Utrechtse Onderwijsagenda werkagenda 2024 - 2027
Tekst van het document
Meervoudig en flexibel gebruik van de ruimte wordt niet alleen in buurtscholen de norm, maar ook voor alle andere gebouwen die voor het onderwijs gebruikt worden. Het betekent bijvoorbeeld dat de gymzaal van een school ’s avonds wordt gebruikt door een sportvereniging, of dat het jongerenwerk na schooltijd gebruik kan maken van de school om jongeren een fijne plek te bieden om samen te komen. Maar ook dat klaslokalen groter en kleiner gemaakt kunnen worden. Zo kunnen leerlingen in grotere groepen instructie krijgen, om vervolgens in kleinere groepen uit elkaar te gaan.
34 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
Inclusief voor iedereen In Utrecht moeten álle kinderen en jongeren mee kunnen doen, ongeacht achtergrond, oriëntatie, financiële middelen of fysieke uitdagingen. We streven daarmee naar inclusieve en laagdrempelige ontmoetingsplaatsen voor kinderen, ouders, buurtbewoners en professionals.
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 35
3
Flexibel samenwerken en huisvesten
Ambities Tot en met 2027 gaan we concreet aan de slag met een aantal plannen: A13: Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) van de gemeente Utrecht wordt eind 2024 vastgesteld in de raad. Deze schetst de lange termijn ambities van de gemeente op onderwijshuisvesting. Daarbij geldt: gezamenlijk, flexibel en inclusief bouwen is het uitgangspunt. De vertaling van genoemde ambities in het IHP 2026 – 2041 met implicaties op haalbaarheid en betaalbaarheid is onderdeel van de door de Raad vast te stellen beleidsnota IHP. A14: Elke wijk heeft andere behoeften. Daarom gebruiken we geen one-size-fits-all model, maar onderzoeken we per wijk wat er nodig en wenselijk is aan samenwerkingsafspraken Inclusieve gebouwen, waar iedereen zich thuis voelt en toegang toe heeft, zijn daarbij ons streven. Daarbij zijn we er ons van bewust dat dat nu nog lang niet altijd zo is – en dat het veel geld en tijd kost om alle onderwijsgebouwen volledig inclusief te maken. Daarom werken we komende jaren stapsgewijs toe naar meer inclusievere onderwijsgebouwen. We laten een onderzoek doen naar de wijze waarop inclusief onderwijs door Utrecht wordt meegenomen in het Integraal Huisvestingsplan voor de onderwijshuisvesting voor de periode 2026-2041. Het inrichten van rustige ruimtes binnen een school, waar leerlingen de mogelijkheid hebben om te reflecteren of tot rust te komen, kan een waardevolle toevoeging zijn.
De eventuele invulling en implementatie van dergelijke ruimtes is de verantwoordelijkheid van de scholen. Zo kunnen zij inspelen op de specifieke behoeften van de school.
en faciliteiten. Daarbij maken we gebruik van de kennis die door de sociaal architecten per wijk verzameld wordt. Concreet werken we in elke wijk aan een buurtschool. In 2027 streven wij ernaar hiervan minimaal 3 gerealiseerd, criteria voor deze drie plekken zijn de noodzaak om te bouwen of renoveren, de ambitie van professionals in de wijk en de meerwaarde voor de leerlingen in de wijk. A15: Om meervoudig ruimte gebruik te stimuleren en te faciliteren, laten we in 2025 een onderzoek uitvoeren waarin concrete handvatten en aanbevelingen worden beschreven m.b.t meervoudig ruimtegebruik in het onderwijs en het bredere maatschappelijk domein. A16: We starten met een aanpak om onderwijs en onderwijshuisvesting inclusiever vorm te geven. Dit doen we in samenwerking met een inclusiviteitspanel bestaande uit leerlingen, studenten en onderwijsprofessionals die vanuit hun eigen ervaringen meedenken. De aanpak stellen we in 2025 op, en voeren we daarna stapsgewijs uit.
Daarbij gaat het niet alleen om rolstoeltoegankelijke toiletten in elk gebouw, maar bijvoorbeeld ook om meer aandacht voor materiaalgebruik en schoolontwerpen die prikkels verlagen. Daarnaast kunnen prikkelarme ruimtes leerlingen de mogelijkheid bieden om te reflecteren of tot rust te komen. De inrichting van een school is maatwerk, aansluitend bij de specifieke behoefte van de school. In onze aanpak maken we hierbij gebruik van
Afwegingskader
onderzoeken en voorbeelden uit de stad en de rest van het land en benutten we de uitkomsten om te bepalen
We willen voorloper zijn op inclusief onderwijs en dit realiseren met elkaar. We lopen daarom parallel aan de
welke investeringen dit vraagt.
ontwikkeling van het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Er is behoefte aan prikkels om inclusie in het onderwijs
Goed voorbeeld doet volgen Op verschillende plekken in de stad werken partners reeds vanuit een of meerdere voorzieningen in de buurt
te bevorderen, en tegelijkertijd kunnen we inclusiviteit niet als sturingsinstrument gebruiken om voorrang te verlenen aan scholen bij huisvesting of renovatie. Het is niet realistisch voor alle scholen om in dit tempo mee op te lopen. Ook vraagt een dergelijke verandering voor inclusieve schoolgebouwen een financiële investering.
samen (zie kader). Door deze voorzieningen de komende jaren te versterken en uit te breiden verwachten we beter bij te kunnen dragen aan de ontwikkelmogelijkheden van alle kinderen in de gehele stad. Hierbij zoeken we steeds de aansluiting bij de vraagstukken die spelen in een wijk.
36 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 37
Thema 4:
Introductie
Versterken van de Professional
Het vergroten van kansengelijkheid in het onderwijs hangt nauw samen met de kwaliteit van het onderwijs. Daarvoor zijn voldoende, bekwame professionals nodig in de kinderopvang en op scholen. Juist op dat punt ligt er een enorme opgave. Er is een tekort aan professionals waardoor scholen minder keuze hebben en onderwijstijd verkort wordt, wat een zware last legt op de schouders van het onderwijspersoneel. Tegelijkertijd hebben scholen de opdracht om rekening te houden met verschillen tussen kinderen, en alle kinderen gelijke kansen te bieden. Dit betekent dat we didactisch en pedagogisch meer vragen, en de druk op onze professionals die werkzaam zijn in deze sector toeneemt. In de landelijke aanpak lerarentekort wordt ingezet op een aantal actielijnen26: •
Het verhogen van de (zij-)instroom van studenten, leraren en schoolleiders.
•
Het behouden van personeel. Denk aan het bieden van loopbaanpaden, professionalisering, het verlagen van de werkdruk en strategisch personeelsbeleid.
•
Het omgaan met de tekorten, door te kijken naar de mogelijkheden op het gebied van bevoegdheden en onderwijstijd.
•
Het toegankelijker maken en het versterken van de kwaliteit van de lerarenopleidingen.
De inzet op deze lijnen wordt regionaal uitgewerkt in de onderwijsregio’s. In Utrecht-stad werken we hier als onderwijspartners intensief samen binnen Utrecht Leert. Hier vertalen we landelijke lijnen naar Utrechtse plannen, acties en afspraken. Solidariteit tussen scholen is hierbij cruciaal, iets wat ook door de Onderwijsraad in de verkenning ‘Schaarste schuurt’27 wordt benadrukt.
Utrecht Leert Waar sommige steden een aparte lerarenagenda hebben, werken wij binnen de UOA aan de aanpak van het lerarentekort via Utrecht Leert. De gemeente, onderwijspartners en de beroepsgroep brengen binnen Utrecht
In het kort
Leert expertises samen en werken gezamenlijk aan de aanpak van het tekort aan onderwijsprofessionals. Daarbij gaat het gezamenlijk belang boven het individueel belang. De pijlers van de aanpak van het personeelstekort zijn in 2023 opnieuw geformuleerd door het ministerie. Er komt een landelijk netwerk van onderwijsregio’s. Utrecht
Goede onderwijsprofessionals zijn de belangrijkste voorwaarde voor goed onderwijs. Door de huidige schaarste staat de
is een van de voorlopers. Pijlers van de aanpak zijn: werven, matchen, opleiden, begeleiden, professionaliseren, onderzoeken van de meerwaarde van multidisciplinaire teams. De aanpak van Utrecht Leert is beschreven in het plan van aanpak Onderwijsregio Utrecht Stad.
kwaliteit van het onderwijs onder druk.
Onderdeel van Utrecht Leert is het programma Vernieuwend Opleiden & Professionaliseren. Daarbinnen wordt
Middels Utrecht Leert werken we binnen
ingezet op een alternatieve manier om het onderwijs en daarbinnen de inzet van onderwijsprofessionals te
de UOA samen aan de aanpak van het
organiseren. Kern daarvan is het stimuleren van de samenwerking door studenten en professionals uit de
lerarentekort. Deze aanpak versterken we.
educatieve, sociale en pedagogische domeinen in interdisciplinaire teams. Het programma richt zich zowel
We zoeken naar innovatieve en creatieve
op primair, voortgezet als gespecialiseerd onderwijs. Daarnaast wordt de aansluiting en doorstroming tussen
oplossingen voor de schaarste, die niet ten
educatieve opleidingen binnen het mbo en hbo (associate degree en bachelor degree) vergemakkelijkt.
koste gaan van de onderwijskwaliteit.
38 // U O A WERK AG E ND A 20 24 -20 27
26
Kamerbrief lerarenstrategie december 2023 pdf (overheid.nl).
27
https://www.onderwijsraad.nl/publicaties/adviezen/2023/06/29/schaarste-schuurt.
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 39
4
Versterking van de Professional
leefwereld daarbuiten. Het gaat vooral om de afstemming en samenwerking tussen de professionals die binnen en buiten de school actief zijn en vervolgens de samenwerking op te zoeken en versterken in de driehoek ouder – school – kind. Zo kijk je door één gezamenlijk bril naar de ontwikkeling van een kind. Het doorbreken van de schotten tussen onderwijsopleidingen reikt verder dan alleen opleiden. Het biedt ook nieuwe perspectieven aan het kansrijk onderwijs, het doorbreken van leefwerelden en een aantrekkelijke sector om in te werken.
Perspectief op loopbaanpaden Werken in het onderwijs kan veelzijdig zijn. Het loopbaanpad van een leraar kan ook betekenen: werken op een andere school of in een andere onderwijssector, werken met een andere leerlingenpopulatie of je specialiseren in specifieke taken zoals curriculumexpert, opleider op de werkplek, of schoolleider. Taal- en rekenspecialisten
Onze inzet Ontschotten tussen de onderwijsopleidingen Professionals moeten goed toegerust zijn om ieder kind gelijke kansen te kunnen bieden en goed onderwijs te verzorgen. Het kunnen signaleren en omgaan met verschillen tussen leerlingen zijn daarbinnen centrale vormen van expertise. Het ontwikkelen van die expertises vraagt om onderwijsprofessionals die blijven leren, ook na de initiële opleiding. Het programma Utrecht Leert Vernieuwend Opleiden & Professionaliseren (ULVO) werkt ten
kunnen bijdragen aan meer vakoverstijgende aandacht voor lees- en rekenvaardigheid. De opleidingen dragen hieraan bij door samen met leraren en inhoudelijke experts specialisatie-trajecten te ontwikkelen in de lijn van de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren zoals die met subsidie uit het Groeifonds wordt uitgevoerd28.
Naar Utrechts voorbeeld Leerpracht: Om in de grootstedelijke context bekwaam en met plezier te werken is goede begeleiding en professionalisering van groot belang. Hoe speel je als leraar in op de continu veranderende vraagstukken die de leerlingen de school in brengen vanuit thuis en de straat? Hoe blijf je als leraar op de hoogte van de laatste pedagogische en vakdidactische
eerste aan de verbinding tussen het opleiden en de professionele ontwikkeling van een diverse groep onder-
inzichten om je bekwaam te blijven voelen én werkplezier te blijven ervaren? Scholen en opleidingen in Overvecht werken
wijsprofessionals om zo het beste onderwijs te kunnen verzorgen en ieder kind gelijke kansen te kunnen bieden.
hierin nauw samen.
Daarnaast wordt in het programma ingezet op het leren werken in breed samengestelde teams en op bevorderen van de samenwerking van onderwijsprofessionals in verschillende sectoren. Daarvoor is het nodig
Studenten kunnen met de pilot pedagogisch verbinders een BBL-traject volgen waarin zij worden opgeleid tot zowel onderwijsassistent en BSO-medewerker. Via een samenwerking met opleiders, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties krijgen de studenten de kans om breder te worden opgeleid en zijn zij flexibeler inzetbaar.
om de schotten die er zijn tussen de onderwijssectoren en de opleidingen van onderwijsprofessionals zoveel mogelijk te doorbreken. Binnen de eigen sector werken opleidingsinstituten en scholen al goed samen, maar de
In Utrecht zijn veel basisscholen aan het onderzoeken hoe ze onderwijs anders en slimmer kunnen organiseren door
verbinding en samenwerking met andere verwante sectoren ontbreekt.
open-andere-deuren-dagen. Diverse basisscholen in Utrecht openen hun deuren om andere onderwijsprofessionals een kijkje in de keuken te gunnen. Stuk voor stuk bruisende scholen die creatief en effectief omgaan met het lerarentekort.
De komende vier jaar werkt het ULVO-programma daarom aan het doorbreken van de schotten tussen onder-
Utrecht Leert, de Marnix Academie en Hogeschool Utrecht hebben samen een voortraject ontwikkeld om potentiële zij-in-
wijssectoren en tussen opleidingsinstituten. Doel daarbij is niet alleen om eraan bij te dragen dat de ontwikkeling
stromers een oriëntatie en vliegende start te bieden. Op deze manier worden zijinstromers zo goed mogelijk ondersteund
van het kind vloeiender verloopt (één ontwikkellijn), maar ook dat de onderwijsprofessional meer loopbaanper-
bij het kiezen van een passende route. Dat draagt bij aan het hoge succespercentage van de zijinstroom.
spectieven krijgt. Voor een onderwijsassistent wordt het bijvoorbeeld aantrekkelijker om zich te ontwikkelen naar een associate degree of pabo-diploma. Het werken in breed samengestelde teams is dat de onderwijs- en jeugdprofessional ieder vanuit het eigen
Professionals uit andere sectoren kunnen een dag in een school ondersteunend werk doen in de klas of voor een schoolleider als onderwijsambassadeurs. In een (half) jaar ontlasten ze de leraar of schoolleider en ontdekken ze of werken in het onderwijs iets is waarmee ze verder willen. Een aanzienlijk deel van de deelnemers stapt over naar het onderwijs.
perspectief kan bijdragen aan het leggen van verbinding tussen de leefwereld van het kind op school en de
40 // U O A WER K AG E ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 41
4
Versterking van de Professional
Inzet op solidariteit De keuze voor het werken op een school is een persoonlijke keuze, waarbij een goede match belangrijk is. Toch kunnen schoolbesturen hier onderwijsprofessionals schooloverstijgend bij ondersteunen. Zij kunnen en zullen personeel actief wijzen op de mogelijkheden om bij andere scholen te die wellicht beter bij hen passen. Met de daarvoor benodigde aanvullende opleiding, als dat aan de orde is.
Ambities A17: We maken het beroep van de onderwijsprofessional aantrekkelijker, maken creatief en efficiënt gebruik van onze professionals en ondersteunen de professional meer via andere vormen zonder dat we inleveren op de kwaliteit. A18: Het opleiden van onderwijsprofessionals geven we invulling op basis van twee actielijnen: Samen opleiden tussen onderwijssectoren Domeinoversteigend (interprofessioneel/transdisciplinair) opleiden A19: We onderzoeken de meerwaarde van een gezamenlijke flexpool, waarin docenten een vaste aanstelling hebben. Daarmee streven we ernaar de inzet van ZZP-leerkrachten zo veel mogelijk te beperken. A20: We streven ernaar om de uitval van startende leraren te verlagen, van 10% naar 5%. A21: Onderwijsprofessionals moeten kunnen blijven groeien. Niet alleen door teamleider of schoolleider te worden, maar juist ook door te verdiepen of verbreden in andere rollen. Daarom zetten we in op het creëren van nieuwe loopbaanpaden in het werk rondom het kind in lijn met de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren. Mogelijke (financiële) drempels voor het ontwikkelen van loopbaanpaden nemen we weg. A22: Waar passend en wenselijk zetten we in op de ontwikkeling van multidisciplinaire teams.
We laten ons binnen Utrecht niet belemmeren door het systeem en zoeken op wat mogelijk is in de samenwerking met kinderopvang, tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs, tussen vmbo en mbo, tussen scholen en culturele instellingen.
Ambities A23: We leggen de nadruk op het creëren van een breed pedagogisch-didactisch en/ of sociologisch fundament, waarna verdere specialisaties naar sector, vakgebied en/of leeftijdsgroep mogelijk worden en soepeler kunnen verlopen. A24: We werken aan het terugdringen van het kwantitatieve personeelstekort door het realiseren van een grotere en bredere instroom en een verminderende uitstroom in de opleidings- en inductiefase. A25: We werken aan het terugdringen van het kwalitatieve personeelstekort door het opleiden van kwalitatief betere onderwijsprofessionals door evidence-informed te werken en hen kennis en vaardigheden te geven om maatschappelijke vraagstukken het hoofd te bieden. A26: Het werven en aantrekken van personeel blijft belangrijk. Daarvoor blijven we de informatie op www.utrechtleert.nl verbeteren.
Ook samenwerking met pedagogisch medewerkers, orthopedagogen en sociaal werkers zien we als kansrijk, zo ontstaat de mogelijkheid om taken efficiënt te verdelen. Niet het systeem maar de onderwijskwaliteit staat daarbij voorop. De ontwikkelplek hiervoor is Utrecht Leert.
Afwegingskader Omgaan met het tekort aan onderwijsprofessionals vraagt om te kijken naar mogelijkheden, door andersoortige professionals voor de klas te zetten en samenwerkingen aan te gaan tussen sectoren om zo taken efficiënt te verdelen. Tegelijkertijd wil je niet inleveren op kwaliteit en stevig opgeleide professionals, dus in hoeverre kunnen we vasthouden aan bepaalde kwalificaties? Moeten we daarover stadsbrede afspraken maken en in
28
https://www.nationaalgroeifonds.nl/overzicht-lopende-projecten/thema-onderwijs/nationale-aanpak-professionalisering-van-leraren
42 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
hoeverre hebben scholen zelf vrijheid om te experimenteren?
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 43
Thema 5: Doorlopende ontwikkellijn
Introductie Vroege selectie In vergelijking met andere landen vindt in Nederland het selectiemoment na de basisschool vroeg plaats: al rond 11/12-jarige leeftijd. Deze vroege selectie is over het algemeen niet gunstig voor de onderwijskansen van met name leerlingen van wie de thuiscultuur relatief ver afstaat van de schoolcultuur. Zij lopen een grotere kans niet terecht te komen in het type onderwijs dat bij hun capaciteiten past en hebben door het sterk naar niveaus ingedeelde stelsel weinig mogelijkheden daarin nog te wisselen. Omdat dit doorwerkt in de rest van het leven leiden ongelijke onderwijskansen tot ongelijke maatschappelijke kansen. Ook draagt vroege selectie bij aan segregatie omdat kinderen met verschillende achtergronden al vanaf jonge leeftijd elkaar steeds minder tegenkomen.
Harde overgangen De grenzen van het onderwijssysteem zijn op dit moment soms te strak, waardoor geen recht wordt gedaan aan bepaalde groepen kinderen. Dat geldt bijvoorbeeld voor kinderen die op 4-jarige leeftijd nog niet klaar zijn voor de basisschool, maar bijvoorbeeld ook voor leerlingen die al voor het einde van de basisschool klaar zijn met de lesstof. De basisschool heeft dan niet altijd te bieden dan wat deze leerlingen nodig hebben.
In het kort
Bovendien zijn er vaak grote verschillen in de context van de kinderopvang, het primair en het voortgezet onderwijs. Voor veel kinderen is het bijvoorbeeld een hele stap van de veilige klas en de vaste leerkracht, naar
De ontwikkeling van kinderen moet leidend zijn, niet het systeem of de route die is uitgestippeld. Drempels halen we daarom zo veel mogelijk weg en overgangen worden flexibeler.
een (grotere) middelbare school met wisselende docenten voor de klas. Dit komt ook omgekeerd voor: sommige leerlingen zijn in groep 8 merkbaar de setting van de basisschool ontgroeid. Ook leerlingen die zowel cognitief als sociaal goede aansluiting vinden, kunnen bij de overgang van de kinderopvang naar po, en van po naar vo in de knel komen. Leerlijnen zijn niet altijd goed op elkaar afgestemd en de verschillen tussen het onderwijsaanbod zijn groot. Dit levert met name uitdagingen op in het vo, waar kinderen niet altijd direct op de goede plek landen, en daardoor van klas of school moeten veranderen.
44 // U O A WER K AG E ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 45
5
Doorlopende ontwikkellijn
In een 0-18 leergemeenschap waar professionals met elkaar samenwerken vanuit een gedeelde pedagogisch-didactische en ontwikkelingsgerichte visie, zijn drempels grotendeels weggenomen en sluit het aanbod logisch, in een meer vloeiende lijn op elkaar aan. De 0-18 voorzieningen kunnen in één en hetzelfde gebouw ontwikkeld worden, maar dit is geen voorwaarde. Zo lang er maar gewerkt wordt vanuit een gezamenlijke visie en bijbehorend gezamenlijk ontwikkeld onderwijsaanbod.
Naar Utrechts voorbeeld Brede brugklassen zijn ingericht om de leerling zoveel mogelijk aan een middelbare school te laten wennen. Leerlingen worden steeds zelfstandiger en krijgen eigen verantwoordelijkheid als ze daaraan toe zijn. Aan het einde van dat jaar kunnen
Onze inzet
deze kinderen met veel zelfvertrouwen naar klas 1 van het voortgezet onderwijs.
ROC Midden Nederland is een talentprogramma voor havisten gestart. Deelnemers kunnen een oriëntatieprogramma volgen op het MBO waarin zij de kans krijgen om te ontdekken welke opleiding of beroep het beste past. Zo kunnen deelnemers een bewuste keuze maken voor het MBO.
Een doorlopende ontwikkellijn maakt het mogelijk dat kinderen zich op hun eigen tempo ontwikkelen. De ontwikkeling van kinderen moet leidend zijn, niet het systeem of de route die is uitgestippeld. Dit met als doel
Leerlingen die van de basisschool een mavo- (TL )-advies krijgen en tegelijkertijd perspectief hebben op doorstroom naar de
gelijke kansen voor ieder kind en een inclusievere samenleving waarin ieder kind meedoet. Om stappen te
havo kunnen in een ‘havokans-klas’ geplaatst worden. In de havokans-klas, een initiatief van het Globe College en Gregorius,
zetten naar een doorlopende ontwikkellijn op eigen tempo bouwen we voort op initiatieven die Utrecht al heeft. We kijken wat werkt en hoe dit zich kan vertalen naar andere scholen.
worden leerlingen uitgedaagd en krijgen zij extra begeleiding en ondersteuning om doorstroom naar de havo mogelijk te maken.
Drempels verlagen Allereerst zetten we in op het verlagen van de drempels die er zijn. We zien mogelijkheden in 10–14 onderwijs
Ontwikkelrecht
om drempels te verlagen en kinderen in al hun diversiteit uit te dagen.Voor veel kinderen komt de overstap naar
Een doorlopende ontwikkellijn vraagt om een ander perspectief op leerplicht. Daarom stellen we aanwezigheid
het voortgezet onderwijs op 11 of 12-jarige leeftijd te vroeg. Het principe van 10-14 onderwijs is dat kinderen
centraal in plaats van verzuim; van leerplicht naar ontwikkelrecht. Inzetten op schoolaanwezigheid houdt in dat
een soepelere overstap kunnen maken van basisschool naar middelbare school door het selectiemoment uit te
scholen signaleren welke leerlingen of groepen leerlingen niet maximaal deelnemen aan het onderwijsproces
stellen.
en dat scholen nadenken over hoe ze dat kunnen verbeteren. Wat telt is wie er wél op school is. Door heel precies te kijken naar patronen van aan- en afwezigheid kunnen scholen bedenken wat er nodig is om betrok-
Ook de verbindingsgroepen voor kinderen van 4 tot 5 jaar zijn zo’n drempelverlager, bedoeld voor kinderen
kenheid bij de lessen te vergroten, en kunnen zij zorgen voor een positief school- en klassenklimaat waarin
die nog nét niet klaar zijn voor de overstap naar de basisschool, omdat zij nog onvoldoende hebben kunnen
alle leerlingen zich veilig voelen en ouders zich als partners van de school medeverantwoordelijk voelen voor
profiteren van het voorschoolse aanbod. Deze kinderen hebben baat bij een geïntensiveerde en doorlopende
maximale aanwezigheid.
speel-/leerlijn, waarbij een pedagogisch medewerker vanuit de kinderopvang en een leerkracht vanuit het basisonderwijs samen voor de groep staan.
Toewerken naar 0-18 voorzieningen
We willen dat voor alle kinderen en jongeren in Utrecht school een plek is waar ze graag zijn. Een plek waar zij leerkansen aangereikt krijgen en begeleid worden, en waar professionals en leerlingen ontwikkeling zichtbaar kunnen maken aan de hand van hun eigen ontwikkellijn. Hoe leerlingen zich ontwikkelen ten opzichte van
We zien in 0-18-leergemeenschappen de mogelijkheid om een drempelloze schoolervaring te bieden aan
zichzelf is waar we naar kijken. Hoe leerlingen het doen in vergelijking met een andere groep leerlingen is minder
kinderen en jongeren. Daarbij gaat het niet enkel om het basisonderwijs en voortgezet onderwijs, maar ook
relevant. Door het te hebben over ‘zitten blijven’ en ‘klassen overslaan’ wordt de suggestie gewerkt dat dat
juist om de kinderopvang (0-4) en het vervolgonderwijs (MBO, HBO en WO). We kijken ook naar de kansen voor
kinderen zich op één tempo moeten ontwikkelen. Daarom gebruiken we waarderende taal voor alle leerlingen,
verbinding met het gespecialiseerd onderwijs (SBO, SO en VSO).
ongeacht hun talenten.
46 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 47
5
Doorlopende ontwikkellijn
Ambities
Bijlagen
A27: We willen alle leerlingen in Utrecht een drempelloze schoolervaring bieden. We versterken daarom de verbinding tussen kinderopvang, PO, VO, MBO, HBO en WO en vergemakkelijken de overgangen tussen schoolsystemen. In 2024 onderzoeken we welke interventies in Utrecht nodig zijn om drempels weg te nemen. In 2025 starten we met het uitbreiden, versterken en implementeren van deze interventies zoals scholen voor 10-14 onderwijs, en de Utrechtse Kindcentra. A28: 0-18-leergemeenschappen hebben de potentie om bij te dragen aan het bieden van een drempelloze schoolervaring. Daarom starten we op drie plekken in Utrecht met de (door-)ontwikkeling van een 0-18 leergemeenschap waar professionals met elkaar samenwerken vanuit een gedeelde pedagogisch-didactische en ontwikkelingsgerichte visie. A29: Met name de overgang van PO naar VO is voor veel leerlingen nog een flinke hobbel in hun onderwijsloopbaan. Daarom maken we stadsbrede afspraken over de warme overdracht tussen PO en VO. A30: Ook de overgang van kinderopvang naar het PO kan gestroomlijnder, we sluiten aan op de plannen die hiervoor binnen het Utrechts Kwaliteitskader Kinderopvang ontwikkeld worden. A31: We zetten ons ervoor in dat in 2027 leerlingen een maatwerk diploma kunnen halen in het voortgezet onderwijs, waarbij vakken op verschillende niveaus kunnen worden afgesloten.
Landelijk beleid geeft hier ruimte voor, maar we pakken deze ambitie op samen met de Onderwijsinspectie en OCW. A32: De kernpartners (samenwerkingsverband, leerplicht, buurtteam en jeugdgezondheidszorg) maken een plan om hun werkwijze af te stemmen op aanwezigheid - in plaats van verzuim - als uitgangspunt in de samenwerking. A33: Vanaf nu gebruiken we in Utrecht waarderend taalgebruik voor alle leerlingen, ongeacht hun talenten. We sluiten daarbij aan op het mbo-manifest.
Afwegingskader De ambities binnen dit thema zorgen naar verwachting voor vermindering van segregatie en meer gelijke kansen. Dit is een heldere ambitie in het huidige coalitieakkoord, en dit doel heeft vanuit maatschappelijk oogpunt grote meerwaarde. Maar niet alle kinderen/jongeren gedijen goed in groepen waar sprake is van grote verschillen in leeftijd, leertempo of leerniveau.
48 // U O A WER K AG E ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 49
Bijlagen - De UOA als de Utrechtse LEA+
voet staat met de vrijheid van schoolkeuze en sterk ook wordt beïnvloed door woonsegregatie. Het terugdringen van segregatie en daarmee het bevorderen van inclusie, vraagt om tegensturen op vier assen: toegang tot onderwijs, ontmoeten, burgerschap en huisvesting. Welke afspraken maakt de UOA?
De UOA als de Utrechtse LEA+
Burgerschap
Met de Utrechtse Onderwijsagenda geven we kleur en invulling aan onze wettelijke taak als onderwijsbesturen
Huisvesting
en gemeente om een Lokaal Educatieve Agenda op te stellen. Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om
Voorkomen segregatie
Ontmoeten
regelmatig te overleggen met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties over gedeelde onderwijsthema’s zoals: 1.
Toegang tot onderwijs
het voorkomen van segregatie
2. het bevorderen van integratie 3. het bestrijden van onderwijsachterstanden 4. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures.
Bevorderen toegang •
Ongelijk investeren voor gelijke kansen betekent ook dat financiële middelen geen obstakel mogen zijn
De oorsprong hiervan ligt bij de wet op het primair onderwijs (WPO art. 161) en in de wet op het voorgezet
om als kind in Utrecht mee te kunnen doen. Dit betekent in de praktijk dat we zoeken naar een alternatief
onderwijs (WVO art. 3.42). De LEA bepaalt dat gemeenten en schoolbesturen verplicht zijn om jaarlijks overleg
voor de vrijwillige ouderbijdrage in de huidige vorm. We ontwikkelen samen met de schoolbesturen in
te voeren over deze thema’s. In de memorie van toelichting wordt gesuggereerd dat daarover ook afspraken
2024 een plan voor een solidariteitsfonds dat ten goede komt aan leerlingen (en hun ouders) uit de
gemaakt worden. De wet beoogt dat op deze wijze een kwaliteitsdialoog tussen schoolbesturen, kinderopvang
laagste inkomensgroepen.
en gemeente ontstaat. De UOA werkagenda geeft weer over welke thema’s de gemeente en onderwijsbesturen overleggen en ook
Ontmoeten •
Inzet op de realisatie van drie buurtscholen. Het uitgangspunt is dat de buurtschool een plek is voor
welke afspraken er gemaakt zijn. Hieronder geven we dit nogmaals beknopt aan zodat duidelijk is welke ambities
alle kinderen uit de buurt, waar kinderen met elkaar en hun omgeving vorm en inhoud geven aan hun
de UOA bevat:
ontwikkelproces. Het gaat om locaties waarvan de drempel laag is en waar niet alleen kinderen en jongeren zelf, maar ook hun ouders durven binnen te stappen om hulp te vragen en nieuwe mensen te leren kennen. Per buurt bepalen we welke partners nodig zijn om in de wensen en behoeften van de
1. Voorkomen van segregatie. Utrecht is een diverse stad waar mensen met verschillende achtergronden samenleven. Het onderwijs is
mensen in de buurt te voorzien. •
Vriendschapsschool. Een vriendschapsschool is een uitwisselingstraject tussen twee scholen met
bij uitstek een ontmoetingsplek voor kinderen en jongeren met verschillende achtergrondkenmerken. We
verschillende leerlingenpopulaties. In een vriendschapsschool ontmoeten leerlingen met verschillende
zien echter in de praktijk dat deze ontmoeting niet altijd plaatsvindt binnen de school. Enerzijds wordt dit
achtergronden elkaar en werken ze met elkaar samen. Het doel is dat er meer begrip voor de ander komt
veroorzaakt doordat mensen met verschillende kenmerken in verschillende wijken wonen en daardoor naar
en leerlingen leren omgaan met diversiteit. Via het samenwerkingsverband Utrecht stimuleren en onder
andere scholen gaan. Dit noemen we woonsegregatie. Anderzijds zien wij scholen met een homogene samen-
steunen wij scholen met het opstarten van een vriendschapsschool.
stelling in gemengde buurten. In dit geval zijn de scholen geen afspiegeling van de wijk en praten we over schoolkeuzesegregatie. Het tegengaan van onderwijssegregatie is een complex vraagstuk dat op gespannen
50 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
•
Investeren in de ontwikkeling van 10-14 en 0-18 onderwijsvoorzieningen. Deze voorzieningen hebben de potentie om bij te dragen aan het bieden van een drempelloze schoolervaring.
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 51
Bijlagen - De UOA als de Utrechtse LEA+
•
We willen zicht hebben op de buurten in de stad waar kansengelijkheid onder druk staat. Deze bevinden zich lang niet alleen in de meer kwetsbare wijken. We ontwikkelen kansenwerkplaatsen op plekken die we kiezen op basis van verminderde sociale cohesie of in buurten waar basisvaardigheden sterker dan gemiddeld achterblijven. Hiervoor is in de tekst een procesvoorstel gedaan.
Bijlagen - De UOA als de Utrechtse LEA+
3. Bestrijden onderwijsachterstanden. Welke afspraken maakt de UOA? •
Investeren in basisvaardigheden (taal, rekenen en burgerschap)
•
Inzetten op voldoende professionals via Utrecht Leert
•
Het ontwikkelen van een doorlopende ontwikkellijn vanaf het jonge kind en het faciliteren van vloeiende
Burgerschap •
Utrecht heeft nadrukkelijk gekozen voor de aanpak van de Vreedzame School. De Vreedzame School is
overgangen om onderwijsachterstanden te voorkomen en in te halen •
De bibliotheek op school
een compleet programma voor basisscholen voor de ontwikkeling van sociale competentie en democratisch burgerschap. Daarnaast is het goede aanpak in het kader van mentale weerbaarheid en veerkracht, kinderen voelen zich verantwoordelijk voor elkaar en voor de gemeenschap en staan open
4. Afstemming over inschrijving en toelating.
voor de verschillen. We geven een impuls aan projecten zoals Vleuten Versterkt, Great Minds en De
Welke afspraken maakt de UOA?
Vreedzame School. In 2027 hebben alle kinderen en jongeren in de stad laagdrempelig toegang tot deze
•
Naast de UOA is er nog een aparte overlegstructuur in de stad: het bestuurlijk overleg OAB.
projecten. We organiseren daarbij ontmoetingen tussen verschillende projecten, om van elkaar te
In dit overleg worden concrete afspraken gemaakt over de doelgroepdefinitie van de VE, initiatieven om
leren. Utrecht is een Vreedzame stad. Dat houdt in dat op wijkniveau alle organisaties die actief zijn
onderwijsachterstanden te bestrijden, er wordt afgestemd over inschrijvings- en toelatingsprocedures
met jeugd en ouders vanuit een gezamenlijke pedagogische visie en aanpak samenwerken. Ook de
en over de doorgaande lijn van de voorscholen naar de basisscholen. Ook voor dit overleg zijn de ambities
kinderopvang (KO, VE en BSO) nemen hier actief aan deel.
uit deze UOA werkagenda leidend en er bestaat een sterke uitwisseling tussen de overleggen, ook omdat het voor een belangrijk deel om dezelfde partners gaat.
Onderwijshuisvesting •
•
In hoofdstuk 3 van de UOA werkagenda wordt de investering in het ontwikkelen van buurtscholen
Met de UOA voldoen we aan – en gaan we verder dan – onze wettelijke opdracht binnen de LEA. We beperken
beschreven. In deze buurtscholen kan plek zijn voor meerdere scholen van diverse denominaties onder
ons niet tot de hierboven genoemde vier opdrachten, maar hebben vijf bredere thema's geformuleerd waarop
één dak, wat schoolkeuzesegregatie helpt tegengaan.
we gezamenlijk voortgang willen boeken. Hierbij zijn we er als onderwijspartners van overtuigd dat we samen
We verkennen samen met schoolbesturen op welke manier we onderwijshuisvesting inclusiever vorm
verder komen dan alleen.
kunnen geven, in lijn met de motie ‘Inclusief & Adaptief’. Ook verkennen we hoe we het principe ongelijk investeren voor gelijke kansen kunnen toepassen op de programmering van schoolgebouwen. De
De vijf thema’s zijn in een zorgvuldig en gezamenlijk proces met partners geformuleerd, en vormen een
resultaten van dit onderzoek werken we verder uit in het IHP.
uitwerking én uitbreiding op onze wettelijke taak. We overleggen niet alleen met elkaar, maar gaan gezamenlijk aan de slag met de uitvoering om het Utrechtse onderwijs te verbeteren. Dit doen we vanuit verschillende rollen en verantwoordelijkheden, maar met deze agenda laten we zien dat we gezamenlijk gebaat zijn bij goed
2. Bevorderen van integratie.
onderwijs.
Welke afspraken maakt de UOA? •
Het leveren van een cruciale bijdrage aan het bevorderen van integratie door de focus te leggen op inclusief onderwijs
•
Doorlopende leerlijnen, latere selectie
•
Kansenwerkplaatsen ontwikkelen op plekken die we kiezen op basis van verminderde sociale cohesie of in buurten waar basisvaardigheden sterker dan gemiddeld achterblijven.
•
Investeren in (preventieve) sociaal emotionele ontwikkeling en mentale gezondheid
•
Verstevigen van ouderbetrokkenheid op dit thema
•
Ontwikkelen van onderwijsgebouwen die ruimte bieden aan deze ambities
52 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 53
Bijlagen - Samenhang in beleid en uitvoering
Samenhang in beleid en uitvoer
ing
We willen dat Utrecht een stad is waar iedereen gezond kan leven, zich veilig kan voelen en zich kan ontwikkelen. Dat betekent dat onze grootste inspanningen gericht zijn op de bestaanszekerheid van de inwoners, het kansrijk opgroeien van onze kinderen en het gezond samenleven in alle wijken. Deze opgaven liggen verankerd in de gehele gemeentelijke organisatie en in onze samenwerking met partnerorganisaties en inwoners. Onze beleidsnota’s en uitvoeringsprogramma’s in het sociaal- en ruimtelijk domein hangen dan ook nauw met elkaar samen. We maken beleid dat anticipeert op ontwikkelingen en te verwachte behoeften van de stad en past binnen wetgeving en landelijke akkoorden. Dit beleid maken we samen met de stad en voeren we samen uit. Met deze UOA zien we ook dat we breder gemeentelijk beleid versterken. Zoals het beleid op Volksgezondheid, waarin de centrale ambitie is om gezondheidsverschillen te verkleinen door het versterken van bestaansze-
Financiële gevolgen
kerheid, sociale kracht, een gezonde leefomgeving, mentale gezondheid en gezonde leefgewoonten, waarvoor scholen ook een belangrijk vindplaats en partner zijn. Ook de Utrechtse inzet op inclusie en diversiteit en de UOA versterken elkaar door de inzet op gelijke kansen, en door onze heldere ambitie om meer inclusieve scholen te
De ambities uit deze werkagenda worden gezamenlijk gedragen door de leden van de UOA. Dat wil zeggen
ontwikkelen. En natuurlijk hangt een groot deel van de ambities in de UOA nauw samen met het Utrechtse
dat alle partners (onderwijs en gemeente) zich aan de inhoud van de UOA commiteren en hun (strategische
jeugdbeleid, omdat we een belangrijke rol zien weggelegd voor professionals uit het jeugdhulpdomein en de
meerjaren-)beleid hierop laten aansluiten en hun middelen ook volgens die lijn aanwenden. Iedere partner heeft
sociale basis.
daarbinnen zijn eigen verantwoordelijkheidsgebied en mandaat: de schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor scholen en het onderwijs dat gegeven wordt. De schoolbesturen ontwikkelen meerjarig strategisch beleid dat kaderstellend is voor de schoollocaties, die op basis van de koers van het schoolbestuur hun jaarplannen ontwikkelen. Schoolbesturen koppelen hun begroting aan dit strategisch meerjarenbeleid. In het strategische beleidsplan van SPO Utrecht staat bijvoorbeeld: ‘[…] Als Utrechtse onderwijspartners hebben we dit concreter gemaakt in de Utrechtse Onderwijs Agenda en uitgewerkt in een werkagenda. Wij onderschrijven deze agenda en geven er mede vorm aan.’. De gemeente is verantwoordelijk voor (onder andere) onderwijshuisvesting en de bibliotheek. De gemeente zet daarnaast bestaande programma’s in het onderwijs voort zoals Gezond Gewicht op School, het Utrechtse Beweegprogramma en de Gezonde School Aanpak. In dit overzicht geven we per thema aan welke ambities niet bekostigd kunnen of zullen worden door de schoolbesturen, over welke bedragen het op hoofdlijnen gaat, en hoe we deze ambities willen bekostigen. Algemeen geldt dat we alle gemeentelijke ambities dekken vanuit de huidige programmabegroting onderwijs, onder voorbehoud van de besluitvorming in het licht van de actuele financiele situatie en de bezuinigingsopgave ten gevolge daarvan.
Voor de ambities die implicaties hebben voor onderwijshuisvesting geldt bovendien dat de dekking hiervoor nog bij voorjaarsnota, dan wel via het Integraal Huisvestingsplan (IHP) gevonden moet worden. Eventuele negatieve effecten zouden vanaf 2025 kunnen plaatsvinden. Medio 2025 zal er een midterm review georganiseerd worden om de financiële situatie te bespreken en eventuele bijsturingen ter besluitvorming voor te leggen aan college.
54 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 55
Bijlagen - Financiële gevolgen
A6c: Vrij voorleesuur intro-
€30.000 per jaar
duceren op scholen.
Gedekt in begroting onderwijs.
€80.000 euro per jaar
Gedekt in
A7: We bieden alle
Uitgaande van 1100
Utrechtse onderwijs-
onderwijsprofessionals die
begroting
professionals een gratis
werkzaam zijn in Utrecht,
onderwijs,
abonnement van de
maken we een lumpsum
lumpsum
bibliotheek aan.
afspraak met de bibliotheek.
constructie met bibliotheek.
Onderdeel
Planning en toelichting
Bedrag
Flexibel
A14: We streven naar het
Het realiseren van buurt-
samenwerken en
realiseren van 3 buurt-
scholen kan in bestaande
incidenteel
huisvesten
scholen in 2027.
schoolgebouwen, maar we
vrijvallende
reserveren vanaf 2026 een
middelen Onder-
budget van €500.000,- per
wijshuisvesting.
buurtschool, oftewel
Waarbij de Raad
€20.000,- kapitaallasten
op projectniveau
per buurtschool om
nog het project-
tegemoet te komen aan
krediet moet
ruimtelijke wensen.
autoriseren
Gedekt uit
3 x €500.000,-
Gedekt vanuit
Sociaal emotionele
A3: We implementeren de
ontwikkeling
aanpak om prestatiedruk
begroting van
conform de
tegen te gaan (Vleuten
Jeugd, zorg en
reguliere P&C
versterkt) en starten een
veiligheid.
cyclus.
€150.000, - in 2024
Gedekt in de
vergelijkbaar initiatief in drie nieuwe wijken.
Sociaal emotionele
A5: We zoeken naar
We ontwikkelen samen
Naast bestaande
Gedekt in
ontwikkeling
een alternatief voor de
met de schoolbesturen in
interventies, zoals het
begroting
vrijwillige ouderbijdrage
2024 een plan voor een
JEF, richten we een
onderwijs.
in de huidige vorm.
solidariteitsfonds dat
solidariteitsfonds op. Als
Onderdeel van dit voorstel
volgens de principes van
initiator investeren we
is een gedeeltelijke
ongelijk investeren voor
jaarlijks €75.000, - in het
compensatie door de
gelijke kansen ten goede
solidariteitsfonds.
gemeente aan scholen.
komt aan leerlingen (en
2 x €200.000,-
Gedekt vanuit
A16: Realisatie van pilots
Het realiseren van inclusieve
inclusieve onderwijshuis-
onderwijshuisvesting vereist
incidenteel
vesting.
aanpassing van school-
vrijvallende
gebouwen. We reserveren in
middelen Onder-
2025 en 2026 een budget van
wijshuisvesting.
€200.000,- voor de realisatie
Structurele
van pilots.
middelen voor deze ambities passen niet binnen de Onderwijshuis-
hun ouders) uit de laagste
vesting begroting
inkomensgroepen.
en moeten na besluitvorming
Stevige basis voor
A6a: Inzet op een
In de breedte van de
Inzetten op €400.000, - in
Gedekt in de
IHP 2026-2041
ontwikkeling
uitbreiding van de
begroting onderwijs wordt
2025
begroting
in Voorjaarsnota
Bibliotheek op school
gekeken waar we andere
onderwijs.
2025 worden
(dBos), een effectieve
keuzes kunnen maken om
Aanspraak maken op
methode die bijdraagt
een investering in deze orde
landelijke middelen vanuit
aan het leesplezier, de
van grootte mogelijk te
Masterplan Basisvaar-
leesvaardigheid en digitale
maken.
digheden.
geletterdheid.
56 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
aangevraagd.
Algemeen
Regie op uitvoering van de
Jaarlijks voor de looptijd van
agenda.
de agenda.
€200.000,- per jaar
Gedekt in begroting onderwijs.
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 57
Bijlagen - Financiële gevolgen
Bijlagen - Vervolg
Toelichting
2024
2025
2026
2027
Totale periode
Kansen voor
Gedekt uit programma
€75.000,00
€75.000,00
€75.000,00
€75.000,00
€300.000,00
elk kind
onderwijs.
Sociaal
Gedekt uit programma
emotionele
Jeugd.
€150.000,00
€150.000,00
ontwikkeling
Stevige basis
Gedekt uit programma
voor
onderwijs.
€400.000,00
€400.000,00
ontwikkeling
Stevige basis
Gedekt uit programma
voor
onderwijs.
€80.000,00
€80.000,00
€80.000,00
€80.000,00
€320.000,00
ontwikkeling
Ver volg
Stevige basis
Gedekt uit programma
voor
onderwijs.
€30.000,00
€30.000,00
€30.000,00
€30.000,00
€120.000,00
ontwikkeling
We zetten de volgende stappen: 1.
Flexibel
Zie toelichting in boven-
samenwerken
staande tabel bij A14.
€500.000,00
€500.000,00
€500.000,00
€1.500.000,00
en huisvesten
Projectstructuur inrichten
2. Bestaande initiatieven en structuren inventariseren 3. Uitvoeringsplannen maken 4. Uitvoeren en monitoren 5. Informeren en verantwoorden
Flexibel
Zie toelichting in boven-
samenwerken
staande tabel bij A16
€200.000,00
€400.000,00
€200.000,00
en huisvesten
1. Projectstructuur inrichten Op elk van de vijf thema’s vormen we een projectteam, bestaande uit een afvaardiging van de betrokken organisaties (onderwijs en kinderopvang), bestaande netwerken en de gemeente. Dit zijn vaak mensen die werken in
Algemeen
Gedekt uit programma
€200.000,00
€200.000,00
€200.000,00
€200.000,00
€800.000,00
onderwijs.
de praktijk, maar we zorgen ook voor verrijking met mensen vanuit kennisinstituten en beleidsadviseurs. We denken aan zo’n 4-6 mensen per projectteam, zodat we snel kunnen schakelen en handelen, maar ook genoeg capaciteit hebben om impact te maken. Aan ieder thema verbindt zich in elk geval één UOA-bestuurder die in de dagelijkse praktijk betrokken is op dit thema. Zo blijft het eigenaarschap van de werkagenda bij de UOA
Totaal
€535.000,00
€985.000,00
€1.335.000,00
€1.335.000,00
€3.990.000,00
en kunnen we knelpunten die zich mogelijk voordoen en die vragen om een bestuurlijke oplossing aangepakt worden. Voor onderwijshuisvesting geldt dat dit via de projectgroep en stuurgroep van het IHP gerealiseerd wordt, daar hierin integraal naar alle huisvestingsvragen gekeken wordt.
58 // U O A WERK AG E ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 59
Bijlagen - Vervolg
Bijlagen - Terugblik UOA Agenda 2019-2022
Terugblik UOA Agenda 2019-20
22
Voor de periode 2019 – 2022 werd in 2019 de agenda ‘Utrecht groeit met je mee’ gepresenteerd. In deze agenda werden vier pijlers gedefinieerd: •
Ambitie: gelijke onderwijskansen voor ieder kind
•
Urgentie: (de beste) leraren gezocht!
•
Behoefte: bouwen en verbinden voor de toekomst
•
Perspectief: werk voor iedereen
In deze terugblik beschrijven we beknopt welke resultaten uit deze vorige agenda behaald zijn, welke kansen er nog liggen en welke aandachtspunten er zijn.
2. Bestaande initiatieven en structuren inventariseren De projectteams zullen zich verhouden tot bestaande initiatieven en structuren. Het is niet de bedoeling dat we met deze agenda dingen dubbel doen, maar juist versterken waar we er al mee bezig zijn. Daarvoor is het nodig om een goed overzicht te hebben van alles wat er voor initiatieven en structuren zijn in onze stad en vanuit het projectteam daarop aan te sluiten. Het projectteam kan als een aanjager en motor extra beweging brengen, zodat de initiatieven en structuren maximaal worden benut om de gezamenlijke doelstellingen en resultaten op de thema’s te realiseren. Ook kunnen zij meedenken over hoe de gezamenlijk partners van de UOA de capaciteit en middelen zo kunnen richten dat er een beter resultaat wordt behaald. Daarin zoeken we verbinding met bestaande partners in de sociale basis en de jeugdhulp, en andere organisatieonderdelen van de gemeente die actief zijn op scholen zoals Jeugd, Volksgezondheid, de Jeugdgezondheidszorg, Werk en Inkomen, Utrecht voor iedereen etc.
3. Uitvoeringsplannen maken
Ambitie: gelijke onderwijskansen voor ieder kind In de periode 2019-2022 is Utrecht aangesloten bij de Gelijke Kansen Alliantie van het Ministerie van OCW. Via een regieteam gelijke kansen, met daarin vertegenwoordigers uit de UOA en gemeente Utrecht, zijn we gekomen tot een gelijke kansen agenda voor onderwijs. In het kader van gelijke kansen in bijvoorbeeld het aanmeldbeleid ontwikkeld en werd ingezet op het vergroten van het bereik van de voorschoolse educatie. Ook is het Stadsnetwerk Gelijke Kansen opgericht dat nog steeds een belangrijke rol speelt bij de ondersteuning van leerlingen op een informele manier. Daarnaast draagt de ontwikkeling van de nieuwste versie van het Utrechts Kwaliteitskader voor Educatie van het Jonge Kind bij aan gezamenlijke acties op het gebied van kansengelijkheid. Ook zijn er verschillende initiatieven gestart om specifieke uitdagingen met betrekking tot kansengelijkheid aan te pakken. Zo is het aantal IKC’s in Utrecht gegroeid, zijn er verbindingsgroepen gestart tussen VE en PO, en zijn er twee 10-14-scholen opgericht. Dit alles om de overgangen tussen VE, PO en VO te verzachten.
De projectteams zullen aan de hand van de werkagenda van de UOA jaarplannen maken met concrete doelen en bijbehorende acties.
4. Uitvoeren en monitoren
Urgentie: de beste leraren gezocht Om het tekort aan onderwijsprofessionals integraal en gezamenlijk aan te pakken, is gekozen om in 2019 de projectstructuur ‘Utrecht Leert’ op te zetten. Hierin hebben schoolbesturen, lerarenopleidingen en de gemeente
In het kader van monitoring organiseren we een midtermreview en een eindevaluatie aan het einde van de
hun krachten gebundeld om Utrecht dé plek te maken voor het opleiden, ontwikkelen en aantrekken van de
looptijd van de werkagenda. De uitkomsten hiervan worden gebruikt om tussentijds bij te sturen en om te
beste onderwijsprofessionals. Utrecht Leert functioneert direct onder de UOA, heeft eigen budgetverantwoor-
verantwoorden. Een financiële haalbaarheidstoets is hier onderdeel van. Mogelijke knelpunten worden ter
delijkheid en rapporteert periodiek aan de UOA.
besluitvorming voorgelegd aan college. De uitkomsten worden gedeeld met de raad.
5. Informeren en verantwoorden Via de kwartaalbrieven onderwijs informeren we de raad over de voortgang per thema.
60 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
Utrecht Leert heeft onder andere geleid tot betere samenwerking omtrent het opleiden in de school, onder meer doordat alle Utrechtse studenten nu worden opgeleid via partnerscholen. Hierdoor is het contact tussen opleidingen en scholen intensiever en beter gestructureerd, en is de kans groter dat studenten in het
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 61
Bijlagen - Terugblik UOA Agenda 2019-2022
Bijlagen - Terugblik UOA Agenda 2019-2022
Utrechtse onderwijs blijven plakken. Bovendien is er afgelopen jaren aandacht besteed aan de zogeheten ‘inductie’-periode: de eerste periode van een nieuwe leerkracht op een school, waarvoor nu op veel plekken een stevig startprogramma voor nieuwe docenten is ontwikkeld. De afgelopen jaren is ook sterk ingezet op het flexibiliseren van opleidingen en het bieden van maatwerk in opleidingen. Ook zijn er innovatieve pilots opgezet om werken in het onderwijs aantrekkelijker en laagdrempeliger te maken. Een mooi voorbeeld hiervan is de opleiding tot ‘Pedagogisch Verbinder’. Een aandachtspunt hierbij is dat dit voor een aantal groepen nog niet (voldoende) flexibiliteit en maatwerk beschikbaar is, zoals voor mbo-studenten. Daarom is onze wens om deze flexibilisering verder vorm te geven, en hierbij aandacht te besteden aan een bredere doelgroep. Een aandachtspunt uit de vorige agenda waar weinig progressie op geboekt is, betreft het flankerend beleid van de gemeente Utrecht. Hierop zijn kleine stappen gezet, maar om voldoende personeel te behouden, lijkt het essentieel om hier komende jaren extra aandacht aan te besteden.
Onze behoefte: bouwen en verbinden voor de toekomst De afgelopen jaren is met betrekking tot onderwijshuisvesting ingezet op (onderwijs)gebouwen die duurzaam zijn, die flexibel meebewegen met groei en krimp, en die bijdragen aan gezond stedelijk leven. Deze inzet van afgelopen jaren is in deze agenda vertaald naar de focus op gezamenlijke, multifunctionele en inclusieve gebouwen – ingericht op basis van de behoeften van de wijk. Daarmee verwachten we nog beter aan te sluiten op de behoeften van kinderen, jongeren, hun ouders en onderwijsprofessionals in de stad.
Perspectief: werk voor iedereen In het hoofdstuk ‘werk voor iedereen’ uit de agenda van 2019-2022 lag de focus op een goede aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Daarbij bestond de ambitie om de arbeidsmarktagenda voor Utrecht verder te ontwikkelen naar een Regionale Skills Agenda, waarmee de beroepsbevolking klaargestoomd kon worden voor de arbeidsmarkt van de nabije toekomst. Inmiddels is in de regio de Utrecht Talent Alliantie opgezet, waarvanuit gewerkt wordt aan een sterke regionale arbeidsmarkt. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan een beleidsnota arbeidsmarkt. Deze verschijnt in de zomer van 2024. Ook was er in de vorige agenda expliciete aandacht voor de waarde van het mbo. Hier is in de afgelopen jaren in toenemende mate aandacht aan besteed. Om de waarde van het MBO te benadrukken is in 2023 het plan ‘Waardering voor vakmanschap’ (2023-2026)29 ontwikkeld. Hierin wordt onder andere aandacht besteed aan het belang van een positief beeld van het mbo, het studentenleven voor mbo’ers en het belang van genoeg goede stageplekken.
29
https://www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/zorg-en-onderwijs/onderwijs/informatie-voor-onderwijsprofessionals/
mbo/2023-03-uitvoeringsplan-mbo-2023-2026-waardering-voor-vakmanschap.pdf
62 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 63
27 0 2 4 2 0 2 a d n e g a k r e W