeurigheid van de meting ongunstig wordt beïnvloed. In bijlage B is per meetpunt opgenomen in hoeverre aan de in de norm gestelde voorwaarden voor een geschikt meetpunt werd voldaan. In de gevallen waarin dat niet het geval was is er sprake van een grotere meetonzekerheid vergeleken met situaties waarin wél aan de criteria wordt voldaan. De getalswaarde van het debiet hangt mede af van de omstandigheden voor wat betreft druk, temperatuur en vochtgehalte. Het debiet bij de actuele druk, temperatuur en het vochtgehalte tijdens monstername wordt het bedrijfsdebiet genoemd. Het debiet omgerekend naar een druk van 1.013 hPa, een temperatuur van 0°C en droog afgas wordt het normaaldebiet genoemd. Voor het debiet omgerekend naar de omstandigheden waarbij geuranalyses plaatsvinden, te weten een druk die gelijk is aan 1.013 hPa, een temperatuur van 20°C en vochtig afgas wordt vaak de term standaarddebiet gebruikt.
2.3.2.4 Geuranalyse De geurmonsters zijn geanalyseerd conform de NEN-EN 137256 volgens de Forced Choice mode. De analyses zijn uitgevoerd in het geurlaboratorium van Olfasense B.V. (accreditatienummer L403). Het analyseresultaat wordt uitgedrukt als de geurconcentratie in Europese odour units: ouE/m3.
2.3.2.5 Berekening geuremissie De geuremissie [ouE/h] is het product van de geurconcentratie [ouE/m3] en het afgasdebiet [m 3/h] bij 20°C, 1.013 hPa, vochtig afgas. Er wordt gerekend met het geometrisch gemiddelde van de gemeten geurconcentraties en het afgasdebiet bij 20°C, 1.013 hPa, vochtig afgas (de condities waarbij de geurconcentraties zijn gemeten).
5
‘Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de stroomsnelheid en het debiet in afgaskanalen - Deel 1: Handmatige referentiemethode’, NEN-EN-ISO 16911-1:2013.
6
‘Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie’ / ‘Air quality – Determination of odour concentration by dynamic olfactometry’, Europese norm NEN-EN 13725, april 2003 (referentienummer EN 13725:2003 E)
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 9 van 160
2.4 Bedrijfsomstandigheden Er deden zich gedurende de metingen geen storingen of onregelmatigheden voor die invloed gehad kunnen hebben op de metingen. De meting op 28 juli 2021 aan het actief koolfilter na lavafilter 1,2,5 en 6 vond plaats voordat de tweede trap van het dubbeltraps actief koolfilter werd vervangen door een trap met een verse vulling. De filtertrap op positie 1 werd afgevoerd en het filter dat eerder op positie 2 stond verhuisde naar positie 1. Het actief koolfilter na lavafilter 1,2,5 en 6 werd ná de eerste meting (op 28 juli) vervangen. Strikt genomen was op dat moment nog geen vervanging nodig; de vervanging was echter bedoeld om middels meetserie 2 en 3 inzicht te krijgen hoe lang de zeer goede werking van een nieuwe vulling vervolgens wordt gehandhaafd. Het actief koolfilter na lavafilter 3,4,7 en 8 is nog hetzelfde filter als dat, dat in de herfst van 2020 werd geïnstalleerd. Gedurende de eerste en derde meetperiode was straat 2 van de influent voorbehandeling in bedrijf. In de tweede meetperiode was straat 1 in bedrijf. De weersomstandigheden tijdens de meetdagen zijn samengevat (in de vorm van dagrapporten van meteostation de Bilt) in bijlage C. Meetperiode 1 werd gekarakteriseerd door koel zomerweer en regelmatig een bui. Meetperiode 2 was niet veel warmer dan meetperiode 1, maar wel droger.
Meetperiode 3 was een periode met warm tot zeer warm zomerweer en geen neerslag. In bijlage E zijn gegevens ten aanzien van influentaanvoer en slibaanvoer en –afvoer op de meetdagen opgenomen.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 10 van 160
3 Meetresultaten 3.1 Eerste meetperiode In tabel 3 zijn de uitkomsten van de geurmetingen van de eerste meetperiode opgenomen. Het certificaat van de geuranalyses is als bijlage A bijgevoegd. De gedetailleerde uitwerking van de meetresultaten is weergegeven in bijlage B. Tabel 3: Resultaten van de geuremissiemetingen tijdens de eerste meetperiode op de rwzi Utrecht Meetpunt en meting
Lavafilters influentbuffer ‘M’ noordelijk paar (9 en 10) • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld Lavafilters influentbuffer ‘M’ zuidelijk paar (11 en 12) • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld Actief koolfilter ‘L na lavafilter 1,2,5 en 6 • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Actief koolfilter ‘L’ na lavafilter 3,4,7 en 8 • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Microgaswasser 1 straat niet in bedrijf • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Microgaswasser 2 straat in bedrijf • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Actief koolfilter ‘P’ slibverlading • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld *
Debiet
Geurconcentratie
Geuremissie
[m3/h]
[ouE/m3]
[106 ouE/h]
3.500
116 82 110 102
0,36
4.500
108 124* 113 110
0,50
15.500
362 137 133 188
2,9
13.300
124 78 85* 98
1,3
1.140
70* 55* 51* (58)
(0,066)
1.260
5.440 4.243 5.513 5.030
6,3
10.400
114 304 249 205
2,1
(1.013 hPa, 20°C, vochtig)
: concentraties in rood: geen valide meetresultaat verkregen.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 11 van 160
3.2 Tweede meetperiode In tabel 4 zijn de uitkomsten van de geurmetingen van de tweede meetperiode opgenomen. Tabel 4: Resultaten van de geuremissiemetingen tijdens de tweede meetperiode op de rwzi Utrecht Meetpunt en meting
Lavafilters influentbuffer ‘M’ noordelijk paar (9 en 10) • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld Lavafilters influentbuffer ‘M’ zuidelijk paar (11 en 12) • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld Actief koolfilter ‘L na lavafilter 1,2,5 en 6 • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Actief koolfilter ‘L’ na lavafilter 3,4,7 en 8 • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Microgaswasser 1 straat in bedrijf • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Microgaswasser 2 straat niet in bedrijf • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Actief koolfilter ‘P’ slibverlading • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld *
Debiet
Geurconcentratie
Geuremissie
[m3/h]
[ouE/m3]
[106 ouE/h]
5.000
79 51* 91* 79
0,40
4.300
303 608 578 474
2.0
14.900
<66* <60* <65* <64
(<0,95)
13.600
<27* <27* <27* <27
(<0,37)
1.000
1.926 1.847 1.451 1.728
1,7
1.720
111 92 96 99
0,17
11.000
551 690 742 656
7,3
(1.013 hPa, 20°C, vochtig)
: concentraties in rood: geen valide meetresultaat verkregen.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 12 van 160
3.3 Derde meetperiode In tabel 5 zijn de uitkomsten van de geurmetingen van de derde meetperiode opgenomen. Tabel 5: Resultaten van de geuremissiemetingen tijdens de derde meetperiode op de rwzi Utrecht Meetpunt en meting
Lavafilters influentbuffer ‘M’ noordelijk paar (9 en 10) • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld Lavafilters influentbuffer ‘M’ zuidelijk paar (11 en 12) • meting 1 • meting 2 • meting 3 Gemiddeld Actief koolfilter ‘L na lavafilter 1,2,5 en 6 • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Actief koolfilter ‘L’ na lavafilter 3,4,7 en 8 • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Microgaswasser 1 straat niet in bedrijf • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Microgaswasser 2 straat in bedrijf • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld Actief koolfilter ‘P’ slibverlading • meting 1 • meting 2 • meting 3 gemiddeld *
Debiet
Geurconcentratie
Geuremissie
[m3/h]
[ouE/m3]
[106 ouE/h]
5.100
312 475 218 318
1,6
4.100
379 346 225 309
1,3
14.700
220 168 114* 192
2,8
18.200
72* 60 60* 60
1,1
1.380
229 181 159 187
0,26
1.590
2.439 6.305 2.139 3.204
5,1
12.400
129* 224 256 239
3,0
(1.013 hPa, 20°C, vochtig)
: concentraties in rood: geen valide meetresultaat verkregen.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 13 van 160
3.4 Overzicht van de meetresultaten Tabel 6 geeft een overzicht van de verkregen meetresultaten en van de op basis daarvan berekende gemiddelde geuremissie per bron. De resultaten van de microgaswassers 1 en 2 zijn daarbij niet per microgaswasser verwerkt, maar per situatie: straat wél of niet in bedrijf. Tabel 6: Overzicht van de meetresultaten van de 3 meetseries Geuremissie in 106 ouE/h
Bron Meetperiode 1
Meetperiode 2
Meetperiode 3
Geometrisch gemiddeld
Lavafilters ‘M’ influentbuffer
0,86
2,4
2,9
1,8
Actief koolfilter ‘L na lavafilter 1,2,5 en 6
2.9
(<0,95)
2,8
2.0
Actief koolfilter ‘L’ na lavafilter 3,4,7 en 8
1,3
(<0,37)
1,1
0,81
(0,066)
0,17
0,26
0,14
Microgaswasser, straat in bedrijf
6,3
1,7
5,1
3,8
Actief koolfilter ‘P’ slibverlading
2,1
7,3
3,0
3,6
Microgaswasser, straat niet in bedrijf
3.5 Bespreking van de resultaten 3.5.1 Lavafilters influentbuffer De geuremissie van de 4 lavafilters bij de influentbuffer was bij de eerste meetserie duidelijk lager dan bij 2 andere series. De metingen in de eerste serie vonden plaats bij RWA (regenwateraanvoer), de overige twee bij DWA (droog weer aanvoer). Meetserie 3 vond plaats bij veel hogere buitenlucht temperaturen dan de beide andere metingen. In de geuremissiecijfers is dat nauwelijks terug te zien.
3.5.2 Actief koolfilter na lavafilter 1,2,5 en 6 Direct na de 1e meetserie werd het tweede actief koolfilter vervangen door een nieuwe. Het effect van dat nieuwe filter is terug te zien in de meetcijfers van de 2 e meetserie: de geuremissie was toen te gering om goed gekwantificeerd te kunnen worden. De geuremissie, die bij de 3 e meetserie werd gemeten is vergelijkbaar met die van de eerste meetserie. Na 5 weken dienst was de geuremissie van het actief koolfilter weer aan het toenemen (zonder daarbij de grens te hebben overschreden waarbij vervanging weer noodzakelijk is.
3.5.3 Actief koolfilter na lavafilter 3,4,7 en 8 De geuremissie die in meetperiode 1 en 3 is vastgesteld ligt in dezelfde orde van grootte. Bij meetperiode 2 bleek te geuremissie te gering om goed gekwantificeerd te kunnen worden. Een verklaring hiervoor ontbreekt. Het actief koolfilter na lavafilter 3,4,7 en 8 vertoont hetzelfde emissiepatroon als actief koolfilter na lavafilter 1,2,5 en 6.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 14 van 160
3.5.4 Microgaswassers 1 en 2 De geuremissie van deze twee microgaswassers (met ingebouwde actief kool trap) is duidelijk afhankelijk van welke straat van de influent voorbehandeling in bedrijf is. De gemiddelde geuremissie van een microgaswasser in de situatie zónder straat in bedrijf bedraagt 0,14 .10 6 ouE/h. De gemiddelde geuremissie van een microgaswasser in de situatie met straat in bedrijf bedraagt 3,8 .10 6 ouE/h.
3.5.5 Actief koolfilter ‘P’ slibverlading In dit actief koolfilter zat gedurende de gehele meetperiode dezelfde vulling. De geuremissie die in meetperiode 1 en 3 is vastgesteld ligt in dezelfde orde van grootte. De geuremissie gemeten in meetperiode 2 was duidelijk hoger. De oorzaak van dit verschil kan gelegen zijn in verschillen in de kwaliteit van het slib dat geladen werd, maar kan ook een gevolg zijn van de spreiding die inherent aan het meten van geur is. De kwaliteit van het ontwaterde slib is vooral afhankelijk van de tijd dat het slib in de slibsilo heeft gezeten voordat het geladen wordt: een grotere verblijftijd leidt to meer geuremissie. Doordat er in het weekend geen slib wordt geladen vertoont de verblijftijd van het slib een wekelijks patroon. Op maandag is de verblijftijd het grootst. In de meetresultaten is dit patroon echter niet terug te zien. Tijdens de eerste meetronde werd de bron op maandag bemonsterd, bij de tweede meetronde op een woensdag en bij de laatste meetronde weer op maandag.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 15 van 160
4 Geuremissie van de rwzi Utrecht 4.1 Geuremissie volgens geurrapport bij aanvraag vigerende vergunning In tabel 7 is een overzicht opgenomen van de geuremissie per emissiepunt uit het geurrapport bij de vergunningaanvraag (HEIJ17A7 van januari 2017). Tabel 7: Overzicht geuremissie per emissiepunt rwzi Utrecht volgens vergunningaanvraag Bron
Geuremissie
Emissieduur
[*106 ouE/h]
[ouE/s]
[h/jr]
Lavafilters L (influentgedeelte en slibverwerking)
6,7
1.872
8.760
Lavafilters M (influentbuffer)
3,6
997
8.760
Lekwater roostergoedcontainers
2,0
546
8.760
Zandcontainers (2 stuks)
0,8
209
8.760
Actief kool filter P
15,0
4.168
2.100
Nereda reactoren (6 stuks)
7,2
1.994
8.760
Korrelslibbuffers (2 stuks)
0,1
42
8.760
Korrelslibindikker
0,3
80
8.760
Totaal
35,7
9.908
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 16 van 160
4.2 Geuremissie volgens milieuneutrale wijziging Op 30 april 2020 is een milieuneutrale wijziging vergund, waarbij een aantal wijzigingen, die er ten opzichte van de eerder vergunde situatie waren opgetreden werden vergund. De wijzigingen werden beschreven in een geurnotitie met het kenmerk 20191008HEIJ. Tabel 8 geeft een overzicht van de geuremissie, die hoort bij de situatie volgens milieuneutrale vergunning.
De emissie van de 8 lavafilters L vindt daarbij plaats via twee 15 m hoge schoorstenen. De geuremissie van deze lavafilters is verhoogd.
Het aantal emissieuren van het actief koolfilter P is teruggebracht van 2.100 naar 1.410 uur/jaar.
De proef-Nereda is ook als bron meegenomen
De microgaswassers 3 en 4, die eerder een deelstroom van de ventilatie van de sliblijn verwerkten, zijn uit gebruik genomen. De totale ventilatielucht van de sliblijn is aangesloten op lavafilter 3,4,7 en 8.
De microgaswassers 1 en 2 bij de fijnroosters zijn als nieuwe bron bijgevoegd.
Tabel 8 : Geuremissie situatie RWZI Utrecht volgens milieuneutrale wijziging van 20 april 2020 Bron
Geuremissie 6
Emissieduur
[*10 ouE/h]
[ouE/s]
[h/jr]
Lavafilter L (8 stuks)
21,1
5.873
8.760
Lavafilter M (Q)
3,6
997
8.760
Lekwater roostergoedcontainers
2,0
546
8.760
Zandcontainers (2 stuks)
0,8
209
8.760
Actief kool filter (P)
15,0
4.167
1.410
Nereda reactoren (6 stuks)
7,2
1.992
8.760
Korrelslibbuffers (2 stuks)
0,1
42
8.760
Korrelslibindikker
0,3
80
8.760
MGW 1 en 2 (fijnroostergoed)
0,4
103
8.760
MGW 3 en 4 (centraatbuffer)
-
-
8.760
Nereda proefinstallatie
0,4
97,5
8.760
Totaal
50,9
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 17 van 160
4.3 Feitelijke geuremissie volgens meetonderzoek zomer 2021 4.3.1 Wijzigingen in de situatie op de rwzi De situatie, die er tijdens het meetonderzoek van zomer 2021 op de rwzi aanwezig was, wijkt op het volgende punt af van de beschrijving in de geurnotitie bij de aanvraag van de milieuneutrale wijziging: De emissiepunten Lavafilters L (influentgedeelte en slibverwerking), die een emissiehoogte hadden van 15 meter, bestaan niet meer. Er zijn 2 bronnen voor in de plaats gekomen:
Het actief koolfilter na lavafilter 1,2,5 en 6. Emissiehoogte 3 meter.
Het actief koolfilter na lavafilter 3,4,7 en 8. Emissiehoogte 3 meter.
4.3.2 Overzicht van de geuremissie In tabel 9 is een overzicht opgenomen van de geuremissie per emissiepunt, dat geactualiseerd is op basis van de meetresultaten van het in de zomer van 2021 uitgevoerde onderzoek. Tabel 9: Actueel overzicht geuremissie rwzi Utrecht Bron
Geuremissie
Emissieduur
[*106 ouE/h]
[ouE/s]
[h/jr]
Actief koolfilter na lavafilter 1,2,5 en 6
2,0
556
8.760
Actief koolfilter na lavafilter 3,4,7 en 8
0,81
225
8.760
Microgaswasser 1
0,14
40
4.380
3,8
1.054
4.380
0,14
40
4.380
3,8
1.054
4.380
Lavafilters M (influentbuffer)
1,8
500
8.760
Lekwater roostergoedcontainers
2,0
546
8.760
Zandcontainers (2 stuks)
0,8
209
8.760
Actief kool filter P
3,6
1.000
1.410
Nereda reactoren (6 stuks)
7,2
1.994
8.760
Korrelslibbuffers (2 stuks)
0,1
42
8.760
Korrelslibindikker
0,3
80
8.760
Proef-Nereda
0,35
95
8.760
Totaal
22,8
6.341
Microgaswasser 2
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 18 van 160
5 De geurbelasting van de omgeving 5.1 Verspreidingsmodel De geurbelasting van de omgeving rondom de bronnen wordt berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het Nieuw Nationaal Model (NNM). De gebruikte pc-applicatie is Geomilieu module STACKS-G (versie 2021.1). Het Nieuw Nationaal Model beschrijft het transport en de verdunning van stoffen in de atmosfeer op basis van het Gaussisch pluimmodel. Het betreft een ‘lange termijn’ berekening en de beschouwde periode bedraagt daarom ten minste een jaar. De gebruikte meteorologische gegevens bestaan uit uurgemiddelde gegevens van onder meer de windrichting, de windsnelheid, de zonne-instraling en de temperatuur. Het NNM berekent op verschillende roosterpunten de immissieconcentratie voor elk afzonderlijk uur van de beschouwde periode. Hieruit wordt berekend gedurende welk percentage van de jaarlijkse uren (de overschrijdingsfrequentie) een bepaalde uurgemiddelde immissieconcentratie wordt overschreden. Het resultaat wordt weergegeven in de vorm van geurcontouren.
5.2 Invoergegevens Invoergegevens voor het verspreidingsmodel zijn bronkenmerken zoals de geuremissie en de emissieduur en omgevingskenmerken. Tabel 10 geeft een overzicht van de gebruikte brongegevens. Tabel 10: Brongegevens voor de verspreidingsberekening voor de situatie zomer 2021 Bronomschrijving
X
Y
H
Emissie 6
Emissie-duur
[m]
[m]
[m]
[10 ouE/h]
[ouE/s]
[h/jr]
Actief koolfilter na lavafilter 1,2,5 en 6
135.776
458.003
3,0
2,0
556
8.760
Actief koolfilter na lavafilter 3,4,7 en 8
135.794
457.999
3,0
0,81
225
8.760
Microgaswasser 1
135.796
457.948
5,0
0,14
40
4.380
3,8
1.054
4.380
0,14
40
4.380
3,8
1.054
4.380
Microgaswasser 2
135.801
457.944
5,0
Lavafilters M (influentbuffer)
135.630
458.095
8,5
3,6
997
8.760
Lekwater 1
135.778
457.956
1,5
0,3
91
8.760
Lekwater 2
135.815
457.930
1,5
0,3
91
8.760
Lekwater 3
135.771
457.944
1,5
0,3
91
8.760
Lekwater 4
135.804
457.918
1,5
0,3
91
8.760
Lekwater 5
135.755
457.916
1,5
0,3
91
8.760
Lekwater 6
135.784
457.956
1,5
0,3
91
8.760
Zandcontainer 1
135.796
457.971
2,0
0,4
105
8.760
Zandcontainer 2
135.824
457.952
2,0
0,4
105
8.760
Actief kool filter P
135.766
458.090
4,0
3,6
1.000
1.410
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 19 van 160
Nereda reactor 1
135.683
458.227
8,0
1,2
332
8.760
Nereda reactor 2
135.738
458.186
8,0
1,2
332
8.760
Nereda reactor 3
135.647
458.178
8,0
1,2
332
8.760
Nereda reactor 4
135.703
458.138
8,0
1,2
332
8.760
Nedera reactor 5
135.612
458.130
8,0
1,2
332
8.760
Nereda reactor 6
135.667
458.089
8,0
1,2
332
8.760
Korrelslibbuffer 1
135.653
458.106
8,0
0,1
21
8.760
Korrelslibbuffer 2
135.667
458.096
8,0
0,1
21
8.760
Korrelslibindikker
135.756
458.036
4,0
0,3
80
8.760
Proef-Nereda
135.928
458.127
8
0,35
95
8.760
De overige invoerparameters zijn weergegeven in tabel 11. Tabel 11:
Invoerparameters voor de verspreidingsberekening met het NNM
Meteorologische periode
2005 – 2014
Ruwheidslengte z0
0,93 m
Immissiegebied
RDC X: 135.000 – 136.500 RDC Y: 457.300 – 458.800 (1.500 x 1.500 m)
Roosterafstand
50 m
Receptorhoogte
1,5 m
Het bronbestand van de NNM-berekening in Geomilieu is opgenomen in bijlage F.
5.3 Toetsingskader voor rwzi Utrecht Op de rwzi Utrecht is de norm van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde van toepassing. Deze waarde mag niet worden overschreden ter plaatse van de geurgevoelige objecten, die in de omgeving van de rwzi gelegen zijn.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 20 van 160
5.4 Resultaat van de verspreidingsberekening Het resultaat van de verspreidingsberekening is gepresenteerd in figuur 1.
5.5 Bespreking van de resultaten Uit het resultaat van de verspreidingsberekening blijkt, dat er binnen de contour van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde geen woningen of andere geurgevoelige objecten gelegen zijn. Daarmee wordt voldaan aan het toetsingskader.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 21 van 160
Figuur 1 Geurcontour van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van de rwzi Utrecht in de situatie zomer 2021
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 22 van 160
6 Samenvatting en conclusie In opdracht van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd voor de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi) gelegen in de Utrechtse wijk Overvecht. Het onderzoek is bedoeld ter toetsing van het geurmodel, dat er bij de aanvraag van de vigerende vergunning voor de nieuwbouw van de rwzi Utrecht werd opgesteld. Voorafgaand aan de uitvoering van het onderzoek werd een meetplan opgesteld, dat werd besproken met de Omgevingsdienst Utrecht. Nadat goedkeuring werd verkregen werd er overgegaan tot uitvoering ervan. In het meetplan is vastgelegd, dat een zevental gekanaliseerde afgasstromen van ontgeuringsinstallaties op een drietal momenten door middel van geuremissiemetingen worden gekwantificeerd. Vier van deze punten vormden nog één bron in het onderzoek bij de vergunningaanvraag. Aan de open bedrijfsonderdelen van de rwzi (de proef-Nereda, de 6 grote Nereda-tanks, de 2 korrelslibbuffers, de korrelslibindikker, de zandcontainers en het lekwater bij de roostergoedcontainers zijn in het kader van het geuronderzoek géén metingen uitgevoerd. Voor deze bronnen zijn de eerder gebruikte emissiegegevens, die werden gebaseerd op de geuremissiekengetallen uit de bedrijfstakstudie (STOWA-onderzoek), worden gehandhaafd. De metingen op de rwzi Utrecht zijn uitgevoerd op 3 momenten in juli, augustus en september 2021.
Samengevat heeft het onderzoek de volgende gemiddelde emissiegegevens opgeleverd: Bron uit geurrapport bij aanvraag
Deelbron
Geometrisch gemiddelde geuremissie [106 ouE/h]
Lavafilters ‘M’ influentbuffer
Lavafilters ‘L’
Actief koolfilter ‘P’ slibverlading
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
Noordelijk paar (9 en 10)
1,8
Noordelijk paar (11 en 12) Actief koolfilter ‘L na lavafilter 1,2,5 en 6
2.0
Actief koolfilter ‘L’ na lavafilter 3,4,7 en 8
0,81
Microgaswassers 1 + 2
3,9 3,6
pagina 23 van 160
De gegevens van de metingen zijn samen met de emissiegegevens van de open bedrijfsonderdelen van de rwzi gebruikt om een geurimmissieberekening met het NNM uit te voeren. Op de rwzi Utrecht is de norm van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde van toepassing. Deze waarde mag niet worden overschreden ter plaatse van de geurgevoelige objecten, die in de omgeving van de rwzi gelegen zijn. Uit het resultaat van de verspreidingsberekening blijkt, dat er binnen de contour van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde geen woningen of andere geurgevoelige objecten gelegen zijn. Daarmee wordt voldaan aan het toetsingskader.
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 24 van 160
Bijlagen
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 25 van 160
Bijlage A
Certificaat geuranalyses
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 26 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 27 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 28 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 29 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 30 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 31 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 32 van 160
Bijlage B
Monsternamecertificaten geurmetingen
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 33 van 160
1e meetserie
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 34 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 35 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 36 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 37 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 38 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 39 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 40 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 41 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 42 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 43 van 160
Olfasense B.V. HDSR21C3 18 oktober 2021
pagina 44 van 160