CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsprogramma Beschermd wonen en Maatschappelijke Opvang U16-2025-2026

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Voortgangsrapportage maatschappelijke opvang en beschermd wonen16.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

dan kan dit een extra kostenpost betekenen van 2,1 miljoen euro. Zekerheid over deze post is er nog niet , daar moeten we nog onderzoek naar doen, maar we vinden het realistisch om daar voor 2026 rekening mee te houden. 27

•

•

• •

In de definitieve afspraken met het Leger des Heils is binnen het budget een andere verdeling van de plekken BW/BV/BT opgenomen, die beter aansluit bij de werkelijke invulling. Hierdoor is het aantal plekken BW gedaald en zijn er plekken toegevoegd aan zowel BV als BT. Living Lab loopt af. Een deel van de groep die nu via deze aanpak hulp krijgt, zal na afloop van Living Lab weer binnen BW opgevangen worden (vooral BT). We gaan in 2025 onderzoeken om welke groep dit gaat, wat zij nodig hebben en wat dit betekent voor de zorgkosten. In 2025 wordt duidelijk wat dat betekent voor de begroting van 2026. We hevelen de financiering van buitenregionale plaatsingen (deels) over van pxq financiering naar Beschermd Wonen en Beschermd Verblijf. Dit is alleen een verschuiving tussen posten, geen toe- of afname in de zorgkosten. In 2025 is nog een bedrag opgenomen voor de cliënten LVB 18+ die zorg krijgen van niet voor BW gecontracteerde partijen.

Buffer In de conceptbegroting is weer een buffer van 3% opgenomen, berekend op de totale zorgkosten. De buffer is inzetbaar voor onvoorziene kosten binnen de gehele werkbegroting van BW. De zorgkosten in 2026 zijn lager dan de buffer. Dit is het gevolg van het rekenen met 3% over de zorgkosten in 2026 zónder de taakstelling. Na vaststelling van de werkbegroting is besloten de berekening van de salariskosten voor beleidscapaciteit gelijk te trekken. De extra kosten (€ 187.839) zijn ten laste van de buffer gebracht. Basisset De basisset krijgt financiering vanuit twee begrotingsposten: de regionale basis en de lokale basis. De regionale basis In deze begrotingspost staan de middelen die nodig zijn voor de activiteiten uit de basisset die we regionaal aansturen en organiseren, dus ook regionaal financieren. Het criterium voor een regionale aanpak is dat we een activiteit of dienst in meerdere subregio’s uitvoeren en dat gezamenlijkheid meerwaarde heeft (onder meer aansturing, kwaliteit, kosten en eenduidigheid). Dit werkt de werkgroep basisset in 2025 uit. Vanuit het hervormingsplan zou ook kunnen volgen dat we meer voorzieningen in de basisset regionaal gaan oppakken. In de begrotingspost regionale basis staat in 2025 al meer activiteiten/diensten dan in 2024 omdat we van een aantal diensten al hebben besloten dat we die regionaal opzetten.

We verwachten dat dit in 2026 weer wat hoger uit zal vallen: er vindt een verschuiving plaats van lokale basis naar regionale basis. Dit betekent niet dat er minder voorzieningen in de basisset in gemeenten zullen zijn, maar wel dat we een deel van de lokale voorzieningen vanaf 2026 financiering krijgen uit de post ‘regionale basis’. Individuele gemeenten hoeven deze kosten dan niet meer zelf te dragen.

28

In 2025 voorzien we de volgende uitgaven/voorzieningen in de regionale basis: Product / Dienst Herstelacademie regionaal (ENIK) Pit Stops Beter Wonen: verdeling contingent en bijbehorende informatie en beleidsvorming Kosten inzet H4H voor de U16, inclusief kosten voor aanjagen van de plaatsing van langwachtenden Budget voor 3 pilots voor het creëren van onzelfstandige woningen Prikkelarm wonen Leertraject voor lokale toegangen mbt ernstig psychische aandoeningen Structureel betrekken van cliënten / belangenbehartigers bij beleidsvorming Living Lab Totaal

€ € €

2025 3.500.000 € 453.000 € 63.000 €

2026 3.500.000 453.000 63.000

€

244.000

€

244.000

€ € € €

300.000 1.700.000 160.000

€ € € €

154.000 120.000 160.000

€ €

400.000 6.820.000

€ €

400.000 5.094.000

Hieronder volgt een toelichting per post: o

Enik is een dienst waarin ervaringsdeskundigen hulp en ondersteuning bieden aan inwoners met psychische problematiek die is gericht op herstel. Lister levert deze dienst en maakte in 2023 en 2024 al onderdeel uit van het contract. Lister is begonnen met het opzetten van afdelingen in Utrecht Stad en Lekstroom, en gaat uitbreiden naar West en ZOU. De verwachting is dat zij in 2025 nog in een groeimodel zitten en daardoor minder middelen nodig hebben dan in 2026.

o

Pit Stops zijn lokale, tijdelijke woonvoorzieningen voor passende zorg en ondersteuning dichtbij huis voor inwoners die dreigen dakloos te worden. De bestaande voorzieningen worden voortgezet en we voorzien een extra locatie ergens anders in de regio. Kosten zijn gebaseerd op geïndexeerde kosten van de bestaande plekken plus 6 extra plekken á € 20.000 per plek.

o

Beter Wonen verdeelt het contingent woningen voor MOBW onder zorgaanbieders. In het verlengde daarvan draagt zij bij aan informatie en beleidsvorming over wonen en zorg. Financiering vanuit ons budget gebeurt al langer om voor voldoende mankracht te zorgen. Voorheen betrof dit een bijdrage voor de loonkosten van een projectleider; voor 2025 en 2026 krijgt deze financiering vorm via concrete resultaatsafspraken.

o

H4H zorgt voor de matching tussen beschikbare woningen uit het contingent en uitstromende cliënten. Als cliënten langer dan een half jaar op de wachtlijst staan, gaan in 2024 ‘aanjagers’ per regio aan de slag met de vraag waarom de uitstroom hapert en wat nodig is om dit vlot te trekken. Het is efficiënter als dit aanjagen vanuit één plek wordt gedaan, en vanaf 2025 financieren we H4H hiervoor voor een halve fte, wat neerkomt op € 70.000. Verder blijkt dat Utrecht Stad al jaren diensten van H4H voor de gehele regio financiert uit het lokale budget. Het regionale deel, € 172.000, hevelen we over naar de regionale basis..

o

Vanuit de pijler wonen gaan we investeren in het creëren van onzelfstandige woonplekken via maximaal 3 pilots. We schatten in dat we per pilot eenmalig gemiddeld € 50.000 kwijt zijn voor de benodigde capaciteit en jaarlijks € 50.000 voor de extra kosten rondom sociaal beheer/woonbegeleiding en leefbaarheid. 29

o

Er loopt een zoektocht naar woonplekken waar cliënten kunnen verblijven die niet gedijen in een reguliere woning in een reguliere woonomgeving. We zoeken zowel naar nieuwe locaties als het aanpassen of verhuizen van bestaande locaties. Deze ontwikkelingen kunnen we niet betalen uit de reguliere zorgbudgetten. We reserveren daarom € 1,7 miljoen voor in principe 30 woonplekken voor deze doelgroep, waarmee de verhuizing van de Heem mogelijk wordt. Dit zijn eenmalige kosten. We weten nog niet precies in welk jaar deze kosten plaatsvinden en nemen daarom het hele bedrag op voor 2025 met de mogelijkheid de niet gebruikte middelen door te schuiven naar volgende jaren.

o

We willen de kennis bij de lokale toegang vergroten als het gaat om ernstige psychiatrische aandoeningen en welke zorg en hulp daar goed bij past. We willen daarom een leertraject uitrollen over de hele U16 voor de relevante toegangsmedewerkers.

o

Cliëntparticipatie is erg belangrijk als we de goede dingen willen doen. Cliëntparticipatie is nog niet zo goed ingericht als we vinden dat zou moeten: we willen naar een structurele samenwerking waarbij alle regio’s goed vertegenwoordigd zijn. We gaan hierop investeren voor de hele U16.

o

Binnen Living Lab bestonden projecten die binnen de hele U16 minstens zoveel gericht waren op cliënten rondom BW als MO. Dit zijn kosten voor de periode 2025 en 2026, dus incidenteel in twee jaar.

De lokale basis De lokale basis omvat voorzieningen die iedere gemeente voor zich organiseert en financiert. Deze post is op het moment dat deze begroting wordt gemaakt nog de ’sluitpost’ van de werkbegroting. De baten die niet nodig zijn voor dekking van de overige begrotingsposten vormen de post lokaal maatwerk. Dit betekent ook dat deze post kan fluctueren over de jaren heen. De werkgroep basisset werkt in 2025 uit welke voorzieningen we met elkaar benoemen als voorzieningen die overal in ieder geval moeten zijn. Een deel daarvan krijgt financiering uit de post regionale basis, de rest uit de post lokale basis. De financiering voor de voorzieningen waarvan we vinden dat die er in ieder geval moeten zijn, willen we 2026 garanderen. Daarmee geven we invulling aan de gedachte dat de beweging naar voren geen sluitpost moet zijn. Daarnaast hebben we in paragraaf 6.1 aangegeven welke andere stappen we zetten om gemeenten meer zekerheid te geven. Dat betekent dat de post regionale basis zal groeien en de post lokale basis afneemt, maar zeker niet dat er lokaal minder (middelen voor) voorzieningen zullen zijn. De activiteiten die we vanuit de regionale basis financieren worden overgenomen van de lokale basis, deze activiteiten blijven dus bestaan en gemeenten kunnen hun lokale basismiddelen inzetten voor andere voorzieningen.

Uitvoeringskosten Uitvoeringskosten kunnen we indelen in drie categorieën: a. Lokale toegang; b. Gastheergemeente Utrecht; c. Beleidscapaciteit ZOU, West en Lekstroom. Ad a. Lokale toegang 30

De lokale toegang vangt waarschijnlijk meer aanvragen af dan de 25% waarmee werd gerekend. Dat betekent een hoger aantal onderzochte aanvragen dan waarmee werd gerekend, dus ook hogere uitvoeringskosten dan geraamd in 2024. De exacte gegevens zijn nog niet beschikbaar, dus op dit moment rekenen we met hetzelfde uitgangspunt als voorheen (plus indexering). Zodra we in 2025 de juiste cijfers beschikbaar hebben, passen we het budget voor 2026 aan. Dit levert het volgende beeld op: Verwachte instroom van nieuwe cliënten Beschermd Wonen per WMO regio. Aantal nieuwe cliënten Instroom Niet gehonoreerde aanvragen 25% Totaal nieuw te onderzoeken cliënten

Zuid Oost

Utrecht West 94 31 125

Lekstroom 60 20 80

Utrecht 116 39 155

439 146 585

Op basis van de bandbreedte van het verwachte aantal nieuwe cliënten (tabel 3) zijn de benodigde formatie en de loonkosten doorgerekend. Daarbij is de inschatting dat een onderzoekstraject per cliënt 20 uur duurt, inclusief verwerkingstijd, registratie van gegevens etc. Hieraan moeten we de kosten van de lokale toegang voor Utrecht Stad toevoegen. Utrecht is later begonnen met de inzet van de lokale toegang voor BW en heeft daarom nog geen vergoeding gekregen voor de kosten daarvan. In 2024 ging het om € 205.000, een bedrag dat door Utrecht uit de lokale basismiddelen betaald werd. Vanaf 2025 zal de toegang in Utrecht wel volledig meedraaien en dan ook vergoeding voor deze kosten uit het budget BW ontvangen. Bij toepassing van dezelfde rekenregel op deze toegang komen we uit op € 970.000, inclusief bijkomende kosten. Dit voegen we toe aan het bedrag voor de uitvoeringskosten voor de lokale toegangen. Tot slot hebben we het voornemen om in 2025 te gaan experimenteren met de uitvoering van herindicaties door de lokale toegang. Dit vraagt allereerst om een goed plan, onder andere voor het beantwoorden van de volgende vragen: hoe uitgebreid willen we dit aanvliegen, voor welke cliënten, is er een relatie met het hervormingstraject, wat betekent het voor cliënten en aanbieders.

We willen de werkwijze dan ook zeker niet meteen overal invoeren, maar de lokale toegang in iedere regio er wel ervaring mee laten opdoen om de voor- en nadelen te ontdekken. Om planvorming en experiment mogelijk te maken hogen we het budget met 10% op, in totaal € 157.000,-. De precieze verdeling is afhankelijk van het aantal herindicaties per regio. Mocht de werkwijze in 2025 succesvol blijken, dan is het denkbaar dat we in 2026 het budget voor uitvoeringskosten in de toegang verder ophogen. Gezamenlijke uitvoeringskosten voor de toegang van de drie WMO regio’s Lekstroom, ZOU en West tezamen plus de kosten van Utrecht apart. Uitvoeringskosten toegang

Totaal

Nieuw te onderzoeken cliënten

Utrecht 360

Duur onderzoeken * 20 uur Fte o.b.v. 1.350 uur Loonkosten Ruimte voor uitbreiding Overhead 28,3% Bandbreedte loonkosten incl. overhead

€ € € €

31

7.200 5,33 470.000 € 60.000 € 133.000 € 663.000 €

585 11.707 8,67 756.000 97.000 214.000 1.067.000

Ad b. Gastheergemeente Het bedrag voor de uitvoeringskosten voor Utrecht als gastheergemeente is gebaseerd op de gerealiseerde kosten in 2024 te weten € 2,7 miljoen6. Dat wordt allereerst geïndexeerd met 5,6%. Daarnaast voorzien we in 2025 en 2026 de volgende kosten bij de gastheergemeente die in 2024 nog niet speelden: ➢ Communicatie: 5 uur per week ondersteuning en advies. Extra kosten zijn € 26.000,-. ➢ Doorontwikkeling toezicht (als gevolg van nieuwe wetgeving): extra kosten zijn € 51.000 in 2025 en € 112.000 in 2026. Deze bedragen zijn berekend op basis van de extra investeringen die nodig zijn om het toezicht op de zorg in het algemeen conform de nieuwe wetgeving te organiseren Van de genoemde bedragen moeten we het aandeel voor BW bepalen aan de hand van het aandeel van BW in de totale zorgkosten (28,8%). ➢ Aanbesteding: er moet nog een besluit komen over het opnieuw aanbesteden van BW per 2027 of dat we alleen de contracten verlengen. Bij een aanbesteding zullen we veel energie moeten steken in het kostbare proces en dat is niet mogelijk binnen de huidige beleidscapaciteit. Indien nodig, financieren we dit uit de buffer. ➢ Extra inzet op realisatie van prikkelarme locaties: € 81.000,-. Daarnaast loopt er een gesprek met het zorgkantoor om dit in cocreatie te doen. De lokale teams krijgen bij hun werkzaamheden ondersteuning van het Regionale Team.

Het is denkbaar dat die in de loop der tijd minder nodig is en daarmee minder inzet nodig is. In dat geval kunnen de middelen voor de gastheergemeente omlaag. Aangezien er nog een duidelijke ontwikkelagenda voor de lokale toegang is, gaan we op dit moment nog niet uit van afschaling, maar in de loop van 2025 zal daarover meer duidelijk worden voor 2026. De kosten gastheergemeente komen voor 2025 daarmee in totaal op € 2.994.000. Ad c. Beleidscapaciteit ZOU, West en Lekstroom De extra benodigde inzet past niet binnen de bestaande lokale beleidscapaciteit en is daarom in 2024 al met 2 fte (per subregio) vanuit het budget BW aangevuld. We zullen dit voortzetten in 2025 en 2026. De loonkosten voor 2025 zijn inclusief indexatie € 609.000,-. Uitvoeringskosten regio's 2025-2026 Capaciteit voor beleid, accounthouderschap etc. structureel 6 fte Overheadkosten Aanpassing uitgangspunten kosten fte (na vaststelling begroting)

Zuid Oost € 203.000

West € 203.000

Lekstroom € 203.000

Totaal regio's € 609.000

€ 57.000 € 62.463

€ 57.000 € 62.463

€ 57.000 € 62.463

€ 171.000 € 187.389

Afhankelijk van het besluit rondom aanbesteding zal mogelijk in de subregio’s extra inzet nodig zijn voor de processen hieromtrent. Ook die zullen we dan uit de buffer betalen. In 2025 komt er een hervormingsplan. Hoe fundamenteler de hervormingen zijn, hoe meer tijd de implementatie meestal kost. Bij de te maken keuzes moeten we de vraag meenemen welke kosten voor beleid en uitvoering dit met zich mee gaat brengen voor 2025 en 2026.

6 In de berekening van de uitvoeringskosten van de gastheergemeente is een fout ontdekt, waardoor de kosten

te hoog waren opgenomen. Dit wordt nog nader onderzocht. In de werkbegroting is het gecorrigeerde bedrag opgenomen, mogelijk moet dit naar aanleiding van het onderzoek nog worden bijgesteld.

32

Op basis van de memo salariskosten is de berekening van de kosten van beleidscapaciteit aangepast en aangesloten op die van Utrecht. Hierdoor zijn de kosten hoger geworden. De extra kosten zijn ten laste van de buffer gebracht. De totale (bijgestelde) uitvoeringskosten komen hiermee uit op € 5.732.000 in 2025 (inclusief indexatie). Ontwikkelbudget U16 Het ontwikkelbudget U16 omvat de kosten voor de ontwikkeling van en de dialoog over beleid, inclusief de onderzoeken, leertrajecten en evaluaties. Een deel van de inzet hiervoor is onderdeel van de reguliere beleidscapaciteit. We voorzien voor 2025 – 2026 de volgende extra kosten vanwege onderzoek door externe bureaus: Onderzoek onder cliënten, aanbieders en toegang over succesvolle/wenselijke elementen van de basisset Onderzoek naar de grens van ambulantisering

€ 65.000 € 65.000

Verder is er momenteel externe begeleiding ingezet vanwege ontwikkelingen rondom de toegang. Voorzien is dat de RT deze taak grotendeels gaat overnemen. Voor de organisatie van leerbijeenkomsten en bijzondere vraagstukken voorzien we wel nog extra kosten voor de inzet van extra externe capaciteit of deskundigheid. De totale kosten begroten we op € 30.000 per jaar. Voor overige kosten (bijvoorbeeld logistiek, advies, teambuilding, leerbijeenkomsten en werksessies met externen) nemen we nog eens € 50.000 op. Het totale ontwikkelbudget bedraagt daarmee € 215.000 in 2025. Er zijn nog geen onderzoeken voorzien voor 2026. Omdat goed mogelijk is dat dat toch nodig blijkt, nemen we de helft van het onderzoeksbudget van 2025 op en zijn de kosten daar dus €150.000,-. Eigen bijdrage Voor de eigen bijdrage gaan we uit van de actuele prognose voor 2024 + loon- en prijsindexatie van 2,89%. Hiermee komt de eigen bijdrage voor 2025 op € 1.521.000,-.

33

6. Planning, organisatie en inrichting 6.1 Mijlpalenplanning De ambities en voornemens zoals hierboven besproken gaan we vertalen in een concrete planning voor in eerste instantie 2025die wordt opgesteld nadat dit UP is goedgekeurd en hieraan toegevoegd. Acties en inzet naar aanleiding van de beleidsnota ‘Voorkomen dakloosheid’ krijgen een plek. Eind 2025 maken we een mijlpalenplanning voor 2026.

6.2 Regionale samenwerking De U16 heeft de afgelopen jaren grote stappen gemaakt in de regionale samenwerking en is daarin één van de koplopers in Nederland. We zijn afhankelijk van elkaar in het streven om inwoners met een psychische kwetsbaarheid zo goed mogelijk in staat te stellen om een zo zelfstandig mogelijk leven te leiden. Voor het inrichten van die de gemeentelijke samenwerking is een beleidsvormende structuur ingericht. Voorheen werd deze gedragen door (tijdelijke) projectleiders, maar begin 2024 is gestart met een samenwerkingsverband van medewerkers die dit werk als onderdeel van hun reguliere werkzaamheden doen. De regionale samenwerking is daarmee doorontwikkeld tot een ambtelijk en bestuurlijk samenwerkingsverband met vaste vorm. Besluitvorming in de U16 vindt plaats op basis van consensus. De organisatie is getrapt ingericht. We werken vanuit vier subregio’s: Utrecht Stad, Zuid Oost Utrecht (ZOU), Lekstroom en Utrecht West. Iedere subregio zendt een of meerdere vertegenwoordigers af naar de overleggen op U16-niveau. Zee dragen er zorg voor dat informatie en besluiten uit hun MO/BW U16-overleg landen in alle gemeenten, en omgekeerd. Per subregio is hiervoor een structuur ingericht. De U16-overleggen hebben geen besluitvormend karakter, de afzonderlijke gemeenteraden of colleges leggen afspraken en besluiten formeel vast.

De stad Utrecht heeft nog steeds de centrumfunctie, zolang de doorcentralisatie (nog?) niet heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat alle middelen nog steeds door het Rijk aan Utrecht worden toegekend en dat de gemeenteraad het budgetrecht heeft. Daarbij heeft Utrecht de rol van gastheergemeente. Dat betekent ten eerste dat Utrecht het besluitvormingsproces ondersteunt. Vervolgens regelt Utrecht het contractmanagement, en organiseert ook andere uitvoerende taken zoals de Regionale Toegang en het innen van eigen bijdragen. Utrecht bewaakt regelgeving, toezicht en handhaving. Daarnaast vertegenwoordigt Utrecht de U16 op landelijke tafels. Tot slot zorgt Utrecht voor monitoring en de bijbehorende dataverzameling en -verwerking. Momenteel werken we met de volgende structuur:

34

•

•

•

•

•

Het Regionaal Bestuurlijk Overleg MO/BW (RBO) is bestuurlijk verantwoordelijk voor de regionale samenwerking. De bestuurlijke overlegtafel wordt gevormd door vier bestuurders die elk hun regio vertegenwoordigen op bestuurlijk niveau. Het RBO MO/BW U16 komt 6 keer per jaar bij elkaar. Het Directeurenoverleg MO/BW U16 (DO) is een regulier afstemmings- en voorbereidingsoverleg waarin de 4 regio’s op directie en/of managementniveau vertegenwoordigd zijn. Het DO komt bijeen vooraf aan ieder RBO. Het DO bekijkt of de randvoorwaarden voor beleidsvorming en uitvoering op orde zijn en aansluiten bij ambities en beleid. Tenslotte bereidt het DO de bestuurlijke beleidsvorming voor . Het coördinatieteam MO/BW U16 (CT) is het ambtelijk overlegorgaan voor afstemming en voorbereiding. Elke regio wordt vertegenwoordigd door twee tot drie beleidsadviseurs. Het CT komt tweewekelijk bij elkaar en levert de stukken voor het DO. Een manager leidt het programma in samenwerking met een projectsecretaris. De programm-manager is voorzitter van het CT en het DO, en waar nodig of gewenst van werkgroepen. Er zijn vaste werkgroepen die de informatie leveren voor discussie en afstemming in het CT. Daarnaast worden er ad hoc werkgroepen gevormd indien er onderwerpen zijn die nadere uitdieping behoeven en waarvoor geen plek is binnen één van de vaste werkgroepen.

In 2024 waren dit bijvoorbeeld de werkgroepen Hervormingen en Enik. De werkgroepen worden deels door leden van het CT gevormd en deels door vertegenwoordigers van andere partijen of gemeentelijke afdelingen, afhankelijk van het onderwerp.

Het lukt om de beleidsvorming via deze structuur te laten verlopen. Een ambtelijke evaluatie heeft uitgewezen dat het vertrouwen is gegroeid en inmiddels stevig staat. Er is wel behoefte aan het verder uitwerken van de spelregels om te voorkomen dat hobbels of incidenten, die er zijn geweest, op termijn het vertrouwen en daarmee de samenwerking zouden kunnen gaan schaden. Inhoudelijk is de samenwerking uitgewerkt in een regioplan voor de periode ‘23-‘28 waar alle gemeenteraden mee hebben ingestemd, inclusief tweejaarlijkse UP’s die de doelstellingen uit het regioplan concreet uitwerken. Formeel is er een samenwerkingsovereenkomst gesloten, maar de 35

houdbaarheid daarvan is ongewis vanwege de onduidelijkheid die is ontstaan over de doorcentralisatie

Daardoor is de juridische basis van de samenwerking niet meer in overeenstemming met de werkelijkheid. Ook is de juridisch grondslag voor de overdracht van financiën niet goed geborgd. Wat gaan we doen 25-26 ➢ De ambities en planning gaan we meer afstemmen op de tijd die nodig is voor goede communicatie, het creëren van draagvlak en het op de juiste plek inbedden van de formele besluitvorming. Per beleidsvoorstel of ander beslisdocument gaan we de ‘routing’ en de bijpassende planning zorgvuldig na. Dat kost wat meer tijd, maar draagt bij aan een goede uitvoering van het beleid. ➢ We gaan de samenwerkingsovereenkomst aanpassen, zodat de afspraken aansluiten bij het budgetrecht van de gemeenteraad van Utrecht. Ook moet de nieuwe versie voldoende grondslag bieden voor overdracht van financiële middelen tussen de gemeente Utrecht en de andere gemeenten.

36

Bijlage 1 Begrippenlijst

Addenda (enkelvoud: addendum) Een toevoeging of bijlage bij een document. Ambulantisering Dit is een trend waarbij de zorg steeds meer wordt verleend in de eigen omgeving van een cliënt, in plaats van in een zorginstelling. Basisset MO/BW De U16-gemeenten streven ernaar dat inwoners zo veel mogelijk kunnen herstellen in of dichtbij huis en zo onderdeel blijven van de maatschappij. Wat er nodig is, hangt mede af van de lokale omstandigheden. De U16-gemeenten hebben afgesproken te werken met een basisset MO/BW die bestaat uit elf bouwstenen: professionele ambulante ondersteuning, ambulante behandeling via de zorgverzekeraar, toegang tot een woonplek, schuldhulpverlening, inkomen, toeleiding naar (betaald) werk, time-outvoorziening, persoonlijke ontwikkeling, informele zorg, integratie in de wijk, preventie en vroegsignalering. Een goed ingerichte basisset vermindert de instroom in MO- en BWvoorzieningen en helpt bij het herstel van inwoners. Beschermd wonen (BW) Beschermd wonen is het wonen in een accommodatie van een zorgaanbieder met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Het is bedoeld voor mensen van 18 jaar of ouder met psychische of psychosociale problemen. De cliënt heeft 24 uur per dag en zeven dagen in de week toezicht en ondersteuning in nabijheid. Beschermd wonen valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015).

De Utrechtse gemeenten bieden inwoners die dat nodig hebben drie vormen van BW: beschermd thuis, beschermd verblijf en beschermd wonen specialistisch. •

Beschermd thuis (BT) Beschermd thuis is een voorziening die bedoeld is voor inwoners van een gemeente binnen de U16-regio die zelfstandig wonen maar (zeer) intensieve gespecialiseerde begeleiding met 24-uurs bereikbaarheid nodig hebben. BT is juridisch gezien geen BW-product, maar is een door Utrecht ingekochte voorziening die transformatie binnen BW mede vormgeeft. Het slaat de brug tussen wonen in een instelling en zelfstandig wonen.

•

Beschermd verblijf (BV) Beschermd verblijf is een voorziening die bedoeld is voor inwoners uit de U16 die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen en tijdelijk intensieve gespecialiseerde begeleiding in een 24uursvoorziening nodig hebben.

•

Beschermd wonen specialistisch (BW specialistisch) Beschermd wonen specialistisch is een bovenregionale voorziening (U16-niveau) die bedoeld is voor inwoners in de U16-regio die tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen en naast gespecialiseerde begeleiding in een 24-uurs-voorziening een specifieke ondersteuningsvraag, benadering en/of setting nodig hebben die niet lokaal of regionaal kan worden geboden.

Centrumgemeente 37

Een centrumgemeente is een gemeente die verantwoordelijk is voor het coördineren van bepaalde regionale taken, zoals maatschappelijke opvang en beschermd wonen, namens omliggende gemeenten. Zij ontvangt hiervoor subsidies van het Rijk. Voor beschermd wonen is Utrecht de centrumgemeente. Contingentwoningen/contingenten Dit zijn woningen die speciaal zijn toegewezen voor bepaalde doelgroepen, bijvoorbeeld voor de BWdoelgroep. Deze woningen worden beschikbaar gesteld door woningcorporaties. Coördinatieteam (CT) MO/BW U16 Het coördinatieteam (CT) MO/BW U16 is het ambtelijk overlegorgaan voor afstemming en voorbereiding. Elke regio wordt vertegenwoordigd door twee tot drie beleidsadviseurs. Het CT komt tweewekelijk bij elkaar. Het CT levert de stukken voor het DO MO/BW U16. Directeurenoverleg (DO) MO/BW U16 Het Directeurenoverleg (DO) MO/BW U16 is een regulier afstemmings- en voorbereidingsoverleg waarin de vier regio’s op directie en/of managementniveau vertegenwoordigd zijn. Het DO komt bijeen vooraf aan ieder RBO MO/BW U16. Het DO bekijkt of de randvoorwaarden voor beleidsvorming en uitvoering op orde zijn en aansluiten bij ambities en beleid. Daarnaast wordt de bestuurlijke beleidsvorming daar voorbereid. Doordecentralisatie BW De verantwoordelijkheid voor beschermd wonen wordt mogelijk per 1 januari 2026 doorgedecentraliseerd van regio’s (centrumgemeenten) naar gemeenten.

Daarnaast wordt er gewerkt aan een nieuw financieel verdeelmodel voor beschermd wonen. Deze doordecentralisatie zou oorspronkelijk per 2022 plaatsvinden, maar is al meerdere malen uitgesteld. Met de doordecentralisatie worden de BW-middelen gefaseerd aan elke gemeente verstrekt. Dit gebeurt aan de hand van een nieuw, objectief verdeelmodel. Daarnaast zal er een woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen gaan gelden. De nieuwe streefdatum voor invoering is 1 januari 2026. Enik Recovery College Dit is een ontmoetingsplaats en leeromgeving voor mensen die ervaring hebben met ontwrichting als gevolg van een psychische kwetsbaarheid of verslaving, en die willen werken aan hun herstel. Enik wordt gerund door ervaringsgenoten. Ernstig psychiatrische aandoening (EPA) EPA staat voor ernstig psychiatrische aandoening. Het gaat om langdurige stoornissen die aanzienlijke beperkingen in het sociaal en/of maatschappelijk functioneren veroorzaken en intensieve zorg vereisen. Voorbeelden hiervan zijn schizofrenie en een bipolaire stoornis. Extramuraal Zorg buiten een instelling, bijvoorbeeld thuiszorg. Extramurale zorg wordt ook wel ambulante zorg genoemd. Fairshare afspraken Dit zijn afspraken die gericht zijn op een eerlijke en rechtvaardige verdeling van middelen, verantwoordelijkheden of kosten tussen verschillende partijen. Deze afspraken maken we in U16verband over woonplekken. 38

G4-gemeenten De G4-gemeenten zijn de vier grootste gemeenten in Nederland: Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam. Gastheergemeente Een gastheergemeente is faciliterend. Utrecht heeft voor beschermd wonen de rol van gastheergemeente. Dat betekent dat Utrecht het besluitvormingsproces ondersteunt. Ook regelt Utrecht het contractmanagement en organiseert de gemeente andere uitvoerende taken zoals de Regionale Toegang en het innen van eigen bijdragen. Utrecht bewaakt regelgeving, toezicht en handhaving. Daarnaast vertegenwoordigt Utrecht de U16 op landelijke tafels. Tot slot zorgt Utrecht voor monitoring en de bijbehorende dataverzameling en -verwerking. Gemeenschappelijke regeling (GR) Samenwerkingsverband tussen verschillende overheidsorganen, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, bedoeld om gezamenlijke belangen te behartigen. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Het Gezond en Actief Leven Akkoord is een samenwerkingsovereenkomst tussen de overheid, gemeenten, GGD en zorgverzekeraars, gericht op het verbeteren van fysieke en mentale gezondheid, preventie en het versterken van de sociale basis. Intramuraal Zorg binnen een instelling, bijvoorbeeld beschermd wonen. Integraal Zorgakkoord (IZA) Samenwerkingsovereenkomst gericht op het waarborgen van toegankelijke, kwalitatief hoogwaardige en betaalbare zorg.

Lokale toegang Inwoners kunnen zorg vinden en aanvragen bij lokale teams (buurtteam, wijkteam of sociaal team). Licht verstandelijke beperking (LVB) 18+ Licht verstandelijke beperking bij personen van 18 jaar en ouder. Mensen met een LVB hebben een IQ tussen de 50 en 70 en ervaren aanzienlijke beperkingen in hun cognitieve ontwikkeling en vaardigheden. Maatschappelijke opvang (MO) Bedoeld voor mensen die hun thuissituatie hebben (moeten) verlaten en niet zonder hulp zelfstandig kunnen wonen. Zij moeten elk moment van de dag zorg kunnen krijgen. Onzelfstandige woningen Woonruimtes die niet volledig zelfstandig zijn. Bewoners hebben geen eigen toegang en kunnen gebruik maken van gedeelde voorzieningen. Ouder/kindplek Woonvoorziening voor ouders, vaak jonge moeders, die ondersteuning nodig hebben bij de zorg en opvoeding van hun kinderen. 39

Overgang 18- naar 18+ De overgang van jongeren die 18 jaar worden en de veranderingen in zorg en ondersteuning die daarbij komen kijken. De zorg die zij ontvangen gaat over van de Jeugdwet naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Persoonsgebonden budget (pgb) Geldbedrag waarmee mensen zelf zorg of ondersteuning kunnen inkopen. Zij bepalen zelf welke zorg zij ontvangen en wie deze zorg levert. Pitstops Lokale, tijdelijke woonvoorzieningen voor passende zorg en ondersteuning dichtbij huis voor inwoners die dreigen dakloos te worden. Prikkelarme woningen Woonvormen die zijn ontworpen om een rustige en veilige omgeving te bieden voor mensen met psychische problemen of andere kwetsbaarheden die moeite hebben met de prikkels in een reguliere woonomgeving. Programma MO/BW U16 Het programma MO/BW U16 wordt geleid door een manager in samenwerking met een projectsecretaris. De programmamanager is voorzitter van het CT en het DO en waar nodig of gewenst van werkgroepen. Pxq-financiering Financiering prijs x kwantiteit. De gemeente maakt afspraken met zorgaanbieders op basis van een vaste vergoeding per uur geleverde ondersteuning. Ravijnjaar Een jaar dat gemeenten minder geld krijgen van het Rijk.

Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) MO/BW U16 Het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) MO/BW U16 is bestuurlijk verantwoordelijk voor de regionale samenwerking op maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De bestuurlijke overlegtafel wordt gevormd door vier bestuurders die elk hun regio vertegenwoordigen. Het RBO MO/BW U16 komt zes keer per jaar bij elkaar. Regionale Toegang (RT) De Regionale Toegang beoordeelt de toegang tot Beschermd Wonen en de Maatschappelijke Opvang en is belegd bij de gemeente Utrecht.

Safehouse Een safehouse is een veilige en gezonde woonomgeving waarin vaardigheden die essentieel zijn voor herstel na een verslaving worden aangeleerd en geoefend met gelijkgestemden. Spreidingsvisie Beleidsdocument dat richtlijnen geeft over hoe voorzieningen of diensten over een gebied moeten 40

worden verspreid. In de U16 kennen we een BW-spreidingsvisie: deze visie betreft een goede spreiding van zorgvoorzieningen over de gehele U16-regio. T-gesprekken Er worden drie tertaalgesprekken (T-gesprekken) per jaar gevoerd met zorgaanbieders van beschermd wonen. Time-outvoorziening Als het tijdelijk niet lukt om zelfstandig te wonen, kunnen inwoners kort verblijven in een timeoutvoorziening. Dit biedt rust en kan helpen om de situatie te stabiliseren en verergering van klachten te voorkomen. De betrokken hulpverlener blijft verantwoordelijk voor de zorg en ondersteuning en ook het sociale netwerk blijft in stand, zodat daarin continuïteit is. Toeleidingsproces geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Traject dat mensen doorlopen om toegang te krijgen tot de juiste zorg en ondersteuning. U16 De zestien Utrechtse regiogemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist. De vier subregio’s zijn: Utrecht-Stad, ZuidOost Utrecht (ZOU), Lekstroom en Utrecht-West. Veldtafel Een overlegstructuur in de U16 met zorgorganisaties en gemeenten om gezamenlijke oplossingen te vinden voor complexe situaties en casuïstiek.

Vierde huis Via Het Vierde Huis (H4H) - een dienst van WoningNet - kunnen onder ander urgenties, huisvestigingsvergunningen en voorrang voor beroepen worden aangevraagd. Vierkant De inkoopafspraken die gastheergemeente Utrecht heeft gemaakt met zorgaanbieders. Wachtlijst Periode die mensen moeten wachten voordat ze toegang krijgen tot ondersteuning of tot een woning. Wet langdurige zorg (Wlz) De Wet langdurige zorg regelt en financiert onder andere de intramurale zorg voor inwoners die zijn aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht vanwege hun psychische stoornis. Er is vastgesteld dat de inwoner levenslange noodzaak heeft tot 24-uurs zorg in nabijheid. Er is geen uitzicht op verbetering of herstel. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 Wet die gemeenten verantwoordelijk stelt om zorg en ondersteuning te bieden aan inwoners die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Eén van de vormen van Wmo-ondersteuning is individuele begeleiding (IB).

41

Zelfredzaamheidsmatrix Instrument dat gebruikt wordt om de zelfredzaamheid van individuen te meten en verbeteren. Zorglandschap Overzicht van zorgvoorzieningen in de gehele U16.

42

Bijlage 2 Doelstellingen en pijlers Regioplan De 3 doelstellingen in het regioplan zijn vertaald naar 5 pijlers. Het plan zegt hierover het volgende: 1.

Inzetten op voorkomen en herstel: Meer dan nu het geval is willen we dat wijkteams en voorliggende partijen een rol gaan spelen bij inwoners die een ondersteuningsvraag hebben. Hierdoor zijn we beter in staat om de ondersteuningsvraag vroegtijdig met alle betrokkenen op te pakken, en voorliggende voorzieningen5 in te zetten. Zo kunnen we samen werken aan herstel. Lokale toegangen krijgen een grotere rol in de toeleiding richting BW. Inwoners blijven in beeld bij de lokale toegangen, waardoor herhaalde instroom in BW wordt voorkomen. Het is hierbij de rol van de lokale gemeente om te zorgen voor een passend niveau van lokale voorzieningen (lokale basisset), zoals voorzieningen rondom schulden, dagbesteding/werk en ambulante begeleiding. Pijlers: 1. Basisset & 2. toegang

2.

Verschuiving naar meer ambulante hulpverlening Beschermd Wonen zet in op het bieden van 24uurs zorg in de thuissituatie in plaats van het wonen in een intramurale voorziening. Dat betekent dat er vaker Beschermd Thuis (BT) wordt ingezet. Dit vraagt een andere manier van begeleiding en andere voorwaarden in de wijken en dorpen. Hierover worden afspraken gemaakt met aanbieders en partijen in de wijk. Daarnaast vraagt dit voldoende woonplekken in alle 16 gemeenten. De realisatie daarvan binnen alle U16-gemeenten volgens de contingent7 afspraken en de ontwikkeling van alternatieve woonvormen heeft hierin prioriteit8. Hierdoor wordt het mogelijk dat cliënten in de regio/eigen gemeente, blijven wonen. Hiervoor worden afspraken gemaakt met woningcorporaties en alle gemeenten. Pijlers: 3. aanbieders & 4. woonplekken

3.

Gezamenlijk doorontwikkelen en sturen op het zorglandschap. Beschermd Wonen zal nodig blijven voor een deel van de cliënten. We houden voor deze cliënten zo lang als dat nodig is gezamenlijk de infrastructuur en 24-uurs voorzieningen in stand. Daarbij sturen we gezamenlijk op een goede spreiding van voorzieningen over de gehele U16-regio. Voor Beschermd Thuis betekent dit dat we direct in alle gemeenten kijken waar extra plekken nodig zijn. Voor Beschermd Verblijf (BV) sluiten we aan bij de ontwikkeling van vraag en aanbod. Als er een nieuwe locatie nodig is, wordt bekijken alle 16 gemeenten of en waar dit het beste past. Een voorwaarde hiervoor is dat gemeenten klaar zijn voor de decentralisatie van deze taken. Er zijn afspraken gemaakt over een eerlijke verdeling van de middelen. Daarnaast wordt er een dashboard ontwikkeld met stuur- en monitoringsinformatie. Gemeenten zullen komende jaren met de centrumgemeente op verschillende onderdelen gaan leren. Tot slot zal, na een evaluatie, gezamenlijk worden bekeken waar verdere verschuiving van taken mogelijk en wenselijk is. Pijlers: 5. spreiding van voorzieningen

7 Contingent woningen zijn woningen die door de woningbouwcorporaties ingezet worden voor uitstroom van

de BW doelgroep. 8 waarbij ook draaglast en draagkracht van de wijken meegenomen wordt.

43

Bijlage 3 Verdeling lokale basis per gemeente In onderstaande tabel is de verdeling van de post lokale basis in de werkbegroting aangegeven, verdeeld over de U16-gemeenten. De verdeling is gemaakt op basis van het objectief verdeelmodel zoals dat voor de doordecentralisatie van Beschermd Wonen in uitgewerkt. De middelen voor de lokale basis worden overgemaakt aan de gemeenten.

Utrecht Utrechtse Heuvelrug Houten De Ronde Venen Bunnik Oudewater Zeist Woerden Vijfheerenlanden Ijsselstein Lopik Nieuwegein Stichtse Vecht De Bilt Wijk bij Duurstede Montfoort U Totaal U16

Verdeling lokaal Verdeling lokaal Verdeling lokaal maatwerk (obv maatwerk 2025 in maatwerk 2026 in verdeelmodel) € € 47,5% € 11.698.079 € 9.968.389 4,9% € 1.206.606 € 1.028.196 4,3% € 1.055.926 € 899.796 3,0% € 728.934 € 621.153 1,3% € 325.420 € 277.303 0,9% € 229.644 € 195.689 8,0% € 1.982.381 € 1.689.264 4,5% € 1.106.296 € 942.718 4,0% € 997.549 € 850.050 2,5% € 623.771 € 531.539 1,1% € 282.868 € 241.043 6,4% € 1.583.749 € 1.349.574 4,4% € 1.092.843 € 931.254 4,0% € 988.765 € 842.565 1,9% € 465.577 € 396.736 1,1% € 269.591 € 229.729 100% € 24.638.000 € 20.995.000

44

Bijlage 4 Besluitvorming

45

Bijlage 5 Kansen en risico’s Rondom MO/BW zien wij de nodige kansen en risico’s. Deze staan hieronder opgesomd, met daarnaast hoe wij hierop in willen spelen.

Kansen en risico’s

Follow up

Digitalisering: mogelijkheden voor meer zorg We gaan in het kader van hervormingen en op maat, makkelijker 24-uurs zorg in kleinere verlengingen/aanbesteding in gesprek met kernen. aanbieders om deze mogelijkheden mee te nemen in de afspraken. Minder taboe op psychische kwetsbaarheid/ We richten ons meer op de mogelijkheden die meer openheid over psychische wijken en communitywork bieden, vooral in onze kwetsbaarheid zoektocht naar een stevige basisset. Initiatieven van en voor de doelgroep worden meer ondersteund, om te beginnen de infrastructuur voor peer-support. Aandacht voor positieve gezondheid/ We zetten komende jaren versterkt in op een aandacht voor preventie. Biedt de kans om goede basis/betere preventie. vroegtijdig psychische problematiek te signaleren en escalatie te voorkomen. Financiële tekorten/ravijnjaar. Minder Vanuit de werkgroep hervormingen is dit opgepakt budget biedt ook kansen om dingen anders en wordt dit via deze lijn ingevuld. te doen. Arbeidsmarkt/personeelstekorten. Meer We verkennen de werkwijze ‘work first’ binnen de kansen voor de doelgroep om betaald werk zoektocht naar een goede basisset. en een zinvolle plek in het arbeidsproces te krijgen. Woningtekort.

Biedt een kans om het te Gesprek over en lobby voor creatieve woonvormen hebben over alternatieve volwaardige in het algemeen en onzelfstandige woningen in het woonconcepten, zeker als deze op korte bijzonder is een speerpunt van de werkgroep termijn kunnen worden gerealiseerd. wonen. Steeds groter wordend woningtekort. Ook We zien dat het woningtekort het hele systeem nog meer doelgroepen voor de schaarse frustreert. Woningbouw is de lange termijn beschikbare woningen voor huisvesting strategie en is al lastig; op korte termijn zoeken we bijzondere doelgroepen (EU rechtentool, het vooral in het mogelijk maken van creatieve extramuralisering VG). woonvormen, die tot volwaardige woonplekken kunnen leiden. Is een speerpunt van de werkgroep wonen. Groei van het aantal inwoners die een Meer investeren in de lokale basis om escaleren beroep zou kunnen doen op BW: meer van problematiek te voorkomen. inwoners met ernstige psychische problematiek

46

Draagkracht samenleving neemt af/ minder samenhang: minder leefbaarheid in wijken, polarisatie, maatschappij wordt ingewikkelder, grotere welvaartskloof. Financiële vraagstukken /bezuinigingen. En zo niet binnen BW dan wel bij aanpalende sectoren (MO, jeugd, gemeentefinanciën algemeen). Personeelstekort in de zorg. Politieke onzekerheid. Onduidelijkheid over doordecentralisatie. Spanning tussen budgetrecht Utrechtse raad en streven om gelijkwaardig en samen BW vorm te geven.

Via de basisset bekijken we welke voorzieningen het meest passend zijn, en we kijken daarbij ook naar versterking van cohesie en wijken. Community building wordt gefinancierd in de basisset. We zetten in op afstemmen van initiatieven en prioriteiten met aanpalende sectoren, opdat we elkaar maximaal versterken en niet gaan dubbelen of zelfs tegenwerken. We zijn op zoek naar waar we de meeste toegevoegde waarde kunnen leveren. Sturen op zorg zo licht mogelijk inrichten en liefst de behoefte aan gespecialiseerde zorg voorkomen door te investeren in de lokale basis. Binnen de U16 is gekozen om door te gaan op het pad van gezamenlijke financiering en inzet van BW, doordecentralisatie of niet. Dit wordt voortgezet. Herijken van de samenwerkingsovereenkomst waarin, gegeven het budgetrecht van de Utrechtse raad, samenwerkingsafspraken worden opgenomen.

47

Bijlage 6 Visie op spreiding van BW voorzieningen in de U16 In het Regioplan Beschermd Wonen 2023- 2028 wordt gesproken over spreiding van Beschermd Wonen-voorzieningen (BW bovenregionaal, BV en BT) in de U16. In lijn met het vorige uitvoeringsprogramma heeft de U16-werkgroep Zorglandschap een gezamenlijke visie opgesteld over wat een gewenste spreiding is en hoe we daar naartoe willen werken. Hieronder is kort omschreven wat hierover in het Regioplan is vastgelegd. Op basis daarvan zijn de uitgangspunten aangevuld en verder uitgewerkt. Wat is er al eerder vastgesteld over de spreiding? Belangrijke uitgangspunten voor de spreiding uit Regioplan en uitvoeringsplan BW 2023-2028: We werken door aan onze ambitie uit de Regionale koers van 2017: ‘passende ondersteuning van deze kwetsbare doelgroep, zo thuis mogelijk’. We willen dat mensen een zo gewoon mogelijk leven kunnen leiden, in de eigen woon-en leefomgeving (thuis) zodat zij mee kunnen doen. Daartoe organiseren we passende zorg en ondersteuning op die plek waar mensen zich het meeste thuis voelen. We houden voor deze cliënten zo lang als dat nodig is gezamenlijk de infrastructuur en 24-uurs voorzieningen in stand. Daarbij sturen we gezamenlijk op een goede spreiding van voorzieningen over de gehele U16-regio. Voor Beschermd Thuis betekent dit dat we direct in alle gemeenten kijken waar extra plekken nodig zijn.

Voor Beschermd Verblijf (BV) sluiten we aan bij de ontwikkeling van vraag en aanbod. Als er een nieuwe locatie nodig is, wordt in alle 16 gemeenten bekeken waar dit het beste past. Doel spreiding Het uitgangspunt is de inwoner. In de toekomst gaan we uit van voorzieningen die over de hele U16 evenredig verspreid zijn zodanig dat inwoners in hun eigen gemeente of regio in BW9-zorglocaties kunnen gaan wonen als dat nodig is. Het is dan ook logischer dat ze daar uitstromen en daarmee ook dichter bij hun netwerk blijven als ze zelfstandig gaan wonen waar dat wenselijk is voor hun herstel. Bijvangst is dat de uitstroom naar zelfstandige huisvesting ook beter verdeeld is over de regio. Uitgangspunten spreiding Uitgangspunten voor inwoners die behoefte hebben aan voorzieningen in het kader van beschermd wonen (BW bovenregionaal, BV en BT) -

Inwoners voor zover mogelijk in hun eigen omgeving/ regio de beste kans op herstel geven. Inwoners waar mogelijk thuis ondersteunen en wanneer dat noodzakelijk is zorgen voor een voorziening waar ze terecht kunnen. Uitgangspunt is dat inwoners bij uitstroom uit de voorziening terugkeren naar de (eigen) wijk of eigen huis.

9 Hiermee bedoelen we zowel de BW bovenregionale als de BV voorzieningen

48

Kern van deze koers is dat Beschermd Wonen veel meer in de nabijheid van de inwoner wordt georganiseerd. Door ondersteuning, bescherming en behandeling zo veel mogelijk in de thuissituatie in te zetten, stijgt de kwaliteit van leven. Kwetsbare inwoners kunnen zo onderdeel blijven van de samenleving. Inwoners zo min mogelijk laten verhuizen, maar wel zo snel mogelijk op de juiste plek ondersteunen. Instromen in een BW- of BV-plek is een uitzondering, inwoners die BT zorg nodig hebben, ontvangen dat in hun eigen woning. Wanneer dat niet haalbaar is, blijven BW- of BV- plekken toegankelijk. o

-

Uitgangspunten voor gemeenten -

-

-

Bij spreiding van BV en BT wordt als uitgangspunt de vraag van inwoners genomen. Bij locaties BW Bovenregionaal - locaties is het uitgangspunt draaglast en draagkracht van de gemeenten. Spreiding over de wijken van voorzieningen, zowel intramuraal als ambulant, moet ook vanuit dat oogpunt bekeken. De gemeenten van herkomst zijn verantwoordelijk voor de eigen inwoners, dat geldt voor wanneer zij in een BW- voorziening zitten en vervolgens wanneer zij uitstromen naar de eigen gemeenten. Doordat de sociale teams het vooronderzoek doen bij de eerste aanvraag, kennen ze de betreffende inwoner, wat bij uitstroom ook een soepele overgang en terugkoppeling mogelijk maakt.

Uitgangspunten passend aanbod -

We streven naar het juiste aanbod op het juiste niveau (regio en U16). Dat vraagt om een evenredige spreiding van de huidige voorzieningen en om het aanpassen van het huidige aanbod aan de hand van de vraag (vraag naar safehouses en BW plekken voor gezinnen, prikkelarm wonen, ed).

Uitgangspunt financiën Het huidige budgettaire kader is vooralsnog leidend voor de opgave Zorglandschap en de spreidingsvisie. De visie is gebaseerd op evenredigheid, dus zowel toepasbaar bij een toename van het budget als bij een afname. Uitgangspunten regionale spreiding -

Beschermd Wonen-voorzieningen zullen nodig blijven voor een deel van de inwoners. We houden voor deze cliënten zo lang als dat nodig is gezamenlijk de infrastructuur en 24-uurs voorzieningen in stand. Daarbij sturen we gezamenlijk op een evenredige spreiding van voorzieningen over de gehele U16-regio. o Voor Beschermd Thuis (BT) betekent dit dat we direct in alle gemeenten kijken waar extra plekken nodig zijn. BT is echt een voorziening die zo dicht mogelijk bij het eigen netwerk beschikbaar zou moeten zijn.

49

•

•

Voor Beschermd Verblijf (BV) sluiten we aan bij de ontwikkeling van vraag en aanbod en kijken we naar de verdeling op het niveau van de subregio’s (West, Zou, Lekstroom en Utrecht stad). Uitgangspunt is dat subregio’s voldoende plekken hebben voor hun eigen inwoners. o Het gaat hierbij om de spreiding van aantal plekken. Op individueel niveau kan het nog voorkomen dat een cliënt beter passende zorg kan ontvangen op een locatie in een andere regio. Als er een nieuwe locatie nodig is, wordt in alle 16 gemeenten bekeken waar die het beste past. Voor BW-bovenregionaal: het aantal van dit soort plekken bekijken we op U16-niveau. Vanwege het zware zorgkarakter en het kleine aantal cliënten is concentratie op een beperkt aantal locaties gewenst. Mochten er bovenregionale voorzieningen bijkomen, dan is Utrecht geen wenselijke locatie vanwege beperkingen in draagvlak en draagkracht. Een andere reden is dat Utrecht dan alle voorzieningen zou herbergen. Hoewel daar geen plannen voor zijn, is dit gegeven belangrijk om mee te nemen in een spreidingsvisie voor eventuele toekomstige uitbreiding of verplaatsing. Het biedt ook een kans om buiten Utrecht BW-bovenregionaal te hebben, waardoor voor een bepaalde groep het aanbod wellicht dichterbij huis komt.

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=411fa99c-0f2c-48c7-8596-a68b2f3c3adb