CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsrapport bestemmingsplan Jagerskade 21 dec 2021.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Jagerskade26.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Vaststellingsrapport

Bestemmingsplan “Jagerskade, Overvecht”

December2021

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

Inhoud vaststellingsrapport 1

INLEIDING ......................................................................................................................................... 2 1.1 BESTEMMINGSPLAN “JAGERSKADE, OVERVECHT” ........................................................................................... 2 1.2 DE OPBOUW VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT ............................................................................................... 2 1.3 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE .................................................................................................................... 2 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen ................................................................................... 2 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan ........................................................................................ 2 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen ........................................................................................ 3 1.3.4 Procedure voor de vaststelling...................................................................................................... 3 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen .............................................................................................. 3

2

SAMENVATTING ............................................................................................................................... 4 2.1 PROCEDUREEL .......................................................................................................................................... 4 2.2 INHOUD VAN DE ZIENSWIJZEN...................................................................................................................... 4 2.3 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP ............................................................................................. 4 2.3.1 Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen ......................................... 4 2.3.2 Ambtshalve wijziging van de juridische regel ............................................................................... 4 2.3.3 Wijziging van de onderbouwing naar aanleiding van zienswijzen ............................................... 4 2.3.4 Ambtshalve wijziging van de onderbouwing ................................................................................ 6

3

BESPREKING VAN VEEL GENOEMDE ONDERWERPEN ......................................................................... 9 3.1 ONDERWERP VERKEERSONTSLUITING VIA LOEVENHOUTSEDIJK ........................................................................... 9 3.1.1 Zienswijzen over onderwerp 1 ...................................................................................................... 9 3.1.2 Reactie gemeente op onderwerp 1 ............................................................................................... 9 3.2 GROEN ................................................................................................................................................. 14 3.3 PARKEREN BIJ HORECA............................................................................................................................. 15 3.4 GEUROVERLAST RWZI............................................................................................................................. 15 3.5 HOGERE WAARDENBESLUIT ....................................................................................................................... 16

4

BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ............................................................................................... 17 ZIENSWIJZE 1 .................................................................................................................................................... 17 ZIENSWIJZE 2 .................................................................................................................................................... 23 ZIENSWIJZE 3 .................................................................................................................................................... 24 ZIENSWIJZE 4 EN 5, 24, 25 ................................................................................................................................. 24 ZIENSWIJZE 6 T/M 11, 18, 19, 21 T/M 23 EN 28 ................................................................................................... 28 ZIENSWIJZE 12 EN 13, 16 ................................................................................................................................... 30 ZIENSWIJZE 14 ..................................................................................................................................................

32 ZIENSWIJZE 15 .................................................................................................................................................. 33 ZIENSWIJZE 17 .................................................................................................................................................. 33 ZIENSWIJZE 20 .................................................................................................................................................. 33 ZIENSWIJZE 26 .................................................................................................................................................. 34 ZIENSWIJZE 27 .................................................................................................................................................. 35

5

BIJLAGEN BIJ VASTSTELLINGSRAPPORT ............................................................................................ 38 • • •

BIJLAGE 1 TOETS ONTSLUITING, SECOND OPINION VERKEERSVEILIGHEID GOUDAPPEL; KENMERK 010726.N1.02 ......... 38 BIJLAGE 2 BRIEF VAN DE PROVINCIE: GEURNORMERING RWZI UTRECHT/OVERVECHT 13 APRIL 2021 ....................... 38 BIJLAGE 3 GEURONDERZOEK RWZI UTRECHT HDSR21C3, OKTOBER 2021OLFASENSE B.V. ................................... 38

1

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

1 Inleiding 1.1 Bestemmingsplan “Jagerskade, Overvecht”

De gemeente Utrecht heeft een nieuw ontwerpbestemmingsplan gemaakt voor het terrein van het Vechthuis aan de Jagerskade 13/15 in Overvecht. Plangebied Het plangebied ligt in Overvecht, aan de noordwestkant van Utrecht. Het plangebied is begrensd door de rioolwaterzuivering (RWZI), een bedrijfsverzamelgebouw, de Jagerskade met de Vecht en de bestaande bebouwing aan de Loevenhoutsedijk. Doel Het doel van het bestemmingsplan is woningbouw op het terrein van het Vechthuis aan de Jagerskade 13/15, juridisch mogelijk te maken. De herontwikkeling ziet op de bouw van 67 appartementen, verdeeld over drie vrijstaande woonblokken op een half verdiepte parkeergarage. Daarnaast is een kleinschalige horecafunctie aanwezig die wordt ondergebracht in het al bestaande monumentale pand, het Vechthuis. Het al bestaande gebouwtje van de kolfbaan krijgt een kantoorfunctie.

1.2 De opbouw van het vaststellingsrapport

In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de inhoud van dit rapport. Wijzigingen die naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve gemaakt zijn in paragraaf 2.3 opgesomd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de juridische regeling, die is vastgelegd in de regels met de bijbehorende verbeelding, en de onderbouwing van de juridische regeling, die in de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen daarbij wordt gegeven. Dat onderscheid is nodig, omdat belanghebbenden die geen zienswijze hebben ingediend beroep mogen instellen tegen wijzigingen van de juridische regeling. Tegen een wijziging van de onderbouwing kan in beginsel geen beroep ingesteld worden. Het verbeteren van kennelijke fouten, van de redactie of van interpunctie wordt niet vermeld. In hoofdstuk 3 worden de onderwerpen besproken die in meerdere zienswijzen aan de orde zijn gesteld. In hoofdstuk 4 worden de zienswijzen behandeld. De zienswijzen zijn samengevat en per onderwerp van een reactie voorzien. De behandeling van elke zienswijze eindigt met een conclusie waarin wordt aangegeven of naar aanleiding van de zienswijze het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd wordt of niet. In het geval van een wijziging verwijst de conclusie naar de paragraaf in hoofdstuk 2 waarin de wijziging is weergegeven.

1.3 De vaststellingsprocedure 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 6 augustus 2021 tot en met donderdag 16 september 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad. 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan Er zijn 28 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend.

2

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het ontwerpbestemmingsplan aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. In dit rapport worden alleen de samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont. Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, wordt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, in de gelegenheid gesteld om daar alsnog voor te zorgen. Bij een te laat ingediende zienswijze wordt alleen aan de wettelijke eis voldaan, als de indiener kan aantonen dat het op tijd indienen redelijkerwijs niet mogelijk was. Zienswijzen die uiteindelijk nog steeds niet aan de wettelijke eisen voldoen worden buiten behandeling gelaten. 1.3.4 Procedure voor de vaststelling Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van het bestemmingsplan voor.

De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het ontwerpbestemmingsplan nog aangepast moet worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de zienswijzen. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor het bestemmingsplan, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen. De gemeenteraad kan de indieners van zienswijzen in de gelegenheid stellen om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten. Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan betrokken zijn. Voordat de voltallige gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de raadscommissie Ruimtelijke ontwikkeling, Grondzaken en Vastgoed. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. De verantwoordelijke wethouder is daarbij aanwezig en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de mening van de leden van de raadscommissie. De raadscommissie bepaalt of een nadere bespreking in de gemeenteraad nog nodig is of dat het bestemmingsplan als hamerstuk geagendeerd kan worden. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet als hamerstuk, vast. 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen De vaststellingsprocedure is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening.

Dat artikel verwijst weer naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme, openbare voorbereidingsprocedure. Op grond van artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht moeten zienswijzen binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken worden ingediend. Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is bij verzending per post een zienswijze op tijd ingediend, als hij voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en de zienswijze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

3

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

2 Samenvatting 2.1 Procedureel

Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen. In dit document is een samenvatting van alle ingediende zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan Jagerskade opgenomen. Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur kennen wij aan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10 lid 2 sub e Wob) een groter belang toe dan het belang van openbaarmaking van deze (herleidbare) persoonsgegevens. Daarom is een zakelijke en niet tot personen te herleiden samenvatting van alle ingediende zienswijzen, met de beantwoording daarvan, opgenomen in: het vaststellingsrapport december 2021, bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Jagerskade.

2.2 Inhoud van de zienswijzen

De twee belangrijkste onderwerpen van de zienswijzen zijn de ontsluiting van het nieuwe woongebied op de Loevenhoutsedijk, die door de omwonenden als onveilig wordt beschouwd, en de geurcontouren van de RWZI in relatie tot de nieuwe woningbouw. Daarnaast speelt de inrichting van de openbare ruimte in veel zienswijzen nog een belangrijke rol waarbij het vooral gaat over de sociale veiligheid rond de nieuwe en de bestaande woningen in en om het plangebied. Omdat er veel gebruik is gemaakt een gelijkluidende zienswijze is deze in hoofdstuk 3 uitgebreid samengevat en van commentaar voorzien waarbij tevens het grootste deel van de zienswijzen is beantwoord. In hoofdstuk 4 zal daarom dan ook alleen nog maar op punten worden ingegaan die nog niet in hoofdstuk 3 aan de orde zijn geweest of waarvan de beantwoording nog meer verdieping in de materie nodig heeft.

2.3 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp 2.3.1 Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen Er zijn naar aanleiding van de zienswijzen geen wijzigingen in de juridische regeling van het plan aangebracht. 2.3.2

Ambtshalve wijziging van de juridische regel

2.3.2.1 Aanpassing van het bebouwingsvlak op de verbeelding De aanbouw aan het zuidelijk deel van de bestaande bebouwing van het Vechthuis wordt afgebroken en komt niet meer terug in het nieuwe plan. Het bebouwingsvlak wordt daarop aangepast. 2.3.3 2.3.3.1

Wijziging van de onderbouwing naar aanleiding van zienswijzen In paragraaf 4.2.1 worden de verschillende ontsluitingsvarianten voor het terrein besproken. Omdat HDSR in zijn zienswijze heeft aangegeven geen medewerking te verlenen aan een ontsluiting van het woningbouwplan over haar terrein wordt bij variant 2 de onderstaande tekst verwijdert:

4

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

Variant 2. Ontsluiting via het terrein van de RWZI, uitkomend bij het Muziekhuis ter hoogte van Loevenhoutsedijk 301.

Deze variant heeft wat betreft verkeersveiligheid de voorkeur. Bij deze variant loopt de ontsluiting over het RWZI-terrein. Omdat HDSR eigenaar is van deze grond, is medewerking van HDSR noodzakelijk. De gemeente is in overleg met de HDSR over de toekomstige inrichting van het HDSR-terrein. Zolang hierover geen duidelijkheid is, kan deze ontsluitingsvariant niet worden gerealiseerd. Het streven is in de toekomst deze ontsluiting alsnog aan te leggen. De verwijderde tekst wordt vervangen door:

Variant 2. Ontsluiting via het terrein van de RWZI, uitkomend bij het Muziekhuis ter hoogte van Loevenhoutsedijk 301.

5

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Deze variant heeft wat betreft verkeersveiligheid de voorkeur. Bij deze variant loopt de ontsluiting over het RWZI-terrein. Omdat HDSR eigenaar is van deze grond, is medewerking van HDSR noodzakelijk. HDSR heeft aangegeven niet mee te zullen werken aan deze variant waardoor deze ontsluiting nog niet haalbaar is. 2.3.4 • • • • •

Ambtshalve wijziging van de onderbouwing

Paragraaf 5.5 over Geurhinder wordt geactualiseerd met de nieuwste onderzoeksgegevens. Paragraaf 5.10 over Natuurbescherming wordt geactualiseerd met de meest recente informatie over de in het bouwplan opgenomen maatregelen ter bescherming van de natuur. Paragraaf 5.13 van de toelichting. De paragraaf over archeologie wordt geactualiseerd op basis van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en de verleende archeologievergunning Bijlage 3 het meest actuele geurrapport is toegevoegd. Bijlage 14 akoestisch onderzoek omgevingsgeluid, is geactualiseerd.

2.3.4.1 Aanpassing paragraaf 5.5 van de toelichting In paragraaf 5.5 Geurhinder wordt de onderstaande van de toelichting verwijderd:

a.

In de huidige situatie blijft de vergunde geurcontour van de bestaande RWZI van 0,5 ver buiten de nieuwe bebouwing; b. In het geval dat de RWZI na 30-40 jaar zich moet verplaatsen naar het zuidoostelijk deel van het terrein, het volgende: Het 'omklappen' van de huidige vergunde RWZI naar het zuidoostelijk deel van het terrein is inpasbaar voor zowel de huidige woonbestemmingen als bij het voorgenomen plan Jagerskade. Het omklappen en uitbreiden van de RWZI naar 1,5x de huidige capaciteit is niet inpasbaar met de huidige woonbestemmingen. Deze uitbreiding is ook niet inpasbaar met het plan Jagerskade, maar de huidige woonbestemmingen worden hoger belast. De capaciteit van de RWZI kan, in combinatie met omklappen, maximaal 20% toenemen, om nog net inpasbaar te zijn met de huidige woonbestemmingen. Met andere woorden, bij een uitbreiding en omklappen van de RWZI is het voorgenomen plan Jagerskade niet maatgevend voor de inpasbaarheid, maar de huidige woonbestemmingen aan de Loevenhoutsedijk zijn dit wel. De voorgenomen woningbouwontwikkeling beperkt niet de maximaal planologische invulling van de RWZI. Beperkingen voor de RWZI vloeien immers al voort uit de bestaande woningen aan de Loevenhoutsedijk.’ De verwijderde tekst wordt vervangen door de volgende tekst:

a.

In de huidige situatie blijft de vergunde geurcontour van de bestaande RWZI buiten de nieuwe geplande bebouwing in het plangebied Jagerskade. Hiermee wordt gesteld dat er in het plangebied voor het aspect geur sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu; b. In het geval dat de RWZI na 30-40 jaar zich moet verplaatsen naar het zuidoostelijk deel van het terrein, het volgende: Het 'omklappen' van de huidige vergunde RWZI naar het zuidoostelijk deel van het terrein is inpasbaar voor zowel de huidige woonbestemmingen als bij het voorgenomen plan Jagerskade. Het omklappen en uitbreiden van de RWZI naar 1,5x de huidige capaciteit is niet inpasbaar met de huidige woonbestemmingen. Deze uitbreiding is ook niet inpasbaar met het plan Jagerskade, maar de huidige woonbestemmingen worden hoger belast. De capaciteit van de RWZI kan, in combinatie met omklappen, maximaal 20% toenemen, om nog net inpasbaar te zijn met de huidige woonbestemmingen. Met andere woorden, bij een toekomstige uitbreiding en omklappen van de RWZI is het voorgenomen plan Jagerskade niet maatgevend voor de inpasbaarheid, maar zijn de huidige woonbestemmingen aan de Loevenhoutsedijk maatgevend. De voorgenomen woningbouwontwikkeling in het plangebied Jagerskade beperkt niet de maximaal planologische invulling van de naastgelegen RWZI.

Beperkingen voor de RWZI vloeien voort uit de bestaande woningen aan de Loevenhoutsedijk.’ 6

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

2.3.4.2 Aanpassing paragraaf 5.10 van de toelichting In paragraaf 5.10 Natuurbescherming wordt de onderstaande tekst van de toelichting verwijderd:

‘Het is aan te bevelen om alvorens het bovenstaande advies vast te leggen in een definitief ontwerp, de concept plannen voor te leggen aan een ecoloog. Op deze wijze kan voor een (ecologische) optimalisatie van het plan gezorgd worden en wordt voorkomen dat straks verblijfplaatsen worden gerealiseerd die onaantrekkelijk zijn voor de doelsoorten. Om de effectiviteit van de getroffen voorzieningen te volgen wordt geadviseerd om deze de eerste jaren te monitoren. Bij de uitwerking van de bouw van de woningen, wordt in overleg met de gemeentelijke ecologen gekeken naar de mogelijkheid voor extra voorzieningen voor diervriendelijk bouwen’ De verwijderde tekst wordt vervangen door de volgende tekst:

In het definitieve ontwerp van het bouwplan Jagerskade zijn, na nader overleg met een ecoloog, een aantal concrete maatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning voor het bouwen van het complex voor de doelsoorten huismus, gierzwaluw en vleermuis. In de omgevingsvergunning is, zowel op de tekening als in de voorwaarden, opgenomen dat er op de drie nieuwe woongebouwen minimaal 51 nestkasten worden ingebouwd voor de genoemde doelsoorten. Voor de huismus worden minimaal 9 nestkasten ingebouwd, voor de gierzwaluw worden minimaal 24 nestkasten ingebouwd en voor de vleermuis worden minimaal 9 wintergevelverblijven ingebouwd en worden er ook minimaal 9 zomer/kraamkasten ingebouwd. Met het nemen van deze concrete maatregelen, onder een aantal in de vergunning opgenomen voorwaarden, kan gesteld worden dat hier sprake is van diervriendelijk bouwen. 2.3.4.3 Aanpassing paragraaf 5.13 van de toelichting In paragraaf 5.13 Archeologie wordt de onderstaande tekst van de toelichting verwijderd:

‘Het planvoornemen, waarin een half verdiepte parkeergarage wordt gerealiseerd, heeft tot gevolg dat er voor de werkzaamheden een archeologische vergunningsplicht geldt. Voorafgaand aan de sloop- en/of graafwerkzaamheden dient archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het feit dat het plangebied, gedeeltelijk in een zone met hoge archeologische verwachting ligt, belet niet de bouw van de half verdiepte parkeergarage’ De verwijderde tekst wordt vervangen door de volgende tekst:

Er is voor dit plan archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied de verwachting op archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd groot is. Op een diepte van circa 300 cm -Mv bevindt zich naar verwachting dekzand. De top ervan vormt theoretisch gezien het niveau waarop resten uit de periode laat- Paleolithicum-Neolithicum aanwezig kunnen zijn. Volgend op het bureauonderzoek is veldonderzoek uitgevoerd. Hieruit bleekt echter dat delen van het terrein niet toegankelijk waren en dat onder het asfalt op de parkeerplaats achter de horecagelegenheid steenbrokken lagen, die niet handmatig te doorboren waren. Slechts één boring is door de moderne ophoging geraakt. Hier is een historische ophooglaag met baksteenresten aangetroffen, waaronder de boring gestuit is in een oude fundering. Dit is waarschijnlijk van één van de gebouwen die op historische kaarten is te zien. Tot een goede toetsing van de archeologische verwachting is het echter tijdens het veldonderzoek niet gekomen. De archeologische verwachting uit het bureauonderzoek blijft zodoende voor het plangebied van het bestemmingsplan Jagerskade ongewijzigd.

De voorgenomen werkzaamheden op de locatie Jagerskade, waaronder de realisatie van een half verdiepte parkeergarage, kunnen de mogelijk aanwezige archeologische waarden aantasten. Voor

7

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

deze ontwikkeling is daarom een archeologievergunning met meerdere voorwaarden verleend. Hiermee zijn de archeologische waarden in het plangebied voldoende beschermd.

8

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

3 Bespreking van veel genoemde onderwerpen 3.1 Onderwerp Verkeersontsluiting via Loevenhoutsedijk 3.1.1

Zienswijzen over onderwerp 1

Op één zienswijze na gaan alle zienswijzen over de verkeersontsluiting van het plan via de Loevenhoutsedijk. Daarbij maakt men zich vooral zorgen over het feit dat de bestaande in-/uitrit tussen de reeds aanwezige appartementen en eengezinswoningen aan de Loevenhoutsedijk gebruikt wordt voor de ontsluiting van de nieuw geplande appartementen. Het is volgens indieners algemeen bekend dat hier al jaren door de buurtbewoners gepoogd wordt om deze inrit veiliger te maken en dat bijna-ongelukken hier schering en inslag zijn. Door de verkeersontsluiting van de drie nieuwe appartementengebouwen op deze plek te situeren wordt de situatie naar mening van de indieners verder verslechterd en nog onveiliger.

3.1.2

Reactie gemeente op onderwerp 1

In de aanloop naar het bestemmingsplan zijn een drietal ontsluitingsvarianten onderzocht (zie paragraaf 4.2 van het bestemmingsplan). Het gaat om de volgende varianten: Variant 1. Ontsluiting via de Jagerskade.

Het verkeer rijdt via de Jagerskade naar de ingang van de parkeergarage. Deze ontsluiting is om meerdere redenen niet wenselijk en niet haalbaar omdat: 1.

2.

De Jagerskade is in het mobiliteitsbeleid aangewezen als een hoofdfietsroute, dus het is een

belangrijke route voor langzaam verkeer. Een toename van gemotoriseerd verkeer is hier niet wenselijk vanwege verkeersveiligheid.

De aansluiting op de Loevenhoutsedijk ter plaatse van de Roode Brug. Vanwege het smalle profiel op de Roode Brug is er een om en om regeling voor gemotoriseerd verkeer. Extra verkeer wat vanaf de Jagerskade de Loevenhoutsedijk of Roode Brug oprijdt is vanwege verkeersveiligheid en doorstroming niet wenselijk.

9

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Deze variant valt daarom af. Variant 2. Ontsluiting via het terrein van de RWZI, uitkomend bij het Muziekhuis ter hoogte van

Loevenhoutsedijk 301.

Deze variant heeft wat betreft verkeersveiligheid de voorkeur. Bij deze variant loopt de ontsluiting over het RWZI-terrein. Omdat HDSR eigenaar is van deze grond, is medewerking van HDSR noodzakelijk.

HDSR heeft aangegeven niet mee te zullen werken aan deze variant waardoor deze ontsluiting nog niet haalbaar is.

Variant 3. Ontsluiting via de uitrit van de parkeerplaatsen ter hoogte van Loevenhoutsedijk 335.

Deze ontsluiting wordt al gebruikt om de circa 70 parkeerplaatsen achter de woningen aan de Loevenhoutsedijk te ontsluiten. Hier komen dan nog de 56 parkeerplaatsen bij van de nieuwe

woningen. Deze toename kan goed worden afgewikkeld via de bestaande ontsluiting. De ontsluiting 10

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

voldoet in de huidige situatie en zal met de genoemde toename ook nog voldoen. Het is echter bekend dat het zicht vanuit de ontsluiting beperkt is. Met deze nieuwe ontwikkeling zullen er enkele maatregelen worden getroffen om dit te verbeteren. •

Met het opheffen van één parkeerplaats aan de Loevenhoutsedijk (direct naast de

ontsluiting) wordt bij het uitrijden het zicht verbeterd, op het kruisende verkeer van de Loevenhoutsedijk.

Onderstaande tekening geeft de zichtlijnen weer vanuit de uitrit op de Loevenhoutsedijk. Volgens de ASVV 2012 hoort de afstand op een kruispunt tussen een 30 en een 50 km/h weg 45 meter te zijn over de lengte van de weg. De uitrit mag gezien worden als een 30 km/h zijweg. Hiermee voldoet de uitrit aan de normen.

•

Op het trottoir zal met witte strepen de uitgang van de auto's worden aangegeven. Daarmee is het voor voetgangers duidelijker dat hier auto's het trottoir kruisen.

•

De breedte van de uitrit is breed genoeg voor 2 richtingen autoverkeer. Een om en om

regeling is niet noodzakelijk en zou eventueel hard in-/uitrijden alleen maar stimuleren. Dit wordt dus niet toegevoegd aan de uitrit.

Met het toepassen van deze hierboven genoemde verkeersmaatregelen kan de ontsluiting volgens ons als verkeerveilig worden aangemerkt en is hiermee een acceptabele ontsluiting van het

plangebied.

Deze variant van de ontsluiting is daarom uitgewerkt in dit bestemmingsplan. De indieners van zienswijzen ervaren de huidige inrichting van de ontsluiting echter onveilig omdat er enerzijds geen zicht is op het autoverkeer over de Loevenhoutsedijk en anderzijds op de voetgangers op het trottoir. Daarnaast wordt er gesteld dat er op de Loevenhoutsedijk veel verkeer rijdt, waarbij ook nog een deel met hoge snelheden. Ook nog genoemd is dat de inrit te smal is voor verkeer in beide richtingen. De gemeente maakt de volgende beoordeling op dit punt:

11

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Objectieve veiligheid

De gemeente heeft de beschikking over data over de gereden snelheid, verkregen uit navigatieapp en -systemen, en de geregistreerde ongevallen. Op de hele Loevenhoutsedijk, excl. het kruispunt met de Taagdreef, zijn er in de periode van 2018 tot september 2021 vijf ongevallen bekend, waarbij er bij één ongeval letsel is ontstaan. Voor een straat met ca. 6000 - 8000 motorvoertuigen per etmaal met fietsers op de rijbaan is dat zeer beperkt, maar helaas onvermijdelijk. Uit de snelheidsdata blijkt dat de v85 (85 – percentiel van de snelheid) om en nabij de 50 km/uur ligt over de hele straat, uitgezonderd de kruispunten thv de Roode Brug en Taagdreef waarbij de snelheid logischerwijs lager ligt. Dit sluit niet uit dat er uitschieters zijn die hogere snelheden halen, maar geeft wel een beeld dat het gros van het gemotoriseerde verkeer zich aan de maximumsnelheid houdt. Daarnaast zijn ook nog de zichtafstanden bekeken vanaf de uitrit, zoals ook benoemd in het bestemmingsplan. Met het weghalen van het eerste parkeervak naar de uitrit is dit zicht naar beide kanten voldoende voor het oprijden van een 50 km/uur weg. Als laatste nog de doorgang door de uitrit. Deze is tussen de muren 5,40 meter breed. Dit is ruim voldoende voor twee auto’s om elkaar te passeren. Enkel met een breder voertuig als een vrachtwagen wordt het lastig om de doorgang in twee richtingen te gebruiken.

In dat geval moet men even op elkaar wachten bij een breder punt achter de woningen. Deze situatie is incidenteel maar in bestaand stedelijk gebied onvermijdelijk. Samenvattend concludeert gemeente dat uit bovenstaande er geen acuut verkeersveiligheidsprobleem is op de Loevenhoutsedijk, zoals bewoners dit ervaren.

Kruisen trottoir

Voor de voetgangers wordt er markering aangebracht op de inrit om hen hierbij te wijzen op de aanwezigheid van de inrit. Hierdoor kan er van de voetganger een zekere voorzichtigheid verwacht worden bij het oversteken van de uitrit. Ditzelfde geldt ook voor de automobilist. Deze weet dat die een voetpad kruist waar die slecht zicht op heeft. Het is dan niet meer dan logisch dat deze stapvoets de uitrit verlaat. Hierbij is de kans op een ongeval zeer klein, echter niet uit te sluiten.

Verkeer op Loevenhoutsedijk

De Loevenhoutsedijk is opgenomen in Mobiliteitsplan 2040 als een weg die op termijn afgewaardeerd wordt naar 30 km/uur. Op het moment van schrijven (d.d. december 2021) is er nog concrete planning beschikbaar wanneer de straat wordt afgewaardeerd. Een afwaardering vraagt meer dat enkel verkeerborden plaatsen, maar een volledige herinrichting van de straat. Met een herinrichting kan de maximumsnelheid van 30 km/uur beter worden afgedwongen met als te verwachten bijeffect dat er minder verkeer over de Loevenhoutsedijk gaat.

Second opinion

Naar aanleiding van de zienswijzen is aan verkeerskundig bureau Goudappel gevraagd de veiligheid van de uitrit te beoordelen. Hiervoor heeft Goudappel een notitie gemaakt met kenmerk 010726.N1.02 (zie bijlage 1 bij dit rapport) De conclusies van dit onderzoek zijn: “In het ontwerp bestemmingsplan is opgenomen dat de parkeerplaats direct ten noorden van de inrit zal vervallen om zo een beter uitzicht te creëren. Dat zorgt voor een beter zicht op het verkeer dicht bij de uitrit en het uitrijdende verkeer. Bovendien krijgt het uitrijdende verkeer beter zicht op fietsers. Dit is een maatregel die leidt tot een duidelijke verbetering. Voor het zicht richting de Rode Brug belemmeren de fietsen in het fietsenrek het zicht enigszins. Dit kan worden verbeterd door de huidige hoog-laag-klemmen te vervangen door een rek waarbij de fietsen op één hoogte staan, bijvoorbeeld fiets nietjes. Vanuit een auto is er dan beter zicht op het autoverkeer op de Loevenhoutsedijk. Alternatief is het verplaatsen van het rek. Voor het onderlinge zicht op het verkeer dat vanaf de Roode Brug komt, is het wenselijk de snelheid vanuit deze richting te beperken (zie bijlage 2). Automobilisten vanuit de inrit kunnen dan beter beoordelen of ze op kunnen rijden zonder dat verkeer vanaf de Roode Brug moet afremmen. De 12

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

bocht in de Loevenhoutsedijk met het middeneiland zorgt al voor een snelheidsbeperking. Dit kan worden versterkt door de voetgangersoversteek bij de Anthoniedijk op een verkeersdrempel te leggen. In verband met de bus op de Loevenhoutsedijk moet dit een busvriendelijke drempel zijn, een drempel met beperkte hoogte en aangepaste hellingen. Alternatief is een ‘kussen-drempel’ direct ten noorden van de oversteek, naast de witte markering. Of een drempel op deze locatie een goed idee is, moet worden afgestemd met de busmaatschappij en natuurlijk ook met de omwonenden.”

Conclusie

De Loevenhoutsedijk is in het recente verleden opnieuw ingericht om de verkeersveiligheid te verbeteren. Uit de berichten en zienswijzen van bewoners komt naar voren dat de herinrichting nog onvoldoende het gevoel van verkeersveiligheid creëert. Om het gevoel van verkeersveiligheid te verbeteren is onderzocht welke maatregelen mogelijk zijn op de korte en (middel)lange termijn. Voor de (middel)lange termijn is het Mobiliteitsplan 2040 geraadpleegd en dit plan geeft aan dat de Loevenhoutsedijk ingepland staat op eventueel afgewaardeerd te worden naar 30 km/h. Deze afwaardering zal sowieso de verkeersveiligheid verbeteren, omdat de snelheid verlaagd wordt. Voor deze afwaardering zal dan de Loevenhoutsedijk opnieuw heringericht moeten worden, zodat o.a. de materialisering, wegbreedte en profilering aansluiten bij een weg waar max. 30 km/h gereden mag worden. Uit het onderzoek van Goudappel komt naar voren dat er op korte termijn maatregelen mogelijk zijn om de verkeersveiligheid te verbeteren. Dit zijn het toepassen van een busvriendelijke drempel of een ‘kussen-drempel’ en het wijzigen van een aantal fietsparkeervoorzieningen nabij de in/uitrit zodat de zichthinder verminderd wordt. Gemeente acht het kansrijk om de verkeersveiligheid op de Loevenhoutsedijk op de korte termijn met relatief kleine maatregelen te kunnen verbeteren.

Dit ook mede beschouwd in het licht van de recente herinrichting en de toekomstige afwaardering naar 30 km/h. van de Loevenhoutsedijk en de investeringen die hiervoor zijn gedaan en nog verwacht worden. Om de maatregelen voor de korte termijn uit te kunnen voeren zal overlegd moeten worden met diverse partijen die gebruik maken van de openbare ruimte zoals openbaar vervoerbedrijven, politie, brandweer en ambulance. De uitvoering van de maatregelen kan, na overeenstemming met voorgenoemde partijen, gedurende, of indien mogelijk eerder dan, de realisatie van het woningbouwproject worden uitgevoerd. De voorgestelde maatregelen kunnen niet worden opgenomen in de juridische planregels van het bestemmingsplan, omdat deze gelegen zijn buiten het plangebied van het bestemmingsplan. De uitvoering van de maatregelen op de Loevenhoutsedijk dient daarom los beschouwd te worden van de voortgang van het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan. 3.1.3 Bouwverkeer Sloop- en bouwverkeer voor de nieuw te bouwen appartementen, zullen via de Rode Brug naar de Jagerskade gaan en vice versa. Gezien de drukte op de Loevenhoutsedijk en gevaarlijke en onoverzichtelijke situatie bij de Rode Brug kan dit leiden tot gevaarlijke situaties en nog meer opstoppingen.

Daarnaast leidt dit tot geluids- en trillingsoverlast voor de bewoners van de appartementen aan de Vechtzijde omdat het bouwverkeer in het ontwerpbestemmingsplan tussen Stella Maris en het huidige Vechthuispand door moet rijden, een zeer smalle ingang. Ook hier pleiten indieners voor ontsluiting via de Marnixbrug. Meer ruimte voor bouwverkeer op de weg en het huidige parkeerterrein van het Vechthuis heeft een ruime ingang en genoeg ruimte om grote voertuigen te parkeren. 3.1.4 Reactie gemeente In de planvorming voor het bestemmingsplan zijn meerdere ontsluitingen voor het bouwverkeer onderzocht, waaronder via de Loevenhoutsedijk, maar ook via het terrein van HDSR en het Zandpad richting de Marnixbrug/Einsteindreef. Tijdens deze beoordeling is rekening gehouden met de 13

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

voortgang van andere projecten in de omgeving. Op het moment van schrijven (december 2021) zijn verschillende projecten in de omgeving vertraagd waardoor de mogelijkheid tot het gebruik van het Zandpad richting de Marnixbrug/Einsteindreef weer haalbaar is geworden voor het bouwverkeer. Gemeente kan zich vinden in de zienswijzen van bewoners dat het onwenselijk is om bouwverkeer dicht langs woningen te laten rijden als er een alternatief voor handen is welke minder overlastgevend is. Op basis van de zienswijzen en de nieuwe mogelijkheden is een nieuwe route voor het bouwverkeer uitgewerkt en getoetst in het gemeentelijke kernteam Tijdelijke Verkeersmaatregelen. De geaccordeerde route voor het bouwverkeer is onderdeel van het veiligheidsplan behorend bij de omgevingsvergunning voor de bouw van de appartementen. De uitvoering van de nieuwe route voor het bouwverkeer kan niet worden opgenomen in de juridische planregels van het bestemmingsplan, omdat bouwverkeer hier geen onderdeel van uit maakt. De uitvoering van de nieuwe route voor het bouwverkeer dient daarom los beschouwd te worden van de voortgang van het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan.

3.2 Groen 3.2.1 zienswijze over onderwerp 2 Er komt privé groen en ook openbaar toegankelijk groen. Het groen aan de Vechtzijde en horeca wordt openbaar toegankelijk. Er komt een pad van de Loevenhoutsedijk naar de Jagerskade. Men maakt bezwaar tegen een pad van de Loevenhoutsedijk naar de Jagerskade. Het openbaar toegankelijk groen is bereikbaar via de Jagerskade, dus wat is de meerwaarde van een pad via de Loevenhoutsedijk? Naast een al druk bereden in- en uitrit door autoverkeer ook nog voetgangersverkeer? Dit lijkt indieners zeer onwenselijk en ook een extra (vanaf de straat nauwelijks zichtbare) toegang tot het openbaar groen voor hangjongeren, cliënten uit het hostel Hogelanden, drugsrunners en dealers met als gevolg een onveilige en vervuilde omgeving voor zowel de huidige- als de nieuwe bewoners. In het ontwerpbestemmingsplan staat dat onderzocht wordt of een verblijfsplek aan het water tot de mogelijkheden behoort. Dit is nog niet nader uitgewerkt in het ontwerp, maar verdient volgens de gemeente wel aandacht. Wat heeft men voor ogen? Een terras, een vlonder? Dit is een aantasting van de oever en opoffering van groen en past niet in de visie Vechtoevers zoals die een aantal jaar geleden is opgesteld. De privacy van de bewoners van de woonarken aan de overkant (Hogelanden) wordt aangetast en een terras geeft geluidsoverlast tot laat in de avond.

Buiten de overlast die de bewoners van de woonarken nu al hebben van vaak te snel varende recreatievaart met harde muziek en schreeuwende mensen, zou er nog een verblijfsplek aan het water bij komen. Dit vinden indieners onwenselijk. Indien sprake zou zijn van een vlonder, wordt de doorvaart, die nu al smal is, te smal voor de recreatievaart uit twee richtingen, vooral de grote huurboten van Le Boat kunnen thans maar net zonder schade (soms met schade) langs de woonarken varen, met een vlonder wordt dat en elkaar in twee richtingen passeren, onmogelijk. Daarnaast is deze zijde bestemd voor het aanleggen van boten die wachten op de opening van de Rode Brug! 3.2.2 reactie gemeente Het nieuwe geplande pad zorgt voor een betere doorwaadbaarheid van het gebied. Het heeft dus niet alleen een functie voor de bewoners/bezoekers van de nieuwe woonblokken, maar creëert ook een mogelijkheid voor een kortere verbinding naar de Loevenhoutsedijk en de woonbuurt Hoogstraat. Door een fijnmazig netwerk wordt het aantrekkelijker om van het groen gebruik te maken.

Verblijfsplek aan het water

De verblijfsplek aan het water is een idee van de initiatiefnemer dat we op voorhand niet willen uitsluiten. Stedenbouwkundig gezien zien we het als een positieve ontwikkeling. Echter, concrete 14

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

plannen zijn er niet. De exacte locatie en de afmetingen van de vlonder is niet bepaald. Hier zijn dus ook geen afspraken over gemaakt. Wanneer er een plan komt voor een vlonder aan het water zal er met diverse partijen waaronder de omwonenden afgestemd moeten worden of dit mogelijk is. De realisatie van een verblijfsplek aan het water zal voor wat betreft haalbaarheid en wenselijkheid te zijner tijd worden beoordeeld. Hiervoor zal dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Voor bewoners is het mogelijk dan bezwaar te maken tegen de komst van de verblijfsplek.

3.3 Parkeren bij Horeca Zienswijzen over onderwerp 3 Er komt horeca, met een klein terras aan de achterzijde, gericht op een buurtfunctie in de categorie D. Achter het horecapand komt nog een aantal parkeerplaatsen die vrij toegankelijk zijn vanaf de Jagerskade. Indieners maken geen bezwaar tegen de parkeerplaatsen, wel tegen de vrije toegankelijkheid na sluitingstijd van de horeca; een ideale (niet zichtbare) plek voor criminele activiteiten. Zij pleiten er voor deze parkeerplaats ’s nachts af te sluiten met een hek. Hulpdiensten kunnen toegang krijgen naar de nieuwe appartementen en wel via de al eerdergenoemde mogelijke ontsluiting via de Marnixbrug. 3.3.2 reactie gemeente Met het plan voor dit gebied is een ontwerp tot stand gekomen dat open en overzichtelijk is. Daarbij zijn de nieuwe geplande woningen alzijdig waardoor er voldoende zicht is op de entrees naar de woningen en op het openbaar toegankelijke park. Dit draagt bij aan een gevoel van sociale veiligheid. Daarnaast is er een horecafunctie aanwezig die in de avond wordt gebruikt en is het mogelijk om in de avond het openbaar toegankelijke park af te sluiten van bezoekers. Op deze manier is de sociale veiligheid van het gebied naar onze mening voldoende gewaarborgd. Het punt van afsluitbaarheid van het parkeerterrein is ook aangehaald bij de bewonersavond van 31 augustus 2021.

Daarover is toen gezegd dat in de toekomst die afsluitbare voorziening gerealiseerd kan worden als de veiligheid in dit gebied inderdaad verminderd wordt, maar dat de situatie eerst aangekeken wordt. De oplossing zal de initiatiefnemer dan verzorgen, omdat de initiatiefnemer een veilige omgeving wil borgen.

3.4 Geuroverlast RWZI Zienswijze over onderwerp 4 T.a.v. de geuroverlast baseert de gemeente zich in het ontwerpbestemmingsplan op berekeningen van de nieuwe waterzuivering uit 2016, die toen nog niet gebouwd was en de geurnorm nog niet was vastgesteld door de landsadvocaat. De afgelopen jaren zijn er over de nieuwe waterzuivering honderden klachten bekend over de geurhinder uit Ondiep, Overvecht, Hoogstraatbuurt en Zuilen. De berekening 2016 van de geuroverlast is niet actueel. Indieners maken bezwaar tegen deze berekening en stellen voor op basis van de recente situatie nieuwe objectieve metingen en berekening te laten uitvoeren, om aan te tonen dat de geureenheid van 0,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel niet wordt overschreden. 3.4.2 reactie gemeente Op het moment van het opstellen van het ontwerp-bestemmingsplan werd de rioolwaterzuivering vernieuwd. De gegevens waarvan gebruik werd gemaakt waren op dat moment de meest actuele gegevens. Inmiddels heeft de provincie Utrecht ons kenbaar gemaakt (per brief van 13 april 2021 zie bijlage 2) de strenge norm van 0,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel (hierna: 0,5 OUe/m3) te hanteren. Er is ten behoeve van de nieuwe omgevingsvergunning voor de RWZI een nieuw onderzoek gedaan naar de vernieuwde installatie (zie bijlage 3 Geuronderzoek RWZI Utrecht

15

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

HDSR21C3, oktober 2021 Olfasense B.V.). Hieruit blijkt dat de nieuwe installatie van de RWZI voldoet aan de hierboven genoemde norm 0,5 OUe/m3 en dat de geplande woningen in het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan Jagerskade buiten de geurcontour van de RWZI liggen. Daarnaast wordt door de gemeente en door de provincie met HDSR gesproken over het nemen van aanvullende bovenwettelijke maatregelen om eventuele overlast van de RWZI voor alle omwonenden tot een minimum te beperken. Zie voor de beantwoording van dit punt voorts de beantwoording van de zienswijze onder 1 en onder 27.

3.5 Hogere waardenbesluit 3.5.1 Zienswijze over onderwerp 5 In veel zienswijzen wordt ook geageerd tegen het HW besluit. De gemeente is voornemens een uitzondering op de Wet geluidhinder te geven op het gebied van voorkeursgrenswaarden, waardoor een besluit genomen moet worden over hogere waarden geluid vanuit de HDSR voor de bewoners van de nieuwe appartementen. De geluidsbelasting vanwege het industrieterrein RWZI gaat nu al de voorkeursgrenswaarde te boven. Men maakt bezwaar tegen het voorstel tot het vaststellen van een hogere geluidswaarde. De bewoners van de nieuwe appartementen verblijven niet alleen binnen in hun goed geïsoleerde woning, maar zullen ook gebruik maken van hun balkons. 3.5.2 reactie van de gemeente Indieners zijn vanwege het beschermen van de bewoners van de nieuwe appartementen op hun balkon tegen het vaststellen van een hogere waarde. Wij zijn het met indieners eens dat een bescherming van de buitenruimte (balkon of tuin) bij een woning essentieel is bij de hinderbeleving en daarmee de gezondheidsbescherming. Aan het besluit hogere waarde is in de gemeente Utrecht daarom dan ook altijd de voorwaarde verbonden dat elke nieuwe woning een geluidsluwe gevel (voorkeursgrenswaarde) dient te hebben en een buitenruimte waar de geluidbelasting niet meer dan 5 dB hoger is dan op de luwe gevel.

Op die manier wordt via het Hogere Waarde besluit en de bestemmingsplanregels geborgd dat alle woningen hierover zullen beschikken. In onderhavig plan is veelal een balkon met lokaal akoestisch gesloten borstwering nodig om een geluidsluwe gevel te behalen. Hiermee is ook de buitenruimte voldoende luw. De woningen waarbij geen gesloten borstwering wordt uitgevoerd daarbij is de geluidbelasting niet boven de voorkeurswaarde en is de buitenruimte dus ook automatisch geluidsluw. Er kan daarom gesproken worden over een goed woon- en leefklimaat voor alle geplande woningen in het plangebied.

16

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

4 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1 1. Het plan vormt een belemmering voor het functioneren van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het ontwerpbestemmingsplan maakt de bouw van nieuwe woningen mogelijk op een locatie die direct grenst aan het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (hierna: RWZI) van HDSR. HDSR maakt zich daar grote zorgen over en kan zich om die reden met het voorliggende ontwerpbestemmingsplan niet verenigen. In het verleden - zo in de periode 2005-2010 - zijn (ook bestuurlijke) gesprekken gevoerd tussen HDSR en de gemeente Utrecht over een mogelijke uitplaatsing van een nieuw te bouwen RWZI van de huidige locatie naar een locatie elders, meer aan de rand van Utrecht. Dit ook vanwege het feit dat HDSR inzag dat zo’n kans voor de gemeente zich normaal gesproken pas rond 2055-2060 weer voor zou gaan doen. Uiteindelijk heeft de gemeente deze kans niet kunnen of willen benutten, onder meer vanwege de te maken kosten voor de aanpassingen aan het gemeentelijk rioleringssysteem. Aangezien de bouwbeslissing door HDSR toen niet verder uitgesteld kon worden, heeft dit erin geresulteerd dat in 2019 de nieuwe RWZI is opgeleverd en in bedrijf genomen op het bestaande terrein. De voormalige RWZI is in zijn geheel vervangen door een nieuwe installatie. De RWZI zuivert het afvalwater naar behoren.

Een punt van aandacht voor alle belanghebbenden bij de RWZI (HDSR, de gemeente Utrecht, de provincie Utrecht als bevoegd gezag en niet in de laatste plaats de omwonenden) is de geursituatie. Geurbehandeling De RWZI bestaat uit twee ‘proceslijnen’: een ‘waterlijn’, waarin het afvalwater wordt behandeld en een ‘sliblijn’, de proceslijn die het slib verwerkt. Deze twee lijnen worden behandeld op vrijkomende geurstoffen. De geurbehandelingsinstallatie bestond tot oktober 2020 uit lavafilters, actief koolfilters en microgaswassers. Laatstgenoemde installatie functioneerde niet naar behoren en werd vervangen voor extra actief koolfilters achter de lavafilters, die momenteel nog in een tijdelijke opstelling op de zuivering staan. Medio 2022 wordt een definitieve installatie opgeleverd nadat uitvoerig metingen en onderzoeken zijn gedaan naar de meest effectieve opstelling voor de geurbehandeling. Ruim een jaar geleden (zomer 2020) is er in de Utrechtse politiek en in het lokale nieuws veel aandacht geweest voor de geuroverlast die door omwonenden ervaren werd. Een raadsinformatiebijeenkomst op 7 juli 2020 zorgde voor een situatie waarin de onderlinge samenwerkingsrelatie tussen gemeente en HDSR onder druk kwam te staan. Later zijn er nog raadsvragen gesteld waarbij HDSR wel de gelegenheid heeft gekregen de vragen op constructieve wijze in samenspraak met de provincie te beantwoorden.

Voor de goede orde: ook HDSR heeft deze overlastsituatie niet gewild en als het dan tóch gebeurt, betreuren wij dat zeer. Ondanks de veelbelovende verwachtingen van de best beschikbare zuiverings- en geurbehandelingstechnieken en een ontwerp dat is gebaseerd op de meest stringente ontwerpuitgangspunten in de activiteitenregeling milieubeheer, lijkt de werking ervan in de praktijk weerbarstiger dan aanvankelijk verwacht. We zijn enorm gemotiveerd voor het vinden van een blijvende oplossing. Wij vinden het daarom zorgelijk dat gemeente Utrecht zich enerzijds (terecht) bekommert om de zorgen van haar inwoners, de omwonenden van de zuivering in het bijzonder, maar anderzijds tegelijkertijd ook woningbouw wil toestaan op enkele meters van het RWZI-terrein, waarmee de potentiële spanning op dit punt tussen HDSR en de omwonenden rond de RWZI Utrecht verder wordt vergroot. In een brief dd. 13 april 2021, kenmerk 8222EFF55 (in afschrift verzonden aan uw college), heeft de provincie Utrecht ons kenbaar gemaakt de strenge norm van 0,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel (hierna: 0,5 OUe/m3) te hanteren. De nieuwe RWZI is, zoals 17

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

eerder vermeld, ook ontworpen op deze norm. Deze norm biedt echter ook ruimte voor woningbouw op korte afstand van de RWZI, waardoor - zoals gezegd - het risico wordt vergroot op door omwonenden ervaren geuroverlast. Daarom zien wij ons genoodzaakt nu deze zienswijze in te dienen, omdat wij de indruk krijgen dat de gemeente dit risico nog onvoldoende op waarde schat. We doen dit uit zorg voor de door deze toekomstige omwonenden (onze potentiële buren) ervaren beperkingen qua leefbaarheid vanwege mogelijke geurhinder en natuurlijk ook om de bestaande milieuruimte voor de RWZI te beschermen, juist ter borging van het goed kunnen uitvoeren van onze wettelijke zuiveringstaak voor de hele stad Utrecht, nu én in de toekomst. In vergelijkbare zin hebben wij dan ook gereageerd op voormelde brief van de provincie, inzake het hanteren van de strenge norm. Huidige geursituatie Sinds het ontstaan van de geurproblematiek heeft HDSR maatregelen genomen om de geurhinder te beperken. HDSR blijft zich de komende tijd inspannen de installaties verder te verbeteren om de geurproductie en -emissie te minimaliseren. Het onderzoeken, installeren en testen van deze verbeteringen kost tijd. Temeer omdat de geurbehandeling afhankelijk is van biologische processen die niet binnen een dag zijn bij te sturen.

De geur zal daarom een aandachtspunt blijven, ook omdat een technische storing (eventueel in combinatie met ongunstige weersomstandigheden - zie juni dit jaar als voorbeeld) al snel kan leiden tot klachten door omwonenden van de RWZI. Daarom vindt HDSR - het zij nogmaals benadrukt - het zeer zorgelijk dat in het ontwerpbestemmingsplan ter plaatse van de zuidoostelijke perceelsgrens van de RWZI nieuwe woningen zijn geprojecteerd. Belangenafweging ruimtelijke ordening. Aan het ontwerpbestemmingsplan ligt een notitie van adviesbureau LBP, d.d. 21 februari 2021, met kenmerk V074478aa.2121 JHP.djs, ten grondslag. Kort gezegd is de conclusie uit het rapport van LBP dat (ook bij een uitbreiding en van de RWZI) het plan Jagerskade niet maatgevend is voor de inpasbaarheid vanuit geur-optiek bezien. Maatgevend zijn de bestaande woningen, op basis waarvan LBP concludeert dat woningbouw aan de Jagerskade mogelijk moet zijn. LBP is daarbij uitgegaan van de geurnorm van 0,5 0Ue/m3 als bedoeld in artikel 3.5b lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Naar de mening van HDSR kan aan de hand van de geurberekening uit het rapport van LBP op zichzelf niet worden afgeleid dat er zonder meer sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de Jagerskade. In de eerste plaats dient rekening te worden gehouden met het klachtenpatroon (zie nogmaals het overzicht hierboven).

In de tweede plaats is van belang dat het een goed gebruik is om in het kader van ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met de richtafstanden voor (onder andere) geur zoals vervat in de uitgave "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG. De richtafstanden uit de VNG-brochure gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie (de RWZI) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een Op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad in het kader van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen vast voor het gehele grondgebied van de gemeente. Van belang is dat de diverse aan gronden toegekende bestemmingen zich goed tot elkaar verdragen. De aanwijzing van bestemmingen kan dan ook slechts plaatsvinden nadat alle betrokken belangen in voldoende mate zijn afgewogen. Naast ruimtelijke aspecten, bestaan deze belangen onder meer uit milieuaspecten die hun doorwerking hebben, zoals in dit geval de geuremissie van de RWZI. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de "Afdeling") in het kader van geur blijkt dat van een goede ruimtelijke ordening geen sprake kan zijn indien ter plaatse van geurgevoelige objecten (zoals woningen) geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

In uw reactie op ons wateradvies van 4 februari 2021 (ons kenmerk DM1741415) geeft u aan dit wel aangetoond te hebben met onderzoek. Graag brengen wij u onder de aandacht dat bij de RUD ook geurmeldingen binnen zijn gekomen van bewoners aan de Loevenhoutsedijk, een straat die verder ligt dan de plek waar de gemeente appartementen wilt toestaan. Aan het ontwerpbestemmingsplan ligt een notitie van adviesbureau LBP, d.d. 21 februari 2021, met kenmerk V074478aa.2121 JHP.djs, ten grondslag. Kort gezegd is de conclusie uit het rapport van

18

Datum Rapport

oktober 2015 Vaststellingsrapport

LBP dat (ook bij een uitbreiding en van de RWZI) het plan Jagerskade niet maatgevend is voor de inpasbaarheid vanuit geur-optiek bezien. Maatgevend zijn de bestaande woningen, op basis waarvan LBP concludeert dat woningbouw aan de Jagerskade mogelijk moet zijn. LBP is daarbij uitgegaan van de geurnorm van 0,5 0Ue/m3 als bedoeld in artikel 3.5b lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Naar de mening van HDSR kan aan de hand van de geurberekening uit het rapport van LBP op zichzelf niet worden afgeleid dat er zonder meer sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de Jagerskade. In de eerste plaats dient rekening te worden gehouden met het klachtenpatroon (zie nogmaals het overzicht hierboven). In de tweede plaats is van belang dat het een goed gebruik is om in het kader van ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met de richtafstanden voor (onder andere) geur zoals vervat in de uitgave "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG. De richtafstanden uit de VNG-brochure gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie (de RWZI) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die ingevolge het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Zie ook de uitspraak van de Afdeling d.d. 22 augustus 2012 (ECLI:NL: RVS: 2012: BX5263, r.o. 2.6.5).

De RWZI van HDSR valt in het plangebied van bestemmingsplan "Overvecht-Noordelijke stadsrand" d.d. 5 november 2012. De bestemming voor de RWZI is "Bedrijf' met de specifieke functieaanduiding "waterzuiveringsinstallatie" (paars gekleurd in figuur 2 in bijlage 2). In het voorliggende ontwerpbestemmingsplan zijn woningen strak tegen het RWZI-perceel met de bestemming "Bedrijf' en functieaanduiding "waterzuiveringsinstallatie" geprojecteerd, zoals te zien is in afbeelding 3 in bijlage 2. Daarmee wordt in het onderhavige geval de afstandsnorm uit de VNG-brochure dan ook in zijn geheel losgelaten. In plaats van 200 meter afstand wordt er geen énkele afstand gehouden tot het terrein met de RWZI-bestemming. Dit kan wat HDSR betreft niet de bedoeling zijn. Dit verdraagt zich niet met de afstandsnorm van 200 meter voor afvalwaterbehandelingsinstallaties uit de VNG richtlijn. Zeker niet nu niet valt uit te sluiten dat het zuidoostelijke terreindeel van de RWZI voor toekomstige uitbreidingen zal moeten worden gebruikt (met het oog op het toenemende aantal inwoners in de gemeente Utrecht). Of zelfs voor een geheel nieuwe RWZI als de huidige RWZI op haar beurt in de verdere toekomst aan vervanging toe is.

Kortom, gelet op het klachtenpatroon over de afgelopen twee jaar en de afstandseis uit de VNGbrochure geeft het wat HDSR betreft geen pas om woningen tegen de grens van het perceel met de bestemming "Bedrijf' en de specifieke functieaanduiding "waterzuiveringsinstallatie" aan te bouwen.

Reactie Met betrekking tot de geurcontouren van de RWZI zijn diverse overleggen geweest tussen de gemeente, de provincie en het waterschap. De provincie is het bevoegd gezag voor wat betreft de RWZI. Bij brief van 13-4-2021 NUMMER 8222EFF55 heeft de provincie het waterschap o.a. het volgende geschreven. “In het verlengde van het Bestuurlijk overleg met u en de gemeente Utrecht over de stankproblematiek bij de RWZI Utrecht/ Overvecht van 11 januari 2021 is in het (ambtelijke) Technisch beraad van 25 februari 2021 door HDSR de normering van geuremissie aan de orde gesteld. In dit Technisch beraad is overeengekomen dat wij schriftelijk duidelijkheid verschaffen over de geldende geurnorm. Deze brief is de invulling van deze afspraak. Geurnorm RWZI Utrecht In de Bestuurlijke overleggen van 9 september 2020 en 11 januari 2021 is het onderwerp geurnorm benoemd. Om de juridische status van de norm duidelijk te krijgen is door ons advies ingewonnen bij advocatenkantoor Pels Rijcken. Aan Pels Rijcken is de vraag voorgelegd welke geurnorm van toepassing is op de RWZI Utrecht / Overvecht. Door Pels Rijcken is diepgravend onderzoek uitgevoerd naar de juridische situatie van de norm. Ten behoeve van dit onderzoek is door HDSR historische informatie over de vergunning en diverse geuronderzoeken overgelegd.

Deze informatie is van belang om het Besluit omgevingsvergunning van 14 april 2017 (waarin voor de RWZI Utrecht I Overvecht de norm van 1,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel als aanvaardbaar is opgenomen) te wegen naast de direct werkende

19

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

regels voor geur afkomstig van rioolwaterzuiveringsinrichtingen zoals benoemd in het Activiteitenbesluit. Pels Rijcken beredeneert de casus RWZI Utrecht/ Overvecht als volgt: "Voor de vraag welke geurnorm van toepassing is, is artikel 3.5b Activiteitenbesluit van doorslaggevend belang. Uitgangspunt is de norm van 0,5 odour unit per kubieke meter lucht als 98-percentiel (hierna: odour unit).1 Alleen omdat deze RWZI is opgericht vóór het jaar 1996 valt de RWZI in beginsel onder het overgangsrecht. 2 Dat betekent dat de minder strenge norm van 1,5 odour unit zou kunnen gelden Dit minder strenge regime komt echter te vervallen als "veranderingen" plaatsvinden aan de RWZl.4 En dat is hier gebeurd. Het staat onomstotelijk vast dat de RWZI recent een volledige metamorfose is ondergaan (nieuwe installatie, nieuwe techniek en een nieuwe omgevingsvergunning). Door deze verandering is het overgangsrecht komen te vervallen en geldt de - reguliere - norm van 0,5 odour unit. De enige uitweg om - ondanks de verandering toch te kunnen blijven vallen onder het overgangsrecht, is door aan te tonen dat de geurbelasting niet is verslechterd als gevolg van de verandering, maar slechts op voorwaarde dat is voldaan aan de norm van 0,5 odour unit. 5 Met andere woorden: verslechteren mag, maar louter binnen de marge van 0,00 tot maximaal 0,50 odour unit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=93489059-7f2b-4707-b213-ae5b7b2d203d