TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan_Motivering
Tekst van het document
Utrecht zal in de toekomst steeds vaker te maken krijgen met de gevolgen van het veranderende klimaat en is gevoelig voor het vaker voorkomen van extreme regenbuien, wateroverlast en langere perioden van hitte en droogte. Het is dan ook van belang om hier bij nieuwe bouwontwikkelingen rekening mee te houden en de bebouwde omgeving zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat. Als Utrecht klimaatrobuust wil zijn zal de sponswerking van de stad vergroot moeten worden. We willen hemelwater niet langer afvoeren via het riool naar de rioolwaterzuivering, maar het regenwater zoveel mogelijk vasthouden op de plek waar het valt. Zowel op eigen terrein, in de openbare ruimte, in de bodem of in het oppervlaktewater. Hiervoor moet zo veel mogelijk oppervlak onverhard blijven en vergroend worden, zodat het riolerings- en afwateringssysteem wordt ontlast en zodat er water beschikbaar is in perioden van droogte. Een voorwaarde voor deze vergroening en voor het toevoegen van meer bomen, is dat de bovengrond en ondergrond op elkaar worden afgestemd en dat er ruimte wordt gemaakt voor het planten van groen en bomen. Met de Visie Klimaatadaptatie worden beleidsdoelen vastgesteld voor het omgaan met wateroverlast door extreme neerslag, het omgaan met droogte en het omgaan met hittestress. Hiervoor zijn geen landelijke beleidsdoelen, maar de gemeente stelt lokale doelen vast.
De doelen zijn dat lopen en fietsen in schaduw in elke straat mogelijk is door 30-40 % schaduw te creëren, iedereen binnen 200 meter van een gebouw/woning een koele groene verblijfsplek heeft in de openbare ruimte van minimaal 200 m2, een minimale hoeveelheid groen in buurten van 40% in het horizontale vlak. Hiermee beperken we het hitte-eiland effect in de stad. Om gevolgen van extreme droogte en wateroverlast te voorkomen, zorgen we dat buien tot aan 80 mm per uur geen schade aanrichten in panden en niet voor onbegaanbare wegen zorgen. We gebruiken de bodem als spons en houden minimaal 90% neerslag vast op de plek waar het valt. We vangen zoveel mogelijk water op in de bodem (bufferen), zodat er in droge periodes nog water beschikbaar is. Bij grootschalige nieuwbouw is de ambitie om hogere doelen te hanteren. De vastgestelde doelen geven de mogelijkheid zowel de gevolgen als de te nemen maatregelen in beeld te kunnen brengen. Hiermee 5 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
Utrecht
voldoet Utrecht aan de doelstelling uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en de afspraken in het Bestuursakkoord Ruimtelijke Adaptatie om uiterlijk in 2021 een strategie en uitvoeringsagenda bestuurlijk te hebben vastgelegd. De doelen zijn ook overeenkomstig de gestelde doelen in de RSU 2040. Het beleid voor klimaatadaptatie is ook vastgelegd in de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, waarin voorstellen zijn opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel dat de bebouwde omgeving in 2050 nog steeds aantrekkelijk is om te leven en dat ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig zijn opgebouwd en getoetst. Gemeente Utrecht heeft samen met andere overheden deze deltabeslissing onderschreven en werkt samen in de Coalitie Regio Utrecht aan de opgaven. Plangebied Het aspect water en klimaatadaptatie is in dit plan verder uitgewerkt in paragraaf 5.13.
2.3.2.3.11 Sport, recreatie en toerisme Hotelbeleid A room with a view, Beleidsnota hotels Utrecht 2010-2020 Het hotelbeleid is weergegeven in de beleidsnota 'A room with a view, Beleidsnota hotels Utrecht 2010-2020' (2010). In deze beleidsnota is opgenomen dat het aantal van 1400 hotelkamers tot 2020 zou mogen groeien met 1000 hotelkamers, op basis van een jaarlijkse groei van 5% in de toeristische sector. In 2019 is deze beleidsnota bijgesteld en is een tijdelijke stop ingesteld voor nieuwe hotelkamers, omdat het aantal hotelkamers inmiddels gegroeid was naar 2.000 kamers en er voor de periode 2019-2021 nog ongeveer 1500-1800 nieuwe hotelkamers bij zouden komen. Voor Utrecht betekende dit een inhaalslag in zowel kwantiteit als kwaliteit van hotelconcepten. Deze stop betekent dat er geen ruimte is om nieuwe hotelkamers planologisch mogelijk te maken via een wijziging van het omgevingsplan of een afwijkingsvergunning. Voor aanvullende bijzondere concepthotels met maximaal 50 kamers of bijzondere doelgroephotels kan onder voorwaarden (over locatie, kwaliteit initiatiefnemers, segmentatie en duurzaamheid) een uitzondering worden gemaakt. Uitbreidingen van bestaande hotels met een kwaliteitsdoel blijven ook beperkt mogelijk. Op 1 januari 2026 is de Beleidsregel hotels gemeente Utrecht in werking getreden.
Hierin zijn criteria opgenomen voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de vestiging van een hotel en voor het uitbreiden van het aantal hotelkamers. Beleid tijdelijk verblijf (short stay) Op 19 december 2019 is het beleid tijdelijk verblijf (short stay) door de gemeenteraad vastgesteld. Aanleiding hiervoor was dat het aantal short stay-accommodaties in Utrecht was gegroeid. Een toenemende mobiliteit van werknemers en internationale studenten zorgde voor een stijgende vraag naar deze accommodaties. De huisvesting van tijdelijke (internationale) werknemers of studenten mag echter niet ten koste gaan van de leefbaarheid en van de beschikbaarheid van voldoende permanente woonruimte voor verschillende doelgroepen in de stad. Om deze belangen op een goede manier te kunnen wegen is het beleid voor tijdelijk verblijf (short stay) opgesteld. Onder tijdelijk verblijf of short stay wordt verstaan: het bedrijfsmatig (met het oogmerk om winst te behalen) verstrekken van logies met een minimumperiode van twee weken tot 6 maanden. Dit gebruik is niet toegestaan onder een woonfunctie. De regels voor het verlenen van vergunningen voor tijdelijk verblijf zijn vastgelegd in de (herziene versie van) de Beleidsregels tijdelijk verblijf (Short Stay) gemeente Utrecht die per 1 januari 2026 in werking zijn getreden.
In het beleid voor tijdelijk verblijf is een maximum gesteld aan het aantal toegestane eenheden tijdelijk verblijf. Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 Horeca levert een belangrijke bijdrage aan de werkgelegenheid, de identiteit en levendigheid van de stad. De sector biedt een sociale functie en zorgt voor een prettige buurtbeleving en gevoel van saamhorigheid. Uit het oogpunt van een goede toedeling van functies aan locaties kan, in verband met de hinder die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, onderscheid gemaakt worden in categorieën van horecabedrijven in het omgevingsplan bij het toelaten van horecabedrijven aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard, omvang en parkeerdruk. Deze categorieën zijn vastgelegd in het op 12 april 2018 in werking getreden en door de raad vastgestelde Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 en overgenomen in de Lijst van Horeca-activiteiten in het omgevingsplan. In de Lijst van Horeca-activiteiten is een functionele differentiatie in 'lichte' tot 'zware' typen van horecabedrijven opgenomen. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling heeft tot doel de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen.
De Lijst van Horeca-activiteiten kent een indeling in vier categorieën. De categorieën van A tot en met D lopen af in de zwaarte van de hinder die horecabedrijven voor de omgeving kunnen meebrengen. In geval van meerdere soorten activiteiten in één horecabedrijf telt de activiteit in de zwaarste categorie voor bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
51
de type-indeling van het horecabedrijf. Plangebied Op grond van het horecaprofiel Station/Beurskwartier uit het Ontwikkelingskader Horeca 2018, past op deze locatie een uitbreiding van horecalocaties met maximaal 785 m2. In dit profiel staat dat het Stationsgebied / Beurskwartier een hoog stedelijk gebied is met veel reuring, dat vraagt om goede, sfeerbepalende horecaconcepten voor zowel overdag als 's avonds en voor verschillende doelgroepen. Voor het Stationsgebied is horeca A (grootschalig, zwaardere horeca) geschikt omdat dit gebied een van de weinige plekken in de stad is, waar uitbreiding van horeca A mogelijk is. Daarnaast is er ruimte voor het toevoegen van cafés (B1), zeker in combinatie met andere leisure functies, fastfood (C) en ook restaurants (D1). De laatste jaren groeit de behoefte aan kwalitatief goede restaurants aan deze zijde van de stad. Deze behoefte zal met de realisatie van de nieuwe woningen in Beurskwartier, Ondaatje, de Knoop en het Matserterrein alleen maar verder toenemen. Ten slotte is dag en avondhoreca (D3) een belangrijke groeisector in de horeca en kenmerkend voor het Stationsgebied, zeker in relatie tot het vervoerknooppunt en langs de looplijnen. Bij horecamogelijkheden redeneren we vanuit looplijnen en categorieën met een maximum aan de totale omvang van horeca in het gebied.
De looplijn van de toekomstige promenade van de Croeselaan naar het station langs de kantoorgebouwen van de Rabobank, is niet opgenomen als looplijn in het ontwikkelkader horeca, maar past bij het beoogde gebruik. Omdat deze planontwikkeling alleen voorziet in een aantal kleinschalige plintfuncties van max. 200 m2 aan de promenade langs de kantoren op het Matserterrein, is horeca A voor deze horecalocaties niet geschikt. Wel zijn cafés, restaurants en fastfood/afhaalzaken, dag en avondhoreca goed inpasbaar. Beleidsnota Sport en Bewegen 2025-2032 ‘Sport en bewegen, de basis voor een gezond Utrecht!’ Het sport- en beweegbeleid is in februari 2025 vastgesteld en geeft richting aan het Utrechtse sporten beweegbeleid voor de periode tot en met 2032. We geloven in de kracht van sport en bewegen. Het is leuk, is goed voor je mentale en fysieke gezondheid en bevordert gemeenschapskracht. Sport en bewegen heeft een belangrijke meerwaarde in het dagelijks leven van inwoners en voor de stad. Een vitaal sport- en beweeglandschap is daarom een basisvoorziening voor alle Utrechters. Om ervoor te zorgen dat alle Utrechters een leven lang sporten en bewegen zetten we in op: Sport en bewegen als onderdeel van het dagelijks leven.
Hierbij hebben we vooral aandacht voor groepen die hierin achterblijven, Utrechters van 0-18 jaar met een lage sociaal economische positie en hun opvoeders en Utrechters met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Bij het stimuleren van sport en bewegen sluiten we zoveel mogelijk aan bij de leefwereld van Utrechters, richten we ons op de betaalbaarheid van sport en bewegen, stimuleren we sport en bewegen in de buurt en ondersteunen we sport- en beweegtalenten en sport- en beweegevenementen; Vitale sport- en beweegaanbieders als basis die aansluiten op de behoeften van Utrechters. We werken aan een passend sport- en beweegaanbod dat aansluit op de sport- en beweegbehoeften van Utrechters en het versterken van de vitaliteit van alle sport- en beweegaanbieders in de stad. We stimuleren hen om aan de slag te gaan met een positieve sportcultuur; Ruimte voor sport en bewegen in een verdichtende stad. Hierbij zijn voorzieningen nodig die aansluiten op de groei van de stad, behoeften van Utrechters en Utrechtse sport- en beweegaanbieders. Samen met onder andere sport- en beweegaanbieders en sportbonden werken we eraan om de beschikbare ruimte optimaal te benutten. We zoeken ruimte voor uitbreiding van sportaccommodaties en zetten in op het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte. Hierbij hebben we ook aandacht voor ruimte voor urban sports.
Waar mogelijk benutten we de brede waarde van sportaccommodaties voor stad, wijk en buurt. Plangebied In het stationsgebied en omliggende wijken (denk aan Beurskwartier, MWKZ) worden veel woningen toegevoegd en de sportvoorzieningen groeien in deze gebieden nauwelijks mee. Bovendien zijn er in dit gebied weinig tot geen gemeentelijke sportvoorzieningen in de buurt waar mensen bij een sportvereniging terecht kunnen. Betaalbare ruimtes voor sportaanbieders (ook commerciële) zijn daarom op deze locatie extra gewenst. Op grond van artikel 4.2 van de planregels kan in dit plan onder de functie 'Kantoor' maximaal 500m2 aan binnensportvoorziening worden toegevoegd en moet ter plaatse van de functieaanduiding 'sport' op de verbeelding minimaal 400 m2 aan binnensport worden toegevoegd in de plint. Nota Evenementen en festivals in Utrecht ''t Bruis an alle kant' beleid en actieplan 2009-2014 en de evaluatie van de evenementennotavan 2013 Evenementen en festivals geven plezier, maken de gemeente economisch aantrekkelijker, zorgen 5 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
Utrecht
voor werkgelegenheid en zijn goed voor de winkels en de horeca. Evenementen zijn het visitekaartje van de stad en dragen bij aan de sociale binding in een buurt. Utrecht heeft verschillende evenementen die nationaal en soms internationaal bekend zijn. Evenementen zijn niet voor iedereen plezierig. Omwonenden kunnen last hebben van lawaai of van verkeer. Dit soort overlast willen we beperken. Dit betekent dat we kieskeuriger worden bij het toelaten van evenementen. We willen dat de evenementen passen bij Utrecht, een economische en sociale waarde hebben voor de stad en dat ze de mensen in de buurten weten te verbinden. Het beleid en actieplan 2009-2014 'Evenementen en festivals in Utrecht' is in 2009 vastgesteld en bevat het beleid ter behoud en uitbouw van evenementen en festivals in Utrecht. Dit beleid zet in op De doelen voor deze vijf jaar betreffen: Utrecht moet nationale positie behouden en successen beter communiceren; internationaal moet Utrecht op de kaart komen; lokaal draagvlak voor evenementen vergroten. Utrecht staat al enkele jaren in de top drie van evenementensteden van Nederland. De gemeente wil het niveau van festivals en evenementen dat Utrecht inmiddels heeft bereikt graag uitbouwen. Om de drie doelen van de evenementennota te verwezenlijken en de genoemde uitdagingen het hoofd te bieden kiest de gemeente voor professionalisering op alle fronten.
De nota volgt hierbij twee hoofdlijnen. De eerste lijn geeft inzicht in het gehele proces van de organisatie rond evenementen. Deze basis moet goed op orde zijn. Professionalisering in kennis en dienstverlening staan centraal. De gemeente zal meer dan tot nu toe gebeurt oplossingen zoeken voor zaken rond evenementen die overlast veroorzaken. Zoals een betere spreiding van evenementen door de gehele stad, waardoor de druk op de binnenstad niet verder toeneemt. De tweede lijn van de nota gaat in op de ambities van Utrecht op het gebied van festivals en evenementen. Hoe kunnen deze beter worden ingezet voor de versterking van het merk Utrecht? Professionalisering in marketing, communicatie en promotie en samenwerking met partners in de stad spelen hierbij een belangrijke rol. Samen met partijen in de stad is de nota in 2013 geëvalueerd. De gemeenteraad heeft de evaluatie van de evenementennota van 2013 vastgesteld in februari 2014. Toen is besloten dat de nota nog een goede basis vormt. Op een aantal punten wordt de uitvoering aangescherpt: meer spreiding van evenementen over de stad en gedurende het jaar; vergroten draagvlak voor evenementen; betere communicatie over evenementen; meer aandacht voor geluidhinder door evenementen.
Plangebied Het nieuwe auditorium dat in het plangebied gerealiseerd wordt, wordt overdag gebruikt voor de kantoorfunctie, maar kan in de avonduren ingezet worden voor culturele activiteiten, zoals lezingen voorstellingen en kan in die zin ook ingezet worden bij evenementen.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
53
2.3.3
Gebiedsspecifiek beleid
Masterplan Stationsgebied (2003/2004) + actualisatie masterplan stationsgebied + addendum Het Masterplan Stationsgebied biedt het kader voor de ontwikkelingen in het stationsgebied voor een periode tot circa 2020. Het masterplan is een vertaling van Visie A 'Stadshart verruimd' waarvoor een meerderheid van de Utrechtse kiezers in een raadplegend referendum in 2002 heeft gekozen. Eigenschappen van die visie zijn met name twee hoofdroutes van oost naar west, een verbouwd Muziekcentrum aan het Vredenburg, een ondertunneld Westplein en een rustige Catharijnesingel. De doelstelling is een sterk logistiek knooppunt, hoogwaardige openbare ruimte, architectuur van hoge kwaliteit en intensief ruimtegebruik te ontwikkelen die hun bijdrage leveren aan het nieuwe centrum van Utrecht, dat bewoners, reizigers, winkelend publiek en werkenden beleven als prettig, schoon en veilig.
Structuurplan Stationsgebied Het structuurplan Stationsgebied is de juridische vertaalslag van het Masterplan voor het Stationsgebied uit 2003, inclusief de bijbehorende actualisatie uit 2004. De aanpak van het stationsgebied is gericht op de ontwikkeling van een hoogwaardig, multimodaal openbaar vervoersknooppunt in combinatie met een toplocatie voor werken, wonen en voorzieningen. De aanpak van het stationsgebied is gebundeld in twee zones, die de dragers zijn van de ontwikkelingen: de Stadscorridor en de Centrumboulevard. Stadscorridor De Stadscorridor verbindt de westelijke delen van de stad met het Stationsgebied en loopt vanaf Leidsche Rijn tot het Vredenburg. De overheersende functies aan de Stadscorridor zijn wonen, winkelen, cultuur en publieke functies, zoals kantoren. De corridor vormt een route met functies voor de stadsbewoners. Centrumboulevard De Centrumboulevard loopt van het Jaarbeursterrein tot het Vredenburg door de OV-terminal en Hoog Catharijne. De Centrumboulevard geeft samenhang en identiteit aan de gebieden en draag bij aan de optimalisering van de wisselwerking tussen openbare en private ruimte. In de Centrumboulevard is de functiemenging complexer. Hoog Catharijne wordt geïntensiveerd, waarbij er veel aandacht is voor de wisselwerking met openbare ruimte.
Het winkelareaal in het Stationsgebied zal met circa 45.000 m2 verhuurbare vloeroppervlakte worden uitgebreid. Circa 1.000 woningen worden aan het Stationsgebied toegevoegd tot 2014. De toevoeging van 240.000 m2 bruto kantoorvloeroppervlakte vindt grotendeels plaats aan de westzijde van het station. 2.2 Beleidskaders voor het gebied Utrecht bouwt in het Stationsgebied aan de duurzame en gezonde toekomst van de stad: een ontmoetingsplek voor iedereen die wil reizen, winkelen, wonen, werken en ontspannen in de dynamiek van het hart van Nederland. De historische binnenstad en het Stationsgebied worden met elkaar verbonden tot één samenhangend geheel. De ontwikkelingen in het Stationsgebied zijn al zo'n 20 jaar onderwerp van gesprek. In de afgelopen jaren zijn verschillende visies en plannen vastgesteld. Zo is er in 2015 een Toekomstvisie voor Utrecht Centrum vastgesteld. En in 2017 is de Omgevingsvisie Beurskwartier en Lombokplein door de raad vastgesteld. Thema's als gemengd en inclusief, fijnmazig, compact en levendig, slimme mobiliteit, duurzaam, groen en gezond krijgen in deze kaders veel aandacht. Plangebied De ontwikkeling op het Matserterrein past met een herontwikkeling en verdichting op een centrumlocatie met kantoren en woningen en plintfuncties en een flinke vergroening goed in bovenstaande beleidskaders.
2.4
Conclusie
De conclusies voor het plangebied uit het relevante beleid zijn dat de herontwikkeling past binnen de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau.
5 4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 3
Bestaande situatie
3.1
Beschrijving van het plangebied
3.1.1
Historische ontwikkeling
Plangebied Matserterrein Het plangebied ligt tussen het hoofdkantoor van de Rabobank aan de Croeselaan en de Dichterswijk. De Jan van Foreeststraat, de Croeselaan, de Valeriusbaan en de Kruisvaart begrenzen het plangebied. Cultuurhistorische analyse Halverwege de zeventiende eeuw werden de waterwegen van Utrecht uitgebreid buiten de stad. Er werd een grachtenstelsel - de 'moesgrachten' - gegraven ten westen van de stad op de locatie van het huidige Stationsgebied. Over de nieuwe watergangen konden tuinders in dit gebied hun waren naar de stad transporteren. Een van deze grachten was de Bloemgracht, die een verbinding vormde tussen Leidse Vaart en Vaartsche Rijn. Tegenwoordig heet deze gracht de Kruisvaart, die het plangebied aan de oostzijde begrenst. Het grachtenstelsel bood ook structuur aan de latere stadsuitleg. Hendrik Moreelse, burgemeester van Utrecht, wilde de economie van Utrecht stimuleren met een uitbreidingsplan. De ontwikkeling betekende bijna een verdubbeling van de stad Utrecht in 1664. De plannen werden niet uitgevoerd en de grachten bleven in gebruik als moesgrachten voor de tuinders. In 1843 kreeg Utrecht zijn eerste station ten westen van de stad. Deze plek stond bekend als de Floraboomgaard. Hier lag een klein kerkhof en een park. De bomen werden gekapt en het kerkhof geruimd om ruimte te maken voor het station.
Tot 1920 lagen vooral boerderijen, tuinderijen en steenbakkerijen in de Dichterswijk. Rond 1920 is de Blekersgracht/Moesgracht gedempt en kwam er de Croeselaan voor in de plaats. Deze laan kreeg een dubbele rij bomen. Er werden grote plannen gerealiseerd voor de groeiende bevolking. De Veilinghaven werd een nieuw knooppunt voor handel. De haven kwam te liggen tussen het Merwedekanaal en de Croeselaan. Tussen 1920 en 1930 kwam er woningbouw in de Dichterswijk op gang. Dit begon aan de oostelijke kant van de Croeselaan en breidde zich geleidelijk uit. Een deel van de Veilinghaven aan het Merwedekanaal werd gedempt en het overgebleven stuk kreeg de bestemming wonen. In de jaren '70 is de rest van het Veilingterrein in gebruik genomen door de Jaarbeurs. De Rabobank vestigde zich in de tachtiger jaren aan de Croeselaan. De langgerekte, noord-zuid lopende structuren van de (vroegere) grachten zijn vandaag de dag nog terug te zien in het stratenpatroon. Het gebied had een lange tijd een waterrijk karakter wat bij de Kruisvaart nog is terug te zien. Het Matserterrein is eigendom van Rabobank en ligt aan de Croeselaan 28-46 te Utrecht. De naam van het terrein verwijst naar de vorige eigenaar van de grond, projectontwikkelaar Johan Matser. Voorheen was op deze locatie het hoofdkantoor van de Regionale Energiemaatschappij Utrecht (REMU) gevestigd.
Op deze locatie wil Rabobank het bestaande auditorium slopen en nieuwbouw realiseren voor een verdere centralisatie van haar vastgoed. Het gebouw Zilver wordt gerenoveerd en de parkeerplaatsen overkluist, zodat hierboven nieuwbouw kan worden gerealiseerd. Langs de Jan van Foreeststraat is woningbouw voorzien. De omgeving van het plangebied Het plangebied ligt op de grens van verschillende gebieden met eigen karakters. De Dichterswijk ligt ten zuiden van het plangebied. Deze wijk is herkenbaar door woningbouw uit de jaren '30. Zo staan er voornamelijk rijwoningen met achtertuinen en een hoogte van twee tot vier lagen, veelal met kap. Ten noorden van het plangebied liggen grootschalige kantoorpanden, zoals de kantoorgebouwen van Rabobank en Rijksgebouwendienst en het Beatrixgebouw van Jaarbeurs. Ten noordwesten en westen van het plangebied wordt momenteel gemengd stedelijk gebied ontwikkeld; Beurskwartier, Lombokplein en de Merwedekanaalzone . Ten oosten van het plangebied staat een woongebouw en liggen de treinsporen. Parallel aan de sporen en de busbaan wordt de Kruisvaartkade ontwikkeld. Een woongebied met circa 600 woningen, variërend van appartementen langs het spoor tot grondgebonden woningen langs de Kruisvaart.
De gemeente realiseert hier, samen met ontwikkelende partijen, een wandelroute die aansluit op de Moreelsebrug en het zogenaamde Forum: het verhoogd maaiveld rondom het Centraal Station. Nader onderzocht wordt of een Verlengd Forum kan worden gerealiseerd tot aan of bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
55
tot en met het woongebouw Jan van Foreest van ontwikkelaar MidNed. De ontwikkeling van het Matserterrein kan hier dan op aansluiten met een verhoogd maaiveld. Om het plangebied aan te laten sluiten op zijn omgeving maken we binnen het plangebied een overgang tussen de verschillende karakters van de bestaande omgeving. 3.1.2
Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie
Binnen het plangebied bevinden zich geen monumenten, belangrijke cultuurhistorie of beeldbepalende elementen, die niet al in paragraaf 3.1.1 of 3.1.3 worden besproken. 3.1.3
Structuurbepalende elementen
De Kruisvaart De Kruisvaart is rond 1664 aangelegd als onderdeel van een grachtenstelsel (Plan Moreelse). De Kruisvaart is de enige deels overgebleven gracht, al zijn de lange noord-zuid structuren van de vroegere grachten nog steeds herkenbaar in het stratenpatroon (bijv. de Croeselaan en huidige Forum). Cultureel historisch horen deze grachten en lange structuren/straten bij dit deel van de stad en kunnen als drager dienen voor het toevoegen van nieuwe tijdslagen. Een van deze nieuwe tijdslagen is het Forum, door het verlengen van het Forum wordt een langzaamverkeersroute aan de stad toegevoegd die o.a. de historische structuur en het waterrijke karakter zichtbaar en toegankelijk maakt voor het publiek. Zo biedt het oorspronkelijke grachtenstelsel nog steeds structuur aan hedendaagse stadsuitbreidingen. Het uitbreidingsplan van Moreelse De westzijde van het station heeft een unieke ontstaansgeschiedenis; het uitbreidingsplan van Moreelse uit 1664 ligt ten grondslag aan de parallelle structuren (spoor, Forum, Kruisvaart, Croeselaan) die nu nog aanwezig zijn. Deze stedelijke structuur is ontstaan vanuit de oorspronkelijke opzet van de moesgrachten/tuinderijen en kenmerkt zich door contrast met de historische binnenstad (lineaire structuren versus organisch gegroeid, grote gebouwen versus pandsgewijze verkaveling).
Tussen deze lijnen bevinden een aantal samenhangende wijken/blokken (ensembles) zoals de Rabobank, het Matserterrein, de Knoop, het Beatrixgebouw maar bijvoorbeeld ook de gesloten bouwblokken van de Dichterswijk. Verder verbinden deze lijnen de voornaamste openbare ruimtes.
Plangebied Er is in relatie tot de openbare ruimte gekozen voor continuïteit van het water van de Kruisvaart en de nadruk op een groene/ecologische waarde in lijn met het ontwerp van de rest van de Kruisvaart bijvoorbeeld ter plaatse van het Kruisvaartkwartier. Wandelroutes en verblijf zijn belangrijk, maar waar dit niet mogelijk is wordt er ingezet op zicht-assen voor een gevoel van ruimte in deze hoog stedelijke omgeving. De nieuwe ontwikkeling van het Matserterrein voegt een nieuw ensemble met een eigen karakter en tijdslaag aan de historische lijnen van de stedelijke structuur tussen het spoor en de Croeselaan.
3.2
Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied
Ruimtelijk-functionele analyse Het plangebied ligt in het westelijke centrumgebied van Utrecht, waar op het moment veel stedelijke vernieuwing plaatsvindt. Het plangebied ligt op de grens met enerzijds een jaren '30 woonwijk, de Dichterswijk, en anderzijds hoogstedelijke ruimte voor werken of ontwikkeling nabij de stationslocatie. Het plangebied ligt in een onafgemaakt overgangsgebied waar hoogstedelijke dynamiek en laagstedelijke dynamiek elkaar ontmoeten. Het Matserterrein maakt deel uit van de Rabobank Campus in Utrecht, waar ook de Toren, het Spiegelgebouw, gebouw Zilver en het Auditorium deel van uitmaken. Het terrein zelf bestaat voornamelijk uit een parkeerterrein, met het gebouw Zilver en het Auditorium aan de rand. De Rabobank Campus wordt fysiek in tweeën gesplitst door een drukke busbaan, waar dagelijks dertig buslijnen gebruik van maken. De Croeselaan, de Kruisvaart, de Valeriusbaan (busbaan) en de Jan van Foreeststraat begrenzen het plangebied. De grote stedelijke structuren rond het plangebied hebben alle een eigen ruimtelijke karakteristiek: de groene vaart Kruisvaart, de (woon)straten Jan van Foreestraat/ Asselijnstraat en de brede laan Croeselaan. 5 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
Utrecht
Bij Ondaatje is het profiel van de Croeselaan versmald waardoor hier de entree naar de Dichterswijk duidelijk is vormgegeven. Dit deel van de Croeselaan heeft een groene middenberm met een dubbele bomenrij. Deze middenberm wordt gebruikt als parkstrook en kent een gevarieerde beplanting waar een pad doorheen slingert. De Kruisvaart begint bij de Vaartsche Rijn en verdwijnt ondergronds tussen de bebouwing van de Rabobank om uiteindelijk uit te monden in de Leidsche Rijn. De Kruisvaart met oevers zijn onderdeel van de stedelijke groenstructuur. Bij de Dichterswijk zijn de oevers van de Kruisvaart groen. Aan de kant van de woningen liggen woonboten met tuintjes. Daardoor is het contact vanaf de straat met het water beperkt. Ook is er een openbaar parkje aan de vaart. Het groen aan de spoorzijde heeft een meer ruig en grootschalig karakter. Ter hoogte van het plangebied is de oever grotendeels bebouwd. De Jan van Foreeststraat en de parallelle Asselijnstraat vormen de rand van het plangebied aan de zuidzijde. De Asselijnstraat maakt deel uit van de straten van Dichterswijk, terwijl de Jan van Foreeststraat toegang geeft tot het Kruisvaartkwartier en het woongebouw Jan van Foreest. Tussen beide straten ligt een groenstrook met bomen.
De hoge ligging van de Jan van Foreeststraat – oplopend naar de brug over de Kruisvaart – en het brede profiel met apart fietspad zorgen ervoor dat deze straat een sterk scheidende werking heeft.
Een groot deel van het plangebied is in gebruik als parkeerterrein. Het plangebied ligt in de volgende wegenstructuur: • De Van Zijstweg komt bij het plangebied uit op de Croeselaan. De Van Zijstweg is één van de belangrijkste routes van de stad naar het station en de functies die ontsloten worden via de Croeselaan, zoals kantoren, woningen en de openbare parkeergarage Croeselaan. De Van Zijstweg is ingericht voor voetgangers en fietsers, openbaar vervoer, auto- en vrachtverkeer; • De Croeselaan ten zuiden van de Van Zijstweg is ook een belangrijke verbinding naar het station voor voetgangers en fietsers, openbaar vervoer en autoverkeer. De Croeselaan vormt tevens de ontsluiting van de Dichterswijk. De Croeselaan is een 50 km/uur weg. Het plangebied wordt momenteel bereikt via de Croeselaan; • De Moreelsebrug verbindt het oostelijke en westelijke deel van het centrum voor fietsers en voetgangers. Deze brug maakt deel uit van een hoofdfietsroute en hoofdlooproute naar het station; • De Valeriusbaan en Dichtersbaan zijn vrijliggende busbanen en ontsluiten het busstation Jaarbeurszijde en een busbuffer; bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
57
• De Jan van Foreeststraat is de toegangsweg voor het Kruisvaartkwartier en het appartementencomplex in eigendom van MidNed. De weg geeft ook toegang tot de het busstation Jaarbeurszijde en busbuffer, maar vormt niet de reguliere route voor bussen.
3.3
Conclusie
Langs het plangebied lopen verschillende vervoersstromen, waaronder twee busbanen. De infrastructuur die hiervoor nodig is, leidt tot een ontoegankelijk gebied voor fietsers en voetgangers aan de spoorzijde van het plangebied. De verbinding van het plangebied met de omgeving en de stad kan beter. Met de uitwerking van een promenade van de Croeselaan richting het verlengde Forum en door het openstellen van de binnentuin voor passanten, wordt deze situatie aanmerkelijk verbeterd.
5 8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 4 4.1
Projectbeschrijving
4.1.1
Programma
Planbeschrijving
Het doel van deze ontwikkeling is om een mix van kantoren en woningen te ontwikkelen. Het plangebied beslaat het Matserterrein aan de Croeselaan 24-46 te Utrecht. Het totale plangebied is 15.080 m2 groot. De bestaande gebouwen binnen het plangebied hebben een oppervlak van 1.739 m2 en 1.570 m2. De terreinverharding is 10.037 m2. Het overige deel, 1.734 m2 is onverhard en groen. De maximale bouwhoogte van het plan is 80 meter. Het doel is om het bestaande auditorium op het terrein te slopen en te vervangen door nieuwbouw, waarmee de Rabobank haar vastgoed verder kan centraliseren. Daarnaast wordt het gebouw Zilver gerenoveerd en worden de parkeerplaatsen overdekt, zodat daarboven nieuwbouw kan plaatsvinden. Langs de Jan van de Foreestraat is woningbouw gepland. Op 15 april 2025 is het Stedenbouwkundig Plan vastgesteld door het College. Daarin is het definitieve programma opgenomen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Hieronder is het programma opgesomd: maximaal 55.000 m2 kantoorprogramma, waarvan maximaal 49.700 m2 bvo kantoorruimte, een multifunctioneel auditorium van maximaal 2.300 m2 en plintfuncties met onder andere horeca (maximaal 785 m2 exclusief terrassen) en sport (maximaal 500 m2) en technische ruimten e.d.; maximaal 150 woningen (nu voorzien in 145 woningen, waarvan 47 sociaal, 47 middenhuur of betaalbare koop en 51 vrije sector); maximaal 150 woningen waarbij geldt dat tenminste 64,8% van de woningen tot de categorie betaalbare woningen behoort met: - minimaal 30% van het totale aantal woningen in de categorie sociale huurwoning - minimaal 30% van het totale aantal woningen in de categorie middenhuurwoning of betaalbare koopwoning. De rest van de woningen zijn vrije sector woningen. De aanleg van een semi-openbare binnentuin tussen de kantoorgebouwen en de woongebouwen en een promenade die de Croeselaan (in de toekomst) verbindt met het Forum. Maximaal 317 autoparkeerplekken (gebaseerd op de te realiseren woon- en werkfuncties), te realiseren onder de kantoren, de binnentuin en het woongebouw. 1988 fietsparkeerplekken, waarvan 1.193 voor kantoorpersoneel, 520 voor bewoners en 275 voor bezoekers en overige functies. De fietsenstallingen komen onder de kop van gebouw Zilver (aan de Croeselaanzijde), onder de woontoren en onder de binnentuin, ten zuid-westen van het woongebouw.
Hieronder is de verbeelding voor de wijziging van het omgevingsplan opgenomen.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
59
Figuur 4.1.1.1 Verbeelding behorend bij TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan Woningbouw De woningen worden een mix van sociale huur, middenhuur of betaalbare koop en vrije sectorwoningen binnen de kaders die zijn vastgelegd in het SPvE. Dit plan maakt de bouw van maximaal 150 woningen mogelijk, waarvan het programma nu voorziet in 145 woningen. Het is dus gelukt om met dit plan meer woningen mogelijk te maken dan de circa 130 woningen die in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen waren voorzien. De woningbouw bestaat uit een laagbouwblok en een woontoren van maximaal 14 verdiepingen en maximaal 50 meter hoog. De te bouwen woningen van Ondaatje vormen onderdeel van het bestemmingsplan Beurskwartier en vallen buiten de scope van deze wijziging omgevingsplan. Auditorium Het auditorium wordt gerealiseerd binnen de functie Kantoor en zal overdag ingezet worden voor onder andere bijeenkomsten en congressen. Op grond van de planregels en verbeelding is het mogelijk om het auditorium in de avonduren te verhuren voor activiteiten op het gebied van cultuur en ontspanning, zoals voor lezingen, theater, muziek, als onderdeel van festivals etc. Vanuit het cultuurbeleid is er veel behoefte aan dit soort grotere zalen, die multifunctioneel kunnen worden ingezet. Uitwerking diverse plintfuncties In het plangebied zal gefaseerd ook een aantal plintfuncties worden toegevoegd.
In de eerste fase gaat het dan om een bankfiliaal en een horecavestiging aan de Dichtershoek bij de Croeselaan, een kiosk (met horeca) en een sportvoorziening aan de spoorzijde. Deze invulling van plintfuncties wordt vastgelegd bij de wijziging van dit omgevingsplan. In de tweede fase - na realisatie van de promenade richting het spoor- is er ruimte om nog ongeveer 1150 m2 aan plintfuncties toe te voegen, verdeeld over een aantal locaties. Op deze plekken is voornamelijk horeca en (in mindere mate) detailhandel voorzien. De concrete invulling van deze locaties met plintfuncties zal pas over een aantal jaren plaatsvinden en is ook afhankelijk van de ontwikkelingen in de nabije omgeving, zoals in het Beurskwartier (waar ook veel plintinvulling gepland staat), de nieuwbouw van Rijkswaterstaat bij de Knoop en de bestaande Dichterswijk.
6 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
Utrecht
4.1.2
Stedenbouwkundig plan
Het plan voor het Matserterrein vormt in de kern een uitbreiding van de kantoorcampus Rabobank, met aan de randen langs de Croeselaan en Jan van Foreeststraat woningen die de aansluiting zoeken met Dichterswijk en Beurskwartier. De woningen langs de Jan van Foreeststraat zal Rabobank laten ontwikkelen door haar volle dochteronderneming BPD. De kantoren worden door Rabobank zelf ontwikkeld (eventueel middels gedelegeerd opdrachtgeverschap). Het SP maakt het mogelijk om met deze wjziging van het omgevingsplan tegemoet te komen aan de volgende stedelijke ambities: Door het toevoegen van een substantieële hoeveelheid kantoorruimte in het topsegment, op deze locatie, wordt de schaarste aan kantoorruimte op dit soort centrumlocaties verminderd, worden extra banen gecreëerd en vormt deze ontwikkeling een bijdrage aan een gezonde economie met werk voor iedereen. Toevoegen van een substantiële hoeveelheid (betaalbare) woningbouw, vooral op binnenstedelijke locaties; Stedelijke verdichting rond OV-knooppunten; Utrecht kiest voor forse binnenstedelijke ontwikkeling in het Stationsgebied.
Om dit verantwoord te kunnen doen zijn gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid kernthema’s, die dan ook worden gehanteerd als uitgangspunten voor deze ontwikkeling; Meer ruimte voor voetganger in centrumlocaties; Verbonden stad: Utrecht zet in op de uitbreiding van het centrum aan de westzijde met verbindingen over het spoor met het historisch centrum. Het wordt een gemengd en groen gebied met woningen en kantoren die gebruik maken van een gezamenlijke binnentuin (overdag publiek toegankelijk) en een wandelroute (Promenade) tussen de kantoren door van Croeselaan naar de Kruisvaart. De Promenade wordt openbaar toegankelijk zodra de gemeente het Forum vanaf de Moreelsebrug heeft verlengd tot aan de Valeriusbaan en er een brug is gebouwd om de wandelroute aan te sluiten op dit Forum. Deze verhoogde route, die deels boven het tracé van de drukke busbaan ligt, biedt een nieuwe wandelroute. Deze speelt een cruciale rol in het stedenbouwkundig plan van het Matserterrein, omdat het bijdraagt aan een doorwaadbaar centrum en een verbinding legt van de Croeselaan met het Verlengde Forum. De promenade zal op hoogte aansluiten op het Forum.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
61
Afbeelding 4.1.2.1 Indicatief referentiebeeld van de stadsnis gezien vanaf de Croeselaan, met links gebouw Zilver, rechts Ondaatje en daartussen twee nieuwe kantoorgebouwen en de entree van de Promenade. Op de hoek van de Valeriusbaan/Van Zijstweg en de Croeselaan ontstaat een klein pleintje of stadsnis (‘Dichtershoek’) waar een levendige plint komt, met een horeca-functie, toegang tot een grote fietsenstalling (ook voor bezoekers) en toegang tot het nieuwe auditorium. Rabobank heeft het voornemen om gebruik door derden buiten kantooruren mogelijk te maken. Als de Promenade openbaar wordt, zijn ook hier plintfuncties mogelijk om de wandelroute die dan ontstaat aantrekkelijk te maken. Woningbouw Het aantal woningen wordt opgehoogd van ‘circa 130’ naar ‘maximaal 150 woningen’ door extra bouwvolume toe te voegen op de hoek van de Jan van Foreeststraat en de Kruisvaart. Stedenbouwkundig past dit extra aantal woningen binnen de kaders van het SPvE en ook de commissie omgevingskwaliteit adviseert positief over de manier waarop deze extra woningen worden ingepast aan de Jan van Foreeststraat.
6 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
Utrecht
Afbeelding 4.1.2.2 Indicatief referentiebeeld van de twee woongebouwen aan de Jan van Foreeststraat
4.2
Verkeer en openbare ruimte
4.2.1
Verkeer
Algemeen Deze paragraaf gaat in op de effecten van de ontwikkeling van het plangebied op de bereikbaarheid. Daarbij komen de verschillende vervoerswijzen aan de orde: fietsverkeer, voetgangers, openbaar vervoer en autoverkeer. Het verkeersbeleid van de gemeente staat in het Mobiliteitsplan 2040 'Jouw straat en onze stad gezond, aantrekkelijk en bereikbaar voor iedereen'(vastgesteld in 2021). Het mobiliteitsplan wijst het Stationsgebied aan als deel van de A-zone. In zone A is de verkeersruimte schaars en is verblijfskwaliteit belangrijk. Fietser en vooral voetganger zijn hoofdgebruiker en krijgen prioriteit. In zone A rijdt alleen autoverkeer en logistiek verkeer met een eindbestemming in deze zone (te gast). De inrichting van de openbare ruimte moet zo helder en veilig zijn dat het verkeer zichzelf regelt en verkeerslichten zo min mogelijk nodig zijn. Langzaam verkeer: voetganger Het plangebied is gelegen in een gebied met een fijnmazige voetgangersstructuur. De Croeselaan en de Jan van Foreeststraat vormen de entree voor de kantoren en woningen die hieraan worden ontwikkeld. De Moreelsebrug zorgt in combinatie met het Forum ervoor dat de historische binnenstad voor de voetganger goed te bereiken is vanaf de westzijde van het spoor.
Het Forum zorgt voor een voetgangersverbinding langs het spoor en vormt de ontsluiting van het Station Utrecht CS Langzaam verkeer: fiets Er zijn twee belangrijke fietsroutes. De in noord-zuidrichting gelegen Croeselaan en in de oost-west richting gelegen Van Zijstweg. Deze verbinden het plangebied met de hoofdinfrastructuur van de stad. Openbaar vervoer Het plangebied ligt op loopafstand van het station Utrecht Centraal, een openbaar vervoerterminal (OV-terminal) die bestaat uit het treinstation, twee busstations en een tramstation. De OV-terminal, lopend binnen 10 minuten te bereiken, zorgt ervoor dat het hele plangebied goed bereikbaar is met het openbaar vervoer. Auto De belangrijkste ontsluitingsroute blijft de Van Zijstweg en Croeselaan, die ervoor zorgen dat de parkeergarage in het plangebied bereikbaar is. De parkeergarage is aangesloten op de Jan van Foreeststraat. De Van Zijstweg en de Croeselaan vormen ook de ontsluiting voor logistiek verkeer bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
63
van het plangebied. Verkeersaantrekkende werking De verkeersaantrekkende werking als gevolg van het Matserterrein ten opzichte van de autonome ontwikkeling (de natuurlijke groei zonder gebiedstransformatie) tot 2035 is berekend met behulp van het verkeersmodel VRU3.5. Op basis van de beschreven uitgangspunten blijkt dat het plan circa 1.276 motorvoertuigbewegingen genereert op een gemiddelde weekdag. Op een gemiddelde werkdag is de verkeersgeneratie circa 1.547 motorvoertuigbewegingen. Analyse Voor de analyse van de verkeersbewegingen is gekeken naar het effect op de diverse routes van en naar het plangebied. De belangrijkste route wordt gevormd door de Van Zijstweg. Circa tweederde van het bestemmingsverkeer gebruikt de Van Zijstweg. Een derde deel rijdt via de Croeselaan – zuid. Na de Van Zijstweg/Van Tellegenlaan verdeelt het autoverkeer zich over de Overste den Oudenlaan, Europalaan, Weg der Verenigde Naties etc. Het gaat hierbij om een toename van enkele procenten. De toename op een aantal wegvakken zoals de Jan van Foreeststraat is absoluut en relatief logischerwijs het grootst. Logisch omdat deze straat zorgt voor de directe ontsluiting van het plangebied op het omliggende wegennet.
De kwaliteit van verkeersafwikkeling is voor drie omliggende kruispunten onderzocht en opgenomen in de rapportage 'Actualisatie verkeersonderzoek Matserterrein Utrecht' (021658.20250918.R1.03), zie Bijlage 2. Het met verkeerslichten geregelde kruispunt (Croeselaan – van Zijstweg) overschrijdt met de gehanteerde verkeerscijfers het algemene uitgangspunt dat de cyclustijd maximaal 120 seconden mag bedragen. In de A-zone, conform het mobiliteitsplan 2040 vinden we dat acceptabel. Aanvullend vindt deze overschrijding reeds plaats bij de referentiesituatie (zonder ontwikkeling Matserterrein). Deze overschrijding is dus niet toe te rekenen aan dit plan. Het planeffect is zeer beperkt. Hiermee wordt voldaan aan artikel 4.1 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht, dat bepaalt dat een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien, waarborgt dat knelpunten in de bereikbaarheid niet toenemen en bij voorkeur afnemen. Op het Plan zijn ook de instructieregels van toepassing uit artikel 4.2, 4.3 en 4.4 van de Omgevingsverordening. In deze artikelen staat dat een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe ontwikkelingen die het Provinciaal OV-netwerk, het Provinciaal bereikbaarheidsnetwerk en het Provinciaal fietsnetwerk belemmeren, het belang van de instandhouding en uitbreiding van deze netwerken in acht neemt en dat in de motivering is opgenomen hoe dit in acht is genomen.
De Croeselaan is aangewezen als onderdeel van deze netwerken, maar omdat het planeffect qua autoverkeer en fietsverkeer zeer beperkt is op de omliggende wegen, waaronder de Croeselaan, is van een belemmering zoals bedoeld in artikel 4.2, 4.3 en 4.4 van de Provinciale omgevingsverordening geen sprake. Goederenvervoer De ontwikkeling van het Matserterrein bevat vooral veel kantoren en woningen. Voor de aan- en afvoer van goederen wordt voornamelijk gebruik gemaakt van het hoofdwegennet en is aansluiting op het kwaliteitsnet goederenvervoer niet aan de orde. Met de volgende punten dient het goederenvervoer op het Matserterrein rekening te houden: Matserterrein valt binnen de nul emissie zone (schoon en emissieloos bouwen). Het goederenvervoer dient aan de eisen van de milieuzone te voldoen; Waar het zinvol kan zijn vindt schoner en efficiënter goederenvervoer plaats via het water en het spoor; Er wordt ingezet op het bundelen van goederenstromen via centrale inkoop of stadshubs; Laden en lossen vindt bij voorkeur inpandig plaats; 4.2.2
Parkeren
Uitgangspunten parkeerbeleid Door de nieuwbouw in het plangebied ontstaat een behoefte aan extra parkeergelegenheid. Het voldoen aan die parkeerbehoefte is een onderdeel van de ontwikkeling van het gebied. De gemeente heeft beleid vastgesteld om ervoor te zorgen dat planontwikkelingen voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen en om de partij die ontwikkelt, duidelijkheid te geven over wat dan 'voldoende' is. Het beleid is vastgelegd in de Parkeervisie 2021 (vastgesteld door de gemeenteraad op 25 november 2021). In deze parkeervisie en de daarbij behorende Beleidsregel parkeernormen fiets 2021 gemeente Utrecht en de Beleidsregel parkeernormen auto 2021 gemeente Utrecht staan de normen waarmee de parkeerbehoefte berekend wordt, de mogelijkheden voor maatwerk en hoe het 6 4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
Utrecht
aantal te realiseren parkeerplaatsen bij het gebruik van die mogelijkheden wordt berekend. De parkeerbalans voor het plangebied is conform dit nieuwe parkeerbeleid opgesteld. De berekening is opgenomen in de rapportage 'Parkeer- en verkeerkundige onderbouwing Matserterrein van 2 oktober 2025'. Zie hiervoor Bijlage 2. Programma Voor de parkeerbalans is gebruik gemaakt van het programma in tabel 4.2.2.1
Tabel 4.2.2.1: Gehanteerd functieprogramma
Parkeereis Matserterrein Dubbelgebruik autoparkeren Als binnen de ontwikkeling verschillende functies worden gerealiseerd, is het mogelijk om bij het bepalen van de parkeereis rekening te houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen, bijvoorbeeld overdag door werkenden en 's avonds door bewoners. Voorwaarde is dan wel dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit ook daadwerkelijk door alle gebruikers van het plan gebruikt kan worden. Dat betekent dat exclusief voor functies gereserveerde parkeerplaatsen daarvan geen deel uitmaken. Om de mogelijkheid van dubbelgebruik te bepalen worden aanwezigheidspercentages uit het parkeerbeleid gehanteerd. In tabel 4.2.2.2 is de berekening van de parkeereis opgenomen met dubbelgebruik.
Tabel 4.2.2.2: Parkeereis Matserterrein Op basis van de beschreven uitgangspunten bestaat er een autoparkeereis van 309 parkeerplaatsen op het maatgevende moment (werkdag middag). Bewoners en personeel van de nieuwe woningen en kantoren krijgen geen parkeervergunning voor op straat. In de nieuw te bouwen parkeergarage komen 317 parkeerplaatsen. Op basis van bovenstaand beleidsuitgangspunt van dubbelgebruik, is er dan sprake van een parkeeroverschot van 8 parkeerplaatsen en worden er op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid voldoende parkeerparkeerplaatsen aangelegd voor de bewoners en personeel van bedrijven en bezoekers. Bovendien kunnen bezoekers van de kantoren, de plintfuncties en de woningen tegen de geldende parkeertarieven ook terecht in de openbare garages in de nabije omgeving, zoals de parkeergarage Croeselaan. Dat kan alleen als er capaciteit is. De gemeente stuurt daarop door bewegwijzering en met het dynamisch parkeerverwijssysteem ‘PRIS’. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
65
Op grond van bovenstaande wordt, ondanks het toe te voegen programma, het aantal autoparkeerplaatsen niet uitgebreid. De parkeerplaatsen worden ondergebracht onder een parkeerdek waarop de binnentuin en kantoren van Rabobank worden gerealiseerd. De in- en uitrit van deze parkeervoorziening komt aan de Jan van Foreeststraat. Fietsparkeren De fietsparkeerbehoefte is berekend op basis van het parkeerbeleid van de gemeente Utrecht. De totale fietsparkeerbehoefte bedraagt 1988 fietsplaatsen. Hieronder is per categorie de fietsparkeerbehoefte van de totale ontwikkeling weergegeven. Bewoners Deze doelgroep heeft een private fietsenstalling. Op basis van de beschreven uitgangspunten bestaat er een fietsparkeerbehoefte voor bewoners van 520 parkeerplaatsen, zie tabel 4.2.2.3. Deze fietsplaatsen worden gerealiseerd onder de woontoren en onder (de tuinen van) het lage woongebouw.
Tabel 4.2.2.3 Fietsparkeerbehoefte bewoners Kantoormedewerkers Deze doelgroep heeft een private fietsenstalling. Op basis van de beschreven uitgangspunten bestaat er een fietsparkeerbehoefte voor kantoormedewerkers van 1.193 fietsparkeerplaatsen. Zie tabel 4.2.2.4 Deze fietsplaatsen worden gerealiseerd in de stalling voor de kantoormedewerkers op de kop van gebouw Zilver aan de Croeselaanzijde.
Tabel 4.2.2.4: Fietsparkeerbehoefte kantoormedewerkers Overig De fietsvoorziening voor de overige functies dient openbaar toegankelijk te zijn nabij de entrees van de betreffende functies. De parkeerbehoefte van de overige functies bedraagt in totaal 275 fietsparkeerplaatsen op het maatgevende moment. Deze fietsplaatsen worden gerealiseerd in de stalling voor de kantoormedewerkers op de kop van gebouw Zilver aan de Croeselaanzijde.
Tabel 4.2.2.5: Fietsparkeerbehoefte overig
6 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
Utrecht
4.2.3
Openbare ruimte en groen
Tijdelijke en definitieve fase Bij de uitwerking van het plan worden twee fasen onderscheiden. In de tijdelijke fase is het verlengde Forum (zie indicatie op naastliggende tijdelijke fase is het verlengde Forum (zie indicatie op naastliggende afbeelding) nog niet gerealiseerd, waardoor de promenade uitsluitend via de Rabobank-gebouwen toegankelijk is. In deze fase functioneert de promenade als een interne verbinding en is het niet toegankelijk als openbare ruimte. In de definitieve fase, waarin de gemeente het Forum heeft doorgetrokken, wordt de promenade openbaar toegankelijk als verbindende route. De verbinding kan indien nodig en in overleg met de Gemeente worden afgesloten in geval van calamiteiten of in het belang van de veiligheid. Groene verbindingen Het Matserterrein wordt ontwikkeld als een gesloten bouwblok met poorten en toegangen die leiden naar een semi-openbare binnentuin. De binnentuin blijft eigendom van Rabobank maar is semi openbaar en wordt gedeeld door kantoorgebruikers en bewoners. Dit zorgt niet alleen voor een gemeenschappelijke buitenruimte, maar ook voor gedeelde verantwoordelijkheid voor het onderhoud en gebruik van de tuin. Het ontwerp van de nieuwe Rabobank Campus legt veel nadruk op groen. Op en rond het dak van de plint is er ruimte voor groene elementen die bijdragen aan een gezonde en duurzame verstedelijking.
Het uitgangspunt voor de buitenruimte is ‘groen, tenzij’. Dit betekent dat verharding alleen wordt toegepast als het nodig is voor gebruik of beheer. In lijn met het groenbeleid en het door de raad vastgestelde SPvE kan in deze gebiedsontwikkeling 40% groen worden gerealiseerd. Het plan voldoet aan de minimale eis van 75m2 openbaar groen per huishouden in de stad. Dit betekent 34 m2 op buurt niveau en 17m2 binnen het project. In het plangebied zullen minimaal 45 bomen worden geplant, langs de randen in de volle grond en in de binnentuin en langs de promenade in bakken en plantvakken. Dat is een verdrievoudiging van het huidige aantal van 15 bomen. Van deze 15 bomen kunnen 13 bomen worden verplant naar een locatie buiten het plangebied (zie voor meer informatie paragraaf 5.12) en 2 niet verplantbare bomen worden op grond van de herplantplicht in het plangebied herplant. Het groen speelt een cruciale rol in klimaatadaptatie en waterbeheer door tijdelijke wateropslag, infiltratie en hergebruik te faciliteren. Ook zal de inrichting van de buitenruimte gezond stedelijk leven stimuleren door meerdere mogelijkheden voor spelen, sporten en bewegen te integreren. Betekenisvolle Promenade Tussen gebouw Zilver en de nieuwe kantoorgebouwen bevindt zich een uitnodigende trappartij, die fungeert als het startpunt van een groene promenade op hoogte.
De promenade wordt een belangrijke nieuwe route in de stad en vormt samen met het door de gemeente te realiseren ‘Verlengde Forum’ een integraal onderdeel van het ontwerp. Deze route, die loopt van de Croeselaan tot de tweede verdieping van het Matserterrein, fungeert als een groene en betekenisvolle verbinding. Als openbare ruimte zal de promenade niet alleen de plint van de gebouwen activeren, maar ook diverse ontmoetingszones met elkaar verbinden en bijdragen aan een levendig en toegankelijk stadsgebied. In de tijdelijke situatie is de promenade aan de zijde van de Croeselaan afgesloten door de plaatsing van poorten of door het creëren van een aanzienlijk hoogteverschil. Voor daglichttoetreding en interactie met de functies onder de promenade worden daklichten en patio’s geïntegreerd in het ontwerp. De ingangen van de werkgebouwen, de fietsenstalling en het woongebouw Ondaatje zijn direct te bereiken vanaf de Dichtershoek, wat zorgt voor een levendige en toegankelijke omgeving. Tussen de plint en de gevel van Ondaatje (de erfgrens) blijft een minimale afstand van 6 meter behouden. Het hoogteverschil van de promenade wordt opgelost met vergroende openbare ruimte en trappen. Een trap vanaf het maaiveld tussen Ondaatje en het Matserterrein geeft toegang tot de binnentuin. Dichtershoek Waar de Croeselaan versmalt, wordt de zogenaamde Dichtershoek ingericht als een groen plein.
Dit groene plein vormt het beginpunt van een wandelroute die via een binnentuin tussen de gebouwen door leidt naar de Kruisvaart en de Dichterswijk. Om sociale veiligheid te waarborgen en overlast te voorkomen, kan deze route indien nodig bijvoorbeeld ‘s avonds worden afgesloten. Kruisvaart De kade langs de Kruisvaart vormt een belangrijk onderdeel van de verbinding tussen de openbare ruimte en het Matserterrein. Een goed toegankelijke trap van minimaal 9 meter breed verbindt de oever van de Kruisvaart met de binnentuin, waardoor een uitnodigende overgang ontstaat. Het hoogteverschil bij de brug van de Jan van Foreeststraat wordt op een doordachte manier verwerkt in bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Matserterrein Croeselaan" (vastgesteld)
67
het ontwerp van de omliggende gebouwen, met speciale aandacht voor de entree. De doorgang bij de Kruisvaartkade moet minstens 12 meter hoog zijn ter plaatse van de overbouwing. In de binnentuin wordt een minimale hoogte ter plaatse van de overbouwing van 8 meter aangehouden. Jan van Foreeststraat De Jan van Foreeststraat wordt heringericht als een woonstraat die de overgang vormt tussen het Stationsgebied en de Dichterswijk. Deze overgang is zichtbaar in de inrichting en het straatprofiel, dat aansluit bij een buurtontsluiting. Er komen fietsstroken op de rijbaan, groenstroken met bomen langs de straat en trottoirs aan de kant van de woningen. Er grenzen voordeuren en woonvertrekken aan de Jan van Foreeststraat. De straat krijgt een mix van laagbouw en een woontoren op de hoek van de Jan van Foreeststraat en de ruisvaartkade. De entrees van alle woningen op de begane grond liggen direct aan de straat. Openingen in de rooilijn markeren de toegangen tussen de gebouwen Ondaatje, het lage woongebouw en de woontoren. Deze openingen voldoen aan de minimale afmetingen zoals aangegeven in de randvoorwaardenkaart. De ingang voor parkeren en expeditie bevindt zich tussen het lagere woongebouw en de woontoren. Een uitnodigende en goed toegankelijke trap van minimaal 6 meter breed verbindt de Jan van Foreeststraat met de binnentuin.
De fietsenstallingen voor de woningen hebben ingangen aan de straatkant en worden aantrekkelijk en zorgvuldig vormgegeven, zodat ze zowel functioneel als visueel passend zijn bij de uitstraling van het gebouw en de omgeving.
4.3
Conclusie
Parkeren en Verkeer Met deze ontwikkeling zijn voldoende fietsparkeerplaatsen voorzien om te voldoen aan de fietsparkeerbehoefte op basis van het gemeentelijk beleid. De fietsparkeerbehoefte van de ontwikkeling is: - 520 fietsparkeerplaatsen in een aparte fietsenstalling voor bewoners van de woningen; - 1.193 fietsparkeerplaatsen in een aparte fietsenstalling voor werknemers van de kantoorfunctie; - 275 openbaar toegankelijke fietsparkeerplaatsen voor de overige functies en de bezoekers van de woningen en het kantoor. Deze worden gerealiseerd in de stalling voor de kantoormedewerkers. Met deze ontwikkeling zijn voldoende autoparkeerplaatsen voorzien om te voldoen aan de autoparkeerbehoefte op basis van het gemeentelijk beleid. De autoparkeerbehoefte is berekend op 309 parkeerplaatsen op het maatgevende moment, rekening houdend met volledig dubbelgebruik van de parkeerbehoefte; De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van het Motorblok van de gemeente Utrecht. berekende verkeersgeneratie van de ontwikkeling is: - 1.277 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal; - 1.547 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal, waarvan: • 123 motorvoertuigbewegingen tijdens het drukste ochtendspitsuur; • 144 motorvoertuigbewegingen tijdens het drukste avondspitsuur.
De
De kwaliteit van de toekomstige verkeersafwikkeling is voor drie omliggende kruispunten onderzocht en als voldoende beoordeeld. De cyclustijden/verliestijden- en wachtrijlengtes blijven beperkt zodat een goede verkeersafwikkeling mogelijk is. Het planeffect van de ontwikkeling is minimaal en voldoet daarmee aan artikel 4.1 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht. Openbare ruimte en groen Met deze planontwikkling wordt nieuwe aantrekkelijke openbare ruimte gerealiseerd, die overwegend groen worden ingericht met extra bomen. De Dichtershoek op de kop van gebouw Zilver aan de Croeselaan wordt ingericht als groen plein met terras en vormt het beginpunt van een wandelroute die via een binnentuin tussen de gebouwen door leidt naar de Kruisvaart en de Dichterswijk. Bij de Dichtershoek is ook een promenade voorzien met een groene looproute/verbinding van de Croeselaan naar het forum. Deze promenade biedt op het hoogste niveau ook verblijfskwaliteit door de aanwezigheid van horeca met terras en door een aantal plintfuncties. Daarnaast worden er groene daktuinen gerealiseerd op het basement van de kantoren en zorgt de binnentuin tussen de kantoren en de woningen voor ontspanning en ontmoeting van bewoners, werknemers en bezoekers in het groen.