Toelichting_Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan USP.pdf
Tekst van het document
Ook worden stille plekken beschermd. In dit licht worden geen horecavoorzieningen toegestaan in stille hofjes en rustige woonstraten. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Nieuwe wegen, woningen en kantoren leiden niet tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere lucht- of geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen zoals een geluidsluwe zijde en extra groen. Mensen voelen zich prettig Een evenwichtige balans tussen wonen, werken en recreëren is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Zo is er ruimte voor groen, water en is er ruimte om te spelen, te ontmoeten en te bewegen. Dit betekent ook dat er voldoende ruimte is om te recreëren in de buurt. Er zijn voldoende (maatschappelijke) voorzieningen en er is aandacht voor diversiteit in functies van de openbare ruimte. De aanwezigheid van groen is goed voor de gezondheid van mensen, en voor de biodiversiteit in de stad. Groene ruimtes nodigen uit tot bewegen, zorgen voor verkoeling, zijn belangrijk als recreatieve (ontmoetings-) ruimte en absorberen geluid. Straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels worden zo groen mogelijk ingericht volgens het 'groen tenzij' principe.
Elke Utrechter heeft de mogelijkheid om vanuit zijn woning een prettig ommetje te maken, want dat nodigt mensen uit tot meer bewegen en draagt bij aan ontmoeten. Plangebied In paragraaf 5.17 is op het Gezond stedelijk leven ingegaan. In paragraaf 5.4 is ingegaan op de geluidssituatie en in paragraaf 5.9 is ingegaan op de luchtkwaliteit in het plangebied. 2.3.2.2.7 Bodem, ondergrond en water Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven kan de vraag naar bouwgrond periodiek groot zijn. We willen voorkomen dat deze bouwgrond van elders (vaak over lange afstand) wordt aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. In 2020 is de Nota uitgebreid met een aanvullende nota over PFAS-stoffen. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken.
In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen. De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. 2 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden. Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark. Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; lokale maximale waarden voor de stofgroep PFAS, waarbij de gehele gemeente als één zone wordt beschouwd. Deze waarden gelden voor de bovenste meter.
Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel) ; regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). Verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Plangebied In paragraaf 5.10 is op de bodemsituatie van het plangebied ingegaan. Visie Water en Riolering (2022) en de Visie Klimaatadaptatie (2022) De gemeenteraad heeft in februari 2022 de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie vastgesteld. De visie 'Water en Riolering' bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van de wettelijke zorgplicht op het gebied van water en riolering en is onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie voor het thema water en riolering.
De visie vormt samen met het programma water en riolering het nu nog wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan en is daarmee de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken Utrecht 2016-2019. Deze wettelijk verplichting verdwijnt met de invoering van de Omgevingswet. De Visie Klimaatadaptatie geeft aan wat nodig is om Utrecht voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Utrecht zal in de toekomst steeds vaker te maken krijgen met de gevolgen van het veranderende klimaat en is gevoelig voor het vaker voorkomen van extreme regenbuien, wateroverlast en langere perioden van hitte en droogte. Het is dan ook van belang om hier bij nieuwe bouwontwikkelingen rekening mee te houden en de bebouwde omgeving zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat. De visie klimaatadaptatie sluit aan op de visie Water en Riolering, omdat de verwerking en het beheer van hemel-, riool-, oppervlakte- en grondwater een belangrijke bijdrage levert aan het geschikt maken van Utrecht tegen de veranderende omstandigheden. Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Daarom wordt geappelleerd aan een duurzame manier van bouwen waar klimaatadaptatie een onderdeel van is. Als Utrecht klimaatrobuust wil zijn zal de sponswerking van de stad vergroot moeten worden.
We willen hemelwater niet langer afvoeren via het riool naar de rioolwaterzuivering, maar het regenwater zoveel mogelijk vasthouden op de plek waar het valt. Zowel op eigen terrein, in de openbare ruimte, in de bodem of in het oppervlaktewater. Hiervoor moet zo veel mogelijk oppervlak onverhard blijven en vergroend worden, zodat het riolerings- en afwateringssysteem wordt ontlast en zodat er water beschikbaar is in perioden van droogte. Een voorwaarde voor deze vergroening en voor het toevoegen van meer bomen, is dat de bovengrond en ondergrond op elkaar worden afgestemd en dat er ruimte wordt gemaakt voor het planten van groen en bomen. Het beleid voor klimaatadaptatie is ook vastgelegd in de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
25
waarin voorstellen zijn opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel dat de bebouwde omgeving in 2050 nog steeds aantrekkelijk is om te leven en dat ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig zijn opgebouwd en getoetst. Gemeente Utrecht heeft samen met andere overheden deze deltabeslissing onderschreven en werkt samen in de Coalitie Regio Utrecht aan de opgaven. Wateroverlast Uitgangspunten in de Visie Water en Riolering zijn: Vuil water en schoon regenwater worden zoveel mogelijk gescheiden en bestrating en dakvlakken worden zoveel mogelijk aangesloten op een regenwatersysteem. Regenwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden op de plek waar het valt en wordt zichtbaar over het oppervlak afgevoerd i.p.v. ondergronds. Buien tot 20 mm per uur kunnen verwerkt worden zonder dat er water op straat blijft staan. Zelfs bij zeer extreme regenbuien van 80 mm in een uur mag geen schade ontstaan aan gebouwen en nutsvoorzieningen en worden veiligheidsrisico's voorkomen. Wegen, parkeerplaatsen, pleinen en groenvoorzieningen kunnen bijdragen aan tijdelijke waterberging bij extreme regenval. Aandachtspunten hierbij zijn de profilering van het terrein en hoogteliggingen.
Er moet dus gezorgd worden voor voldoende hoogteverschil tussen vloer- en wegpeilen. Regenwater mag niet langer dan 3 uur op straat staan. Voorkeursvolgorde Voor het verwerken van regenwater wordt in Utrecht een voorkeursvolgorde aangehouden. Allereerst wordt water zoveel mogelijk vastgehouden om her te gebruiken. Pas daarna stroomt regenwater oppervlakkig af naar bovengrondse bergingsvoorzieningen t.b.v. infiltratie. Als dat niet kan wordt water geborgen en geïnfiltreerd in ondergrondse voorzieningen. Pas als het regenwater ook niet afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater wordt het afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Droogte Om droogteschade te voorkomen moet de sponswerking van de bodem vergroot worden. Hiervoor moet zoveel mogelijk regenwater vastgehouden en geïnfiltreerd worden. Uitgangspunten daarvoor zijn: Minimaal 90% van het regenwater wordt in het gebied opgevangen en verwerkt zonder afwenteling op het oppervlaktewater. Hiervoor moet 15 mm regenwater per m2 verharding (incl. dakvlakken) vastgehouden kunnen worden in daarvoor bestemde infiltratievoorzieningen. Deze voorzieningen moeten in minimaal 10 en maximaal 48 uur leeg kunnen lopen. Om zoveel mogelijk water vast te kunnen houden is voor het ontwerp en inrichting van de openbare ruimte “groen, tenzij” het leidende principe.
Verharding voegen we alleen toe als het nodig is om het gewenste gebruik en beheer te faciliteren. Daken en gevels zijn zo groen mogelijk ingericht volgens het principe “geen dak of gevel onbenut”. Daarbij worden bij voorkeur zonnepanelen gecombineerd met groen. Met name daken waarop zicht is vanuit woningen, worden groen uitgevoerd. Hitte Hittestress wordt vooral bepaald door de gevoelstemperatuur. Dit is, naast luchttemperatuur, gebaseerd op factoren zoals luchtvochtigheid, de aanwezigheid van wind en de straling van de zon en omliggende gebouwen. In steden is het, door de aanwezigheid van verharding en gebouwen, extra warm. Hier kan het ongeveer 7 tot 10 graden warmer aanvoelen dan het landelijke gebied. Dit noemen we het 'hitte eiland effect': steden nemen overdag meer warmte op en stoten deze 's nachts langzaam af, waardoor het vooral 's nachts warm blijft in de stad. Voor Utrecht streven we naar een stad waarin het hitte-eiland effect beperkt is tot een verschil in gevoelstemperatuur van maximaal 5 graden Celsius ten opzichte van het buitengebied (referentie KNMI de Bilt). De Gemeente Utrecht heeft in de klimaatadaptatievisie de volgende uitgangspunten opgesteld om hittestress te verminderen: Op de belangrijkste looproutes moet er op het heetst van de dag 40% schaduw aanwezig zijn en in overige loopgebieden is er op het heetst van de dag 30% schaduw.
De minimale afstand tot een koelteplek is 200 meter; Er is minimaal 40 % groen per wijk. Plangebied In paragraaf 5.13 is op de watersituatie van het plangebied ingegaan. 2 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
2.3.2.2.8 Energie Utrecht: energiek middelpunt van het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 - 2019 De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document Duiding van het College bij het Energieplan vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en hierbij stond de volgende vraag centraal: realiseer een klimaatneutraal Utrecht. Aan de hand van de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening in Utrecht zijn, om dit te bereiken, te nemen maatregelen geformuleerd. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk en de gemeente heeft een grote en proactieve rol bij de overgang naar duurzame energie. In het najaar van 2015 zijn de Utrechtse Energieagenda's verschenen, welke een vervolg zijn op het Energieplan en de duiding daarop van het college. Hierin worden de concrete gemeentelijke werkzaamheden gepresenteerd en de inzet van middelen welke leiden tot een klimaatneutraal Utrecht richting 2030.
Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 20% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Met het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' (2018) zijn voorgaande doelstellingen vervangen. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Plangebied In paragraaf 5.19 is aangegeven hoe de energieambities in het plan worden ingevuld. Visie op de warmtevoorziening (2017) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement.
Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energie-infrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd. Gemeenten moeten voor eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. In de Transitievisie Warmte staat hoe de gemeente een aardgasvrije stad gaat maken en welke planning daarvoor wordt gehanteerd. In de TVW staat wanneer we in welke buurt starten met het aardgasvrij maken van gebouwen en het aanpassen van de energie-infrastructuur.
In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen. In de RES staat hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt. Ook staat er in de RES welke duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn zodat buurten van het aardgas af kunnen. Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. De landelijke wet- en regelgeving wordt hiervoor de komende tijd aangepast. Plangebied In paragraaf 5.19 is aangegeven hoe de energieambities in het plan worden ingevuld.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
27
2.3.2.2.9 Sport, recreatie en toerisme Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan, in verband met de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, onderscheid gemaakt worden in categorieën van horecabedrijven in een bestemmingsplan of een beheersverordening bij het toelaten van horecabedrijven aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard, omvang en parkeerdruk. Deze categorieën zijn vastgelegd in het op 12 april 2018 in werking getreden en door de raad vastgestelde Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018. Plangebied De categorieën van het Ontwikkelingskader zijn overgenomen in de bijlage bij de regels, de Lijst van Horeca-activiteiten. In de Lijst van Horeca-activiteiten is een functionele differentiatie in 'zachte' tot 'harde' typen van horecabedrijven opgenomen. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling heeft tot doel de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. De Lijst van Horeca-activiteiten kent een indeling in vier categorieën. De categorieën van A tot en met D lopen af in de zwaarte van de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen.
In geval van meerdere soorten activiteiten in één inrichting telt de activiteit in de zwaarste categorie voor de type-indeling van de inrichting. Dit bestemmingsplan voor de High Five staat horeca toe tot maximaal categorie B. In paragraaf 2.3.2.3 is gemotiveerd dat de geplande horeca passend is in USP. 2.3.2.3 Gebiedsbeleid: Omgevingsvisie USP 2040 In gebiedsbeleid maakt de gemeente de koers en het thematische beleid passend binnen een specifiek gebied. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt in het gebied waarvoor de Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 is opgesteld (vastgesteld door de gemeenteraad op 15 september 2022). De Omgevingsvisie beschrijft de ambities en gewenste ontwikkelrichting van het USP tot aan 2040. In de visie staat aangegeven hoe het gebied de komende jaren de kwaliteiten kan versterken en kansen kan benutten. De visie vormt daarmee het kader voor de nieuwe ontwikkelingen in het gebied. Concreter uitgelegd: de visie geeft aan waar ruimte is voor groei van wonen, werken, voorzieningen, sport en duurzame energieopwekking. Groei kan alleen in combinatie met een kwaliteitsverbetering op het gebied van groen, verblijf, levendigheid en bereikbaarheid van het USP; dit maakt integraal onderdeel uit van de visie. De belangrijkste uitgangspunten van de visie zijn: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor de ontwikkeling van science gerelateerde werkgelegenheid, wonen, voorzieningen en sport; Versterking van een groen-blauw raamwerk voor recreatie, biodiversiteit, klimaatadaptatie en cultuurhistorie; Een autoluw en bereikbaar USP; Mogelijkheden voor het onderzoeken van duurzame energieopwekking;
In Bijlage 1 is een samenvatting opgenomen van de Omgevingsvisie met daarin een beschrijving van de belangrijkste onderwerpen. Op de gemeentelijke website is de hele Omgevingsvisie te lezen: Omgevingsvisie deelgebied Utrecht Science Park 2040 | Gemeente Utrecht - Omgevingsvisie. Parkzone Zuid Het wooncomplex High Five komt te liggen in Parkzone Zuid. Deze zone bestaat uit het gebied tussen de Cambridgelaan, Sorbonnelaan/ A27, hoofdwatergang ten zuiden van Toulouselaan en Bolognalaan. Dit gebied is door de rustige ligging aan het landschap, maar ook dicht bij de levendigheid van het centrum zeer geschikt voor wonen, onderwijs en werkfuncties. De zone aan de zuidzijde van de Cambridgelaan vormt een overgangszone tussen het dichtbebouwde Centrumcluster en het open landschap met de weilanden aan de zuidzijde. Deze zone wordt gekenmerkt door een afwisseling van open weides, bosschages en lanen en grote gebouwcomplexen. Deze afwisseling van levendigheid en rust is een belangrijke waarde. Zowel voor het gebied als voor de omgeving. Ambities voor Parkzone Zuid: 1. 2.
Parkachtige overgangszone tussen groen campusterrein (binnen rode contour) en het open landschap (buiten rode contour). Vergroten van de recreatieve waarde van het groen/landschap tussen de bebouwing, zowel voor bewoners uit de complexen als voor gebruikers/bewoners van het Centrum cluster en het Zuidwest cluster.
2 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
3. 4.
Gebouwen staan als losse eenheden ín het groene landschap. De groene ruimte heeft verblijfs- en ontmoetingskwaliteit, zonder 'tuin-achtig' te zijn, daar waar mogelijk behoud van beweiding schapen.
In Hoofdstuk 4 is nader ingegaan op de relatie tussen de Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 en de ontwikkeling van het studentenwoningcomplex in het plangebied. Strategie Horeca en Retail USP In de Omgevingsvisie USP is aangegeven dat de mogelijkheden voor het maken van levendige plekken en functies in het USP beperkt zijn, ook bij verdere groei. Voorzieningen krijgen zoveel mogelijk een plek in het hart van het USP aan de Centrumboulevard. Om de aantrekkingskracht van dit Centrumgebied niet te frustreren, moet het uitbreiden van voorzieningen in de andere clusters tot de minimale basis worden beperkt, zoals bij de ontwikkeling van de High Five. In de Strategie Horeca & Retail USP -welke dient als basis- wordt dit onderbouwd aangegeven en is dit als zodanig verwoord/opgenomen in de Omgevingsvisie. Met de komst van de High Five met ruim 900 studenten groeit het aantal bewoners op het USP aanzienlijk. Het nieuwe wooncomplex verdient hiermee een eigen -ook publiektoegankelijkvoorzieningenaanbod passend bij de USP-horecavisie en het geldende horecabeleid (Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018). De recent aangepaste Strategie Horeca en Retail USP is hierbij de basis en geeft voor de High Five aan dat er maximaal 490 m2 horeca kan komen. Ook sport, studiefaciliteiten en een wasserette kunnen onderdeel uitmaken van de High Five.
Het voornemen is om in de High Five 490 m2 horeca in de plint van het gebouw te realiseren (dit is inclusief keuken, opslag en sanitair in de kelder), dit komt overeen met de gewijzigde Strategie horeca USP. Te verwachten is dat de geplande horeca in High Five geen nadelig effect heeft op het Centrumgebied van USP gezien de uit het centrum gelegen ligging en de focus op de doelgroep studenten.
2.4
Conclusie
De conclusie is dat het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid de bouw van het studentenwoningencomplex niet in de weg staat, mits het gebouw en de ruimte eromheen zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving vanwege vooral de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de locatie.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
29
3 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande situatie
Eigendomssituatie
De grond binnen het plangebied is eigendom van de Universiteit Utrecht (Heidelberglaan 8, 3584 CS Utrecht). De aangrenzende Cambridgelaan is eigendom van de gemeente.
Eigendomssituatie plangebied
3.2
Historie
Het plangebied is gelegen in de overgangszone van het polderlandschap naar de Utrechtse Heuvelrug. Het landschap is voor een belangrijk deel ontstaan door de activiteiten van de Rijn. Door ontginningen vanaf de 12e eeuw uitgevoerd door de Utrechtse kerken en kloosters kon het gebied als agrarisch cultuurlandschap in gebruik worden genomen. Het verkavelingspatroon was nog niet zo strak als de latere strokenverkavelingen. Er ontstonden in vorm en maat verschillende percelen. In dit landschap vestigden zich het klooster Oostbroek, verschillende boerderijen (De Uithof) en de kastelen Rhijnauwen, Amelisweerd en Groenewoude (Nieuw-Amelisweerd). Vanaf het begin van de 19e eeuw kwam het gebied te liggen binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), een voormalige Nationale verdedigingslinie aan de oostzijde van Utrecht. De NHW bestond uit een stelsel van forten, open schootsvelden en een watersysteem. Tot 1963 gold in dit gebied de Kringenwet, waarbinnen bebouwing vrijwel onmogelijk was. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is door UNESCO op de lijst van werelderfgoed geplaatst. Het plangebied maakt echter geen onderdeel uit van het NHW-gebied dat als werelderfgoed is aangewezen. Toen de Kringenwet werd afgeschaft ontstond er aan de oostzijde van Utrecht ruimte voor bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
31
uitbreiding van de Universiteit buiten de binnenstad. De Uithof is ontwikkeld volgens een orthogonaal stedenbouwkundig systeem dat losstond van het aanwezig landschap. Later is er meer verbinding gezocht met het historisch landschap in de omgeving door nog aanwezige structuren te behouden, herstellen of kopiëren. Een eerste stedenbouwkundig plan voor dit gebied is eind jaren vijftig gemaakt. Eind jaren tachtig is een stedenbouwkundig plan voor De Uithof gemaakt, dat uiteindelijk in 2010 is vertaald naar een bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan vormt het kader voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Dit plan gaat uit van het clusteren van bebouwing binnen een aantal bouwvelden, waarbinnen in hoge dichtheid gebouwd kon worden. Daarbuiten is geen bebouwing toegestaan en kan het landschap het gebied binnen dringen, waardoor het overal voel- en zichtbaar is.
3.3
Functies
Het plangebied is ongeveer 16.000 m2 groot en onbebouwd. Het perceel is in gebruik als weide (mest uitrijden, wintervoerproductie, grasland, waterberging, landschap) door proefboerderij Tolakker van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Rond het plangebied liggen groene bermen en watergangen.
Huidig gebruik van het plangebied
3 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
3.4
Ruimtelijk
Het plangebied maakt deel uit van het landschap van het zuidelijke deel van het USP. Het bestaat uit open weidegebied omringd met sloten. Aan de zuidzijde van het plangebied loopt het Oxfordpad (het verlengde van de Zandlaan), een monumentale bomenlaan. Vanuit het plangebied is er een zichtrelatie met de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen en het Fort Rhijnauwen. Aan de westzijde staat het wooncomplex Cambridgelaan. Aan de oostzijde staat het wooncomplex Johanna en een gebouw dat wordt gebruikt voor onderwijs van de Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht. Het plangebied is een weiland met een lager peilniveau dan de Cambridgelaan.
3.5
Openbare ruimte
De openbare ruimte in het plangebied is beperkt. Het plangebied is binnen de afrastering van de weide niet toegankelijk, buiten de afrastering heeft het een openbaar karakter. Aan de noordzijde ligt de Cambridgelaan met een ontsluitingsfunctie en een breed profiel. Op het perceel zijn geen bomen of struiken aanwezig. De bomen langs (het verlengde van) de Zandlaan liggen buiten het plangebied en worden niet aangetast. Rondom het plangebied liggen, zoals hiervoor al aangegeven, hoofdzakelijk sloten. Langs het plangebied ligt een belangrijke verbinding. Het verlengde van de Zandlaan aan de zuidzijde van het gebied is ingericht als fietspad. De route is een belangrijke recreatieve route voor fietsers, hardlopers en wandelaars. Daarnaast is het een belangrijke groene verbinding, onderdeel van de stedelijke groenstructuur. Het weiland aan de zuidzijde van het plangebied wordt ontsloten via de Bolognalaan.
3.6
Verkeer en parkeren
Het plangebied is aan de noordzijde aangesloten op het netwerk voor autoverkeer van het USP door de Cambridgelaan. Het verlengde van de Zandlaan (aan de zuidzijde) is alleen toegankelijk voor fietsers en voetgangers. Grote delen van de Cambridgelaan hebben aan zowel de noord- als zuidzijde fietspaden. Het voetpad bevindt zich aan de noordzijde van weg. De dichtstbijzijnde halte van de Uithoflijn (tram 22) is de halte 'Utrecht, Heidelberglaan'. Deze halte ligt op ongeveer 300 meter lopen van het perceel.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
33
3 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Proces nieuwbouw High Five Utrecht
De Universiteit Utrecht en de Stichting Studentenhuisvesting (SSH) hebben een overeenkomst gesloten met als doel de haalbaarheid van een studentencomplex aan de Cambridgelaan in het USP te onderzoeken. De betrokken partijen zijn deze samenwerking aangegaan omdat het plangebied een kansrijke locatie is voor de vestiging van een vijfde studentenwooncomplex van SSH op het USP. Besloten is om de nieuwbouw in het USP verder uit te werken en de daarvoor benodigde stappen te zetten, conform het Utrechts Plan Proces. Een daarvan is de uitwerking van de 'Bouwenvelop High Five'. SSH, Jebber BV, gemeente Utrecht en de Universiteit Utrecht hebben gezamenlijk een bouwenvelop opgesteld en hiermee ingestemd. De bouwenvelop en het Voorontwerp (VO) vormen de basis waarop dit bestemmingsplan is opgesteld.
4.2
Functies
Het wooncomplex bestaat uit een U-vormig gebouw met een plint/begane grondlaag en daarboven 5 bouwlagen, met op de uiteinden twee torens met 16 extra bouwlagen. Onder het gebouw is een halfverdiepte kelder voorzien, hoofdzakelijk bestemd voor fietsparkeren en technische ruimten. Binnen het gebouw kan het volgende onderscheid in functies worden gemaakt: In de halfverdiepte kelder en plint zijn aanvullende functies voorzien. In de laagbouw tussen de twee torens zijn 5 bouwlagen/verdiepingen met onzelfstandige studentenwoningen voorzien. In de twee torens zijn 21 bouwlagen/verdiepingen met zelfstandige studentenwoningen voorzien. Uitsluitend ter referentie en indicatie zijn hierna enkele afbeeldingen opgenomen die een impressie geven van de ruimtelijke inpassing van het nieuwe studentenwooncomplex.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
35
4.2.1
Wonen (verdiepingen)
De Stichting Studentenhuisvesting (SSH) verhuurt ruim 18.000 studentenkamers en -woningen verspreid over 8 gemeenten in Nederland. Deze woningen zijn beschikbaar voor vaste en uitwisselingsstudenten. In de stad Utrecht huisvest de SSH ongeveer 13.000 studenten. De wachttijd voor een woning loopt hier uiteen van ongeveer 2 jaar voor een kamer in de omgeving van Utrecht tot meer dan 5 jaar voor een zelfstandige woning in Utrecht zelf. De vraag naar studentenwoningen stijgt. In de komende 8 jaar wordt in Utrecht een stijging in aantal van ongeveer 3.800 studenten verwacht. Dat zal naar verwachting leiden tot een extra woningvraag van 400 tot 1.900 kamers tot 2025. Ook zal de vraag naar tijdelijke woonruimte door uitwisselingsstudenten naar verwachting toenemen met ruim 300 kamers. Met het wooncomplex High Five op het USP kan een groot deel van deze stijgende vraag worden opgevangen. In het wooncomplex zijn ruim 900 studentenwoningen voorzien, waarvan ongeveer 700 zelfstandig en ongeveer 200 onzelfstandig. Onzelfstandig houdt in dit geval in dat per 9, 10 of 11 studentenkamers een gemeenschappelijke keuken en woonkamer aanwezig is (op dezelfde verdieping).
Daarbij zijn globaal de volgende gebruiksoppervlaktes aan de orde: Ongeveer 19,5 m2 voor de zelfstandige studentenwoningen; 3 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
Ongeveer 15,0 m2 voor de onzelfstandige studentenwoningen; Ongeveer 40 m2 per gemeenschappelijke woonkeuken. Binnen High Five worden minimaal 10 studentenwoningen (waarvan 5 zelfstandig en 5 onzelfstandig) gerealiseerd, bestemd voor specifieke doelgroepen (zoals bijvoorbeeld mindervaliden). Deze woningen krijgen gebruiksoppervlaktes van ongeveer 30-35 m2. 4.2.2
Aanvullende functies (plint en kelder)
In de plint van het wooncomplex worden functies voorzien die ontmoeting, samenleving en gemeenschapsvorming stimuleren. De voorzieningen in de plint zullen deels alleen beschikbaar zijn voor bewoners van High Five en deels toegankelijk zijn voor andere bewoners en gebruikers van het USP. In hoofdzaak gaat het in de plint om de volgende functies: In de oostelijke hoek circa 780 m2 sportfaciliteiten voorzien (aan de zijde van de Cambridgelaan); In de noordwestelijke hoek circa 490 m2 horeca voorzien (aan de zijde van de Cambridgelaan); Tussen de sportfaciliteiten en horeca is in de plint een ruime onderdoorgang (circa 19,5 meter breed) in de plint voorzien, ten behoeve van de hoofdontsluiting en toegang tot de halfverdiepte kelder en de binnentuin; In het zuidwestelijke deel van de plint zijn primair voorzieningen ten behoeve van de woonfunctie c.q. studentenwoningen voorzien, te weten een wasserette, een ruimte met postbussen en diverse gemeenschappelijke ruimten (onder andere woonkamer, vergader-, studie- en stilteruimten). Het inkoopstation en trafo zal in verband met de eisen van de netbeheerder aan de locatie en de bereikbaarheid in 1 van de gevels van de plint komen.
In hoofdzaak geldt dat de algemeen toegankelijke functies in de plint langs de Cambridgelaan worden gesitueerd (sport en horeca) en dat de voorzieningen voor enkel de bewoners in het daarachter liggende deel van de plint komen. In de halfverdiepte kelder is primair stallingsruimte voor fietsen (en motoren/scooters) voorzien, met daarnaast techniekruimten (onder andere voor het WKO-systeem) en de keuken- en toiletruimte voor de horecafunctie.
4.3
Ruimtelijk
4.3.1
Plangebied & Stedenbouwkundig plan De Uithof
Een eerste stedenbouwkundig plan voor dit gebied is eind jaren vijftig gemaakt. Eind jaren tachtig is een stedenbouwkundig plan c.q. Masterplan voor De Uithof gemaakt, dat uiteindelijk in 2010 is vertaald naar een bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan vormt het kader voor de ruimtelijke ontwikkelingen in het USP en de basis voor de beoordeling van bouwplannen. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van het concentreren van bebouwing in hoge dichtheid binnen een aantal bebouwingsclusters. Buiten de aangewezen bebouwingsclusters is geen bebouwing toegestaan. Dit geeft de mogelijkheid om het landschap rond het USP te behouden en zichtbaar te houden. Het stedenbouwkundig ontwerp van het USP is bovenop het oorspronkelijke slagenlandschap ontworpen. Hierbij zijn landschappelijke elementen zoals bijvoorbeeld het fort, de Hoofddijk en watergangen zorgvuldig ingepast. Het landschap loopt door tussen de bebouwingsclusters, waardoor het oorspronkelijk landschap nog duidelijk herkenbaar is. Dit is onder andere het geval binnen het plangebied. 4.3.2
High Five & Omgevingsvisie USP
Zoals al in paragraaf 2.3.2.3 Gebiedsbeleid: Omgevingsvisie USP 2040 is beschreven, is voor het Utrecht Science Park een Omgevingsvisie opgesteld. De ambities en toekomstvisie voor het USP uit de Omgevingsvisie zijn gebruikt voor het vastleggen van de uitgangspunten voor High Five. Specifiek voor de ruimtelijke structuur in en rondom het plangebied zijn vanuit de Omgevingsvisie de hierna benoemde overwegingen en conclusies relevant. Het ruimtelijk concept van het USP bestaat uit een aantal grotere, helder afgebakende bebouwingsclusters. Vanwege de wens om te groeien wordt er binnen de bebouwingsclusters in hoge dichtheid bebouwd. Buiten de clusters staan enkele individuele gebouwen in het groen. Het bouwvlak van de High Five staat buiten de clusters en wordt gezien als een individueel gebouw. Alle individuele bebouwing is gesitueerd langs twee belangrijke assen in het USP: de Universiteitsweg en de Cambridgelaan. Al in het eerdergenoemde Masterplan (van Koolhaas/Zaaijer) was voorzien in een bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
37
reeks gebouwen langs deze assen. Het bouwvlak van deze gebouwen is afgestemd op het open houden van zichtrelaties naar het landschap. De bebouwing sluit aan op de typologie van bestaande complexen: bebouwing met een compacte footprint en hoge accenten. In het USP is ruimte voor functies die het kenniscentrum versterken. Het toevoegen van woningen is alleen mogelijk voor doelgroepen met een binding met het USP, zoals bijvoorbeeld woningen voor studenten. De bebouwingsclusters en individuele gebouwen buiten de clusters bevinden zich in een groenblauw raamwerk. Het groen en het landschap loopt hier niet om de stad heen, maar dwars door het USP. Dit biedt de mogelijkheid om stad en land beter te verbinden en het landschap voor de gebruikers en bewoners van USP en voor de mensen uit de stad dichterbij te brengen. Het wooncomplex High Five ligt in Parkzone Zuid. Dit gebied bestaat uit het gebied tussen de Cambridgelaan, Sorbonnelaan/A27, hoofdwatergang ten zuiden van Toulouselaan en Bolognalaan. De zone aan de zuidzijde van de Cambridgelaan vormt een overgangszone tussen het dichtbebouwde Centrum cluster en het open landschap aan de zuidzijde. Een kenmerk is de afwisseling van open weides, bosschages en lanen en grote gebouwcomplexen. Levendigheid en rust is hierbij een belangrijke waarde. Zowel voor het gebied zelf als voor de omgeving.
In het parkgebied zijn verschillende landschappelijke en cultuurhistorische structuren aanwezig, zoals de Zandlaan en het Biologenbosje. Het bijzondere aan deze structuren is dat zij veelal een relatie leggen tussen het landschap en het Centrumcluster en daarmee het landschap en de biodiversiteit het USP intrekken. In de Omgevingsvisie zijn voor de Parkzone Zuid de volgende waarden onderscheiden: Verbindende structuren met het landschap: verkaveling- en slotenpatroon, Zandlaan, Hogebospad. Panoramisch zicht op Landgoederen van Amelisweerd en vice versa. Zandlaan (en het verlengde daarvan) als vliegroute voor vleermuis. Daarbij zijn voor het landschap/Parkzone Zuid de volgende ambities aan de orde: Het behouden en versterken van het landschap in en om het USP. Het meer toegankelijk maken van het landschap, zowel voor gebruikers van het USP als voor bewoners uit omliggende buurten en gemeenten. De groene ruimte heeft verblijfs- en ontmoetingskwaliteit, zonder 'tuinachtig' te zijn. Het behouden en versterken van de biodiversiteit in en om het USP. Parkachtige overgangszone tussen groen campusterrein (binnen rode contour) en het landschap (buiten rode contour). Vergroten van de recreatieve waarde van het groen/landschap tussen de bebouwing voor alle gebruikers. Gebouwen staan als losse eenheden ín het groene landschap.
Voor de genoemde waarden geldt allereerst dat het plan voor High Five wordt ingepast/is afgestemd op het bestaande verkavelings- en slotenpatroon, waarbij (het verlengde van) de Zandlaan als verbindend structuurelement ongemoeid wordt gelaten. Daarnaast is het bouwvlak bepaald aan de hand van belangrijke zichtlijnen, met als doel om vanaf de Cambridgelaan de relatie met het open landschap van Amelisweerd te behouden. Ten aanzien van de ambities geldt dat voor de buitenruimte rondom High Five nadrukkelijk wordt ingezet op een groene inrichting met verblijfs- en ontmoetingskwaliteit, in een (campus)parkachtige setting. De recreatieve waarde wordt daarbij vergroot door onder andere de voorziene buitensportzone, de aanleg van voetpaden en de beoogde recreatieve voorzieningen als een moestuin en jeu de boules baan. Het geprojecteerde bouwvlak van High Five beoogt compacte en intensieve bebouwing in het plangebied, waarbij de afstand tot de naastgelegen wooncomplexen zorgt dat de individualiteit wordt benadrukt. 4.3.3
Buitenruimte High Five
Voor de inrichting van de buitenruimte kan onderscheid worden gemaakt in drie delen: De Cambridgelaan: de laan waar vandaan het complex zal worden ontsloten voor voetgangers, fietsers en autoverkeer en waar een functiestrook (zie paragraaf 4.4.7) wordt gerealiseerd. Het Campuspark: het groene gebied rond de High Five dat het karakter van een publiek park krijgt. De binnentuin die een verbinding vormt tussen de hoofdentree van het gebouw aan de Camebridgelaan en het Campuspark. De binnentuin geeft toegang tot alle entrees/voorzieningen en biedt ontmoetingsruimte voor primair de bewoners van High Five. 3 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
De Cambridgelaan is nu ingericht als 50 km/uur weg met vrijliggende fietspaden en een voetpad aan de noordzijde. Aan deze laan zijn meerdere ontwikkelingen voorzien (zoals de nieuwbouw van de ISU en RIVM) ook is er in de Omgevingsvisie een knip voorzien, zodat deze laan kan worden omgevormd tot een fietsstraat. De planvorming voor de herinrichting van de Cambridgelaan is nog niet gestart. Bij de herinrichting zullen de logistieke functies voor de High Five worden meegenomen. Gedacht wordt aan een volgende opzet: Een functiestrook langs de Cambridgelaan met de toegang tot de entreezone van High Five, parkeerruimte voor laden/lossen en mindervaliden en opstelruimte voor hulpdiensten (met name de brandweer) en ondergrondse afvalcontainers. Tussen de functiestrook en de rest van het plangebied wordt de bestaande watergang grotendeels gehandhaafd en alleen onderbroken/gedempt ten behoeve van de entreezone. De entreezone sluit aan bij de onderdoorgang in de plint en omvat in hoofdzaak hellingbanen ten behoeve van voetgangers en fietsers. Het gebied rond de High Five blijft zoveel mogelijk onderdeel van het landschap en behoort tot het Campuspark. Voor dit Campuspark zijn in de omgevingsvisie de ingrediënten benoemt. Het publieke park zal bestaan uit een combinatie van recreatie, natuur, landschap en weide.
Voor het gebied rond de High Five zal door de Universiteit Utrecht een inrichtingsplan worden opgesteld. In dit gebied is ruimte voor: Waterberging/-compensatie passend bij de bestaande landschappelijke structuren. Recreatieve voorzieningen zoals een moestuin, kleinschalige sport- en speelvoorzieningen voor studenten, ruimte om te zitten en recreëren in het groen. Het gebied wordt parkachtig ingericht met groen, bomen en natuur passend bij de bestaande landschappelijke- en natuurwaarden en de cultuurhistorische waarden. In het Campuspark kunnen weides blijven bestaan en kan een calamiteitenroute voor hulpdiensten worden gerealiseerd, mits deze op landschappelijke wijze is ingericht. Uiteraard betekent de parkachtige setting ook dat de verschillende onderdelen in de buitenruimte verbonden zijn via voetpaden. Buiten deze paden wordt voor de overige functies in de buitenruimte zo min mogelijk verharding toegepast (met uitzondering van het terras). In het Campuspark is onder voorwaarden een terras mogelijk ten behoeve van de horeca in de High Five. Dit terras moet zorgvuldig worden ingepast in het park. 4.3.4
Opgaven en compensatiemaatregelen
In paragraaf 5.11 Natuurbescherming is ingegaan op het beleidskader voor natuur in de stad zoals dat in het Groenstructuurplan is vastgesteld. De in het Groenstructuurplan geformuleerde ambities zijn betrokken bij de totstandkoming van het plan om een woonfunctie in het plangebied van dit bestemmingsplan te realiseren. Het betreft vooral de eis dat vanuit High Five op een afstand van 200 meter of minder een groene plek in de vorm van een park of groenstrook beschikbaar moet zijn. Gelet op de voorgenomen groene inrichting van de buitenruimte zoals hiervoor beschreven, wordt aan deze eis voldaan. Vanuit water ligt er een wettelijk opgave om het te dempen water, de toename aan verhard oppervlak en versnelde waterafvoer te mitigeren en te compenseren. Dit is uitgewerkt in 5.13 Water en Klimaatadaptatie en de bijbehorende Waterparagraaf in Bijlage 10. Gezien het voorgaande moet voor de bouw van het wooncomplex alleen compensatie plaatsvinden vanuit de wateropgave.
4.4
Verkeer en parkeren
4.4.1
Bereikbaarheid
Het plangebied is aan de noordzijde aangesloten op het netwerk voor autoverkeer van het USP door de Cambridgelaan. Het Oxfordpad (het verlengde van de Zandlaan aan de zuidwestzijde van het plangebied) is alleen toegankelijk voor fietsers en voetgangers. Aan de zuidzijde van de Cambridgelaan ligt ter hoogte van High Five een fietspad, aan de noordzijde liggen een fietspad en een trottoir. Er zijn diverse bushaltes in het USP. De dichtstbijzijnde halte van is de halte 'Utrecht, Heidelberglaan'. Deze halte ligt op ongeveer 300 meter lopen van het perceel. Hier is ook de dichtstbijzijnde tramhalte van de eind 2019 in gebruik genomen tramlijn 22. Een goede bereikbaarheid is van groot belang voor de woonfunctie van High Five. Er lopen verschillende trajecten om de bereikbaarheid van het USP op korte en langere termijn te verbeteren. In het programma U Ned (zie programma-uned.nl) wordt bijvoorbeeld gekeken naar de verbetering van de OV-verbindingen en de (regionale) fietsstructuur. Ook binnen het proces van de bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
39
eerdergenoemde Omgevingsvisie voor het USP is veel aandacht voor de verdere uitwerking van verkeerskundige ambities op en rond het USP: onder andere een autoluw centrum, versterking van de voet- en fietspadenstructuur, meer ruimte en veiligheid voor fietser & voetganger en het anders organiseren van het auto parkeren. In de Omgevingsvisie voor USP is het voornemen opgenomen om de Cambridgelaan in de toekomst te transformeren naar een fietsstraat waar de auto te gast is. De Cambridgelaan krijgt daarbij een smaller profiel, een meer informele, groene inrichting en wordt middels een zogenaamde 'knip' doodlopend voor doorgaand autoverkeer. Bij de inrichting van de buitenruimte van de High Five is al zoveel mogelijk rekening gehouden met deze ambities. Dit houdt onder andere in dat het bestaande fietspad aan de zuidzijde van de Cambridgelaan niet hoeft te worden behouden, maar kan worden ingezet voor het realiseren van de herinrichting en de eerdergenoemde entreezone van High Five. De ligging, locatie en het gebruik van nu nog separaat over de Cambridgelaan verspreide (nuts)functies als afvalcontainers, laad- en losplekken en parkeren voor elektrische voertuigen en mindervaliden zullen integraal en in samenhang met elkaar onderzocht moeten worden en waar mogelijk geoptimaliseerd worden. Die onderzoeken moeten nog plaatsvinden.
Uitgangspunt voor de buitenruimte van de High Five is dat deze toekomstige oplossingsrichtingen niet onmogelijk moet maken. 4.4.2
Mobiliteitsanalyse
De autobereikbaarheid van het USP is in de spitsen uiterst kritisch en vooral de kruispuntbelastingen binnen het gebied zijn cruciaal voor de doorstroming van het verkeer. Voor het project High Five c.q. dit bestemmingsplan geldt dat er geen nieuwe autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd (zie ook hierna). Het autoverkeer van en naar de High Five beperkt zich tot logistieke stromen, deelautobewegingen en autobewegingen van bezoekers van de studenteneenheden. Bezoek aan woningen, en dus ook aan studentenwoningen, gebeurt hoofdzakelijk in de avond, met de hoogste parkeervraag op zaterdagavond, op die momenten dat er ruimte is in het netwerk en in het parkeeraanbod. De verkeersgeneratie en de extra druk op de bestaande auto-infrastructuur als gevolg van de High Five is in de maatgevende spitsperioden verwaarloosbaar. Doordat de toekomstige bewoners c.q. studenten in de regel dichter bij hun studielocatie komen te wonen, draagt het initiatief mogelijk zelfs positief bij aan het beperken van de groei van de dagelijkse pendel van studenten tussen het Utrecht Science Park en de stad/regio. 4.4.3
Fiets en voetgangers
Utrecht geeft prioriteit aan de fietser en de voetganger. Dat betekent ook dat gemeente Utrecht waarde hecht aan veiligheid voor de fietser en voetganger. De locatie van High Five is met de fiets goed te bereiken via de Cambridgelaan. De Cambridgelaan heeft in de huidige situatie ter hoogte van High Five aan de noord- en zuidzijde fietspaden en aan de noordzijde een trottoir c.q. voetpad. In de toekomstige situatie wordt de Cambridgelaan prettiger voor fietsers en kan mogelijk het fietspad aan de zuidzijde van de Cambridgelaan weggehaald worden. Met de voorgenomen herinrichting van de Cambridgelaan als fietsstraat blijft echter nadrukkelijk sprake van een goede ontsluiting/bereikbaarheid van het plangebied voor fietsers. Voor voetgangers geldt dat de dichtstbijzijnde OV-haltes (aan de Heidelberglaan) zijn te bereiken via de doorsteken Coïmbrapad en Bisschopsteeg. Om het gebruik van OV te stimuleren is voor voetgangers van en naar High Five een veilige oversteek van de Cambridgelaan richting deze doorsteken voorzien. 4.4.4
Parkeren auto
Het autoparkeren binnen het plan is in de planvoorbereiding getoetst aan het op dat moment geldende parkeerbeleid, te weten de 'Nota Stallen en Parkeren', vastgesteld op 22 maart 2013 door de gemeenteraad, inclusief het 'Addendum Nota parkeernota fiets en auto' dat door de gemeenteraad op 28 maart 2019 is vastgesteld. Intussen heeft de gemeenteraad van Utrecht de geactualiseerde parkeervisie en -normen vastgesteld. Op de parkeernormen voor de categorie 'geoormerkte studentenwoningen' heeft dit geen effect. Voor dit type woningen blijft de parkeernorm 0,1 parkeerplaats per eenheid, welke zowel de parkeervraag voor de studenten als hun bezoek omvat. De norm is zo laag, omdat het voor studenten aannemelijk is dat zij geen auto bezitten. Zij hebben (doorgaans) weinig geld, geen kinderen, geen gezin en geen werk waar een auto voor nodig is. Wel hebben zij een OV-kaart en wonen en studeren in het Utrecht Science Park. Een lage norm is daarmee logisch. Het parkeerbeleid biedt enkele mogelijkheden om af te wijken van de parkeereis, te weten: 4 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
Realiseren van extra fietsparkeervoorzieningen; Aanbieden van deelauto's; Voorzien in bestaande parkeercapaciteit. Op basis van het voorgaande is voor High Five een parkeeronderbouwing opgesteld, zie Bijlage 9. De belangrijkste conclusies in deze onderbouwing luiden als volgt: De Beleidsregels Parkeernormen Fiets en Auto van de gemeente Utrecht bieden de mogelijkheid om middels de inzet van deelauto's af te wijken van de parkeereis. Echter, omdat de parkeernorm alleen betrekking heeft op bezoekers parkeren zijn wij van mening dat rekenkundig geen beroep kan worden gedaan op deze afwijkingsgrond. 10% van de parkeervraag kan worden gesubstitueerd, omdat er ruim voldoende fietsparkeerplaatsen in het plan zijn voorzien. Dit betekent dat de resterende parkeerbehoefte 83 parkeerplaatsen bedraagt. Conform de Beleidsregels Parkeernormen Fiets en Auto van de gemeente Utrecht wordt voor zowel auto als fiets parkeren aan de parkeereis voldaan. Hiertoe dient, voor het auto parkeren, wel gebruik te worden gemaakt van de restcapaciteit van parkeerterrein P4 aan de Helsinkilaan. Dit parkeerterrein valt formeel gezien niet binnen de acceptabele loopafstand voor bezoekers, echter (gelet op het voornemen van de gemeente om alle parkeercapaciteit op het Utrecht Science Park optimaal te benutten) is deze overschrijding (vanuit de doelgroep bezien) niet buitenproportioneel.
Wel is het dringende advies om samenwerking te zoeken met het naastgelegen 'Johannagebouw' om daar: óf het aantal deelauto's uit te breiden, óf een regeling te treffen zodat bewoners van High Five ook gebruik kunnen maken van de daar aanwezige deelauto's (eventueel in combinatie met MAAS-maatregelen). Het is in praktijk namelijk niet aannemelijk dat geen van de 921 studenten over een auto zal (willen) beschikken. Note: het bestemmingsplan maakt inmiddels 925 studentenwoningen mogelijk. Dit maakt de conclusies in Bijlage 9 niet anders. Uit de parkeeronderbouwing volgt daarmee dat de auto parkeervraag wordt opgelost door middel van extra fiets parkeerplekken in combinatie met het gebruik van vrije autoparkeerplaatsen in de nabijheid van High Five (op het maatgevende dagdeel). Realisatie van extra c.q. nieuwe parkeerplaatsen is daarom niet nodig. Daarnaast wordt aanvullend ingezet op deelmobiliteit, waarbij voor High Five de combinatie wordt gezocht met het naastgelegen studentencomplex Johanna. In de Johanna zijn momenteel 4 deelauto's beschikbaar voor de 655 bewoners van het complex. Gedacht moet worden aan uitbreiding van aantal (en/of type) deelauto's, óf een regeling te treffen zodat bewoners van High Five ook gebruik kunnen maken van de daar aanwezige deelauto's.
Omdat geen inzicht is in het gebruik van de deelauto's bij het Johannagebouw, moeten hierover nog nadere afspraken worden gemaakt. 4.4.5
Parkeren fiets
Het complex krijgt een collectieve fietsenstalling op eigen terrein en moet, om het gebruik van de fiets te stimuleren, in kwantiteit en kwaliteit (locatie, toegankelijkheid, helling etc.) voldoen aan de uitgangspunten zoals beschreven in het geldende parkeerbeleid. De fietsenstalling moet voorzien in de parkeervraag van de bewoners en de bezoekers van de woningen en de voorzieningen (sport en horeca) in de plinten. Deze fietsparkeervraag bedraagt in totaal 1.180 plekken en is berekend op basis van de fietsparkeernormen die eind 2021 zijn vastgesteld. Het fietsparkeren binnen het plan is tijdens de planontwikkeling getoetst aan het op dat moment geldende parkeerbeleid, de 'Nota Stallen en Parkeren', vastgesteld op 22 maart 2013 door de gemeenteraad, inclusief het 'Addendum Nota parkeernota fiets en auto' dat door de gemeenteraad op 28 maart 2019 is vastgesteld. Intussen heeft de gemeenteraad van Utrecht de geactualiseerde parkeervisie en -normen vastgesteld. Op de parkeernormen voor bewoners van 'geoormerkte studentenwoningen' heeft dit geen effect. Het parkeerbeleid schrijft voor woningen kleiner dan 50 m2 een gemeenschappelijke bergruimte voor van 1,5 m2 per eenheid. Omgerekend naar fietsparkeerplaatsen komt dit uit op 1 fietsparkeerplaats per studentenwoning. Daarnaast moet voorzien worden in de parkeerbehoefte van bezoekers per fiets.
In het recent vastgestelde beleid is een norm opgenomen voor bezoekersparkeren van 0,5 fietsparkeerplaats per woning voor de eerste 20 woningen en 0,25 voor ieder woning daarboven. Verder maakt High Five gebruik van de mogelijkheid om 15% extra fietsparkeerplaatsen aan te leggen ten koste van de autoparkeereis. Voor de horeca en de sportvoorzieningen in de plinten zijn op basis van de normen in totaal nog eens 153 fietsparkeerplaatsen nodig. Echter, omdat de vraag naar fietsparkeerplaatsen van deze functies niet gelijktijdig plaatsvindt, kan optimalisatie plaatsvinden door middel van dubbelgebruik. Wanneer daarmee rekening gehouden wordt, bedraagt de fietsparkeereis van alle gezamenlijke functies in de High Five nog 1.180 plekken. Dat is het aantal fietsparkeerplaatsen dat ten minste gerealiseerd moet worden. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
41
Note: bovenstaande actuele berekening wijkt net iets af van de iets globalere berekening in Bijlage 9 uit 2021, maar dat maakt de conclusie dat er voldoende fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd niet anders. 4.4.6
Verkeersveiligheid
Door de vestiging van High Five neemt het aantal fietsers en voetgangers en daarmee de druk op de infrastructuur rondom de locatie toe, vooral in de ochtendspits, wanneer studenten veelal lopend naar studielocaties op het USP zullen vertrekken. Tijdens de 2-uurs ochtendspits maken circa 1.000 motorvoertuigen gebruik van de Cambridgelaan. Om de studenten veilig de Cambridgelaan te laten oversteken wordt een veilige en voor mindervaliden toegankelijke oversteek gemaakt als onderdeel van de ontwikkeling. Het is de ambitie om de Cambridgelaan op termijn te 'knippen' voor doorgaand verkeer en af te waarderen naar een weg waar de auto te gast is en waar meer ruimte komt voor fiets en voetganger (zie ook de Omgevingsvisie USP). Deze afwaardering leidt tot een afname in verkeersintensiteiten, draagt bij aan het gewenste verblijfsklimaat en heeft positieve effecten op de oversteekbaarheid en verkeersveiligheid. 4.4.7
Goederenvervoer/functiestrook
Zoals hiervoor is aangegeven, is ter hoogte van High Five een functiestrook aan de Cambridgelaan voorzien (tijdelijk tot aan de herinrichting). De voorzieningenstrook zal voorzien in minimaal 5 laad- en losplekken (plus 2 MIVA parkeren, 8 ondergrondse containers en een brandweeropstelplek). Voor het aantal laad- en losplekken is geen norm, maar is berekend de parkeervraag per dag (op basis van rapportgegevens). De voorkeur gaat nog uit naar meer, zodat deze plekken eventueel kunnen worden omgevormd tot mindervalide parkeerplaats, als er vraag naar is. Deze strook beslaat niet de volledige lengte van de Cambridgelaan ter hoogte van het plangebied, maar wordt ook onderbroken ten behoeve van onder andere de entreezone van High Five. Met het realiseren van de functiestrook wordt voorkomen dat tijdelijk parkerende voertuigen de doorstroming en verkeersveiligheid op de Cambridgelaan nadelig beïnvloeden. De geambieerde herinrichting van de Cambridgelaan biedt op termijn kansen om het laden en lossen van de panden aan de Cambridgelaan anders vorm te geven. Meer in gezamenlijkheid en meer passende bij het verblijfskarakter. Hoe dit precies vorm moet krijgen is op dit moment nog niet duidelijk. Uitgangspunt voor de buitenruimte van de High Five is dat deze toekomstige oplossingsrichtingen niet onmogelijk moet maken.
4 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Studentenhuisvesting High Five, Cambridgelaan U S P " (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1
Inleiding
In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.
5.2
Milieueffectrapportage
Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in lijst D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een m.e.r. moet worden opgesteld. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.