U10 Woonbehoefteonderzoek - Gemeente Utrecht
Tekst van het document
38
De cijfers zijn gekopieerd vanuit https://monitorwonen.provincie-utrecht.nl/pages/plancapaciteit
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
38
bouwprogramma geen rekening houdt met beperkingen ten aanzien van ruimtelijke ordening. Het bouwprogramma is puur het resultaat van de confrontatie van vraag naar en aanbod van woningen. Ook moet worden bedacht dat de plancapaciteit een momentopname (oktober 2024) is. Er worden doorlopend plannen toegevoegd, aangepast – bijvoorbeeld qua aantallen, segmentering of fasering – of geschrapt. Met name in gemeenten met relatief weinig plannen kunnen daardoor verschuivingen ontstaan (tussen peildata). De verwachting is dat de hieronder opgenomen plancapaciteit zeker bruikbaar is voor een globale vergelijking met het consumentgerichte bouwprogramma.
●
In het consumentgerichte bouwprogramma voor de gemeente Utrecht is het aandeel eengezinswoningen aanzienlijk hoger dan in de plancapaciteit. Dat geldt voor zowel huur- als koopwoningen.
●
Omgekeerd zijn de aandelen huurappartementen en koopappartementen lager in het consumentgerichte programma dan in de plancapaciteit.
●
In vergelijking met de gehele regio U10 is globaal hetzelfde beeld te zien. Over het algemeen zijn de verschillen tussen consumentgericht bouwprogramma en plancapaciteit groter bij (het totaal van) de overige regiogemeenten dan de gemeente Utrecht.
Figuur 2.3: Gemeente Utrecht: Consumentgerichte bouwprogramma (bruto) versus plancapaciteit voor periode 2024 t/m 2030; bron: ABF Socrates 2023 en Planregistratie Wonen (peildatum oktober 2024)
Consumentgericht bouwprogramma
11%
51%
23%
Plancapaciteit (excl. onbekend) 2%
64%
8%
Plancapaciteit (incl. onbekend)
2%
0%
42%
20%
5% 17%
40%
60%
Huur eengezins
Huur meergezins
Koop eengezins
Koop meergezins
15%
26%
34%
80%
100%
Type of eigendom onbekend
●
De aandelen huur < liberalisatiegrens en middenhuur in het consumentgerichte bouwprogramma komen ongeveer overeen met de plancapaciteit. Bij dure huur is het aandeel in de plancapaciteit hoger dan in het consumentgerichte programma.
●
Het aandeel betaalbare koop (≤ € 390.000) is aanzienlijk groter in het consumentgerichte programma dan in de plancapaciteit. Bij duurdere koopwoningen (vanaf € 390.000) is het verschil
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
39
kleiner. Het totale aandeel ‘betaalbaar’ (optelsom van sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) ligt in het consumentgericht bouwprogramma hoger dan in de plancapaciteit. ●
In vergelijking met de gehele regio U10 valt op dat de gemeente Utrecht meer dure huurwoningen in zowel het consumentgericht bouwprogramma als de plancapaciteit heeft zitten. Verder is grotendeels hetzelfde beeld te zien.
Figuur 2.4: Gemeente Utrecht: Consumentgerichte bouwprogramma (bruto) versus plancapaciteit voor periode 2024 t/m 2030; bron: ABF Socrates 2023 en Planregistratie Wonen (peildatum oktober 2024)
Consumentgericht bouwprogramma
32%
17%
Plancapaciteit (excl. onbekend)
30%
17%
Plancapaciteit (incl. onbekend)
20%
0%
20%
10%
11% 7% 13%
20%
40%
12%
20%
19%
24%
16%
34%
60%
80%
100%
Huur < liberalisatiegrens
Huur middenhuur
Koop ≤ 390.000
Huur dure huur
Koop > 390.000
Type eigendom onbekend
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
40
Bijlagen
Bijlage A: toelichting methodiek Socrates-model Inleiding Het Socrates-model van ABF Research is een regionaal woningmarktmodel, dat op basis van de huishoudensontwikkeling en de vraag naar en het aanbod van woningen de woningmarkt simuleert. In het Socrates-model zijn de huishoudens, naar leeftijd, samenstelling en inkomenskwintiel (zie ook de toelichting in kader 1 verderop deze bijlage), gekoppeld aan de beschikbare woningvoorraad, naar eigendomsverhouding, prijsklasse (zie ook de toelichting in kader 2 verderop deze bijlage) en woningtype. Dit levert een koppeling van 100 typen huishoudens aan 25 typen woningen op, die bovendien elk aan 11 typen woonmilieus worden toegekend. Daarmee is bekend wie, waar, in welk type en prijsklasse woning woont. Voor elke combinatie is, op regionaal niveau, vanuit het WoON bekend wat de kansen zijn dat een huishouden een woning wil betrekken of verlaten. Veranderingen in de huishoudenssamenstelling en ontwikkeling, verhuizingen en veranderingen in de woningvoorraad worden jaar op jaar gesimuleerd. De simulatie vindt in enkele ‘etappes’ per jaar plaats, die hier gesimplificeerd worden als ‘aan het begin van het jaar’, ‘gedurende het jaar’ en ‘aan het eind van het jaar’. Figuur A-1: Werking Socrates-model Verhuisproces
Ontwikkelingen demografie en inkomen
Nieuwe huishoudens
Vraag naar woonruimte
Onttrekkingen
Huishoudens
Huishoudens verdeeld over woningvoorraa
Woningvoorraad
Opgeheven huishoudens
Aanbod van woonruimte
Nieuwbouw
(Re)acties van aanbieders van woonruimte
Aan het begin van het jaar: bepaling van vraag en aanbod Aan het begin van het jaar is er een bestaande verdeling van huishoudens over de woningvoorraad. Er is bekend hoeveel bewoonde woningen er zijn, wat de leegstand is, hoeveel overige woningen er zijn en hoeveel huishoudens in een niet-woning (BAR) wonen.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
42
43
Aan de zijde van de huishoudens wordt eerst bepaald wat de demografische veranderingen zullen zijn. Onder meer scheidingen, uit-huis-gaan en nieuw samenwonenden worden voor de rest van het jaar bepaald. Deze nieuw te vormen huishoudens komen grotendeels als (semi-)starters of vestigers op de markt. Ook wordt van de reeds bestaande huishoudens, die niet veranderen in samenstelling, bepaald welk deel van deze huishoudens een verhuiswens heeft. Deze verhuisgeneigde huishoudens vormen de potentiële doorstromers. Van elk van deze groepen wordt bepaald hoe de voorkeuren voor de gewenste woonsituatie zich verhouden. Gezamenlijk geven zij vorm aan de vraag naar woningen. Vanzelfsprekend zijn er ook huishoudens die naar tevredenheid wonen en dus geen verhuiswens hebben. Zij houden woningen bezet die niet beschikbaar komen voor nieuwe bewoners. Samen met de huishoudens die een vraag uitoefenen vormen zij de woningbehoefte. Van al deze groepen in het simulatieproces is bekend naar welk type woning hun voorkeur uitgaat. Aan de zijde van de woningvoorraad wordt per gemeente bepaald hoe de uitbreiding in puur kwantitatieve zin eruit zal zien. De nieuwbouw, onttrekkingen en het aantal te verkopen huurwoningen worden vastgesteld. Ook wordt in deze fase van de simulatie reeds bepaald hoeveel huurwoningen een prijsverandering zullen ondergaan.
Daarnaast zijn er huishoudens die reeds in een woning wonen en een verhuiswens hebben. Zij laten in potentie vrijkomende woningen achter. En er zijn leegstaande woningen, voor zover deze geschikt zijn voor bewoning. Al deze woningen gezamenlijk vormen het aanbod. Het aanbod uit de bestaande voorraad heeft al vastgestelde kenmerken als eigendom, prijs en type. Het aanbod dat uit nieuwbouw, onttrekkingen en verkopen beschikbaar komt wordt kwalitatief vastgesteld aan de hand van ‘vraagprofielen’ van de verschillende typen potentiële doorstromers.
Gedurende het jaar: afstemming van vraag en aanbod Niet alle huishoudens die aan het begin van het jaar een verhuiswens hebben komen op hetzelfde moment op de markt. Ook zijn niet alle woningen direct beschikbaar. Huishoudens gaan in zes cycli op zoek naar een geschikte woning, waarmee de verhuizingen gedurende een jaar worden gesimuleerd. Deze zoektocht wordt mogelijk ingevuld doordat per cyclus een deel van de nieuwbouw wordt vrijgegeven en doordat er woningen beschikbaar komen door doorstromers die in de (voorgaande) cyclus verhuisd zijn. Per cyclus wordt gekeken hoeveel huishoudens hun woonwensen vervuld zien worden. Voor de huishoudens die nog gehuisvest willen worden wordt opnieuw het ‘vraagprofiel’ bepaald, waarna deze huishoudens opnieuw gekoppeld worden aan de beschikbare voorraad. In zes simulatierondes worden zoveel mogelijk huishoudens gekoppeld aan een woning die voldoet aan de wensen. Tijdens de simulatie van het verhuisproces wordt ook rekening gehouden met eventueel substitutiegedrag van huishoudens. Als de woning van de ‘eerste keus’ niet meer beschikbaar is zullen huishoudens uitwijken naar een geschikt alternatief voor de nieuwe woning.
Aan het eind van het jaar: iedereen een woonruimte
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
Na zes simulatierondes is het mogelijk dat er huishoudens zijn die nog geen geschikte woning gevonden hebben, omdat er geen woning beschikbaar is die aan hun woonwensen voldoet. Deze huishoudens vormen de restvraag. Tegelijk kunnen er ook woningen zijn die niet door een nieuw huishouden betrokken zijn, het restaanbod. In een gechargeerd voorbeeld zijn er enkel dure koopwoningen beschikbaar, terwijl er alleen alleenstaande huishoudens met een laag inkomen een woning zoeken. In het Socrates-model is het zo dat aan het begin van het jaar alle huishoudens de beschikking hebben over een vorm van huisvesting. Hierboven wordt gemeld dat er huishoudens zijn die nog geen woning hebben aan het eind van het jaar. Voor doorstromers wordt dit opgelost door hen niet meer te laten verhuizen, maar in hun huidige woning te laten blijven. Voor starters en vestigers is het echter noodzakelijk dat deze alsnog een woonruimte toegekend krijgen. Deze worden in een laatste simulatie ‘met frisse tegenzin’ in een ‘zo geschikt mogelijke’ woonruimte geplaatst. Dit kan een normale woning zijn, maar het is ook mogelijk dat zij in een BAR terecht komen. Zodoende heeft aan het eind van het jaar ieder huishouden een dak boven het hoofd. De vraagprofielen van huishoudens zijn niet alleen afhankelijk van kenmerken als type huishouden, leeftijd en inkomen, maar ook van de huidige huisvestingssituatie.
Dat betekent dat het vraagprofiel van huishoudens na een verhuizing aangepast kan worden; ook wanneer dit plaatsvindt na substitutie. Socrates heeft geen geheugen en onthoudt niet hoe de voorgaande vraagprofielen van huishoudens samengesteld waren. Een huishouden met initieel een vraag naar bijvoorbeeld dure huur kan bij een ontoereikend aanbod als gevolg van substitutie terecht komen in de (goedkope) koopsector. In dat geval zal dit huishouden de volgende keer met een grotere waarschijnlijkheid een koopwoning wensen.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
44
Bijlage B: toelichting inkomens- en prijsgrenzen Prijsgrenzen huur In dit onderzoek wordt binnen de huursector onderscheid gemaakt in vijf prijsklassen. In onderstaande tabel zijn de grenzen opgenomen voor prijspeil 2024. In het model wordt enkel de hoge aftoppingsgrens gehanteerd, niet (ook) de lage aftoppingsgrens. De grens tussen middenhuur en dure huur is een eigen grens in het Socrates-model en komt niet precies overeen met de grens bij 186 punten in het Rijksbeleid (€ 1.157,95, per 1 juli 2024), hoewel het verschil klein is. Ook kan de gehanteerde grens verschillen van grenzen voor middenhuur die eventueel in lokaal beleid door gemeenten zijn vastgelegd. Huurprijsgrenzen, prijspeil 2024 Kwaliteitskortingsgrens
< € 454,47
Grens in Rijksbeleid
(Hoge) aftoppingsgrens
< € 697,07
Grens in Rijksbeleid
Liberalisatiegrens / sociale
< € € 879,66
Grens in Rijksbeleid
Middenhuur
< € 1.13039
Eigen grens Socrates
Dure huur
> € 1.130
Eigen grens Socrates
huurgrens
Prijsgrenzen koop In dit onderzoek wordt binnen de huursector onderscheid gemaakt in vijf prijsklassen. In onderstaande tabel zijn de grenzen opgenomen voor prijspeil 2024 40. De grens van € 390.000 (prijspeil 2024) is de betaalbaarheidsgrens van het ministerie van VRO. De overige grenzen zijn eigen gekozen grenzen voor het Socrates-model die niet afkomstig zijn uit het beleid (lokaal beleid of Rijksbeleid).
39
Deze grens bedraagt in het startjaar (2022) van Socrates 2023 eigenlijk € 1.030. Ten behoeve van dit onderzoek is deze grens geïndexeerd naar prijspeil 2024 op basis van dezelfde indexatiefactor als is gebruikt door het ministerie van BZK/VRO om de grens van betaalbare koop te indexeren. 40 In het Socrates-model (Socrates 2023) is het jaar 2022 het eigenlijke startjaar van de simulaties. De prijsgrenzen zijn dan ook oorspronkelijk gebaseerd op prijspeil 2022. Ten behoeve van dit onderzoek zijn alle prijsgrenzen geïndexeerd naar 2024. Dat is gebeurd op basis van dezelfde indexatiefactor als is gebruikt door het ministerie van BZK om de grens van betaalbare koop te indexeren.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
45
46
Koopprijsgrenzen, prijspeil 2024 Prijsklasse 1
< € 310.000
Eigen grens in Socrates
Prijsklasse 2
< € 390.000
Prijsklasse 3
< € 525.000
Bovengrens betaalbare koopwoningen van ministerie van VRO Eigen grens in Socrates
Prijsklasse 4
< € 660.000
Eigen grens in Socrates
Prijsklasse 5
< € 880.000
Eigen grens in Socrates
Prijsklasse 6
> € 880.000
Eigen grens in Socrates
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
Bijlage C: toelichting woonmilieus Binnen Socrates spelen woonmilieus een belangrijke rol. Het woonmilieu is een definiëring van de locatie- en fysieke buurtkenmerken die mede de woonaantrekkelijkheid bepalen. Het woonmilieu wordt bepaald per buurt (volgens de CBS-indeling) en is een van de kenmerken die mede de aantrekkelijkheid van een woning voor een huishouden bepalen. De voorkeuren voor het type woonmilieu zijn afgeleid uit het WoON. De jaarlijkse confrontatie tussen vraag en aanbod in het model vindt per woningmarktgebied plaats op het niveau van de afzonderlijke woonmilieus. Bij het bepalen van de kwalitatieve invulling van het bouwprogramma spelen kwalitatieve overschotten en tekorten per type woonmilieu dus een belangrijke rol. De woonmilieutypologie is met ingang van Primos/Socrates 2022 ingrijpend vernieuwd. De oude typologie, met een indeling in 13 typen, is geruime tijd geleden tot stand gekomen en bleek niet eenvoudig te actualiseren. Bovendien zijn er nieuwe bronnen beschikbaar gekomen. Met ingang van Socrates 2022 is er een geheel nieuwe typologie afgeleid met 11 typen woonmilieus (plus de categorie “geen woonmilieu”) die jaarlijks kan worden bijgewerkt. Een bijkomstig element van de nieuwe indeling is dat met het toekomstige (of: ‘te verwachten’) woonmilieu wordt gewerkt.
Als een buurt nu nog onbebouwd of een bedrijventerrein is terwijl er op termijn een nieuwbouwwijk zal verrijzen 41, is niet de huidige maar de toekomstige situatie bepalend. In de nieuwe indeling worden woonmilieus onderscheiden op basis van de volgende vier elementen: ●
Grootte bebouwde kom: voor het onderscheid tussen de categorieën Grootstedelijk, Stedelijk, Dorps en Landelijk.
●
Aanwezigheid van centrumvoorzieningen en verhouding tussen eengezins/meergezins: onderscheid binnen de stedelijke woonmiliues tussen Centrum, Compact en Grondgebonden.
●
Mate van groen en water in de omgeving: voor het bepalen welke woonmilieus “Grootstedelijk met Groen” en “Stedelijk met Groen” zijn.
●
Afstand tot (grote) stad: voor het onderscheid tussen de woonmilieus “Landelijk” en “Dorps” enerzijds en het woonmilieu “Landelijk of Dorps bij de Stad” anderzijds.
Er worden in de typologie elf typen woonmilieus onderscheiden, zie onderstaande tabel. Deze kunnen tot 5 hoofdtypen geaggregeerd worden. Buurten met weinig of geen woningen worden niet getypeerd (“geen woonmilieu”). Onderstaande tabel geeft per type woonmilieu een globale omschrijving.
41
Voor zover bekend uit de inventarisatie plancapaciteit die ABF Research halfjaarlijks uitvoert in opdracht van het Ministerie van BZK.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
47
Tabel – Omschrijving per type woonmilieu
48
Hoofdtype
Type woonmilieu
Globale omschrijving
Centrum
Centrum
Buurt met veel voorzieningen en relatief hoge dichtheid
Centrum Plus
idem, gelegen in één van de 24 kernsteden van een bebouwde kom met ≥ 50.000 huishoudens
Grootstedelijk Compact
Buurt met relatief veel appartementen (≥ 40% van woningvoorrraad), gelegen in bebouwde kom met ≥ 50.000 huishoudens
Stedelijk Compact
Buurt met relatief veel appartementen (≥ 40% van woningvoorrraad), gelegen in bebouwde kom met 10.000 - 50.000 huishoudens
Grootstedelijk Grondgebonden
Buurt met relatief veel eengezinswoningen (≥ 60% van woningvoorrraad), gelegen in bebouwde kom met ≥ 50.000 huishoudens Buurt met relatief veel eengezinswoningen (≥ 60% van woningvoorrraad), gelegen in bebouwde kom met 10.000 - 50.000 huishoudens Buurt met relatief veel groen en/of water in de nabijheid, gelegen in bebouwde kom met ≥ 50.000 huishoudens
Compact Stedelijk
Grondgebonden Stedelijk
Stedelijk Grondgebonden Stedelijk met Groen
Dorps en Landelijk
Grootstedelijk met Groen Stedelijk met Groen
Buurt met relatief veel groen en/of water in de nabijheid, gelegen in bebouwde kom met 10.000 - 50.000 huishoudens
Dorps
Buurt gelegen in bebouwde kom met 2.500 tot 10.000 huishoudens
Landelijk
Buurt gelegen in bebouwde kom met < 2.500 huishoudens
Dorps of Landelijk bij de Buurt met Dorps of Landelijk woonmilieu die in de buurt van stad grootstedelijk of stedelijk centrumbuurt zijn gelegen (< 3,5 km afstand hemelsbreed)
Hieronder worden de verschillende woonmilieus afzonderlijk toegelicht. De cijfers (aantallen en percentages) die worden genoemd betreffen landelijke cijfers.
Grootte bebouwde kom Een belangrijk onderscheid in de woonmilieutypologie is tussen de categorieën Grootstedelijk, Stedelijk, Dorps en Landelijk. Dit onderscheid wordt gemaakt op basis van de grootte van de bebouwde kom. Onderstaande tabel vermeldt de definities van de vier verschillende bebouwde kommen.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
Tabel - Kenmerken van onderscheiden bebouwde kommen in woonmilieutypologie (2021, landelijke cijfers)
Type bebouwde kom
Omvang bebouwde kom
Geen bebouwde kom Landelijke kernen Dorpen Steden Grote steden
Minder dan 2.500 huishoudens 2.500 - 10.000 huishoudens 10.000 - 50.000 huishoudens Meer dan 50.000 huishoudens
Totaal
aantal bebouwde kommen
aantal buurten
2.031 290 104 24
803 5.268 2.011 2.876 3.122
326.039 2.561.323 154.748 169.090 155.921
40.715 1.241.560 1.379.410 2.062.740 3.300.605
2.449
14.080
3.367.121
8.025.030
oppervlakte aantal land huishoudens
Centrum en Centrum Plus Centrummilieus bestaan uit buurten met voorzieningen zoals gebouwen met bijeenkomstfuncties, cultuurpodia, warenhuizen, winkels, cafés en restaurants. De voorzieningen zijn in de buurt zelf gelegen of op korte afstand bereikbaar (podia en warenhuizen binnen één kilometer bereikbaar). Daarnaast kennen deze buurten een redelijke mate van menging van functies en hebben ze een, regionaal gezien, relatief hoge dichtheid. Buurten zijn als centrummilieus getypeerd als zij op vijf of meer van deze kenmerken hoog scoren. De centrumbuurten die in de 24 kernsteden van een bebouwde kom met een omvang van meer dan 50.000 huishoudens liggen zijn getypeerd als Centrum Plus.
Grootstedelijk met Groen en Stedelijk met Groen Buurten in steden met relatief veel groen en water onder bereik zijn als ‘Grootstedelijk met Groen’ of ’Stedelijk met Groen’ getypeerd. Daartoe is met behulp van de CBS-Bodemgebruikskaart de omvang van groen en water in en rondom de buurt bepaald. Omdat buurten qua oppervlakte en vorm zeer sterk verschillen is de omvang van groen en water per buurt bepaald, maar ook in een cirkel van respectievelijk 350 meter (“ommetje”) en 1 km (“wandeling”) rondom het zwaartepunt van de adressen in een buurt. Daarnaast is er rekening gehouden met het type groen en water, waarbij bijvoorbeeld een park hoger gewaardeerd wordt dan een weiland.
Grootstedelijk en Stedelijk Compact en Grondgebonden Buurten in steden met veel appartementen worden als compacte milieus getypeerd, buurten met veel eengezinswoningen als grondgebonden milieus. Het onderscheid is gemaakt op basis van de verhouding eengezinswoningen / appartementen. Bij minimaal 60% van de woningen eengezinswoning wordt er gesproken van een grondgebonden milieu. Andersom worden buurten als compact getypeerd als minimaal 40% van de woningen een appartement is.
Dorps en Landelijk Het grootste deel van Nederland, qua oppervlakte althans, bestaat uit dorpse en landelijke woonmilieus. Hier bevindt zich 32% van de Nederlandse woningvoorraad. Bebouwde kommen met minder dan 2.500 huishoudens worden als landelijk getypeerd en bebouwde kommen met 2.500 tot 10.000 huishoudens als dorps. Apart onderscheiden worden Landelijke of Dorpse buurten die binnen het
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
49
bereik van grootstedelijke of stedelijke centrumbuurten zijn gelegen. Deze buurten worden als ‘Lan-
50
delijk en Dorps bij de stad’ getypeerd. ‘Binnen bereik’ is geoperationaliseerd als een afstand van 3,5 km hemelsbreed. Tabel - Kenmerken buurten naar type woonmilieu (2021, landelijke cijfers) huishoudens per ha land
m2 gebruiksoppervlak gebouwen* per ha land
Type Woonmilieu
Aantal buurten
Aandeel buurten
Aandeel oppervlakte land
Aantal woningen
Aandeel woningen
Centrum Plus Centrum Grootstedelijk Compact Grootstedelijk Grondgebonden Grootstedelijk met Groen Stedelijk Compact Stedelijk Grondgebonden Stedelijk met Groen Landelijk of Dorps bij de stad Dorps Landelijk Geen Woonmilieu
477 467 825 926 485 419 1.354 484 1.463 1.343 4.437 1.400
3% 3% 6% 7% 3% 3% 10% 3% 10% 10% 32% 10%
0,4% 0,5% 1,0% 1,3% 1,1% 0,5% 2,0% 1,2% 13,0% 3,2% 70,7% 5,2%
712.004 448.134 1.142.332 894.894 344.098 369.296 1.179.419 282.014 494.304 999.672 1.074.273 25.890
9% 6% 14% 12% 5% 5% 15% 3% 6% 12% 13% 0%
85% 57% 70% 23% 46% 57% 18% 22% 16% 17% 10% 27%
64 25 34 20 10 22 18 7 1 9 0 0
8.141 4.292 3.999 2.842 1.440 3.070 2.495 1.161 242 1.475 109 1.100
Totaal
14.080
100%
100,0%
7.966.330
100%
36%
2
436
Aandeel appartement
* gebouwen met gebruiksfunctie "overig" zijn niet meegenomen
Toekomstig woonmilieu Een aantal buurten zal in de toekomst van type woonmilieu veranderen als gevolg van de geplande bouw van woningen. Voor de prognosemodellen van ABF Research is het van belang hiermee rekening te houden. Op basis van de Inventarisatie plancapaciteit zijn buurten waar meer dan 300 woningen gepland zijn beoordeeld op mogelijke verandering hierdoor van het type woonmilieu.
Onderstaande kaart toont voor Utrecht het type woonmilieu per buurt.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
Figuur – Woonmilieus in Utrecht; bron: ABF Socrates 2023
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
51
Bijlage D: Tabellen achterliggende cijfers H1 Figuur 1.1- Gemeente Utrecht: ontwikkeling bevolking en huishoudens, 2012-2024; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Huishoudens 20.951 20.983 20.724 21.001 21.148 21.367 21.383 21.514 21.590 21.622 21.738 21.947 22.251
Bevolking 48.267 48.092 47.951 48.183 48.506 49.035 49.314 49.515 49.580 49.946 49.981 50.429 50.550
Figuur 1.2- Gemeente Utrecht: huishoudens naar leeftijd, 2012, 2018 en 2024; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2018 2024
29 jaar en jonger
30-44 jaar
45-64 jaar
65-74 75 jaar jaar en ouder
50.160 52.678 54.752
50.917 51.745 57.630
41.691 48.436 51.948
11.600 14.143 16.004
10.300 11.184 12.933
Figuur 1.3- Gemeente Utrecht: huishoudens naar samenstelling, 2012, 2018 en 2024; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2018 2024
Eenpersoonshuishouden
Eenoudergezin
87.233 92.623 100.296
8.707 9.896 10.946
Meerpersoons- Meerpersoonshuishouden zonder huishouden met thuiswonende thuiswonende kinderen kinderen 35.673 33.055 38.638 37.029 42.941 39.084
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
52
Figuur 1.4 - Gemeente Utrecht: ontwikkeling bevolking naar component, 2012-2023; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Natuurlijke Binnenlands Buitenlands aanwas migratiesaldo migratiesaldo 3.262 2.315 58 3.058 3.177 -16 3.364 2.192 438 3.067 760 963 3.050 -1.092 2.097 2.885 -457 2.022 2.991 277 2.128 2.817 -655 2.606 2.737 -2.200 1.242 2.896 -3.761 3.224 2.293 -1.851 5.829 1.996 485 3.827
Figuur 1.5 - Gemeente Utrecht: binnenlands migratiesaldo naar leeftijd, 2018-2022; bron: CBS, bewerking ABF
19 jaar en jonger
20-24 jaar
2018
-401
2019
-483
2020 2021 2022
-779
25-34 jaar
35-44 jaar
45-64 jaar
2.653
-23
-1387
-487
-78
2.215
-394
-1182
-596
-215
-848
3.193
-1.569
-1.785
-943
-248
-1.021
3.261
-2.745
-2.131
-888
-237
3.215
-1.323
-1.852
-833
-279
65 jaar en ouder
Figuur 1.6 - Gemeente Utrecht: buitenlands migratiesaldo naar leeftijd, 2018-2022; bron: CBS, bewerking ABF
2018 2019 2020 2021 2022
19 jaar en jonger 691 901 710 829 1438
20-24 jaar
25-34 jaar
35-44 jaar
45-64 jaar
775 554 90 1.363 1.014
611 1018 186 996 2.169
341 420 209 318 878
139 155 113 82 418
65 jaar en ouder -16 -25 -27 -10 44
Figuur 1.7 - Gemeente Utrecht: woningvoorraad, 2012, 2018, 2024; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2018 2024
Corporatie huur 48.414 49.531 51.372
Private huur 24.537 31.566 41.962
Koopwoning Onbekend 64.729 67.217 73.561
5.294 2.517 229
Totaal 142.974 150.831 167.124
Figuur 1.8 - Gemeente Utrecht: woningvoorraad uitgesplitst naar type woning, 2023; bron: CBS, bewerking ABF
Eengezinswoning Appartement Totaal
Corporatie huur 12.824 38.338 51.162
Private huur
Koopwoning
Onbekend
Totaal
7.412 33.869 41.281
48.992 23.674 72.666
57 234 291
69.285 96.115 165.400
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
53
Figuur 1.9 - Gemeente Utrecht: type woningen uitgesplitst naar woonoppervlakte, 2023; bron: CBS, bewerking ABF
49 m² en 50-69 m² 70-89 m² 90-119 m² 120-149 m² kleiner Eengezinswoning
150 m² en groter
703
3.283
12.163
24.637
17.761
10.730
Appartement
19.167
21.436
30.828
18.553
3.662
2.443
Totaal
19.870
24.719
42.991
43.190
21.423
13.173
Figuur 1.13 - Gemeente Utrecht: gemiddelde koopsom van bestaande koopwoningen uitgesplitst naar type woning, 2016-2024 (eerste half jaar); bron: Kadaster, bewerking ABF
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 (1e half jaar)
Tussenwoning
Hoek- Twee-onder-een- Vrijstaande woning kapwoning woning
323.610 362.435 395.128 433.162 474.703 546.187 597.863 557.830 607.910
344.751 395.289 401.815 452.707 481.199 579.121 647.152 608.993 653.922
446.936 486.215 573.607 588.557 622.062 722.863 777.920 790.046 921.048
Appartement Gemiddelde
601.601 682.996 751.706 793.888 863.603 949.311 1.143.371 1.032.331 1.084.452
206.098 232.534 264.047 295.858 322.222 371.879 391.839 365.177 417.289
267.618 307.754 344.032 379.770 405.827 469.948 511.000 474.676 512.371
Figuur 1.14 - Gemeente Utrecht: totaal aantal transacties van bestaande koopwoningen per prijsklasse in percentages, 2016-2024 (eerste half jaar); bron: Kadaster, bewerking ABF
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 (1e half jaar)
€150.000 €150.000 en minder €250.000 800 2.372 338 2.037 117 1.326 50 874 81 602 15 303 11 191 42 191 11 51
€250.000 €350.000 1.329 1.475 1.456 1.565 1.572 1.079 853 992 338
€350.000 €450.000 580 852 914 1.132 1.157 1.298 1.035 1.164 508
€450.000 - €600.000 €600.000 en meer 283 167 415 240 521 291 734 407 918 506 1.209 918 1.123 1.172 1.038 841 672 508
Totaal 5.531 5.357 4.625 4.762 4.836 4.822 4.385 4.268 2.088
Figuur 1.15 - Gemeente Utrecht: gemiddeld aantal reacties per sociale huurwoning (via aanbodmodel), 20182023; bron: WoningNet, bewerking ABF
Aantal reacties
2018 128
2019 136
2020 169
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
2021 197
2022 267
2023 289
54
Figuur 1.16 - Gemeente Utrecht: gemiddelde inschrijfduur in aanbodmodel van geslaagde doorstromers en overige woningzoekenden (in jaren), 2017-2023; bron: WoningNet, bewerking ABF
Utrecht Doorstromers Overige woningzoekenden
2017 11,3 9,6
2018 12,0 9,6
2019 11,2 11,0
2020 11,6 11,5
2021 11,9 11,7
2022 11,1 11,4
2023 11,4 10,9
Figuur 1.17 - Gemeente Utrecht: gemiddelde zoektijd in aanbodmodel van geslaagde doorstromers en overige woningzoekenden (in jaren), 2018-2023; bron: WoningNet, bewerking ABF
Utrecht Doorstromers Overige woningzoekenden
2018 6,3 5,3
2019 5,9 6,0
2020 6,3 6,8
Woningbehoefteonderzoek U16 - Utrecht
2021 6,3 6,4
2022 5,4 5,8
2023 5,5 5,9
55