Ter informatie - Ontwikkelingsvisie Centrale Zone (2005).pdf
Tekst van het document
Op deze helling komt een sterk gemengd programma met goedkope koopwoningen en sociale woningbouw. Het woonmilieu kenmerkt zich door wonen nabij Leidsche Rijn Centrum voor midden en lagere inkomens (onder andere kleine huishoudens, starters en jonge gezinnen met kinderen) in wat hogere dichtheden dan op het middenplateau. Aan de noordelijke en oostelijke randen van Hogeweide langs het centrum en aan de A2 zijn de woningen gestapeld. Mogelijkheden voor functiemenging zullen hier worden gecreëerd door het verruimen van de verdiepingshoogte van de eerste bouwlaag. Naast woningen kan daardoor worden gedacht aan enkele voorzieningen, bedrijven en kleinschalige “zelfstandige” kantoorruimte (units tussen de 150 m² en 500 m² met een eigen entree). In totaal worden in Hogeweide 1250 à 1500 woningen gebouwd. Aan de Stadsweg wordt geluidhinder van de A2 en Stadsweg opgevangen door toepassing van dove gevels. De bereikbaarheid van het woongebied is door de begrenzing met de Langerakbaan, de Archeologielaan, de Stadsweg en het fietspad langs de Rijnkennemerlaan aan alle kanten prima. Ten noorden van de Langerakbaan zal het tweede gezondheidscluster van de Centrale Zone worden gevestigd. Dit cluster omvat ook een activiteitencentrum en een kinderdagverblijf.
Het gezondheidscluster zal een verzorgende functie vervullen voor Hogeweide, Leeuwensteijn-noord, Rijnvliet en op termijn Leeuwensteijn-zuid.
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005
59
5.6. Rijnvliet Opgave voor Rijnvliet is het creëren van woongebied van relatief beperkte omvang met weinig eigen voorzieningen dat voor zichzelf voldoende omgevingskwaliteit krijgt om tot een aantrekkelijk woongebied uit te groeien. Speciale aandacht gaat uit naar de relatie met Langerak, De Meern en De Taats. Rijnvliet zal in veel opzichten lijken op het aangrenzende Langerak: een groene, ruim opgezette wijk met veel water, ruime woningen en veel privé-groen met parkeren op eigen terrein. De Plaslaan langs de HOV-baan aan de zuidzijde van het gebied vormt een belangrijke ruimtelijk/functionele drager van het plan. Door de omringende bedrijventerreinen en de ruimtelijk enigszins geïsoleerde ligging is het hier noodzakelijk om de ruimtelijke kwaliteit in gebied zelf te creëren. Van belang is dat de kwaliteit van de Strijkviertelplas optimaal wordt benut. Daarnaast wordt de ruimtelijke kwaliteit met name ontleend aan het vele oppervlaktewater dat als gevolg van het watersysteem van Leidsche Rijn en de afwatering van de A2 dient te worden gerealiseerd. In het centrale deel van de buurt zal in de openbare ruimte minder verharding worden toegepast dan in de iets stedelijkere randen. Met de situering van een sportpark aan de zuidzijde van het gebied wordt een extra kwaliteit toegevoegd doordat een interessante route ontstaat langs de sportvelden naar de Strijkviertelplas.
De buurt bestaat uit grondgebonden woningen en een beperkt aantal meergezinswoningen. Rijnvliet is goed ontsloten vanaf de snelweg en de Stadsweg en is daardoor goed te oriënteren op Leidsche Rijn Centrum, As Kanaleneiland en de Binnenstad. Het woongebied is met elke vorm van vervoer goed bereikbaar. Het krijgt een eigen HOVhalte. Voor alle vervoerssoorten is Rijnvliet via de Plaslaan bereikbaar vanaf de Stadsweg en het Taatse Viaduct. Voorkomen moet echter worden dat er door het gebied sluipverkeer gaat rijden tussen de Rijksstraatweg en de aansluiting met de Stadsweg. Er komt onder meer een fietspad over het Taatse Viaduct zodat de oost en westkant van de A2 met elkaar verbonden zijn. Voor langzaam verkeer is tevens een aansluiting op de Rijksstraatweg van belang. Het programma biedt zowel 2-onder-1 kapwoningen en kleine vrijstaande woningen voor bewoners in de hogere inkomensgroepen als een redelijk aandeel sociale woningbouw. Vanwege de relatief geringe omvang van dit gebied (600 à 750 woningen) wordt het idee uit de Structuurvisie Utrecht om de noordelijke strook van bedrijfsterrein Oudenrijn op termijn om te vormen naar een woningbouwgebied van harte ondersteund. Een bijzondere en bijzonder lastige opgave is daarbij om de aansluiting op het bedrijventerrein Oudenrijn zo soepel mogelijk te doen verlopen, waar mogelijk door de toevoeging van een woonfunctie.
Ten zuiden van de woonbuurt krijgen drie sportverenigingen een nieuwe locatie. Dit zijn de Utrechtse Rugby Club (URC), voetbal en tennisvereniging PVDV en voetbalvereniging UTS. PVDV en UTS zullen voor voetbal en tennis een belangrijke rol vervullen voor de inwoners van het oostelijk deel van Leidsche Rijn. URC is de enige rugbyvereniging in Leidsche Rijn, en zal een verzorgingsbereik voor heel Leidsche Rijn hebben. Gekozen is om de drie verenigingen te concentreren zodat een gezamenlijk sportpark ontstaat. Door een combinatie met omringend openbaar water en groen ontstaat een aantrekkelijke buffer tussen de woonbuurt en het bedrijventerrein Strijkviertel, waarin tevens een aantrekkelijke wandelroute voor de bewoners van Rijnvliet wordt opgenomen.
60
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005
5.7. Voorn Opgave voor het kleine gebied Voorn is om voor het oprukken van Leidsche Rijn een vorm te vinden die respect toont aan het landgoed Park Voorn. Voorn is gelegen tussen de Leidsche Rijn en de Langerakbaan en omvat het landgoed Park Voorn, het kantorenpark Voorn en het gebied rond de PTT-centrale. Van oorsprong lag het landgoed in het buitengebied. In de afgelopen decennia is Park Voorn langzaam dichter bij de stad komen te liggen. Met de planvorming van Leidsche Rijn, en de Centrale Zone in het bijzonder, komt het park definitief in de stad te liggen. Vanwege het bijzondere en historische karakter van het landgoed is Park Voorn inmiddels aangewezen tot rijksmonument. De infrastructuurbundel van het nieuwe tracé A2 en de stadsweg loopt deels over Park Voorn. De inpassing van Park Voorn in Leidsche Rijn dient respectvol te geschieden, waarbij een goede overgang tussen het park en de verlegde A2 tot stand komt. Met bebouwingsmogelijkheden in de drie hoekpunten zal de oorspronkelijke vorm van het park worden benadrukt. De bebouwing ter markering van de oostelijke punt van het landgoed Park Voorn ligt in het gebied De Wiel, ten oosten van de verlegde A2. Ten noorden van het park krijgt in het gebied Voorn de Rijnkennemerlaan z’n beëindiging.
Door het gebied Voorn loopt een fietsroute vanaf de Stadsweg via de rand van het park door naar de Rijksstraatweg en Rijnvliet, als rechtstreekse route van en naar Leidsche Rijn Centrum. Langzaam verkeer naar de stad wordt geleid via het gebiedje De Wiel. In het gebied in de oksel van de aansluiting van de Langerakbaan op de Stadsweg is ruimte voor 75 à 125 gestapelde woningen, te ontsluiten vanuit het gebied. Parkeren vindt onder de woongebouwen plaats. Op termijn verdient de Langerakbaan een afronding waar die overgaat in de verlengde Langerakbaan door een herontwikkeling van de meest noordelijke kantoren aan de Burgemeester Verderlaan in combinatie met enige woningbouw, waarbij tevens de markering van het Park tot z’n recht dient te komen. In het Park zelf is het ruimtelijk denkbaar dat langs de oprijlaan 3 à 4 woningen worden gebouwd
5.8. Leeuwensteijn-zuid Opgave is het realiseren van een woongebied dat Leidsche Rijn en Kanaleneiland dichter bij elkaar brengt en Leidsche Rijn over een breed front langs het Amsterdam Rijnkanaal een gezicht geeft naar de bestaande stad. De ontwikkeling van dit deelgebied ligt nog ver in de toekomst. Leeuwensteijn-zuid zou in typologie kunnen aansluiten op Kanaleneiland zoals het zal worden na de stedelijk vernieuwing van, onder meer, de As Kanaleneiland. Veel lucht, licht en ruimte voor moderne gezinnen en jonge starters op de woningmarkt. Het programma (1000 à 1500 woningen) kent een relatief hoog aandeel woningen in de goedkopere prijscategorieën en sociale woningbouw. De verhouding tussen eengezins- en meergezinswoningen is ongeveer 70-30%. Het gebied zal geen eigen voorzieningencluster (meer) krijgen, bewoners kunnen gebruik maken van het aanbod in de rest van Leidsche Rijn of in Kanaleneiland. Het gebied zal worden ontsloten vanaf het Taatse Viaduct en vanuit Papendorp. Aan de noordzijde ontstaat een verbinding langs het kanaal, die op termijn moet worden doorverbonden met
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005
61
Leeuwensteijn-noord, maar die vooralsnog vooral zal worden gebruikt voor de ontsluiting van Nedal. Op deze route wordt ruimte gereserveerd voor een OV-verbinding. Nabij het Taatse Viaduct is ruimte voor een Transferium. Vanaf de A2 is dat Transferium aan de noordzijde rechtstreeks te ontsluiten.
5.9 Strijkviertel De opgave is simpel: maak een aantrekkelijk en bedrijventerrein dat profiteert van de perfecte bereikbaarheid vanaf de A12 en de A2. Speciale aandacht gaat uit naar de mogelijkheid om dit gebied in de toekomst door te verbinden met Rijnenburg. Strijkviertel is door zijn ligging in de oksel van A2 en A12 een aantrekkelijk gebied voor de vestiging van bedrijven. Door diverse omstandigheden (zie paragraaf 3.4) is de omvang van het bedrijventerrein teruggebracht naar 40 hectare, gelegen tussen de Strijkviertelplas, Sportpark Rijnvliet, de A2 en de Letschertweg. Om de strook langs de A2 te kunnen ontwikkelen zal de huidige Letschertweg gebruikt gaan worden als interne ontsluitingsweg. Het nieuw aan te legen tracé van de Stadsweg vormt de belangrijkste ruimtelijke drager van het gebied. Ten zuiden van Hooggelegen zal de Stadsweg dichter bij de A2 worden gesitueerd dan de huidige Letschertweg. Doordat deze weg hoog aantakt op Hooggelegen en het Taatse Viaduct komt het gebied tussen A2 en Stadsweg eveneens hoog te liggen. Hier is eveneens ruimte voor de ontwikkeling van bedrijven. Optimalisatie van de ontwikkelingsmogelijkheden van dit gebiedje zijn afhankelijk van de mogelijkheden de door het gebied lopende watertransportleiding te verplaatsen of onder het gebied door te boren.
Langs de Plaslaan nabij het Taatse Viaduct in Strijkviertel moet rekening worden gehouden met bebouwing die tevens dienst doet als geluidwering voor het nabij gelegen woongebied Rijnvliet. Deze bebouwing ondersteunt het meer stedelijke karakter van de Plaslaan in het verlengde van De Taats.
62
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005
Realisatie De Centrale Zone wordt prachtig. Stedelijk, leesbaar, allemaal eigen stukjes Utrecht, mooie woningen. Maar belangrijk is ook dat straks niet de gemeentebelastingen omhoog moeten om tekorten afgedekt te krijgen. En dat functies op tijd worden opgeleverd om in de behoefte te kunnen voorzien wanneer die manifest is. Ook daarover is bij deze actualisatie uiteraard nagedacht. Hoe hou je zo’n complex plan betaalbaar. Wanneer en voor welke prijs. De planning en de grondexploitatie.
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005
63
6.1. Planning en fasering op hoofdlijnen 6.1. van de Centrale Zone 6.1.1. De invloed van werken van het Rijk De planning en fasering van de deelgebieden in de Centrale Zone wordt sterk beïnvloed door grote infrastructurele werken: de integratie van de A2, knooppunt Hooggelegen en de spoorverdubbeling. De spoorverdubbeling is inmiddels van start gegaan. Zodra het nieuw aan te leggen zuidelijke spoor gereed is (medio 2007) zal de aansluiting van gebieden ter weerszijden van het spoor beter zijn dan in de huidige situatie. De definitieve situatie wordt bereikt in 2011, wanneer het huidige spoor is verbouwd en de feitelijke spoorverdubbeling tot stand is gekomen. Op dat moment kan station Leidsche Rijn Centrum in de dienstregeling worden opgenomen. In overleg met NS en het BRU zal moeten worden bepaald wanneer dat station de Interregiostatus kan verkrijgen. Dat zal in sterke mate afhangen van de voortgang van de ontwikkelingen in Leidsche Rijn Centrum. Pas nadat de integratie van de A2 is afgerond (medio 2010) kan de huidige A2 in de Centrale Zone buiten bedrijf worden gesteld. Dan pas komt het gebied tussen het nieuwe A2-tracé en het Amsterdam-Rijnkanaal ter beschikking voor ontwikkeling. De eerste woningen in dat gebied kunnen dan ook niet voor 2012 worden opgeleverd.
Maar niet alleen de fysieke aanwezigheid van de A2 zelf vormt een belemmering voor de voortgang van de woningbouwplannen. De geluidhinder die de A2 met zich mee brengt stelt beperkingen aan ontwikkelingen in een zone van 600 meter vanaf de A2. Dat betekent dat met name in deelgebied Hogeweide pas woningen kunnen worden opgeleverd nadat het verkeer over de geïntegreerde A2 wordt afgewikkeld. Mogelijk dat dat moment wat kan worden vervroegd indien de geïntegreerde A2 gefaseerd in gebruik gaat worden genomen. Ten zuiden van de waterloop de Leidsche Rijn wordt de A2 slechts in beperkte mate verlegd. De ombouw van verkeersplein Hooggelegen en de daar aan gekoppelde realisatie van geluidsvoorzieningen is mede bepalend voor het moment dat woningen kunnen worden opgeleverd in delen van Langerak Zuid.
6.1.2. De invloed van de grondbeschikbaarheid Een andere factor die van invloed is op de snelheid waarmee de Centrale Zone kan worden ontwikkeld is de beschikbaarheid van de grond. Grote delen van het gebied zijn eigendom van de gemeente. In 2005 zal een definitieve overeenkomst worden vastgesteld tussen de gemeente Utrecht en Domeinen ten aanzien van overdracht van gronden in relatie tot de werkzaamheden aan de A2. Dat betekent dat – afgezien van de gronden die nodig zijn voor de integratie van de A2 zelf – de Centrale Zone tussen De Wetering en de Leidsche Rijn in z’n geheel eigendom is van de gemeente Utrecht, behoudens Park Voorn. In het oostelijk deel van Grauwaart is sprake van voortgezet gebruik van sportvelden, totdat in Strijkviertel een alternatief complex bespeelbaar is (naar verwachting medio 2008). Het noordelijk deel van Hogeweide is momenteel in gebruik als tijdelijk voorzieningencentrum, feitelijk vooruitlopend op de ontwikkeling van Leidsche Rijn Centrum. Opheffing van dit tijdelijk gebruik moet dan ook in relatie worden gebracht met de eerste opleveringen in Leidsche Rijn Centrum. Ten zuiden van de Leidsche Rijn vormt de aanwezigheid van de bedrijven KWS en in mindere mate Nedal een belemmering voor uitvoering van de oorspronkelijke woningbouwplannen
64
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005
in het gebied tussen A2 en Kanaal. Het blijft de ambitie van de gemeente Utrecht in deze zone ooit tot realisatie van woningbouw te komen. Op dit moment wordt er van uit gegaan dat dit niet binnen de planhorizon van deze actualisatie (2025) tot stand zal komen. De ontwikkeling van de polder Strijkviertel wordt beïnvloed door het gegeven dat de gemeente daar nauwelijks grond in eigendom heeft. De huidige eigenaren hebben aangegeven partij te willen zijn in de ontwikkeling van het gebied.
6.1.3. De invloed van het onderliggend wegennet Een andere factor die de planning en fasering van de Centrale Zone beïnvloed is de realisatie van het onderliggend wegennet. De openstelling van de Verbindingsweg is afhankelijk van gereed komen van een nieuwe onderdoorgang in het zuidelijke spoor en wordt niet eerder verwacht dan eind 2008. De Stadsweg, de belangrijkste hoofdontsluitingsweg van het gebied, kan pas worden gerealiseerd nadat door Rijkswaterstaat het westelijk deel van de overkapping van de A2 is opgeleverd. Openstelling vindt daardoor niet eerder plaats dan in 2009. De Stadsweg is nodig voor de ontsluiting van Hogeweide, Leeuwensteijn-noord en een groot deel van Leidsche Rijn Centrum. De Noordelijke Stadsas loopt nu tijdelijk over de Verlegde Verlengde Vleutenseweg (tijdelijke voorziening over het nieuwe en oude A2-tracé) maar zal pas op z’n vroegst begin 2011 op z’n definitieve plek kunnen gaan functioneren, nadat de huidige A2 buiten gebruik is gesteld. Het westelijke deel tot aan de verbindingsweg wordt aangelegd zodra de spooronderdoorgang begin 2008 gereed is. Met de aanleg van het Taatse Viaduct (ontsluiting Papendorp) zal naar verwachting in 2007 kunnen worden gestart. Geprobeerd wordt nog in 2008 de zuidelijke HOV-radiaal geheel of gedeeltelijk in gebruik te nemen.
6.1.4. De invloed van de markt In de Centrale Zone wordt ongeveer de helft van het kantorenprogramma van Leidsche Rijn gerealiseerd. Gelet op de ontwikkelingen op de kantorenmarkt in de afgelopen jaren en de vooruitzichten voor de komende jaren wordt er nu mee rekening gehouden dat dit programma tot ontwikkeling komt in de komende 20 jaar. Daar zal bij de invulling van de stedenbouwkundige plannen rekening mee worden gehouden. Enerzijds wordt prioriteit gegeven aan de ontwikkeling van locaties die van kantoorontwikkelingen afhankelijk zijn. Anderzijds moet worden geopereerd vanuit het besef dat de markt zich niet of ten dele laat sturen. De aantrekkingskracht van locaties waaraan prioriteit wordt gegeven zal des te meer concurrerend moeten zijn. Voor de woningbouw geldt een vergelijkbaar verhaal. De Centrale Zone kent vanwege de noodzakelijk na te streven stedelijkheid een relatief hoog percentage gestapelde woningbouw. De producten die op de markt worden gezet zullen concurrerend moeten zijn, zowel qua invulling als omgevingskenmerken. Bovendien zijn de doelgroepen voor die specifieke producten zorgvuldig benoemd op basis van stedelijke behoefte. De Centrale Zone biedt voldoende kansen om die omgevingskenmerken gerealiseerd te krijgen, met name in Leidsche Rijn Centrum, Grauwaart-oost, Overtuin en Hogeweide.
Ook in het bestaand stedelijk gebied van Utrecht worden de programma’s de komende jaren echter gekenmerkt door een hoog aandeel stapeling. In de Centrale Zone moet er dus rekening mee worden gehouden dat voor het ontwikkelen van locaties waar stapeling onontkoombaar is, voldoende de tijd wordt genomen. Verwacht wordt daarom dat de woningbouwproductie in de Centrale Zone minimaal doorloopt tot 2020.
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005
65
Daarnaast geldt dat de marktopname van één deelgebied met een omvang als dat van de Centrale Zone in Leidsche Rijn begrensd moet worden tot om en nabij de 800 woningen per jaar. Ook daarmee is in de planning van de deelgebieden rekening gehouden.
6.1.5. De complexiteit van Leidsche Rijn Centrum Leidsche Rijn Centrum vormt de meest complexe opgave binnen de Centrale Zone. Op het kruispunt van A2 en spoor, met een overmaat aan hoofdinfrastructuur, met een bijzonder programma en bovendien met een hoge ambitie. Allemaal zaken die de planning sterk beïnvloeden In de Visie ´Het levende Centrum` is vastgelegd dat voor in ieder geval bepaalde delen van het gebied het programma op bouwblokniveau verticaal wordt gemengd. Dat is met name bedoeld om de openbare ruimte optimaal te kunnen benutten (publieksfuncties aan de straat). De bouwperiode is daarmee extra sterk afhankelijk van de marktontwikkeling van de individuele programma-onderdelen. Er wordt rekening gehouden met een bouwperiode van meer dan 10 jaar. Voor het oostelijk deel van het centrum vormt vanaf 2007 de aanwezigheid van de tijdelijke Nieuwe Ontsluiting Utrecht West (NOUW2) een extra complicatie. Om in 2012 te kunnen starten met de ontwikkeling van het gebied zal uiterlijk in 2007 een besluit moeten worden genomen over een definitieve plek van de stedelijke ontsluitingsweg (NOUW3) buiten het plangebied Leidsche Rijn. De behoefte om stedelijke voorzieningen te realiseren is nu al aanwezig. Vooralsnog is Leidsche Rijn in dat opzicht echter aangewezen op tijdelijke voorzieningen.
6.2. Aanpak De doorlooptijd van de ontwikkeling van de centrale Zone is lang. Nu wordt voorzien dat er de komende 20 jaar in het gebied rond de A2 volop bouwactiviteiten zullen plaats vinden. Zelfs als deelgebied Leeuwensteijn-zuid (ter plaatse van KWS) buiten beschouwing wordt gelaten. Het laatste deelgebied dat in ontwikkeling wordt genomen is Leeuwensteijn-noord, tussen A2 en het kanaal. Daar worden de eerste opleveringen niet binnen 7 jaar verwacht. Leidsche Rijn Centrum start eerder, maar zal een langere doorlooptijd kennen. Waar het tijdsapect in de ontwikkeling van het gebied zo’n bepalende en strategische rol speelt, is flexibiliteit geboden. Er wordt voor gekozen een zodanig planproces in te richten dat tussentijdse bijstelling goed mogelijk blijft, ook tussen deelgebieden. De eerstvolgende stap zal daarom niet zijn het opstellen van een Stedenbouwkundig Programma van Eisen voor het gehele gebied. Zo’n SPVE heeft namelijk tot doel deelgebieden te benoemen die met een eigen programma en financieel resultaat uit het totaal kunnen worden gelicht. De Actualisatie heeft een globaal karakter, vergelijkbaar aan de oorspronkelijke Ontwikkelingsvisie uit 1997. Om dat voor de Centrale Zone te kunnen doen is echter veel onderzoek verricht, tot op het niveau van verkavelingsstudies.
Niet om die nu vast te leggen, wel om tijdig te kunnen rekenen aan de differentiatie tussen deelgebieden. Deze basisgegevens worden in het interne planproces vastgelegd en de komende jaren beheerd, zodanig dat op elk gewenst moment vanuit het totaal van de Centrale Zone een deelgebied kan worden benoemd waarvoor op basis van een startdocument in een snelle slag een SPVE kan worden opgesteld. De grenzen van een deelgebied worden bepaald in het startdocument. De Gemeenteraad krijgt op die manier niet op 1 moment een SPVE voor de Centrale Zone gepresenteerd, maar gefaseerd over de komende jaren een aantal kleinere SPVE’s. De uit te werken deelgebieden en delen van de planstructuur zullen worden afgeleid uit de Opgavenkaart.
66
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005
6.3. Grondexploitatie In de grondexploitatie die behoort bij deze Actualisatie wordt niet ingegaan op het gebied Leeuwesteijn-zuid. Indien dat gebied tussentijds alsnog in ontwikkeling wordt genomen zal daarvoor een aparte grondexploitatie dienen te worden opgesteld. Op dit moment wordt er van uit gegaan dat in dat deelgebied geen kosten worden gemaakt en geen opbrengsten te verwachten zijn. De grondexploitatie Centrale Zone kent een looptijd tot 2025. Op prijspeil 1-1-2004 zijn alle beschreven maatregelen voorzien van een kosten- en opbrengstencomponent inclusief bijdragen in de integratie van de A2 en de inpassing van verkeersplein Hooggelegen. Tevens is rekening gehouden met bijdragen in de realisering van een aantal gebouwde parkeervoorzieningen in de gebieden in en rond het centrum. Dit is noodzakelijk vanwege de specifieke situatie, de dichtheid en het opgetilde maaiveld. Net zoals in de Ontwikkelingsvisie 1997 zijn in deze grondexploitatie geen middelen gereserveerd voor de aanleg van de fietsbrug over het Amsterdam Rijnkanaal (regionaal project). Ruimte voor nog niet in de grondexploitatie opgenomen ontwikkelingen (extra programma) is te vinden in met name het plandeel ten zuiden van Hooggelegen ter weerszijden van de Stadsweg en in Leidsche Rijn Centrum. Op die plek kunnen kantoren en enige woningen worden gebouwd.
Voor de kantoren is echter geen ruimte in de markt voorzien. De reservering geldt als ruimte voor de toekomst. Uit het Masterplan Leidsche Rijn Centrum moet blijken of ook in het Centrum ruimte voor de toekomst kan worden gereserveerd. Voor een levensvatbaar centrum is een dergelijke reservering noodzakelijk. Ruimte voor de toekomst is eveneens gelegen in het deel van het plangebied Leidsche Rijn dat na de verlegging van de A2 feitelijk is gelegen in Lageweide. Voor dat plandeel zijn kosten noch opbrengsten naar de grondexploitatie toegerekend. Voor alle woningbouwgebieden in de Centrale Zone zijn bandbreedtes aangegeven voor het woningbouwprogramma. In paragraaf 2.2. is een overzicht gegeven van het totale woningbouwprogramma voor de zone (exclusief Leeuwensteijn-zuid). Bandbreedtes en totaalprogramma tezamen zijn richtinggevend. In de grondexploitatie is gerekend met een veel nauwkeurigere aanname voor het woningbouwprogramma. Zo is bijvoorbeeld overeenkomstig de visie ´Het levende Centrum` rekening gehouden met een bandbreedte van 2000-3000 woningen in het centrumgebied, terwijl in de bij de actualisatie behorende grondexploitatie is uitgegaan van 2550 woningen. Van belang is dat wordt gestuurd op het totale woningbouwprogramma, dat in de deelgebieden binnen de bandbreedtes wordt geopereerd en dat voor het totale gebied het beoogde saldoresultaat wordt gehaald.
Op basis van bovenstaande aannames en rekening houdend met de in de lopende grondexploitatie verdisconteerde bijdrage van dit plandeel aan de kostendekking in de overallplanexploitatie is voor de Centrale Zone - ondanks de geringere woningbouwcapaciteit door het uitschuiven van Leeuwesteijn-zuid, ondanks het verder uitfaseren van het kantoorprogramma en ondanks het naar beneden bijstellen van het metrage bedrijfsterrein sprake van een sluitende grondexploitatie.
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005
67
Colofon Aan de totstandkoming van dit rapport is o.a. meegewerkt door: Projectgroep Centrale Zone: Kika Aalberts Jan Bont Lucy Brand, Rob Hendriks Lars Kleiverda Jeen Kootstra Erik Leisink René de Klerk Eddo van der Meulen Paul Scheublin Nico van Selm Pieter van Sluijs Martine Sluijter Paul Vreeken Edward Willems
Adviseur, DSO afdeling Wonen Planner, Triode Stedelijke Accountmanager, DSO afdeling Wonen Procesmanager Openbare Ruimte, PBLRU Stedenbouwkundige, PBLRU Projectleider Centrum, PBLRU Adviseur (niet-)commerciële voorzieningen, PBLRU Vastgoedadviseur, OGU afdeling Verwervingen Planeconoom, PBLRU Projectmanager A2 Integratie, PBLRU Planeconoom, OGU Projectleider, PBLRU Verkeerskundig adviseur Regiestaf Leidsche Rijn, DSO afdeling Verkeer Programmamanager Regiestaf, PBLRU Projectmanager, DSB - IBU
Inhoudelijke bijdragen: Arianne Broere Bert Coenen Hans van Dijkhuizen Wim Greijn Nora Hugenholtz Arjan Kool Ron Linschoten Marijke Mosheuvel Marius Palsma René Snijders Rob Posthouwer Harm Veenenbosch Wouter van der Poel
Stedelijk adviseur Wonen, DSO afdeling Wonen Projectmanager Infrastructuur, PBLRU Adviseur Geluid, DSO afdeling Milieu Accountmanager, DSO afdeling APM Projectmanager Centrum, PBLRU Landschapsarchitect, Veenenbos en Bosch Verkeerskundige, Grontmij Accountmanager DSO afdeling Milieu Senior adviseur Stedelijk Water, DSB afdeling IBU Verkeerskundige, Grontmij Senior beleidsmedewerker - adviseur, DSO afdeling Wonen Landschapsarchitect, Veenenbosch en Bos Directeur, PBLRU
Kaart- en fotomateriaal: Kevin van den Brom Lars Kleiverda Harm Veenenbosch
CAD-tekenaar, PBLRU Stedenbouwkundige, PBLRU Landschapsarchitect, Veenenbos en Bosch
Grafische vormgeving: Hans Smeijsters
Grafisch ontwerper, Hans Smeijsters | Grafisch Ontwerp
Redactie: Jurjen van Keulen Olof Koekebakker Erik Leisink Paul Vreeken
Senior communicatieadviseur, PBLRU redacteur / tekstschrijver Adviseur (niet-)commerciële voorzieningen, PBLRU Programmamanager Regiestaf, PBLRU
Met dank aan: Jo Coenen Anne Bregje Snijders
Architect, Jo Coenen & Co Architecten Architect, Jo Coenen & Co Architecten Datum: November 2005
Voor vragen over dit rapport kunt u contact opnemen met de heer Paul Vreeken op telefoonnummer 030 - 286 4800 of e-mail P.Vreeken@Utrecht.nl
68
Ontwikkelingsvisie Centrale Zone 2005