Uitvoeringsprogramma Beschermd wonen en Maatschappelijke Opvang U16-2025-2026
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma Beschermd wonen en Maatschappelijke Opvang U16 2025 – 2026
1
Inhoud 1.
Samen aan de slag in de U16 voor Beschermd wonen...............................................................4
2.
Overige lopende trajecten ..........................................................................................................5 2.1 Hervormingen ..............................................................................................................................5 2.2 Maatschappelijke opvang ..............................................................................................................5
3.
Pijlers: inzet in 2025 - 2026 ........................................................................................................7 Leeswijzer ............................................................................................................................................7 3.1 Basisset ........................................................................................................................................7 3.2 Woonplekken ..............................................................................................................................9 3.3 Toegang .....................................................................................................................................12 3.4 Aanbieders...................................................................................................................................14 3.5 Sturen op het zorglandschap .....................................................................................................16 3.6 Jongeren/ jongvolwassenen ......................................................................................................19
4
Monitoren, dialoog en lobby ....................................................................................................21 4.1 Sturen en monitoren .................................................................................................................21 4.2 Dialoog: leren, informatie en communicatie .............................................................................22 4.3 Lobby ...........................................................................................................................................23
5
Financiële samenwerking U16 2025 - 2026 ..............................................................................25 5.1 Financiële samenwerking ............................................................................................................25 5.2 Samenhang met andere financiële stromen .............................................................................26 5.3 Begroting 2025 – 2026 ................................................................................................................26
6.
Planning, organisatie en inrichting ...........................................................................................34 6.1 Mijlpalenplanning ........................................................................................................................34 6.2 Regionale samenwerking.............................................................................................................34 Bijlage 1 Begrippenlijst ......................................................................................................................37 Bijlage 2 Doelstellingen en pijlers Regioplan .....................................................................................43 Bijlage 3 Verdeling lokale basis per gemeente ..................................................................................44 Bijlage 4 Besluitvorming ....................................................................................................................45 Bijlage 5 Kansen en risico’s ................................................................................................................46 Bijlage 6 Visie op spreiding van BW voorzieningen in de U16 ...........................................................48
2
3
1. Samen aan de slag in de U16 voor Beschermd wonen Dit uitvoeringsprogramma (UP) Beschermd Wonen (BW) U16 2025-20261 beschrijft wat we in deze jaren willen doen en bereiken. De primaire doelgroep van onze inspanningen zijn volwassen inwoners van de U162 die door psychische of psychosociale beperkingen tijdelijk niet in staat zijn zelfstandig te leven dan wel van wie het vermogen daartoe onder druk staat. Onze gezamenlijke ambitie is het tijdig realiseren van passende ondersteuning van deze kwetsbare doelgroep. We willen dat mensen een zo gewoon mogelijk leven kunnen leiden, in de eigen woon- en leefomgeving, zodat zij mee kunnen doen in de samenleving. Daartoe organiseren we passende zorg en ondersteuning op die plek waar mensen zich het meest thuis voelen. Dat draagt bij aan hun herstel. Dat betekent dat we zoveel mogelijk uitgaan van ondersteuning in de wijken en dorpen in onze regio. En als er meer nodig is, organiseren we een beschermende woonomgeving, zo kort als mogelijk maar ook zo lang als nodig. Deze ambitie is in het ‘Regioplan U16 – Beschermd Wonen’ vertaald in drie doelstellingen en 5 pijlers: 1.
Inzetten op voorkomen en herstel: lokale toegangen krijgen een grotere rol in de toeleiding richting BW. Gemeenten zorgen voor een passend niveau van lokale voorzieningen (lokale basisset), zoals voorzieningen rondom schulden, dagbesteding/werk en ambulante begeleiding. Pijlers: 1. Basisset & 2. Toegang
2.
Verschuiving naar meer ambulante hulpverlening: inzetten op het bieden van 24- uurs zorg thuis in plaats van het wonen in een intramurale voorziening. Met voldoende woonplekken in alle 16 gemeenten wordt het mogelijk dat cliënten in de regio/eigen gemeente blijven wonen. Pijlers: 3. Aanbieders & 4. Woonplekken
3.
Gezamenlijk doorontwikkelen en sturen op het zorglandschap: gezamenlijk sturen op een goede spreiding van passende voorzieningen over de gehele U16-regio. Pijlers: 5. zorglandschap
Utrecht is als centrumgemeente verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. In 2017 bereikten de VNG en het ministerie het akkoord dat deze taak verantwoordelijkheid zou worden van alle gemeenten, zodat ze meer regie en verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de zorg voor de eigen inwoners. Deze doordecentralisatie is steeds uitgesteld en op het moment van totstandkoming van dit UP is niet bekend of en wanneer deze alsnog gaat plaatsvinden, maar in de U16 omarmen we deze beweging nog steeds. We willen samen verantwoordelijk zijn voor het beschikbaar houden van passende zorg en ondersteuning voor alle inwoners in de U16. Het uitgangspunt is lokaal wat lokaal kan, regionaal wat meerwaarde heeft.
1 In bijlage 1 is een uitgebreide begrippenlijst toegevoegd.
2 De U-16 gemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater,
Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist.
4
2. Overige lopende trajecten Er lopen twee trajecten die invloed gaan uitoefenen op welke werkzaamheden wanneer plaatsvinden: de beleidsnota ‘Voorkomen dakloosheid’ en het traject gericht op hervormingen van het Beschermd Wonen. Deze kunnen er toe leiden dat het actieprogramma zoals dat in het volgende hoofdstuk is uitgewerkt binnen de looptijd aangepast moet worden. Hieronder volgt een korte toelichting daarop.
2.1 Hervormingen De doelstellingen uit het regioplan staan nog steeds. Er is wel een verschuiving zichtbaar in de aandacht naar meer nadruk op voorkomen en herstel. Niet alleen na uitstroom uit BW maar ook gedurende de periode dat cliënten BW-zorg ontvangen. Het gaat niet alleen meer om de vraag intramuraal of extramuraal. De focus komt meer te liggen op ervoor zorgen dat inwoners met een psychische kwetsbaarheid een dagelijks leven kunnen leiden dat zoveel mogelijk overeenkomt met dat van mensen zonder die kwetsbaarheid. Het gaat niet alleen om wonen, maar ook om leefgebieden als werken en leren, sociale contacten, en het regelen van financiële zaken. Er is een aanzwellende maatschappelijke discussie over de effecten van Beschermd Wonen. De vraag is in hoeverre de aanpak het herstel van cliënten bevordert. En er zijn andere redenen voor een kritische blik naar de inrichting van onze zorg. Allereerst is er een capaciteitsvraagstuk: aanbieders kampen met serieuze personeelstekorten en de verwachting is dat die alleen nog maar zullen toenemen. Ook zijn er financiële vraagstukken. Utrecht werd in 2024 geconfronteerd met een groot financieel tekort, wat leidde tot een taakstelling op Beschermd Wonen. Voor de korte termijn is hier een oplossing voor gevonden, maar de kans is reëel dat we in de toekomst toch met minder geld toe moeten.
Er is daarom in 2024 op verzoek van het RBO een werkgroep van start gegaan die, in een dialoog met aanbieders en cliënten/cliëntvertegenwoordigers, in beeld brengt welke hervormingen wenselijk zijn en hoe we die kunnen effectueren. Dit zal resulteren in een hervormingsplan. De planning is dat het hervormingsplan er tegen de zomer 2025 zal liggen. Tegen die tijd zal dit UP naast het hervormingsplan worden gelegd en bekijken we in hoeverre aanpassingen nodig zijn. Wat gaan we doen (2025 - 2026) ➢ We maken een hervormingsplan. Er wordt een overzicht gegeven van welke acties voortvloeien uit het hervormingsplan en deze worden geïntegreerd in dit uitvoeringsprogramma. De planning wordt hierop aangepast.
2.2 Maatschappelijke opvang Maatschappelijke Opvang (MO) behelst het bieden van een veilige plek aan dakloze inwoners die niet in staat zijn om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Er zijn veel raakvlakken tussen MO en BW. De doelgroepen vallen grotendeels samen. Het gaat veelal om mensen met een psychische kwetsbaarheid, met vraagstukken rondom wonen, participatie, herstel en zelfredzaamheid. Preventieve voorzieningen zijn voor beide doelgroepen meestal passend. Op dit moment heeft 10% van de mensen in de MO een BW-indicatie. De vraagstukken rondom de 5
beweging van wonen in een instelling naar (zelfstandig) wonen met passende ambulante begeleiding komen overeen. Utrecht is centrumgemeente voor beide beleidsterreinen, maar er is wel sprake van verschillende financiële stromen. De beleidsvorming wordt nationaal vaak geïntegreerd. Ook in het regioplan staat dat de U16 op het gebied van MO wil samenwerken en leren. In 2023 is besloten dat het voorkomen van dakloosheid ook onder de samenwerking BW U16 gaat vallen om het overzicht op beide beleidsterreinen te houden en ze op elkaar af te kunnen stemmen.3 Op het moment van totstandkoming van dit nieuwe UP BW is ook het beleidsplan regionale aanpak voorkomen dakloosheid in de maak. Hierin wordt vooral ingegaan op wat er nodig is (basisset en woonplekken) om dakloosheid te voorkomen of om mensen zo snel mogelijk te laten uitstromen uit de maatschappelijke opvang.4 Wat gaan we doen (2025 - 2026) ➢ De stappen die nodig zijn voor de uitvoering van de beleidsnota ‘Voorkomen dakloosheid’ wordt in een addendum toegevoegd aan dit UP. We bekijken hoe de organisatie van BW in de regio gebruikt kan worden om de uitvoering van die nota zo efficiënt mogelijk te laten lopen. Er komt één mijlpalenplanning om de voortgang van zowel de plannen voor BW als voor het voorkomen van dakloosheid in de U16 te bewaken.
Deze planning sluit aan bij de capaciteit die binnen de totale dakloosheid beschikbaar is. ➢ Vanuit beide financieringsstromen zetten we in op de lokale basis en op het bevorderen van woonplekken voor beide doelgroepen. We stemmen de afwegingskaders voor de inzet van middelen op elkaar af
3 Aanvankelijk werd toegewerkt naar een actieplan voorkomen dakloosheid; in juni 2024 is besloten dat we geen actieplan
maar een beleidsplan voorkomen dakloosheid opstellen. 4 Overheidsbeleid mbt dakloosheid omvat ook het bieden van voorzieningen voor maatschappelijke opvang. De gemeente Utrecht organiseert dit vanuit haar centrumfunctie. Het beleidsplan richt zich niet op de voorzieningen voor maatschappelijke opvang.
6
3. Pijlers: inzet in 2025 - 2026 Leeswijzer Hieronder staat per pijler om te beginnen nog eens het beoogd resultaat zoals dat geformuleerd is in het regioplan, eventueel aangescherpt naar aanleiding van de ervaringen en inspanningen tot nu toe. Daarna staat kort beschreven wat er tot nu toe is bereikt in de periode 2023-2024. Vervolgens laten we zien wat de inzet en doelstellingen voor de periode 2025-2026 zijn. Het is daarbij belangrijk om voor ogen te houden dat Beschermd Wonen zich in een dynamisch beleidsveld bevindt, met veel aanverwante of overlappende domeinen en ontwikkelingen. Denk aan het landelijke programma ‘Thuis voor Iedereen’, aan IZA, GALA, maar ook aan beleidstrajecten op het terrein van jeugd, wonen en de sociale basis. Vanuit deze samenwerking hebben we direct zeggenschap over de inrichting en aansturing van de zorg binnen voorzieningen voor Beschermd Wonen. Maar daarnaast willen we zo goed mogelijk aansluiten bij alle ontwikkelingen, samenwerken voor optimale resultaten en ons steeds afvragen wat de meerwaarde is van BW. Dit heeft de keuzes voor de acties hieronder mede bepaald.
3.1
Basisset
Beoogd resultaat (2023 - 2028) Elke gemeente uit de U16 zorgt ervoor dat kwetsbare inwoners (doelgroep MO/BW) zo goed mogelijk hun leven kunnen leiden in hun wijk, dorp of stad. Dit voorkomt dat zij de regie op hun leven kwijtrijken. Wat er nodig is, hangt mede af van de lokale omstandigheden. De U16-gemeenten hebben afgesproken te werken met een basisset die bestaat uit verschillende bouwstenen.5 Per bouwsteen kennen we op regionaal en lokaal niveau verschillende voorzieningen. Een goed ingerichte basisset maakt het mogelijk dat voorkomen wordt dat inwoners instromen in MO- en BWvoorzieningen en biedt oplossingen die helpen in het herstel van inwoners. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) Overdracht middelen vanuit Utrecht naar andere regio’s: start versterking basisset Vanaf 2023 draagt Utrecht middelen voor de basisset over aan de andere gemeenten binnen de U16, op basis van een objectief verdeelmodel. We zien dat de gemeenten vanuit deze extra middelen een extra impuls kunnen geven aan versterking van de lokale sociale basis voor psychisch kwetsbare inwoners. Deze inzet is belangrijk in het kader van het herstel van cliënten en, hiermee samenhangend, de houdbaarheid het Beschermd Wonen voorzieningenstelsel. We hebben in kaart gebracht welke voorzieningen er per gemeente aanwezig zijn.
Het gaat om een lange en weinig overzichtelijk lijst, waardoor we niet kunnen beoordelen of we de goede 5 De bouwstenen van de basisset zijn (uit: Regionale koers MO en BW U16):
1 Professionele ambulante begeleiding ; 2. Ambulante behandeling via de zorgverzekeraar; 3. Toegang tot een woonplek; 4. Schuldhulpverlening, 5. Inkomen; 6. Toeleiding naar (betaald) werk; 7. Time-outvoorziening; 8. Persoonlijke ontwikkeling; 9. Informele zorg; 10. Integratie in de wijk; 11. Preventie en vroegsignalering.
7
dingen doen en of we de dingen goed doen. Ook is het moeilijk om in beeld te krijgen of er kansen zijn voor samenwerking of we dat elkaar ergens kunnen versterken. Enik en pitstops We hebben twee voorzieningen in de basisset ontwikkeld, die voor steeds meer bewoners van de U16 beschikbaar zijn: • het Enik Recovery College: een ontmoetingsplaats en leeromgeving voor mensen die ervaring hebben met ontwrichting, door een psychische kwetsbaarheid of verslaving, en willen werken aan hun herstel. Enik wordt gerund door ervaringsgenoten. • Pitstops: lokale, tijdelijke woonvoorzieningen voor passende zorg en ondersteuning dichtbij huis voor inwoners die dreigen dakloos te worden. Wat gaan we doen (2025 - 2026) Gemeenten zijn blij met de middelen voor de lokale basis, die stappen mogelijk maken op het gebied van preventie en herstel. Er is nu behoefte aan informatie en uitwisseling over wat wel en wat niet werkt in de basisset, over welke voorzieningen het meest effectief zijn, aan transparantie over wat we doen om van elkaar te leren en elkaar te helpen bij de goede inrichting van de basisset. Dus: ➢ We bepalen gezamenlijk welke voorzieningen het meest effectief zijn voor het zelfstandig functioneren vanen door iedere gemeente of regio minimaal aangeboden zouden moeten worden. We gaan daarbij de in het regioplan genoemde set bouwstenen tegen het licht houden en indien nodig aanpassen.
We zetten de volgende stappen: • Uitwisseling van werkzame en niet-werkzame elementen van de basisset per regio. • Ophalen en analyse van ervaringen uit andere regio’s in Nederland. • Wetenschappelijk onderzoek naar werkzame elementen in de basisset. • Onderzoek onder cliënten en bij de lokale toegangen We maken daarbij expliciet bij welke voorzieningen specifiek jongeren/ jongvolwassenen baat hebben. ➢ We stellen een afwegingskader op voor de besteding van middelen voor het lokaal en regionaal maatwerk. ➢ We zorgen voor de (door)ontwikkeling van de basisset en brengen de stappen in beeld waarmee gemeenten aan de slag gaan. ➢ We stellen vast welke gegevens nodig zijn om de (door)ontwikkeling van de basisset MO/BW U16 te monitoren, zoals in- en uitstroom uit voorzieningen MO/BW. We verzamelen, analyseren en duiden deze cijfers, en op basis hiervan geven we onze inzichten over de verdere ontwikkeling. ➢ We zorgen voor afstemming met andere programma’s die ook inzetten op een basisset voor dezelfde of vergelijkbare doelgroepen, zoals GALA, IZA en de beleidsnota dakloosheid. We maken een overzicht van welke voorzieningen onder welk programma worden ingericht en stemmen die op elkaar af.
8
➢ De acties uit het nog op te stellen hervormingsplan MO/BW die betrekking hebben op de basisset MO/BW U16 werken we uit in concrete stappen. ➢ We brengen in beeld hoe het staat met de kennis bij de lokale toegangen ten aanzien van ernstige psychiatrische aandoeningen en welke zorg en hulp daar goed bij past, en inventariseren of en zo ja welke leerbehoefte hier is. Doel is dat mensen beter worden toegeleid naar beschermd wonen, maar ook vooral lokaal meer passende begeleiding krijgen en dat de samenwerking met andere domeinen wordt verstevigd. Naar aanleiding van deze inventarisatie rollen we een leertraject uit met de betrokken toegangsmedewerkers. Wat merkt de inwoner hiervan? De voorzieningen die het meest effectief en efficiënt zijn bij ondersteuning van mensen met een psychische kwetsbaarheid die zelfstandig leven, zijn lokaal in iedere gemeente of regio aanwezig of worden daar opgebouwd. Deze voorzieningen zijn toegankelijk voor inwoners die ze nodig hebben. Financiering en daarmee continuïteit van deze voorzieningen is geborgd. We voorkomen daarmee dat een aantal inwoners hun zelfstandigheid verliezen en moeten instromen in BW. Cliënten die uitstromen uit BW krijgen goede nazorg.
3.2
Woonplekken
Beoogd resultaat We willen voldoende woonplekken realiseren voor mensen die kunnen uitstromen, zo dicht mogelijk bij hun eigen omgeving, zodat de nabijheid van het netwerk de kans op succesvolle uitstroom kan vergroten. Voldoende woningen beschikbaar hebben voorkomt dat mensen worden geremd in hun herstel en maakt dat er weer plek vrijkomt voor anderen die zorg nodig hebben waardoor de wachtlijsten voor zorg afnemen. We kijken naar manieren om de beschikbaarheid van kleinere, goedkope woningen zo groot mogelijk te maken, en naar alternatieven zoals tijdelijke huisvesting, woningdelen of inwonen bij het netwerk. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) Huisvestingsafspraken Om voldoende passende woonplekken te creëren voor de in- en uitstroom uit beschermd wonen, zijn contingent-afspraken gemaakt in de U16. Deze worden helaas niet altijd geheel behaald, onder andere vanwege het nijpende woningtekort in onze regio. Hieronder de grafiek van de realisatie van het contingent in 2024 op moment van schrijven van dit UP.
9
Uitstroom stroomlijnen In iedere regio zijn met alle betrokken partijen afspraken gemaakt over de werkwijze bij uitstroom van MO/BW en het voorkomen van terugval. Aanpak langwachtenden: aanjaagfunctie Zodra iemand meer dan 6 maanden op de wachtlijst staat om uit te stromen, krijgt hij/zij het label ‘lang wachtend’ en wordt er extra inzet gepleegd om de uitstroom te bewerkstelligen. Zo zijn er kwartiermakers aangesteld om lang wachtenden beter te plaatsen. Dit is een effectieve interventie gebleken. Daarnaast wordt er nu ook gekeken naar de tweede of derde voorkeur voor woonplaats. Woonzorgvisies De meeste gemeente hebben een woonzorgvisie of hebben die in de maak, en ook in de woonzorganalyse van de provincie is meegesproken en – gedacht. We denken mee over het opstellen van afspraken voor de U16 voor huisvesting van aandachtsgroepen. Wat gaan we doen (2025 - 2026) ➢ We maken mogelijk dat er meer onzelfstandige woonplekken komen, met me buiten de stad Utrecht. ‘Onzelfstandige woonplekken’ zijn woningen waar bewoners een voordeur en voorzieningen als badkamer en/of keuken’ delen. Denk aan studentenkamers of kamers bij een hospita. We zijn daarbij aanvullend op/sluiten aan bij het traject dat in Utrecht en andere gemeenten al loopt om de bestaande woningvoorraad zo goed mogelijk te benutten.
Vanuit ons programma willen we ervaring opdoen met deze manier van het benutten van de bestaande woningvoorraad en die ervaringen delen. We stellen menskracht beschikbaar om kansen te zoeken en snel te kunnen pakken als die zich voordoen. We hebben budget dat kan dienen als smeerolie, om een businesscase rond te krijgen, om bijkomende kosten waar geen andere potjes voor zijn te financieren. We bieden vervolgens begeleiding/sociaal beheer om de leefbaarheid rondom deze intensief bewoonde plekken optimaal te houden. We doen dit als pilot, om zichtbaar te maken hoe het kan werken en een voorbeeld te creëren.
10
➢ Voor onze doelgroep is van belang dat er (nog) meer aandacht komt voor de urgentie van betaalbaar en flexibel wonen. We verspreiden daartoe periodiek informatie (nog te bedenken hoe en wat het meest effectief is) breed in het woondomein over huisvesting MO/BW en ontwikkelingen daaromtrent. ➢ We zien dat uitstroom hapert. Dat heeft uiteraard te maken met het woningtekort, maar er zijn ook andere oorzaken. We gaan de volgende interventies doen op het versnellen van de uitstroom: • Meer sturen op de verdeling van het contingent door Beter Wonen, zodat die aansluit bij de financiering van zorgaanbieders en maximaal effect heeft. We stemmen de verdeling gezamenlijk af. • In gesprek met H4H vaststellen wat de mogelijkheden zijn van actievere inzet op uitstroom. Werkzaamheden van H4H en regio’s zodanig inrichten dat we deze mogelijkheden beter benutten. De aanjaagfunctie voortzetten en op U16 niveau inrichten (eventueel bij H4H of anders U16 gezamenlijk). • Onderzoeken in hoeverre zorgaanbieders sturen (willen/kunnen) op uitstroom naar regio’s met meer woonplekken. Afspraken maken naar aanleiding van dit onderzoek opdat - indien mogelijk - meer cliënten woningen buiten Utrecht accepteren. • Zorgen dat beschikbare woningen altijd worden benut, ook in gemeenten die niet de eerste voorkeur zijn van cliënten. Hierover maken we afspraken met H4H en Beter Wonen.
• Zorgen voor een informatiepakket voor jeugdzorginstellingen, zodat deze goed op de hoogte zijn van de afspraken rondom uitstroom, zowel management als uitvoering. We dragen deze informatie regelmatig actief uit (bv. bij bijeenkomsten, inspreken op vergaderingen of welke vorm dan ook het meest effectief is). ➢ Meesturen op de afspraken die regionaal worden gemaakt over contingenten voor kwetsbare groepen in het algemeen en de doelgroep MO/BW in het bijzonder. • Deelnemen aan de ambtelijke overleggen rondom de fairshare afspraken in U10verband. • We bevorderen een uniforme werkwijze in alle 16 gemeenten voor het maken van prestatieafspraken over de MO/BW-doelgroep met woningcorporaties . Verder is er binnen de U16 een zoektocht naar de behoefte aan woningen voor cliënten die niet gedijen in een gewone woonomgeving, de ‘prikkelarme’ voorzieningen. Deze woonplekken zijn zeker niet alleen voor cliënten BW: sommige bewoners van dit type voorzieningen hebben een WLZ indicatie, sommige bewoners komen niet via BW maar via MO hier terecht. Maar het betreft wel een woonvraagstuk met betrekking tot onze doelgroep in de U16. De regionale samenwerkingsstructuur rondom BW is geschikt om regionaal het gesprek over deze voorziening te voeren en daarom nemen we dit onderwerp op in ons uitvoeringsprogramma.
➢ We brengen de opgave in beeld: wat is de behoefte aan prikkelarme voorzieningen, wat zijn de knelpunten, wat kunnen wij vanuit ons programma doen om extra prikkelarme voorzieningen te helpen realiseren?
11
➢ We stellen budget beschikbaar om waar nodig het verschil te maken tussen een haalbare en onhaalbare businesscase. Wat merkt de inwoner hiervan? Er zullen extra woonplekken beschikbaar zijn waardoor meer cliënten kunnen uitstromen uit instellingen. Woonplekken in de minder populaire gemeenten worden benut. Cliënten die klaar zijn om uit te stromen zullen sneller op een passende woonplek terecht kunnen. Hierdoor is er ook weer meer plek binnen de zorg voor nieuwe cliënten, waardoor zij minder lang hoeven wachten voordat zij de goede zorg krijgen. In het bijzonder zullen jongeren sneller uitstromen en zal daarbij minder verwarring of onduidelijkheid zijn. Er zullen meer plekken beschikbaar zijn waar cliënten kunnen wonen die niet gedijen in een reguliere woonomgeving (prikkelarme voorzieningen)
3.3 Toegang Beoogd resultaat Door de toegang voor Beschermd Wonen lokaal bij het wijkteam/buurtteam/sociaal team (verder wordt gesproken over lokale teams) te beleggen, kunnen we onze inwoners in hun eigen gemeente helpen en breed bekijken welke zorg en ondersteuning nodig is.. Er wordt integraal gekeken bij het zoeken naar oplossingen, waarbij naast de mogelijkheden die er zijn vanuit de basisset bijvoorbeeld ook de mogelijkheden via de Participatiewet en ander Wmo-aanbod worden meegenomen. Met deze aanpak kunnen we sneller ondersteunen en instroom in BW mogelijk voorkomen. De lokale teams leren de inwoners kennen en kunnen op die manier makkelijker instappen en opschalen als dat nodig is. Deze werkwijze draagt bij aan het ‘normaliseren’ van zorg: cliënten die in de wijk wonen gaan naar het lokale team voor ondersteuning. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) Lokale teams zijn de toegang Lokale teams nemen inmiddels in alle regio’s aanvragen voor BW in behandeling , zij doen onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte en geven advies over passende ondersteuning. Gezien het grote aantal aanvragen in Utrecht hebben de lokale teams hier een ingroeiproces gevolgd, maar sinds kort doen zij ook alle aanvragen. De Regionale Toegang (RT) geeft aan dat de aanvragen steeds beter worden ingevuld, het onderbouwen van ‘waarom is 24/7 zorg nodig’, is daarbij het belangrijkste.
Er is goed contact tussen de verschillende partijen in het toegangsproces. Steeds vaker kunnen aanvragen direct worden toegekend. In het algemeen is men het er over eens dat lokaal onderzoek en lokale toeleiding positief bijdragen aan het bieden van passende ondersteuning in de eigen leefomgeving. Er zijn goede stappen gezet om de praktijk daar ook op in te richten. In oktober 2024 heeft het RBO besloten dat de toegang voor eerste aanvragen BW structureel via de lokale teams zal lopen. Voor inwoners is het positief dat zij een vast aanspreekpunt hebben voor het krijgen van ondersteuning. Bij cliënten die al langere tijd ondersteund worden door een lokale team, loopt het 12
toegangsproces over het algemeen goed. Wanneer inwoners nog niet bekend zijn bij de lokale teams, omdat ze bijvoorbeeld vanuit detentie of van buiten de regio komen of er sprake is van complexe problematiek, dan is de ervaring dat het toegangsproces langer duurt. Zorgaanbieders hebben een wisselend beeld van de ontwikkelingen. Zij zien op onderdelen dat er extra stappen moeten worden gezet in het toegangsproces. Leertraject Er is een sterke leercultuur rondom de veranderingen van de toegang, er wordt veel geïnvesteerd in leren. Vanuit de leertrajecten komen vragen naar boven op basis waarvan ontwikkeltrajecten worden ingezet en producten of processen worden gedefinieerd. Er is breed grote tevredenheid over deze leeraanpak. Instroom beperken? Ruim 25% van de vragen die binnenkomen bij de lokale toegang en waarbij de eerste aanvraag zich richt op een BW-zorgvoorziening, kan uiteindelijk met andere hulp worden ingevuld. Hieronder de cijfers van de ontwikkeling van instroom in BW. De periode is te kort om definitieve conclusies aan te verbinden, maar het beeld ontstaat dat de lokale toegangen zorginstroom kunnen beperken.
Uit de monitorgegevens blijkt duidelijk dat voor veel vragen die starten als een vraag naar beschermd wonen uiteindelijk lokale ambulante hulp ingezet kan worden. Wat gaan we doen (2025 - 2026) ➢ Er liggen nog ontwikkelpunten bij de rol van de lokale toegang. Deze worden opgepakt: 1) Implementatie van de veldtafel voor toeleiding van complexe eerste aanvragen beschermd wonen. 2) De werkwijze implementeren waarmee het lokale team parallel aan het zoeken naar een passende plek ook het onderzoek en advies vast deelt met de Regionale Toegang. 3) Uitgewerkte afspraken over het toeleiding proces GGZ implementeren. 4) Communicatie over het proces aan alle betrokkenen.
13
5) Naar aanleiding van eerste werksessie nader onderzoeken of aanleveren van het onderzoek en advies aan de BW -aanbieder en planning van een intakegesprek nog eenvoudiger en/of sneller kunnen. ➢ We investeren blijvend in de kennis en expertise van bij de toegang betrokken medewerkers, onder meer door het goed inwerken van nieuwe medewerkers, regelmatige leerbijeenkomsten als onderhoud en opbouw van kennis bij aandachtsfunctionarissen: de beleidsmedewerkers met specialistische kennis die ook aanspreekpunt kunnen zijn. ➢ We stellen iedere vier maanden wachttijdgegevens uit het dashboard beschikbaar aan de lokale teams. ➢ We verkennen wat de taak van lokale teams kan zijn rond: • Herindicaties: we gaan in een subregio een pilot uitvoeren om te ervaren waar we tegenaan lopen indien de lokale toegang de herindicaties op zich neemt. Op basis van de verkenning en de pilot besluiten we over implementatie. • PGB- proces: de instroom betreft enkele cases per regio op jaarbasis. De stappen in het proces waarbij het lokale team een rol kan spelen, staan op een rij. Of dit goed is in te vullen door de lokale teams wordt nader uitgewerkt. ➢ We gaan de clientervaring over het toegangsproces in beeld brengen. We doen dit als het proces definitief is gemaakt (om uit te sluiten dat eventuele onduidelijkheid voor cliënten het gevolg is van een proces-in-ontwikkeling).
Wat merkt de inwoner ervan? Deze acties gaan er toe leiden dat de indicatiestelling voor cliënten zo snel mogelijk en kwalitatief zo goed mogelijk plaatsvindt. Cliënten worden sneller aan de goede zorg gekoppeld. Zoveel mogelijk van de benodigde werkzaamheden kunnen door de lokale toegangsorganisaties en daarmee dicht bij de cliënt worden uitgevoerd. Bovenstaande leidt er ook toe dat er helderheid is bij alle partijen die bij de uitvoering van dit proces zijn betrokken (lokale en Regionale Toegang, aanbieders, cliënten) over hoe het werkt en wie wat doet. Met name vanuit cliënten is aangegeven dat hier veel behoefte aan is.
3.4 Aanbieders Beoogd resultaat Het uitgangspunt is dat we binnen de U16 samen met onze partners zorg willen blijven dragen voor de 24-uurs zorginfrastructuur van Beschermd Wonen. Dit is belangrijk om de cliënten en aanbieders de komende jaren voldoende continuïteit te bieden. In de U16-regio werken we met elkaar aan de realisatie van het advies van Dannenberg en onze Regionale koers Dat betekent dat steeds meer cliënten zelfstandig in de wijk zullen gaan wonen. Zij zullen vaker gebruikmaken van Beschermd Thuis of zelfstandig wonen met ambulante ondersteuning en minder Beschermd Wonen bovenregionaal of 14
Beschermd Verblijf geïndiceerd krijgen, conform de visie van de U16: zo zelfstandig mogelijk. Het sturen op deze beweging vindt plaats binnen de inkoopafspraken die gastheergemeente Utrecht heeft gemaakt met zorgaanbieders, het zogeheten ‘vierkant’. Deze beweging is al ingezet en we zullen samen met de aanbieders en lokale gemeenten in gesprek blijven over wat er nodig is om deze beweging voort te zetten. Daarmee dragen we bij aan de verschuiving naar meer ambulante hulpverlening. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) Duo- accounthouders Voor de aanbieders met het grootste volume is er naast de accounthouder vanuit gastheergemeente Utrecht ook een accounthouder uit één of meer andere subregio’s benoemd, zij zitten gezamenlijk aan het stuur, bereiden de accountgesprekken gezamenlijk voor en voeren die ook gezamenlijk. Dit is een mooie stap, maar hiermee zijn we er nog niet. De duo accounthouders ervaren veelal dat zij relatief weinig kunnen toevoegen tijdens de accountgesprekken en zoeken naar meer gesprek over de inhoud. Verlengingen 25 -26 In de periode 2023-2024 kreeg de contractering van BW-aanbieders vorm door de stad Utrecht. Voor de periode 2025 - 2026 hebben accounthouders (bij de grotere aanbieders samen met de duo-accounthouders) beleid en afspraken vertaald in addenda.
Daarin is een ontwikkelopgave opgenomen waarmee we de ruimte hebben gecreëerd om ook de komende twee jaar al te kunnen werken aan verbeteren van de match tussen vraag en aanbod in de zorg. Wat gaan we doen (2025 - 2026) ➢ Contracten met aanbieders lopen tot en met 2026, met een mogelijkheid van verlenging voor nog twee jaar. Eind 2024/begin 2025 zal bepaald worden of BW opnieuw ingekocht moet worden of dat we ons kunnen beperken tot verlenging van contracten. Daartoe o brengen we in beeld of de aanpassingen die we wensen in te passen zijn in de huidige contracten of nieuwe inkoop nodig is; o formuleren we de inkoopstrategie en het plan van eisen indien we besluiten tot nieuwe inkoop per 2027; o voeren we vervolgens de aanbesteding uit en zorgen we voor goede contractering. Dit laatste is een hele grote opdracht, waar veel capaciteit mee is gemoeid. De begroting houdt hier rekening mee. ➢ We zorgen ervoor dat het beleid en de visie die we hebben ontwikkeld (vooral binnen de pijler zorglandschap, zie hieronder) landt in de contracten en de accountgesprekken met aanbieders. Dit betreft tenminste: o spreiding van zorgaanbod o invulling van ontbrekend zorgaanbod o aanpak van tekorten in het zorgaanbod Daarnaast zal ook het nog op te stellen hervormingsplan vertaald worden in afspraken en contracten met aanbieders. 15
➢ Er is een groep cliënten met een BW-indicatie die in MO-voorzieningen verblijft en waarvoor zorg en ondersteuning wordt gefinancierd met MO-middelen. We brengen in beeld wat voorwaarden en consequenties zijn indien we de hulp en ondersteuning van deze groep voortaan uit BW-middelen gaan betalen. Indien de conclusie is dat dat het meest passend is, dan gaan we dit ook effectueren. ➢ Gezien de nieuwe wetgeving met betrekking tot toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid, breiden we het bestaande toezicht uit. Op dit moment betreft het alleen nog de Pgb’s, in de toekomst zal het de gehele zorg omvatten. We organiseren dit toezicht, en we zorgen voor de benodigde wettelijke stukken (aanpassing in WMO-verordening en jaarlijks plan en rapportage voor de raad). We organiseren een informatiecampagne richting aanbieders en gemeenten, zodat daar bekend is wat we doen en waarom: niet uit wantrouwen, maar vanwege de invulling van een wettelijke taak en ter voorkoming van fraude en ondermijning). ➢ Tot slot willen we de werkwijze voor gezamenlijke sturing zodanig vormgeven dat we daadwerkelijk samen sturen en dat dat ook als zodanig ervaren. Daarbij ligt de focus op de inhoud en de dialoog met aanbieders: wat leveren zorgaanbieders daadwerkelijk, wat vinden we daarvan en moeten/willen we hierop bijsturen?
Wat merken inwoners hiervan? Het aantal buitenregionale, niet- gecontracteerde zorgplaatsen is verminderd en meer inwoners kunnen passend binnen de regio ondersteuning krijgen. Fraude en ondermijning worden eerder ontdekt. Aanbieders gaan van sommige soorten zorg meer leveren en van andere minder, zodat het aanbod beter past bij de vraag.
3.5
Sturen op het zorglandschap
Beoogd resultaat Mensen met een ernstig psychiatrische aandoening kunnen een zo gewoon mogelijk leven leiden, in de eigen woon- en leefomgeving (thuis). Dat draagt bij aan hun herstel. Het betekent dat we zoveel mogelijk uitgaan van lokale ondersteuning in de buurten/ wijken en dorpen in onze regio. Als er meer nodig is, organiseren we een beschermende woonomgeving, zo kort als mogelijk maar ook zo lang als nodig. De U16 gaat daartoe gezamenlijk sturing geven op passende 24/7 zorg voor inwoners in de gehele regio, waarbij zo lang als nodig gezamenlijk de bestaande infrastructuur en voorzieningen in stand worden gehouden. Ook gaat de U16 inzetten op spreiding van voorzieningen, en als er een nieuwe locatie nodig is, zal in alle 16 gemeenten worden bekeken of en waar dit het best past.
16
In het Regioplan U16 Beschermd Wonen 2023-2028 was de doordecentralisatie per 1 januari 2024 beoogd. Deze heeft door het controversieel verklaren van de wetswijziging Woonplaatsbeginsel na de val van het kabinet- Rutte IV geen doorgang gevonden, en momenteel is het de vraag wanneer, en zelfs óf dat nog gaat gebeuren. Vanwege de zorgcontinuïteit voor deze kwetsbare groep is het de intentie om tot en met 2028 de zorginkoop van 24-uursvoorzieningen binnen de U16 gezamenlijk uit te blijven voeren. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) Inzicht in het zorglandschap en spreidingsvisie In 2023 en 2024 is de nadruk gelegd op het inzichtelijk maken van het Beschermd Wonen voorzieningenniveau in de U16. Er is een overzicht gemaakt van de beschikbare voorzieningen. Lokale toegangen gebruiken deze informatie bij indicatiestelling en matching van individuele cliënten met het passende aanbod. Verder hebben we scherp gekregen hoe de vraag van inwoners naar Beschermd Wonen zich verhoudt tot het aanbod wat betreft de hoeveelheid plekken, de aansluiting van de voorzieningen op de zorgbehoefte en de spreiding van dat aanbod over de subregio's. Conclusies zijn: a. Er is een concentratie van Beschermd Verblijf en Beschermd Wonen Bovenregionaal voorzieningen in de stad Utrecht. b.
Beschermd Thuis blijkt oververtegenwoordigd in de subregio Utrecht en wordt nog niet in evenredige mate in alle 16 gemeenten aangeboden. c. Het ontbreekt in de U16 aan specifieke ondersteuning voor ouder/kindplekken, safehouses (ondersteuning na verslavingszorg) en woonvormen voor mensen met een complexe zorgvraag, al dan niet gecombineerd met een veiligheidsaspect, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van bedreiging of achtervolging.
17
Vanwege de concentratie van voorzieningen in Utrecht is er een spreidingvisie ontwikkeld. Aan de hand daarvan vindt in iedere gemeente het gesprek plaats met aanbieders over de gevraagde 24uurs. Het leveren daarvan lukt op de meeste plekken, maar in sommige kleinere gemeenten zijn er nog op problemen. De implementatie van de visie wordt vanaf 2025 opgepakt. In bijlage 6 de aanleiding voor de spreidingsvisie en een visie ontwikkeld op de (door) ontwikkeling daarvan. Verbreding naar LVB 18+ We hebben per 1 januari 2024 zorglandschap BW in de U16 verbreed naar de doelgroep LVB 18+. Dat geldt zowel voor nieuwe als bestaande cliënten, zodat er eenduidigheid is over de passende zorg. Plan van aanpak Ontbrekend Zorgaanbod In 2024 zijn gesprekken gestart met zorgaanbieders om het ontbrekend zorgaanbod in de U16 te ontwikkelen. Dit is als ontwikkelopgave opgenomen in de afspraken met een aantal zorgaanbieders (ouder/kindplekken, safehouse) per 2025. Wachtlijstbeleid Er ligt een taak om beleidsinhoudelijke standpunten te bepalen ten aanzien van wachttijden. We hebben een analyse gemaakt van alle cijfers rondom de wachtlijsten en in een aantal sessies zijn vragen verkend . Dit krijgt een vervolg in ‘25-‘26.
Wat gaan we doen (2025 - 2026) ➢ Verdere invulling spreidingsvisie: we verkennen of en welke spreidingspercentages worden gehanteerd om de spreiding vorm te geven en welk tijdpad we hiervoor gebruiken. Afhankelijk van het tijdpad en de gezamenlijke ambitie, zullen we dit bij besluitvorming hierover ook vertalen naar afspraken met zorgaanbieders die in de contracten worden vastgelegd.
18
➢ Als vervolg op eerdere verkenningen gaan we de wachtlijst analyseren en een aanpak formuleren: we ontwikkelen normen voor wachttijden en beleid voor het beheer. We maken daarbij expliciet wat van toepassing is op jongeren /jongvolwassenen, zodat we kunnen bepalen welke zorg structureel onvoldoende beschikbaar is binnen de U16 is. De afgelopen tijd hebben we het ontbrekend aanbod in beeld gebracht, in komende jaren kijken we of bestaand aanbod beantwoordt aan de vraag). Vervolgens kunnen we in gesprek met de aanbieders over aanpassingen. ➢ We updaten de informatie voor de lokale toegangen over het bestaande zorglandschap. ➢ We onderzoeken in welke mate de verhouding Beschermd Thuis/Beschermd Verblijf passend is bij de ontwikkeling van Beschermd Wonen De uitkomsten van dit onderzoek zullen mede richtinggevend zijn voor verdere vormgeving van het zorglandschap. Dit onderzoek wordt ook betrokken bij het hervormingsplan.
Wat merken inwoners hiervan? De acties leiden tot steeds meer zicht op welke zorgvoorzieningen onze inwoners echt nodig hebben, en daarmee uiteindelijk tot een passend ondersteuningsaanbod voor mensen met ernstig psychiatrische aandoeningen. Ook betekent het dat steeds meer inwoners in of nabij hun woning de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben. Deze ontwikkeling van het zorglandschap heeft meer tijd nodig dan twee jaar, maar komende tijd is er al vooruitgang merkbaar wat betreft dekking en spreiding.
3.6 Jongeren/ jongvolwassenen Er zijn relatief veel jongvolwassenen binnen de cliëntengroep BW die een steeds groter deel van de wachtlijst innemen. Er spelen specifieke behoeften bij jongeren vooral de overgang 18-/18+ vraagt aandacht, ook van politiek en bestuur. Een belangrijke vraag is hoe we ervoor zorgen dat ze ook na dat ‘overgangsmoment’ de goede zorg en begeleiding blijven krijgen. Ons werkgebied overlapt daarin met het beleidsdomein jeugd. Het jeugddomein is dynamisch, gemeenten hebben de opdracht in Gemeenschappelijke Regelingen (GR’s) te gaan samenwerken, dus gaan daar ook in regionaal verband aan de slag. De afstemming met het jeugddomein is niet structureel geregeld. Wat gaan we doen (2025 - 2026) Binnen de verschillende pijlers hebben we bijzondere aandacht voor jongeren, de meeste acties zijn opgenomen in een actielijst:
19
➢ Binnen de basisset maken we inzichtelijk welke voorzieningen specifiek voor jongeren belangrijk zijn en we bewaken dat deze in de afspraken over de minimaal aanwezige voorzieningen worden opgenomen. ➢ We zorgen voor een informatiepakket voor jeugdzorginstellingen zodat die goed op de hoogte blijven van de afspraken rondom uitstroom, zowel bij het management als de uitvoering. We dragen deze informatie regelmatig actief uit. ➢ We dragen bij aan meer onzelfstandige woningen (met name passend voor jongeren). ➢ Bij de analyse van de wachtlijsten maken we apart inzichtelijk op welke jongeren staan en welke factoren daarin een rol spelen. In het wachtlijstbeleid geven we specifiek aan wat de normen zijn voor wachtende jongeren. Binnen ons programma zullen de eerdergenoemde aandachtsfunctionarissen :ervoor zorgen dat deze groep steeds expliciet in beeld blijft. ➢ De aandachtsfunctionaris gaat in gesprek met het jeugddomein om in beeld te brengen wat we vanuit ons programma verder kunnen bijdragen aan wat in het jeugddomein wordt gedaan en ontwikkeld. Het gaat vooral om afspraken rondom 18-/18+ die specifiek van belang zijn voor jongeren met psychische problematiek. We bekijken welke bijdrage we kunnen leveren aan het geven van optimale begeleiding .
➢ Wat merken jongeren /jongvolwassenen hiervan? Jongeren met ernstige psychische problematiek hebben toegang tot voor hen passende preventieve voorzieningen in alle gemeenten/regio’s. Jongeren die uit jeugdzorginstellingen uitstromen worden op tijd geholpen om de goede stappen te zetten zodat ze zo spoedig en soepel mogelijk een eigen woonplek krijgen. Er zijn meer woonplekken die specifiek voor jongeren geschikt zijn.
20
4 Monitoren, dialoog en lobby 4.1
Sturen en monitoren
Monitoring is een belangrijke randvoorwaarde voor het kunnen sturen op of realiseren van de gewenste ontwikkeling uit de verschillende pijlers. Door de juiste onderdelen te volgen en de effecten daarvan inzichtelijk te maken kan de U16 onderbouwde beslissingen nemen. We faciliteren monitoring op verschillende niveaus: van het bestuurlijk overleg tot de lokale teams en de werkgroepen per pijler tot het directeurenoverleg. Hierbij maken we gebruik van verschillende bronnen om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen. Om de beschikbare sturingsinformatie helder en overzichtelijk te maken is er een dashboard en BW-monitor ontwikkeld. Daarnaast leveren we aan de meeste regiogemeenten informatie over BW-cliënten uit de eigen herkomstgemeente. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) We hebben een dashboard BW ontwikkeld en dat is toegankelijk gemaakt voor de betrokkenen. Hieruit kunnen we cijfers halen over onder meer de aantallen cliënten naar regio, in- en uitstroom, wachtlijstinformatie (naar o.a. zorgvorm, leeftijd en herkomstgemeente). Het dashboard is afgelopen jaar consistenter, gebruiksvriendelijker en flexibeler gemaakt. In 2024 is daarnaast de BW-monitor in gebruik genomen. Het eerste doel daarvan is het ondersteunen van de werkgroepen bij het bereiken van de eigen doelstellingen.
Daarnaast wordt de monitor gebruikt voor het DO en RBO als bron voorcontext bij de belangrijkste ontwikkelingen in het zorglandschap. Uiteindelijk heeft de monitor een signaalfunctie: trends en bijzondere ontwikkelingen zijn eruit af te lezen en zijn bron voor nieuw beleid waar nodig. Naast ondersteuning op U16-niveau is gewerkt aan de juiste informatievoorziening voor de lokale teams. De leveringsovereenkomst maakt het regiogemeenten mogelijk om de eigen BW-cliënten te volgen. Daarnaast ontvangen de lokale teams sinds kort wachtlijstinformatie om een beeld te krijgen bij welke aanbieders en zorgvormen de druk het hoogst is. Tot slot dragen we bij aan verschillende landelijke onderzoeken als het gaat om beschermd wonen en dakloosheid. Denk hierbij o.a. aan de CBS-schatting Dakloosheid, de CBS-monitor Dakloosheid en de gemeentelijke Monitor Sociaal Domein. Wat gaan we doen (2025 - 2026) Bij het monitoren werken we meer dan voorheen op basis van normen/kernindicatoren die duidelijk maken of we de gewenste ontwikkeling maken. Per pijler leggen we de volgende prioriteiten: Zorglandschap - We brengen de wachtlijst- en tijd zo goed mogelijk in beeld naar verschillende kenmerken zoals zorgvorm, gevraagde expertise en leeftijd. - We ondersteunen de spreidingsvisie met gedegen informatie over zorgvraag- en aanbod. - We werken toe naar het gebruik van normen.
Dit is toepasbaar op verschillende aspecten: ambulantisering (Dannenberg-normen), prioritering van de wachtlijst of de spreiding van zorg over de regio. Toegang 21
-
Alle regiogemeenten nemen deel aan de leveringsovereenkomst en gebruiken de gegevens om BW-cliënten uit de eigen regio beter te volgen en, mits van toepassing, te begeleiden. We bieden de lokale teams informatie over de wachttijd en aantal wachtenden bij de verschillende aanbieders.
Lokale basisset -
We verbeteren de wijze waarop we informatie verzamelen over in- en uitstroom door te categoriseren naar (on)wenselijkheid. Op basis hiervan trekken we lessen voor de inzet op de basisset.
BW-monitor - We onderzoeken of de BW-monitor kan worden gedigitaliseerd. - We zoeken naar data ter verbetering van de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld aan de hand van de zelfredzaamheidsmatrix.
4.2
Dialoog: leren, informatie en communicatie
De dialoog is essentieel om de inhoudelijke doelstellingen van het regioplan goed te kunnen bepalen en te bereiken. Ten eerste gaat het om de dialoog tussen de betrokken gemeenten: wat kunnen we leren van elkaar, hoe houden we elkaar op de hoogte van de ontwikkelingen? Daarnaast is de externe dialoog met alle stakeholders in ons domein van belang. Alle spelers in de U16 zijn dus nodig: cliënten, aanbieders, raadsleden, bestuurders, beleidsambtenaren op aanverwante werkvelden, corporaties, provincie, inwoners van onze gemeenten in het algemeen. Het is belangrijk dat we iedereen goed meenemen in de ontwikkelingen, dat we hun ideeën en ervaring meenemen en benutten, en dat we aansluiten bij hun actuele (informatie)behoefte. We moeten resultaten en mijlpalen zichtbaar maken en goede voorbeelden delen. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) We hebben de gemeenteraden meegenomen in de ontwikkelingen door een aantal raadsinformatiebrieven te versturen en twee raadsinformatiebijeenkomsten te beleggen. In 2023 zijn we begonnen met een nieuwsbrief. Het bleek lastig om deze te vullen met relevante informatie voor de hele brede potentiële doelgroep (van corporatie tot cliënt, van raadslid tot zorgaanbieder). Inspanningen stonden niet in verhouding tot de opbrengst. Deze is daarom stopgezet.
Een verkenning per pijler in 2024 heeft opgeleverd dat vanuit de pijler toegang en de pijler wonen behoefte is aan periodieke updates voordiverse betrokken partijen. Die moeten nog vorm krijgen. Als het gaat om communicatie en dialoog rondom het programma MO/BW U16, zijn zorgaanbieders, belangenbehartigers en cliëntvertegenwoordigers belangrijk. We hebben in 2024 vijf bijeenkomsten georganiseerd met deze en de opgehaalde input is verwerkt in alle beleidsstukken en plannen. Verder zijn conceptdocumenten met aanbieders en cliëntvertegenwoordigers gedeeld en is hun input verwerkt. Binnen het hervormingstraject zijn aanbieders en cliëntvertegenwoordigers uitgenodigd om aan te sluiten bij de werkgroep. Drie aanbieders hebben zich daarvoor gemeld. Daarnaast is er drie keer per jaar contact met
22
aanbieders via de accountgesprekscyclus en met cliëntvertegenwoordigers via het signalenoverleg. In hoofdstuk 2 is al toegelicht dat er rondom de toegang een door iedereen positief beoordeeld zorgvuldig en uitgebreid leertraject doorlopen. Vanuit deze pijler zijn onder andere drie ontwikkelbijeenkomsten georganiseerd met een grote groep deelnemers van diverse origine (ook aanbieders). Wat gaan we doen (2025 - 2026) ➢ We hebben per pijler is in beeld gebracht welke communicatiebehoefte er ligt. Vanuit de toegang en vanuit de pijler wonen is er behoefte geuit aan een informatiebericht naar externe partijen. We gaan een communicatieplan opstellen met een analyse. Als een informatie bericht inderdaad het beste middel blijkt, gaan we dat maken en verspreiden. ➢ We willen meer en vooral structureler zicht op de ervaring, ideeën en wensen van zorgaanbieders en van cliënten, en deze meer benutten als input en om het beleid aan te scherpen. Dat is tot nu toe ad hoc gedaan via de bijeenkomsten met deze partijen. Deze bijeenkomsten zijn niet altijd voor iedereen interessant, en de input van specifiek cliënten of vertegenwoordigers komt niet altijd voldoende tot zijn recht. Bovendien willen we het ad hoc karakter achter ons laten. We hebben hier in 2024 vaker over gesproken maar hier is nog onvoldoende actie uit voortgekomen.
We gaan hier daarom vaart mee maken, Uiterlijk het eerste kwartaal van 2025 zetten we de benodigde stappen die nodig zijn om cliëntparticipatie goed in te richten. We doen dit allemaal in overleg met cliëntenraden en vertegenwoordigers en met zorgaanbieders ➢ We organiseren jaarlijks een U16-raadsinformatiebijeenkomst om alle raden zo veel mogelijk aangehaakt te houden bij de ontwikkelingen en tijdig hun wensen en ideeën mee te kunnen nemen. ➢ We willen het ‘leren van elkaar’ tussen regio’s versterken. Bij de toegang is dit goed gelukt, maar op andere onderwerpen kan beter. Daarom zijn we eind 2024 gestart met interne leerbijeenkomsten die in 2025 voortzetting krijgen. De focus hierbij ligt zowel op de successen als de uitdagingen die gemeenten ondervinden.
4.3 Lobby Realisering van de doordecentralisatie Beschermd Wonen is hoogst onzeker. We hebben afgesproken om elkaar in de U16 te blijven vasthouden en door te gaan met de regionale samenwerking. Utrecht heeft als G4-gemeente en (nog steeds) centrumgemeente, maar ook als gastheergemeente, de taak om richting Den Haag te laten zien waar we staan en wat we nodig hebben. Dit doen we door aan verschillende landelijke bestuurlijke en ambtelijke werkgroepen deel te nemen en daarin laten we ons geluid horen. We willen een gezamenlijke lobby-agenda op te stellen, vanuit de gedachte dat we samen sterker staan. Daarvoor moeten we periodiek nagaan welke onderwerpen in aanmerking komen en wat de insteek moet zijn. Het omgekeerde geldt ook: de lobby zorgt voor terugkoppeling van
23
relevante ontwikkelingen en gevoerde discussies in landelijke bestuurlijke en ambtelijke werkgroepen. ➢ We maken gezamenlijk een lobby-agenda.
24
5 Financiële samenwerking U16 2025 - 2026 5.1 Financiële samenwerking Sinds 2023 keert Utrecht middelen uit aan de andere gemeenten ten behoeve van de versteviging van de lokale basis. We zijn bezig met een goede inrichting van het financiële proces en de samenwerkingsafspraken daarover. De formele grondslag voor de overheveling van de middelen ontbreekt: de huidige samenwerkingsovereenkomst gaat nog uit van doordecentralisatie en de afspraken over financiële samenwerking komen daardoor niet overeen met de werkelijkheid. ➢ We passen de huidige samenwerkingsovereenkomst aan zodat de benodigde formele grondslag aanwezig is. Dit proces is gestart maar zal niet voor 2025 afgerond zijn. Om voor 2025 toch een grondslag te hebben is bij de begroting een overzicht gegeven van de middelen voor de lokale basis per gemeente voor 2025. Gemeenten worstelen met de inzet van middelen voor de lokale basis omdat het bedrag niet gegarandeerd is per jaar. Dat maakt dat er risico’s kleven aan structurele verplichtingen. Het lukt ook niet altijd om de middelen in het betreffende jaar te besteden. Bij sommige gemeenten gaat het op in de algemene middelen, anderen oormerken het geld voor MO/BW; maar geoormerkt geld is geen garantie, een lokale raad kan daar altijd op inbreken.
We gaan de komende periode daarom inzetten op meer zekerheid voor gemeenten individueel en de U16 als geheel over de middelen die beschikbaar zijn voor de lokale basis. Het gaat om de volgende acties en doelen: ➢ Vanaf 2025 zorgt gastheergemeente Utrecht voor overboeking van de lokale middelen van Utrecht naar de andere gemeenten uiterlijk 31 januari 2025. ➢ Utrecht biedt vanaf 2025 comfort aan alle gemeenten door jaarlijks, aansluitend op de eerste periodieke gesprekken met de aanbieders, een indicatie te geven over de verwachte begroting voor het jaar erna. Dit is in beginsel een extrapolatie van de bekende inzet die helaas geen garanties kan bieden, het is slechts een hulpmiddel. Als het coördinatieteam bijzondere ontwikkelingen voorziet, worden die verwerkt en apart vermeld. Maar dan nog zijn er geen garanties omdat er altijd bijzondere kosten kunnen ontstaan en beleidsbeslissingen invloed hebben op de begroting van het jaar erna. ➢ We richten het budget zodanig in dat lokaal maatwerk geen ‘restpost’ meer is maar een gegarandeerd bedrag. Hiermee ondersteunen we de beweging naar preventie en normalisering. Dit doen we door met elkaar te onderzoeken welke voorzieningen in de basisset in ieder geval in iedere gemeente aanwezig moeten zijn en welke kosten daarmee gemoeid zijn. Die kosten garanderen we in de begroting, naar verwachting vanaf 2026.
We onderzoeken of we een risicoreserve kunnen creëren.
25
➢ We maken een afwegingskader voor de besteding van de buffer. Het opvangen van dalingen in het budget lokaal maatwerk/continueren van structurele verplichtingen zal daar onderdeel van zijn.
5.2 Samenhang met andere financiële stromen De besteding van middelen voor Beschermd Wonen, in het bijzonder van middelen voor de basisset (inclusief woonprojecten) betreft voorzieningen die vergelijkbaar zijn met die uit IZA, GALA of het actieplan dakloosheid worden betaald. We willen deze bestedingen dan ook beter op elkaar afstemmen. Deze ambitie werken we uit in een gezamenlijk advies. We brengen in kaart waaraan middelen uit IZA, GALA en actieplan dakloosheid worden besteed en leggen deze naast de bestedingen vanuit BW. We komen met een gezamenlijk advies over de integrale afstemming.
5.3 Begroting 2025 – 2026 Definitief 2025 – voorlopig 2026 Hieronder presenteren we de begroting van het programma MOBW U16 voor 2025 en 2026. Voor 2025 is dit de definitieve begroting, voor 2026 een indicatieve. Belangrijke wijzigingen kunnen optreden vanwege de vragen die er nog zijn over de zorgkosten (zie ook hieronder), het lopende hervormingstraject, de inventarisatie van de basisset die we gaan doen en de afstemming met andere programma’s.
Baten Rijksbijdrage Het bedrag van de Rijksbijdrage is gebaseerd op de septembercirculaire 2024. We doen voor 2025 en 2026 aannames voor de indexatie en gebruiken hiervoor het percentage dat door de Utrechtse raad voor zorgkosten is gehanteerd: 2,89% (voor alle zorguitgaven hetzelfde). Dit lijkt laag, maar in het voorgaand jaar was de indexatie te hoog en dat trekken we hiermee recht.
26
Ruimte uit werkbegroting voorgaand jaar Deze post is opgebouwd uit een aantal componenten. • In de meicirculaire 2024 is de indexatie voor 2024 toegevoegd aan het budget. Dit bedrag is niet nodig voor de dekking van de kosten in 2024. Conform de afspraken blijft binnen de werkbegroting in een lopend jaar ruimte beschikbaar voor de begroting van het jaar daarop. • Onderbesteding op de buffer 2024, de ontwikkelkosten 2024 en de uitvoeringskosten van de gastheergemeente. De post ’Ruimte uit werkbegroting voorgaand jaar’ is in 2025 erg hoog. In 2024 hebben we bij de meicirculaire de indexatie voor 2024 ontvangen. Omdat met deze budgetophoging geen rekening was gehouden, zetten we die in 2024 niet in en komt dit ten gunst van de werkbegroting 2025. Vanaf 2025 houden we in de werkbegroting rekening met een bedrag voor indexatie gedurende het jaar, waardoor er geen (of kleinere) incidentele voordelen ontstaan.
Zorgkosten Actuele begroting Conceptbegroting Conceptbegroting 2024 2025 2026 Beschermd wonen (lump sum) € 7.181.000 € 5.961.000 € 5.961.000 Beschermd verblijf (lump sum) € 34.537.000 € 35.931.000 € 35.931.000 Beschermd thuis (lump sum) € 24.981.000 € 25.959.000 € 25.959.000 Mensen met BW-indicatie in andere zorg € € 2.100.000 Overgang LVB 18+ € 100.000 € Zorg in natura pxq € 2.989.000 € 2.650.000 € 2.650.000 Pgb BW € 1.854.000 2.160.000 € 2.160.000 Stelpost taakstelling BW € -3.500.000 Totaal zorgkosten € 71.542.000 € 72.761.000 € 71.261.000 BW zorgkosten totaal
De belangrijkste wijzigingen in 2025 en 2026 ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2024 • Op de budgetten is een indexatie toegepast van 2,89%, het percentage de gemeente Utrecht hanteert voor alle zorginkoop. • Hervormingen: in 2024 is besloten dat er een taakstelling komt op de kosten Beschermd wonen van ca. €1,7 miljoen in 2025, € 3,5 miljoen in 2026 en € 4,1 miljoen structureel vanaf 2026. De besparing moet terugvallen in de middelen ten behoeve van versterking van de basisset (preventie). Voor 2025 is afgesproken de taakstelling in te vullen met de middelen vanuit de indexatie 2024 - niet door een verlaging van de zorgkosten - en voor het uitwerken van inhoudelijk verantwoorde hervormingen. Een werkgroep Hervormingen is hiermee aan de slag gegaan. In de kosten voor 2026 is de taakstelling als stelpost verwerkt op de zorgkosten. Hierbij houden we een flinke slag om de arm, want het is goed denkbaar dat de hervormingen een aantal veranderingen in de zorgkosten gaan veroorzaken en we kunnen nog niet voorzien hoeveel invloed die hebben. • Een voorbeeld van het laatste is dat we gaan onderzoeken of cliënten met een BW-indicatie die zorg ontvangen uit andere middelen ook kunnen gaan financieren vanuit ons budget (zie acties werkgroep aanbieders). Als dat inderdaad passend blijkt, en dat ligt in de lijn der verwachting.