Utrechtse Onderwijsagenda werkagenda 2024 - 2027
Tekst van het document
UTRECHTSE ONDERWIJS AGENDA 7 2 0 2 4 2 0 2 a d n e g a k r e W
Inhoud Voorwoord
5
Achtergrond van deze agenda
6
Het Utrechtse onderwijs: Kansen voor elk kind
8
Thema 1:
16
Sociaal-emotionele ontwikkeling Thema 2:
24
Een stevige basis voor ontwikkeling Thema 3:
Thema 2
24
Thema 4
38
32
Flexibel samenwerken en huisvesten Thema 4:
38
Versterking van de Professional Thema 5:
44
Doorlopende ontwikkellijn Bijlagen
49
De UOA als de Utrechtse LEA+
50
Samenhang in beleid en uitvoering
54
Financiële gevolgen
55
Vervolg
59
Terugblik UOA Agenda 2019 - 2022
61
Thema 5 2 // U O A WER K AG E ND A 20 24 -20 27
44
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 3
UOA Werkagenda 2024-2027 Voorwoord door de weth
ouder en voorzitter UOA:
Alle kinderen maximale ontwikkelkansen bieden: als het érgens kan, dan is het in Utrecht! Deze uitspraak is van een van onze schoolbestuurders die veel kansen ziet in de manier waarop in Utrecht samengewerkt wordt door de kinderopvang, scholen, vervolgonderwijs, lerarenopleidingen, ouders, door partners in de sociale basis en de jeugdhulp en door de gemeente. Met het belang van kinderen en jongeren voorop. Al deze partners spannen zich gezamenlijk in om kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar een doorgaande ontwikkellijn te bieden. Deze doorgaande ontwikkellijn vormt de kern van de samenwerking van partners in de UOA. Alle kinderen worden geboren met een drang om zich te ontwikkelen: emotioneel, cognitief en sociaal. Die ontwikkeling gaat spiraalsgewijs omhoog. Soms langzaam, soms snel, de ene keer wat meer naar rechts, de andere keer wat meer naar links. Het is lang niet altijd een voorspelbare rechte lijn. In Utrecht willen we ervoor zorgen dat de ontwikkeling zo vloeiend mogelijk verloopt, waarbij de overgangen geen hoge drempels zijn, maar logische fases die elkaar opvolgen en aanvullen. Dat vraagt om samenwerking; leerlijnen die op elkaar aansluiten, professionals die effectief samenwerken, ouders die in elke fase betrokken worden, en ondersteuning die goed wordt georganiseerd.
Hoe we dat willen aanpakken voor de komende jaren, beschrijven we in deze UOA werkagenda 2024-2027. We beschrijven de gezamenlijke ambities die we hebben binnen vijf centrale thema’s: sociaal emotionele ontwikkeling, stevige basis voor ontwikkeling, flexibel samenwerken en huisvesten, versterken van de professional en doorlopende ontwikkellijn. Onze overtuiging is, dat wanneer we deze ambities gezamenlijk realiseren, we een belangrijke positieve bijdrage leveren aan het creëren van gelijke kansen voor alle kinderen, aan een inclusiever onderwijssysteem en aan professionals die onderwijs en begeleiding van hoge kwaliteit kunnen bieden.
4 // U O A WER K AGE ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 5
Waarom is samenwerking binnen de UOA belangrijk? Als partners in de Utrechtse Onderwijsagenda zijn we betrokken bij alle fasen van de ontwikkeling van Utrechtse kinderen en jongeren: van voorschools tot en met het vervolgonderwijs, in ondersteuning en hulp, in integrale voorzieningen en in buurt- of wijkgerichte programma’s. In al die fasen en in de overgangen daartussen trekken we al jarenlang gezamenlijk op. En met die samenwerking kunnen we als geheel meer bereiken dan ieder voor zich. Doordat we elkaar kennen en ontmoeten binnen de UOA lukt het beter om gezamenlijk visie en ambities vast te stellen en om breed te kijken naar de ontwikkeling van kinderen en jongeren, we kijken niet alleen vanuit de ‘eigen sectoren’ maar houden elkaar scherp op wat nodig is voor kinderen en jongeren vanaf de vroegste ontwikkelingsfase tot aan de jongvolwassenheid.
Achtergrond van deze agenda
Doordat UOA leden elkaar zo regelmatig zien, ontstaan er ook meer kansen om ontwikkelingen te signaleren en daarnaar te handelen. Dat zagen we bijvoorbeeld toen er eind 2022 breed gesignaleerd werd dat leerlingen zonder ontbijt of lunch naar school kwamen als gevolg van de kostencrisis, waarop binnen een paar weken gezamenlijk geld is vrijgemaakt en ingezet werd voor schoolontbijt en -lunch. Een ander voorbeeld is dat naar aanleiding van gesprekken in de UOA over de impact van de coronaperiode op de (taal)ontwikkeling bij jonge
Wat is de UOA? Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om jaarlijks te overleggen met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties over het bevorderen van integratie, het voorkomen van segregatie, het bestrijden van onderwijsachterstanden en de inschrijving en toelating. Dit overleg staat in de wet genoemd als Lokaal Educatieve Agenda (LEA). In Utrecht noemen wij dit de Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA). De UOA bestaat momenteel uit: •
De kinderopvang/voorschoolse educatie
•
Het primair en voortgezet onderwijs
•
Het middelbaar beroepsonderwijs
•
De lerarenopleidingen (hbo en wo)
•
De samenwerkingsverbanden passend onderwijs PO en VO
•
De gemeente Utrecht (wethouder Eerenberg (onderwijs, ruimtelijke ordening en volksgezondheid) en
kinderen, een initiatief kon ontstaan in samenwerking met de gemeente en de Universiteit Utrecht, waarbij studenten pedagogiek op de VE-groepen konden worden ingezet. Zij ondersteunen de VE-medewerkers, onder andere met het geven van een taalrijk aanbod aan de kinderen. De leidraad van de UOA is onze koers voor 20401. Onze vierjarige werkagenda vertaalt de grote lijnen van het koersdocument naar haalbare doelen voor de komende vier jaar en laat zien hoe we daaraan werken. Zo brengen we de toekomst dichterbij en blijven we op koers. De werkagenda van de UOA is overkoepelend voor veel andere onderwijsagenda’s in de stad en zorgt via haar leden voor goede verbindingen en laat zien waar wij ons gezamenlijk voor inzetten; welke thema’s verdienen extra aandacht en welke doelen willen wij bereiken, en wat vraagt dit van de verbinding tussen kinderopvang en scholen met partners uit het jeugddomein en de sociale basis?
wethouder de Vries (Jeugd en jeugdzorg, wijk en buurtaanpak, mbo), Onderwijsbeleid (manager onderwijs) en Vastgoedorganisatie Utrecht (opgavemanager onderwijshuisvesting). Ook Het Buurtteam (Lokalis) en de gespecialiseerde jeugdhulp (KOOS en Spoor030) sluiten sinds een half jaar aan bij de vergaderingen van de UOA. Als UOA willen we verder gaan dan onze wettelijke opdracht. We willen niet alleen met elkaar overleggen, maar ook daadwerkelijk gezamenlijke acties en plannen formuleren om het Utrechtse onderwijs te verbeteren.
6 // U O A WER K AGE ND A 20 24 -20 27
1
Het Utrechtse Onderwijs in 2040
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 7
Het Utrechtse onder wijs: Kansen voor elk kind
Opbouw van de Utrechtse Ond
er wijsagenda 2024-2027
Drie overkoepelende ambities In de Utrechtse Onderwijsagenda staan vijf thema’s centraal: sociaal emotionele ontwikkeling, stevige basis voor ontwikkeling, flexibel samenwerken en huisvesten, versterken van de professional en een doorlopende ontwikkellijn. De doelen binnen deze vijf thema’s dragen bij aan het bereiken van de overkoepelende ambities van de Utrechtse Onderwijsagenda die aansluiten op de uitdagingen die spelen in het onderwijs en in de stad: kansengelijkheid, voldoende professionals en inclusie.
Gelijke kansen voor alle kinderen is dé ambitie waarop al onze inspanningen zijn gericht. Het is het fundament dat we de komende jaren willen versterken. Goed onderwijs is de motor voor het creëren van deze gelijke kansen. Alle kinderen en jongeren hebben recht op goed onderwijs als essentiële basis voor volwaardige en gelijkwaardige deelname aan de samenleving. Dit begint al op de voorschool en loopt door tot en met het vervolgonderwijs. Bij alles wat we ons voornemen voor de komende jaren lopen we tegen een immense uitdaging aan: het tekort aan professionals. Elk vraagstuk in het onderwijs raakt hieraan. Zonder voldoende professionals die in staat worden gesteld om ontwikkelingsstimulering, onderwijs en begeleiding van hoge kwaliteit te leveren is de ambitie van gelijke kansen voor alle kinderen onhaalbaar. Dit gegeven speelt daarom een rol binnen alle thema’s. In het onderwijs werken we aan de inclusieve maatschappij van morgen. Daarom is het belangrijk dat kinderen en jongeren samen opgroeien, dat alle kinderen de kans krijgen om mee te doen en dat kinderen en jongeren met en van elkaar leren en elkaar ontmoeten.
8 // U O A WER K AG E ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 9
Het Utrechtse onderwijs: Kansen voor elk kind
Actie op vijf thema’s Om deze ambities te bereiken ondernemen we actie binnen vijf thema’s:
Sociaal emotionele
We ondersteunen kinderen bij het ontwikkelen van hun eigen persoonlijkheid én
ontwikkeling
veerkracht. Hierdoor zijn ze beter in staat om met tegenslag om te gaan en een eigen weg te vinden in de maatschappij, juist ook voor wie dit niet vanzelfsprekend is.
Stevige basis
Basisvaardigheden zijn essentieel om mee te doen in de maatschappij. Deze staan
voor ontwikkeling
echter onder druk, vooral in de buurten waar de kansen van kinderen lager zijn dan gemiddeld. We werken samen om de basisvaardigheden voor alle Utrechtse kinderen op niveau te krijgen.
Flexibel
Gebouwen moeten toegankelijk zijn voor alle kinderen. Inclusief (ver)bouwen wordt
samenwerken
daarom ons streven, zodat steeds meer kinderen en jongeren kunnen opgroeien
en huisvesten
en naar school kunnen in de wijk waar zij wonen. Ook verlagen we de drempel en verbeteren we de toegankelijkheid van voorzieningen zodat deze beter vindbaar zijn. Door flexibel (ver)bouwen zorgen we dat voorzieningen optimaal benut worden. Hierdoor bereiken we meer kinderen voor wie meedoen niet vanzelfsprekend is.
Versterken van
Voldoende onderwijsprofessionals zijn dé motor achter gelijke kansen. Gelet op
de professional
de uitdaging die het tekort aan onderwijsprofessionals biedt, is samenwerking en
Inclusie
solidariteit binnen de UOA belangrijk. Elke leerling, ongeacht de school of buurt, verdient toegang tot voldoende docenten. We zetten daarom de ambities van Utrecht
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Leert stevig door, met als doel het terugdringen van het tekort aan en het ondersteunen van de ontwikkeling van onderwijsprofessionals. Tegelijkertijd ondersteunen
Doorlopende
De ontwikkeling van kinderen moet leidend zijn, niet het systeem of de route die
ontwikkellijn
is uitgestippeld. Drempels halen we daarom zo veel mogelijk weg en overgangen worden flexibeler. Leidend moet zijn wat nodig is, niet wat er binnen het systeem past.
Kinderen centraal
van het onderwijs te handhaven.
Kansengelijkheid
we samenwerking tussen sectoren om, zelfs bij beperkte beschikbaarheid, de kwaliteit
Brede basis voor ontwikkeling
Multifunctionele faciliteiten
Versterking van de professional
In de komende hoofdstukken beschrijven we voor elk thema het belang voor Utrechtse kinderen en onze inzet en ambities voor de komende jaren. Daarbij gebeurt er al veel in Utrecht. We bouwen daarom waar mogelijk voort op wat er als is en beschrijven de goede voorbeelden die ons hierbij geïnspireerd hebben.
Eén ontwikkellijn op eigen tempo
Onze overtuiging is dat we met het realiseren van onze doelen een krachtige bijdrage leveren aan gelijke kansen voor alle kinderen. We werken aan onderwijs waarin alle kinderen zich thuis voelen en het beste uit zichzelf halen, ongeacht hun thuissituatie, talenten of achtergrond.
10 // U O A WERK AG E ND A 20 24 -20 27
Voldoende professionals
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 1 1
Het Utrechtse onderwijs: Kansen voor elk kind
Ambities We selecteren drie buurten op basis van noodzaak en op basis van ambitie waar we als partners gezamenlijk extra op inzetten. Dit proces ziet er als volgt uit: 1. Inclusie- en kansengelijkheidsinterventies: We betrekken professionals uit de geselecteerde buurten om de specifieke behoeften te bespreken en wat nodig is om deze stappen te zetten. We wijzen extra tijd, geld en prioriteit toe aan interventies die gericht zijn op inclusie en kansengelijkheid. 2. Ontwikkeling van Plan van Aanpak: We formuleren samen met lokale partners om een concreet en doelgericht plan van aanpak.
elende am Verdieping op de drie overkoep
Daarbij identificeren we ontwikkelopgaven en bepalen welke onderwijs- en jeugd-
bities
hulpinterventies deze ondersteunen. 3. Monitoring en Evaluatie: We stellen samen met de Universiteit van Utrecht en de Hogescholen een monitoringssysteem op.
Ongelijk investeren voor gelijke kansen
Hierbij maken we gebruik van data uit de Utrecht Monitor en Utrechtse wijkportretten om de voortgang te meten en bij te sturen.
Onze inzet op het gebied van gelijke kansen is terug te zien in de ambities die we voor de vijf verschillende thema’s hebben geformuleerd. Deze zijn ambitieus, waarbij we niet alles direct kunnen realiseren. We investeren ongelijk
De basishouding van iedereen die werkt in de Kansenwerkplaatsen is dat niet het systeem
voor gelijke kansen. Bij het prioriteren van deze ambities richten we ons in eerste instantie op Utrechtse plekken
maar de ontwikkelbehoeften van kinderen leidend zijn en dat we altijd kijken naar wat er
waar gelijke kansen onder druk staan. Op die plekken is het extra belangrijk dat partners rondom kinderen goed
wél mogelijk is.
met elkaar samenwerken om een passend aanbod te realiseren. Dit betekent bijvoorbeeld dat buurten waar de leesvaardigheid het sterkst achterblijft met voorrang in aanmerking zullen komen voor het realiseren van bibliotheken op school en dat in wijken met veel schooluitval door kernpartners specifiek gekeken wordt wat nodig is om kinderen wél onderwijs te laten volgen. En scholen in buurten waar de mentale gezondheid onder druk staat, zullen steviger ondersteund worden met preventieve groepsinterventies. Ongelijk investeren voor gelijke kansen betekent ook dat financiële middelen geen obstakel mogen zijn om als kind in Utrecht mee te kunnen doen. Dit betekent in de praktijk dat we zoeken naar een alternatief voor de vrijwillige ouderbijdrage in de huidige vorm.
Kansenwerkplaatsen We willen zicht hebben op de buurten in de stad waar kansengelijkheid onder druk staat. Deze bevinden zich
Voldoende goede professionals In Utrecht maken we ons sterk voor de toekomst voor onze kinderen. Als schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, opleidingen voor pedagogisch professionals en leraren werken we al langere tijd constructief samen om alle Utrechtse kinderen een kansrijke toekomst te bieden. Om dit te blijven doen en om de ambities in onze werkagenda te realiseren, zijn voldoende professionals nodig. Onderwijsprofessionals zijn de bouwstenen van onze samenleving en spelen een cruciale rol in het opleiden van de volgende generatie. Helaas ervaren we een tekort aan onderwijsprofessionals, met name in de G5, en de verwachting is dat het tekort de komende jaren blijft stijgen2.
lang niet alleen in de meer kwetsbare wijken. Het kan gaan over buurten waar basisvaardigheden sterker dan gemiddeld achterblijven maar bijvoorbeeld ook over buurten waar de sociale cohesie nog onvoldoende is ontwikkeld en meer dan gemiddeld een beroep wordt gedaan op formele zorg.
12 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
2
Factsheet lerarentekort pdf (overheid.nl)
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 13
Het Utrechtse onderwijs: Kansen voor elk kind
We zien ook dat de tekorten niet gelijk verdeeld zijn over regio’s en sectoren. We zien in Utrecht stad dat de personeelstekorten in het primair onderwijs gemeten zijn op 1 oktober 2023 op 9% (landelijk 7,7%) en in het gespecialiseerd onderwijs op 14,4% (landelijk 10,1%). Voor de schoolleiders ligt dit percentage hoger in zowel het regulier onderwijs (21%, landelijk 14,1%) en gespecialiseerd onderwijs (16%, landelijk 13%). Voor het voortgezet onderwijs in Utrecht is het tekort 4.5% (3.7% landelijk)3, en concentreren de tekorten zich rond specifieke vakken zoals Nederlands, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, informatica, Frans, Duits en lichamelijke opvoeding, en bij scholen met een uitdagende doelgroep. Dit resulteert in lesuitval en kwalitatief minder goede lessen voor de leerlingen. Tot slot zijn ook in de kinderopvang de tekorten afgelopen jaren gestegen tot een recordhoogte. Gelet op de uitdaging die het tekort aan onderwijsprofessionals biedt, is samenwerking binnen de UOA des te belangrijker. Solidariteit tussen scholen is cruciaal en dit maakt de focus op deze uitdaging een belangrijk uitgangspunt in alle 5 thema’s van deze agenda. Door hier oog voor te hebben en voort te bouwen op de goede initiatieven die Utrecht Leert kent, willen we zorgen dat de professionals zo goed mogelijk ondersteund worden
De organisatie van inclusie kan op twee manieren aangevlogen worden5: vanuit een medisch individueel model
en kwaliteit kunnen blijven leveren.
en vanuit een sociaal model. In het medisch individuele model zien we leerlingen die afwijken van een gemiddelde
Samen opgroeien door inclusief onderwijs
norm als het ‘probleem’ en zoeken we de oplossing in individuele hulp of ondersteuning. In het sociale model van inclusie zien we de pedagogisch didactische context als het probleem, en zoeken we de oplossing vooral in
Met het versterken van inclusief onderwijs leveren we een belangrijke bijdrage aan gelijke kansen en het
de context. Het medisch individuele model werd in Nederland lange tijd gebruikt als basisprincipe, en gaat uit
tegengaan van segregatie. Inclusief onderwijs is onderwijs waarin jongeren met verschillende achtergronden
van het individu. Het sociale model gaat meer uit van de kracht van het onderwijs (educatief en pedagogisch),
en met en zonder extra ondersteuningsbehoefte samen opgroeien. Om dit te realiseren is een goede verbinding
waarin leerlingen gezien worden en men hoge, realistische, verwachtingen van hen heeft.
en samenwerking tussen onderwijs, ouders, sociale basispartijen en zorgaanbieders nodig. Dit begint al voordat een kind naar school gaat. Het versterken van deze samenwerking en het ontwikkelen en benutten van diverse
In Utrecht willen we meer vanuit die sociale context kijken, en ons afvragen: ‘Wat kunnen we in de context
soorten expertise rondom kinderen zien we terug in alle thema’s van deze werkagenda.
aanpassen of toevoegen zodat specifieke ontwikkelbehoeften niet meer aan individuele kinderen toegeschreven hoeven worden? Wat heeft de groep nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen? De basis voor inclusief
In het onderwijs werken we aan de inclusieve maatschappij van morgen. Daarom is het belangrijk dat kinderen
onderwijs is een groepsgerichte benadering waarbij er ruimte blijft bestaan voor het bieden van maatwerk, om
en jongeren samen opgroeien, samen met en van elkaar leren en met elkaar omgaan in een omgeving waar
er zo voor te zorgen dat iedere leerling zich zo goed mogelijk kan ontwikkelen.
alle leerlingen zich veilig en welkom voelen. Inclusief onderwijs draagt bij aan gelijke kansen voor kinderen en gelijkwaardige deelname aan de samenleving. Daarnaast weten we dat als kinderen in een inclusieve omgeving
Het onderwijs is bij uitstek een plek waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten, elkaars leefwereld leren kennen
en vanuit een sterke pedagogische basis opgroeien, vragen en ondersteuningsbehoeften eerder aan het licht
en met sociale en culturele verschillen leren omgaan. Een plek waar verschillen overbrugd kunnen worden.
kunnen komen, waardoor deze sneller in het gewone leven en de context van buurt en school kunnen worden
Helaas is dit niet altijd de praktijk. Verschillende groepen kinderen op basis van inkomen, herkomst, sociale
opgepakt.
achtergrond of ondersteuningsbehoefte gaan vaak nog naar verschillende scholen. De onderwijssegregatie in steden is groter dan gemiddeld in Nederland, dat geldt ook voor Utrecht.6 Daar willen we met deze UOA
In Utrecht kijken we naar inclusie op drie manieren4:
verandering in brengen. Het omgaan met verschillen en verschillende talenten vraagt om kundige professionals die elkaar weten te vinden.
1. Het onderwijs-zorgcontinuüm: Kinderen gaan thuisnabij naar school. Daarvoor hebben we een dekkend netwerk van groepen en aanbod nodig. 2. Sociale inclusie: Leerlingen met verschillende achtergronden ontmoeten elkaar, leren van elkaar en voelen zich veilig in de klas, in de school en in de buurt. 3. Pedagogisch-didactische inclusie: In de klas gaan professionals goed om met verschillen tussen leerlingen. Daarbij zien onderwijsprofessionals de kracht van diversiteit in talenten, interesses en onderwijsbehoeften.
14 // U O A WERK AG E ND A 20 24 -20 27
3
Rapporten bij Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren po, vo en mbo 2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl
4
Nilsen, S. (2018). Inside but still on the outside? Teachers’ experiences with the inclusion of pupils with special educational needs in general
education. International Journal of Inclusive Education, 1-17. 5
Wienen (2023). Van individueel naar inclusief onderwijs: Pleidooi voor minder labelen en meer aandacht voor de kracht van onderwijs.
6
Gemeente Utrecht, Segregatiemonitor basisonderwijs, 2023.
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 15
Thema 1: Sociaal-emotionele ontwikkelin
g
Introductie Een belangrijk doel van het onderwijs is om leerlingen te ondersteunen bij hun sociaal-emotionele ontwikkeling: de pedagogische opdracht van het onderwijs is om bij te dragen aan de ontwikkeling van een persoonlijke identiteit, het opbouwen van relaties met anderen en het hanteren van verwachtingen van hun omgeving7. Het gaat over het leren kennen van jezelf, de ander en de wereld om je heen. Over vragen als: wat vind ik belangrijk? Waar sta ik voor? En waar word ik blij van? Maar ook over omgaan met onzekerheden, de bereidheid om open in gesprek te gaan met anderen en het zoeken naar een eigen manier om bij te dragen aan de maatschappij. Daar je weg in vinden draagt bij aan de mentale gezondheid van jongeren. Om daar een weg in te vinden, is het belangrijk dat je als kind binnen een positief en sociaal klimaat de kans
In het kort We besteden de komende jaren in het Utrechtse onderwijs meer aandacht aan mentale weerbaarheid. We bouwen voort op de infrastructuur van de kernpartneraanpak om wijkgerichte interventies in te zetten die de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren versterken. Waar mogelijk en wenselijk zetten we in op
krijgt om een eigen persoonlijkheid te ontwikkelen, en leert om veerkrachtig te zijn bij tegenslagen. Dat is niet vanzelfsprekend, en begint al op zeer jonge leeftijd. In de afgelopen jaren zien we echter dat de bezorgdheid groeit over die mentale gezondheid van jongeren. Zorgen onderwijsprofessionals trekken steeds harder aan de bel. Ze maken zich zorgen over een groter wordende groep jongeren die kampen met depressieve gevoelens, slaapproblemen, lusteloosheid en suïcidale gedachten. Dat die zorg terecht is wordt ook zichtbaar in de resultaten van onderzoek. Zo zien we bijvoorbeeld in recent onderzoek van het RIVM (2023)8 dat jongeren zich nu eenzamer voelden dan drie jaar geleden. Ook is het percentage jongeren dat zich vaak gestrest voelt gestegen van 32% (september 2021) naar 48% (september 2023) en hebben meer jongeren gedachtes over zelfdoding dan 3 jaar terug. De maatregelen die werden genomen tijdens de Corona-pandemie, zoals de schoolsluitingen, spelen daarbij een grote rol.
collectieve, preventieve interventies, om daarmee jeugdhulp en jeugdzorg te ontlasten.
16 // U O A WER K AG E ND A 20 24 -20 27
7
zie ook SLO (2023)
8
https://www.rivm.nl/gezondheidsonderzoek-covid-19/kwartaalonderzoek-jongeren/mentale-gezondheid
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 17
1
Sociaal-emotionele ontwikkeling
In de periode daarvoor waren er, naast positieve ontwikkelingen, ook al redenen tot zorg. Zo liet het HSBC-onderzoek 9 zien dat het percentage leerlingen in het voortgezet onderwijs dat druk ervaart van hun schoolwerk groeide en dat de daling van het alcoholgebruik onder jongeren stagneerde. Stevigere problemen deden zich bovendien vaker voor bij specifieke groepen leerlingen: jongeren waar het welvaartsniveau en het opleidingsniveau thuis lager is, en dan in het bijzonder bij jongeren die niet met twee ouders in een huis wonen. De sociaal-emotionele ontwikkeling is cruciaal voor opgroeien van kinderen tot evenwichtige volwassenen. De Corona-periode heeft onderstreept hoe belangrijk de rol van het onderwijs hierin is. Niet alle kinderen en jongeren hebben immers de vaardigheden en de steun om om te gaan met wat op hun pad komt. Bijdragen aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is dan ook een belangrijk onderdeel van de pedagogische opdracht van het onderwijs. Het gaat hierbij zowel om de eigen ontwikkeling als het aandacht hebben voor de mentale gezondheid en veerkracht van anderen. Door samen te werken aan een positief en veilig sociaal klimaat – waarin bijvoorbeeld pestgedrag niet getolereerd wordt – voelen kinderen en jongeren zich meer betrokken en verantwoordelijk voor elkaar.
Het ondersteunen van leerlingen bij hun sociaal-emotionele ontwikkeling heeft direct of indirect al een plek
Onze inzet
in het curriculum van Utrechtse onderwijspartners. Elke partner kiest daarbij wat het beste past bij de eigen
Op wijkniveau naar collectieve preventieve interventies
populatie. Tussen scholen binnen een schoolbestuur wordt hieromtrent samengewerkt en uitgewisseld, maar
Door het maken van een goede analyse op wijkniveau brengen de kernpartners samen met het onderwijs in kaart
de mogelijkheden tot bredere samenwerking worden niet altijd benut.
wat de meest prangende vraagstukken in de wijk zijn. Hierbij maken we gebruik van inzichten uit verschillende data-bronnen zoals Wijk Data Wijk Doen en het Wijkportret van het samenwerkingsverband en de gemeente.
Ouders spelen natuurlijk een belangrijke rol in de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kind en krijgen ook te maken met uitdagingen op dit gebied. Goede samenwerking tussen ouders en onderwijspartners is hierin
We zetten hier collectieve interventies in gericht op preventie van problemen. Dit moet voorkomen dat kinderen
belangrijk. Idealiter gebeurt dit al vanaf zeer jonge leeftijd. Op veel plekken lukt het om deze samenwerking
intensievere hulp of ondersteuning nodig hebben. Zo verlichten we de druk op jeugdhulp- en zorg. Hierbij gaat
goed te organiseren. Er liggen kansen om de verbinding tussen onderwijspartners en ouders uit te breiden naar
het niet alleen over aandachtswijken zoals Overvecht en Kanaleneiland, maar bijvoorbeeld ook om een wijk als
een grote populatie en te zorgen voor een meer duurzame relatie.
Leidsche Rijn, waar kinderen een minder goede mentale gezondheid hebben dan kinderen uit andere wijken van Utrecht10.
De Utrechtse kernpartneraanpak is een succesvolle werkwijze om als onderwijs- en jeugdpartners kinderen en jongeren passende ondersteuning te bieden. In deze aanpak wordt ook samengewerkt met de kinderopvang
Wanneer er in een wijk bijvoorbeeld wordt geconstateerd dat jongeren in een wijk veel vergelijkbare mentale
en voorschool, zodat al vroeg gesignaleerd kan worden als er extra ondersteuning nodig is. Capaciteitsvraag-
problemen ervaren, wordt er collectief aanbod georganiseerd waarbij ruimte is om over zaken als somberheid,
stukken en toenemende complexe problematiek bij kinderen en gezinnen maken echter dat deze methode op
onzekerheid en prestatiedruk te praten. Hiermee proberen we te voorkomen dat kinderen en jongeren gebruik
een aantal scholen onder druk staat. Tegelijkertijd worden ondersteuningsvragen nog te vaak gefragmenteerd
moeten maken van de gespecialiseerde jeugdhulp. We nemen hierbij een voorbeeld aan projecten als Vleuten
en individueel aangepakt, wat leidt tot ineffectieve ondersteuning en hulpverlening en hoge kosten. Daarom
Versterkt11 en BuKoJou12.
wordt er de laatste jaren steeds vaker ingezet op collectieve preventieve interventies.
9
Boer, M., van Dorsselaer, S., de Looze, M., de Roos, S., Brons, H., van den Eijnden, R., Monshouwer, K., Huijnk, W., ter Bogt, T., Vollebergh, W.,
10
https://volksgezondheidsmonitor.nl/uitgaven/samenvatting-jeugdmonitor-kinderen
11
Project waarbij partners in de wijk samen een aanpak ontwikkelen om prestatiedruk tegen te gaan Entree - Over Vleuten Versterkt - BOKS
(garageboks.nl) Samenwerking tussen Buurtteam, KOOS Utrecht en Jongerenwerk om vragen van jongeren rondom mentale gezondheid gezamenlijk op te
& Stevens, G. (2022). HBSC 2021 Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Universiteit Utrecht. https://www.trimbos.nl/wp-content/
12
uploads/2022/09/AF2022-HBSC-2021-Gezondheid-en-welzijn-van-jongeren-in-Nederland.pdf
pakken. Zie: BUKOJOU en BONO Jongerengroep - Jeugdgezondheidszorg Utrecht (jeugdengezinutrecht.nl)
18 // U O A WER K AGE ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 19
1
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Naar Utrechts voorbeeld Een Familieschool is een school die zich niet alleen inzet voor kinderen maar ook voor hun ouders. Want als het goed gaat met het gezin (de ouders en verzorgers), heeft dat een positief effect op de ontwikkeling van het kind. In Overvecht doen vier scholen mee aan de pilot Familieschool. Ouders, leerkrachten en partners werken binnen de Familieschool nauw samen met en voor hun kinderen. Er is een veilige plek waar ouders elkaar kunnen ontmoeten, contacten kunnen opdoen en hun mogelijkheden en talenten ontdekken en delen. Ouders leren van elkaar en durven vragen te stellen aan elkaar, aan school en aan professionals in de wijk. Hierdoor bevordert de Familieschool de eigen kracht en de kansengelijkheid van zowel de ouders als de kinderen.
Cultuur & School zet in op de sociaal-emotionele ontwikkeling van alle Utrechtse leerlingen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Dit doet de stichting onder meer door voor elke school in de wijk een consulent beschikbaar te stellen die hen ondersteunt en deskundiger maakt bij de invulling van hun cultuuronderwijs, zodat elke school – en daarmee elk Utrechts kind – kansen krijgt om dankzij goed cultuuronderwijs de sociaal-emotionele ontwikkeling te verstevigen.
Mentale gezondheid Elke Utrechtse jongere moet kunnen deelnemen aan een programma dat expliciet gericht is op sociaal-emo-
Door een brede basis mee te geven op dit vlak, en de persoonlijke ontwikkeling en talenten te ontdekken en te kunnen
tionele ontwikkeling. In dit programma krijgen jongeren handvatten om mentaal weerbaarder te worden. We
ontwikkelen, kunnen zij in hun eigen tempo meedoen in onze huidige complexe samenleving. Goed cultuuronderwijs kan
bouwen hierbij voort op de sterke initiatieven die er zijn en werken naar een gezamenlijke visie die professionals
optimaal en vakintegraal worden ingezet bij onder meer de basisvaardigheden (taal, rekenen, digitale geletterdheid en
helpt sociaal-emotionele ontwikkeling structureel te versterken in het onderwijs. Elke onderwijsprofessional
burgerschapsvaardigheden).
met een complexe ondersteuningsvraag op het gebied van mentaal welbevinden moet binnen een dag adequate
Nuovo scholen neemt met It’s my child het initiatief om ouders actiever te betrekken bij de schoolloopbaan van hun kinderen
ondersteuning kunnen krijgen.
én te empoweren. Ouders koken en eten gezamenlijk op school en tegelijkertijd worden ze geïnformeerd over de gang van zaken op school en worden er nieuwe contacten gelegd.
De beschikbaarheid van expertise wordt zo georganiseerd dat die steeds zo goed als mogelijk aansluit bij de specifieke uitdagingen en kansen in een wijk. We investeren in de pedagogische kwaliteiten van de onderwijs-
We merken dat veel jongeren te maken hebben met onzekerheid en stress. De oorzaak zoeken we voor een deel in de complexe prestatiemaatschappij. Jongeren hebben van zichzelf hoge verwachtingen en merken tegelijk dat er ook hoge eisen gesteld worden door hun ouders, school, andere volwassenen en de maatschappij. Samenvattend noemen we dit
professionals en alle andere professionals rondom het kind.
prestatiedruk. We weten dat deze – vaak goed bedoelde – druk kan leiden tot onbedoelde stress bij jongeren. In Vleuten
Samen met ouders
Versterkt zijn we op zoek naar hoe we hier in de wijk iets aan kunnen veranderen. Helpt het als we ons allemaal anders gaan
Keer op keer blijkt hoe belangrijk het is om als onderwijs- en jeugdpartners samen te werken met ouders rondom
gedragen? Of anders gaan werken?
de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Door al vanaf jonge leeftijd van het kind samen op te trekken
BuKoJou is een jongerengroep van Buurtteams, KOOS Utrecht en JoU voor jongeren tussen de 14-17 jaar die last hebben van
met ouders en van elkaar te leren, kunnen we sociaal-emotionele problematiek op latere leeftijd ondervangen.
stress, sombere gedachten, eenzaamheid en/of andere vragen hebben over bijvoorbeeld hun zelfbeeld. De jongeren wonen in De Meern, Leidsche Rijn of Vleuten of gaan er naar school. Met elkaar onderzoeken de jongeren welke vragen er spelen en
Deze samenwerking met ouders kan op verschillende manieren vormkrijgen; door middel van goed voorlichten,
hoe zij de bijeenkomsten gaan invullen. In de groep vinden zij (h)erkenning bij elkaar en ontdekken dat zij niet de enige zijn
het uitwisselen van ontwikkelingen en zorgen rondom het kind, maar ook door met ouders zelf te spreken over
met vragen en zorgen.
hun zorgen, observaties en hulpbehoeften. Hierbij gaat het niet alleen om het ’helpen’ van ouders, maar juist
(Digitaal) pesten heeft invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling op kinderen. Utrecht heeft daarom nadrukkelijk gekozen voor de aanpak van de Vreedzame School. De Vreedzame School is een compleet programma voor basisscholen voor sociale competentie en democratisch burgerschap. Het beschouwt de klas en de school als een leefgemeenschap,
om gelijkwaardige samenwerking door als ouders en professionals van elkaar te leren. Onderzoek laat zien dat interventies waarin met ouders wordt samengewerkt het meest effectief zijn en het sterkst bijdragen aan de preventie van meer ernstige problematiek (Trimbos, 2021).
waarin kinderen zich gehoord en gezien voelen, een stem krijgen, en waarin kinderen leren om samen beslissingen te nemen en conflicten op te lossen. Kinderen voelen zich verantwoordelijk voor elkaar en voor de gemeenschap, en staan open voor de verschillen tussen mensen.
Inclusief taalgebruik We willen dat alle kinderen en jongeren in Utrecht zich gezien en gewaardeerd voelen. Dat hun talenten en
Utrecht is een Vreedzame stad. Dat houdt in dat op wijkniveau alle organisaties die actief zijn met jeugd en ouders vanuit een
vaardigheden worden erkend, en dat zij zich zo min mogelijk vergelijken met anderen. Echter gebruiken we
gezamenlijke pedagogische visie en aanpak samenwerken. Ook de kinderopvang (KO, VE en BSO) nemen hier actief aan deel.
in het onderwijs vaak nog taal waarin gesproken wordt over ‘hoger’ en ‘lager’ of ‘sneller’ en ‘langzamer’. Daar willen we vanaf. Daarom gebruiken we in Utrecht waarderende taal voor álle kinderen en jongeren. Dat betekent bijvoorbeeld dat we niet meer spreken over hoogopgeleid en laagopgeleid.
20 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 21
1
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Ambities Tot en met 2027 gaan we concreet aan de slag met een aantal plannen: A1: De wijkaanpak wordt versterkt. In 2025 ligt er in elke buurt een analyse van de kansen en uitdagingen met betrekking tot mentale gezondheid met een daarop gebaseerde gezamenlijke aanpak met aandacht voor preventie. Interventies gericht op preventie zijn waar mogelijk in groepsverband. A2: De kernpartneraanpak is een cruciale sleutel in het ondersteunen van kinderen en jongeren. Deze wordt verstevigd, ook in tijden van krapte. A3: We vinden het belangrijk dat alle kinderen en jongeren in Utrecht mentaal weerbaar en veerkrachtig zijn. Daarom geven we een impuls aan projecten die daar nu al op inzetten – zoals Vleuten Versterkt, Great Minds en De Vreedzame School. In 2027 hebben alle kinderen en jongeren in de stad laagdrempelig toegang tot projecten die helpen bij het versterken van veerkracht. We organiseren daarbij ontmoetingen tussen verschillende projecten, om van elkaar te leren. A4: De betrokkenheid van ouders bij de school is essentieel. In 2027 willen we in/rondom minimaal 10 scholen in de stad ouders laagdrempelige toegang bieden tot formele en informele ondersteuning. Daarnaast stimuleren we initiatieven zoals It’s my child (zie kader). Op specifieke thema’s, zoals begaafdheid, bieden we psycho-educatie aan voor ouders.
A5: Financiële middelen mogen geen obstakel zijn om als kind in Utrecht mee te kunnen doen. Daarom zoeken we als onderwijspartners gezamenlijk naar een alternatief voor de vrijwillige ouderbijdrage in de huidige vorm. In 2024 komen we hiervoor met een concreet voorstel, beginnend in het PO. Onderdeel van dit voorstel is een gedeeltelijke compensatie door de gemeente aan scholen.
Afwegingskader De vrijwillige ouderbijdrage is een middel om buitenschoolse activiteiten voor scholen te bekostigen. Voor sommige gezinnen is dit geen probleem, maar andere hebben moeite om een dergelijke bijdrage te betalen. Tegelijkertijd brengt het afschaffen van een dergelijke bijdrage grote implicaties met zich mee en betekent het dat extra activiteiten mogelijk onder druk komen te staan. We zoeken daarom in 2024 in UOA verband naar alternatieven.
22 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 23
Thema 2: g lin e k ik tw n o r o o v s si a b e ig v e Een st Introductie Basisvaardigheden op het gebied van taal, rekenen-wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap zijn nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat de beheersing van deze basisvaardigheden sterk onder druk staat. PISA vergelijkt elke drie jaar de vaardigheid van 15-jarigen in wiskunde, lezen en natuurwetenschappen. Sinds 2006 zijn de wiskundeprestaties nog niet eerder zo sterk gedaald. Op het gebied van leesvaardigheid van 15-jarigen scoren bijna alle vergelijkbare landen hoger dan Nederland.13 Bovendien hebben Nederlandse leerlingen minder plezier in lezen dan kinderen in andere landen, en groeien kinderen in toenemende mate op in een meertalige context. Daarbij is de verwachting dat in de komende jaren het aantal kinderen en jongeren met een internationale achtergrond verder toeneemt.
In het kort
De onderwijsinspectie heeft meermalen zorgen geuit over de beheersing van de basisvaardigheden. Te weinig leerlingen in het primair onderwijs halen bijvoorbeeld het niveau dat nodig is om zonder problemen de overstap naar het voortgezet onderwijs te maken.14
De basisvaardigheden taal, rekenen, digitale geletterdheid, en burgerschap
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft in een masterplan basisvaardigheden doelen
staan onder druk. We sluiten aan bij het
uiteengezet om te werken aan een zichtbare verbetering van basisvaardigheden.15 Met name als het gaat om
landelijke masterplan om dit aan te pakken.
een ‘goede aansluiting’ als het streefniveau dat nodig is voor het maken van een goede start op vmbo-t, havo of
Het gaat in het onderwijs niet om basis-
vwo, gaapt er in Utrecht nog een groot gat tussen de doelen die we nastreven en de daadwerkelijke resultaten.
vaardigheden alleen, we houden het oog op
Dat is ook elders in het land het geval maar de verschillen tussen buurten en scholen binnen Utrecht zijn relatief
de bredere ontwikkeling van kinderen.
groot16. Die verschillen zijn in de coronaperiode toegenomen17 wat heeft geleid tot grotere achterstanden
Om de taalontwikkeling van Utrechtse
bij scholen met een hogere schoolweging. De kinderen die al te maken hadden met ongunstige omgeving-
kinderen en jongeren te verbeteren, maken
skenmerken18 zijn door de coronacrisis dus het hardst geraakt.
we lezen aantrekkelijker. We stimuleren levensecht leren: we zetten in op burgerschapsprojecten waarin kinderen en jongeren met verschillende achtergronden samen werken aan vraagstukken uit de maatschappij.
24 // U O A WER K AG E ND A 20 24 -20 27
13
Pisa resultaten 2022 (2023).
14
Onderwijsinspectie (2023), Staat van het onderwijs.
15
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 293, nr. 670.
16
Utrecht in Cijfers (2023).
17
De Staat van de Utrechtse Jeugd (2022).
18
O.a. lagere SES en weinig ondersteuningsmogelijkheden van ouders (zie: Lessen uit de Lockdown, 2020).
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 25
2
Een stevige basis voor ontwikkeling
Onze inzet Basisvaardigheden moeten op orde Er zijn geen quick fixes om de basisvaardigheden op orde te brengen. Wat nodig is, is een gezamenlijke langetermijnstrategie. Hierbij ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de schoolbesturen, maar waar samenwerking kan helpen, ook met de hogescholen en de universiteit, zoeken we deze op. Daarbij is ons uitgangspunt: elk Utrechts kind verdient dezelfde stevige basis, ongeacht naar welke school je gaat of welke schoolloopbaan je doorloopt. We committeren ons aan concrete en ambitieuze doelen op het gebied van basisvaardigheden. Deze doelen monitoren we en we organiseren gerichte ondersteuning om deze doelen te bereiken.
Lezen aantrekkelijker maken Lezen ligt aan de basis van de taal- en leesontwikkeling van kinderen, en aan de kansen die zij krijgen op school en in de maatschappij. Lezen vergroot de wereld van kinderen, leert hen om anderen beter te begrijpen en vergroot hun welzijn.20
Naar Utrechts voorbeeld Een mooi succes dat is ontstaan door organisatie-overstijgende samenwerking is het Utrechts Kwaliteitskader - educatie van het jonge kind (UKK). Op basis van de ontwikkelingen en wensen vanuit het veld én nieuwe theoretische inzichten is dit kwaliteitskader ontwikkeld voor iedereen die een bijdrage levert aan de opvang en educatie van jonge kinderen. De drie hoofdlijnen van UKK zijn: het stimuleren van sociaal emotionele ontwikkeling, creëren van leer- en ontwikkelmogelijkheden
Aanpak
en talentontwikkeling.
Utrechtse schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de aanpak van het stimuleren van basisvaardigheden. Zij stemmen deze af op de leerlingengroepen van hun scholen. Waar mogelijk en functioneel wordt organisa-
Het kwaliteitskader is ontwikkeld door zowel de professionals die werken met jonge kinderen als de wetenschap, waardoor de
tie-overstijgend samengewerkt en ontstaan mooie initiatieven. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan
praktijk en opgedane inzichten door onderzoek bij elkaar komt. Deze samenwerking heeft concrete pijlers opgeleverd waarmee jonge kind-professionals elke dag weer aan de slag kunnen gaan en die verankerd zijn in Utrechts pedagogisch beleid. Hiermee
het Utrechts Kwaliteitskader - educatie van het jonge kind (UKK) (zie kader).
houden we het gesprek over de kwaliteit van de educatie van het jonge kind levend. Niet alleen binnen organisaties, maar vooral ook tussen voorschoolse voorzieningen, het basisonderwijs, kinderopvang, het samenwerkingsverband en onderwijs.
De onderwijsinspectie constateert dat een professionele kwaliteitscultuur een belangrijke factor is bij het verbeteren van basisvaardigheden: het stellen van ambitieuze doelen, monitoren en bijsturen, maar ook
Op het gebied van levensecht leren is U-DECIDE een mooi voorbeeld. Tijdens de projectweek U-DECIDE worden leerlingen
doorlopende – passende – professionalisering zijn essentieel om de doelen op de basisvaardigheden te behalen.
van verschillende achtergronden, leeftijden en scholen met elkaar in contact gebracht en werken zij gezamenlijk aan echte opgaven uit de stad en de regio. Dit heeft tot doel dat ze elkaar leren kennen en dat ze zich meer verbinden met de stad van de
Daarnaast is kennisdeling een belangrijke factor.19 Het is cruciaal om voor professionalisering en kennisdeling
toekomst. Daarnaast maken ze kennis met de opgaven die komen kijken bij het besturen van een grote stad en kunnen ze de
tijd en middelen vrij te maken. Schoolbesturen onderling en schoolbesturen, de hogescholen en universiteit
nieuwe gemeenteraad en het nieuwe college van B en W inspireren om de nieuwe generatie te betrekken bij de toekomst van
trekken hierbij samen op.
19
Onderwijsinspectie, Staat van het onderwijs (2023).
26 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
Utrecht. Dit draag op een concrete en tastbare manier bij aan het ontwikkelen van burgerschapscompetenties.
20
Stichting Lezen (2021).
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 27
2
Een stevige basis voor ontwikkeling
Hoewel lezen ontzettend leuk kan zijn, wordt het door kinderen nog (te) vaak gezien als iets dat moet. Er zijn veel interventies en methoden in Utrecht en Nederland die aantoonbaar bijdragen aan het vergroten van leesplezier,
Ambities
door kinderen en jongeren op een andere manier in aanraking te brengen met een rijk taalaanbod. Dat begint al op jonge leeftijd – in de periode waarin kinderen zelf nog niet kunnen lezen, maar wel door middel van voorlezen
A6: We volgen de ontwikkeling in de kerndoelen van het landelijke curriculum en
kennismaken met een rijke taalcontext. Op latere leeftijd draagt bijvoorbeeld het integreren van rijke taal in
vernieuwen het leesonderwijs. Onze focus ligt hierbij op leesplezier en contextrijk lezen.
allerlei andere vakken bij aan leesplezier en leesbevordering.
We bieden kinderen en jongeren in het curriculum en daarbuiten een rijk taalaanbod. Dit doen we bijvoorbeeld door:
We gebruiken de komende jaren om succesvolle interventies in Utrecht te verstevigen en we willen leren van
A6a: In te zetten op een uitbreiding van de Bibliotheek op school (dBos), een
positieve ervaringen elders. Hieromheen ontwikkelen we een integrale aanpak die het leesplezier vanaf de
effectieve methode die bijdraagt aan het leesplezier, de leesvaardigheid en digitale
voorschool tot het vervolgonderwijs stimuleert. Onderdeel van deze aanpak zijn taalgericht vakonderwijs en
geletterdheid. Naast de impulsregeling uit het Masterplan Basisvaardigheden waar
ouderbetrokkenheid voor meer taalstimulering thuis.
we aanspraak op willen maken, willen we additionele middelen beschikbaar stellen. We geven prioriteit aan de scholen met leerlingen met de grootste taalachter-
Stevige én brede vaardigheden
standen. We hebben hierbij ook oog voor de verbinding met en de versterking van
Naast de traditionele basisvaardigheden is er meer nodig. Ook digitale geletterdheid, sociaal-emotionele
de doorgaande lijn vanaf nul jaar. Waar een bibliotheek op school is, creëren we ook
competenties, burgerschap, voldoende bewegen en andere denkvaardigheden zijn van belang om kinderen
een Boekstart(hoek) voor de 0-4 VE/KO en werken partners uit VE, onderwijs en
en jongeren zich optimaal te laten ontwikkelen en voor te bereiden op de maatschappij. Ook op deze brede
bibliotheek samen aan een doorgaande lijn in een gezamenlijk voorleesbeleid.
basisvaardigheden ontwikkelen we gezamenlijke, concrete en ambitieuze doelen.
A6b: We stimuleren en faciliteren projecten die leesplezier bevorderen, zoals door
21
interactief voorlezen en de introductie van graphic novels op de leeslijsten. In 2027
Levensecht leren: burgerschap in de praktijk We willen als Utrecht een stad zijn waar iedereen mee kan doen en mee mag denken. Daarom willen we dat elke Utrechtse leerling dit ook echt ervaart gedurende zijn schoolloopbaan. Om die reden zetten we sterk in op het ‘levensecht leren’ van burgerschapsvaardigheden. Dat betekent dat Utrechtse leerlingen burgerschapsvaardigheden niet (alleen) leren uit een boek of in een klaslokaal, maar door samen met elkaar na te denken over- en oplossingen te bedenken voor echte maatschappelijke uitdagingen. In deze projecten wordt de leefwereld van kinderen en jongeren als uitgangpunt gebruikt. Hierbij nemen we een voorbeeld aan projecten zoals UDECIDE (zie kader). Voor deze projecten werken we als onderwijsinstellingen organisatie-overstijgend samen waarbij kinderen en jongeren van verschillende scholen, achtergronden, opleidingsvormen en profielen kennis maken met elkaar en de samenleving als geheel. Hiermee zetten we een stap om de segregatie die op veel plekken in het onderwijs te zien is te doorbreken. Leerlingen gaan elkaar zo meer tegenkomen en samenwerken. Leerlingen leren op die manier omgaan met verschillen en creëren meer bewustzijn over andere leefwerelden.
hebben alle Utrechtse leerlingen minimaal één keer deelgenomen aan een van deze projecten. A6c: Kinderen die vrij worden gelaten in wat ze willen lezen, ervaren meer leesplezier en leggen meer leeskilometers af. In Ierland blijkt dat leesplezier en taalvaardigheid toenemen als kinderen de kans krijgen om vrij te lezen, en waarbij de leraren dan zelf ook een boek lezen. Daarom ontvangen scholen die een Vrij Leesuur in de week introduceren een financiële aanmoediging die zij naar eigen inzicht mogen besteden. A6d: Al op de voorschool starten we met een rijk taalaanbod, waarbij wordt samengewerkt met ouders. Interactief voorlezen is een bewezen effectieve methode om taalontwikkeling te stimuleren en leesplezier te stimuleren, daarom is dit onderdeel van het aanbod in de voorschool. A6e: We weten hoe belangrijk de eerste 1000 dagen zijn voor de (taal-)ontwikkeling van kinderen. Door de JGZ wordt al tijdens het eerste huisbezoek bij pasgeboren baby’s en op het consultatiebureau actief gewezen op het belang van praten en voorlezen. Rond de drie maanden wordt gewezen op de mogelijkheid om -gratis- lid te worden van de bibliotheek via het BoekStart-koffertje.
We willen aansluiten op al lopende initiatieven rondom ouderbetrokkenheid in de VE, door op de locaties waar speluitleen mogelijk wordt gemaakt ook boekuitleen organiseren en zo te investeren in de kennisoverdracht aan ouders over het belang van voorlezen, praten,
21
Dit zijn elf competenties - vastgesteld door SLO en Kennisnet (2017) - die leerlingen nodig hebben om goed voorbereid te zijn op de
zingen, rijmen met hun jonge kind.
samenleving. Het betreft: communiceren, creatief denken en handelen, computational thinking, ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden, kritisch denken, mediawijsheid, probleem oplossen, samenwerken, sociale & culturele vaardigheden en zelfregulering.
28 // U O A WERK AG E ND A 20 24 -20 27
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 29
2
Een stevige basis voor ontwikkeling
Ambities A6f: We investeren in geïntegreerd en thematisch (lees)onderwijs, waarbij leerlingen tijd besteden aan het lezen van ‘rijke teksten’ rondom een bepaald thema. Hierbij leren we van mooie voorbeelden in de stad en de rest van het land. A6g: We zoeken samenwerking met de Universiteit Utrecht (hoogleraar geletterdheid en onderwijs prof. Dr. Stronks) om een samenwerking te realiseren met de studenten van deze opleiding en de Utrechtse scholen met als doel het versterken van het leesonderwijs. A7: Goed voorbeeld doet volgen. Daarom bieden we alle Utrechtse onderwijsprofessionals een gratis abonnement van de bibliotheek aan. Zo vergroten we niet alleen het leesplezier van kinderen en jongeren, maar ook van onderwijsprofessionals. A8: Voor burgerschap en digitale geletterdheid zijn op basis van het masterplan geen meetbare doelen vastgelegd. Daarom houden we vast aan de herijkte kerndoelen van SLO22. Voor andere denkvaardigheden, bewegen en sociaal-emotionele competenties maken we stadsbrede afspraken over het gewenste niveau. Deze afspraken stellen we in 2024 op. A9: In 2027 hebben alle Utrechtse kinderen en jongeren minimaal één keer deelgenomen aan een project dat bijdraagt aan ‘levensecht leren’, waarbij burgerschap wordt gekoppeld aan echte uitdagingen uit de stad en de maatschappij.
Scholen uit verschillende buurten doen dat in gezamenlijkheid – zodat kinderen en jongeren met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten. A10: De Universiteit Utrecht ontwikkelt een meetinstrument om de voortgang van de ontwikkeling van de basisvaardigheden (van taal, rekenen-wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap) te monitoren. Dit meetinstrument is in 2024 ontwikkeld en in hetzelfde jaar voeren we de eerste meting uit. Op basis hiervan worden gezamenlijke knelpunten en succesfactoren geïdentificeerd en voorstellen gedaan voor verbetering. Er is aandacht voor vaardigheden die professionals nodig hebben om de doelen te bereiken en hoe deze verbeterd kunnen worden. Samen met de Universiteit Utrecht, de Hogeschool Utrecht en de Marnix Academie worden professionaliseringsmomenten
Afwegingskader
georganiseerd om de aanpak van scholen te verstevigen.
In Utrecht willen we begrijpend lezen naar een hoger niveau tillen. Een bewezen methode hiervoor is de
A11: We sluiten aan bij de inhoudelijke doelstellingen uit het masterplan basisvaar-
bibliotheek op school (dBoS). Kinderen op scholen die deze aanpak volgen, lezen meer en hebben een betere
digheden van het ministerie van OCW23. We geven extra prioriteit aan het versterken van
leesvaardigheid en grotere woordenschat dan kinderen op scholen waar geen speciale aandacht is voor de
de kwaliteit van het taalonderwijs, met name gericht op het bevorderen van leesplezier.
boekencollectie24. Tegelijkertijd vraagt deze commitment uitvoeringscapaciteit van de bibliotheek Utrecht en
A12: Onderwijspartijen werken samen aan de invoering van een meerjarenmodel voor
een financiële investering en borging als de raad zich hiertoe committeert. Het is nog onduidelijk in hoeverre het
ondersteuning van nieuwkomers- en meertalige leerlingen in Utrecht. Dat betekent dat
Rijk komt met financiële middelen om duurzame borging van dBoS te faciliteren.
we zorgen voor een goede eerste opvang op o.a. Taalschool Utrechts, maar ook dat we overige Utrechtse scholen toerusten om meertalige leerlingen die al langer in Nederland zijn passend onderwijsaanbod te geven.
30 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
22
https://www.slo.nl/sectoren/po/inhoudslijnen-po/inhoudslijnen-digitale-geletterdheid/.
23
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2023), Monitor basisvaardigheden 2023.
24
https://www.lezen.nl/sites/default/files/onwillige%20lezers_0.pdf.
UOA W ER KAG EN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 31
Thema 3: Flexibel samenwerken en huisve
sten
Introductie In Utrecht weten de meeste kinderen, jongeren en ouders de weg naar school goed te vinden. Dat geldt echter in mindere mate voor het andere, ontwikkelingsgerichte aanbod voor kinderen en jongeren zoals voorschoolse educatie, cultuur of sport, zorg en ondersteuning van jeugdhulp, het consultatiebureau of het jongerenwerk. Mede hierdoor zijn er (te) veel Utrechtse kinderen en jongeren die niet de kans krijgen om te sporten, muziek te maken, naar het consultatiebureau te gaan of na schooltijd met andere kinderen af te spreken. Dit heeft deels te maken met de grote spreiding van maatschappelijke voorzieningen in de wijk, maar ook met onbekendheid met het brede aanbod dat in Utrecht beschikbaar is. Scholen kunnen hierin een verbindende rol spelen. Dat kan door meerdere maatschappelijke voorzieningen in één gezamenlijk pand te huisvesten, zoals de Utrechtse Kindcentra (UKC) en andere Multifunctionele Faciliteiten (MFF), maar ook door goede afspraken te maken met de andere maatschappelijke organisaties die in een wijk actief zijn. Op verschillende plekken in Utrecht vervullen scholen al een dergelijke, bredere functie in de wijk. Daarbij wordt
In het kort
de samenwerking gezocht en gevonden met partners, zoals buurthuizen, de bibliotheek, jongerenwerk, musea en sportverenigingen. Kinderen en jongeren zijn hierbij gebaat: er zijn bekende, veilige en uitdagende ontwikkelplekken in hun eigen woonomgeving. Hier is niet alleen aandacht voor hun schoolse ontwikkeling, maar is ook ruimte om te spelen, sporten, muziek te maken, lummelen, huiswerk te maken en anderen te ontmoeten.
De focus van onderwijshuisvesting ligt op gezamenlijk, flexibel en inclusief
Deze bredere wijkvoorzieningen zijn er echter nog niet genoeg. De bredere wijkvoorzieningen die er zijn,
ruimtegebruik.
sluiten bovendien nog niet altijd aan op de specifieke behoeften in de buurt. Daarbij is er sprake van “ruimtelijke
Per wijk brengen we per 2024 in beeld wat er
krapte” in Utrecht. Slim organiseren is van groot belang om ervoor te zorgen dat voorzieningen voor kinderen
nodig is aan faciliteiten om aan te sluiten bij
en jongeren in de wijk behouden blijven25. We zien dat veel faciliteiten vaak maar gedurende een bepaald deel
de specifieke vraagstukken van de wijk.
van de dag gebruikt worden. Door in te zetten op meervoudig gebruik kunnen we ruimtes optimaal benutten,
We verlagen de drempel naar onderwijs- en
ook ’s avonds en in het weekend.
jeugdvoorzieningen door te starten met buurtscholen. 25
32 // U O A WERK AGE ND A 20 24 -20 27
Zoals ook besproken in de Utrechtse gemeenteraad op 10 november 2022.
UOA W ER KAGEN DA 2 0 24 - 2 0 2 7 // 33
3
Flexibel samenwerken en huisvesten
Naar Utrechts voorbeeld In verschillende Utrechtse wijken bestaan al succesvolle buurtfaciliteiten, bijvoorbeeld in de vorm van Utrechtse Kindcentra (UKC). Hier ‘wonen’ onderwijs en kinderopvang samen binnen één gebouw, waarmee de drempel tussen de kinderopvang – voorschoolse en buitenschoolse opvang – en de basisschool verlaagd wordt. Professionals geven aan dat het hierdoor gemakkelijker is om van elkaars kennis, ervaringen en expertise gebruik te maken en sneller kunnen schakelen in de ontwikkel- en ondersteuningsbehoeften van kinderen.
Ook de Brede School is een mooi voorbeeld op dit vlak. Het is een samenwerking van één of meer (voor)scholen met
Onze inzet
partners om te zorgen dat kinderen kansen krijgen om hun talenten optimaal te ontwikkelen en goed op te groeien. Binnen één multifunctionele accommodatie of vanuit andere bestaande gebouwen als sporthallen of buurthuizen biedt de Brede School een verscheidenheid aan (naschoolse) activiteiten aan.
Flexibele en buurtgerichte faciliteiten
Naast kinderen ontmoeten ook ouders elkaar bij het ouderlokaal van de Brede School, dat benut wordt voor allerlei activiteiten rond opvoeden en opgroeien. Utrecht telt al meer dan 10 Brede Scholen.
Komende jaren geven we in Utrecht prioriteit aan het realiseren van faciliteiten waar kinderen, jongeren en ouders aanbod kunnen vinden dat voorziet in hun brede ontwikkelbehoeften. Het gaat om locaties waarvan de drempel laag is en waar niet alleen kinderen en jongeren zelf, maar ook hun ouders durven binnen te stappen om hulp te vragen en nieuwe mensen te leren kennen.
Een ander voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik en slim ruimtegebruik is het recent opgeleverde pand aan het Berlijnplein 300, waarin de middelbare school Academie Tien en Sporthal het Plein zitten. Overdag sporten de leerlingen in de sporthal, in de avond kunnen hier wedstrijdsporten zoals zaalvoetbal, basketbal, handbal, volleybal, badminton en zaalhockey beoefent worden. Op het dak van de sporthal ligt bovendien een openbaar groen plein voor alle buurtbewoners. Op het plein is ook plek voor sport. Zo komt er een basketbalveld voor 3x3 basketbal en een pannakooi.
Daarvoor zetten we onder andere in op de realisatie van buurtscholen. Een buurtschool is een centrale, bekende en laagdrempelige plek in de wijk, waar verschillende organisaties samen met de school/scholen, kinderopvang en ouders werken aan de ontwikkeling van kinderen. Bijvoorbeeld sportverenigingen, culturele instellingen, de bibliotheek of het jongerenwerk.
Samenwerking binnen de wijk Als onderwijs- en jeugdpartners maken we binnen de wijk heldere samenwerkingsafspraken over de
In buurtscholen maken we flexibel, meervoudig en multifunctioneel gebruik van de ruimte. We bouwen,
vindbaarheid en toegankelijkheid van maatschappelijke voorzieningen in de wijk. Hierbij kijken we continu naar
renoveren en herorganiseren gebouwen op zo’n manier dat zij behalve voor onderwijs ook zo veel mogelijk voor
welke afspraken passen bij de specifieke vraagstukken en mogelijkheden van de wijk. We leren daarbij van
andere zaken gebruikt kunnen worden. Ook andere onderwijs- en jeugdpartners zijn laagdrempelig in (de buurt
eerdere positieve en negatieve ervaringen.
van) de buurtschool te vinden. Waar nodig en ruimtelijk mogelijk faciliteren we deze samenwerking door in gezamenlijke huisvesting te Per buurt bepalen we welke partners nodig zijn om in de wensen en behoeften van de mensen in de buurt te
voorzien. Door hierop in te zetten, creëren we plekken die het voor professionals rondom kinderen en gezinnen
voorzien. Zo zullen we mogelijk binnen de ene buurtschool een consultatiebureau-poli vestigen, en in de ander
mogelijk maken om vanuit een gedeelde pedagogische en educatieve visie samen te werken. Als professionals
een honk van het jongerenwerk.
die in dezelfde buurt werken elkaar kennen en tegenkomen, zijn de lijntjes korter, en is het gemakkelijker om elkaars expertise in te zetten ten behoeve van de ontwikkeling van het kind.