CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen 2025-2026

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen 2025-202612.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

We breiden Sportpark Rijnvliet uit met een (rugby) veld op het bestaande sportpark.

Uitvoering MPR

2025

We breiden Sportpark Nieuw-Welgelegen uit met 2 sportvelden (hockey en/of voetbal) in de eerste fase van uitbreiding.

Uitvoering MPR

2025

We zetten een voetbalveld bij De Dreef om van natuurgras naar kunstgras.

Uitvoering MPR

2025

We breiden sportpark Loevenhoutsedijk uit met extra capaciteit voor korfbal.

Uitvoering MPR

2026

We starten met de bouw van sporthal Cartesius. We doen dit in samenwerking met Onderwijs.

Uitvoering MPR

Start 2026

We zetten een voetbalveld op sportpark Voordorp om van natuurgras naar kunstgras.

Uitvoering MPR

Start 2026

We bereiden de nieuwbouw van zwembad Maximapark (2029) voor.

Nieuw

Doorlopend

We bereiden de bouw van een sporthal in Overvecht (2029) voor.

Nieuw

Doorlopend

11

Mulier Rapportage Ruimte voor sport in Utrecht.

12

Het Meerjaren Perspectief Ruimte 2024.

34

Status

Wanneer

Actie

Hoe?

Status

Wanneer

We stellen een huisvestingsplan sportaccommodaties op.

We stellen het Uitvoeringsprogramma Huisvesting Nieuw Sport op. Dit geeft een totaaloverzicht van de sport­ behoefte in de stad en richt zich op binnensport, buitensport en zwembaden. In het uitvoerings­ programma wordt ook opgenomen of nieuwe, op­komende en soms anders georganiseerde sporten meegenomen kunnen worden in de programmering. Dit uitvoeringsprogramma vormt de basis voor de verdere uitwerking van beleidskeuzes en investe­ rings­beslissingen in de periode tot en met 2040.

Q4 2025

We stemmen met buurgemeenten ten zuiden van We plaatsen bepaalde sporten met een regionale Utrecht af over de ontwikkelingen op het gebied van sportcapaciteit, in ieder geval rond de A12 functie uit. Zone, Laagraven en Rijnenburg.

Nieuw

Doorlopend

3.3 Benutten van brede waarde van sportaccommodaties voor stad, wijk en buurt Actie

Hoe?

Status

Wanneer

We willen sportparken openstellen voor breder gebruik, zodat Utrechters kunnen samenkomen om te sporten, te bewegen en elkaar te ontmoeten.

We geven sportaanbieders mogelijkheden, onder meer via subsidies vanuit Sportakkoord II, om accommodaties breder te benutten voor buurt­ bewoners voor wie de afstand tot een sportaanbieder groter is.13

Voortzetting

Doorlopend

We zetten de komende tijd niet actief in op het openstellen van al bestaande sportparken, gezien de huidige (financiële) situatie.

Niet

N.v.t.

We zien wel kansen voor het openstellen van sportparken bij herontwikkeling of realisatie van nieuwe sportparken, zoals bij Sportpark Zuilense Vecht en de sportboulevard op Maarschalkerweerd Zuid. Waar mogelijk passen we principes van open sportparken toe bij nieuwe of her te ontwikkelen sportparken. In bijlage 4 staat toegelicht wat voor ons een open sportpark is.

Voortzetting

Doorlopend

We bereiden een pilot voor, met professionele ondersteuning op een sportpark, bijvoorbeeld op Vechtzoom, De Dreef, Zuilense Vecht, Thorbeckelaan en/of Papendorp. We evalueren deze pilot en bij positieve resultaten rollen we dit verder uit.

Nieuw

2026

We zetten in op breder gebruik van sportparken, door onze maatschappelijke partners. Daarvoor bieden we professionele ondersteuning op sportparken. Dit doen we bij sportparken in (de omgeving van) kwetsbare buurten die potentie hebben om bij te dragen aan de maatschappelijke uitdagingen in de buurt.

13

Actie uit het Utrechts Sportakkoord II.

Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen versie 27 mei 2025 | 35

C

Monitoren, sturen en verantwoorden

1. Indicatoren en streefwaarden In de Beleidsnota Sport en Bewegen 2025-2032 zijn verschillende indicatoren opgenomen. Om de voortgang hiervan te monitoren, maken we zoveel mogelijk gebruik van beschikbare data en informatie. Voor sommige resultaten zijn nog geen indicatoren opgesteld in de beleidsnota, deze zijn in dit uitvoeringsprogramma geformuleerd (zie tabel 1). In het uitvoeringsprogramma van 2027 stellen we streefwaarden vast voor deze nieuwe indicatoren. Tabel 1. Nieuw opgestelde indicatoren Resultaat uit de nota 1. In 2032 sporten en bewegen meer Utrechters, waarbij we vooral aandacht hebben voor groepen die hierin achterblijven.

2. In 2032 heeft Utrecht een vitaal en passend sport- en beweegaanbod.

Ontwikkelde indicator

Begroting ja/nee

Sportdeelname onder het jongste kind (0-4 jaar)

Inzicht in de ervaren belemmeringen en stimulansen voor sportdeelname bij 0-4 jarigen op basis van gesprekken met opvoeders, professionals en onderzoeken.

Nee

Lichamelijke activiteit en het zitgedrag bij 0- tot en met 4-jarigen (naar het beweeg­advies van de Gezondheidsraad)

Inzicht in het zitgedrag en de ervaren belemmeringen en stimulansen voor bewegen bij 0-4 jarigen op basis van gesprekken met opvoeders, professionals en onderzoeken.

Nee

Tevredenheid over sport- en beweegaanbod in de stad (activiteiten)

% inwoners dat tevreden is over de manier waarop hij of zij kan sporten OF % inwoners dat kan sporten op de manier die bij hem of haar past.14

Ja

Vitaliteit van sport – en beweeg­ aanbieders in de stad

N.v.t.15

Nee

14 Deze indicatoren zullen worden uitgevraagd binnen de gemeentelijke inwonersenquête. Deze formuleringen zijn voorlopig, ze worden nog ambtelijk en bestuurlijk afgestemd. 15 NOC*NSF, sportbonden, de G4-steden (inclusief gemeente Utrecht en SportUtrecht) en het Mulier Instituut onderzoeken samen of een landelijke vitaliteitsmonitor opgesteld kan worden. De indicator passend bij de vitaliteit van sport- en beweegaanbieders stemmen we in deze uitvoeringsperiode af op basis van deze mogelijke landelijke vitaliteitsmonitor.

Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen versie 27 mei 2025 | 37

Resultaat uit de nota 3. In 2032 sluiten onze sport- en beweeg­ voor­zieningen aan bij de groei van de stad en de behoeften van Utrechters.

Ontwikkelde indicator

Begroting ja/nee

Tevredenheid sportaccommodaties Inzicht in tevredenheid van sporten beweegaanbieders over de gemeentelijke sportaccommodaties.

Ja

Tevredenheid sport- en beweeg­voorzieningen in de openbare ruimte

% inwoners dat tevreden is over de plekken om te sporten in de openbare ruimte.16

Ja

Bezettingsgraad gemeentelijke sportaccommodaties

N.v.t.17

Nee

Toegankelijkheid sportaccommodaties

Inzicht in ervaren belemmeringen en stimulansen voor inwoners met een beperking bij het bezoeken van een gemeentelijke sportaccommodaties.

Nee

Daarnaast zijn in dit uitvoeringsprogramma streefwaarden opgesteld voor de al bestaande indicatoren uit de beleidsnota (zie tabel 2). Deze streefwaarden zijn opgesteld voor de komende 4 jaar, dus tot en met 2028. In het uitvoeringsprogramma van 2029 stellen we nieuwe streef­waarden vast voor de laatste vier jaar van de beleidsnota-periode. In de verantwoording van de verschillende uitvoeringsprogramma’s kijken we naar de streef­ waarden en realisatie daarvan, we kunnen dan bijstellen indien nodig. Bij het opstellen van de streefwaarden is gekeken naar: de realisatie van de indicator de afgelopen jaren, de geplande inzet de komende jaren en ontwikkelingen (zoals veranderende onderzoeksmethoden, toename inwoners, etc.). Echter is de ontwikkeling van deze indicatoren van meer zaken afhankelijk dan enkel van de inzet die wij hierop plegen. Factoren van buitenaf kunnen de haalbaarheid van streefwaarden beïnvloeden, een causaal verband tussen de gepleegde inzet en de ontwikkeling van een indicator is namelijk lastig aan te tonen.

16 Deze indicatoren zullen worden uitgevraagd binnen de gemeentelijke inwonersenquête. Deze formuleringen zijn voorlopig, ze worden nog ambtelijk en bestuurlijk afgestemd. 17 De werkelijke bezettingsgraad in kaart brengen is een behoorlijke investering. Beter zicht hierop kan wel helpen bij het efficiënter gebruiken van onze binnen- en buitensportaccommodaties. In dit uitvoeringsprogramma voeren we een quick scan uit om te bekijken in welke mate het daadwerkelijk gebruik afwijkt van de bezettingsgraden. Op basis van deze quick scan bepalen we of de investering de moeite waard is. Als dat zo is wordt in een volgend uitvoeringsprogramma een indicator ontwikkeld.

38

Tabel 2. Nieuw vastgestelde streefwaarden Resultaat uit de nota

Indicator

0-meting (jaartal)

Streefwaarde

Begroting ja/nee

In 2032 sporten en bewegen meer Utrechters, waarbij we vooral aandacht hebben voor groepen die hierin achterblijven.

Wekelijks sporten % kinderen dat ten minste 1 keer per week sport bij een sportvereniging of bij een naschoolse sport- of beweeg­ activiteit in de buurt of op school (Jeugdmonitor Utrecht)

87% (2023)

Wordt hoger

Ja

% jongeren dat minimaal één keer per week sport bij een sportclub, vereniging of sport­school (Gezondheidsmonitor Jeugd)

80% (2023)

Wordt hoger

Ja

% inwoners (18+) dat ten minste een keer 67% (2022) per week sport (Gezondheids­monitor Volwassenen en Ouderen)

Blijft gelijk

Nee

% ouderen (65+) dat tenminste een keer per week sport (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen)

39% (2022)

Wordt hoger

Nee

% kinderen dat minimaal een uur per dag beweegt (Jeugdmonitor Utrecht)

85% (2023)

Wordt hoger

Ja

% jongeren dat minimaal een uur per dag beweegt op vijf of meer dagen per week (Gezondheidsmonitor Jeugd)

48% (2023)

Blijft gelijk

Ja

% inwoners (18+) dat voldoet aan de Beweegrichtlijn (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen)

56% (2022)

Blijft gelijk

Nee

% ouderen (65+) dat voldoet aan de Beweegrichtlijn (­ Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen)

40% (2022)

Wordt hoger

Nee

% kinderen met een zwemdiploma (Jeugdmonitor Utrecht)

96% (2023)

Blijft gelijk

Nee

% kinderen met zwemdiploma A, B en C (Jeugdmonitor Utrecht)

46% (2023)

Blijft gelijk

Nee

Voldoen aan de beweegrichtlijn

Zwemdiploma

Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen versie 27 mei 2025 | 39

2. Risico’s In de Beleidsnota Sport en Bewegen 2025-2032 zijn meerdere risico’s opgenomen (Onderdeel C.2) die mogelijk van invloed zijn op het behalen van de doelstellingen. Die zijn ook van toepassing op dit uitvoeringsprogramma.

3. Financiën In dit uitvoeringsprogramma geven we aan met welke acties we de doelstellingen, zoals bepaald in de beleidsnota Sport en Bewegen 2025-2032, proberen te bereiken. De dekking voor deze activiteiten is opgenomen in het programma ‘Levendige en gezonde stad’, onder de doelstellingen vijf en zes. Met deze dekking kunnen we uitvoering geven aan de acties die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Kansen waar geen dekking voor is zijn opgenomen in bijlage 2.

Doelstelling 5: Op eigen manier en niveau sporten

Inwoners kunnen op hun eigen manier en niveau sporten en bewegen in een veilige omgeving.

Doelstelling 6: Toegankelijke sportvoorziening

Gelijk aan de groei van de stad heeft Utrecht voldoende, goede en toegankelijke sportvoorzieningen.

40

4. Voortgang en verantwoording Zoals aangegeven in de nota, ontvangt de raad tweejaarlijks een uitgebreide voortgangs­ rapportage over de uitvoeringsprogramma’s. De eerstvolgende keer is in Q4 van 2026. We geven dan aan wat we hebben gerealiseerd, welke successen er behaald zijn, welke acties bijgesteld zijn en hoe we er in een volgend uitvoeringsprogramma op verder bouwen.

Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen versie 27 mei 2025 | 41

D

Bijlagen

1. Samenwerkingsverslag Uitvoeringsprogramma sport en bewegen Doel: Doel van de samenwerking met organisaties is om de concrete acties in het uitvoeringsprogramma te peilen en het uitvoeringsprogramma aan te vullen met de kansen en acties vanuit de organisaties. Zij weten wat er speelt en wat er al gebeurt, hierdoor kunnen zij de acties van de gemeente aanvullen. Aanpak: Met behulp van collega’s van Utrecht voor Iedereen en Samen Stad Maken is een samenwerkingsplan opgesteld. Verschillende organisaties hebben bijgedragen aan het opstellen van de Beleidsnota Sport en Bewegen. Deze organisaties zijn allen wederom benaderd. Een enkeling heeft aangegeven geen noodzaak te zien om bij het uitvoerings­ programma betrokken te worden. De anderen zijn uitgenodigd voor een participatiebijeen­ komst. Vooraf hebben alle aanwezigen een concept van het uitvoeringsprogramma ontvangen. Tijdens de bijeenkomst zijn we hierover in gesprek gegaan. We hebben opgehaald welke kansen ze nog meer zagen, welke acties ze misten en wat ze als organisaties konden bijdragen aan het uitvoeringsprogramma. Met enkele organisaties hebben we 1-op-1 gesprekken gevoerd. Soms omdat ze niet bij de participatiebijeenkomst konden zijn en bij enkele omdat we hen specifieke acties wilden voorleggen.

Ook waren er een aantal organisaties die hebben meegelezen in het concept en via de mail feedback en aanvullingen hebben gegeven. Na afloop van alle gesprekken en bijeenkomsten hebben wij de aanwezigen een verslag gestuurd, met daarbij wat we met alle input gedaan hebben in het uitvoeringsprogramma. Als het uitvoeringsprogramma vastgesteld is, zullen alle betrokken organisaties hierover ook bericht krijgen. Rol SportUtrecht en het Utrechts Sportcollectief: SportUtrecht en het Utrechts Sport­ collectief zijn gedurende het proces actiever betrokken geweest dan de overige organisaties. SportUtrecht is opdrachtnemer voor de uitvoering van een aanzienlijk deel van het uitvoeringsprogramma. Vooral rondom de doelstellingen voor sport- en beweeg­stimulering en het ondersteunen van sport- en beweegaanbieders. Zij zijn daarom een dagelijkse samenwerkingspartner voor ons en de ‘expertorganisatie’ van sport en bewegen in Utrecht. Vanuit die rol hebben zij meegedacht in de acties die we in dit uitvoeringsprogramma hebben opgenomen. Hierbij hebben we samen gekeken naar noodzaak, uitvoerbaarheid en aansluiting bij de huidige praktijk. Ook hebben we gezamenlijk gekeken naar wat dit uitvoeringsprogramma betekent voor de inzet de komende twee jaar, zodat we hierin samen keuzes konden maken. Onderdeel van SportUtrecht is het Utrechts Sportcollectief.

Zij zijn een representatie van de Utrechtse sport- en beweegaanbieders. Omdat we vanuit de gemeente scherpe keuzes moeten maken in onze inzet voor sport bewegen, kunnen er onderdelen zijn waarop wij niet meer kunnen inzetten. Het Utrechts Sportcollectief is actief betrokken geweest om samen te verkennen welke acties sport- en beweegaanbieders

Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen versie 27 mei 2025 | 43

kunnen oppakken, waar de gemeente nu geen of minder capaciteit voor heeft. Bij alle overleggen met het Utrechts Sportcollectief is SportUtrecht ook aanwezig geweest, zodat er steeds gezamenlijk meegedacht is en vanuit één mond is gepraat vanuit het breed Utrechts sportbelang.

Opbrengsten ࡟

࡟

࡟

44

Gesprekken met SportUtrecht. - We zijn voortdurend met SportUtrecht in gesprek geweest. Zowel over de over­ koepelende thema’s, als over specifieke inhoudelijke keuzes. We hebben gezamenlijk bepaald op welke doelgroepen/wijken/thema’s er de komende twee jaar ingezet wordt door SportUtrecht. Hierbij hebben we gekeken naar haalbaarheid, fasering en prioritering. Gesprekken met Utrechts Sportcollectief - Met het Utrechts Sportcollectief zijn meerdere gesprekken gevoerd. Eerst om het doel en belang van het uitvoeringsprogramma toe te lichten en samen te verkennen wat de rol van het Utrechts Sportcollectief hierin is. Vervolgens ook inhoudelijke gesprekken, over de acties die opgenomen zijn in het uitvoeringsprogramma en hoe het Utrechts Sportcollectief bij kan dragen. Veel acties en taken uit het uitvoerings­ programma zijn in de basis belegd bij SportUtrecht, maar aanvullend kan SportUtrecht zaken toetsen bij of de samenwerking zoeken met het Utrechts Sportcollectief. Ook kunnen bepaalde onderwerpen besproken worden bij bijeenkomsten van het Utrechts Sportcollectief en kan de input benut worden voor de visies die er per sporttaknetwerk ontwikkeld worden. Participatiemoment met verschillende organisaties - Op 7 april hebben we een bijeenkomst georganiseerd voor alle organisaties die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de nota en nog enkele andere organisaties.

Ook zijn er een aantal organisaties geweest die feedback hebben gegeven via de mail. Uiteindelijke betrokkenen waren: Sportraad Utrecht, Stichting JoU, Stichting Lifegoals, Monkey Moves, Henno Oldenbeuving, Stichting Asha, U op Leeftijd, het Utrechts Sportcollectief, DOCK en COC Midden Nederland. Tijdens de bijeenkomst is stilgestaan bij het concept uitvoeringsprogramma. Per doelstelling uit de Beleidsnota is besproken welke kansen de aanwezigen nog zagen, wat ze nog misten en wat de organisaties zelf bijdragen of kunnen bijdragen om de doelen te bereiken. - Opbrengsten: · Organisaties waren positief over het concept uitvoeringsprogramma. Ze vonden de opzet goed, uitvoerbaar en realistisch. · Verschillende organisaties hebben nog acties aangedragen die zij misten in het uitvoeringsprogramma, vaak acties die zij zelf op dit moment uitvoeren rondom sport en bewegen die wij nog niet opgenomen hadden. · Verschillende organisaties hebben tijdens het participatiemoment uitgesproken dat ze de krachten willen bundelen om verschillende ideeën uit te werken, bijvoorbeeld rondom het werven en opleiden van coaches en kader en het samenwerken in de wijk. Dit moedigen wij aan. · Bij verschillende doelstellingen zijn suggesties gedaan om inwoners of gebruikers nog meer te betrekken, dat hebben we aangescherpt in het uitvoeringsprogramma.

· Inzetten op rolmodellen is iets waar alle aanwezigen achter staan, dit is verder aangescherpt in het uitvoeringsprogramma.

·

࡟

Er is door meerdere organisaties aangegeven dat ze nog meer kansen zien voor sport als middel. · In de toekomst zou het interessant zijn om met verschillende partijen vanuit sport, welzijn en zorg vaker samen te komen en samenwerking te stimuleren. Nu is de zorg minder vertegenwoordigd. Gesprekken met de organisaties Solgu, FC Utrecht Maatschappelijk en ROC Midden Nederland: - Solgu, FC Utrecht Maatschappelijk en ROC Midden Nederland hadden allen aangegeven dat zij op verschillende onderdelen mogelijk een bijdrage konden leveren aan het uitvoeringsprogramma. Met hen zijn we 1-op-1 gesprekken aangegaan, om te verkennen op welke manier we dat konden vormgeven. - Opbrengsten: · Solgu: Belangenorganisatie Solgu is actief in Utrecht om de belangen van mensen met een beperking te behartigen. Vanuit de gemeente ontstond de wens om met Solgu op te trekken rondom verschillende vraagstukken rondom sport en bewegen en toegankelijkheid hiervan voor mensen met een beperking. Tijdens het gesprek heeft Solgu veel nieuwe inzichten meegegeven die we hebben verwerkt in het uitvoeringsprogramma. Ook zijn we samen overeengekomen dat we rondom de toegankelijkheid van sport- en beweegaccommodaties en evenementen en het monitoren hiervan samen blijven optrekken. · FC Utrecht Maatschappelijk: De maatschappelijke tak van FC Utrecht is al op een aantal plekken in de stad actief, zoals in Overvecht.

Zowel vanuit Volksgezondheid, als vanuit Sport, zagen we verschillende kansen om met FC Utrecht Maatschappelijk samen te werken. In de gesprekken kwam naar voren dat we dat de komende periode concreet op twee onderdelen verder zullen uitwerken. De mogelijkheid dat FC Utrecht Maatschappelijk een bijdrage levert aan beweegprojecten die worden uitgevoerd in het onderwijs (zoals het Utrechts Beweegprogramma) en de mogelijkheid dat FC Utrecht Maatschappelijk samen met andere partijen acties onderneemt om rolmodellen in te zetten om meer inwoners in beweging te krijgen. · ROC Midden Nederland: Met ROC Midden Nederland hebben we besproken wat zij nu doen in de stad rondom het in beweging brengen van studenten en inwoners en welke kansen we samen zien. Er liggen verschillende kansen om studenten in te zetten om meer Utrechters in beweging te brengen, dit kunnen we met sociale basispartners en SportUtrecht verder verkennen. Daarnaast kan ROC Midden Nederland bijdragen aan verschillende onderzoeken die wij uitvoeren, omdat zij een goed beeld hebben van wat er in de stad speelt of nodig is. Ook hebben we afgesproken dat wij relevante onderzoeksresultaten met elkaar delen, zodat ROC Midden Nederland hun onderwijs ook kan aanpassen op de praktijk.

Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen versie 27 mei 2025 | 45

46

2. Sport en bewegen binnen hervormingen sociale basis Sport en bewegen heeft positieve effecten, zowel mentaal als fysiek, en biedt daarmee kansen om de druk op de zorg te verminderen. We benoemen enkele kansen waarbij sport en bewegen een bijdrage kan leveren aan de hervormingen binnen de sociale basis. Voor de inzet op deze kansen is nu geen budget en capaciteit. Daarom zoeken we voor de uitvoering van deze acties naar mogelijkheden om budget van de basis en aanvullende zorg (via een financiële schuif) om te zetten naar de sociale basis. Lukt het niet om een schuif te realiseren, wordt een actie niet uitgevoerd. 1. Uitbreiden van sport- en beweeginitiatieven gericht op doelgroepen met (potentiële) zorgvraag De druk op de Jeugdzorg en Wmo is hoog. We zien kansen voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen met een (potentiële) zorgvraag om sport- en beweeginitiatieven op te zetten, die o.a. tot meer sociale interactie leiden en daarmee eenzaamheid en daaraan gerelateerde zorg kunnen verminderen. Sport en bewegen heeft een gunstig effect op de mentale gezondheid en stemming. Hier zijn al goede voorbeelden van, zoals On The Move Sport­ vrienden, In Balans trainingen, Doortrappen, De Derde Helft bij USV Hercules, U-Track en Synergo en Sporten voor een Toekomst. Dit soort initiatieven kunnen we uitbreiden of soortgelijke initiatieven opzetten. 2.

Benutten preventieve werking sport en bewegen, door proactief te zijn richting inwoners die nog niet bewegen Door sport en bewegen preventief in te zetten, kunnen we inwoners helpen om gezonder en actiever te leven en de druk op de zorg te verminderen. Juist bij mensen die nu nog weinig of niet bewegen, maar vaak wel een beroep doen op de zorg, is het belangrijk om actief contact te zoeken. Voor deze mensen is er veel gezondheidswinst te behalen. Proactief zijn betekent dat onze sociale basispartners deze mensen actief opzoeken, bijvoorbeeld bij buurthuizen of wijkactiviteiten. Zo maken we sport en bewegen toegankelijk voor iedereen en verkleinen we de kans op toekomstige zorgvraag. 3. Het versterken van vroegsignalering via de sport Vroegsignalering betekent dat je problemen bij mensen in een vroeg stadium herkent, nog voordat ze groter worden of professionele hulp nodig is. Het doel is om snel in actie te komen en erger te voorkomen. Sport en bewegen biedt hierbij een kans, omdat trainers en vrijwilligers vaak als eerste veranderingen in gedrag of gezondheid opmerken. Zij kunnen signalen doorgeven of het gesprek aangaan, waardoor mensen eerder passende hulp krijgen.

Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen versie 27 mei 2025 | 47

4. Versterken van gemeenschapskracht in de sport Sport- en beweegaanbieders en vrijwilligers vormen de basis van de sportwereld én van de samenleving. Hier komen mensen bij elkaar en het zorgt voor sociaal contact. Door deze gemeenschapskracht te versterken, bouwen we aan betrokken buurten waar mensen omkijken naar elkaar. Dit helpt niet alleen bij het organiseren van sport en bewegen, maar ook bij het versterken van het sociale netwerk en het voorkomen van eenzaamheid of zorgvragen. 5. Prioriteren van opgavegericht werken en de Wijkalliantie+ Door meer opgavegericht te werken, stemmen we de inzet van sport en bewegen beter af op wat er speelt in de wijk. Dit vraagt om een betere samenwerking tussen alle wijkpartners, zoals zorg, welzijn, onderwijs en sport- en beweegaanbieders. In de Wijkalliantie+ bundelen we nu al de krachten om gezamenlijke doelen te bereiken, zoals gezondheid, participatie en het voorkomen van problemen. Sport en bewegen kunnen hierin nog meer een verbindende rol spelen, als middel om inwoners te bereiken en te activeren. Deze kans sluit aan bij kans twee.

48

3. Routekaart binnensport beknopt We maken op dit moment samen met de in de Zaalverdelingscommissie (ZVC) vertegenwoordigde sport- en beweegaanbieders een routekaart hoe we om gaan met de schaarse ruimte aan binnensportruimte tot en met circa 2030. Dit aangezien er nieuwe sporthallen gerealiseerd worden en sprake is van vervangende nieuwbouw, waarbij we tijdelijk dus binnensport capaciteit missen. De routekaart beschrijft de periode van NU naar STRAKS in verschillende delen. Deel 1 van de routekaart gaat in op de korte termijn problematiek en deel 2 werkt toe naar de beoogde situatie, zodra steeds meer sporthallen in gebruik zijn. Routekaart 1 (tijdelijke situatie): ࡟ Voor seizoen 2026/2027 en seizoen 2027/2028. ࡟ Er is op dit moment problematiek rondom het gebruik van sporthal Oudenrijn. ࡟ Sporthal Cartesius is nog niet gereed en sporthal Lunetten al gesloopt. Routekaart 2 (eindsituatie): ࡟ Vanaf seizoen 2028/2029 en seizoen 2029/2030 ࡟ Sporthal Cartesius is volgens planning gereed en Sporthal Merwede en Sporthal Lunetten vanaf 1 januari 2029 Toekomstige situatie: ࡟ Vanaf seizoen 2030/2031 alle geplande sporthallen gereed De planning van de vervanging sporthal Hoograven volgt, is nog niet bekend. Dit kan ook nog invloed hebben op de uiteindelijke routekaart.

Uitvoeringsprogramma Sport en Bewegen versie 27 mei 2025 | 49

4. Duiding open sportparken Bij de (gebieds)ontwikkeling rondom/van sportparken wordt in toenemende mate gekeken naar de mogelijkheden voor een meer open sportpark. Een open sportpark is een sport­ terrein dat ook toegankelijk is voor niet-leden en de gemeenschap, met voorzieningen die geïntegreerd kunnen zijn in de openbare ruimte en functioneel of ruimtelijk vervlochten zijn met de omgeving. Het kan vormen van openheid combineren, zoals ruimtelijke vervlechting, functionele scheiding, beperkte toegankelijkheid, open plekken, sportfaciliteiten in openbare ruimte, en (onbetaald) maatschappelijk gebruik. Een open sportpark kan dus op verschillende manieren invulling krijgen. De gemeente Utrecht is voorstander van meer open sportparken. Hierbij is noodzaak voor maatwerk binnen de Utrechtse hoog-stedelijke context. Maatwerk houdt in dat er per sport­ park wordt onderzocht waar efficiënte mogelijkheden liggen tot het verbreden van de toegankelijkheid van een sportpark. Er wordt per sportpark gekeken hoe en welke aanvullende sportfaciliteiten toegevoegd kunnen worden door zowel de bestaande sport- en beweeg­ aanbieders als nieuwe doelgroepen en gebruikers te verhogen. Cruciaal bij dit onderzoek is het goed meenemen van de bestaande sport- en beweegaanbieders. De bestaande aanbieder krijgt direct te maken met de gevolgen van het meer openstellen van het sport­ park.

Daarnaast hebben zij vanuit de dagelijkse praktijk een goed beeld van de situatie, kansen en risico’s. Het goed meenemen van de aanbieders en maatwerk bieden op basis van de specifieke situatie van de sport- en beweegaanbieder is essentieel voor het succes van een meer open sportpark.

50

Gemeente Utrecht

Vastgesteld door het college op 27 mei 2025. Maatschappelijke Ontwikkeling Programma Sport en Bewegen Fotografie Rebecca Brockbernd Hockeyclub UNO S. v/d Voet Golazo Michelle van Benschop Redactie Eddy Steenvoorden Vormgeving DDK, Utrecht

Utrecht.nl

2025-006.DDK

mei 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=471e6695-f630-4618-9917-02b66b93daa0