CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 2024 – 2030

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel aanpassing kengetal binnensport; Uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 2024-203018.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 2024 – 2030 Ruimte voor de Utrechtse zaalsport

utrecht.nl/ sport

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Inhoudsopgave A. Inleiding 3 Levendige en gezonde stad 3 Groeiende stad 3 Volop gebruik van de beschikbare (sport)ruimte in Utrecht 3 Uitvoeringsprogramma binnensport en nieuwe nota sport 2024 3 Sportinfrastructuur als basis van een goed sportklimaat 4 Reactie college van B&W op onderzoek 4 Leeswijzer5 B. Binnensport in sporthallen in Utrecht 6 Nadruk op sporthallen 6 Multifunctioneel gebruik 6 Nieuw kengetal binnen te hanteren bandbreedte 7 Monitoring kengetal 7 1. Nieuw kengetal binnensport Utrecht 7 2. Prognoses sporthallen (en blaashallen) in relatie tot bevolkingsprognose9 3. Inzetten van tijdelijke voorzieningen 9 4. Het aantal uur sport dat we met sporthallen willen faciliteren 10 5. De ruimte die gemeente Utrecht binnen sporthallen biedt voor topsport en talentontwikkeling 10 6. Het inzetten van sportcentrum Galgenwaard als topsportvoorziening11 7. Het creëren van een vaste thuisbasis voor Utrechtse verenigingen11 8. Het realiseren van sporthallen i.p.v. gymzalen bij de ontwikkeling van voortgezet onderwijslocaties (VO) 12 9. Overige aanbevelingen 13

C. Indicatoren D. Risico’s E. Financiën F. Voortgang en verantwoording

14 15 16 17

6. Procedure verdeling uren  7. Geschillencommissie  Bijlage 2 Toelichting prioritering zaalverdeling  Bij deze prioritering rekening houden met:

28 28 28 29

Bijlagen18

Bijlage 4. Actualisatie horeca binnensport accomodaties 2023 Aanleiding beleidswijziging horeca binnensport 1. Horecavoorziening binnensport 2. Programma van Eisen 3. Financiering

30 30 31 33 33

Bijlage 1. Standaard­afmetingen van de sportvloer in sporthallen19 Afmetingen sportvloer  19 Bijlage 2. Beleidsnotitie blaashallen 22 Inleiding22 Beleid22 Achtergrondinformatie23 Uitgangspunten23 Bijlage A Gemeentelijke sporthallen die geschikt zijn voor zaalhockey: 25 Bijlage 3. Zaalverdeling criteria sporthallen Utecht Zaalverdelingscriteria Sporthallen Utrecht 2024  Prioritering zaalverdeelcriteria Bijlage 1 Werkwijze/Leidraad Zaalverdelingscommissie (ZVC)  1. Samenstelling commissie  2. De benoeming van leden van de ZVC  3. Taken en bevoegdheden van de werkgroep  4. Taken voorzitter 5. Communicatie

26 26 26 27 27 27 27 27 27

2

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

A. Inleiding

Levendige en gezonde stad Binnen het programma Levendige en gezonde stad hanteert de gemeente Utrecht de doelstelling: Gelijk aan de groei van de stad heeft Utrecht voldoende, goede en toegankelijke sportvoorzieningen. Sporten en bewegen is goed voor het dagelijks leven. Naast ontspanning, beweging en (mentale) gezondheid zorgt sport ook voor talentontwikkeling en het ontmoeten van nieuwe mensen. In Utrecht vinden we het daarom belangrijk dat sporten en bewegen voor iedereen binnen handbereik is. We zorgen hierbij voor een prettige sportomgeving, maar ook voor goede faciliteiten om te sporten en bewegen, zowel buiten als binnen. Dit doen we samen met vele partners en vrijwilligers in de stad. Groeiende stad Utrecht groeit de komende jaren door tot 400.000 inwoners in 2030 en ruim 450.000 inwoners in 2040. Die groei grijpen we aan om te zorgen voor een gezonde en prettige leefomgeving voor iedereen. Zo hebben we afgesproken dat inwoners dicht bij huis (binnen 10 minuten) een sportaccommodatie moeten kunnen vinden en zien we graag een beweegvriendelijke openbare ruimte die uitnodigt om te sporten en te bewegen. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) kiezen we ervoor deze groei te faciliteren door binnenstedelijke verdichting (het toevoegen van woonruimte binnen de bestaande stad). Dat maakt het niet altijd eenvoudig om voldoende ruimte te vinden voor sport.

Daarom onderzoeken we de mogelijkheden voor multifunctionele accommodaties en stimuleren we dubbelgebruik van sportfaciliteiten. In het Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke Voorzieningen is uitgewerkt hoe we voldoende ruimte maken voor maatschappelijke voorzieningen. Specifiek voor

sport maken we een inschatting van de benodigde capaciteit op basis van een tweejaarlijkse raming door het Mulier-instituut. Volop gebruik van de beschikbare (sport)ruimte in Utrecht Het sporten en bewegen in de openbare ruimte vormt een goede aanvulling op het beschikbare aanbod en gebruik van de ruimte in de stad. Dit vervangt echter niet het georganiseerd sporten in sporthallen en op sportparken. Bovendien zien we juist ook op de sportaccommodaties een toename in anders georganiseerd sportaanbod naast de verenigingssport. We zien uit de meest recente cijfers (2020) dat 64% van de Utrechters (18+) en 85% van de kinderen wekelijks sport. Ook zien we dat Utrechters vaker sporten en bewegen dan inwoners van andere grote steden. Dit gunstige beeld zien we terug bij de zaalsportverenigingen. De deelname aan basketbal, volleybal, zaalhockey en zaalvoetbal in Utrecht is hoog ten opzichte van de 32 grootste gemeenten in Nederland. Deze hoge sportdeelname vertaalt zich in een zeer hoge bezettingsgraad van 90% tot 100% van onze sporthallen in de wintermaanden. Om het gunstige beeld van Utrecht als een sportieve stad vast te houden is het van belang dat er voldoende sportcapaciteit in onze stad beschikbaar blijft. En daar wordt hard aan gewerkt. De komende jaren worden maar liefst zeven nieuwe sporthallen gerealiseerd.

Daarnaast hebben we recent meegewerkt aan de blaashal voor HC Rijnvliet die de hockeyers voor het winterseizoen 2023/2024 in gebruik nemen. Uitvoeringsprogramma binnensport en nieuwe nota sport 2024 Dit uitvoeringsprogramma geeft aan hoe we voldoende ruimte blijven bieden aan binnensport in Utrecht. Tot op heden hanteert de gemeente het planologisch kengetal binnensport van 1 sporthal per

3

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

17.500 inwoners – dat is vastgesteld in de Capaciteitsbehoefte Sport 2018 – 2030 – als belangrijkste richtlijn voor het realiseren van binnensportruimte in sporthallen. In dit uitvoeringsprogramma geven we binnen de huidige kaders aan hoe we de Utrechtse vraag naar binnensport richting 2030 gaan accommoderen. Daarnaast vraagt de aanpassing van het kengetal binnensport een beleidswijziging door de gemeenteraad op de Capaciteitsbehoefte Sport 2018 – 2030. Aanvullend volgt in 2024 een nieuwe brede beleidsnota Sport. Hierin werken we voor de komende jaren het beleid op het stimuleren en accommoderen van sport en bewegen in Utrecht uit. In deze nota komen ook de onderwerpen buiten-/veldsport en sporten en bewegen in de openbare ruimte aan de orde. Met het uitvoeringsprogramma binnensport en het voorstel voor aanpassing van het kengetal lopen we hierop vooruit. Sportinfrastructuur als basis van een goed sportklimaat In de Sportnota (2017 – 2023) stelt de gemeente Utrecht te streven naar een optimale sportinfrastructuur als basis van een goed sportklimaat. Het grootste deel van het gemeentelijke sportbudget (90%) besteden we aan goede en toegankelijke sportaccommodaties. Het aantal accommodaties moet meegroeien met de toename van de bevolking.

In de aanvullende Sportagenda van juni 2021 scherpten we deze ambitie aan in het licht van de groei van de stad: Het is dan ook onze ambitie om iedereen die wil sporten in Utrecht te kunnen blijven faciliteren door ruimte te maken voor voldoende sportaccommodaties. Daar waar het nodig is werken we aan de uitbreiding van capaciteit door extra faciliteiten te realiseren. We leggen beter vast

welke uitgangspunten we daarbij hanteren. Deze uitgangspunten maken inzichtelijk aan welke eisen nieuwe accommodaties moeten voldoen en helpen om de keuzes die we maken goed te kunnen uitleggen en onderbouwen. Aanleiding voor onderzoek naar kengetal binnensport Naar aanleiding van de capaciteitsraming sportaccommodaties in 2019 gaven de Utrechtse binnensportverenigingen aan het kengetal niet meer passend te vinden bij de vraag naar binnensportaccommodaties die zij ervaren. Op basis hiervan heeft de gemeente het Mulier Instituut gevraagd om te onderzoeken of het kengetal binnensport – zoals in Utrecht gehanteerd – recht doet aan de Utrechtse situatie. Het betreffende onderzoek (Ruimte voor zaalsport in Utrecht) is uitgevoerd in 2022 en constateert dat het aanbod van en de behoefte aan sporthallen steeds verder uit de pas zal lopen. Dat komt door: • het relatief grote aantal zaalsporters in Utrecht t.o.v. het landelijke gemiddelde • de (groei)ambities van (top)sportverenigingen • de grote huidige en verwachte knelpunten in vooral het winterseizoen • het verschil tussen gewenste en feitelijke trainingsduur • en de verwachte verdere bevolkingsgroei in Utrecht

Het Mulier Instituut concludeert dat • het huidige kengetal niet meer passend is • een bijstelling van het kengetal richting het midden tussen 1:10.000 en 1:17.500 verdedigbaar is • het kengetal onderdeel moet zijn van een langetermijnvisie voor de zaalsport Het recente Mulier-onderzoek heeft aangetoond dat Utrecht met het hanteren van het huidige kengetal binnensport (1 sporthal per 17.500 inwoners) de eerdergenoemde doelstelling niet haalt. In het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht’ is het tekort aan binnensport­ accommodatie onderkend en stelt het college zich de komende periode als doel om ‘een been bij te trekken’ op het realiseren van extra binnensportvoorzieningen. Dat gebeurt met de zeven extra sporthallen (waarvan één tijdelijke sporthal voor tien jaar op sportpark Loevenhout) die tussen 2023 en 2030 geprogrammeerd staan. Daarmee maken we richting 2030 de stap naar een kengetal van 1:15.000. Reactie college van B&W op onderzoek In een reactie op het onderzoek heeft het college van B&W in het voorjaar van 2022 toegezegd de conclusies en aanbevelingen te zullen uitwerken in een brede langetermijnvisie voor de binnensport waarvan een aangepast kengetal onderdeel is. Dit uitvoerings­ programma is daarvan het resultaat en vormt een aanscherping op de basis van het binnensportbeleid (en dus geen vervanging) van de eerdergenoemde Capaciteitsbehoefte Sport 2018 – 2030.

4

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Leeswijzer Dit uitvoeringsprogramma begint met het toelichten van het vraagstuk sporthallen binnen het bredere vraagstuk van binnensport. Dit spitsen we toe op wat de gemeente accommodeert in sporthallen. Het inhoudelijke deel van het uitvoeringsprogramma start met de onderbouwing van het nieuwe kengetal binnensport waarvoor we een beleidswijziging aan de gemeenteraad voorstellen. Vervolgens beschrijven we de uitgangspunten voor: • Inzetten van tijdelijke voorzieningen • Het aantal uur sportbeoefening dat we met sporthallen willen faciliteren • De ruimte die de gemeente binnen de sporthal biedt voor topsport en talentontwikkeling • Het inzetten van sportcentrum Galgenwaard als topsportvoorziening • Het creëren van een vaste thuisbasis voor Utrechtse verenigingen • De realisatie van sporthallen i.p.v. gymzalen bij de ontwikkeling van voortgezet onderwijslocaties en indien van toepassing bij primair onderwijslocaties Tot slot beschrijven we kort de aanbevelingen uit het Mulieronderzoek die op dit moment al onderdeel zijn van bestaand beleid of uitvoering daarvan. Het gaat hierbij om: • Inzet van sport/gymzalen om druk op sporthallen te verlichten • Welke huurtarieven zijn gewenst • De plaats van studentensport en het sportcentrum Olympos binnen dit vraagstuk

5

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

B. Binnensport in sporthallen in Utrecht

Nadruk op sporthallen In dit uitvoeringsprogramma sport beschrijven we de aanpassingen van het binnensportbeleid die nodig zijn om de behoefte aan zaalsport in onze groeiende stad te kunnen accommoderen zoals ook het Mulier-onderzoek ons adviseerde. Deze visie heeft voor het overgrote deel betrekking op de behoefte aan en capaciteit van sporthallen in de stad. Naast sporthallen kennen we in Utrecht ook gymzalen en sportzalen. Het beleid hierop is beschreven in Capaciteitsbehoefte Sport 2018 – 2030. Dit uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport is hierop een aanvulling m.b.t. sporthallen. In het vervolg van dit uitvoeringsprogramma stippen we gymzalen en sportzalen wel aan omdat – vooral voor sportzalen waar veel van de belangrijkste zaalsporten beoefend worden – deze voorzieningen bij een optimaal gebruik bijdragen aan het realiseren van zo veel mogelijk binnensportcapaciteit.

Multifunctioneel gebruik Sporthallen, sportzalen en gymzalen zijn multisportvoorzieningen. We kunnen er verschillende sporten in accommoderen, zoals basketbal, zaalvoetbal, volleybal, badminton, gymnastiek en handbal. Daarnaast zetten we onze sporthallen in voor het accommoderen van bewegingsonderwijs van voornamelijk het voortgezet onderwijs. Het uitgangspunt bij de bouw van een sporthal is dan ook altijd multifunctioneel en optimaal gebruik gedurende de dag, avonden en in de weekenden. Hierbij gaan we uit van een aantal standaard­ afmetingen en hoogte van de sportvloer (zie bijlage 1). De afwegingen hierbij hangen samen met het verwachte gebruik. Daarnaast zijn er sporten die binnen (indoor) beoefend worden, maar die niet (of minder goed) te huisvesten zijn in de genoemde gemeentelijke binnensportaccommodatie. Dit gaat bijvoorbeeld om sporten als judo (bij intensief gebruik), skaten en circusactiviteiten. We erkennen dat we ook voor deze sporten huisvestingsbeleid te ontwikkelen hebben. We maken dit vraagstuk onderdeel van de nieuwe beleidsnota Sport die we in 2024 gaan opstellen. Mochten er voorafgaand aan deze beleidsnota vragen komen, zullen wij tussentijds met de betreffende partij in gesprek gaan om te bezien of en zo ja waar tijdelijke oplossingen mogelijk zijn in afwachting van het aparte beleidsvoorstel.

Kengetal onderdeel van breder beleidsvraagstuk Het kengetal binnensport is een planningsinstrument om te waarborgen dat we als stad voldoende sporthallen realiseren om onze inwoners te kunnen laten sporten en bewegen. Het kengetal is echter een één dimensionale doelstelling terwijl het vraagstuk binnensport in sporthallen meerdere factoren kent. De verschillende factoren die

6

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

bijdragen aan voldoende, goed gewaardeerde en efficiënt gebruikte sporthallen in Utrecht beschrijven we per onderdeel in dit hoofdstuk.

in relatie tot de beschikbare capaciteit om een compleet beeld te krijgen van vraag en capaciteit.

Nieuw kengetal binnen te hanteren bandbreedte Op basis van de bredere visie op binnensport – die we in dit uitvoeringsprogramma verder uitwerken – passen we het kengetal binnensport aan naar 1 sporthal per 15.000 inwoners. Hierbij zien we het kengetal als een richtpunt en stellen we onszelf ten doel dat het aantal sporthallen per inwoners zich te allen tijde bevindt tussen de bandbreedte 1:14.000 en 1:16.000. De periode na 2030 valt buiten de scope van dit uitvoeringsprogramma, periodieke monitoring van vraag naar en aanbod van binnensportaccommodatie moet voor die periode inzicht geven in het beleid en bijbehorend kengetal.

1. Nieuw kengetal binnensport Utrecht Mulier concludeert dat het kengetal van 1 sporthal per 17.500 inwoners niet meer passend is en dat een nieuw kengetal zich zou moeten bevinden rond het midden tussen 1:10.000 en 1:17.500. In het rapport geeft Mulier daarbij de volgende onderbouwing:

Monitoring kengetal Het kengetal binnensport draagt bij aan de doelstelling Gelijk aan de groei van de stad heeft Utrecht voldoende, goede en toegankelijke sportvoorzieningen binnen het programma Levendige en gezonde stad. Deze doelstelling houdt concreet in dat het aantal voorzieningen (in dit geval het aantal sporthallen in Utrecht) meegroeit met het aantal inwoners. Voor deze doelstelling monitoren we jaarlijks de tevredenheid over het aanbod van sportvoorzieningen in de stad onder onze gebruikers. We meten de bezettingsgraad van gemeentelijke sportaccommodaties. We streven in Utrecht naar een zo hoog mogelijke bezetting zodat we optimaal en efficiënt gebruik maken van onze accommodaties. Meer specifiek monitoren we periodiek binnen de capaciteitsraming sport of we voldoen aan het kengetal. Naast het daadwerkelijke toetsen of we voldoen aan het kengetal (het aantal sporthallen per inwoners), monitoren we – binnen het tweejaarlijkse Mulier-onderzoek – de ontwikkeling van vraag naar binnensport (ledenontwikkelingen zaalsporten en anders georganiseerd aanbod)

‘Op basis van de huidige deelname aan sporten, bevolkings­ prognoses en scenario’s voor uitbreiding van het aantal leden en/of trainingsuren is een planologisch kengetal voor de weken 6 (maand februari, winterseizoen) en 16 (maand april, regulier seizoen) berekend. Dit kengetal varieert in de verschillende scenario’s tussen de 11.000 en 14.000 inwoners per sporthal in week 6. Voor week 16 is een kengetal tussen de 20.000 en 22.500 inwoners per sporthal bepaald. Hierbij is het van belang dat tijdelijke voorzieningen (zoals blaashallen) in week 6 ook als sporthal kunnen worden meegeteld, omdat die kunnen voorzien in tijdelijke sportruimte tijdens de piek in de winterperiode.’ (Mulier instituut, Ruimte voor zaalsport in Utrecht, 2022). Op basis hiervan stellen we de gemeenteraad voor het kengetal voor Utrecht tot 2030 aan te passen naar 1 sporthal per 15.000 inwoners (voor het totaal van het aantal inwoners van de stad m.i.v. 2024) met de volgende onderbouwing: • We volgen het advies om voor de piekmaanden in het winterseizoen (week 6) blaashallen mee te tellen. Met het aanpassen van het kengetal naar 1 sporthal per 15.000 inwoners en het inzetten van blaashallen realiseren we richting 2030 – zowel in het winterseizoen

(week 6) als het reguliere seizoen (week 16) – te allen tijde de benodigde capaciteit. We voeren actief beleid (hierna omschreven: inzet tijdelijke voorzieningen) om in de toekomst extra blaashallen te accommoderen om zaalhockey te faciliteren en eventueel ook andere zaalsporten met een kort winterseizoen, zoals korfbal en mogelijk ook frisbee. • Met de extra zeven sporthallen (waarvan één tijdelijke sporthal voor tien jaar op sportpark Loevenhout) die tussen 2023 en 2030 geprogrammeerd staan, maken we al direct een stap om de huidige extra vraag naar zaalruimte op te vangen. We komen hiermee richting 2030 al uit op een kengetal van 1:15.000. De zeven extra sporthallen betreffen: 1. Tijdelijke sporthal Loevenhout 2. Het Plein 3. Bontekoelaan 4. Cartesiusdriehoek 5. Merwedekanaalzone 6. Vleuten 7. Overvecht De zeven extra sporthallen zetten we ook in om de vervanging van de sporthallen Hoograven en Lunetten op te vangen. Deze beide hallen worden gesloopt en herbouwd. Ten tijde van de vervanging (na elkaar) zullen we de reguliere gebruikers opvangen in andere sporthallen. De blaashallen vangen een extra piek in de winter op omdat onder andere dan de hockey naar binnen gaat. Voor de totale programmering is een blaashal niet één op één inwisselbaar met een permanente sporthal.

Voor overige reguliere binnensporten blijft de uitbreiding met permanente hallen nodig als gevolg van de groei van de stad.

7

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

In Utrecht hebben we de volgende blaashallen: • Sportpark Maarschalkerweerd bij SV Kampong (1 heel hockeyveld, 4 zaalvelden) • Sportpark Fletiomare Novum bij MHC Fletiomare (1 half hockeyveld, 2 zaalvelden) • Sportpark Rijnvliet bij Hockeyclub Rijnvliet (1half hockeyveld, 2 zaalvelden) • In lijn met de twee jaarlijkse reguliere capaciteitsramingen sport monitoren we – op basis van lokale en landelijke ontwikkelingen van ledenaantallen en de behoefte aan en capaciteit van zaalruimte – om te toetsen of we binnen de bandbreedte (1:14.000 tot 1:16.000) blijven.

• Ook voor deze periode (2030 tot 2040) houden we de mogelijkheid open om extra blaashallen te faciliteren, voor nu (in de onderstaande doorrekening) wordt er rekening gehouden (naast de hal die voor 2023 al voorzien is bij HC Rijnvliet) met 1 extra blaashal (twee zaalhockeyvelden en dus de oppervlakte van twee reguliere sportvloeren die in sporthal liggen). • In lijn met het advies van Mulier is het uitgangspunt dat de noodzaak om extra sporthallen te realiseren in de periode 2030 – 2040, gekoppeld wordt aan de ontwikkeling van extra voortgezet onderwijslocaties (en indien van toepassing bij primair onderwijslocaties) die voor die periode voorzien zijn. In het Integraal Huisvestingsplan 2026 – 2041 zal het exact aantal extra VO-locaties voor die periode opgenomen worden.

Voor de aanvullende behoefte aan de sporthalruimte na 2030, die samenhangt met de groei van de stad en de ontwikkeling van deelname aan zaalsporten, zien we in elk geval de volgende mogelijkheden om extra sporthalruimte te realiseren: • Op basis van de huidige bevolkingsprognose groeit de stad richting 2040 naar ruim 470.989 inwoners (zie tabel 1). Bij het voormalige kengetal van 1:17.500 zou dit in 2040 afgerond 27 (26,9) sport­ hallen betekenen. Met de huidige programmering van extra hallen zouden dat er in 2040 26 zijn, wat betekent dat er één sporthal extra gerealiseerd had moeten worden om aan dat kengetal te voldoen. De tweejaarlijkse monitoring van vraag naar en aanbod van binnensportcapaciteit na 2030 moet inzicht geven in het aantal extra sporthallen dat in die periode wenselijk is. Daarbij hoort dan een gemeentebrede afweging of de benodigde financiële dekking voor deze sporthallen beschikbaar is.

8

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

2. Prognoses sporthallen (en blaashallen) in relatie tot bevolkingsprognose Bovenstaande tabel maakt inzichtelijk dat we in 2030 voor zaalsport in Utrecht 27 sporthallen beschikbaar hebben (20 huidige hallen, 1 tijdelijke sporthal en zes extra te realiseren sporthallen). Daarmee voldoen we al aan het scenario van het nieuw voorgestelde kengetal 1:15.000. Dit kengetal stelt dat er in 2030 op basis van de huidige bevolkingsprognose 27,3 sporthallen nodig zijn. Wanneer we voor deze periode (tot 2030) ook het huidige aantal blaashallen – in lijn met aanbevelingen van Mulier – meerekenen hebben we 35 sporthallen beschikbaar. De huidige 20 sporthallen zijn niet allemaal gemeentelijke sporthallen, er zijn ook particuliere sporthallen zoals sportcentrum Olympos, Oudenrijn en Hercules (vijf sporthallen in totaal). Eigenaren hebben zelf zeggenschap over het voortzetten van hun voorziening. We overleggen constant om tijdig maatregelen te kunnen nemen mocht een voorziening (dreigen te) sluiten.

Doorrekening nieuw kengetal Jaartal Aantal inwoners op basis van bevolkingsprognose (2022)

2023

2030

2035

2040

361.742

409.542

449.156

470.989

1 sporthal per 17:500 inwoners

17.500

20,7

23,4

25,7

26,9

1 sporthal per 15:000 inwoners

15:000

24,1

27,3

29,9

31,4

1 sporthal per 13.750 inwoners

13.750

26,3

29,8

32,7

34,3

2023

2030

2035

2040

Huidige hallen (2023)

22

22

22

22

Tijdelijke sporthal Loevenhoutsedijk (2023 t/m 2033)

1

1

0

0

Extra te realiseren hallen in de periode 2024 – 2030

4

4

4

4

2023

2030

2035

2040

Ontwikkeling aantal reguliere sporthallen 2023 – 2040

27

27

30

31

Huidige zaalhockeyvelden in blaashallen

8

8

8

8

Huidig (2023) aantal beschikbare hallen: Jaartal

Extra te realiseren hallen in periode 2030 – 2040 o.b.v. kengetal 1:15.000 Jaartal

3. Inzetten van tijdelijke voorzieningen De Utrechtse sporthallen kennen een hoge bezetting met vooral in de wintermaanden niet of nauwelijks nog vrije uren in de (doordeweekse) avonden. De reden hiervoor is dat een aantal sporten met zowel een buiten – als een binnenseizoen (denk aan hockey, korfbal en in mindere mate handbal) in de wintermaanden gebruik willen maken van de sporthallen voor hun trainingen en wedstrijden.

Kengetal

Optioneel te realiseren zaalhockeyvelden in blaashallen (2030 – 3040) Ontwikkeling sporthallen incl. blaashallen 2023 – 2040

-

-

-

2

35

35

40

41

Tabel 1. Scenario’s kengetal afgezet tegen bevolkingsprognose en huidige geprogrammeerde sporthallen

Om deze sporten te accommoderen en daarnaast ruimte te blijven bieden aan sporten die het gehele seizoen binnen worden beoefend (denk aan basketbal, volleybal, badminton en zaalvoetbal) kiezen we ervoor om tijdelijke voorzieningen in te zetten. De meest gebruikelijke voorziening is de blaashal voor zaalhockey zoals we die in Utrecht al op meerdere plekken kennen (o.a. Fletiomare en Kampong).

9

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Aangezien deze blaashallen direct bijdragen aan het vergroten van de capaciteit voor binnensport gaan we ons actief inzetten voor het faciliteren van deze extra voorzieningen. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • Ontwikkeling, eigendom, beheer en exploitatie van blaashallen zijn de verantwoordelijkheid van de verenigingen. De gemeente heeft een faciliterende, stimulerende en kader stellende rol tijdens de aanleg en realisatie. • De gemeente zal bijdragen in de kosten en uitvoering en daarnaast/ opdrachtgever zijn voor aanleg, verankering en aanpassing van de benodigde nutsvoorzieningen. Indien wenselijk kan de gemeente in samenwerking met stichting waarborgfonds sport (SWS) garant staan voor de benodigde investering. • De blaashal dient zo duurzaam mogelijk verwarmd te worden, uitgangspunt is gebruik van een warmtepomp of een vergelijkbaar duurzaam alternatief. Voorwaarde is dat uit de businesscase blijkt dat dit financieel rendabel en haalbaar is, met als uitgangspunt een terugverdientijd van 10 jaar. • De blaashal moet optimaal gebruikt worden en – als er ruimte is – beschikbaar zijn voor andere clubs. • Realisering van blaashallen kan alleen (vanwege de benodigde verankering) op een kunstgras zandveld. • Tarief voor het gebruik van het veld is altijd het maximale tarief (25 uur) dat ook geldt voor trainingscapaciteit.

Een vereniging hoeft geen extra huurtarief te betalen voor het gebruik van het veld in de weekenden. • De nadere uitwerking op de gemeentelijke inzet voor het faciliteren van blaashallen is als bijlage 2 toegevoegd. Vanzelfsprekend houden we de mogelijkheid open om te verkennen of we in de nabije toekomst op andere manieren tijdelijke en flexibele binnensportruimte kunnen toevoegen. Hierbij valt te denken aan

bijvoorbeeld leegstaande bedrijfspanden of andere tijdelijk niet gebruikte ruimte in de stad.

Prestatiesport: sportbeoefening op hoogste (of één-na-hoogste) landelijke niveau

4. H  et aantal uur sport dat we met sporthallen willen faciliteren We kiezen ervoor om (naar voorbeeld van de trainingsnorm veldsport) een richtinggevende trainingsnorm vast te stellen voor het beoefenen van binnensport. Het gaat dan om het aantal sportmomenten per week en de duur ervan. Deze richtlijn gebruiken we als uitgangspunt om te kunnen monitoren of sportverenigingen en gebruikers gebruik kunnen maken van de binnensportaccommodaties, overeenkomstig het niveau waarop we de binnensport willen faciliteren om zoveel mogelijk Utrechters te laten sporten en bewegen.

Richtlijn: 4 tot 6 sportmomenten per week van 1 tot 2 uur per moment

Recreatiesport: sportbeoefening op recreatief niveau. Dit kan wel of niet in georganiseerd competitieverband: Richtlijn: 1 of 2 sportmomenten per week van 1 tot 2 uur per moment afhankelijk van het betreffende niveau Wedstrijdsport: sportbeoefening op selectie- en competitieniveau in competitieverband: Richtlijn: 3 tot 4 sportmomenten per week van 1 tot 2 uur per moment

5. De ruimte die gemeente Utrecht binnen sporthallen biedt voor topsport en talentontwikkeling In Utrecht realiseren we sportaccommodaties vooral om zoveel mogelijk Utrechters te laten sporten en bewegen, zodat ze hun talent kunnen ontdekken en ontplooien. Daarbij vinden we het ook van belang dat de Utrechters die hun sport op het hoogste niveau bedrijven, de juiste mogelijkheden krijgen om hun potentieel volledig te ontwikkelen. We onderschrijven de waarde van topprestaties van Utrechtse sporters en teams die hiermee andere Utrechters inspireren. Hierbij beseffen we dat trainen en sporten op het hoogste niveau extra uren accommodatiegebruik betekent. Vanuit onze ambitie om zoveel mogelijk Utrechters te laten sporten kiezen we ervoor om deze extra uren voor talentontwikkeling/topsportbeoefening te accommoderen op die momenten en plekken waar daar nog ruimte voor is en het niet ten koste te gaat van gebruik door breedtesport. Waar mogelijk kijken we met verenigingen die topsport beoefenen of en welke aanpassingen aan bestaande accommodaties nodig en redelijk zijn (b.v. vanuit eisen vanuit sportbonden) om deelname aan competities te blijven faciliteren.

In 2021 hebben we het ‘centrecourt’ volleybal en de verlichting voor Volleybal Vereniging Utrecht in sportcentrum Galgenwaard aangepast en is een pilot gestart met Handbal Vereniging Leidsche Rijn voor het spelen met hars (voor extra grip) op de bal voor het seizoen 2023/2024.

10

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

6. Het inzetten van sportcentrum Galgenwaard als topsportvoorziening We kennen in Utrecht twee sportcentra met sporthallen die faciliteiten hebben voor topsportbeoefening: sportcentrum Galgenwaard en Nieuw Welgelegen. Naast de sportspecifieke voorzieningen beschikt Galgenwaard over een horecavoorziening, betaald parkeervoorzieningen en voldoende tribunecapaciteit. Het sportcentrum Galgenwaard (primair hal 1) bestempelen we om die redenen als eerst aangewezen locatie voor het faciliteren van verenigingen en hun teams die op het hoogste landelijke niveau spelen en daarmee moeten voldoen aan aanvullende accommodatie-eisen. Vanwege de ruimte die deze teams (eventueel) nodig hebben in het sportcentrum hanteren we per seizoen 2024/2025 de volgende criteria (toegepast door de zaalverdelingscommissie, zie bijlage 3): • Onder topsport – binnen dit specifieke onderwerp – verstaan we deelname van een seniorenteam van een Utrechtse zaalsport­ vereniging aan competitie op het hoogste landelijke niveau. • Wanneer voor deelname aan deze competitie vereisten zijn aan bijvoorbeeld afmetingen, faciliteiten en tribunecapaciteit wordt als eerst bekeken of dit te accommoderen is (eventueel met redelijke aanpassingen) in de al bestaande – door de betreffende vereniging gebruikte – accommodatie.

• Wanneer het gebruik van de bestaande accommodatie niet toereikend is dan is het topsportcentrum Galgenwaard de eerst aangewezen accommodatie om het betreffende team te accommoderen. Het gaat daarbij primair om één wedstrijd en twee trainingen van het betreffende team. • De benodigde zaaluren voor het accommoderen van dit team gaan in eerste instantie ten koste van de bestaande uren van een vereniging die uren toegewezen heeft in het sportcentrum maar

dat geen seniorenteam heeft dat op het hoogste landelijke niveau speelt. • Mocht de vereniging nog geen gebruik maken van het topsport­ centrum, dan zullen de benodigde uren in de eerstvolgende jaarlijkse ronde van de zaalverdeling met voorrang aan de betreffende vereniging voor het relevante seniorenteam worden toegewezen. We realiseren ons dat door de toepassing van de hier genoemde criteria door de zaalverdelingscommissie (ZVC) een direct gevolg is dat verenigingen die gebruik maken van sportcentrum Galgenwaard te maken krijgen met een verschuiving van uren naar een andere sporthal in de stad. Voor het doorvoeren van deze verschuiving wordt in overleg met de betreffende vereniging gekeken naar een zo passend mogelijk alternatief, waarbij de continuïteit van deze vereniging een voorwaarde is. Als er geen sprake meer is van spelen op het hoogste niveau dan ‘vervallen’ de verkregen uren in Galgenwaard en is de reguliere verdeling van de uren via de ZVC van toepassing. 7. H  et creëren van een vaste thuisbasis voor Utrechtse verenigingen De gemeente vindt het van belang dat sportverenigingen de kans krijgen om bij het gebruik van sporthallen ook de sociale functie van sport en bewegen te ontplooien via een ontmoetingsruimte met horecamogelijkheid. Deze ruimte geeft verenigingen de mogelijkheid om van een sporthal hun thuishonk te maken.

Het vergroot daarmee het verenigingsgevoel en w de binding tussen leden en met de directe omgeving (andere gebruikers, omwonenden) van de sporthal. Om deze ruimte en ontwikkeling te faciliteren hanteren we de volgende uitgangspunten:

• Bij nieuwe sporthallen (en waar relevant binnen bestaande sport­hallen) realiseren we een openbare ontmoetingsruimte van ongeveer 100m2 in exploitatie en beheer bij de gemeente. Deze openbare ruimte is in beginsel voor exclusief gebruik incidenteel te verhuren aan derden (denk aan sportverenigingen, buurtorganisaties) voor vergaderingen en bijeenkomsten. • Aanvullend en aansluitend op de ontmoetingsruimte realiseren we een te verhuren horecaloket (20 m2) met voorzieningen voor verkoop van eten en drinken door de sportvereniging (of een samenwerkingsverband van meerdere sportverenigingen). • Desgewenst bieden we geïnteresseerde verenigingen de mogelijkheid om zowel de ontmoetingsruimte als het horecaloket (spor­tkantine) te huren en exploiteren. Hierbij stellen we wel als voorwaarde dat de ontmoetingsruimte openbaar toegankelijk is, ook op de momenten dat de ruimte niet door de exploiterende vereniging in gebruik is. Daarmee krijgen bezoekers (bijvoorbeeld ouders van sportende kinderen) altijd de gelegenheid om te verblijven.

• Geïnteresseerde verenigingen kunnen bij de start van de realisatie van een nieuwe sporthal aangeven dat zij een grotere ontmoetingsruimte inclusief horecaloket (sportkantine) willen huren en exploiteren (tot een maximum van 250m², mede afhankelijk van de mogelijkheden ter plaatse, waarbij het dus ook mogelijk is om bijvoorbeeld van de gebruikelijke 120m² naar 180m² te gaan als dit een wens is van de vereniging). Deze vergroting is dusdanig ingericht dat toekomstige ruimte flexibel ingezet kan worden. Uitgangspunt is dat de hurende vereniging een huurovereenkomst voor minimaal vijf jaar afsluit. • Voor het gebruik van het horecaloket (en eventueel optie sportkantine) sluiten we een huurovereenkomst met de betreffende sportvereniging(en) waarbij we een huurprijs bepaling ‘algemeen

11

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

belang’ toepassen en een m2 huurprijs van € 85,- (prijspeil 2023) m2 hanteren. De verdere uitwerking van onze inzet op horeca/ ontmoetingsruimten bij sporthallen is als bijlage 4a en 4b toegevoegd bij dit uitvoeringsprogramma. Hier gaan we ook in op het zelfbeheer van de ontmoetingsruimte. Los van dit uitvoeringsprogramma werken we aan een nieuwe handreiking zelfbeheer. 8. Het realiseren van sporthallen i.p.v. gymzalen bij de ontwikkeling van voortgezet onderwijslocaties (VO) Wanneer we na 2024 in Utrecht een locatie voor VO (en indien van toepassing bij primair onderwijslocaties) realiseren, gaat de gemeente er in beginsel vanuit dat de accommodatie voor bewegingsonderwijs een sporthal is. Een dergelijke sporthal is ter grootte van minimaal drie gymzalen, die gescheiden kan worden door beweegbare wanden.

Het combineren van een VO-school (en indien van toepassing bij primair onderwijslocaties) met een sporthal geeft het voordeel van een hoge bezettingsgraad, waardoor de schaarse ruimte in de stad optimaal benut wordt. De exploitatie is ook rendabeler aangezien overdag het onderwijs en ’s avonds de verenigingen gebruik maken van de sporthal. Wanneer een sporthal bij een VO-school komt, kunnen we de middelen vanuit het Rijk (wet Voortgezet Onderwijs) voor de realisatie van de gymlokalen inzetten voor de totaal benodigde investering. Door sporthallen te combineren met VO-scholen zijn we door de lagere investering – wanneer nodig – in staat om met dezelfde middelen meer sporthalruimte te realiseren en is er sprake van efficiënter gebruik van sportaccommodaties.

Het uitgangspunt is dat gemeente eigenaar wordt van de sporthallen en verantwoordelijk is voor het beheer en exploitatie. Over het gebruik door onderwijs maken we afspraken met het betreffende school­ bestuur. Onderwijs heeft – ook wettelijk gezien – het eerste recht op gebruik tijdens de schooluren.

12

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

9. Overige aanbevelingen Naast de aanbevelingen die hierboven staan en waar we het beleid op hebben aangescherpt heeft Mulier een aantal punten genoemd waaraan we eerder al uitvoering hebben gegeven. Voor de volledigheid sommen we ze hier op: Aanbeveling

Beleid

Inzetten van sport/gymzalen om druk op sporthallen

Onze inzet is om alle sporthallen, sportzalen en gymzalen optimaal te bezetten en daarmee specifieke

te verlichten.

sporten in de meest passende accommodatie te plaatsen. Met het realiseren van extra zaalruimte door de nieuwe sporthallen ontstaat de mogelijkheid om tussen gebruikers te gaan schuiven en ruilen. Het vastgoedloket van de gemeente heeft het overzicht van gebruik en beschikbaarheid en zal komende jaren toewerken – in overleg met gebruikers en zaalverdelingscommissie – naar een optimale en passende bezetting van alle zaalruimte. Daarbij zet het vastgoedloket zich met SportUtrecht in om waar mogelijk sportaanbieders (via het delen van sporthallen en -zalen) gezamenlijk gebruik te laten maken van onze sporthallen en sportzalen. Het actuele aanbod en de beschikbaarheid van alle gemeentelijke sporthallen, gym- en sportzalen is hier te vinden.

Welke huurtarieven zijn gewenst?

De gemeenteraad stelt jaarlijks de huurtarieven voor de gemeentelijke sportaccommodaties vast en indexeert die. Door verschil in gebruik en benodigde trainings/wedstrijduren is het helaas onontkoombaar dat accommodatiekosten per sport verschillen en doorwerken in contributie. Het tarief dat sportverenigingen betalen voor het gebruik van een sporthal bedraagt gemiddeld ongeveer 30% van de werkelijke kosten van de betreffende accommodatie. We zien nu geen aanleiding om dit te herzien.

De plaats van studentensport en sportcentrum

De gemeente realiseert sportaccommodaties voor alle inwoners, dus ook voor studenten. Daarnaast

Olympos binnen dit vraagstuk.

volgen we de mogelijke herontwikkeling door de Universiteit Utrecht van het sportcentrum Olympos. Vooralsnog lijken daar op termijn opnieuw minimaal drie sporthallen terug te komen. Momenteel werken we met Olympos, Hogeschool Utrecht en Universiteit Utrecht aan een convenant over onze inzet om studenten nu en in de toekomst voldoende mogelijkheden voor sport en bewegen te bieden.

13

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

C. Indicatoren doelstelling

effect-indicator

0-meting

vervolg­meting 1

vervolg­meting 2

evaluatie

Gelijk aan de groei van de stad heeft

Jaarlijks meten we de tevredenheid over

2024

2026

2028

Effectmeting wordt tweejaarlijks via begroting (inwoners enquête)

Utrecht voldoende, goede en toegankelijke

het aanbod van sportvoorzieningen in de

sportvoorzieningen

stad onder onze gebruikers

Gelijk aan de groei van de stad heeft

Jaarlijks meten we de bezettingsgraad van

Utrecht voldoende, goede en toegankelijke

onze binnensportaccommodaties

gevolgd

2024

2025

2026

Betrekken bij tweejaarlijkse capaciteitsraming Sport om te bepalen hoe bezettingsgraad zich verhoudt tot behoefte en capaciteit

sportvoorzieningen Gelijk aan de groei van de stad heeft

Kengetal binnensport: Utrecht heeft per

Utrecht voldoende, goede en toegankelijke

15.000 inwoners 1 sporthal beschikbaar

2026

2028

2030

Via de tweejaarlijkse capaciteitsraming Sport (Mulier) volgen we het al dan niet halen van de streefwaarde.

sportvoorzieningen

14

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

D. Risico’s Risico-omschrijving

Toelichting

Maatregelen

Door het eventueel teruglopen van populariteit van binnensporten,

Ondanks dat dit niet in de verwachting ligt, blijft sportdeelname trendgevoelig.

Om de trend in sportdeelname en benodigde capaciteit te volgen, laten we

bestaat de kans dat er een overschot aan sporthallen gereali-

Sporthallen realiseren we voor 40 jaar zonder dat we voor die periode zekerheid

een tweejaarlijkse jaarlijkse capaciteitsraming uitvoeren. Zo kunnen we tijdig

seerd wordt, met als gevolg dalende bezetting en oplopende

hebben het gebruik. Er bestaat altijd een risico dat bepaalde binnensporten

bijsturen in de planning en programmering van sporthallen.

exploitatielasten.

afnemen in populariteit. Aanvullend zijn er wellicht andere factoren (bv. stijging huurtarieven) die kunnen leiden tot een lagere behoefte.

Door het eventueel toenemen van de populariteit van binnensporten

In lijn met het bovengenoemde risico bestaat ook de kans dat binnensporten

Ook voor dit risico geldt dat de tweejaarlijkse capaciteitsraming leidend is.

bestaat de kans dat er meer sporthallen nodig zijn dan nu voorzien,

toenemen in populariteit er meer sporthallen nodig zijn dan het kengetal van

Mocht daarin duidelijk worden dat de beschikbare capaciteit onvoldoende

met als gevolg dat de bestaande capaciteit overbezet raakt en

1:15.000 voorziet.

is dan kunnen tijdig maatregelen genoemde worden zoals het inzetten van

inwoners geen toegang hebben tot de (binnen)sport van hun voorkeur.

extra tijdelijke voorziening en/of aanpassing van het beleid (kengetal).

Door het oplopen van bouw- en exploitatiekosten en/of achterblijvende

De middelen voor de realisatie van de sporthallen worden toegekend uit de

Wanneer dit zich voordoet is het uitstellen van de genoemde hal met één of

dekking binnen het groeikader, bestaat de kans dat voor geprogram-

investeringsagenda groei (groeikader). Wanneer de groei van het aantal inwoners

twee jaar een optie.

meerde hallen de dekking ontbreekt, met als gevolg dat er op het

(en daarmee de dekking van het groeikader) achterblijft kan het zijn dat de

moment van de beoogde start van de realisatie geen dekking is.

dekking voor een sporthal nog niet beschikbaar is op moment van start bouw.

In 2023 zijn er vijf sporthallen in particulier eigendom. Eigenaren

Het grootste aantal sporthallen in de stad is in eigendom en exploitatie van de

We staan in constant overleg met de betreffende eigenaren om tijdig

hebben zelf zeggenschap over het voortzetten van hun voorziening.

gemeente. Aanvullend is er een aantal particuliere hallen die momenteel zeer

maat­regelen te kunnen nemen mocht een voorziening (dreigen) te sluiten.

nodig zijn om de behoefte te accommoderen. Eigenaren maken echter hun eigen afwegingen over het voortzetten en eventueel herbouwen na afschrijving. Inpassen van sporthallen in de bestaande stad.

Sporthallen zijn voorzieningen die een aanzienlijk ruimtebeslag kennen in de stad.

Vroegtijdig starten met locatie onderzoeken voor nieuwe sporthallen.

Deze fysieke ruimte en bijvoorbeeld ruimte op het stroomnetwerk moeten wel

De ontwikkeling van een sporthal in combinatie met een voortgezet

beschikbaar blijven om sporthallen te kunnen blijven realiseren.

onderwijsschool zorgt voor prioriteit bij het aansluiten op het stroomnetwerk.

15

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

E. Financiën

De kosten (exploitatie- en kapitaallasten) voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma binnensport en de benodigde investeringen voor het realiseren van het beoogde kengetal m.b.t. sporthallen dekken we binnen het programma Sport. De middelen voor extra sporthallen in de stad wegen we mee binnen de ruimte ‘investeringsagenda groei’. Binnen het programma Sport vragen we in het jaar voordat de realisatie van een sporthal start middelen uit de ‘investeringsagenda groei’ aan bij de voorjaarsnota.

Zoals eerder gesteld vraagt het combineren van sporthal met een VO-school een aanzienlijke lagere investering dan een losstaande hal. Ook de bezetting is in dat geval hoger en dat maakt een gunstiger exploitatie mogelijk. In de periode 2030 tot 2040 kijken we dus – in afstemming met het Integraal Huisvestingsplan 2026 – 2041 – in eerste instantie naar de extra VO-school locaties die voorzien zijn om daar de realisatie van sporthallen aan te verbinden.

Zoals eerder gesteld halen we met de realisatie van de zeven extra sporthallen en extra blaashallen het aangepaste kengetal van 1:15.000 richting 2030. De middelen voor deze hallen staan opgenomen in het groeikader. Voor de extra sporthallen die mogelijk in de periode na 2030 nodig zijn, is op dit moment nog geen dekking gevonden en wordt een afweging gemaakt binnen de ruimte binnen het groeikader. Binnen het programma Sport prioriteren we in het jaar voordat de realisatie van deze extra sporthallen start (T-1) middelen uit de ‘investeringsagenda groei’ bij de voorjaarsnota. Hierbij geven we aan dat op basis van financiële middelen van de gemeente op dat moment een afweging gemaakt moet worden of we alle ambities op het gebied van sport (sporthallen en de aanleg van nieuwe sportvelden) kunnen uitvoeren. Op basis van het prijspeil 2023 ligt de benodigde investering voor een sporthal gezien de stedenbouwkundige eisen in een verdichtende stad rond de € 18 miljoen incl. BTW

16

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

F. Voortgang en verantwoording

Het college rapporteert tweejaarlijks over de voortgang van het uitvoeringsprogramma binnensport. Deze voortgangsrapportage zal onderdeel zijn van de capaciteitsraming Sport waarover het college de raad tweejaarlijks informeert. Het college informeert daarin de raad eveneens over eventueel benodigde maatregelen om binnen de bandbreedte van het kengetal binnensport te blijven.

17

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Bijlagen

Bijlage 1. Standaard­afmetingen van de sportvloer in sporthallen Bijlage 2. Beleidsnotitie blaashallen Bijlage 3. Zaalverdeling criteria sporthallen Utecht Bijlage 4. Actualisatie horeca binnensport accomodaties 2023

18

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Bijlage 1. Standaard­ afmetingen van de sportvloer in sporthallen

Het uitgangspunt is de bouw van multifunctionele sporthallen. Ander uitgangspunt is om geen sporthallen te bouwen voor internationale wedstrijden en het Nederlands Kampioenschap badminton . Om deze reden is een nieuwe sporthal maximaal 9 meter hoog. Zoals aangegeven eerder aangegeven wijzen we sportcentrum Galgenwaard aan als topsportvoorziening.

In de tabel op pagina 21 is ook een kleinere sporthal variant aangegeven (26 bij 44,2), maar die heeft niet de voorkeur omdat deze minder multifunctioneel inzetbaar is. Hij is wel meegenomen voor het geval er op een beschikbaar kavel geen mogelijkheden zijn om een grotere sporthal te plaatsen en deze afmeting acceptabel is gezien het beoogde gebruik.

Afmetingen sportvloer In onderstaand overzicht is het maximaal aantal velden dat tegelijkertijd gebruikt kan worden per sport aangegeven in een bepaalde maat sporthal. Hierbij is onderscheid gemaakt in trainingsvelden en wedstrijdvelden. De verschillen hangen samen met de obstakelvrije uitloop die benodigd is bij wedstrijden en die niet benodigd is bij trainingen (doordat er bijvoorbeeld geen jurytafels etc. hoeven te staan). De centrecourts, die gebruikt worden op het hoogste niveau, zijn niet meegerekend omdat deze in het midden van de zaal gesitueerd zijn.

Er zijn verschillende mogelijkheden voor de situering van de velden, wanneer in de uitvoering de situatie hierom zijn andere keuzes mogelijk voor uitloop en het aantal velden. Als nog niet bekend is welke sporten gebruik gaan maken van de toekomstige sporthal, is de meest geschikte afmeting 30 x 48 x 7. Hierin kunnen alle zaalsporten gefaciliteerd worden, met uitzondering van topsport. In elke nieuwe sporthal is een tribune voorzien, behalve wanneer het alleen om een trainingshal gaat

Op het ’combiveld’ kunnen de volgende sporten plaatsvinden: handbal, zaalvoetbal, zaalhockey, floorball en korfbal. Bij het aantal velden is uitgegaan van het beoefenen van de sport en niet van onderwijsgebruik. Bij onderwijsgebruik is wellicht aanpassing van het belijningsplan nodig i.v.m. de breedte van de scheidingswanden.

19

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Vrije hoogte Sport

Vrije hoogte

Eredivisie volleybal

9 meter

Alle overige sporten en lagere niveaus volleybal

7 meter

Afmeting 30 bij 44.2 meter Sport

Afmetingen netto vrije sportvloer

Maximaal Aantal trainingsvelden

Aantal wedstrijd­velden

(Exclusief: ongeveer 10 cm akoestische

(tegelijk te gebruiken)

(tegelijk te gebruiken)

wandbekleding alle zijden) Volleybal

30 x 44,2

3

3

Badminton

-

9*

9*

Basketbal*

-

2

2

Combiveld

-

1

1

Afmetingen netto vrije sportvloer

Maximaal Aantal trainingsvelden

Aantal wedstrijd­velden

(Exclusief: ongeveer 10 cm akoestische

(tegelijk te gebruiken)

(tegelijk te gebruiken)

Afmeting 30 bij 48 meter Sport

wandbekleding alle zijden) Volleybal

30 x 48

4

4

Badminton

-

12*

12*

Basketbal**

-

3

2

Combiveld

-

1

1

*

Dit is echt het maximaal aantal velden met 1 m. uitloop rondom en ook 1m. uitloop tussen de velden. Daarom wordt meestal gekozen voor minder velden.

**

Basketbalveld: 26 bij 14 geschikt voor promotie en eerste divisie (uitloop zijkanten veld minimaal 2 m. voor wedstrijden)

*** Basketbalveld: 28 bij 15 geschikt voor eredivisie (uitloop zijkanten veld 2 m.) 2 velden tegelijk te gebruiken als trainingsveld.

20

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Afmeting 32 bij 48 meter Sport

Afmetingen netto vrije sportvloer

Maximaal Aantal trainingsvelden

Aantal wedstrijd­velden

(Exclusief: ongeveer 10 cm akoestische

(tegelijk te gebruiken)

(tegelijk te gebruiken)

wandbekleding alle zijden) Volleybal

32 x 48

4

4

Badminton

-

12*

12*

Basketbal eredivisie***

-

2

2

Combiveld

-

1

1

Afmetingen netto vrije sportvloer

Maximaal Aantal trainingsvelden

Aantal wedstrijd­velden

(Exclusief: ongeveer 10 cm akoestische

(tegelijk te gebruiken)

(tegelijk te gebruiken)

Afmeting 26 bij 44,2 meter Sport

wandbekleding alle zijden) Volleybal

26 x 44,2

3

2

Badminton

-

7

7

Basketbal****

-

1

centrecourt

Combiveld

-

1

1

*

Dit is echt het maximaal aantal velden met 1 m. uitloop rondom en ook 1m. uitloop tussen de velden. Daarom wordt meestal gekozen voor minder velden.

**

Basketbalveld: 26 bij 14 geschikt voor promotie en eerste divisie (uitloop zijkanten veld minimaal 2 m. voor wedstrijden)

*** Basketbalveld: 28 bij 15 geschikt voor eredivisie (uitloop zijkanten veld 2 m.) 2 velden tegelijk te gebruiken als trainingsveld. **** Alleen centrecourt basketbal 28 bij 15.

21

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Bijlage 2. Beleidsnotitie blaashallen

Inleiding Sinds jaren is er een tekort aan capaciteit voor zaalhockey. De vraag is nog steeds hoog en groeit omdat de hockeyverenigingen groeien. In het netwerk-hockey (samenwerkingsverband tussen Hockeyverenigingen, SportUtrecht en de gemeente) is eerder gesproken over het opvangen van de capaciteit in extra blaashallen. In een memo uit 2018 is het einddoel aangegeven: voor zoveel mogelijk ruimte in blaashallen zorgen omdat zaalhockey maar een korte periode in het jaar halcapaciteit nodig heeft. SV Kampong en MHC Fletiomare hebben een aantal jaar geleden zelf een blaashal gerealiseerd. Inmiddels zijn er nog een aantal hockeyverenigingen die dezelfde wens hebben geuit. Mulier deed in het rapport Ruimte voor zaalsport in Utrecht van februari 2022 de aanbeveling om de mogelijkheden te onderzoeken van tijdelijke voorzieningen (blaashallen) omdat die in een deel van de benodigde extra ruimte voor de zaalsport voorzien en daarmee de druk in de wintermaanden verlagen. Mulier geeft aan dat met het realiseren van blaashallen mogelijk een minder sterke bijstelling van het kengetal volstaat om voldoende binnensportcapaciteit te realiseren: ‘Op basis van de huidige deelname aan sporten, bevolkingsprognoses en scenario’s voor uitbreiding van het aantal leden en/of trainingsuren is een planologisch kengetal voor de weken 6 (winterseizoen) en 16 (regulier seizoen) berekend.

Dit kengetal varieert in de verschillende scenario’s tussen de 11.000 en 14.000 inwoners per sporthal in week 6. Voor week 16 is een

kengetal tussen de 20.000 en 22.500 inwoners per sporthal bepaald. Hierbij is het van belang dat tijdelijke voorzieningen (zoals blaashallen) in week 6 ook als sporthal kunnen worden meegeteld omdat die kunnen voorzien in tijdelijke sportruimte tijdens de piek in de winterperiode. ‘ (Mulier Instituut, 2021) Wanneer we een beperkt aantal blaashallen realiseren, komt dit de kwantiteit en de kwaliteit van geschikte sportaccommodaties voor zaalhockey op korte termijn ten goede. Daarnaast is het bouwen van extra sporthallen, die vervolgens niet optimaal bezet zijn in de periode dat er geen zaalhockey plaatsvindt, niet meer nodig waardoor tijd, geld en schaarse ruimte wordt bespaard. Het realiseren en faciliteren van blaashallen door verenigingen is een rendabele beleidskeuze. Om hieraan gevolg te geven is het van belang om uitgangspunten vast te leggen voor het realiseren van seizoensgebonden (winterperiode) blaashallen door hockeyverenigingen op velden die in eigendom, beheer en exploitatie zijn van de gemeente. Deze notitie beschrijft deze uitgangpunten en in aanvulling daarop de wijze waarop de verenigingen het traject van het plaatsen van een blaashal kunnen inzetten.

Beleid Waarom we het belangrijk vinden om mee te werken aan deze ontwikkelingen: • Efficiënt gebruik accommodaties: de bezetting van sportvelden is optimaler en zaalhockey maakt minder gebruik van de sporthallen die al een hoge bezetting kennen.

22

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

a) Verhogen van de benutting van de sportvelden, ook in de winterperiode b) Verlagen van de -extra- druk op de binnensportcapaciteit • Stimuleren van ondernemerschap door verenigingen. Achtergrondinformatie Wat is een blaashal? Een blaashal is een demontabele overkappingsconstructie over een sportveld. Deze wordt door middel van inblaasventilatoren op overdruk gehouden, zodat deze overeind blijft. In de basis worden deze hallen gebruikt om ook in het winterseizoen comfortabel gebruik te kunnen maken van sportvelden en in het beoefenen van zaalhockey. Zaalhockey is een tak van de hockeysport die op een andere ondergrond (binnensportvloer), kleiner veld en met andere regels wordt gespeeld. In de blaashal is het droog en verwarmd. Welke blaashallen zijn er al?

Uitgangspunten Hoofduitgangspunt Zaalhockey kent een kort seizoen. De periode van de competitie en training is te kort om in sporthallen goed te kunnen accommoderen. Als zaalhockey volledig in permanente sporthallen geaccommodeerd zou worden, zou dat zorgen voor leegstand in een groot deel van het jaar. Wanneer hockeyers de zaal gebruiken kunnen andere zaalsporten er niet terecht. Uitgangspunt van de gemeente en de zaalverdelingscommissie is daarom dat zaalhockey de laagste prioriteit heeft om in te delen. Sporten die het gehele seizoen gebruik maken van de zaal en sporten die een aanzienlijk deel van hun competitieseizoen binnen spelen (o.a. korfbal en handbal) krijgen voorrang. Zaalhockey wordt alleen geaccommodeerd als de huidige binnensportcapaciteit het toelaat (in bijlage 1 is opgenomen welke gemeentelijke binnensportaccommodaties geschikt zijn). Utrecht heeft als beleidsdoelstelling om zoveel mogelijk inwoners te laten sporten. Hockey en zaalhockey zijn onderdeel van het sportaanbod in de stad, daarom willen we (onder voorwaarden) meewerken aan het realiseren en faciliteren van blaashallen door verenigingen.

Utrecht telt 6 zaalhockeyvelden verdeeld over 3 blaashallen: Op Sportpark Maarschalkerweerd bij SV Kampong (hockey) (1 heel hockeyveld, 4 zaalvelden) Op Sportpark Fletiomare Novum bij MHC Fletiomare (hockey) (1 half hockeyveld, 2 zaalvelden) Er zijn 2 zaalvelden in 1 blaashal in ontwikkeling (verwachte opening in november 2023) bij Hockeyclub Rijnvliet.

Op basis van bovenstaande en afspraken met huidige verenigingen over de blaashallen, volgt het uitgangspunt dat de realisatie, het eigendom, beheren en exploiteren van een blaashal bij verenigingen ligt. De gemeente heeft alleen een kader stellende, stimulerende, faciliterende rol tijdens de eerste aanleg en realisatie. Rol gemeente en vereniging De gemeente is eigenaar van de velden en zal op basis van de benoemde uitgangspunten de kaders ten aanzien van het realiseren van blaashallen stellen.

Eigendom, realisatie beheer en exploitatie van de blaashal Verantwoordelijkheden vereniging (mogelijk met ondersteuning vanuit SportUtrecht): • Het eigendom van de blaashal en eventueel benodigde voorzieningen voor bijvoorbeeld opslag en propaantank/ warmtepomp. • Realisatie/ aanschaf blaashal en eventueel benodigde voorzieningen voor bijvoorbeeld opslag van de blaashal en propaantank/ warmtepomp. • Voor aanvraag van benodigde vergunningen voorafgaand aan de realisatie voor bijvoorbeeld blaashal en benodigde voorzieningen voor opslag van de blaashal en propaantank/ warmtepomp. • Beheer blaashal en eventueel voorzieningen voor bijvoorbeeld opslag en propaantank/ warmtepomp. • Gehele exploitatie (dus inclusief alle kosten en ook nutskosten) en eventueel voorzieningen voor opslag en propaantank/ warmtepomp. Dagelijks + groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. • Schades aan of als gevolg van de blaashal, in het bijzonder schades aan het veld waar de blaashal op staat. Verantwoordelijkheden gemeente (Gedeeltelijke) kosten en de uitvoering/opdrachtgever aanlegverankering van de blaashal op de bestaande velden. • (Gedeeltelijke) kosten en de uitvoering/opdrachtgever van aanpassingen van benodigde nutsvoorzieningen in de vorm van eventueel benodigde verzwaring van de elektriciteitsaansluiting.

Indien gewenst kan de gemeente in samenwerking met stichting waarborgfonds sport (SWS) gedeeltelijk garant staan voor de benodigde investering.

23

Inhoudsopgave gaat verder op pagina 36

Wijze vastleggen eigendom • De verankering en eventueel benodigde voorzieningen voor bijvoorbeeld opslag van de blaashal en propaantank/ warmtepomp worden vastgelegd in een Huur Afhankelijk Recht van Opstal tussen vereniging en gemeente. • Eigendom ten aanzien van benodigde kabels en leidingen voor nutsvoorzieningen is afhankelijk van de situatie. Duurzaamheid Om de blaashal overeind te houden en te verwarmen is energie nodig. De gemeente stelt hieraan eisen in het kader van duurzaamheid. Blaashallen dienen door middel van elektrisch ventilatoren opgeblazen te worden. Ten aanzien van duurzaamheid gelden de volgende uitgangspunten: • LED-verlichting. • De blaashal mag niet door een aardgas-aansluiting verwarmd te worden. • Verwarming via een warmtepomp of een vergelijkbaar duurzaam alternatief is het uitgangspunt vanuit de gemeente. Als uit de businesscase blijkt dat een warmtepomp op termijn financieel rendabel en haalbaar is, waarbij uit wordt gegaan van een terugverdientijd van 10 jaar, is het acceptabel dat de verenigingen zelf investeren in een warmtepomp. • De gemeente kan (in samenwerking met SWS) garant staan voor de investering als verenigingen moeten lenen om een warmtepomp te financieren. • Wanneer een warmtepomp een langere terugverdientijd heeft dan 10 jaar, is, en als dit vanuit vergunning mogelijk is, gebruik van een propaangastank mogelijk.

Hetzelfde geldt wanneer een warmtepomp technisch niet haalbaar is.

Gebruik velden De velden zijn van de gemeente, voor het gebruik van een veld voor een blaashal hanteren we de volgende uitgangspunten: • Blaashallen voor hockey kunnen alleen gerealiseerd worden op een zandveld. • De gemeente bepaalt de positie van de blaashal en bijbehorende voorzieningen op basis van mogelijkheid voor beheer van de velden. • Tarief voor het veld is altijd het maximale tarief (25 uur) dat geldt voor trainingscapaciteit voor het betreffende veld. • Een vereniging hoeft geen extra tarief te betalen voor het gebruik van het veld in de weekenden. • Als verenigingen gebruik maken van een veld dat in de winterperiode niet in gebruik is, dient het gebruik van het veld geen belemmering te zijn voor de reguliere vereniging die gebruik maakt van het veld in de zomerperiode. • De blaashal moet optimaal worden gebruikt en ter beschikking gesteld aan andere clubs als er ruimte is. Aanvraagproces voor vereniging Wanneer een vereniging een blaashal wil realiseren, is het volgende proces van toepassing:

nutsvoorzieningen moeten hierin terugkomen. De businesscase moet duidelijkheid geven over het omgaan met duurzaamheid en energieverbruik, met circulariteit, met klimaatbeheersing en het voorkomen van condensvorming in de hal. Andere onderdelen van de businesscase: de input vanuit het netwerk hockey en de assetmanager, een duidelijke visualisatie van de locaties van hal en voorzieningen. 4. Vereniging legt businesscase voor aan assetmanager, die deze beoordeelt op haalbaarheid en eventuele vragen bespreekt. 5. Assetmanager legt businesscase voor aan de interne Sportketen van de gemeente en eventueel aan het betreffende gebiedsteam voor input, waarbij een belangrijk punt is om uit te zoeken of een eventueel benodigde verzwaring van het elektriciteitsnet wel mogelijk is. 6. Indien akkoord op totale plan kan de vereniging een vergunning aanvragen bij het omgevingsloket. 7. De assetmanager zal de harvo-overeenkomst opstellen en andere afspraken tussen gemeente en vereniging vastleggen. De assetmanager neemt het Didam-arrest in ogenschouw. 8. Na het verlenen van de vergunning en het ondertekenen van de harvo-overeenkomst, kan de vereniging de aanleg van de blaashal starten. De gemeente legt de verankering aan en zal in overleg met de vereniging zorgdragen voor een eventueel benodigde aanpassing voor het verzwaren van de nutsvoorziening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c3683424-17b7-4223-8a44-f39bb33786ff