CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Tweede Bestuursrapportage 2021.pdf

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Tweede Bestuursrapportage 202128.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Tweede Bestuursrapportage 2021

Colofon Tweede Bestuursrapportage 2021 Uitgave Gemeente Utrecht Informatie Gemeente Utrecht Bedrijfsvoering- en Strategienetwerk Afdeling FIJ Postbus 16200 3500 CE Utrecht www.utrecht.nl Finutrecht@utrecht.nl

2

Voorwoord Raadsvoorstel 2021, zaaknummer 9249255 Utrecht, 16 september 2021 Voor u ligt de Tweede Bestuursrapportage 2021 van de gemeente Utrecht. Met deze bestuursrapportage informeren wij u over de verwachte afwijkingen op basis van de stand per 1 juli 2021 in de uitvoering van de beleidsvoornemens, zoals opgenomen in de door uw gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting 2021. In de Eerste Bestuursrapportage 2021 hebben wij al gerapporteerd op basis van de stand per 1 april 2021. In deze bestuursrapportage geven wij per programma aan, welke afwijkingen wij verwachten voor 2021. Vanzelfsprekend worden de coronaeffecten hier apart uitgelicht. Verder geven wij inzicht in de afwijkingen bij investeringsprojecten en de grondexploitaties van de gemeente Utrecht. De secretaris, Gabrielle G.H.M. Haanen

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

3

Inhoudsopgave

1. Inleiding ......................................................................................................... 7 2. Majeure ontwikkelingen per 1 juli 2021 ......................................................... 9 2.1 Onvermijdelijke kosten Corona scenario C ................................................................................ 9 2.2 Coronamaatregelen ............................................................................................................ 15 2.3 Overige ontwikkelingen ....................................................................................................... 34 2.4 Bijsturingsvoorstellen per programma ................................................................................... 41

3. Investeringen ............................................................................................... 57 3.1 Voortgang risicovolle projecten ............................................................................................. 57 3.2 Bijsturingsvoorstellen .......................................................................................................... 57

4. Peilstok Stedelijke Ontwikkeling .................................................................. 59 Actuele ontwikkelingen woningbouw ........................................................................................... 59 Grondexploitaties ..................................................................................................................... 63 Investeringsimpuls Ruimtelijke Strategie Utrecht .......................................................................... 70

5. Bijlagen ........................................................................................................ 71 Lijst projecten 250+ woningen ................................................................................................... 72 Onderhanden werk (OHW) - grondexploitaties .............................................................................. 73 Instellen reserve ...................................................................................................................... 76

5

1. Inleiding In deze Tweede Bestuursrapportage 2021 neemt de coronacrisis opnieuw een belangrijke plaats in. Wij brengen de actuele onvermijdelijke kosten van de crisis in beeld en rapporteren over de uitvoering van de maatregelenpakketten, gericht op steun van getroffen inwoners, organisaties en bedrijven en op herstel uit de crisis. In vergelijking met het voorjaar ziet het dagelijkse leven in de stad er al een stuk beter uit: veel beperkende maatregelen zijn opgeheven en het economische herstel is krachtig ingezet. Dat blijkt ook uit de ontwikkeling van de onvermijdelijke kosten, die zijn in 2021 naar verwachting 2,0 miljoen euro lager dan we in het voorjaar nog dachten. Toch is het beeld niet over de hele linie rooskleurig. Het ingezette economische herstel geldt nog niet voor alle sectoren en de crisis heeft een groot aantal inwoners verder op achterstand gezet. Met de ingezette maatregelen kunnen wij een deel van hen ondersteunen. De ontwikkelingen in de eerste helft van dit jaar laten zien dat de vastgestelde begroting niet meer actueel is. Bijvoorbeeld door nieuwe rijksregelingen, tegenvallende kosten of aanpassingen in het kasritme van projecten. Ook is een aantal doelstellingen in het programma Werk en Inkomen achterhaald. In het kader van beter begroten doen wij daarom een groot aantal bijsturingsvoorstellen, zodat de begroting aansluit bij de actuele prognose.

Naar verwachting leidt dit ook tot een kleiner verschil tussen begroting en jaarrekening. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de financiële ontwikkelingen, die in de volgende hoofdstukken per programma worden toegelicht. Het resultaat is 29,8 miljoen voordelig. Resultaat majeure ontwikkelingen 2e Berap (-/- negatief resultaat, +/+ positief resultaat) x € 1.000 Majeure afwijkingen

Bedrag

Minder uitgaven scenario C*

1.953

Overige ontwikkelingen

27.871

Nettoresultaat

29.824

Budgettair neutrale wijzigingen

28.748

Actualisatie Corona pakketten

20.560

Brutoresultaat

79.132

Mutatie bestemmingreserves

-6.362

Mutatie algemene dekkingsreserve

-22.386

Mutatie coronareserve

-20.560

Toevoegen aan algemene reserve

29.824

De verklaring hiervoor ligt in twee grote posten: BUIG en meicirculaire. Ter compensatie voor de jaren 2015 en 2016 heeft de gemeente Utrecht 14,7 miljoen euro aan incidentele middelen BUIG ontvangen. De raad is hier eerder al over geïnformeerd in de Raadsbrief Schikking ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake BUIG-budget. Om vast te houden aan één integraal afwegingsmoment stellen we, zoal gebruikelijk, voor deze incidentele middelen te doteren aan de algemene reserve zodat deze meegenomen kunnen worden bij de integrale afweging in het voorjaar van 2022. Daarnaast heeft de gemeente Utrecht een voordeel van 8 miljoen euro uit de corresponderende posten uit de meicirculaire. Een aantal corresponderende posten is (deels) niet nodig voor de uitvoering van de betreffende taak. Het gaat om bodemsanering, aanpak problematiek jeugdzorg en participatie. Ook deze middelen doteren we aan de algemene reserve om in een later moment te betrekken in bij de integrale afweging.

7

Verder heeft de gemeente Utrecht ruim 4,7 miljoen euro aan extra middelen ontvangen voor 2021 bij de Meicirculaire. Omdat het weerstandsvermogen is gedaald als gevolg van de coronacrisis, stellen we voor om deze 4,7 miljoen euro te doteren aan de algemene reserve. Doel van deze dotatie is om het weerstandsvermogen van de gemeente te vergroten. Met een hoger weerstandsvermogen staat de gemeente ook klaar om in de toekomst nieuwe tegenvallers op te vangen. Deze dotatie is ook terug te zien in de Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing in de Begroting 2022. Verder stellen wij bij deze Tweede Bestuursrapportage voor om 0,715 miljoen euro als last op te nemen en daarmee een bestemmingsreserve te vormen, met als doel in 2021 en 2022 een substantiële verbeterslag te maken in de toegankelijkheid van het gemeentelijke vastgoed. Hiermee geven wij uitvoering aan motie 199 ‘Maak werk van UST’, die bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2021 unaniem is aanvaard. Het moment van indiening en de unanimiteit van de oproep, in combinatie met eerdere toezeggingen zijn voor ons belangrijke redenen om een uitzondering te maken op de spelregel dat nieuwe uitgaven worden betrokken bij de integrale afweging. In een afzonderlijke raadsbrief lichten wij toe welke investeringen in 2021 en 2022 met dit bedrag mogelijk worden gemaakt.

Uitvoering van aanvullende maatregelen in de jaren 2023 en daarna zal onderdeel worden van de integrale afweging in het voorjaar van 2022. Naast deze bestuursrapportage ontvangt u een afzonderlijke rapportage over de stand van zaken van de meest risicovolle projecten. De tot nu toe gebruikelijke rapportage van de grote projecten komt daarmee te vervallen. Dit vloeit voort uit de vaststelling van de Regeling risicovolle projecten. Afwijkingen in geautoriseerde investeringsprojecten en bijsturingsvoorstellen zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Ook de peilstok stedelijke ontwikkeling maakt deel uit van deze rapportage. Hierin geven wij een actueel beeld van de verdeling van de actuele plancapaciteit woningbouw (lange termijn) en de stedelijke prognose woningbouw (korte termijn 2021-2023) en rapporteren wij over de stand van de grondexploitatieprojecten (binnenstedelijk, Leidsche Rijn en Stationsgebied) en de stand van zaken van de investeringsimpuls RSU, voor zover deze afwijkt van het Meerjaren Perspectief Ruimte 2021 (MPR 2021. Een belangrijke ontwikkeling is dat ten opzichte van het MPR 2021 het saldo van de grondexploitatie Leidsche Rijn, Papendorp, verbetert met bijna 17 miljoen euro (ncw prijspeil 2021).

Met deze financieel positieve ontwikkeling wordt de toename van de tussentijdse winst waarmee in het financieel beeld Voorjaarsnota 2021 (15 miljoen euro) rekening is gehouden behaald in 2022 – 2025.

8

2. Majeure ontwikkelingen per 1 juli 2021 2.1 Onvermijdelijke kosten Corona scenario C De financiële effecten van de coronapandemie hebben wij zowel bij de begroting 2021 als bij Voorjaarsnota 2021/eerste bestuursrapportage in beeld gebracht middels twee scenario’s (scenario C: basis, scenario D: somber). De onvermijdelijke coronakosten zijn opgenomen in scenario C en verwerkt in het financieel beeld. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2021 / Eerste Bestuursrapportage 2021 hebben diverse ontwikkelingen zich voorgedaan. Sinds medio 2021 is de coronapandemie beheersbaar met behulp van een hoge vaccinatiegraad, het testbeleid en bron- en contactonderzoek waarbij de coronamaatregelen stapsgewijs afgebouwd worden in alle sectoren. De onvermijdelijke coronakosten met betrekking tot het lopende boekjaar 2021 zijn daarom geactualiseerd. In deze paragraaf lichten we de financiële effecten van de actualisatie toe ten opzichte van de Voorjaarsnota 2021 / Eerste Bestuursrapportage 2021 met betrekking tot het lopende boekjaar 2021. Onvermijdelijke kosten Corona (-/- negatief resultaat, +/+ positief resultaat) x€ 1.000 Voorjaarsnota / 1e Berap Programma

Onvermijdelijk Compensatie va e kosten n het rijk

2e Bestuursrapportage 2021 Totaal geraamde onvermijdelijke Afwijking t.o.v. 1e kosten 2021 bestuursrapportage 2021 Onvermijdelijke Compensatie va Onvermijdelijke Compensatie va Saldo Saldo Saldo kosten n het rijk kosten n het rijk

Bewoners en Bestuur

-3.788

685

-3.103

-377

-

-377

-4.165

685

-3.480

Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed

-1.233

-

-1.233

-140

-

-140

-1.373

-

-1.373

-

-

-

-

Duurzaamheid

-

-

-

-

-

Bereikbaarheid

-9.563

10.340

777

3.558

-3.385

173

-6.005

6.955

950

Openbare ruimte en groen

-3.109

2.467

-642

-419

-449

-868

-3.528

2.018

-1.510

-

-

-

-

-

-

-

-

1.000

-500

1.500

500

-

-

-

Economie & Werkgelegenheid voor Iedereen Werk en Inkomen

-1.500

-1.000

9

Onvermijdelijke kosten Corona (-/- negatief resultaat, +/+ positief resultaat) x€ 1.000 Voorjaarsnota / 1e Berap Programma Onderwijs Ondersteuning op maat

Onvermijdelijk Compensatie va e kosten n het rijk -

-

2e Bestuursrapportage 2021 Totaal geraamde onvermijdelijke Afwijking t.o.v. 1e kosten 2021 bestuursrapportage 2021 Onvermijdelijke Compensatie va Onvermijdelijke Compensatie va Saldo Saldo Saldo kosten n het rijk kosten n het rijk -

-300

-

-300

-300

-

-300

6.300

-4.800

-12.700

5.500

-7.200

1.600

800

2.400

-11.100

Volksgezondheid

-805

25

-780

160

-25

135

-645

-

-645

Veiligheid

-650

-

-650

-

-

-

-650

-

-650

Cultuur

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Samenleven en Sport

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Utrechts Vastgoed

-500

-

-500

-390

-

-390

-890

-

-890

Algemene middelen

-2.233

7.964

5.731

766

-766

-

-1.467

7.198

5.731

Overhead

-3.140

-

-3.140

820

-

820

-2.320

-

-2.320

27.981 -11.240

6.778

-4.825

1.953

-32.443

23.156

-9.287

Nettoresultaat (nadeel -/-, voordeel +/+)

10

-39.221

Bewoners en Bestuur De onvermijdelijke kosten zijn ten opzichte van de eerste bestuursrapportage toegenomen met 0,377 miljoen euro. De kostenstijging heeft diverse oorzaken. • De kosten voor verkiezingen zijn 0,300 miljoen euro hoger uitgevallen dan waar we bij de eerste bestuursrapportage vanuit gingen. • Door versoepeling van de coronamaatregelen zien we de vraag naar reisdocumenten en rijbewijzen toenemen. Waar we bij de eerste bestuursrapportage nog uitgingen van een inkomstenderving van 0,700 miljoen euro verwachten we nu uit te komen op het niveau van de begroting 2021. Het aantal huwelijken neemt toe en vraagt qua inzet de maximale capaciteit. Het betreft voornamelijk balie- en flitshuwelijken. Deze hebben een lagere kostendekkendheid dan uitgebreide huwelijken. Dit leidt tot een nadeel ten opzichte van de eerste bestuursrapportage van 0,2 miljoen euro. • Bij de eerste bestuursrapportage gingen we ervan uit dat het thuisbezorgen van reisdocumenten tot 1 juli zou doorlopen, ondanks de versoepelingen van de 1,5 meter gaan we tot het einde van dit jaar door met deze maatregel om zo voldoende ruimte in de hal te kunnen houden om het aanvragen van onder andere reisdocumenten de andere producten meer ruimte te geven.

Omdat in de eerste bestuursrapportage rekening was gehouden met een “boeggolf” in het eerste half jaar leidt deze wijziging niet tot een extra nadeel ten opzichte van de eerste bestuursrapportage. • Doordat de boeggolf van reisdocumenten hoger is dan we bij de eerste bestuursrapportage hadden ingeschat nemen ook de personele kosten hiervoor toe. Daarnaast zien we dat bij zowel het KCC als bij publiekszaken de gemiddelde contactduur is toegenomen als gevolg van de RIVM-richtlijnen. Ook zien we andere ontwikkelingen zoals de toename van het ziekteverzuim en dat er meer ruimte nodig is voor het personeel op het gebied van bijvoorbeeld opleiding en herstel. Dit alles leidt tot een nadeel ten opzichte van de eerste bestuursrapportage van 0,7 miljoen euro. • Voor internationale- en bovengemeentelijk samenwerking gaan een aantal geplande projecten/ evenement niet door als gevolg van corona. Dit leidt tot incidenteel voordeel van 0,17 miljoen euro.

Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed De onvermijdelijke kosten voor het programma Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed die gemeld zijn bij de voorjaarsnota zijn naar boven bijgesteld met 0,140 miljoen euro. Dit heeft verschillende oorzaken. De opbrengsten voor bestuurlijke boetes en dwangsommen blijven in 2021 achter ten opzichte van de begroting met 0,330 miljoen euro. Door de corona-maatregelen hebben minder handhavingsacties plaatsgevonden. Daarnaast veroorzaken de vele kleine (ver-)bouwactiviteiten in de stad meer opbrengsten voor inneming openbare grond (voordeel 0,090 miljoen euro). Voor beide extra opbrengsten was bij de eerste bestuursrapportage in de onvermijdelijke kosten nog geen raming opgenomen. De extra verwachte inzet door VTH blijkt beperkt te zijn en kan binnen eigen capaciteit worden opgevangen. Dit leidt tot een voordeel ten opzichte van de eerste bestuursrapportage van 0,1 miljoen euro.

Duurzaamheid Geen onvermijdelijke kosten

11

Bereikbaarheid In de voorjaarsnota zijn de verwachte onvermijdelijke kosten geraamd op 9,563 miljoen euro. Het opheffen van de lockdown en daarmee de versoepeling van de coronamaatregelen leiden tot hogere verwachte parkeerbaten over 2021, waarmee we de onvermijdelijke kosten hebben bijgesteld naar 6,005 miljoen euro. Op basis van de realisatiecijfers tot en met juni en een verwacht omzetverloop over de periode julidecember verwachten wij een negatief parkeerresultaat van -4,905 miljoen euro. In dit resultaat is geen rekening gehouden met een eventuele lockdown in de tweede helft van het jaar. Het verwachte negatieve parkeerresultaat van -4,905 miljoen euro is als volgt opgebouwd: • De opbrengsten kort parkeren op straat zijn sinds het opheffen van de lockdown sterk toegenomen en zijn sinds eind juni conform begroting. De werkelijke inkomstenderving over de eerste helft van het jaar bedraagt 2,5 miljoen euro. Voor de tweede helft van het jaar verwachten wij geen inkomstenderving voor het kort parkeren op straat. • Bij garageparkeren is het herstel minder sterk. De werkelijk gemiste opbrengsten tot en met juni van de openbare– en P&R garages bedragen 2,119 miljoen euro. Voor de periode juli-december verwachten wij een inkomstenderving van 0,201 miljoen euro. • Bij het fietsparkeren verwachten wij lagere inkomsten bij de openbare fietsenstallingen (0,085 miljoen euro).

Naar verwachting zullen de gederfde parkeerinkomsten volledig worden gecompenseerd door het Rijk. Voor het coronacrisisteam en de maatregelen openbare ruimte (1,1 miljoen euro) geeft de huidige prognose geen aanleiding tot bijstelling. We verwachten 0,5 miljoen euro ten laste van de specifieke regeling van het ministerie “tijdelijke uitbreiding toezicht en handhaving” te kunnen brengen.

Openbare ruimte en groen De onvermijdelijke kosten Corona zijn ten opzichte van de eerste bestuursrapportage toegenomen met 0,419 miljoen euro. De rijkscompensatie is afgenomen met 0,449 miljoen euro. In de Tweede Bestuursrapportage zijn de te verwachten onvermijdelijke kosten Corona berekend voor geheel 2021. In de Eerste Bestuursrapportage 2021 is in belangrijke mate rekening gehouden met kosten in het eerste half jaar. Met name onderstaande ontwikkelingen na de Eerste Bestuursrapportage 2021 hebben geleid tot de toename van de onvermijdelijke kosten en daling van de rijkscompensatie voor programma Openbare ruimte en groen: • Afval Er wordt geen extra hoeveelheid afval meer verwacht op de Afvalscheidingsstations. In de Jaarstukken 2020 zijn hogere lasten gemeld als gevolg van extra bezoekers. In 2021 zijn geen extra bezoekers geweest. De rijkscompensatie is gekoppeld aan de onvermijdelijke kosten voor afval, doordat deze dalen, daalt ook de rijkscompensatie hiervoor. • Inkomstenderving bedrijfsafval Er wordt minder afval door ondernemers aangeboden als gevolg van gedeeltelijke sluiting van de horeca. Ondernemers maken gebruik van de coulanceregeling. • Lasten handhaving In de stad zijn minder evenementen waardoor er lagere lasten voor handhaving zijn.

• Baten reclame in de openbare ruimte Als gevolg van de gunstige economische ontwikkeling zijn de geraamde niet gerealiseerde baten naar beneden bijgesteld.

12

Economie &werkgelegenheid voor iedereen Geen onvermijdelijke kosten

Werk en Inkomen De onvermijdelijke kosten zijn ten opzichte van de eerste bestuursrapportage afgenomen met 1,500 miljoen euro. We verwachten bij de tweede bestuursrapportage geen nadeel meer vanwege expliciete coronaeffecten. Begin dit jaar bij de eerste bestuursrapportage gingen wij hier nog wel van uit. Er worden voor 2021 geen extra lasten en baten verwacht bij onze verbonden partij UW Holding en doordat de bijstandsaantallen in 2021 lager zijn dan eerder geprognosticeerd, worden er hiervoor geen extra uitvoeringskosten meer verwacht.

Onderwijs De onvermijdelijke kosten zijn ten opzichte van de eerste bestuursrapportage toegenomen met 0,300 miljoen euro. Het Rijk besloot om de scholen voor voortgezet onderwijs afgelopen 1 maart weer te openen, waarbij de leerlingen en docenten anderhalve meter afstand moesten houden. Om leerlingen meer dan één dag per week naar school te kunnen laten gaan, zeer noodzakelijk voor de ontwikkeling van de kinderen, was er extra ruimte nodig. Samen met de schoolbesturen hebben we deze extra ruimtes kunnen organiseren voor het voortgezet onderwijs. Hiervoor zijn zowel gemeentelijke als niet gemeentelijke ruimtes ingezet. We hebben de schoolbesturen een bijdrage toegezegd van maximaal 50% van de kosten, tot een maximum van in totaal 0,300 miljoen euro. Deze kosten voor extra ruimte in verband met Corona waren niet te voorzien. De voorfinanciering extra ruimte in het VO 1,5 meter van 0,300 miljoen euro is op 6 april 2021 goedgekeurd door B&W, waarbij als voorwaarde werd gesteld om bij het Rijk te pleiten om deze kosten te mogen dekken uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit pleidooi is succesvol gebleken, net voor de zomer werd bekend dat deze kosten gedekt mogen worden uit het gemeentedeel van het NPO. De middelen ontvangen wij later in 2021.

Ondersteuning op maat De onvermijdelijke kosten zijn ten opzichte van de eerste bestuursrapportage afgenomen met 1,6 miljoen euro en de baten zijn toegenomen met 0,800 miljoen euro. In 2021 is er fors ingezet om de effecten van corona op te vangen en verergering van problematiek zoveel mogelijk te voorkomen. Van de 8 miljoen euro voor Versneld vernieuwen zijn de middelen voor aanvullende zorg vrijwel volledig ingezet. Voor de subsidieregeling loopt momenteel de tweede tranche van de uitvraag. We verwachten de middelen grotendeels toe te kennen, maar niet alle kosten in 2021 te maken (5,6 miljoen euro 2021 en 2,4 miljoen euro 2022). In de maartcirculaire 2021 zijn middelen beschikbaar gesteld door het Rijk voor het steunpakket welzijn en leefstijl. Een deel van deze middelen was al in de eerste bestuursrapportage meegenomen (0,8 miljoen euro Perspectief voor Jeugd). Voor de overige beschikbare middelen geldt dat deze grotendeels zijn toegevoegd aan de nadere regel Versneld vernieuwen of bestaande subsidieregelingen. We verwachten alle middelen toe te kennen. De start van de activiteiten vindt echter concreet pas plaats na de zomer, waardoor een deel van de kosten in 2022 valt (1,650 miljoen euro 2021 en 1,8 miljoen euro 2022).

13

Volksgezondheid De onvermijdelijke kosten (baten en lasten) zijn ten opzichte van de eerste bstuursrapportage afgenomen met 0,135 miljoen euro. In de voorjaarsnota/eerste bestuursrapportage waren de kosten voor de noodlocatie Koploperstraat zowel bij programma Volksgezondheid als bij het programma Ondersteuning op maat opgenomen. Dit hebben we nu gecorrigeerd met 0,450 miljoen euro. Daarnaast zijn de kosten 0,300 miljoen euro van versneld vernieuwen voor de aanpak van de gezondheidsgevolgen van de coronapandemie, met name gezond ouder worden en psychische gezondheid, toegevoegd.

Veiligheid De onvermijdelijke kosten Corona voor programma Veiligheid zijn in lijn met de hetgeen vermeld is bij de Voorjaarsnota 2021 / Eerste Bestuursrapportage 2021. Er worden voor dit onderdeel geen materiële afwijkingen verwacht.

Cultuur Geen onvermijdelijke kosten

Samenleven en Sport Geen onvermijdelijke kosten

Utrechts vastgoed De onvermijdelijke kosten zijn ten opzichte van de eerste bestuursrapportage toegenomen 0,390 miljoen euro. Dit komt door uitgevoerde werkzaamheden om quick-wins te realiseren op het gebied van ventilatie. Het vastgoed van de VGU voldoet aan wet- en regelgeving. Door Corona zijn er door het RIVM aanvullende richtlijnen opgesteld rondom ventilatie in gebouwen. In deze richtlijnen wordt uitgegaan van ventilatie op het niveau van bouwbesluit 2012. We hebben al ons vastgoed geïnventariseerd en daar waar aanleiding was voor nader onderzoek (gebouwen die geen vervangingsonderhoud hebben gehad na 2012), hebben we gecontroleerd op de richtlijnen van het RIVM. Daar waar mogelijk hebben we aanpassingen gezocht in aangepast gebruik (aantal aanwezigen in één ruimte en het openen van ramen). In een deel van de panden is een kleine investering nodig om te kunnen voldoen aan de richtlijnen van het RIVM. Hier gaat het bijvoorbeeld om het plaatsen van roosters boven de ramen of het plaatsen van CO2 meters. In het MPUV 2021 hebben wij gerapporteerd over de inventarisatie van mogelijke ventilatiemaatregelen. Op basis van nieuwe inventarisaties zijn aanvullende quick-wins geïdentificeerd. Deze werkzaamheden betreffen met name panden binnen de portefeuille Cultuur waarbij aanpassingen vanwege het gebruik (grote groepen, kwetsbare groepen) op korte termijn wenselijk zijn.

De kosten hiervoor worden geraamd op 0,390 miljoen euro. Voor panden waar complexere aanpassingen aan de ventilatiesystemen nodig zijn (zoals bijvoorbeeld TivoliVredenburg) is bij de Voorjaarsnota 2021 budget toegekend om de benodigde investeringen uit te kunnen voeren.

14

Algemene middelen De onvermijdelijke kosten zijn ten opzichte van de eerste bestuursrapportage afgenomen met 0,766 miljoen euro. De gemiste opbrengsten toeristenbelasting worden voor het lopende belastingjaar lager ingeschat, vanwege de voortgang in de afbouw van de meest beperkende corona-maatregelen. De verwachting is dat er 0,766 miljoen euro meer aan toeristenbelasting ten opzichte van de eerste Bstuursrapportage wordt opgehaald.

Overhead De onvermijdelijke kosten voor het programma Overhead die gemeld zijn bij de voorjaarsnota bedroegen 3,140 miljoen euro. Deze prognose is intussen met 0,820 miljoen euro naar beneden bijgesteld tot 2,320 miljoen euro. Dit verschil heeft diverse oorzaken. De belangrijkste zijn: • De ICT kosten voor digitale werkomgeving (VDI) zijn lager uitgevallen dan verwacht. • De inzet van eigen personeel op betaalde projectopdrachten binnen de gemeente is minder teruggelopen dan eerder aangenomen. • De omvang van het voordeel dat ontstaat doordat er vanwege de coronacrisis minder opleidingen worden gevolgd en minder fysieke bijeenkomsten plaatsvinden is intussen duidelijk geworden.

2.2 Coronamaatregelen Nog altijd zijn de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus merkbaar in de stad. De ontwikkelingen zijn grillig. Dat vraagt van ons flexibiliteit, maar ook om koersvastheid: naast het opvangen van directe effecten van de crisis werken aan perspectief en herstel. We richten ons op interventies met toekomstperspectief voor de groepen die het hardst worden getroffen door de crisis, op investeringen in de oplossingen voor morgen die bijdragen aan de weg uit de crisis en op het overeind houden van cruciale voorzieningen voor na de crisis. In de Programmabegroting 2021 zijn daarom vier maatregelenpakketten vastgesteld, gericht op noodsteun voor essentiële voorzieningen, bestaanszekerheid en werk voor Utrechters en extra toekomstbestendige investeringen in de grote transities (zorg, werk, wonen, groen, mobiliteit, energie). De afgesproken werkwijze rond de pakketten geeft de nodige flexibiliteit in de uitvoering, terwijl de gemeenteraad de vinger aan de pols houdt en uiteindelijk besluit over de onttrekking aan de bestemmingsreserve, die is ingesteld voor de maatregelen corona. Het rapport van de “Taskforce Maatschappelijke Effecten Corona”, Samenwerken aan een veerkrachtige stad (hierna: Taskforce Corona of Taskforce advies) gaf een analyse van de stad na een jaar Corona en de impact van de crisis voor de middellange termijn.

Ondanks het feit dat Utrecht een veerkrachtige stad is, raakt de crisis bepaalde groepen en gebieden hard. In lijn met het advies van de Taskforce Corona willen we voorkomen dat het herstel van de stad in verschillende snelheden op gang komt en bestaande scheidslijnen worden versterkt. Bij de voorjaarsnota is daarom besloten door te gaan met de vier maatregelenpakketten en deze aan te scherpen op basis van actuele ontwikkelingen. Zo zijn de pakketten aangevuld met drie maatregelen: een intensivering van de aanpak van de leegstand in de binnenstad, extra middelen om de risico’s op ondermijning beter tegen te kunnen gaan en een investering in werkgelegenheid en duurzame innovatie via een nieuwe bijdrage aan het fonds van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM).

15

In de volgende paragrafen rapporteren we per maatregelenpakket over de voortgang in relatie tot de doelstelling van het pakket. Separaat ontvangt u de Trendrapportage, die een breder perspectief geeft op ontwikkelingen in de stad in relatie tot het coronavirus. We geven hier een schets van de context die van belang is voor de uitvoering van de maatregelen. Daarnaast bieden we inzicht in de inhoudelijke en financiële stand van zaken per pakket en een beschouwing op de effectiviteit. Deze reflectie leidt in pakket 3 tot een accentverschuiving. In de laatste paragraaf trekken we conclusies over het geheel van maatregelenpakketten.

Pakket 1 Essentiële voorzieningen Doel van het pakket Voor een groot deel van de voorzieningen zoals sport, welzijn, cultuur, erfgoed en evenementen geldt dat ze in de 1,5 meterfase maar deels of zelfs niet kunnen functioneren, en er niet of slechts voor een zeer beperkt deel gebruik gemaakt kon worden van Rijksmiddelen. Veel van deze voorzieningen zijn essentieel voor de sociale samenhang en de leefbaarheid van wijken en buurten. Het is dus belangrijk om ze zoveel mogelijk te behouden, nu en ná de crisis. Vanwege de voorziening én vanwege de werkgelegenheid, inclusief vrijwillige inzet, die ze bieden. Ontwikkeling in de context van het pakket Uit (landelijk) onderzoek en inwonerspeilingen zien we dat de coronacrisis op veel mensen een nadelig effect heeft gehad. Met name mensen in een kwetsbare positie en jongeren hebben geleden onder de lockdown en het wegvallen van activiteiten en ontmoeting. Hierdoor is de eenzaamheid toegenomen, en het ervaren gevoel van welzijn en de gezondheid zijn afgenomen. Nu de beperkende maatregelen voor een groot deel zijn afgebouwd kunnen de meeste instellingen die wij ondersteunen (deels) weer aan de slag en hun deuren weer openzetten. De deelnemers aan de welzijns- en sportactiviteiten zijn deels weggevallen, en een deel van de – met name oudere – vrijwilligers heeft opgezegd.

Het is dus van belang dat de organisaties weer op kracht komen en met voldoende slagkracht de activiteiten kunnen opstarten. In de culturele sector blijkt dat met name de instellingen door de noodsteun en de mogelijkheden binnen het herstel en innovatiepakket overeind zijn gehouden. Een onderzoek van de Boekmanstichting laat zien dat de noodsteun onvoldoende is door gedruppeld naar de makers en zzp’ers in de culturele sector (zo’n 60% van de sector bestaat uit zzp’ers). Dit onderschrijft het belang dat de noodsteun is aangevuld met de maatregelen in het herstel en innovatiepakket. Die richten zich specifiek op deze groep. Evenementen zijn in 2021 onverminderd hard getroffen. De onzekerheid voor evenementenorganisaties is groot. Dit heeft tot gevolg dat sommige evenementen ook in 2021 niet door konden of kunnen gaan. Evenementen die een subsidie ontvangen kunnen in dat geval, op basis van de coulance regeling subsidies, gemaakte kosten wel gesubsidieerd krijgen en hoeven geen leges te betalen. Daarnaast is vanaf 1 juli 2021 de rijks (garantie-) regeling evenementen van start gegaan. En is aangekondigd dat er nog rijksmiddelen beschikbaar komen vanuit het vierde steunpakket voor de regionale en lokale cultuur.

Stand van zaken op het pakket Nu de versoepelingen zich gefaseerd aandienen is het belangrijk de focus te verschuiven van noodsteun naar sterker en duurzaam uit de crisis komen. Bij de Voorjaarsnota 2021 is besloten het gemeentelijke budget van 2021 beschikbaar te houden voor ondersteuning van essentiële voorzieningen. Daarbij hebben wij het afwegingskader voor de inzet van deze middelen aangescherpt op twee onderdelen: • Focus de ondersteuning aan essentiële voorzieningen cultuur, sport en welzijn op sterker uit de crisis komen. • Kleine verbreding van de reikwijdte, zodat in beperkte mate ook andere essentiële voorzieningen zonder winstoogmerk met wie we in 2021 geen subsidierelatie hebben gebruik kunnen maken van de steunregeling. Bij de sport zien we dat vooral sportaanbieders die met deze activiteiten in hun levensonderhoud voorzien (ZZP’ers), en sportaanbieders die ruimte huren bij particulieren die geen huurcompensatie (kunnen) geven het extra moeilijk hebben. En ook sportverenigingen die een eigen sportkantine of sportruimte hebben. Voor deze sportaanbieders is in 2021 een subsidieregeling opgestart om duurzaam uit de crisis te komen. Hier hebben tot 1 juli 50 sportaanbieders gebruik van gemaakt. De buurthuizen en

16

speeltuinen zijn weer gestart met het ontvangen van mensen om samen activiteiten te ondernemen. De noodsteun die zij voor 2020 hebben ontvangen heeft hen door de grootste financiële crisis heen geholpen. Naast noodsteun aan culturele en erfgoedinstellingen zijn er, zoals gezegd, meerdere regelingen en opdrachten voor makers, zzp’ers, en evenementen opgesteld, om op die manier het herstel en de innovatie van de sector verder aan te jagen. Deze regelingen en opdrachten zijn in mei en juni gepubliceerd en uitgezet. De ontwikkelsubsidie specifiek voor makers en zzp’ers wordt in de eerste maand na publicatie al 21 keer aangevraagd. Het bereikte resultaat tot nu toe ligt in de lijn van de verwachting. We zien dat organisaties met een winstoogmerk, die een maatschappelijke meerwaarde hebben voor de stad, het moeilijk hebben en soms dreigen om te vallen. Denk aan galerieën, evenementen, culturele- en nachtinstellingen. Voor deze organisaties zijn bestaande subsidies uitgebreid en kan er subsidie voor culturele programmering worden aangevraagd. Voor culturele evenementen en activiteiten die voorheen geen subsidie ontvingen, zijn in 2021 de subsidies ‘coronamaatregelen culturele evenementen’ en ‘coronamaatregelen culturele activiteiten op evenementen’ opgestart.

Met deze steun wordt een deel van de kosten die een organisator extra moet maken als gevolg van de coronamaatregelen bekostigd. Doel hiervan is de culturele infrastructuur bij evenementen in stand te houden. Daarnaast is 0,3 miljoen euro toegevoegd aan het evenementenfonds. Deze is ingezet om vijf evenementen die in 2020 niet konden plaatsvinden, met behoud van subsidie, te verplaatsen zonder dat dit ten koste is gegaan van nieuwe initiatieven in het kader Utrecht 900.

Sport & welzijn

Cultuur & erfgoed

Evenementenfonds

Stand van zaken per 1 juli 2021

Bereik / resultaat

• •

vijf sportaanbieders 50 sportaanbieders

Noodsteun sportaanbieders Sportclubs duurzaam uit de crisis • Noodsteun buurthuizen, speeltuinen en scouting • Noodsteun • Herstel & innovatie voor culturele en erfgoedinstellingen, organisatoren en zzp’ers (open voor aanvragers vanaf mei/juni 2021) Behoud reguliere capaciteit

zes organisaties en gederfde huurinkomsten buurthuizen 27 instellingen noodsteun 200 organisaties, makers en ZZP’ers 14 evenementen

Vijf evenementen

Voor 2021 is t/m juni een kleine 50% van de middelen voor sport, welzijn en cultuur ingezet. Voor een deel nog ter ondersteuning van instellingen met liquiditeitsproblemen. Maar voor een deel ook om in te zetten op herstel, om duurzaam uit de crisis te komen. Voor sport en welzijn is t/m juni 2021 een kleine 0,8 miljoen euro ingezet. De instellingen voor cultuur en erfgoed hebben gezamenlijk 3 miljoen euro aangevraagd. Daarnaast zetten we de aanvullende rijksmiddelen voor jeugd, sport, cultuur en dergelijke gericht in, passend bij de doelstelling van de middelen. Dit kan binnen het reguliere beleid of via aparte besluitvorming. Op deze wijze kunnen ook andere organisaties met of zonder winstoogmerk, activiteiten voor specifieke (kwetsbare) groepen en ZZP’ers/makers binnen deze branches worden ondersteund. Voor een gedetailleerde stand van zaken op het gebied van cultuur en sport verwijzen we naar de raadsbrieven Utrechts Herstel en Innovatie pakket en Utrechtse sportverenigingen in corona-tijd en Aanpassingen Steunpakket Utrechtse sportvoorzieningen. We volgen de financiële situatie onder culturele instellingen in de stad met het oog op de verwachtingen voor de 2e helft van het jaar. De verwachting is dat de behoefte aan noodsteun voor de tweede helft van het jaar groter zal zijn dan in de eerste helft van het jaar.

Voor veel van de instellingen geldt dat de tekorten van de instellingen kleiner zijn wanneer ze door de lockdown gesloten zijn dan wanneer ze geopend zijn met de beperkende voorwaarden van de 1,5 meter afstand. We verwachten dat het nog beschikbare bedrag voor culturele en erfgoedinstellingen grotendeels toereikend zal zijn. Van het gereserveerde bedrag van 10,3 miljoen euro voor zowel noodsteun als herstel en innovatie zal er naar de huidige verwachting 7,8 miljoen euro in ieder geval besteed worden in 2021. Veel is echter nog onduidelijk in dit stadium, deze inschatting is dus onder voorbehoud van veranderende omstandigheden en behoefte in de samenleving en/of de sector.

17

Begroot bedrag 2021

Realisatie per 1/7

x € 1.000 Prognose voor heel 2021

Sport & welzijn

1.800

800

1.400

Cultuur & erfgoed

10.300

3.100

7.800

Evenementenfonds Totaal

300

100

300

12.400

4.000

9.500

Beschouwing op de effectiviteit van het pakket De middelen uit het maatregelenpakket Essentiële voorzieningen hebben bijgedragen aan het ‘in stand houden’ van de voorzieningen/instellingen voor sport, welzijn, cultuur, erfgoed en evenementen. Zonder deze inzet zouden de 48 instellingen die een noodsteun-subsidie hebben ontvangen het mogelijk niet hebben overleefd. Met het weer langzaam opengaan van de samenleving, o.a. doordat steeds meer mensen zijn gevaccineerd, zien we dat de voorzieningen en instellingen weer durven te ademen. Een aanzienlijk deel van de activiteiten kunnen weer opgepakt worden. Er komen dus weer wat inkomsten binnen. Al blijft de anderhalve-meter-fase nog voortduren, of moet er getest worden voor toegang. Ook de ZZP’ers en kleine zelfstandigen kunnen een subsidie aanvragen die bijdraagt om duurzaam uit de crisis te komen. De grilligheid van de corona besmettingen geeft echter nog geen zekerheid voor de nabije toekomst. De instellingen uit deze sectoren redden het niet met alleen Rijkssteun, die vaak niet toegankelijk is voor instellingen die op vrijwillige basis draaien. De 250 instellingen en makers die een subsidie voor herstel hebben aangevraagd kunnen met deze middelen sneller en gerichter aan de slag om hun weggevallen leden/deelnemers weer binnen te halen en het activiteitenaanbod weer op te starten.

We verwachten in de tweede helft van dit jaar zeker nog een flink aantal instellingen te kunnen ondersteunen met zo’n herstel-subsidie, zeker nu de economische steunmaatregelen van het Rijk, zoals NOW en Tozo, per 1 oktober worden beëindigd.

Pakket 2 Versterken bestaanszekerheid Doel van het pakket De crisis heeft gevolgen voor de bestaanszekerheid en kansengelijkheid van veel Utrechters. Daarom bevat dit pakket een aantal maatregelen gericht op het bieden van een kansrijke start, het inhalen van vertraging in de Jeugdgezondheidszorg, het opvangen van uitgestelde zorgvragen en extra en nieuwe vragen op het gebied van schulden, zorg en veiligheid. Dit naast de maatregelen uit de andere pakketten en de reguliere programma’s die ook bijdragen aan bestaanszekerheid en kansengelijkheid. De maatregelen zijn gericht op innovatie en transformatie (versneld vernieuwen) en het opvangen van effecten (beroep op steun en zorg). Ontwikkeling in de context van het pakket Met de meeste Utrechters gaat het goed, maar het aanhouden van de coronamaatregelen heeft ook flinke gevolgen voor sommige inwoners. De mentale gezondheid en veerkracht is verslechterd, er is een toename van angst, depressie en eenzaamheid. Met name jongeren/jongvolwassenen hebben het zwaar. Ook landelijk wordt geconstateerd dat bestaande knelpunten in hulp aan jeugdigen met psychische problemen onder invloed van de coronacrisis zijn vergroot en verscherpt en dat dit effect heeft op wachttijden in met name de specialistische Jeugd-GGZ (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd).

Daarnaast hebben mensen met een opeenstapeling van meerdere problemen te lijden onder de corona maatregelen. Gezinnen die al te kampen hebben met veel verschillende moeilijke situaties kregen het hierdoor nog moeilijker. Ook gezinnen die normaal gesproken de boel op de rit hebben kwamen in aanraking met stress. In de cijfers Jeugd & WMO zagen we een golfbeweging van afname van de vraag bij aanscherping van maatregelen en toename van de vraag bij versoepeling. We horen van onze partners dat inwoners en gezinnen die zich melden vaak zwaardere en complexere problematiek hebben en dat cliënten langer in zorg bleven (minder uitstroom). Vanuit het Rijk zijn er extra middelen gekomen voor steun op het gebied van sociaal en mentaal welzijn en leefstijl. Tegelijkertijd zien we dat er (vooral in het begin van de crisis) een toename was in gevoel van saamhorigheid en veel Utrechters zich zijn gaan inzetten als vrijwilliger, voor elkaar en voor de buurt (bewonerspanel juli ’21).

18

In tegenstelling tot de eerdere verwachting is er over de breedte geen toename van schuldenproblematiek of zelfs betalingsachterstanden als gevolg van Corona. Uit recente CBS data is zelfs gebleken dat de problematische schulden in Utrecht zijn afgenomen. Wel signaleert het CBS landelijk een toename van het aantal ZZP’ers en kleine ondernemers met problematische schulden. Het BKR meldt dat jongeren vaker betalingsachterstanden hebben. De toegenomen hulpvragen van jongeren en de ervaringen uit enquêtes onder Tozo-aanvragers onderschrijven dit beeld ook voor Utrecht. Het Nibud meldt op basis van een peiling dat de meeste Nederlanders meer spaargeld hebben dan voor Corona, maar 18% heeft juist minder. Die groep heeft een groter risico op problematische schulden. Meer dan verwacht is er toename van problemen op het gebied van openbare orde en een verhoogd risico op veiligheidsproblematiek, waaronder ondermijning. De toename van ondermijnende (drugs)criminaliteit bedreigt de veiligheid in onze stad en de sociale samenhang in kwetsbare wijken (Raadsbrief IVP 2020). Dit wordt bovendien versterkt door de effecten van corona (economische recessie, stapeling maatschappelijke problematiek en een verhoogd risico dat leegstaand vastgoed in de verkeerde handen komt).

De opmars van ondermijning gaat gepaard met geweld (afrekeningen, wapengebruik) en hierdoor ontstaan gevaarlijke situaties in de wijken. De coronacrisis heeft ook een katalyserende werking gehad op het al sluimerend maatschappelijk ongenoegen. Ontevredenheid in de samenleving uit zich online en ook via demonstraties buiten op straat. Het aantal demonstraties in Utrecht is de afgelopen jaren fors toegenomen (bijna +200% in drie jaar, van 150 naar 445). Daarnaast neemt het aantal zorgwekkende signalen op het gebied van polarisatie en radicalisering toe. Ook zijn er zorgen over de toename van de aanhang van complottheorieën en rondom de toepassing van antidemocratische middelen bij protesten tegen overheidsbeleid of het oproepen daartoe. We zien binnen activistische groeperingen een radicale onderstroom waaruit extremistische gedragingen kunnen voortkomen. Bij de voorjaarsnota is besloten om extra in te zetten op voorkomen toename overlast en (ondermijnende) criminaliteit. De coronacrisis legt dus ook enkele pijnlijke kwetsbaarheden bloot. De verschillen in de stad worden groter, de bestaande scheidslijnen in de stad worden dieper. Niet iedereen kan voldoende profiteren van de welvaart in de stad.

Als de stad weer op gang komt, bestaat het risico dat het herstel in twee snelheden plaatsvindt: een groep inwoners die profiteert van de economische veerkracht van de regio en een groep die achterblijft. Stand van zaken op de maatregelen Versneld vernieuwen Er is in 2021 4 miljoen euro ingezet voor het terugdringen van wachttijden in de aanvullende zorg (Jeugd en WMO) om te voorkomen dat kwetsbare gezinnen en inwoners die hulp nodig hebben te lang op zorg en ondersteuning moeten wachten. Dit is gecombineerd met een opdracht tot een versnelde transformatie. In april is de raad geïnformeerd over wat we bij Jeugd en WMO zien als gevolg van corona en de coronamaatregelen (raadsbrief april), dus t/m Q1. In een recente raadsbrief over Jeugd is aangegeven dat het aantal gezinnen dat een beroep doet op het buurtteam jeugd en gezin bij Lokalis tussen 1 april en 1 juni van dit jaar is gestegen van 4.306 naar 4.609. Hier zitten ook gezinnen bij die zich gemeld hebben als gedupeerde van de toeslagenaffaire. De gemiddelde wachttijd is iets toegenomen, met name omdat de uitstroom nog steeds lager is dan normaal. Zowel bij KOOS en Spoor030 zien we een daling in de wachttijd door de ingezette acties. We verwachten dat deze trend zich doorzet in Q2 en begin Q3.

Er is toegezegd de raad dit najaar opnieuw te informeren over de effecten van corona en de coronamaatregelen op de zorg en ondersteuning vanuit Jeugd en de WMO. De andere 4 miljoen euro wordt ingezet via de subsidieregeling versneld vernieuwen op het versnellen en versterken van de beweging naar voren: door in te zetten op preventie en samenwerking in het sociaal domein worden problemen eerder gesignaleerd en met lichte interventies wordt voorkomen dat deze verergeren. De eerste tranche hiervan is afgerond, hiermee worden onder andere activiteiten bekostigd gericht op het versterken en vergroten van het sociale netwerk en mentale veerkracht van inwoners met een licht verstandelijke beperking en het ondersteunen van gezinnen, waarbij problematiek door corona verergerd is, door vrijwilligers en maatjes als aanvulling op de basishulp of specialistische hulp. In september is de besluitvorming over de tweede tranche.

19

De middelen voor actielijn 1 en 2 (welzijn jeugd en welzijn kwetsbare groepen) van het Rijkssteunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl zijn toegevoegd aan de tweede tranche van Versneld vernieuwen (1,6 miljoen euro). Kansrijke start Dit onderdeel bestaat uit: 1. Kansrijke start in de eerste 1000 dagen vanaf de conceptie. 2. Het ontwerpproces kansrijke start van het jonge kind (0-6 jaar) door een laagdrempelige voorziening. 1. De aanpak kansrijke start voor kinderen loopt. Een aantal interventies ten behoeve van (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie wordt uitgevoerd. Zo kende de Kortdurende Video Hometraining (k-VHT) van jan-juli 80 aanmeldingen, hebben 276 gezinnen meegedaan aan Ouders inc., zijn er zeventien aanmeldingen voor het Al Amal project Eerste 1.000 dagen dat uitgebreid is naar de hele stad. Andere interventies zijn in gang gezet, zoals Voorzorg 2 en de collectieve opvoedondersteuning kansrijke start, waarvan de verkennende fase is afgerond. De ambassadeur is gestart bij de Themadreven en breidt dit uit naar Zuilen en Leidsche Rijn. Nu Niet Zwanger, Taalaanloop en de uitbreiding van moeder-babygroepen volgen mogelijk in de loop van 2021 en 2022. Via ons netwerk komen ook weer nieuwe projecten en interventies binnen. Daarnaast is de vertraging binnen de JGZ ingelopen en wordt verbetering door digitale mogelijkheden zoals webinars voortgezet. 2.

Ook het ontwerpproces voor de voorziening loopt en is erop gericht om de kansen die de coronacrisis geeft met inwoners en partners te benutten en om samen aan vernieuwing te werken. Gezamenlijke droom is dat in de toekomst kinderen (0-6 jaar) vanuit thuis een zo optimaal mogelijke start maken en dat deze start ondersteund wordt met een eenvoudige en laagdrempelige plek waar alle kinderen en ouders welkom zijn, waar onderwijs, opvang, zorg, sport, spel en cultuur samenkomt en waar ouders ervaringen kunnen uitwisselen over het opgroeien van hun kinderen. In deze droom is het Zweedse model voor kinderopvang verwerkt, die als inspiratiebron is meegenomen. Voor Overvecht en Rivieren-/Dichterswijk (wijken van de pilots) zijn er met professionals, ouders, kinderen en niet voor de hand liggende experts analyses gemaakt van het vraagstuk; co-creatiesessies georganiseerd en wordt dit nu tot concepten verwerkt. Deze concepten focussen zich in Overvecht op de laagdrempelige voorziening en in Rivieren-/Dichterswijk op het investeren in de ontwikkeling van en omgeving om het jonge kind. Schulden voorkomen en versneld oplossen De aangekondigde interventies zijn in 2021 in gang gezet. De Coronasanering is per 1 juni gestart. U bent daarover geïnformeerd met brief 8623913. In de zomer van 2021 zijn de eerste inwoners versneld uitgestroomd uit een saneringstraject.

Zij kunnen daardoor eerder weer schuldenvrij meedoen in de maatschappij. We zetten meer ervaringsdeskundige praktisch ondersteuners in die inwoners helpen om na het driegesprek sneller door te stromen naar een schuldregeling. Een kwartiermaker borgt intussen de rol van vrijwilligers in schuldhulpverleningstrajecten. Het aantal schulddienstverleners bij WenI is uitgebreid en is ingezet om uitkeringsgerechtigden met schulden te benaderen, meer ondersteuning aan jongeren en hun werkgevers te bieden, gedupeerden van de toeslagenaffaire te ondersteunen, de coronasanering te implementeren en de bijbehorende intensievere ondersteuning en ontzorging te bieden, omdat de verwachte groei van aanmeldingen schuldhulpverlening nog is uitgebleven. De capaciteit van Stadsgeldbeheer is ook uitgebreid, zodat de wachttijd verder beperkt wordt. De schuldhulpverlening voor ondernemers wordt op basis van geleverde trajecten gefactureerd. Deze trajecten nemen nog niet substantieel toe. Utrechters die een uitkering aanvragen krijgen nu een Rondkomengesprek aangeboden. Na een pilot bij jongeren is deze aanpak per 1 mei uitgebreid naar alle bijstandsaanvragers. Tot 1 juli hebben 176 Utrechters een Rondkomengesprek gehad. Het Voorkom Erger Potje wordt stapsgewijs uitgerold over de hele stad. In het najaar moet in elke wijk een potje beschikbaar zijn.

Voorkomen toename overlast en (ondermijnende) criminaliteit In 2021 zijn de aangekondigde stappen gezet die in het verlengde van de bestaande activiteiten liggen (conform het Integraal Veiligheidsplan (IVP)). Zo wordt extra ingezet op de crisisorganisatie. Dit houdt in het (regionaal) adviseren van de voorzitter van de veiligheidsregio en de burgemeester over openbare orde en handhavingskwesties in relatie tot de coronapandemie. Daarnaast extra juridische advisering via

20

het speciaal ingerichte ‘Juridische Loket’, dat regionaal werkt. We hebben in het kader van Corona in de openbare ruimte meer gebruik gemaakt van communicatiemiddelen zoals bebording en tekstkarren in de parken en bij diverse demonstraties. Via persoonsgerichte aanpak (PGA) wordt extra ingezet bij met name jeugd, jongvolwassenen en personen met een hoog risico om het hoofd te bieden aan de toegenomen stapeling van psychische, sociale en economische problemen bij deze kwetsbare groepen; een reëel risico voor de veiligheid en leefbaarheid in de stad. Er zijn hiervoor tijdelijk meer PGA-experts geworven, ook omdat het door Corona lastiger was om mensen te bereiken. Om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan, is de informatiepositie van de gemeente verstevigd. Met wijkberichten en lesbrieven na acties tegen criminelen en een ‘SMS-bombardement’, is verder ingezet op bewustwording en meldingsbereidheid van criminele activiteiten en jeugdproblematiek in de wijk. Om de weerbaarheid bij jongeren te vergroten is extra geld aangewend voor voorlichting en hulp, zoals de afgeronde pilot onderwijsprogramma Kapot Sterk (bouwen aan weerbaarheid tegen de invloed van drugscriminaliteit). Bepaalde activiteiten konden nog geen doorgang vinden vanwege geldende Coronamaatregelen, zoals trainingen aan ouders/opvoeders om probleemjongeren in criminaliteit te herkennen en te helpen.

De Taskforce Corona ziet de toename van de openbare problematiek in relatie tot Corona effecten (met name bij ondermijning en voor polarisatie en radicalisering kwetsbare personen) als een verhoogd risico waar offensieve maatregelen voor nodig zijn. In de voorjaarsnota zijn extra steunmaatregelen opgenomen voor uitbreiding capaciteit Bibob onderzoekers en expertise hoog risicopersonen (polarisatie/ radicalisering). De tijdelijke FTE zijn in juni (middelen beschikbaar gesteld) geworven en worden nu ingezet.

Versneld vernieuwen *) Kansrijke start Schulden voorkomen en versneld oplossen Voorkomen toename overlast en (ondermijnende) criminaliteit **) Totaal Binnen pakket

Begroot bedrag 2021

Realisatie per 1/7

8.000 800 2.540

4.117 196 1.076

x € 1.000 Prognose voor heel 2021 5.570 460 2.256

980

172

780

12.320 4.320

5.561 1.444

9.066 3.496

* Deze post is hier in beeld gebracht, omdat de kosten zijn opgenomen in het scenario C, maar we deze onvermijdelijke kosten gaan inzetten voor extra investering in de sociale basis en basiszorg waarmee de transformatie versneld wordt met als doel hogere kosten later te voorkomen. We verwachten de middelen volledig toe te kennen, maar niet alle kosten in 2021 te maken. Vanuit het Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl vanuit het Rijk is er daarnaast 1,6 miljoen euro toegevoegd aan de nadere regel Versneld vernieuwen. Financiële verantwoording van deze middelen vindt plaats via het hoofdstuk ‘onvermijdelijke kosten corona’. **) inclusief de toevoeging van 0,380 miljoen euro bij de Voorjaarsnota 2021 Beschouwing op de effectiviteit van het pakket De effectiviteit van de maatregelen is niet goed te meten en hard te maken, vanwege de uitzonderlijke situatie en het gebrek aan vergelijkingsmateriaal. We hebben met de maatregelen in dit pakket wel een aantal effecten (beroep op steun en zorg, overlast) weten op te vangen en daarnaast ook stappen kunnen zetten gericht op innovatie en transformatie (versneld vernieuwen). Door de lange duur van de coronamaatregelen hebben we echter ook vertraging opgelopen bij de uitvoering van een aantal interventies (bv Kortdurende Video HomeTraining) en zijn bepaalde verwachte effecten nog niet opgetreden (schulden).

Sommige maatregelen hebben een aanloopperiode van voorbereiding nodig gehad. Van activiteiten en interventies die net gestart zijn of zijn voorbereid zijn nog geen resultaten te vermelden (Bibob). Vaak loopt de uitvoering en besteding door in 2022.

21

De ontwikkeling van zorgvragen wordt met de partners kortcyclisch gemonitord (versneld vernieuwen) om tijdig bij te kunnen sturen. Er is ingezet op het terugdringen van de wachttijden in de aanvullende zorg Jeugd en WMO. We zien bij Jeugd deels een daling en er wordt door de partners ook gekeken welke andere ondersteuning zo nodig in de tussentijd geboden kan worden. In het najaar wordt hierover uitgebreider gerapporteerd. Tegelijkertijd worden ook kansen benut om transformaties te versnellen en te vernieuwen, bv met het ontwerpproces voor de laagdrempelige voorziening voor jonge kinderen. Partners reageren positief op het extra aanbod van bijvoorbeeld Voorzorg 2 en het gezamenlijk ontwerpen van de voorziening voor het jonge kind. Het effect van de Versneld Vernieuwen activiteiten gericht op de versnelde transformatie/beweging naar voren is lastig in beeld te brengen. Die activiteiten zijn immers gericht op het voorkómen van problemen. Wij hebben het Verwey Jonker Instituut gevraagd om op basis van het Utrechtse sturingsmodel samen met onze partners zo goed mogelijk inzicht te bieden in die effecten. In de loop van 2022 brengen we een eerste rapportage uit. Een deel van de activiteiten is gericht op het voorkomen van schulden. De mate waarin dit lukt is niet goed cijfermatig te onderbouwen.

Met betrekking tot onze inspanningen zien we wel dat we veel vaker een hulpaanbod doen in het kader van vroegsignalering, maar we kunnen op dit moment niet beoordelen of dat ook leidt tot minder schuldenproblematiek op de lange termijn. Het is ook nog te vroeg om te kunnen rapporteren over de coronasanering. Deze data verwachten we vanaf het vierde kwartaal te zien en komt terug in zowel het dashboard van Werk en Inkomen als de derde voortgangsrapportage van de actieagenda Utrechters Schuldenvrij, waarin we conform de Utrechtse methode van sturen en verantwoorden inzage geven in de opbrengsten van deze aanpak. We hebben de maatregelen voorgelegd aan de Focusgroep van de actieagenda, bestaande uit partners in de stad, ervaringsdeskundigen, gemeentelijke beleidsadviseurs, een werkgever, een wetenschappen en een deurwaarder. Zij zijn enthousiast over de gekozen aanpak om het coronaleed te verzachten voor Utrechters. Met name genoemd zijn de intensivering van de vroegsignalering, de uitbreiding van het aantal praktisch ondersteuners, de Coronasanering en de extra aandacht voor ondernemers. De Armoedecoalitie is enthousiast over de Utrechtse schuldenaanpak maar waarschuwt voor het aflopen van de extra incidentele middelen per 2023. Deze coalitie pleit voor voortzetting.

Met de interventies gericht op het voorkomen van overlast en (ondermijnende) criminaliteit zetten we in op het voorkomen van een reëel risico voor de veiligheid en leefbaarheid in de stad. Uitspraken over de effectiviteit zijn niet goed hard te maken. Over de inzet van extra Bibob onderzoekers en expertise hoog risicopersonen (polarisatie/ radicalisering) zijn vanwege het korte tijdsbestek nog geen resultaten te benoemen. Dit doen wij bij de jaarverantwoording.

Pakket 3 Werken, Opleiden en Begeleiden Doel van het pakket Met dit pakket helpen we werkzoekenden snel weer aan het werk en willen we de negatieve economische effecten van de pandemie zoveel mogelijk dempen. We begeleiden mensen in de overstap en omscholing naar een toekomstbestendige baan in de bouw, ICT, zorg of het onderwijs. We ondersteunen (kwetsbare) jongeren bij het vinden van stages en leerwerkplekken. Ook investeren we in vitale winkelgebieden en in Utrechts innovatief MKB dat voor werkgelegenheid zorgt. Het maatregelenpakket bestaat uit een samenhangende mix van bewezen effectieve instrumenten die we opschalen, nieuwe en geïntensiveerde samenwerkingen en veelbelovende pilotprojecten Ontwikkeling in de context van het pakket De voortekenen zijn positief: • In juni 2021 begint heropening economie en maatschappij na tweede lockdown-periode die startte medio oktober 2020 (horeca, cultuur), werd uitgebreid in medio december 2020 (modeen schoenenwinkels, andere niet food gerelateerde detailhandel en persoonlijke dienstverlening) • Ook 16% minder faillissementen dan normaal. En minder dan in de omliggende landen. Klein aantal sectoren – met name horeca – wel meer faillissementen. • (Onder andere) door steunmaatregelen overheid (NOW, TOZO, TVL) raken minder mensen hun baan kwijt en in de bijstand dan verwacht.

22

•

•

•

Aantal inwoners met een bijstandsuitkering daalt weer sinds medio april 2021 van 9.865 naar 9.764 eind juni 2021. Dit is nog aanzienlijk hoger dan pre-corona. Februari 2020 ontvingen 9.318 inwoners een bijstandsuitkering. Op basis van de doorberekeningen van de laatste ramingen van het Centraal Plan Bureau op de Utrechtse situatie, stijgt het aantal inwoners met een bijstandsuitkering eind volgend jaar – na het loslaten van de steunmaatregelen - naar 10.400. Dit is iets hoger als tijdens de kredietcrisis en een stuk lager dan verwacht op basis van de ramingen bij het opstellen van het maatregelenpakket waarbij nog werd uitgegaan dat het aantal zou stijgen naar 12.500 eind 2021 en 11.500 eind 2022. Het producentenvertrouwen is positief en het hoogste in drie jaar. Ook het consumentenvertrouwen stijgt de afgelopen maanden breekt binnenkort door de nulgrens heen (evenveel consumenten positief als negatief).

Er zijn echter nog wel enkele donkere wolken • De schulden bij het getroffen bedrijfsleven zijn hoog opgelopen. Landelijk hebben bedrijven en instellingen 10 miljard uitgestelde belastingen en daarbij 53,5 miljard aan extra leningen moeten afsluiten. INretail schat dat de gemiddelde schuld 0,115 miljoen euro bedraagt voor schoenenwinkels en 0,091 miljoen euro voor een kledingwinkel. • De coronapandemie heeft de bestaande trend van digitalisering versneld en versterkt. Zo is de onlineverkoop een stuk groter geworden. Dit gaat ten koste van de normale verkoop in winkels. Vraag is dan ook of eenzelfde soort winkelstructuur terugkomt als een deel ervan verdwijnt. Inmiddels is de leegstand van winkellocaties in de binnenstad gestegen (terwijl dit in andere winkelcentra nog redelijk op peil blijft). • Door versnelde digitalisering dreigen in de regio Utrecht op termijn zo’n 84.000 banen te verdwijnen (zogenaamde zombie-banen). • Op dit moment ontvangt nog een deel van de getroffen bedrijven overheidssteun. Eind juni 2020 ontvingen 2.667 ZZP’ers in de gemeente Utrecht een uitkering vanuit TOZO 4. In de arbeidsmarktregio Midden Utrecht ontvingen 3.768 werkgevers een NOW-uitkering om 74.108 werknemers in dienst te houden. Per 1 oktober 2021 worden deze steunmaatregelen opgeheven.

Duidelijk is dat deze steun deels naar bedrijven ging die ook zonder de coronapandemie een omzetdaling hadden gehad. Verwachting is dat na het wegvallen van de overheidssteun het aantal faillissementen gaat stijgen. • Door een stijgend aantal besmettingen zijn coronamaatregelen teruggedraaid. Stand van zaken op het pakket Maatregel

Stand van Zaken

Bereik en resultaat

Regionale Ontwikkelmaatschappij Utrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c6e92358-e999-4e67-80d3-839bbefefb21