CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide_Motivering wijzigingsbesluit

Gemeenteraad 21 mei 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen TAM omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide36.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

2.3.2.2.4 Erfgoed en cultuurhistorie Archeologie De gemeente Utrecht heeft voor de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen de archeologische waardenkaart verwerkt in het omgevingsplan Gemeente Utrecht door middel van gebiedsaanwijzingen en daaraan gekoppelde regels. Deze regels bepalen dat grondwerkzaamheden vanaf een aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig zijn. Door deze regeling wordt geborgd dat de voor archeologie aangewezen gronden mede bestemd zijn voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht en dat verstoringen van de bodem vanaf een bepaalde oppervlakte en diepte in de aangewezen gebieden vergunningplichtig zijn. Plangebied In het omgevingsplan Utrecht is al ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen de gebiedsaanduiding archeologische verwachting - 4, archeologische verwachting 5 en archeologische verwachting - 6 opgenomen. In paragraaf 5.12 van dit plan wordt verder ingegaan op de archeologie in het plangebied. 2 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

Utrecht

2.3.2.2.5 Verkeer en mobiliteit Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht (2021) De gemeenteraad heeft op 25 november 2021 de Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht vastgesteld. Met de beleidsregels parkeernormen fiets en parkeernormen auto, die 1 februari 2022 in werking zijn getreden, bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. In de parkeervisie wordt een viertal doelen gesteld, ten behoeve van een gezonde, leefbare en bereikbare stad, die daarnaast ook verkeersveilig is en waar een goede luchtkwaliteit is. Deze doelen zijn: 1. 2. 3. 4.

bereikbaarheid van en binnen de stad; kwaliteitsslag openbare ruimte; stimuleren duurzame(re) vormen van mobiliteit; rechtvaardige verdeling van schaarse parkeerruimte.

De gemeente zet in op groei binnen de bestaande stad. Daardoor groeit ook de mobiliteit in de stad. Om leefbaarheid en bereikbaarheid te waarborgen, wil de gemeente het fietsgebruik stimuleren en het autogebruik niet verder laten toenemen. Om dit te kunnen bereiken is een gebiedsoverstijgende aanpak en een stadsbrede sturing nodig en moet gekeken worden naar een (her)verdeling en verspreiding van de bestaande parkeercapaciteit over de gehele stad. Dit is nieuw in de gemeentelijke aanpak, omdat tot nu toe met name buurtgericht, wijkgericht of ontwikkelingsgericht werd gekeken. De nieuwe parkeervisie gaat in op de maatregelen die nodig zijn in de verschillende buurten in Utrecht en geeft aan wat nodig is om de stad bereikbaar te houden, fietsen te stimuleren en het autoverkeer, ondanks de groei van de stad, niet verder te laten toenemen. In het beleid wordt gestuurd op het aanwenden van andere mobiliteit (anders dan de auto), onder andere door het beperken van de mogelijkheid tot aanleg van reguliere particuliere parkeerplaatsen in betaald parkeergebied. In zes modules, de modules: 'Parkeernormen', 'Aanpak betaald parkeren', 'Parkeerhubs', 'Fietsparkeren', 'Aanpak parkeren openbare ruimte' en 'Parkeren en toegankelijkheid' behorende bij de parkeervisie, heeft de gemeente de uitvoering van de parkeervisie verder uitgewerkt.

De beleidsregel parkeernormen fiets en beleidsregel parkeernormen auto zijn een uitwerking van de module 'Parkeernormen'. Utrecht wordt in de parkeervisie opgedeeld in verschillende parkeerzones. De parkeerzones verschillen van elkaar in bijvoorbeeld de hoogte van parkeernormen voor fiets en auto, de gehanteerde tarieven bij betaald parkeren of voorwaarden voor de uitgifte van parkeervergunningen. De gebiedsindeling wordt per zone (A, B of C) met de daarbij behorende normen op een kaart aangegeven. In de module 'parkeernormen' wordt aangegeven hoe omgegaan moet worden met fiets- en autoparkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen. Hierbij wordt ingegaan op: de aantallen parkeervoorzieningen die nodig zijn bij ontwikkelingen; de eisen voor de plek en kwaliteit; de mogelijke alternatieven voor parkeren bij ontwikkelingen e n het meebetalen aan alternatieve vervoersmiddelen via een nieuw bereikbaarheidsfonds. Daarnaast wordt aangegeven hoe ervoor gezorgd wordt dat de parkeervoorzieningen worden gebruikt zoals ze zijn bedoeld. Plangebied In het plangebied zullen per woning twee inpandige parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hiermee voldoet het plan aan het parkeerbeleid. Het gebied valt in parkeerzone C1 en gezien de afmetingen van de woningen geldt hiervoor een norm van 1,4 parkeerplaatsen per woning.

Bezoekers krijgen de mogelijkheid op de oprit te parkeren, al zal dit naar verwachting om kleine aantallen gaan gezien het geringe aantal woningen in het plangebied. Aan dit deel van de Zandweg is parkeren langs de weg niet mogelijk. Mobiliteitsplan 2040 (2021) Het Mobiliteitsplan Utrecht 2040 (vastgesteld op 15 juli 2021) vervangt het mobiliteitsplan Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen (uit 2016). Met het mobiliteitsplan blijven we prioriteit geven aan duurzame vormen van vervoer: lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit om de groei van het autoverkeer in de stad te voorkomen, en met als belangrijkste uitgangspunten: Slim bestemmen: door de uitwerking van de verstedelijkingsopgave en de mobiliteitsopgave bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

23

nauw met elkaar te verbinden, zorgen we onder andere voor meer nabijheid, minder reisbewegingen, minder verkeershinder en minder vertraging; Anders reizen: door het stimuleren van thuiswerken en het reizen buiten de spits en het gebruik van deelmobiliteit verminderen we de drukte op het wegennet, op Utrecht Centraal en in het openbaar vervoer of spreiden we deze beter over de dag; Netwerken op orde (voetganger): door bij de (her)inrichting van gebieden en de (re)constructie van infrastructuur prioriteit te geven aan de voetganger in de A-zone, rondom knopen en de belangrijke bestemmingen, zorgen we ervoor dat lopen aantrekkelijk wordt en verblijven aangenaam; Netwerken op orde (fiets): met het Fietsnetwerk bieden we fietsers de keuze om hun bestemming via verschillende routes te bereiken.

Zo zorgen we ervoor dat we de groei van het aantal fietsers faciliteren en de drukte spreiden en dat het voor iedereen aantrekkelijk is om te (blijven) fietsen; Netwerken op orde (OV): met het concept 'Wiel met Spaken' als ruggengraat van het OV-netwerk, met allereerst een tramverbinding op de Waterlinielijn, de Merwedelijn en richting Papendorp, zorgen we ervoor dat de OV-bereikbaarheid van stad en regio verbetert en Utrecht CS en de routes naar dit station worden ontlast; Netwerken op orde (auto): met enkele aanpassingen in het Autonetwerk voor 2040 zorgen we ervoor dat noodzakelijk autoverkeer overal kan komen, maar dat de auto voor zo min mogelijk overlast in de wijken zorgt.

We hanteren als principe: alle wegen 30 km/uur tenzij; voor verbindingswegen geldt een maximumsnelheid van 50 km/u; Netwerken op orde (multimodale reis): door een reeks P+R-locaties in de regio aan te bieden, zorgen we ervoor dat je gemakkelijk kunt overstappen op andere vormen van vervoer en de multimodale reis een onderdeel van het mobiliteitssysteem wordt; Slim parkeren: door bij ontwikkelingen beperkt parkeercapaciteit toe te voegen zorgen we ervoor dat de openbare ruimte minder gedomineerd wordt door geparkeerde auto's en dat minder rijdende auto's het stedelijk wegennet belasten; Slim sturen: door het toepassen van de prioritering bij de inrichting van kruisingen en de afstelling van verkeerslichten, het verkeersmanagement en waar nodig het weren van één of meerdere vervoerwijzen op een kruising, zorgen we voor een aantrekkelijke openbare ruimte en maken we groei van schone vervoermiddelen mogelijk die zo min mogelijk ruimte innemen; Slim sturen: door het weren van doorgaand autoverkeer met maatregelen ter plekke van de Catharijnesingel, het Ledig erf en het Utrecht Science Park bieden we meer ruimte voor langzaam verkeer en verbeteren we de kwaliteit om te verblijven. Daarnaast verleiden we automobilisten om zo lang mogelijk over de Ring te rijden in plaats van binnendoor.

Plangebied Volgens het Mobiliteitsplan 2040 ligt de Zandweg 210 langs een hoofdfietsroute en in de buurt van een stedelijke verbindingsweg. Het plangebied is dus goed bereikbaar met de fiets en bevat ook een wandelpad, zodat ook lopen bevorderd wordt. Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, aangezien het perceel nu niet toegankelijk is voor voetgangers. Voor wat betreft parkeren zal worden getoetst aan het geldende parkeerbeleid. Bij de ontwikkeling van het plangebied wordt rekening gehouden met gezonde en duurzame mobiliteit door het stimuleren van langzaam verkeer. Het plan is dus in lijn met het Mobiliteitsplan 2040. 2.3.2.2.6 Gezond stedelijk leven Samen gezondheidsverschillenverkleinen – nota gezondheidsbeleidUtrecht 2024-2027 De ambitie van de nota is dat in 2040 de gezondheidsverschillen in Utrecht tussen de laagste en hoogste sociaaleconomische groepen met 30% zijn afgenomen. Dit doen we door onder andere op gezonde leefomgeving een gezonde basis te bieden, in te grijpen waar de ongelijkheid groeit en maatwerk te bieden waar dat nodig en passend is. Gezonde leefomgeving is één van de 6 thema's waarop wordt ingezet om dit te bereiken.

Een gezonde leefomgeving van Utrechters is zo ingericht dat Utrechters beschermd zijn tegen negatieve milieufactoren, de fysieke leefomgeving gezonde leefgewoonten ondersteunt en de fysieke leefomgeving sociale kracht versterkt. Utrechters zijn beschermd tegen negatieve milieufactoren Inwoners ademen schonere lucht in en ondervinden minimale geluidshinder. We streven naar het zo snel mogelijk behalen van de WHO-advieswaarden 2021. De lokale ambitiewaarden voor geluid is 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen. Ook worden stille plekken beschermd. We passen de ambitiewaardes, grenswaardes en regels uit de beleidsnota Geluid en trillingen toe om de effecten van geluid op de gezondheid te beperken. Groepen die gevoelig zijn voor luchtverontreiniging of groepen met (een risico op) gezondheidsachterstanden beschermen we extra: bij de bouw van basis- en middelbare scholen, kinderopvanglocaties, verpleeg- en verzorgingstehuizen, en andere plekken waar groepen met (risico) op gezondheidsachterstanden langdurig verblijven, zorgen we voor voldoende afstand tot drukke wegen. We handhaven de norm van tenminste 300 meter tot snelwegen en 50 meter tot 2 4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

Utrecht

drukke binnenstedelijke wegen (meer dan 10.000 voertuigen per etmaal). Voor woningen is de ambitie om binnen 100 meter van een snelweg geen nieuwe woningen te bouwen. Dit geldt met name voor sociale huurwoningen. We gebruiken hiervoor de uitgangspunten 'bouwen binnen 100 meter van een snelweg', zoals beschreven in de nota. Bovenstaande ambities en uitgangspunten gelden voor nieuwe projecten, die gestart zijn na vaststelling van de beleidsnota ‘Samen Gezondheidsverschillen Verkleinen’ op 27 juni 2024 en waarvoor voor die datum nog geen plankostenovereenkomst, Nota van Uitgangspunten, Omgevingsvisie of grondexploitatie is vastgesteld. Ook is de ambitie dat de verschillende typen woningen binnen een bouwplan dezelfde lucht- en geluidskwaliteit hebben. We voorkomen zoveel mogelijk gezondheidsschade als gevolg van hittestress en zon. We maken belangrijke loop- en fietsroutes groener en schaduwrijker en zorgen binnen 200 meter van iedere woning voor een koele en groene verblijfsplek in de buitenruimte van minimaal 200 m2. Meer sociale huurwoningen, scholen en kinderopvanglocaties hebben een gezond binnenmilieu. Bij nieuwe scholen handhaven we klasse B van het Programma van Eisen Frisse Scholen (2021). Daarnaast investeren we in de verbetering van het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen. Voor het verbeteren van het binnenmilieu starten we met sociale huurwoningen.

Dit doen we met de woningbouwcorporaties. De fysieke leefomgeving ondersteunt gezonde leefgewoonten Utrechters komen in de openbare en publiek toegankelijke ruimten minder in aanraking met ongezonde verleidingen door het weren van het aanbod van en reclame voor ongezonde verleidingen. We focussen op plekken waar kinderen komen of mensen met (een risico op) gezondheidsachterstanden. We zorgen voor meer (passende) mogelijkheden voor sport, spelen en bewegen in de openbare ruimte door samen met de verenigingen in de stad te werken aan een vitale sportomgeving. Tegelijk zetten we ons in voor voldoende inclusieve en kwalitatief hoogwaardige speelvoorzieningen. We focussen op plekken waar de sport- en bewegingsdeelname laag is, er weinig (privé-)ruimte is om te sporten en spelen, en in buurten waar veel mensen wonen met (een risico op) gezondheidsachterstanden. We werken ook aan een openbare ruimte die actief vervoer stimuleert en toegankelijk en inclusief is. Daarmee wordt de openbare ruimte dus ook geschikter voor ouderen en mindervaliden. We starten bij herinrichtingsprojecten. We versterken de positie van de voetganger. Een hogere gebruikswaarde van groen bereiken we door met de inwoners te werken aan groene ruimten die uitnodigen tot ontmoeting, rust, ontspannen en bewegen. Daarnaast stimuleren we initiatieven zoals buurttuinen en geveltuintjes.

De fysieke leefomgeving versterkt sociale kracht Samen met bewoners, organisaties en onze partners in de stad verbeteren we de sociale veiligheid. Op zogenaamde hotspots werken we met gerichte integrale veiligheidsaanpakken. In buurten en wijken met verschillende sociale-, leefbaarheid- én veiligheidsproblemen, werken we met een buurtagenda of wijkaanpak. We werken aan meer en betere plekken voor ontmoeting en voldoende hoogwaardige maatschappelijke voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn, cultuur, sport en onderwijs. Daar waar veel nieuwe woningen komen, zorgen we voor voorzieningen die meegroeien, betaalbaar blijven en bijdragen aan sterkere buurten. Ook in bestaande wijken zijn goed bereikbare voorzieningen zoals gezondheidscentra belangrijk. Hierbij faciliteren we zo nodig als gemeente. We verkennen of er buurten zijn met onvoldoende ontmoetingsplekken en werken samen met bijvoorbeeld corporaties, zorginstellingen en burgerinitiatieven aan oplossingen. Bij (her)inrichting van straten, groenstroken en parken verbeteren we de verblijfskwaliteit en maken we ruimte voor ontmoeting. We beheren deze plekken zodat mensen de ruimte goed kunnen gebruiken. Plangebied In paragraaf 5.14 gaan we in op gezondheid. In paragraaf 5.4 gaan we in op de geluidssituatie en in paragraaf 5.7 gaan we in op de luchtkwaliteit in het plangebied.

Beleidsnota Geluid en Trillingen (2024) Gezond stedelijk leven betekent dat onze inwoners recht hebben op een fijne en gezonde woonomgeving. Onze kinderen moeten kunnen opgroeien in een leefbare stad, levendig maar zonder té veel lawaai of trillingen. Mensen en dieren kunnen last hebben van geluid of trillingen en te veel geluid is slecht voor de gezondheid. Bij (gebieds)ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onder het stelsel van de Omgevingswet gelden regels voor geluid en trillingen. Er is ook vrijheid voor een eigen, lokale invulling. In het coalitieakkoord 2022-2026 Investeren in Utrecht staat dat we in Utrecht bij nieuwe ontwikkelingen strengere geluidsnormen gebruiken dan de landelijke wettelijke waarden. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

25

In de Beleidsnota Geluid en Trillingen staat hoe we om willen gaan met geluid en trillingen. Zowel voor de bestaande stad als bij de nieuwe ontwikkelingen én hoe we invulling geven aan strenger dan de wet. De nota is onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. De nota passen we toe bij het toestaan van bijvoorbeeld nieuwe woningen en de aanleg of wijziging van wegen. Ook kijken we naar de (ontwikkeling van) de bestaande stad en de invloed van geluid en trillingen op de kwaliteit van leven. Waar nodig eisen we bij ruimtelijke ontwikkelingen daarom extra maatregelen. Geluid Verkeer is een belangrijke veroorzaker van geluidshinder. Daarom nemen we in Utrecht maatregelen om de hinder van verkeer te verminderen. We verlagen de snelheid waar mogelijk of leggen stiller asfalt aan. Op plekken waar al veel geluid is en we toch nieuwe woningen willen bouwen, stellen we extra voorwaarden aan het ontwerp van de gebouwen. Het is bijvoorbeeld verplicht een geluidluwe gevel en een rustige buitenruimte te hebben. Een goede indeling van de woning zorgt ervoor dat er binnenshuis altijd een rustige plek is. Deze voorwaarden staan niet alleen in de beleidsnota maar ook in de regels van het omgevingsplan. In Utrecht moeten bedrijven in stillere gebieden aan 5 dB lagere geluidnormen voldoen dan in drukkere gebieden. Enkele keren per jaar mag door bedrijven of sportclubs meer geluid worden gemaakt.

Bijvoorbeeld als er een festiviteit is. Voor stemgeluid bestaan geen wettelijke normen. Op het moment dat we ergens een terras, schoolplein of sportveld willen toestaan, controleren we eenmalig dat dit niet tot te veel overlast leidt. Voor onversterkte muziek, zoals van carillons, stellen we geen eisen. Godsdienstvrijheid is een reden om bepaalde geluiden, zoals klokgelui, uit te zonderen. We koesteren plekken waar het stil of rustig is. Utrecht heeft veel locaties in de stad die veel stiller zijn dan langs de drukke wegen. We proberen bestaande rustige gebieden te behouden, uit te breiden en nieuwe rustige gebieden te creëren. We streven ernaar dat iedereen binnen 10 minuten loopafstand van huis een stil gebied zoals een park of hofje kan vinden. Zo zorgen we er ook voor dat er voor dieren (rustige) schuil- en rustplaatsen zijn. Trillingen Voor trillingen van bedrijven of bij bouw en sloop controleert Utrecht op de wettelijke normen. Bij bouwen in de avond en nacht heeft Utrecht eigen strengere grenzen. Rijdende treinen en trams kunnen trillingen veroorzaken. Hier zijn geen wettelijke grenzen voor. Handhaving is daarom niet mogelijk. We stellen bij nieuwe woningbouwplannen wel grenzen aan die trillingen. We voorkomen daarmee dat toekomstige bewoners te veel hinder ondervinden.

Bij bouwplannen naast het spoor of de trambaan moeten meestal eerst de trillingen in de bodem worden gemeten. Daarmee wordt duidelijk welk type woningen of scholen hier geschikt zijn. Mogelijk moeten er aanpassingen worden gedaan aan het ontwerp van het gebouw en/of maatregelen worden getroffen in de bodem. Plangebied Er zijn geen bronnen in de buurt die trillingen veroorzaken. De realisatie van drie woningen en de renovatie van één woning zorgt niet voor extra geluidsbelasting voor de omgeving. In paragraaf 5.4 staat hoe een goed woon-en leefklimaat voor de nieuwe woningen wordt geborgd. Beleidsnota Luchtkwaliteit Gezonde lucht voor iedereen 2025–2030 De Beleidsnota Luchtkwaliteit Gezonde lucht voor iedereen 2025–2030 is op 23 januari 2025 vastgesteld. In het luchtkwaliteitsbeleid staan twee doelstellingen centraal, namelijk: 1. 2.

De Utrechtse bijdrage aan luchtverontreiniging verminderen met lokale maatregelen om de uitstoot die binnen de gemeentegrenzen wordt veroorzaakt stapsgewijs af te bouwen; De luchtverontreiniging van buiten Utrecht te verminderen door middel van lobby om regionale, landelijke en internationale maatregelen te bewerkstelligen.

De gemeente Utrecht richt in haar beleid op fijnstof en stikstofdioxide. Voor deze stoffen gelden namelijk wettelijke grenswaarden en is wetenschappelijk aangetoond dat deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid. Het doel van het luchtkwaliteitsbeleid is te voldoen aan de wettelijke grenswaarden en toe te werken naar de WHO-advieswaarden uit 2021. Om dit te behalen worden tot en met 2035 voor de volgende terreinen maatregelen voorzien om de luchtverontreiniging op het gebied van stikstofdioxide en fijnstof terug te dringen: Houtstook: in 2025 worden informatiecampagnes over houtstook uitgebreid met een focus op niet meer stoken. Ook worden geen nieuwe rookkanalen mogelijk gemaakt in nieuwbouw. In 2030 is Utrecht houtstookvrij. Wegverkeer: in 2027 worden de grenzen van de milieuzone naar heel Utrecht uitgebreid voor personenauto's en bestelauto's (toegestaan emissieklasse 5 en hoger), vrachtauto's en autobussen (toegestaan emissieklasse 6 en hoger) op diesel. In 2028 worden brom- en 2 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

Utrecht

snorfietsen met Datum eerste Toelating tot 2018 niet meer toegestaan in Utrecht. In 2030 zijn alle brom- en snorfietsen uitstootvrij in Utrecht. Daarnaast worden in hetzelfde jaar (2030) de grenzen van de nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto's uitgebreid naar heel Utrecht. Tot slot worden tussen 2030 en 2035 de milieuzone voor personenauto's aangescherpt naar euro emissieklasse 6 en hoger voor alle brandstoffen, zodra dit wettelijk kan. Mobiele werktuigen en emissieloos bouwen. In 2025 hanteert Utrecht eisen in eigen aanbestedingen en haar inkoopbeleid. Er wordt meer gestuurd op het inzetten van uitstootvrije bouwmaterieel en het weren van verouderde fossiele werktuigen. Ook wordt onderzoek verricht naar aanvullende maatregelen voor mobiele werktuigen in projecten van anderen. In 2026 volgt een striktere handhaving op (bouw)stofemissies waar mogelijk. In het algemeen zet Utrecht in op meer voorlichting over luchtverontreiniging, gedragsverandering en het inzetten op burgerwetenschappen (bijvoorbeeld burgers die via een sensor een bijdrage leveren het in kaart brengen van de Utrechtse luchtkwaliteit). Plangebied In paragraaf 5.7 is een beoordeling van onderwerp luchtkwaliteit opgenomen.

Nota Omgevingsveiligheid Utrecht (2024) In de 'Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht' staat hoe we als gemeente Utrecht omgaan met de risico's van het vervoeren van gevaarlijke stoffen en het werken met gevaarlijke stoffen binnen de gemeente. Dagelijks worden grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoerd, opslagen en verwerkt. Dit kan een gevaar vormen voor mensen die wonen of werken in de omgeving daarvan. Mogelijke gevaren voor de omgeving zijn een brand, een explosie of een wolk met giftige stoffen. Er kan schade aan gebouwen optreden, mensen kunnen gewond raken of zelfs overlijden. Met ons beleid voor omgevingsveiligheid richten we ons op beheersing van die gevaren. Plangebied In paragraaf 5.5 is een beoordeling van het onderwerp omgevingsveiligheid opgenomen. Beleidsnota Utrecht circulair 2030 De Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 is de uitwerking van de Visie Utrecht Circulair 2050. Er wordt gewerkt aan het versnellen van en richting geven aan de transitiebeweging naar een circulaire economie. Het doel is om als gemeente in 2030 50% minder aan nieuwe grondstoffen en minder niet-hernieuwbare grondstoffen te gebruiken ten opzichte van het gebruik op dit moment. Dat vraagt om kiezen voor circulaire oplossingen waar dat kan.

In de beleidsnota zijn aan de hand van de vier prioriteiten en ambities doelen opgesteld Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap Circulaire gebiedsontwikkeling en bouw Circulair opdrachtgeven en inkopen Circulaire materiaal- en reststromen Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap We stimuleren Utrechtse ondernemers onderdeel te zijn van de circulaire transitie en deze aan te jagen vanuit ondernemerschap. We creëren randvoorwaarden, zoals ruimte, netwerken, ondersteuning, financiering, kennis en talent in samenwerking met organisaties op verschillende schaalniveaus. Er wordt ingezet op het vergroten van het aantal circulaire bedrijven en ondernemers. We meten dit aan de hand van: Het aantal circulaire bedrijven op basis van Utrechtse NEx | Utrecht Monitor De hoeveelheid bedrijfsafval (miljoen kg) op basis van Utrechtse NEx | Utrecht Monitor Circulaire gebiedsontwikkeling en bouw We sturen op het hergebruiken van vrijgekomen materialen volgens het principe 'hergebruik, tenzij'.

Er wordt daarbij onderscheid gemaakt in drie typen projecten, waarbij wordt voor jaar 2030 ingezet op minimaal: 50% hernieuwbaar en/of hergebruikt materiaalgebruik in openbare ruimte, te meten met het massapercentage hernieuwbare of hergebruikte materialen; 55% hernieuwbaar en/of hergebruikt materiaalgebruik in tenders voor woning- en utiliteitsbouw, te meten met het massapercentage hernieuwbare en/of hergebruikte materialen volgens Het Nieuwe Normaal | Cirkelstad; 55% hernieuwbaar en/of hergebruikt materiaalgebruik in nieuwbouw of renovatie van bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

27

maatschappelijk vastgoed, te meten met het massapercentage hernieuwbare en/of hergebruikte materialen volgens Het Nieuwe Normaal | Cirkelstad. Bij woningbouw wordt gebruik gemaakt van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen om circulair bouwen meetbaar te maken. Hierin staat een aantal indicatoren die bijdragen aan de versnelling naar hoogwaardig circulair bouwen. Het doel voor 2030 komt overeen met niveau goud: een massapercentage van minimaal 55% hernieuwbaar of hergebruikt materiaalgebruik. Voor utiliteitsbouw, alle bouwwerken die geen woonfunctie hebben, wordt gebruik gemaakt van 'Het Nieuwe Normaal', een raamwerk voor circulair bouwen. Met als doel een massapercentage van minimaal 55% hernieuwbare of hergebruikte materialen in 2030. Het percentage van minimaal 55% hergebruikt of hernieuwbaar komt redelijk overeen met 50% minder nieuwe en niet-hernieuwbare grondstoffen ten opzichte van hedendaagse bouw. Circulair opdrachtgeven en inkopen Als organisatie willen we ons ontwikkelen als circulair opdrachtgever, want circulair opdrachtgeven en inkopen is een krachtig middel binnen projecten om te sturen op een lagere voetafdruk. Dit doen we door circulariteit te verankeren in de cultuur en werkprocessen van de hele organisatie en niet alleen binnen het inkoopproces. Dit meten we met het percentage van totale inkoopvolume met circulaire uitvraag.

Circulaire materiaal- en reststromen Naast doelen op het gebied van het (her)gebruik van grondstoffen is er aanvullend beleid op specifieke circulaire aspecten, zoals de upcyclecentra en omgang met inzameling en verwerking van reststromen. Er wordt daarin gestuurd op hergebruik van huishoudelijke reststromen; materialen uit de openbare ruimte van de gemeente; materialen uit demontage- en bouwwerkzaamheden en bedrijfsreststromen. Plangebied In dit plan wordt circulair bouwen toegepast. De maatregelen die hiervoor worden genomen staan in paragraaf 5.16.

2.3.2.2.7

Bodem, ondergrond en water

Omgevingswet In het omgevingsplan wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de geplande functies. Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten uit de Omgevingswet: Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd. Hierbij moet gekozen worden voor de variant verontreiniging verwijderen. Deze zorgplicht is opgenomen in de Omgevingswet. Bij gevoelig gebruik moet bodemonderzoek worden uitgevoerd. De bodem moet geschikt zijn (of worden gemaakt) voor het beoogd gebruik. Hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan. Beschermen, benutten, beheren en beter maken van de ondergrondse ruimte – Beleidsnota Ondergrond 2025-2035 De gemeente heeft de wettelijke taak om de onder- en bovengrond die samen onze (openbare) ruimte vormen, op zorgvuldige wijze te benutten, te beschermen, beter te maken en te beheren. De Beleidsnota ondergrond 2025–2035 vormt het kader voor regie op de kwaliteit en gebruik van ruimte in de ondergrond. We willen de ruimte onder de grond goed inrichten en de ondergrond gezond houden.

Met dit beleid zorgen we dat Utrecht ook in de toekomst een aantrekkelijke stad blijft om in te wonen, te werken en te verblijven. In de beleidsnota ondergrond zijn hiervoor drie ambities opgenomen: De ondergrond is integraal onderdeel van ruimtelijke keuzes. We gaan uit van één openbare ruimte die bestaat uit de bovengrond én de ondergrond. In onze plannen voor de stad houden we vanaf het begin rekening met de ondergrond. En we maken zoveel mogelijk gebruik van de kwaliteiten ervan. We werken daarin samen met netbeheerders. Ook gebruiken we een 3D-ondergrond model. Daarmee kunnen we zien wat er in de grond ligt en daar rekening mee houden. 2 8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

Utrecht

Bodemkwaliteiten beschermen en verbeteren. We maken de bodem schoon als deze (ernstig) vervuild is en voorkomen verdere vervuiling. Daarnaast beschermen we de kwaliteiten van de ondergrond om ze te kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld biodiversiteit, klimaatadaptatie, drinkwater en bodemenergie. Gebruik van ondergrondse ruimte ordenen voor het gezamenlijk realiseren van de opgaven van de stad. We gaan zorgvuldig om met de ruimte onder de grond. We bepalen op welke plekken we voorrang geven aan een specifieke functie, zoals de waterleiding of het riool. Ook kijken we waar we functies kunnen combineren om ruimte te besparen. We bundelen bijvoorbeeld kabels en leidingen in kabelgoten. Het energiesysteem van de toekomst - Beleidsnota Warmte 2025-2035 In Utrecht werken we aan een toekomst waarin iedereen zijn woning of gebouw duurzaam en betaalbaar kan verwarmen. Het gebruik van de bodem voor de opslag van energie, gaat in Utrecht een belangrijke bijdrage leveren aan de warmtetransitie, in zowel de nieuwbouw als bestaande bouw. Niet in alle buurten is voldoende opslagcapaciteit voor bodemenergie beschikbaar om in de volledige warmtevraag van gebouwen in een buurt te kunnen voldoen. Daarom zijn gebiedsspecifieke keuzes nodig om zo doelmatig mogelijk gebruik te kunnen maken van bodemenergie, met behoud van een gezonde bodem.

In de Beleidsnota warmte 2025-2035 zijn daarom de volgende sturingsprincipes voor bodemenergiesystemen opgenomen: Het efficiënt (doelmatig) gebruik van de ondergrond en een eerlijke verdeling voor bodemenergie. Een goede balans tussen beschermen en benutten van de ondergrond. Het voeren van regie op de ruimtelijke inpassing van bodemenergiesystemen en de benodigde infrastructuur. Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. In 2020 is de Nota uitgebreid met een aanvullende nota over PFAS-stoffen. De Nota Bodembeheer heeft de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in de Omgevingswet.

Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht kan, op basis van de generieke regels, gebiedseigen grond niet altijd worden hergebruikt of zijn er te weinig hergebruiksmogelijkheden. Vandaar dat gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied.

Gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer en visie op duurzaam gebruik van de ondergrond (2016) Het gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer beschrijft hoe de grondwaterkwaliteit wordt beschermd en verbeterd en hoe de ondergrond zorgvuldig wordt benut voor bijvoorbeeld bodemenergie. Een groot gedeelte van de stad, met omvangrijke verontreinigingen in het grondwater, is aangewezen als grondwaterbeheergebied. Binnen dit beheergebied is niet voor elke grondwateronttrekking een apart saneringsplan nodig. Er kan worden deelgenomen aan het gebiedsplan, met een gebruikersbijdrage of een afkoopsom. Het gebiedsplan stelt de gemeente in staat het grondwater in het omliggende schone gebied, dat wordt gebruikt voor drinkwater, beter te beschermen.

Visie Water en Riolering en visie Klimaatadaptatie (2022) De gemeenteraad heeft in februari 2022 de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie vastgesteld. De visie Water en Riolering bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van de wettelijke zorgplicht op het gebied van water en riolering en is onderdeel van de gemeentelijke bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

29

Omgevingsvisie. De visie vormt samen met het programma water en riolering het nu nog wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan en is daarmee de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken Utrecht 2016-2019. Deze wettelijk verplichting verdwijnt met de invoering van de Omgevingswet. De Visie Klimaatadaptatie sluit aan op de visie Water en Riolering en geeft aan wat nodig is om Utrecht voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Utrecht zal in de toekomst steeds vaker te maken krijgen met de gevolgen van het veranderende klimaat en is gevoelig voor het vaker voorkomen van extreme regenbuien, wateroverlast en langere perioden van hitte en droogte. Het is dan ook van belang om hier bij nieuwe bouwontwikkelingen rekening mee te houden en de bebouwde omgeving zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat. Als Utrecht klimaatrobuust wil zijn zal de sponswerking van de stad vergroot moeten worden. We willen hemelwater niet langer afvoeren via het riool naar de rioolwaterzuivering, maar het regenwater zoveel mogelijk vasthouden op de plek waar het valt. Zowel op eigen terrein, in de openbare ruimte, in de bodem of in het oppervlaktewater. Hiervoor moet zo veel mogelijk oppervlak onverhard blijven en vergroend worden, zodat het riolerings- en afwateringssysteem wordt ontlast en zodat er water beschikbaar is in perioden van droogte.

Een voorwaarde voor deze vergroening en voor het toevoegen van meer bomen, is dat de bovengrond en ondergrond op elkaar worden afgestemd en dat er ruimte wordt gemaakt voor het planten van groen en bomen. Met de Visie Klimaatadaptatie worden beleidsdoelen vastgesteld voor het omgaan met wateroverlast door extreme neerslag, het omgaan met droogte en het omgaan met hittestress. Hiervoor zijn geen landelijke beleidsdoelen, maar de gemeente stelt lokale doelen vast. De doelen zijn dat lopen en fietsen in schaduw in elke straat mogelijk is door 30-40 % schaduw te creëren, iedereen binnen 200 meter van een gebouw/woning een koele groene verblijfsplek heeft in de openbare ruimte van minimaal 200 m2, een minimale hoeveelheid groen in buurten van 40% in het horizontale vlak. Hiermee beperken we het hitte-eiland effect in de stad. Om gevolgen van extreme droogte en wateroverlast te voorkomen, zorgen we dat buien tot aan 80 mm per uur geen schade aan richten in panden en niet voor onbegaanbare wegen zorgen. We gebruiken de bodem als spons en houden minimaal 90% neerslag vast op de plek waar het valt. We vangen zoveel mogelijk water op in de bodem (bufferen), zodat er in droge periodes nog water beschikbaar is. Bij grootschalige nieuwbouw is de ambitie om hogere doelen te hanteren.

De vastgestelde doelen geven de mogelijkheid zowel de gevolgen als de te nemen maatregelen in beeld te kunnen brengen. Hiermee voldoet Utrecht aan de doelstelling uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en de afspraken in het Bestuursakkoord Ruimtelijke Adaptatie om uiterlijk in 2021 een strategie en uitvoeringsagenda bestuurlijk te hebben vastgelegd. De doelen zijn ook overeenkomstig de gestelde doelen in de RSU 2040. Het beleid voor klimaatadaptatie is ook vastgelegd in de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, waarin voorstellen zijn opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel dat de bebouwde omgeving in 2050 nog steeds aantrekkelijk is om te leven en dat ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig zijn opgebouwd en getoetst. Gemeente Utrecht heeft samen met andere overheden deze deltabeslissing onderschreven en werkt samen in de Coalitie Regio Utrecht aan de opgaven. Plangebied Het aspect water is in dit plan verder uitgewerkt in paragraaf 5.11. In het plangebied voldoet het grondwaterpeil naar verwachting op de meeste plaatsen aan de norm. Op de lagergelegen gebieden bestaat een risico op grondwateroverlast, hiermee wordt rekening gehouden bij de inrichting van het gebied.

Ook wordt minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag op het perceel nuttig gebruikt op eigen perceel op de wijze zoals deze is voorgeschreven door Gemeente Utrecht met inachtneming van wat redelijk te verwachten is van de bewoners aan de Zandweg. Dit komt overeen met de ambities uit de Visie Klimaatadaptatie. Ook draagt het project bij aan de schaduw-ambitie uit deze visie. Op het plangebied wordt 40% schaduw op doorgaande fiets- en wandelroutes gerealiseerd en 30% voor overige routes. Dit wordt gedaan door middel van bomen. Tot slot zal er in het plangebied minimaal 40% van het oppervlak bestaan uit groen en maximaal 60% uit verharding. Ook dit is een ambitie uit de Visie Klimaatadaptatie. In het plan is nadrukkelijk rekening gehouden met de verschillende ambities uit de Visie Klimaatadaptatie en voldoet hiermee aan dit onderdeel van het gemeentelijk beleid. 2.3.2.2.8 Energie in nieuwbouw Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Hiervoor is het belangrijk dat het gebied energieneutraal is en dat betekent dat er op jaarbasis net zoveel energie in het gebied wordt opgewekt als gebruikt. Dit geldt voor: de gebouwgebonden energievraag; energievraag van installaties voor verwarming en koeling 3 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

Utrecht

van ruimtes, ventilatie, warmtapwater en verlichting. de gebruiksgebonden energievraag; het verbruik voor 'huishoudelijke' apparatuur (keuken- en kantineapparatuur, computers, kopieerapparaten, printers enz.), bedrijfsapparatuur en machines. Dat wil zeggen: al het energieverbruik binnen het gebouw, exclusief verlichting. en het energiegebruik in de openbare ruimte. Het is daarbij de ambitie de energievraag zo laag mogelijk te houden en de benodigde energie lokaal op te wekken met duurzame energiebronnen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos gebouwd. Utrecht wil alle nieuwbouw geschikt maken voor lage temperatuur systemen en zet bij grote projecten in op seizoensopslag in de bodem. Door de uitdagingen op het Utrechtse elektriciteitsnet sturen wij ook op netbewuste gebouwen die een zo laag mogelijke piekvraag hebben. In onderstaande tabel staan de belangrijkste energiedoelstellingen van de gemeente Utrecht die relevant zijn voor nieuwbouw. Doelstellingen/visies Projectontwikkelaars en bouwbedrijven stellen een energieplan op voor een nieuwbouwproject aan de hand van het Utrechts Energie Protocol. Nieuwbouw is energieneutraal of beter.

Bij projecten van meer dan circa 1500 woningequivalenten stelt het college de gemeenteraad voor om een aparte Omgevingsplanwijziging warmtesysteem vast te stellen, en neemt het college de regie over de selectie van een warmtebedrijf die een collectief systeem realiseert.

Gemeentelijke document Utrechts Energie Protocol

Duurzame, betaalbare, betrouwbare en transparante warmtelevering. Lage temperatuur warmtesystemen voor nieuwbouw. In 2030 168 GWh op te wekken met zonnepanelen op grote daken en 120 GWh op te wekken met zonnepanelen op kleine daken Geen dak- of geveloppervlak in de stad mag onbenut blijven

Beleidsnota Warmte

Programma zon op dak en netinpassingen 2022-2026

Netbewust bouwen om elektriciteitsvraag op pieken te verlagen, o.a. Uitvoeringsprogramma door energie op te slaan of vraag te verplaatsen. elektriciteitsinfrastructuur en Netbewust laden als eis bij openbare laadpalen netcongestie 2023-2026 Plaatsing van traforuimtes heeft een minimale impact op de kwaliteit van de openbare ruimte ('Inpandig, tenzij'). Netcongestie in Utrecht Op 12 oktober 2021 kondigde TenneT netcongestie af voor het terugleveren (het invoeden van) duurzaam opgewekte elektriciteit op het netwerk in de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland. Op 17 november 2022 kwam TenneT naar buiten met een nieuwe vooraankondiging van congestie voor dit gebied; het elektriciteitsnet heeft zijn maximale capaciteit bereikt ook voor het afnemen van elektriciteit. Dit betekent dat het stroomnetwerk hier op piekmomenten vol is in twee richtingen. Naast de knelpunten op het hoogspanningsnet zijn er ook knelpunten op het net van Stedin. Dit betekent concreet dat nieuwe grootverbruikers met een aansluitcapaciteit vanaf 3x80 Ampère niet in hun elektriciteitsbehoefte kunnen worden voorzien totdat het elektriciteitsnet is uitgebreid. Bovendien geven de netbeheerders aan dat in de provincie Utrecht de groei van kleinverbruik vanaf 2026 de daarvoor gereserveerde netcapaciteit kan overschrijden, wat noopt tot (extra) maatregelen.

Voor het eerst kunnen daardoor ook kleinverbruikers, zoals huishoudens en het MKB, door netcongestie worden geraakt. Beleidsnota Warmte 2025-2035 (20 november 2025) Met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt het Warmteprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet. Gemeenten zijn hierdoor verplicht om voor 31 december 2027 hun Transitievisies Warmte (die volgen uit het Klimaatakkoord) om te zetten naar een Warmteprogramma. De Beleidsnota Warmte is een thematisch onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht en vervangt de Transitievisie Warmte Deel I en II en de Visie op de Warmtevoorziening. Met het vaststellen van de kaders in de Beleidsnota Warmte geeft de Raad de richting aan de vormgeving van de transitie naar een toekomstig CO2-vrij warmtesysteem in de stad. Op basis van deze kaders kan het college vervolgens concreet invulling geven aan activiteiten en beoogde resultaten voor de komende 10 jaar in het Warmteprogramma. Dit programma wordt iedere 5 jaar herzien. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

31

In de beleidsnota is een voorkeursoplossing voor de invulling van de warmtetransitie per buurt vastgelegd (WAT-kaart) en er is een bronnenstrategie voor de stad uitgewerkt. De belangrijke kaders in de beleidsnota zijn: Inzetten op gezamenlijke (collectieve) warmte-oplossingen Duurzame warmtebronnen slim gebruiken en eerlijk te verdelen Op tijd ruimte vrijmaken voor aanleg van warmtenetten Samen invulling geven aan een warmtekavel en de keuze van het warmtebedrijf Samenwerken met buurtinitiatieven Aanwijsbevoegdheid gebruiken als dat nodig is We kiezen voor publiek eigendom in de warmtetransitie Extra aandacht voor energiebesparing en koelte in de zomer Duurzame netbewuste energiesystemen voor nieuwbouw Het integraal sturen op duurzame netbewuste energiesystemen voor de nieuwbouw levert de volgende belangrijke principes voor energiesystemen in de nieuwbouw: Klimaatbewust. Het is belangrijk om gebouwen niet alleen te kunnen verwarmen, maar ook te koelen. Door te sturen op collectieve lage-temperatuurwarmteoplossingen met seizoensopslag voorkomen we dat gebouweigenaren in de zomer actief gaan koelen met een airco of luchtwarmtepomp. Netbewust. Dit betekent inzetten op energiesystemen die zorgen voor beperking van de piekbelasting van het elektriciteitsnet.

Collectieve warmteoplossingen met seizoensopslag verbruiken minder elektriciteit op piekmomenten dan individuele warmteoplossingen en zijn daardoor netbewuster. Ruimtebewust. Gemeente Utrecht stuurt aan op maximale benutting van dak en gevels voor energieproductie als deze ruimte niet nodig is voor andere functies. De energie-installaties worden zoveel mogelijk inpandig gerealiseerd en WKO-bronnen bij voorkeur op het perceel. Omgevingsbewust. De energievoorziening heeft niet alleen impact op ruimtegebruik, maar ook op omgevingskwaliteit. Warmtepompen maken geluid en airco's leveren warmte aan de buitenlucht op momenten dat het al heel warm is in de stad (hittestress). Daarom gaat de voorkeur uit naar collectieve warmteoplossingen omdat deze minder negatieve effecten hebben op de omgevingskwaliteit. Toepassing van seizoensopslag, zoals collectieve warmte-koudeopslag in de bodem (WKO), is zowel, klimaatbewust, netbewust, ruimtebewust als omgevingsbewust. Om die reden is de inzet van seizoensopslag in nieuwbouw een doel op zich. Regionale Energiestrategie Regio Utrecht (2025) De RES-regio Utrecht wil in 2050 energieneutraal zijn: dit betekent alle energie die we gebruiken duurzaam opwekken. In 2030 willen we daarvoor een goede stap hebben gezet door meer zonneen windenergie op te wekken.

Ook zoeken we naar duurzame warmtebronnen als alternatief voor het aardgas waarmee we onze huizen en gebouwen verwarmen. Hoe we dat willen gaan doen staat in de RES Herijking. Programma zon op dak en netinpassingen2022-2026 Doelstelling is om in 2030 168 GWh op te wekken met zonnepanelen op grote daken en 120 GWh op te wekken met zonnepanelen op kleine daken. Bij zon op grote daken speelt een grote structurele belemmering: de beperkte netcapaciteit en de huidige netbeperking voor teruglevering als gevolg hiervan. Eigenaren van grote daken die zonnepanelen willen plaatsen kunnen niet meer uitgaan van netlevering (opwekken zonder terug te leveren is nog wel mogelijk). Het behalen van de doelstelling voor grote daken is grotendeels afhankelijk van de genoemde netverzwaringen door Tennet. Andere belangrijke oplossingen voor netcongestie zijn het toepassen van congestiemanagement door de netbeheerders en het toepassen van lokale alternatieve oplossingen. Uitvoeringsprogrammaelektriciteitsinfrastructuuren netcongestie 2023-2026 Voor de groei en verduurzaming van de stad is stroom nodig. Met het Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie draagt de Gemeente Utrecht structureel bij aan het oplossen van knelpunten op het elektriciteitsnet, en aan spitsmijding door de gebruikers van dat net.

Er zijn een paar 'knoppen om aan te draaien' die bijdragen om de knelpunten op het elektriciteitsnet op te lossen: A. Versnellen van netuitbreidingen om de schaarste aan transportcapaciteit structureel te verhelpen en betere benutting van de bestaande netcapaciteit; B. Het verlagen van de piekvraag naar elektriciteit ('spitsmijden') en toevoegen van flexibiliteit. Hieronder vallen maatregelen als: 3 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

Utrecht

Opslag van stroom in grote batterijen Directe verbinding van opwek en verbruik Capaciteitsbeperkende afnamecontracten Slim laden bij EV-laadpalen (bijv. door de laadpalen af te knijpen in de spits) Tijdelijke (fossiele) opwek C. Tijdelijk prioriteren van ontwikkelingen en omgaan met schaarste. D. Langetermijn planning/programmeren van de elektriciteitsinfrastructuur om knelpunten na 2030 zo veel mogelijk te voorkomen. Een belangrijk spoor voor nieuwbouw (onderdeel van knop B) is netbewust ontwerpen en bouwen. Als Utrecht wil blijven groeien in balans, dan is balans op het elektriciteitsnetwerk een voorwaarde. Dit betekent dat piekbelasting vermeden moet worden, zowel bij de invoeding van stroom als bij de afname. De vanzelfsprekendheid van netgebruik wanneer je wil en hoeveel je wil is voorbij. De toekomst is aan de netbewuste stad, waarin de netbelasting via een combinatie van organisatorische en technische maatregelen gelijkmatiger verspreid wordt over de dag. Plangebied Bij het opstellen van het plan is rekening gehouden met de belangrijkste energiedoelstellingen van de gemeente. Er is een energievisie opgesteld met behulp van het Utrechts Energie Protocol. Zo wordt er beoogd dat de bebouwing in het plangebied ieder jaar even veel hernieuwbare elektriciteit moet opwekken om te voorzien in de jaarlijkse energievraag van het gebied.

Ook wordt er ingespeeld op de behoefte aan ruimte voor elektrische auto's door per woning minimaal 1 lege mantelbuis aan te leggen voor een elektrisch oplaadpunt voor een auto. Tot slot worden eventuele technische installatieruimtes inpandig gerealiseerd, zoals beoogd in het uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026. Visie op de warmtevoorziening (2017), Transitievisie Warmte (2021) en Regionale Energiestrategie (2021) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement. Om de doelstelling te behalen om als Utrecht zo snel mogelijk, in ieder geval in 2030 klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energie-infrastructuur en om nog meer gebruik van duurzame warmtebronnen.

Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd en worden gemeenten verplicht om een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen. De gemeente Utrecht heeft in 2021 een tweedelige Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) vastgesteld. Deel 1 van de TVW bevat de strategie en visie over hoe de bestaande huizen en gebouwen in Utrecht geleidelijk, buurt-voor-buurt, over kunnen gaan naar nieuwe vormen van verwarmen en koken. Hierin is ook vastgelegd dat de schaarse capaciteit van het hoge-temperatuur stadswarmtenet niet voor nieuwbouw ingezet mag worden. Deel II van de Transitievisie Warmte geeft aan wanneer en in welke buurten we aan de slag gaan met de voorbereidingen om aardgasvrij te worden. In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen, hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt en welke duurzame warmtebronnen gebruikt kunnen worden om buurten aardgasvrij te maken.

Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. Plangebied Het plangebied zal niet worden aangesloten op het Utrechtse warmtenet, zoals de Transitievisie Warmte voorschrijft voor nieuwbouw. In de villa's zal gebruik gemaakt worden van een systeem lucht-warmtepomp met een WTW-ventilatie systeem en zal verwarmd worden via lage temperatuur ruimteverwarming. Op deze manier draagt het plan bij aan de doelstelling om Utrecht aardgasvrij te maken. In de Transitievisie Warmte Deel II staat het plangebied aangemerkt als categorie 2 voor de bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

33

ambitie om de stad aardgasvrij te maken voor 2050. Door met warmtepompen te werken in dit plan wordt deze doelstelling gerespecteerd. Het plangebied voldoet dus aan het Utrechtse Warmtebeleid. 2.3.2.3 Gebiedsbeleid Omgevingsvisie deelgebied Vleuten-De Meern Utrecht groeit hard en gaat richting 400.000 inwoners. Dit heeft ook gevolgen voor Vleuten–De Meern. De groei van de stad brengt kansen met zich mee, maar de ontwikkeling moet wel passen bij de wijk en bij de wensen en waarden van inwoners. Vleuten–De Meern voelt als een dorp in een stad. Dit is een belangrijke en unieke waarde voor de wijk. De koers in Vleuten–De Meern is dan ook ontwikkelen met dorps karakter. De huidige leefomgeving is al erg goed. Bewoners hebben input gegeven aan de gemeente over wat zij belangrijk vinden. Daaruit kwamen de volgende thema's: voldoende groen; elkaar makkelijk ontmoeten; fijne woon- en werkomgeving; prettig kunnen verplaatsen. Nieuwe ontwikkelingen en trends, bijvoorbeeld de groei van de stad, kunnen bijdragen aan het goed houden, verbeteren van deze thema's. In de Omgevingsvisie is met een lijst 'kaders en ambities' beschreven welke initiatieven een bijdrage kunnen leveren aan de wijk. Plangebied In het plangebied wordt rekening gehouden met de belangrijke thema's uit de Omgevingsvisie Vleuten-De Meern.

Allereerst zorgt het plan ervoor dat de boomgaard vernieuwd wordt en toegankelijk wordt gemaakt. Dit draagt bij aan voldoende en bovenal toegankelijk groen. Er zal ook een wandelpad door het plangebied lopen, wat er voorheen niet was. Dit draagt bij aan het prettig kunnen verplaatsen in de wijk.

2.4

Conclusie

De ontwikkeling van de Zandweg 210 past binnen de beschreven beleidskaders.

3 4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3

Bestaande situatie

3.1

Beschrijving van het plangebied

3.1.1

Historische ontwikkeling

Voorheen werden veel van de percelen langs de Oude Rijn, van Harmelen tot de Meern en Utrecht gebruikt voor fruitteelt. Deze fruitboomgaarden waren onderdeel van een agrarisch landschap dat doorsneden werd door de Oude Rijn, die later is hernoemd tot de Leidsche Rijn. In de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw vond hier schaalvergroting plaats. Grotere agrarische bedrijven vestigden zich in het gebied, ten koste van de kleine fruittelers. In 1974 bouwde een architect zijn privéwoning aan de Zandweg 210 en legde daar een boomgaard aan. Deze boomgaard is pas later aangeplant dan andere boomgaarden in de omgeving, heeft altijd zijn fruitbomen behouden en is in particulier bezit gebleven. Tot 2004 werd de villa omgeven door open agrarisch landschap langs de Leidsche Rijn. Daarna startte de bouw van woonwijk Vleuterweide als onderdeel van de Vinex-locatie Leidsche Rijn. Het plan Vleuterweide, onderdeel van woonplaats Vleuten, is gerealiseerd in de periode van 2004 tot 2012. Sindsdien is de context van het gebied volledig veranderd. Het perceel is nu omgeven door het stedelijk gebied van Leidsche Rijn. De Zandweg 210 is nu in Vleuten-de Meern één van de weinige overblijfselen van de voormalige boomgaarden. Deze groene kavel vormt in de wijk daarmee een belangrijke verwijzing naar het verleden van de wijk. 3.1.2

Structuurbepalende elementen

Het plangebied ligt tussen de wijkontsluitingsweg Landschapsbaan in het noorden en de gekanaliseerde rivier de Leidsche Rijn in het zuiden. Het is omgeven door diverse woningtypologieën. Ten noorden liggen voornamelijk rijwoningen en aan de oost- en westzijde is het perceel omgeven door hoofdzakelijk vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen. De Vinex-wijken liggen aan de noord- en oostzijde van het plangebied. De zuidelijke rand langs de Leidsche Rijn ten westen van het plangebied heeft archeologische waarde vanwege het traject van de voormalige Oude Rijn. Dit gebied is landschappelijk groener en ruimer opgezet. Het plangebied is omgeven door een watergang die het, samen met het gebrek aan verbindende rijwegen, isoleert van de omringende woongebieden. Het plangebied is alleen bereikbaar via de Zandweg. Aan de noord- en oostzijde van de Zandweg 210 bevinden zich woningen die uit kijken op het plangebied. Aan de noordwestzijde staat een appartementengebouw met vier verdiepingen en een relatief groot volume en bijzondere vormgeving ten opzichte van de overige bebouwing in de omgeving. Aan de westzijde van de Zandweg 210 bevindt zich een cluster van twee-onder-één-kap woningen waarvan de achtertuinen grenzen aan het plangebied.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

35

Kaartje met structuurbepalende elementen, de ster geeft het plangebied aan

3.2

Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied

Midden op het perceel staat een woning. De woning is in architectuur gebouwd in 1974 door de eigenaar van het perceel. De woning is omgeven door de bestaande boomgaard, die formeel als tuin bij de woning hoort. De boomgaard is vervallen en niet meer als zodanig herkenbaar. De boomgaard is op dit moment niet meer toegankelijk. Het plangebied is voor het autoverkeer ontsloten via de Zandweg. Het plangebied is niet toegankelijk voor voetgangers en fietsers. Het plangebied is in privé eigendom en heeft geen doorgaande route. Parkeren gebeurt op eigen terrein.

3 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Projectbeschrijving

4.1.1

Programma

Planbeschrijving

De bestaande vrijstaande woning wordt gerenoveerd. In het plangebied worden daarnaast drie vrijstaande woningen toegevoegd. Naast de woningen wordt er ook een nieuwe boomgaard aangeplant. Alle woningen zijn vrije sector woningen. 4.1.2

Stedenbouwkundig plan

Te behouden kwaliteiten van de Zandweg Kenmerkend voor de Zandweg als lint is het groene en landschappelijke beeld en de variatie in bebouwing. Het perceel Zandweg 210 draagt in de huidige opzet bij aan het landschappelijke karakter van het lint. De groene ruimte is van betekenis voor het aangrenzende deel van de wijk Vleuterweide als contrast met de overwegend dichtbebouwde wijk. De boomgaard is weliswaar niet openbaar toegankelijk maar wel beleefbaar vanaf de straten rond het perceel. Herstel van de boomgaard draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het lint en de aangrenzende wijk. Herstel van de boomgaard De bestaande boomgaard is een waardevol element langs het lint aan de Leidsche Rijn. Met de aanleg van de wijk Vleuterweide is de veelheid aan boomgaarden verdwenen. Het plangebied is één van de laatste restanten van de voormalige boomgaarden. Het is een belangrijk element in het straatbeeld, zowel vanaf de Zandweg als voor de omliggende woonwijk. Omdat de meeste fruitbomen het einde van hun levensduur hebben bereikt is behoud van de bestaande boomgaard niet meer mogelijk. Er wordt gestreefd naar een grote kwaliteitsimpuls van het gebied door de boomgaard opnieuw te ontwikkelen. Om de boomgaard op het terrein weer herkenbaar te maken, worden verschillende inrichtingsmaatregelen getroffen.

Langs de randen van het plangebied en tussen de woningen worden circa 300 nieuwe fruitbomen geplant. Langs alle randen van het terrein komen minstens drie rijen fruitbomen die goed herkenbaar zijn in de verschillende seizoenen. De bomen worden geordend herplant in een nieuw en herkenbaar grid dat beter aansluit op de nieuwe inrichting van het perceel. Vanaf de rijwegen domineert het beeld van de fruitbomen. Aan de zijde van de Zandweg wordt minimaal 40 meter vrij gehouden van bebouwing en met bomen ingericht als boomgaard, aan de zijde van de Beeldentuinlaan wordt 30 meter vrij gehouden van bebouwing. De woningbouw wordt zodanig vormgegeven dat deze past bij de uitstraling van het perceel als boomgaard. In de boomgaard bevinden zich vier open ruimten waarin telkens één woning staat. Inpassing in het historische boerderijenlint Vanaf het lint – de Zandweg – blijft het beeld van een boomgaard bestaan. De woningen worden op ruime afstand (meer dan 40 meter) vanaf de Zandweg gebouwd. De woningen worden aan de Zandweg ontsloten via een gezamenlijke oprit. De inrit bestaat uit twee stroken klinkerverharding met grasstenen tussen deze stroken en aan de zijkanten van het pad. De ontwikkeling tast het karakter van de Zandweg als historisch boerderijenlint niet aan.

Maat en schaal van de bebouwing De bestaande woning is het uitgangspunt voor de vormgeving en de maat en schaal van de nieuwe woningen genomen. Dit betekent in de basis één bouwlaag met een ondergeschikte opbouw. Er komen geen (vrijstaande) bijgebouwen op het perceel en er is ook geen planologische ruimte voor vergunningvrije bebouwing. Alle gebouwde functies komen per woning in 1 compact volume dat is omsloten door fruitbomen. De fruitbomen worden uiteindelijk hoger dan de woningen. Voor de laagstamfruitbomen wordt een hoogte aangehouden van 4 meter. Bij de hoogstamfruitbomen worden circa 8 meter hoog en de kronen beginnen op circa 1,8 meter boven de grond. Vanuit de omgeving zijn de woningen niet zichtbaar doordat ze tussen de fruitbomen staan en een beperkte hoogte hebben. De volgroeide bomen ontnemen het zicht op de woningen, behalve in de wintermaanden wanneer de bladeren zijn gevallen en er enig zicht door de kronen van de hoogstambomen mogelijk is. Vanaf de omliggende wegen kan niet onder de boomkronen door naar de woningen gekeken worden, omdat het maaiveld bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Zandweg 210, Vleuterweide" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=91712b90-1c19-4c48-90a5-0a1746f47eab